ONTWERP Toelichting Leiweg 7 Steenwijkerwold.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold ID plan: NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 datum: 11 augustus 2017 status: ONTWERP auteur: Agra-Matic B.V. (Dirk van Nuland & Jan Bouwman) Vastgesteld door de raad dd. dd-maand-jjjj de griffier, de voorzitter,
ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) Inhoudsopgave toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1 1.2 Uitgangspunten voor het plan 2 1.3 Leeswijzer 4 Hoofdstuk 2 Huidige situatie 5 2.1 Ligging plangebied 5 2.2 Huidige situatie en noodzaak uitbreiding 6 2.4 Gewenste situatie 10 Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten 12 3.1 Rijksbeleid 12 3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte 12 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 13 3.2 Provinciaal beleid 14 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel 2017, beken kleur 14 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel 2017 22 3.2.4 Handreiking kwaliteitsimpuls agro en food ‘een goede boer als buur’ 24 3.3 Regionaal beleid 27 3.4 Gemeentelijk beleid 28 3.4.1 Concept Omgevingsvisie Steenwijkerland 28 3.4.2 Beleidsnotitie Bestemmingsplan Buitengebied Steenwijkerland 28 3.4.3 Welstandsnota 30 3.5 Randvoorwaarden van het beleid 31 Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische aspecten 31 4.1 Invloeden omgeving op het plangebied en vice versa 32 4.2 Milieueffectrapportgage 32 4.2 Flora en fauna 33 4.3 Bodem, landschap, archeologie en cultuurhistorie 40 4.4 Water 50 4.5 Woon- en leefmilieu 56 4.6 Verkeer en parkeren 68 4.7 Kabels en leidingen 69 4.8 Externe veiligheid 69 Hoofdstuk 5 Juridische opzet 71 5.1 Toelichting 71 5.2 Planregels 71 5.3 Verbeelding 73 Hoofdstuk 6 Financiële
paragraaf 75 6.1 Economische haalbaarheid 75 Hoofdstuk 7 Inspraak en vooroverleg 76 NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 Bijlagen 78 Bijlage 1: Situatieschets 79 Bijlage 2: Diertabel 80 Bijlage 3: Landschappelijk inpassingsplan 81 Bijlage 4: Archeologisch bureauonderzoek 82 Bijlage 5: Quick scan Wet natuurbescherming 83 Bijlage 6: Ammoniakberekening 84 Bijlage 7: Geurberekeningen 85 Bijlage 8: Fijn stof berekeningen 86 Bijlage 9: Watertoets 87 Bijlage 10 Overzicht geïnformeerde omwonenden (dialoog) 88 ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 1 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling De voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan: “Leiweg 7 Steenwijkerwold” heeft betrekking op de juridisch-planologische regeling voor het vergroten van het bouwvlak van het agrarische bedrijf aan de Leiweg 7 te Steenwijkerwold. Het betreft een agrarisch bedrijf met kalkoenen en akkerbouw. De initiatiefnemer, Maatschap Schrotenboer, wil graag de bestaande kalkoenentak van het bedrijf uitbreiden en verder verduurzamen. Het bestaande bedrijf heeft het gehele bouwvlak benut en heeft behoefte aan meer ontwikke- lingsruimte. Verduurzaming naar 1 ster concept dierenbescherming De kalkoenensector in Nederland is een relatief kleine sector in de veehouderij met enkele tientallen bedrijven verdeeld over Nederland.
Binnen deze sector is de ontwikkeling gaande naar een omschakeling richting meer duurzame veehouderij concepten, zoals in het kader van het 1 ster concept van de dierenbscherming. Onder maatschappelijke druk hebben een aantal supermarktketens zich geconformeerd aan het leveren van 1 ster vlees aan de consument. Maatschap Schrotenboer wil graag tegemoet komen aan de maat- schappelijke vraag voor 1 ster kalkoenenvlees. Het voldoen aan de eisen van de dierenbe- scherming voor ‘1 ster’ betekend dat de dieren beschikking krijgen over een overdekte uit- loopruimte, de dieren langzamer groeien, de dieren meer leefoppervlakte krijgen, daglicht in de stal komt en afleidingsmateriaal voor dieren beschikbaar is. De omschakeling is gevi- sualiseerd in onderstaande figuur voor vleeskuikens, maar de figuur is ook een -op-een toepasbaar voor kalkoenen. Figuur 1-1 Visualisatie traditionele vleeskuikenhouderij naar verduurzaming op basis van 1 ster van het beter leven concept Als eis om mee te doen aan het 1 ster concept wordt gesteld dat het hele bedrijf moet om- schakelen. Om hetzelfde aantal dieren te kunnen houden als in de huidige situatie moet de ondernemer het stalvloeroppervlakte op het bedrijf vergroten.
De bestaande stallen wor- den verlengd, er wordt een nieuwe pluimveestal gebouwd en alle stallen worden voorzien van een overdekte uitloop, zie figuur 1-2 voor de situatieschets van de gewenste situatie. De nieuwe stal zal worden gerealiseerd evenwijdig aan de drie bestaande pluimveestallen. NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 2 Het voornemen van de ondernemers is in strijd met de vigerende beheersverordening. Een beheersverordening is per definitie een conserverend plan. Dit plan biedt geen ruimte voor nieuwe ontwikkelingen zoals de bedrijfsontwikkeling van dit bedrijf. Er wordt daarom een geheel nieuwe postzegelbestemmingsplan opgesteld voor de locatie aan de Leiweg 7. 1.2 Uitgangspunten voor het plan Het bedrijf aan de Leiweg 7 bestaat uit een kalkoenenhouderij met akkerbouw. Het plan is om een nieuwe stal H te bouwen en twee bestaande stallen (G en A) te verlengen en te voorzien van overdekte uitloop. Daarnaast is het plan om een nieuwe loods J op te richten. In figuur 1-2 van het bedrijf is dit plan gevisualiseerd: Het huidige bouwvlak heeft een omvang van 1,33 hectare. Om de gewenste bedrijfsuit- breiding en verdere verduurzaming te kunnen realiseren heeft het bedrijf b ehoefte aan een bouwvlak van 2,53 hectare. Hierbij is rekening gehouden met het concept van ‘zorgvuldig ruimtegebruik’.
De ondernemers vragen niet meer ruimte dan strikt noodzakelijk maar hebben, conform de uitgangspunten van de gemeente behoefte aan een n ieuw bouwvlak dat voldoende ontwikkelruimte en flexibiliteit biedt voor de planperiode van 10 jaar. Bij voorbereiding van dit plan is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt en afge- stemd met de gemeente in het kader van Kwaliteitsverbetering van het l andschap. Later in de toelichting gaan wij hier uitgebreid nader op in. Tevens zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd, zoals in het kader van ecologie, milieu en archeologie. De uitkomsten van deze onderzoeken worden besproken in deze toelichting. ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 3 Figuur 1-2Uitsnede situatieschets van het plan aan de Leiweg 7 te Steenwijkerwold (bij- lage 2)
NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 4 1.3 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gebiedsomschrijving en de voorgestelde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voor het plan relevante beleid van de verschillende overheidsinstanties beschreven. In hoofdstuk 4 worden de milieu hygiënische en planologische aspecten benoemd. In hoofdstuk 5 is de juridische opzet beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 de financiële uitvoerbaarheid van het plan behandeld. In hoofdstuk 7 wordt de procedure besproken en worden de uitkomsten van (voor) overleggen behandeld. ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 5 Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Ligging plangebied Het plangebied bestaat uit het agrarische bedrijf aan de Leiweg 7 te Steenwijkerwold en de omliggende gronden waarop de waterberging en de landschappelijke inpassing worden gerealiseerd. De locatie aan de Leiweg 7 ligt ten westen van Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland, in de provincie Overijssel. In onderstaande figuur is de positie van het plangebied aangegeven. Figuur 2-1 Topografische kaart buitengebied Steenwijkerland, met de blauwe pijl is de locatie van het plangebied aangegeven (bron: kadaster) Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Steenwijkerwold, sectie P en num- mers 1530, 1543 en 1544.
Het plangebied is gelegen in het buitengebied aan een lokale ont- sluitingsweg die naar het bedrijf loopt. De lokale ontsluitingsweg (Leiweg) loopt na het bedrijf dood. De luchtfoto op de volgende pagina in figuur 2-2 toont de ligging van het bedrijf in het buitengebied. NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 6 Figuur 2-2 Luchtfoto omgeving plangebied Leiweg 7 aangege- ven met een blauwe stippellijn (bron: Bing maps)
ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 7 2.2 Huidige situatie en noodzaak uitbreiding De aanvrager heeft een gemengd bedrijf met als hoofdtak kalkoenenhouderij en als neven- tak akkerbouw. De bedrijfsactiviteiten concentreren zich op het agrarische bouwperceel aan de Leiweg 7. Het bedrijf wordt geëxploiteerd conform de vigerende revisievergunning in het kader van de Wet milieubeheer van 28 oktober 2003. Conform de vergunning mo- gen op het bedrijf 39.000 vleeskalkoenen worden gehouden op een traditioneel stalsysteem (RAV F 4.100). De akkerbouwtak van het bedrijf omslaat 46 hectare akkerbouwland in de directe omgeving van het bedrijf. Het bouwplan van de akkerbouwtak bestaat hoofdzake- lijk uit tarwe en aardappelen. In onderstaande figuur is het bedrijf aan de Leiweg 7 gevi- sualiseerd in de huidige situatie: Figuur 2-3 Luchtfoto huidig bedrijf aan de Leiweg 7 Er is op het bedrijf een bedrijfswoning met achterhuis dat in gebruik is voor opslag/garage. In het achterhuis is geen sprake van een woonfunctie. Er zijn twee loodsen voor het op- slaan van machines en akkerbouwproducten. Er zijn drie kalkoenenstallen op het bedrijf . De oudste en smalste stal (B), herkenbaar aan het grijze dak is in 20 16 voorzien van een warmtewisselaar. De nieuwste pluimveestallen (A en G), herkenbaar aan het lichte dak, zijn in 2015 voorzien van zonnepanelen.
Deze maatregelen zijn doorgevoerd in h et kader van energiebesparing. NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 8 Noodzaak uitbreiding De aanvrager streeft een toekomstgericht en levensvatbaar bedrijf na. Hiervoor moeten bedrijfseconomische keuzes worden gemaakt. Uitgangspunt is dat er een bedrijf dient te ontstaan, waar zowel op maatschappelijk verantwoorde als op bedrijfseconomisch renda- bele wijze dieren gehouden kunnen worden om te voorzien in een veilige productie van humane voeding. Het bedrijf is op dit moment een familiebedrijf en de werkzaamheden worden, uitgezon- derd ingehuurde arbeid in piekperioden, uitgevoerd door dhr. Schrotenboer. Daarnaast is er een werknemer in deeltijddienst voor de akkerbouwtak van het bedrijf. Er zijn weinig kengetallen om het bedrijf te vergelijken met andere bedrijven. Aangezien de kalkoenen- houderij in Nederland een kleine sector is (30-40 bedrijven). Uit de rekenmodule van het LEI blijkt dat de Standaardomzet van een kalkoenenbedrijf 47 euro per gehouden dier be- treft. De rekenmodule geeft aan dat een bedrijfsomvang van 39.000 dieren bovengemid- deld groot is. Omschakelen naar 1 ster concept De noodzaak van de uitbreiding is niet om een verdere schaalvergroting te realiseren. De noodzaak is gelegen om over te kunnen schakelen naar het 1 ster concept van de dierenbe- scherming.
Hiervoor is het nodig om de dieren meer stalruimte en een overdekte uitloop- ruimte te geven. De omvang van 39.000 vleeskalkoenen is een omvang die naar verwach- ting binnen de planperiode van 10 jaar als gemiddeld zal worden beoordeeld. Uit onder- zoek van het Landbouw economisch instituut (LEI) is gebleken dat alleen bedrijven met een bovengemiddelde omvang goed in staat zijn om te gaan met prijsschommelingen in de markt. Deze bedrijven zijn beter in staat de arbeid rond te zetten in piekperioden zoals bij aflevering van dieren. Afsluitend zijn boven gemiddelde bedrijven in de pluimveehouderij beter in staat te investeren in duurzaamheidsmaatregelen zoals in het kader van dieren- welzijn en energie. Gezien het voorgaande is het voor de onderneming van belang bij de bovengemiddelde bedrijven te blijven horen, ook na omschakeling naar het 1 ster concept. Niet alleen qua technische resultaten maar ook qua bedrijfsomvang. Onderhavig plan biedt de initiatief- nemer de ruimte om na omschakeling de huidige bedrijfsomvang in stand te houden. Het- geen bedrijfseconomisch noodzakelijk is om de investeringen in de stalvloeroppervlakte te kunnen terugverdienen. Door het aanboren van de nieuwe markt voor duurzamer ‘1 ster’ vlees kan de ondernemer zijn toekomstperspectief vergroten.
Hij kan zijn concurrentiepositie op de kalkoenen- vleesmarkt verbeteren door het aanboren van deze ‘niche’ markt. ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 9 2.3 Ruimtelijke en functionele structuur Het agrarische bedrijf aan de Leiweg 7 te Steenwijkerwold ligt het buitengebied van de gemeente Steenwijkerland ten westen van de plaats Steenwijk. Het bedrijf ligt in een jong veenontginningslandschap. Hieronder vallen de polders Wetering Oost, Wetering West, Gelderingen, Halfweg en Giethoorn. De locatie aan de leiweg ligt in het noordelijke deel van de polder Giethoorn, de grens hiervoor vormt het Steenwijkerdiep direct ten noorden van het plangebied. Dit jongere landschapstype is ontstaan door inpoldering in de periode 1928 - 1968 door de N.V. ontginningsmaatschappij 'Land van Vollenhove'. Kenmerkend zijn het planmatig e karakter, de lage ligging en de smalle percelering. Hier en daar komen restanten van het oude veenontginningslandschap voor. De polders zijn omsloten door ringdijken en - vaarten. Langs de lijnrechte wegen komt plaatselijk bebouwing voor. Vigerend bestemmingsplan ‘beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014’ De gemeenteraad heeft op 9 december 2014 de ‘beheersverordening Buitengebied Steen- wijkerland 2014’ vastgesteld. De gemeente is bezig met een algehele actualisatie van haar bestemmingsplannen voor het buitengebied.
Hiervoor is een basis gelegd in de Beleidsno- titie Bestemmingsplan Buitengebied in maart 2012. De beheersverordening is een tussen- stap om te voldoen aan de wettelijke plicht tot een actueel bestemmingsplan dan wel be- heersverordening om in de tussentijd te kunnen werken aan een definitief bestemmings- plan buitengebied. Op het moment van schrijven ligt het ontwerp van het omgevingsplan Buitengebied 2017 ter inzage. In overleg met de gemeente wordt deze locatie niet opge- nomen in het vast te stellen omgevingsplan maar wordt hiervoor een afzonderlijke proce- dure gevolgd. In figuur 2-4 is het vigerende verbeelding van de locatie weergegeven zoals opgenomen in de beheersverordening. Hieruit blijkt dat de locatie de enkelbestemming ‘agrarisch be drijf 1’ heeft met een bouwvlak aangeduid met de blauwe lijn in onderstaande figuur. De loca- tie is voorzien van de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. De omliggende gronden zijn bestemd als ‘agrarisch’ en voorzien van een aanduiding ‘Archeologie 2’ . NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 10 2.4 Gewenste situatie In de gewenste situatie wordt het bouwvlak met de aanduiding intensieve veehouderij uitgebreid van 1,33 naar 2,53 hectare. De bestaande revisievergunning voor het bedrijf uit 2003 zal na de vergroting van het bouwvlak worden vervangen door een nieuwe revisie- vergunning.
Zoals eerder besproken is deze uitbreiding noodzakelijk om een omschake- ling naar het 1 ster concept in het kader van de dierenwelzijn te kunnen realiseren. In hoofdstuk 1 is de aanleiding en de noodzaak van deze gewenste situatie reeds omschre- ven. De indeling van het betreffende perceel zal op een dusdanige manier plaatsvinden dat er sprake is van zuinig ruimtegebruik. De ruimtelijke structuur van de omgeving is met de nieuwbouw van de stal niet veranderd. De nieuwe stal is aansluitend aan de bestaande bebouwing gesitueerd. Dit is met het oog op een doelmatige bedrijfsvoering logisch, maar niet minder belangrijk is daarbij de wens om compact te bouwen. Hierdoor is er sprake van een wenselijke stedenbouwkundige opzet van de planlocatie. Bovendien wordt hier- mee aansluiting gezocht bij de beleidslijn ‘zuinig ruimtegebruik’. Qua aard, schaal en materiaalgebruik worden de te verlengen stallen en de nieuwe stal aangepast aan de bestaande bebouwing en is aansluiting gezocht bij het karakter van het gebied. Door de gekozen bouwwijze vormt de stal een natuurlijke aanvulling op de aan- wezige bebouwing in het gebied en past deze binnen het karakter van het gehele gebied. Teneinde de locatie een duurzame landschappelijke inpassing te geven, is tevens een be- plantingsplan opgesteld. Dit komt in het vervolg van deze toelichting aan de orde.
Door de landschappelijke inpassing is de uitbreiding van het bedrijf in de omgeving ingepast, waarmee de ruimtelijke impact van het bedrijf op de omgeving is geminimaliseerd. Figuur 2-4 Uitsnede vigerende beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 (Bron: ruimtelijkeplannen)
ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 11 In figuur 2-5 is het eindbeeld gevisualiseerd in een bewerkte foto. Aan de voor en achter- zijde van de kopgevels van de stallen zal beplanting worden toegepast. Hetgeen later aan bod komt in het kader van de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbete- ring. De beplanting rond het bedrijf is nog niet meegenomen in onderstaande bewerkte fo- to van de gewenste situatie: Figuur 2-5 Bewerkte foto op de gewenste situatie van het bedrijf met de nieuwe stal (Agra-Matic B.V.) NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 12 Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte Op 13 maart 2012 is de “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)” vastgesteld. In deze structuurvisie staan de (rijks)plannen voor ruimte en mobiliteit. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om zelf oplossingen te creëren. Het rijk richt zich met name op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. De nieuwe structuurvisie vervangt verschillende bestaande nota’s, zo- als de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit, de agenda Landschap en de agenda Vitaal platte- land. Het Rijk zet zich voor wat betreft het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurre- rend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland.
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte worden drie hoofddoelen genoemd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leef- baar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • het vergroten van de co ncurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de onderwerpen van nationaal belang benoemd, waar- mee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil b oe- ken. De 13 nationale belangen zijn als volgt: Versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland • Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren. • Ruimte voor het h oofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energie- transitie. • Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buislei- dingen. • Efficiënt gebruik van de ondergrond.
Verbeteren bereikbaarheid: Slim Investeren, Innoveren en Instandhouden • Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de be- langrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen. • Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen. • Het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen. ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 13 Waarborgen kwaliteit leefomgeving • Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen ge- luidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s. • Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaat be- stendige stedelijke (her)ontwikkeling. • Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. • Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. • Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. • Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plan- nen. Voor het plangebied geldt dat er geen nationale belangen uit de structuurvisie in het ge- ding zijn. De effecten op landschap, de milieukwaliteit en water zijn beschreven in hoofd- stuk 4 en 5.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Sinds 1 oktober 2012 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) van kracht. Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Het Barro voorziet in de juridi- sche borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Onderhavig plan betreft de uitbreiding van een agrarisch bedrijf. Aangezien hiermee geen nationaal belang wordt geschaad, zijn de regels - zoals gesteld in het Barro - niet van toe- passing. NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 14 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel 2017, beken kleur Op 12 april 2017 is de provinciale Omgevingsvisie 2017 vastgesteld door Provinciale Staten van Overijssel. De Omgevingsvisie Overijssel 2017 bestaat uit drie delen: een deel Visie, een deel Beleid en een deel Uitwerking. Naast de Omgevingsvisie Overijssel 2017 , is er de Omgevingsverordening Overijssel 2017 en de Catalogus gebiedskenmerken. Op deze beleidsstukken komen wij later terug.
In ond erstaande figuur is de opzet van de omge- vingsvisie gevisualiseerd: Figuur 3-1 Illustratie opzet omgevingsvisie (Bron: provincie Overijssel) Belangrijk onderdeel van bovenstaande figuur is de paraplu waarbinnen drie rode draden en negen centrale beleids ambities zijn onderscheiden. Bij het werken met de provinciale omgevingsvisie wordt gewerkt met een lagenbenadering op basis van de vragen: Of?, Waar? en Hoe?. In deze toelichting beschouwen wij of dit bestemmingsplan past in de vi- sie van de provincie. Hi ervoor doorlopen wij de paraplustok door de verschillende lagen. Wij beginnen boven: met de rode draden en beleidsambities. ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 15 Rode draden De opgaven en kansen waar de provincie voor staat, heeft de provincie vertaald in centra- le beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Deze negen opgaven worden benadert van- uit drie overkoepelende rode draden. 1. Duurzaamheid Duurzaamheid wordt in de omgevingsvisie gedefinieerd als: “duurzame ontwikkeling voor- ziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekom stige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien ”. De provincie heeft vier ambities ge- formuleerd die de koers bepalen op het gebied van duurzaamheid: 1. Een klimaatbestendig Overijssel; 2. Een duurzame energiehuishouding; 3.
Kringlopen sluiten, ofwel: toegroeien naar een circulaire economie; 4. Beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Om te zorgen dat elk initiatief, groot of klein, bijdraagt aan een duurzame ruimtelijke ont- wikkeling van onze leefomgeving, stuurt de provincie via de verordening onder andere op een integrale aanpak van opgaven en op toekomstbestendigheid. Bij de toetsing aan de verordening komen wij hier op terug. 2. Ruimtelijke kwaliteit: Ruimtelijke kwaliteit wordt in de omgevingsvisi e gedefinieerd als: “datgene wat ruimte ge- schikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is” . De provincie heeft zeven ambities geformuleerd die de koers bepalen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit: 1. Natuur als ruggengraat; 2. Een continu en beleefbaar watersysteem als dragende structuur van Overijssel; 3. Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen; 4. Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur; 5. Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; 6. Het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken; 7. Sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel. De ambitie van de provincie is dat elk project en elk initiatief, groot of klein, bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de provinciale leefomgeving.
Om ruimte- lijke kwaliteit te realiseren zijn drie zaken van belang: • een brede gebiedsgerichte blik en aanpak • aandacht voor ruimtelijke kwaliteit in alle fases van het planproces • een creatief, ontwerpend proces De provincie zet hiervoor het instrument ‘Catalogus gebiedskenmerken’ in. Waarover later meer in paragraaf. 3.2.3. Voor nu is het van belang om te constateren dat de vergroting van het bouwvlak aan de Leiweg 7 een project is dat de ruimtel ijke kwaliteit van de provincie Overijssel moet versterken. In dit licht is reeds in het voortraject extra aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van het te vergroten bouwvlak. NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 16 3. Sociale kwaliteit De rode draad sociale kwaliteit gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens. Daarbij spelen zaken als gezondheid en vitaliteit een belangrijke rol, maar ook arbeidsparticipatie (mede in relatie tot onderwijs), sociale uitsluiting en armoede. In de Omgevingsvisie be- perkt de provincie zich tot het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. De provincie onderscheid vier categorieën van menselijke behoeften die samenhangen met de inrichting of vormgeving van onze leefomgeving: 1. De behoefte aan geborgenheid, privacy, beschutting en veiligheid. Deze behoefte hangt on- der meer samen met maat en schaal van de omgeving. 2. De behoefte aan contact, communicatie.
Deze behoefte hangt samen met de wijze waarop de omgeving wordt ingericht, met de ontsluiting van de omgeving, de bereikbaarheid en toe- gankelijkheid van voorzieningen en medemensen. 3. De behoefte aan (nieuwe) informatie, zintuiglijke prikkels, variatie en verrassing. Deze be- hoefte hangt onder meer samen met de diversiteit of complexiteit van de omgeving. 4. De behoefte aan duidelijkheid, ordening, inzicht en herkenning. Deze behoefte hangt onder meer samen met de structuur, eigenheid en identiteit van de omgeving. Onder de rode draad ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk deel van deze vier categorieën terug te vinden. Maar, sociale kwaliteit is meer dan dat. Sociale kwaliteit gaat ook over leefbaarheid in bredere zin, over binding met de buurt en betrokkenheid bij de eigen leef- omgeving. Op het provinciale schaalniveau zijn drie kwaliteitsambities geformuleerd die de koers bepalen van de provinciale sturing op sociale kwaliteit: 1. Het Overijsselse ‘noaberschap’ koesteren; 2. Stimuleren van culturele identiteit; 3. Verbinden van de lokale kennis en energie met de ontwikkeling van provinciaal beleid en de uitvoering van ruimtelijke opgaven. De initiatiefnemers leven op het platteland waar het ‘Noaberschap’ een belangrijk onder- deel uit maakt van de identiteit.
Om de sociale binding met de omgeving goed te houden zijn in een vroeg stadium de plannen tot vergroting van het bouwvlak besproken, hierover later in deze paragraaf meer. Centrale beleidsambities Zoals genoemd heeft de provincie in de omgevingsvisie negen centrale beleidsambities opgesteld: • Woonomgeving; • (binnen)-steden en landschap; • Veiligheid en gezondheid; • Economie en vestigingsklimaat; • Mobiliteit; • Energie; • Natuur; • Regionaal natuurbeheer; • Ondergrond. ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 17 Wij behandelen niet alle ambities in deze toelichting omdat het vergroting van een agra- risch bouwvlak ni et op al deze ambities invloed heeft. Het vergroten van een agrarisch bouwvlak draagt bij aan een verbetering van de plattelandseconomie en in die zin. De op- wekking van energie met zonnepanelen op de daken draagt bij aan de beleidsambitie op het gebied van energie. Doordat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de ver- gunde situatie hoeft de woonomgeving van omliggende woningen niet te leiden onder het voornemen. Het is duidelijk dat dit initiatief bij draagt aan een aantal beleidsambities van de provincie. Er is een concreet uitvoeringsmodel opgezet om dit concreet te toetsen. Hier gaan wij nu nader op in. Uitvoeringsmodel.
(of, waar, hoe) Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt het Uitvoe- ringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt, dit is het deel van figuur 3 -1 onder de pa- raplu, te zien in onderstaande figuur: Figuur 3-2 Uitsnede figuur uitvoeringsmodel omgevingsvisie Overijssel In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een i nitiatief kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. Wij passen dit uit- voeringsmodel toe op de vergroting van het bouwvlak van h et agrarische bedrijf aan de Leiweg 7 te Steenwijkerwold. In hoofdstuk 7 van de provinciale omgevingsvisie zijn generieke beleidskeuzes gemaakt. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen.
Het gaat dan bijvoorbeeld om: • de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast • de bescherming van zeldzame of unieke landschapskwaliteiten • het beperken van de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 18 Gebiedspecifieke beleidskeuzes om deze zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: • reserveringen voor waterveiligheid en beperking wateroverlast • drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden • het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS), waaronder de Nationale Parken en een groot deel van de Natura 2000 - gebieden in Overijssel) • de Nationale Landschappen • het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen In onderstaande figuur is een uitsnede opgenomen van de ‘OF’ kaart. Hieruit bli jkt de lo- catie aan de Leiweg 7 te Steenwijkerwold niet is gelegen in een van bovenstaande gebie- den. Het kanaal ten noorden van het plangebied is aangeduid als ‘ essentiële waterloop’ en ten zuidoosten van het plangebied bij de Zuidveenseweg ligt een waterbe rgingsgebied aangeduid met een roze vlak. Het vergroten van het bouwvlak ligt echter op ruime afstand van de waterloop en het waterbergingsgebied en heeft hier geen invloed op. Er is daarom geen reden is waarom dit initiatief niet mogelijk zou zijn op basi s van de gebiedsspecifieke beleidskeuzes (OF).
Figuur 3-3 Uitsnede ‘OF’ kaart provinciale omgevingsvisie 2017 ( = bedrijfslocatie) Na het beantwoorden van de ‘of-vraag’, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de provinciale visie op de toekomst van Overijssel worden zes ontwikke- lingsperspectieven onderscheiden. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimte- lijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids - en kwali- teitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. In hoofdstuk 8 van de omgevingsvisie worden zes ont- wikkelingsperspectieven onderscheiden: drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke Omgeving.
ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 19 Wij beperken ons in deze toelichting tot de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving omdat deze betrekking hebben op het landelijk gebied. De provincie onder- scheid in de Groene Omgeving drie ontwikkelingsperspectieven, ieder met een ei gen ac- cent: • de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) • agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap • wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Uit figuur 3-3 blijkt dat de locatie aan de Leiweg 7 is gelegen in het gebied ‘ontwikkel ings- perspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. Hierover staat in de provinciale omgevingsvisie het volgende omschreven: “Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in com binatie met ver- duurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteits- voorwaarden. Onder verduurzaming verstaan we hier: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, ge- zondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, klimaatbestendigheid en ke- tenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonen- den.
Agrarische ondernemers staan voor de uitdaging om hun – vaak grote – gebouwen en erven zo vorm te geven dat ze passen bij maat en schaal van het landschap en de ruimtelijke en milieukwali- teit versterken” […] “Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig land- schap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekkin g van hernieuwbare energie” De vergroting van het bouwvlak aan de Leiweg 7 gaat gepaard met vergaande verduur- zaming van het bedrijf. In het kader van de provinciale verordening zullen we concreet toetsen aan de diverse voorwaarden voor verlening van medewerking. Omdat het in deze gaat om de concrete uitwerking van de plannen, inclusief de landschappelijke inpassing van het bedrijf is de ‘Hoe’ vraag eerst van groot belang. Figuur 3-3 Uitsnede ‘WAAR’ kaart provinciale omgevingsvisie 2017 ( = bedrijfslocatie) NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 20 Bij de ‘Hoe’ vraag wordt de lagenbenadering toegepast. Hierbij gaan we van onder n aar boven door de natuurlijke laag, laag van agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van beleving. Zie onderstaande figuur voor de lagenbenadering om de ‘hoe’vraag te beantwoorden: Op de volgende pagina zijn de vier lagen in figuur 3-4 in beeld gebracht voor de locatie Leiweg 7 te Steenwijkerwold. Wij behandelen de belangrijkste bevindingen per laag.
Natuurlijke laag In figuur 3-4 op de volgende pagina is bovenaan de natuurlijke laag opgenomen. Hieruit blijkt dat de locatie is gelegen in een in cultuur gebracht laagveengebied. Dit zijn grote open gebieden met lange rechte kavels. Openheid wordt hier gezien als een kernkwaliteit van het gebied. Laag van het agrarische cultuurlandschap In figuur 3-4 op de volgende pagina is in het tweede kaartje van boven de laag van het agrarische cultuurlandschap in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat de locatie is gelegen in een cultuurlandschap dat wordt omschreven als een laagveenontginning. Stedelijke laag In het derde kaart van figuur 3-4 is in beeld gebracht dat locatie buiten het stedelijk gebied is gelegen. De gebiedsarcering is ‘verspreide bebouwing. Hiermee wordt bedoeld de ver- spreid liggende (boeren)erven. De provincie wil, zo blijkt uit de omgevingsvisie, dat ont- wikkelingen die plaats vinden op erven bijdragen aan behoud en versterking van de ken- merkende erfstructuur en volumematen. Daarnaast moet er een duidelijk onderscheid zijn tussen voorkant- achterkant van het erf en vindt koppeling van het erf aan landschap plaats. Toegankelijkheid wordt erdoor verbeterd. Dit zijn belangrijke opgaven om mee te nemen in de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het erf.
De provinciale weg ten zuiden van het plangebied wordt aangeduid als een gebiedsont- sluitende weg. Het kanaal ten noorden van het plangebied wordt als zodanig aangeduid. Ten oosten van het plangebied ligt een bedrijventerrein. Laag van de beleving Wat opvalt in de laag van de beleving, zoals te zien in het onderste kaartje van figuur 3 -4, is dat de locatie ligt in een gebied waar ‘donkerte’ is weergegeven als een te koesteren ge- biedskwaliteit. Bij dit plan moet er specifiek aandacht zijn voor het behouden en liefst nog wat donkerder maken van het erf. Hiervoor is een specifieke paragraaf opgenomen, waar- in beschreven wordt welke maatregelen op bedrijfsniveau worden genomen. ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 21 Figuur 3-4 Natuurlijke laag Laag van het agrarische cultuurland- schap Stedelijke laag Laag van de beleving
NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 22 Conclusie Na het doorlopen van de ‘of’, ‘waar’ en ‘hoe’ vragen kunnen wij concluderen dat de ver- groting van het bouwvlak aan de Leiweg 7 passend is binnen het ‘ontwikkelingsperspec- tief agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap’. Er zijn geen overige gebieds- kenmerken die in de weg staan voor het vergroten van het bouwvlak. Wel moeten de initi- atiefnemers ruimte voor deze ontwikkeling verdienen door te investeren in aanvullende kwaliteitsvoorwaarden op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit. In de toetsing van de plannen in de volgende paragraven gaan wij in op welke manier deze initiatiefnemers hier invulling aan geven. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel 2017 Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsverordening 2017 vastgesteld. In de verordening zijn bindende regels vastgelegd op basis van de uitgangs- punten van de Omgevingsvisie zoals in de vorige paragraaf omschreven. Daarnaast is er kaartmateriaal opgenomen waaraan de plannen moeten worden getoetst. Kaart en planre- gels worden in samenhang gelezen. De provincie wil met de nieuwe verordening nadrukkelijker kunnen sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit.
De provincie gaat uit van een Uitvoerings- model (OF, WAAR-, HOE- benadering), een vier-lagenbenadering en de bijbehorende Ca- talogus Gebiedskenmerken. Deze onderwerpen komen voornamen aan bod in de toelich- ting bij het bestemmingsplan. Wij beperken ons tot het feit dat de uitbreiding van een be- staande intensieve veehouderij mogelijk is in het provinciale beleid en dat deze locatie hiervoor geschikt is gezien het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarische ondernemen in het grootschalig landschap’ zoals ook geconcludeerd in de vorige paragraaf. Het gaat in het kader van de verordening met name om de vraag ‘Hoe’ de ontwikkeling vorm te geven zodat wordt voldaan aan de eisen van: duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Hiervoor zijn in artikel 2.1 van de provinciale verordening een set aan regels ge- steld. In de vorige paragraaf zijn wij uitgebreid ingegaan op met name de ruimtelijke kwa- liteit en toepassing van het Uitvoeringsmodel. Om de ‘hoe’ vraag goed te beantwoorden wordt conform artikel 2.1.5 gebruik gemaakt van de Catalogus Gebiedskenmerken en het Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Uit het eerste beleidsstuk blijkt dat je middels een vier lagenbenadering moet kijken naar de bedrijfsontwikkeling. In voorgaande paragraaf hebben wij hier gevolg aan gegeven Hieruit volgt dat de locatie is gelegen in een grootschalig open agrarisch cultuurland- schap.
De bebouwing in de polder is pas na verder ontwatering en verkaveling in de jaren na de oorlog tot stand gekomen. De laatste jaren hebben de bestaande bedrijven forse sprongen gemaakt in de schaalvergroting, andere bedrijven zijn gestopt en omgevormd naar woonfuncties. De toekomstige ontwikkeling en ambitie is gericht op verdere ontwik- keling van de agrarische bedrijven met oog voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Hierbij staat met name het beschermen van de openheid van het gebied centraal. De land- schappelijke inpassing van het erf moet hier rekening mee houden. In de provinciale verordening wordt onderscheid gemaakt tussen kleinschalige- en groot- schalige ontwikkelingen in De Groene Ruimte. Feit is dat de locatie is gelegen in de groene ruimte en dat een agrarisch bedrijf hier thuis hoort. Er is in de verordening bewust geen definitief opgenomen van kleinschalige- of grootschalige ontwikkelingen. ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 23 De vergroting van het bouwvlak van 1,33 naar 2,53 hectare zien wij in dit bestemmings- plan als een ‘grootschalige’ ontwikkeling. Hiervoor gelden de basisinspanningen op basis van artikel 2.1.5 en moet het project bijdragen aan de rode draad doelstellingen op het ge- bied van duurzaamheid en sociale kwaliteit zoals omschreven in artikel 2.1.7.
Hoe bij de uitbreiding van een agrarisch bouwperceel invulling aan het aspect duurzaamheid en so- ciale kwaliteit moet worden gegeven is uitgewerkt in de ‘Handreiking Kwaliteitsimpuls agro en food’. Voor het aspect ‘ruimtelijke kwaliteit’ wordt aangesloten bij het ‘Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ Op beide stukken gaan wij in de volgende paragra- fen nader op in. 3.2.3 Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en Catalogus gebiedskenmer- ken Het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) uit september 2010 is praktisch hulpmiddel voor de beoordeling van de mate van de ruimtelijke kwaliteitsimpuls per situ- atie. Deze situatie is afhankelijk van het type project, de schaal en de locatie van het voor- nemen. Voor het bepalen van de hoogte van aanvullende kwaliteitsprestaties zi jn drie variabelen te hanteren. 1. is de ontwikkeling gebiedseigen of gebiedsvreemd? Uit de catalogus gebiedskenmerken en de uitgevoerde lagenbenadering op pg. 20 blijkt dat de locatie aan de Leiweg 7 is gelegen in een agrarisch cultuurlandschap in de vorm van een laagveenontginning. Dit is een grootschalig open agrarisch gebied. De uitbreiding van een agrarisch bouwvlak binnen dit gebied is gebiedseigen. 2. Wat is de schaal van de ontwikkeling en de impact op de omgeving? Het huidige bouwvlak heeft een oppervlakte van 1,33 en de gewenste omvang heeft een schaal van 2,53 hectare.
Dit betreft een vergroting van 1,2 hectare bouwvlak. Deze vergro- ting is noodzakelijk om ruimte te geven aan meer stalvloeroppervlakte, overdekte uitlopen langs bestaande en een nieuwe stal. Gezien het grootschalige landschap, ook wel omschre- ven als ‘ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ en de omschrijving hiervan zoals opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie is de uitbrei- ding passend bij de schaal van de omgeving. Wel is de schaal groter dan de maat van 1,5 hectare zoals deze wordt genoemd op pg. 62 van de KGO. Voor uitbreidingen boven de 1,5 hectare wordt een robuustere landschappelijke inpassing voorgeschreven . Aanvullen- de kwaliteitsprestaties zijn afhankelijk van de gebiedskenmerken van een gebied. Om de openheid van het gebied niet onnodig te verdichten en vanuit bedrijfsmatige over- wegingen worden strategische landschappelijke versterkingen aangebracht om het con- trast tussen het erf en de open ruimten te versterken. Hierdoor wordt de impact van de bedrijfsuitbreiding op de omgeving beperkt. Doordat er geen sprake is van een toename van dieraantallen is ook de impact op het woon- en leefklimaat beperkt. Hierover in hoofdstuk 4 later meer. 3.
Dient het initiatief een eigen belang of ook een maatschappelijk belang? De initiatiefnemer wil het bedrijf verduurzamen door enerzijds over te schakelen naar het 1 ster concept van de dierenbescherming. Hiervoor is meer stalruimte noodzakelijk en zijn overdekte uitlopen noodzakelijk om dezelfde aantallen dieren te kunnen houden als op dit NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 24 moment zijn vergund. Er is een maatschappelijke vraag naar duurzamer geproduceerd kalkoenenvlees met meer aandacht voor dierenwelzijn en gezondheid. De plannen van de ondernemer zijn hier op gericht. Daarnaast wil de ondernemer de energiebehoefte van het bedrijf grotendeels zelf invullen. Op twee huidige stallen zijn al grote hoeveelheden zon- nepanelen aanwezig waarmee de ondernemer voor een deel in zijn energiebehoefte kan voorzien. Ook op de nieuwe en uit te breiden stallen is de ondernemer van plan zonnepa- nelen te leggen. Naast het feit dat de ondernemer tegemoet wil komen aan de maatschappelijke wensen voor verdere verduurzaming van de dierenhouderij en energiebehoe fte van het agrarische bedrijf is er ook een eigen belang te verdedigen. Door het aanboren van de nieuwe markt voor duurzamer ‘1 ster’ vlees kan de ondernemer zijn toekomstperspectief vergroten. Hij kan zijn concurrentiepositie op de kalkoenenvleesmarkt verbeteren door het aanboren van deze ‘niche’ markt.
Daarnaast kan hij door het opwekken van energie zijn energiekosten drukken en hier op de lange termijn kosten mee besparen. 3.2.4 Handreiking kwaliteitsimpuls agro en food ‘een goede boer als buur’ De Gedeputeerde Staten van Overijssel hebben op 28 februari 2017 besloten de handrei- king ‘Kwaliteitsimpuls agro en food’ te hanteren bij het vooroverleg over grootschalige uitbreiding of nieuwvestiging van agrarische bedrijven. In overleg met de gemeente Steenwijk is besloten de handreiking ook voor dit project toe te passen aangezien wij heb- ben geconstateerd dat het hier gaat om een grootschalige uitbreiding. Weliswaar is de ver- groting passend binnen de omgeving en gaat deze niet gepaard met de uitbreiding van het aantal dieren, door de schaalvergroting van 1,33 naar 2,53 hectare is er toch sprake van een ‘grootschalige uitbreiding’. In de handreiking zijn 18 inspirerende voorbeelden opgenomen waar de initiatiefnemers en adviseur kennis van hebben genomen. Met name zijn deze voorbeelden bestudeerd om een nadere invulling te formuleren aan de manier om kwaliteit swinst op het gebied van duurzaamheid en sociale kwaliteit in te vullen. Duurzaamheid Zoals besproken in subparagraaf 3.2.1 heeft de provincie vier ambities op het gebied van duurzaamheid opgesteld.
Wij zullen nu kort bespreken of dit plan bijdraagt aan deze am- bities waarbij ook is gekeken naar 17 factsheets met betrekking tot duurzaamheid zoals opgenomen in bijlage 2 van de Handreiking. 1. Een klimaatbestendig Overijssel Met de voorspelde klimaatverandering is er meer behoefte aan een robuuster watersys- teem. Het vasthouden van water op het eigen erf is een van de praktische maatregelen om hier invulling aan te geven. In de waterparagraaf in deze toelichting is aangegeven dat de initiatiefnemers een compenserende waterberging aan leggen om de toename aan ve rhard oppervlakte te compenseren. ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 25 2. Een duurzame energiehouding De provincie heeft de ambitie om hernieuwbare energiebronnen te be- nutten en om energie efficiënter te gebruiken. De ondernemer heeft hierin in het verleden al forse stap- pen gezet op het agrarische bedrijf. Zoals te zien in naastgelegen luchtfo- to van de bestaande situatie is er reeds op twee bestaande stallen en een loods een groot aantal zonnepa- nelen geïnstalleerd. De ondernemer voorziet met deze panelen in 65 pro- cent van zijn energiebehoefte. Een bestaande stal is voorzien van een zogenaamde ‘warmtewisselaar’. Hiermee wordt warme lucht uit de stal gebruikt om inkomende koude lucht op te warmen. Hiermee wordt de energiebehoefte van het bedrijf verlaagd.
De ondernemer is van plan om dit sys- teem ook te installeren op de nieuw te bouwen stal. 3. Kringlopen sluiten, ofwel: toegroeien naar een circulaire economie De provincie wil ondernemers stimuleren zorgvuldig om te gaan met grondstoffen en na- tuurlijke hulpbronnen. De agrarische sector kan hier een grote bijdrage aan leveren. In dit plan wordt hier in de huidige als in de gewenste situatie nadrukkelijk op in gezet. De kal- koenen worden deels gevoerd met tarwe geteeld op 46 hectare eigen grond rondom of in de nabije omgeving van het bedrijf. 4. Beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur Zuinig ruimtegebruik is van het grootste belang voor het behoud van de openheid van het landschap. De vergroting van het bouwvlak voor dit bedrijf betreft een eindbeeld. De initi- atiefnemers en gemeente willen dit proces graag eenmalig doorlopen. De vergroting naar 2,53 hectare is noodzakelijk om de gewenste verduurzaming van het bedrijf naar ‘1 ster’ concept met overdekte uitlopen te kunnen realiseren. De stallen zijn evenwijdig aan elkaar gepositioneerd en op voldoende afstand van elkaar om overslag van brand te kunnen voorkomen. Daarnaast is hierbij gekeken naar de ventilatie van de stallen. De ventilatie verloopt via de zijgevels voor binnenkomende lucht, daarom kunnen ook vanuit dit aspect de stallen niet te dicht naast elkaar worden gebouwd.
Omliggende gronden zijn in land- bouwkundig gebruik door de initiatiefnemers. Onnodig beslag leggen op deze gronden beperkt de mogelijkheid om hier akkerbouwgewassen te kunnen telen, dus ook de onder- nemers zijn gebaat bij een zuinig gebruik van ruimte. Conclusie duurzaamheid Leiweg 7 De ondernemer zet sterk in op het verduurzamen van het bedrijf. Enerzijds door het om te schakelen naar een systeem dat voldoet aan ‘1 ster’ van de dierenbescherming. Een sy s- teem dat nog weinig toegepast wordt in de kalkoenenhouderij. Daarnaast wordt ingezet op het terugdringen van het energiegebruik door slimme energiebesparende maatregelen zoals warmtewisselaars. En wordt energie opgewekt door het toepassen van zonnepane- len. Figuur 3-5 Luchtfoto huidige situatie Leiweg 7 NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 26 Sociale kwaliteit In de toelichting bij de provinciale verordening wordt gesteld dat met betrekking tot kwa- liteitswinst die geboekt zou kunnen worden op het gebied van sociale kwaliteit kan ge- dacht worden aan de volgende vier punten. Wij zullen nu behandelen hoe hier in dit plan invulling aan is gegeven. • Vroegtijdige dialoog met omwonenden over bedrijfsontwikkeling; De initiatiefnemers in de persoon van dhr. M. Schrotenboer heeft in de voorbereiden fase van dit bestemmingsplan omliggende bedrijven en woningen bezocht om hen te informe- ren over zijn plannen tot bedrijfsuitbreiding.
In onderstaande figuur is in beeld gebracht welke locaties in de omgeving zijn bezocht. De natuurlijke grens in het gebied is het ka- naal, locaties ten noorden van het kanaal zijn niet bezocht. In bijlage 10 is een adressenlijst opgenomen van de bezochte adressen. Er is in een informele setting overleg d over de plannen van dhr. Schrotenboer, daarom is ook geen verslag gemaakt van de individuele bijeenkomsten. Deze dialoog is gericht geweest op het vroegtijdig informeren van de om- wonenden die direct invloed kunnen ondervinden van de plannen. Figuur 3-6 Luchtfoto met daarop aangegeven de bezochte omwonenden (oranje cirkels) ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 27 • Maatschappelijke wensen incorporeren in de bedrijfsvoering; Zoals besproken streeft de ondernemer naar vergaande verduurzaming van zijn bedrijfs- voering. Belangrijke aspecten hiervan zijn de omschakeling naar het ‘1 ster concept’ en het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen. Dit zijn belangrijke maatschappelijke wensen om de veehouderij te verduurzamen. • In harmonie met de omgeving ondernemen; Zoals genoemd onder het eerste punt hebben de initiatiefnemers omwonenden in een vroeg stadium geïnformeerd over de plannen. Het doel hiervan is om de harmonie en de ‘noaberschap’ in de omgeving geen slachtoffer te laten worden van de plannen.
De afge- sproken landschappelijke inpassing van het te vergroten bouwvlak moet hier ook aan bij- dragen. Daarnaast zal er geen sprake zijn van een toename in dieren en hiermee is ook het effect op het woon- en leefklimaat van omwonenden beperkt. Dit zal later in hoofdstuk 4 nader worden besproken. • Versterken identiteit en recreatieve aantrekkelijkheid en toegankelijkheid. Het betreft in deze een agrarisch landschap in een laagveenpolder. Het betreft ook een ak- kerbouw/pluimvee gebied met meerdere sterke bedrijven in de omgeving. Het vergroten van dit bedrijf versterkt de identiteit van dit gebied. Recreatief wordt het gebied met name beleefd vanaf het fietspad aan de zuidzijde van het kanaal. Om deze belevening niet te verstoren wordt ingezet op het terugbrengen van een oude bomenrij langs het kanaal. Te- vens wordt het erf voorzien van een landschappelijke inpassing. Het doel hiervan is niet om het erf weg te stoppen maar wel om de te beleven openheid te benadrukken door het contrast tussen besloten erf en ‘open’ omliggende ruimte, te versterken. Conclusie sociale kwaliteit Omdat het in deze om een relatief ‘grootschalige’ ontwikkeling gaat in het buitengebied is er een dialoog gevoerd met omwonenden. De dialoog is gericht geweest op het informeel informeren van omwonenden.
Dit vroegtijdig informeren is als positief ervaren door om- wonenden die zijn opgenomen in de lijst van bijlage 10. 3.3 Regionaal beleid Er is geen specifiek regionaal beleid dat in gaat op het plangebied. NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 28 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Concept Omgevingsvisie Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland heeft geen formeel vastgestelde structuurvisie voor het bui- tengebied op het moment van schrijven. In deze beleidstoets wordt gekeken naar het con- cept beleid zoals dat raadpleegbaar is. De gemeente Steenwijkerland anticipeert op de in- voering van de Omgevingswet met de concept Omgevingsvisie Steenwijkerland. De gemeente wil met de omgevingsvisie de omgevingskwaliteit naar een hoger plan tillen. Omgevingskwaliteit wordt gedefinieerd als de integrale kwaliteit van ruimtes; het gaat er niet alleen om hoe deze ruimtes eruitzien, maar ook waartoe en op welke manier ze func- tioneren, hoe ze gebruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samen- hangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving. De gemeente geeft in de concept omgevingsvisie aan dat omgevingskwaliteit het centrale doel moet zijn van al het ruimtelijk handelen, zo ook bij de vergroting van dit agrarische bedrijf.
In de omgevingsvisie wordt ten aanzien van schaalvergroting in de landbouw het volgen- de geconstateerd: “De ontwikkelingen van de agrarische sector zullen een stevig stempel drukken op het buitengebied. Het gaat om de ontwikkeling van grotere bedrijfsgebouwen, de behoefte aan meer ruimte voor verbreding en om de verandering van de erfinrichting, de inrichting van gebieden (verkaveling) en ontsluiting Grootschaligheid kan botsen met landschappelijke e n recreatieve waar- den. Toch moet er ruimte zijn voor de ontwikkeling van de agrarische sector. We willen vanuit waarden (geur, geluid, gezondheid, landschap) agrarische ontwikkelingen ruimte bieden. De ver- schillende landschapstypen hebben elk hun eigen draagvermogen. Dit draagvermogen bepaalt wat mogelijk is qua schaalvergroting. De mogelijkheid en de voorwaarden om door te groeien, worden gebiedsafhankelijk bepaald” (Gemeente Steenwijkerland). Dat de gemeente medewerking verleend in vergroting van dit agr arische bedrijf is passend binnen de uitgangspositie van het omgevingsbeleid. In deze toelichting zal worden aange- toond dat aan de voorwaarden om door te groeien kan worden voldaan. 3.4.2 Beleidsnotitie Bestemmingsplan Buitengebied Steenwijkerland Op 27 maart 2012 is de beleidsnotitie buitengebied vastgesteld.
In deze notitie is als uit- gangspunt opgenomen dat ontwikkeling van de plattelandseconomie zoveel mogelijk on- dersteunt dient te worden. Ontwikkeling van de plattelandseconomie is wenselijk, omdat dit onder meer bijdraagt aan sterke dorpen en vitale steden. In de beleidsnotitie zijn belangrijke uitgangspunten genoemd voor het opstellen van het bestemmingsplan Buitengebied. Ook dit postzegelbestemmingsplan moet in lijn zijn met de opgestelde uitgangspunten. Wij beperken ons tot het beschouwen van enkele relevante uitgangspunten. • Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, mits de kernkwaliteiten van het land- schap behouden of versterkt worden (ja, mits-principe); ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 29 • Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zeker in het buitengebied, dienen bij te dragen aan de versterking en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Om het begrip ruimtelijke kwaliteit handen en voeten te geven wordt een notitie ‘Ruimtelijke kwaliteit buitengebied’ (RKB) opgesteld die in verband staat met het bestem- mingsplan; • De hoofdlijn voor het landbouwbeleid is gericht op het behouden en versterken van de economische positie en de maatschappelijke betekenis voor de kwaliteit van de omgeving. Hierbij is het beleid met name gericht op schaalvergroting, uitbreiding, verbreding en verdere professionalisering van de agrarische sector.
• De bedrijfsbebouwing dient te worden geconcentreerd binnen de aanduiding ‘bouwvlak’ die op de verbeelding van het bestemmingsplan is aangegeven; • Bij uitbreiding van agrarische bedrijven sturen op ruimtelijke kwaliteit. Dit vraagt om ruimtelijke randvoorwaarden bij ontwikkelingen die effect hebben op de om- geving; Op 3 maart 2016 is een conceptaanvraag ingediend bij de gemeente voor de beoordeling van de plannen naar aanleiding van bovenstaande uitgangspunten. De gemeente heeft met de regionale omgevingsdienst IJsselland de conceptplannen beoordeeld en geconcludeerd dat er onder voorwaarden meegewerkt kan worden aan de plannen. De investering in ruimtelijke kwaliteit is hiervan expliciet als belangrijk element genoemd. Naar aanleiding van het uitgebrachte advies van gemeente en omgevingsdienst is een landschappelijk in- passingsplan opgesteld zoals bijgevoegd in bijlage 3. Dit plan is besproken tijdens een vooroverleg met de gemeentelijke stedenbouwkundige en vervolgens gewijzigd opgeno- men in dit plan. Met de doorgevoerde wijzigingen voldoet het plan aan de eisen omtrent ruimtelijke kwaliteit die volgen uit de beleidsnotitie. NL.IMRO.1708.SWWLeiweg7BP-ON01 30 3.4.3 Welstandsnota In de welstandsnota is het gemeentelijke welstandsbeleid vastgelegd. De locatie aan de Leiweg 7 is gelegen in het laagveenlandschap en nog specifieker in de inpoldering met Scheerwolde.
De structuur van de inpoldering Scheerwolde wordt omschreven als: “Het open polderlandschap is regelmatig verkaveld in lange stroken, in gebruik als weide- en akker- bouwgebied. Restanten van het oude kraggenlandschap zijn nog herkenbaar. De boerderijen zijn op regelmatige onderlinge afstand geplaatst: langs de polderwegen, het kanaal Beukers -Steenwijk, het Steenwijkerdiep en de N333. De erfbeplanting is overwegend een singel halfrond of begrenst de zij- kant van de boerderij […] De bebouwing is overwegend met het woongedeelte haaks op de weg ge- oriënteerd. De boerderijen volgen ook wel de verkavelingshoek. De zijde naar de weg is open. De bij- gebouwen staan zoveel mogelijk op het erf, maar door de grotere schaal vallen de nieuwere bijge- bouwen daar vaak buiten. De oudere boerderijen, onder andere enige stelpen uit de periode van voor de inpoldering, bevinden zich aan het Steenwijkerdiep’. Het bedrijf aan de Leiweg 7 is voor de oorlog gebouw (1938) en het betreft dan ook een voormalige boerderij van Domeinen, zie onderstaande foto uit 2016 (figuur 3-7). Over dit type boerderijen staat het volgende in de welstandsnota, onderdeel ‘inpoldering met Scheerwolde’: “In de jaren 1937-1938 heeft Domeinen 23 boerderijen in de polder gebouwd, onder te verdelen in verschillende subtypes.
Deze ontginningsboerderijen worden gekenmerkt door hoge, steile zadelda- ken, soms met wolfseind en soms met een houten topgevel. De boerderijen vertonen sterke gelijkenis met de boerderijen uit de Wieringermeer, ontworpen door dezelfde directie. Het schuurgedeelte heeft een gesloten dak. Op het woongedeelte komt sporadisch een dakkapel voor. Bij de boerderijen horen de zwarte schuren, de grootte gekoppeld aan het aantal hectares van het bedrijf. Het zijn half open schuren met de open zijde naar de boerderij gericht […] De bebouwing is overwegend met het woongedeelte haaks op de weg georiënteerd. De boerderijen volgen ook wel de verkavelingshoek. De zijde naar de weg is open. De bijgebouwen staan zoveel mogelijk op het erf, maar door de grotere schaal vallen de nieuwere bijgebouwen daar vaak buiten”. Figuur 3-7 Vooraanzicht bedrijfswoning Leiweg 7 te Steenwijkerwold ONTWERP bestemmingsplan Leiweg 7 Steenwijkerwold (11 augustus 2017) 31 In dit geval gaat het om bouwplannen (verlengen bestaande stallen, nieuwe stal en plaat- sen loods) op ruime afstand van de oorspronkelijke boerderij zoals te zien in figuur 2-2 en bijlage 2. Door de bestaande stallen te verlengen en de nieuwe stal evenwijdig aan de be- staande stallen te plaatsen wordt aangesloten bij de bebouwingskarakteristiek van het huidige gebied.