CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota wijzigingen APV 2019.pdf

Politieke Markt 14 januari 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Wijziging Algemene plaatselijke verordening Steenwijkerland21.734 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toe- passing op door het college aangewezen terrei- nen. Het college kan daarbij nadere regels stel- len voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaar- den; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid be- doelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan wat artikel 1 van de We- genverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 4.Het verbod in het eerste lid is niet van toepas- sing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Nieuwe tekst Artikel 5:32 Crossterreinen 1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aan- zien van de omgeving en ter bescher- ming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit om- gevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst 43 Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebie- den 1.

Het is verboden binnen voor publiek toegan- kelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement ver- keersregels en verkeerstekens 1990, een brom- fiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard. 2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen van overlast; b. in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van het pu- bliek. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor be- stuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van an- dere krachtens artikel 29, eerste lid, Re- glement verkeersregels en verkeerste- kens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voor- schrift moeten worden uitgevoerd; d.

van de zakelijk gerechtigden, huur- ders en pachters van percelen die gele- gen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van be- zoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale ver- ordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltege- bieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebie- den 1. Het is verboden binnen voor publiek toegan- kelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoer- tuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het col- lege kan nadere regels stellen voor het ge- bruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motor- voertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van an- dere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en ver- keerstekens 1990 door de bevoegde mi- nister aangewezen hulpverleningsdien- sten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voor- schrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huur- ders en pachters van percelen die gele- gen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van be- zoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde ge- bieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Om- gevingsverordening Overijssel aan- gewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krach- tens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Het opschrift van hoofdstuk 5, afdeling 8, wordt als volgt gewijzigd: 44 Bestaande tekst Afdeling 8. Verbod vuur te stoken Nieuwe tekst Afdeling 8.

Vuurverbod Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke, voor zover dat geen gevaar, over- last of hinder voor de omgeving oplevert; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkor- ven, indien geen afvalstoffen worden verbrand, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert; c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zo- ver dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing ver- lenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescher- ming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaar sen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; b. vuur voor koken, bakken en bra den. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescher- ming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Straf- recht of de Omgevingsverordening Overijssel. Het opschrift van hoofdstuk 5, afdeling 9, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 9. Verstrooiing van as Nieuwe tekst Afdeling 9. Asverstrooiing Artikel 6:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens de vol- gende artikelen bepaalde en de op grond van Nieuwe tekst Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1.

Overtreding van het bij of krachtens de vol- gende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en 45 artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en be- perkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Overtreding van het bij of krachtens de vol- gende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en be- perkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: - 2:47 tot en met 2:50; - 2:62; - 4:6. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op overtreding van de arti- kelen en de krachtens deze artikelen gegeven voorschriften en beperkingen waarvan de straf- baarheid reeds is geregeld in bijzondere wetten. 4. In afwijking van het eerste en tweede lid is ar- tikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid. beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. Overtreding van het bij of krachtens de vol- gende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: - 2:47 tot en met 2:50; - 2:62; - 4:6. 3.

In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische de- licten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde juncto eerste lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid, en 4:11, tweede lid. 4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsre- gio’s gestelde regels kan het college een be- stuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 6:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als be- sluiten genomen krachtens deze verordening. Nieuwe tekst Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/6aba8e74-5324-4ba5-9acf-287004a32a7c?agendaItemId=d2c9c1c2-904d-4dd8-8fa4-674d84038d74