CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota wijzigingen APV 2019.pdf

Politieke Markt 14 januari 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Wijziging Algemene plaatselijke verordening Steenwijkerland21.734 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1 Nota wijzigingen APV In de kolom ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de kolom ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen - gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eer- ste lid, onder c, van de Woningwet; - openbare plaats: een voor het publiek toegan- kelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; - rechthebbende: degene die over een zaak zeg- genschap heeft krachtens een zakelijk of per- soonlijk recht; - weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt ver- staan.

Nieuwe tekst Artikel 1:1 Definities - bromfiets: hetgeen daaronder wordt ver- staan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; - motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement ver- keersregels en verkeerstekens 1990; - openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare mani- festaties; - parkeren: hetgeen daaronder wordt ver- staan in artikel 1 van het Reglement ver- keersregels en verkeerstekens 1990; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinder- wagens en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenver- keerswet 1994 Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevings- recht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in arti- kel 2:10, vierde lid, of een vergunning als be- doeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11.

Nieuwe tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is ar- tikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen om- gevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid of een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, eerste lid, een vergun- ning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aan- hef en onder a, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11. 2 Artikel 1:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden inge- trokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten op- getreden na het verlenen van de onthef- fing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ont- heffing verbonden voorschriften en be- perkingen niet zijn of worden nageko- men; d. indien van de vergunning of onthef- fing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde ter- mijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt.

Nieuwe tekst Artikel 1:6 Intrekking, schorsing of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden inge- trokken, geschorst of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetre- den na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedu- rende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt. Artikel 1:7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:7 Termijnen 2. De aard van de vergunning of ontheffing ver- zet zich in ieder geval tegen gelding voor onbe- paalde tijd indien het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunnin- gen of ontheffingen overtreft. Nieuwe tekst Artikel 1:7 Termijnen 2.

De aard van de vergunning of ontheffing ver- zet zich in ieder geval tegen gelding voor onbe- paalde tijd als het aantal vergunningen of ont- heffingen is beperkt en het aantal mogelijke aan- vragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Het opschrift van hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Hoofdstuk 2. Openbare orde Nieuwe tekst Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu 3 Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 1, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden Nieuwe tekst Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van on- geregeldheden Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ont- staan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toe- loop van publiek aanleiding gevende gebeurte- nis waardoor ongeregeldheden ontstaan of drei- gen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aan- wezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.

Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door het be- voegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van onge- regeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en gods- dienstige en levensbeschouwelijke samenkom- sten als bedoeld in de Wet openbare manifesta- ties. Nieuwe tekst Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waar door ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van pu- bliek waardoor ongeregeldheden ont- staan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijde- ren. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van onge- regeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5.

Dit artikel is niet van toepassing op beto- gingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als be- doeld in de Wet openbare manifestaties. Artikel 2:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op open- bare plaatsen 1. Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. Nieuwe tekst Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op open- bare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waar- onder begrepen een samenkomst als be- doeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren 4 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de beto- ging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daar- van een bewijs waarin het tijdstip van de kennis- geving is vermeld.

4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennis- geving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een za- terdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voor- afgaande werkdag. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstan- digheden de in het eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de beto- ging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisge- ving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zater- dag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5.

De burgemeester kan in bijzondere om- standigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. Artikel 2:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van ge- schreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van ge- drukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Nieuwe tekst Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 2. Het college kan het verbod beperken tot be- paalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezor- gen van gedrukte of geschreven stukken en af- beeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg Nieuwe tekst Afdeling 4. Vertoningen op de weg 5 Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 5, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 2. Bruikbaarheid en aanzien van de weg Nieuwe tekst Afdeling 2.

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats in strijd met de publieke functie van de plaats 1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daar- van, indien het voorwerp of beoogde gebruik: a. door zijn omvang, vormgeving, con- structie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de openbare plaats; b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doel- matig en veilig gebruik daarvan; c. een belemmering vormt voor het doel- matig beheer en onderhoud van de openbare plaats; d. hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; e. een oudejaarshuisje betreft. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan in het be- lang van de openbare orde of ter bescherming van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen, driehoeksreclameborden en oudejaarshuisjes. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 4.

In afwijking van het derde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zo- ver dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet alge- mene bepalingen omgevingsrecht. 5. Het verbod in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; c. terrassen als bedoeld in artikel 2:28a. Nieuwe tekst Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de pu- blieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebren- gen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belem- meren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. c. een oudejaarshuisje betreft 2. Het college kan in het belang van de open- bare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, re- clameborden en oudejaarshuisjes. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 4.

De ontheffing wordt verleend als omge- vingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activi- teit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; c. terrassen als bedoeld in artikel 2:27. 6 6. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde on- derwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegen- verkeerswet of de Omgevingsverordening Over- ijssel 2009. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet be- heer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de We- genverkeerswet 1994 of de Omgevingsverorde- ning Overijssel. Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verhar- ding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverhar- ding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend: a.

als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 4. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverorde- ning Overijssel 2009, de Waterschapskeur of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatie- wet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Steenwijkerland. Nieuwe tekst Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veran- deren of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevings- vergunning door het bevoegd gezag, als de acti- viteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbe- reidingsbesluit. 3.

Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of open- baar lichaam werkzaamheden worden ver- richt. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijks- waterstaatswerken, de waterschapskeur, Omgevingsverordening Overijssel, de Tele- communicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infra- structuur gemeente Steenwijkerland. Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg (inrit/oprit) Nieuwe tekst Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 7 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg: a. indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of veran- dering te brengen in een bestaande uit- weg naar de weg daarvan niet van tevo- ren melding heeft gedaan aan het col- lege, onder indiening van een situatie- schets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; b. indien het college het maken of ver anderen van de uitweg heeft verboden. 2. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekend- making. 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg indien: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b.

dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 4. Aan het maken van een uitweg zijn de vol- gende voorwaarden verbonden: a. de aanleg van de uitweg wordt, op kosten van de melder, door een door de gemeente goedge- keurd aannemers-/stratenmakersbedrijf of door werknemers van de gemeente Steenwijkerland uitgevoerd; b. kosten voor het eventueel verplaatsen van een trottoirkolk, een lichtmast e.d. of het kappen van een gemeentelijke boom, wordt bij de mel- der in rekening gebracht; c. indien de te maken uitweg zich boven een ka- bel- of leidingtracé bevindt, is het niet toege- staan gesloten verharding als beton of asfalt, of een puinverharding of puinfundering aan te brengen; d. de melder dient te gedogen dat werkzaamhe- den aan kabels en leidingen van nutsbedrijven plaatsvinden, voor zover deze zijn gelegen in gemeente-eigendommen. 5. Het college kan nadere voorwaarden stellen aan de aanleg van een uitweg. 6. De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen zes weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. 7.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zo- ver in het daarin geregelde onderwerp wordt 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande si- tuatie; of b. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. 2. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekend- making. 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 4. Aan het maken van een uitweg zijn de vol- gende voorwaarden verbonden: a. de aanleg van de uitweg wordt, op kosten van de melder, door een door de gemeente goedge- keurd aannemers-/stratenmakersbedrijf of door werknemers van de gemeente Steenwijkerland uitgevoerd; b. kosten voor het eventueel verplaatsen van een trottoirkolk, een lichtmast e.d.

of het kappen van een gemeentelijke boom, wordt bij de mel- der in rekening gebracht; c. indien de te maken uitweg zich boven een ka- bel- of leidingtracé bevindt, is het niet toege- staan gesloten verharding als beton of asfalt, of een puinverharding of puinfundering aan te brengen; d. de melder dient te gedogen dat werkzaamhe- den aan kabels en leidingen van nutsbedrijven plaatsvinden, voor zover deze zijn gelegen in gemeente-eigendommen. 5. Het college kan nadere voorwaarden stellen aan de aanleg van een uitweg. 6. De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen zes weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. 7. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zo- ver in het daarin geregelde onderwerp wordt 8 voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaats- werken, de Waterschapskeur of de Omgevings- verordening Overijssel 2009. voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaats- werken, de Waterschapskeur of de Omgevings- verordening Overijssel. Artikel 2:15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt be- lemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar oplevert.

Nieuwe tekst Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt be- lemmerd of voor het wegverkeer hinder of ge- vaar ontstaat. Artikel 2:18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurter- reinen 1.Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of bin- nen een afstand van dertig meter daarvan gedu- rende een door het college aangewezen peri- ode. 2. Het is verboden in bossen, op heide of veen- gronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeu- lende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 3. Het in het eerste en tweede lid gestelde ver- bod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aan- hef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Nieuwe tekst Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurter- reinen 1. Het is verboden in bossen, op heide of veen- gronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a.

te roken gedurende een door het college aangewezen periode; b. voor zover het de open lucht be- treft, brandende of smeulende voor- werpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situa- ties waarin wordt voorzien door artikel 429, aan- hef en onder 3˚, van het Wetboek van Straf- recht. 3. Het verbod in het eerste lid, onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende er- ven. Artikel 2:23 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te ver- sperren of het verkeer daarop op enige an- dere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; Nieuwe tekst Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlak- ten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; 9 b. bakens of andere voorwerpen ten be- hoeve van de veiligheid geplaatst op de on- der a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijde- len of te belemmeren. 2.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Om- gevingsverordening Overijssel 2009. b. bakens of andere voorwerpen ten be- hoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaat- sen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daar- van te verijdelen of te belemmeren. . 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement ver- staan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeente- wet en artikel 5:22 van deze verorde- ning; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. een klein evenement zoals in ieder geval: een straatfeest, buurtbarbecue, kleine in- of optocht of wandeltocht op op één dag.; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c.

een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een klein evenement zoals in ieder geval: een straatfeest, buurtbarbecue, kleine in- of optocht of wandeltocht op één dag. Nieuwe tekst Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement ver- staan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeente- wet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en ver- gaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e een klein evenement zoals in ieder geval: een straatfeest, buurtbarbecue, kleine in- of optocht of wandeltocht op één dag; f. vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3.

In deze afdeling wordt onder klein evene- ment verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer 10 bedraagt dan 1000 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 07.00 en 24.00 uur; c. alleen achtergrondmuziek ten ge- hore wordt gebracht d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 vierkante meter per object. Tenten mogen een opper vlakte hebben van maximaal 50 vier- kante meter. Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evene- ment te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. het evenement voor 23.00 uur of 0.00 uur op een dag waarop een vrije dag volgt, is afgelo- pen; b. alleen achtergrondmuziek ten gehore wordt gebracht c. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; d. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per ob- ject; e. de direct omwonenden worden geïnformeerd over het plaatsvinden van het kleine evenement; f.

de organisator binnen 21 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft ge- daan aan de burgemeester. 3. De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organi- seren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door ar- tikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. Nieuwe tekst Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evene- ment te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaan- vraag worden de gegevens, bedoeld in arti- kel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aange- leverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpver- lening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burge- meester. 4.

De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksge- zondheid of het milieu in gevaar komt. 11 5. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of de bescherming van woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van evenementen. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toe- passing. 5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Het derde lid is niet van toepassing op vechtsportwedstrijden of -gala’s. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in arti- kel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, wei- geren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. 8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toe- passing. Artikel 2:27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:27 Begripsbepalingen  1. In deze afdeling wordt verstaan on- der: a.

openbare inrichting: 1.een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snakbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; 2.elke andere voor het publiek toegankelijke, be- sloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een om- vang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt ver- strekt of dranken worden geschonken of rook- waren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel van de openbare in- richting waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor di- recte consumptie ter plaatse kunnen worden be- reid of verstrekt. Nieuwe tekst Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare in- richting verstaan een hotel, restaurant, pen- sion, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke an- dere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt ver- strekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consump- tie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

2.Een buiten de in het eerste lid bedoelde be- sloten ruimte liggend deel waar sta- of zitge- legenheid kan worden geboden en waar te- gen vergoeding dranken kunnen worden ge- schonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of ver- strekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. 3. Outlaw Motorcycle Gang (OMG): leden van een groep die affiniteit met motorrijden uit- dragen met herkenbare groepssymbolen, waarbij (dreiging met) geweld en verstoring van de openbare orde onderdeel zijn van de groepscultuur. 12 Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1.Het is verboden op nader door de burgemees- ter aangewezen plaatsen of voor nader door de burgemeester aangewezen categorieën open- bare inrichtingen zonder vergunning van de bur- gemeester een openbare inrichting te exploite- ren. 2. De burgemeester weigert de vergunning in- dien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestem- mingsplan, beheersverordening of exploitatie- plan. 3.

In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemees- ter kan de vergunning geheel of gedeeltelijk wei- geren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Nieuwe tekst Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1.Het is verboden op nader door de burgemees- ter aangewezen plaatsen of voor nader door de burgemeester aangewezen categorieën open- bare inrichtingen zonder vergunning van de bur- gemeester een openbare inrichting te exploite- ren. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheers- verordening, exploitatieplan of voorbereidings- besluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts ge- heel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oor- deel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare in- richting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. De burgemeester kan in het belang van de bruikbaarheid en het aanzien van een open- bare plaats, de openbare orde of de bescher- ming van woon- en leefomgeving nadere re- gels stellen ten aanzien van artikel 27 lid 2. 5.

Geen vergunning is vereist wanneer wordt voldaan aan de in de nadere regels opgeno- men criteria voor artikel 27 lid 2. Artikel 2:28a Exploitatie terras komt te vervallen. Deze is gecombineerd met artikel 2:28 Bestaande tekst Artikel 2:28a Exploitatie terras  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras bij een openbare inrichting te exploiteren.  2. De burgemeester kan in het belang van de bruikbaarheid en het aanzien van een openbare plaats, de openbare orde of de bescherming van woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen.  3. Geen vergunning is vereist wanneer wordt voldaan aan de in de nadere re- gels opgenomen criteria voor terrassen. Nieuwe tekst Artikel 2:28a Vervallen Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst 13 Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is de exploitant verboden de openbare in- richting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten ver- blijven tussen 06.00 en 09.00 uur. 2. In het geval een openbare inrichting wordt uit- geoefend als nevenactiviteit van een winkel in de zin van de Winkeltijdenwet gelden dezelfde sluitingstijden als de winkel. 3.

De in het eerste lid opgenomen sluitingstijden gelden niet voor die categorieën openbare in- richtingen waarvan de reguliere bedrijfsvoering, gelet op de aard van de openbare inrichting, zich mede richt op het tijdstip tussen 06.00 en 09.00 uur. 4. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk openbare in- richting. 5. Het in het eerste, derde en vierde lid be- paalde geldt niet voorzover in het daarin gere- gelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten tus- sen 06.00 uur en 09.00 uur. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of be- zoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krach- tens de Wet milieubeheer is voorzien. Artikel 2:31 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b.

zich te bevinden na sluitingstijd of ge- durende de tijd dat de inrichting krachtens artikel 2:29 of ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn. Nieuwe tekst Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de openbare orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd of ge- durende de tijd dat de inrichting krach-tens arti- kel 2:29 of ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten dient te zijn; c. voor leden van een Outlaw Motorcy- cle Gang een bijeenkomst te houden; d. voor de exploitant een bijeenkomst van leden van een Outlaw Motorcycle Gang te laten plaatsvinden. Artikel 2:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtin- gen 1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de al- gemene maatregel van bestuur op grond van ar- tikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Straf- recht. Nieuwe tekst Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtin- gen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij al- gemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van 14 2.

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voor- werp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Artikel 2:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursor- gaan Indien een openbare inrichting geen voor het pu- bliek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursor- gaan. Nieuwe tekst Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursor- gaan Als een openbare inrichting geen voor het pu- bliek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de arti- kelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd be- stuursorgaan. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 8A, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over ho- recabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet Nieuwe tekst Afdeling 8A.

Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet Artikel 2:34a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:34a Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: - paracommerciële rechtspersoon, - alcoholhoudende drank, - sterke drank, - horecalokaliteit dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. Nieuwe tekst Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank, - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet. Artikel 2:39 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst 15 Artikel 2:39 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder:  a. speelgelegenheid: een voor het pu- bliek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.  b. wet: de Wet op de kansspelen;  c. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;  d.behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de Wet;  e. kansspelautomaat: automaat als be- doeld in artikel 30, onder c, van de Wet;  f.

hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;  g. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet;  h. speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speel- automaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet. Artikel 2:39 Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgele- genheid verstaan een voor het publiek toe- gankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te be- oefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschre- ven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Artikel 2:39a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:39a Speelgelegenheden 1 Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploite- ren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder c, van de Wet vergunning is verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de minis- ter van Veiligheid en Justitie of de Ka- mer van Koophandel bevoegd is ver- gunning te verlenen; c.

speelgelegenheden waar de mogelijk- heid wordt geboden om het kleine kans- spel als bedoeld in artikel 7c van de Wet te beoefenen, of te spelen op speelauto- maten als bedoeld in artikel 30 van de Wet, of de handeling als bedoeld in arti- kel 1, onder a, van de Wet te verrichten. Nieuwe tekst Artikel 2:39a Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploite- ren of te doen exploiteren. 16 2 De burgemeester weigert de vergunning in- dien naar zijn oordeel moet worden aange- nomen dat de woon- en leefsituatie in de om- geving van de speelgelegenheid of de open- bare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid. 2. Het verbod is niet van toepassing op situa- ties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aange- nomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 11, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Afdeling 11.

Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Nieuwe tekst Afdeling 11. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:41 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden zonder ontheffing van de bur- gemeester een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden zonder ontheffing van de bur- gemeester een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is. Nieuwe tekst Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3.

Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. Artikel 2:42 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. Nieuwe tekst Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 17 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestem- ming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod in het tweede lid is niet van toe- passing indien gehandeld wordt krachtens wet- telijk voorschrift. 4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 5. Het is verboden de aanplakborden te gebrui- ken voor het aanbrengen van handelsreclame. 6.

Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendma- kingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekend- makingen. 7. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestem- ming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestem- ming is verplicht die aan een opsporings- ambtenaar op diens eerste vordering ter- stond ter inzage af te geven. 5. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendma- kingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebrui- ken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7.

Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendma- kingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan. Artikel 2:43 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. 1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelin- gen als verboden in artikel 2:42. Nieuwe tekst Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en derge- lijke 1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoe- ren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de ge- noemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. Artikel 2:44 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen Nieuwe tekst Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 18 1. Het is verboden op een openbare plaats in- brekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2.

Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. 1. Het is verboden op een openbare plaats in- brekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de be- doelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. Artikel 2:46 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. 1. Het is verboden met voertuigen die niet voor- zien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, ten- zij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijks- waterstaatswerken of [de Omgevingsverorde- ning Overijssel 2009. Nieuwe tekst Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke 1.

Het is verboden met voertuigen die niet voor- zien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, ten- zij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijks- waterstaatswerken of Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2:47 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaat- sen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, con- structie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet be- stemd straatmeubilair; b. zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen wo- ningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Nieuwe tekst Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaat- sen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a.

te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, con- structie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere af- sluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonen- den onnodig overlast of hinder ver- oorzaakt. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 19 Artikel 2:47a wordt toegevoegd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:47a Detectorverbod 1. Het is verboden om met een metaaldetector, een gelijksoortig instrument of anderszins, meta- len voorwerpen op te sporen in een door het col- lege aangewezen gebied. 2. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de Explosieven Opruimingsdienst Defensie. Artikel 2:49 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebou- wen 1. Het is verboden: a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden; b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2.

Het is aan anderen dan bewoners of gebrui- kers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebou- wen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw. Nieuwe tekst Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebou- wen 1. Het is verboden zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebrui- kers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik be- stemde ruimte van dat gebouw. Artikel 2:50 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, te- lefooncel, wachtlokaal voor een openbaar ver- voermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toeganke- lijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.

Nieuwe tekst Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te ge- bruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, par- keergarages en rijwielstallingen. 20 Artikel 2:51wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien: a. dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of b. daardoor die ingang versperd wordt. Nieuwe tekst Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfiet- sen Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdruk- kelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.

Artikel 2:52 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aange- wezen terrein waar een markt, kermis, uitvoe- ring, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. Nieuwe tekst Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of een bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aange- wezen terrein waar een markt, kermis, uitvoe- ring, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehou- den die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. Artikel 2:57 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kin- derspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aan- gewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; c.

buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd; of d. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander Nieuwe tekst Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kin- derspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aan- gewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd; c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd; d. op de weg als die hond niet is voor- zien van een halsband of een ander 21 identificatiemerk dat de eigenaar of hou- der duidelijk doet kennen. 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. identificatiemerk dat de eigenaar of hou- der duidelijk doet kennen. 2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3.

Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoon- baar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Artikel 2:58 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een open- bare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de ei- genaar of houder van een hond die zich van- wege zijn handicap door een geleidehond of so- ciale hulphond laat begeleiden. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toe- passing op door het college aangewezen plaat- sen. Nieuwe tekst Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een open- bare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de ei- genaar of houder van een hond die zich van- wege zijn handicap door een geleidehond of so- ciale hulphond laat begeleiden. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Artikel 2:59 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1.

Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aan- lijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleg- gen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te hou- den van een muilkorf die: Nieuwe tekst Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aan- lijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleg- gen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is ver- plicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 me- ter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opge- legd, is naast de verplichting bedoeld in het 22 a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/6aba8e74-5324-4ba5-9acf-287004a32a7c?agendaItemId=d2c9c1c2-904d-4dd8-8fa4-674d84038d74