Nota beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie Steenwijkerland 2025
Tekst van het document
Indiener wijst op wetenschappelijke waarschuwingen en pleit voor een strenger gemeentelijk beleid, zoals andere gemeenten dat al voeren. Daarbij stelt indiener kritische vragen over de prioritering van economische belangen boven morele en medische overwegingen en roept op tot betere bescherming van de natuur in Steenwijkerland. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is een onderwerp dat ook binnen de gemeente Steenwijkerland kritisch wordt gevolgd. Tegelijkertijd is het belangrijk te benadrukken dat de gemeente op dit terrein niet zelfstandig beleid voert, maar de richtlijnen van het Rijk en de provincie volgt. Binnen die kaders zoeken we waar mogelijk naar manieren om bij te dragen aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Conclusie De zienswijze van indiener 16 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie
Pagina 24 van 105 Indiener 17 17. INDIENER 17 17.1 Indiener maakt bezwaar tegen het verplaatsen van de groene speelvelden, omdat deze op hun huidige locatie goed functioneren zonder overlast en vertrouwd zijn voor omwonenden. Daarnaast pleit indiener voor het behoud van De Kamp, een waardevol en karakteristiek gebied dat volgens indiener niet geschikt is voor woningbouw Ook wijst indiener op de impact op agrarische bedrijven in Zuidveen. Indiener vraagt om behoud van de bestaande situatie en aandacht voor de historische en landschappelijke waarden. De ontwikkeling van Woldmeenthe Noord (realiseren sportvelden) kan niet los worden gezien van de ontwikkeling van Oostermeenthe Zuid (huidige locatie van de sportvelden). De locatie Oostermeenthe Zuid is geschikt om als stedelijke woonomgeving te ontwikkelen, vanwege de centrale ligging nabij voorzieningen en het station. De Woldmeenthe Noord is in beeld als nieuw centraal gelegen buitengebied voor sport, water, recreatie en natuur. Hier is plek voor de verplaatsing van de voetbalvelden op een plek die goed bereikbaar is, mede dankzij de beoogde verbindingsweg. Op basis van een aantal ontwikkelprincipes (vanuit de verstedelijkingsstrategie) is De Kamp een unieke en kansrijke locatie voor woningbouw (de nabijheid bij binnenstad/voorzieningen).
We begrijpen de uitgesproken zorgen over aantasting van dit gebied en de weerstand tegen woningbouw. We erkennen de waarden van het landschap. Met inachtneming van deze kwaliteiten en waarden zetten we in op een ontwikkeling tot woningbouw. Bij de mogelijke toename van woningen rond het agrarische bedrijven wordt rekening gehouden met de activiteiten van de bedrijven. Er dient sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en een goede ruimtelijke ordening. Het toevoegen van woningen mag geen belemmering vormen voor omliggende functies. 17.2 Indiener uit zorgen over het gebrek aan werkgelegenheid in Steenwijk, waardoor nieuwe wijken vooral als slaapwijken zouden functioneren, met extra verkeersdruk als gevolg. De Omgevingsvisie richt zich op het schetsen van een strategisch toekomstbeeld voor de gemeente, waarin wonen, werken en bereikbaarheid in samenhang worden bekeken. Het versterken van de lokale economie door het toevoegen van bedrijventerreinen en het stimuleren van werkgelegenheid zijn belangrijke onderdelen van dat beeld. Tegelijkertijd erkennen we dat Steenwijk deels functioneert als woonlocatie voor mensen die elders werken, wat gevolgen heeft voor
mobiliteit en infrastructuur. Bij de verdere uitwerking van plannen wordt daarom nadrukkelijk gekeken naar een goede balans tussen woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling, zodat nieuwe wijken bijdragen aan een leefbare en vitale gemeente. Conclusie De zienswijze van indiener 17 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 18 18. | INDIENER 18 18.1 | Indiener vindt de passage over het gebruik van | Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gewasbeschermingsmiddelen in de | is een onderwerp dat ook binnen de gemeente Omgevingsvisie te vaag en vraagt om concrete | Steenwijkerland kritisch wordt gevolgd. kaders en actief optreden. Indiener pleit voor | Tegelijkertijd is het belangrijk te benadrukken spuitvrije zones van minimaal 50 meter rond | dat de gemeente op dit terrein niet zelfstandig woningen, tuinen en scholen, en 250 meter | beleid voert, maar de richtlijnen van het Rijk en rond Nationaal Park Weerribben-Wieden, , in | de provincie volgt. Binnen die kaders zoeken lijn met de Europese Natura 2000-richtlijnen en | we waar mogelijk naar manieren om bij te het voorzorgsbeginsel. Daarnaast vraagt | dragen aan een gezonde en duurzame indiener om een verbod op niet-biologische | leefomgeving.
Concrete regels, zoals spuitvrije bollenteelt, te beginnen met een stop op | zones of afstandsnormen, horen niet in de uitbreiding van sierteelt waarbij chemische | Omgevingsvisie te worden vastgelegd, maar middelen worden gebruikt. | dienen te worden opgenomen en onderbouwd in het omgevingsplan. Het omgevingsplan biedt het juridische kader waarin dergelijke maatregelen kunnen worden uitgewerkt, getoetst en afgewogen in relatie tot gezondheid, natuur en agrarische belangen. Conclusie De zienswijze van indiener 18 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 19 19. | INDIENER 19 19.1 | Indiener wijst erop dat het betreffende gebied | Hetgeen indiener stelt is niet juist. Het klopt dat volgens het geldende planologische regime is | op de locatie, conform het geldende bestemd voor een golfbaan met dagrecreatie | planologische regime | , een 9-holes golfbaan en horeca, en dat het grondwaterpeil hierop is | met de daarbij behorende voorzieningen is afgestemd. Volgens datzelfde regime maakt | toegestaan, maar de locatie ligt buiten de het gebied deel uit van het bestaande stedelijk | ‘stedelijke laag’ zoals opgenomen in provinciaal gebied van Steenwijk. In de concept- | beleid en is dus geen onderdeel van het Omgevingsvisie is dit ten onrechte niet als | bestaand stedelijke gebied van Steenwijk. Pagina | 25 van 105
Pagina 26 van 105 zodanig aangeduid. Het feit dat de bestemming nog niet is gerealiseerd en het gebied nu nog landbouwgrond is, doet daar volgens indiener niets aan af; de vastgelegde bestemming is leidend. 19.2 Indiener is van mening dat de huidige bestemming van fase 2 van het landgoed moet worden gewijzigd op de verbeelding, zodat woningbouw op deze locatie mogelijk wordt. De Omgevingsvisie heeft als uitgangspunt dat we in de beekdalen rekening houden met de noodzaak water langer vast te houden. Dit betekent onder andere dat we hier geen ruimte zien voor gebruik en functies die het waterbergend vermogen beperken en we geen nieuwe woningen toevoegen. We zien dan ook geen aanleiding om de verbeelding op dit onderdeel te wijzigen. Conclusie De zienswijze van indiener 19 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 20 20. INDIENER 20 20.1 Indiener geeft aan teleurstelling te ervaren over de mate van daadwerkelijke participatie tijdens bijeenkomsten over de ruimtelijke verkenning van Steenwijkerland, met name rond Polder Giethoorn en het Natura 2000-gebied. Volgens indiener werd bij het stellen van vragen door sommige ambtenaren, waaronder de projectleider, vooral vanuit de eigen inhoudelijke positie gereageerd.
Het oorspronkelijke doel van de bijeenkomsten – het delen van kennis en het beantwoorden van vragen – werd volgens indiener niet voldoende waargemaakt, omdat vragen over de gevolgen voor bewoners, omwonenden en bedrijven niet concreet werden beantwoord. Indiener ervaart dat vragen van bewoners en ondernemers onvoldoende zijn opgepakt en dat er beperkte ruimte was voor het perspectief van aanwezigen. Ook wordt aangegeven dat aandacht voor landbouw in de gepresenteerde plannen ontbrak. Indiener pleit voor meer nadruk op de wensen en behoeften van bewoners en ondernemers bij het opstellen van de omgevingsvisie, mede omdat zij dagelijks in het gebied wonen en werkzaam zijn. We herkennen ons niet in het beeld dat er niet geluisterd zou worden naar bewoners en ondernemers. Tijdens de bijeenkomsten is juist ingezet op het delen van informatie, het ophalen van signalen en het beantwoorden van vragen waar mogelijk. We begrijpen dat dit niet altijd als zodanig wordt ervaren, zeker wanneer er nog veel onduidelijk is of wanneer er nog geen concrete antwoorden gegeven kunnen worden. De Veenweidestrategie bevindt zich in een vroeg stadium, waarin nog veel openligt en keuzes nog niet zijn gemaakt.
Pagina 27 van 105 20.2 Indiener mist in de Omgevingsvisie aandacht voor vitaliteit en leefbaarheid van bewoners en boeren. Indiener vindt de visie op landbouw te idealistisch en zonder realistisch verdienmodel, zeker bij natuurinclusieve en extensieve landbouw die alleen met forse subsidies haalbaar zou zijn. Indiener pleit voor duidelijke formulering van emissiereductie als opgave, met inzet van innovaties en alternatieven. Voor Polder Giethoorn vraagt indiener om verwijzing naar het Manifest van september 2023. Tot slot vraagt indiener om duidelijkheid over het toekomstperspectief voor boeren die hun bedrijf willen voortzetten zonder nevenactiviteiten. Wij delen de opvatting dat toekomstgericht boeren moet kunnen blijven bestaan en dat innovaties en alternatieven moeten worden ingezet. De landbouw is van grote waarde voor onze gemeente, zowel economisch als landschappelijk. Tegelijkertijd vraagt de veranderende maatschappelijke context om aandacht voor nieuwe vormen van landbouw, zoals natuurinclusieve bedrijfsvoering, versterking van biodiversiteit en combinaties met natuurbeheer, recreatie en energiewinning. Deze ontwikkelingen bieden kansen om het verdienvermogen van agrarische ondernemers te versterken en tegelijkertijd bij te dragen aan een gezonde leefomgeving.
In de Omgevingsvisie wordt geen vast landbouwmodel voorgeschreven, maar wel ruimte geboden voor vernieuwing en maatwerk. Daarbij is het uitgangspunt dat we inzetten op een toekomstbestendig platteland waarin verschillende functies elkaar versterken en in balans zijn. Wij hebben kennis genomen van het manifest ‘Naar een vitale Polder Giethoorn’, maar zien geen aanleiding om daarnaar te verwijzen in de Omgevingsvisie. 20.3 Indiener stelt dat peilverhoging in polders leidt tot kapitaalvernietiging. Indiener wijst erop dat Polder Giethoorn ten onrechte nog als veenweidegebied wordt aangeduid door de provincie, terwijl er nauwelijks veenpakket meer aanwezig is. Volgens indiener is CO₂- emissiereductie in dit gebied daarom geen opgave. We begrijpen de zorgen over de aanduiding van het gebied als veenweide en de mogelijke gevolgen daarvan. Tegelijkertijd willen we benadrukken dat deze typering afkomstig is van de provincie en dat de gemeente deze aanduiding niet zelfstandig kan aanpassen in de Omgevingsvisie. Daarnaast merken we op dat er op dit moment geen sprake is van concrete plannen voor peilverhoging in Polder Giethoorn. Eventuele toekomstige ontwikkelingen op dit vlak, zoals de ontwikkelingen rondom de Veenweidestrategie, zullen zorgvuldig worden afgewogen, waarbij de belangen van bewoners, ondernemers en het landschap nadrukkelijk worden meegenomen.
De reactie van indiener geeft aanleiding om het aspect van de veengronden in de Polders rondom Scheerwolde aan te scherpen. 20.4 Indiener stelt dat het op korte termijn niet realistisch is om de agrarische sector volledig zonder gewasbeschermingsmiddelen te laten Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording bij 16.1 en 18.1.
Pagina 28 van 105 functioneren. Er moet ruimte blijven voor het gebruik ervan. Wel zijn er innovaties in plaats specifieke technieken en innovaties ‘groene’ chemie die de nadelen en risico’s beperken, maar een volledig chemievrije landbouw is voorlopig nog niet haalbaar 20.5 Indiener vraagt zich af wat voor de gemeente Steenwijkerland de definitie van multifunctionele landbouw is Zoals in ad b onder 3.2.2.5 staat beschreven is multifunctionele landbouw een vorm van agrarische activiteiten, zoals de productie van voedsel en grondstoffen, die gecombineerd kunnen worden met andere diensten aan de samenleving. Denk hierbij aan natuurbeheer, recreatie, kinderopvang of zorg. 20.6 Indiener stelt de verwijzing naar het rapport Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0, in 3.2.2.5, voor Polder Giethoorn niet van toepassing is. Dit gebied staat benoemd als veenweide, maar heeft hoegenaamd geen veenpakket meer en zal dus ook geen CO2 emissiereductie vanuit de bodem plaatsvinden. Rapporten zijn hierover beschikbaar. Hoewel de indiener aangeeft dat Polder Giethoorn geen relevant veenpakket meer kent en dat daardoor geen significante CO₂- emissiereductie vanuit de bodem te verwachten is, blijft het gebied wel degelijk onderdeel van de veenweidegebieden waarnaar gekeken wordt in het kader van de Veenweidestrategie.
20.7 Indiener maakt zich zorgen over de permanente doorontwikkeling van Nationaal Park Weerribben-Wieden. Indiener vraagt zich af hoe de bestaande situatie goed onderhouden kan worden en hoe eventuele uitbreiding beheerd zal worden. Daarnaast uit indiener kritiek op het streven naar minder bezoekers in natuurgebieden en vraagt of natuurbeleving niet voor iedereen is, of dat het alleen voor professionals zoals boswachters en ecologen wordt. We herkennen de vragen die worden gesteld over het natuurbeheer en toegankelijkheid. In de Omgevingsvisie wordt de ambitie uitgesproken om de kwaliteit van het gebied te behouden en waar mogelijk te versterken. Daarbij is het uitgangspunt dat de bestaande natuurwaarden goed worden beheerd en dat eventuele uitbreidingen of aanpassingen zorgvuldig worden afgewogen. Het streven naar het verminderen van druk op kwetsbare natuurgebieden komt voort uit de noodzaak om balans te vinden tussen natuurbehoud en recreatie. Dit betekent niet dat natuur alleen toegankelijk is voor professionals; integendeel, het park blijft een plek voor iedereen om van te genieten. Wel vraagt het om zorgvuldig beheer en soms om het sturen van bezoekersstromen, zodat de natuur ook op lange termijn beleefbaar blijft.
20.8 Indiener vraagt zich af of het streven naar een aantrekkelijk vestigingsklimaat op basis van de ecologische kwaliteit van Nationaal Park Weerribben-Wieden niet in tegenspraak is met het gelijktijdige voornemen om de druk op het natuurgebied te verminderen. Wanneer in de Omgevingsvisie wordt gesproken over een aantrekkelijk vestigingsklimaat in ecologische zin, doelen we niet op menselijke bewoning of economische vestiging, maar op het versterken van de leefomgeving voor planten en dieren. Door te investeren in natuurkwaliteit, biodiversiteit en robuuste ecosystemen ontstaat een gebied
Pagina 29 van 105 waar soorten zich kunnen vestigen, voortplanten en duurzaam kunnen voortbestaan. Dit draagt bij aan de ecologische waarde van het park en de regio. Het verminderen van recreatieve druk op kwetsbare delen van het natuurgebied is daarbij een strategie om die ecologische kwaliteit te behouden en te versterken. 20.9 Indiener wijst op de gevolgen van droge zomers en klimaatverandering voor de toekomstige beschikbaarheid van water, zeker bij een groeiende bevolking. Dit kan ook betekenen dat er te weinig drinkwater is of te weinig water is voor voedselproduktie. Indiener vraagt hoe het gebruik van oppervlaktewater wordt geprioriteerd en stelt dat water vasthouden in Polder Giethoorn onwenselijk is voor bewoners en boeren. In de Omgevingsvisie wordt binnen het gebied ‘de groene schatkamer’ rekening gehouden met de noodzaak om meer water vast te houden. Dit is belangrijk als buffer voor droge perioden, die door klimaatverandering steeds vaker voorkomen. Hoewel Nationaal Park Weerribben-Wieden zelf geen drinkwatervoorziening is, speelt het bredere watersysteem in de regio wel een rol in de waterhuishouding en het vasthouden van zoetwaterreserves. We begrijpen dat het vasthouden van water in specifieke gebieden, zoals Polder Giethoorn, vragen oproept over de gevolgen voor bewoners en agrarisch gebruik.
Op dit moment zijn er geen concrete plannen voor peilverhoging in dit gebied. Mocht dit in de toekomst aan de orde komen, dan zal dit zorgvuldig worden afgewogen, waarbij de belangen van bewoners, boeren en natuur in samenhang worden bekeken.
20.10 | Indiener stelt dat aanvullende | In de Omgevingsvisie worden verschillende natuurontwikkeling in Polder Giethoorn, | ontwikkelrichtingen benoemd voor De polders waaronder het voorstel om een derde van het | rondom Scheerwolde. Daarbij wordt onder gebied te bestemmen voor commerciële | meer ingezet op het behoud en de versterking rietteelt en wateropgaven, onwenselijk is voor | van de bestaande agrarische bedrijfsvoeringen, innovatieve ondernemers. Volgens indiener | waarbij boeren hun bedrijf op een zou dit het einde betekenen van één van de | toekomstbestendige manier kunnen beste landbouwgebieden in Steenwijkerland en | voortzetten. Ook is er aandacht voor indiener vraagt waarom voor deze inrichting | multifunctionele landbouw, waarbij landbouw wordt gekozen. | wordt gecombineerd met andere functies zoals zorg, educatie of natuurbeheer. Het idee dat indiener noemt, waarin een derde van Polder Giethoorn zou worden ingericht voor commerciële rietteelt en wateropgaven, is geen onderdeel van de Omgevingsvisie en op dit moment niet aan de orde. Wij kunnen ons dan ook niet vinden in de stelling dat dit het einde zou betekenen van het landbouwgebied. Zienswijze van indiener geeft aanleiding om een aantal specifieke voorbeelden van toekomstig gebruik van de gronden te wijzigen in de omgevingsvisie.
20.11 | Indiener vraagt zich af waarom waterbergingen | Het gebied Polders rondom Scheerwolde ligt niet in de natuurgebieden worden gerealiseerd | circa een meter lager dan het naastgelegen natuurgebied, waardoor grondwater vanuit de natuurgebied wegzijgt naar lager gelegen polders. Het realiseren van bergingen in de natuurgebieden heeft dus geen effect op voorgenoemd probleem. De gedachte is dat eventuele maatregelen om het weglekken van (grond)water te beperken in de polders rondom Scheerwolde samen kunnen gaan met het bergen van water om zo een buffer te hebben voor periodes van langdurige droogte. 20.12 | Indiener vraagt zich af of het randmeer nog | Het randmeer wordt wel genoemd, als één van steeds een gedachte is van de overheid | de structurerende maatregelen . 20.13 | Indiener vraagt om een concreet | In het kader van de Omgevingsvisie is er businessmodel voor de teelt van | bewust geen uitgewerkt businessmodel eiwitgewassen en biobased bouwen, en wil | opgesteld voor deze vormen van landbouw. De inzicht in het businessmodel van alternatieven | visie is bedoeld als richtinggevend kader dat zoals eiwitgewassen, biobasedbouwen, | ruimte biedt aan ondernemers om te Pagina | 30 van 105
agroforestry en voedselbossen. Indiener | experimenteren en te innoveren met andere betwijfelt of deze opties realistisch zijn voor | soorten van teelt. Daarbij wordt niet uitgegaan Nederland vanwege de hoge grondprijzen en | van één vast scenario, maar juist van een arbeidskosten. Volgens indiener is import van | diversiteit aan mogelijkheden, afhankelijk van eiwitten uit Oost-Europa een betere route voor | lokale omstandigheden, een succesvolle voedseltransitie, | met positieve | ondernemersinitiatieven en maatschappelijke effecten op consumentenprijzen. Daarbij | opgaven. We begrijpen dat economische benadrukt indiener dat een nieuw gewas moet | haalbaarheid een belangrijke factor is, en dat kunnen meedraaien in het bouwplan van een | grondprijzen en arbeidskosten daarin een rol agrarisch bedrijf. | spelen. Juist daarom is het van belang dat ondernemers zelf kunnen afwegen welke teelten en bedrijfsmodellen voor hen passend en rendabel zijn. De Omgevingsvisie ondersteunt die ruimte en stimuleert verkenning van nieuwe kansen, zonder deze vooraf vast te leggen in een financieel model 20.14 | Indiener stelt dat waterberging in | Kortheidshalve wordt verwezen naar de natuurgebieden acceptabel is, maar niet in | beantwoording bij 20.11 polders, omdat dit het einde van de landbouw zou betekenen en haaks staat op de extensiveringsdoelstellingen van de landelijke overheid.
Daarnaast suggereert indiener dat ook burgers zouden kunnen bijdragen aan waterberging door hun tuinen grotendeels met gras en planten in te richten. 20.15 | Indiener vraagt om een doorrekening van de | We begrijpen dat de recente presentatie van economische vitaliteit van de bedrijven. | het beheerplan veel reacties heeft opgeroepen. Indiener stelt dat de recente presentatie van | Tegelijk willen we benadrukken dat het het Natura 2000-beheerplan tot veel negatieve | opstellen en vaststellen van Natura 2000- reacties heeft geleid en pleit voor herziening | beheerplannen een wettelijke taak en via een democratisch proces met voldoende | bevoegdheid is van de provincie. In het kader draagvlak en participatie van omwonenden en | van de Omgevingsvisie hebben wij daar geen ondernemers. Volgens indiener werden tijdens | directe invloed op. de presentatie geen vragen beantwoord. | Daarnaast is bij het opstellen van de Omgevingsvisie geen doorrekening van de economische vitaliteit van de bedrijven opgesteld. 20.16 | Indiener vraagt of kantelbare zonnepanelen | Kantelbare zonnepanelen kunnen in potentie een kansrijke optie met beperkte overlast zijn | een interessante optie zijn voor gebieden als voor innovatieve landbouwgebieden zoals | Polder Giethoorn en Polder Scheerwolde, juist Polder Giethoorn en Polder Scheerwolde. | vanwege hun flexibiliteit en beperkte ruimtelijke impact.
Doordat ze kunnen meebewegen met de zon én eventueel ingeklapt worden, bieden ze kansen om energieopwekking te combineren met agrarisch gebruik, zonder het landschap permanent te veranderen. Echter, de zienswijze van indiener geeft aanleiding om Pagina | 31 van 105
dit aspect te verwijderen uit de ontwerp- omgevingsvisie. 20.17 | Indiener betwijfelt de kwalificatie van het | Er wordt kennisgenomen van de reactie van gebied als ‘leeg’ en geeft aan dat bezoekers, | indiener die indiener spreekt, juist positief zijn over de veelzijdigheid, innovatieve ondernemers en het perspectief van het gebied. Volgens indiener wordt er bovendien goed verdiend, zonder afhankelijkheid van subsidies. 20.18 | Indiener vraagt om een businessmodel voor | Waar een dergelijk model voor handen is, zowel commerciële rietteelt als de teelt van | wordt dit gedeeld met de indiener lisdodde 20.19 | Indiener vraagt of bodemdaling een probleem | Het gebied is gevoelig voor bodemdaling als is in Polder Giethoorn. | gevolg van ontwatering, veenoxidatie en intensief agrarisch gebruik. 20.20 | Indiener heeft de indruk dat de toekomst van | In de Omgevingsvisie streven we er juist naar bewoners en boeren onvoldoende prioriteit | om een breed perspectief te bieden voor een krijgt in het document. Indiener pleit voor meer | vitaal landelijk gebied, waarin ruimte is voor aandacht voor hun leefrealiteit en benadrukt | ondernemerschap, leefbaarheid en duurzame dat een vitale polder economisch perspectief | ontwikkeling. Wij gaan graag in gesprek met nodig heeft. Indiener wil hierover graag in | indiener. gesprek met de opstellers van de Omgevingsvisie.
20.21 | Indiener wijst op het voornemen om | Er wordt kennis genomen van de reactie van Steenwijkerland in 2045 aardgasvrij te maken | indiener. en vraagt om zorgvuldige afwegingen. Als ondernemer met ervaring in gas- en elektriciteitsproductie via een vergister benadrukt indiener de noodzaak om breder te kijken dan één energiebron. Indiener kent de transitievisie 2021 niet en waarschuwt voor risico’s van eenzijdige keuzes, met name rond de beschikbaarheid van voldoende elektriciteit. 20.22 | Indiener vraagt zich af waarom de gemeente | Kortheidshalve wordt verwezen naar de Steenwijkerland in 2045 van het aardgas af wil | beantwoording bij 8.6 20.23 | Indiener vraagt wat de Omgevingsvisie | Met de Omgevingsvisie willen we nadrukkelijk betekent voor het economisch perspectief van | inzetten op het behoud en waar mogelijk Steenwijkerland en waarom deze visie vooral | versterken van de lokale economie. vanuit ecologisch oogpunt is opgesteld | Tegelijkertijd is het goed om te benoemen dat de Omgevingsvisie een strategisch document is, gericht op de lange termijn en op hoofdlijnen. Een gedetailleerde economische analyse of doorrekening is in dit kader niet uitgevoerd. Hoewel ecologie een belangrijk onderdeel vormt binnen de visie, is het niet het enige uitgangspunt. De aandacht voor ecologische waarden vloeit voort uit de noodzaak om in te Pagina | 32 van 105
spelen op actuele opgaven zoals klimaatverandering, biodiversiteit en waterbeheer. Deze thema’s hebben directe invloed op de leefomgeving en vragen om een toekomstgerichte benadering. Het ecologische perspectief is daarmee een bouwsteen binnen een bredere integrale visie, waarin ook ruimte is voor economische en maatschappelijke belangen. De Omgevingsvisie beoogt een evenwichtige afweging van deze aspecten, passend bij de lange termijnopgaven van Steenwijkerland. 20.24 | Indiener vraagt in relatie tot de tekst bij het | De punten die indiener noemt, zoals onderdeel beschermd dorpsgezicht Giethoorn, | bouwkundige maatvoering en aandacht voor praktische woonaspecten in de | parkeervoorzieningen, vallen onder landelijke omgevingsvisie, zoals grotere lichaamslengte | regelgeving zoals het Besluit bouwwerken van mensen, passende bouwmogelijkheden | leefomgeving (Bbl) of in de uitwerking van een (zoals dakkapellen en deurhoogtes) en het | omgevingsplan. Deze technische regels zijn bezit van meerdere auto’s door beperkt | niet passend voor de Omgevingsvisie. openbaar vervoer. Zulke overwegingen dragen volgens indiener bij aan een goed woon- en leefklimaat. Conclusie De zienswijze van indiener 20 leidt tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 21 21.
| INDIENER 21 21.1 | Indiener heeft deelgenomen aan het | Wij danken de indiener voor de complimenten participatieproces en complimenteert de | over het participatieproces gemeente over hoe dat is georganiseerd 21.2 | Indiener stelt dat bewoners trots zijn op de | In de Omgevingsvisie is veel aandacht besteed natuur, maar zich zorgen maken over de | aan de onderlinge samenhang tussen de toekomst ervan. Volgens indiener staat de | thema’s. We erkennen dat de toekomst van het biodiversiteit en het landschap onder druk, | landschap en de biodiversiteit nauw verweven terwijl er tegelijkertijd behoefte is aan ruimte | zijn met de ruimte voor landbouw, wonen, voor landbouw, wonen, toerisme en | toerisme en ondernemerschap. De visie beoogt ondernemerschap. De kernvraag is volgens | geen eenzijdige benadering, maar een indiener hoe ecologie, economie en | integrale afweging waarin belangen elkaar leefbaarheid in balans kunnen worden | kunnen versterken in plaats van uitsluiten. gebracht. | Door het benoemen van toekomstrichtingen en gebiedsprofielen wordt richting gegeven aan hoe deze balans in Steenwijkerland vorm kan krijgen. Pagina | 33 van 105
Pagina 34 van 105 21.3 Daarnaast is indiener van mening dat de discussie over landbouw en gezondheid verdeeld is: bewoners ervaren dit verschillend, terwijl stakeholders de noodzaak zien van een betere verbinding tussen boeren en burgers. Indiener wijst terecht op de verdeeldheid in de beleving rond landbouw en gezondheid. Dit is een herkenbaar thema. Wij erkennen deze verschillen en onderstrepen het belang van een sterkere verbinding tussen boeren en burgers. 21.4 Indiener uit zorgen over milieubedreigingen, met name het verlies van biodiversiteit door onder andere pesticidengebruik en eenzijdiggrondgebruik. De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 21.5 Indiener pleit voor het gebruik van duidelijke taal en stelt dat het woord "gewasbeschermingsmiddelen" verhullend is; indiener vraagt of het in "gif" verandert kan worden. Het gebruik hiervan zou volgens indiener door de gemeente verboden moeten worden vanwege de schadelijke effecten op bodem, water, gezondheid en leefomgeving. Lelieteelt wordt daarbij specifiek genoemd als zorgpunt. Indiener vraagt om transparantie over de locaties van leliepercelen, duidelijke waarschuwingen bij percelen waar gif gebruikt wordt en het plaatsen van meetpalen vooraf.
Indiener vraagt zich af wat wordt verstaan onder kritisch bekijken van gif, Tot slot wordt gepleit het beschermen van gezondheid door het gebruik van gif niet toe te staan en voor het uitroepen van Steenwijkerland tot Gifvrije Gemeente We begrijpen dat het gebruik van deze middelen bij inwoners zorgen oproept over gezondheid, milieu en leefomgeving. De term "gewasbeschermingsmiddelen" sluit aan bij het wettelijk kader en het taalgebruik zoals vastgelegd door het Rijk en dat blijven we hanteren. Tegelijkertijd is het belangrijk te benadrukken dat de gemeente op dit terrein niet zelfstandig beleid voert, maar de richtlijnen van het Rijk en de provincie volgt. Binnen die kaders zoeken we waar mogelijk naar manieren om bij te dragen aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Wij kunnen ons niet vinden in het voorstel om bij percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast borden met waarschuwingen of meetpalen te plaatsen. Indiener heeft een fout ontdekt in de ontwerp Omgevingsvisie. Op pagina 16 wordt toelichting gegeven over lelyteelt ad i . Die verwijzing gaat niet over de lelieteelt, maar over uitbreiding van bedrijventerreinen op het Hoge Land Toelichting op lelieleelt zou ad h moeten zijn. Zie pagina 15. Indiener heeft dit correct gezien. Dit passen we aan. Conclusie De zienswijze van indiener 21 leidt tot wijziging van de Omgevingsvisie
Indiener 22 22. | INDIENER 22 22.1 | Indiener wijst op het historische besluit uit 1980 | Wij kunnen bevestigen dat in de waarbij verdere uitbreiding van het woongebied | Omgevingsvisie geen expliciete plannen zijn ten zuiden van de Ds. T.O. Hylkemaweg in | opgenomen voor woningbouw of andere Giethoorn werd uitgesloten, mede om het | ruimtelijke ontwikkelingen ten zuiden van het beschermde dorpsgezicht te behouden. Dit | bestaande woongebied van de Ds. T.O. beleid werd voortgezet in het bestemmingsplan | Hylkemaweg in Giethoorn. De visie bevat geen uit 2004, dat nog steeds van kracht is. Voor | beleidsvoornemen voor uitbreiding op deze veel bewoners was deze begrenzing een | locatie. Eventuele toekomstige ruimtelijke belangrijk argument bij de aankoop van hun | initiatieven zullen, indien aan de orde, woning of kavel. | afzonderlijk worden beoordeeld binnen de Hoewel in de huidige Omgevingsvisie geen | daarvoor geldende procedures en kaders. expliciete plannen voor zuidelijke uitbreiding worden genoemd, baart een passage op pagina 74 zorgen. Daarin wordt gesproken over initiatieven in Giethoorn in samenwerking met woningcorporaties en ondernemers. Volgens indiener zou dit ruimte kunnen bieden voor toekomstige ontwikkelingen ten zuiden van het bestaande plangebied, hetgeen voor alle bewoners reden is om op voorhand daartegen nu reeds in verzet te komen.
Daarnaast heeft indiener vernomen dat grondeigenaren in dit gebied openstaan voor overdracht van grond ten behoeve van een rotonde en ontsluitingsweg, mits de gemeente meewerkt aan bestemmingsherziening voor woningbouw. Indiener stelt dat dit haaks staat op eerdere toezeggingen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en kondigt aan dat bewoners zich tegen dergelijke plannen krachtig zullen verzetten. Conclusie De zienswijze van indiener 22 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 23 23. | INDIENER 23 23.1 | Indiener heeft met belangstelling | Wij danken de indiener voor de waardering kennisgenomen van de ontwerp- | inzake landschappelijke kwaliteiten, Omgevingsvisie Steenwijkerland en spreekt | natuurwaarden en duurzame energie waardering uit voor de aandacht voor landschappelijke kwaliteiten, natuurwaarden en duurzame energie. Pagina | 35 van 105
23.2 | Indiener uit zorgen over de mogelijke plaatsing | In de Omgevingsvisie worden geen locaties van windmolens van 200 tot 250 meter hoog bij | benoemd voor windturbines. Wel is bekend dat Groot Verlaat. Volgens indiener zou dit een | onlangs een initiatief op bedrijventerrein Groot aanzienlijke impact hebben op het landschap, | Verlaat positief is beoordeeld door de de ecologie, recreatie en de leefomgeving. Het | provincie. Dat betekent niet dat vaststaat dat buitengebied rond Eesveen wordt nu | daar ook een turbine komt. Daarvoor moeten gekenmerkt door rust en donkerte, wat | eerst nadere onderzoeken door de ecologisch van belang is, en dat zou volgens | initiatiefnemers worden gedaan waarbij indiener verloren gaan door knipperlichten en | verschillende milieuaspecten een rol spelen. slagschaduw van windmolens. Ook het | Daarnaastmoet participatie plaatsvinden nabijgelegen beekdal van de Steenwijker Aa, | waarbij omwonenden worden betrokken. een belangrijk gebied voor ecologie en | Vervolgens kan er mogelijk een weidevogels, zou verstoord worden door | vergunningsaanvraag worden gedaan. geluid, licht en trillingen, en bewegende | Verdere details over het initiatief en eventuele slagschaduw verstoren de broed- en | effecten ervan zijn nog niet bekend en foerageerplekken en tasten de ecologische | daarover kan dus nog niets worden gezegd. balans aan.
Daarnaast wijst indiener op de cultuurhistorische waarde van de omgeving, | Voor wat betreft de plaatsing van windturbines die deel uitmaakt van de Groene Schatkamer | in het algemeen, is in de visie verwoord dat er met dorpsgezichten als Giethoorn en | in 2050 voor minimaal 80 GWh wordt opgewekt Dwarsgracht en stelt dat windmolens van deze | met windturbines. Dat is nodig om ons doel te omvang het open karakter van het landschap | bereiken om in 2050 al onze gebruikte energie schaden en afbreuk doen aan de beleving van | uit duurzame bronnen te halen en waarbij een bezoekers en daarmee aan het toerisme. Er | gedeelte ook binnen de grenzen van de worden ook zorgen geuit over mogelijke | gemeente wordt opgewekt. Daarbij zullen gezondheidsklachten door infrasoon geluid en | steeds zorgvuldige keuzes moeten worden elektromagnetische straling, zeker gezien de | gemaakt nabijheid van woningen en verdient dit extra zorgvuldigheid, zeker waar kinderen en kleinkinderen wonen. Volgens indiener staat het voornemen tot plaatsing van windmolens op gespannen voet met het beleidskader uit de Omgevingsvisie, waarin staat dat kernkwaliteiten niet ten koste mogen gaan van een gezonde leefomgeving.
Indiener verzoekt om de voorgenomen windmolen(s) bij Groot Verlaat kritisch te herovenwegen, gezien de impact op donkerte, landschap, ecologie, recreatie en gezondheid 23.3 | Indiener benadrukt het belang van de | Wij begrijpen de zorgen van de indiener over beekdalen en polders rond Eesveen en | het behoud van de waterbergende functie van Kallenkote als natuurlijke | de beekdalen rond Eesveen en Kallenkote. In waterbergingsgebieden en pleit ervoor om hier | de Omgevingsvisie is nadrukkelijk opgenomen geen rood-voor-rood-ontwikkelingen toe te | dat voor de beekdalen van de Linde en de staan die deze functie aantasten. Daarnaast | Steenwijker Aa de ambitie is om rekening te wordt gewezen op een vermeende ongelijke | houden met de noodzaak om water langer vast toepassing van beleid: terwijl in omliggende | te houden. Dit betekent dat wij in deze gebieden zoals Nijensleek en aan de Wulpen, | gebieden geen ruimte zien voor gebruik en Pagina | 36 van 105
Pagina 37 van 105 net voor de stuw en bestemd als golfbaan, woningbouw wordt toegestaan, mogen agrarische bedrijven in het beekdal bij Eesveen geen vergelijkbare ontwikkeling realiseren. Dit verschil in behandeling kan volgens indiener leiden tot frustratie en wantrouwen bij ondernemers. Indiener verzoekt om bij toekomstige besluiten over rood-voor-rood en beekdalen te zorgen voor een gelijke en consistente toepassing van beleid, functies die het waterbergend vermogen beperken. Ten aanzien van de genoemde voorbeelden willen wij benadrukken dat Nijensleek in een andere gemeente en provincie ligt, waar andere beleidskaders gelden. Wat betreft de locatie aan de Wulpen: deze gronden zijn bestemd voor gebruik als golfbaan en woningbouw is hier niet toegestaan. Er is dan ook geen sprake van een beleidswijziging of planologische ontwikkeling richting woningbouw op deze locatie. 23.4 Indiener wijst erop dat agrarische grond vaak fungeert als pensioenvoorziening en dat de Omgevingsvisie onvoldoende duidelijkheid biedt over hoe nadeelcompensatie wordt toegepast bij waardevermindering door wateroverlast of beleidswijzigingen. Er is volgens indiener dringend behoefte aan meer transparantie en rechtszekerheid op dit punt.
Daarnaast vraagt indiener om de belangen van agrariërs eerlijk te wegen en hen de ruimte te geven hun primaire taak - voedselproductie, onderhouden van het platteland -te blijven vervullen zonder extra nevenverplichtingen. Indiener verzoekt om duidelijkheid te bieden over nadeelcompensatie en waardevermindering bij overloop van water en andere gevolgen voor agrarische bedrijven. Wij begrijpen dat voor de indiener – en voor veel agrariërs – de waarde van hun grond een belangrijke rol speelt in hun toekomst en pensioenvoorziening. Onder de Omgevingswet is voorzien in een regeling voor nadeelcompensatie, die bedoeld is om onevenredige schade te vergoeden die het gevolg is van rechtmatige overheidsmaatregelen. Een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend zodra sprake is van schade die rechtstreeks voortvloeit uit een schadeveroorzakend besluit dat onder de werking van de Omgevingswet valt, zoals een omgevingsplanwijziging of een omgevingsvergunning. Het combineren van agrarische activiteiten met nevenfuncties is geen verplichting. De Omgevingsvisie beschrijft een toekomstbeeld waarbij de mogelijkheid bestaat om in sommige gevallen een nevenactiviteit uit te voeren. 23.5 Indiener wijst erop dat Vermilion naar verluidt voornemens is om twee extra boringen te doen bij het gasveld in Eesveen.
Dit roept vragen op, aangezien de gemeente inzet op een toekomst zonder aardgas, terwijl lokaal juist uitbreiding van gaswinning lijkt plaats te vinden. Wij begrijpen de zorgen van de indiener met betrekking tot de mogelijke uitbreiding van gaswinning bij het veld in Eesveen. In de Omgevingsvisie wordt niet ingegaan op gaswinning of eventuele extra boringen op deze locatie. Mocht er sprake zijn van een concreet voornemen tot uitbreiding, dan zal dit moeten worden vergund op basis van de geldende wet- en regelgeving. 23.6 Indiener begrijpt het milieudoel achter een autoluwe binnenstad, maar wijst op de specifieke situatie in Steenwijkerland met veel kleine dorpskernen en een vergrijzende bevolking. Goede bereikbaarheid van de Wij begrijpen de zorgen van de indiener over de bereikbaarheid van de binnenstad, met name voor ouderen en inwoners uit omliggende dorpskernen. In Omgevingsvisie wordt echter niet uitgegaan van een volledig
binnenstad is volgens indiener essentieel voor | autoluwe binnenstad. Het beoogde autoluwe ouderen om zelfstandig hun dagelijkse | gebied betreft uitsluitend de directe omgeving voorzieningen te kunnen bereiken, wat ook | van de Markt in Steenwijk. De bereikbaarheid sociaal belangrijk is en de lokale middenstand | van voorzieningen blijft verder intact en zal ten goede komt. Indiener verzoekt om te waken | waar mogelijk zelfs worden verbeterd, met oog voor een gezonde balans tussen milieudoelen | voor toegankelijkheid, leefbaarheid en een en bereikbaarheid, met name voor ouderen en | goede balans tussen mobiliteit en een groene kleine dorpen. | inrichting van de openbare ruimte. 23.7 | Indiener vraagt zich af of de gemeente richting | De 15-minutenstad is een stedelijk een 15-minuten stad wil voor Steenwijk En zo | ontwikkelingsconcept waarbij alle essentiële ja, hoe past dat binnen de huidige spreiding | voorzieningen | – zoals winkels, zorg, onderwijs van dorpen en voorzieningen? | Indiener vindt | en werk – binnen een straal van 15 minuten dat een evenwichtige aanpak gewenst is | bereikbaar zijn, te voet, per fiets of met het openbaar vervoer. In de Visie Steenwijk | is dit concept opgenomen als één van de ontwikkelprincipes voor de stad.
Het is daarbij niet bedoeld als einddoel, maar als een richtinggevend uitgangspunt dat de nabijheid van wonen, werken en voorzieningen benadrukt. Deze nabijheid is gunstig voor bewoners en andere doelgroepen, omdat het de leefkwaliteit vergroot en bijdraagt aan een gezonde, duurzame leefomgeving. Door functies dichter bij elkaar te brengen, wordt het gebruik van openbaar vervoer, fietsen en wandelen gestimuleerd. Dit heeft positieve effecten op de gezondheid, vermindert de afhankelijkheid van autoverkeer en beperkt het ruimtebeslag door mobiliteit. 23.8 | Indiener wijst op het oude horecacomplex in | In de Omgevingsvisie is het voormalige Eesveen dat in de | Omgevingsvisie wordt | horecacomplex in Eesveen aangeduid als genoemd voor mogelijke herbestemming. | ontwikkellocatie voor woningbouw. Op dit Hoewel Eesveen eerder prioriteit had voor | moment beraadt de ontwikkelaar zich nog op woningbouw, lijken andere dorpen inmiddels | de haalbaarheid en invulling van de voorrang te krijgen. De afhandeling van het | mogelijkheden op deze locatie. Er is dus nog dossier, waaronder de ammuniteitsprocedure, | geen concreet plan ingediend of besluit duurt al bijna een jaar. Volgens indie | ner is | genomen. snelle duidelijkheid nodig, vooral voor jonge gezinnen en ouderen die in het dorp willen blijven wonen.
Een actieve inzet van de gemeente is gewenst om de leefbaarheid en doorstroming in Eesveen te waarborgen. Indiener verzoekt om prioriteit te geven aan woningbouw in Eesveen, zodat dit dorp leefbaar en toekomstbestendig blijft. 23.9 | Indiener uit zorgen over de cumulatieve | Zoals beschreven in 23.2 staat in de effecten van windmolens, gaswinning en | Omgevingsvisie de ambitie dat de in 2050 andere ruimtelijke ingrepen in Overijssel. | verbruikte energie volledig duurzaam wordt Pagina | 38 van 105
Volgens indiener hebben deze ontwikkelingen | opgewekt. Zonnepanelen en kleine gezamenlijk een grote impact op de | windturbines zijn daarvoor nuttig, maar landschappelijke kwaliteit, ecologie en | onvoldoende. Grotere opwekinstallaties, gezondheid van het buitengebied. Indiener | waaronder 80 GWh aan windturbines zijn wijst erop dat er realistische alternatieven | nodig. Vanwege de effecten daarvan moet beschikbaar zijn, zoals zonnepanelen op daken | daarbij steeds een zorgvuldige afweging en kleinere windturbines op bedrijventerreinen, | plaatsvinden. die duurzame energie opleveren zonder afbreuk te doen aan stilte, duisternis of gezondheid. Daarnaast stelt indiener dat er onvoldoende sociaal draagvlak is voor de huidige plannen, die door bewoners en bedrijven als ingrijpend en onvoldoende afgestemd op lokale belangen worden ervaren. 23.10 | Indiener wijst erop dat windenergie, ondanks | Wij erkennen dat hetgeen de indiener stelt over de voordelen, ook milieunadelen kent, zoals | de milieuaspecten van windenergie juist is. slecht recyclebare rotorbladen en | veel beton | Duurzame energiebronnen kennen, naast nodig voor funderingen, wat de ecologische | voordelen, ook nadelen. Dat geldt ook voor voetafdruk vergroot. Volgens indiener is een | windenergie. Die nadelen zijn echter veel integrale afweging van milieueffecten over de | kleiner dan van fossiele energiebronnen.
Een gehele levenscyclus noodzakelijk. Daarnaast | zorgvuldige afweging is daarom steeds pleit indiener voor meer transparantie in de | belangrijk. , waarbij aandacht wordt besteed advisering en besluitvorming rond gezondheid, | aan zowel de milieutechnische als milieu en locatiekeuze, waarbij het | maatschappelijke impact van keuzes op het voorzorgsprincipe leidend zou moeten zijn. | gebied van duurzame energie. Conclusie De zienswijze van indiener 23 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 24 24. | INDIENER 24 24.1 | Indiener spreekt waardering uit voor de | Wij danken de indiener voor de waardering aandacht in de Omgevingsvisie voor het | inzake de bescherming van het dorpsgezicht beschermen van het dorpsgezicht en de | en de woonkwaliteit. woonkwaliteit van Giethoorn. Het behoud van de historische bebouwing en karakteristieke elementen wordt gezien als van nationaal belang. Indiener ondersteunt de nadruk op ruimtelijke kwaliteit en het zorgvuldig inpassen van nieuwe ontwikkelingen binnen de schaal en stijl van het dorp. 24.2 | Indiener beschrijft dat het samenhangend | Wij herkennen het belang van een systeem van wonen, water, werk en landschap | samenhangende aanpak voor Giethoorn en kracht van Giethoorn is. En dat in dit systeem | delen de zorg dat versnipperde aanpak van de elementen elkaar versterken.
Een gezond | verschillende losse plannen en projecten Pagina | 39 van 105
Pagina 40 van 105 landschap met schoon water is de basis voor leefbaarheid en een trekpleister voor bezoekers. Omgekeerd draagt een levendige gemeenschap zorg voor het onderhoud van cultuurhistorisch erfgoed en natuur. Indieners vinden het daarom essentieel dat de Omgevingsvisie dit geïntegreerde karakter van Giethoorn als uitgangspunt neemt. Ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld toerisme, waterbeheer, wonen en natuur kunnen niet los van elkaar worden gezien. Alleen met een integrale blik kan Giethoorns unieke waarde behouden én toekomstbestendig maken. Indiener uit zorgen over een te fragmentarische beleidsaanpak voor Giethoorn, waarbij losse plannen en projecten onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. Volgens indieners kan dit leiden tot ineffectieve maatregelen en gemiste kansen. Er wordt gepleit voor een integraal kader waarin wonen, werken, natuur, water en toerisme als één samenhangend geheel worden benaderd. Giethoorn vraagt om beleid dat de onderlinge samenhang weerspiegelt, zodat maatregelen elkaar versterken in plaats van beperken. risico’s met zich mee kan brengen. Juist daarom is de Omgevingsvisie bedoeld als integraal kader waarin wonen, werken, natuur, water, toerisme en cultuurhistorie in samenhang worden benaderd. Giethoorn vraagt om een zorgvuldig afgestemde beleidslijn waarin de unieke relatie tussen mens, water en landschap centraal staat.
De Omgevingsvisie biedt richting voor toekomstige ontwikkelingen en vormt de basis voor verdere uitwerking in programma’s en projecten, waarbij integraliteit en ruimtelijke kwaliteit leidend zijn. 24.3 Indiener wijst op het Ontwikkelingsperspectief voor Noordwest-Overijssel als waardevol kader om integraliteit in beleid te waarborgen. Dit regionale plan, opgesteld met partners en kennisinstellingen, benadert waterbeheer, klimaatadaptatie, natuur, recreatie en leefbaarheid als één samenhangend geheel en hanteert een lange termijnvisie met een adaptieve aanpak. Indiener beveelt aan dit regionale perspectief te gebruiken als basis voor de gemeentelijke Omgevingsvisie. Wij waarderen de verwijzing naar het Ontwikkelingsperspectief voor Noordwest- Overijssel. Dit regionale perspectief vormt inderdaad een belangrijke basis voor onze Omgevingsvisie. Onze visie sluit hier inhoudelijk op aan en benadert thema’s als waterbeheer, klimaatadaptatie, natuurontwikkeling, recreatie en leefbaarheid in samenhang, ook voor Giethoorn. Giethoorn wordt in onze visie nadrukkelijk gepositioneerd binnen het bredere systeem van landschap, water en cultuurhistorie. Daarbij sluit ook het omliggende deelgebied De Groene Schatkamer, dat Giethoorn omringt, aan bij dit perspectief. Deze regio vormt een waardevolle ecologische en landschappelijke verbinding.
De integrale benadering die in het Ontwikkelingsperspectief is uitgewerkt, wordt daarmee ook op gemeentelijk niveau door vertaald in onze Omgevingsvisie. 24.4 Indiener vraagt om serieus onderzoek naar de mogelijkheid van een randmeer aan de Het randmeer aan de kant van de Noordoostpolder wordt in meerdere beleids- en
Pagina 41 van 105 westflank van de Noordoostpolder. Volgens indiener kan dit randmeer meerdere functies vervullen, zoals waterbuffer, klimaatadaptieve maatregel en ecologische verbinding en biedt het tevens kansen voor recreatie, duurzame energie en natuurontwikkeling. Er wordt verzocht om hiervoor een tijdpad uit te stippelen. verkenningsdocumenten en onderzoeksrapporten als mogelijke maatregel genoemd voor waterhuishouding, natuurontwikkeling en recreatie. Het idee bevindt zich in de verkennende/plannende fase: er is nog geen bestuurlijk besluit en realisatie vereist verdere uitwerking, effectstudies en regionale afstemming met provincies en aangrenzende gemeenten. Wanneer er meer zicht ontstaat op de haalbaarheid en concrete kansen van een mogelijk randmeer, kan dit leiden tot een gerichte actualisatie van onze Omgevingsvisie waarbij de randmeeroptie nader wordt meegenomen en uitgewerkt. Op dit moment is er enkel voor gekozen om het randmeer te noemen in de visie en als structurerende maatregel. 24.5 Indiener pleit voor adaptief waterbeheer als leidend principe in het beleid, met duidelijke monitoring en evaluatie. Door water vast te houden, te bufferen en flexibel te beheren, blijft Giethoorn veerkrachtig bij droogte en wateroverlast. Dit beschermt natuur, recreatie en borgt volgens indiener het fundament van hun leefomgeving.
Wij onderschrijven het belang van adaptief waterbeheer als leidend principe in het beleid. Gemeenten hebben hierin een duidelijke rol, onder meer via het opstellen van regels in het omgevingsplan, het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte en het toetsen van bouwplannen aan klimaatadaptatie-eisen. De richtlijnen hiervoor zijn in de Omgevingsvisie opgenomen. 24.6 Indiener pleit voor toeristische spreiding in Giethoorn, zowel ruimtelijk als seizoensgebonden. Indiener vraagt om kleinschalige initiatieven voor noabertoerisme (toeristen als “buren”) te ondersteunen en jaarrond activiteiten te ontwikkelen die bezoekers betrekken bij het dorpsleven. Door bezoekers te verdelen over het dorpslint en omliggende kernen, en ook rustige periodes te benutten met jaarrond-activiteiten, blijft het dorp leefbaar, gastvrij en in balans voor bewoners en bezoekers. Tevens vraagt Indiener de mogelijkheden te onderzoeken voor Giethoorn Experiences als educatief bezoekerscentra die voor spreiding zorgen mits dit wordt ingepast in de lokale omgeving. Wij herkennen het belang van een evenwichtige verdeling van bezoekers in ruimte en tijd, zodat het dorp leefbaar en gastvrij blijft voor bewoners én bezoekers.
In onze Omgevingsvisie hebben wij daarom expliciet de ambitie opgenomen om de entreekernen Kuinre, Blokzijl en Vollenhove, Oldemarkt en Steenwijk, gerichter in te zetten voor het stimuleren van recreatie en het beleven van het gebied. Deze kernen zijn goed bereikbaar via provinciale wegen en bieden, mede in het licht van de mogelijke aanleg van de Lelylijn, kansen voor recreatie en toerisme binnen de gehele gemeente. Deze benadering draagt bij aan het ontlasten van het centrale dorpslint van Giethoorn en omgeving en sluit aan bij uw oproep om ook de rustige seizoenen en omliggende gebieden te benutten. Spreiding van toerisme binnen Giethoorn is wenselijk binnen bestaande mogelijkheden van
Pagina 42 van 105 het omgevingsplan, met bijbehorende activiteiten. 24.7 Indiener vraagt om gericht beleid en ondersteuning voor de kernactiviteiten die Giethoorn kenmerken, zoals punterbouw, rietsnijden, water- en brugonderhoud, lokale horeca en kleinschalige landbouw. Deze vormen volgens indiener de identiteit en economische basis van het dorp. Ook in de polder moet ruimte blijven voor landbouwontwikkeling. Volgens indiener zou de Omgevingsvisie gericht beleid en ondersteuning moeten bieden om deze activiteiten te koesteren en voort te zetten. Wij onderschrijven de waarde van de kernactiviteiten die in Giethoorn en omgeving plaatsvinden, zoals punterbouw, rietsnijden en kleinschalige woningbouw. Om het beschermd dorpsgezicht te beschermen wordt uitbreiding of nieuwvesting van toeristische activiteiten binnen het beschermd dorpsgezicht uitgesloten. In de polder en omliggende gebieden is landbouwontwikkeling mogelijk, zetten we in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren wij multifunctionele landbouw en nevenactiviteiten. 24.8 Indiener roept op tot actieve samenwerking met Gieterse bewoners, ondernemers en kennispartners bij de uitvoering en monitoring van de Omgevingsvisie. De lokale kennis, ervaring en het noaberschap worden gezien als essentiële bronnen.
Indiener biedt aan hieraan bij te dragen via structureel overleg en een gebiedsagenda, om samen met gemeente, provincie en andere partners de balans tussen leefbaarheid, toerisme en natuur te behouden Wij onderschrijven het belang van samenwerking en participatie. De betrokkenheid van bewoners, ondernemers en kennispartners is van grote waarde voor het realiseren van een toekomstbestendig Giethoorn. Lokale kennis, ervaring en het noaberschap vormen een belangrijke bron van inzicht en draagvlak. Tegelijkertijd zijn we terughoudend in het opstellen van aparte gebiedsagenda’s. We streven naar een integrale aanpak binnen bestaande of toekomstige beleidskaders en overlegstructuren, zodat afstemming en uitvoering efficiënt en samenhangend kunnen plaatsvinden. 24.9 Indiener geeft aan dat den van de meest waardevolle ideeën die in de gemeenschap zijn ontstaan het concept Noabertoerisme is: toerisme gebaseerd op Gieters noaberschap, waarbij bezoekers geen buitenstaanders zijn maar tijdelijke buren. Bezoekers krijgen een authentiekere ervaring en begrijpen beter hoe bijzonder en kwetsbaar het waterdorp is. Tegelijkertijd ervaren Gietersen toeristen als geïnteresseerde gasten in plaats van anonieme voorbijgangers Indiener benadrukt het belang van cultuurhistorie en ambacht als kern van Giethoorns toeristisch aanbod, met aandacht voor punterbouw, rietsnijden en streekproducten.
Kleinschalige initiatieven vormen de ziel van het dorp, maar grootschalige voorzieningen kunnen ondersteunend zijn, mits ze de menselijke maat Wij delen uw visie dat punterbouw, rietsnijden, streekproducten en lokale verhalen het fundament vormen van het toeristisch aanbod en de identiteit van het dorp. Kleinschalige initiatieven zijn hierin essentieel en verdienen bescherming en stimulering. Tegelijk erkennen wij dat grootschalige voorzieningen, mits zorgvuldig ingepast en dienstbaar aan de menselijke maat, kunnen bijdragen aan kwaliteit en het ontlasten van het dorp. Wij zetten in op het stimuleren van recreatie en het beleven van het gebied in de entreekernen van de gemeente.
respecteren en bijdragen aan kwaliteit en rust in het dorp. Conclusie De zienswijze van indiener 24 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 25 25. | INDIENER 25 25.1 | Indiener vraagt om streng en actief beleid in de | Kortheidshalve wordt verwezen naar de Omgevingsvisie ter bescherming van mens en | beantwoording bij 16.1 & 18.1 natuur. De huidige formulering over gewasbeschermingsmiddelen wordt als te vaag en vrijblijvend beschouwd. Er wordt gepleit voor duidelijke kaders, waaronder spuitvrije zones van minimaal 50 meter rond woningen en 250 meter rond Nationaal Park De Weerribben/Wieden, en een verbod op uitbreiding van niet-biologische sierteelt met chemische bestrijdingsmiddelen.Indiener noemt als voorbeeld het besluit van de gemeente Fryske Marren. Indiener stel | t dat Nederland achter loopt op het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water voor 2027. En dat ook de gemeente hierin haar verantwoordelijkheid heeft. Conclusie De zienswijze van indiener | 25 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 26 26. | INDIENER 26 26.1 | Indiener vraagt om streng en actief beleid in de | Kortheidshalve wordt verwezen naar de Omgevingsvisie ter bescherming van mens en | beantwoording bij 16.1 & 18.1 natuur. De huidige formulering over gewasbeschermingsmiddelen wordt als te vaag en vrijblijvend beschouwd.
Er wordt gepleit voor duidelijke kaders, waaronder spuitvrije zones van minimaal 50 meter rond woningen en 250 meter rond Nationaal Park De Weerribben/Wieden, en een verbod op uitbreiding van niet-biologische sierteelt met chemische bestrijdingsmiddelen Conclusie Pagina | 43 van 105
Pagina 44 van 105 De zienswijze van indiener 26 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 27 27. INDIENER 27 27.1 Indiener geeft aan dat Tuk van oorsprong een buurtschap met een eigen, dorps- plattelandskarakter is. Indiener uit zorgen over aantasting van het dorps- en landschapskarakter van Tuk door grootschalige woningbouw en uitbreiding van bedrijventerreinen. Er wordt een gebrek aan visie ervaren op behoud van cultuurhistorie, landschap en leefbaarheid, met name rond de waardevolle eindmorene. Indiener vraagt nadrukkelijk om heroverweging van de locatie en pleit voor behoud als bufferzone voor landschap en landbouw om overlast van industrie te beperken. Wij begrijpen de zorgen over het dorps- en landschapskarakter, en de wens om cultuurhistorie, landschap en leefbaarheid te behouden. De locatie waar indiener op doelt is door de gemeenteraad, in het kader van het afwegingskader ‘De toekomst van wonen en werken in Steenwijk’, zorgvuldig afgewogen en goedgekeurd. Binnen de visie Steenwijk is deze locatie vervolgens nader uitgewerkt als onderdeel van de ruimtelijke ontwikkelrichting. In deze fase van de Omgevingsvisie wordt nog geen invulling gegeven aan de inrichting, ontwerpen of landschappelijke uitwerking. Die aspecten komen aan bod in een vervolgfase, waarin ook participatie en nadere afstemming met de omgeving een belangrijke rol zullen spelen.
27.2 Indiener uit zorgen over toenemende verkeersdruk door woningbouw en bedrijvengroei in Tuk. De huidige infrastructuur wordt als onvoldoende ervaren en er ontbreekt een duidelijk mobiliteitsplan. Er wordt gevraagd om een toekomstgericht plan dat ook ‘oud’ Tuk meeneemt, autoverkeer gescheiden afwikkelt, buurten verbindt voor fietsers en voetgangers en behoud van de leefbaarheid, en de landschappelijke kwaliteit behoudt zonder geluidswallen omdat die in de ogen van indiener afbreuk doen aan de landschappelijke kwaliteit.. In deze fase van de Omgevingsvisie, zo ook in de visie Steenwijk, worden de ruimtelijke ontwikkelrichtingen verkend. Verkeersonderzoeken, mobiliteitsanalyses en uitwerkingen van infrastructuur volgen in een vervolgfase, waarin ook de bestaande situatie in ‘oud’ Tuk wordt meegenomen. Daarbij kijken wij naar verkeersstromen, ontsluiting, parkeerdruk en de landschappelijke inpassing van eventuele maatregelen. 27.3 Indiener uit zorgen over de nu al tekortschietende voorzieningen in Tuk die verder toe zullen nemen bij geplande groei. De basisschool is te klein en ook kinderopvang, zorg en ontmoetingsplekken blijven achter. Er is bezorgdheid over het verdwijnen van sport- en recreatievoorzieningen door woningbouw.
Verzocht wordt om de uitbreiding van voorzieningen onderdeel te maken van de eerste fasen van woningbouw; toekomstbestendige oplossingen te bieden, zoals hofjes voor ouderen, speelruimte voor Wij onderkennen het belang van een goede balans tussen woningbouw en de beschikbaarheid van maatschappelijke voorzieningen zoals onderwijs, kinderopvang, zorg, sport en recreatie. Bij woningbouw wordt de behoefte aan betaalbare en toekomstbestendige woningen voor starters en ouderen nadrukkelijk meegenomen. In deze fase van de Omgevingsvisie worden de ruimtelijke ontwikkelrichtingen verkend. In een vervolgfase worden de concrete invulling, programmering en fasering van voorzieningen
Pagina 45 van 105 kinderen; expliciet aandacht te besteden aan levensloopbestendige woonvormen en betaalbare woningen voor starters en ouderen uit de regio. behoud het complex van bowlingbaan, fitnesszaal en tennisbaan. en woonvormen nader onderzocht en uitgewerkt. 27.4 Indiener uit onvrede over nieuwe industriële ontwikkeling nabij woonwijken in Tuk, verwijzend naar eerdere negatieve ervaringen met overlast en spanningen. Er wordt gepleit om geen nieuw bedrijventerreinen aan de dorpsrand te ontwikkelen en voor een betere landschappelijke inpassing van bestaande industrie. Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording bij 9.2. 27.5 Indiener ervaart dat de communicatie rondom de Omgevingsvisie tot op heden tekort schiet. Indiener heeft behoefte aan duidelijke visualisaties van en begrijpelijke informatie over bouwhoogten, groenstructuren en ruimtelijke impact, evenals tijdige en transparante communicatie bij elke stap van het proces. Ook wordt gepleit voor serieuze inspraak, waarbij bewoners invloed hebben op de uitkomsten, en actieve betrokkenheid van bewoners bij het proces. We begrijpen het perspectief van de indiener. Onze interpretatie van het proces wijkt hiervan af. Voor het opstellen de Omgevingsvisie is een uitgebreid participatietraject doorlopen, waarbij veelvuldig is gecommuniceerd over de mogelijkheden tot inspraak en het ophalen van informatie.