Nota beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie Steenwijkerland 2025
Tekst van het document
Tijdens deze bijeenkomsten zijn visualisaties gedeeld en is de mogelijkheid geboden om in te spreken over de Omgevingsvisie. Wij erkennen dat duidelijke en visuele informatie over bouwhoogten, groenstructuren en ruimtelijke impact essentieel is om bewoners goed te informeren en te betrekken. Transparantie en tijdigheid in het proces zijn daarbij cruciaal, evenals het bieden van serieuze inspraakmogelijkheden. Deze aspecten zijn van groot belang en zullen in de nadere uitwerking van de ontwikkelrichting nadrukkelijk aan bod komen. Dat is in het kader van de omgevingsvisie nog niet gebeurd. 27.6 Indiener vraagt om verduidelijking over diverse aspecten van de Omgevingsvisie, waaronder de onderbouwing van de regionale woningbouwopgave, garanties voor behoud van boerderijen en lokale voedselproductie, of er ruimte is voor alternatieve woonvormen zoals tiny houses, hoe invulling van groenbeleid wordt in nieuwe wijken en wat het plan is voor wateropvang en klimaatadaptatie, of toegankelijkheid van bossen voor recreatie zonder restricties blijft, hoe behoud van Tuk als zelfstandig buurtschap gewaarborgd is, aanpak van verkeers- en parkeerdruk, en de toekomst van de voormalige biocentrale. In de regio Zwolle zijn met de verstedelijkingsstrategie afspraken gemaakt op welke wijze invulling gegeven kan worden aan de opgaven op het gebied van wonen, werken, klimaat en mobiliteit.
In de door de gemeenteraad vastgestelde woonagenda Steenwijkerland is de ambitie opgenomen om invulling te geven aan deze verstedelijkingsstrategie en te voorzien in de bovenregionale behoefte van 1.000 tot 1.500 woningen in Steenwijk. In de Omgevingsvisie geven wij nadrukkelijk aan dat wij willen inzetten op het behoud van
bestaande agrarische bedrijven. Daarbij stimuleren we multifunctionele landbouw, waarbij agrarische activiteiten kunnen worden gecombineerd met bijvoorbeeld natuurbeheer, educatie, recreatie of streekproducten. Hoewel er binnen een visie geen formele garanties kunnen worden gegeven, vormt dit uitgangspunt wel een belangrijke leidraad voor toekomstige afwegingen en beleidsontwikkeling Binnen de huidige beleidskaders is er al ruimte voor alternatieve woonvormen zoals tiny houses of pre-mantelzorgwoningen. Overige punten vormen geen onderdeel van de Omgevingsvisie, maar dienen in een vervolgtraject te worden uitgewerkt en onderzocht. Conclusie De zienswijze van indiener 27 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 28 28. | INDIENER 28 28.1 | Indiener, mede namens betrokken inwoners, | Kortheidshalve wordt verwezen naar de vraagt om streng en actief beleid in de | beantwoording bij 16.1 & 18.1 Omgevingsvisie ter bescherming van mens en natuur. De huidige formulering over gewasbeschermingsmiddelen wordt als te vaag en vrijblijvend beschouwd.
Er wordt gepleit voor duidelijke kaders, waaronder spuitvrije zones van minimaal 50 meter rond woningen en 250 meter rond Nationaal Park De Weerribben/Wieden, en een verbod op uitbreiding van niet-biologische sierteelt met chemische bestrijdingsmiddelen Conclusie De zienswijze van indiener 28 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 29 29. | INDIENER 29 29.1 | Indiener begrijpt niet dat de nog niet | De processen van de Stadsvisie Steenwijk en vastgestelde Stadsvisie Steenwijk als input | de Omgevingsvisie lopen deels parallel. Wel is dient voor de | Omgevingsvisie. Er wordt eerst | de besluitvorming over de Stadvisie Steenwijk Pagina | 46 van 105
Pagina 47 van 105 een inhoudelijke reactie en besluit van de gemeenteraad verwacht voordat het ontwerp van de Omgevingsvisie wordt gepubliceerd. De zienswijze bevat vragen over keuzes in de Stadsvisie en herhaalt deels punten die ook bij de zienswijze van de Stadvisie zijn aangegeven, aangevuld met nieuwe inzichten die ook relevant zijn voor de Omgevingsvisie. een maand eerder dan de besluitvorming over de Omgevingsvisie. Mogelijke wijzigingen die de raad aanbrengt bij de besluitvorming over de Visie Steenwijk, worden vanzelfsprekend ook verwerkt in de Omgevingsvisie. Op die manier blijft de samenhang tussen beide documenten gewaarborgd en wordt recht gedaan aan de formele besluitvorming. 29.2 Indiener vraagt zich af hoe het vervolg van de participatie wordt georganiseerd, aangezien de ontwikkelingen ten noorden van de Woldmeenthe, grote invloed hebben op de woon- en leefsituatie van indieners. De visie Steenwijk is een visiedocument en geen uitvoeringsagenda. Dat betekent dat hierin de ambities en hoofdlijnen voor de toekomstige ontwikkeling van de stad worden vastgelegd, maar dat hieruit nog geen directe uitvoering volgt. De visie Steenwijk fungeert als bouwsteen binnen de Omgevingsvisie. De strategische lijn uit de visie is als input meegenomen bij het opstellen van de Omgevingsvisie.
Bij de verdere uitwerking van onderdelen of projecten die voortkomen uit de stadsvisie Steenwijk, worden afzonderlijke trajecten doorlopen. Voor ieder van deze trajecten wordt een passend participatieproces ingericht. Daarbij wordt telkens gekeken naar de aard en omvang van het project, zodat de participatie goed aansluit bij de invloed die de ontwikkeling kan hebben op de woon- en leefsituatie in de omgeving. 29.3 Indiener vraagt zich af of het een visie betreft of een uitvoeringsplan, aangezien onderdelen gedetailleerd zijn uitgewerkt. Het gaat daarbij om het recreatief centrum, een hotel en een klimbos (zonder bomen in dit gebied). Indiener vraagt zich af waarom voor dit detailniveau is gekozen en of hier daadwerkelijk behoefte aan is. Voor de focusgebieden, waaronder Woldmeenthe Noord, is in zowel de stadsvisie Steenwijk als in de Omgevingsvisie verkend hoe ruimtelijke ontwikkeling kan bijdragen aan de bredere ambitie voor Steenwijk en omgeving. Dit betreft nadrukkelijk een visiedocument en geen uitvoeringsplan. Dat betekent dat er nog geen concrete besluiten zijn genomen over inrichting of realisatie. Binnen de stadsvisie Steenwijk worden op onderdelen kansen benoemd die passen bij de karakteristieken van een gebied.
Voor Woldmeenthe Noord is een recreatief programma als kans genoemd, waarbij voorbeelden zoals een recreatief centrum, hotel of klimbos zijn opgenomen ter illustratie. Deze voorbeelden zijn bedoeld om richting te geven aan de denkrichting, maar zijn geen vaststaand plan. 29.4 Indiener uit zorgen dat de agrarische bestemming en ecologische waarden van Uitgangspunten bij het verder uitwerken van het plan zijn een natuurlijke, landschappelijke
Pagina 48 van 105 Woldmeenthe Noord niet worden gerespecteerd in de visie. Er wordt gewezen op aantasting van deze waarden door verharding en bebouwing. Gevraagd wordt waarom hoe de waarden uit het huidig geldend Omgevingsplan behouden worden. omgeving met ruimte voor water, de beek, groenstructuren, groensingels, bosjes en natuurlijke oevers. Daarmee blijven de natuurwaarden van het gebied behouden en worden deze op onderdelen zelfs versterkt. Het is juist dat stedelijke functies, zoals sportvelden, het aanzicht en de beleving van het gebied veranderen. Tegelijkertijd wordt er binnen de ontwikkeling nadrukkelijk gestreefd naar het behoud van de karakteristieke overgang van de stuwwal (Woldberg) naar het beekdal van de Steenwijker Aa. 29.5 Indiener uit zorgen over de geplande verbindingsweg bij de sportvelden. Er wordt gevraagd waarom gebouwen en parkeerplaatsen niet zijn geclusterd bij de bestaande weg, en gepleit voor beter gebruik van bestaande voorzieningen zoals de carpoolplaats. Dit scheelt volgens indiener in de kosten en is het is logischer om zo te clusteren. De nieuwe weg zou het leefklimaat van Woldmeenthe aantasten, fietsroutes doorkruisen en gevaarlijke situaties opleveren door kruisend vrachtverkeer. Indiener vraagt zich af welk (verkeer)probleem hier mee opgelost wordt.
Indiener vraagt om gebruik van de bestaande ontsluiting via de Ruxveenseweg en het laten vervallen van de nieuwe verbindingsweg. In de visie Steenwijk wordt een langetermijnperspectief geschetst tot 2050, waarin ruimtelijke en mobiliteitsontwikkelingen in samenhang worden bekeken. De voorgestelde verbindingsweg is in dat kader een kansrijke maatregel om meerdere (toekomstige) verkeersknelpunten in en rond de stad te verminderen. Uit het mobiliteitsonderzoek blijkt dat zonder aanvullende maatregelen de verkeersdruk op onder andere de Eesveenseweg en de entree van Woldmeentherand fors toeneemt. De nieuwe ontsluitingsweg ‘in het vierde kwadrant’ draagt, samen met andere aanpassingen zoals op de Tramlaan en rond het centrum, bij aan een betere spreiding van verkeer en een afname van de druk op bestaande routes. De verbindingsweg kan daarnaast bijdragen aan een goede ontsluiting van de sportvelden. De gepresenteerde schetsen in de visie zijn illustratief en verkennen mogelijke ruimtelijke opties; bij verdere uitwerking worden deze plannen nader onderzocht en afgestemd. Daarbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar de inpassing, het ontwerp en de ligging van de weg, zodat negatieve effecten op het leefklimaat zoveel mogelijk worden beperkt. Tot slot wordt in de visie Steenwijk ingezet op versterking van het hoofdfietsnetwerk, ook richting de sportvelden.
Bij de uitwerking van de gebiedsontsluiting krijgt de oversteekbaarheid en veiligheid voor fietsers en voetgangers expliciet aandacht 29.6 Indiener vraagt zich af waarom geïnvesteerd wordt in een nieuw sportgebied ten koste van De ontwikkeling van Oostermeenthe Zuid, de huidige locatie van de sportvelden, hangt nauw
Pagina 49 van 105 bestaand groen, terwijl er al een sportlocatie is. In de Groene Long zijn door de gemeente miljoenen geïnvesteerd. Indiener vraagt zicgt zich af waarom deze investeringen (deels) teniet worden gedaan om een bestaande groen gebied te transformeren in een sportgebied. Er wordt gevreesd dat het opsplitsen van de Groene Long een fusie of samenwerking tussen de drie voetbalverenigingen belemmert, terwijl het college juist inzet op gedeeld gebruik van sportvoorzieningen. Is onderzocht of de te verplaatsen sportvelden nabij het nieuw te bouwen schoolgebouw voor de middelbare school een optie is? De infrastructuur is daar al aanwezig en clustering van sport en onderwijs is volgens indiener veel logischer. Verzocht wordt om heroverweging van de verplaatsing van de sportvelden. Moeten we hier nog een link meeleggen? Het college heeft recentelijk op raadsvragen juist geantwoord dat de bestaande voetbalverenigingen juist meer moeten samenwerken met het gebruik van de bestaande velden. In een paar maanden tijd presenteert de gemeente een visie met verplaatsing van een groot deel van de bestaande sportvelden en verplicht de drie verenigingen samen gebruik van de bestaande velden; hoe rijmt u dit met elkaar? samen met de voorgenomen verplaatsing van deze velden.
Oostermeenthe Zuid is vanwege haar centrale ligging nabij voorzieningen en het station zeer geschikt om te transformeren tot stedelijke woonomgeving. Tegelijkertijd is Woldmeenthe Noord in beeld als een nieuw, centraal gelegen buitengebied waar ruimte is voor sport, water, recreatie en natuur. Hier kunnen de voetbalvelden worden verplaatst naar een goed bereikbare locatie. De Groene Long blijft behouden als sportlocatie. Daarnaast biedt Woldmeenthe Noord ruimte voor een nieuwe sportvoorziening met 8,5 voetbalvelden en een clubgebouw. Daarmee ontstaat voldoende capaciteit voor de drie Steenwijker voetbalverenigingen. In juli 2025 heeft het college, in reactie op vragen vanuit de raad, aangegeven dat er opdracht is gegeven voor een meerjarenplan voor natuurgrasvelden, waarin zowel het kwaliteitsniveau als de kosten worden meegenomen. Ook brengt de KNVB in kaart wat de capaciteitsbehoefte is van de verenigingen. Op basis daarvan worden verschillende scenario’s uitgewerkt voor de verdeling van de velden. Dit kan mogelijk kansen bieden voor verdere samenwerking tussen de verenigingen. Van een fusie is in deze fase echter geen sprake. 29.7 Indiener vraagt om een financiële onderbouwing van de voorgenomen verplaatsing van sportvelden. Er wordt betwijfeld of dit financieel de meest aantrekkelijke optie is, en voorgesteld om woningen te bouwen op een onbebouwde locatie zoals de Schans.
Daarbij wordt gewezen op de vergelijkbare afstand tot het centrum. Voor zulke ingrijpende keuzes is volgens indiener een duidelijke financiële afweging nodig, inclusief inzicht in de kosten en mogelijke belastinggevolgen voor inwoners van Steenwijkerland. In het kader van de Omgevingsvisie en de visie Steenwijk is nog geen financiële doorrekening opgesteld. Ze bevatten ambities, uitgangspunten en mogelijke ontwikkelrichtingen, maar vormen geen uitvoeringsplannen. Bij een eventuele vervolgstap richting concrete planvorming en besluitvorming over investeringen, zoals de verplaatsing van sportvelden of woningbouwlocaties, is een financiële onderbouwing onderdeel van het proces. 29.8 Indiener betwist het standpunt dat geen milieueffectrapportage (m.e.r.) nodig is, omdat de beleidsvoornemens volgens de visie nog flexibel en nader uit te werken zouden zijn. In de Stadsvisie, die als basis dient voor de Omgevingsvisie, worden echter concrete Wij kunnen ons niet vinden in de reactie van indiener dat een milieueffectrapportage (m.e.r.) nu al noodzakelijk zou zijn. In het kader van de Stadsvisie Steenwijk en de Omgevingsvisie worden mogelijke ontwikkelrichtingen en zoeklocaties verkend, waarbij
initiatieven genoemd zoals een sportpark en | stedenbouwkundige schetsen illustratief zijn en verbindingsweg in een gebied met belangrijke | geen uitgewerkte plannen vormen. natuurwaarden. Volgens indiener vereist dit | Een m.e.r.-beoordeling vindt plaats in een een m.e.r. bij besluitvorming. Daarnaast wordt | vervolgtraject, zodra sprake is van een gewezen op het gebruik van verouderde | concreet plan of project waarvoor wetgeving en op tekeningen die al vaste | besluitvorming wordt voorbereid. Op dat elementen tonen, waardoor het plan niet als | moment worden de milieueffecten onderzocht flexibel wordt ervaren. Zonder m.e.r. is | en alternatieven in beeld gebracht. Wij achten onduidelijk of de ontwikkeling haalbaar is en | het daarom passend dat een m.e.r. niet op dit blijven alternatieven buiten beeld. Indiener pleit | visieniveau wordt uitgevoerd, maar bij nadere daarom voor het alsnog uitvoeren van een | uitwerking van de plannen. m.e.r. vóór vaststelling van de Omgevingsvisie 29.9 | Indiener wijst erop dat het plangebied het | Wij kunnen ons vinden in de reactie van leefgebied is van wettelijk beschermde | indiener dat bij een wijziging van het diersoorten, waaronder de das en vleermuizen. | omgevingsplan een ecologisch onderzoek De recente waarneming van een das | verplicht is. Dit is een belangrijk onderdeel van onderstreept dit.
Volgens indiener worden met | het verdere planproces en wordt uitgevoerd de plannen natuurwaarden aangetast en het | zodra sprake is van een concreet initiatief of leefgebied van deze dieren verminderd. Er | planontwikkeling. Op visieniveau is een wordt gesteld dat een ecologisch onderzoek | ecologisch onderzoek nog niet aan de orde. verplicht is bij wijziging van het omgevingsplan, maar dat dit in dit geval zinloos zou zijn. Ontwikkelingen in dit gebied zouden volgens indiener niet passen bij de zorgplicht voor flora en fauna. 29.10 | Indiener stelt dat het voorgenomen plan strijdig | Kortheidshalve wordt verwezen naar de is met het Novex-programma en de Regionale | beantwoording bij 6.2 & 6.3. Sponsstrategie van Regio Zwolle, waarin het plangebied Stroink is aangewezen voor waterberging en -vasthouding. Verharding van het gebied met wegen, parkeerplaatsen en sportvelden past daar niet bij. Volgens indiener is versterking van natuurwaarden een meer passende ontwikkeling en zou de Omgevingsvisie, gezien de aansluiting van Steenwijkerland bij Regio Zwolle, hierop aangepast moeten worden 29.11 | Indiener geeft aan dat de plannen aan de | Wij kunnen ons deels vinden in de reactie van Woldmeentherand tot veel onrust leiden onder | indiener. De zorgen over het gebrek aan bewoners van de wijk Woldmeenthe.
Zij voelen | overleg en de impact van de plannen op de zich niet gehoord en ervaren een gebrek aan | leefomgeving van bewoners aan de overleg en geven aan nog geen inhoudelijke | Woldmeentherand zijn begrijpelijk en worden reactie op eerdere input over de Stadsvisie | serieus genomen. Steenwijk te hebben gehad. Gezien de impact | De besluitvorming over de stadsvisie op de leefomgeving en de kosten voor alle | Steenwijk, waar indieners eerder een reactie inwoners van Steenwijkerland, wordt verzocht | op hebben gegeven, wordt nadrukkelijk om de ontwikkeling aan de Woldmeentherand | meegenomen bij de behandeling van de uit de Omgevingsvisie te schrappen en eerst | Omgevingsvisie. De stadsvisie vormt immers Pagina | 50 van 105
Pagina 51 van 105 het gesprek met bewoners aan te gaan over de toekomstige invulling van het gebied. een belangrijke bouwsteen voor de Omgevingsvisie. Wanneer de raad besluit om de stadsvisie aan te passen, zal dat aanleiding zijn om ook de Omgevingsvisie op dat onderdeel te herzien. Op dit moment ligt de stadsvisie echter nog ter besluitvorming bij de gemeenteraad. De uitkomst van dat proces bepaalt of en op welke wijze de Omgevingsvisie op dit punt wordt aangepast. Conclusie De zienswijze van indiener 29 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 30 30. INDIENER 30 30.1 Indiener uit zorgen over de visie op het vitaal platteland, waarin het verhogen van het waterpeil centraal staat en landbouw daaraan ondergeschikt lijkt. In hun gebied is de veenlaag verdwenen en bodemdaling geen issue meer, waardoor waterpeilverhoging weinig zinvol lijkt als CO₂-maatregel. Indiner pleit voor teelten die CO₂ vastleggen. Daarnaast wordt betwijfeld of verbreding werkelijk bijdraagt aan economische veerkracht, omdat het op kleine schaal voor individuele bedrijven werkt maar niet leidt tot grotere, sterke, concurrerende landbouwbedrijven. Indiener vraagt zich af of er nog ruimte/toekomst is voor grotere, innovatieve landbouwbedrijven of dat de visie vooral inzet op landbouw als hobbysector naast nevenactiviteiten. Wij kunnen ons deels vinden in de zienswijze van indiener.
Waterpeilverhoging is inderdaad een mogelijke maatregel binnen de bredere veenweidestrategie, gericht op het behoud van bodemkwaliteit en het beperken van CO₂- uitstoot in gebieden waar dit relevant is. Tegelijkertijd erkennen wij dat de situatie per gebied verschilt, en dat in delen waar de veenlaag grotendeels verdwenen is, andere maatregelen mogelijk beter aansluiten. Het behoud van een vitale agrarische sector is voor ons van groot belang. In de visie op het vitaal platteland zetten wij daarom in op maatwerk en bieden we, waar mogelijk en waar ondernemers dat zelf willen, ruimte voor verbreding van landbouwactiviteiten. Dit gebeurt aanvullend op de hoofdtak: de agrarische bedrijfsvoering. Denk hierbij aan nevenactiviteiten zoals educatie, zorg, recreatie of korte ketens, die bijdragen aan economische veerkracht en het toekomstperspectief van individuele bedrijven. De reactie van indiener geeft aanleiding om de Omgevingsvisie op dit onderdeel te wijzigen en te verduidelijken. 30.2 Indiener wijst erop dat het behoud van de Groene Schatkamer aanleiding kan zijn voor structurerende maatregelen in de veenweiden van Polder Giethoorn, zoals vernatten.
Dit baart zorgen, omdat veel agrarische ondernemers hun bedrijfsvoering dan niet kunnen voortzetten, wat volgens indiener kan Wij kunnen ons vinden in het belang dat indiener onderstreept voor het behoud van de landbouwsector in de Polder Giethoorn. Deze sector verdient zorgvuldige aandacht bij toekomstige ontwikkelingen. Tegelijkertijd is er ook een ander belang dat meeweegt: het beschermen van de
Pagina 52 van 105 leiden tot het verdwijnen van een groot deel van de landbouwsector in Steenwijkerland en tot kapitaalvernietiging van landbouwgrond. Er wordt verzocht dat de gemeente dit belang actief onder de aandacht brengt bij de provincie, gezien het grote economische belang van de landbouw voor het gebied. ecologische waarden van het naastgelegen natuurgebied. In dat kader worden op provinciaal niveau maatregelen verkend, waaronder vernatting, als onderdeel van de bredere veenweidestrategie. De provincie neemt naar verwachting eind 2026 een besluit over de te volgen koers. Tot die tijd wachten wij de uitkomsten af en blijven wij het belang van agrarische ondernemers actief onder de aandacht brengen in de gesprekken met de provincie. 30.3 Indiener herkent zich in de omschrijving van de polders rond Scheerwolde als open, karakteristiek landbouwgebied met innovatieve ondernemers. Tegelijkertijd vragen ze zich af of er nog voldoende plek is voor innovatieve landbouwbedrijven, nu de strategie sterk lijkt te focussen op verbreding. Ze vrezen dat het agrarisch karakter ondergeschikt wordt gemaakt aan de belangen van het naastgelegen natuurgebied Wij herkennen en waarderen het belang van de agrarische sector in de polders rond Scheerwolde.
Het open landschap, de voedselproductie en de innovatieve ondernemers zijn kenmerkend voor dit gebied en vormen een belangrijke basis voor de lokale economie en identiteit. Tegelijkertijd vraagt de ligging nabij waardevolle natuurgebieden om zorgvuldige afwegingen. In dat kader speelt ook de veenweidestrategie een rol, waarin onder andere het behoud van bodemkwaliteit en het beperken van CO₂-uitstoot aan de orde zijn. Dit betekent dat we in sommige delen van het gebied rekening moeten houden met ecologische randvoorwaarden. Verbreding van landbouwactiviteiten is in onze visie geen doel op zich, maar een aanvullende mogelijkheid voor ondernemers die hun bedrijf toekomstbestendig willen maken. De kern blijft dat agrarische bedrijven hun hoofdtak kunnen voortzetten, met ruimte voor maatwerk en ontwikkeling binnen de mogelijkheden van het gebied. 30.4 Indiener herkent zich deels in de genoemde kansen en opgaven voor de polder, maar wil sommige anders invullen. Er worden alternatieven aangedragen voor energieopwekking, zoals mestvergisting en biogas, waarvoor een stabiele mestaanvoer nodig is. Ook ziet men mogelijkheden voor recreatie en verblijfstoerisme, mits de overgang van stad naar natuur goed wordt ingericht.
Indiener vraagt nadrukkelijk om ruimte om als gebied zelf invulling te geven aan de toekomst, en herkent zich niet in alle beelden die nu in de uitwerking zijn opgenomen. Wij kunnen ons goed vinden in de wens van indiener om als gebied zelf mee te denken over de toekomstige invulling van de polder. Juist via gebiedsprocessen willen wij betrokkenen actief betrekken bij het vormgeven van de toekomst, waarbij lokale kennis en ambities een belangrijke rol spelen. Tegelijkertijd moeten we daarbij rekening houden met de ruimtelijke, ecologische en beleidsmatige kaders die gelden voor het gebied. Denk hierbij aan provinciale en nationale opgaven, zoals de veenweidestrategie, klimaatadaptatie en natuurdoelstellingen. Binnen die kaders zoeken we samen met bewoners en ondernemers naar
Pagina 53 van 105 haalbare en toekomstbestendige oplossingen die recht doen aan zowel het agrarisch karakter als andere functies in het gebied. 30.5 Indiener uit zorgen over de afhankelijkheid van andere overheden bij structurerende maatregelen rond het waterpeil. De voorgestelde toekomst voor landbouw lijkt volgens indiener vooral te draaien om energieproductie en natte teelten, waarvoor nog geen haalbaar verdienmodel bestaat. Een verhoging van het waterpeil, zelfs in bufferstroken, zou grote gevolgen hebben voor agrarische bedrijven en leiden tot hoge kosten. Indiener pleit voor nader onderzoek naar de effectiviteit van vernatting op lange termijn, ook in relatie tot de watervraag vanuit de Noordoostpolder, en benadrukt de behoefte aan zekerheid op lange termijn voor ondernemers. Wij begrijpen de zorgen die in de zienswijze worden geuit over de mogelijke impact van structurerende maatregelen, zoals het verhogen van het waterpeil, op de agrarische bedrijfsvoering in het gebied. Het is terecht dat indiener wijst op de noodzaak van nader onderzoek, zeker wanneer het gaat om ingrijpende maatregelen met langetermijngevolgen voor ondernemers en het landschap. In onze visie worden natte teelten niet gezien als de enige oplossingsrichting. Wij zetten juist in op verbreding van de agrarische sector als aanvullende mogelijkheid om bedrijven toekomstbestendig te maken.
Daarbij blijft de kern dat agrarische ondernemers hun hoofdtak kunnen voortzetten, met ruimte voor maatwerk en ontwikkeling binnen de geldende kaders. De zienswijze geeft aanleiding om de Omgevingsvisie op dit onderdeel aan te scherpen. 30.6 Indiener uit zorgen dat de identiteit van de polders rond Scheerwolde in de Omgevingsvisie onderbelicht raakt, met een toekomstbeeld dat vooral inzet op recreatie, natuur en riet en weinig op voedselproductie. Ook het open landschap zou aangetast worden door zonnepanelen. Indiener pleit voor een ander perspectief: innovatieve, circulaire landbouwbedrijven met lage emissies en mestvergisting. Polder Giethoorn wordt genoemd als voorbeeld. Indiener vraagt om ruimte in het gebiedsproces voor een landbouwtoekomst die niet alleen op verbreding is gericht, en benadrukt dat de gemeente ervaringskennis uit de sector moet benutten en indien ze dat voldoende heeft gedaan, terughoudend moet zijn met concrete invulling zonder die input. Indieners roepen op “vecht voor het behoud van landbouwgrond in onze polder, corrigeer de misvatting dat er nog veen aanwezig is in ons deel van de polder, en laat ons zelf het Wij herkennen het belang dat indiener onderstreept: het is essentieel om de agrarische sector in de benen te houden en perspectief te bieden voor ondernemers in het gebied.
Tegelijkertijd moeten we dit doen binnen de kaders die daarvoor zijn vastgesteld, zoals beleidsmatige en ecologische richtlijnen op provinciaal en nationaal niveau. Een eerlijk en realistisch toekomstbeeld vraagt om gezamenlijk overleg. Daarom zetten wij in op gebiedsprocessen waarin we samen met betrokkenen – waaronder agrarische ondernemers – verkennen welke mogelijkheden er zijn voor een toekomstbestendige inrichting van het gebied. De zienswijze geeft aanleiding om de Omgevingsvisie op dit onderdeel aan te scherpen.
Pagina 54 van 105 toekomstperspectief invullen vanuit de ervaring die wij hebben in de sector.” Conclusie De zienswijze van indiener 30 leidt tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 31 31. INDIENER 31 31.1 Indiener spreekt waardering uit voor de ontwerp- Omgevingsvisie van Steenwijkerland. Vooral de focus op natuur, water en bodem als sturende principes wordt gezien als een juiste koers. Ook het behoud en de versterking van landschappelijke en historische waarden worden positief beoordeeld. De visie op een toekomstbestendig platteland, waarin landbouw, natuur, recreatie en wonen in balans zijn, biedt volgens indiener een aantrekkelijk perspectief. De schets voor 2050 wordt gewaardeerd als een integrale benadering waarin leefkwaliteit, klimaatadaptatie en economische ontwikkeling samenkomen. Wij danken de indiener voor de uitgesproken waardering op de ontwerp-Omgevingsvisie. 31.2 Indiener spreekt bijzondere waardering uit voor twee inhoudelijke onderdelen van de visie voor 2050: het erkennen van natuur als essentieel onderdeel van de leefomgeving, met speciale aandacht voor rust, donkerte, biodiversiteit en waterkwaliteit; en de keuze om water en bodem sturend te maken in ruimtelijke ontwikkeling, met maatregelen gericht op waterberging, piekafvoervertraging en het tegengaan van verdroging en bodemdaling.
Beide worden gezien als belangrijke bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving Wij danken indiener voor de reactie en nemen dit kennisgeving aan. 31.3 Indiener onderschrijft het belang van samenwerking met boeren, ondernemers en andere partners bij opgaven zoals stikstofreductie, klimaatmaatregelen en kringlooplandbouw en zien kansen in de samenwerking binnen Nationaal Park Weerribben-Wieden. Ook wordt de inzet op behoud en herstel van karakteristieke landschapselementen gewaardeerd, vanwege het belang voor biodiversiteit en identiteit. Tot slot is indiener positief over de benadering van toerisme: spreiden en verrijken in plaats van Wij danken indiener voor de reactie en nemen dit kennisgeving aan.
Pagina 55 van 105 enkel vergroten, met oog voor rust, ruimte en natuurbescherming. 31.4 Indiener spreekt waardering uit voor diverse gebiedsgerichte uitwerkingen in de visie. Positief wordt gereageerd op de aandacht voor waterberging en landschapselementen in Het Hoge Land, de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van De Groene Schatkamer, en het streven naar grotere weidevogelgebieden op de grens van het Oude en Nieuwe Land. Ook wordt het belang van ecologische verbindingen tussen de Weerribben en Rottige Meente onderstreept, evenals de koppeling van water-, natuur- en klimaatdoelen in de polders rond Scheerwolde. Tot slot wordt de terughoudendheid bij uitbreiding van verblijfsrecreatie gewaardeerd vanwege het behoud van rust en natuur. Nogmaals danken wij indiener voor de reactie. 31.5 Indiener is in grote lijnen positief over de visie, maar ziet ruimte voor verbetering. Er zijn zorgen over mogelijke aantasting van natuur, landschap en cultuurhistorie door woningbouw en andere ontwikkelingen nabij beschermde gebieden. Men pleit voor terughoudendheid in deze kwetsbare zones en noemt als voorbeeld de geplande woningbouw aan de Halleweg in Sint Jansklooster Wij herkennen het belang van terughoudendheid bij nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid van kwetsbare natuur en waardevolle landschappen. Bij ruimtelijke keuzes staat het zorgvuldig omgaan met waarden voorop.
Ook bij woningbouw en andere ingrepen willen we de identiteit en kernkwaliteiten van het gebied nadrukkelijk blijven waarderen en inzetten op het behoud en waar mogelijk versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Dat vraagt om maatwerk en een zorgvuldige afweging van belangen. 31.6 Indiener maakt bezwaar tegen het omzetten van recreatiefuncties naar woonfuncties in de Groene Schatkamer, omdat dit haaks lijkt te staan op het uitgangspunt dat natuur daar de hoofdfunctie is. Indiener pleit ervoor dergelijke omzettingen alleen toe te staan als er geen extra verstoring van de natuur optreedt Wij begrijpen de zorg van indiener. Zoals indiener terecht aangeeft, is natuur de hoofdfunctie in de Groene Schatkamer en moet extra verstoring worden voorkomen. Een eventuele omzetting van recreatiefuncties naar woonfuncties kan dan ook alleen plaatsvinden als is vastgesteld dat dit geen negatieve effecten heeft op de natuur. Dit wordt nader onderzocht in het vervolgtraject, namelijk bij een omgevingsplanwijziging 31.7 Indiener onderschrijft de zorgen over grondwaterverlies, maar mist urgentie en bestuurlijke ambitie in de visie. Indiener vindt het informeren van initiatiefnemers te vrijblijvend en pleiten voor sturend beleid en concrete maatregelen tegen veenoxidatie en verdroging.
Vooral in de polders rond Scheerwolde zijn de opgaven zichtbaar, waar Wij begrijpen de zorg van indiener en delen de urgentie rondom de hydrologische opgaven, zoals veenoxidatie en verdroging. Deze vraagstukken zijn complex en raken aan meerdere belangen in het gebied. Hoewel wij niet het bevoegd gezag zijn, nemen wij deze opgaven serieus en brengen wij de belangen
lage waterstanden en ontwatering botsen met | van het gebied actief in tijdens de overleggen klimaat- en natuurdoelen. Indiener vraagt om | over onder andere de veenweidestrategie. meer duidelijkheid en actieve inzet op structurele oplossingen. 31.8 | Indiener mist in de visie voldoende erkenning | Wij begrijpen de wens om ecologische van het Natura 2000-gebied Weerribben- | verbindingen rondom het Natura 2000 | -gebied Wieden als ecologische schakel tussen | Weerribben-Wieden explicieter op te nemen in omliggende natuurgebieden. Voor het | de visie. Echter zijn er op dit moment geen versterken van deze rol pleit indiener voor het | nieuwe plannen voor het aanleggen van expliciet opnemen van robuuste verbindingen | nieuwe ecologische schakels tussen richting De Olde Maten, het Vechtdal, de Reest | omliggende natuurgebieden en wij geen en de Natte As, een samenhangende keten | aanleiding zien om dit in de Omgevingsvisie op van natte natuur in het grensgebied van | te nemen. Flevoland, Friesland, Overijssel en Gelderland | . Conclusie De zienswijze van indiener 31 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie. Indiener 32 32. | INDIENER 32 32.1 | Indiener is verrast en bezorgd over de | Wij begrijpen de zorgen van indiener over de voorgenomen woningbouw in Tuk Noord.
Bij | mogelijke woningbouwontwikkeling in Tuk aankoop van de woning in 2024 was volgens | Noord en de impact daarvan op het woongenot navraag bij de gemeente geen sprake van | en de omgeving. Het is belangrijk dat plannen voor woningbouw. Men vreest dat de | ruimtelijke ontwikkelingen transparant en ontwikkeling het woongenot, de woningwaarde | zorgvuldig worden gecommuniceerd. In 2024 en de karakteristieke elementen van het | waren er nog geen plannen voor deze locatie, noordelijk heuvellandschap negatief zal | en ook op dit moment is er nog geen sprake beïnvloeden. | van een vastgesteld plan. In de ontwerp- Omgevingsvisie wordt slechts een mogelijke toekomstige ontwikkeling benoemd. Tegelijkertijd kunnen ruimtelijke inzichten en beleidsvoornemens in de loop van de tijd veranderen, bijvoorbeeld door een toenemende woningbehoefte in de regio. De stadsvisie Steenwijk, in lijn met het afwegingskader wonen en werken in Steenwijk, speelt hierop in. Bij eventuele verdere planvorming zal nadrukkelijk worden gekeken naar ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en een zorgvuldige communicatie met belanghebbenden. Wat betreft de woningwaarde: mocht indiener van mening zijn dat een toekomstige ontwikkeling op deze locatie leidt tot schade, dan kan een verzoek Pagina | 56 van 105
Pagina 57 van 105 om nadeelcompensatie worden ingediend. Dit kan pas na vaststelling van een omgevingsplan voor ontwikkeling op de beoogde locatie door de gemeenteraad. 32.2 Indiener vindt de volgorde van inspraakmomenten verwarrend, omdat de ontwerp-Omgevingsvisie verschijnt voordat er een reactie is ontvangen op de inspraakreactie op de Stadsvisie Steenwijk. Omdat beide visies uiteindelijk één geheel moeten vormen, overlapt de zienswijze grotendeels met de eerdere reactie op de stadsvisie, aangevuld met nieuwe elementen. Het besluit over de Stadsvisie Steenwijk, inclusief het besluit hoe de raad om wil gaan met de zienswijzen op de Stadsvisie Steenwijk, wordt meegenomen bij de behandeling van de Omgevingsvisie. De stadsvisie vormt immers een belangrijke bouwsteen voor de Omgevingsvisie. Wanneer de raad besluit om de stadsvisie aan te passen, zal dat aanleiding zijn om ook de Omgevingsvisie op dat onderdeel te herzien. Op dit moment ligt de stadsvisie echter nog ter besluitvorming bij de gemeenteraad. De uitkomst van dat proces bepaalt of en op welke wijze de Omgevingsvisie op dit punt wordt aangepast. 32.3 Indiener uit zorgen over de woningbouwopgave in Steenwijk/Tuk zoals opgenomen in de Woonagenda. Hoewel de taakstelling tot 2031 grotendeels is ingevuld via inbreidingslocaties, wordt vooruitgekeken naar een aanvullende ambitie tot 2040.
De actualisatie van de woningbehoefte in 2025 moet nog plaatsvinden, en toekomstige bijstellingen worden verwacht. Voor Tuk Noordwest staat een opgave van 325 woningen genoteerd vanaf 2031, maar het toekomstbeeld is nog niet helder. Indiener signaleert tegenstrijdigheden in het afwegingskader en vreest dat alle benoemde locaties uiteindelijk bebouwd moeten worden, ten koste van het direct omliggende landschap. Ze vragen aandacht voor het behoud van kernwaarden zoals het karakteristieke landschap rondom Steenwijk Wij begrijpen de zorgen van indiener over de woningbouwopgave en de ruimtelijke keuzes in en rond Steenwijk. Zoals terecht opgemerkt, heeft de gemeenteraad het afwegingskader ‘Toekomst wonen en werken’ richtinggevend vastgesteld. In dit kader zijn potentiële ontwikkellocaties verkend. Na het raadsbesluit zijn deze locaties nader uitgewerkt in de Stadsvisie Steenwijk, zowel programmatisch als technisch, ruimtelijk en financieel. Het is vervolgens aan de gemeenteraad om op basis van deze uitgesproken ambitie een besluit te nemen over de visie en daarmee ook over de ontwikkellocaties. In de ontwerp- Omgevingsvisie wordt de mogelijke toekomstige ontwikkeling benoemd. De opmerking van indiener dat het toekomstbeeld niet helder is, herkennen wij niet.
Regionaal is namelijk ingezet op een aanvullende opgave van 1.000 tot 1.500 woningen voor Steenwijk, om te kunnen voldoen aan de bovenregionale woningvraag. Deze ambitie is leidend geweest bij het opstellen van de stadsvisie Steenwijk en heeft een plek gekregen in de Omgevingsvisie. 32.4 Indiener vreest dat het direct omliggende landschap van Steenwijk wordt opgegeven ten gunste van woningbouw, terwijl de visie vooral Wij begrijpen de zorgen van indiener over het behoud van het landschap rondom Steenwijk, en specifiek bij Tuk Noordwest. Zoals ook
Pagina 58 van 105 waardering lijkt te tonen voor verder gelegen landschappen. Men twijfelt aan de haalbaarheid van de groene en natuurinclusieve ambities nabij Tuk, gezien de geplande dichte bebouwing, en vraagt zich af hoe deze ambities zich verhouden tot het woningbouwprogramma. benoemd in de Stadsvisie Steenwijk, staan de woningvraag en de uitbreiding van de stad aan de randen vaak op gespannen voet met de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Juist daarom is in de visie bewust gekozen voor een hoge ambitie op het gebied van groen en natuurinclusief bouwen. De kwaliteiten van het omliggende landschap vormen een belangrijk uitgangspunt en worden doorgezet in het stedenbouwkundig plan. Bij Tuk Noordwest is het open coulisselandschap nadrukkelijk onderdeel van de ontwikkeling langs de noordrand. Door de bebouwde delen, ondanks de relatief hoge dichtheid, zo groen mogelijk en natuurinclusief in te richten — in contrast met het huidige mono-agrarisch gebruik — streven we naar een woonomgeving die zowel aantrekkelijk als landschappelijk passend is. Hiermee wordt gestuurd op kwaliteit en behoud van karakter. 32.5 Indiener maakt zich zorgen over het verlies van het karakteristieke glooiende landschap door de geplande ontwikkeling.
De directe beleving van dit landschap vanuit de bestaande wijk ontbreekt, wat de landschappelijke waarde aantast Wij begrijpen de zorgen van indiener over het mogelijke verlies van karakteristieke landschapselementen, zoals het glooiende landschap rondom Tuk. Bij een goede ruimtelijke inpassing hoeft stedelijke ontwikkeling echter niet te leiden tot het verdwijnen van deze kwaliteiten. In het stedenbouwkundig plan is het behoud van de beleving van hoogteverschil en glooiing nadrukkelijk een opgave. Daarbij geldt wel dat deze beleving anders zal zijn dan in de huidige situatie, maar niet hoeft te verdwijnen. Juist het hoogteverschil en de glooiing kunnen bijdragen aan een aantrekkelijke en onderscheidende stedenbouwkundige inrichting, waarin landschap en bebouwing elkaar versterken. Deze uitgangspunten worden verder uitgewerkt in een nader plan, na vaststelling van zowel de Stadsvisie Steenwijk als de Omgevingsvisie 32.6 Indiener vraagt zich af of het principe 'bodem en water sturend' leidend is geweest bij het aanwijzen van Tuk Noordwest als ontwikkellocatie. Volgens indiener zijn de hydrologische analyse en de sponsstrategie grofmazig. Bij indiener rijst de vraag echter of bij verschillende lagere of overgangsgebieden Wij begrijpen de vragen van indiener over de toepassing van het principe ‘bodem en water sturend’ bij de ontwikkeling van Tuk Noordwest.
Dit principe is richtinggevend geweest bij de verkenning van mogelijke ontwikkellocaties en vormt een belangrijk uitgangspunt in de verdere uitwerking van
Pagina 59 van 105 niet ook sprake van zandpakketetn, waardoor bouwen eigenlijk ook redelijk goed realiseerbaar is. Mag de analyse ook met een wat fijnere korrel? plannen. In de lager gelegen gebieden is het risico op wateroverlast aanzienlijk. Door woningen te positioneren op hoger gelegen gronden wordt dit risico beperkt en dragen we bij aan een klimaatbestendige inrichting van Steenwijkerland. Tegelijkertijd wordt in het stedenbouwkundig plan rekening gehouden met de hydrologische kenmerken van het gebied, waaronder de overgangszones en mogelijke zandpakketten. Deze aspecten worden in een volgende fase verder onderzocht en uitgewerkt, zodat ruimtelijke keuzes zorgvuldig en onderbouwd kunnen worden gemaakt. 32.7 Indiener stelt dat er bij de voorgenomen ontwikkelingen in en rond Tuk geen sprake is van samenhang, ondanks wat in de visie wordt benoemd. Men ervaart de uitbreiding als grootschalig en onsamenhangend, vergelijkbaar met een Vinex-wijk, waarbij onvoldoende aandacht is voor bijbehorende voorzieningen. Wij begrijpen de zorgen van indiener over het ontbreken van samenhang in de voorgenomen ontwikkelingen rondom Tuk. In de Stadsvisie Steenwijk is juist ingezet op het creëren van samenhang tussen ruimtelijke ontwikkelingen en opgaven.
Door de gehele noord- tot zuidrand van Tuk als één ontwerpopgave te benaderen, wordt gestuurd op een dorpsrand die landschappelijk goed is ingepast. De afwisseling in het bestaande coulisselandschap wordt versterkt door het toevoegen van houtwalstructuren en woonvelden. Binnen deze woonvelden wordt ook ruimte gereserveerd voor het toevoegen van voorzieningen. In welke vorm en van welke aard deze voorzieningen precies zullen zijn, is op dit niveau van de visie nog niet uitgewerkt, met uitzondering van de mogelijkheid voor een school. Verdere invulling zal plaatsvinden in een latere fase, waarbij ook participatie van belanghebbenden een belangrijke rol speelt. 32.8 Indiener betwijfelt de noodzaak van de aanvullende woningbouwopgave van 1.000 tot 1.500 woningen tot 2040 en ziet deze vooral als een top-down bestuurlijke ambitie. Hoewel er kansen zijn voor vernieuwing binnen de bestaande stad, ontbreekt volgens indiener een overtuigend en inclusief verhaal voor uitbreiding aan de stadsranden, zoals bij Tuk. Daarbij wordt onvoldoende rekening gehouden met het behoud van landbouwgrond en natuurinclusieve alternatieven. Indiener pleit voor meer aandacht voor lokale identiteit, Wij begrijpen dat indiener vragen stelt bij de herkomst en onderbouwing van de aanvullende woningbouwopgave voor Steenwijk.
In de regio Zwolle zijn in het kader van de verstedelijkingsstrategie ‘Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta’ afspraken gemaakt over hoe invulling wordt gegeven aan regionale opgaven op het gebied van wonen, werken, klimaat en mobiliteit. Steenwijkerland heeft zich via de door de gemeenteraad vastgestelde Woonagenda gecommitteerd aan deze strategie. Daarin is de ambitie opgenomen om
natuurontwikkeling aan de stadsrand en een | in Steenwijk 1.000 tot 1.500 woningen toe te benadering die beter aansluit bij bewoners | voegen bovenop de lokale behoefte, om zo bij te dragen aan de bovenregionale woningvraag. Deze opgave is opgenomen in het afwegingskader ‘Toekomst wonen en werken’ en heeft een plek gekregen in de Stadsvisie. Kortheidshalve wordt ook verwezen naar de beantwoording bij indiener 25. Conclusie De zienswijze van indiener 32 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 33 33. | INDIENER 33 33.1 | Indiener vreest dat industrie en wonen bij Tuk | Wij begrijpen de zorgen over de nabijheid van gaan conflicteren, wat haaks staat op het | bedrijventerrein en woongebied, en de streven naar aantrekkelijke woonwijken. | mogelijke impact op het omliggende landschap Specifiek wordt bezwaar gemaakt tegen een | en Natura 2000-gebied. In de visie wordt bedrijventerrein op het vrij liggende terrein bij | nadrukkelijk ingezet op een groene buffer de Ruxveenseweg, vanwege het ontbreken | tussen wonen en werken. Daarbij wordt van voldoende groenbuffers en de extra | minimaal voldaan aan de gepaste afstanden verkeersdruk op de Provinciale Weg door een | en ruimtelijke voorwaarden om een gezonde kwetsbaar Natura 2000-gebied. | en aantrekkelijke leefomgeving te waarborgen. Bij een nadere uitwerking van de stadsvisie .
| Steenwijk en de Omgevingsvisie, zal ook de verkeersaantrekkende werking van het bedrijventerrein op het Natura 2000-gebied worden onderzocht. Dit aspect is in de huidige fase van de Omgevingsvisie nog niet uitgewerkt, maar vormt een belangrijk aandachtspunt in het vervolgtraject. Conclusie De zienswijze van indiener 33 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Pagina | 60 van 105
Indiener 34 34. | INDIENER 34 34.1 | Indiener kan zich grotendeels vinden in de | Wij begrijpen de behoefte van indiener. Echter, ontwerp-Omgevingsvisie, maar vindt deze te | meer concrete uitwerkingen, zoals maatregelen abstract. Er wordt onvoldoende concreet | en toetsbare doelstellingen, worden vastgelegd gemaakt hoe de plannen gerealiseerd worden. | in omgevingsprogramma’s en Duidelijke doelstellingen zijn volgens indiener | omgevingsplannen. Deze volgen op de visie en nodig, zodat toekomstige gemeenteraden | bieden handvatten voor besluitvorming en kunnen bijsturen. Gezien het lange tijdsbestek | bijsturing door toekomstige gemeenteraden. Zo en het belang voor toekomstige generaties, | ontstaat een gelaagde aanpak waarin pleit indiener voor meer concreetheid en | strategische ambities worden vertaald naar langetermijnvisie. | programma’s en uitvoerbare plannen, met ruimte voor actualisatie Conclusie De zienswijze van indiener 34 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 35 35. | INDIENER 35 35.1 | Indiener betwijfelt de economische | Wij gaan er niet van uit dat agrariërs vrijwillig haalbaarheid van alternatieve teelten zoals | verliesgevende maatregelen nemen. lisdodde en vernatting van landbouwgrond.
| Economische haalbaarheid, draagvlak en Zonder structurele subsidies zijn deze vormen | uitvoerbaarheid zijn belangrijke voorwaarden van landbouw niet rendabel, er is geen stabiele | bij het uitwerken van maatregelen. Daarom afzetmarkt en geen zekerheid over langdurige | wordt in het vervolgtraject gekeken naar financiering van een omschakeling. De | mogelijke passende verdienmodellen, financiële risico’s liggen volledig bij de agrariër, | samenwerking met agrariërs en mogelijkheden terwijl de voordelen elders terecht komen. Het | voor ondersteuning, zodat transitie niet alleen is volgens indiener niet realistisch te | ecologisch maar ook economisch duurzaam verwachten dat boeren vrijwillig verliesgevende | kan zijn. Aanvullend wordt kortheidshalve maatregelen nemen. | verwezen naar de beantwoording bij 30.5. 35.2 | Indiener wijst op een conflict tussen vernatting | Kortheidshalve wordt verwezen naar de van landbouwgrond en bestaande of | beantwoording bij 30.1. toekomstige regelgeving, zoals graslandnormen en stikstofwetgeving. Boeren raken hierdoor in de knel: ze worden geacht te extensiveren, anderzijds wordt het onmogelijk gemaakt om binnen de regels een levensvatbaar bedrijf te behouden.
35.3 | Indiener stelt dat de Omgevingsvisie leidt tot | Wij begrijpen de zorgen over de verdeling van een onevenwichtige verdeling van risico’s en | risico’s en zeggenschap bij veranderingen in zeggenschap: boeren dragen de volledige | het landelijk gebied. In de Omgevingsvisie financiële lasten, terwijl de zeggenschap over | streven wij er juist naar om een grondgebruik en inrichting verschuift naar | toekomstperspectief te bieden voor de overheden, natuurorganisaties en | agrarische sector. Zoals ook benoemd in Pagina | 61 van 105
Pagina 62 van 105 adviesbureaus zonder dat zijzelf risico te lopen. Hierdoor voelen agrariërs zich gereduceerd tot uitvoerders zonder stem, ondanks hun praktijkkennis en verantwoordelijkheid voor het land. beantwoording bij indiener 30, vormt dit aanleiding om de visie op dit punt verder aan te scherpen. Wij erkennen dat agrariërs een cruciale rol spelen in het beheer en de ontwikkeling van het buitengebied, en dat hun praktijkkennis en betrokkenheid onmisbaar zijn. Tegelijkertijd zijn wij voor bepaalde opgaven, zoals natuurbeheer en de ontwikkeling van de veenweidestrategie, afhankelijk van andere overheden en beleidskaders op provinciaal en landelijk niveau. 35.4 Indiener verzet zich tegen het idee dat Steenwijkerland wordt benaderd als decor in een toeristisch landschap. Men vindt dat het bestuur van Nationaal Park Weerribben- Wieden agrarische bedrijvigheid reduceert tot een esthetische functie. Volgens indiener is dat onacceptabel, omdat boeren een essentiële rol spelen in landschapsbeheer, dorpsleven en de lokale economie. Zij verdienen erkenning als volwaardige beheerders, niet als figuranten. Wij erkennen het belang van landschapsbeheer door agrariërs binnen de gemeente. Het overige deel van de reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
35.5 Indiener uit stevige kritiek op het instellen van een voorkeursrecht op landbouwgrond, dat volgens indiener onterecht is en wantrouwen oproept. Het verzwakt de positie van boeren, terwijl de overheid zonder duidelijke doelen of financiering zeggenschap over de grond wil verkrijgen. Daarnaast vindt indiener het onbegrijpelijk dat wordt verwezen naar het inmiddels achterhaalde PPLG als onderbouwing voor nieuw beleid. In de Omgevingsvisie wordt enkel verwezen naar de wettelijke mogelijkheid die een gemeente heeft om, indien nodig en onder strikte voorwaarden, een voorkeursrecht toe te passen. Het benoemen van deze bevoegdheid betekent niet dat er concrete plannen zijn om hier in het kader van de Omgevingsvisie gebruik van te maken. 35.6 Indiener vreest dat het voorgestelde beleid leidt tot het verdwijnen van gezinsbedrijven in het buitengebied, door toenemende regelgeving, economische druk en onzekerheid over grondgebruik. Deze bedrijven zijn volgens indiener essentieel voor werkgelegenheid, sociale samenhang en landschapsbeheer. Dat verdwijnen zou ten koste gaan van de diversiteit, lokale betrokkenheid en menselijke maat die het het platteland zo waardevol maken. Wij delen de zorg over de toekomst van gezinsbedrijven en de sociale structuur van het platteland, maar wij herkennen ons niet in het beeld dat de Omgevingsvisie zou bijdragen aan het verdwijnen van deze bedrijven.
Integendeel: wij zetten in op het behoud en waar mogelijk de verbreding van de agrarische sector in brede zin. Daarbij is er aandacht voor de rol van agrariërs in landschapsbeheer, lokale economie en gemeenschapsvorming. Zoals ook benoemd in reactie op indiener 30, zien wij dat de Omgevingsvisie op onderdelen aanscherping behoeft om dit perspectief duidelijker en explicieter te verwoorden. 35.7 Indiener stelt dat er gebrek is aan participatie en erkenning is van praktijkkennis van boeren. Beleidsmakers en adviseurs die op grote Wij delen deze mening niet. Wij werken in verschillende gebiedsprocessen samen met boeren en bewoners om te komen tot een
Pagina 63 van 105 afstand van de werkelijkheid staan, bepalen volgens indiener over het eigendom en inkomen van agrariërs, wat het vertrouwen schaadt en de kloof tussen bestuur en samenleving vergroot. gedragen toekomstperspectief. Kortheidshalve wordt verder verwezen naar de reactie bij 20.1. Conclusie De zienswijze van indiener 35 leidt niet tot een aanvullende wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 36 36. INDIENER 36 36.1 Indiener pleit voor een sterkere en toekomstgerichte positionering van Vollenhove en omgeving in de Omgevingsvisie. De regionale rol van het gebied wordt nu te beperkt belicht. Meer ontwikkelruimte is nodig om de leefbaarheid en aantrekkelijkheid voor inwoners en ondernemers voor de komende decennia te waarborgen. Wij delen de reactie van indiener niet volledig. Vollenhove staat in de visie goed op de kaart als het gaat om mogelijkheden voor woningbouw, bedrijvigheid en nieuwe voorzieningen, waaronder dagrecreatie. Daarmee wordt recht gedaan aan de regionale betekenis van Vollenhove en de potentie voor toekomstige ontwikkeling. 36.2 Indiener benadrukt het belang van lokale ondernemers voor de leefbaarheid en vitaliteit van Vollenhove en omgeving. Indiener pleit voor expliciete opname van versterking van lokale bedrijvigheid in de visie.
Daarnaast vraagt indienerj om ruimte voor toekomstige horeca-ontwikkelingen in het havengebied, om toerisme, recreatie en de lokale economie te stimuleren en leefbaarheid en het vestigingsklimaat voor ondersnemers te versterken. Wij zijn van mening dat de Omgevingsvisie voldoende ingaat op het belang van de lokale ondernemers, de leefbaarheid en vitaliteit van Vollenhove en omgeving. De ruimte indiener zoekt in het versterken van de lokale economie, komt naar voren in de deelgebieden Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl, ’t Hoge Land en de beoogde zoek – en ontwikkellocaties. 36.3 Indiener ziet kansen voor duurzame en innovatieve industrie in Vollenhove en omgeving. Om de transitie naar een circulaire economie te ondersteunen, pleit indiener voor extra en toekomstbestendig ingerichte bedrijventerreinen met voldoende ruimte en goede bereikbaarheid. Wij herkennen dit pleidooi en delen de visie dat Vollenhove en omstreken potentie heeft voor duurzame bedrijvigheid. In de Omgevingsvisie is deze ambitie dan ook opgenomen. 36.4 Indiener pleit voor expliciete opname van ruimte voor lokale duurzame energieopwekking in de visie. Voor Vollenhove en omgeving zou ruimte moeten komen voor verschillende vormen van energieopwekking zoals zon op Wij onderschrijven het belang van een robuuste en duurzame energievoorziening op lokaal niveau.
In de Omgevingsvisie zetten wij daarom nadrukkelijk in op zon op dak en kleinschalige bio-energie als haalbare en
daken, zorgvuldig geplaatste zonnevelden en | passende vormen van energieopwekking kleinschalige wind- of bio-energie, om zo bij te | binnen onze gemeente. Voor zonnevelden en dragen aan een robuuste, lokale en betaalbare | windenergie zijn wij afhankelijk van het energievoorziening richting 2050. | provinciale beleid. Op dit moment sluit dat beleid dergelijke ontwikkelingen in Steenwijkerland grotendeels uit. 36.5 | Indiener vraagt om in de visie ruimte te bieden | De aandacht voor woon/werk-concepten, zoals voor flexibele woon/werk-concepten in | werken aan huis en kleinschalige bedrijvigheid, Vollenhove en omgeving, zoals werken aan | zien wij als een waardevolle aanvulling die bij huis en kleinschalige bedrijvigheid. Dit draagt | de verdere uitwerking richting het bij aan leefbaarheid en economische vitaliteit. | omgevingsplan nader vorm kan krijgen. Wij Daarnaast pleit men voor een duidelijke | willen deze mogelijkheid dan ook nadrukkelijk verankering van een integrale benadering | blijven bieden binnen de kaders van de visie. waarin wonen, werken, energie, voorzieningen | Wat betreft de overige onderdelen van uw en duurzaamheid in balans zijn richting 2050, | reactie, zoals de integrale benadering van hoe de regio ook in 2050 leefbaar en | wonen, werken, energie, voorzieningen en economisch gezond kan zijn.
| duurzaamheid, zijn wij van mening dat deze in de Omgevingsvisie voldoende en herkenbaar zijn opgenomen. Conclusie De zienswijze van indiener 36 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 37 37. | INDIENER 37 37.1 | Indiener maakt bezwaar tegen de | Kortheidshalve wordt voor de reactie inzake de Omgevingsvisie Steenwijk 2025, en in het | woningbouwbehoefte verwezen naar de bijzonder tegen de woningbouwplannen op de | beantwoording bij 27.6 en 32.8. Kamp. Volgens indiener is de verwachte groei niet realistisch in vergelijking met historische | Kortheidshalve wordt voor de reactie inzake cijfers, omliggende gemeenten en prognoses | woningbouw op de Kamp verwezen naar de van het CBS. De plannen zouden te ingrijpend | beantwoording bij 3.1. zijn voor de leefbaarheid van de stad en houden onvoldoende rekening met de geologische en archeologische waarde van de stuwwal. Indiener uit ook zorgen over het ontbreken van een gemeentelijke reactie op eerdere vragen in het kader van de stadsvisie Steenwijk en stelt dat korte termijn belangen en externe ambities zwaarder lijken te wegen dan lokale langetermijnbelangen Conclusie De zienswijze van indiener 37 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Pagina | 64 van 105
Pagina 65 van 105 Indiener 38 38. INDIENER 38 38.1 Indiener geeft aan betrokken te zijn geweest bij het proces dat heeft geleid tot de ontwerp Omgevingsvisie. Indiener waardeert de samenwerking met de gemeente en is positief over het feit dat een groot deel van hun input is verwerkt in de visie. Indiener is verheugd dat de Omgevingsvisie een aanpak stimuleert waarin water en bodem, naast natuur, als uitgangspunt worden meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Indiener herkent dit onder meer in het uitgangspunt om van nature hoger gelegen gronden te benutten voor stedelijke functies zoals woningbouw en voorzieningen. Wij danken de indiener voor de uitgesproken waardering op de ontwerp Omgevingsvisie. 38.2 Indiener onderschrijft de toelichting op het principe ‘bodem en water sturend’ in het hoofdstuk Vitaal Platteland. Indiener benadrukt dat klimaatverandering als katalysator kan dienen voor een vernieuwende, water- en bodembewuste inrichting van het landschap. Door natuurlijke processen te benutten—zoals water vasthouden op hogere gronden, piekafvoer vertragen in beekdalen en peilverhoging in veengebieden—kan schade door droogte, bodemdaling en wateroverlast worden beperkt.
Deze transitie vraagt volgens indiener om samenwerking en vooruitdenken, en draagt bij aan een robuust en toekomstbestendig landschap Wij zijn blij dat indiener de toelichting op het principe ‘bodem en water sturend’ in het hoofdstuk Vitaal Platteland onderschrijft. Het is waardevol om te zien dat deze benadering wordt herkend en gesteund. 38.3 Indiener wijst erop dat het bouwen op hoge gronden in het hoofdstuk Leefbare steden en kernen aansluit bij het principe van bodem en water sturend. Daarbij benadrukt indiener het belang van een zorgvuldige balans tussen wat het water- en bodemsysteem aankan en wat technisch mogelijk is. Volgens indiener gelden hier dezelfde uitgangspunten als voor het Vitaal Platteland. Wij herkennen het belang dat indiener aangeeft ten aanzien van het bouwen op hoge gronden binnen het hoofdstuk Leefbare steden en kernen. Net als bij het Vitaal Platteland is een zorgvuldige afweging tussen de draagkracht van het water- en bodemsysteem en technische mogelijkheden essentieel. 38.4 Indiener benadrukt dat de Omgevingsvisie een belangrijke stap is, maar dat de daadwerkelijke impact ligt in de uitvoering. Daarbij pleit indiener voor blijvende samenwerking en een integrale aanpak. Als kennisautoriteit op het gebied van water wil indiener graag betrokken Wij herkennen de positie van indiener en waarderen de betrokkenheid bij het opstellen van de Omgevingsvisie.
Ook wij zien het belang van een blijvende samenwerking en een integrale aanpak bij de verdere uitwerking en uitvoering van de visie.
Pagina 66 van 105 blijven bij de verdere uitwerking in programma’s en gebiedsprocessen, en adviseert om expliciet te benoemen hoe water- en bodemprincipes worden toegepast bij vergunningverlening, planvorming en toetsing Conclusie De zienswijze van indiener 38 leidt niet tot wijziging van de Omgevingsvisie Indiener 39 39. INDIENER 39 39.1 Indiener heeft met interesse kennisgenomen van de ontwerp Omgevingsvisie Steenwijkerland en spreekt waardering uit voor de ambitieuze en integrale aanpak van opgaven op het gebied van bereikbaarheid, klimaat, wonen, werken en energie binnen de beperkte ruimte van de gemeente. Wij danken de indiener voor de uitgesproken waardering op de ontwerp Omgevingsvisie. 39.2 Indiener heeft de ontwerp Omgevingsvisie met aandacht gelezen en vraagt in de reactie aandacht voor haar belangen en betrokkenheid bij de verdere uitwerking in concrete omgevingsplannen. Indiener wijst op het aanwezige spoornetwerk in de gemeente, dat nu en in de toekomst voldoende ruimte nodig heeft om goed te kunnen functioneren en om effecten op de omgeving te beperken. Over dit onderwerp is indiener al regelmatig met de gemeente in gesprek Wij erkennen de belangen en betrokkenheid van indiener bij het spoornetwerk in onze gemeente.