CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Giethoorn 170807 anonieme digitale versie.pdf

Politieke Markt 3 oktober 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Bestemmingsplan Giethoorn28.019 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dergelijke buitenopslag is en blijft ruimtelijk niet wenselijk, vanwege de afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit (verrommelen van percelen) en de beperking van de woon- en agrarische functie die als gevolg daarvan ontstaat. Bovendien bestaan voor de opslag/winterberging van de boten goede alternatieve oplossingen. De opmerking van indiener dat de stalling /winterberging van verhuurboten ter plaatse sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw plaatsvindt, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat dit gebruik toch moet worden meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Het enkele feit dat een activiteit als lang plaatsvindt betekent nog niet dat het hier gaat om een ruimtelijke acceptabele situatie. Indiener maakt in zijn zienswijze bovendien niet aannemelijk dat er sprake is van een gebruik dat al die jaren voortdurend op precies dezelfde plek in precies dezelfde omvang heeft plaatsgevonden waardoor het overgangsrecht van toepassing is. Alleen de bewering dat dit gebruik al zeer lang aan de gang is, is geen bewijs voor de toepasselijkheid van het overgangsrecht. Luchtfoto’s vanaf 2008 tot heden (jaarlijks genomen in de periode maart– mei) wijzen eerder in de richting van een gebruik voor opslag van verhuurboten dat zich beperkt tot een gedeelte van het perceel A117 in wisselende omvang en op wisselend locaties op dit perceel.

Als zodanig is de toepasselijkheid van het overgangsrecht voor de opslag van de verhuurboten van indiener niet aannemelijk. Met betrekking tot de door indiener 32 genoemde parkeervoorziening geldt dat zich achter het perceel Noorderpad 1 een parkeerterrein bevindt. Dit terrein is in het huidige bestemmingsplan opgenomen en als een bestaande situatie is met een bestemming verkeer daarom ook ingepast in het ontwerpbestemmingsplan. Dit betreft overigens het kadastrale perceel A116. Voor het perceel A117 geldt dat voor dit perceel geldende bestemming agrarisch gebied met landschappelijke waarde voorziet in het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van parkeerplaatsen of andere oppervlakteverhardingen. Voor het aanbrengen van verhardingen van meer dan 50 m2 is een omgevingsvergunning vereist. Het gaat hierbij wel om parkeergelegenheden die nodig zijn voor het agrarische gebruik (conform de bestemming). Deze regeling is voortgezet in het ontwerpbestemmingsplan. Ook het ontwerpbestemmingsplan voorziet in de bestemming Agrarisch met waarden in de mogelijkheid van het realiseren van parkeergelegenheid ten behoeve van de agrarische bestemming waarbij voor (verharde) parkeergelegenheid van meer dan 50 m2 een omgevingsvergunning is vereist.

Het is echter op grond van zowel de huidige als de toekomstige bestemming niet de bedoeling om op deze agrarische percelen parkeergelegenheid ten 72 behoeve van andere functies mogelijk te maken. Nu voor de door indiener genoemde parkeergelegenheid voor passagiers en gasten van de recreatie-appartementen (nog) geen omgevingsvergunning is verleend, wordt deze parkeervoorziening dus niet meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan. 4.32.2. Horecabestemming Indiener 32 geeft aan dat de grens voor de voor het perceel Molenweg 2a opgenomen horeca aanduiding dwars door het gebouw loopt waar het restaurant in is gevestigd. Daardoor vallen de entree, opslag keuken en toiletten buiten de horecafunctie. Indiener 32 vraagt zich af het niet logischer is om deze begrenzing zodanig aan te passen dat het restaurant als geheel inclusief (ondersteunende) voorzieningen in deze functieaanduiding valt. Verder vindt indiener de indeling in vijf horeca-categorieën niet helder. Ook Hij merkt daarbij op dat aan hem is toegezegd dat (op basis van de oude indeling) dat voor Molenweg 2a horeca- categorie 3 zou gaan gelden. Een aantal malen per jaar wordt de locatie Molenweg 2a volgens indiener 32 gebruik als trouwlocatie en/of voor een wining of een walking dinner. Soms met akoestische begeleiding. Indiener 32 wil dit blijven doen.

Als deze activiteiten niet passen binnen horeca categorie 2 aanduiding wil indiener 32 graag dat in het bestemmingsplan een horeca categorie 3 aanduiding wordt opgenomen. Reactie: De locatie Molenweg 2a heeft in het ontwerpbestemmingsplan een recreatieve bestemming waarbij met een binnenplanse afwijkingsregeling, onder bepaalde randvoorwaarden en binnen een op de verbeelding weergegeven aanduiding, een horeca 2 functie kan worden toegestaan. Deze regeling is zo opgenomen omdat door het gemeentebestuur eerder richting indiener is aangegeven dat ter plaatse een lichte horecafunctie kan worden overwogen als er gezorgd wordt voor voldoende parkeergelegenheid om het eigen terrein. De aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen op het eigen perceel is dan ook als voorwaarde in de binnenplanse afwijkingsregeling opgenomen. Vanwege de al bestaande parkeerproblematiek in de omgeving van deze locatie is de ontwikkeling van een nieuwe horecafunctie waarvan bezoekers in de openbare ruimte (moeten) parkeren ruimtelijk geen optie.

Gezien de geldende gemeentelijke parkeernormering kan de aanduiding voor de (mogelijk) toe te stane horeca-activiteiten maar een beperkte omvang hebben, anders blijft er te weinig ruimte over de parkeergelegenheid op het eigen perceel Volgens het gemeentelijke parkeerbeleid geldt voor een restaurant een norm van 14 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak van het horecabedrijf. Het gebouw dat indiener 32 voor de horecafunctie wil gebruiken is vergund en gebouwd als botenloods van 150 m2 bij een woning en is dus eigenlijk bedoel voor de berging van de verhuurboten van het verhuurbedrijf dat indiener (ook) ter plaatse exploiteert. De horeca- aanduiding is in het ontwerpbestemmingsplan zo op de verbeelding geprojecteerd dat de eigenlijke horeca-activiteiten zoals die nu feitelijk al plaatsvinden (terras en inpandige zitgedeelte voor de gasten) binnen deze aanduiding vallen en heeft een oppervlakte van ongeveer 220 m2. Dat betekent dat, om de omgevingsvergunning voor de horeca 2 functie via de binnenplanse afwijkingsregeling van het ontwerpbestemmingsplan te kunnen verlenen, er ongeveer 30 parkeerplaatsen zullen moeten worden gerealiseerd. 73 Indiener 32 verzoekt nu om ook het achterste gedeelte van de (voormalige) botenloods waar zich de keuken, opslag en het toiletvoorziening van het restaurant bevinden op te nemen binnen de aanduiding.

Dit deel van het gebouw heeft nog een oppervlak van ongeveer 90 m2. Op zichzelf is het ruimtelijk niet bezwaarlijk om de horeca-aanduiding voor de binnenplanse afwijkmogelijkheid over het hele gebouw te projecteren in plaats van alleen het voorste deel van dit gebouw. Maar wel onder de conditie dat het bruto vloeroppervlak inclusief terras van het horecabedrijf dat via de binnenplanse afwijkingsregeling ter plaatse kan worden toegestaan toeneemt ten opzicht van wat het ontwerpbestemmingsplan nu mogelijk maakt. Het creëren van nog eens 12-13 parkeerplaatsen extra als gevolg van 90 m2 meer bruto vloeroppervlak voor de horeca functie is gezien de omvang het hele perceel en de andere activiteiten die daar op plaatsvindt niet realistisch. Dat houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan aangepast kan worden in die zin dat de functieaanduiding op de verbeelding ten behoeve van de horeca 2 functie wordt aangepast zodat de het hele gebouw (voormalige botenloods) binnen de aanduiding komt te liggen waarbij in de regels wordt opgenomen dat binnen die aanduiding via een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan een horeca 2 bedrijf mogelijk is met een bruto vloeroppervlak inclusief terras van maximaal 220 m2.

Het antwoord op de opmerking van indiener over de indeling in vijf horeca-categorieën en de daarmee samenhangende onduidelijkheid over de gebruiksmogelijkheden voor zijn horecabedrijf is als volgt. De indeling vloeit voort uit het ruimtelijke beleid van deze gemeente en is in alle (nieuwe) bestemmingsplannen voor horecafuncties opgenomen. In de begripsbepalingen van het ontwerpbestemmingsplan waarin deze categorieën omschreven, waarbij horeca categorie 1 de lichte horecafunctie is en horeca categorie 5 de zwaarste. De aan Molenweg 2a toegekende mogelijkheid voor horeca 2 is als volgt gedefinieerd: horeca van categorie 2: een inrichting die is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen of kunnen worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: cafetaria / snackbar, fastfood en broodjeszaak, lunchroom, ijssalon / ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant. Deze begripsomschrijving is voldoende duidelijk om te kunnen bepalen welke horeca-activiteiten ter plaatse mogelijk zijn en welke niet. De suggestie van indiener dat aan hem een horeca 3 functie zou zijn toegezegd op grond waarvan een café mogelijk is strookt verder niet me de beschikbare correspondentie met indiener waarin is aangegeven dat het gemeenbestuur, zoals aangegeven wil meewerken aan een lichte h orecafunctie.

En dat betekent dus geen horeca 3 functie, die tot de zwaardere categorieën behoort, maar maximaal een horeca van de tweede categorie. Hierbij gaat het om een combinatie van eten en drinken. De door indiener specifieke genoemde activiteiten die hij een aantal keren per jaar in zijn horecabedrijf wil houden zijn allen activiteiten die in principe goed in een restaurant kunnen plaatsvinden. Ook op grond daarvan is de gebruiksmogelijkheid van een horeca 3 functie niet nodig. 4.32.3. Conclusie De zienswijze van indiener 32 geeft aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen voor zover het de aanduiding voor bootverhuur bij de locatie Noorderpad 5-7 betreft. Deze aanduiding zal op de hiervoor beschreven wijze voor deze locatie op de verbeelding worden 74 aangebracht. Daarnaast zal voor de locatie Molenweg2a de aanduiding voor de horeca worden aangepast zodat het hele gebouw binnen deze aanduiding komt te vallen. In de regels van het bestemmingsplan zal worden opgenomen dat het horecabedrijf, inclusief terras, dat in afwijking van de bestemming binnen deze aanduiding kan worden toegestaan een maximale bruto vloeroppervlakte mag hebben van 220 m2. 4.33. Indiener 33 4.33.1.

Realiseren tuinkamer Indiener 33 verzoekt om de regeling van het ontwerpbestemmingsplan ten aanzien van het perceel Bovenwijde 12 in Giethoorn zodanig aan te passen dat de bouw van een tuinkamer aan de bestaande recreatiewoning mogelijk wordt. Reactie: De locatie Bovenwijde 12 heeft in het ontwerpbestemmingsplan, conform de huidige situatie, een verblijfsrecreatieve bestemming gekregen. Voor dit perceel is een bouwvlak opgenomen waarbinnen één recreatiewoning is toegestaan met een maximale inhoud van 300 m3 (inclusief eventueel inpandige berging). Er kan, via toepassing van de binnenplanse afwijkregeling, in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning worden verleend voor één overkapping met een oppervlakte van maximaal 20 m2. Uit de zienswijze kan worden afgeleid dat de inhoud van de recreatiewoning al (meer) dan 300 m3 bedraagt. Een tuinkamer is (in principe) een glazen aanbouw aan de (recreatie)woning waarmee de inhoud en het oppervlak van de woning feitelijk wordt vergroot en het bouwvlak wordt overschreden. Dit is niet in overeenstemming met het in het ontwerpbestemmingsplan vastgelegde ruimtelijke beleid op grond waarvan de inhoud van recreatiewoning is begrensd tot een inhoud van 300 m3.

Deze inhoudsgrens heeft doel om een ontwikkeling van recreatiewoning tot een inhoud of maatvoering waarmee er (feitelijk) gebruiksmogelijkheden voor reguliere bewoning ontstaan tegen te gaan. Het instemmen met de zienswijze van indiener 33 doet afbreuk aan dit beleid en is niet wenselijk, ook uit het oogpunt van het voorkomen van precedentwerking. Realisering van de tuinkamer in de vorm van een glazen overkapping is onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk maar dan moet de oppervlakte van deze overkapping wel worden teruggebracht tot 20 m2 (zijnde de in alle nieuwe bestemmingsplannen gebruikelijke maat voor een overkapping bij een (recreatie)woning). De door indiener 22 voorgestelde tuinkamer heeft echter een oppervlakte van ongeveer 28 m2. Het bouwvoornemen van indiener 22 past dus daarmee dus niet binnen de in dit bestemmingsplan voorziene bebouwingsmogelijkheden bij een recreatiewoning. Voor het desondanks toestaan van meer bebouwingsmogelijkheden bestaat geen aanleiding.. 4.33.2. Conclusie De zienswijze van indiener 33 geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 75 4.34. Indiener 34 4.34.1. Vestiging horeca-inrichting Indiener 34 is het niet eens met de mogelijkheid van vestiging van een horeca-inrichting op het perceel Binnenpad 64.

Men vreest voor overlast, ook door het vervallen van de bedrijfswoning die vervolgens wordt benut voor de horeca-functie en de mogelijkheid van het realiseren van een terras. De verleende omgevingsvergunning gaat volgens indiener 34 bovendien verder dan wat op grond van het ontwerpbestemmingsplan mogelijk is. Reactie: Ter beantwoording van deze zienswijze kan worden verwezen naar de reactie bij paragraaf 4.27.1. In de paragraaf is al ingegaan op door indiener 27 aangevoerde overlast als gevolg van de mogelijke horeca-activiteiten op het perceel Binnenpad 66. De zienswijze van indiener 34 sluit hier op aan. Zowel op grond van het huidige bestemmingsplan c.q. de beheersverordening als op grond van het ontwerpbestemmingsplan is het gebruik van Binnenpad 64 voor een volwaardige horecafunctie of zelfstandig horecabedrijf, ook omwille van het woon- en leefklimaat van de omgeving, niet toegestaan. Waar het hier gaat is uitsluitend de verkoop van consumptieijs met de mogelijkheid van consumptie ter plaatse als complementaire daghoreca, inherent en ondergeschikt aan de winkelfunctie (de hoofdfunctie). Zoals in paragraaf 4.27.1 is aangegeven, is er in het huidige bestemmingsplan c.q. de beheersverordening al een mogelijkheid opgenomen om met een (omgevings)vergunning dit soort horeca-activiteiten als nevenactiviteit bij een winkel toe te staan.

Daarnaast is het zo dat er recent voor de ijsverkoop en productie een omgevingsvergunning is verleend om dit gebruik in afwijking van het (huidige) bestemmingsplan toe te staan. Ten opzichte van wat er op grond van de huidige regelgeving is toegestaan of al is vergund leidt het ontwerpbestemmingsplan voor het perceel Binnenpad 64 niet tot ruimere gebruiksmogelijkheden voor (complementaire) horeca op deze locatie. De rechtszekerheid brengt in dit verband (juist) met zich mee dat in het ontwerpbestemmingsplan rekening wordt gehouden met de genoemde omgevingsvergunning voor de ijsverkoop en ijsproductie. Zoals in paragraaf 27.4.1 ook al is toegelicht, zal zowel in de omgevingsvergunning als in het ontwerpbestemmingsplan voor complementaire daghoreca bij Binnenpad 64 wel worden opgenomen dat de totale oppervlakte daarvan inclusief terras maximaal 100 m2 bedraagt. Aan de regels van het ontwerpbestemmingsplan zal voor deze locatie verder worden opgenomen dat de complementaire daghoreca alleen de productie en verkoop van consumptie-ijs betreft. Daarmee zal de door indiener genoemde situatie dat de omgevingsvergunning meer horeca-activiteiten mogelijk maakt dan het bestemmingsplan zich niet voordoen.

Ook de mogelijkheid van uitbreiding van de horeca-activiteiten tot een oppervlakte van meer dan 100 meter (bijvoorbeeld) als gevolg van het niet meer gebruiken van de bedrijfswoning is op deze manier uitgesloten. Alsdan is daarvoor eerst nieuwe ruimtelijke besluitvorming vereist. 76 4.34.2. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmignsplan zoals al is toegelicht bij paragraaf 4.27.6 voor wat betreft de begrenzing van de complementaire daghoreca bij Binnenpad 64. 4.35. Indiener 35 4.35.1. Inpassing recreatief gebruik Indiener 35 om inpassing van de stacaravan van cliënt op de locatie kadastraal bekend B 1086. Volgens indiener 35 valt het gebruik van deze caravan onder het overgangsrecht van het huidige bestemmingsplan uit 1994. Indiener 35 verzoekt op grond daarvan om een positieve bestemming verblijfsrecreatieterrein voor het hele perceel of een deel daarvan met een bouwvlak om de locatie van de stacaravan. Reactie: Het staat vast dat voor de aanwezigheid van de stacaravan tot dusver geen bouw- of omgevingsvergunning is verleend. Door indiener 35 wordt gesteld, dat op het recreatieve gebruik van de stacaravan het overgangsrecht van het geldende bestemmingsplan (bestemmingsplan Giethoorn 1994 c.q. de beheersverordening) van toepassing is.

Ter onderbouwing van deze stelling is door indiener 35 een aantal verklaringen bij de zienswijze overgelegd. Het is niet zo dat in het bestemmingsplan dat gold voor bestemmingsplan Giethoorn 1994 de locatie van de stacaravan een recreatieve bestemming had. De geldende bestemming was toen ook al agrarisch en die bestemming is in het bestemmingsplan Giethoorn 1994 voortgezet. Het is echter zo dat het overgangsrecht van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 ook het bestaande van het bestemmingsplan afwijkende gebruik onder de reikwijdte van het overgangsrecht bracht waar indiener 35 zich nu op beroept. Het gebruik van deze caravan als recreatief (nacht)verblijf valt (alleen) onder dit overgangsrecht als (a) vaststaat de caravan voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 aanwezig was en (b) en dit gebruik sindsdien onafgebroken op dezelfde wijze heeft plaatsgevonden. Met alleen de eigen uitleg van indiener 35 over de aanwezigheid en het gebruik van de caravan en drie korte verklaringen van derden kan niet zonder meer worden afgeleid dat de stacaravan daadwerkelijk voor de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 al aanwezig was (en gebleven). Objectieve, controleerbare gegevens zoals foto’s, informatie met betrekking tot de aanschaf en plaatsing van de stacaravan (overeenkomsten) of mogelijk notariële gegevens etc.

waarmee de aanwezigheid/plaatsing van de stacaravan kan worden geverifieerd zijn door indiener 35 niet overlegd. Weliswaar heeft indiener35 bij zijn zienswijze een foto gevoegd maar op die foto kan de stacaravan niet worden waargenomen en bovendien is niet duidelijk wanneer deze foto is genomen. Deze foto levert dus geen bewijs voor de aanwezigheid van de stacaravan voor 1994. Verder geldt dat deze verklaringen, afgezien van de eigen verklaring, niets zeggen over het gebruik van de stacaravan als recreatief verblijf in de periode vanaf de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 tot nu. Indiener 35 heeft daarmee in de zienswijze geen 77 objectieve, verifieerbare informatie overlegd waaruit blijkt dat de stacaravan al die jaren consequent door indiener 35 als recreatief (nacht)verblijf is gebruikt. Naar aanleiding van de zienswijze van indiener 35 is door een gemeentelijke toezichthouder op 24 mei 2017 bovendien een controle uitgevoerd van de stacaravan. Van de stacaravan zijn daarbij foto’s gemaakt. Uit deze controle blijkt duidelijk dat de stacaravan in ieder geval op dit moment niet (meer) in gebruik is als recreatief (nacht)verblijf en daarvoor, gelet op de inrichting en staat van het bouwwerk ook niet (meer) geschikt is. De uitkomst van de controle is dat het de stacaravan (zeer waarschijnlijk) al geruime tijd slechts als schuur of bergruimte wordt gebruikt.

Een actief gebruik als recreatief (nacht)verblijf van dit bouwwerk is in ieder geval zeker niet waargenomen. Anders dan indiener 35 aanvoert, is niet aannemelijk (gemaakt) dat de stacaravan van indiener 35 vanaf de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Giethoorn 1994 onafgebroken en consequent is gebruikt als recreatief (nacht)verblijf. Indiener 35 heeft daarmee zijn beroep op het overgangsrecht voor het gebruik van deze stacaravan als recreatief (nacht)verblijf niet onderbouwd met (voldoende) bewijs dat dit overgangsrecht op dit gebruik van toepassing is. Op grond daarvan is er dan ook geen aanleiding om in het ontwerpbestemmingsplan over te gaan tot een uitsterfregeling of een positieve bestemming voor dit gebruik. Het argument van indiener 35 dat de agrarische bestemming niet langer reëel is omdat de locatie niet meer agrarisch wordt of zal worden gebruikt maakt dit niet anders. De gebruik(on)mogelijkheden van deze agrarische bestemming waarbinnen geen bebouwing in de vorm van gebouwen is toegestaan, kunnen niet dienen als een argument voor omzetting van een bestemming die wel een gebouw of gebouwen toestaat. Ruimtelijk uitgangspunt is dat hier gaat om open, onbebouwd terrein.

Daarbij geldt dat de aanwezigheid van de stacaravan ook niet onomkeerbaar is omdat dit type bouwwerk naar zijn aard relatief gemakkelijk kan worden verplaatst naar een locatie (zoals een verblijfsrecreatieterrein) waar dit bouwwerk wel is toegestaan. Verwijdering/verplaatsing van de stacaravan is aldus ruimtelijk ook een goede, zo niet te prefereren oplossing. Gelet op de bedoeling van het ontwerpbestemmingsplan dat is gericht op het treffen van een actuele, uniforme bestemmingsregeling voor de huidige, legaal aanwezige situatie zijn er dus geen termen om deze stacaravan in te passen in dit bestemmingsplan. 4.35.2. Conclusie De zienswijze van indiener 35 geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/755b2e4c-2bae-4674-8cf4-26822b27d544?agendaItemId=c7f90ab7-438e-40f5-a1a3-177a0b1c54ac