NIEUW - passende beoordeling Craeft Advies B.V., Schaarweg 22- Sint Jansklooster (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
De meeste trilvenen in de Wieden worden als rietland beheerd en in het late najaar of in de winter gemaaid. Een klein areaal wordt als hooiland beheerd en in de nazomer gemaaid. Soorten van de Rietklasse (Phragmitetea) zijn in de eerste variant wat talrijker. In de afgelopen tientallen jaren is het areaal trilveen weliswaar sterk teruggelopen, maar door het gericht terugzetten van de vegetatiesuccessie zijn in de afgelopen jaren hoopgevende resultaten geboekt.
Trilvenen komen in De Wieden vaak voor in gevarieerde begroeiingen met onder meer Veenmosrietland (Pallavicinio-Sphagnetum). Ook dit vegetatietype , evenals de trilvenen onderdeel van habitattype 7140 , is in de Wieden zeer goed ontwikkeld. Op dit moment bedraagt de omvang zeker 200 ha. Het is hier dat de Welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia) zijn intrede doet , die vooral rond het Zuideindigerwijde vrij talrijk is. Veel voorkomende veenmossen in dit type zijn Haakveenmos (Sphagnum squarrosum) , Gewimperd veenmos (Sphagnum fimbriatum) en Slank veenmos (Sphagnum flexuosum). Het Veenmosrietland is in mozaïek met bloemrijke rietlanden een beeldbepalend type in de open landschappen rond het Zuideindigerwijde en ten oosten van de Kleine Beulakerwijde. De kwaliteit is echter niet overal optimaal: vele tientallen hectaren zijn zodanig verzuurd en verdroogd dat Gewoon haarmos (Polytrichum commune) domineert. De trilvenen en veenmosrietlanden herbergen de Grote vuurvlinder (Lycaena dispar) , die als waardplant Waterzuring (Rumex hydrolapathum) heeft. De Grote vuurvlinder is in De Wieden echter schaars en komt alleen voor rond de Otterskooi , in de Landen achter ´t Singel en ten oosten van de Kleine Beulakerwijde. In de zeggenrijke boezemlanden aan de zuid- en noordkant van het Meppelerdiep is een grote populatie van Geel schorpioenmos (Hamatocaulis vernicosus) aanwezig.
Tot voor kort betrof dit - voor zover bekend - de enige populatie van dit mos in ons land , maar intussen is de soort ook in de Kierse Wieden aangetroffen. Ze groeit hier in een open kleine zeggenmoeras van het verbond Caricion nigrae , samen met onder meer Stijf struisgras (Calamagrostis stricta) en Draadrus (Juncus filiformis). De Wieden herbergt verder een van de grootste populaties van de Groene glazenmaker (Aeshna viridis) in Nederland. Deze libel is strikt gebonden aan Krabbenscheervegetatie. Langs de overgangen van trilveen naar het water en in verlandingen met Krabbenscheer leeft de Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis). Nergens in Nederland , en wellicht nergens in de wereld , komen grotere aantallen voor dan in de Wieden. Het zijn vooral de kleinere wateren met drijftillen en kraggen waar deze libel vliegt: de larven leven tussen de dichte wortelmassa´s onder water. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt rond Dwarsgracht en in de Schinkellanden. Hier zijn dan de beste jonge verlandingsstadia te vinden. Over de vissen is relatief weinig bekend. Zoals mag worden verwacht is de Bittervoorn vrij talrijk en komen ook beide modderkruipers in het gebied voor. Op legakkers en op andere plekken met onvergraven veen komt over een kleine oppervlakte nog Blauwgrasland (H6410) voor , vooral bij De Klosse en in het zuidoostelijke deel.
Hoewel soorten als Welriekende nachtorchis , Spaanse ruiter (Cirsium dissectum) , Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) en Blauwe knoop (Succisa pratensis) nog aanwezig zijn , is de kwaliteit toch wel afgenomen. Bijzonder is een perceel aan de Veldweg , met de enige populatie Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) in de Wieden. Kranswierbegroeiingen (H3140) zijn te vinden in sloten met een zandbodem en in grote plassen. In smalle wateren vormen deze begroeiingen pionierstadia , waarvan de soortsamenstelling en bedekking van jaar tot jaar sterk kan wisselen. Grote , min of meer stabiele velden met kranswieren zijn te vinden in het Duinigermeer en het Zuidendiep , twee kleinere plassen in het noordwestelijke deel van De Wieden. De bijzonderheid van het Zuiderdiep is Sterkranswier (Nitellopsis obtusa) , dat hier dominant aanwezig is. Dit veld heeft zich recent kunnen ontwikkelen , nadat de waterkwaliteit en doorzicht hier sterk zijn toegenomen. Het zuidwestelijke deel van de Wieden , rond de Kerkgracht en Bakkerskooi , is van bijzondere betekenis omdat hier blauwgraslanden , Dotterbloemhooilanden , trilvenen en moerasheiden (H4010) in een groots mozaïek door elkaar groeien.
In deze gradiëntrijke begroeiingen vinden we veel botanische bijzonderheden , waaronder Armbloemige waterbies (Eleocharis quinqueflora) , Geelhartje (Linum catharticum) , Slank wollegras , Vlozegge (Carex pulicaris) , Blonde zegge (Carex hostiana) en Knotszegge (Carex buxbaumii). Andere planten , zoals Draadrus , Moeraskartelblad (Pedicularis palustris) , Grote ratelaar (Rhinanthus angustifolius) en Grote pimpernel , hebben hier een zwaartepunt. De Veenmosorchis
(Hammarbya | paludosa) | , een | van | de | grootste | schatten | uit | het | Veenmosrietland | , kwam | hier | tot | de | jaren tachtig | van | de | vorige | eeuw | nog | voor. | De | waarde | van | dit deel | van | de | Wieden | wordt | nog | eens | onderstreept door | de | aanwezigheid | van | drie | zeldzame | vlinders: | Zilveren | maan | (Boloria | selene) | , Bruine | vuurvlinder (Lycaena | tityrus) | en | Aardbeivlinder | (Pyrgus | malvae). Voor | moerasvogels | is De | Wieden | een | van | de | belangrijkste | gebieden | in Nederland. | Niet | in de | laatste | plaats door | het | actieve | herstelbeheer | dat | door | de | Vereniging | Natuurmonumenten | in | de | afgelopen | jaren | is gevoerd | , onder | andere | door | het | instellen | van | een | hoogwaterzone | met | spontane | moerasontwikkeling. | In de | verschillende | (riet)moeraskernen | broeden | Snor | (ongeveer | 75 | territoria) | , Rietzanger | (3. 500 | territoria) | , Grote | karekiet | (omstreeks | tien | territoria) | , Porseleinhoen | (de | laatste | jaren | toegenomen | tot | boven | de | 20 territoria) | , Purperreiger | (50 | nesten) | , Zwarte | stern | (bijna | 200 | nesten) | en | Roerdomp | (schommelend | tussen 5 en | 20 | territoria). | Vanaf | 2004 | broeden | er | zelfs | grote | zilverreigers | (8 | paren | in | 2004).
| In de | hoogwaterzone worden | ook | geregeld | roepende | vogels | gehoord | van | het | Klein | waterhoen | (in | 2005 | maar | liefst | 5 | territoria) | , een | in Nederland | zeer | zeldzame | , verkleinde | uitgave | van | het | Waterhoen. | Ook | is er | van | oudsher | (ten | minste sinds | het | begin | van | de | 18de | eeuw) | een | grote | kolonie | aalscholvers | gevestigd. | Aanvankelijk | broedde | de Aalscholver | in de | verschillende | eendenkooien | , maar | sinds | 1979 | heeft | de | soort | een | alternatief | gevonden in het | moerasbos | net | ten | westen | van | de | Bakkerskooi. | Het | aantal | nesten | schommelt | (vanaf | het | begin | van de | jaren | negentig) | rond | de | 1. 000. | In | de | graslanden | van | de | Wieden | die | de | moerassen | omgeven | , is nog | een redelijke | weidvogelstand | aanwezig | met | onder | meer | Grutto | , Zomertaling | en | Tureluur. | Voor | doortrekkende en | overwinterende | vogels | is de | Wieden | vooral | van | belang | voor | viseters | als | Visarend | , Grote | zaagbek | en Nonnetje. | In de | wintermaanden | zijn | ook | ganzen | en | smienten | talrijk. | Zij slapen | dan | op | de | grote | plassen | en zoeken | hun | voedsel | op | nabije | landbouwgronden.
| Samen | met | de | Weerribben | was | de | Wieden | het laagveengebied | waar | in | 2002 | en | 2003 | otters | werden | geherintroduceerd. | Na | een | aarzelend | begin | lijken | de dieren | zich | duurzaam | te | hebben | gevestigd. | Vanuit | de | Wieden | heeft | de | populatie | zich | zuidwaarts | weten uit te | breiden | naar | de | Olde | Maten | en | Veerslootslanden. Effectenmonitor | Natura | 2000 | gebied | De | Wieden Om | de | verschillende | effecten | op | De | Wieden | in | beeld | te | krijgen | hebben | we | gebruik | gemaakt | van | de effectenindicator. | De | mogelijke | effecten | lopen | we | allemaal | langs | en | voorzien | we | van | commentaar | waaruit blijkt | of er | negatieve | effecten | plaats | kunnen | vinden. Oppervlakteverlies - activiteiten | vinden | plaats | buiten | het | gebied | waardoor | er | geen | effect | optreedt. Versnippering - activiteiten | vinden | niet | in | het | gebied | plaats | , waardoor | geen | effect | is te | verwachten. Verzuring - wordt | al getoetst | door | middel | van | N-depositie Vermesting - wordt | al getoetst | door | middel | van | N-depositie Verontreiniging - activiteiten | vinden | niet | in | het | gebied | plaats | , waardoor | geen | effect. | De | voorgenomen | activiteiten kennen | tevens | geen | verontreinigend | karakter/
Verdroging - Er zijn geen hydrologische negatieve effecten te verwachten , er vindt immers geen verandering van bedrijfsvoering of peilbeheer plaats. Verstoring door geluid - De activiteiten vinden plaats buiten het gebied. Het bedrijf wordt gestaakt en er komen mindr milieu intensieve woningen bij , in plaats van een actief intensief veehouderijbedrijf. Derhalve is er op het gebied van geluid een verbetering te verwachten en is er geen sprake van een negatief effect. Optische verstoring - Optisch vind geen verandering van omgeving plaats , in zoverre dat een groot bedrijf verwijderd wordt en er slechts in zeer beperkte mate bebouwing terugkomt. Hierdoor is geen negatieve invloed te verwachten. Bewuste verandering soortensamenstelling - Geen effect te verwachten omdat gesaldeerd wordt met een te verwijderen veehouderij en wordt dus getoetst door N-depositie. Effecten Niet broedvogels en Broedvogels De niet broedende broedvogels omvatten met name foeragerende vogels. Het gaat om de volgende soorten Aalschover , Roerdomp , Purperreiger , Bruine Kiekendief , Porseleinhoen , Kwartelkoning , Watersnip , Grutto , Zwarte stern , IJsvogel , Paapje , Snor , Rietzanger , Grote Karekiet , Fuut , Kleine zwaan , 1 Grauwe gans , Smient , Krakeend , Tafeleend , Kuifeend , nonnetje , Grote zaagbek en Visarend. De bedrijfsstructuur veranderd niet en de omvang neemt af.
Hierdoor wordt de natuurlijke habitat niet versnipperd. Verontreiniging van oppervlakte en indirect grondwater wordt voorkomen door het hanteren van de bemestingsnormen en tevens het voldoen aan het lozingenbesluit landbouw. Voor zowel de broed- als niet broedvogels zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Overige mogelijke effecten Binnen de effecten monitor grondgebonden landbouw komen voor de soorten Kamsalamder , Boomleeuwerik , Duinpieper , IJsvogel , en enkele andere broedvogels mogelijk te verwachten negatieve effecten naar voren. Deze effecten betreffen met name versnippering van leefomgeving , oppervlakte verlies , verontreiniging , verdroging en verstoring door mechanische effecten. De landbouwactiviteiten worden gestaakt. Voor de bovengenoemde effecten vallen daarom ook geen negatieve invloeden te verwachten. Conclusie effectenmonitor Natura 2000 Het typerende kenmerk voor De Wieden zijn de Trilvenen en Rietlanden. Dit is met name goed leefgebied voor vogels en andere dieren die houden van een waterrijke omgeving. De beschikbaarheid van voldoende voedselrijk gewas , luwten , rust en ruimten zijn voor broedende vogels de kritische 1 Bron: https://www. natura2000. nl/gebieden/overijssel/wieden/wieden-doelstelling.
succesfactoren in de omgeving van de locatie. De voorgenomen activiteiten betreffen uitsluitend het beëindigen van gebruik en het bouwen van een aantal woningen buiten het Natura 2000 gebied. De grootste effecten voor de Wieden worden verwacht op aspecten rondom de natte graslanden ; verontreiniging , vermesting , verdroging , versnippering , licht en geluid. Binnen de opgestelde monitor blijkt dat de effecten van bestaand gebruik er niet zijn. De directe omgeving van de locatie veranderd niet ten negatieve door beëindiging van de bestaande bedrijfssituatie. Op basis van de hierboven beschreven effecten monitor en de randvoorwaarden welke de ondernemer biedt kunnen wij concluderen dat de voorgenomen bestaande activiteiten geen noemenswaardige tijdelijke of blijvende invloed hebben op de beheersdoelstellingen van het Natura 2000 gebied De Wieden. Conclusie Uit de effectenbeoordeling blijkt dat er geen extra negatieve effecten op het gebied De Wieden bestaan. Een intrekking en het vergunnen van gewenste woningen m. b. t. Natura 2000 activiteiten kan dan ook worden afgegeven.
Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 | | Lokale | wet- | en regelgeving | https://lokaleregelgeving. | overheid. | nl/CVDR704762 Lokale | wet- | en regelgeving Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 Geldend | van | 15-11-2024 | t/m | heden Intitulé Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 Gedeputeerde | Staten | van | Overijssel | , gelet | op | de | inwerkingtreding | van | de | Omgevingswet | op | 1 januari | 2024 | ; overwegende | dat | provinciale | regelgeving | in overeenstemming | moet | zijn | met | de | Omgevingswet | en | daaronder vallende | regelgeving | ; hebben | de | provinciale | regelgeving | beleidsneutraal | aangepast | aan | de | Omgevingswet | ; maken | bekend | dat | zij in de | vergadering | van | 23 | november | 2023 | hebben | besloten | (kenmerk | besluit: 2023-058822): - | de | Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2017 | in te | trekken | op | de | datum | dat | de | Omgevingswet | in werking | treedt | ; - | de | aan | de | Omgevingswet | aangepaste | Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 | vast | te stellen | en | in werking | te laten | treden | op | de | datum | dat | de | Omgevingswet | in werking | treedt. Hoofdstuk | 1 | Algemeen Artikel | 1.
1 Begripsbepalingen In | deze | beleidsregel | wordt | verstaan | onder: - | agroforestry: | een | landbouwmethode | waarbij | bomen | en/of | meerjarige | houtige | gewassen | bewust gecombineerd | worden | met | akkerbouw | , veeteelt | en/of | groenteteelt | op | hetzelfde | perceel. - | bedrijfsmatige | landbouw: | aanvragers | die | hun | hoofdbestaan | of een | substantieel | gedeelte | van | hun | bestaan (plegen | te) | vinden | in de | landbouw | ; - | bijproduct: | een | product | dat | ontstaat | als | gevolg | van | de | productie | van | de | in de | KWIN-handboeken beschouwde | hoofdproducten | ; in elk | geval | hooi | en | stro | , en | producten | die | door | de | KWIN | als zodanig worden | aangemerkt | ; - | bosgroeiplaats: | de | grond/plaats | waarop | de | houtopstand | staat | ; - | boskern: | aaneengesloten | complex | van | houtopstanden | met | een | gezamenlijke | oppervlakte | van | tenminste | 5 hectare | ; - | brandgang: | oppervlakte | houtopstand | die | dient | te verdwijnen | om | natuurbranden | te kunnen | bestrijden | en stoppen. | Een | brandgang | en | de | noodzaak | daartoe | is vastgelegd | in een | Risico | beheersplan natuurbranden | , dat | is vastgesteld | door | de | Veiligheidsregio | en | de | gemeente | in overleg | met | de terreinbeheerder | ; 1 van | 48 | 25/07/2025 | , 15:52
Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 | | Lokale | wet- | en regelgeving | https://lokaleregelgeving. | overheid. | nl/CVDR704762 - | doelgebonden | depositiebank: | subcompartiment | in AERIUS | Register | , gericht | op | het | aan | projecten | kunnen toedelen | van | in | deze | bank | aanwezige | stikstofdepositieruimte | voor | een | bepaald | doel | ; - | extern | salderen: | salderen | met | één | of | meer | activiteiten | buiten | de | begrenzing | van | één | project | of | locatie | ten behoeve | van | de | verlening | van | een | natuurvergunning | ; - | Gedeputeerde | staten: | Gedeputeerde | Staten | van | de | provincie | Overijssel | ; - | Habitatrichtlijn: | Richtlijn | 92/43/EEG | van | de | Raad | van | de | Europese | Gemeenschappen | van | 21 | mei | 1992 | , inzake | de | instandhouding | van | de | natuurlijke | habitats | en | de | wilde | 拓ora | en | fauna | (PbEG | L 206) | ; - | hoofdproduct: | product | dat | in de | actueelste | versies | van | de | KWIN-handboeken | “Akkerbouw | en Vollegrondsgroenteteelt” | en | “Veehouderij” | van | de | Wageningen | Universiteit | als | hoofdproduct | wordt genoemd | , en | alle | gewassen | die | geen | bijproduct | zijn | van | het | hoofdproduct | ; - | kapitaalintensieve | gewassen: | kwetsbare | gewassen/teelten | die | meerdere | jaren | op | een | plek | staan | en/of eenjarige | teelten | die | per
| hectare | hoge | 度nanciële | opbrengsten | opleveren | ; - | kwetsbare | gewassen: | de | bij ‘landbouw’ | en | ‘vollegrondsgroenteteelt’ | beschreven | teelten | , met | uitzondering van | weide- | , hooi- | , en | graszaadpercelen | waarvan | het | grasgewas | minimaal | zes | maanden | oud | is , en | granen en | graszaad | in | de | periode | waarin | het | gewas | afrijpt | ; - | landbouw: | veehouderij | , akkerbouw | , vollegrondgroenteteelt | , griendhout | , riet , weidebouw | , en | tuinbouw waaronder | begrepen | fruitteelt | , het | telen | van | vruchten | , groenten | , paddenstoelen | en | bloembollen- | , bloemen- | en | bomenteelt | ; - | meldingsjaar: | het | jaar | waarin | een | aanvrager | een | aanvraag | om | tegemoetkoming | indient | ; - | microdepositiebank: | compartiment | om | AERIUS | Register | gericht | op | de | aanwezige | stikstofdepositieruimte van | ten | hoogste | 005 , | mol | per | hectare | per | jaar | in de | zin | van | artikelen | 17a. | 10 | en | 17a. | 5 , vierde | lid van | de Omgevingsregeling | ; - | microdeposities: | door | een | project | veroorzaakte | N-depositie | van | ten | hoogste | 005 , | mol | stikstof | per | hectare per | jaar | die | overeenkomstig | artikel | 17a.
| 4 , vierde | lid | van | de | Omgevingsregeling | kan | worden | opgenomen | in AERIUS | Register | en | kan | worden | bestemd | voor | de | doelen | als | genoemd | in artikel | 17a. | 10 | van | de Omgevingsregeling | ; - | MijnFaunazaken: | systeem | van | BIJ12 | waarin | een | aanvrager | digitaal | de | aanvraag | om | een | tegemoetkoming indient | , en | de | verdere | communicatie | gedurende | de | procedure | plaatsvindt | ; - | natuurvergunning: | omgevingsvergunning | voor | een | Natura | 2000-activiteit | op | grond | van | artikel | 5. 1 eerste lid , aanhef | en | onder | e | van | de | Wet | of een | vergunning | op | basis | van | advies | en | instemming | met | het | verlenen van | een | omgevingsvergunning | als | bedoeld | in artikel | 4. 25 | , eerste | lid , aanhef | onder | e jo. | Artikel | 4.
25 | derde lid van | het | Omgevingsbesluit | ; - | N-emissie: | stikstofverbindingen | die | direct | of | indirect | vanuit | een | bron | in de | lucht | worden | gebracht | ; - | N-depositie: | neerslaan | van | stikstofverbindingen | uit | de | lucht | op | een | oppervlakte | , uitgedrukt | in | mol | stikstof per | hectare | per | jaar | ; - | pre-SMP-methodiek: | werkwijze | die | voorziet | in de | bescherming | van | populaties | gebouwbewonende | soorten met | de | bijbehorende | compenserende | maatregelen | en | natuurvriendelijk | isoleren | gedurende | het | opstellen van | een | soortenmanagementplan. - | provinciale | stikstofbank: | hoofdcompartiment | in AERIUS | Register | in de | zin | van | artikel | 17a. | 2 | lid 5 jo. | 17a. | 3 sub | h | van | de | Omgevingsregeling | ; - | referentiesituatie: | toestemming | als | bedoeld | artikel | 1. 1 van | deze | beleidsregel | , onder | 1° , 3° | en | 4° , of | bij gebrek | daaraan | een | op | de | Europese | referentiedatum | aanwezige toegestane toestemming | als | bedoeld | in | artikel | 1. 1 van | deze | beleidsregel | onder | 2° | en | 5° | waarbij | de | laagst | depositie | vanaf | de | referentiedatum geldt | ; 2 van | 48 | 25/07/2025 | , 15:52
Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 | | Lokale | wet- | en | regelgeving | https://lokaleregelgeving. | overheid. | nl/CVDR704762 - | relevant | hexagoon: | hexagoon | waarbinnen | een | voor | stikstof | gevoelig | natuurlijk | habitat | of habitat | voor soorten | voorkomt | , en | waarbij | tevens | sprake | is van | een | overbelasting | of een | naderende | overbelasting | van N-depositie | vanaf | 70 | mol | per | hectare | , per | jaar | onder | de | kritische | depositiewaarde | ; - | salderen: | inzetten | van | een | activiteit | met | N-emissie | op | grond | van | een | toestemming | in de | referentiesituatie ten | behoeve | van | de | verlening of | van | een | natuurvergunning | voor of een | nieuw | of | gewijzigd | project | , op waarbij deze | toestemming | geheel | gedeeltelijk | wordt | ingetrokken | gewijzigd | zodat | de | N-depositie | alle relevante | hexagonen | niet | toeneemt | ten | opzichte | van | de | referentiesituatie | ; - | saldogevende | activiteit: | toestemming | die , in geval | van | extern | salderen | , wordt | ingetrokken | of , in | het | geval van | verleasen | , tijdelijk | buiten | gebruik | wordt | gesteld | ten | gunste | van | de | saldo-ontvangende | activiteit | ; - | saldo-ontvangende | activiteit: | aangevraagde | activiteit | waarbij | gebruik | wordt | gemaakt | van | extern | salderen | ; - | SSRS: | het |
compartiment | binnen | AERIUS | Register | dat | beschikbaar | is | voor | projecten | als | bedoeld | in | artikel 17a. | 6 lid | van | de | Omgevingsregeling | ; - | stikstofdepositieruimte: | in AERIUS | Register | opgenomen | ruimte | , als | bedoeld | in artikel | 17a. | 2 lid | 3 | van | de Omgevingsregeling | ; - | taxateur: | een | taxateur | die | werkzaam | is voor | een | door | of | namens | gedeputeerde | staten | aangewezen taxatiebureau | of | een | consulent | faunazaken | van | of | namens | Gedeputeerde | Staten | ; - | toestemming: 1. | onherroepelijke | vigerende | natuurvergunning | ; of 2. | onherroepelijke | vigerende | vergunning | dan | wel | geldende | melding | op | grond | van | de | Wet Natuurbescherming eerste | , Natuurbeschermingswet | eerste | 1998 | , de | Wet | algemene | bepalingen | omgevingsrecht artikel | 2. 1 | lid | onder | e of | artikel | 2. 1 | lid | onder | i (omgevingsvergunning | voor | het onderdeel | milieu) | , de | Wet | milieubeheer | of | de | Hinderwet | ; of 3. | een | activiteit | waarvoor | geen | natuurvergunning | nodig | was | , maar | die | wel | voldoet | aan | artikel | 2. 8 van de | Wet | natuurbescherming | ; of 4. | een | moment activiteit die | onder | artikel | 9. 4 , achtste | lid van | de | Natuurbeschermingswet | , zoals | dat | luidde | op het | van | intrekking | ; of 5.
| een | activiteit | die | op | de | Europese | referentiedatum | was | toegestaan | en | die | niet | is | vervallen | of geëxpireerd | ; - | verleasen: | extern | salderen | waarbij | de | feitelijk | gerealiseerde | capaciteit | van | de | saldogevende | activiteit tijdelijk | geheel | of | gedeeltelijk | aantoonbaar | buiten | gebruik | wordt | gesteld | , ten | behoeve | van | de | verlening | van een | natuurvergunning | voor | een | tijdelijke | depositie | gedurende | een | beperkte | vooraf | afgebakende | periode | ; - | Vogelrichtlijn: | Richtlijn | 2009/147/EG | van | het | Europees | Parlement | en | de | Raad | van | de | Europese | Unie | van 30 | november | 2009 | , inzake | het | behoud | van | de | vogelstand | (PbEG | L 207) | ; - | vollegrondsgroenteteelt: | de | teelt | in open | grond | van | groentegewassen | ; - | vrijgemaakte | stikstofdepositieruimte: | ruimte | voor | N-depositie | die | voldoet | aan | de | eisen | voor | extern salderen | als | bedoeld | in artikel | 2. 2. 6 , eerste | tot | en | met | vijfde | en | zevende | tot | en | met | elfde | lid , van | deze Beleidsregels | die | afkomstig | is uit | mitigerende | maatregelen | die | speci度ek | zijn | getroffen | voor | het | mogelijk maken | van | ontwikkelingen.
- | vrijgevallen | stikstofdepositieruimte: | ruimte | voor | N-depositie | die | resteert | nadat | een | bevoegd | gezag | een natuurvergunning | heeft | verleend | ; - | Wet: | Wet | van | 23 | maart | 2016 | , houdende | regels | over | het | beschermen | en | benutten | van | de | fysieke leefomgeving | (Omgevingswet). 3 van | 48 | 25/07/2025 | , 15:52
Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 | Lokale wet- en regelgeving https://lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR704762 Hoofdstuk 2 Gebiedsbescherming Titel 2. 1 Vergunningverlening Artikel 2. 1. 1 Aanvragen van een vergunning Voor de aanvraag van een natuurvergunning als bedoeld in artikel 5. 1 , eerste lid , aanhef en onder e van de Wet dient het aanvraagformulier , verstrekt door de provincie Overijssel te worden gebruikt. Artikel 2. 1. 2 Commissie van deskundigen 1. Gedeputeerde Staten stellen een Commissie van onafhankelijke deskundigen in , die kan adviseren over: a. emissiearme technieken die een initiatiefnemer voornemens is toe te passen , maar die niet overeenstemmen met de meest actuele codes zoals opgenomen in bijlage V en VI van de Omgevingsregeling ; b. innovatieve technieken en managementmaatregelen binnen het geheel van de agrarische bedrijfsvoering gericht op de beperking van stikstofemissies. Gedeputeerde Staten schakelen de Commissie van deskundigen in als een aanvraag op basis van artikel 5. 1 , eerste lid , aanhef en onder e van de Wet daartoe naar het oordeel van Gedeputeerde Staten aanleiding geeft. 2. Titel 2. 2 Intern en extern salderen Artikel 2. 2. 1 Begripsbepalingen De begrippen die in deze titel gehanteerd worden , zijn opgenomen in artikel 1. 1 van deze beleidsregel. Artikel 2. 2.
2 Toepassingsbereik Gedeputeerde Staten hanteren deze beleidsregels bij het beoordelen van een aanvraag om een natuurvergunning waarbij gebruik is gemaakt van salderen voor projecten die een effect kunnen hebben op N- depositie op relevante hexagonen in Natura 2000-gebieden en het daarvoor in te stellen instrumentarium. Artikel 2. 2. 3 Natuurvergunning Gedeputeerde Staten verlenen een natuurvergunning in gevallen waarin bij de aanvraag gebruik is gemaakt van extern salderen , uitsluitend indien wordt voldaan aan de in deze beleidsregels opgenomen voorwaarden. Artikel 2. 2. 4 Rekenmodel Gedeputeerde Staten gaan bij de beoordeling van de N-depositie uit van de op het moment van beslissing op de aanvraag voor de natuurvergunning meest recente versie van de AERIUS Calculator , zoals beschikbaar op www. aerius. nl . Artikel 2. 2. 5 Voorwaarden intern salderen 4 van 48 25/07/2025 , 15:52
Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 | | Lokale | wet- | en | regelgeving | https://lokaleregelgeving. | overheid. | nl/CVDR704762 [vervallen] Artikel | 2. 2. 6 Voorwaarden | extern | salderen 1. | Er | bestaat | een | directe | samenhang | tussen | de | intrekking | van | de | toestemming | voor | de | saldogevende activiteit | en | de | verlening | van | de | natuurvergunning | voor | de | saldo-ontvangende | activiteit. 2. | De | saldogevende | tot | activiteit moment voldoet | tot | het | moment | van | intrekking | of | wijziging tussen van | de | toestemming | van | de saldogever | of | het | van | het | sluiten | van | een | overeenkomst | de | saldogever | en | de | saldo- ontvanger | met | het | oog | op | de | saldo-ontvangende | activiteit | aan | de | volgende | eisen: a. | de | toestemming | voor | de | activiteit | is | sinds | de | referentiesituatie | onafgebroken | aanwezig | geweest | ; b. | de | activiteit | wordt | nog | steeds | uitgevoerd | , dan | wel | hervatting | is mogelijk | zonder | nieuwe | toestemming en | zonder | nieuwe | omgevingsvergunning | voor | een | bouwactiviteit | als | bedoeld | in | artikel | 5. 1 , tweede lid , onder | a van | de | Wet. 3.
| Gedeputeerde | Staten | betrekken | een | toestemming | die | niet | kan | worden | ingetrokken | door | Gedeputeerde Staten | uitsluitend | bij de | beoordeling | van | de | aanvraag | , indien | de | feitelijke | uitvoering | van | de | activiteit | wordt beëindigd | voordat | deze | activiteit | wordt | ingezet | voor | salderen. 4. | Gedeputeerde | Staten | betrekken | bij de | beoordeling | van | de | aanvraag | voor | extern | ten salderen | uitsluitend | de N-emissie | van | de | saldogevende | activiteit | voor met zover | intrekking | van | de | daaraan , | grondslag , | liggende toestemming | niet | noodzakelijk | is in | verband | toepassing | van | artikel | 6 | tweede | lid | van | de Habitatrichtlijn. 5. | Gedeputeerde | Staten | laten | bij | de | beoordeling | van | een | aanvraag | buiten | beschouwing | de | N-emissie | van een | saldogevend | bedrijf | voor | dat | deel | van | een | bedrijf | dat | ofwel | deelneemt | aan | de: a. | In artikel | 17a. | 4 | lid 1 | onder | a , b en | c | Omgevingsregeling | genoemde | regelingen | ; b. | stoppersregeling | Actieplan | Ammoniak | Veehouderij. 6. | Gedeputeerde | Staten | ontvangen | van | het | voornemen | tot | extern | salderen | van | de | saldo-ontvanger voorafgaand | aan | de | aanvraag | een | melding | met | de | gegevens | van | de | saldo-ontvangende | activiteit | en saldogevende | activiteit. 7.
| Bij | het | beoordelen | van | een | aanvraag | hanteren | Gedeputeerde | Staten | als | uitgangspunt | dat | alleen | gebruik wordt | gemaakt | van | de | in | de | toestemming | opgenomen | N-emissie | in | de | referentiesituatie | , voor | zover | de capaciteit | aantoonbaar | feitelijk | is gerealiseerd. 8. | Bij | de | beoordeling | van | de | feitelijk | gerealiseerde | capaciteit | , bedoeld | in het | zevende | lid , gaan Gedeputeerde | Staten | uit | van | de | op | het | moment | van | intrekking | of | wijziging | van | de | toestemming | of het sluiten | van | een | overeenkomst | op | grond | van | een | toestemming | volledig | opgerichte | installaties | en gebouwen | , of | gerealiseerde | infrastructuur | en | overige | voorzieningen | die | noodzakelijk | zijn | voor | het uitvoeren | van | de | activiteit. 9. | Gedeputeerde | Staten | verlenen | een | natuurvergunning | eerst | nadat | de | niet-gerealiseerde | capaciteit | van | de saldogever | op | diens | verzoek | is ingetrokken. 10. | Gedeputeerde | Staten | gaan | bij het | berekenen | van | de | N-emissie | van | het | ten saldogevende | bedrijf | in de referentiesituatie | op | basis | van | feitelijke | gerealiseerde | capaciteit | uit van | hoogste | de | emissie | die | is toegestaan | op | grond | artikelen | 4. 818 | , 4. 819 | en | 4. 820 | Bal. 11.
| Bij | de | verlening | van | een | natuurvergunning | wordt | 70% | van | de | N-depositie | van | de | feitelijk | gerealiseerde capaciteit | , zoals | bedoeld | in lid | 7 | en | 8 , van | de | saldogevende | activiteit | betrokken. | Indien | de | N-emissie | in de referentiesituatie | van | de | betreffende | saldogever | , zoals | bedoeld | in | lid 2 | en | 10 | , lager | is | dan | de | N-emissie van | de | feitelijke | gerealiseerde | capaciteit | , wordt | van | deze | lagere | N-emissie | 70% | betrokken | bij | verlening van | een | natuurvergunning. 12. | In | afwijking | van | het | elfde | lid | kan | tot 100% | van | de | N-depositie | van | de | saldogevende | activiteit | bij de 5 van | 48 | 25/07/2025 | , 15:52
Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 | Lokale wet- en regelgeving https://lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR704762 verlening van een natuurvergunning betrokken worden , indien het project noodzakelijk is ten behoeve van de realisatie van de doelen in een Natura 2000-gebied. Artikel 2. 2. 6a Voorwaarden verleasen Artikel 2. 2. 6 is van overeenkomstige toepassing op verleasen , met uitzondering van het eerste , derde en negende lid. 1. Gedeputeerde staten kunnen voor tijdelijke N-deposities van ten hoogste twee jaar een natuurvergunning verlenen met gebruikmaking van verleasen. 2. Gedeputeerde Staten kunnen de termijn , bedoeld in het tweede lid , verlengen indien zij dat voor het project noodzakelijk achten. 3. Er bestaat een directe samenhang tussen de tijdelijke buitengebruikstelling van de toestemming voor de saldogevende activiteit en de verlening van de natuurvergunning voor de tijdelijke saldo-ontvangende activiteit. 4. Een aanvraag waarbij gebruik wordt gemaakt van verleasen , gaat vergezeld van een afschrift van een getekende overeenkomst tussen saldogever en saldo-ontvanger waarin: 5. a. de tijdelijke buitengebruikstelling van de saldogevende activiteit wordt gewaarborgd gedurende de looptijd van de natuurvergunning voor de tijdelijke saldo-ontvangende activiteit ; en b. saldogever verklaart in te stemmen met een tijdelijke beperking van zijn toestemming. 6.
Gedeputeerde Staten nemen het voorschrift op dat de saldo-ontvangende activiteit slechts mag plaatsvinden binnen de looptijd van de natuurvergunning en dat bij hen een startmelding en gereedmelding moet worden gedaan door de saldo-ontvanger. Gedeputeerde Staten nemen het voorschrift op dat de natuurvergunning van de saldo-ontvanger niet eerder in gebruik mag worden genomen dan nadat de saldo-ontvanger bij het bevoegd gezag heeft gemeld dat de saldogevende activiteit is gestaakt. 7. Artikel 2. 2. 7 Plannen Indien reeds is gesaldeerd voor een plan als bedoeld in artikel 16. 53c van de Wet , dan wel als gevolg van het plan activiteiten met N-emissie(s) worden beëindigd , kan deze saldering dan wel dit planeffect tevens worden ingezet voor een aanvraag voor een natuurvergunning ter invulling van dat plan. Op de voorwaarden van artikel 2. 2. 6 , tweede lid , voor zover dat betrekking heeft op het onafgebroken aanwezig zijn van de bedoelde activiteit , zijn het zevende en achtste lid niet van toepassing. Artikel 2. 2. 8 Realisatietermijn Gedeputeerde Staten nemen in een natuurvergunning het voorschrift op dat de activiteit waarvoor de natuurvergunning is verleend , binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de natuurvergunning moet worden gerealiseerd. Artikel 2. 2. 9 SSRS-bank Gedeputeerde Staten reserveren in het SSRS pas depositieruimte als bedoeld in artikel 17a.
6 , lid 1 sub b van de Omgevingsregeling als de in dat lid genoemde aanvraag volledig is. 1. 2. Bij een aanvraag voor 1-op-1 extern salderen kunnen niet worden betrokken de bronmaatregelen als bedoeld in artikel 17a. 4 lid 1 , sub a t/m c van de Omgevingsregeling. 3. Met uitzondering van het eerste lid , is deze beleidsregel niet van toepassing op aanvragen voor zover bij 6 van 48 25/07/2025 , 15:52
Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 | Lokale wet- en regelgeving https://lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR704762 dat deel van die aanvraag een beroep wordt gedaan op het SSRS. Artikel 2. 2. 10 Microdepositiebank Gedeputeerde Staten delen alleen depositieruimte uit de microdepositiebank toe in een natuurvergunning als de eventuele boven de microdeposities benodigde ruimte op een andere wijze wordt vergund. 1. Gedeputeerde Staten vullen de microdepositiebank aan het begin van ieder kwartaal met vrijgevallen depositieruimte en kunnen deze dan aanvullen met vrijgemaakte stikstofdepositieruimte. 2. 3. Gedeputeerde Staten reserveren stikstofdepositieruimte in de microdepositiebank op volgorde van binnenkomst van een volledige aanvraag voor zover alle daarvoor benodigde stikstofdepositieruimte in de microdepositiebank beschikbaar is. 4. De beschikbare stikstofdepositieruimte vermindert door het reserveren en toedelen van stikstofdepositie aan projecten. De stikstofdepositieruimte vermeerdert door de vulling , bedoeld in het tweede lid. 5. Op verzoek van een aanvrager kunnen Gedeputeerde Staten een volledige aanvraag waarvoor geen stikstofdepositieruimte beschikbaar is eenmalig voor ten hoogste drie maanden aanhouden om gebruik te maken van de microdepositiebank.
Gedeputeerde Staten delen geen stikstofdepositieruimte toe aan legalisatie van projecten waarvoor een meldingsplicht gold op grond van artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof zoals dat luidde tot 1 januari 2017 of artikel 2. 7 van de Regeling natuurbescherming zoals dat luidde op 28 mei 2019 en waarvoor een melding is gedaan 6. Artikel 2. 2. 11 Doelgebonden depositiebank 1. Binnen de stikstofbank kunnen Gedeputeerde Staten , al dan niet in samenwerking met andere bevoegde gezagen , doelgebonden depositiebanken aanmaken binnen hun compartiment. 2. Gedeputeerde Staten nemen per doelgebonden depositiebank een instellingsbesluit , dat in ieder geval het volgende bevat Indien Gedeputeerde Staten toepassing geven aan het eerste lid , stellen zij beleidsregels op , die ten minste het volgende omvatten: a. het doel van de doelgebonden depositiebank ; b. de termijn waarbinnen de in de doelgebonden depositiebank geregistreerde ruimte uitgegeven wordt , en c. de regels voor vulling en toedeling van depositieruimte. 3. De vulling van een doelgebonden depositiebank bestaat uit vrijgemaakte ruimte. 4. Stikstofdepositieruimte uit een doelgebonden depositiebank is uitsluitend beschikbaar voor projecten gerelateerd aan het doel als bedoeld in het tweede lid , onder a.
en voor zover dit aan de overige voorwaarden van artikel 11 en de daarop gebaseerde regels voldoet Hoofdstuk 3 Houtopstanden Titel 3. 1 Algemene bepalingen over houtopstanden Artikel 3. 1 Afwijken van de wachtverplichting 7 van 48 25/07/2025 , 15:52
Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 | Lokale wet- en regelgeving https://lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR704762 Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van de wachtverplichting indien: 1. De natuurlijke omstandigheden in de te vellen houtopstand zodanig zijn , dat mogelijkheden tot vellen zich slechts in speci度eke omstandigheden voordoen , die niet vooraf te voorspellen zijn. Er sprake is van omstandigheden die bijvoorbeeld gelet op de verkeersveiligheid of de volksgezondheid een spoedige velling van een houtopstand noodzakelijk maken. 2. Artikel 3. 2 Tijdelijk afwijken van de herplantplicht op dezelfde en andere grond Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van de plicht tot herplanting binnen drie jaar indien: 1. Er gebruik wordt gemaakt van natuurlijke verjonging , maar 3 jaar na de velling er nog geen volledige bosbouwkundig verantwoorde beplanting ontstaan is , bijvoorbeeld door het ontbreken van goede mastjaren. Echter binnen enkele jaren is wel te verwachten , dat er een goede houtopstand van de grond kan komen. Andere reden kan zijn , dat er grote onverwachte wildschade is opgetreden. Gedeputeerde Staten kunnen in het maatwerkvoorschrift stellen dat er aanvullende maatregelen (bodembewerking , bescherming tegen wild) worden getroffen. 2.
Er sprake is van een grootschalige project waarbij het niet redelijk is dat binnen een termijn van drie jaar op dezelfde grond herplant plaatsvindt. Artikel 3. 3 Afwijken van de plicht tot herbeplanting Gedeputeerde Staten kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van de plicht tot herplanting binnen drie jaar op grond van één van de hierna genoemde omstandigheden: 1. fysieke omstandigheden ; 2. cultuurhistorische omstandigheden ; 3. natuurbehoud omstandigheden ; 4. sociale en economische omstandigheden. 8 van 48 25/07/2025 , 15:52
Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 | | Lokale | wet- | en regelgeving | https://lokaleregelgeving. | overheid. | nl/CVDR704762 Artikel | 3. 4 Afwijken | van | de | plicht | tot | herbeplanting | voor | agroforestry Onverminderd | het | bepaalde | in artikel | 3. 3 van | deze | beleidsregel | kunnen | Gedeputeerde | Staten | op | aanvraag | een maatwerkvoorschrift | in | de | zin | van | artikel | 11. | 119 | Besluit van | activiteiten | leefomgeving | leefomgeving stellen voor het | afwijken aanvraag van de | herbeplantingsplicht | als | bedoeld | in | artikel | 11. | 129 | het | Besluit | activiteiten | als | de aan | alle | volgende | voorwaarden | voldoet: a. | De | aanvraag | wordt | gedaan | voor | nog | aan | te | leggen | agroforestry | ; b. | De | aanvraag | gaat | vergezeld | van | toestemming | van | de | eigenaar | van | de | grond | waarop | de | agroforestry wordt | aangelegd | , voor | zover | het | maatwerkvoorschrift | wordt | aangevraagd | door | een | ander | dan | de eigenaar | ; c. | De | agroforestry | wordt | aangelegd | op | landbouwgrond | met | een | agrarische | functie | ; d.
| De | grond | waarop | de | agroforestry | wordt | aangelegd | is onbeplant | , vrij | van | bos- | en natuurcompensatieverplichtingen | die | zijn | ontstaan | uit hoofde | van | de | Omgevingswet | en | andere | wet- | en regelgeving | , waaronder | in | ieder | geval | de | voormalige | Boswet | en | de | Wet | natuurbescherming | ; en e. | De | aanvraag | van | het | maatwerkvoorschrift met | vermeldt | ten | minste | de | oppervlakte | van | de | aan | te | leggen agroforestry | en | bevat | een | kaart | topogra度sche | locatie | en | kadastrale | perceelnummers | van | het | perceel waarop | de | agroforestry | wordt | aangelegd. Hoofdstuk | 4 | Soortenbescherming Titel | 4. 1 | Tijdelijke | natuur [vervallen] Titel | 4. 2 | Soortenbestand Artikel | 4. 2. 1 | Uitgangspunten Gedeputeerde | Staten | betrekken | soortenstandaarden | bij | de | afweging | tot | vergunningverlening | op | basis | van | de artikelen | 8. 74j | , 8. 74k | en | 8. 74l | Bkl | , in | samenhang | met | artikel | 5. 1 tweede | lid , aanhef | en | onder | g van | de | Wet. Titel | 4. 3 | Bescherming | nesten | vogelsoorten Artikel | 4. 3. 1 | Nestbescherming | vogels | algemeen Het | verbod | als | bedoeld | in artikel | 11.
| 37 | eerste | lid , aanhef | en | onder | b Bal | is van | toepassing | vanaf | balts | en nestbouw | , in de | periode | dat | de | vogel | broedt | en | het | nest | nodig | heeft | om | jongen | groot | te | brengen | en | de | periode van | verzorging | van | vlieg | vlugge | jongen. Artikel | 4. 3. 2 | Vogels | met | jaarrond | beschermde | nesten In | afwijking | van | artikel nesten 4. 3. 1 is soorten het verbod | in | artikel | 11. | 37 | eerste | , lid , aanhef | en | onder | met b | Bal | jaarrond | van toepassing | op | de | van | opgenomen | in | bijlage | 4. 1 | Lijst | Vogelsoorten | jaarrond | beschermde nesten | Overijssel. 9 van | 48 | 25/07/2025 | , 15:52
Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 | Lokale wet- en regelgeving https://lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR704762 Artikel 4. 3. 3 Vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving De vergunningplicht als bedoeld in artikel 11. 37 , eerste lid , aanhef en onder b Bal is jaarrond niet van toepassing op nesten van soorten opgenomen in bijlage 4. 2 , Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel , als is aangetoond dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de betreffende soort(en) om zich te kunnen vestigen. Titel 4. 4 Pre-SMP Artikel 4. 4. 1 Pre-SMP-vergunning Gedeputeerde Staten kunnen op grond van de artikelen 8. 74j en 8. 74k Bkl , in samenhang met artikel 5. 1 tweede lid , aanhef en onder g van de Wet , een omgevingsvergunning verlenen in verband met de werkzaamheden voor de verduurzaming van grondgebonden woningen in particulier eigendom. 1. 2. De pre-SMP-vergunning , bedoeld in het eerste lid , maakt onderdeel uit van de pre-SMP-methodiek zoals uitgewerkt in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde “Beleidskader Natuurvriendelijk isoleren onder het pre-soortenmanagementplan”. http://www. overijssel. nl/natuurvriendelijkisoleren Artikel 4. 4. 2 Aanvrager Een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4. 4. 1 kan worden ingediend door een Overijsselse gemeente. Artikel 4. 4.
3 Voorwaarden Gedeputeerde Staten verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4. 4. 1 uitsluitend indien: Is verzekerd dat , gedurende de looptijd van de pre-SMP-vergunning , een aanvraag voor een gebiedsvergunning op basis van een soortenmanagementplan wordt voorbereid ; a. b. De aanvrager beschrijft in een pre-soortenmanagementplan hoe het verlies aan (kraam)verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten bij verduurzaming wordt gecompenseerd , met inachtneming van de pre- SMP-methodiek ; en De werkzaamheden voor de verduurzaming , bedoeld in artikel 4. 4. 1 , eerste lid , inclusief mitigerende en compenserende maatregelen zullen worden uitgevoerd conform de spelregels voor natuurvriendelijk isoleren. c. Artikel 4. 4. 4 Aanvraag voor een pre-SMP-vergunning Bij de aanvraag voor een onthef度ng als bedoeld in artikel 4. 4. 1 , dient de aanvrager de volgens het Bkl gevraagde gegevens te overleggen. Daarnaast dienen gegevens aangeleverd te worden waaruit blijkt dat aan voorwaarden genoemd in artikel 4. 4. 3 is voldaan. Artikel 4. 4. 5 Looptijd van de omgevingsvergunning De omgevingsvergunning , bedoeld in artikel 4. 4. 1 , heeft een looptijd van maximaal 24 maanden. 10 van 48 25/07/2025 , 15:52
Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 | Lokale wet- en regelgeving https://lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR704762 Hoofdstuk 5 Bestrijding schade en overlast (gereserveerd) Hoofdstuk 6 Tegemoetkoming schade Artikel 6. 1 Schade aan bedrijfsmatige landbouw Gedeputeerde staten verlenen een tegemoetkoming , als bedoeld in artikel 15. 53 Omgevingswet , uitsluitend met inachtneming van de hiernavolgende bepalingen: Voor een tegemoetkoming komt alleen in aanmerking directe schade , welke door betreden , vreten , graven , wroeten , vegen , pikken of predatie aan bedrijfsmatige landbouw is veroorzaakt aan de gewassen , of aan gehouden landbouwhuisdieren. a. De percelen waarop schade is aangericht , moet een aanvrager op titel van eigendom , (erf)pacht , dan wel een door de grondkamer goedgekeurde of ter registratie ingezonden (teelt)pachtovereenkomst , in gebruik hebben voor de uitoefening van bedrijfsmatige landbouw. De landbouwhuisdieren waaraan schade is aangericht , moet een aanvrager aantoonbaar in eigendom hebben voor de uitoefening van bedrijfsmatige landbouw. b. Artikel 6. 2 Te treffen maatregelen Gedeputeerde staten verlenen slechts een tegemoetkoming , indien en voor zover naar hun oordeel de aanvrager de schade niet had kunnen voorkomen en beperken door het treffen van maatregelen of inspanningen waartoe hij naar eisen van redelijkheid en billijkheid was gehouden. 1.
Maatregelen of inspanningen ter voorkoming en beperking van schade , waarvan gedeputeerde staten van oordeel zijn dat deze redelijkerwijs van een aanvrager verlangd kunnen worden , zijn in elk geval: 2. voor kwetsbare gewassen , minimaal één akoestisch en één visueel middel , in voldoende aantallen ; a. b. voor schade door zoogdieren aan kapitaalintensieve teelten of aan gehouden landbouwhuisdieren , het tijdig plaatsen van een deugdelijk raster ; c. voor niet-kwetsbare gewassen , zoals weide- , hooi- , of graszaadpercelen waarvan het grasgewas minimaal zes maanden oud is , en granen en graszaad in de periode waarin het gewas afrijpt: verjaging door menselijke aanwezigheid , en/of akoestische en visuele middelen. 3. Een tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door natuurlijk in het wild levende diersoorten , waarvoor ingevolge artikel 5. 1 lid 2 onder g Omgevingswet een omgevingsvergunning kan worden verleend , wordt slechts verleend indien: a. de vergunning op deugdelijke wijze en tijdig , vooraf of uiterlijk op de dag van schadeconstatering , is aangevraagd en op inhoudelijke gronden door gedeputeerde staten is geweigerd of niet in behandeling is genomen , en dit de aanvrager niet te verwijten is ; of b.
de vergunning (of machtiging/toestemming tot gebruik van een bestaande vergunning) op deugdelijke wijze en tijdig , vooraf of uiterlijk op de dag van schadeconstatering , is aangevraagd en , nadat deze is verleend , daarvan op adequate wijze gebruik is gemaakt en er desondanks schade is opgetreden. Als sprake is van een vrijstelling met beperkingen als bedoeld in artikel 6. 5 , onder b , moet van de vrijstelling adequaat gebruik zijn gemaakt , om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen. 4. 11 van 48 25/07/2025 , 15:52
Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 | Lokale wet- en regelgeving https://lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR704762 Om het adequaat gebruik van de vergunning of vrijstelling te toetsen , geeft de aanvrager in het Fauna Registratie Systeem (FRS) toestemming aan BIJ12 om de verrichte bejaagacties in te kunnen zien in FRS. De bejaagacties worden tijdig , binnen twee weken nadat aanvrager de bevestiging taxatie heeft ontvangen , in het registratiesysteem ingevoerd. Het niet tijdig en/of niet volledig aanleveren van de gevraagde gegevens kan tot afwijzing van de aanvraag leiden. 5. Artikel 6. 3 Aanvraag en taxatie 1. Een aanvraag om tegemoetkoming in faunaschade wordt bij BIJ12 digitaal ingediend via MijnFaunazaken , uiterlijk binnen zeven werkdagen nadat de aanvrager de schade heeft geconstateerd. 2. De schadeveroorzakende diersoort en de omvang van de schade worden door de taxateur vastgesteld met inachtneming van de protocollen en richtlijnen taxatie faunaschade BIJ12. , te vinden op de website van 3. Een taxateur taxeert alleen schade die is opgetreden tot tien dagen voor de schadeconstatering. Oudere schade wordt niet bij de taxatie betrokken. 4. Na de taxatie wordt een ‘bevestiging taxatie’ aan de aanvrager gestuurd via MijnFaunazaken.
Als aanvrager het niet eens is met de taxatie kan deze binnen acht werkdagen na ontvangst van de bevestiging taxatie , zijn bedenkingen aan BIJ12 kenbaar maken. BIJ12 kan de taxateur vragen te reageren op de bedenkingen , en stuurt de aanvrager zo spoedig mogelijk , uiterlijk binnen tien werkdagen , een reactie op de ingediende bedenkingen. De taxateur stelt van zijn bevindingen een (eind)taxatierapport samen en zendt dat , na interne controle en goedkeuring door de eindverantwoordelijke van het bureau waarvoor de taxateur werkzaam is , aan BIJ12. 5. Artikel 6. 4 Hoogte tegemoetkoming ; eigen risico 1. Nadat op basis van de aanvraag , taxatierapport en eventuele andere op de aanvraag betrekking hebbende stukken is beoordeeld dat aan de voorwaarden voor verlening is voldaan , bepalen gedeputeerde staten de hoogte van de tegemoetkoming. 2. De bij de berekening van de tegemoetkoming gehanteerde prijzen van gewassen en vee , worden vastgesteld door de directeur van BIJ12 en zijn te vinden op de website van BIJ12. Als sprake is van contractteelt , wordt in beginsel de in het contract vermelde prijs gehanteerd bij de berekening. 3. Op de te verlenen tegemoetkoming wordt een eigen risico van 5% ingehouden , met een minimum van € 25000 , per bedrijf per meldingsjaar. 4. In afwijking van het derde lid , wordt geen eigen risico ingehouden als het gaat om: a.
schade door een wolf , goudjakhals ; schade door een bever , das , edelhert , wilde kat , lynx ; b. c. schade die is aangericht in een ganzenrustgebied , in de periode dat de schadeveroorzakende diersoort niet mag worden verontrust en gedood ; d. schade door een schadeveroorzakende diersoort die niet mag worden verontrust of gedood in een Natura 2000-gebied in de periode van 1 november tot 1 april ; e. bijzondere omstandigheden. In afwijking van het derde lid , bedraagt het eigen risico 40% als het gaat om schade door vogels aan pitvruchten. 6. Voor gewassen , teelten , of bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren , welke door de plaats , het moment of de wijze van telen of houden , bijzonder kwetsbaar zijn voor schade , kunnen gedeputeerde staten een verhoogd eigen risico instellen. 7. 12 van 48 25/07/2025 , 15:52
Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 | | Lokale | wet- | en regelgeving | https://lokaleregelgeving. | overheid. | nl/CVDR704762 8. | Tegemoetkomingen | lager | dan | € | 5000 , | worden | niet | uitgekeerd. Artikel | 6. 5 Gevallen | waarin | geen | tegemoetkoming | wordt | verleend Uitsluitingen | in verband | met | diersoort. Geen | tegemoetkoming | wordt | verleend: a. | indien | de | schade | is aangericht | door | een | diersoort | welke | krachtens | artikelen | 11. | 43 | lid 1 | sub | b | en | 11. | 57 onder | b | van | het | Besluit | activiteiten verontrusten leefomgeving | is aangewezen | als | soort | welke | in | het | hele | land | schade veroorzaakt | en | voor | het | en/of | doden | van | deze | schadeveroorzakende | diersoort | een vrijstelling | geldt. b. | indien | de | schade | is aangericht | door | een | diersoort | welke | krachtens | de | Omgevingsverordening | Overijsel | op grond | van | artikelen | 11. | 42 , 11. 49 | , of | 11.
56 | van | het | Besluit | activiteiten | leefomgeving | is aangewezen | als soort | die | schade | veroorzaakt | en | voor | het | bestrijden | van | die | soort | een | vrijstelling | geldt | , tenzij | aan | die vrijstelling | voorwaarden | , beperkingen | of clausules | zijn | verbonden | waardoor | deze | feitelijk | gelijk | gesteld moet | worden | aan | een | omgevingsvergunning | verleend | op | basis | van | artikel | 5. 1 lid | 2 onder | g Omgevingswet. c. | voor | schade | door | een | diersoort | waarvoor | een | vergunning | krachtens | artikel | 5. 1 | lid 2 onder | g Omgevingswet | is verleend | , waarbij | in | de | verleende | vergunning | geen | bepalingen | zijn | opgenomen | die | de schadebestrijding | in | de | weg | staan. d. | [vervallen] e. | voor | schade | veroorzaakt | door | een | diersoort | , vermeld | in artikel | 8. 3 | lid 4 Omgevingswet | , waarop | de minister | de | jacht | heeft | geopend | , met | uitzondering | van | de | wilde | eend | buiten | de | periode | waarop | de | jacht op | deze | diersoort | is geopend. f.
| indien | de | schade | is aangericht | door | de | huisspitsmuis | , bosmuis | , veldmuis | of de | mol | , en | voor | het verontrusten | en | doden | van | deze | diersoort | een | vrijstelling | geldt | of | omgevingsvergunning | is verleend | , in verband | met | de | bestrijding | van | schade | aan | landbouwgewassen. Uitsluitingen | in verband | met | locatie/functie | percelen. Geen | tegemoetkoming | wordt | verleend: g. | voor | schade | aangericht | op | gronden | binnen | de | bebouwde | kom. h. | voor | schade | op | gronden | binnen | een | straal | van | 500 | meter | van | een | vuilstortplaats | , tenzij | de | schade | is aangericht | op | gronden | die | zijn | aangewezen | als | ganzenrustgebied | door | een | schadeveroorzakende | soort die | , in | de | periode | dat | de | schade | is veroorzaakt | , niet | mocht | worden | verontrust | of gedood. i. | voor | schade | aangericht | aan | bedrijfsmatig | geteelde | gewassen | in een | kas | , of bedrijfsmatig | gehouden landbouwhuisdieren | in een | stal. j. | indien | de | schade | is aangericht | aan | gewassen | op | gronden: i.
| die | onderdeel | uitmaken | van | het | Nationaal | Natuur | Netwerk | (NNN) met | zoals | voor | Overijssel | staan weergegeven | in | het | Natuurbeheerplan | Provincie | Overijssel | en | een | natuurbeheertype aangegeven | op | de | beheertypenkaart | behorend | bij | het | vigerend | Natuurbeheerplan | Provincie Overijssel | ; ii. | waaraan | beperkingen | ten | aanzien | van | het | bestrijden | van | schadeveroorzakende | diersoorten | zijn verbonden | ; iii. | die | feitelijk | niet | voor | landbouwkundige | doeleinden | worden | gebruikt | ; of iv. | die | een | functie | hebben | als | waterkering | ; 13 van | 48 | 25/07/2025 | , 15:52
Beleidsregel | Natuur | Overijssel | 2024 | | Lokale | wet- | en | regelgeving | https://lokaleregelgeving. | overheid. | nl/CVDR704762 In | afwijking | van | lid j. onder | i. , wordt | een | tegemoetkoming | verleend | als: a. | de | grond | meerjarig | wordt | gepacht | ; b. | de | betreffende | pachtovereenkomst | voor | 15 | mei | 2022 | is | afgesloten | ; en c. | de | aanvraag | is ingediend | voor | 15 | mei | 2025. Uitsluitingen | in verband | met | (het | moment | van) | de | teelt. Geen | tegemoetkoming | wordt | verleend: k. | indien | de | schade | is aangericht | aan | blijvend | grasland | in de | maand | oktober | (najaarsgras) | ; l. | indien | de | schade | is aangericht | aan | blijvend | grasland | in de | periode | 1 | oktober | tot | en | met | 31 | januari daaropvolgend | , en | het | grasgewas | bestemd | is voor | beweiding | met | schapen. m. | indien | de | schade | is aangericht | aan | knol- | , bol- | en | wortelgewassen | die | na | 1 december | van | het | teeltseizoen worden | geoogst | ; met | uitzondering | van | suikerbieten | , onderdekkersteelten | en | bloembollen. n. | voor | schade | door | vogels | aan | steenvruchten | en | zacht | fruit/kleinfruit. o.
| indien | de | schade | is aangericht | aan | gewassen | die | geteeld | worden | voor | de | verbetering | van | een | ras (veredeling) | , of | vermeerdering | van | het | veredelde | gewas. p. | indien | de | schade | is aangericht | aan | bijproducten | van | gewassen | ; aan | geoogste | gewassen | , aan | opgeslagen voedergewassen | , groenbemesters | , verpakte | voedergewassen | ; Uitsluitingen | in verband | met | overige | redenen. Geen | tegemoetkoming | wordt | verleend: q. | indien | door | handelen | of | nalaten | van | de | aanvrager | de | taxateur | de | schade | niet | meer | kan | taxeren | , in elk geval | als | aanvrager | het | beschadigde | gewas | al geoogst | of heringezaaid | heeft | , of | als | er | vee | is ingeschaard | ; r. | indien | de | aanvrager | het | beschadigde | gewas | niet | meer | zal | oogsten | , of | het | betreffende | perceel | niet | meer | in gebruik | zal | nemen | ; s. | voor | schade | aangericht | aan | materialen | die | worden | aangewend | voor | het | (tijdelijk) | afdekken | van gewassen. t. | indien | het | risico | van | faunaschade | door | een | beschermde | diersoort | verzekerbaar | is , bij | tenminste | twee | in Nederland | werkzame | verzekeringsmaatschappijen. u. | indien | de | schade | is veroorzaakt | door | een | ziekte. v.
| In | andere | gevallen | , waarin | gedeputeerde | staten | oordelen | dat | de | schade | redelijkerwijs | ten | laste | van | de aanvrager | behoort | te | blijven. Artikel | 6. 6 Tegemoetkoming | in | schade | door | de | wolf 1. | In | afwijking | van | artikel | 6. 3 , eerste (vermoedelijke) lid , moet een aanvrager/dierhouder , telefonisch | zo of snel | mogelijk formulier , uiterlijk op binnen | 24 uur | na | constatering | van | de | wolvenschade | via | het | de | website van | BIJ12 | een | melding | (aanvraag) | daarvan | doen. 2. | In | afwijking | van | artikel | 6. 1 , onder | a , komt | naast | schade | aan | bedrijfsmatig | gehouden | landbouwhuisdieren | , ook | schade | aan | hobbymatig | gehouden | hoefdieren | in aanmerking | voor | een | tegemoetkoming. | Ook bedrijfsmatig | gehouden | , door | de | wolf | gedode | of | verwonde | kuddebeschermingshonden | of | hoedhonden komen | voor | tegemoetkoming | in | aanmerking. 3. | Een | taxateur | stelt | de | schade | vast | met | inachtneming | van | de | richtlijn | taxatie | wolvenschade | aan 14 van | 48 | 25/07/2025 | , 15:52
Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 | Lokale wet- en regelgeving https://lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR704762 landbouwhuisdieren te vinden op de website van BIJ12. 4. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in schade door de wolf wordt , vooralsnog , niet getoetst of een aanvrager voldoende preventieve maatregelen heeft getroffen om zijn dieren te beschermen en het risico op schade door de wolf te voorkomen en beperken. Gedeputeerde staten kunnen besluiten om binnen (aangewezen gebieden binnen) de provincie , nadere voorwaarden te stellen om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen. 5. Bij kapitaalintensieve gehouden dieren wordt van een aanvrager/dierhouder een grotere inspanning verwacht om deze tegen de wolf te beschermen. In speci度eke gevallen kan besloten worden dat een (verhoogd) eigen risico en/of maximum tegemoetkoming wordt gehanteerd. 6. Bij schade aangericht door de goudjakhals aan gehouden dieren , wordt op gelijke wijze gehandeld als bij de wolf. Hoofdstuk 7 Faunabeheereenheid (gereserveerd) Hoofdstuk 8 Faunabeheerplan (gereserveerd) Hoofdstuk 9 Wildbeheereenheden (gereserveerd) Hoofdstuk 10 Slotbepalingen Artikel 10. 1 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de datum dat de Omgevingswet in werking treedt. Ondertekening Bijlage 4.
1 Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Overijssel # Naam Categorie 15 van 48 25/07/2025 , 15:52