CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering-BOPA-BESS-Wanneperveen-02082024-(geanonimiseerd)

Politieke Markt 10 december 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Verlengen exploitatietermijn batterij nabij Zomerdijk 4a in Wanneperveen13.204 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3 Luchtkwaliteit Toetsingskader Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5. 51 van het Bkl. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8. 17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 23 van 25 Toetsing Nibm-tool Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil de nibm-tool 2022 ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat de grens van 3% (een toename van 1,2 μg/m3 NO2 of PM10) pas wordt overschreden bij een toename van 690 extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde), waarvan 10% vrachtverkeer. Een dergelijke toename is bij onderhavig project zeker niet het geval. Tijdens de aanlegfase is er weliswaar tijdelijk een toename geweest van het aantal voertuigen, maar ook dit is ruimschoots onder deze grens gebleven.

Tijdens de exploitatiefase (zowel voor 10 als 25 jaar) is er ten behoeve van beheer en onderhoud slechts sprake van maximaal enkele busjes/auto’s per week. Conclusie Het project kan worden beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft de luchtkwaliteit. 4. 4 Geluid door (bedrijfsmatige) activiteiten Toetsingskader Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over geluid van activiteiten (paragraaf 5. 1. 4. 2 van het Bkl). Het omgevingsplan of de BOPA moet ervoor zorgen dat het geluid van activiteiten op geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) aanvaardbaar is. Toetsing Om na te gaan of het geluid door activiteiten op het projectgebied in eerste instantie aanvaardbaar is, is ervoor gekozen om als eerste de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 te raadplegen. Er is in 2019 een nieuwe VNG-brochure uitgekomen, namelijk de brochure Milieuzonering nieuwe stijl.

Omdat deze brochure voor bestaande situaties nog weinig concreet is (er is bijvoorbeeld geen bedrijvenlijst met richtafstanden opgenomen) en deze naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 wordt vervangen, is ervoor gekozen in dit specifieke geval gebruik te maken van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering zoals hiervoor genoemd. Door middel van zogeheten milieuzonering waarborgt men doorgaans dat er voldoende afstand wordt gehouden tussen hinderveroorzakende functies en gevoelige functies. Richtlijnen voor milieuzonering zijn opgenomen in de VNG-brochure zoals genoemd. De richtafstanden die hierin zijn opgenomen, hebben betrekking op geluid, maar ook op geur, stof en gevaar. Batterijsystemen zijn niet als zodanig opgenomen in de bedrijvenlijst. Gekeken is naar een vergelijkbaar bedrijfstype, elektriciteitsdistributiebedrijven, met een transformatorvermogen van 10 – 100 MVA. Deze heeft een grootste milieu-afstand van 50 m (criterium geluid). Geluidgevoelige bebouwing (de woning Zomerdijk 4b) ligt op ruim meer dan 100 m afstand. Daarnaast staan er diverse gebouwen en bouwwerken tussen de batterij die een dempend effect hebben. Hiermee gaan we ervan uit dat er een aanvaardbare geluidbelasting is van activiteiten op het projectgebied. De activiteiten kunnen voldoen aan de regels zoals opgenomen in de bruidsschat onder artikel 22. 71.

Er zijn geen knelpunten op dit thema. Daarnaast voorziet het voornemen niet in de realisatie van geluidsgevoelige objecten. Op grond van de Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 24 van 25 instructieregels uit het Bkl hoeft er dus geen akoestisch onderzoek te worden verricht. Conclusie Het is in dit geval niet nodig om (afwijkende) regels over geluid op te nemen in deze BOPA. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft geluid door activiteiten. 4. 5 Geur Toetsingskader Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over geur (paragraaf 5. 1. 4. 6 van het Bkl). Deze instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Alleen voor geur van veehouderijen en van rioolwaterzuivering bevat het Bkl specifieke instructies. Verder zijn er nog regels over geur opgenomen in de Bruidsschat, die gelden voor de volgende activiteiten: 1. geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (paragraaf 22. 3. 6. 2 BS); geur door het houden van fokteven van nertsen (paragraaf 22. 3. 6.

3 BS); geur door andere agrarische activiteiten, zoals o. a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (paragraaf 22. 3. 6. 4 BS); geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (paragraaf 22. 3. 6. 5 BS). 2. 3. 4. Voor andere activiteiten bepaalt het Bkl dat een ruimtelijk besluit ervoor moet zorgen dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Hieraan zijn geen specifieke regels gekoppeld. Toetsing Het voornemen bestaat uit het realiseren van een batterijsysteem. Dit systeem betreft geen geurgevoelig gebouw. Tevens worden er geen geurveroorzakende functies gerealiseerd. Conclusie Op basis van bovenstaande is de conclusie dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft geur. 4. 6 Omgevingsveiligheid Toetsingskader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5. 1. 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5. 1. 2. 2 tot en met 5. 1. 2.

6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Toetsing Om batterijopslag op een verantwoorde wijze te laten plaatsvinden, is de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen PGS 37-1 ontwikkeld. De publicatiereeks richt zich specifiek op de veiligheid van lithiumhoudende energiedragers en de juiste toepassing ervan in een Energie Opslag Systeem (EOS). Het zorgt voor uniforme maatregelen, wat essentieel is gezien de snelle opkomst van EOS'en in zowel de industrie als de woonomgeving. Ten behoeve van de vergunning voor 10 jaar is, vooruitlopend op de PGS 37-1, het systeem conform deze maatregelen en uitgangspunten gerealiseerd. Hieronder wordt beknopt ingegaan op deze maatregelen. Veiligheidsaspecten op locatieniveau De locatie kan goed worden bereikt via de openbare weg (agrarisch erf). Het terrein van de batterij is voorzien van een (half)verharding. Hierdoor is het gehele terrein altijd goed te betreden. Ook is rondom de batterij, binnen het hekwerk, een vrije zone van 4,5 meter aangehouden.

Deze strook is tevens voorzien van een halfverharding en fungeert daarmee als onderhoudspad/toegangspad voor beheer en onderhoud en Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 25 van 25 hulpdiensten. Rondom de batterij is een hekwerk en zijn twee toegangspoorten (zodat het terrein via twee zijden kan worden benaderd) geplaatst. Op de poort bij de entree wordt contactinformatie geplaatst van de eigenaar van de installatie, de PAC en privaat beveiligingsbedrijf t. b. v. de hulpdiensten. De poort kan zowel ter plekke als op afstand worden geopend in het geval van calamiteiten. Op afstand kan dit worden gedaan door de PAC en lokaal kan dit worden gedaan door de brandweer (slot met code). Aan de zuidzijde buiten is tevens verharding aanwezig. Hierdoor is het in het geval van calamiteiten op meerdere plekken mogelijk een opstelplaats te maken. Deze ruimte kan ook worden gebruikt om te keren. Op korte afstand (een brede watergang ligt circa 100 meter oostwaarts) is open water aanwezig. Het systeem wordt 24/7 gemonitord door een PAC (Particuliere Alarm Centrale). De PAC controleert zowel op de aanwezigheid van eventuele onbevoegden maar ook op eventuele calamiteiten of signalen (bijvoorbeeld rook). Wanneer dit het geval is zal direct een medewerker ter plaatse worden gestuurd en wordt contact opgenomen met de hulpdiensten.

Veiligheidsaspecten op EOS niveau Het systeem zoals beoogd te plaatsen (in dit geval Tesla) is getest en akkoord bevonden conform de Amerikaanse UL9540A test. Deze test wordt uitgevoerd om aan te tonen dat er geen thermal runaway zal zijn in het geval van brand. In het Ventus fire safety report (opgenomen als bijlage drie) is het certificaat opgenomen dat het systeem voldoet aan de UL9540A (opgenomen als bijlage vier). De accu’s zelf bevinden zich in de battery racks. Elke battery rack wordt apart aangestuurd (en kan ook afgeschakeld worden) en is voorzien van verschillende veiligheidsmaatregelen. In elke battery rack bevindt zich een rookdetector, hittedetector en aerosol blus systeem. Alle systemen werken integraal samen in een Battery Management System (BMS). Het BMS bewaakt continue de temperatuur in de cellen en zorgt bij een te hoge temperatuur ervoor dat het systeem wordt gekoeld of afgeschakeld. In het (zeer) uitzonderlijke geval dat er toch brand zou uitbreken, dan treedt het aerosol blus systeem automatisch in werking. Omdat het systeem waterbestendig is conform de norm IP66 blijft het aerosol blusmateriaal in de battery rack. Alle wanden van een battery rack zijn 60 minuten brandwerend. De naastgelegen battery rack heeft uiteraard eenzelfde behuizing waardoor het 120 minuten duurt voordat een brand bij een naastgelegen accu kan komen.

Wanneer de brandweer vervolgens ter plekke komt kan het zijn dat zij ter voorkoming van brandoverslag de omliggende battery racks tevens preventief koelen/blussen. Afstanden In de PGS-richtlijn zijn geen afstanden ten opzichte van kwetsbare gebouwen of locaties opgenomen. Het projectvoornemen bevindt zich achter op een agrarisch erf. Gezien de afstand tussen de projectlocatie en de meest nabijgelegen woonbebouwing (ruim 100 meter) is de afstand tussen de batterij en de meest nabij gelegen woonbebouwing als voldoende beschouwd. Conclusie Doordat het systeem ten behoeve van de vergunning voor 10 jaar al is ontwikkeld conform de richtlijn van de PGS 37-1, is er voldoende waarborg voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties op dit punt geboden. 4. 7 Trilling Toetsingskader Op grond van artikel 5. 83 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet bij het wijzigen of afwijken van een omgevingsplan rekening worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillingsgevoelige ruimten van trillingsgevoelige gebouwen. Een ruimtelijk besluit voorziet erin dat trillingen door een activiteit in trillingsgevoelige ruimten van trillingsgevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Toetsing Trillingsgevoelige gebouwen betreffen onder meer woningen, scholen of ziekenhuizen. In dit geval betreft het een batterij-systeem, welke door de gemeente niet is aangewezen als trillingsgevoelig.

De dichtstbijzijnde woning bevindt zich op ruim 100 meter. Daarnaast veroorzaakt de batterij zelf geen trillingen. Conclusie Met de voorgaande uitwerking van de instructieregel op gebied van trillingen, wordt met de omgevingsvergunning voldoende waarborg voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties op dit punt geboden. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 26 van 25 PowerField 48 49 Cultureel erfgoed Toetsingskader De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen en projecten onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen en projecten zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten.

Toetsing De locatie heeft een agrarische bestemming en er is geen archeologische dubbelbestemming Het ligt niet in de lijn der verwachting dat er archeologische resten aanwezig zijn en daarom is nader onderzoek niet nodig. De gronden zijn in gebruik geweest als sleufsilo/sleufsilo’s. Er zijn geen beschermde (rijks)monumenten en het betreft geen beschermd cultuurlandschap. (geanonimiseerd) Conclusie Het verlengen van de exploitatietermijn van 10 naar 25 jaar leidt niet tot nader onderzoek en leidt niet tot vermindering of verlies van archeologische, cultuurhistorische, stedenbouwkundige of monumentale waarden. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft cultureel erfgoed, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. Bodemkwaliteit Toetsingskader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.891 Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, artikel Illa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).

Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: 1. Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel Illa, paragraaf 2.3.6a.2). 2. Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal). 3. Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4). 4. Maatwerkregels over het saneren van de bodem (paragraaf 2.3.62.5). Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Toetsing In het verleden werd de grond ingezet voor agrarische activiteiten. Het is daarom onwaarschijnlijk dat de bodem verontreinigd is. Voor de zekerheid is via de omgevingsdienst Overijssel een controle gedaan of er bodemverontreinigingen bekend zijn binnen het gebied. Dit blijkt niet het geval. Het systeem bevat lithium-ion batterijen waardoor er in principe sprake is van een bodembedreigende activiteit. Het risico op bodemverontreiniging is echter nihil. De accucellen zitten in een vloeistofdichte kunststof behuizing.

Vervolgens zitten deze ook weer in een metalen waterdichte behuizing. Daarmee is het systeem een gesloten installatie en is er sprake van een verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging. Daarnaast staan de battery packs op betonnen fundaties, waardoor in het hoogst onwaarschijnlijke geval van lekkages deze nooit direct op de bodem terecht zullen komen. Wanneer er een calamiteit optreedt (waaronder lekkage), wordt hiervan direct automatisch melding gemaakt en zal zo snel mogelijk een medewerker ter plaatse komen om het probleem te verhelpen, eventuele gelekte stoffen op te ruimen en de desbetreffende accu te vervangen. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 27 van 25 Bij onderhavig plan wordt de batterij voor 25 jaar in plaats van 10 jaar geëxploiteerd. Bovenstaande gaat op voor beide exploitatietermijnen. Conclusie Ten aanzien van bodemkwaliteit en bodembescherming worden geen belemmeringen verwacht voor het verlengen van de exploitatietermijn van 10 jaar naar 25 jaar. Vanuit het aspect bodem is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4. 10 Water Toetsingskader Artikel 5. 37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5. 1.

3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Bij de uitvoering van de digitale watertoets komt het naleven van instructieregels aan de orde. Daarnaast bevatten de artikelen 5. 38 t/m 5. 49 Bkl rijksregels met betrekking tot: • het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; • het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; • het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming en de weging van het waterbelang worden betrokken. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van artikel 5. 165 Bkl en paragraaf 22. 3. 8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5. 165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan.

Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodig aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie. Toetsing Ten behoeve van de vergunning voor 10 jaar is in 2021 een watertoets uitgevoerd. Op 22 november 2021 is het voornemen bij het waterschap bekend gemaakt via www. dewatertoets. nl. Naar aanleiding daarvan is er contact geweest met het waterschap. Het waterschap voorziet geen belemmeringen en acht het plan uitvoerbaar. De korte procedure van toepassing is, zie bijlage 5. Er is geen watervergunning of melding nodig. Het plangebied ligt in een overstroombaar gebied. Dit betreft een gebied dat normaal niet onder water staat, maar (tijdelijk) onder water kan staan. Om die reden dient te worden aangegeven hoe wordt om gegaan met de waterveiligheid. Bij het onderhavige plan is een waterdichte batterij gerealiseerd. Bij een overstroming kan water dus niet binnen treden. Daarnaast staat de batterij op een verhoogde verharding/betonplaat (die hoger ligt dan het peil in de omgeving). Tenslotte staan de accupacks zelf ook nog op een verhoging van 50 centimeter vanaf de betonplaat.

Dit alles maakt dat, zelfs bij een tijdelijke overstroming, de accupacks niet in het water zullen staan. Ook kan het systeem bij een eventuele calamiteit zowel ter plekke als op afstand worden uitgeschakeld. Conclusie Het verlengen van de exploitatietermijn van 10 naar 25 jaar heeft bezien vanuit het aspect waterkwaliteit en waterveiligheid geen negatieve gevolgen en is dan ook uitvoerbaar. 4. 11 Elektrische en magnetische velden Toetsingskader Elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. Elektromagnetische velden (EMV) zijn ook aanwezig bij het gebruik van huishoudelijke elektrische apparaten en bij hoogspanningsverbindingen. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. De Rijksoverheid heeft geadviseerd om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 28 van 25 er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Het RIVM ondersteunt sinds 2005 de uitvoering van het beleidsadvies met een Handreiking voor het berekenen van de magneetveldzone, een Netkaart met indicatieve magneetveldzones en onderzoek.

In april 2018 heeft de Gezondheidsraad het advies uitgebracht om het bestaande beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen voort te zetten. Daarnaast geeft de Gezondheidsraad in overweging het beleid uit te breiden naar andere bronnen van langdurige blootstelling aan magneetvelden in het elektriciteitsnetwerk zoals ondergrondse kabels en transformatorhuisjes. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat dit eveneens kan gelden voor de batterijopslagsystemen. Toetsing Uit de praktijk is gebleken dat bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen op een afstand van in ieder geval meer dan 15 meter (horizontaal of verticaal) geen sprake meer is van overschrijding van de waarde van 0,4 microTesla. Vooralsnog is deze afstand ook voor het batterijsysteem aangehouden. Binnen 15 meter van het projectgebied bevinden zich geen woningen of andere kwetsbare gebouwen of locaties. Daarmee voldoet het voornemen aan de richtlijnen van het Rijk. Conclusie Het verlengen van de exploitatietermijn van 10 naar 25 jaar heeft bezien vanuit het aspect elektrische en magnetische velden geen negatieve gevolgen. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4. 12 Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Toetsingskader Op grond van artikel 5.

162 van het Bkl wordt bij nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte rekening gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Toetsing In de onderhavige situatie is geen sprake van openbaar toegankelijke buitenruimte. Toegang is slechts mogelijk voor personeel en overige professionals ten behoeve van het onderhoud en in werking hebben van de batterij. Dit ter voorkoming van onveilige situaties. Betreffende professionals hebben hiertoe een passende opleiding en zijn voldoende uitgerust om ter plaatse veilig te werken en te verblijven. Dit is het geval bij zowel de exploitatietermijn voor 10 jaar als 25 jaar. Conclusie Het verlengen van de exploitatietermijn van 10 naar 25 jaar heeft bezien vanuit het aspect toegankelijkheid geen negatieve gevolgen. Door het beperkt toegang verlenen aan de bedrijfslocatie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4. 13 Duurzaamheid en gezondheid Toetsingskader Te zijner tijd zal in het omgevingsplan ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid omgevingswaarden worden vastgelegd. Deze worden gebaseerd op het gemeentelijke beleid dat deels nog in ontwikkeling is. De bruidsschat kent een artikel betreffende energiebesparende maatregelen (artikel 22. 52). Hieraan zal voldaan moeten worden.

Toetsing Duurzaamheid Getoetst is aan het beleid en doelstellingen (Coalitieakkoord) van de gemeente en provincie. Hieruit blijkt dat het beleidsstukken blijkt dat het planvoornemen passend is in het geldende gemeentelijke beleid. Het project is een voorbeeld voor het efficiënt omgaan, gebruiken van en besparen van (duurzame)energie. Gezondheid De inrichting van de openbare ruimte kan bijdragen aan de gezondheid van omwonenden. In onderhavig planvoornemen wordt met name gekeken naar een gezond leefmilieu. Zaken zoals bijvoorbeeld geur, trilling, geluid, riolering, waterkwantiteit en -kwaliteit en veiligheid zijn relevante onderdelen van een gezond leefmilieu. In dit geval zijn met name de aspecten geluid en veiligheid relevant. Deze zijn in voorgaande paragrafen nader aan de orde gekomen, met daarbij in acht nemend dat de afstand tot woonbebouwing of andere gevoelige functies ruim voldoende is. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 29 van 25 Conclusie Zoals hiervoor beschreven, is voor zover dit in het planvoornemen mogelijk is voldaan aan de eisen en voorwaarden van duurzaamheid en gezondheid. Het verlengen van de exploitatietermijn van 10 naar 25 jaar heeft bezien vanuit het aspect duurzaamheid en gezondheid geen negatieve gevolgen. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft duurzaamheid en gezondheid. 4. 14 M. e. r.

-beoordeling Toetsingskader Onderdeel van de motivering van een BOPA aanvraag, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16. 4. 2 van de Omgevingswet en afdeling 11. 2 van het Omgevingsbesluit. Toetsing Of een besluit over een project-m. e. r. -plichtig of m. e. r. -beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11. 6 en 11. 8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan (of een activiteit milieubelastende een voor omgevingsvergunning een altijd overigens ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e. d. ). Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer- beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. De batterij wordt niet genoemd in categorie C ‘Energie-industrie’ of elders in bijlage V. Voor de batterij geldt derhalve geen m. e. r. -plicht of m. e. r. beoordelingsplicht.

Conclusie Gebleken is dat voor de batterij geen m. e. r. -plicht of m. e. r. beoordelingsplicht geldt. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4. 15 Conclusie Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Op basis van alle onderzoeksresultaten verwoord in de voorgaande paragrafen blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 30 van 25 5 Financiële haalbaarheid 5. 1 Kostenverhaal De gemeente is wettelijk verplicht om bepaalde kosten voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut (zoals straten, riolering , groen, parkeergelegenheid en waterpartijen) te verhalen op de initiatiefnemer. Leges vallen hier niet binnen. Kostenverhaal wordt via een zogenaamde anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente geregeld. Deze moet zijn ondertekend, voordat de vergunning wordt verleend. 5. 2 Nadeelcompensatie (planschade) Als de gemeente besluit tot medewerking aan een aanvraag voor een BOPA, dan kunnen anderen daardoor schade lijden. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft.

Met de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten waarin de afspraken over het kostenverhaal en de kosten in verband met eventuele nadeelcompensatie (oftewel planschade) worden vastgelegd. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 31 van 25 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6. 1 Omgevingsproces/participatie In artikel 7. 4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven: of de aanvrager aan participatie heeft gedaan; zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. • • Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. Er is één uitzondering. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie een verplichte aanvraagvereiste is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college bevoegd gezag is (artikel 16. 55, lid 7 van de Omgevingswet). Als de aanvrager bij zo'n aangewezen geval niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. In het kader van de participatie is het voornemen om de exploitatietermijn te verlengen (en nut en noodzaak toe te lichten), telefonisch toegelicht aan de omwonenden die het meest dichtbij wonen. Dit zijn de bewoners van de boerderij op Zomerdijk 4 en 4A/B.

Na het telefoongesprek is het voornemen tevens per email aan hen gecommuniceerd. Bewoners hebben niet meer op de verzonden email gereageerd. 6. 2 Bestuurlijk vooroverleg Op basis van artikel 2. 2 Omgevingswet houdt een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af. In het kader van vooroverleg wordt het initiatief voorgelegd aan de provincie en het waterschap. Beide partijen hebben positief geadviseerd. 6. 3 Bindend adviesrecht gemeenteraad De gemeenteraad is adviseur voor een aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan, maar alleen als de aanvraag ziet op een door de raad aangewezen geval waarover hij wenst te adviseren (artikel 4. 21 Omgevingsbesluit). Projecten ten behoeve van duurzame energie dienen te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Bij onderhavig initiatief heeft de gemeenteraad positief geadviseerd. 6. 4 Beroep Op voorliggend project is de reguliere procedure van toepassing. De beslistermijn begint te lopen vanaf het moment van ontvangst van de aanvraag. De beslistermijn is in beginsel 8 weken. Nadat de omgevingsvergunning is vastgesteld, bekendgemaakt en (de dag na bekendmaking) in werking is getreden, staat de rechtsgang open tegen het besluit.

In tegenstelling tot de uitgebreide procedure is er bij de reguliere procedure geen sprake van zienswijzen. Er is een mogelijkheid om bezwaar te maken. Vervolgens staat beroep open bij de rechtbank en hoger beroep bij de Raad van State. 7 Bijlagen 7. 1 Bijlage 1: Inrichtingsplan 7. 2 Bijlage 2: Stikstofparagraaf / AERIUS-berekening 7. 3 Bijlage 3: Ventus Fire Safety Report 7. 4 Bijlage 4: UL9540A Certificering 7. 5 Bijlage 5: Watertoets en vergunningencheck

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/b4e38d63-8781-4c3e-a495-855a47a5c57c?agendaItemId=e18932aa-fb76-4460-9752-1f3d6c39044b