CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering-BOPA-BESS-Wanneperveen-02082024-(geanonimiseerd)

Politieke Markt 10 december 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Verlengen exploitatietermijn batterij nabij Zomerdijk 4a in Wanneperveen13.204 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Motivering BOPA Batterijopslag Wanneperveen PowerField Netherlands B. V. Augustus 2024 ® PowerField Powerfield Netherlands B.V. Hoofdvestiging Nederland Vestiging Groningen Colofon Soort document Motivering BOPA Projectnaam Batterijopslag Wanneperveen Versienummer Vv1.0 Datum Augustus 2024 Auteur (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Inhoudsopgave 1 Inleiding Aanleiding en doel Procedure Geldend planologisch regime Leeswijzer 5 5 5 6 6 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4 2 Beschrijving van het project en zijn omgeving Inleiding Behoefte aan energieopslagsystemen Huidige situatie Toekomstige situatie 7 7 7 8 8 2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 3 Beleid en regelgeving Rijksbeleid 3. 1 Provinciaal beleid 3. 2 3. 2. 1 Omgevingsvisie en -verordening 3. 2. 2 Uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie Overijssel 3. 2. 3 Conclusie provinciaal beleid Gemeentelijk beleid 3. 3 3. 3. 1 Energiebeleid 3. 3. 2 Omgevingsvisie Steenwijkerland 3. 3. 3 Coalitieakkoord Conclusie 11 11 14 14 21 21 22 22 22 22 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3. 4 4 Fysieke leefomgeving en milieu Inleiding Natuur Luchtkwaliteit Geluid door (bedrijfsmatige) activiteiten Geur Omgevingsveiligheid Trilling Cultureel erfgoed Bodemkwaliteit Water Elektrische en magnetische velden Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Duurzaamheid en gezondheid M. e. r.

-beoordeling Conclusie Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 23 23 23 23 24 25 25 26 27 27 28 28 29 29 30 30 4. 1 4. 2 4. 3 4. 4 4. 5 4. 6 4. 7 4. 8 4. 9 4. 10 4. 11 4. 12 4. 13 4. 14 4. 15 5 Financiële haalbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie (planschade) 31 31 31 5. 1 5. 2 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsproces/participatie Bestuurlijk vooroverleg Bindend adviesrecht gemeenteraad Beroep 1 1 1 1 1 6. 1 6. 2 6. 3 6. 4 7 Bijlagen Bijlage 1: Inrichtingsplan Bijlage 2: Stikstofparagraaf / AERIUS-berekening Bijlage 3: Ventus Fire Safety Report Bijlage 4: UL9540A Certificering Bijlage 5: Watertoets en vergunningencheck 2 2 2 2 2 2 7. 1 7. 2 7. 3 7. 4 7. 5 1 Inleiding 1. 1 Aanleiding en doel De energietransitie vraagt om een energielandschap dat steeds meer gebruikmaakt van duurzame energiebronnen, zoals zon en wind. De hoeveelheid energie die wordt opgewekt door zon of wind is afhankelijk van het weer en tijdstip gedurende de dag. De weersomstandigheden hebben relatief weinig invloed op het energieverbruik in Nederland. Hierdoor sluiten het aanbod van elektriciteit uit zon- en windenergie en de vraag naar elektriciteit niet altijd goed op elkaar aan. Daarnaast versnelt de energietransitie steeds meer. Dit stelt netbeheerders voor forse uitdagingen.

De vraag naar transportcapaciteit op het elektriciteitsnet stijgt zo snel, dat netbeheerders de groei op dit moment niet goed kunnen bijhouden. Daarom zetten zij tevens in op innovatieve oplossingen om optimaal gebruik te maken van het bestaande energienetwerk. Een van de oplossingen om het bestaande netwerk optimaal te benutten, is het toepassen van batterijen bij zonneparken. De batterij zorgt voor uitgestelde levering wat ertoe leidt dat het netwerk ter plaatse beter wordt benut, dat maatschappelijke kosten worden vermeden doordat een zonnepark minder beslag legt op schaarse netcapaciteit en meer andere klanten kunnen worden bediend vanuit de netbeheerders doordat aan hen netcapaciteit beschikbaar kan worden gesteld. Verder dragen batterijen ook bij aan het tegengaan van onbalans in het netwerk. Om aan bovenstaande invulling te geven is aan initiatiefnemer in eerder stadium een vergunning verleend voor een batterij voor een periode van 10 jaar naast het zonnepark in Wanneperveen. Op het moment van schrijven is de bouw de batterij afgerond. Het naastgelegen zonnepark, waarop de batterij is aangesloten, heeft een exploitatietermijn van 25 jaar. Om die reden wil initiatiefnemer de batterij ook voor 25 jaar kunnen exploiteren. Om dit mogelijk te maken wordt een vergunning in afwijking van het omgevingsplan voor een exploitatietermijn van 25 jaar aangevraagd.

Inhoudelijk gezien wijzigt het plan dus niet ten opzichte van de vergunning voor 10 jaar. Omdat het echter een langere periode van 25 jaar betreft, dient een andere planologische procedure te worden doorlopen. Daarbij dient het plan vergezeld te zijn van een onderbouwing van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarin een toelichting wordt gegeven op de omschrijving van de activiteit en verschillende milieuaspecten. Onderhavige onderbouwing dient daartoe. Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat dus niet het plan zelf ter discussie staat (hiervoor is er een onherroepelijke vergunning voor 10 jaar); enkel is het de bedoeling om de batterij 25 in plaats van 10 jaar te exploiteren. 1. 2 Procedure Gekozen is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Redenen hiervoor zijn: het betreft geen vergunningsvrij plan; er is sprake van een uitgewerkt bouwplan; het betreft een activiteit die deels strijdig is met het (tijdelijke) omgevingsplan. om de activiteit mogelijk te maken, is het niet nodig om regels van naastgelegen percelen of locaties aan te passen. Denk bijvoorbeeld aan het afschalen van een milieucategorie, of opnemen van milieunormen. • • • • Onderhavig voornemen voldoet hieraan. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl.

Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8. 0a, tweede lid van het Bkl); als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8. 0b tot en met 8. 0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. 1. 2. Met het oog op vergunningverlening worden in de volgende hoofdstukken de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de beoordelingsregels nader uitgewerkt. Te zijner tijd zal deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden geïntegreerd in het definitieve omgevingsplan van de gemeente Steenwijkerland. Batterijopslag Wanneperveen | Augustus 2024 Pagina 5 van 25 1. 3 Geldend planologisch regime De locatie van het batterijopslagsysteem maakt onderdeel uit van de het Omgevingsplan gemeente Steenwijk (1-1-2024) en beheerverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014. Op de locatie geldt de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Figuur 1 Uitsnede beheersverordening 2014 Het exploiteren van de batterij past niet binnen de huidige bestemming. Om een exploitatietermijn van 25 jaar mogelijk te maken, dient initiatiefnemer een aanvraag in voor afwijking van het omgevingsplan.

Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. In voorliggende onderbouwing wordt toegelicht en onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de goede ruimtelijke ordening en er een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is. 1. 4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op projectvoornemen. Hoofdstuk 3 beschrijft de participatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de beleidsregels en doelen in relatie tot het voornemen. Vervolgens gaat hoofdstuk 5 in op de fysieke leefomgeving en milieuaspecten. Tot slot komen in hoofdstuk 6 en 7 de financiële haalbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod. Batterijopslag Wanneperveen | Augustus 2024 Pagina 6 van 25 2 Beschrijving van het project en zijn omgeving 2. 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de aanleiding voor realisatie van het energieopslagsysteem beschreven, wordt de huidige situatie van het projectgebied beschreven en wordt de voorgenomen ontwikkeling toegelicht. 2. 2 Behoefte aan energieopslagsystemen Zoals beschreven in paragraaf 1. 1 van deze onderbouwing is er stress op het elektriciteitsnet. Om dit op te lossen kan het elektriciteitsnet worden versterkt/verzwaard. Hier is Tennet reeds volop mee bezig. Netverzwaringen zijn echter lang niet voldoende en het betreft langdurige procedures en kostbare aanpassingen.

De andere manier om netcongestie te verhelpen is door toevoegen van flexibiliteit. Dat kan met het aansluiten van extra buffercapaciteit als een grootschalig energieopslagsysteem. Een energieopslagsysteem kan helpen het elektriciteitsnet robuust en veerkrachtig te maken. Een energieopslagsysteem kan helpen met: Verminderen onbalans stroomvraag en opwek; Stabiliseren van de noodzakelijke 50Hz frequentie van het stroomnet; Effecten van storingen tegengaan door inspringen bij storingen. • • • Netbeheerders zetten balanceringsdiensten uit, dat is een van hun kerntaken en nemen op die manier de diensten van een batterij af. Vanwege de wettelijke rol van een netbeheerder (monopolypositie), mogen alleen marktpartijen deze energieopslagsystemen bouwen om de benodigde diensten te leveren. Energieopslagsystemen ontwikkelen zal daarom, in Nederland, alleen door private partijen gebeuren. TenneT heeft in 2023 gepubliceerd, in de position paper ‘TenneT’s position on Battery Energy Storage Systems (BESS)’, dat er voor 2030 energieopslagsystemen nodig zijn met een gezamenlijk vermogen van 9 gigawatt. In elke provincie moeten megabatterijen komen die stroom kunnen opslaan als het waait en de zon schijnt (en er dus veel aanbod is) en die kunnen leveren als er veel vraag is naar stroom. Zo kan vraag en aanbod in balans worden gebracht.

In de position paper geeft TenneT aan dat gemeenten en provincies nu, samen met marktpartijen, kunnen anticiperen om tijdig de processen voor ruimtelijke ordening en vergunningen te doorlopen. Zodat energieopslag operationeel ingezet kan worden zodra dat nodig is, om de efficiëntie van het elektriciteitsnet te verbeteren. Uit figuur 4 blijkt dat in de provincie Overijssel een vermogen van 200 MW – 1000 MW aan batterijen nodig is. Figuur 2 Illustratie met weergave behoefte aan batterij-vermogen per provincie ( bron: TenneT’s position on Battery Energy Starage Systems (BESS)). Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 7 van 25 2. 3 Huidige situatie Het projectgebied ligt tussen zonnepark Wanneperveen en het agrarisch erf aan de Zomerdijk 4A in Wanneperveen. Het betreft het perceel kadastraal bekend als Brederwiede – D – 576. De batterij is middels een vergunning voor 10 jaar geplaatst op de locatie van de voormalig sleufsilo’s. In onderstaande figuur is het projectgebied weergegeven, waarbij een deel van het gebied specifiek is bedoeld voor de installaties van het systeem. Rondom het systeem is landschappelijke inpassing aangebracht. Hierdoor, en mede door het gegeven dat het systeem zich tussen het zonnepark en de opstallen op het agrarisch erf bevindt, is de ruimtelijke en landschappelijke impact zeer klein.

De locatie is te bereiken via het agrarisch erf aan de Zomerdijk 4A. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen gevoelige functies; de dichtstbijzijnde woning (Zomerdijk 4A) staat op meer dan 100 meter afstand. Daarnaast bevinden er zich stallen tussen de batterij en de woning. Figuur 3 Projectgebied batterijopslag 2. 4 Toekomstige situatie 2. 4. 1 De verschillende onderdelen van de batterij De batterij bestaat uit verschillende onderdelen die gezamenlijk het opslagsysteem vormen. De hoofdcomponenten zijn battery racks, omvormers, monitoringscontainers en transformatorstations. Aanvullend daarop zijn daarnaast overige onderdelen geplaatst. In zijn geheel gaat het om de volgende onderdelen: • Battery racks, technologiecontainers en omvormers; • Transformatoren; • Hekwerk, lichtmasten en beveiligingscamera’s; • (Half)Verharding; • Landschappelijke inpassing. Deze zijn gezamenlijk weergegeven in het inrichtingsplan. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het inrichtingsplan en de verschillende onderdelen. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 8 van 25 2. 4. 2 Inrichtingsplan en weergave systeem Onderstaand is het inrichtingsplan weergegeven. Deze is ook opgenomen in bijlage 1. Figuur 4 Situatietekening zoals het systeem is gebouwd 2. 4.

3 Battery racks, technologiecontainers en omvormers In de battery racks bevinden zich de fysieke accu’s waarin de energie wordt opgeslagen. Elke battery rack wordt apart aangestuurd (en kan dus ook afgeschakeld worden) en is voorzien van verschillende veiligheidsmaatregelen waarop nader wordt in gegaan onder het hoofdstuk veiligheid. In de technologie container zijn diverse monitoringssystemen aanwezig om het systeem op afstand te kunnen monitoren. Ook hierbinnen zijn diverse veiligheidssystemen aanwezig. Aan de voorzijde van een opstelling zijn twee omvormers geplaatst. 2. 4. 4 Transformatoren Op het terrein zijn ook een zevental transformatorstations geplaatst. Via de transformatorstations wordt de batterij aangesloten op het zonnepark/inkoopstation. Onderstaand zijn twee aanzichten weergegeven van een transformatorstation. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 9 van 25 Figuur 5 Aanzichten transformatoren 2. 4. 5 Overige onderdelen: hekwerk, lichtmasten, beveiligingscamera’s en bliksemgeleiders Rondom het gehele terrein is een hekwerk van maximaal 2,5 meter hoog geplaatst. Dit is geplaatst om te voorkomen dat onbevoegden het terrein kunnen bereiken. Er zijn twee toegangspoorten. Daarnaast zijn op het terrein enkele lichtmasten geplaatst.

De lichtmasten staan niet standaard aan en zijn enkel geplaatst om, in het geval van calamiteiten of bij noodzakelijk onderhoud in de nacht, te kunnen voorzien van voldoende zichtbaarheid. Op het terrein is een camerasysteem aangebracht dat naar binnen is gericht. Het terrein van de batterij wordt gemonitord om in de gaten gehouden of er geen onbevoegden aanwezig zijn of calamiteiten voordoen. Op de poort is contactinformatie van de eigenaar van de installatie en PAC (Particuliere Alarm Centrale) geplaatst. Tenslotte zijn bliksemgeleiders geplaatst. Deze dragen zorg voor een vangnet in geval van blikseminslag. 2. 4. 6 (Half)Verharding Het terrein is te bereiken via een verhard pad over het agrarisch erf te bereiken. Zowel tussen de opstellingen als rondom is voldoende vrije ruimte aanwezig ten behoeve van beheer en onderhoud en hulpdiensten. Rondom het systeem is een halfverhard onderhoudspad met een breedte van minimaal 4,5 meter breed aanwezig. Het geheel voldoet aan het bouwbesluit. Er zijn twee toegangspoorten om zodoende via twee zijden het terrein op te kunnen. Ook is aan de zuidzijde voldoende manoeuvreerruimte in het geval van een calamiteit. Deze ruimte kan tevens worden gebruikt als opstelplaats. 2. 4. 7 Landschappelijke inpassing De batterij is gesitueerd tussen het zonnepark en de opstallen op het agrarisch erf.

Aan de zuidoostzijde zijn sleufsilo’s gesitueerd die het zich vanaf de Zomerdijk grotendeels belemmeren. Toch is ervoor gekozen om rondom de batterij een groensingel (bestaande uit inheemse beplanting) van vijf meter breed aan te planten. Dit beperkt het zicht op het systeem en draagt daarnaast bij aan het versterken van de natuurwaarden. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 10 van 25 3 Beleid en regelgeving 3. 1 Rijksbeleid 3. 1. 1 Energieakkoord en Nationaal Klimaatakkoord In september 2013 werd het Energieakkoord voor duurzame groei gesloten. Het akkoord heeft als doel het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparingen met gemiddeld 1,5% per jaar, het terugdringen van het gebruik van aardgas en een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Echter werd er in 2020 pas 11,1% hernieuwbare energie opgewekt. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land, wind op zee, diverse vormen van lokale opwekking zoals zonne- energie, en de inzet van biomassa. In 2030 moet Nederland 55% minder broeikasgassen uitstoten vergeleken met 1990. Het streven is zelfs 60% vermindering. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot van broeikasgas in 2050 niet hoger is dan wat er vastgelegd wordt, netto is de uitstoot dus nul.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Omdat duurzame energie niet gelijktijdig wordt opgewekt (de zon schijnt niet altijd en de wind waait niet altijd) is het plaatsen van batterijen noodzakelijk. Batterijen kunnen pieken en dalen opvangen en dragen bij aan het in balans houden van het netwerk. Het verlengen van de exploitatietermijn van 10 naar 25 jaar past binnen de bovengenoemde ambities. 3. 1. 2 Routekaart Energieopslag voorjaar 2023 In juni 2023 is de Routekaart Energieopslag gepubliceerd, inclusief kamerbrief. In de kamerbrief wordt aangegeven dat in het energiesysteem van de toekomst elektriciteit de belangrijkste energiedrager is, vervult waterstof een belangrijke systeemrol en vult decentrale duurzame warmtevoorziening een groot deel van de warmtevraag in. De energieproductie in een duurzaam energiesysteem komt vrijwel volledig uit variabele bronnen als wind en zon. De potentiële verschillen tussen vraag en aanbod zullen daardoor groter zijn dan in het vroegere energiesysteem dat vooral bestond uit regelbare elektriciteitscentrales op basis van kolen en gas en verwarming met aardgas. Dit vergroot het zogenaamde ‘flexibiliteitsvraagstuk’: om het energiesysteem in balans te houden is flexibiliteit nodig, dat in verschillende vormen kan worden geboden: flexibele vraagsturing, (CO2-vrij) regelbaar vermogen, interconnectie (met andere landen), conversie en energieopslag.

Energieopslag heeft de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekregen. Enerzijds omdat het al geruime tijd een cruciale rol speelt in ons energiesysteem, denk bijvoorbeeld aan het vullen van de Nederlandse gasopslagen in 2022 (o. a. in Bergermeer) waarmee de levering van gas in de winter 2022/2023 was verzekerd. Anderzijds omdat het tot onze verbeelding spreekt: de ontwikkelingen gaan snel en de grenzen zijn nog lang niet bereikt. Zo is in oktober 2022 de grootste batterij van Nederland geopend in Lelystad (GIGA Buffalo, 24 MW/48MWh). Deze batterijen spelen een belangrijke rol in het balanceren van vraag en aanbod op het elektriciteitsnet. Energieopslag is geen doel op zich, maar kan meerdere doelen dienen, waaronder het balanceren van vraag en aanbod, het bedienen van de warmtepiekvraag, het ondersteunen van elektriciteits-, gas- en warmtenetten, het verlichten van netcongestie en het bieden van strategische voorraden. Deze doelen zijn essentieel voor het functioneren van ons huidige energiesysteem, voor het mogelijk maken van de energietransitie en voor de ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst. De Routekaart Energieopslag brengt in kaart welke acties ondernomen moeten worden om energieopslag te bevorderen, passend bij de verwachte rol ervan in het toekomstige energiesysteem, tot aan 2035 en daarna.

In de Routekaart Energieopslag wordt gekeken naar alle vormen van energieopslag, onderverdeeld in elektriciteits-, moleculen- en warmteopslag. Samengevat stelt de Routekaart Energieopslag dat zowel elektriciteits-, moleculen- als warmteopslag nodig (zullen) zijn in ons energiesysteem. Ten eerste omdat ze vraag en aanbod binnen de op zichzelf staande energieketens bij elkaar brengen. Zo kan elektriciteitsopslag zorgen voor meer opwek van wind- en zonne-energie en is warmteopslag cruciaal voor geo- en zonthermie. Ten tweede omdat ze elkaar uitstekend en noodzakelijk aanvullen in termen van vermogen en opslagduur (systeemintegratie c. q. uitwisseling tussen de ketens). Omdat de aard en huidige staat van technische ontwikkelingen tussen elektriciteits-, moleculen- als warmteopslag wezenlijk verschilt, is het van cruciaal belang zo te sturen dat enerzijds de verschillende technieken uiteindelijk op een vergelijkbaar niveau komen en anderzijds conversie tussen technieken (bijvoorbeeld van elektriciteit naar warmte) effectief kan worden benut. Behalve de overheid kunnen ook andere partijen (waaronder netbeheerders en de energieopslagsector) hierin een belangrijke rol spelen.

Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 11 van 25 TenneT verwacht ongeveer 10GW aan baterijen nodig te hebben in 2030 om de betrouwbaarheid van het hoogspanningsnet te garanderen, waarvan 9GW standalone op basis van het huidige kabinetsbeleid waarin in 2030 centrales geen kolen meer mogen verstoken. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van het energie-opslagsysteem speelt in op de grote maatschappelijke behoefte aan energieopslagsystemen. 3. 1. 3 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet. In de NOVI schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040, door deze te vertalen naar een aantal Nationale Belangen. Hierin is onder meer gesteld dat er voorzien dient te zijn in ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Voor de economische ontwikkeling op lange termijn is een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig, zowel vanwege geopolitieke verhoudingen en uitputting van fossiele brandstoffen als vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot. In de NOVI is opgenomen dat het primair de taak is van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening zoals zon- en windenergie.

Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig, hier focust de overheid op het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Ook binnen de ambities van de NOVI staat de groei van duurzame opwek in Nederland centraal. Met het voorliggend plan wordt een bijdrage geleverd de bovengenoemde ambities. 3. 1. 4 Instructieregels Rijk De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s); het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit Bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze besluiten bevatten de regels voor het praktisch uitvoeren van de Omgevingswet. Artikel 8. 0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De instructieregels van het Rijk, zoals opgenomen in het Bkl hebben betrekking op: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5. 1.

2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5. 1. 3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5. 1. 4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5. 1. 5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5. 1. 6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van (paragraaf veiligheid, nationale en landsverdediging waaronder 5. 1. 7), activiteiten elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5. 1. 8). • • • • • • • Aanvullend op bovenstaande bevat afdeling 5. 2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Hierna wordt ingegaan op de instructieregels die voor het voorliggende plan relevant zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op grond van artikel 5.

129g van het Bkl wordt, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden met de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling; de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen in en buiten stedelijk gebied, dan wel buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied. Artikel 8. 0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? • Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 12 van 25 • Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? • • • Het aanleggen van een energieopslagsysteem is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Op basis van eerdere 1 uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, zonnepark, windpark of een hoogspanningsleiding. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Voorliggend plan is ook in overeenstemming met de andere relevante instructieregels van het Rijk, welke zijn opgenomen in het Bkl. De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. De technische installatie is gerealiseerd op een stedenbouwkundig logische plek aansluitend aan een zonnepark, op een agrarisch erf op voormalig sleufsilo’s. De technische installatie is daarbij zorgvuldig landschappelijk ingepast, waarbij er geen direct zicht is op de technische installatie. Het plan tast geen cultureel erfgoed aan. Het plan draagt bij aan het realiseren van een goede elektriciteitsvoorziening, welke momenteel onder druk staat. Het plan is getoetst aan de relevante aspecten op het gebied van gezondheid en milieu (zie hoofdstuk 4). Hieruit blijkt dat het plan uitvoerbaar is en in het kader van gezondheid en milieueffecten geen negatieve gevolgen heeft. 3. 1. 5 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van het Rijksbeleid.

Vanuit relevante beleidsdocumenten en regelgeving werken geen randvoorwaarden of uitgangspunten rechtstreeks door op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan het behalen van de vastgelegde doelstellingen in het Klimaatakkoord en de NOVI. 1 Zie: ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448, ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016: 465. ABRvS 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:708. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 13 van 25 3. 2 Provinciaal beleid 3. 2. 1 Omgevingsvisie en -verordening De Omgevingsvisie Overijssel betreft een integrale visie. Het plan is op 1 juli 2009 vastgesteld door Provinciale Staten en op 1 september 2009 in werking getreden. De twee grote thema’s van de Omgevingsvisie zijn duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Deze thema’s zijn in de Omgevingsverordening in definities verankerd. De definitie van duurzaamheid luidt: “duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte aan de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien”. Duurzaamheid vraagt om een transparante afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele beleidsambities. De definitie van ruimtelijke kwaliteit luidt: “het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”.

Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. De provincie heeft een hoofdambitie, zorgen voor een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met daarbij een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • Herstructurering: Er wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s, dorpen en steden worden gestimuleerd om hun eigen kleur te ontwikkelen; • Hoofdinfrastructuur: Investeren in wegverkeer: trein, fiets, waar veiligheid en doorstroming centraal staan; • SER-ladder: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik toepassen bij bebouwing door hantering van de ‘SER-ladder’. Deze methode maakt eerst het gebruik van de ruimte, die wordt geoptimaliseerd, daarna de wordt toepassing van meervoudig ruimtegebruik onderzocht, vervolgens de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden. Hierbij is afstemming tussen gemeenten over woningbouwprogramma’s en bedrijfslocaties noodzakelijk; • Plannen: Ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.

Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Overijssel 2017 ‘Beken kleur’ en de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Met de vaststelling van het nieuwe Omgevingsbeleid is invulling gegeven aan de: 1. verdieping van de thema’s energietransitie, logistiek, agro & food, bestaand bebouwd gebied en ondergrond; 2. verruiming van de mogelijkheden voor het (onder voorwaarden) toekennen van een woonbestemming aan permanent bewoonde recreatiewoningen; 3. aanpassing van de Omgevingsvisie aan de huidige tijd met het verleidelijke verhaal van Overijssel. Hoe ziet Overijssel er in 2030 uit, met doorkijk naar 2050?; 4. verwerking ADT/TBT, onderwerpen de over besluiten PS genomen reeds van drinkwater/grondwaterbeleid, landgoederen, cultuurhistorie (CHW-kaart), mobiliteit , natuur, ondergrond, ruimtelijk economisch beleid, veiligheid en gezondheid (modernisering milieubeleid), water, luchtvaartbeleid, rode draden duurzaamheid, sociale kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit, bestuursfilosofie, instrument reprogrammeren, instrument ladder duurzame verstedelijking; 5. uitvoering in de context van ‘de andere overheid’ en de participatiesamenleving. Vervolgens is de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de eisen van de nieuwe Omgevingswet.

Dat heeft de provincie ‘beleidsarm’ gedaan: eerder vastgesteld beleid is verwerkt in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie een beperkt aantal aanpassingen doorgevoerd. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie figuur 7). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de Omgevingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. De volgende niveaus komen aan de orde: 1. Generieke beleidskeuzes; 2. Ontwikkelingsperspectieven; 3. Gebiedskenmerken. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 14 van 25 Figuur 6 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel 2017) 1. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van de EU, Rijk of de provincie. Deze keuzes kunnen bepalen of ontwikkelingen mogelijk zijn of niet. Het uitvoeringsmodel vraagt bij nieuwe ontwikkelingen dus eerst te kijken naar het niveau van generieke beleidskeuzes. Hierbij gaat het om de normen van de SER- ladder, de EHS/NNN, externe veiligheid, ligging in het grondwaterbeschermingsgebied, waterveiligheid etc. M. b. t.

het voorliggende plan zijn met name de artikelen 4. 5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 4. 6 (toekomstbestendigheid), 4. 9 (Ruimtelijke kwaliteit) en 4. 11 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Toetsing van het initiatief aan artikel 4. 5 Het voorliggende plan betreft de realisatie van een energieopslagsysteem. De behoefte aan een energieopslagsysteem is reeds eerder in deze Onderbouwing weergegeven. Het betreft een installatie van waarvoor geen beschikbare ruimte is in stedelijk gebied. Ook is dit niet te verkrijgen door bijvoorbeeld herstructurering/meervoudig ruimtegebruik. Hierbij moet afgewogen dat het tevens worden energieopslagsysteem om veiligheidsredenen en m. b. t. het aspect geluid op enige afstand van gevoelige functies als woningen moet worden gerealiseerd. Het realiseren van energieopslagsystemen nabij zonneparken, waar duurzame energie wordt opgewekt, heeft ook de voorkeur van TenneT, omdat dit het Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 15 van 25 meest effectief is. Het energieopslagsysteem op een andere locatie realiseren, resulteert in het aanbrengen van onnodig extra kabels in de grond. Naast dat dit financieel zeer kostbaar is, is het ook onnodig en niet gewenst. Wanneer het energieopslagsysteem op een andere locatie wordt geplaatst zijn er energieverliezen door extra kabels en vervoer van stroom.

Het gekozen projectgebied ligt tussen het zonnepark en een bestaand agrarisch erf, op de locatie waar hiervoor sleufsilo’s lagen. Hiermee ligt het energieopslagsysteem niet midden in de ‘Groene Omgeving’, maar sluit het aan op bebouwing (agrarisch bedrijf) en reeds aanwezige energie-installaties. Toetsing van het initiatief aan artikel 4. 6 In o. a. hoofdstuk 1 en 2 is onderbouwd dat er een grote maatschappelijke behoefte is aan energieopslagsystemen. Het project draagt concreet bij aan de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien. Het betreft een duurzame en evenwichtige bijdrage die op de lange termijn een toegevoegde waarde heeft. Toetsing van het initiatief aan artikel 4. 9 van de Omgevingsverordening Overijssel Er is grote maatschappelijke behoefte aan energieopslagsystemen. Dit is reeds onderbouwd in hoofdstuk 2. De provincie Overijssel heeft in de Omgevingsvisie haar ambities uitgesproken betreffende duurzame energie. De provincie wil in 2030 30 procent van de energiebehoefte uit hernieuwbare bronnen halen. Dit wil de provincie bereiken door te investeren in efficiënter gebruik van energie, de opwek van hernieuwbare energie en het aanpassen van de energie-infrastructuur. Het belang van een toekomstbestendige energie- infrastructuur wordt ook benoemd in het Uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie Overijssel uit 2017.

De strategie voor een toekomstbestendige energie-infrastructuur is met name gericht op het slim inrichten van het systeem. Eén van de slimme toepassingen die wordt benoemd in het uitvoeringsprogramma is het toepassen van energieopslag. Zoals aangegeven is de projectlocatie zorgvuldig gekozen. Landschappelijk en ruimtelijk gezien ligt deze op een locatie die geen impact op de omgeving heeft. Daarnaast is de batterij landschappelijk ingepast doordat een groensingel is aangeplant met inheemse beplanting. In het vervolg van deze paragraaf is onderbouwd hoe verder toepassing is gegeven aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie, hoe het plan past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief, op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier- lagenbenadering en dat het plan past binnen de gebiedskenmerken zoals weergegeven in de Catalogus Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 16 van 25 Gebiedskenmerken. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het voorliggende plan in overeenstemming is met artikel 2. 1. 5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.

11 van de Omgevingsverordening Overijssel De ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ (KGO) gaat ervan uit dat er ruimte is voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe functies in het buitengebied, uitsluitend indien hier sociaal economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn en er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Twee principes zijn leidend: • Elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; • De ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt is dat plannen ontwikkelingsruimte krijgen als deze passen binnen het generieke beleid en de ontwikkelingsperspectieven van de provincie en worden uitgewerkt conform de gebiedskenmerken. Voorwaarde daarbij is dat de geboden ontwikkelingsruimte in evenwicht is met de te leveren kwaliteitsprestaties. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke inpassing zoals situering van gebouwen en erfbeplanting.

Voor het bepalen van de hoogte van aanvullende kwaliteitsprestaties wordt het plan getoetst aan de hand van de volgende drie variabelen: • Is de ontwikkeling gebiedseigen of gebiedsvreemd; • Wat is de schaal van de ontwikkeling en de impact op de omgeving; Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 17 van 25 • Dient het initiatief een eigen belang of ook maatschappelijke belangen Hoewel een energieopslagsysteem niet concreet genoemd is als ontwikkeling waarop KGO in ieder geval van toepassing is, is de voorgenomen ontwikkeling hier wel aan getoetst. • Gebiedseigenheid van de ontwikkeling Een energieopslagsysteem is in principe geen gebiedseigen ontwikkeling. De gekozen locatie is echter wel logisch en verantwoord. Aansluitend aan (onderdeel uitmakend van) het naastgelegen zonnepark en achter bestaande opstallen van een agrarisch erf. Deze vergunning wordt aangevraagd voor 25 jaar zodat deze voor eenzelfde duur kan worden geëxploiteerd als het zonnepark. Ook is de landschappelijk zorgvuldig ingepast, waarmee er geen direct zicht is op de technische installatie. • Schaal van de ontwikkeling en impact op de omgeving De nieuwe ontwikkeling past qua schaal in het landschap en is qua impact relatief klein. De gekozen locatie maakt toch dat de schaal hier past binnen de locatie waar voorheen sleufsilo’s lagen.

Daarnaast zijn de bouwwerken (batterijen, transformatorstations en hekwerken) laag te noemen (onder de drie meter). Tenslotte is de locatie landschappelijk ingepast door de aanleg van een groensingel rondom de batterij. Hierdoor is de impact zeer klein te noemen. • Eigen belang versus maatschappelijke belangen Zoals onderbouwd in de aanleiding en dit hoofdstuk dient het project in eerste instantie een groot maatschappelijk belang, naast dat de initiatiefnemer ook een eigen belang heeft. Conclusie Conclusie is dat het plan zeer geringe impact maakt en in eerste aanleg niet gebiedseigen is, dankzij een zorgvuldig gekozen locatie (op voormalige sleufsilo’s achter een bestaand erf) en een goede landschappelijke inpassing. Het voorliggende plan past hiermee binnen het KGO-beleid, zoals vastgelegd in artikel 4. 11 van de Omgevingsverordening. De geringe ontwikkelingsruimte die geboden wordt is in balans met de investeringen in ruimtelijke kwaliteit. 2. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn daarnaast geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vorm gegeven. Het beleid voor de ontwikkelingsperspectieven is vastgelegd in artikel 4. 9 van de Omgevingsverordening.

In dit artikel is bepaald dat gemotiveerd moet worden dat een voorziene ontwikkeling past binnen de vastgestelde ontwikkelingsperspectieven. Het voorliggende projectgebied ligt binnen het ontwikkelingsperspectief ‘agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap’. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: • zichtbaar en beleefbaar mooi landschap • sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel • continu en beleefbaar watersysteem Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Het voorliggende plan past binnen het ontwikkelperspectief, gezien de maatschappelijke behoefte, de zorgvuldig gekozen naast het zonnepark en achter het agrarisch erf en de goede landschappelijke inpassing. 3.

Gebiedskenmerken In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. Er is bepaald dat inzichtelijk moet worden gemaakt dat voldaan wordt aan dit beleid. Wanneer in het beleid normerende uitspraken worden gedaan, voorziet het omgevingsplan / de onderbouwing (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een regeling conform deze normerende uitspraken. Wanneer in het beleid richtinggevende Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 18 van 25 uitspraken worden gedaan, voorziet het plan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een regeling conform deze richtinggevende uitspraken. De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de laag van de beleving. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op het projectgebied en gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatieproces.

Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast. Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag, kan voorkomen en er voor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden. Het projectgebied ligt in het gebied ‘Laagveengebieden (in cultuur gebracht)’. Ambitie is de Wieden en Weerribben als grootste laagveenmoeras van Europa, aan elkaar verbinden via een brede overgangszone en ontwikkelen als een groot aaneengesloten (half) natuurlijk vaar- en recreatielandschap, met hoge Ook overige de in natuur. de naar poorten als kernen aanliggende met biodiversiteit, veenweidelandschappen is een hoog waterpeil van belang om inklinking tegen te gaan. Het open karakter is zowel ruimtelijk waardevol, als voor weidevogels en ganzen.

Normerend uitgangspunt: • De laagveenrestanten krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de waterkwaliteit en de natuurkwaliteit • De overige delen van de laagveengebieden krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op behoud van het veenpakket en het waterpeil is hier niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. Richtinggevende uitgangspunten: • Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenrestanten, dan dragen deze bij aan verhoging van het waterpeil om bodemdaling en verdwijnen van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend laagveen Met het voorliggende plan wordt het waterpeil niet aangepast, de batterijen zijn circa 50 centimeter boven het maaiveld geplaatst. Het watersysteem zelf blijft in stand en het plan heeft geen nadelige invloed op de waterkwaliteit. Agrarische cultuurlaag: Laagveenontginningen In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen, daardoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan.

Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing gegroeid. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling van deze gebieden. Het projectgebied ligt in de laagveenontginningen. De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken. De grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides geven dit landschap grote belevingswaarde en zijn essentieel voor de leefomgeving van weidevogels. De grondgebonden landbouw is de drager van deze kwaliteiten, echter een nieuw perspectief op een gebiedsgerichte bedrijfsvoering - eventueel in combinatie met andere functies - is voor de toekomst van deze gebieden zeer wenselijk. Het karakteristieke bebouwingspatroon (voorkant aan de openbare weg; achterkant aan het landschap en in polder Mastenbroek op terpen) vormt vertrekpunt bij herstructurering, verdichting en uitbreiding van de agrarische bebouwing en de woon-/ werkmilieus. De laagveenontwikkelingen bieden alleen mogelijkheden voor het plaatsen van windturbines als de landschappelijke, economische en ecologische waarden zijn geborgd.

Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 19 van 25 Normerende uitgangspunten: • De beschermende een – weidevogels voor mede – krijgen laagveenontginningen bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de ter plaatse karakteristieke maat en schaal van de ruimte, met onderscheid tussen gebieden met grote open ruimtes en gebieden met een langgerekte kavelstructuur met beplanting. • In de laagveenontginningen is het waterpeil niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. • De Polder Mastenbroek krijgt een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het grootschalige open karakter met zijn wegen- en lintengrid en aanliggende huisterpen en het patroon van dijken. Richtinggevende uitgangspunten: • Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenontginningen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van het lint als karakteristieke bebouwingsstructuur. • Het slotenpatroon en, waar aanwezig, de houtsingels als accentuering van de ruimtelijke structuur respecteren en versterken bij de verdere ontwikkeling van de agrarische functie. • De de van karakteristieken plaatselijke de bij aan sluit windturbines van opstelling laagveenontginningen. De turbines in een eventueel cluster zijn identiek (hoogte, type, kleur, aantal wieken) Het voorliggende projectgebied ligt direct achter een agrarisch erf en tegen het zonnepark aan.

Door de lage opstelling van bouwwerken is er sprake van het behouden van de maat en schaal van de ruimte. Het waterpeil wordt niet aangepast. De locatie ligt niet in de Polder Mastenbroek. Het aanwezige slotenpatroon aangrenzend aan en rondom het projectgebied is gerespecteerd en blijft intact. De ontwikkeling frustreert de agrarische functie niet. Stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen. Daarbij wordt kwaliteit, eigenheid en onderscheidend vermogen van de regio steeds belangrijker. Agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft. De opbouw, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landschap besloten liggen. Bij de transformatie van erven in het landelijk gebied vervalt vaak de vanzelfsprekende samenhang tussen erf en landschap. De ambitie is de erven levend te houden, verbonden met het landschap.

Voor het projectgebied zijn de aanduidingen ‘informele trage netwerk’ en ‘verspreide bebouwing’ van toepassing. Relevante uitgangspunten zijn: • Bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit; • Behoud en versterking kenmerkende erfstructuur en volumematen; • Behouden robuuste ensemble; • Koppelen erf aan landschap; • Toegankelijkheid landschap verbeteren. De projectlocatie is bewust gekozen. Door de ligging tussen het zonnepark en het agrarisch erf is de erfstructuur en ruimtelijke kwaliteit niet aangetast. Ook blijft er een duidelijk onderscheid tussen de voorkant en achterkant. Door de geringe hoogte van de bouwwerken blijft het agrarisch erf de hoofdbebouwing ter plaatste. Daarnaast is de locatie landschappelijk ingepast doordat een groensingel bestaande uit inheemse beplanting is aangeplant. Laag van de beleving Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e. d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief.

De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van auto snelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 20 van 25 Richtinggevende uitgangspunten: • In de donkere gebieden alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht. Dit vereist het selectief inzetten en ‘richten’ van kunstlicht. • Veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. Het project behelst het plaatsen van een batterij voor de duur van 25 jaar achter een bestaand agrarisch erf. De batterij wordt op afstand gemonitord en geëxploiteerd. Voor de batterij zelf is het niet nodig verlichting (kunstlicht) aan te hebben. Dit is dan ook niet het geval, enkel in uitzonderlijke gevallen (calamiteiten of incidenteel en direct noodzakelijk beheer) is het nodig verlichting te voeren. Dit is echter zeer minimaal. 3. 2. 2 Uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie Overijssel Het belang van een toekomstbestendige energie-infrastructuur wordt ook benoemd in het Uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie Overijssel uit 2017. Dit uitvoeringsprogramma behandelt hoe de provincie samen met ketenpartners de doelstelling van 20 procent hernieuwbare energie in 2030 wil behalen.

De strategie voor een toekomstbestendige energie-infrastructuur is met name gericht op het slim inrichten van het systeem. Eén van de slimme toepassingen die wordt benoemd in het uitvoeringsprogramma is het toepassen van energieopslag. De locatiekeuze voor grootschalige opwek en opslag van energie wordt gebaseerd op een aantal leidende principes, waaronder de koppeling tussen energievraag en aanbod en het ontzien van waardevolle gebieden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In onderhavig geval is de batterij gekoppeld aan het zonnepark en kan vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd. Daarnaast is waardevol gebied ontzien; de batterij is geplaatst op de locatie van voormalig sleufsilo’s, tussen agrarische bebouwing en het naastgelegen zonnepark. Daarbij is het landschappelijk ingepast door middel van een groensingel. Het verlengen van de exploitatietermijn van 10 naar 25 jaar past binnen het Uitvoeringsprogramma Nieuwe Energie Overijssel. 3. 2. 3 Conclusie provinciaal beleid Het voorliggende ruimtelijke plan past binnen het provinciale beleid en de regelgeving. Er is maatschappelijke behoefte, en gekozen locatie is ruimtelijk passend en de technische installatie is landschappelijk ingepast conform de gebiedskenmerken. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 21 van 25 3. 3 Gemeentelijk beleid 3. 3.

1 Energiebeleid De gemeente Steenwijkerland wil een energie neutrale gemeente zijn. Om dat te bereiken heeft de gemeente beleidskaders ‘Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land’, ‘Transitievisie Warmte’, ‘Kleine windmolens in de gemeente Steenwijkerland’ en het Burgerbesluit G1000 Steenwijkerland vastgesteld. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de genoemde beleidsstukken zijn geen specifieke regels voor het plaatsen van een batterij opgenomen. Dit komt omdat de behoefte aan energieopslag urgent en recent is, terwijl de beleidsstukken al enkele jaren oud zijn. De batterij maakt onderdeel uit van het zonnepark. Het verlengen van de exploitatietermijn is niet in strijd met het gemeentelijk energiebeleid. 3. 3. 2 Omgevingsvisie Steenwijkerland De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 van kracht in heel Nederland. Elke gemeente moet dan een omgevingsvisie hebben, een plan voor de toekomst van de gemeente. In Steenwijkerland wordt de omgevingsvisie in samenwerking met inwoners en ondernemers ontwikkeld. De omgevingsvisie dateert uit 2017. Om ervoor te zorgen dat de plannen goed passen bij wat de gemeente nu wil en nodig heeft, is begonnen met het vernieuwen van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie wordt wel ingegaan op duurzame energie, maar nog niet op de opslag ervan.

Wel wordt aangegeven dat, met betrekking tot het landelijk gebied, een deel van de boeren heeft gekozen voor verbreding met bijvoorbeeld een energietak. In paragraaf 4. 4. van de omgevingsvisie wordt dieper ingegaan op duurzame energie. Daar waar de omgevingswaarden het toelaten, wordt duurzame energie opgewekt. Met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit is in de omgevingsvisie opgenomen dat de gemeente veel waarde hecht aan de karakteristieke landschapselementen zoals houtwallen, laanbeplanting en dergelijke. Schaalvergroting en professionalisering is zichtbaar en de gemeente wil hiervoor ook de mogelijkheid bieden, maar de gemeente acht het van belang dat de cultuurhistorische waarden van het landschap behouden blijven. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De batterij is geplaatst naast het agrarisch erf (op de locatie waar eerst sleufsilo’s lagen) op grond van de agrariër. Ruimtelijk gezien is het een goede locatie (gelegen tussen zonnepark en agrarische bebouwing). Ook is de batterij gekoppeld aan het zonnepark en maakt hier onderdeel van uit. Om de landschappelijke impact te verkleinen is deze ruimtelijk ingepast door de aanleg van een groensingel (bestaande uit inheemse soorten) rondom de batterij. Deze zal blijven staan en zal tijdens de exploitatietermijn van 25 jaar de batterij aan het zicht onttrekken.

Hierdoor kan worden geconcludeerd dat het karakteristieke landschap en de omgevingskwaliteit behouden blijft. Het verlengen van de exploitatietermijn is niet in strijd met de omgevingsvisie. 3. 3. 3 Coalitieakkoord In het Coalitieakkoord 2022-2026 geeft de gemeente Steenwijkerland aan dat ze, vanwege de capaciteitsproblemen op het energienet, zich in zet voor methoden (lees, opslag in accu’s, batterijen of omzetting in waterstof) om energie lokaal te kunnen opslaan. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In het Coalitieakkoord wordt ingezet op het lokaal opslaan van energie vanwege capaciteitsproblemen. Dit is exact het doel van de gerealiseerde batterij. Het systeem is aangesloten op het naastgelegen zonnepark Wanneperveen. Het verlengen van de exploitatietermijn past hierbinnen. 3. 3. 4 Conclusie gemeentelijk beleid De gemeente Steenwijkerland heeft ambities op het gebied van duurzame energie. Voorliggend plan waarbij de exploitatietermijn wordt verlengd van 10 naar 25 jaar draagt bij aan de uitvoering van het beleid. Ruimtelijk gezien is de impact zeer klein te noemen; de aangelegde groensingel zal juist in de periode 10- 25 jaar nog meer tot wasdom zijn gekomen. Hierdoor is de batterij ook in deze periode landschappelijk gezien goed ingepast en zal de groensingel meerwaarde bieden op het gebied van biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit.

De exploitatietermijn hangt hiermee samen met die van het zonnepark. Batterijopslag Wanneperveen | Mei 2024 Pagina 22 van 25 4 Fysieke leefomgeving en milieu 4. 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven welke relevante natuur-, milieu- en omgevingseffecten te verwachten zijn als gevolg van het verlengen van de exploitatietijd van de batterij. Dit wordt per aspect beschreven op basis van de wet- en regelgeving die van toepassing is op energieopslagsystemen. 4. 2 Natuur Toetsingskader Op 1 januari 2024 is, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de Wet Natuurbescherming vervallen. Inhoudelijk gezien doen zich weinig wijzigingen voor ten opzichte van het oude recht. De Wnb hield al rekening met de Omgevingswet. Ook onder de Omgevingswet wordt een tweedeling gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Hieronder wordt hier nader op ingegaan: Gebiedsbescherming ‘Natura 2000-activiteit’ Dit betreft een activiteit, inhoudende het realiseren van een project als bedoeld in artikel 6, lid 3, van de Habitatrichtlijn dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.

Een activiteit die voor stikstofdepositie zorgt, wordt aangemerkt als een vergunningplichtige Natura 2000- activiteit als significante effecten op een Natura 2000-gebied niet kunnen worden uitgesloten. Soortenbescherming ‘Flora- en fauna-activiteit’ Op grond van artikel 5. 1 lid 2 Ow is het verboden een flora-en-fauna-activiteit te verrichten, voor zover het gaat om een geval dat is aangewezen in het Bal. Uit bijlage 1 Ow volgt dat een flora-en-fauna-activiteit een activiteit is met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Toetsing Onderhavige vergunning voorziet in de mogelijkheid voor het exploiteren van de batterij voor 25 jaar in plaats van 10 jaar. De batterij is gerealiseerd en sinds 2024 operationeel. Het terrein van de batterij zelf is voorzien van (half)verharding, batterijen en transformatoren. Voor het verlengen van de exploitatietermijn vinden er géén wijzigingen aan de inrichting plaats. Doordat de groensingel rondom de batterij 25 jaar in plaats van 10 jaar intact wordt gehouden, biedt dit een hogere meerwaarde voor flora en fauna. Om aan te tonen dat het realiseren van de batterij, op het gebied van stikstof, géén nadelige gevolgen heeft voor het naastgelegen Natura 2000-gebied ‘De Wieden’, is ten behoeve van de omgevingsvergunning voor 10 jaar een AERIUS-berekening uitgevoerd.

Uit deze berekening bleek dat, ook in een worst-case scenario, er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar waren. Bij deze berekening was uitgegaan van een gebruiksfase van 10 jaar. Omdat bij onderhavig plan de batterij voor de duur van 25 jaar in plaats van 10 jaar wordt geëxploiteerd, is voor de gebruiksfase opnieuw een AERIUS-berekening uitgevoerd. De volledige rapportage hiervan is bijgevoegd in bijlage twee. Het resultaat van de berekeningen luidt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee staat vast dat de activiteiten, nodig voor de gebruiksfase van 25 jaar, geen nadelige effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermde Natura 2000-gebieden. Conclusie Uit het stikstofonderzoek blijkt dat het verlengen van de exploitatietermijn geen negatieve gevolgen heeft voor het naastgelegen Natura2000-gebied. Het verlengen van de exploitatietermijn heeft geen negatieve gevolgen voor aanwezige flora- en fauna in het projectgebied en is dan ook uitvoerbaar. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft de luchtkwaliteit. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/b4e38d63-8781-4c3e-a495-855a47a5c57c?agendaItemId=e18932aa-fb76-4460-9752-1f3d6c39044b