M4 - Motie CPB. - Onderzoek kosten kwaliteitsborging kleine niet-seriematige bouwactiviteiten - Bijlage bij motie kosten omgevingsvergunning
Tekst van het document
Ministerie van BZK ONDERZOEK 21 juni 2022 KWALITEITSBORGING KOSTEN Onderzoek kosten kwaliteitsborging Onderzoek naar de kosten van kwaliteitsborging bij kleine niet-seriematige bouwactiviteiten Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Directoraat-Generaal Volkshuisvesting en Bouwen Directie Bouwen en Energie Afdeling Bouwregelgeving en Bouwkwaliteit Turfmarkt 147 2511 DP te Den Haag Vertegenwoordigd door: De heer H. Weijers Uw referentie: H07-101502-25360 Nieman Raadgevende Ingenieurs B.V. Vestiging Utrecht Postbus 40217 3504 AA Utrecht info@nieman.nl www.nieman.nl Rapporteurs: Met medewerking van: De heer T. Peek MSc MRICS (BDB Bouw(kosten)data) De heer W. Fréhé (BDB Bouw(kosten)data) De heer ing. E. Jansen De heer ing. E.C. Jonker (Ingenieursbureau Boorsma) De heer ing. J.G.M. Slippens (Nieman Raadgevende Ingenieurs) De heer W. Struijs (Nieman Raadgevende Ingenieurs) De heer ing. D.J. Vos De heer ing. A. de Jong ( Nieman Raadgevende Ingenieurs) Referentie: 20220069 / 26001 Status: Definitief Datum: 21 juni 2022 Wij gaan vertrouwelijk met uw gegevens om, geheel volgens de richtlijnen voor Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Lees onze privacyverklaring. Op al onze diensten en producten zijn onze algemene voorwaarden van toepassing.
Ondanks de aandacht en zorgvuldigheid waarmee de auteurs deze rapportage hebben opgesteld, bestaat de kans op (druk)fouten en andere onvolkomenheden. Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Vraag- en doelstelling 5 1.2.1 Vraagstelling 5 1.2.2 Doelstelling 5 1.3 Onderzoeksvragen en aanpak 6 1.3.1 Onderzoeksvragen 6 1.3.2 Afbakening onderzoek 7 1.3.3 Aanpak 12 1.4 Algemene financiële verantwoording 13 1.5 Resultaten praktijktoets 14 1.6 Leeswijzer 15 Hoofdstuk 2 Achtergrond regelgeving 16 2.1 Inleiding 16 2.2 Proces Wabo 16 2.2.1 Wettelijk kader 16 2.2.2 Proces 16 2.3 Proces Wkb 17 2.3.1 Wettelijk kader 17 2.3.2 Proces 18 Hoofdstuk 3 Gegevens en bescheiden bouwplan 19 3.1 Inleiding 19 3.1.1 Gegevens en bescheiden onder de Wabo 19 3.1.2 Gegevens en bescheiden onder de Wkb 20 3.2 Wijziging draagconstructie 21 3.3 Dakopbouw 21 3.4 Vrijstaande woning 22 3.5 Twee-onder-een-kap woning 23 3.6 Analyse en conclusie 24 3.6.1 Verschillen gegevens en bescheiden bouwplan 24 3.6.2 Meerkosten 25 3.6.3 Automatisering toetsberekeningen 25 Hoofdstuk 4 Interne tijdsbesteding aannemer 26 4.1 Inleiding 26 4.1.1 Tijdsbesteding onder de Wabo 29 4.1.2 Tijdsbesteding onder de Wkb 29 4.2 Wijziging draagconstructie 30 4.2.1 Uit te voeren controles en risicogericht werken 30 4.2.2 Aan te leveren productinformatie, attesten, kwaliteitsverklaringen en leveringsbonnen 30 4.2.3 Conclusie 30
4.3 Dakopbouw 31 4.3.1 Uit te voeren controles en risicogericht werken 31 4.3.2 Aan te leveren productinformatie, attesten, kwaliteitsverklaringen en leveringsbonnen 32 4.3.3 Conclusie 32 4.4 Vrijstaande woning 32 4.4.1 Uit te voeren controles en risicogericht werken 32 4.4.2 Aan te leveren productinformatie, attesten, kwaliteitsverklaringen en leveringsbonnen 33 4.4.3 Conclusie 34 4.5 Twee-onder-een-kap woning 34 4.5.1 Uit te voeren controles en risicogericht werken 34 4.5.2 Aan te leveren productinformatie, attesten, kwaliteitsverklaringen en leveringsbonnen 35 4.5.3 Conclusie 36 4.6 Analyse en conclusie 36 4.6.1 Verschillen tijdsbesteding 36 4.6.2 Meerkosten 36 4.7 Effect van de mate van interne kwaliteitsborging 37 Hoofdstuk 5 Overige meer- en minderkosten 40 5.1 Inleiding 40 5.2 Kosten kwaliteitsborger 40 5.3 Kosten verzekeringen 42 5.4 Kosten consumentendossier 43 5.5 Daling leges 43 5.6 Daling faalkosten 46 Hoofdstuk 6 Conclusie 47 6.1 Inleiding 47 6.2 Conclusie gegevens en bescheiden bouwplan 47 6.3 Conclusie interne tijdsbesteding aannemer 47 6.4 Conclusies overige meer- en minderkosten 48 6.4.1 Kosten kwaliteitsborger 48 6.4.2 Kosten verzekeringen 48 6.4.3 Kosten consumentendossier 48 6.4.4 Daling leges 48 6.4.5 Daling faalkosten 49 6.5 Eindconclusie 49 Bijlage 1 - Vergelijking gegevens en bescheiden bouwplan Bijlage 2 - Uitgangspunten tijdsbesteding aannemer Bijlage
3 - Vergelijking tijdsbesteding aannemer Bijlage 4 - Indieningsvereiste Regeling omgevingsrecht Bijlage 5 - Dossier bevoegd gezag Bijlage 6 - Basis controleonderdelen uitvoering Bijlage 7 - Totaal kosten, aannemer – geen eigen controles en keuringen Bijlage 8 - Totaal kosten, aannemer – geautomatiseerd kwaliteitssysteem Managementsamenvatting De Wkb wordt naar verwachting op 1 januari 2023 van kracht. Dit vraagt van aannemers, architecten en andere adviseurs een andere manier van werken. Een groot deel van de bouwactiviteiten onder de Wkb zijn kleinschalige verbouwingen. Bij dit soort projecten vallen de totale projectkosten door de nieuwe werkwijze al snel hoger uit. Bij de Wkb betrokken partijen hebben hun zorgen geuit over de betaalbaarheid en proportionaliteit hiervan bij dergelijke bouwactiviteiten. Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van het verschil in meer- en minderkosten van de werkwijze onder Wkb ten opzichte van de werkwijze onder de Wabo bij kleine(re) niet -seriematige bouwactiviteiten. De meer- en minderkosten zijn bepaald op basis van een aantal onderdelen waarbij, voor z over mogelijk, een vergelijking is gemaakt in de werkwijze onder de Wabo en onder de Wkb.
Het gaat hierbij om het verschil in op te stellen gegevens en bescheiden en de interne tijdsbesteding van de aannemer, de kosten van de kwaliteitsborger en het consumentendossier, de kostenconsequenties voor de verzekeringen van een aannemer en een daling van de leges- en faalkosten. In het onderzoek zijn de verschillen bepaald voor vier verschillende concrete bouwactiviteiten door een aannemer die onder zowel de Wabo als de Wkb controles en keuringen uitvoert. Daarnaast is beschouwd wat het effect is op de kosten als een aannemer zelf geen controles en keuringen uitvoert en wanneer een aannemer een eigen kwaliteitszorgsysteem heeft. Deze verschillen en bijbehorende kosten zijn geverifieerd bij vier aannemers die al enige ervaring hebben met (ver)bouwen onder kwaliteitsborging. De kosten zullen door het aanleveren van extra gegevens en bescheiden en uitvoeren van controles en keuringen door de aannemer toenemen. Daarnaast zorgen ook de kosten voor de inhuur van de kwaliteitsborger voor een toename. Er zijn (voorlopig) geen kostenconsequenties voor de verzekeringen van een aannemer te verwachten. Eventuele meerkosten voor het consumentendossier zijn afhankelijk van de wensen van een opdrachtgever en daarmee één op één aan de opdrachtgever door te rekenen en zijn dan ook niet beschouwd als meerkosten.
De daling van de leges is op basis van het onderzoek van Cebeon naar de financiële effecten voor gemeenten geraamd op 25-30 % van de huidige leges. Voor een raming van de afname van de faalkosten is uitgegaan van een recent onderzoek van ABN Am ro. De kosten onder de Wkb zullen toenemen. Voor een kleine (ver)bouwactiviteit bedraagt deze toename € 1.180 (circa 20 % bij bouwkosten van € 5.850). Onder andere door het zelf uitvoeren van controles en keuringen via keuringssoftware door een aannemer, kunnen deze meerkosten worden beperkt tot circa 6 % van de bouwkosten. Voor de overige bouwactiviteiten geldt dat de kosten beperkt (circa 1 % bij bouwkosten ≥ € 80.000) toenemen ten opzichte van de bouwkosten. Deze kostenstijging kan bij dergelijke projecten al met een beperkte daling van de faalkosten volledig worden gecompenseerd. 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 5 / 51 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Naar verwachting wordt op 1 januari 2023 de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) van kracht. In eerste instantie gaat de Wkb alleen gelden voor nieuwbouw en verbouw van bouwwerken in gevolgklasse 1: grondgebonden woningen, bedrijfshallen tot 2 bouwlagen, fiets - en voetgangersbruggen en nog enkele andere ‘kleine’ bouwactiviteiten.
De Wkb vraagt, naast de verplichte inzet van een kwaliteitsborger, van aannemers, architecten en andere adviseurs een andere manier van werken. Zo moet er meer geregistreerd worden tijdens de bouw en moet achteraf informatie beschikbaar zijn over de gerealiseerde bouwactiviteit. Aan de andere kant zullen de leges dalen door het vervallen van de technische toetsing door de gemeente en, het doel van de Wkb, zal de kwaliteit toenemen met mogelijk lagere faalkosten. De verwachting is dat bij seriematige woningbouw en andere grotere (ver)bouwprojecten de afname van de leges al snel de extra kosten dekken. Een groot deel van de bouwactiviteiten in gevolgklasse 1 betreft echter kleinschalige verbouwingen. Denk hierbij aan constructieve aanpassingen, zoals doorbraken in dragende muren, en aan dakopbouwen. Bij dit soort projecten zijn de leges, door kruissubsidiering, relatief laag en dus zal ook het deel dat wegvalt in absolute zin beperkt zijn waardoor de totale kosten al snel hoger uit kunnen vallen. Alle partijen betrokkenen bij de Wkb hebben de betaalbaarheid en proportionaliteit van de Wkb bij dergelijke bouwactiviteiten als aandachtspunt aangemerkt.
Doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de meer- en minderkosten van de werkwijze onder Wkb ten opzichte van de werkwijze onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bij kleine(re) niet-seriematige bouwactiviteiten om zo een beeld te krijgen van de eventuele toename van kosten. 1.2 Vraag- en doelstelling 1.2.1 Vraagstelling Onderzoek de meer- en minderkosten voor kwaliteitsborging bij kleine niet-seriematige bouwactiviteiten in gevolgklasse 1 als bedoeld in artikel 2.17 van het Besluit bouwwerken leegomgeving (Bbl). 1.2.2 Doelstelling De doelstelling van voorliggend onderzoek is het in kaart brengen van het verschil in de kosten van kleine niet-seriematige bouwactiviteiten tussen de het werken onder de Wabo en het werken volgens de Wkb. De totale kosten in de keten, die uiteindelijk voor rekening van de opdrachtgever komen, moeten bepaald worden. Het gaat hierbij dus om de kosten van zowel de aannemer als de architect, installateur en/of andere adviseurs.
20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 6 / 51 1.3 Onderzoeksvragen en aanpak 1.3.1 Onderzoeksvragen Op basis van de doelstelling is de volgende hoofdvraag geformuleerd: Wat is het verschil in meer- en minderkosten voor het werken volgens de Wkb ten opzichte van het werken volgens Wabo bij kleine niet - seriematige bouwactiviteiten? Een deel van de meer- en minderkosten is in dit onderzoek zelf onderzocht, andere delen zijn aangeleverd door derden. In paragraaf 1.3.2.1 is verder toegelicht met welke meer- en minderkosten exact rekening gehouden is in dit onderzoek. Dit heeft mede geleid tot de verschillende deelvragen van het onderzoek.
Gelet op voorgaande is de hoofdvraag onder te verdelen in verschillende (sub)deelvragen: • Wat is het verschil in kosten voor de op te stellen gegevens en bescheiden voor een bouwplan? • Welke gegevens en bescheiden moeten worden opgesteld voor het werken volge ns de Wabo? • Welke gegevens en bescheiden moeten worden opgesteld voor het werken volgens de Wkb (het gaat hierbij om zowel om de gegevens en bescheiden voor de kwaliteitsborger als om de gegevens en bescheiden voor het dossier bevoegd gezag)? • Wat is het verschil in kosten voor de interne tijdsbesteding van de aannemer? • Welke werkzaamheden in relatie tot toezicht door de gemeenten verricht de aannemer bij het werken volgens de Wabo? • Welke werkzaamheden in relatie tot controle door de kwaliteitsborger verricht de aannemer bij het werken volgens de Wkb? • Welke overige kosten en meer- en minderkosten zijn er?1 • Wat zijn de kosten voor een kwaliteitsborger? • Wat zijn de kostenconsequenties voor de verzekeringen van een aannemer? • Wat zijn de kosten van het consumentendossier? • Wat zijn de minderkosten voor het dalen van de leges? • Wat zijn de minderkosten voor het dalen van de faalkosten? 1 De meer- en minderkosten van deze deelvraag zijn aangeleverd door derden en na een analyse op de cijfers verwerkt in dit onderzoek.
20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 7 / 51 1.3.2 Afbakening onderzoek 1.3.2.1 Scope Het doel van het onderzoek is het in kaart brengen van het verschil in de kosten van kleine niet-seriematige bouwactiviteiten tussen het huidige stelsel onder de Wabo en het toekomstige stelsel onder de Wkb. De kosten zijn bepaald op basis van de benodigde extra werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd. In dit onderzoek zijn deze beschreven als extra kosten ‘voor de aannemer’, waarmee ook kosten die gemaakt moeten worden door derden ten behoeve van de uit te voeren werkzaamheden door de aannemer bedoeld wordt. Het gaat hierbij dus om kosten in de gehele keten, dus zowel van de aannemer als bijvoorbeeld ook de architect, installateur of andere adviseurs. Voor de bepaling van de totale kosten voor het werken volgens de Wkb zijn de kosten in verschillende categorieën ingedeeld (zie figuur 1). In deze rapportage is voor de rood omkaderde categorieën door Nieman nader onderzoek gedaan. Verder zijn de overige genoemde categorieën eveneens in meegenomen in het totaalbeeld van de kosten. Input voor deze categorieën is echter door derden aangeleverd zoals is beschreven in hoofdstuk 5. Onderstaande kosten zijn dus wel meegenomen in het totaalbeeld van de kosten maar niet nader onderzocht in dit onderzoek: • De kosten voor het inhuren van de kwaliteitsborger.
Deze zijn deels al in beeld op basis van de registratie van proefprojecten. Deze kosten zijn aangevuld op basis van een uitvraag onder de als kwaliteitsborger aangesloten leden van Vereniging Kwaliteitsborging Nederland (VKBN) en geactualiseerd op basis van de expertise van Nieman. • Gewijzigde kosten als gevolg van aanpassingen in de kosten voor verzekering van de bouwactiviteit. Deze kosten zijn via (het Verbond van) verzekeraars verkregen. • De kosten voor het consumentendossier. Deze zijn verder buiten beschouwing gelaten omdat hierover tussen opdrachtgever en opdrachtnemer één op één afspraak gemaakt (kunnen) worden over de inhoud en de bijbehorende kosten. Dit leidt daarom niet tot een stijging van de kosten voor de bouw. • Daling van de legeskosten. In dit onderzoek is uitgegaan van een daling op basis van onderzoek van het Centrum beleidsadviserend onderzoek (Cebeon) in combinatie met de gemiddelde leges zoals aangegeven door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). • Daling van de faalkosten. Hierover zijn geen concrete cijfers beschikbaar. Een inschatting van de kosten is gebaseerd op een onderzoek van ABN Amro. Hierbij is tevens gebruik gemaakt van een inschatting van bouwers die al wat meer ervaring hebben met bouwe n onder kwaliteitsborging. figuur 1. Categorieën kosten
20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 8 / 51 Daarnaast zijn er nog kosten die geen onderdeel uitmaken van de structurele kosten die de aannemer maakt als gevolg van de Wkb en daarom niet zijn meegenomen in het totaalbeeld. • Extra kosten door fouten of aanpassingen (al dan niet als gevolg van fouten) tijdens de bouw in ontwerp- en/of engineering. Er is uitgegaan van bouwprojecten op basis van een goed ontwerp waar tijdens de bouw geen (grote) fouten ontstaan. Is wel sprake van fouten dan zullen de kosten onder de Wkb niet anders zijn dan nu onder de Wabo. • Aanloopkosten benodigd voor onbekendheid met het werken onder kwaliteitsborging van aannemer en kwaliteitsborger (inclusief digitale hulpmiddelen zoals keuringssoftware). Dit zijn eenmalige, niet-structurele kosten. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een analyse van vier concrete (veelvoorkomende) bouwactiviteiten die in paragraaf 1.3.2.2 nader zijn omschreven. Hierbij is alleen gekeken naar de gegevens en bescheiden en werkzaamheden die opgesteld en uitgevoerd moeten worden voor het voldoen aan het Bouwbesluit 2012 (hierna Bouwbesluit) of het Bbl. Overige zaken die geen verband houden met bouwen onder kwaliteitsborging, zoals bijvoorbeeld welstand of archeologie en contractuele eisen, zijn buiten beschouwing gelaten.
Voor wat betreft relevante regelgeving is uitgegaan van de volgende documenten: • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, versie 1 juli 20212 • Regeling omgevingsrecht, versie 1 januari 20213 • Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, versie 21 februari 2017 4 • Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen, versie 22 februari 2021 5 • Omgevingswet, geconsolideerde versie 1 februari 2022 6 • Besluit bouwwerken leefomgeving, inclusief Besluit kwaliteitsborging, geconsolideerde versie 3 juni 20227 Om een zuivere vergelijking te krijgen zijn bij dit onderzoek de benodigde gegevens en bescheiden die op dit moment nodig zijn voor het krijgen van een omgevingsvergunning voo r het bouwen vergeleken met de gegeven en bescheiden die onder de Wkb noodzakelijk zijn voor de bouwmelding, gereedmelding en de beoordeling door de kwaliteitsborger. We merken daarbij op dat dit kan afwijken van de wijze waarop in de praktijk met zowel de verplichtingen onder de Wabo als straks de Wkb wordt omgegaan.
Daarnaast zijn er verschillende andere gegevens en bescheiden die gedurende bouw(voorbereiding) worden 2 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024779/2021-07-01 3 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027471/2021-01-01 4 https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20170221/gewijzigd_voorstel_van_wet/document3/f=/vkbyg97mz1x9.pdf 5 https://open.overheid.nl/repository/ronl-ce866b27-4bd0-4ac1-a3d3-5b593ffb79c6/1/pdf/ontwerpbesluit-kwaliteitsborging-voor- het-bouwen.pdf 6 https://iplo.nl/publish/pages/191119/omgevingswet-stb-versie-01-02-2022.pdf 7 https://iplo.nl/publish/pages/191119/besluit-bouwwerken-leefomgeving-stb-versie-03-06-2022.pdf 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 9 / 51 uitgewerkt om uiteindelijk een bouwwerk te realiseren dat aan de technische eisen voldoet. Ook deze zijn meegenomen in dit onderzoek. Overige uitgangspunten bij de vergelijking staan beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. 1.3.2.2 Omschrijving referentieprojecten Voor het onderzoek is een viertal representatieve niet-seriematige kleine bouwactiviteiten uit gevolgklasse 1, als bedoeld in artikel 2.17 van het Bbl, geselecteerd. Elk van deze referentieprojecten betreft een daadwerkelijk recent vergund project. Voor het onderzoek zijn de volgende vier projecten geselecteerd: • Een kleinere verbouwing van een woning, wijziging draagconstructie door een doorbraak van een dragende muur.
• Een grotere verbouwing van een woning: een dakopbouw. • Een (standaard) vrijstaande woning. • Een (standaard) twee-onder-een-kap woning. De gegevens en bescheiden die bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen moeten worden aangeleverd zijn vastgelegd in de Regeling omgevingsrecht. Zoals artikel 4.4 van het Besluit omgevingsrecht stelt is het echter aan het bevoegd gezag om te bepalen welke gegevens en bescheiden zij uiteindelijk noodzakelijk achten voor het kunnen beoordelen van een bouwplan. Wat uiteindelijk voor een aanvraag moet worden ingediend verschilt hierdoor sterk van gemeente tot gemeente. Met name bij kleinschalige bouwactiviteiten is het verschil tussen de informatie die op grond van de Mor noodzakelijk wordt geacht en de (beperkte) informatie op basis waarvan uiteindelijk vergunning wordt verleend groot. Los van de vraag of de beoordeling van een bouwplan daadwerkelijk mogelijk is, maakt dit dat het (ervaren) verschil tussen de huidige vergunning en werken onder kwaliteitsborging groter is dan op basis van dit onderzoek naar voren komt. Dit betre ft echter een niet aan de Wkb toe te rekenen verschil en is daarom niet meegenomen in dit onderzoek.
20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 10 / 51 Wijziging draagconstructie De verbouwwerkzaamheden betroffen de doorbraak van een dragende wand tussen de woonkamer en keuken van een grondgebonden vrijstaande woning. De woning is op palen gefundeerd, heeft een ribcassettevloer als begane grondvloer en een kanaalplaatvloer als verdiepingsvloer. Er zijn twee liggers toegepast, omdat er tussen de kanaalplaten 120 mm afstand aanwezig is ten behoeve van leidingen tussen de twee te verwijderen wanden. De liggers zijn aan de gevelzijde op het metselwerk opgelegd en aan de halzijde zijn de liggers met één extra stalen kolom opgevangen. Overige werkzaamheden vonden niet plaats. Ten opzichte van de oorspronkelijk aanvraag voor het oprichten van de woning, hebben er geen verbouwingen plaatsgevonden. De bouwkosten bedroegen circa € 5.850 (exclusief BTW). Vaak zijn dergelijk werkzaamheden onderdeel van een grotere verbouwing van de woning waarbij bijvoorbeeld ook een nieuwe keuken wordt geplaatst. De totale projectkosten zijn in een dergelijk geval een stuk hoger. Door de gemeente of kwaliteitsborger vindt geen toetsing plaats op dit soort werkzaamheden waardoor dit geen onderdeel is van dit onderzoek. Dakopbouw De verbouw werkzaamheden betroffen een dakopbouw, of eigenlijk een goot- en nokverhoging waarbij de dakgoot met ca. 0,5 m wordt verhoogd en de nok met ca. 1,2 m.
De kamer dit hierdoor op zolder is ontstaan is aangeduid als bergzolder en is daarmee geen verblijfsgebied. Eisen aan bijvoorbeeld daglicht en ventilatie gelden dus niet voor deze ruimte. De woning is aan beide zijde op beperkte afstand van de perceelgrens gesitueerd waardoor het dak en de dakkapel brandwerend uitgevoerd worden. Verder is de woning verduurzaamt waardoor ook nieuwe installaties zoals een warmtepomp worden toegepast. Dit moet ook worden beoordeeld door de kwaliteitsborger ook al zouden de werkzaamheden op zichzelf zonder vergunning of melding uitgevoerd kunnen worden. Ten opzichte van de oorspronkelijk aanvraag voor het oprichten van de woning, hebben er geen verbouwingen plaatsgevonden. Het perceel is gelegen buiten geluidzones, er is geen verhoogde geluidbelasting aanwezig op de gevel. De verbouwing is vergund op figuur 2. Wijziging draagconstructie figuur 3. Dakopbouw bestaande situatie figuur 4. Dakopbouw nieuwe situatie 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 11 / 51 basis van particulier opdrachtgeverschap (artikel 1.12a van het Bouwbesluit en artikel 4.9 van het Bbl). De bouwkosten bedroegen circa € 80.000 (exclusief BTW). Vrijstaande woning Een vrijstaande grondgebonden eengezinswoning met aangebouwde garage / bijkeuken, serre en vier kleine dakkapellen (cataloguswoning). De woning bestaat uit vier bouwlagen, waaronder een vliering, op een prefab fundering.
De gevel van de begane grond en eerste verdieping is een traditionele spouwgevel met een prefab betonnen binnenblad en metselwerk buitenblad. De gevel van de tweede verdieping en vliering bestaat uit een prefab HSB binnenblad en metselwerk buitenblad. De vloeren zijn uitgevoerd als kanaalplaatvloer, de vloer van de vliering heeft een houten balklaag. De kapconstructie van de woning bestaat uit een sporenkap. De garage (bestemd voor het stallen van motorvoertuigen) is eveneens steenachtige (binnenblad en dakvloer) en gelegen buiten het energiegebouw / thermische zone van de woning. De verschillende verblijfsruimten hebben ruim voldoende daglichtvoorzieningen (Ae ≥ 0,5 m2) en te openen ramen. De afstand tot de perceelsgrens is enkel aan de zijde van de garage beperkt (≤ 2,5 m). Echter gelet op de opbouw van de garage is er geen risico op brandoverslag. Het perceel is gelegen buiten geluidzones, er is geen verhoogde geluidbelasting aanwezig op de gevel. De woning is vergund op basis van particulier opdrachtgeverschap. De bouwkosten bedroegen circa € 310.000 (exclusief BTW). Twee-onder-een-kap woning Een twee-onder-een-kap woning met aangebouwde garages (standaard woonconcept aannemer waarbij kopersopties projectspecifiek te bepalen zijn). De woningen hebben een gespiegelde plattegrond en bestaan uit drie bouwlagen op een prefab fundering.
De gevel is een traditionele spouwgevel met een kalkzandsteen binnenblad en metselwerk buitenblad. Een ribcassettevloer is toegepast als begane grond vloer. Eerste verdiepingsvloer is uitgevoerd als breedplaatvloer en de tweede verdiepingsvloer als kanaalplaatvloer. De kapconstructie van de woningen bestaat uit een sporenkap. De garages / buitenbergingen (niet bestemd voor het stallen van motorvoertuigen) hebben een steenachtige gevel en houten balklaag als dakconstructie en zijn gelegen buiten het energiegebouw / thermische zone van de woning. De zijdelingse afstand tot de perceelsgrenzen is beperkt ( ≤ 2,5 m). De woningen hebben een zogenoemd ‘open trap’ situatie. De percelen zijn gelegen buiten geluidzones, er is figuur 5. Vrijstaande woning figuur 6. Twee-onder-een-kap woning 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 12 / 51 geen verhoogde geluidbelasting aanwezig op de gevel. De woningen zijn niet vergund op basis van particulier opdrachtgeverschap. Na vergunningverlening zijn er nog wijzigingen opgetreden door kopersopties. De bouwkosten bedroegen circa € 410.000 (exclusief BTW, inclusief kopersopties). 1.3.3 Aanpak Om het onderzoek efficiënt en goed overwogen uit te voeren is de volgende aanpak gehanteerd: 1. Selecteren en vaststellen vier type bouwactiviteiten: a. Selecteren van concrete representatieve projecten. b. Vaststellen en omschrijven van de bouwactiviteiten. 2.
Beschouwing situatie onder Wabo per bouwactiviteit: a. Een overzicht van de benodigde gegevens en bescheiden voor de aanvraag omgevingsvergunning (artikel 2.2 en 2.7 tot en met 2.12 van de Mor) en voor het voldoen aan het Bouwbesluit in de loop van de uitvoering (bijvoorbeeld de detailuitwerking van de constructie). b. Een overzicht van de benodigde gegevens en bescheiden en beschrijving van de aanvullende werkzaamheden voor de aannemer om aan de eisen van Bouwbesluit te voldoen. 3. Beschouwing situatie onder de Wkb per bouwactiviteit: a. Een overzicht van de benodigde gegevens en bescheiden die de kwaliteitsborger nodig heeft voor zijn werkzaamheden, zoals het vaststellen van het borgingsplan en afgifte van de eindverklaring. b. Een overzicht van de benodigde gegevens en bescheiden voor het dossier bevoegd gezag (artikel 2.21 van het Bbl). Daarbij wordt gebruik gemaakt van de notitie ‘Invulling dossier bevoegd gezag’ zoals vastgesteld door de Regiegroep kwaliteitsborging en de toelichting op het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen (Bkb).8 c. Een overzicht van de benodigde gegevens en bescheiden en beschrijving van de aanvullende werkzaamheden voor de aannemer om aan de eisen van Bbl te voldoen. 4. Beschouwing verschil in kosten punt 2 en 3 (delta-analyse): a. Raming van de kosten van het verschil in op te stellen gegevens en bescheiden.
8 https://www.stichtingibk.nl/wp-content/uploads/2021/03/03.a.ii_.2.-Eindrapport-werkgroep-Invulling-dossier-bevoegd-gezag.pdf 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 13 / 51 b. Raming tijdbesteding (en daarmee kosten) voor het opstellen van extra gegevens en bescheiden en het uitvoeren van aanvullende werkzaamheden. 5. Schriftelijke beschouwing van de overige kosten (zie paragraaf 1.3.2.1). In het onderzoek is tevens gebruik gemaakt van andere ontwikkelingen, zoals het initiatief ‘Kwaliteitsborging bij kleine werken’ van Bouwgarant. De gegevens en bescheiden en werkzaamheden die verband houden met het voldoen aan de eisen met betrekking tot constructieve veiligheid zijn geverifieerd door Ingenieursbureau Boorsma B.V. De kostenraming bij dit onderzoek is uitgevoerd door BDB Bouw(kosten)data. Kleine niet-seriematige bouwactiviteiten worden over het algemeen uitgevoerd door een kleinere aannemer. Het uitgangspunt is dat deze aannemer al beperkt gebruik maakt van eigen controles maar dit nog niet risicogericht doet. Van deze aannemer is uitgegaan in dit onderzoek bij het bepalen van de kosten en tijdbesteding voor stappen 2b en 3c van de hiervoor beschreven aanpak.
In aanvulling hierop is (kwalitatief) onderzocht wat de verschillen in kosten en tijdbesteding zijn in geval een aannemer zelf geen controles uitvoert (en dus meer aan de kwaliteitsborger overlaat) en een aannemer een eigen geautomatiseerd kwaliteitssysteem hanteert. Zo komt ook het effect in beeld van de mate van automatisering en het al dan niet hanteren van een intern kwaliteitssysteem. Voor het onderzoek zijn we er vanuit gegaan dat het stelsel van de Wkb al enige tijd in werking is getreden en dat partijen al ervaring met de werkwijze volgens de Wkb. De kwaliteitsborger, aannemer en andere bij de bouw betrokken partijen weten wat hun rollen en taken zijn en hebben al enige efficiëntie behaald in hun werkwijze ten opzichte van bijvoorbeeld de proefprojecten of vlak na inwerkingtreding. De daadwerkelijk uit te werken gegevens en bescheiden voor de gemeenten en/of kwaliteitsborger zijn bijvoorbeeld verschillende tekeningen en berekeningen (zie bijlage 1). Voor de interne tijdsbesteding van de aannemer is naast uit te voeren werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld het uitvoeren van controles en keuringen, ook rekening gehouden met het verzamelen, opstellen en aanleveren van bepaalde gegevens en bescheiden, zoals bijvoorbeeld productinformatie (zie bijlage 3). 1.4 Algemene financiële verantwoording De kosten voor de diverse werkzaamheden zijn bepaald door BDB Bouw(kosten)data.
Het prijsniveau van de uurlonen en normen betreffen het structurele niveau, dit is het reële kostprijsniveau. De gehanteerde uurlonen zijn gebaseerd op door BDB gemonitorde en vastgestelde uurlonen. De gehanteerde normeringen komen overeen met de in de bouw- en installatiewereld gehanteerde normeringen. De gehanteerd prijsinformatie heeft prijspeil januari 2022 en is exclusief BTW. BDB actualiseert prijsinformatie iedere maand op basis van maandelijks onderzoek naar uurlonen, materiaal - en 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 14 / 51 materieelprijzen. Deze informatie is vastgelegd in de up-to-date, marktconforme bouw-, investerings- en exploitatie(kosten)database van BDB. Eventuele specifieke uitgangspunten bij de kostenindicatie zijn beschreven in paragrafen 0 en 4.1 en bijlage 2. 1.5 Resultaten praktijktoets De geraamde extra tijdsbesteding van de werkzaamheden voor stappen 2 b en 3 c (zoals beschreven in paragraaf 1.3.3, ofwel de tijdsbesteding van de aannemer) is geverifieerd bij een viertal aannemers die door de Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AfNL) zijn aangedragen. Deze aannemers komen (grotendeels) overeen met de omschrijving van de aannemer waar wij in dit onderzoek vanuit zijn gegaan en hebben allen ervaring opgedaan met het werken volgens de Wkb via één of meerdere proefprojecten die vergelijkbaar zijn met de referentieprojecten in dit onderzoek.
Voor de verificatie hebben de aannemers de onderdelen van de rapportage ontvangen die hiervoor van belang zijn (hoofdstuk 4 en bijlagen 2 en 3). Met behulp van een vragenlijst zijn alle te verifiëren onderdelen belicht. Deze vragenlijst is door de aannemers ingevuld waarna deze is besproken tijdens een overleg. Verificatie heeft geleid tot een aantal aanpassing in hoofdstuk 4 en bijlage 2 en betrof met name de werkwijze rondom de voorbereiding op keuringen. De verificatie bevestigt de uitgangspunten voor de tijdbesteding en heeft niet geleid tot grote aanpassingen in de eerder geraamde tijdsbesteding. Naar aanleiding van de verificatie is een extra tijdbesteding voor afstemming over het borgingsplan toegevoegd. Daar waar nodig is de rapportage daarnaast aangevuld of gewijzigd naar aanleiding van opmerkingen van de geraadpleegde aannemers. Door een aantal kwaliteitsborgers, aangesloten bij de VKBN, is een kostenindicatie gegeven voor het uitvoeren van kwaliteitsborging bij de referentieprojecten. Hierbij is, zoals ook bij h et bepalen van de tijdbesteding en kosten in dit onderzoek, rekening gehouden met een aannemer die zelf enige controles uitvoert. Opgemerkt wordt nog dat bij de verificatie is geconstateerd dat bij lopende proefprojecten vaak mee r informatie wordt opgevraagd dan vanuit de risicobeoordeling noodzakelijk is.
Uitgangspunt van de Wkb, en bij dit onderzoek, is dat de eindverantwoording wordt gedaan via een (gecontroleerd) dossier bevoegd gezag. Aanvullende controles en ‘bewijsstukken’ worden gevraagd voor aspecten die bij de beoordeling van het bouwplan naar voren zijn gekomen. Partijen geven aan dat op dit moment ook voor als niet-risicovol bestempelde zaken bewijs moet worden aangeleverd. Mogelijk leidt dit nu tot meer werkzaamheden dan vanuit de Wkb beoogd en waar in dit onderzoek van is uitgegaan. 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 15 / 51 1.6 Leeswijzer Om een beter beeld te krijgen bij de verschillen in het bouwproces onder de Wabo en de Wkb is in hoofdstuk 2 van deze rapportage enige context beschreven. In dit hoofdstuk is het wettelijk kader en het bouwproces van zowel het stelsel onder de Wabo als onder de Wkb beschreven. In hoofdstuk 3 is ingegaan op de verschillende op te stellen gegevens en bescheiden voor het voldoen aan het Bouwbesluit en het Bbl voor respectievelijk het stelsel onder de Wabo en onder de Wkb. Hierbij is per referentieproject ingegaan op de verschillen waarbij de kosten zijn geraamd. Het verschil in tijdsbesteding door de aannemer tussen het werken onder de Wabo en de Wkb is opgenomen in hoofdstuk 4. Hierbij is per referentieproject ingegaan op de verschillen in tijdsbesteding waarbij de kosten zijn geraamd.
In hoofdstuk 5 zijn verschillende andere meer- en minderkosten beschreven die door derden zijn aangeleverd en niet specifiek zijn onderzocht in dit onderzoek. Tot slot zijn de verschillende conclusies van de eerdere hoofdstukken in hoofdstuk 6 nogmaals benoemd waarna de slotconclusie van het onderzoek is beschreven. 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 16 / 51 Hoofdstuk 2 Achtergrond regelgeving 2.1 Inleiding De Wkb is begonnen als wijzigingswet van de Woningwet, de Wabo en het Burgerlijk Wetboek. Inmiddels is deze wet en de onderliggende regelgeving ook omgezet naar wijzigingen van de Omgev ingswet en zal deze samen met de Omgevingswet naar verwachting in werking treden op 1 januari 2023. Hierna is kort de hoofdlijn beschreven van zowel het wettelijk kader en het proces onder de Wabo als onder de Wkb (Omgevingswet) beschreven. 2.2 Proces Wabo 2.2.1 Wettelijk kader De Wabo en lagere regelgeving bepalen hoofdzakelijk het wettelijk kader van het bouwproces tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. In artikel 2.1 van de Wabo is beschreven dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen. Artikel 2.4 regelt dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
In artikel 2.8 wordt het Besluit omgevingsrecht (Bor) aangestuurd voor het aanleveren van gegevens en bescheiden om de aanvraag omgevingsvergunning te kunnen toetsen aan de wettelijke eisen. Het Bor stuurt in artikel 4.4 de Regeling omgevingsrecht (Mor) aan. In de Mor staan in artikel 2.2 de gegevens en bescheiden genoemd die aangeleverd moeten worden om de bouwaanvra ag te kunnen toetsen aan het Bouwbesluit. Het moeten voldoen van een bouwwerk aan het Bouwbesluit staat beschreven in artikel 2.10 van de Wabo. 2.2.2 Proces Een initiatiefnemer start met de ontwikkeling van een bouwplan en laat dit uitwerken zodat de gegevens en bescheiden gereed zijn voor de aanvraag omgevingsvergunning. De gegevens en bescheiden worden ingediend bij en getoetst door de gemeente. Hierbij toetsen zij het bouwplan aan welstand, ruimtelijke ordening en de voorschriften uit het Bouwbesluit. Bij een positief resultaat, wordt de vergunning verleend en mag er, na de melding start bouw, worden gestart met de bouw. Tijdens de bouw houdt de gemeente toezicht. De mate van toezicht wordt bepaald door het gemeentelijk beleid en hangt af van de risico-inschatting van het bouwwerken en de capaciteit van de gemeente. De vergunninghouder meldt het beëindigen van de werkzaamheden bij het bevoegd gezag.
Het bouwwerk mag daarna in gebruik worden genomen 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 17 / 51 2.3 Proces Wkb 2.3.1 Wettelijk kader De Omgevingswet en lagere regelgeving bepalen hoofdzakelijk het wettelijk kader van het bouwproces na inwerkingtreding hiervan. Door de Omgevingswet zijn bouwtechniek en ruimtelijke aspecten gescheiden. Dit heeft twee activiteiten opgeleverd: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit. Het van elkaar loskoppelen van die activiteiten wordt 'de knip’ genoemd. In artikel 5.1 van de Omgevingswet is beschreven dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit uit te voeren als het gaat om in het Bbl aangewezen gevallen. Een bouwactiviteit is hiermee in principe vergunningvrij, tenzij in het Bbl is geregeld dat deze bouwactiviteit wel vergunningplichtig is. In welke gevallen geen vergunning nodig is voor de bouwactiviteit is gegeven in artikel 2.25 en 2.26 van het Bbl, de uitzonderingen op de vergunningvrije bouwactiviteiten zijn genoemd in artikel 2.27. Onder de Omgevingswet zijn de bouwplannen onder gevolgklasse 1 (artikel 2.17 van het Bbl) van de Wkb vergunningvrij voor de bouwactiviteit. In plaats daarvan zijn ze meldingplichtig (artikel 2.18 van het Bbl).
Het college van burgemeester en wethouders is volgens artikel 4.8 van de Omgevingswet bevoegd om te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Daarnaast moet de melding van de bouwactiviteit bij hen worden gedaan. In artikel 2.19 van het Bbl staat omschreven welke gegevens en bescheiden aangeleverd moeten worden bij de melding van de bouwactiviteit. Hierbij zit onder andere een borgingsplan, zie artikel 3.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De gegevens en bescheiden die moeten worden aangeleverd bij de gereedmelding van de bouwwerkzaamheden staan beschreven in artikel 2.21 van het Bbl. Onderdeel hiervan is bijvoorbeeld de verklaring van de kwaliteitsborger. De Omgevingswet verwijst in artikel 4.3 en 5.18 naar regels in het Bbl waaraan bouwwerken moeten voldoen, het Bbl stelt deze regels. De regels gaan onder andere over het borgen van de veiligheid (artikel 5.20 van de Omgevingswet). Iedereen die bouwt of laat bouwen is, volgens artikel 4.3 van het Bbl (of artikel 5.3 bij verbouw), gehouden aan het voldoen aan de nieuw- of verbouwregels van het Bbl. De Wkb deelt bouwwerken in 3 gevolgklassen in, waarvan op dit moment enkel gevolgklasse 1 is gedefinieerd (zie artikel 2.17 van het Bbl).
Dit zijn onder andere de grondgebonden ééngezinswoningen, bedrijfspanden van maximaal 2 bouwlagen en kleine civiele werken voor langzaam verkeer. De wet is nog niet van toepassing op de hogere gevolgklassen. 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 18 / 51 2.3.2 Proces Onder de Omgevingswet is de aanvraag omgevingsvergunning zoals we deze onder Wabo gewend zijn in tweeën geknipt. Eén voor de omgevingsplanactiviteit (ruimtelijke ordening, welstand etc.) en één voor de bouwactiviteit. Bouwactiviteiten die vallen onder gevolgklasse 1, en daarmee het stelsel van de Wkb, zijn onder de Omgevingswet meldingplichtig. Voor de meeste bouwprojecten zal een omgevingsplanvergunning moeten worden aangevraagd en zal een melding van de bouwactiviteit gedaan moeten worden. Voor de omgevingsplanactiviteit worden de gegevens en bescheiden ingediend zoals onder de Wabo gebruikelijk is voor de welstands- en bestemmingsplantoets (dit is verder niet relevant voor dit onderzoek). Bij de melding van de bouwactiviteit wordt de informatie aangelev erd zoals beschreven in 2.19 van het Bbl zoals het borgingsplan. De gemeente beoordeelt of de melding volledig is. Met het borgingsplan kan de gemeente invulling geven aan de handhavende taak. De inhoudelijke toets van een bouwplan door de gemeente aan de technische bouwvoorschriften vervalt onder de Wkb.
De Wkb introduceert een aantal nieuwe rollen in het proces waarvan de kwaliteitsborger het belangrijkste is. De kwaliteitsborger stelt een borgingsplan vast op basis van een risicobeoordeling. Dit vormt de basis voor de borgingswerkzaamheden tijdens de uitvoering. Wanneer de kwaliteitsborger tijdens de uitvoering strijdigheden met het Bbl constateert, meldt hij dit aan de initiatiefnemer en aannemer. Is sprake van strijdigheden die ertoe leiden dat bij het afronden van de bouwwerkzaamheden niet meer aan het Bbl wordt voldaan, dan moet ook een melding bij de gemeente worden gedaan. Op basis van deze melding kan de gemeente, indien gewenst, tijdens de uitvoering al ingrijpen. Voor de feitelijke ingebruikname van het bouwwerk moet het bouwwerk gereed gemeld worden bij de gemeente. Een belangrijk onderdeel van de gereedmelding is een door de kwaliteitsborger opgestelde verklaring. Hiermee verklaart hij dat er naar zijn oordeel een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het bouwwerk voldoet aan de voorschriften van het Bbl. Naast een verklaring zal ook een dossier bevoegd gezag aangeleverd moeten worden. De gemeente controleert of de melding volledig is waarmee de bouwwerkzaamheden zijn afgerond en het bouwwerk in gebruik genomen mag worden.
20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 19 / 51 Hoofdstuk 3 Gegevens en bescheiden bouwplan 3.1 Inleiding Voor de op te stellen gegevens en bescheiden voor het voldoen aan de technische bouwregelgeving is gebruik gemaakt van verschillende bronnen zoals hierna omschreven, waarbij wordt benadrukt dat voor het huidige stelsel onder de Wabo natuurlijk vooral is gekeken naar de Mor en voor het dossier bevoegd gezag vooral is gekeken naar het Bkb: • Regeling omgevingsrecht, versie 1 januari 2021 • De zogenoemde ‘Mor-lijst’ van Nieman Raadgevend Ingenieurs, dit betreft een praktische vertaling van de Mor • Praktijkboek Indieningsvereisten, editie 20149 • Besluit bouwwerken leefomgeving, inclusief Besluit kwaliteitsborging, werkversie 23 f ebruari 2022 • Notitie Invulling dossier bevoegd gezag • Kwaliteitsborging voor het bouwen, november 2019 10 • De diversen instrumenten voor kwaliteitsborging 11 • Kwaliteitsborging bij kleine werken van Bouwgarant Het uitgangspunt bij de op te stellen gegevens en bescheiden, zowel onder de Wabo als de Wkb, is dat deze voldoen aan de criteria gesteld in paragraaf 2.3 (nadere vereisten aan gegevens en bescheiden) van de Mor. Er is uitgegaan van bouwprojecten op basis van een goed ontwerp waar tijdens de bouw geen (grote) fouten in worden ontdekt. Genoemde gegevens en bescheiden zijn dus volledig en juist uitgewerkt.
3.1.1 Gegevens en bescheiden onder de Wabo De indieningsvereisten voor de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten staan beschreven in paragraaf 2.1 van de Mor. Het gaat hierbij specifiek om de indieningsvereisten zoals beschreven in artikel 2.2 (zie bijlage 3). De indiensvereisten in artikel 2.2 van de Mor zijn de indieningsvereisten voor het voldoen aan het Bouwbesluit. Overige indieningsvereisten zijn voor dit onderzoek niet relevant aangezien deze ingaan op bijvoorbeeld planologische voorschriften. Deze gegevens en bescheiden maken immers geen onderdeel uit van de werkwijze volgens de Wkb. Het bevoegd gezag is en blijft verantwoordelijk voor de toetsingen van deze gegevens en bescheiden uit de Mor (of de Omgevingsregeling) aan de wettelijke eisen. Daarnaast zijn er verschillende andere gegevens en bescheiden die gedurende 9 https://www.vakmedianetshop.nl/boeken/praktijkboek-indieningsvereisten 10 https://www.vakmedianetshop.nl/boeken/kwaliteitsborging-voor-het-bouwen 11 Voor zover deze iets zeggen over op te stellen gegevens en bescheiden die een relatie hebben met het voldoen aan de technische bouwregelgeving.
Een overzicht van de instrumenten is hier te vinden: https://www.stichtingibk.nl/instrumenten/ 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 20 / 51 bouw(voorbereiding) worden uitgewerkt om uiteindelijk een bouwwerk te realisere n dat aan de eisen van het Bouwbesluit voldoet. In de volgende paragrafen is voor de referentieprojecten indien nodig een toelichting gegeven bij specifieke situaties of op te stellen gegevens en bescheiden. Het totale overzicht van de op te stellen gegevens en bescheiden onder de Wabo is opgenomen in bijlage 1. In het overzicht staan gegevens en bescheiden genoemd waarvan het niet gebruikelijk is dat deze in het huidige stelsel worden opgesteld. Het uitgangspunt is echter dat er gegevens en bescheiden word en opgesteld die verplicht en/of noodzakelijk zijn voor het voldoen aan het Bouwbesluit. Ook kan het zijn dat betreffende gegevens en bescheiden ontbreken terwijl het wel gebruikelijk, maar dus niet vereist, is deze op te stellen. Zo worden er bij kleinere verbouwingen nog wel eens geen tekeningen uitgewerkt, met name niet van installaties, terwijl dit eigenlijk wel benodigd is. Daar tegenover staat dat er bijna altijd oppervlakte- en daglichtberekeningen worden opgesteld voor de bouw van een nieuwe particuliere woning terwijl hier de eisen voor een bestaand bouwwerk uit het Bouwbesluit op van toepassing zijn.
Met alleen bouwkundige tekeningen is het vaak voldoende aannemelijk dat wordt voldaan aan de eisen waardoor deze berekeningen niet benodigd zijn. 3.1.2 Gegevens en bescheiden onder de Wkb Welke gegevens en bescheiden opgesteld en aangeleverd moeten worden voor het dossier bevoegd gezag is beschreven in artikel 2.21 van het Bbl. Het gaat hierbij enkel om de gegevens en bescheiden voor de bouwactiviteit. Eventuele gegevens en bescheiden van het bestaande bouwwerk vallen hier niet onder. Daarnaast hoeven gegevens en bescheiden waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat deze al in het bezit zijn van het bevoegd gezag, niet te worden aangeleverd (artikel 4.4 van het Bor). Door een werkgroep van de Regiegroep kwaliteitsborging van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is een notitie opgesteld waarin nadere invulling is gegeven aan de eisen voor het dossier bevoegd gezag, zie paragraaf 3.1. Het doel van het dossier is dat het bevoegd gezag zo de beschikking heeft over voldoende informatie in geval van een calamiteit. Een belangrijk onderdeel van de gegevens en bescheiden voor de kwaliteitsborger en het dossier bevoegd gezag zijn de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor het ‘gerechtvaardigd vertrouwen’ dat de vooraf bepaalde risico’s in voldoende mate zijn beheerst. Dit kunnen bijvoorbeeld aanvullende berekeningen of controles zijn.
De kwaliteitsborger heeft deze gegevens en bescheiden nodig om de verklaring bedoeld in artikel 3.86, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, af te geven. Deze gegevens en bescheiden maken op grond van artikel 2.21, vierde lid, van het Bbl onderdeel uit van het dossier bevoegd gezag. Om te bepalen wat deze gegevens en bescheiden zijn is voor de verschillende referentieprojecten op hoofdlijnen een risicobeoordeling gemaakt waarbij gebruik is gemaakt van de kennis en ervaring van Nieman Raadgevend Ingenieurs, Ingenieursbureau Boorsma en het initiatief 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 21 / 51 ‘Kwaliteitsborging bij kleine werken’ van Bouwgarant (zie hoofdstuk 4). De tijdsbesteding voor de uit te voeren controles en keuringen is onderdeel van de tijdsbesteding van de aannemer en verder behandeld in hoofdstuk 4. De tijdsbesteding voor het samenstellen en aanleveren van dossier bevo egd gezag is ook in dat hoofdstuk meegenomen. In de volgende paragrafen is voor de referentieprojecten indien nodig een toelichting gegeven bij specifieke situaties of op te stellen gegevens en bescheiden. Het totale overzicht van de op te stellen gegevens en bescheiden onder de Wkb is opgenomen in bijlage 1. 3.2 Wijziging draagconstructie De gegevens en bescheiden van de bestaande woning hoeven niet te worden aangeleverd voor het dossier bevoegd.
Los van constructieve tekeningen en berekeningen moeten er hooguit nog enkele bouwkundige tekeningen worden opgesteld. Naast de wijziging van de constructie vinden er verder wijzigingen plaats waardoor er ook geen toetsingen plaats hoeven te vinden. In de praktijk zal het regelmatig voorkomen dat tijdens de bouw een wijziging in het plan moet worden doorgevoerd, bijvoorbeeld omdat er een portaal nodig is in plaats van alleen een ligger. De gegevens en bescheiden hiervoor (respectievelijk voor de (gewijzigde) aanvraag omgevingsvergunning als voor het dossier bevoegd gezag) moeten onder beide stelsels worden opgesteld. Dit is eveneens meegenomen bij de tijdbesteding van de aannemer. Deze tijdsbesteding valt echter tegen elkaar weg te strepen. Zoals uit de vergelijking in bijlage 1 blijkt zijn er geen verschillen in op te stellen gegevens en bescheiden tussen het werken onder de Wabo en het werken volgens de Wkb. 3.3 Dakopbouw De gegevens en bescheiden van de bestaande woning hoeven niet te worden aangeleverd voor het dossier bevoegd. Oppervlakte, daglicht- en (spui)ventilatieberekeningen hoeven niet te worden opgesteld. Enerzijds vanwege particulier opdrachtgeverschap, anderzijds omdat de nieuwe gerealiseerde kamer op de zolder niet is aangemerkt als verblijfsgebied.
Daarnaast gelden er geen eisen aan onder andere d e nieuwe trap en vloerafscheidingen omdat er geen voor personen bestemde vloer aanwezig is op zolder. Ook bij dit project is er rekening gehouden met revisie vanwege onvoorziene omstandigheden tijdens de uitvoering. De gegevens en bescheiden moeten onder beide stelsels (respectievelijk voor de (gewijzigde) aanvraag omgevingsvergunning als voor het dossier bevoegd gezag) worden opgesteld. De tijdbesteding is weer meegenomen in hoofdstuk 4. 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 22 / 51 Zoals uit de vergelijking in bijlage 1 blijkt zijn er geen verschillen in op te stellen gegevens en bescheiden tussen het werken onder de Wabo en het werken volgens de Wkb. 3.4 Vrijstaande woning Doordat sprake is van particulier opdrachtgeverschap zijn verschillende eisen Bouwbesluit (en straks ook Bbl) niet van toepassing (zoals bijvoorbeeld buitenbergingen en -ruimten) of zijn de voorschriften voor een bestaand in plaats van nieuw te bouwen bouwwerk van toepassing (zoals bijvoorbeeld oppervlakten afmetingen en daglicht). Het aantal toetsingen / controles is hierdoor beperkt. Op basis van de tekeningen is het bij dit project bijvoorbeeld al aannemelijk dat er voldaan zal worden aan de daglichteisen (niveau bestaande bouw, berekend conform NEN 2057) en de spuiventilatie-eisen.
Het opstellen en aanleveren van deze berekeningen is daardoor niet nodig (ook al is dit vaak wel gebruikelijk). Op basis van de tekeningen is het bij dit project bijvoorbeeld al aannemelijk dat er voldaan zal worden aan de daglichteisen (niveau bestaande bouw) en de spuiventilatie -eisen. Het opstellen en aanleveren van deze berekeningen is daardoor niet nodig (ook al is dit vaak wel gebruikelijk). Vanwege de nauwe betrokkenheid van de kopers / eindgebruikers bij het ontwerp is het niet aannemelijk dat er (fundamentele) wijzigingen plaatsvinden in het ontwerp nadat de vergunning is aangevraagd of de melding van de bouwactiviteit is gedaan. Er is hooguit beperkte revisie van de plattegronden en mogelijk doorsneden nodig, het gevelbeeld wijzigt niet. De eventuele wijzigingen zijn niet vergunningplichtig waardoor het onder de Wabo niet nodig is deze uit te werken. Toetsing van deze wijzigingen door de kwaliteitsborger is wel onderdeel van de werkwijze onder het stelsel van de Wkb. Het is immers één van de redenen voor invoering van de Wkb. In artikel 3.6 van de Regeling Bouwbesluit 2012 staat dat een energieprestatieberekening (BENG) uitgevoerd moet worden door een BRL 9500 gecertificeerd bedrijf. Volgens de BRL 9500 m oet de berekening tweemaal worden geregistreerd, bij de aanvraag omgevingsvergunning en bij oplevering.
Onder de Wkb vervalt het registreren bij de aanvraag omgevingsvergunning (van de eerste berekening). BENG berekeningen hoeven straks nog maar één keer te worden geregistreerd omdat de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit vervalt. De tijdsbesteding voor het registreren van een woning is verwaarloosbaar. Zoals uit de vergelijking in bijlage 1 blijkt zijn er geen verschillen in op te stellen g egevens en bescheiden tussen het werken onder de Wabo en het werken volgens de Wkb. Er is slechts een verwaarloosbaar verschil in een uit te voeren handeling, namelijk het wel of niet moeten registreren van de BENG berekening. 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 23 / 51 3.5 Twee-onder-een-kap woning Het plan is ontwikkeld en gebouwd in opdracht van een ontwikkelaar. Er zijn meerdere individuele kopersopties (denk bijvoorbeeld aan een uitbouw, dakkapel, gewijzigde plattegronden) mogelijk die gekozen worden na vergunningverlening / de melding van de bouwactiviteit. Aanpassing van de tekeningen is hierdoor noodzakelijk, echter gebeurt dit onder beide stelsels. Oppervlakte, daglicht -12 en (spui)ventilatieberekeningen moeten onder de Wkb worden aangepast door de kopersopties. De uitwerking van de kopersopties is bij beide woningen verschillend (andere uitvoering aan kopersopties, zoals de afmetingen van de uitbouw en/of dakkapel).
Er ontstaan dus twee verschillende type woningen. Veel opties zijn vergunningvrij en worden onder de Wabo vaak niet meer beoordeeld door het bevoegd gezag. Toetsing van deze wijzigingen door de kwaliteitsborger is wel onderdeel van de werkwijze onder het stelsel van de Wkb. De woningen hebben een zogenoemde ‘open trap’ situatie waardoor hogere geluidwerende prestaties worden verlangd van de slaapkamer deuren. Dit vormt een risico in het plan waardoor informatie over de toe te passen deuren opgesteld en aangeleverd moet worden. Voor de BENG berekening geldt in basis hetzelfde als bij de vrijstaande woning. Echter hoeft er in verband met de het vervallen van de registratie (van alle woningen) vooraf maar één van de twee woningen te worden berekend. De berekening van een maatgevende woning per type is voor de kwaliteitsborger voldoende om de risico’s in te schatten. Wel zal er bij gereedmelding een berekening van elk van de gerealiseerde woningen moeten worden gemaakt, echter is dit onder de Wabo ook al het geval. In het dossier bevoegd gezag moet een milieuprestatieberekening van het gerealiseerde bouwwerk worden toegevoegd. Vanwege de kopersopties en mogelijk gewijzigde toegepaste materialen moet de milieuprestatieberekening worden aangepast. Het is echter voldoende om één maatgevende berekening op te stellen en aan te passen.
Zoals uit de vergelijking in bijlage 1 blijkt komen de verschillen in op te stellen gegevens en bescheiden tussen het werken onder de Wabo en het werken volgens de Wkb door het moeten maken van aangepaste of aanvullende berekening door de gekozen kopersopties. 12 Met inwerkingtreding van het Bbl zal ook de nieuwe bepalingsmethode voor de daglichttoetreding (NEN-EN 17037) van kracht worden. Het opstellen van een berekening volgens de nieuwe norm lijkt vooralsnog meer tijd in beslag te nemen dan een berekening volgens de oude norm (NEN2057). Echter is dit niet een wijziging die voorkomt uit de Wkb, maar betreft het een wijziging van het Bbl. Ongeacht de inwerkingtreding van de Wkb zal de nieuwe bepalingsmethode van kracht worden. Er zijn hierdoor geen meerkosten gerekend voor dit verschil. 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 24 / 51 Financiële gevolgen Door de kopersopties zijn twee verschillend woningtypen ontstaan. Voor het gezamenlijk aanpassen van oppervlakte, daglicht- en (spui)ventilatieberekeningen is gerekend met een standaard stukprijs per woningtype op basis van de standaard tarieven van Nieman Raadgevend Ingenieurs: € 475. De standaard stukprijs per woningtype voor aanpassing van de MPG berekening vanwege de kopersopties bedraagt € 350. Voor zowel de kwaliteitsborger als voor in het dossier bevoegd gezag hoeft slechts één maatgevende berekening te worden opgesteld.
De vervallen kosten voor een extra (tweede) BENG berekening bedragen € 500. In tabel 1 zijn de totale meerkosten voor de op te stellen gegevens en bescheiden van de twee-onder- een-kap woning weergegeven. tabel 1. Meer- en minderkosten gegevens en bescheiden twee-onder-een-kap woning Gegevens en bescheiden Meer- en minderkosten gegevens en bescheiden Oppervlakte berekeningen (GO, VG, VR) (kopersopties) 2 x € 475 Daglichtberekeningen (kopersopties) Ventilatieberekeningen (kopersopties) Spuiventilatieberekeningen (kopersopties) Energieprestatie / BENG berekening, 1 i.p.v. 2 woningen € - 500 Milieuprestatie / MPG berekening 1 woning (kopersopties) € 350 Totaal € 800 3.6 Analyse en conclusie 3.6.1 Verschillen gegevens en bescheiden bouwplan Om te bepalen of er verschillen zitten in de op te stellen gegevens en bescheiden tussen de werkwijzen in beide stelsels, is een vergelijking gemaakt tussen de gegevens en bescheiden onder de Wabo en de gegevens en bescheiden onder de Wkb. Hierbij zijn de gegevens en bescheiden onder de Wkb verder onder te verdelen in gegevens en bescheiden voor de kwaliteitsborgers en gegevens en bescheiden voor het dossier bevoegd gezag. In voorgaande paragrafen is per referentieproject al aangegeven waar eventueel verschillen in op te stellen gegevens en bescheiden zitten. Het volledige overzicht is terug te vinden in bijlage 1.
Wat opvalt in de vergelijking is dat het verschil in op te stellen gegevens en bescheiden voor het voldoen aan het Bouwbesluit / Bbl beperkt is. Het verschil zit vooral in het opstellen van aangepaste berekeningen van de gerealiseerde situatie (as-built) ten behoeve van het dossier bevoegd gezag. 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 25 / 51 3.6.2 Meerkosten In tabel 2 is het verschil in kosten per referentieproject opgenomen voor wat betreft de op te stellen gegevens en bescheiden tussen het werken onder de Wabo en het werken onder Wkb. Hierbij is uitgegaan van de gegevens en bescheiden die werkelijk benodigd en/of vereist zijn om op te stellen onder beide stelsels om te kunnen voldoen aan respectievelijk het Bouwbesluit of het Bbl. Gegevens en bescheiden die nu al opgesteld worden onder de Wabo en straks eveneens worden opgesteld onder de Wkb leiden logischerwijs niet tot een verschil in kosten. De beperkte meerkosten komen vooral door het opstellen van gewijzigde (as-built) berekeningen. De exacte verschillen in op te stellen gegevens en bescheiden onder beide stelsel is terug te vinden in bijlage 1. tabel 2.
Meerkosten gegevens en bescheiden bouwplan Referentieproject Meerkosten gegevens en bescheiden Wijziging draagconstructie Nihil Dakopbouw Nihil Vrijstaande woning Nihil Twee-onder-een-kap woning € 800 3.6.3 Automatisering toetsberekeningen Er zijn software tools beschikbaar waarmee in BIM-modellen ‘realtime’ het voldoen aan bijvoorbeeld daglicht- of oppervlakte-eisen wordt getoetst. Het aanpassen van de berekeningen gebeurt dan gelijktijdig met het aanpassen van het model. In basis is de extra tijdsbesteding voor het opstellen van een (aangepaste) berekening dan nihil. Ondanks dat er zijn goed werkende tools beschikbaar, wordt hier echter nog niet breed gebruik van gemaakt waardoor met deze automatisering geen rekening is gehouden in dit onderzoek. 20220069 / 26001 | 21 juni 2022 Blad 26 / 51 Hoofdstuk 4 Interne tijdsbesteding aannemer 4.1 Inleiding Type aannemer Kleine niet-seriematige bouwactiviteiten worden over het algemeen uitgevoerd door kleinere aannemersbedrijven. Voor het bepalen van de tijdbesteding is uitgegaan van een ‘gemiddelde’ aannemer, zoals eveneens al is toegelicht in paragraaf 0. Voor deze aannemer zijn de werkzaamheden onder het stelsel van de Wabo, voor het voldoen aan het Bouwbesluit, en onder de Wkb, voor het voldoen aan het Bbl, globaal beschreven.
Het type aannemer beschouwd in dit onderzoek gebruikt geen software voor het uitvoeren van eigen controles en keuringen en beschikt ook niet over een kwaliteitszorgsysteem. Hij voert onder de Wabo wel zelf controles en keuringen uit met behulp van eigen keuringsformulieren. Deze keuringsformulieren zijn aangepast om ze aan te laten sluiten op het werken volgens de Wkb.13 De aannemer maakt onder de Wkb foto’s van diverse onderdelen. De aannemer zal op aangeven van de kwaliteitsborger risicogerichte keuringen uitvoeren. De kwaliteitsborger doet daarnaast een deel van de keuringen zelf en voert verder zijn verplichte werkzaamheden uit. Er wordt geen of beperkt gebruik gemaakt van (op elkaar aansluitende) automatisering. Om het effect in beeld te brengen van het wel of niet zelf uitvoeren van controles en keuringen door de aannemer, de mate van automatisering en het al dan niet hanteren van een intern kwaliteitssysteem is in paragraaf 4.7 een kwalitatieve analyse gegeven van de effecten op de tijdbesteding van meer of minder zelfwerkzaamheid door de aannemer. Kwaliteitsborger Tussen de aannemer en kwaliteitsborger bestaat een wisselwerking voor wat betreft de uit te voeren werkzaamheden en daarbij behorende tijdsbesteding (en dus ook kosten). Doet de een meer, dan hoeft de andere minder te doen.