Kuinre, Rondebroek 1_Toelichting
Tekst van het document
Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer z ich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels: o Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd. Indien niet mogelijk is, moet een voorziening worden aangelegd die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt. o Voor lozingen van afvalwater van een (agrarisch) bedrijf geldt het “Act iviteitenbesluit”. Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi). Rioolcapaciteit Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel wordt rekening gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. NL.IMRO.1708.KRErondebroek1BP-ON01 “Rondebroek 1” 50 Afbeelding 6.1 Kaartbeeld Persleiding (paars gearceerde zone) rond het plangebied Persleiding: In het plangebied ligt een aanvoerleiding van het rioolgemaal (figuur 2). Er moet worden aangetoond dat het voornemen geen negatieve impact heeft op deze persleiding .
Omgang met het uitgangspunt ‘Riolering’ Bovenstaande punten betreft beleid en regelgeving worden gehanteerd bij voorliggend plan. Verder wordt geen beroep gedaan op een grotere rioolcapaciteit. Eveneens ligt de persleiding, zoals te zien in afbeelding 6.1, op voldoende afstand van de locatie van de beoogde stal en de wintergartens. Het verder treffen van maatregelen ten behoeve van de persleiding wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het gebied dient zoda nig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met het waterschap plaats. • Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. o Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boveninsteek van de watergang.
NL.IMRO.1708.KRErondebroek1BP-ON01 “Rondebroek 1” 51 • Beheer en onderhoudsafspraken nieuwe watergangen: Voor nieuwe watergangen moeten beheer en onderhoudsafspraken worden vastgelegd. Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld dat deze watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria. • Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunningsplichtig of meldingsplichtig. • Toegankelijkheid van water: alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied. Omgang met het uitgangspunt ‘Beheer en onderhoud’ Er worden geen nieuwe watergangen gerealiseerd bij voorliggend plan, eveneens blijven de bestaande obstakelvrije zones van 5 m vanaf de boveninsteek van de watergang gewaarborgd. De inrichting van het gebied blijft dan ook zodanig, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk blijft. NL.IMRO.1708.KRErondebroek1BP-ON01 “Rondebroek 1” 52 HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE OPZET 7.1 Inleiding In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het bewuste plangebied door voor de gronden een bestemming aan te wijzen. Het juridische deel van het bes temmingsplan bestaat uit de verbeelding (plankaart) in samenhang met de regels.
In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. 7.2 Uitgangspunten In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en besch ikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Voor alle plannen die vanaf 1 juli 2013 in procedure gaan, is de RO Standaarden 2012 verplicht. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2.
Bestemmingsregels; 3. Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. Overgangs- en slotregels. De opzet en invulling van de regels worden hieronder nader toegelicht. 7.3 Toelichting op de planregels 7.3.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten : • Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. • Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. NL.IMRO.1708.KRErondebroek1BP-ON01 “Rondebroek 1” 53 7.3.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; • Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); • Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken wor den van de bouwregels; • Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; • Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de gebruiksregels van de aangegeven bestemming.
In paragraaf 7.4 wordt de bestemming nader toegelicht. 7.3.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. • Algemene bouwregels (Artikel 7) In dit artikel worden regels gesteld omtrent ondergronds bouwen. • Algemene gebruiksregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. • Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze reg els maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. • Overige regels (Artikel 10) In dit artikel is een voorrangsbepaling opgenomen ten aanzien van dubbelbestemmingen . 7.3.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels.
In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan w ordt genoemd. 7.4 Verantwoording van de bestemmingen Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw - en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. NL.IMRO.1708.KRErondebroek1BP-ON01 “Rondebroek 1” 54 Agrarisch (Artikel 3) De bestemming ‘Agrarisch’ is opgenomen ten behoeve van de agrarische gronden welke in de beheersverordening tot het agrarisch bouwvlak behoorde. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn voornamelijk bestemd voor agrarisch gebruik. Er is geen bouwvlak opgenomen waardoor er geen gebouwen gerealiseerd mogen worde n op de gronden. Agrarisch – Agrarisch bedrijf 2 (Artikel 4) De bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf 2’ is opgenomen ten behoeve van de agrarische gronden welke in de beheersverordening hier ook toe behoorde, tevens is de oostzijde van het projectgebied hier in opgenomen. Op de gronden is grondgebonden agrarische bedrijvigheid toegestaan.
Gebouwen dienen uitsluitend binnen het bouwvlak gerealiseerd te worden . De maatvoeringen en aantallen van de bedrijfsgebouwen zijn zo opgenomen dat de bestaande vergunde situatie wordt vastgelegd en tegelijkertijd ruimte biedt voor de beoogde ontwikkeling met enige flexibiliteit inbegrepen richting de toekomst. Waarde – Archeologie 2 (Artikel 5) De gronden met de aanduiding ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. NL.IMRO.1708.KRErondebroek1BP-ON01 “Rondebroek 1” 55 HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE PARAGRAAF Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Steenwijkerland.
Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven. NL.IMRO.1708.KRErondebroek1BP-ON01 “Rondebroek 1” 56 HOOFDSTUK 9 INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN 9.1 Vooroverleg 9.1.1 Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2 Provincie Overijssel Voorliggend bestemmingsplan zal ter vooroverleg worden voorgelegd aan de provincie Overijssel. 9.1.3 Waterschap Drents Overijsselse Delta Het waterschap is geïnformeerd door gebruik te maken van de ‘digitale watertoets’. Hieruit bleek dat de zogenaamde ‘normale procedure’ van toepassing is. De bijbehorende standaard waterparagraaf is opgenomen in de bijlage 3. Het waterschap adviseert hiermee positief, waarmee het wettelijke vooroverleg is afgerond. 9.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.
Er zal een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd worden voor een periode van zes weken. 9.3 Zienswijzen Deze paragraaf zal worden ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. NL.IMRO.1708.KRErondebroek1BP-ON01 “Rondebroek 1” 57 BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING