Kuinre, Overhavendijk Oostzijde_Toelichting
Tekst van het document
Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake i s van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het toevoegen van slechts 12 grondgebonden woningen. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon - en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r..
Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 5.9.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet M.E.R.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan. Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 48 HOOFDSTUK 6 WATERPARAGRAAF 6.1 Inleiding Het is verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan te verantwoorden op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is bepaald in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze verantwoording wordt ook wel de waterparagraaf genoemd. Dit hoofdstuk kan als zodanig beschouwd worden. 6.2 Beleid ten aanzien van de waterhuishouding 6.2.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015.
Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstelli ngen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.2.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022 - 2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 6.2.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten.
De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.2.4 Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebiede n. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 49 resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft de taken vastgelegd in het meest recente Waterbeheerplan. Hieronder volgt een toelichting op de doelen in het waterbeheerplan. • Overstromingen, wateroverlast of droogte te voorkomen of beperken.
Inwoners kunnen hierdoor op een goede manier wonen en werken. Boeren en natuurbeheerders kunnen goed gebruik maken van de grond. • Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte. Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het (oppervlakte)water is belangrijk. Het water is schoon en gezond en inwoners kunnen hiervan genieten. Ook de doelen voor waterkwaliteit die voortvloeien uit Europese wetgeving; de Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van het plan. • Afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. We proberen niet alleen schadelijke stoffen uit het water te halen. Ook willen we van deze stoffen nieuwe producten maken en nieuwe toepassingen zoeken. 6.2.5 Gemeentelijk watertakenplan Per 1 januari 2016 is het Watertakenplan Fluvius van kracht geworden voor de gemeenten Hoogeveen, Meppel, De Wolden, Midden-Drenthe, Westerveld en Steenwijkerland en Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta). Gezamenlijk vormen ze het samenwerking sverband Fluvius (Latijn voor rivier of stroom). In Fluvius werken de gemeenten en het waterschap samen aan stedelijk (afval)waterbeheer. Het Watertakenplan bevat een gezamenlijke visie en een uitvoeringsprogramma. Doel is om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen en kostenstijgingen voor inwoners en bedrijven te beperken.
Het Watertakenplan geldt voor de periode 2016 -2021. Een goed functionerende keten van riolering en afvalwaterzuivering (afvalwaterketen) draagt bij aan een goede volksgezondheid, een goede kwaliteit van het oppervlaktewater en het tegengaan van wateroverlast. Binnen de regio Fluvius beheren de gemeenten de riolering en het waterschap zeven afvalwaterzuiveringen. Een goed watersysteem beperkt wateroverlast en draagt bij aan een goe d leefklimaat. Daar is goed onderhoud voor nodig. Zowel gemeente als waterschap hebben hierin een taak, zoals het maaien van oevers en baggeren van watergangen. Zowel voor een goed beheer van de afvalwaterketen als voor het watersysteem is samenwerking tussen gemeente en waterschap dus van groot belang. Voorheen werden door de gemeenten en het waterschap afzonderlijk beleidsplannen gemaakt. Het nieuwe Watertakenplan Fluvius is het eerste gezamenlijke plan waarin het beleid en een aantal projecten voor het stedelijke (afval)waterbeheer op elkaar zijn afgestemd. Samenwerkingsprojecten in het plan zijn bijvoorbeeld gezamenlijk gemalenbeheer en het meten van waterstanden in de riolering. Door gebruik te maken van elkaars kennis en gezamenlijke projecten uit te v oeren, wordt doelmatiger en efficiënter gewerkt.
6.3 Watertoets 6.3.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risi co's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 50 worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.3.2 Watertoets Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde “normale procedure” van toepassing is.
Dit omdat het plangebied binnen de invloedszone van een waterkering ligt (de ten noorden gelegen uitloper) en er meer dan 500 m² aan verharding middels deze plannen wordt toegevoegd. 6.3.2.1 Wateraspecten Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden 12 wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak zal zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarbij zal het plangebied landschappelijke worden ingepast, met veel ruimte voor groen en wadi’s in de openbare ruimte (zie hiervoor hoofdstuk 1 en 3). In de nadere planuitwerkingen zal tevens nog een waterhuishoudkundige plan voor deze ontwikkelingen worden opgesteld. Binnen het plangebied is verder geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.
Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT -riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemel water uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Afvalwater daarentegen zal worden aangesloten op het reguliere vuilwaterriool, zoals aanwezig nabij het plangebied. Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 51 HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE OPZET 7.1 Inleiding In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen.
Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het bewuste plangebied door voor de gronden een bestemming aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (plankaart) in samenhang met de regels. In deze par agraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. 7.2 Uitgangspunten In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Voor alle plannen die vanaf 1 juli 2013 in procedure gaan, is de RO Standaarden 2012 verplicht. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven.
Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. Overgangs- en slotregels. De opzet en invulling van de regels worden hieronder nader toegelicht. 7.3 Toelichting op de planregels 7.3.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: • Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. • Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 52 7.3.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen.
De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; • Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); • Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de bouwregels; • Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; • Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarden mag afgeweken worden van de gebruiksregels van de aangegeven bestemming. In paragraaf 7.4 wordt de bestemming nader toegelicht. 7.3.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • Anti-dubbeltelregel (Artikel 9) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. • Algemene bouwregels (Artikel 10) In dit artikel worden regels gesteld omtrent ondergronds bouwen en omtrent parkeervoorzieningen. • Algemene gebruiksregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming.
Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. • Algemene afwijkingsregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. • Overige regels (Artikel 13) In dit artikel is een voorrangsbepaling opgenomen ten aanzien van dubbelbestemmingen . 7.3.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd . 7.4 Verantwoording van de bestemmingen Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw - en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de g ewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 53 Groen (Artikel 3) De openbare groenzones in het plangebied zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’.
Dit betreft de zone aan de westelijke zijde (grenzend aan het sportveld) en de zones aan de oostelijke zijde en de zijde aan de Kuinderdiep. Hier zal het plan groen- en landschappelijk worden ingericht, met ruimte voor groen, bomen, en wadi’s ondermeer. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, zoals trapvelden, speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet - en fietspaden en andere voorzieningen, structurele beplantingen, recreatief medegebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en ook openbare nutsvoorzieningen; Tuin (Artikel 4) De tuinen bijbehorend bij de woningen in het plangebied zijn voorzien van deze bestemming, het betreft een strook aan de noordzijde van de woningen in het noordelijke deelgebied. En een strook ten zuiden van de zuidelijke strook woningen. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen, parkeren en water en waterhuishoudkundige voorzieningen met de daarbij behorende voorzieningen. Verkeer-Verblijfsgebied (Artikel 5) De ontsluitingsvoorziening en de infrastructuur in het plangebied zijn voorzien van deze bestemming. Deze gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor verkeersdoeleinden, speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
Wonen -1 (Artikel 6) De voor 'Wonen – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning; met daaraan ondergeschikt tuinen, parkeervoorzieningen op eigen terrein, groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Woningen mogen zowel vrijstaand als twee aan één, maar uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd, dit binnen de aanduiding 'bouwvlak'. En de daarbij behorende bijgebouwen mogen uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd. Er is bewust voor gekozen om het aantal woningen niet vast te leggen binnen de bouwregels of middels een maatvoeringsaanduiding, daar de omvang van de bouwvlakken dit zelf in beginsel al regelen. De daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen'. Wonen – 2 (Artikel 7) De voor 'Wonen – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning; met daaraan ondergeschikt tuinen, parkeervoorzieningen op eigen terrein, groe nvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De bestemming is in beginsel gelijkluidend aan de ‘Wonen-1’ bestemming, waarbij in deze bestemming uitsluitend rijwoningen mogen worden gebouwd, dit binnen de aanduiding 'bouwvlak'.
En de daarbij behorende bijgebouwen mogen uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen'. De daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen'. Waterstaat-Waterkering (Artikel 8) Deze bestemming is cf. bestaande regime overgenomen, ter bescherming van het noordelijke gelegen water. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor primaire waterkering, regionale waterkering, Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 54 hoofdwatergang, watergang en behoud en bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit met daaraan ondergeschikt terreinen. Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 55 HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE PARAGRAAF Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zi jn echter uitzonderingen.
Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In voorliggend geval is de gemeente Steenwijkerland zelf de initiatiefnemer. Voor dit bestemmingsplan en bouwproject is een grondcomplex ingesteld met bijbehorende grondexploitatie. Hierin is de verantwoording van de kosten en opbrengsten opgenomen. De exploitatie is sluitend. Het plan is dan ook economisch uitvoerbaar. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven. Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 56 HOOFDSTUK 9 INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN 9.1 Vooroverleg 9.1.1 Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
9.1.2 Provincie Overijssel Voorliggend bestemmingsplan zal ter vooroverleg worden voorgelegd aan de provincie Overijssel. 9.1.3 Waterschap Drents Overijsselse Delta Het waterschap is geïnformeerd door gebruik te maken van de ‘digitale watertoets’. Hieruit bleek dat de zogenaamde ‘normale procedure’ van toepassing is. De bijbehorende watertoets is opgenomen in de bijlage 5. Voorliggend bestemmingsplan zal ter vooroverleg worden voorgelegd aan het Waterschap Drents Overijsselse Delta. 9.2 Inspraak en participatie Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Er zal direct een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd worden voor een periode van zes weken. Participatie Mede door de achterliggende COVID-periode kent het participatietraject voor dit plangebied e een lange looptijd. In samenwerking met de werkgroep wonen is in 2020 al gestart met het organiseren van bewonersavonden. Onder de noemer ‘Hoe woont Kuinre overmorgen” werden deze avonden begeleid door Inlocus. Dit is een organisatie die onder andere is gespecialiseerd in participatietrajecten. De werkgroep wonen in Kuinre bestaat uit een afvaardiging vanuit het plaatselijk belang en enkele inwoners van Kuinre die zich bij de werkgroep hebben gemeld om mee te denken.
Het doel van de bewonersavonden was om mensen vanaf begin af aan mee te nemen in de ontwikkelingen op de woningmarkt en deze te vertalen naar de lokale behoefte voor Kuinre. Stap voor stap heeft dit vorm gekregen, waarbij onder andere ook een dorpsbrede enquête is uitgezet. Na het gezamenlijk bepalen van de lokale woonbehoefte en de vertaalslag naar een bijpassend woningbouwprogramma, zijn met de werkgroep wonen schetssessies georganiseerd om tot een stedenbouwkundige opzet voor de locatie Overhavendijk te komen. Deze stedenbouwkundige schets vormt de basis voor dit bestemmingsplan. Parallel aan het proces dat hierboven beschreven staat kijkt de gemeente op dit moment met de werkgroep wonen hoe de locatie Overhavendijk als een CPO kan worden ingezet. Dit geeft aan dat men gezamenlijk (gemeente en werkgroep wonen) maximaal inzet toont om invulling te geven aan de lokale woonbehoefte in Kuinre. Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 57 9.3 Zienswijzen Deze paragraaf zal worden ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.
Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 58 BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 59 Bijlage 1 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 60 Bijlage 2 Bodemonderzoek Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 61 Bijlage 3 Quickscan natuurwaarden Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 62 Bijlage 4 AERIUS-berekening Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 63 Bijlage 5 Watertoets Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 64 Bijlage 6 Wet Geluidhinder Ontwerp-beschikking Bestemmingsplan “Kuinre, Overhavendijk Oostzijde” Status: Concept BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 65 Bijlage 7 Motivatie hogere waarden