CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Kuinre, Overhavendijk Oostzijde_Bijlagen bij de toelichting (2)

Politieke Markt 4 juni 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kuinre - Overhavendijk, Oostzijde51.228 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

ds PCB - 118 < 0.0018 < 0.001 mg/kg ds PCB - 138 < 0.0018 < 0.001 mg/kg ds PCB - 153 < 0.0018 < 0.001 mg/kg ds PCB - 180 Sommaties 1 0.51 0.02 - < 0.012 0.005 mg/kg ds som PCBs (7) Pagina 5 van 6

Pagina 6 van 6 I T AW Toetsoordeel Gestand.Res. Analyseres. Eenheid Analyse MM-B4 15 (20-60) 15 (60-100) PB2 (25-70) Monsteromschrijving 7875466 Monsterreferentie Lutum/Humus 10 5.3 % (m/m ds) Organische stof 25 9.6 % (m/m ds) Lutum Droogrest @ 70.9 70.9 % droge stof Metalen ICP-AES 920 555 190 @ 93 47 mg/kg ds barium (Ba) 13 6.8 0.6 1.3 AW 0.79 0.58 mg/kg ds cadmium (Cd) 190 102.5 15 - 9.4 4.9 mg/kg ds kobalt (Co) 190 115 40 - 35 23 mg/kg ds koper (Cu) 36 18.075 0.15 1.1 AW 0.16 0.13 mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) 530 290 50 - 48 37 mg/kg ds lood (Pb) 190 95.75 1.5 - < 1.0 < 1.5 mg/kg ds molybdeen (Mo) 100 67.5 35 - 29 16 mg/kg ds nikkel (Ni) 720 430 140 - 100 64 mg/kg ds zink (Zn) Minerale olie 5000 2595 190 - < 46 < 35 mg/kg ds minerale olie (florisil clean-up) Polycyclische koolwaterstoffen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds naftaleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fenantreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds anthraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)antraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds chryseen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(k)fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)pyreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(ghi)peryleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen Sommaties 40 20.75 1.5 - < 0.35 0.35 mg/kg ds som PAK (10) Polychloorbifenylen < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 28 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 52 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 101 < 0.0013 < 0.001

mg/kg ds PCB - 118 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 138 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 153 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 180 Sommaties 1 0.51 0.02 - < 0.0092 0.005 mg/kg ds som PCBs (7) Legenda x maal Achtergrondwaarde x AW Geen toetsoordeel mogelijk @ <= Achtergrondwaarde - De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa N.B. Pagina 6 van 6

Toetsdatum: 4 september 2023 15:42 BoToVa 3.1.0 Toetsversie T.1 - Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem Toetsing 1606541 Certificaten 2023.088-Verkennend bodemonderzoek Kuinderdiep te Kuinre Project IND WO AW Toetsoordeel Gestand.Res. Analyseres. Eenheid Analyse MM-A1 01 (80-120) 01 (120-150) Monsteromschrijving 7875461 Monsterreferentie Lutum/Humus 10 3.2 % (m/m ds) Organische stof 25 5.8 % (m/m ds) Lutum Droogrest @ 77.1 77.1 % droge stof Metalen ICP-AES @ < 37 < 20 mg/kg ds barium (Ba) 4.3 1.2 0.6 - 0.56 0.36 mg/kg ds cadmium (Cd) 190 35 15 - 9.4 3.8 mg/kg ds kobalt (Co) 190 54 40 - 17 9.7 mg/kg ds koper (Cu) 4.8 0.83 0.15 - 0.11 0.08 mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) 530 210 50 - 26 18 mg/kg ds lood (Pb) 190 88 1.5 - < 1.0 < 1.5 mg/kg ds molybdeen (Mo) 100 39 35 - 27 12 mg/kg ds nikkel (Ni) 720 200 140 - 97 50 mg/kg ds zink (Zn) Minerale olie 500 190 190 - < 77 < 35 mg/kg ds minerale olie (florisil clean-up) Polycyclische koolwaterstoffen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds naftaleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fenantreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds anthraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)antraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds chryseen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(k)fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)pyreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(ghi)peryleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen Sommaties 40 6.8

1.5 - < 0.35 0.35 mg/kg ds som PAK (10) Polychloorbifenylen < 0.0022 < 0.001 mg/kg ds PCB - 28 < 0.0022 < 0.001 mg/kg ds PCB - 52 < 0.0022 < 0.001 mg/kg ds PCB - 101 < 0.0022 < 0.001 mg/kg ds PCB - 118 < 0.0022 < 0.001 mg/kg ds PCB - 138 < 0.0022 < 0.001 mg/kg ds PCB - 153 < 0.0022 < 0.001 mg/kg ds PCB - 180 Sommaties 0.5 0.04 0.02 - < 0.015 0.005 mg/kg ds som PCBs (7) Altijd toepasbaar Toetsoordeel monster 7875461: Pagina 1 van 6

Pagina 2 van 6 IND WO AW Toetsoordeel Gestand.Res. Analyseres. Eenheid Analyse MM-A2 02 (20-70) 02 (70-100) PB1 (100-140) Monsteromschrijving 7875462 Monsterreferentie Lutum/Humus 10 7.7 % (m/m ds) Organische stof 25 6.8 % (m/m ds) Lutum Droogrest @ 61.2 61.2 % droge stof Metalen ICP-AES @ 94 39 mg/kg ds barium (Ba) 4.3 1.2 0.6 - 0.46 0.36 mg/kg ds cadmium (Cd) 190 35 15 - 12 5.1 mg/kg ds kobalt (Co) 190 54 40 - 21 14 mg/kg ds koper (Cu) 4.8 0.83 0.15 WO 0.20 0.16 mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) 530 210 50 - 33 25 mg/kg ds lood (Pb) 190 88 1.5 - < 1.0 < 1.5 mg/kg ds molybdeen (Mo) 100 39 35 - 31 15 mg/kg ds nikkel (Ni) 720 200 140 - 100 61 mg/kg ds zink (Zn) Minerale olie 500 190 190 - 65 50 mg/kg ds minerale olie (florisil clean-up) Polycyclische koolwaterstoffen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds naftaleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fenantreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds anthraceen 0.08 0.08 mg/kg ds fluoranteen 0.06 0.06 mg/kg ds benzo(a)antraceen 0.07 0.07 mg/kg ds chryseen 0.08 0.08 mg/kg ds benzo(k)fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)pyreen 0.06 0.06 mg/kg ds benzo(ghi)peryleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen Sommaties 40 6.8 1.5 - 0.52 0.52 mg/kg ds som PAK (10) Polychloorbifenylen < 0.00091 < 0.001 mg/kg ds PCB - 28 < 0.00091 < 0.001 mg/kg ds PCB - 52 0.0013 0.001 mg/kg ds PCB - 101 < 0.00091 < 0.001 mg/kg ds PCB - 118 0.0039 0.003 mg/kg ds PCB - 138 0.0026

0.002 mg/kg ds PCB - 153 < 0.00091 < 0.001 mg/kg ds PCB - 180 Sommaties 0.5 0.04 0.02 - 0.011 0.009 mg/kg ds som PCBs (7) Altijd toepasbaar Toetsoordeel monster 7875462: Pagina 2 van 6

Pagina 3 van 6 IND WO AW Toetsoordeel Gestand.Res. Analyseres. Eenheid Analyse MM-B1 03 (0-50) 04 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-40) 08 (0-10) 09 (0-10) 10 (0-20) 11 (0-50) 12 (0-20) 13 (0-35) Monsteromschrijving 7875463 Monsterreferentie Lutum/Humus 10 5.9 % (m/m ds) Organische stof 25 2.9 % (m/m ds) Lutum Droogrest @ 71.9 71.9 % droge stof Metalen ICP-AES @ 170 50 mg/kg ds barium (Ba) 4.3 1.2 0.6 WO 0.88 0.61 mg/kg ds cadmium (Cd) 190 35 15 - 15 4.6 mg/kg ds kobalt (Co) 190 54 40 WO 44 25 mg/kg ds koper (Cu) 4.8 0.83 0.15 WO 0.23 0.17 mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) 530 210 50 - 49 34 mg/kg ds lood (Pb) 190 88 1.5 - < 1.0 < 1.5 mg/kg ds molybdeen (Mo) 100 39 35 IND 41 15 mg/kg ds nikkel (Ni) 720 200 140 IND 200 97 mg/kg ds zink (Zn) Minerale olie 500 190 190 - < 42 < 35 mg/kg ds minerale olie (florisil clean-up) Polycyclische koolwaterstoffen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds naftaleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fenantreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds anthraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)antraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds chryseen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(k)fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)pyreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(ghi)peryleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen Sommaties 40 6.8 1.5 - < 0.35 0.35 mg/kg ds som PAK (10) Polychloorbifenylen < 0.0012 < 0.001 mg/kg ds PCB - 28 < 0.0012 < 0.001 mg/kg ds PCB - 52 < 0.0012 <

0.001 mg/kg ds PCB - 101 < 0.0012 < 0.001 mg/kg ds PCB - 118 < 0.0012 < 0.001 mg/kg ds PCB - 138 < 0.0012 < 0.001 mg/kg ds PCB - 153 < 0.0012 < 0.001 mg/kg ds PCB - 180 Sommaties 0.5 0.04 0.02 - < 0.0083 0.005 mg/kg ds som PCBs (7) Klasse industrie Toetsoordeel monster 7875463: Pagina 3 van 6

Pagina 4 van 6 IND WO AW Toetsoordeel Gestand.Res. Analyseres. Eenheid Analyse MM-B2 08 (10-50) 09 (10-50) 10 (20-50) Monsteromschrijving 7875464 Monsterreferentie Lutum/Humus 10 2.4 % (m/m ds) Organische stof 25 4.7 % (m/m ds) Lutum Droogrest @ 75.3 75.3 % droge stof Metalen ICP-AES @ 72 25 mg/kg ds barium (Ba) 4.3 1.2 0.6 WO 0.67 0.41 mg/kg ds cadmium (Cd) 190 35 15 - 10 3.8 mg/kg ds kobalt (Co) 190 54 40 - 24 13 mg/kg ds koper (Cu) 4.8 0.83 0.15 WO 0.18 0.13 mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) 530 210 50 - 39 26 mg/kg ds lood (Pb) 190 88 1.5 - < 1.0 < 1.5 mg/kg ds molybdeen (Mo) 100 39 35 - 31 13 mg/kg ds nikkel (Ni) 720 200 140 - 120 60 mg/kg ds zink (Zn) Minerale olie 500 190 190 - < 100 < 35 mg/kg ds minerale olie (florisil clean-up) Polycyclische koolwaterstoffen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds naftaleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fenantreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds anthraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)antraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds chryseen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(k)fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)pyreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(ghi)peryleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen Sommaties 40 6.8 1.5 - < 0.35 0.35 mg/kg ds som PAK (10) Polychloorbifenylen < 0.0029 < 0.001 mg/kg ds PCB - 28 < 0.0029 < 0.001 mg/kg ds PCB - 52 < 0.0029 < 0.001 mg/kg ds PCB - 101 < 0.0029 < 0.001 mg/kg ds PCB - 118 < 0.0029 <

0.001 mg/kg ds PCB - 138 < 0.0029 < 0.001 mg/kg ds PCB - 153 < 0.0029 < 0.001 mg/kg ds PCB - 180 Sommaties 0.5 0.04 0.02 - < 0.020 0.005 mg/kg ds som PCBs (7) Altijd toepasbaar Toetsoordeel monster 7875464: Pagina 4 van 6

Pagina 5 van 6 IND WO AW Toetsoordeel Gestand.Res. Analyseres. Eenheid Analyse MM-B3 14 (45-95) 14 (100-150) 16 (55-105) Monsteromschrijving 7875465 Monsterreferentie Lutum/Humus 10 4.0 % (m/m ds) Organische stof 25 6.8 % (m/m ds) Lutum Droogrest @ 73.1 73.1 % droge stof Metalen ICP-AES @ 120 49 mg/kg ds barium (Ba) 4.3 1.2 0.6 - < 0.21 < 0.2 mg/kg ds cadmium (Cd) 190 35 15 - 7.1 3.1 mg/kg ds kobalt (Co) 190 54 40 - 35 21 mg/kg ds koper (Cu) 4.8 0.83 0.15 - 0.14 0.11 mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) 530 210 50 - 32 23 mg/kg ds lood (Pb) 190 88 1.5 - < 1.0 < 1.5 mg/kg ds molybdeen (Mo) 100 39 35 - 23 11 mg/kg ds nikkel (Ni) 720 200 140 - 73 40 mg/kg ds zink (Zn) Minerale olie 500 190 190 - < 61 < 35 mg/kg ds minerale olie (florisil clean-up) Polycyclische koolwaterstoffen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds naftaleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fenantreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds anthraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)antraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds chryseen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(k)fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)pyreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(ghi)peryleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen Sommaties 40 6.8 1.5 - < 0.35 0.35 mg/kg ds som PAK (10) Polychloorbifenylen < 0.0018 < 0.001 mg/kg ds PCB - 28 < 0.0018 < 0.001 mg/kg ds PCB - 52 < 0.0018 < 0.001 mg/kg ds PCB - 101 < 0.0018 < 0.001 mg/kg ds PCB - 118 < 0.0018

< 0.001 mg/kg ds PCB - 138 < 0.0018 < 0.001 mg/kg ds PCB - 153 < 0.0018 < 0.001 mg/kg ds PCB - 180 Sommaties 0.5 0.04 0.02 - < 0.012 0.005 mg/kg ds som PCBs (7) Altijd toepasbaar Toetsoordeel monster 7875465: Pagina 5 van 6

Pagina 6 van 6 IND WO AW Toetsoordeel Gestand.Res. Analyseres. Eenheid Analyse MM-B4 15 (20-60) 15 (60-100) PB2 (25-70) Monsteromschrijving 7875466 Monsterreferentie Lutum/Humus 10 5.3 % (m/m ds) Organische stof 25 9.6 % (m/m ds) Lutum Droogrest @ 70.9 70.9 % droge stof Metalen ICP-AES @ 93 47 mg/kg ds barium (Ba) 4.3 1.2 0.6 WO 0.79 0.58 mg/kg ds cadmium (Cd) 190 35 15 - 9.4 4.9 mg/kg ds kobalt (Co) 190 54 40 - 35 23 mg/kg ds koper (Cu) 4.8 0.83 0.15 WO 0.16 0.13 mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) 530 210 50 - 48 37 mg/kg ds lood (Pb) 190 88 1.5 - < 1.0 < 1.5 mg/kg ds molybdeen (Mo) 100 39 35 - 29 16 mg/kg ds nikkel (Ni) 720 200 140 - 100 64 mg/kg ds zink (Zn) Minerale olie 500 190 190 - < 46 < 35 mg/kg ds minerale olie (florisil clean-up) Polycyclische koolwaterstoffen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds naftaleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fenantreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds anthraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)antraceen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds chryseen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(k)fluoranteen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(a)pyreen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds benzo(ghi)peryleen < 0.035 < 0.05 mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen Sommaties 40 6.8 1.5 - < 0.35 0.35 mg/kg ds som PAK (10) Polychloorbifenylen < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 28 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 52 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 101 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 118 < 0.0013 <

0.001 mg/kg ds PCB - 138 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 153 < 0.0013 < 0.001 mg/kg ds PCB - 180 Sommaties 0.5 0.04 0.02 - < 0.0092 0.005 mg/kg ds som PCBs (7) Altijd toepasbaar Toetsoordeel monster 7875466: Legenda Geen toetsoordeel mogelijk @ <= Achtergrondwaarde - Industrie IND Wonen WO Pagina 6 van 6

Toetsdatum: 19 september 2023 10:51 BoToVa 2.1.0 Toetsversie T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb Toetsing 1610196 Certificaten 2023.088-Verkennend bodemonderzoek Kuinderdiep te Kuinre Project I T S Toetsoordeel Analyseres. Eenheid Analyse PB1-1-1 PB1 (188-288) Monsteromschrijving 7886072 Monsterreferentie Metalen ICP-MS (opgelost) 625 337.5 50 - 28 µg/l barium (Ba) 6 3.2 0.4 - < 0.2 µg/l cadmium (Cd) 100 60 20 - < 2 µg/l kobalt (Co) 75 45 15 - < 2 µg/l koper (Cu) 0.3 0.175 0.05 - < 0.05 µg/l Kwik (Hg) (niet vluchtig) 75 45 15 - < 2 µg/l lood (Pb) 300 152.5 5 - < 2 µg/l molybdeen (Mo) 75 45 15 - < 3 µg/l nikkel (Ni) 800 432.5 65 - < 10 µg/l zink (Zn) Minerale olie 600 325 50 - < 50 µg/l minerale olie (florisil clean-up) Vluchtige aromaten 30 15.1 0.2 - < 0.2 µg/l benzeen 150 77 4 - < 0.2 µg/l ethylbenzeen 70 35.005 0.01 - < 0.02 µg/l naftaleen < 0.1 µg/l o-xyleen 300 153 6 - < 0.2 µg/l styreen 1000 503.5 7 - < 0.2 µg/l tolueen < 0.2 µg/l xyleen (som m+p) Sommaties aromaten 70 35.1 0.2 - 0.2 µg/l som xylenen Vluchtige chlooralifaten 300 150.005 0.01 - < 0.1 µg/l 1,1,1-trichloorethaan 130 65.005 0.01 - < 0.1 µg/l 1,1,2-trichloorethaan 900 453.5 7 - < 0.2 µg/l 1,1-dichloorethaan 10 5.005 0.01 - < 0.1 µg/l 1,1-dichlooretheen < 0.2 µg/l 1,1-dichloorpropaan 400 203.5 7 - < 0.2 µg/l 1,2-dichloorethaan < 0.2 µg/l 1,2-dichloorpropaan < 0.2 µg/l 1,3-dichloorpropaan <

0.1 µg/l cis-1,2-dichlooretheen 1000 500.005 0.01 - < 0.2 µg/l dichloormethaan 5 2.505 0.01 - < 0.2 µg/l monochlooretheen (vinylchlori 40 20.005 0.01 - < 0.1 µg/l tetrachlooretheen 10 5.005 0.01 - < 0.1 µg/l tetrachloormethaan < 0.1 µg/l trans-1,2-dichlooretheen 500 262 24 - < 0.2 µg/l trichlooretheen 400 203 6 - < 0.2 µg/l trichloormethaan Sommaties 20 10.005 0.01 - 0.1 µg/l som C+T dichlooretheen 80 40.4 0.8 - 0.4 µg/l som dichloorpropanen Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers 630 @ < 0.2 µg/l tribroommethaan (bromoform Voldoet aan Streefwaarde Toetsoordeel monster 7886072: Pagina 1 van 2

Pagina 2 van 2 I T S Toetsoordeel Analyseres. Eenheid Analyse PB2-1-1 PB2 (188-288) Monsteromschrijving 7886073 Monsterreferentie Metalen ICP-MS (opgelost) 625 337.5 50 1.6 S 80 µg/l barium (Ba) 6 3.2 0.4 - < 0.2 µg/l cadmium (Cd) 100 60 20 - 3.9 µg/l kobalt (Co) 75 45 15 - < 2 µg/l koper (Cu) 0.3 0.175 0.05 - < 0.05 µg/l Kwik (Hg) (niet vluchtig) 75 45 15 - < 2 µg/l lood (Pb) 300 152.5 5 - 3.6 µg/l molybdeen (Mo) 75 45 15 - 7.5 µg/l nikkel (Ni) 800 432.5 65 - 19 µg/l zink (Zn) Minerale olie 600 325 50 - < 50 µg/l minerale olie (florisil clean-up) Vluchtige aromaten 30 15.1 0.2 - < 0.2 µg/l benzeen 150 77 4 - < 0.2 µg/l ethylbenzeen 70 35.005 0.01 - < 0.02 µg/l naftaleen 0.2 µg/l o-xyleen 300 153 6 - < 0.2 µg/l styreen 1000 503.5 7 - 0.8 µg/l tolueen 0.5 µg/l xyleen (som m+p) Sommaties aromaten 70 35.1 0.2 3.5 S 0.7 µg/l som xylenen Vluchtige chlooralifaten 300 150.005 0.01 - < 0.1 µg/l 1,1,1-trichloorethaan 130 65.005 0.01 - < 0.1 µg/l 1,1,2-trichloorethaan 900 453.5 7 - < 0.2 µg/l 1,1-dichloorethaan 10 5.005 0.01 - < 0.1 µg/l 1,1-dichlooretheen < 0.2 µg/l 1,1-dichloorpropaan 400 203.5 7 - < 0.2 µg/l 1,2-dichloorethaan < 0.2 µg/l 1,2-dichloorpropaan < 0.2 µg/l 1,3-dichloorpropaan < 0.1 µg/l cis-1,2-dichlooretheen 1000 500.005 0.01 - < 0.2 µg/l dichloormethaan 5 2.505 0.01 - < 0.2 µg/l monochlooretheen (vinylchlori 40 20.005 0.01 - < 0.1 µg/l tetrachlooretheen 10 5.005 0.01 -

< 0.1 µg/l tetrachloormethaan < 0.1 µg/l trans-1,2-dichlooretheen 500 262 24 - < 0.2 µg/l trichlooretheen 400 203 6 - < 0.2 µg/l trichloormethaan Sommaties 20 10.005 0.01 - 0.1 µg/l som C+T dichlooretheen 80 40.4 0.8 - 0.4 µg/l som dichloorpropanen Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers 630 @ < 0.2 µg/l tribroommethaan (bromoform Overschrijding Streefwaarde Toetsoordeel monster 7886073: Legenda Geen toetsoordeel mogelijk @ <= Streefwaarde - x maal Streefwaarde x S De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa N.B. Pagina 2 van 2

WWW.MANN.FRL INFO@MANN.FRL bestemmingsplan Kuinre, Overhavendijk Oostzijde Bijlage 3 Quickscan natuurwaarden Bijlagen bij de toelichting (ontwerp) 129 Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwet- en regelgeving Gemeente Steenwijkerland Concept Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwet- en regelge- ving 23-404 24 oktober 2023 Concept R.J. (Ramon) Robben & I. (Iwan) Veeman H. (Harma) Scholten Gemeente Steenwijkerland © Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Robben, R.J. & Veeman, I. (2023). Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwet- en regelgeving. Rapport 23-404. Ecogroen bv Zwolle. Samenvatting 1 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding en doelstelling 3 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen 3 1.3 Leeswijzer 5 2. Kader en werkwijze 6 2.1 Wettelijk kader 6 2.2 Onderzoeksmethode 8 3. Gebiedsbescherming en houtopstanden 9 3.1 Natura 2000-gebieden 9 3.2 Natuurnetwerk Nederland 10 3.3 Houtopstanden 11 4.

Soortbescherming 12 4.1 Flora 12 4.2 Zoogdieren 12 4.3 Vogels 14 4.4 Amfibieën 15 4.5 Overige soortgroepen 16 5. Geraadpleegde bronnen 17 Inhoud Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 01 Inleiding Gemeente Steenwijkerland heeft het voornemen om nieuwbouw te realiseren aan locatie Overhavendijk in Kuinre. De voorgenomen ontwikkeling gaat mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaar- den en past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Wet- en regelgeving omtrent de bescherming van natuur verplicht vooraf te toetsen of plannen en projecten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. Ecogroen heeft daarom een quickscan natuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten als gevolg van de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling op aanwezige natuur- waarden. Dit rapport geeft het resultaat van de quickscan natuurtoets en adviseert over de noodzakelijke vervolgstappen. Gebiedsbescherming en houtopstanden • Het plangebied ligt op 3,3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Directe nega- tieve gevolgen worden vanwege deze ligging op voorhand uitgesloten. Indirecte (uitstralende) gevolgen (met uitzondering van stikstofdepositie) worden gezien deze afstand, de aard en omvang van de in- greep en de tussenliggende infrastructuur eveneens uitgesloten.

• Het plangebied grenst aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van de provincies Overijssel en Flevo- land. Het NNN bestaat hier uit een kanaal in Overijssel en een uitloper van het Kuinderbos in Flevoland. De functie wonen is op deze locatie niet hinderlijk voor de omliggende natuurfuncties. Significante (ex- terne) effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN zijn niet aan de orde. • De te vellen bomen in het plangebied vormen geen houtopstand die beschermd is onder de Wet na- tuurbescherming doordat deze geen deel uitmaken van een bosperceel van 10 of meer are of bomenrij. Echter kunnen wel gemeentelijke kapregels van toepassing zijn en is mogelijk een omgevingsvergunning nodig. Soortbescherming • In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Daarnaast treedt er door de werkzaamheden geen effecten op essentiële vliegroutes of foerageergebieden op. Wel kan er versto- ring optreden van (potentiële) verblijfplaatsen buiten het plangebied als gevolg van de werkzaamhe- den. • In het plangebied zijn geen nestlocaties of (essentieel) leefgebied van jaarrond beschermde vogelsoor- ten aangetroffen. Wel is broedbiotoop van algemene vogelsoorten zoals houtduif, merel, kauw, ekster en Turkse tortel te verwachten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden.

• In het plangebied zijn geen beschermde groeiplaatsen van planten of verblijfplaatsen van amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd soorten waarvoor vrij- stelling geldt in de provincie Overijssel. Advies en aanbeveling • Geadviseerd wordt om middels een AERIUS-berekening te (laten) onderzoeken of de stikstofemissies die vrijkomen in de aanlegfase en gebruiksfase bij uitvoering van het plan kunnen leiden tot een Samenvatting Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 02 toename van stikstofdepositie op hiervoor gevoelige habitats en leefgebieden van soorten binnen Na- tura 2000-gebieden. • Verstoring van (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen is te voorkomen door de werkzaamheden enkel tijdens daglicht uit te voeren en geen uitstralende lichtbronnen op potentiële verblijfplaatsen te richten, enkel lichtbronnen naar beneden te richten, of meer groen aan te planten tussen het bos en de woningen. • Er wordt geadviseerd om de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor de meeste te verwachten vogelsoorten kan de periode tussen 1 maart en 15 juli worden aange- houden als broedseizoen.

Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half novemb er worden opgestart, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren. Tijdens de broedvogelcontrole wordt bepaald of zich broe- dende vogels ophouden binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Bij het aantreffen van nesten van vogels wordt in overleg met een ecologisch deskundige bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd. Indien deze voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming voor algemeen voorkomende broedvogels aan de orde en vormt de aanwezigheid van broedende vogels geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Vervolgstap- pen voor vogels zijn niet aan de orde, mits rekening gehouden wordt met het broedseizoen. Zodoende vormt het onderdeel broedvogels geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 03 1.1 Aanleiding en doelstelling Gemeente Steenwijkerland heeft het voornemen om nieuwbouw te realiseren aan locatie Overhavendijk in Kuinre.

Wet- en regelgeving omtrent de bescherming van natuur verplicht vooraf te toetsen of plannen en projecten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. Bij dit plan wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. Uitvoering van de werkzaamheden gaat mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaarden. In opdracht van Gemeente Steenwijkerland heeft Ecogroen daarom een quickscan natuurtoets uitge- voerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten als gevolg van de realisatie van de voorgenomen ontwik- keling op aanwezige natuurwaarden. In voorliggend rapport worden de methodiek en de uitkomsten van deze toetsing beschreven. 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen Het plangebied betreft de locatie Overhavendijk in Kuinre. Deze locatie is gelegen aan de straat Kuinder- diep in Kuinre (zie figuur 1.1) en ligt nabij de grens tussen Flevoland en Overijssel. Het gebied bestaat gro- tendeels uit een grasweide met een kleine, niet jaarrond watervoerende, sloot aan de zuidzijde en grenst aan een kanaal aan de noordzijde (buiten het plangebied). Ook staan er twee bomen in het plangebied. Er bevinden zich verder geen andere groenstructuren zoals struiken in het plangebied. Impressies van het plangebied staan weergegeven in figuur 1.2. Het plangebied wordt jaarlijks eenmaal gemaaid.

Aan de noord- en oostzijde grenst de plangebied aan het kanaal en de dorpskern van Kuinre. Hier ligt ook een provinciale weg (N351) met een rotonde ter hoogte van het plangebied. Aan de zuidzijde van de plangebied ligt een straat (Kuinderdiep) geflankeerd door een sloot. De straat Kuinderdiep is doodlopend en vormt een bebouwingslint met 14 woonadressen. Ten zuiden van deze straat ligt een uitloper van het Kuinderbos. Ter hoogte van het plangebied bevindt zich een woning in het Kuinderbos. Aan de westzijde grenst de plangebied aan sportvelden. Gemeente Steenwijkerland is voornemens nieuwbouw te realiseren op de locatie. Het gaat in totaal om 12 (deels geschakelde) woningen (zie figuur 1.3). Omdat het plan nog niet concreet is, wordt ervan uitge- gaan dat het gehele grasveld wordt gebruikt als bouwvlak en de sloot wordt gedempt. Het kanaal aan de noordzijde en de hiernaast gelegen oeverzone blijven onaangetast. Ook wordt er vanuit gegaan dat de twee aanwezige bomen worden geveld. Het is onbekend hoe lang de werkzaamheden zullen duren en in welk deel van het jaar ze zijn gepland. 1. Inleiding Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 04 Figuur 1.1 Ligging plangebied te Kuinre (rood omlijnd). Bron achtergrondkaart: TopoRD. Figuur 1.2 Impressie foto’s plangebied. Rechtsonder: Beschoeid kanaal ten noorden van plangebied (geen onderdeel hiervan).

Bron foto’s: Ecogroen.

Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 05 Figuur 1.3 Overzicht plan nieuwe situatie (concept). Bron: Gemeente Steenwijkerland. 1.3 Leeswijzer De resultaten van het onderzoek zijn in voorliggende rapportage uitgewerkt. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader en de werkwijze van het onderzoek behandeld. De onderzoeksresultaten en beoordeling van effecten zijn opgenomen in hoofdstuk 3 (gebiedsbescherming & houtopstanden) en hoofdstuk 4 (soortbescherming). Tot slot worden in hoofdstuk 5 de geraadpleegde bronnen weergegeven.

Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 06 2.1 Wettelijk kader Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtop- standen. In voorliggende rapportage gaan we op al deze onderdelen in. In kader 2.1 wordt een samenvat- ting van de relevante wetteksten gegeven. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming (ook: Wnb) kent een zorgplicht voor natuur en soorten. De zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoe- den dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege of voorkomt de gevolgen. Dit laatste kan door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van (een maatregelen in het kader van) zorgplicht is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten.

Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijnge- bieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels. Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen en projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve gevolgen kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen significant negatieve gevolgen optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een ver- gunning voor een project niet nodig. Zijn significant negatieve gevolgen niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergun- ning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10.

Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). • Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor een ontheffing vereist kan zijn. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk.

Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer ervoor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een 2. Kader en werkwijze Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 07 minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken, aan welk wettelijk belang wordt voldaan en dat de staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar komt. Houtopstanden (hoofdstuk 4) Hoofdstuk 4 regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk.

Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de mel- ding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond. Toetsingskader bestemmingsplannen Ten behoeve van vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan dient (conform jurisprudentie 1) ten aanzien van Natura 2000 de Wet natuurbeschermingstoets uitgevoerd te worden. Deze is vastgelegd in artikel 2.7 lid 1 Wnb & artikel 2.8 lid 1 Wnb. Dit houdt kortweg in dat voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of (uitvoering van) het plan kan leiden tot mogelijk significant negatieve gevolgen op een Natura 2000-gebied. Volgens vaste jurisprudentie bestaat deze toets uit een vergelijking tussen de huidige feitelijke, planologisch legale situatie en de toekomstige maximale plansitu- atie. Ten aanzien van soortbescherming (Hoofdstuk 3, Wet natuurbescherming) is in de Wet natuurbescher- ming geen toetsingskader opgenomen ten aanzien van plannen. Voor soortbescherming wordt in het ka- der van plannen de uitvoerbaarheidstoets uitgevoerd, die volgt uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Met deze toets wordt de vraag of de beschermingsregimes uit de Wet natuurbescherming de uitvoer- baarheid van het plan in de weg staat beantwoord.

Vrij vertaald wordt bepaald of er een ontheffing nodig is en zo ja, of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing voor het project dat voortvloeit uit het be- stemmingsplan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro; Overheid, 2021) en uitgewerkt in provinciale verordeningen (in voorliggende situatie: Provincie Overijssel, 2022 en Provincie Flevoland, 2022). In het Barro staat dat bij provinciale ver- ordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen . De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen (of nabij) het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’ - afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is.

De provinciale regels over het NNN gelden in Overijssel alleen voor gronden ________________________________________________________________________________ 1 ECLI:NL:RVS:2020:2318 Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 08 binnen het NNN. In Flevoland kent de bescherming ook een zogeheten externe werking: o ntwikkelingen in en nabij het NNN mogen geen significant negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden, tenzij aangetoond wordt dat sprake is van groot openbaar belang, geen reële alternatieven aan- wezig zijn èn effecten worden voorkomen. Eventuele resteffecten moeten worden gecompenseerd. Ove- rigens is het ook als gevolg van jurisprudentie (201509359/1/R1) nodig -in het kader van goede ruimte- lijke ordening- te waarborgen dat een plan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aan- tast. 2.2 Onderzoeksmethode Literatuuronderzoek Om de aanwezige of te verwachten beschermde natuurwaarden binnen de invloedssfeer (<200 meter af- stand) van het plangebied in beeld te brengen is gestart met een literatuuronderzoek. Hierbij zijn onder andere bekende verspreidingsgegevens van beschermde soorten uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2023) en kaartviewers (zie voor een volledig overzicht de geraadpleegde bronnen in hoofd- stuk 5) geraadpleegd.

Bij raadpleging van de NDFF is rekening gehouden met de (juridische) houdbaar- heid van gegevens (ongeveer 3 tot 5 jaar). Oudere waarnemingen geven een beeld van de ecologische potenties van het gebied. Ook is door het raadplegen van de atlas van de provincie Overijssel bepaald of het plangebied in de nabijheid van Natura 2000-gebieden ligt. Quickscan veldbezoek De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 23 au- gustus 2023 (droog, licht bewolkt, weinig wind en 19 ֯C) is uitgevoerd door een ecoloog van Ecogroen. Tij- dens het veldbezoek zijn het plangebied en directe omgeving (radius van 100 meter, bestaande uit bo- men, struiken, nabij gelegen (voor)tuinen, hagen en coniferen) onderzocht. Hierbij is aandacht besteed aan (potenties voor) beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming en mogelijke relaties tussen het onderzoeksgebied en beschermde gebieden. Analyse en effectbeoordeling Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldbezoek is beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn en is bepaald of het plangebied gelegen is in of nabij beschermde gebie- den. Vervolgens is op basis van het project bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten, gebieden en houtopstanden en of vervolgstappen (zoals nader onderzoek, ontheffing- dan wel vergunningsaanvraag) vereist zijn.

Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 09 3.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebie- den is de Weerribben op ongeveer 3,3 kilometer afstand (zie figuur 3.1). Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 5 kilometer afstand. Doordat het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000- gebieden ligt, zijn directe negatieve gevolgen (zoals oppervlakteverlies) op voorhand uitgesloten. Indi- recte (uitstralende) gevolgen door bijvoorbeeld licht, geluid en trillingen – met uitzondering van stikstof- depositie – worden gezien de aard van het plan en de afstand tot Natura 2000-gebieden eveneens uitge- sloten. Stikstofdepositie kan op grote afstand (>10 km) van de bron negatieve gevolgen veroorzaken op stikstof- gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten. Gezien de afstand tot Natura 2000-gebied(en) en de aard van het plan en hierop volgende gebruik van de woningen kunnen effecten als gevolg van stikstofde- positie tijdens de uitvoerings- en gebruiksfase niet uitgesloten worden. Uitvoering van het plan kan leiden tot een toename van stikstofdepositie in omliggende natura 2000 -ge- bieden. Een teveel aan stikstof kan leiden tot verzuring en vermesting van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Natura 2000-gebied(en).

Geadviseerd wordt om middels een AERIUS-berekening te (laten) onderzoeken of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op hiervoor gevoelige habitats en leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebieden. Figuur 3.1 Ligging van het plangebied (aangegeven in het rood) ten opzichte van Natura 2000 gebied Weerribben (aangegeven met het lichtgroene vlak). Bron achtergrondkaart: Natura2000. 3. Gebiedsbescherming en houtopstanden Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 10 3.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied grenst aan het Natuurnetwerk Nederland van de provincies Overijssel en Flevoland (zie figuur 3.2). NNN Overijssel Het plangebied grenst aan een uitloper van het bevaarbare kanaal dat door Kuinre loopt. Dit kanaal is on- derdeel van het NNN (Provincie Overijssel, 2022) en aangeduid als bestaande natuur (water). De provinci- ale regels van Overijssel over het NNN gelden alleen voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN , waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Daarvan is hier geen sprake. Jurisprudentie dicteert dat dan moet worden getoetst in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Dat betekent dat naastgelegen functies elkaar niet mogen hinderen. In deze situatie dient daarom getoetst te worden of de functie ‘woningen’ van het plangebied de functie ‘natuur’ van het aangrenzende kanaal hin- dert.

Bij voorliggend plan blijven het kanaal en de hiernaast gelegen oeverzone onaangetast. De functies woningbouw een natuur hinderen elkaar hier niet. Zo is er geen sprake van aantasting van de samenhang, robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN. Hierom is het nemen van vervolgstappen niet aan de orde. NNN Flevoland De ontwikkeling bevindt zich tevens nabij een deel van het Kuinderbos rond de Hopweg. Het Kuinderbos valt onder het NNN in Flevoland. De provinciale regels van Flevoland dicteren dat er geen externe werking mag optreden als gevolg van de uitvoering van het plan (in tegenstelling tot in Overijssel). Het plan mag zodoende geen significante effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van dit gebied (zie kader 3.1). Kader 3.1 Wezenlijke kenmerken en waarden Kuinderbos 1) Variatie in bodemtype (o.a. kalkhoudende en venige bodems) in combinatie met kwelinvloed resulterend in ge- schikte omstandigheden voor specifieke planten, paddenstoelen en mossen. 2) Kerngebied voor bos- en struweelvogels, boszoogdieren en vleermuizen. 3) Leefgebied voor ringslang, vlinders en (laagveen)libellen. Lokale wezenlijke kenmerken en waarden: 4) Aanwezigheid van droge en vochtige heide en zwak gebufferde vennen met specifieke plantensoorten en fauna. Van ruimtebeslag of fysieke effecten op het bosgebied is bij voorliggend plan geen sprake.

Effecten op de variatie in bodemtypen en vegetaties zijn zodoende niet aan de orde. Externe effecten van woningbouw kunnen worden veroorzaakt door verstorende effecten van licht, geluid en menselijke aanwezigheid. Be- paalde zoogdieren en vogels zijn hiervoor gevoelig. Soorten als ringslang, libellen en vlinders zijn hiervoor niet of nauwelijks gevoelig. Gezien de ligging van de plangebied en de bestaande inrichting en gebruik van de directe omgeving (wo- nen, infrastructuur en sportvelden) heeft de beoogde woningbouw geen wezenlijke (extra) verstorende Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 11 effecten op het bosgebied tot gevolg. De aanwezige bosrand voorkomt daarbij dat visuele effecten van licht en beweging het bos binnen dringen. Effecten op de waarde van het boscomplex als kerngebied voor bos- en struweelvogels, boszoogdieren en vleermuizen en als leefgebied voor ringslang, vlinder s en (laag- veen)libellen zijn niet aan de orde. Van significatie effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Kuinderbos is bij voorliggend plan geen sprake. Hierom is het nemen van vervolgstappen niet aan de orde. Figuur 3.2 Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (groen) De provinciegrens is aangege- ven in het blauw met Overijssel in het noorden en Flevoland in het zuiden.

Kaart: atlasleefomgeving.nl 3.3 Houtopstanden In het plangebied zijn twee solitaire bomen aanwezig. Deze bomen vormen geen houtopstand die be- schermd is onder de Wet natuurbescherming, omdat ze geen deel uitmaken van een bosperceel van 10 of meer are of bomenrij. Zodoende staat het onderdeel houtopstanden van de Wet Natuurbescherming de wijziging van het bestemmingsplan niet in de weg. Wel gelden mogelijk gemeentelijke (kap)regels zoals een melding, herplantplicht, vergunningplicht en/of compensatie bij kapwerkzaamheden.

Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 12 4.1 Flora In en nabij het plangebied zijn in het veld en hiernaast gelegen bermen alleen algemene plantensoorten aangetroffen, zoals grote brandnetel, gewone smeerwortel, dagkoekoeksbloem, zevenblad, kropaar, flui- tenkruid, robertskruid en hondsdraf. Tijdens het veldbezoek zijn geen in de Wet natuurbescherming be- schermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden er op basis van de terreinkenmerken en beschik- bare verspreidingsgegevens (NDFF, 2023) ook niet verwacht. Vervolgacties voor beschermde planten zijn hier zodoende niet aan de orde. 4.2 Zoogdieren Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 4.2). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven. Kader 4.2 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren.

Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoor- beeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve struc- turen ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foe- rageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridi- sche bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie. Verblijfplaatsen In het plangebied bevindt zich geen bebouwing. Het gebied is daardoor ongeschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten. In de twee bomen in het plangebied ontbreken geschikte holten of kieren om als verblijfplaatsen voor boombewonenende vleermuizen te dienen. In het plangebied zijn zodoende geen (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Ten zuiden van het plangebied zijn bomen in de bosrand van het Kuinrebos die wél geschikt zijn als vaste verblijfplaatsen van vleermuizen door geschikte holten en spleten. Door het plan gaan deze of andere (potentiële) verblijfplaatsen niet verloren.

Verstoring van de (potenti- ele) verblijfplaatsen is tijdens de aanlegfase vrijwel alleen te verwachten door het gebruik van verlichting 4. Soortbescherming Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 13 tijdens de werkzaamheden. Deze verstoring is te voorkomen door de werkzaamheden enkel tijdens dag- licht uit te voeren en geen uitstralende lichtbronnen op potentiële verblijfplaatsen te richten . In de ge- bruiksfase is deze vorm van verstoring te voorkomen door enkel lichtbronnen aan te brengen die naar be- neden richten, gen lichtbronnen te richten op de bosrand, of meer groen aan te planten tussen het bos en de woningen. Indien deze adviezen worden gevolgd zijn vervolgstappen ten aanzien van verblijfplaat- sen van vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Vliegroutes en foerageergebieden Door de aanwezigheid van opgaand groen, bos/bomenranden en het kanaal in en grenzend aan het plan- gebied is het mogelijk dat deze functioneren als foerageergebied en mogelijk ook als vliegroute tussen verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving en een nabijgelegen foerageergebied. Van essentieel foerageergebied en vliegroutes is geen sprake omdat in de omgeving genoeg alternatieve foe rageerge- bieden en vliegroutes aanwezig zijn.

Bovendien worden de bomenlanen grenzend aan het plangebied niet aangetast of verwijderd en blijven geschikt als vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen tijdens en na afloop van de werkzaamheden. Daarnaast wordt er ook nieuw foerageergebied gecreëerd door aanleg van tuinen. Wel dient tijdens de bouw en het gebruik van het plangebied rekening te worden gehouden met verlichting, om verstoring van vliegroute(s) en foerageergebied te voorkomen. Verstoring kan alleen optreden in de actieve periode van vleermuizen: ca. april t/m oktober en tussen zonsondergang en -op- gang. In deze periode dient bouwverlichting bij voorkeur uitgeschakeld te worden. Indien dit niet mogelijk is dient de verlichting naar beneden gericht te worden en/of afgewend te worden van groenstructuren. In de gebruiksfase dient spaarzaam om te worden gegaan met permanente verlichting, om zoveel mogelijk lichtverstrooiing (en daarmee verstoring) te voorkomen, door bijvoorbeeld verlichting af te planten met hagen en struiken. Het beoogde plan heeft geen negatieve gevolgen voor (onmisbare) foerageergebieden en vliegroutes. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes of foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde. Egel Binnen het plangebied is leefgebied van egel aanwezig. Het gehele plangebied is geschikt als foerageerge- bied voor egel, vooral wanneer de vegetatie lange tijd niet is gemaaid.

Het projectgebied is echter niet geschikt als verblijfplaats voor egel doordat de vegetatie enkel grassen betreft en geen dichtbegroeide struiken, bossen of andere dichte vegetatie. Hierdoor is bij uitvoering van het plan enkel sprake van ver- lies van foerageergebied van egel. Dit betreft echter geen essentieel foerageergebied aangezie n en ruim voldoende alternatief in de omgeving aanwezig is. Vervolgstappen ten aanzien van egel zijn niet aan de orde. Marterachtigen Binnen het plangebied is leefgebied van marterachtigen aanwezig. Het gehele plangebied is geschikt als foerageergebied voor deze soorten, vooral wanneer de vegetatie lange tijd niet is gemaaid. Het plange- bied is echter niet geschikt als verblijfplaats voor deze soorten doordat de vegetatie enkel grassen betreft en geen dekking biedt door bijvoorbeeld dichtbegroeide struiken, bossen of andere dichte vegetatie. Hierdoor is bij uitvoering van het plan enkel sprake van verlies van foerageergebied van marterachtigen. Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 14 Dit betreft echter geen essentieel foerageergebied aangezien en ruim voldoende alternatief in de omge- ving aanwezig is. Vervolgstappen ten aanzien van marterachtigen zijn niet aan de orde.

Overige zoogdieren Op basis van habitateisen, terreinkenmerken, het veldbezoek en verspreidingsgegevens worden verblijf- plaatsen van zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren zonder provinciale vrijstelling (zoals eekhoorn) uitgesloten. Wel zijn binnen en in de directe omgeving van het plangebied vaste verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdiersoorten, zoals huisspitsmuis, bosspitsmuis en bosmuis, met provinciale vrijstelling te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad wor- den. In voorliggende situatie geldt in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. 4.3 Vogels Bij vogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime (zie kader 2.1). Van veel vogels zijn de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aan- tal vogelsoorten geldt dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (ka- der 4.3).

Kader 4.3 Vogels met jaarrond beschermde nesten Onder jaarrond beschermde nesten van vogels wordt in provincie Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boeren- zwaluw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige an- dere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat recht- vaardigen. Vogels met jaarrond beschermde nesten Binnen het plangebied en in de directe nabijheid (100 meter) zijn geen jaarrond beschermde nestlocaties van vogels aangetroffen en deze worden gezien de actuele verspreidingsgegevens (NDFF, 2023) ook niet verwacht. Wel zijn in de directe nabijheid (100 meter) van het plangebied waarnemingen bekend van huismus en gierzwaluw bij woningen en erven (NDFF, 2023). Deze soorten nestelen in bebouwing. Het plangebied be- staat enkel uit een grasveld met twee kleine bomen zonder nesten, waardoor het beperkt geschikt is als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten. Wellicht zou het plangebied gebruikt kun- nen worden door buizerd, torenvalk of kerkuil als foerageergebied.

Dit betreft echter geen essentieel foe- rageergebied door de relatief beperkte oppervlak van het plangebied en de ruime hoeveelheid alterna- tief foerageergebied in de omgeving. Door het plan gaan geen nestplaatsen verloren en worden ook geen Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 15 nestplaatsen verstoord. Vervolgstappen voor vogels met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Overige vogels Doordat het plangebied bestaat uit een grasveld waarvan de vegetatie soms hoog kan zijn, het plangebied twee bomen bevat en er boslanen aangrenzend zijn is binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten als houtduif, ekster, heggenmus, roodborst, winter- koning, merel en Turkse tortel. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Verstoren is echter alleen verboden wanneer de sto- ring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort. Voor de te verwachten soorten kan verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding (altijd) worden voorkomen door te werken buiten het broedseizoen. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehan- teerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen.

Daarmee is het dus van belang of een broedgeval wordt beschadigd of verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen 1 maart en 15 juli worden aangehouden als broedseizoen. Soorten zoals houtduif en Turkse tortel kunnen tot in november broedsels beginnen, maar ook al voor maart starten met nestelen. Daarom wordt geadviseerd – zeker wanneer werkzaamheden binnen de periode van half februari tot half novem- ber worden gestart - om een broedvogelcontrole uit te voeren. Tijdens de broedvogelcontrole wordt be- paald of zich broedende vogels ophouden binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Bij het aantref- fen van nesten van vogels wordt in overleg met een ecologisch deskundige bepaald hoe de werkzaamhe- den op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescherming kunnen worden uitge- voerd. Indien deze voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming voor algemeen voorkomende broedvogels aan de orde en vormt de aan- wezigheid van broedende vogels geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. 4.4 Amfibieën Aangezien de sloot in het plangebied niet het gehele jaar watervoerend is, wordt voortplanting van amfi- bieën binnen het plangebied uitgesloten.

Wel kan voortplanting in het kanaal aangrenzend aan het plan- gebied worden verwacht, hetzij beperkt vanwege beschoeiing en aanwezigheid van vis (predatie). Op ba- sis van het veldbezoek, terreinkenmerken, habitateisen en verspreidingsgegevens (NDFF, 2023) wordt overwintering, voorplanting en foerageren van de in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën zonder provinciale vrijstelling (zoals poelkikker , heikikker en knoflookpad) uitgesloten. Wel zijn in het projectgebied voortplantings- en/of overwinteringsverblijfplaatsen van enkele algemeen voorkomende amfibieën, zoals bruine kikker en gewone pad te verwachten, bijvoorbeeld in muizenholen. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel een vrijstelling van de Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 16 verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming. Vervolgstappen ten aanzien van de amfibieën zijn niet aan de orde. 4.5 Overige soortgroepen Op basis van de veldinformatie, terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2023) worden in het plangebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van overige beschermde soortgroepen uit de Wet natuurbescherming.

Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor deze overige soortgroepen. Quickscan natuurtoets realisatie nieuwbouw Overhavendijk, Kuinre 17 Literatuur N.A. Internet NDFF (2023). (https://ndff-ecogrid.nl). Laatste raadpleging op 1 oktober 2023. Provincie Flevoland (2022) Omgevingsverordening Flevoland (http://www.flevoland.nl/wat-doen-we/ omgeving/omgevingsverorde- ning-flevoland) Provincie Overijssel (2022) Omgevingsverordening (https://www.overijssel.nl/onderwerpen/omgeving/omgevingsvisie-overijs- sel/omgevingsverordening) 5. Geraadpleegde bronnen bestemmingsplan Kuinre, Overhavendijk Oostzijde Bijlage 4 Aerius-berekening Bijlagen bij de toelichting (ontwerp) 151 September 2023 Definitief AERIUS-Berekening Kuinre, Overhavendijk Oostzijde AERIUS-Berekening Overhavendijk Oostzijde, Kuinre Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 1 AERIUS-BEREKENING OVERHAVENDIJK OOSTZIJDE, KUINRE Auteur: BJZ.nu Status: Definitief Datum: 22 september Versie: 1

AERIUS-Berekening Overhavendijk Oostzijde, Kuinre Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 2 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 VOORGENOMEN ONTWIKKELING ....................................................... 4 HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 5 3.1 ALGEMEEN ............................................................................................................................................... 5 3.2 AANLEGFASE ............................................................................................................................................. 5 3.3 GEBRUIKSFASE ........................................................................................................................................... 6 HOOFDSTUK 4 RESULTATEN & CONCLUSIE .............................................................. 8 4.1 AANLEGFASE ............................................................................................................................................. 8 4.2 GEBRUIKSFASE ...........................................................................................................................................

8 4.3 CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 8 BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING ...................................................................... 9 BIJLAGE 1 REKENRESULTATEN AANLEGFASE ............................................................................................................... 9 BIJLAGE 2 REKENRESULTATEN GEBRUIKSFASE ........................................................................................................... 10 AERIUS-Berekening Overhavendijk Oostzijde, Kuinre Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 3 HOOFDSTUK 1 INLEIDING Deze AERIUS-berekening heeft betrekking op de onbebouwde gronden aan de Overhavendijk in de kern Kuinre (gemeente Steenwijkerland). De wens van de initiatiefnemer is om op deze locatie 12 grondgebonden woningen te realiseren. Aangezien het plangebied in de huidige situatie onbebouwd is, is er geen sprake van sloop ten behoeve van het voornemen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in Kuinre (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in Kuinre en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: Plattekaart.nl, bewerkt) Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is inzicht in de te verwachten effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 202 2. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS-berekening gegeven.

AERIUS-Berekening Overhavendijk Oostzijde, Kuinre Definitief BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 4 HOOFDSTUK 2 VOORGENOMEN ONTWIKKELING Het project betreft een woningbouwontwikkeling waarbij 12 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. Concreet gaat het om vier rijwoningen, zes twee-onder-één-kap woningen en twee vrijstaande woningen. Het betreft gasloze bebouwing. Tevens worden bij de woningen behorende tuinen en parkeerplaatsen gerealiseerd. In de huidige situatie is het plangebied onbebouwd, er is dus geen sprake van sloop ten behoeve van het voornemen. In afbeelding 2.1 is ter impressie een voorlopige situatieschets van de gewenste situatie weergegeven. Afbeelding 2.1 Situatieschets gewenste situatie (Bron: Ontwikkelaar)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/078855b8-cf49-4410-a517-f06546cd21d4?agendaItemId=564ed413-8c78-4129-b408-6045707fe66b