Klimaat- en Duurzaamheidsambities Steenwijkerland
Tekst van het document
Hittestress kan met name optreden bij kwetsbare groepen als ouderen en kinderen. Voldoende koele verblijfsplekken zijn belangrijk. Dit kan worden gerealiseerd door bomen of het afstemmen van verblijfsplekken op de beschaduwing van gebouwen. Daarnaast dragen aanpassingen zoals een groen dak of gevel hier ook aan bij. Droogtebestendig Droogte kan leiden tot bodemdaling, overstromingen en funderings- problemen, maar ook tot schade bij natuur en stedelijk groen. Een gezonde met vegetatie bedekte bodem met planten en bomen heeft een sponswerking en gaat droogte tegen. Overstromings- bestendig Bij een oplopende temperatuur stijgt de zeespiegel. Op het gebied van waterveiligheid bestaat, ondanks grote projecten (bijvoorbeeld dijkversterking), er nog een kans op overstromingen. Er zijn aanvullende gevolgbeperkende maatregelen gewenst. KLIMAATADAPTATIE 25 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland Landelijk beleid Het Nationaal Deltaprogramma en de Nationale Klimaatadaptatiestrategie vormen de basis voor regionaal en lokaal beleid. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) van het Rijk hebben overheden en het bedrijfsleven de ambitie uitgesproken om klimaatadaptatie vanaf 2020 te verankeren in het denken en handelen, met als doel een klimaatrobuust Nederland in 2050. Dit landelijke beleid is regionaal vertaald binnen de werkregio Fluvius.
Daarnaast zijn er twee relevante kamerbrieven. De eerste kamerbrief gaat over ‘Rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening’ (november 2022) waarbij het kabinet heeft aangegeven dat water en bodem sturend moeten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land; we moeten ons aanpassen aan wat het water- en het bodemsysteem aan kan. Water en Bodem sturend is daarom het nieuwe motto voor alles wat met ruimtelijke inrichting te maken heeft. Voor Steenwijker- land krijgt water en bodem sturend regionale invulling vanuit de werkregio Fluvius. De tweede kamerbrief gaat over ‘Landelijke maatlat voor een groene, klimaat- adaptieve gebouwde omgeving’ (maart 2023). Deze maatlat maakt duidelijk hoe klimaatadaptief nieuw bouwen en inrichten van de leefomgeving eruitziet. Het instrument beschrijft doelen en prestatie-eisen, en geeft richtlijnen voor de thema’s wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en gevolg- beperking overstromingen. De maatlat schrijft geen specifieke maatregelen voor, daardoor blijft er regionaal en lokaal ruimte voor maatwerk.
Regionaal Onder het regionale samenwerkingsverband Fluvius werken het Waterschap Drents Overijsselse Delta, Provincie Overijssel, Provincie Drenthe, gemeente Meppel, gemeente de Wolden-Hoogeveen, gemeente Midden-Drenthe, gemeente Westerveld en gemeente Steenwijkerland samen aan de klimaattaken uit de Regionale Adaptatiestrategie en Uitvoeringsagenda 2022-2027. Doel van de regionale adaptatiestrategie is een veilige, gezonde, aantrekkelijke en economisch robuuste regio ondanks de verwachte klimaatverandering en -extremen in 2050 (hevige neerslag, langdurige droogte, extreme hitte en overstromingsrisico’s). In de uitvoeringsagenda staan alle doelen en maatregelen waarmee de werkregio Fluvius de komende jaren gezamenlijk aan de slag gaat. Lokaal beleid Er zijn twee beleidsdocumenten vastgesteld binnen de gemeente die relevant zijn voor klimaatadaptatie. De eerste is de Lokale Adaptatiestrategie en Uitvoerings- agenda (LAS/LUA) 2023-2027. Dit document is een verdieping en uitwerking van de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) die door de werkregio Fluvius is opgesteld. Daarin is een lokale vertaling gemaakt van de klimaatthema’s: (1) wateroverlast, (2) hitte, (3) droogte en (4) overstromingen. Vanuit de klimaatstresstesten, risicodialogen en een uitgebreid participatieproces zijn de kwetsbaarheden van Steenwijkerland naar boven gekomen.
Aan de hand van de risicodialogen is bepaald welke risico’s we wel en niet accepteren. In de uitvoeringsagenda staat welke kwetsbaarheden we wanneer aanpakken en met wie. In de LAS/LUA zijn strategische doelen en operationele doelen vastgelegd. De operationele doelen gelden tot 2027 en de strategische doelen tot 2050 (zie ‘Ambities Steenwijkerland’). Het tweede relevante document is het Riolering en Water Programma 2023-2028. Hierin wordt aangegeven hoe Steenwijkerland invulling geeft aan de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. In de planperiode 2023-2028 ligt het accent op klimaatadaptatie, met name op het beter omgaan met extreme buien. Het beleid is erop gericht hemelwater zoveel mogelijk te scheiden van afvalwater en te infiltreren of te lozen nabij de plek waar het valt, voor zover de lokale omstandigheden dit toelaten. Naast deze beleidsdocumenten is er voor Steenwijkerland een online klimaatatlas ontwikkeld, hierin worden de gevolgen van klimaatverandering op de kaart gepre- senteerd. Mede op basis hiervan kunnen lokale opgaven worden gekwantificeerd. Tenslotte is in 2023 de stimuleringsregeling Klimaatadaptatie (tuinsubsidie) vast gesteld. Met deze subsidie stimuleert de gemeente inwoners en ondernemers klimaat adaptieve maatregelen te nemen.
Deze maatregelen kunnen helpen de tuin koel te houden en wateroverlast te verminderen. KLIMAATADAPTATIE 26 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland Hoe staan we ervoor in Steenwijkerland? Om te komen tot de LAS/LUA zijn de volgende acties uitgevoerd: • Risico’s en kwetsbaren zijn in beeld gebracht (2021): In 2021 zijn voor extreme hitte, wateroverlast, overstromingsrisico en droogte de risico’s in beeld gebracht. Dit alles is terug te vinden in de klimaatatlas. Dit is vertaald naar Steenwijkerland in een overzicht van gebieden die zonder aanpassingen risico lopen. • 2021-2022: Risicodialoog en strategie: Op basis van het overzicht van verwachte effecten van klimaatverandering binnen de gemeente zijn tijdens een uit- gebreid participatieproces verschillende interne en externe risicodialogen gevoerd. • 2023: Vaststelling Lokale Adaptatiestrategie en Uitvoeringsagenda 2023-2027 (LAS/LUA): Aan de hand van de in beeld gebrachte kwetsbaarheden en de risicodialogen is de LAS/LUA opgesteld en in het voorjaar van 2023 vastgesteld. Ambities Steenwijkerland “Steenwijkerland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust” In 2050 is Steenwijkerland klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. We streven naar een veilige, gezonde, aantrekkelijke en economisch vitale gemeente.
We zien kansen in het verbinden van de water- en/of klimaatopgaven met ruimtelijke en economische opgaven, zodat water kan werken als motor voor ontwikkeling en als kwaliteitsimpuls. Daarvoor zetten we in op de volgende strategische thema’s (LAS/LUA 2023-2027): • Leefbare steden en dorpen: We richten onze fysieke leefomgeving klimaat- bestendig en waterrobuust in en betrekken daar de samenleving bij. • Klimaatbestendige ruimtelijke ontwikkelingen: Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen houden we rekening met het extreme weer van de toekomst. • Betrokken en actieve mensen: We zorgen er daarom voor dat onze inwoners en ondernemers bewuster zijn van de gevolgen van klimaatverandering en dat ze meer bereidheid tonen om adaptieve maatregelen te nemen. • Adaptief landelijk gebied: We streven naar een toekomstbestendiger buiten- gebied voor landbouw, natuur en recreatie, door kansen en kwetsbaarheden van klimaatverandering te agenderen bij relevante netwerken en samen- werkingen in het landelijke gebied. • Robuuste vitale functie: We willen onze eigen vitale functies beter beschermen tegen extreem weer en zorgen voor meer bewustwording van de risico’s bij belangrijke eigenaren van vitale functies.
KLIMAATADAPTATIE 27 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland Bouwstenen Doelstellingen en/of afspraken Jaar Waterrobuust Steenwijkerland is waterrobuust ingericht waarbij hevige neerslag niet leidt tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027) 2050 Het waterrobuust inrichten van de openbare ruimte is integraal opgenomen in gemeentelijke beleid (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027). 2023 Betrokken inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners hebben kennis van de kwetsbare gebieden en weten ze wat zij kunnen doen bij wateroverlast (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027). 2024 Alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden waterrrobuust ingericht op basis van een basisveiligheidsniveau en actuele landelijk geldende richtlijnen (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027 en Maatlat Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving 2023). 2024 Water en bodem zijn sturend bij alle ruimtelijke ontwikkelingen (NIEUW, benoemd in werkregio Fluvius en Kamerbrief Water en Bodemsturend, november 2022). 2024 Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027).
2050 Hittebestendig Het hittebestendig inrichten van de openbare ruimte is integraal opgenomen in gemeentelijk beleid (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027). 2023 Betrokken inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners hebben kennis van de kwetsbare gebieden en weten ze wat zij kunnen doen bij hitte (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027). 2024. Alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden hittebestendig ingericht op basis van een basisveiligheidsniveau en actuele landelijk geldende richtlijnen (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027 en Maatlat Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving 2023). 2024 Langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen groen, water en vitale of kwetsbare functies (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027) 2050 Bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027 en Maatlat Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving 2023). 2050 Droogtebestendig Het droogtebestendig inrichten van de openbare ruimte is integraal opgenomen in gemeentelijk beleid (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027). 2023 Hebben we inzicht in de mogelijkheden voor het vasthouden van water op de hoge zandgronden (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027).
2023 Alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden droogtebestendig ingericht op basis van een basisveiligheidsniveau en actuele landelijk geldende richtlijnen (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027 en Maatlat Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving 2023). 2024 Overstromings- bestendig Betrokken inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners hebben kennis van de kwetsbare gebieden en weten ze wat zij kunnen doen bij droogte (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027). 2024 Water en bodem zijn sturend bij alle ruimtelijke ontwikkelingen (NIEUW, benoemd in werkregio Fluvius en Kamerbrief Water en Bodemsturend, november 2022). 2024 De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen in buitendijks gebied, vanuit het regionale watersysteem en door dijkdoorbraken (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027). 2050 Het overstromingsbestendig inrichten van de openbare ruimte is integraal opgenomen in gemeentelijk beleid (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027). 2023 Alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden overstromingsbestendig ingericht op basis van een basisveiligheidsniveau en actuele landelijk geldende richtlijnen (LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027 en Maatlat Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving 2023). 2024 Betrokken inwoners, ondernemers en andere gebiedspartners hebben kennis van de kwetsbare gebieden en weten ze wat zij kunnen doen bij overstromingen.
(LAS/LUA Steenwijkerland 2023-2027). 2024 KLIMAATADAPTATIE 28 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland 3.5 Biodiversiteit Waarom belangrijk? De afgelopen decennia is de biodiversiteit (de verscheidenheid aan plant- en diersoorten) sterk afgenomen. Wereldwijd verdween en verdwijnt kwetsbare flora en fauna. De afname van biodiversiteit begint zich nu zelfs onder algemene soorten te openbaren. Dit is erg zorgelijk. De natuur levert diensten en producten die belangrijk of zelfs onmisbaar zijn voor ons bestaan op aarde. Deze diensten worden ecosysteemdiensten genoemd. In dit kader is ook aandacht nodig voor natuur in bebouwd gebied. Dit biedt kansen om de kwaliteit van de leefomgeving te vergroten (aantrekkelijk én gezond), effecten van klimaatverandering te beperken (verdroging, water- overlast, hittestress) en ruimte voor sport, beweging en ontspanning. De aanwezigheid van een gezond functionerend ecosysteem in de kernen van Steenwijkerland, met ruimte voor water en groen heeft veel positieve effecten. Het draagt bij aan geluidsisolatie, vermindering van luchtvervuiling, verbetering van de waterbergingscapaciteit, vastgoedwaarde stijging, bestuiven van gewassen, beperken van plaaginsecten, verminderen van hitte, koolstofbinding (CO2) en meer biodiversiteit.
Bovendien levert meer groen een positieve bijdrage aan de gezondheid van de inwoners van steden en dorpen, zowel fysiek als mentaal, en bevordert het sociale contacten. Kortom: een natuur-inclusieve inrichting kan een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van actuele maatschappelijke opgaven, zoals klimaatmitigatie en -adaptatie, koolstofbinding, (drink)waterkwaliteit, biodiversiteitsherstel en een gezonde leefomgeving. Bouwstenen Soorten bescherming Om de meest kwetsbare plant- en diersoorten in Nederland te beschermen, zijn activiteiten als het doden, verwijderen, vangen of verstoren van deze dieren en/of hun nesten of verblijfplaatsen verboden en is het verwijderen of beheersen van invasieve exoten noodzakelijk. Om soorten verder te beschermen en te versterken is het daarbij belangrijk de leefomgeving -habitats- voor soorten te verbeteren. De nadruk ligt op beschermde en inheemse soorten en (variatie in) de toepassing van groen en water. Groenblauwe netwerken Een groenblauw netwerk is een netwerk van aaneengesloten gebieden van water en groen die met elkaar worden verbonden door verbindings zones. Deze groenblauwe netwerken spelen een grote rol in het behouden en verbeteren van biodiversiteit. Het is van belang dat er rekening wordt gehouden met ecologische aspecten, zoals de verschillende bodemtypen, vegetatie en populaties.
Door goed gebruik te maken van natuurlijke systemen (bodem en water) ontstaan robuuste zones die weersextremen opvangen, natuurwaarden toevoegen en koolstof (CO2) binden. Ecologisch kwalitatief groen en water Veel verschillende soorten en typen (inheems) groen in de stad zorgen voor een hogere soortenrijkdom. Hoe gevarieerder het aanbod aan groen, des te meer leven. Naast dat het ook een hogere belevings- en gebruikswaarde biedt. Insecten en een gevarieerd aanbod aan groen scheppen een voedselbron voor vogels en andere dieren. Ecologisch en kwalitatief groen wordt het best beheerd door aandacht en ruimte te bieden aan de natuurlijke processen die van oorsprong thuishoren in een gebied. Een goed ecologisch systeem (natuurlijk water- en bodemsysteem met bijbehorende inheemse vegetatie) ontwikkelt zichzelf en wordt steeds beter, meebewegen met natuurlijke processen bespaart energie en grondstoffen. Schadelijke stoffen beperken Stoffen zoals fijnstof, stikstof, fosfaat en pfas kunnen schadelijk zijn voor mens en natuur. Ze kunnen in de voedselketen belanden waardoor planten, dieren en mensen ze opnemen en natuurlijke processen in ecosystemen negatief beïnvloed worden. Bij risico’s zijn soms specifieke maatregelen vereist.
BIODIVERSITEIT 29 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland Internationaal beleid Verdrag van Montreal (2022) Het Biodiversiteitsverdrag is door 196 landen ondertekend. Het is daardoor één van de breedst gesteunde internationale milieuverdragen. Ook de Europese Unie, inclusief Nederland, heeft het verdrag ondertekend. Met hun handtekening committeren landen zich om biodiversiteit te behouden, duurzaam gebruik te maken van biodiversiteit, en de kosten en opbrengsten uit biodiversiteit eerlijk tussen landen te verdelen. Het verdrag is essentieel om de klimaatcrisis, voedsel- en waterschaarste tegen te gaan en om de kans op toekomstige pandemieën te verkleinen. Daarnaast is het van vitaal belang voor het bereiken van Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Europees natuurbeleid Het Europees natuurbeleid is het resultaat van verschillende verdragen en gericht op het beschermen van biodiversiteit en waardevolle habitats binnen de Europese Unie. De belangrijkste instrumenten van dit beleid zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn, die samen het Natura 2000-netwerk van beschermde gebieden vormen. Vogelrichtlijn (1979) Deze richtlijn is bedoeld om alle in het wild levende vogelsoorten en hun habitats in de Europese Unie te beschermen. Het stelt de lidstaten in staat speciale beschermingszones aan te wijzen, met name voor migrerende soorten en voor soorten die in gevaar zijn.
Habitatrichtlijn (1992) De Habitatrichtlijn kent een ruimere opzet en omvat diverse dieren, planten en leefgebieden. Ze streeft ernaar de biodiversiteit in de EU te beschermen door het conserveren, herstellen en indien nodig ontwikkelen van habitats en soorten die voor de gemeenschap van belang zijn. Dankzij deze richtlijn zijn er Speciale Beschermingszones (SBZ’s) en Speciale Conservatiegebieden (SGC’s) in het leven geroepen. Deze gebieden maken deel uit van het Natura 2000-netwerk. Europese exotenverordening (2014) De Europese exotenverordening geeft aan dat binnenkomst en verspreiding van uitheemse soorten – invasieve exoten – die ecosystemen, habitats of andere inheense soorten bedreigen voorkomen moet worden. Als er toch invasieve soorten aanwezig zijn, moeten ze beheerst of uitgeroeid worden. De soorten waar het om gaat staan op de zogenaamde Unielijst. Landelijk beleid Omgevingswet (2023) Bovengenoemde Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en EU-exotenverordening vloeien voort in onze nationale Omgevingswet. Besluit kwaliteit leefomgeving en Besluit activiteiten leefomgeving (2023) In beide besluiten staan verder gespecificeerde bepalingen waarbij exoten en verwilderde dieren te beheerst of uitgeroeid dienen te worden. Ook de handel hierin is niet toegestaan. Nationale agenda voor natuurbeleid Natuur moet niet alleen binnen natuurgebieden versterkt worden, maar overal.
In steden, op het platteland en in de grote wateren. De Rijksoverheid maakt het natuurbeleid in samenhang met andere maatschappelijke onderwerpen. Bijvoor- beeld de ontwikkeling van kringlooplandbouw, steden en infrastructuur. Dat staat in de natuurambitie ‘Nederland Natuurpositief’ (2019) van provincies en ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Zij werken aan een nationaal plan (uitvoeringsagenda) voor natuurbeleid. • Natuur in grote Nederlandse wateren beschermen. De Nederlandse natuur in de watergebieden is uniek door de ligging en verschillende bodemsoorten, zoals zand, veen en klei. Er komen veel soorten planten en dieren voor, zoals allerlei vogels, vissen, insecten en zoogdieren. Ontwikkelingen als klimaat- verandering kunnen invloed hebben op die natuur. • Landbouw en natuur verbinden door natuurinclusieve landbouw. Ook buiten natuurgebieden is het belangrijk om de biodiversiteit te beschermen en te vergroten. Dat kan bijvoorbeeld in de landbouw. Biodiversiteit is nodig voor de voedselproductie. Insecten bestuiven fruit, wormen zorgen voor een vruchtbare bodem en zwaluwen en vleermuizen vangen steekinsecten weg van het vee. • Een divers landbouwgebied is andersom goed voor de natuur. Bijvoorbeeld voor weidevogels zoals grutto’s, maar ook patrijzen en leeuweriken in akkers. Bij kringlooplandbouw werken boeren samen met de natuur.
Ze produceren niet alleen voedsel, maar zorgen tegelijkertijd voor de kwaliteit van het landschap. BIODIVERSITEIT 30 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland Voor biodiversiteit zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: • Waardevolle habitat en basiskwaliteit natuur behouden en realiseren. • Groenblauwe netwerk versterken. • Natuurlijke processen hebben de voorkeur boven technische oplossingen. • Percentage groen op buurtniveau behouden en realiseren. Het samenwerkingsverband Fluvius heeft dit uitgewerkt tot een regionale aanpak. Onderdeel van deze aanpak is het gebruik van de ‘Landelijke maatlaat voor een Groene en Klimaatadaptieve gebouwde omgeving (maart 2023). Lokaal beleid In 2023 starten we met het opstellen van de visie groen en biodiversiteit Steenwijker- land. Klimaatadaptie, biodiversiteit en gezondheid zijn de belangrijkste onderwerpen in deze visie. De laatste jaren is ingezet op het behouden en versterken van de insectenstand, door het invoeren van ecologisch beheer van bermen en graslanden. Plan van Aanpak Biodiversiteit In het Plan van Aanpak Biodiversiteit is het vergroten van het bewustzijn en het belang van biodiversiteit het belangrijkste thema. Door gezamenlijk te werken aan het versterken van de biodiversiteit. Er wordt ingezet op drie sporen: inwoners – raad – bestuur, eigen organisatie en gebiedspartners.
Met alle partijen worden projecten ontwikkeld en uitgevoerd die de biodiversiteit versterken. • Meer natuur in de stad. Steden en stedelijke gebieden moeten meer natuur krijgen. Meer groen in de stad gaat problemen door klimaatveranderingen tegen, zoals overlast van water en hitte. Een groene omgeving helpt bij het behoud en herstel van biodiversiteit. Kamerbrief Water en Bodem sturend bij ruimtelijke ordening Het kabinet wil water en bodem sturend laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. Dat heeft de ministerraad besloten en eind 2022 is middels een kamerbrief de Tweede Kamer geïnformeerd (zie ook 3.4 Klimaatadaptatie). Provinciaal beleid Het Provinciaal Programma Landelijk Gebied Overijssel (PPLG) geeft invulling aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Kern is de bescherming van de kwaliteit en identiteit van het landelijk gebied. Daarom zet Overijssel in het PPLG de leefbaarheid van het landelijk gebied voorop. Overijssel moet natuurrijk, leefbaar en economisch sterk blijven in de toekomst. Stad en platteland zijn in Overijssel onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarom profiteren ook de inwoners van de Overijsselse steden van een groener en natuurrijker platteland met sterke en vitale boerenbedrijven, dorpen en kernen. Regionaal beleid De Kamerbrief Water en Bodem wordt regionaal behandeld in het samenwerkings- verband Fluvius.
Het landelijke beleid is hierin sturend. BIODIVERSITEIT 31 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland Hoe staan we ervoor in Steenwijkerland? Ecologisch bermbeheer Voor het beheer van de bermen is in 2023 een ecologisch beheerplan opgesteld. Dit beheerplan is nu leidend voor het beheer van de bermen in Steenwijkerland. Bij ecologisch bermbeheer wordt het gras afgevoerd. Hierdoor wordt de bodem schraler en gaan er andere soorten groeien. Het gevolg is: meer bloemen en kruiden in de bermen. Dit is goed voor vlinders, wilde bijen en andere insecten. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn natuur-inclusief Steenwijk Zuid-Oost is een mooi voorbeeld en wordt klimaatadaptief en natuur- inclusief ontwikkeld. Hiervoor is biodiversiteit en klimaatadaptatie opgenomen in het programma van eisen. Deze ontwikkelmethode wordt ook toegepast bij nieuwe uitbreidingen van woonkernen, zoals in Blokzijl, Vollenhove en Wanneperveen. Inwoners zijn betrokken bij biodiversiteit en klimaatadaptatie Meerdere projecten met inwoners hebben gezorgd voor mooie resultaten. In Giethoorn is hoogstamfruit aangeplant en hebben we samen met de nieuwe inwoners in de Bloemenbuurt een gemeenschappelijk groene ontmoetings- ruimte ontworpen en aangelegd, met ruimte voor natuur, bewegen en ontmoeten. We hebben meegedaan aan de Blije Berm verkiezing van de provincie Overijssel.
We hebben meegedaan met een brede berm aan de rand van de Steenwijker Kamp. Dit leverde een mooie, tweede prijs op. De gemeente Steenwijkerland doet jaarlijks mee met het NK Tegelwippen. Voor alle verdwenen tegels komt groen in de plaats – goed voor de biodiversiteit en klimaatadaptatie (minder wateroverlast en een koelere omgeving). Ambities Steenwijkerland “In 2050 is Steenwijkerland natuur-inclusief” De toenemende druk op de beschikbare ruimte kan ten koste gaan van natuur en biodiversiteit, zowel in nieuw als bestaand bebouwd gebied. De aanwezigheid van een gezond functionerend ecosysteem in de kernen van Steenwijkerland, met ruimte voor water en natuur heeft veel positieve effecten. In 2050 is Steenwijkerland natuur-inclusief en zijn de groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit op alle schaalniveaus versterkt en behouden. Waarbij speciale aandacht is aan het behoud van poelen, houtwallen, singels en lanen in het buitengebied BIODIVERSITEIT 32 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland Bouwstenen Doelstellingen en/of afspraken Jaar Soorten bescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt natuurinclusief bouwen en biodiversiteit vanaf de start integraal meegenomen (NIEUW). 2025 Ondernemers worden gestimuleerd om biodiversiteit rondom hun bedrijf te verbeteren (NIEUW). 2025 Bij (her)inrichting worden bedrijventerreinen vergroend en verduurzaamd (NIEUW).
2025 Soortenmanagementplan (SMP) opstellen voor een gebiedsontheffing op het doen van ingrepen die beschermde soorten kunnen schaden op het gebied van verduurzaming (NIEUW) 2024 Stimuleren van levende tuinen, minder tegels, meer groen. Hierover ook in gesprek gaan met de woningcorporatie (NIEUW). 2025 Elk schoolplein heeft een plek waar de natuur is teruggebracht en uitdaagt tot spelen en leren (NIEUW). 2030 Invasieve exoten zijn in kaart gebracht en worden actief beheerd en/of uitgeroeid waar mogelijk. 2026 Groenblauwe netwerken Groen-blauwe netwerk in kaart brengen en versterken waar nodig (NIEUW). 2025 Gemeentelijke bermen en oevers inzetten voor het versterken van het groen-blauwe netwerk (NIEUW). 2025 Intentieverklaring met omliggende gemeenten opstellen voor een sterk gekoppeld netwerk (NIEUW). 2025 Ecologisch kwalitatief groen en water In kaart brengen van de basiskwaliteit natuur per kern (nulmeting) (NIEUW). 2025 Beheerplannen herzien naar ecologisch beheer van bermen, sloten, oevers en groenvoorzieningen (NIEUW). 2025 Opstellen van een visie groen en biodiversiteit Steenwijkerland 2024 Opstellen monitoringssysteem voor insectenrijkdom en/of kruidenrijkdom bermen, bijvoorbeeld bijen/vlinders/zweefvliegen (mogelijk in samenwerking met lokale scholen) (NIEUW). 2025 Het verwaarden van groene reststromen (NIEUW). 2030 Beperken van CO2 en fijnstof uitstoot.
2030 Schadelijke stoffen beperken Gebruik van plastics reduceren. 2030 Geen chemische en gebiedsvreemde middelen toepassen in Beheer en Onderhoud. 2030 Alleen maar biologisch en bij voorkeur inheems plantmateriaal toepassen. 2030 BIODIVERSITEIT 33 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland 4 Verbinden aan opgaven Steenwijkerland De klimaat- en duurzaamheidsambities voor de gemeente Steenwijkerland zijn in het vorige hoofdstuk per duurzaamheidsthema uiteengezet, met thematische ambities, doelen en afspraken. De verschillende thema’s hebben onlosmakelijk met elkaar te maken en worden verbonden via verschillende opgaven waar we aan werken. Wat betekenen de ambities op het thema circulariteit en klimaatadaptatie nu voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en op welke manier worden bewoners betrokken bij thema’s als duurzame energie en mobiliteit? In dit hoofdstuk willen we de duurzaamheidsthema’s koppelen aan zes grote actuele opgaven waar in de gemeente Steenwijkerland aan wordt gewerkt. 1 Toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen 2 Leefbare steden en dorpen 3 Adaptief landelijk gebied 4 Veerkrachtige lokale economie 5 Betrokken en actieve bewoners 6 Gemeente als goede voorbeeld Deze opgaven zijn in hoofdstuk 2 geïntroduceerd en zijn grote integrale opgaven met een lange horizon.
We diepen deze grote integrale opgaven verder uit en koppelen deze aan de verschillende doelstellingen vanuit de duurzaamheids- thema’s. Dit resulteert in een concreet overzicht van activiteiten en doelen waar we binnen deze opgaven aan gaan werken. 4.1 Toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen Om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen moeten er de komende 10 jaren in Steenwijkerland nog 1.735 woningen worden toegevoegd waarvan 1.435 koopwoningen (Woonagenda 2022-2026). Dit betekent dat er jaarlijks 173 woningen bij moeten komen. De prognose is dat er in de periode tussen 2031 en 2041 nog eens 700 woningen nodig zijn (Woningmarktonderzoek 2021). Hierbij ligt de focus op inbreiding in de bestaande gebieden, wat gunstig is voor duurzaamheidsopgaven. Gebiedsontwikkelingen en herontwikkelingen bieden kansen om duurzame maatregelen rondom biodiversiteit, mobiliteit en klimaatadaptatie direct integraal mee te nemen en toe te passen. Ook in de woonagenda komt naar voren dat de woonopgave meer en meer een integrale gebiedsgerichte opgave is. Naast het realiseren van aardgasvrije en (bijna) energie neutrale nieuwbouw is er de enorme uitdaging om de bestaande voorraad te verduurzamen en voorbereidingen te treffen voor de energietransitie.
Locaties die in beeld zijn voor herontwikkeling of nieuwbouw worden in een vroeg stadium op geschiktheid voor woningbouw beoordeeld, waarbij onder andere aspecten als de ligging van het gebied (hoogte/laagte), klimaat-, natuur- en andere aspecten worden getoetst van ambities rondom duurzaam en natuur inclusief bouwen. (Woonagenda). BIODIVERSITEIT DUURZAME ENERGIE CIRCULARITEIT KLIMAATADAPTATIE DUURZAME MOBILITEITBIODIVERSITEITKLIMAAT- ADAPTATIECIRCULARITEITDUURZAME ENERGIE DUURZAME MOBILITEIT Toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen Leefbare steden en dorpen Veerkrachtige lokale economie Adaptief landelijk gebied Betrokken en actieve bewoners Gemeente als goede voorbeeld
34 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland 4.2 Leefbare steden en dorpen De openbare ruimte is voor iedereen toegankelijk. Een groot deel van het maatschappelijke leven speelt zich hier af. Wij verblijven er in en wij verplaatsen ons erdoor. De openbare ruimte bepaalt mede het woongenot van inwoners en de leefbaarheid van buurten. In een beperkte ruimte moeten veel functies een plaats krijgen. De inrichting en het beheer van openbaar groen zijn van grote invloed op bijvoorbeeld de natuurinclusiviteit en thema’s rondom klimaatadaptatie zoals hittestress, afwatering en wateropvang. Ook kunnen de in de openbare ruimte energie besparende en energieopwekkende maatregelen genomen worden (slimme verlichting of carparks met zonnecellen). Tegelijkertijd zijn veelgebruikte materialen in de openbare ruimte, zoals asfalt en cement (materialen met een grote CO2-voetafdruk) gemaakt van primaire grondstoffen. Door gebruik van grondstoffen te minimaliseren (bijvoorbeeld halfverharding) en te bouwen met circulaire of biobased materialen verminder je uitstoot en afvalstromen. Ten slotte heeft de inrichting van de infrastructuur in de openbare ruimte grote invloed op hoe inwoners zich door de stad bewegen en de mobiliteitskeuzes die ze maken.
Met verkeerskundige ingrepen, voorzieningen voor fietsers en voetgangers en regulatie op parkeerbeleid kan actieve mobiliteit gestimuleerd worden en autoverkeer ontmoedigt. Door voldoende laadpalen in de openbare ruimte aan te leggen, stimuleer je de overgang naar elektrische auto’s. De gemeente is grotendeels zelf verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Daarom kan een gemeente goed sturen om de openbare ruimte zo in te richten dat zij volop bijdragen aan de klimaat- en duurzaamheids- doelen die vanuit de verschillende thema’s zijn gesteld. Stand van zaken In 2023 is klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte integraal opgenomen in ons gemeentelijke beleid (LAS/LUA). Dit is gekoppeld aan de doelstellingen vanuit biodiversiteit. In het Riool en water programme 2023-2028 geeft de gemeente Steenwijkerland aan hoe ze invulling geeft aan de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Stand van zaken Van de circa 20.500 woningen in Steenwijkerland zijn er circa 4.150 huur- en koop- woningen met een verbeteropgave, veelal op energetisch vlak. Hieronder vallen circa 740 sociale huurwoningen met een label E, F en G. De verduurzamingsopgave voor de woningcorporaties concentreert zich op een paar plekken, met name in Steenwijk-Zuid en de Gagels en in mindere mate in Vollenhove en Giethoorn.
(Woonagenda) Met de woningbouwcorporaties zijn prestatieafspraken gemaakt voor de verduurzaming van een deel van deze woningen. Ook wordt een uitvoerings- agenda opgesteld met de woningbouwcorporaties om te investeren in een klimaat- bestendige, natuurinclusieve en gezonde woonomgeving (prestatieafspraken 2023-2027). Wat betekent dit? Een gemeente kan in de gebouwde omgeving sturen op nieuwe ontwikkelingen door via het planproces te bepalen waar en hoe gebouwd gaat worden. Door ondersteuning van huizenbezitters, huurders, corporaties en ondernemers willen we iedereen meenemen en (financieel) helpen bij het uitvoeren van duurzaam- heidsmaatregelen. Vanuit de opgave ‘toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling’ gaan we het volgende doen: • We gaan enkel bouwen en ontwikkelen op plekken die logisch zijn op het gebied van duurzaamheid, bereikbaarheid en biodiversiteit (woonagenda & verstedelijkingsstrategie). • Duurzaamheidsthema’s worden geborgd in het gemeentelijke planproces. We ontwikkelen duidelijke kaders en normen om de ambities rondom duurzame mobiliteit, energieopwekking en aardgasvrije wijken, isoleren, circulair bouwen, natuurinclusief bouwen en klimaatadaptatie vroegtijdig mee te nemen in planprocessen en dit integraal af te stemmen. • In samenwerking met lokale bouwers willen we de circulaire bouwindustrie aanjagen en stimuleren we innovaties.
• We ondersteunen (kennis en financieel) huizenbezitters, ondernemers en maatschappelijke organisaties om duurzaamheidsmaatregelen te treffen. • Tegengaan van energiearmoede en zorgen dat iedereen (zowel huurders als huiseigenaren) duurzaamheidsmaatregelen kunnen nemen. • We maken afspraken en werken samen met woningbouwcorporaties, net beheerders en lokale energiecoöperaties over verduurzaming, isolatie, energieopwekking en aardgasvrij maken van wijken, kernen en woningen.
35 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland 4.3 Adaptief landelijk gebied Bij het landelijk gebied gaat het om de landelijke omgeving buiten de bebouwde omgeving, waarin een goede balans nodig is tussen agrifood, natuur en het watersysteem. In het landelijk gebied zijn de gevolgen van klimaatverandering duidelijk zichtbaar en voelbaar. Naast wateroverlast is het de vraag of er in tijden van droogte nog voldoende schoon zoetwater beschikbaar is. Ook is er door extreem weer in sommige delen sprake van bodemdaling. Naast de gevolgen van het veranderende klimaat vormt stikstofdepositie in- en rond het Natura2000 gebied ook een belangrijk aandachtspunt. Vanuit deze opgave werken we aan een toekomst bestendig buitengebied voor landbouw, natuur en recreatie. Voor deze opgave zijn geen duurzaamheidsambities geformuleerd op verzoek van de raad. Wel is deze opgave opgenomen, zodat bij een volgende herijking eventuele ambities geïntegreerd kunnen worden. Stand van zaken In de LAS/LUA 2022-2027 is deze opgave als één van de zes strategische thema’s opgenomen. Hierin zijn vanuit klimaatadaptatie een aantal operationele doelen opgenomen. Daarnaast zijn de grote opgaven binnen de gemeente onder gebracht bij ons programma Vitaal Platteland.
Dit is een regionale samenwerking om te komen tot een toekomstperspectief voor de midellange (2030) en lange termijn (2050 voor Noordwest Overijssel. In dit programma worden de ambities voor het landelijk gebied bepaald, waaronder: tegengaan bodemdaling, duurzaam toekomst- perspectief voor ondernemers, vermindering stikstofneerslag, spreiding van recreatie en toerisme, landschapsbehoud, energietransitie, circulaire economie en het herstel van biodiversiteit op agrarische grond. Wat betekent dit? Vanuit de opgave ‘adaptief landelijk gebied’ gaan we het volgende doen: • We agenderen de kansen en kwetsbaarheden van klimaatverandering bij relevante netwerken en samenwerkingen in het landelijke gebied. • In 2022 hebben we de gemeentelijke belangen ingebracht bij regionale trajecten, in het bijzonder de ontwikkeling van de Regionale Veenweidestrategie. • In 2023 hebben we inzicht in de mogelijkheden voor het vasthouden van water op de hoge zandgronden. Wat betekent dit? De openbare ruimte is een belangrijke knop om aan te draaien om de duurzaam- heidsdoelstelling te behalen. We streven ernaar om de inrichting, het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte goed te regelen. Door regelingen op elkaar af te stemmen en budgetten aan elkaar te koppelen verhogen we de kwalitieit en de duurzaamheid.
Vanuit de opgave ‘leefbare steden en dorpen’ gaan we het volgende doen: • Klimaatadaptatieve regelingen en budgetten worden zoveel mogelijk gekoppeld aan biodiversiteitsdoelen. • We hebben de Groenblauwe structuren in kaart gebracht. Om deze structuren te versterken gaan we de inrichting en het beheer van de openbare ruimte aanpassen. • We stimuleren groen en biodiversiteit en passen beheerplannen aan om dit mogelijk te maken. • Het gebruik van (primaire) grondstoffen willen we minimaliseren. Bijvoorbeeld door het hergebruik van bestrating, het toepassen van halfverharding van parkeerplaatsen of het realiseren van meer openbaar groen. • Voor de inrichting van de openbare ruimte en infrastructuur gebruiken bij voorkeur hergebruikte, circulaire en bio-based materialen. (bijvoorbeeld hergebruik van stoeptegels, zichtbaar bio-based straatmeubilair). • Versterken fiets- en voetgangersinfrastructuur en bijbehorende parkeer en laadvoorzieningen (fietsplan). • Toepassen duurzame mobiliteitsladder en STOMP-principe (stappen, trappen, OV, MaaS, Privé-auto) bij het maken van mobiliteitskeuzes in de openbare ruimte. • Waar mogelijk gebruiken we de openbare ruimte voor lokale energie-opwek door zonnecellen (bushaltes, carparks, reclamezuilen, infrastructuur) en werken aan een goede inpassing van benodigde netverzwaringen.
• De laadinfrastructuur in de openbare ruimte loopt voor op de vraag. Extra laadcapaciteit bij drukke plekken en toeristische trekpleisters.
36 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland bijvoorbeeld werkgeversaanpak voor actieve en duurzame mobiliteit of het toepassen van maatregelen op bedrijfsvastgoed. Ook kan de gemeente een faciliterende rol innemen om collectieve oplossingen tussen bedrijven te faciliteren, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen of om lokale ketens op te zetten. In onze economische agenda die wordt opgesteld krijgt dit een nadere uitwerking. Samenwerking met de Business Club Steenwijkerland is hiervoor het startpunt. Vanuit de opgave ‘een veerkrachtige lokale economie’ gaan we het volgende doen: • We faciliteren ondernemers op bedrijventerreinen om hun vastgoed te verduur- zamen vanuit de vijf duurzaamheidsthema’s. Hierbij wijzen we ondernemers op de middelen die vanuit de regio en provincie worden aangeboden in het kader toekomstbestendige werklocaties (subsidies, kennis en cursussen). • We stimuleren bedrijven om actieve en duurzame mobiliteit te integreren in werkgeversmobiliteit (fietsplan, OV, wandelbonus, etc.). • Logistieke stromen verduurzamen (laadinfrastructuur). • We stellen een actieplan op om stadslogistiek en pakketbezorging in de kernen te verduurzamen. • We stimuleren bedrijven om hun productieprocessen te verduurzamen en meer volgens circulaire principes te werken. Hiervoor sluiten we aan bij Living Lab Circulair van Regio Zwolle voor kennisdeling.
• We informeren bedrijven over de plicht om energie te besparen en de mogelijk- heden van duurzame energie-opwek op bedrijfsvastgoed (zon-op-dak of kleine windmolens). • We informeren bedrijven die gevestigd zijn in gebieden die kwetsbaar zijn voor extreem weer en bieden inzicht in de mogelijkheden om negatieve gevolgen te voorkomen (LAS/LUA). • We initiëren solarcarports met laadinfrastructuur in de openbare ruimte nabij toeristische trekpleisters en werken samen met ondernemers om de laadinfra- structuur nabij toeristische trekpleisters op orde te hebben (ambitie uit Integrale Laadvisie). • We stellen beleid op om toeristisch-recreatief varen verder te verduurzamen. Door niet-elektrische motorboten in steeds meer gebieden te gaan weren. Dit verbetert de waterkwaliteit en biodiversiteit en zorgt voor minder overlast. • We ondersteunen de lokale economie door als gemeente zoveel mogelijk lokale streekproducten (<60km) in te kopen (bijvoorbeeld bedrijfskleding, voedsel, geschenken, etc.) en bij aanbestedingen aandacht te besteden aan lokale/regionale samenwerkingen in de gunningscriteria. 4.4 Een veerkrachtige lokale economie Ondernemend Steenwijkerland heeft veel in huis. We zijn sterk in de landbouwsector, toerisme en recreatie en de innovatieve maakindustrie, waar we een aantal topspelers in ons midden hebben.
We zetten in op een duurzame, inclusieve en bestendige economische groei en werk voor iedereen. De koers die we hierin hebben ingeslagen zetten we voort: integraal, pro-actief en samenwerkend met andere partners. Het gaat de komende periode vooral om het inspelen op de kansen en uitdagingen die zich voordoen. De kansen die de circulaire economie biedt kunnen onze ondernemers nog beter benutten. Samen met enthousiaste ondernemers zetten we in op toekomstgerichte bedrijventerreinen en stimuleren we ondernemers om te verduurzamen, samen te werken, kennis te delen en circulair te innoveren. Stand van zaken Voor ondernemend Steenwijkerland zijn het uitdagende tijden. Ondernemers ervaren dat we van crisis naar crisis gaan. De coronacrisis leidde tot vraaguitval, ziekte bij personeel en aanpassingen in het bedrijf. Sommige sectoren zijn extra hard geraakt, terwijl anderen juist een extra groei kenden. De economie kreeg geen tijd zich te herstellen. De oorlog in Oekraïne leidt tot verdere stijging van de prijzen en daling van het consumentenvertrouwen. Daarnaast is er een grond- stoffentekort. De arbeidsmarkt in onze regio staat onder zware druk. Een op de drie ondernemers in onze regio geeft aan dat het tekort aan voldoende en goed geschoold personeel verdere groei in de komende twee jaar zal hinderen. Het werk verandert in snel tempo.
Bijvoorbeeld door digitalisering, automatisering en verduurzaming. Ondernemers willen verduurzamen en zoeken naar groene verdienmodellen. De capaciteitsproblemen op het netwerk vormen daarbij een grote uitdaging. Wat betekent dit? We hebben maar beperkt invloed op deze macro economische ontwikkelingen en proberen ondernemend Steenwijkerland te faciliteren en te ondersteunen bij deze transities. Als gemeente zijn er knoppen waar je actiever aan kunt draaien. Bijvoorbeeld een initiërende rol bij het verduurzamen van bedrijventerreinen en het opstellen van beleid rondom stadslogistiek (verantwoordelijk voor 34% van de CO2-uitstoot van logistieke sector). Een gemeente kan ook een aanjagende rol pakken in het stimuleren en ondersteunen van het verduurzamen van bedrijven,
37 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland Via budgetten, subsidies en informatievoorziening kan de gemeente een facilite- rende en aanjagende rol innemen. Zo kunnen budgetten worden vrijgesteld om inwoners te ondersteunen in het nemen van duurzaamheidsmaatregelen in hun eigen huis, tuin of buurt of kan kennis toegankelijk gemaakt worden voor iedereen via duurzaamheidsloketten. Ook voor bewoners die wel willen verduurzamen, maar hier niet de middelen voor hebben, kan de gemeente extra (financieel) ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan het isoleren van woningen om energie- armoede te voorkomen. Tot slot, kunnen via campagnes bewoners, scholen en sportverenigingen gestimuleerd worden om duurzame keuzes te maken. Vanuit de opgave ‘betrokken en actieve bewoners’ gaan we het volgende doen: • We ondersteunen Stichting Duurzaam Steenwijkerland en gaan intensiever samenwerken om bewoners te ondersteunen in het nemen van duurzaamheids- maatregelen. • We bedenken een meerjarenplan om via verschillende campagnes bewoners bewust te maken van de duurzame keuzes die zij kunnen nemen voor de verschillende duurzaamheidsthema’s.
• We initiëren op basis van het meerjarenplan campagnes rondom specifieke duurzaamheidsthema’s, niet alleen informerend, maar vooral gekoppeld aan concrete acties in de wijk, bijvoorbeeld NK Tegelwippen voor klimaatadaptatie, fietscampagnes om fietsgebruik te stimuleren, isolatie-aanpak voor energie- besparing, informatiecampagne over lokale reparatie- en deelmogelijkheden voor circulariteit). • We ondersteunen bewonersinitiatieven die willen werken aan het isoleren of aardgasvrij maken van hun wijk. • We informeren bewoners die wonen in gebieden die kwetsbaar zijn voor extreem weer en bieden inzicht in de mogelijkheden om eventuele negatieve gevolgen te voorkomen. • We faciliteren een duurzaamheidsloket en ondersteunen Repair Café’s (mogelijk in samenwerking met circulair ambachtscentrum). • We stimuleren duurzame bewonersinitiatieven door middel van buurtbudgetten (bijvoorbeeld groenbeheer, collectieve moestuinen, energie-coöperaties). • We ondersteunen initiatieven van bewoners rondom deelmobiliteit (bijvoorbeeld deelauto’s als pilot, collectieve laadpalen of ‘autovrije/auto te gast’-initiatieven). • We ondersteunen bewoners die te maken hebben met energiearmoede (bijvoorbeeld in de vorm van subsidies) en straatacties met FIXteam. • We ondersteunen het verduurzamen van toeristische mobiliteitsstromen.
OV-transferium intercitystation Steenwijk en de inzet van publieke vervoers- middelen (toeristische visie). • In 2030 stappen zetten voor zero-emissie toeristische stromen. Zero-emissiezone Giethoorn (voor logistiek en touringcars). • Inzetten op de (elektrische) fiets. Kwaliteitsimpuls voor het fietsnet. Eerste stap gezet met deelfietshubs op toeristische plekken. 4.5 Betrokken en actieve bewoners Iedereen is nodig om Steenwijkerland klimaatbestendig en -neutraal te maken. Alleen al voor klimaatadaptatie is het essentieel, daar 50-70% van het oppervlak in bebouwd gebied op private gronden ligt, maar ook om de doelstellingen voor de andere duurzaamheids- thema’s te halen hebben we een actieve inzet van onze bewoners nodig. Daarom zorgen we ervoor dat onze inwoners bewust zijn van de gevolgen van klimaatverandering, zorgen we voor meer bereidheid tot het nemen van duurzame keuzes en stellen we middelen beschikbaar voor bewoners- initiatieven en om energiearmoede tegen te gaan. Stand van zaken In 2018 zijn in Steenwijkerland mooie stappen gezet in het co-creatieproces G1000 Steenwijkerland, waarin samen met burgers invulling is gegeven aan de opgave om energieneutraal te worden. Dit heeft geleid tot een burgerbesluit dat aan de gemeenteraad is voorgelegd. Sinds 2018 hebben de bewoners van Steenwijkerland niet stil gezeten.
Onder andere is de G1000Steenwijkerland aanleiding geweest om in 2021 de stichting Duurzaam Steenwijkerland op te richten waar diverse resultaten van de G1000Steenwijkerland worden gerealiseerd door bewoners met steun van de gemeente. Wat gaan we doen? Een gemeente kan verschillende rollen aannemen om inwoners te betrekken in de duurzaamheidsopgave. Via beleid en de inrichting van de openbare ruimte kan de gemeente een initiërende rol nemen om duurzaamheidsmaatregelen te implementeren en duurzaam gedrag te stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan actieve en gezonde mobiliteit (lopen, fietsen en sporten) via ommetjes of hardlooproutes.
38 Klimaat- en duurzaamheidsambities Steenwijkerland Vanuit de opgave ‘Gemeente als goede voorbeeld’ gaan we het volgende doen: • We gaan een actieplan MVOI opstellen om invulling te geven aan het manifest MVOI en gaan de daar uit volgende duurzaamheidsafwegingen opnemen en borgen in het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid. • Jaarlijks wordt er gewerkt aan duurzaamheidsmaatregelen om de CO2-footprint van de gemeente te verlagen. • We monitoren onze voortgang jaarlijks en communiceren dit intern en extern. • We willen launching customer zijn voor innovatieve ontwikkelingen in onze eigen gebouwen en infrastructuur. • Duurzaamheidseisen worden opgenomen in het evenementen- en vergunningen- beleid. • Nieuw gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed ontwikkelen we volgens de gestelde normen vanuit de verschillende duurzaamheidsthema’s. • Het bestaand maatschappelijk vastgoed gaan we verduurzamen. • In 2045 is al het gemeentelijk vastgoed energieneutraal. • We plaatsen zonnepanelen op (technisch en economisch) geschikte daken van al ons maatschappelijk vastgoed. • Het gemeentelijk wagenpark en het machinepark worden emissieloos door te elektrificeren of gebruik te maken van andere duurzame oplossingen zoals waterstof en bio brandstoffen. • We stimuleren actieve mobiliteit (woon/werk en zakelijk) pro-actief door middel van de werknemersregeling.
• We betrekken en stimuleren de werknemers van Steenwijkerland bij onze duurzaamheidsambities met (bewustwordings)campagnes en geven ze de middelen om duurzame keuzes in hun eigen werk te maken. 4.6 Gemeente als goede voorbeeld De opgaven uit dit klimaat- en duurzaamheidsplan vragen veel van de gemeente, maar ook van haar inwoners en lokale ondernemers. Onder het motto “practice what you preach” neemt de gemeente Steenwijkerland een voorbeeldrol in haar eigen bedrijfsvoering en fungeert zij als aanjager van de transitie richting 2050. Als gemeente kan je op vrijwel alle duurzaamheidsthema’s een voorbeeldrol nemen en de gestelde ambities vertalen in beleid en uitvoering. Dit houdt wel in dat dit gemeentebreed geborgd moet worden. Dit kan gaan over het inkoop- en vergunningenbeleid. Maar ook om het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed, de eigen bedrijfsvoering of het stimuleren van duurzaam gedrag van werknemers. Stand van zaken De gemeente heeft op 24 november 2022 het manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) ondertekend. Doel hiervan is het opdrachtgever- schap van de gemeente in te zetten voor de transitie naar een duurzame, sociale wereld. De volgende stap is het opstellen van een actieplan MVOI om hier handen en voeten aan te geven. Ook meet de gemeente zijn CO2-uitstoot door gebruik te maken van de CO2- Prestatieladder.
Op dit moment wordt er gewerkt van het verzamelen en opstellen van de benodigde gegevens om officieel gecertificeerd te kunnen worden. Wat betekent dit? De gemeente geeft het goede voorbeeld en is lokaal koploper met haar eigen duurzame bedrijfsvoering. We willen medewerkers, opdrachtnemers en bewoners inspireren en stimuleren om duurzame keuzes te maken.