Jaarverslag 2023
Tekst van het document
Eind 2023 moeten we dit risico inschatten op 75% in de categorie hoog waarbij een rentestijging van 0,25% is gehanteerd op basis van de omvang van de restantkredieten van € 41 mln. Dit risico zal zich niet direct, maar gefaseerd voordoen. Dit omdat de gemeente niet in 2024 deze € 41 mln. zal uitgeven. Jaarlijks wordt voor de begroting op basis van de rentegegevens per 1 september een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Bij de rapportage van de P&C cyclus is over de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. Planschade bestemmingsplannen In 2023 is het risico op planschade beperkt gebleven tot een locatie in Giethoorn. Daadwerkelijke uitbetaling van planschade heeft nog niet plaatsgevonden. Privatisering bouwtoezicht De Wet kwaliteitsborging is net als de omgevingswet uitgesteld. Vanaf dat moment gaat de kwaliteitscontrole bij bouwprojecten over naar de markt. Bouwers moeten een private kwaliteitsborger inhuren. Deze onafhankelijke, gecertificeerde controleur ziet erop toe dat gebouwen volgens de bouwtechnische voorschriften tot stand komen. Een positieve gereedheidsverklaring van het gebouw gaat straks in het bouwdossier naar de gemeente, die daarna geen inhoudelijke technische toetsingstaak meer heeft, maar niettemin als bevoegd gezag verantwoordelijk blijft.
Als de positieve verklaring ontbreekt, bijvoorbeeld omdat de kwaliteitsborger oordeelt dat het gebouw niet BBL1-proof is, kan de gemeente in een lastig parket terecht komen. Zonder deze verklaring zijn de gevolgen voor de gemeente. Wettelijk gezien is het gebruik van het gebouw dan niet toegestaan. Maar strikt genomen moet er wel worden gehandhaafd. De consequentie is dat het gebouw leeg staat en onbenut blijft. Verwacht wordt dat initiatiefnemers het hier niet bij laten zitten. In het ergste geval kan dit tot rechtszaken leiden. De gemeente heeft dan weinig keus en is genoodzaakt zich het bouwdossier eigen te maken om zelf een oplossing te zoeken. Mogelijk moet er dan een externe deskundige worden ingehuurd. Dit kan flink in de papieren lopen. 1 Besluit Bouw Leefomgeving 72 Schuldhulpverlening en minimaregelingen Het aantal meldingen vroegsignalering laat in 2023 een stijging zien ten opzichte van 2022. Dit geldt voor alle signaalpartners (energie, water, zorg en woningcorporaties). Bijna 6,8% van de huishoudens vanuit de vroegsignalering zijn reeds bekend bij schuldhulpverlening. Dit resulteert in een stijgend aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening in 2023. Er is met name een stijging te zien in de aanmeldingen van ondernemers en werkenden. Deze ontwikkeling lijkt nog steeds samen te hangen met de energiekosten en de inflatie.
Voor ondernemers komt daar ook bij dat de Belastingdienst actief aan het terugvorderen is met betrekking tot de coronaschulden. De kosten van de schuldhulpverlening is daarentegen gelijk aan het jaar 2022. Het financiële risico heeft zich in 2023 niet voorgedaan. Het aantal aanvragen minimaregelingen 2023 is nagenoeg gelijk aan 2022. Het afgelopen jaar heeft de energietoeslag 2022 en 2023 ervoor gezorgd dat de lagere inkomens een tegemoetkoming krijgen in de prijsstijging. Het risico heeft zich in 2023, mede door de energietoeslag 2023, niet voorgedaan. Toenemende onkruiddruk door warmer en natter weer Door structureel warmer en natter weer zijn extra inspanningen benodigd om de basis kwaliteit van de openbare ruimte te behouden. Er is een trend in de weersontwikkeling, waarbij het, het hele jaar door, warmer en natter is. Daardoor neemt de onkruiddruk in plantsoenen en op verhardingen van wegen en paden toe. Dit vraagt om een grotere inspanning in het onderhoud om aan het basis onderhoudskwaliteitsniveau te blijven voldoen. Door te veel onkruid in goten en verharding verslechterd ook de waterafvoer. Plantsoenen bezwijken onder de onkruiddruk of beschadigen door te zware ingrepen in het onderhoud. Daardoor was eerder groot onderhoud (vervangen of nieuwe aanplant) nodig.
De onderhoudsinspanning, het onderhoudsbeeld en de kwaliteit van de plantsoenen en onkruid op de verhardingen zijn gemonitord. Er zijn planten, bomen en struiken toegepast die beter tegen extreme weersomstandigheden kunnen. Dividenduitkeringen nutsbedrijven Het WACC2 percentage bedroeg in 2023 2,95%. Doordat dit percentage erg laag is staan de dividenduitkeringen van de nutsbedrijven onder druk. Zij hebben immers te maken met beperkte winstmogelijkheden. In het slechtste geval moeten zij te veel gemaakte winst terugbetalen via de tarieven. Dit is bij met name Vitens al een keer het geval geweest. Verder zijn hierdoor de mogelijkheden om te investeren beperkt, terwijl de vraag naar bijvoorbeeld drinkwater en stroom wel toeneemt. Dit heeft tot gevolg gehad dat we van Vitens wederom geen dividenduitkering over 2022 hebben ontvangen. Verwacht wordt dat deze situatie in ieder geval zo zal blijven tot 2030. Dividenduitkeringen nutsbedrijven (toename investeringen) Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van de enorme investeringen die de komende jaren gedaan moeten worden in verband met de energietransitie. Gevolg een lager bedrijfsresultaat en een lagere of geen dividenduitkering. Net als in 2022 was hier in 2023 nog geen sprake van. Inmiddels heeft Enexis forse investeringen gedaan in verband met de energietransitie.
Over 2022 is een hogere dividenduitkering van € 395.500 ontvangen. Genoemd bedrag is inclusief een eenmalige uitkering in verband met het verkoopresultaat van Fudura B.V.. Van Rendo Holding N.V. is over 2022 een dividenduitkering van € 1.098.900 ontvangen. Dit bedrag was gebaseerd op een resultaat van 80% van € 5 miljoen is € 4 miljoen verdeeld over alle aandeelhouders. Daarnaast heeft zij een bedrag van € 1,5 miljoen uitgekeerd als bijzonder dividend in verband met een bijzondere bate uit de fraudezaak. In totaal heeft Rendo Holding N.V. over 2022 een bedrag van € 5,5 miljoen uitgekeerd aan de aandeelhouders. Voor de dividenduitkering over 2023 wordt uitgegaan van een dividenduitkering van € 4 miljoen aan de aandeelhouders, tenzij het resultaat hoger is dan € 5 miljoen. Dan wordt 50% van het meerdere als additioneel dividend uitgekeerd. Rioolheffing De afgelopen jaren bent u meermaals geïnformeerd over procedures tegen de rioolheffing 2013, 2014 en 2015. De Hoge Raad heeft de beroepen op alle punten ongegrond verklaard. De verordeningen en de opgelegde aanslagen rioolheffing zijn in stand gebleven. Daarmee is dit niet langer een risico voor onze financiële positie. Tegen de aanslagen 2016 tot en met 2020 lopen nog wel bezwaarprocedures.
Aangezien deze inhoudelijk gelijk zijn aan de gevoerde procedures voor 2013 tot en met 2015, is het financiële risico naar verwachting beperkt. GGD In 2023 is de doordecentralisatie beschermd wonen naar beschermd thuis door het rijk uitgesteld. De gemeenten binnen de regio Zwolle hebben besloten de centrale toegang van de GGD wel decentraal in te willen zetten. De uitwerkingen daarvan komen in 2024 tot uitdrukking. Hierdoor heeft het risico in 2023 zich niet voorgedaan. De inzet van de GGD op de Wet verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (WvGGZ) heeft in 2023 geen financiële gevolgen voor onze gemeente. 2 Weighted Average Cost of Capital 73 Essentaksterfte De essentaksterfte is voor een aantal grotere boomstructuren in de gemeente nog steeds een bedreiging. Door het droge voorjaar van de afgelopen jaren heeft de veroorzakende schimmel minder bomen aangetast. Het is echter niet uit te sluiten dat het aantal aantastingen, met uiteindelijk afsterven tot gevolg, weer gaat toenemen. Grote laanstructuren in de polders en de boomstructuren langs de paden in Giethoorn bestaan uit essen. Het wegvallen van deze boomstructuren zal leiden tot ernstige kwaliteitsverlies, herplanting zal altijd nodig zijn om de landschapskarakteristiek en het dorpskarakter te behouden.
Het wegvallen van de boomstructuur langs de paden in Giethoorn heeft ruimtelijke consequenties, het dorpsbeeld wordt ernstig aangetast. Ook is het verwijderen van grote bomen op deze locatie complex door de moeilijke bereikbaarheid. Verder hebben laanstructuren in de polders een sterke invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Alle essen zijn in 2023 geïnspecteerd. Aangetaste essen zijn gemonitord. De bomen worden gefaseerd vervangen. Zo blijft de kwantiteit en de kwaliteit van het dorp Giethoorn en het polderlandschap (o.a. Polder Giethoorn en polder IJsselham) behouden. Btw-compensatiefonds De gemeente Steenwijkerland declareert samen met alle andere gemeenten Btw terug bij het Rijk op grond van het Btw- compensatiefonds. Voor dit fonds is wel een maximum aan declaraties (het plafond) ingevoerd. Met het Rijk is de afspraak gemaakt dat wanneer het plafond aan declaraties door gemeenten niet wordt bereikt, het resterende bedrag gestort wordt in het Gemeentefonds. Uitbetaling van dit bedrag aan gemeenten vindt dan plaats via de verdeelsleutel die geldt voor de Algemene uitkering Gemeentefonds. Andersom geldt de gemaakte afspraak dan natuurlijk ook. Als gemeenten meer declareren dan het plafond, vindt een korting plaats binnen het Gemeentefonds. De afgelopen jaren is het plafond overigens nooit bereikt en heeft uitbetaling plaatsgevonden.
In de begroting 2023 is een structureel te ontvangen bedrag opgenomen ter hoogte van € 295.000. Uiteindelijk hebben wij in 2023 een bedrag ontvangen van € 911.000. Fiscale procesbeheersing De organisatie is zich niet altijd bewust van fiscale risico’s en kansen waardoor mogelijk onnodige risico’s worden gelopen. Het is daarom van belang om vast te leggen hoe de organisatie met de fiscaliteit omgaat. Het college van de gemeente Steenwijkerland heeft zich gecommitteerd aan horizontaal toezicht (HT) door ondertekening van een convenant met de Belastingdienst op 2 november 2022. Dit convenant gaat uit van een transparante relatie tussen de gemeente en Belastingdienst en een goede beheersing van onze fiscale processen. Er is een Fiscaal beleidsplan opgesteld en besproken en er is een risicoanalyse opgesteld. Hierin zijn nadere afspraken en verbeterpunten opgenomen. Jaarlijks worden beheersmaatregelen, controles en gedane onderzoeken en procesverbeteringen met de Belastingdienst besproken. Inflatie gemeenschappelijke regeling De GGD is in 2023 geconfronteerd met een forse loonstijging (Bestuursrapportage GGD 2023 voorjaar). Dit heeft geresulteerd in een structurele extra bijdrage van de gemeente Steenwijkerland van € 140.000. De gemeentelijke begroting is hierop structureel aangepast.
Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de Participatiewet. Van het Rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen, het zogenaamde BUIG-budget. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopige inschatting van hetgeen door het Rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is onder andere afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van te voren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. Daarnaast spelen de door de gemeenten uitbetaalde Loonkostensubsidies een rol bij de berekening van het BUIG-budget. In de (aangepaste) begroting is een bedrag voor BUIG opgenomen van € 13.341.000. Het werkelijk ontvangen budget bedraagt € 13.467.000. De opgenomen stelpost te ontvangen extra BUIG-budget is inmiddels ingevuld bij de Perspectiefnota 2023 – 2027. In de begroting 2023 werd rekening gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 630 bijstandsuitkeringen zouden worden verstrekt en gemiddeld 30 Ioaw/Ioaz uitkeringen. De begrote uitgaven bedroegen hierdoor € 10.104.000, respectievelijk € 525.000.
De werkelijk verstrekte bijstandsuitkeringen bedroegen gemiddeld 644 en bij de Ioaw/Ioaz gemiddeld 27. Hierdoor zijn de uitkeringskosten bij de jaarrekening 2023 uitgekomen op een bedrag van € 10.228.000, respectievelijk € 471.000. Inkoopmodel RSJ IJsselland We hebben een interne analyse uitgevoerd naar de impact van het nieuwe inkoopmodel. We constateren een gemiddelde kostenstijging van 19% ten opzichte van 2022 en daarmee zien we inderdaad het negatieve effect van het inkoopmodel terug in de financiële cijfers. De verwachtingen die door het RSJ IJsselland zijn geschetst bij de laatste regionale impactanalyse (begin 2023) zijn de realiteit 74 geworden. Er is in de begroting geanticipeerd op dit tekort desondanks is er, mede door het nieuwe inkoopmodel, een tekort op de jeugdzorg 2023 gerealiseerd. Zorg zwaarte / intensiteit Jeugdzorg (worst-case) We hebben een interne analyse uitgevoerd naar de impact van het nieuwe inkoopmodel en de ontwikkelingen van de zorgvraag. We constateren in 2023 een dalend aantal jeugdigen binnen jeugdzorg. Daarentegen nemen de gemiddelde kosten per jeugdige toe. Dit heeft enerzijds te maken met de prijsstijging vanuit het nieuwe inkoopmodel maar ook een verschuiving van de zorgzwaarte/ intensiteit van zorg. Het risico wat voor 2023 was geschetst is daarmee werkelijkheid geworden.
De financiële impact op 2023 is door de werking van het nieuwe inkoopmodel op de prijs lastiger te bepalen. We schatten in dat het nadelige effect in 2023 tussen de € 400.000 en € 500.000 is. Achterstallig onderhoud openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. Het gehele areaal is ingevoerd en de staat van onderhoud wordt bepaald door frequent inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2023 is een start gemaakt met het actualiseren van de beleidsplannen welke dienen als basis voor het gewenste kwaliteitsniveau van de onderhoud- en beheerplannen van de kapitaalgoederen. De meerjarige onderhoudsplannen zijn met ingang van 2023 op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd, met uitzondering van begraven (‘hoog’). Het financieel risico werd ingeschat op € 250.000. Het budget voor 2023 was toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te onderhouden. Projecten Openbare Ruimte en Wet natuurbescherming (Wnb) Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Sinds 1 juli 2022 was er voor bouwwerkzaamheden en aanlegwerkzaamheden geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig. Dit betekent dat voor de meeste werkzaamheden die de gemeente uitvoert er momenteel geen probleem is in relatie tot stikstof.
Klimaat / bodemsturing Bodem- en water sturend kan er toe leiden dat er extra maatregelen moeten worden getroffen en minder gronden beschikbaar zijn / komen. Het gevolg daarvan kan zijn dat de gronden bij verwerving duurder kunnen zijn. Daarnaast beschikken we als gemeente over gronden die als gevolg van de lage ligging niet tot ontwikkeling kunnen worden gebracht wat op zijn beurt weer financiële risico’s met zich meebrengt. Ontwikkeling Algemene uitkering Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. In de primitieve begroting is voor het jaar 2023 een ontvangst geraamd van € 93,4 miljoen. Uiteindelijk is er een bedrag van bijna € 100 miljoen ontvangen. Dit is inclusief de bedragen die in de loop van 2023 aan de Algemene uitkering van het rijk zijn toegevoegd, zoals de energie-compensatie en afrekeningen over voorgaande jaren. In diverse informatienota’s is er gerapporteerd over de te ontvangen bedragen in 2023. Informatieveiligheid Moderne informatie- en communicatietechnologieën (IT) hebben de samenleving ingrijpend gewijzigd. We raken steeds meer bedreven en afhankelijk van IT. Digitale veiligheid, of cybersecurity is dan ook van vitaal belang voor een stabiele samenleving.
Het belang van informatiebeveiliging wordt gevoed door toenemende dreigingen. Zo heeft de oorlog in Oekraïne de verhoudingen tussen de verschillende staten op scherp gezet met als gevolg dat verhoogde aantallen cyberaanvallen plaatsvinden. Deze aanvallen zijn onder meer gericht tegen Nederlandse vitale infrastructuur, overheid, bedrijven, gemeenten en universiteiten. Hierdoor worden cyberaanvallen “niet meer zeldzaam maar eerder het nieuwe normaal” genoemd. In 2023 waren onze systemen in staat de cyberaanvallen te weerstaan en hebben we geen extra kosten hiervoor gehad. Verhogen van de gemeentelijke digitale weerbaarheid, zoals invulling geven aan het basisbeveiligingsniveau door implementatie van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO), het continue aanbrengen van technische en organisatorische maatregelen en monitoren van (externe en interne) bedreigingen was en is in de toekomst noodzakelijk. Nieuwe cao-gemeentepersoneel De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft met de gezamenlijke bonden een akkoord voor een nieuwe ‘Cao Gemeenten 2024’ afgesloten. Deze is van toepassing voor werknemers in dienst bij gemeenten en aangesloten gemeentelijke organisaties geldt van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025.
Risico bestaat dat we in 2025 worden geconfronteerd met hoge loonstijgingen in relatie tot de bedragen die we daarvoor hebben opgenomen in de Perspectiefnota. 75 Grondexploitaties Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd. Sinds 2018 wordt de POC (Percentage Of Completion) methode toegepast. Het risicoprofiel van alle grondexploitaties is bij de jaarrekening 2023 ongeveer € 1 miljoen (2022: 1,88 miljoen). In de programmabegroting was nog rekening gehouden met een risicoprofiel van € 1,88 miljoen. Door realisatie en verbeterde marktomstandigheden is het afzetrisico in een aantal individuele grondexploitaties afgenomen. Inflatie De inflatie is weer teruggekeerd tot de lagere niveaus die we voorheen kenden. Voor de lonen geldt dat niet. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht nog steeds hoge loongroei in 2025 3: Afhankelijk van de geraamde inflatie in de komende ramingsperiode verwachten we dat inflatiecompensatie een minder grote rol zal spelen in de loononderhandelingen voor 2025 en verder. Hierdoor is de geraamde cao-loongroei volgend jaar een stuk lager dan in 2023 en 2024, maar door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt is deze nog steeds hoger dan voorheen. Deze relatief hoge loongroei kan leiden tot kostenstijgingen via de bedragen die wij jaarlijks verstrekken aan de verbonden partijen (specifieke indexaties).
Algemene uitkering van het gemeentefonds vanaf 2026 Door keuzes van het kabinet zijn de gemeentefinanciën vanaf 2026 onzeker. Het kabinet heeft besloten om vanaf 2026 een fors lager bedrag aan Algemene uitkering gemeentefonds uit te keren. Op dit moment is er helaas geen zicht op een structurele financiële oplossing en bereiden we ons mede op advies van de VNG voor op een situatie waarbij de kortingen niet worden teruggedraaid of verzacht. Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de nieuwe omgevingswet ingevoerd. Nu moet de Omgevingswet nog verder worden geïmplementeerd, dit is een grote opgave voor de organisatie. Het implementeren geldt met name voor de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De implementatie loopt door tot mogelijk 2032, wanneer het omgevingsplan op basis van de huidige inwerkingtredingsdatum definitief af moet zijn. Het budget voor een goede invoering is ontoereikend. Binnen de organisatie is het programma Omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden. Indien nodig worden er maatregelen getroffen. Eind 2022 is het programma afgebouwd en is een groot aantal van de sporen overgedragen naar de lijn. Er is een projectgroep ingericht die vanaf nu de (financiële) voortgang monitort.
Meerjarenovereenkomst NWG In de huidige meerjarige overeenkomst met de NWG over onder andere ons groenonderhoud volgen we de gemeentebegroting voor de jaarlijkse prijscompensatie. De NWG geeft ons al een aantal jaren terug, dat zij deze prijscompensatie te laag vindt. De werkelijke inflatie, loonkosten en grondstoffen- en marktprijzen zijn veelal hoger dan in het jaar daarvoor bedacht/verwacht. De vraag is hoe we met deze discussie over prijscompensatie omgaan in een nieuw af te sluiten meerjarenovereenkomst. De huidige overeenkomst loopt in 2024 af. Naast de prijscompensatie heeft de NWG ook nadeel van de hiervoor genoemde toenemende onkruiddruk door warmer en natter weer. We gaan met de NWG in gesprek hoe we de onkruiddruk op basis onderhoudskwaliteit kunnen behouden, maar kijken daarnaast ook naar wat de NWG kan doen in het dagelijks onderhoud, waarbij we rekening houden met andere maatschappelijke opgaves. We spreken dan over waardengestuurd beheer en onderhoud. Denk daarbij concreet aan waarden als biodiversiteit of klimaatadaptatie (SDG’s). Zo zou je wellicht voor de toekomst kunnen afspreken, dat ze natuurlijk afval minder vaak gaan opruimen in het groen. Andere voorbeelden zijn bloemenmengsels bij te zaaien of meer extensief te maaien waarbij we gazon omvormen naar minder intensieve grasvormen.
Op dit moment is nog onzeker wat de uitkomsten en financiële consequenties van deze gesprekken zullen zijn. Afval en grondstoffen De jaarlijkse afvalkosten zijn goed in te schatten doordat de meeste tarieven bekend zijn en de hoeveelheden bij ongewijzigd beleid nagenoeg gelijk blijven. De opbrengsten voor oud papier zijn onzeker door de sterk fluctuerende wereldmarktprijs voor papier. Mee- en tegenvallers worden verrekend met de egalisatievoorziening. De producentenvergoeding voor het ingezamelde verpakkingsafval (PMD) is, naast de vergoeding per ton, ook afhankelijk van de mate van vervuiling en de strengheid van acceptatie. Afkeuren van PMD betekent verbranden van restafval in plaats van een vergoeding voor het gescheiden inzamelen. De kosten van afkeur zijn tot op heden beperkt gebleven omdat de ROVA voor ons toeziet op de kwaliteit voordat het PMD wordt gestort. De verwachting is dat de komende jaren de kosten voor het verbranden van restafval stijgen vanwege extra verbrandingsbelasting en CO2-heffing. Aangezien onze hoeveelheid restafval relatief laag is, zijn de financiële effecten te overzien. Kostenstijgingen kunnen we op tijd in de afvalbegroting opnemen en opvangen in de tarieven afvalstoffenheffing. 3 Verantwoordingsdocument Centraal Economisch Plan (CEP) 2024 van het Centraal Planbureau, p. 13.
76 Prijsstijgingen gas en elektra De energieprijzen blijven onverminderd hoog in 2023 door de onstabiele markt en de opgelegde sancties aan Rusland. Doordat wij een variabel contract hadden zijn de ramingen voor gas en elektra allemaal bij geplust voor 2023. In totaal is er in 2023 € 1.912.900 uitgeven waarvan € 517.669 voor riolering / elektra en € 666.096 voor openbare verlichting. Voor 2024 is de verwachting dat, omdat we zijn overgestapt naar een andere leverancier en vaste prijzen hebben voor gas en elektra, dat wij de ramingen beter in zicht hebben / kunnen inschatten. Daarnaast zullen er stappen gezet worden i.v.m. de verduurzamingen die er gaan plaatsvinden en het Zonnepark in Oldemarkt rendeert beter dan verwacht. In 2023 was de opbrengst € 100.000 hoger dan de raming voor het Zonnepark. Investeringsprojecten ruimtelijk domein De in de meerjarenbegroting opgenomen investeringen en lopende investeringen (verlichting, bermen, routekaart energieneutraal, speelvoorzieningen en het IHP ) zullen als gevolg van de prijsstijgingen financieel onder druk komen te staan. Tekst 2023 aanvulling: ook het te kort aan goede arbeidskrachten bij veel bedrijven geeft dat er ook druk op de realisatie / planning komt te staan van diverse projecten zoals bv IHP en de verduurzamingsopgave voor de organisatie.
Uitbreiding van de btw-sportvrijstelling (SPUK 4) Per 1 januari 2019 is de sportvrijstelling in de Wet op de omzetbelasting verruimd. Door deze wetswijziging vervalt het recht op aftrek van btw voor gemeenten en niet-winstbeogende exploitanten van sportaccommodaties. Ook de gemeente Steenwijkerland heeft in 2023, net als in 2019 t/m 2022, een SPUK-aanvraag ingediend. Omdat de aanvragen van de gemeenten boven het Rijksbudget uitstijgen, is die voor bijna 69% uitgekeerd. De verantwoording vindt plaats op basis van de SISA-systematiek bij de jaarrekening 2023. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) stelt op basis van de gerealiseerde kosten de uitkering definitief vast. In de begroting van de gemeente is voor het jaarlijkse tekort een budget opgenomen van € 97.000. Eind 2023 is het risico nihil omdat het hogere nadeel van € 11.000 is verwerkt in de rekening 2023. Eind 2023 is bekend geworden dat de spuk-uitkering btw-sport voor de jaren 2024 en 2025 wordt gecontinueerd. Als de middelen na 2025 overgaan in de algemene uitkering volgt er een hoger risico voor de gemeentebegroting. Vermakelijkhedenretributie (VMR) Er lopen momenteel 29 beroepsprocedures tegen aanslagen VMR 2021 en VMR 2022. Afhankelijk van de lengte van de beroepsprocedure (inclusief mogelijk hoger beroep en cassatie), kan het risico ook voor komende jaren gelden.
De eerste zitting in de procedure staat gepland voor 7 maart 2024. In juni 2024 wordt een uitspraak verwacht. Een juridisch vervolgtraject kan vele jaren in beslag nemen. Het financiële plaatje als gevolg van het beroep vertaalt zich als volgt: In de jaarrekening 2021 is een bedrag van € 347.000 aan inkomsten verantwoord, in 2022 van € 416.000 en in 2023 van € 436.000. In totaal is dit een bedrag van € 1.199.000. Op basis van ons eigen gekozen beleid hebben we in de voorziening dubieuze debiteuren rekening moeten houden met een bedrag van € 440.000 aan risico ten aanzien van de VMR. Dit risico is dus al afgedekt. Het overige nadeel bedraagt dan daarnaast dus nog € 759.000. Aansprakelijkheden Er zijn een aantal aansprakelijkheden in behandeling, die nog niet zijn voorzien van een onderbouwing en hierdoor niet afgedaan kunnen worden. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking had, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2023 € 348 per inwoner bedroeg en lager is dan in 2022 (€ 398). De reden hiervan is de aanpassing van de norm van de omvang van de reserve vaste buffer zoals is vermeld in de nota reserves en voorzieningen.
4 Specifieke uitkering 77 De weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit een eenmalig en een structureel element, te weten de reserve vaste buffer en de onbenutte belastingcapaciteit. Deze omvang bedraagt respectievelijk € 10,3 mln. en bijna € 5,6 mln. Deze omvang is op balansdatum van voldoende omvang om de continuïteit van de gemeente te waarborgen. Diverse kengetallen Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële kengetallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een globaal inzicht van de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze afhankelijk zijn van de lokale situatie. Wel kan de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen. Ook kan zij bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte; 5. Belastingcapaciteit en 6. Weerstandsratio. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen . De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten van de gemeente.
Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben. Normaal bevindt deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuldquote hoger of lager zijn. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitgeleende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporatie Wetland Wonen Groep, nutsbedrijf N.V. Enexis Holding en N.V. Rova Holding zijn hiervan een goed voorbeeld. Daarom moet de netto schuldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven.
78 Zoals u ziet is de netto schuldquote in de periode 2019-2023 gedaald van 52% naar 35%. De schuldquote wordt bepaald op basis van de baten in 2023. De daling is dan ook niet zo opmerkelijk indien enerzijds de investeringen achterblijven, de algemene uitkering met bijna € 6 mln is gestegen ten opzichte van de begroting 2023-2026. Ook zijn er compensatiebudgetten ontvangen voor energie armoede en opvang ontheemden Oekraïne. Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote gecorrigeerd in de periode 2019-2023 gedaald van 43% naar 30%. Het percentage bij de rekening 2023 is lager dan het genoemde percentage In de programmabegroting 2023-2026. De oorzaken zijn nagenoeg gelijk als vermeld bij 1a netto schuldquote. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat dan het zogenaamde noemer effect. Vaak betreft het kleine schommelingen, met lichte trendbreuken tot gevolg. In 2023 zijn de inkomsten € 20,8 mln hoger dan in de primitieve begroting. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het bezit van de gemeente op de balans is afbetaald. Ook geeft deze ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden.
Bij een ratio onder de 20% heeft de gemeente veel schuld. Dus hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de nota “Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019” wordt een minimumpercentage genoemd van 20%.
79 De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2023 een solvabiliteitsratio van 39%. Zoals u ziet is de solvabiliteit hoger ten opzichte van de programmabegroting 2023-2026. Dit heeft te maken met de uitvoering van alle restantkredieten zoals opgenomen in bijlage 7 van de jaarrekening. Het rekeningssaldo van ruim € 8,9 mln. is toegevoegd aan de reserves. De vrijval van de voorzieningen speeltoestellen en maatschappelijk vastgoed heeft tot gevolg dat het solvbiliteitspercentage met 5% is toegenomen. Grondexploitatie Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorraden bouwgrond een risico. Het is immers altijd de vraag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden. Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het kengetal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico er wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zich meebrengt. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Dus hoe lager dit percentage is, hoe beter het met de gemeente gaat. Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2023 2%. Dit percentage wijkt af van het percentage dat meegenomen is bij de programmabegroting 2023-2026.
Dit omdat de boekwaarde met bijna € 0,6 mln. is gedaald met name de afboeking van € 3,9 mln. Van het complex Kornputkwartier en de verhoging van de boekwaarden door de winstnemingen van € 2,8 mln. in 2023. Omdat het percentage evenals bij de schuldquote wordt berekend door de boekwaarde uit te drukken in een percentage ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves) wordt het percentage ook gunstig beïnvloed door de extra inkomsten door een hogere algemene uitkering, Rijksbijdragen Oekraïne van totaal ongeveer € 15 mln.
80 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte. Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele baten onvoldoende ruimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente. Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2023 3,7% (2022: 5,7%). Dit percentage geeft een sterk vertekend beeld omdat dit de indruk zou kunnen wekken dat de gemeente er florissant voor staat. De ontwikkeling van deze structurele ruimte is sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling in de structurele lasten en van de inkomsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelijken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Als dit percentage lager dan 100% is betekent dit dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Als indicatie kan worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2023 komt dit cijfer uit op 70%.
81 Zoals u ziet was in deze grafiek een stabiele trend waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten gedurende de gehele periode zich onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit is toegenomen en de laatste jaren redelijk stabiel blijft. Weerstandsratio In de raadsvergadering van 21 mei 2019 is de nota weerstandsvermogen en risicomanagement vastgesteld. Hierin is een nieuwe signaleringswaarde opgenomen, te weten de weerstandsratio. Dit is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s. Het minimum van deze ratio is bepaald op 1,0. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door alle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegeven, de stille reserves en de onbenutte belastingcapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Zie hiervoor hoofdstuk 4.2 van de programmabegroting 2023-2026. Deze ratio wordt bepaald door de algemene reserve vaste buffer en de onbenutte belastingcapaciteit uit te drukken in een ratio / getal in welke mate de gekwantificeerde risico’s kunnen worden betaald / opgevangen. In de begroting 2023 is een gewogen ratio van 5,3 opgenomen. Het zegt iets over het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen.
Bij de bepaling van het weerstandsvermogen eind 2023 hebben wij de in de begroting van 2024 opgenomen risico’s nader beoordeeld. De risico’s zijn eind 2023 toegenomen, maar belangrijker in dit verband is de aanpassing van de omvang van de reserve vaste buffer zoals is besloten met de vaststelling van de nota reserves en voorzieningen. De gewogen weerstandsratio bedraagt eind 2023 3,3 (2023 begroot: 5,3). Dit betekent dat de gemeente in staat is om de op dit moment bekende financiële tegenvallers op te vangen en haar taken kan blijven uitvoeren.
82 Resumé
83 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De processen die uiteindelijk leiden tot onderhoudsmaatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2023 worden besproken. Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017).
Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: Wegennet up to date, Onderhoud op maat, Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale-, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het risicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “Overwegen” 2017-2020”. Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadebeelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening . Openbare verlichting Areaal
84 Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devies. De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De openbare verlichting wordt onderhouden op het niveau basis. Er wordt in de komende jaren 80% van de openbare verlichting vervangen. In de periode 2017-2026 wordt 80% van de openbare verlichting vervangen door energiezuinige Ledverlichting. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan Openbaar Licht is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Uiteindelijk is gekozen voor het niveau basis. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het beleidsplan Openbaar Licht opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het beleidsplan Openbaar Licht zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Beleidskader In 2022 is een nieuw Riool en Water Programma (RWP) Fluvius 2023-2028 opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad.
Een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe Riool en Water Programma is het onderwerp klimaatadaptatie en dan specifiek de aspecten van klimaatadaptatie die verband houden met een gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater. Klimaatadaptatie is opgepakt in zowel regionaal verband (Fluvius) als in lokaal verband. Besluitvorming over de LAS (Lokale Adaptatie Strategie) met bijbehorende lokale uitvoeringsagenda heeft plaatsgevonden begin 2023. Deze lokale uitvoeringsagenda is voor de onderdelen wateroverlast en droogte verwerkt in het RWP. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het Riool en Water Programma (RWP) is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het Riool en Water Programma opgenomen in het teamplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting en in 2023 in overeenstemming met de programmabegroting uitgevoerd. Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit:
85 Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2022-2026); Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2022-2027); Beheerplan Havens (2022-2027); Riool en Water Programma (2023-2028) In 2020 is het beleidsplan oeverconstructies 2022-2026 door de raad vastgesteld. Gekozen is voor een variant waarbij, daar waar beschoeiing echt nodig is, bij vervanging wordt gekozen voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Voor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau basis. In 2022 is door de raad het beleidsplan Oeververbindingen 2022-2027 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario basis. In 2021 heeft de raad het beheerplan havens vastgesteld. Het beheerplan havens 2022-2026 vormt het kader om het beheer en onderhoud van de havens op kwaliteitsniveau basis te krijgen en te behouden. Het bijbehorende budget zorgt ervoor dat de hierbij benodigde onderhouds- en vervangingsmaatregelen kunnen worden gerealiseerd.
Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van het vaststellen van het Riool en Water Programma voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Voor de oeverconstructies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. In het Beheerplan Baggeren 2023- 2038 is de baggeropgave voor een periode van 15 jaar uitgewerkt. Op basis van deze opgave zijn de bijbehorende benodigde middelen bepaald en voor het stedelijk gebied opgenomen in het Riool en Water Programma. en voor het landelijk gebied uit de algemene begroting. Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario basis beschikbaar is gesteld. Ten aanzien van de havens zijn de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor het beheren en onderhouden op basis niveau. Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit:
86 Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011 - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportvelden zijn vastgelegd in: - Visie op beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden (raadsbesluit d.d.
20-10-2020); - Gebruiks- en onderhoudsreglement gemeentelijke buitensportaccommodaties Steenwijkerland 2021 (collegebesluit d.d. 20-7- 2021). In oktober 2020 is de visie op het beheer en onderhoud van de sportvelden vastgesteld door de raad. Een van de speerpunten uit deze visie is het vergroten van het eigenaarschap van buitensportverenigingen als het gaat om “hun” accommodatie en velden. Hiertoe is een aantal zaken doorgevoerd, onder meer de overdracht van een aantal taken van gemeente naar vereniging en de introductie van de Right to Challenge. Verenigingen kunnen in dit kader op eigen initiatief aangeven dat zij meer taken van de gemeente willen overnemen (aanvullend op de taken die vanuit de visie zijn overgedragen) en kunnen hiertoe een bijdrage verwachten. Deze mogelijkheid en wijziging in taken en verantwoordelijkheden zijn door vertaald in het gebruiks- en onderhoudsreglement van de buitensportaccommodaties in onze gemeente. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de beleidsnota Groen is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op de beleidsnota Groen opgenomen in het teamplan Openbare Ruimte. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren.
De financiële consequenties die voortvloeien uit de visie beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden zijn vertaald in de begroting. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsnota Groen zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.
87 In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Een eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. De financiële consequenties die voortvloeien uit de visie en beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor een periode van minimaal 10 jaar een Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd.
Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld ongeveer € 1.430.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. In 2018 zijn de zwembaden aan de voorziening toegevoegd. De daarvoor benodigde middelen zijn opgenomen in het meerjarenplan. Verder is er voor het verduurzamen van het vastgoed incidenteel geld beschikbaar gesteld. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwerkt in de begroting. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening.
88 3.4 Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vastgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokken en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsbeleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie in de financieringsstructuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland”. Dit statuut is op 10 maart 2020 door de raad vastgesteld. Een gevolg hiervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie over algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplannen van het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft naar het zo zorgvuldig mogelijk (doeltreffend en doelmatig) benutten van de beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetrokken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst. Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm.
Wel wordt opgemerkt dat het aantrekken van gelden, en ook de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risico in verband met herfinanciering. Dit risico is de afgelopen jaren ingeperkt door te kiezen voor leningen met een lange looptijd, zonder mogelijkheid van renteaanpassing. Nu de rente weer is gestegen is het van belang om af te wegen of leningen met tussentijdse renteaanpassingen goedkoper is of juist meer financieel risico met zich meebrengt. In 2023 hebben we in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere publieke instellingen. Daarnaast zijn er tien duurzaamheidsleningen verstrekt. De totale omvang van deze leningen bedroeg op 1 januari 2023 afgerond € 6,4 miljoen, exclusief startersleningen. Per 31 december 2023 bedroeg de restantschuld afgerond € 6 miljoen, eveneens exclusief startersleningen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt.
Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2023 gehanteerd. Als de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder de norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte onder de risiconorm in 2023 ongeveer € 25,3 miljoen.
89 Met de toename van de restantkredieten zal er tijdig ingezet moeten worden om een overschrijding van de renterisiconorm te voorkomen. Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit kunnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijden. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 147 miljoen, waarbij rekening is gehouden met stortingen uit de reserves. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 12,5 miljoen. Zoals u ziet is de kasgeldlimiet per saldo in de kwartalen van 2023 niet overschreden. Bij overschrijding kan de toezichthouder als de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt ons “verplichten” een langlopende geldlening af te sluiten. Koersrisico In 2023 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank voor de internetontvangsten van burgerzaken. In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldi regelmatig overgeboekt naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offerte worden gevraagd. Kasgeldleningen met een looptijd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen bedraagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij er redenen zijn om hiervan af te wijken. De gemeente Steenwijkerland hanteert met ingang van 1 januari 2020 een betaaltermijn van 0 dagen. Dit betekent dat zodra de factuur is gefiatteerd door de budgethouder en indien van toepassing door de prestatieverklaarder de betaling meegaat met de eerstvolgende betaalbatch. Verder wordt in principe drie keer in de week een betaalbatch aangemaakt, te weten op maandag, woensdag en vrijdag.
Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de factuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoorbeeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen. De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemiddeld maakt 60% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. Verder komt het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Verwacht wordt dan ook dat dit percentage niet verder zal stijgen.
90 Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand van de investeringen enerzijds en de aanwezige financieringsmiddelen anderzijds. Als de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, is er sprake van een financieringstekort. Van een financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aanwezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestemmingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financieringstekort eind 2023 ten opzichte van eind 2022 met € 9,0 miljoen toegenomen, maar niet in die mate die was voorzien. Dit wordt met name veroorzaakt door het niet realiseren van alle investeringskredieten. De omvang van de nog te realiseren investeringen bedraagt € 41,7 miljoen 5. 5 zie bijlage 7 van de rekening
91 Treasury. Het renteresultaat over 2023 bedraagt € 12.000 positief en kan als volgt worden gespecificeerd. EMU saldo Op grond van artikel 3 van het Besluit Begroting en Verantwoording moet het EMU-saldo in de jaarstukken worden opgenomen. Genoemd artikel vereist dat ook de jaarstukken inzicht bieden dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. In Europees verband is afgesproken dat het overheidstekort maximaal 3% van het BBP mag bedragen. Binnen ons land is dit tekort van 3% verdeeld tussen de verschillende overheden. Decentrale overheden mogen als afgeleide hiervan een tekort hebben van 0,4% van het BBP. Het aandeel hierin voor gemeenten is 0,27% van het BBP en bedraagt voor 2023 € 2,683 miljoen. Deze norm is in de septembercirculaire 2022 bekendgemaakt. Er kunnen een aantal scenario’s ontstaan: Bij een positief EMU-saldo krijgt de gemeente via reële transacties meer geld binnen dan dat ze uitgeeft. Dit schept ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reservepositie te verhogen. Daarmee draagt zij positief bij aan het EMU-saldo van Nederland. Als het EMU-saldo grenst aan 0 dan krijgt de gemeente via reële transacties ongeveer evenveel geld binnen als dat er wordt uitgegeven. Bij een negatief EMU-saldo geeft de gemeente via reële transacties meer geld uit dan dat er binnenkomt.
Gemeente maakt schulden, trekt leningen aan en spreekt het gespaarde geld aan. Ook nemen de reserves af. Hiermee draagt zij bij aan het EMU-saldo van Nederland. In onderstaande tabel is het EMU-saldo van onze gemeente over het jaar 2023 weergegeven. In 2023 hebben wij een negatief EMU- saldo van € 4,652 mln.
92 In onderstaande tabel is het EMU-saldo afgezet tegen de referentiewaarde. Dit is de waarde die is vastgesteld voor de gemeente Steenwijkerland en gepubliceerd in de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds. De individuele EMU-referentiewaarde betreft een indicatie van het aandeel dat een gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. We blijven ruim binnen de referentiewaarde. De rekening 2023 laat een onderschrijding zien van de referentiewaarde met € 0,965 mln. (2022 € 10,6 mln.) Verder laat de actuele begroting van 2023 zien dat we de referentiewaarde van de EMU-tekortnorm fors overschrijden, te weten met een bedrag van € 25,7 mln. Dit wordt veroorzaakt doordat geplande investeringen niet zijn uitgevoerd Op dit moment is geen sprake van een sanctiemaatregel omdat landelijk de tekortnorm van 0,27% van het BBP van toepassing is. Deze optie is wel in beeld en geldt voor alle gemeenten indien landelijk de tekortnorm wordt overschreden. Daarbij is niet van belang of een gemeente hierin wel of niet heeft bijgedragen.
93 3.5 Bedrijfsvoering Deze bedrijfsparagraaf gaat over hoe we intern georganiseerd zijn en over hoe we onze werkzaamheden uitvoeren. We richten ons daarmee op het beheer en de organisatie. Het organisatieschema dat hieronder is opgenomen bevat de missie, visie, doelen en kernwaarden van waaruit de gemeentelijke organisatie werkt. Voor de structuur van deze bedrijfsvoeringsparagraaf hanteren we de organisatiedoelstellingen als leidraad. Tot slot van deze paragraaf volgt de rechtmatigheidsverklaring. Betrouwbaar en professioneel Privacy, informatiebeveiliging en informatiebeheer De toenemende digitalisering wordt vaak vergeleken met de industriële revolutie. Ontwikkelingen zoals mobiele toegankelijkheid, kunstmatige intelligentie, big data en open data veranderen onze samenleving in een snel tempo en op ingrijpende wijze. De uitdaging ligt in het maximaal dienstbaar zijn aan inwoners en ondernemers, terwijl tegelijkertijd de veiligheid bij het digitaal beschikbaar stellen van informatie gewaarborgd moet worden. De rijksoverheid heeft diverse programma's en strategieën gelanceerd om de digitale transformatie te ondersteunen en de cyberveiligheid te verhogen. Voorbeelden hiervan zijn het 'Nederland Digitaal' programma en de 'Nationale Cybersecurity Strategie'.