Jaarverslag 2019.pdf
Tekst van het document
Dalende inkomsten bij kunststofverpakkingsmateriaal Het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Ve reniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)en het verp akkend bedrijfsleven hebben vergoedingsafspraken gemaakt voor de inzamel ing en sortering van het kunststof verpakkingsafval . Gemeenten laten 70 kunststofverpakkingsafval en drankenkartons inzamel en, sorteren en recyclen. Hiervoor ontvangen zij ee n vergoeding, mits het materiaal voldoet aan een aantal voorwaarden. Eén v an die voorwaarden is dat de materiaalfracties vold oen aan afgesproken kwaliteitseisen. We zien dat de inkomsten uit plast ic terug lopen. Ook zien we meer vervuiling in deze stroom. Dit betekent dat ladingen worden afgekeurd. Een afgekeurde lading PM D wordt verbrand als restafval. Hiervoor ontvangen we dan ook geen vergoeding. Om afkeuringen te voorkomen zetten we extra in op c ommunicatie. Daarnaast is de egalisatievoorziening reiniging be schikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen. Uitbreiding van de BTW-sportvrijstelling (SPUK) Per 1 januari 2019 is de sportvrijstelling in de We t op de omzetbelasting verruimd. Door deze wetswijz iging vervalt het recht op aftrek van btw voor gemeenten en niet-winstbeogende exploitanten van sportaccommodaties. Ook de gemeente Steenwijker land heeft in 2019 een SPUK-aanvraag ingediend.
Gemeente n hebben in totaal voor € 228 miljoen aangevraagd t erwijl het totaal beschikbare budget was vastgesteld op € 152 miljoen . In overleg met gemeenten is bepaald dat kosten va n de aan gemeenten verbonden lichamen (sportbedrijven) onder de werkin gssfeer van de SPUK vallen. Verder bleek uit de ana lyse dat er in de bouwsector forse prijsstijgingen hebben plaatsgevonden in de afgelopen jaren. Daarom is besloten om he t plafond van de SPUK structureel op te hogen met € 22 miljoen tot € 185 miljoen. Het plafond wordt naar rato verdeeld als het plafond is bereikt. Doordat het plafond hoger is geworden, ontvangt de gemeente voor de activiteiten waarvoor zij een specifieke u itkering hebben aangevraagd een hoger percentage vergoeding. Voor 2019 komt dit percentage neer op 82%. Inmiddels is een bedrag van plm. € 309.000 als voorschot ontvangen. De verantwoording vindt plaats op basis van de SISA-systematiek bij d e jaarrekening 2019. Vervolgens zal het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op basis van de gerealiseer de kosten de aanvragen van de gemeente definitief vaststellen. Daarbij is het mogelijk om onder bestede middelen opnieuw in t e zetten. Dit kan leiden tot een hoger uitkeringspercentage over het betreffende jaar.
Prijsstijgingen gas en electra Doordat de energieprijzen sterk zijn gestegen, onts tonden forse overschrijdingen op de energiebudgette n. Afhankelijk van de weersomstandigheden zijn de budgetten verhoogd met € 12.458. In 2019 was een bedrag begroot van € 138.263 voor h et gasgebruik in de diverse gebouwen. In 2019 is ee n bedrag hiervoor uitgegeven van € 73.384. Op deze budgetten is sprak e van een onderschrijding. Voor elektra was een be drag begroot van € 623.024, terwijl een bedrag van € 677.591 hiervoor is uitgegeven. Er is dus sprake geweest van een overschrijding. Per saldo is er nu een bedrag over van plm. € 10.300, Achterstallig onderhoud openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de op enbare ruimte wordt gebruikt gemaakt van speciale c omputerprogramma’s, De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma’s. Het gehele areaal is ingevoerd. Door middel van inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald . Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. Het risico van de schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankeli jk van de gekozen frequentie van inspecteren. Door actualisatie van de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindin gen wordt er planmatiger gewerkt.
De onderhoudswerkzaamheden zijn verricht op onderhoudsniveau “basis” en in sommige gevallen “beperkt basis”. Het financieel risico voor achterstallig onderhoud was ingeschat op € 500.000. Het budget voor 2019 wa s toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te onderhouden. Investeringsprojecten ruimtelijk domein Evenals bij de grondexploitaties zijn voor de lopen de investeringsprojecten op basis van de Risman met hode de risico’s in beeld gebracht. De totale omvang van de investeringsproje cten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. r iolering) en vanuit ontwikkeling zijn geïnitieerd bedroeg destijds ca. € 14,5 miljoen. De impact van de risico’s werd geraamd op € 3,6 miljoen. Er zijn in 2019 geen specifieke projecten met hoge financiële risico’s geweest. Inzameling oud papier Sinds 1 januari zijn 18 oud papierinzamelaars gaan inzamelen via ROVA. Verwachting was dat kosten voor de inzameling en de garantievergoeding gedekt konden worden uit de opbrengsten voor het oud papier. Momenteel is de marktprijs oud papier dermate laag, dat dat niet het geval is. Daarnaast is de egalisatievoorziening reiniging bes chikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen. O ok moet gekeken worden naar meer efficiënte manier van inzamelen en moet extra worden ingezet op communicatie om afkeur zoveel mogelijk te voorkomen.
Aansprakelijkstelling Met betrekking tot aansprakelijkstelling loopt er een zaak. De actuele stand van zaken is als volgt. 71 Eind februari 2019 ontvangt de gemeente een dagvaarding welke betrekking heeft op een schadeclaim van 3 miljoen euro van een veehouder die de gemeente aansprakelijk stelt voor de verontreiniging met rioolwater van een perceel w aarop de veehouder voedergewassen voor zijn vee verbouwde. De veehouder beweert dat hij sinds 2007 te maken heeft gehad m et de verontreiniging van een stuk land, doordat sprake was van overstrom ingen van een gemeentelijke rioolput. De veehouder stelt dat hij dientengevolge te kampen heeft gekregen met diverse problemen, waaronder sterfte van vee en medische klachten. Op dit moment bevinden we ons nog steeds in de schr iftelijke fase. Het is nog niet bekend wanneer de i nhoudelijke zitting bij de rechtbank zal plaatsvinden. De zaak is in ieder gev al overgedragen aan de huisadvocaat. De advocaat ge eft aan dat het causaal verband tussen de overstromingen van de rioolput en de geclaimde schade door de veehouder niet voldoende lijkt aangetoond en dat het schadebedrag daarnaast buitenproportioneel hoog lijkt. Grondexploitaties Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd. Sinds vorig jaar wordt de POC ( Percentage Of Comp letion) methode is toegepast.
Het risicoprofiel van alle grondexploitaties is bij de jaarrekening 2019 circa € 3,5 miljoen. Het r isicoprofiel van het grondbedrijf is daarmee gelijk aan het risicoprofiel van 2018. In de programmabegroting was nog rekening gehouden met een risicoprofiel van € 3,8 miljoen. Daarnaast is door het goede klimaat op de woningmarkt het afzetrisico in een aantal individuele grondexploitaties afgenomen. Corona Na balansdatum ( 31 december 2019) is heel de wereld geconfronteerd met de coronacrisis. In Nederland was de impact in januari nog beperkt, maar eind februari / begin maart 2020 werden toch de grote gevolgen hiervan zichtbaar. Al met al heeft dit geleid tot ongekende aanpassingen voor de dagelijkse leven en het kabinet heeft allerlei beperkingen opgelegd ten einde deze crisis het hoofd te bieden. De financiële impact is sterk afha nkelijk van de duur van de crisis en nadere besluit en die vanuit het kabinet en lokaal zullen worden genomen en/of opgelegd. Naar verwachting zullen zich de in ieder geval de volgende effecten voordoen: o Toegenomen uitgaven voor inkomensondersteuning o Extra lasten voor gemeenschappelijke regelingen (GGD en Veiligheidsregio); o Onzekerheden op het gebied van uitgaven voor onderwijs; o Lagere /wegvallende inkomsten (bijv.
havengelden, toeristenbelasting, forensenbelasting, dividenden); o Onderuitputting op investeringen; o Stagnatie van mogelijke uitgifte van gronden van de grondexploitaties;. o Extra lasten voor noodzakelijke kindercrisisopvang, laptops en licenties voor thuiswerksystemen; o Nadelige effecten op de kengetallen van de gemeente, ( solvabiliteit, netto schuldpositie en grondexploitatie); o Rechtmatigheidsproblemen bij het blijven doorbetale n van Jeugdzorg conform de oproep van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten; Op dit moment is moeilijk een inschatting te maken van het te verwachten financiële effect voor de gemeente Steenwijkerland Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking h ad, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2019 € 253,05 per inwoner bedroeg en een beetje lager is dan in 2018 (€ 254,15).
bedragen x € 1 Weerstandscapaciteit Begroting Rekening Rekening 01-01-2019 31-12-2019 31-12-2018 Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vaste buffer € 11.166.000 € 11.166.000 € 11.166.000 Weerstandscapaciteit exploitatie Onvoorzien € 0 € 0 € 0 Totaal weerstandscapaciteit € 11.166.000 € 11.166.000 € 11.166.000 Aantal inwoners 43.768 44.126 43.935 Weerstandscapaciteit per inwoner € 255,12 € 253,05 € 254,15 Diverse kengetallen Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële keng etallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een glo baal inzicht van de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voo r de kengetallen omdat deze afhankelijk zijn van de lokale situatie. Wel kan de 72 raad eigen normen stellen voor deze kengetallen. Ook kan zij bij belangrijke raadsbesluiten laten opne men wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte en 5. Belastingcapaciteit. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen .
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten van de gemeente. Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer s chuld een gemeente mag hebben. Normaal bevindt deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld net grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuldquote hoger of lager zijn. De netto schuldquote voor onze geme ente is vrij constant en varieert van 58% in 2015 naar 53% in 2019. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitge leende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporaties (Wetland Wonen en Woonconcept) en de nutsbedrijven (vordering op Ene xis en Vitens) zijn hiervan een goed voorbeeld. Daarom moet de netto sc huldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote in de periode 2015-2019 gedaald van 58% naar 53%. D it is hoger dan het genoemde percentage In de programmabegroting 2019-2 022. Daar werd echter rekening gehouden met een dal ing naar 51%. Deze lagere daling wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er een langlopende geldlening van € 9 miljoen is opgenomen.
73 44% 41% 45% 43% 45% 43% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rek 2015 Rek 2016 Rek 2017 Rek 2018 Rek 2019 Begr 2019 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Categorie A: minst risicovol Categorie B: neutraal Categorie C: meest risicovol Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote gecorrigeerd in de periode 2015-2019 gestegen van 44% naar 45%. Dit is hoger dan het genoemde percentage In de programmabegroting 2019-2022. Daar werd echter rekening gehouden met een daling naar 40%. Deze lagere daling wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er een langlopende geldlening van € 9 miljoen is opgenomen en de aflossing van de verstrekte lening aan Enexis.. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat d an het zogenaamde noemer effect. Vaak betrof het kleine schommelingen, met lichte trendbreuken tot gevolg. Sinds 2015 heeft de gemeente te maken met een forse trendbreuk door de overheveling van t aken in het sociaal domein. De inkomsten zijn hierd oor fors gestegen . Een gevolg hiervan is dat de netto schuldquote in 2019 is gedaald naar 53,2% en de netto schuldquote gecor rigeerd naar 45,4%. Opgemerkt wordt dat hoe lager het percentage van de netto schuldquote is, hoe beter het gaat met de gemeente.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het be zit van de gemeente op de balans is afbetaald. Ook geeft dit ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een geme ente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio ond er de 20% heeft de gemeente heel veel schuld. Dus h oe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de nota “Weerstandsvermogen en risicomanagement 2019” wordt een minimumpercentage genoemd van 20%. De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2019 een sol vabiliteitsratio van 33%. Zoauls u ziet daalt de so lvabiliteit minder ten opzichte van de programmabegroting 2019-2022. Dit h eeft onder andere te maken met de uitvoering van de investeringen die 74 achterblijven ten opzichte van de planning die ten laste van de reserves koimen.Opgemerkt wordt dat het solvabiliteitsratio redelijk stabiel is. Onze doeling van de meerjarenbegroting om de solvabiliteit minimaal op dit niveau te stabiliseren is gelukt. Grondexploitatie Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorrad en bouwgrond een risico. Het is immers altijd de vr aag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden.
Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het keng etal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan t ussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de ja arlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico e r wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de in komsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zi ch mee brengt. Een grondexploitatie van 10% of hoge r wordt beschouwd als kwetsbaar. Dus hoe lager dit percentage is hoe beter het met de gemeente gaat. Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2019 11,8%.Dit percentage wijkt af van het percentage dat meegenomen is bij de programmabegroting 2019-2022. Zoals u ziet ligt het kengetal sinds 2015 rond de 1 9%. In 2018 is dit gedaald naar 14,1%. Vervolgens i s deze daling doorgezet tot 11,8%. Deze daling wordt veroorzaakt door enerzijds de verliezen en anderzijds winstneming van divers e complexen. Dit omdat het percentage wordt berekend door de boekwaarde ui t te drukken in een percentage ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om t e kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de total e baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte. Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele baten onvoldoende ruimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente. 75 Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2019 -1,5% ( 2018 :2,3%). Hoe deze structurele ruimte zich in de komende peri ode ontwikkeld is sterk afhankelijk van zowel de on twikkeling in de lasten en van de inkomsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in h oe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt te n opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelij ken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woo nlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Als dit percentage hoog ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven.
Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. Als indicatie ka n worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2019 komt dit cijfer uit op 84%. Zoals u ziet was in deze grafiek een neergaande tre nd waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten zic h steeds verder onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcap aciteit in de loop van de jaren is toegenomen. Door beperkte lastenverzwaring, stijgt de “ruimte” van de belastingcapaciteit.. 76 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening 2018 Actuele Begroting Rekening 2019 A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde + 219 219 219 B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde + 227 220 220 C. Afvalstoffenheffing voor een gezin + 167 179 179 D. Eventuele heffingskorting voor een gezin - - - - E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 613 619 619 F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 / 721 740 740 Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor 85% 84% 84% Resumé Kengetallen Rekening 2018 Actuele Begroting Rekening 2019 Verplichte kengetallen 1a. Netto schuldquote 53% 51% 53% 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen 44% 40% 45% 2. Solvabiliteitsratio 35% 27% 33% 3. Grondexploitatie 14% 14% 12% 4. Structurele exploitatieruimte 2% -2% -1% 5.
Gemeentelijke belastingcapaciteit 85% 84% 84% Signaleringswaarden kengetallen Categorie A minst risicovol Categorie B neutraal Categorie C meest risicovol Verplichte kengetallen 1a. Netto schuldquote < 90% 90 - 130% > 130% 1b. Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen < 90% 90 - 130% > 130% 2. Solvabiliteitsratio > 50% 20 - 50% < 20% 3. Grondexploitatie < 20% 20 - 35% > 35% 4. Structurele exploitatieruimte > 0% 0% < 0% 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit < 95% 95 - 105% > 105% 77 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzienin gen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zi jn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voor zieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeen te, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, ve iligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De processen die uiteindelijk leiden tot onderhouds maatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. H iervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpak ket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden.
Uitgangspunt voor het ge wenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2 007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. In d eze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per on derdeel de situatie van 2019 worden besproken. Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Areaal Wegen Oppervlak (ha) % • Asfalt 173 49% • Cementbeton 11 3% • Elementen 158 45% • Onverhard 12 3% Totaal 354 100% Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017). Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels histori sche, netwerk van wegen, paden en pleinen als een w aardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veili g, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s: • Wegennet up to date, • Onderhoud op maat, • Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer) taken en behoud/versterking van sociale-, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daa rom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in.
Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het ri sicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kw aliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “O verwegen” 2017-2020”. Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadeb eelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening . 78 Openbare verlichting Areaal Areaal Openbare Verlichting Aantal Eenheid • Lichtmasten 11.000 stuks Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2 017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devi es.
De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duur zaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario Beperkt Basis wordt enige a chterstand in de vervanging geaccepteerd. Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan Openbaar Licht is niet alleen he t beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financi ële consequenties bepaald. Uiteindelijk is gekozen voor het niveau beperkt bas is. Per jaar worden de concrete plannen die gebasee rd zijn op het beleidsplan Openbaar Licht opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het beleidsplan Openbaar Licht zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.
Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Areaal Riool Aantal Eenheid • Vrijverval riolering 420 km • Persleiding 61 km • Drukriolering 341 km • Gemalen 144 stuks • Randvoorzieningen 12 stuks • Minigemalen 1.150 stuks Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016-2021, dat is op gesteld met het toenmalig waterschap Reest en Wieden en de zes inliggende gem eenten van het beheergebied van dit waterschap. Voo r de gemeentelijke watertaken zijn de volgende vijf bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking schadelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Twee doelen richten zich op communicatie, meldingen, klachten en afhandeling hiervan. Het betreft doel 1: ‘bescherm de volksgezondheid’ en doel 5: ‘zorgvuldige dienstverlening’. De overige drie doelen (doel 2: beperk wateroverlast, doel 3: beperk hinder en doel 4: spa ar het milieu) bepalen in grote mate de inzet van m enskracht en middelen.
Daartoe wordt een aantal strategische keuzes gemaakt: - Inzet op assetmanagement en een sterke betrokkenheid van inwoners en bedrijven; - Inzet op versterken van de duurzaamheid; - Maatregelen afleiden uit de ketenbenadering en de b estuurlijke doelen, daarbij zijn de zorgplichten le idend voor de mate waarin de gemeente haar verantwoordelijkheid invult: o Aanleg van nieuwe voorzieningen; o Gegevensbeheer; o Aansluiting op riolering of IBA; o Onderhoudswerkzaamheden; 79 o Kwaliteit van riolering; o Functioneren van riolering; o Aanpak knelpunten; o Communicatie; o Klimaatverandering; o Afkoppelen; o Overdracht stedelijk water; o Zorgplicht grondwater. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskad er vastgelegd, maar zijn ook de financiële conseque nties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.
Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Water Aantal Eenheid •Watergangen en stedelijk gebied 46 km • Niet schouwsloten 119 km • Schouwsloten 207 km • Greppels 100 km • Duikers 1.500 stuks Kunstwerken Aantal Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en overige voorzieningen) 335 stuks • Havens 11 stuks • Beschoeiingen 120 km Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kuns twerken in de gemeente is vastgelegd in diverse bel eidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2016-2020); - Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2017-2021) - Watertakenplan Fluvius 2016-2021; In 2015 is een beleidsplan oeverconstructies vastge steld. In dit beleidsplan is op basis van voor- en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij daar wa ar beschoeiing echt nodig is bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Dit betekent dat er bij constatering van een matige, s lechte of zeer slechte kwaliteit dient te worden gekeken of: 1.
De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de ge meente valt (als het onder particuliere verantwoord elijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven en te wijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2. De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan worden volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door ene natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 3. De beschoeiing kan worden vervangen door een duurza me kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing d ient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). In 2017 is door de raad het beleidsplan Oeververbin dingen 2017-2021 vastgesteld met de daarbij benodig de middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario beperkt basis. Verhoging van het onderhoudsbudget als gevolg van achterstallig onderhoud en het benodigde budget voor vervangingsinvesteringen voor de jaren 2018 t/m 2022 zijn beschikbaar gesteld. 80 Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van he t vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekkin g van de benodigde middelen. Voor de oeverconstruct ies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. Voor wat bet reft de baggeropgave wordt samen met de andere wate rbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraa l aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te r ealiseren. Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario beperkt basis beschikbaar is gesteld. Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Areaal Groen- en speelvoorzieningen Aantal Eenheid • Bomen 34.000 Stuks • Gazon 100 Ha • Extensief beheerd gras 100 Ha • Bermen 258 Ha • Hagen 33.000 m2 • Plantsoen 16 Ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) 91 Ha • Speelplekken 184 Stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plan tsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides.
Hierbij zi jn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen, 2007; - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; - Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven hoe het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden. In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het gro en beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbi j het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een eval uatie besloten om de lijn van het speelplekkenbelei d uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is va stgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimule ert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Om het buit enspelen te stimuleren zijn er uitdagende natuurspe elplekken ontwikkeld gericht op beweging en het prikkelen van de fantasi e.
Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekenin g gehouden met medegebruik door kinderen met een beperking. Open s choolpleinen dragen bij in de behoefte aan speelrui mte. Er zijn daarover met diverse scholen afspraken gemaakt. Bij het ontw erp en onderhoud van de openbare ruimte in het alge meen wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. Het ond erhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisni veau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de beleidsnota Groen is niet alleen het beleidsk ader vastgelegd, maar zijn ook de financiële conseq uenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op de beleidsnota Groen opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. 81 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsnota Groen zijn één op één verwerkt in de programmabegroting. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is.
Een eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Areaal Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Binnensport accommodaties 8 Stuks • Buitensport accommodaties 15 Stuks • Gemeentelijke panden 1 Stuks • Werkplaatsen 2 Stuks • Brandweer 6 Stuks • Musea 5 Stuks • Wijkgebouwen 3 Stuks • Peuterspeelzalen 3 Stuks • Jeugdhonken 2 Stuks • Begraafplaatsen 16 Stuks • Woningen 2 Stuks • Recreatie 12 Stuks • MFC 1 Stuks • Theater 1 Stuks • Overige panden 42 Stuks • Zwembaden 3 Stuks Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderh oudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. U itgegaan wordt van drie categorieën onderhoud. Het klachtenonderhoud b etreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storin gen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voo r een periode van minimaal 10 jaar een Meerjarenpla n Maatschappelijk Vastgoed opgesteld.
Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud gemidd eld € 960.000 bedragen. Uitbreidingen en duurzame m aatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. In 2018 zijn de zwembaden aan de voorziening toegev oegd. De daarvoor benodigde middelen zijn opgenomen in het meerjarenplan. Verder is er voor het verduurzamen van het vastgoed incidenteel geld beschikbaar gesteld. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwerkt in de begroting. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorzienin g ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar b eoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening . 82 3.4 Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vas tgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen va n financiële risico’s op aangetrokken en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsb eleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flex ibiliteit en transparantie in de financieringsstruc tuur mogelijk maakt.
De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland”. De gemeenteraad heeft het statuut in haar raadsverg adering van 21 juni 2011 vastgesteld. Een gevolg hi ervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie over algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplannen van het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft er naar om zorgvuldig (doeltreffend en doelmatig) om te gaan met de beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leni ngen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetro kken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst. Bij het afslu iten van leningen wordt rekening gehouden met de be staande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm. Wel wordt opgemerkt dat het aa ntrekken van gelden, alsmede de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Een kernonderdeel van de financieringsparagraaf is het risicoprofiel. In dit verband worden onder risico verstaan: - Renterisico’s; - Koersrisico’s - Kredietrisico’s; - (intern( liquiditeitsrisico’s en - Valutarisico’s.
Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risic o in verband met herfinanciering. In 2019 is geen lening vervroegd afgelost. Verder hebben we in 2019 in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere publi eke instellingen. De totale omvang van deze leninge n bedroeg op 1 januari 2019 afgerond € 8,6 miljoen, exclusief startersleningen. Per 31 december 2019 bedroeg de restantschuld afgerond € 7,1 miljoen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodan ig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mat e worden beperkt. Als de leningenportefeuille gelij kmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmati g in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt ee n bedrag van 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2019 gehanteerd. Ind ien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder d e norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals u it onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte ond er de risiconorm in 2019 ruim € 21 miljoen.
bedragen x € 1.000 Renterisico Rekening 2019 Rekening 2018 Renterisico vaste schulden Renteherziening o/g - - Betaalde aflossingen 4.120 4.021 Renterisico vaste schulden 4.120 4.021 Toegestane renterisiconorm Omvang begroting 2019 (=grondslag) 127.821 124.815 Renterisiconorm (in % van de grondslag) 20,0% 20,0% Toegestane renterisiconorm 25.564 24.963 Toets renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm 21.444 20.942 Overschrijding renterisiconorm 83 Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit ku nnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijden. Het per centage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5 % van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 126 miljoen, waarbij geen rekening is gehouden met stortingen uit de reserves. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 10,8 miljoen.
bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden 13.070 14.390 6.023 776 Omvang vlottende middelen 550 573 303 322 Netto vlottende schuld 12.520 13.817 5.720 454 Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting 2019 (=grondslag) 127.821 127.821 127.821 127.821 Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) 8,5% 8,5% 8,5% 8,5% Toegestane kasgeldlimiet 10.865 10.865 10.865 10.865 Toets kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet 5.145 10.411 Overschrijding kasgeldlimiet - 1.655 - 2.952 Zoals u ziet is de kasgeldlimiet in de eerste twee kwartalen overschreden. Bij overschrijding kan de toezichthouder indien de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt o ns “verplichten” een langlopende geldlening af te s luiten. Medio september 2019 is daarom dan ook een langlopende geldlening van € 9 miljoen afgesloten. Koersrisico In 2019 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeit enbeheer en het beheer van de geldstromen van de de biteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitsp ositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektr onisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gem eenten (BNG).
Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank. In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldo regelmatig van deze rekenin g gestort naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kort lopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en k redietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offerte worden gevraagd. Kasgeldleningen met een looptijd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteure n en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen be draagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenz ij er redenen zijn om hiervan af te wijken. Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de f actuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoorbeeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen.
De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso. Gemi ddeld maakt 60% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. Verder kom t het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de be lastingdebiteuren. Verwacht wordt dan ook dat dit p ercentage niet verder zal stijgen. Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand van de investeringen enerzijds en de aanwezige financie ringsmiddelen anderzijds. Als de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, i s er sprake van een 84 financieringstekort. Van een financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aan wezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestem mingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte Begroting Rekening Rekening Verschil 01-01-2019 01-01-2019 31-12-2019 Boekwaarde Boekwaarde vaste activa incl.
voorraden 113.330 115.373 115.807 434 Boekwaarde leningen u/g 16.411 11.203 9.714 - 1.490 Totaal boekwaarde 129.741 126.576 125.520 - 1.056 Aanwezige financieringsmiddelen Eigen vermogen Reserves 55.032 49.041 46.834 - 2.207 Resultaat boekjaar 760 - 1.041 - 1.801 Totaal eigen vermogen 55.032 49.801 45.793 - 4.008 Vreemd vermogen Voorzieningen 6.633 10.459 11.730 1.271 Langlopende leningen 66.432 61.046 66.136 5.090 Totaal vreemd vermogen 73.065 71.505 77.867 6.362 Totaal financieringsmiddelen 128.097 121.306 123.660 2.354 Financieringstekort (-/-) c.q. overschot (+/+) - 1.644 - 5.270 - 1.861 3.410 Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financie ringstekort gedurende 2019 ( 31-12 / 1-1 ) afgenome n met ruim 3,4 miljoen afgenomen. De afname van de boekwaarde grondexploit atie en het aantrekken van een langlopende lening i n september 2019 zijn de grootste factoren in deze afname. Treasury. De toerekening van rente is een belangrijk aandachtspunt geweest bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2017. Met de wijziging is gepr obeerd dat alle gemeenten op dezelfde manier omgaan met hun rentelasten en –opbrengsten. Vanaf 2017 moest rente worden toeg erekend aan de taakvelden. In onderstaand rentesche ma is invulling gegeven aan de doorbelasting van de rentelasten naar de taakvelden.
Met ingang van 2017 is geen rekening gehouden met rente over het eigen vermogen en voorzieningen, de zogenaamde bespaarde rente. Deze rente werd gebruikt als dekkingsmiddel voor de exploitatie. Een gevolg hiervan is dat de wekelijke rentelasten lager uitvallen. Ook het omslagpercentage is lager. Doordat het omslagpercentage overeenkomstig de Kadernota is vastgesteld is er een saldo ontstaan een saldo op het taakveld Treasury. Per saldo is er een nadelig saldo van € 67.000 bij de jaarrekening. 85 bedragen x € 1.000 Renteschema Actuele Begroting Rekening 2019 Verschil a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering (-) - 1.674 - 1.765 - 91 N b. Externe rentebaten (+) 344 369 25 V Totaal door te rekenen externe rente - 1.329 - 1.396 - 66 N c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend (+) 178 178 - 0 N c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (+) - 241 - 241 0 V c3. De rentebaat van aangetrokken en weer verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (-) 241 241 - 0 N Saldo door te rekenen externe rente - 1.151 - 1.218 - 66 N d1. Rente over eigen vermogen (-) - - - d2.
Rente over voorzieningen (contante waarde) (-) - - - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente - 1.151 - 1.218 - 66 N e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (+) 1.543 1.543 - 0 N f. Renteresultaat op het taakveld treasury 392 325 - 67 N EMU saldo Op grond van artikel 3 van het Besluit Begroting en Verantwoording moet het EMU-saldo nu ook in de jaa rstukken worden opgenomen. Genoemd artikel vereist dat ook de jaars tukken inzicht bieden dat een verantwoord oordeel k an worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten. In Europees verband is afgesproken dat het overheid stekort maximaal 3% van het BBP mag bedragen. Binne n ons land is dit tekort van 3% verdeeld tussen de verschillende overheden. Decentrale overheden mogen als afgeleide hiervan een tekort hebben van 0,4% van het BBP. Het aandeel hierin voor gemee nten is 0,27% van het BBP en bedraagt voor 2019 € 2 .249 miljoen. Deze norm is in de septembercirculaire 2019 bekendgemaakt. Er kunnen een aantal scenario’s ontstaat: Bij een positief EMU-saldo krijgt de gemeente via r eële transacties meer geld binnen dan dat ze uitgee ft. Dit schept ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reserveposit ie te verhogen. Daarmee draagt zij positief bij aan het EMU-saldo van Nederland.
Als het EMU-saldo grenst aan 0 dan krijgt de gemeen te via reële transacties ongeveer evenveel geld bin nen als dat er wordt uitgegeven. Bij een negatief EMU-saldo geeft de gemeente via re ële transacties meer geld uit dan dat er binnenkomt . Gemeente maakt schulden, trekt leningen aan en spreekt het gespaar de geld aan. Ook nemen de reserves af. Hiermee draa gt zij bij aan het EMU- saldo van Nederland. 86 bedragen x € 1.000 Berekening EMU-saldo via exploitatie en balans (volgens EMU-enquête) Rekening 2018 Rekening 2019 Actuele Begroting 1. (+) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c). - 5.622 - 4.008 - 12.496 2. (-) Mutatie (im)materiële vaste activa 2.577 3.313 16.231 3. (+) Mutatie voorzieningen 2.942 1.271 - 1.630 4. (-) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) - 3.973 - 2.879 - 4.667 5.
(-) Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa - - - Berekend EMU-saldo - 1.283 - 3.170 - 25.690 bedragen x € 1.000 EMU-saldo referentiewaarde Rekening 2018 Rekening 2019 Actuele Begroting EMU-saldo volgens berekening - 1.283 - 3.170 - 25.690 EMU-SALDO referentiewaarde - 4.454 - 4.820 - 4.820 EMU-saldo blijft onder referentiewaarde 3.171 1.650 EMU-saldo overschrijdt referentiewaarde - 20.870 - 1.283 - 3.170 - 25.690 - 40.000 - 30.000 - 20.000 - 10.000 - 10.000 20.000 Rekening 2018 Rekening 2019 Actuele Begroting EMU-saldo EMU-saldo is negatief en onder referentiewaarde EMU-saldo is negatief maar boven referentiewaarde EMU-saldo is positief Zowel de rekening 2018 en 2019 geven aan dat de EMU saldi negatief zijn met plm € 3,1 en € 1,6 miljoen maar dat de referentiewaarden niet worden overschreden. Daarnaa st laat de begroting 2019 zien dat we de referenti ewaarde van de EMU tekortnorm fors overschrijden. Dit wordt veroorzaak t doordat geplande investeringen nog niet zijn uitg evoerd. De begroting laat een groot tekort zien omdat er nog grote investerin gen in de begroting zijn opgenomen, hetgeen met een hoog financieringstekort gepaard gaat. In de begroting 2020 is wederom een hoog investeringsniveau opgenomen. Wanneer deze inv esteringen tot besteding komen zal dit tot gevolg hebben dat het tekort ook in de rekening 2020 gaat toenemen.
Op dit moment is geen sprake van een sanctiemaatregel omdat landelijk de tekortnorm van 0,27% van het BBP van toepassing is. Deze optie is wel in beeld en geldt voor alle gemee nten indien landelijk de tekortnorm wordt overschre den. Daarbij is niet van belang of een gemeente hierin wel of niet heeft bijgedragen. 87 3.5 Bedrijfsvoering Onder de noemer “Dag verleden, hallo toekomst” hebb en wij het afgelopen jaar volop gewerkt aan de ontw ikkeling en transitie naar een toekomstbestendige organisatie. De wereld om ons heen verandert immers in rap tempo. Als organisatie willen we daarin meebewegen. De ingezette weg naar een wendbare en f lexibele organisatie, waarbij de vraag van inwoners , ondernemers en instellingen centraal staat, heeft geresulteerd in een nieuwe koers voor de organisatie. Onder de noem er “Steenwijkerland is mooi man” hebben we een koers uitgezet, waarin samenwerk en, meedenken, professionaliteit en plezier centraa l staan. Om dit te realiseren zijn uitgangspunten voor een nieuwe stru ctuur en besturing gedefinieerd. Een nieuw organisa tiemodel en, minstens zo belangrijk, een nieuwe besturingsfilosofie. De besturingsfilosofie geeft aan hoe wij met elkaar omgaan en samen willen werken. Dienstbaar leiderschap, aandacht voor mens en inhoud, koersvastheid en een steeds betere dienstverlening staan in onze filosofie centraal.
Een organisatie die de inwoner, onderneme r en onze gast op 1 zet. De nieuwe besturingsfiloso fie vraagt een andere houding en gedrag van medewerkers. Kernwoorden zijn hierin aandacht voor elkaar, betrouwbaarheid, ontw ikkelen en samenwerken. Ook de resultaten van het cultuuronder zoek, dat door de ondernemingsraad is geïnitieerd, vragen om concrete acties en veranderingen. Onder meer is hiervoor een interne werkgroep geformeerd (de ‘tamtam-groep’). Deze groep is opgezet om acties uit te zetten die bijdragen aan de gewenste houding en gedrag en actief niet-effectief gedrag ter discussie stelt. De implementatie van het nieuwe organisatiemodel betekende een reorganisatie op leidinggevend niveau. Het plaatsingsproces is gestart met de invulling van de directeursfuncties, gevolgd door het traject voor de benoeming van teamleiders. In het voorjaar van 2020 zijn naar verwachting alle leidinggevende posities bemenst. Integrale toegang sociaal domein Vanaf 2020 maakt de sociale dienst weer onderdeel u it van de gemeentelijke organisatie. Aan deze integ ratie is in 2019 volop gewerkt (communicatie, ontvlechting systemen, archivering, integreren processen etc.). Besloten is de integrale toegang voor het sociaal domein voor een jaar in het pand van de IGSD aan de Vesting te huisvesten en vervolgens aan de Vendelweg in te huizen.
De voorbereidingen daarvoor zijn na de besluitvorming hiertoe door de raad eind 2019 gestart. Programmatisch werken Gelet op de grote opgaven die er in onze gemeente liggen hebben wij besloten meer programmatisch te werken. Deze manier van werken is een belangrijk onderdeel van onze organis atieontwikkeling, dat als doel heeft effectiever, e fficiënter, integraler en met meer plezier te kunnen werken. Een programma is een verzameling van activiteiten waarmee een of meer doelen moeten worden bereikt. Door deze opgaven via een programma te rea liseren wordt de lijnorganisatie ondersteund om de “reguliere” werkzaamheden te kunnen continueren. In 2019 zijn we, naast het programma Omgevingswet, daarom gestart met twee nieuwe programma’s: Duurzaa m Beleefbaar Toerisme en Duurzaam. De manier van werken is nieuw voor ons, maar we zien dat de voordelen van het programmatisch werken steeds meer tot uiting komen. Om deze werkwijze ver der te ondersteunen hebben de programmaleiders in h et nieuwe organisatiemodel ook dezelfde (HR-)verantwoordelijk heden gekregen als teamleiders. Het komend jaar bou wen we het programmatisch werken verder uit, onder meer door verdere professionalisering en training. Medewerkers Eind 2019 werkten er 354 medewerkers bij onze organisatie, tegenover 337 een jaar ervoor. De formatie is gestegen van 327 naar 345.
De uitbreiding qua formatie betrof onder meer de programma`s Duurzaam Beleefbaar Toerisme, Duurza amheid en Omgevingswet, het klant contact centrum en de conce rnstaf. Daarnaast hebben we een vijftal medewerkers van de Noordwestgroep in dienst genomen. Weglaten schept v erwarring Echter op bepaalde domeinen blijft het mo eilijk om vacatures in te vullen. Hierin is Steenwijkerland overigens niet uniek, dit is een landelijke trend. In totaal hebben we afgelopen jaar 43 nieuwe medewerkers mogen verwelkomen. Aantal medewerkers / formatie 2 2015 2016 2017 2018 2019 Totaal aantal medewerkers 326 333 344 337 354 Aantal mannen 165 168 167 159 165 Aantal vrouwen 161 165 177 178 189 Totale formatie (fte) 310 314 317 328 345 Totale bezetting (fte) 292 297 305 308 313 2Fte staat voor fulltime-equivalent. Het is een reke neenheid waarmee de omvang van een functie of de pe rsoneelssterkte kan worden uitgedrukt. Eén fte is een volledige werkweek van 1 medewerker. 88 Een blik op ons personeelsbestand laat zien dat 32% van de medewerkers 55 jaar of ouder is. Willen we ook in de toekomst een aantrekkelijke werkgever zijn, een personeelsbestan d hebben dat qua leeftijd in balans is, dan is de i nstroom van jong talent belangrijk. Onder meer daarom hebben we het generatiepact ingevoerd.
Hiermee biedt de gemeente medewerkers van 58 jaar en ouder de mogelijkheid om minder te werken met gedee ltelijk behoud van salaris. In 2019 hebben 26 medew erkers deelgenomen aan deze regeling, dit is een lichte stijging ten o pzichte van 2018. De loonkosten die bespaard worden door het generatiepact worden ingezet om jongeren aan te nemen. Hierdoor hebben 5 jongeren onder de 27 jaar in 2019 een trai neetraject bij ons gevolgd. Kengetallen 2015 2016 2017 2018 2019 Stagiaires 23 20 7 14 17 Trainees 1 5 8 5 5 Interne detachering 9 9 9 24 12 De organisatie heeft de afgelopen periode veel inge zet om het ziekteverzuim in de organisatie te vermi nderen. Dat dit effect heeft laat het dalende ziekteverzuim goed zien: Kengetallen 201 5 2016 2017 2018 2019 Ziekteverzuim 5,1 % 5,3% 5,0% 4,4% 4,1% Naar verwachting zal het organisatiebrede ziektever zuim voor 2020 op een hoger niveau uitkomen. Dit ge let op het hogere verzuim bij de medewerkers van de sociale dienst, d at per 1 januari 2020 onderdeel vormt van de gemeen telijke organisatie. Het verzuim bij de sociale dienst bedroeg in de afgelop en jaren ca. 11%. Volop zal worden ingezet om ook d it verzuim op een laag niveau te krijgen. Wnra De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra ) is per 1 januari 2020 ingegaan. Deze wet regelt d at ambtenaren dezelfde rechtspositie hebben als werknemers in het bedrijfs leven.
De arbeidsvoorwaarden zijn door de nieuwe re chtspositie niet veranderd, wel zijn er veranderingen ten aanzien van de aanstelling, het ontslag en eventuele geschillen. De invoering van de wet in onze organisatie is goed verlopen. Veel aandacht is geschonken aan het juist informeren van de mede werkers, onder meer diverse informatiebijeenkomsten. HR21 Als gemeente stappen we over op een nieuw functiewa arderingssysteem: HR21. Dit functiewaarderingssyste em van de VNG is een gemeenschappelijke meetlat voor functiebeschrij vingen en –waarderingen. Het maakt de organisatie f lexibeler en biedt medewerkers mogelijkheden voor een optimale loopbaa nontwikkeling. De voorbereiding voor de invoering i s in 2019 gestart, onder meer door alle functiebeschrijvingen te actua liseren. Het is de bedoeling om medio 2020 de bijho rende (definitieve) indelingsbesluiten naar de medewerkers uit te doen. Samenwerking In 2017 is gestart met het gezamenlijke klantcontac tcentrum: telefonische vragen van inwoners en onder nemers uit Zwartewaterland worden nu zoveel mogelijk in het 1e contact beantwoord door het KCC van Steenwijkerlan d. Ook andere bedrijfsvoeringonderdelen doen wij in samenwerking met omliggende gemeenten. Dat geldt voor onze inkoo pcoördinatie (samen met Zwartewaterland en Staphorst), informatiebeveil iging en ook op het terrein van de Verbijzonderde I nterne Controle (VIC).
In het afgelopen jaar heeft de VIC gewerkt vanuit een gezamenlijk controleplan voor de 4 deelnemende geme enten (naast onze gemeente ook Meppel, Westerveld en Zwartewaterland), waarbij onderling bij elkaar controles zijn uitgevoerd. Doelstelling is om in de loop van 2020 de VIC-samenwerking op eigen benen staat en functioneert als zelfstandige controlepoo l. Dit ook vooruitlopend op de invoering van de rechtmatigheidsverklaring van het college over het jaar 2021. Dienstverlening In het afgelopen jaar hebben we diverse verbeteringen in onze dienstverlening aangebracht. Zo hebben we, mede naar aanleiding van reacties uit het inwonerspanel, de mogelijkheid ingevoerd om ook zonder afspraak bij de publieksba lie producten aan te vragen. Dat het voorziet in een behoefte van de inwoners blijkt: inmiddels verloopt ruim 30% van de bezoeken op deze wijze. Ook is de MOR (Melding Openbare Ruimte) gebruiksvriendelijker gemaakt. De inwoner kan eenvoudig een melding doen en hoeft niet meer te kiezen in welke (sub)categorie de meld ing hoort. Het KCC is bewaker en verdeler van de me ldingen en onderscheidt de Meldingen Openbare Ruimte van andere type meldingen. Onder meer door deze aanpassing is de gemiddelde doorlooptijd flink gedaald: van 12 werkdagen in 2018 naar 6 werkdagen in 2019. En de tevredenheid over de afhandeling is omhoog gegaan: van een 7 in 2018 naar een 7,4 in 2019.
89 Vermeldingswaardig is ten slotte dat er steeds meer informatie gehaald wordt op onze website. In 2019 hebben wij meer dan 700.000 unieke pagina bezoekers op onze website mogen verwelkomen, een stijging van 8% ten opzichte van 2018. Doelmatigheidsonderzoek Conform de (nieuwe) verordening 213A dient per jaar minimaal één doelmatigheidsonderzoek te worden uitgevoerd. Voor 2019 is gekozen voor een doelmatigheidsonderzoek binnen het belastingendomein, namelijk de toeristenbelasting. Aanbevelingen die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen zijn verwerkt in het verbeteren van het pr oces. Gedurende het onderzoekstraject werd tevens een extern onderzoek naar de toeristen- en forensenbelasting gestart. De gezamenlijke onderzoeksuitkomsten zullen na afro nding in 2020 met de raad worden gedeeld. In 2020 z al tevens gestart worden met het onderzoeken van de doelmatigheid van het proces hondenbelasting. Informatieveiligheid In 2019 is het strategische informatiebeveiligingsbeleid 2020-2022 vastgesteld. Dit (informatie)beveiligingsbeleid is richtinggevend en kaderstellend voor al het onderliggende onderwerp specifieke beleid. Het afgelopen jaar hebben we een analyse uitgevoerd om te weten wat er nog moet gebeuren om te voldoen aan de landelijke richtlijnen, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).
Het uitvoeren van een dergelijke analyse was ook ee n van de aanbevelingen van de rekenkamercommissie, die in 2019 een onderzoek heeft uitgevoerd naar onze informatiebeveiliging. In 2020 verwachten wij te voldoen aan de BIO-normen ; het implementatieplan hiertoe is opgesteld. Belan grijk onderdeel hierbij is bewustwording over informatiebeveiliging en privacy bij onze medewerkers. Hiervoor is afgelopen jaar e en verplichte training voor alle medewerkers gegeven. 90 3.6 Verbonden partijen Op 9 februari 2016 heeft de raad de nota “Verbonden partijen” vastgesteld. Het proces van deelnemingen is echter een dynamisch gebeuren. Regelmatig moet deze nota dan ook worden herzien. Hieronder treft u de belangrijkste resulta ten en wijzigingen aan welke binnen de kaders van de reeds vastgestelde nota passen. Bij de begroting is al aangegeven welke voornemens de gemeente had met haar aandelenbezit, namelijk he t streven naar een zo hoog mogelijk rendement in de vorm van dividend. De visie van ons certificatenbezit bij Dataland moe t leiden tot het op korte termijn verlagen van de l astendruk bij verzoeken om gebouwgegevens en het verbeteren van de kwaliteit v an de eigen vastgoedgegevens. Inmiddels is bekend d at Dataland haar activiteiten per 1 januari 2022 zal gaan beëindigen.