Jaarverslag 2017.pdf
Tekst van het document
Het gevolg van de on zekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een defini tieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. De gemeente zal bij het opstellen van de begroting de hoogte van de te betalen belast ing voorzichtig inschatten. Het valt niet uit te sl uiten dat de ingeschatte bedragen afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting. Investeringsprojecten ruimtelijk domein Evenals bij de grondexploitaties zijn voor de lopende investeringsprojecten op basis van de Risman methode de risico’s in beeld gebracht. Er zijn in 2017 geen specifieke projecten met hoge financiële risico’s geweest. Wet Werk en Bijstand (WWB) Het in de begroting opgenomen te ontvangen BUIG-budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar word t het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoo gte van het budget is o.a. afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelinge n op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijsta ndsuitkeringen dan van te voren ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2017 is een te ontvangen bedrag van het rijk opgenomen ter hoogte van € 12.799.000. De WWB-uitkeringen zijn ingeschat op € 10.166.000. Het definitieve BUIG-budget 2017 bedraagt € 12.930.000.
De uitgaven WWB bedroegen € 10.232.000. Er wordt nog steeds gewerkt aan het plan van aanpak bij de IGSD dat moet leiden tot een forse uitstroo m van het aantal uitkeringsgerechtigden naar werk. Ontwikkeling Algemene uitkering De accressen worden afgeleid van de Netto Gecorrige erde Rijks Uitgaven (NGRU). Bij de jaarrekening is uitgegaan van de laatste stand van het accres dat is gemeld in de septembercirculaire 2017. Volgens de Najaarsnota 2017 van de rijksoverheid zo u € 473 miljoen minder uitgegeven worden dan begroo t. Dat heeft een vertaling van het accres gemeentefonds tot gevolg van € 80 miljoen ofwel 6½ punten uitkeringsfactor. Dat is echter niet verwerkt in de decembercirculaire omdat dit geen bijstelmoment van het accres is. Voor de gemeente Steenwijkerland betekent dit een lagere Algemene uitkering van € 190.000. Dit heeft zowel een eenmalig als structureel effect. Het definitieve accres 2017 wordt volgens de gebruikelijke systematiek bij het Financieel jaarverslag over 2017 vastgesteld en gemeld in de meicirculaire 2018 en verwerkt in het uitkeringsjaar 2018. Rioolheffing Met betrekking tot de rioolheffing lopen nog altijd twee beroepszaken, waarover u de afgelopen jaren m eermaals bent geïnformeerd. Onderstaand de actuele stand van zaken. De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in de cassatiep rocedure met betrekking tot de rioolheffing 2013.
D eze zaak betreft een verzamelgebouw, een loods met verschillende opslagu nits die verhuurd worden aan derden. De rioolheffin g is per unit in rekening gebracht. Namens de eigenaar van de loods is (kort gezegd) een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Campings worden voor de aanslagoplegging (net als in de Wet WOZ) als één geheel aangemerkt. Niet alle huurkavel s krijgen een afzonderlijke aanslag, de eigenaar/exploitant van de camping betaalt voor het geheel. De eigenaar van de loods wil dit ook, dus één aanslag voor het gehele pand en geen aanslagen per afzonderlijke unit. Het Gerechtshof Arnhem had het hoger beroep van de eigenaar van de loods gegrond verklaard. Kort ge zegd heeft de Hoge Raad nu geoordeeld dat de gemeen te een camping voor de rioolheffing, net als voor de Wet WOZ, als één geheel mag aanmerken. Het verbod van discriminatie van artikel 1 van de Grondwet gaat niet zo ver dat de gemeente de bijzondere afbakeningsregel voor recreatieterreinen ook op andere gevallen moet toepassen. De uitspraak van het Hof Arnhem op het h oger beroep is vernietigd. De zaak is verwezen naar het Hof Den Bosch, 52 dat een nieuwe uitspraak op het hoger beroep moet d oen. De mondelinge behandeling heeft 1 maart 2018 p laatsgevonden. De uitspraak laat nog op zich wachten. De mogelijke financiële gevolgen van deze zaak op zich zijn niet noemenswaardig.
Hiernaast spelen nog procedures van een woningstich ting tegen de rioolheffing 2013, 2014 en 2015. Ook in deze procedures wordt een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan, onder verwijzing naar campings. Hiernaast wordt in deze procedures aangevoerd dat de opbrengst van de rioolheffing hog er is dan de kosten. Dit is niet toegestaan, de rio olheffing mag maximaal kostendekkend zijn. We hebben een overzicht van de kosten en baten ingediend bij de rechtbank. Volgens de eiser rekenen we kosten toe aan de rioolheffing die daaraan niet toe gerekend mogen worden. Bij uitspraak van 29 maart 2 017 heeft de rechtbank Overijssel het beroep op dit laatste punt gegrond v erklaard. Het gaat daarbij met name om kosten voor het baggeren van watergangen. De kosten hiervan worden (gedeeltelijk ) via de rioolheffing verhaald. Kort gezegd is de g emeente er niet in geslaagd voldoende aannemelijk te maken dat (en in welke mate) de betreffende werkzaamheden en kosten verband houden met de gemeentelijke zorgplichten voor hemel- en grondwater. De kosten mogen daarom volgens de rechtbank niet toegerekend worden aan de rioolheffing. Gevolg hiervan is dat d e opbrengstlimiet overschreden wordt. De aan de won ingstichting opgelegde aanslagen rioolheffing 2013 tot en met 2015 zijn ve rnietigd.
Het gaat om een bedrag van circa € 500.00 0,- aan rioolheffing per jaar, dus de financiële gevolgen zijn erg groot. Mo gelijk worden de gevolgen nog groter, doordat inmid dels de aanslagen 2016 tot en met 2018 op dezelfde wijze zijn opgelegd en hiertegen ook bezwaar is gemaakt. Tegen de uitspraa k van de rechtbank is hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem. De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft op 10 januari 2018 plaatsgevonden. Bij uitspraak van 27 februari 2018 heeft het Hof ons hoger beroep gegr ond verklaard. Van een overschrijding van de opbrengstlimiet is volgens he t Hof geen sprake. Ook op de overige, meer juridisc he, punten zijn we in het gelijk gesteld. De aanslagen rioolheffing blijven volledig in stand. Tegen de uitspraak is inmiddels beroep in cassatie bij de Hoge Raad ingesteld. Omgevingsdienst IJsselland Op 1 juli 2017 is wettelijk verplicht geworden dat de uitvoering van basistaken wordt ondergebracht bi j (fysieke) omgevingsdiensten, op basis van een gemeenschappelijke regeling. De jaren 2016 en 2017 hebben in het teken gestaan van de voorbereiding op die transitie. Met ingang van 1 ja nuari 2018 is Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ) gestart. Bij de ODIJ zijn niet alleen de verplichte basistaken ondergebracht, maar ook de overige milieutaken en enkele andere taken met een sterke milieucomponent.
De keuze hiervoor is niet alleen u it efficiency-overwegingen gemaakt, maar ook omdat de anders achterblijvende taken zo versnipperd zijn dat de gemeente niet aan de geldende kwaliteitscriteria kunnen voldoen. Medewerkers die 70% of meer van hun tijd aan de betreffende tak en besteden zijn automatisch geplaatst bij ODIJ. Bi j een lager percentage wordt een nadere beoordeling gemaakt. In het geval van Steenwijkerland is op basis van cijfers geconst ateerd dat alle milieumedewerkers op basis van het 70% criterium automatisch dienen te worden geplaatst. Voor Steenwijkerland betekent dit dat alle milieume dewerkers met ingang van 1 januari 2018 eervol zijn ontslagen en in dienst zijn getreden bij ODIJ. ODIJ functioneert op basis van inputfinanciering. D e omvang van de werkvoorraad van de taken is uitged rukt in fte en voor die fte wordt betaald. Dit brengt met zich mee dat voor taken die niet vallen onder basistaken en het IJss ellands convenant niet zijn meegenomen in de fte werkvoorraad en dus ook niet i n de kosten. Aanvullende advisering op het gebied v an beleid en dergelijke, kunnen dus separaat in rekening worden gebracht. Na verloop van twee jaar zal de inputfinanciering w orden omgezet naar outputfinanciering. Onze bijdrag e aan ODIJ zal dan afhankelijk zijn van het aantal producten dat we afnemen, in plaats van de werkvoorraad die we inbrengen.
In theorie zou tussen de twee systemen niet veel verschil mogen zitten. E.e.a. is wel afhankelijk van efficiency en standaarden (flat rate). Afgesproken is om vanaf de start van ODIJ niet alleen te monito ren welke werkvoorraad daadwerkelijk wordt ingebrac ht, maar ook hoeveel producten dit oplevert. Op die wijze komt niemand bij de omschakeling voor verrassingen te staan. De bijdrage voor 2018 is overeenkomstig de eerder afgesproken begroting, gebaseerd op de werkvoorraad. Daarin worden geen mutaties verwacht. Van eventuele aanvullende taken, die niet binnen de begrootte taken vallen, is op d it moment nog geen sprake, zodat het risico op (een forse) overschrijding van de begroting niet voor de hand ligt. kwaliteit van de informatieveiligheid van diverse informatiesystemen De staat van onze veiligheid is in 2017 getoetst me t behulp van zowel interne als externe audits. De u itkomsten hiervan zijn overlegd aan het bestuur en aan externe toezichthou ders. Nieuw in dit kader is de zogenaamde ENSIA met hode. Deze nieuwe methode maakt het beantwoorden van de uitvraag over informatieveiligheid gemakkelijker en efficiënter. De horizontale verantwoording die hieruit ontstaat bestaat uit een zelfevaluatie en een verklaring van het College va n B&W over de informatieveiligheid van diverse informatiesystemen. Beide documenten zijn positief beoordeeld door een extern auditor.
53 Ondanks al deze maatregelen moeten wij ons wel blij ven realiseren dat “gemeentewerk” ook gewoon “mense nwerk” is. Dit betekent dat er zich altijd beveiligingsincidenten kunnen voordoen. Grondexploitaties Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd. Met de wi jziging in de BBV voorschriften heeft dit in 2017 geleid tot een grot e winstneming. Dit omdat de POC (Percentage Of Comp letion) methode is toegepast. Binnen de grondexploitatie zijn de risico’s door mi ddel van de RISMAN- methode bepaald. De omvang van het risico bedraagt ultimo 2017 € 3,8 miljoen. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking h ad, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2017 € 252,79 per inwoner b edroeg en aanzienlijk hoger is dan in 2016 (€ 172,0 6). Dit wordt veroorzaakt doordat een aantal reserves bij de vast stelling van de nota Reserves en voorzieningen op 1 9 december 2017 zijn overgeheveld naar de algemene reserve vrij besteedbaar.
bedragen x € 1 Weerstandscapaciteit Begroting Rekening Rekening 01-01-2017 31-12-2017 31-12-2016 Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vaste buffer € 7.471.100 € 11.064.000 € 7.475.100 Weerstandscapaciteit exploitatie Onvoorzien € 0 € 0 € 0 Totaal weerstandscapaciteit € 7.471.100 € 11.064.000 € 7.475.100 Aantal inwoners 43.330 43.768 43.445 Weerstandscapaciteit per inwoner € 172,42 € 252,79 € 172,06 Diverse kengetallen Op grond van regelgeving is de gemeente sinds 2015 verplicht om inzicht te geven in de financiële keng etallen. De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een glo baal inzicht van de verwachte financiële ontwikkeli ngen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. Wel kan de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen en bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effect is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte en 5. Belastingcapaciteit. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen .
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau va n de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten v an de gemeente. Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben. Normaal bevind t deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld net grote investeringen of een flinke meevaller is geweest kan de netto schuld quote hoger of lager zijn. De netto schuldquote voo r onze gemeente kent een vrij constante stijgende trend van 33% in 2009 naar bijna 58% in 2017. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitge leende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporaties (Wetland Wonen en Woonconcept) en de nutsbedrijven (vordering op Ene xis en Vitens) zijn hiervan een goed voorbeeld. Daarom moet de netto sc huldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. 54 54% 53% 58% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rekening 2016 Actuele Begroting Rekening 2017 1a. Netto schuldquote Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 41% 39% 45% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rekening 2016 Actuele Begroting Rekening 2017 1b.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal In bijgaande grafiek wordt de netto schuldquote van de afgelopen jaren weergegeven. 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Netto schuldquote 33,0% 55,0% 62,0% 59,0% 68,0% 68,0% 58,0% 54,3% 57,6% Netto schuldquote gecorrigeerd -5,0% 13,0% 22,0% 32,0% 43,0% 43,0% 44,0% 41,2% 44,8% -10,0% 0,0% 10,0% 20,0% 30,0% 40,0% 50,0% 60,0% 70,0% 80,0% Netto schuldquote Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote in de periode 2009-2010 gestegen van -5% naar 13%. Daarna is deze trend doorgezet tot uiteindelijk 44,8% in 2017. Schommelingen in inkomsten kunnen dus het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Er ontstaat d an het zogenaamde noemer effect. Vaak betrof het kleine schommelingen , met lichte trendbreuken tot gevolg. Sinds 2015 he eft de gemeente te maken met een forse trendbreuk door de overheveling van taken in het sociaal domein. De inkomsten zijn hierdoor fors gestegen . Een gevolg hiervan is dat de netto schuldquote in 2017 is gestegen naar 57,6% en de netto schuldquote gecorrigeerd naar 44,8%. Opgemerkt wordt dat hoe lager het percentage van de netto schuldquote is, hoe beter het gaat met de gemeente. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het be zit van de gemeente op de balans is afbetaald.
Ook geeft dit ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een geme ente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio boven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio ond er de 20% heeft de gemeente heel veel schuld. Dus h oe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. 55 38% 27% 38% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Rekening 2016 Actuele Begroting Rekening 2017 2. Solvabiliteitsratio Categorie C Categorie B Categorie A Kengetal De gemeente Steenwijkerland heeft eind 2017 een sol vabiliteitsratio van 38,5%. In bijgaande grafiek wo rdt het solvabiliteitsratio van de afgelopen jaren weergegeven. 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Sovabliliteitsratio 52,0% 48,0% 44,0% 41,0% 37,0% 37,0% 38,0% 38,4% 38,5% 0,0% 10,0% 20,0% 30,0% 40,0% 50,0% 60,0% Solvabiliteitsratio Zoals u ziet is de solvabiliteitsratio nagenoeg sta biel. Doelstelling bij de meerjarenbegroting 2017-2 020 was dan ook om de solvabiliteit minimaal op dit niveau te stabiliseren en dat is gelukt. Grondexploitatie Voor de gemeente betekent het aanhouden van voorraden bouwgrond een risico. Het is immers altijd de vraag of de bouwgrond met winst verkocht kan worden.
Om de hoogte van dit financiële risico in beeld te brengen, is het keng etal grondexploitatie vastgesteld. Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen de waarde van de voorraden bouwgrond en de jaarlijkse gemeentelijke inkomsten. Hoe hoger dit kengetal hoe meer risico e r wordt gelopen. Opgemerkt wordt dat naarmate de in komsten verder in de toekomst liggen, dit rentekosten en risico’s met zi ch mee brengt. Een grondexploitatie van 10% of hoge r wordt beschouwd als kwetsbaar. Dus hoe lager dit percentage is hoe beter het met de gemeente gaat. 17% 22% 18% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Rekening 2016 Actuele Begroting Rekening 2017 3. Kengetal grondexploitatie Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 56 Het kengetal voor de grondexploitatie bedraagt eind 2017 18,5%. In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2009 weergegeven. 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Grondexploitatie 19,0% 23,0% 23,0% 21,0% 21,0% 21,0% 19,4% 16,6% 18,5% 0,0% 5,0% 10,0% 15,0% 20,0% 25,0% Grondexploitatie Zoals u ziet ligt het kengetal sinds 2010 rond de 2 3%. In 2015 is dit gedaald naar 19% en vervolgens i s deze daling omgezet in een stijging in 2017 naar 18,5%. Deze daling wordt veroorzaakt door enerzijds de afwaardering en winst neming van diverse complexen.
Dit omdat het percentage wordt berekend door de boekwaarde uit te drukken in een percentage van de boekwaarde ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief reserves). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om t e kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de total e baten. Op deze manier ontstaat er een percentage voor de structurele exploitatieruimte. Als dit percentage negatief is, betekent dit dat de structurele baten onvoldoende r uimte bieden om de structurele lasten te dekken. Dus hoe hoger dit percentage is, des te beter het gaat met de gemeente. 4% -1% 0% -10% -8% -6% -4% -2% 0% 2% 4% 6% 8% 10% Rekening 2016 Actuele Begroting Rekening 2017 4. Structurele exploitatieruimte Categorie C Categorie B Categorie A Kengetal Het kengetal voor de structurele exploitatieruimte bedraagt eind 2017 0%. In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2009 weergegeven.
57 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Structurele exploitatieruimte 14,0% -2,0% 2,0% 3,0% 5,0% 5,0% 4,0% 4,2% -0,2% -4,0% -2,0% 0,0% 2,0% 4,0% 6,0% 8,0% 10,0% 12,0% 14,0% 16,0% Structurele exploitatieruimte Vanaf 2011 lag het kengetal tussen de 2 en 5%. Voor 2017 is dit uitgekomen op 0%. Dit percentage wordt negatief beïnvloed door de eenmalige winsten van de grondexploitatie e n de wijziging van het activeren van de Lageweg en de Mr. Z. ter Steghestraat verantwoord in de Perspectiefnota 2017-2020. Hoe deze structurele ruimte zich in de komen de periode ontwikkeld is sterk afhankelijk van zowel de ontwikkeling in de lasten en van de inkomsten van het Rijk voor de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Door de hoogte van de woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) in de gemeente te vergelij ken met het landelijk gemiddelde kan een indicatie worden gegeven van de belastingcapaciteit. Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t- 1). Als dit percentage hoog ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.
Als in dicatie kan worden gegeven dat hoe lager dit percentage is, des te beter het met de gemeente gaat. Voor 2017 komt dit cijfer uit op 87%. 85% 87% 87% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% Rekening 2016 Actuele Begroting Rekening 2017 5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal In de volgende grafiek is de ontwikkeling vanaf 2009 weergegeven. 58 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Gemeentelijke belastingcapaciteit 100,0% 99,0% 97,0% 99,0% 96,0% 91,0% 85,0% 85,0% 87,0% 75,0% 80,0% 85,0% 90,0% 95,0% 100,0% 105,0% Gemeentelijke belastingcapaciteit Zoals u ziet was in deze grafiek een neergaande tre nd waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten zich steeds verder onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit in de loop van de jaren is toegenomen. Ten opzichte van 2016 is er weer een lichte stijgin g. De daling van 2015 heeft zich net als in 2016 ni et verder doorgezet. Dit komt doordat de tarieven niet verder zijn gedaald ten opzichte van 2015 als gevolg van het omgekeerd inzamelen van het afval. 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening 2016 Actuele Begroting Rekening 2017 A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde + 212 212 212 B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ- waarde + 249 252 252 C. Afvalstoffenheffing voor een gezin + 138 165 165 D.
Eventuele heffingskorting voor een gezin - - - - E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 599 629 629 F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 / 704 723 723 Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor 85% 87% 87% Resumé Kengetallen Rekening 2016 Actuele Begroting Rekening 2017 Netto schuldquote 54% 53% 58% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 41% 39% 45% Solvabiliteitsratio 38% 27% 38% Grondexploitatie 17% 22% 18% Structurele exploitatieruimte 4% -1% 0% Gemeentelijke belastingcapaciteit 85% 87% 87% Verder wordt nog verwezen naar de databank van de provincie Overijssel voor informatie over de kengetallen in onze provincie. De databank is te vinden op https://overijssel.databank.nl/jive/?cat_show=Gemeentefinanci%C3%ABn . Ook kunt u deze gegevens van de programmabegroting 2018 op de site van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bij de houdbaarheidstest gemeentefinanciën versie 2018 raadplegen. 59 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzienin gen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zi jn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeen te, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, ve iligheid, vervoer en recreatie.
Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De processen die uiteindelijk leiden tot onderhouds maatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN-ISO 5500. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpak ket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het ge wenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nad ere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. I n 2017 zijn veel van deze beleidsdocumenten vernieu wd. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2017 worden besproken. Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Areaal Wegen Oppervlak (ha) % • Asfalt 173 49% • Cementbeton 11 3% • Elementen 158 45% • Onverhard 12 3% Totaal 354 100% Beleidskader De gemeente heeft vanuit de Wegenwet een verplichti ng om de gemeentelijke openbare wegen te onderhoude n. De gemeenteraad heeft in 2017 het bijbehorend beleidsplan “Overwegen” 2017-2020 vastgesteld. Het ambitieniveau voor wegen is door de raad vastgesteld volgens scenario basis.
Hierbij wordt: - Het huidig kwaliteitsniveau van het wegennet van de gemeente behouden - De veiligheid en comfort voor de weggebruikers, het aanzien en de leefbaarheid van de kernen en wijken niet aangetast - Voorkomen dat binnen en na de planperiode meerkoste n ontstaan als gevolg van ernstiger schade en hinde r en daarop volgend extra (groot) onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kw aliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan “O verwegen” 2017-2020.‘ Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houd baarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, wa arbij de wegen worden beoordeeld op verschillende s chadebeelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader in 2017 he eft de gemeenteraad ook ingestemd met het benodigde budget en de benodigde storting in de onderhoudsvoorziening.
Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Areaal Riool Aantal Eenheid • Vrijverval riolering 420 km • Persleiding 61 km • Drukriolering 341 km • Gemalen 144 stuks • Randvoorzieningen 12 stuks • Minigemalen 1.150 stuks 60 Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016-2021, dat is op gesteld met het waterschap Reest en Wieden en de zes inliggende gem eenten van het beheergebied van het waterschap. Voo r de gemeentelijke watertaken zijn de volgende vijf bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking schadelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Twee doelen richten zich op communicatie, meldingen, klachten en afhandeling hiervan. Het betreft doel 1: ‘bescherm de volksgezondheid’ e n doel 5: ‘zorgvuldige dienstverlening’. De overige drie doelen (doel 2: beperk wateroverlast, doel 3: beperk hinder en doel 4: spaar het milieu) bepalen in grote mate de inze t van menskracht en middelen.
Daartoe wordt een aantal strategische keuzes gemaakt: - Inzet op assetmanagement en een sterke betrokkenheid van inwoners en bedrijven; - Inzet op versterken van de duurzaamheid; - Maatregelen afleiden uit de ketenbenadering en de b estuurlijke doelen, daarbij zijn de zorgplichten le idend voor de mate waarin de gemeente haar verantwoordelijkheid invult: o Aanleg van nieuwe voorzieningen; o Gegevensbeheer; o Aansluiting op riolering of IBA; o Onderhoudswerkzaamheden; o Kwaliteit van riolering; o Functioneren van riolering; o Aanpak knelpunten; o Communicatie; o Klimaatverandering; o Afkoppelen; o Overdracht stedelijk water; o Zorgplicht grondwater. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskad er vastgelegd, maar zijn ook de financiële conseque nties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting.
Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Water Aantal Eenheid •Watergangen en stedelijk gebied 46 km • Niet schouwsloten 119 km • Schouwsloten 207 km • Greppels 100 km • Duikers 1.500 stuks Kunstwerken Aantal Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en overige voorzieningen) 335 stuks • Havens 11 stuks •Oever 120 km • waarvan beschoeiingen 75 km 61 Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse bel eidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2016-2020); - Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2017-2021) - Watertakenplan Fluvius 2016-2021; In 2015 is een beleidsplan oeverconstructies vastge steld. In dit beleidsplan is op basis van voor- en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij daar wa ar beschoeiing echt nodig is bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Dit betekent dat er bij constatering van een matig e, slechte of zeer slechte kwaliteit dient te worden gekeken of: 1.
De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de ge meente valt (als het onder particuliere verantwoord elijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven e n te wijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2. De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan worden volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door ene natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 3. De beschoeiing kan worden vervangen door een duurza me kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing d ient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). In 2017 is door de raad het beleidsplan Oeververbindingen 2017-2021 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario beperkt basis. Verhoging van het onderhoudsbudget als gevolg van a chterstallig onderhoud en het benodigde budget voor vervangingsinvesteringen voor de jaren 2018 t/m 2021 zijn beschikbaar gesteld. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van het vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Voor de oeverconstructies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. Voor wat betreft de baggeropgave wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario beperkt basis beschikbaar is gesteld. Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Areaal Groen- en speelvoorzieningen Aantal Eenheid • Bomen 34.000 stuks • Gazon 100 ha • Extensief beheerd gras 95 ha • Bermen 235 ha • Hagen 29.000 m2 • Plantsoen 15 ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) 87 ha • Speelplekken 170 stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plan tsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides.
Hierbij zi jn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen, 2007; - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; - Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte gemeente Steenwijkerland. 62 Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven ho e het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden. I n de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot h et groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er am bities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie invulling kan worden gegeven. In 2014 heeft de gemeenteraad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is va stgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimule ert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden wordt. Om het buit enspelen te stimuleren zijn er uitdagende natuurspe elplekken ontwikkeld gericht op beweging en het prikkelen van de fantasi e.
Bij het ontwerpen van speelplekken wordt rekenin g gehouden met medegebruik door kinderen met een beperking. Open s choolpleinen dragen bij in de behoefte aan speelrui mte. Er zijn daarover met diverse scholen afspraken gemaakt. Bij het ontwerp en onderhoud van de openbare ruimte in het algemeen wordt nagegaan hoe de bespeelbaarheid verhoogd kan worden. Het ond erhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisni veau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het meerjarenplan Groen is becijferd dat om de a mbities die in het beleid zijn vastgelegd te kunnen waarmaken er een extra investering nodig is van € 1,1 mln. verdeeld over v ier jaren. Daartegenover staat een structurele bezu iniging op het reguliere budget, die oploopt tot € 45.000 vanaf 2014. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met vaststellen van het MJP Groen heeft de gemeente raad het hierboven genoemde investeringsbedrag voor de jaren 2011 t/m 2014 vrijgegeven. In 2016 is deze investering grotendeels afgerond. In de begroting van 2014 is een structurele bezuini ging op het groenbudget doorgevoerd van in totaal € 150.000.
Vooralsnog is het uitgangspunt dat de gewenste beeldkwaliteit van het groen kan worden gehandhaafd door slimmer aan te besteden en door (markt)partijen te betrekken bij de wijze waarop de beeldkwaliteit kan worden gerealiseerd. In 2014 is voor het onderhoud van de speelvoorzieningen besloten tot het instellen van een voorziening, met als doel kosten die in de toekomst worden verwacht te kunnen opvangen. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Een eventueel tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Binnensport accommodaties 8 stuks • Buitensport accommodaties 16 stuks • Gemeentelijke panden 1 stuks • Werkplaatsen 3 stuks • Brandweer 6 stuks • Musea 5 stuks • Wijkgebouwen 4 stuks • Peuterspeelzalen 4 stuks • Jeugdhonken 2 stuks • Begraafplaatsen 16 stuks • Woningen 5 stuks • Recreatie 12 stuks • MFC 1 stuks • Theater 1 stuks • Overige panden 42 stuks 63 Beleidskader Voor de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd, inclusief de onderh oudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. U itgegaan wordt van drie categorieën onderhoud.
Het klachtenonderho ud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en st oringen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn af gesloten. Dit betreft voornamelijk technische insta llaties. Tenslotte is er het planmatig onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voo r de periode van 2016 – 2025 een Meerjarenplan Maat schappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd. Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlijkse kosten aan planmatig onderhoud ge middeld € 817.000,- bedragen. Uitbreidingen en duur zame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwe rkt in de begroting. De maatregelen voor 2017 zijn vastgelegd in het Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2017. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening . 64 3.4 Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente.
In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vas tgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen va n financiële risico’s op aangetrokken en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsb eleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flex ibiliteit en transparantie in de financieringsstruc tuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Financieringsstatuut gemeente Steenwijkerland”. De gemeenteraad heeft het statuut in haar raadsverg adering van 21 juni 2011 vastgesteld. Een gevolg hi ervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie o ver algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplan nen van het risicobeheer, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft er naar om zorg vuldig (doeltreffend en doelmatig) omgaat met de be schikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leni ngen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetro kken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst. Bij het afslu iten van leningen wordt rekening gehouden met de be staande leningenportefeuille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm.
Wel wordt opgemerkt dat het aa ntrekken van gelden, alsmede de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Een kernonderdeel van de financieringsparagraaf is het risicoprofiel. In dit verband worden onder risico verstaan: - Renterisico’s; - Koersrisico’s - Kredietrisico’s; - (intern( liquiditeitsrisico’s en - Valutarisico’s. Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risic o in verband met herfinanciering. In 2017 zijn er geen leningen vervroegd afgelost. Verder hebben we in 2017 in beperkte mate te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s d ie zich kunnen voordoen bij het verstrekken van leningen aan onder andere p ublieke instellingen. De totale omvang van deze len ingen bedroeg op 1 januari 2017 afgerond € 13,9 miljoen. Per 31 december 2017 bedroeg de restantschuld afgerond € 12,8 miljoen. Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodan ig opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmati g in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt ee n bedrag van 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2017 gehanteerd.
Indien de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder de norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals u it onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte ond er de risiconorm in 2017 bijna € 17,5 miljoen te zijn. bedragen x € 1.000 Renterisico Rekening 2017 Rekening 2016 Renterisico vaste schulden Renteherziening o/g - 2.885 Betaalde aflossingen 4.750 5.241 Renterisico vaste schulden 4.750 8.126 Toegestane renterisiconorm Omvang begroting 2017 (=grondslag) 111.177 124.815 Renterisiconorm (in % van de grondslag) 20,0% 20,0% Toegestane renterisiconorm 22.235 24.963 Toets renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm 17.485 16.837 Overschrijding renterisiconorm 65 Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave gedaan aan het CBS via informatieverstrekking derden (Iv3). Hieruit kunnen gegevens worden gehaald met betrekking tot de gemiddelde netto vlot tende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld- niet overschrijd en. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastges teld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 111 miljoen. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 9,5 miljoen.
bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden 7.537 6.181 419 900 Omvang vlottende middelen 465 352 439 322 Netto vlottende schuld 7.072 5.829 - 20 578 Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting 2017 (=grondslag) 111.177 111.177 111.177 111.177 Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) 8,5% 8,5% 8,5% 8,5% Toegestane kasgeldlimiet 9.450 9.450 9.450 9.450 Toets kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet 2.378 3.621 9.470 8.872 Overschrijding kasgeldlimiet Zoals u ziet is de kasgeldlimiet niet overschreden. Bij overschrijding zal de toezichthouder indien de overschrijding meer dan twee kwartalen voortduurt ons “verplichten” een langlopende geldlening af te sluiten. Koersrisico In 2017 heeft de gemeente geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo- en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de de biteuren en crediteuren. Dagelijks wordt erop toegezien dat de liquiditeitsp ositie van voldoende omvang is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen. Het betalingsverkeer wordt elektr onisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gem eenten (BNG). Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank.
In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldo regelmatig van deze rekenin g gestort naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kort lopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en k redietlimiet op rekeningcourantrekening. Voordat middelen worden aa ngetrokken met een looptijd korter dan 1 jaar, maar langer dan een maand, moet bij minimaal twee instellingen een offe rte worden gevraagd. Kasgeldleningen met een loopti jd korter dan een maand worden uit praktische overwegingen meestal afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer bestaat naast het liquiditeitenbeheer uit het beheer van de geldstromen van de debiteure n en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen be draagt 28 dagen na dagtekening van de factuur, tenz ij er redenen zijn om hiervan af te wijken. Het debiteurenbeheer omvat het zorg dragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De betaaltermijn van uitgaande facturen bedraagt standaard 14 dagen na dagtekening van de f actuur, tenzij anders is aangegeven. Te denken valt hierbij aan nota’s voor bijvoorbeeld kosten begraven, grafrechten. De termijn die hier wordt gehanteerd is 30 dagen. De inning van belastingdebiteuren geschiedt zoveel mogelijk door middel van automatische incasso.
Gemiddeld maakt 60% van de belastingdebiteuren gebruik hiervan. In 2017 was dit eveneens 60%. Verder komt het nog steeds voor dat er automatische incasso’s worden ingetrokken wegens onvoldoende saldo op de rekeningen van de belastingdebiteuren. Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het bij de gemeente belangrijk om te weten of zij haar kortlopende en langlopende verplichtingen na kan komen. Hierbij wordt gekeken naar de stand v an de investeringen enerzijds en de aanwezige finan cieringsmiddelen 66 anderzijds. Als de boekwaarde van de investeringen groter is dan de aanwezige financieringsmiddelen, i s er sprake van een financieringstekort. Van een financieringsoverschot is sprake als er minder is geïnvesteerd dan de aan wezige financieringsmiddelen. De gemeente beschikt over de volgende financieringsmiddelen: algemene en bestem mingsreserves, voorzieningen en langlopende leningen. bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte Begroting Rekening Rekening Verschil 01-01-2017 01-01-2017 31-12-2017 Boekwaarde Boekwaarde vaste activa incl.
voorraden 113.330 113.329 116.769 3.440 Boekwaarde leningen u/g 16.411 16.411 15.300 - 1.111 Totaal boekwaarde 129.741 129.741 132.069 2.329 Aanwezige financieringsmiddelen Eigen vermogen Reserves 55.032 50.990 51.741 751 Resultaat boekjaar 4.042 3.682 - 360 Totaal eigen vermogen 55.032 55.032 55.423 391 Vreemd vermogen Voorzieningen 6.633 6.633 7.516 883 Langlopende leningen 66.432 66.498 61.748 - 4.749 Totaal vreemd vermogen 73.065 73.131 69.265 - 3.866 Totaal financieringsmiddelen 128.097 128.163 124.688 - 3.475 Financieringstekort (-/-) c.q. overschot (+/+) - 1.644 - 1.577 - 7.381 - 5.804 Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het financieringstekort gedurende 2017 is toegenomen met € 5,8 miljoen naar € 7,4 miljoen. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door het hebben van regelmatig positieve saldi op onze reke ningcourantrekening bij de BNG Bank. Verder zijn er diverse investering en gerealiseerd zoals renovaties sportaccommodaties in Belt-Schutsloot, riolering Blokzijlerdijk, De Hare, Belt-Schutsloot en Steenwijkerwold, Bilderdijkstraat en Kerkplein V ollenhove, uitbreiding aantal starterleningen, aankoop stadstuin, groot onderhoud , incl. zonnepanelen zwembaden, wegen (Torenlanden, Oldemarktseweg, Kallenkote) bruggen en beschoeiingen. Verder zijn e r investeringen gedaan op het gebied van automatise ring (o.a.
bladeservers, inrichting 80 werkplekken, ontwikkeling kritische applicaties, netwerk en 400 MS Office licenties). Daarnaast zijn bij de afdeling Openbare Werken de volgende machines/ap paraten aangeschaft een snipperaar, 5 beregeningsin stallaties sport, trekker, vrachtauto met kraan en hogere auto en bedrijfsauto’s. Treasury. De toerekening van rente is een belangrijk aandacht spunt geweest bij de wijzigingen van het Besluit Be groting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2017. Met de wi jziging is geprobeerd dat alle gemeenten op dezelfd e manier omgaan met hun rentelasten en –opbrengsten. Vanaf 2017 moe st rente worden toegerekend aan de taakvelden. In o nderstaand renteschema is invulling gegeven aan de doorbelasting van de rentelasten naar de taakvelden. Met ingang van 2017 is geen rekening gehouden met rente over het eigen vermogen en voorzieningen, de zogenaamde bespaarde rente. Deze rente werd gebruikt als dekkingsmiddel voor de exploitatie. Een gevolg hiervan is dat de wekelijke rentelasten lager uitvallen. Ook het omslagpercentage is lager. Doordat het omslagpercentage overeenkomstig de Kadernota is vas tgesteld is er een saldo ontstaan een saldo op het taakveld Treasury. Per saldo is er een nadelig saldo van € 57.000 bij de jaarrekening. 67 bedragen x € 1.000 Renteschema Actuele Begroting Rekening 2017 Verschil a.
Externe rentelasten over de korte en lange financiering (-) - 1.937 - 2.007 - 70 N b. Externe rentebaten (+) 498 516 18 V Totaal door te rekenen externe rente - 1.440 - 1.491 - 52 N c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend (+) 259 207 - 52 N c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (+) - 275 - 275 0 V c3. De rentebaat van aangetrokken en weer verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (-) 275 275 - 0 N Saldo door te rekenen externe rente - 1.180 - 1.284 - 104 N d1. Rente over eigen vermogen (-) - - - d2. Rente over voorzieningen (contante waarde) (-) - - - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente - 1.180 - 1.284 - 104 N e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (+) 1.195 1.242 47 V f. Renteresultaat op het taakveld treasury 14 - 42 - 57 N 68 3.5 Bedrijfsvoering In het bestuursprogramma Financiën en bedrijfsvoeri ng is aangegeven dat het jaar 2017 in het teken sto nd van de verdere uitvoering van het concernplan dat is vastgesteld o p basis van de Toekomstagenda voor de organisatie m et de thema’s Dienstverlening, Participatie, Interne organisatie en Samenwerking. Onderstaand wordt nader ingezoomd op deze vier thema’s en de realisatie 2017.
Dienstverlening Dienstverlening draait om het centraal stellen van de vraag en bedoeling van inwoners en ondernemers. Ook voor participatie geldt dat, maar dan gaat het vaak om een vraag stuk en om meerdere initiatiefnemers. De overeenkomst i s dat beide een open houding van medewerkers vragen. Daarvoor hebben we in 2017 als aanjaagteam en werkplaats gezamenlijk a ctiviteiten georganiseerd, zoals de zomerspecial van de Triange l en de ‘Doe gewoon anders’-dag in november 2017. D ie samenwerking zetten we verder door in 2018. Daarnaast zijn we va nuit dienstverlening in 2017 verder gegaan met klan treizen. Klantreizen geven, samen met informatie uit bijvoorbeeld de kla ntcontactmonitor, inzicht in verbetermogelijkheden in het dienstverleningsproces. Bij die procesoptimalisering zoeken we ook de verbinding met het nieuwe team organisatieadvies. In 2017 is een uitbreiding van de (digitale) dienst verlening voorbereid, zodat we in 2018 meer gestruc tureerd en structureel social media kunnen inzetten voor communicatie met en dienstverlening aan onze inwoners en ondernemers . Ook daarmee geven we invulling aan onze visie op dienstverlening: de vraag centraal. Participatie Doelstelling binnen dit thema is het meer betrekken van inwoners bij plannen, activiteiten en voorzien ingen en inwoners de ruimte te geven voor eigen initiatieven.
Geslaagde projecten in dit kader waren in 2017 de voortgang herinrichting van de wijk De Torenlanden in Steenwijk, de opstart van de zorgcoö peratie in Dwarsgracht, de ontwikkeling van het dor psplan in Wanneperveen, de gebiedsgerichte aanpak in Giethoor n en de vele kleinere initiatieven in de Steenwijke rlandse kernen en wijken. Inwoners- en overheidsparticipatie is een b elangrijk item voor de gemeentelijke organisatie. H et is een proces van continue aandacht. Zo zijn er verschillende worksho ps verzorgd onder andere “Hoe denkt een burger” en “De rek in de regels”. Ook een succesnummer is de Inspiratietour. Met ambt enaren langs verschillende initiatiefnemers in de k ernen. Hun verhaal en behoeftes aanhoren werkt inspirerend. We worden vaa k verrast door de hoeveelheid “eigen kracht en init iatief” in de verschillende dorpen. Samenwerking Ook wij herkennen de trend: steeds vaker gebruiken we informele (sociale) netwerken en tijdelijke verb anden om een gezamenlijk doel te bereiken. Oude structuren veran deren. Hiërarchie wordt minder relevant en verhoudi ngen steeds meer gelijkwaardig. Samenwerken is niet meer dan normaal . Daarbij kijken we over onze eigen grenzen heen, z ijn we bereid om kennis te delen en maken we gebruik van elkaars erv aring. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de koers van ons HR- beleid.
Profielen worden algemener en er komt meer ruimte voor ondernemend werken. Daarbij zijn we alert op de competenties die daarvoor nodig zijn. We werken op verschillend e onderdelen volop samen, met diverse gemeenten in de regio. Zo hebben we met Westerveld, Meppel, Zwartewaterland en Staph orst beleid ontwikkeld voor de Participatiewet en p akken we samen de werkgeversdienstverlening op. Daarnaast is er natuu rlijk de samenwerking in ruimer verband in de Veili gheidsregio en in de gemeenschappelijke regeling voor de RUD IJsselland. Met Zwartewaterland en Staphorst werken we ook sam en op het gebied van inkoop. Medio januari 2017 is gestart met het g ezamenlijke klantcontactcentrum: telefonische vrage n van inwoners en ondernemers uit Zwartewaterland worden nu zoveel mogelijk in het 1e contact beantwoord door het KCC van Steenwijkerland. Interne organisatie We zijn een lerende organisatie die zich richt op w endbaarheid en verbinding. Een organisatie waar met plezier gewerkt wordt, in goede arbeidsomstandigheden. Maatschappelijke v eranderingen gaan niet aan onze deur voorbij. Flexi bilisering, toename van het opleidingsniveau, ontgroening en vergrijzing; het zijn zaken waar ook onze gemeente mee te maken heeft. Als men kijkt naar de verhouding tussen het aantal werkzame manne n en vrouwen kan men hier ook een verschuiving waar nemen.
In 2017 zijn er voor het eerst in de geschiedenis meer vrouwen dan mannen werkzaam bij onze gemeente. Aantal medewerkers / formatie 2014 2015 2016 2017 Totaal aantal medewerkers 322 326 333 344 Aantal mannen 171 165 168 167 Aantal vrouwen 151 161 165 177 Totale formatie 301 fte 310 fte 314 fte 317 fte 69 Evenwichtige leeftijdsopbouw Een blik op ons personeelsbestand laat zien dat bij na 80% van de medewerkers 45 jaar of ouder is. Will en we ook in de toekomst een aantrekkelijke werkgever zijn, dan moe ten we zorgen voor een personeelsbestand dat in bal ans is. En dat betekent een goede mix tussen jong talent met een frisse kijk op de organisatie én de ervaring van de iets oudere werknemer. Daarom hebben we het ‘generatiepact’ ingevoerd. Hie rmee biedt de gemeente medewerkers van 58 jaar en o uder de mogelijkheid om minder te werken met gedeeltelijk b ehoud van salaris. De loonkosten die bespaard worde n door het generatiepact worden ingezet om jongeren aan te ne men. In 2017 hebben 19 collega`s deelgenomen aan h et generatiepact. Hierdoor hebben 8 jongeren onder de 27 jaar in 2017 een traineetraject bij ons gevolgd. Zij brengen e en frisse kijk op de organisatie mee; wij bieden ze een opleidingstrajec t aan en geven ze de kans om een gemeentelijke orga nisatie te leren kennen. Van beide kanten zijn de ervaringen goed.
Leeftijdsopbouw 2014 2015 2016 2017 < 25 jaar 2 2 3 6 25-35 jaar 38 36 36 41 35-45 jaar 93 77 74 75 45-55 jaar 119 118 125 120 55-60 jaar 40 54 56 64 60 jaar en ouder 30 39 39 38 Totaal aantal medewerkers 322 326 333 344 Opleidingen Er zijn voor medewerkers kansen en mogelijkheden vo or wat betreft scholing en opleiding. Wij bevordere n scholing en ontwikkeling zodat zowel de medewerkers als de orga nisatie voorbereid zijn op ontwikkelingen en nieuwe eisen. Naast de reguliere opleiding en vorming voor medewerkers, he bben wij een eigen concernopleidingsprogramma, dat is afgestemd op de thema`s van de strategische HR visie. Het concernop leidingsprogramma, is populair. Niet verwonderlijk, want er zit voor iedereen wel iets interessants in. Wat mooi is, is dat het mes aan twee kanten snijdt. Het bevordert n iet alleen kennis en kunde, maar ook de onderlinge samenwerking omdat workshops en trainingen met collega’s uit alle afdelingen en ook met collega’s uit Talentenregio worden gevolgd. En dat komt onze dienstverlening aan inwoners en ondernemers ten goede. Opleiding 2015 2016 2017 Totaal aantal medewerkers die training uit concernopleidingsprogramma volgden 234 272 239 Uitgave aan vorming en opleiding € 241.241 € 354.535 € 427.867 Gemiddelde uitgave vorming/opleiding per medewerker € 740 € 1.064 € 1.243 Mobiliteit In Steenwijkerland investeren we in medewerkers.
Zi j zijn tenslotte ons belangrijkste kapitaal. Daarom zijn we scheutig als het gaat om het bieden van kansen en mogelijkheden. We bieden medewerkers o.a. kansen voor mobiliteit en o m door te groeien. Een nieuwe plek betekent voor velen ook een nieuwe inspirerende uitdaging. Soms op heel verrassende en onverwachte wijze. Intern maken wij gebruik van een mobiliteitspool, w aar inmiddels 112 collega`s zich voor hebben aangem eld. Een medewerker die deel uitmaakt van deze pool, krijgt een vacatur e als eerste te zien. Daarnaast werken we samen met 22 overheidsorganisaties in de Talentenregio. Als er een vacature is bij een van de aangesloten organisaties, dan wordt deze eerst via de interne vacaturemarkt van Talentenregio aang eboden. In 2017 zijn er 15 medewerkers die deels da n wel geheel gedetacheerd zijn bij een andere organisatie. Social Return Als we naar ons personeelsbestand kijken, dan zie je een grote diversiteit. Niet alleen in leeftijd, maar ook in achtergrond. Dat is niet een kwestie van toeval, maar iets waar we bewu st voor kiezen. We investeren in mensen. Ook als zi j door wat voor reden dan ook wat verder van de arbeidsmarkt af staan. Ui teraard in de eerste plaats via de NoordWestGroep ( NWG), onze eigen gemeentelijke N.V..
Maar ook op andere wijze, zoals bijvoorbeeld door het aanbieden van werkervaringsp laatsen aan mensen met een uitkering, of dat nu Wajongers zijn of mens en die uit de ziektewet of bijstand komen of mensen die langdurig werkloos zijn. Met de werkervaring die ze opdoen, worden hun kansen op een baan vergroot. Er is sprake van een intensieve samenwerking met de Intergemeentelijke Sociale dien st/ NoordWestGroep. Zowel wat betreft de invulling van werkervaringsplaatsen als het gunnen van werk aan de NWG. Wat ons betreft hoort dat bij onze organisatie die maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel heeft. 70 Ensia In het collegeprogramma staat onder de ambitie “wen dbare bedrijfsvoering” onder meer als doel versche rpte aandacht voor integraal risicomanagement. Risicomanagement, ofwel het beheersen van risico’s, kan op verschillende manieren gebeuren. Het geheel aan maatregelen dat wordt getroffen voor het beheersen van risico’s kan worden samengevat onder de term beveiliging. De basis voor een goed beveiligingsbeleid wordt gev ormd door een integraal beveiligingsbeleid en een a dequate beveiligingsorganisatie. De wereld om ons heen staat niet stil. Integendeel. Nieuwe (technologische) ontwikkelingen volgen elka ar steeds sneller op. Denk bijvoorbeeld aan: - Privacywetgeving - Spanningsveld open data en databeveiliging - Digitale ontwikkelingen m.b.t.
identificatie en betalingsverkeer - Toegenomen dreiging voor hacking / DDOS Om deze ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden z ijn in 2017 zowel het beveiligingsbeleid als de bev eiligingsorganisatie geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. Evenzo belan grijk is dat een organisatie zich op alle niveaus b ewust is van de risico’s die samengaan met de werkzaamheden en daar ook naar handelt. Er wordt dan ook permanent geïnvesteerd i n bewustwording van de medewerkers van de risico’s die samengaan met hun werkzaamheden. Nieuw is de methode waarmee het college van B&W ove r 2017 verantwoording aflegt over de kwaliteit van de informatieveiligheid van diverse informatiesystemen . Dit gebeurt aan de hand van de zgn. ENSIA methode . Deze nieuwe methode maakt het beantwoorden van de uitvraag over informatieveiligheid gemakkelijker en efficiënter. De horizontale verantwoording die hieruit ontstaat bestaat uit een zelfevaluatie en een verklaring van het College va n B&W over de informatieveiligheid van diverse informatiesystemen. Beide documenten zijn positief beoordeeld door een extern auditor en opgenomen in dit jaarverslag. 71 3.6 Verbonden partijen Op 9 februari 2016 heeft de raad de nota “Verbonden partijen” vastgesteld. Het proces van deelnemingen is echter een dynamisch gebeuren. Regelmatig moet deze nota dan o ok worden herzien.
Hieronder treft u de belangrijks te resultaten en wijzigingen aan welke binnen de kaders van de reeds vastgestelde nota passen. Bij de begroting is al aangegeven welke voornemens de gemeente had met haar aandelenbezit, namelijk he t streven naar een zo hoog mogelijk rendement in de vorm van dividend. De visie van ons certificatenbezit bij Dataland moe t leiden tot het op korte termijn verlagen van de l astendruk bij verzoeken om gebouwgegevens en het verbeteren van de kwaliteit van de eigen vastgoedgegevens. Landelijke, regionale of plaatselijke ontwikkelinge n hebben in 2017 geen aanleiding gegeven bovengenoe mde standpunten los te laten en over te gaan tot vervreemding. Afhankel ijk van de mate van verbondenheid (bijv. geplaatst aandelenkapitaal) zijn wij in staat om invloed op het beleid van de betreffend e verbonden partij uit te oefenen. De genoemde verb onden partijen kennen hun eigen risicopositie. Daar waar sprake is van ee n aanzienlijk, niet afgedekt, risico wordt dit meeg enomen bij de paragraaf weerstandsvermogen. Inmiddels zijn van de BNG, Enexis en Vitens de jaar resultaten over 2017 bekend. In de eerstkomende aandeelhoudersvergaderingen van 2018 zullen deze st ukken worden vastgesteld. Van deze verbonden partij en zullen dan ook de laatst bekende cijfers worden meegenomen. Bij de overige verbonden partijen moeten de jaarstukken over 2017 nog worden ontvangen.