Jaarrekening 2021 - def.pdf
Tekst van het document
Deze toename is een gevolg van de inzet op langer thuis wonen, demografische ontwikkelingen (vergrijzing) en het lage abonnementstarief. Daarnaast speelt een gebrek aan geschikte woningen voor de doelgroep een rol, waardoor er vaker een woonvoorziening (bv. traplift) wordt toegekend. Maatwerkdienstverlening 18+ Er resteert een bedrag van € 409.000 op de budgetten binnen het taakveld. Het ontstaan van het restantbedrag heeft betrekking op verschillende oorzaken: 1. Nadeel van € 354.000 op de Huishoudelijke Hulp (HH). In de NJN 2021 is reeds toegelicht dat de begrote besparing op de HH niet haalbaar is. Bij de begroting 2021 was de aanname (obv rapport BDO) dat er met de nieuwe inkoop een andere CAO kon worden gehanteerd. Dit bleek in de praktijk niet realistisch. Het effect van de inkoop heeft daarentegen een nadelig effect door toename van de prijs. Het aantal inwoners, dat gebruik maakt van de voorziening HH is in 2021 licht gestegen. Deze stijging loopt (bijna) parallel aan de demografische ontwikkeling van de gemeente Steenwijkerland. 2. Voordeel van € 378.000 op de Wmo begeleiding (ZIN en PGB). Het aantal voorzieningen is in 2021 stabiel gebleven. Het voordelig effect is met name te verklaren door de uitkomsten van de transformatie 2.0.
Consulenten van de toegang werken vanuit ‘de bedoeling’ en ‘positieve gezond- heid’ waarbij er kritischer op realisatie van doelen wordt gestuurd (goed = goed genoeg). In de praktijk zetten consulenten zich op verschillende gebieden in, zoals casusregie, maar blijven ook kritisch kijken naar de ingezette voorzieningen, de omvang en het effect daarvan. 3. Voordeel van € 185.000 op het budget Wmo-vervoer. Het aantal inwoners dat in 2021 een voorziening had voor vervoer is gedaald t.o.v. 2020. Dit is deels te verklaren door uitgestelde vraag als gevolge van de coronacrisis. Daarnaast is ook hier een effect te zien van de Transformatie 2.0. 4. Voordeel van € 191.000 op schuldhulpverlening. In begin 2021 zijn er minder aanvragen gedaan dan verwacht. De aanname is dat deze opvallend lage instroom verband houdt met de tijdelijke coronasteunpakketten TOZO en TONK. Er wordt minder aanvraag gedaan op de schuld- hulpverlening dan verwacht. In het laatste kwartaal van 2021 is er overigens een stijging van het aantal aanvragen schuldhulpverlening te zien. 5. Tot slot zijn er overige kleine voor- en nadelen op de budgetten van per saldo € 9.000 voordelig. 33 Maatwerkdienstverlening 18- PGB Jeugd en Individuele voorzieningen Natura Jeugd Er is een tekort ontstaan ter hoogte van € 1,53 miljoen op de budgetten binnen het taakveld. Het tekort heeft de volgende oorzaken: 1.
Na een trendmatige daling van het aantal voorzieningen in de periode juni 2019 tot en met december 2020 is er in 2021 een trendbreuk te constateren. Vanaf begin 2021 is er een stijgende lijn te zien met een piek van 1.197 voorzieningen in november 2021 (een toename van + 131 ten opzichte van november 2020). Deze stijging rekenen wij voor 50% toe aan corona (65 voorzieningen). Dit is in lijn met o.a. de Nederlandse GGZ die stelt dat er een stijging in 2021 van het aantal kwetsbare kinderen is te zien van 30%-60% welke is te relateren aan corona. Daarnaast constateren wij zelf dat er in 2021 een forse stijging van het aantal spoedzaken is ten opzichte van dezelfde periode in 2020 en 2019. Dit sterkt het beeld van de Nederlandse GGZ dat ook in onze gemeente een corona effect is te zien. De totale extra kostenpost van het coronaeffect wordt geschat op € 740.000 14. Anders gezegd, was er geen corona, dan hadden we deze kosten niet gehad. 2. Het resterende nadeel van ruim € 0,8 miljoen is enerzijds te wijten aan een toename van het aantal jeugdigen die in de jeugdzorg terecht komen. Anderzijds is er met ingang van 2021 een toename te zien van de zorgcomplexiteit (met name van de ‘specialistische GGZ’), waarmee deze jeugdigen in de zorg terecht komen. Deze ontwikkeling sluit aan bij signalen vanuit het onderwijs, schooljaar 2020-2021.
Binnen het onderwijs zijn er zorgen om relatief veel leerlingen waardoor de verwachting is ontstaan van een toenemend aantal aanmeldingen/doorverwijzingen richting de komende periode. Daarnaast wordt een snelle behandeling bemoeilijkt met de personeelstekorten (met name GI’s) binnen de zorg. Hierdoor duurt het soms langer voordat een casus opgepakt wordt en nemen de wachtlijsten toe. Opvallend zijn de aanmeldingen in 2021 waarin relatief veel hulpvragen komen van jeugdigen in de puberleeftijd. Het lijkt door de aanhoudende impact van corona met name voor pubers ´onrustig´. Het valt op dat er meer signalen van eenzaamheid en verveling zijn. Dit signaal wordt bevestigd door voorliggende partners als Sociaal Werk de Kop en jeugdagenten. In de verbinding met deze partijen gaan we onderzoeken of het om toeval gaat of dat er iets structureels aan de hand is. Ook de ketenpartners zoals de Raad voor de Kinder- bescherming en JBOV worden hier bij betrokken. Deze stijging stopt niet vanzelf en bevestigt, dat we de samenwerking met de huisartsen en POH-ers bij de huisartsen moeten intensiveren, zoals ook in de programmabegroting 2022-2025 beschreven staat. Geëscaleerde zorg 18+ Er is een voordeel ontstaan van € 319.000. Dit voordeel komt met name door het incidenteel ontvangen bedrag uit het resultaat van de Regio beschermd wonen over de periode 2019 - 2020 van € 263.000.
Daarnaast is er ook een incidenteel voordeel van € 56.000 over de bijdrage voor Beschermd wonen 2021. Volksgezondheid Er is een bedrag ter hoogte van € 133.000 overgebleven in 2021. Er zijn in 2021 door het rijk structureel middelen beschikbaar gesteld voor ambulantisering- en uitvoering verplichte GGZ. Er is in het jaar 2020 een regionaal plan voor de invulling hiervan opgesteld. De uitvoering is echter vanwege corona vertraagd. Dit betekent dat er in 2021 nog geen grote stappen zijn gemaakt. De verwachting is dat er in 2022 op regionaal niveau actie wordt ondernomen. In 2021 resteert daardoor een budget van € 118.000. Daarnaast is het beschikbare budget van € 15.000 voor het opruimen van spullen bij hoarding (verzamel- stoornis) niet gebruikt. 14 Realisatie in 2021 van € 13,7 miljoen afgezet tegen 1.197 voorzieningen komt uit op € 11.400 gemiddelde kosten per voorziening in 2021. Hiervan zijn 65 voorzieningen te relateren aan de coronapandemie. 34 Overheveling van budgetten 2021 Met de vaststelling van de Najaarsnota 2020 is besloten om geen budgetten over te hevelen ( te bestemmen) naar een volgend jaar. Voor de incidenteel beschikbare compensatiebijdragen van het Rijk is een uitzondering gemaakt. Dit om ons beleid om onze inwoners en ondernemers in 2022 te kunnen blijven ondersteunen in de huidige coronapandemie.
Onderstaande “te bestemmen” budgetten zijn in de raadsvergadering van 8 maart 2022 vastgesteld. In de analyse van de taakvelden is met deze bestemming al rekening gehouden. Waarvan incidenteel gerealiseerd De richtlijnen schrijven voor dat in de rekening de incidentele baten en lasten moeten worden toegelicht. In dit programma hebben deze op hoofdlijnen betrekking op: o Investeringen met een dekking uit reserves die, op grond van de regelgeving, via de exploitatie worden verantwoord (o.a. samenvoeging toegang jeugd/wmo, De herberg, Inzet reserve sociaal domein jeugd etc.). o In de rekening 2021 zijn extra corona gerelateerde kosten gemaakt op het gebied van leerlingenvervoer, jeugdhulp en kinderopvang ter grootte van € 143.000. o De NoordWestGroep is gecompenseerd voor corona gerelateerde kosten tot een bedrag ter hoogte van € 164.000. o De uitgaven van de TOZO en TONK regeling van ruim € 2,8 miljoen en de hiervoor ontvangen rijksbijdrage. o Een bijdrage van € 592.000 is ontvangen van de gemeente Zwolle voor het onderdeel Beschermd wonen. o De hierboven vermelde overheveling van budgetten tot een bedrag van € 707.000. o In de Najaarsnota is besloten om een bedrag van € 1,2 miljoen te storten in de reserve sociaal domein om de corona effecten de komende 2 jaren op te kunnen vangen.
35 2.5 Mijn Steenwijkerland De lasten en baten van het programma Mijn Steenwijkerland 15: De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Verkeer en vervoer Binnen het taakveld verkeer en vervoer is in totaal een nadeel ontstaan van € 1.019.000. Voordelen zijn er binnen de volgende budgetten: Binnen het budget voor verkeersmaatregelen en verkeersplannen is in totaal een voordeel ontstaan van € 64.000. Het grootste deel van het voordeel wordt veroorzaakt doordat een deel van de verkeersmaat- regelen in 2021 niet is uitgevoerd en er minder verkeersborden zijn vervangen. Op het budget voor openbare verlichting is een voordeel ontstaan van € 82.000. Dit heeft betrekking op onderhoud voor een bedrag van € 40.000, energie € 14.000 en kapitaallasten € 28.000. Een deel van de investeringen die op de planning stond voor 2021 niet is gerealiseerd, mede als gevolg van capaciteits- problemen. Nadelen zijn er binnen de volgende budgetten: Binnen het budget voor gladheidsbestrijding is er een nadeel van € 15.000. 15 De actuele begroting is ten opzichte van de primitieve begroting in alle programma’s hoger op zowel de baten en lasten als de mutaties in de reserves. Dit wordt veroorzaakt door nieuwe besluiten van de raad, maar met name door de restantkredieten zoals in de jaarrekening 2020 in bijlage 7 zijn opgenomen.
36 Binnen het budget voor wegen is er een nadeel van € 1.118.000. Het grootste deel van dit nadeel, namelijk € 1.064.000 heeft een relatie met de voorziening voor onderhoud wegen. Op basis van een nieuwe inspectie zijn de benodigde onderhoudsbudgetten opnieuw berekend. Op zowel het gebied van asfaltbestek als ook elementenbestek is er sprake van dat er meer budget is benodigd dan begroot. In 2021 is meer teerhoudend asfalt afgevoerd dan waar rekening mee is gehouden. Met name een bijstelling van het benodigde onderhoudsbudget voor elementenbestek in 2025 zorgt voor een tekort. Op basis van recente inspecties is gebleken dat deze onderhoudstoestand van verhardingen slechter is dan uit eerdere inspecties is gebleken. Hiervoor is een extra storting in de voorziening benodigd. Het overige deel van het tekort van € 54.000 komt door hogere kosten voor dagelijks beheer en onderhoud, kosten in relatie tot omgeving molen en kosten voor onkruidbestrijding en vegen. Op het budget voor het onderhoud van oeververbindingen zit nog een nadeel van € 32.000. Het nadelig resultaat is ontstaan door hogere materiaalkosten, met name de kosten van hout zijn met circa 15-20% gestegen. Parkeren Het taakveld parkeren sluit met een tekort van € 22.000. Dit komt door noodzakelijk herstel van de groen- voorziening taluds bij de parkeergarage.
Sportbeleid en activering Binnen dit taakveld is een bedrag overgebleven van € 163.000. Het budget dat vrijvalt is opgedeeld in een aantal posten. Een paar deelbudgetten van het sportbeleid, en op de inzet van de combinatie- functionarissen sport en cultuur. Vanwege corona zijn niet alle budgetten volledig besteed. Enerzijds omdat een deel van de activiteiten niet uitgevoerd kon worden en anderzijds ook omdat er vanuit het rijk extra budget is verstrekt ter compensatie van de effecten van corona. Voor sport en bewegen geldt dat er in 2021 een specifieke uitkering vanuit het rijk is ontvangen (SPUK Sportakkoord) en er is gemeentelijk budget voor de uitvoering van activiteiten op het gebied van sport en bewegen. De kosten voor sport en bewegen zijn in 2021 zoveel mogelijk meegenomen in de SISA verantwoording Sportakkoord omdat deze bijdrage na 2022 terugvloeit naar het rijk als de middelen niet besteed zijn. Hierdoor is een bedrag van € 88.000 van het gemeentelijk budget niet uitgegeven. Dit budget is nog wel nodig voor de uitvoering van een deel van de activiteiten uit het Sportakkoord in het jaar 2022. Het is de bedoeling dat het budget wordt ingezet voor uitvoering van de subsidieregeling Steenwijkerland sport door en uitvoering van gezonde leefstijlinterventies voor kwetsbare groepen.
In dit uitzonderlijk geval wordt voorgesteld om van het restantbedrag ter hoogte van € 163.000, een bedrag van € 88.000 via resultaatbestemming in 2022 weer beschikbaar te stellen. Sportaccommodaties Op de exploitatie van de diverse binnensportaccommodaties is een voordeel ontstaan van € 14.000, terwijl op de exploitatie en het onderhoud van de vele buitensportaccommodaties een nadeel is ontstaan ter hoogte van € 18.000. Tenslotte is op de zwembaden een voordeel ontstaan van € 55.000. Deze plus wordt voornamelijk veroorzaakt door de subsidie-afrekening over het jaar 2020 met zwembad ’t Tolhekke (een terugbetaling van € 32.000) en lagere afschrijvingslasten. Het taakveld Sportaccommodaties laat hierdoor een totaal voordeel zien van € 51.000. Cultuurpresentatie Beeldende kunst 37 Door de coronacrisis zijn er minder kunstwerken in de openbare ruimte gerealiseerd. Projecten zijn naar achteren geschoven, bijvoorbeeld in Vollenhove, Sint Jansklooster en bij station. Ook zijn er minder subsidies verstrekt. Er resteert een bedrag ter hoogte van € 33.000. Evenementen cultuur Binnen het budget voor Evenementen cultuur is een voordeel ontstaan van € 122.000. Dit komt onder andere doordat het coronacompensatiepakket wat is ontvangen via de Algemene uitkering voor cultuur niet geheel is gebruikt. Bij de PPN 2022-2026 wordt nog een voorstel gedaan om het Vitaliteitsfonds aan te vullen.
Dit is mede gerelateerd aan dit budget. Van het coronacompensatiepakket van het rijk voor de culturele sector is overigens met een apart raadsbesluit van 8 maart een bedrag van € 210.000 overgeheveld van het jaar 2021 naar het jaar 2022. Musea Museumproject Steenwijk In het kader van het museumproject Steenwijk is er € 29.000 meer uitgegeven dan begroot. Ten aanzien van deze extra uitgaven wordt in 2022 nog bekeken of deze uitgaven ten laste kunnen worden gebracht van een subsidie van de provincie Overijssel die wordt verwacht. Overige cultuur en oudheidkunde Door de coronacrisis is de cultuursector hard getroffen. Er is een bedrag van € 31.000 niet uitgegeven. Er zijn minder aanvullende kosten voor bijvoorbeeld onderhoud, projecten etc. gemaakt, omdat deze stillagen of niet doorgingen. Bidbook houten punters Giethoorn In 2021 zijn een 7 tal subsidies beschikbaar gesteld die in 2021 nog niet subsidiabel zijn bij de Provincie Overijssel. Overige budgetten Er resteert nog een bedrag van € 3.000. Cultureel erfgoed Gemeentelijke monumenten Het budget voor gemeentelijke monumenten wordt gebruikt voor subsidies en het betalen van waarde- stellingen en de regioarcheoloog. Bij de uitgaven in dit budget zijn we afhankelijk van het aantal aanvragen en aanwijzingen als monument. Dit aantal fluctueert jaarlijks.
En hoewel het aantal bouwvergunningen afgelopen jaar fors is gestegen, is het aantal monumentenaanvragen en meer specifiek subsidieaanvragen beperkt gebleven. Er is een bedrag overgebleven van € 22.000. Kerkenvisie Voor het opstellen van een Kerkenvisie is een bedrag van € 75.000 beschikbaar gesteld via de Perspectiefnota van vorig jaar. Als gevolg van andere werkzaamheden en inzet van personeel, o.a. in verband met de coronacrisis, is er nog geen tijd geweest en capaciteit aanwezig om het project op te pakken. Het beschikbare bedrag is niet besteed. Bidbook Educatie en onderzoek oude ambachten. Doordat er reeds voorbereidende werkzaamheden zijn verricht rondom de ambachten in het kader van het bidbook is er een tekort ontstaan van € 32.000. Deze werkzaamheden waren oorspronkelijk niet eerder voorzien dan in 2022. Overige budgetten Er resteert nog een bedrag van € 3.000 op de overige budgetten. In totaal resteert er op dit taakveld dus een bedrag ter hoogte van € 68.000. 38 Samenkracht en burgerparticipatie Dorpshuizen In verband met de coronacrisis is van het rijk een bedrag via de Algemene uitkering ontvangen ter hoogte van € 20.000 voor de buurt- en dorpshuizen. Dit bedrag is niet uitgegeven, omdat hier geen concreet bestedingsdoel voor is gevonden. Daarnaast is een bedrag van € 24.000 minder uitgegeven aan onderhoudssubsidies voor de diverse dorps- en buurthuizen.
Vermoedelijk door corona is hier minder animo voor geweest. Overige budgetten Er is nog een nadeel van € 6.000 binnen dit taakveld. Voornamelijk veroorzaakt door de exploitatiekosten van de diverse multifunctionele accommodaties. Wonen en bouwen Wijkvisie Steenwijk-West We zijn inmiddels gestart met de 3 e en laatste fase van renovatie/vervangen sociale huurwoningen in samenwerking met Woonconcept. De Bloemenbuurt is in afronding en er volgen nog minimaal 3 deelprojecten. Het beschikbare budget was onder andere bestemd voor de inzet van een wijkmakelaar, maar die wordt niet meer ingehuurd. Daarnaast is het wijkblad 3 x uitgegeven in plaats van 4 x en zijn er inkomsten ontvangen die niet waren begroot. Per saldo komt dit op een voordeel van € 42.000. Flexpool versnellen woningbouw Bij de Perspectiefnota 2021-2025 is afgerond € 23.000 beschikbaar gesteld om een beroep te doen op een flexpool van de provincie Overijssel. In de praktijk is hier geen gebruik van gemaakt. Overige budgetten Er resteert afgerond nog een voordeel van € 3.000 binnen dit taakveld. Riolen en rioolgemalen Het resultaat bestaat uit een resultaat op het gebied van riolering en een resultaat op het gebied van water. Het resultaat op riolering bedraagt € 433.000 positief. Baten: Aan belastinginkomsten is € 69.000 meer binnengekomen dan begroot.
De aantallen woningen die zijn aangeslagen zijn iets hoger dan begroot, dit levert een voordeel op van € 46.000. Daarnaast zit en een voordeel op de kosten voor betaal- en inningenverkeer. Dit is per saldo een gunstig effect van € 23.000. Lasten: De budgetten voor telefonie en uitbestede werkzaamheden sluiten met een voordeel van € 30.000. De budgetten voor elektra sluiten met een overschot van € 179.000. Dit gaat over afrekeningen die meerdere jaren terug gaan. Dit komt omdat in het verleden niet werd gewerkt met slimme meters en er inschattingen zijn gedaan. Dit is nu in overleg met nieuwe energiebeheerder allemaal in orde gemaakt en resultaat is dat er een forse plus is gerealiseerd in 2021. Dit is echter absoluut niet representatief voor de toekomst. De budgetten voor onderzoek sluiten met een overschot van € 27.000. Dit wordt veroorzaakt door een voordeel op de kosten voor foutieve aansluitingen en overstortloggers. De budgetten voor strategische planvorming sluiten met een overschot van € 39.000. Dit voordeel zit zowel op het gebied van berekeningen, verbrede rioolplannen als ook het operationeel programma waterplan. De budgetten voor onderhoud sluiten met een voordeel van € 26.000. De kapitaallasten vallen € 49.000 lager uit dan begroot doordat niet alle projecten in 2021 zijn gerealiseerd. Daarnaast zijn er nog kleinere verschillen voor in totaal € 6.000.
Op het onderhoudsbudget voor beschoeiingen zit een voordeel van € 14.000. Op het budget voor baggeren zit een voordeel van € 87.000. Dit komt doordat er minder is gebaggerd dan was voorzien. Op het 39 schouwafval van sloten zit een nadeel van € 92.000. Dit komt door een nat jaar waardoor het gewicht van het afval wat op de kant van de sloot ligt en wat afgevoerd moet worden veel zwaarder is. In zijn totaliteit ontstaat er een voordeel voor de voorziening van € 182.000 door een voordeel op riolering van 433.000 en een begrote onttrekking van € 251.000. Het resultaat 2021 riolering en rioolrechten: Voor een volledig beeld geven wij de ontwikkelingen van de voorzieningen weer: In bovenstaande tabel zijn zowel de begrote onttrekkingen en dotaties 16 opgenomen alsmede het resultaat 2021. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat de “door derden verkregen middelen” benut kunnen worden voor het opvangen van nadelen en de demping in het tarief met als gevolg dat de verkregen financiële voordelen weer terugvloeien naar de burger. Overheveling van budgetten 2021 Met de vaststelling van de Najaarsnota 2020 is besloten om geen budgetten over te hevelen ( te bestemmen) naar een volgend jaar. Voor de incidenteel beschikbare compensatiebijdragen van het Rijk is een uitzondering gemaakt.
Dit om ons beleid om onze inwoners en ondernemers in 2022 te kunnen blijven 16 Conform primitieve begroting en bijstellingen in perspectiefnota en najaarsnota 2021.
40 ondersteunen in de huidige coronapandemie. Onderstaande “te bestemmen” budgetten zijn in de raadsvergadering van 8 maart 2022 vastgesteld. In de analyse van de taakvelden is met deze bestemming al rekening gehouden. Waarvan incidenteel gerealiseerd De richtlijnen schrijven voor dat in de rekening de incidentele baten en lasten moeten worden toegelicht. In dit programma hebben deze op hoofdlijnen betrekking op: o Investeringen met een dekking uit reserves die, op grond van de regelgeving, via de exploitatie worden verantwoord (o.a. eenmalige kosten IHP, ANWB bebording, aanvaarbeveiliging Giethoorn, verduurzaming verlichting, museumproject, verplaatsing scouting, paardenbak Blankenham, investeringsprogramma sociale huurwoningen etc.) o Beperkte corona gerelateerde kosten op het gebied van begraven. o Corona gerealiseerde bijdragen van het Rijk en doorbetalingen aan de zwembaden in de nadelige saldi op zwembaden op grond van de SpukIJZ 17 regeling tot een bedrag van € 251.000. 17 SpukIJZ: Specifieke uitkering ijsbanen en zwembaden
41 2.6 Financiën en bedrijfsvoering De lasten en baten van het programma Financiën en bedrijfsvoering 18: De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming na wijziging zijn: Overhead (resultaat bedrijfsvoering) Het bedrijfsresultaat 2021 bedraagt € 618.000 negatief. Door een bijdrage van de bedrijfsreserve van € 292.000 is het resultaat voor de jaarrekening 2021 € 326.000 negatief. In dit resultaat zijn 2 bijzondere elementen verwerkt: 1. De CAO 2. De toename verlofuren CAO In januari 2022 is er overeenstemming bereikt over de CAO die per 1 januari 2021 zou moeten worden aangepast. De nieuwe CAO heeft een looptijd tot en met eind 2022, maar heeft voor een bedrag van € 562.000 betrekking op 2021. Toename verlofuren Vanwege de uitzonderlijke omstandigheden in 2021 en benodigde inzet om de stroom van werkzaamheden, informatievoorziening en begeleiding van aanvragen voor de meerdere compensatieregelingen voor burgers, bedrijven ,verenigingen en de gemeente in goede banen te leiden is er evenals in 2020 sprake van een toenemende druk op de organisatie. Dit zien we terug in de oplopende 18 De actuele begroting is ten opzichte van de primitieve begroting in alle programma’s hoger op zowel de baten en lasten als de mutaties in de reserves.
Dit wordt veroorzaakt door nieuwe besluiten van de raad, maar met name door de restantkredieten zoals in de jaarrekening 2019 in bijlage 7 zijn opgenomen en omdat het rekeningresultaat 2019 via dit programma is verwerkt.
42 verlofuren en het oplopende ziekteverzuim. Deze toename komt overeen met een schuldpositie van € 169.000. De lasten voor zowel de CAO als de toename van de verlofuren zijn in de rekening 2021 verwerkt. Het saldo is op hoofdlijnen als volgt te specificeren:
43 Treasury In de rekening is een financieel nadeel verwerkt van € 1.000, bestaande uit een voordelig renteresultaat van € 3.000 en een nadeel van € 4.000 veroorzaakt door met name kosten van betalingsverkeer. Rente Met ingang van 2017 zijn de BBV voorschriften voor toerekening van rentekosten gewijzigd en is voorgeschreven dat het toe te rekenen rentepercentage wordt afgeleid van alle betaalde en ontvangen rente. Het percentage voor de grondexploitatie wordt vervolgens weer hiervan afgeleid op basis van de verhouding van het eigen en vreemd vermogen van de gemeente. Uitzondering op deze berekening is de toerekening van rente indien er sprake is van projectfinanciering. In de rekening 2021 zijn de rentepercentages van respectievelijk 0,75% voor de grondexploitatie en 1% voor de algemene dienst gehanteerd. Het rentevoordeel is over 2021 zeer marginaal en heeft geen specifieke oorzaak. Onroerende zaakbelastingen woningen / niet woningen / overige belastingen Er is sprake van een marginale afwijking op de OZB en overige belastingen van € 2.000 .
44 Algemene uitkering De Algemene uitkering laat na verwerking van de september -en decembercirculaire (€ 902.000) in totaliteit een voordeel van € 127.000 zien. Dit voordeel bestaat uit 2 onderdelen; een nadeel van € 14.000 over het jaar 2021 en een positief saldo van € 141.000 over voorgaande jaren. Overige baten en lasten ( saldo begroting 2021) De ‘tussenstand’ na vaststelling van de Najaarsnota bedroeg € 1.495.000 positief. Na vaststelling van de Najaarsnota is de september en decembercirculaire financieel (€ 53.000 en € 12.000) verwerkt.19. Per saldo is de begroting als gevolg hiervan bijgesteld naar € 1.560.000. Daarnaast zijn er overige baten en lasten verwerkt met een positief saldo van € 105.000. Dit voordeel is grotendeels toe te schrijven aan een vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren en betaalde dwangsommen. Economische promotie Met ingang van 2017 worden op dit taakveld de opbrengsten van de toeristen- en forensenbelasting verantwoord. In tegenstelling tot 2020 is de gemeente in 2021 niet gecompenseerd voor de verwachte lagere opbrengst toeristenbelasting. In elke jaarrekening wordt een schatting opgenomen voor de te verwachten opbrengsten forensen- en toeristenbelasting over het afgelopen jaar 20. Dit is niet anders dan andere jaren. De schatting over 2021 hebben wij gebaseerd op het niveau van 2020.
Waarvan incidenteel gerealiseerd De richtlijnen schrijven voor dat in de rekening de incidentele baten en lasten moeten worden toegelicht. In dit programma hebben deze op hoofdlijnen betrekking op: o Investeringen met een dekking uit reserves die, op grond van de regelgeving, via de exploitatie worden verantwoord (o.a. doorontwikkeling E dienstverlening, bijdrage van de reserve vaste buffer voor Vitaliteitsfonds, bijdrage bedrijfsreserve in het bedrijfsresultaat 2021). o Corona gerelateerde ( personele) uitgaven tot een bedrag van € 761.000. o Lasten vanwege de afboekingen van vorderingen van € 228.000 en een vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren van € 300.000. 19 Zie voor een specificatie de voorgeschreven tabel onvoorzien paragraaf 2.7 20 De aanslagen over 2021 worden na opgave in 2022 opgelegd.
45 2.7 Grondexploitaties De grondexploitaties zijn formeel ondergebracht onder het programma “Werk a/d Winkel”, maar raakt ook het programma ‘’Mijn Steenwijkerland’’. Evenals in de begroting wordt, gezien het belang en impact van de grondexploitaties, in deze paragraaf afzonderlijk verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. In de jaarlijkse planning- & control cyclus van de gemeente Steenwijkerland worden de grondexploitaties twee keer per jaar herzien, bij de jaarrekening en de programmabegroting. Begin 2022 zijn alle lopende grondexploitaties (Bouwgrond In Exploitatie) herzien in het kader van de jaarrekening 2021. Het betreft in totaal 20 projecten in uitvoering. 2.7.1 Ontwikkelingen Grondexploitaties In deze subparagraaf wordt ingegaan op de actuele markt- en beleidsontwikkelingen in relatie tot de grondexploitaties van de gemeente Steenwijkerland. Marktontwikkelingen In onderstaand tabel zijn de gerealiseerde grondverkopen in 2021 afgezet tegen de prognose uit de begroting. In 2021 zijn meer particuliere kavels verkocht (62) dan verwacht (29). De bouw van sociale huurwoningen door de woningcorporaties heeft vertraging opgelopen waardoor er in 2021 geen enkele kavel is verkocht. Voor bedrijventerreinen geldt dat er meer is verkocht (20.042 m2) dan verwacht (11.717 m2).
De prognose van de verwachte grondverkopen in de grondexploitaties is voor de lange termijn gebaseerd op de historische uitgifte en voor de korte termijn op opties. De verwachtingen voor 2022 en verder voor wat betreft de uitgifte van kavels worden niet zozeer getemperd door de verwachte vraag maar meer door het beperkte aanbod van kavels in de diverse grondexploitaties. Naar aanleiding van achterblijvende grondverkopen is een deel van het bedrijventerrein Boterberg Zuid verhuurd als zonnepark tot 1 januari 2034. Voor deze grondexploitatie is een langere looptijd vastgesteld dan de geldende richttermijn vanuit het BBV (Besluit, Begroting en Verantwoording) van maximaal 10 jaar. Bij de herziening van de grondexploitaties per 1-1-2022 is dit deel van de grondexploitatie ingerekend in de jaren 2034 tot en met 2038. Naar aanleiding van de aantrekkende woningmarkt is de verwachting ten aanzien van de verkoop van kavels in de grondexploitatie Kornputkwartier bijgesteld en valt weer binnen de 10-jaars termijn.
46 In onderstaande tabel zijn de gerealiseerde grondverkopen in 2021 in een historisch perspectief geplaatst. Woningbouw In 2021 is circa € 5,4 mln. aan opbrengsten gerealiseerd door verkoop van de grond onder 62 te realiseren woningen. In 2020 en 2019 was dat respectievelijk € 4,0 mln. (52) en € 3,3 mln. (47). In 2020 zijn de laatste projectmatige kavels in het Kornputkwartier versneld afgenomen. De particuliere uitgifte loopt voor bij de prognose voor 2021. De verwachting was dat in 2021 in totaal 29 particuliere kavels zouden worden uitgegeven, die prognose blijkt achteraf te voorzichtig. De totale particuliere uitgifte van 62 kavels is verdeeld over de projecten Noordwal West, Kornputkwartier, Oosterbroek, Giethoorn Noord, Noordermaten, Molenkampen III en Scheerwolde. De woningbouwafspraken met de woningcorporaties over de afname van kavels voor de bouw van sociale huurwoningen in 2021 bleken niet haalbaar en zijn nu gefaseerd in de jaren 2022 tot en met 2024. Bedrijventerreinenmarkt In 2021 is circa € 1,2 mln. aan grondopbrengsten gerealiseerd door de verkoop van 20.042 m2 bedrijventerrein. Dit is bijna het dubbele aantal m2 ten opzichte van de prognosticeerde 11.717 m2 (zie tabel grondverkopen 2017-2021).
Er is weliswaar een indicatieve vraag van gemiddeld 2,3 hectare per jaar in de periode 2019-2029 (Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering West Overijssel 2019-2022), maar deze vraag blijkt in de praktijk lager als we kijken naar de historische verkopen in de afgelopen jaren. Daarnaast is er het afgelopen jaar ruim 12 hectare verkocht op het particulier bedrijventerrein Eeserwold te Steenwijk. De verkochte m2 in 2021 is met name hoger dan geprognotiseerd door verkoop van percelen op de bedrijventerreinen Scheepsdiep/Kanaalweg Blokzijl en Boterberg Zuid Oldemarkt. De totale gemeentelijke voorraad bedrijventerrein bedraagt eind 2021 circa 5,6 hectare. (Beleids)ontwikkelingen Er zijn een aantal (beleids)ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de financiële positie van het gemeentelijke grondbedrijf. Grondprijzenbrief 2022 De grondprijzenbrief 2022 is op 21 december 2021 vastgesteld door het college en ter kennisname verstuurd naar de raad. De grondprijzen opgenomen in de grondprijzenbrief 2022 zijn verwerkt bij de herziening van de grondexploitaties per 1-1-2022. De grondprijzen van de kavels voor woningbouw zijn in 2022 verhoogd met 2,5% ten opzichte van 2021. In 2021 zijn de verkoopprijzen van koopwoningen naar verhouding meer gestegen dan de bouwkosten. De toename van deze marge biedt ruimte voor een stijging van de grondprijzen.
De grondprijzen van de kavels voor bedrijfsterreinen hebben wij verhoogd met 1,5% ten opzichte van 2021. Dit is gelijk aan de jaarlijkse opbrengstenstijging waarmee rekening hebben gehouden in de meerjarenbegroting 2022-2025. De
47 verhoging van de grondprijzen heeft hiermee dus uitsluitend een positief effect op de woningbouw grondexploitatieresultaten. Perspectiefnota 2022-2025 Jaarlijks worden de parameters kosten- en opbrengstenstijging in de perspectiefnota vastgesteld en vertaald in de grondprijzenbrief. De vastgestelde parameters zijn ook van toepassing bij de herziening van de grondexploitaties per 1-1-2022: Opbrengstenstijging: 1,5% Kostenstijging: 2,0% Rente: 0,75% Bij de herziening van de grondexploitaties bij de jaarrekening 2021 verandert de prijspeildatum van 1 januari 2021 in 1 januari 2022. Op basis van de genoemde parameters is ook een prijspeilcorrectie doorgevoerd. Verder worden de grondprijzen aangehouden uit de Grondprijzenbrief 2022. Projectenportefeuille Bij de jaarrekening 2021 tellen we in totaal 20 grondexploitaties. Nota Grondbeleid 2020-2024 Op 17 december 2019 is de ‘Nota Grondbeleid 2020-2024’ vastgesteld. Voor de visie op het grondbeleid en de wijze waarop het grondbeleid wordt gevoerd wordt verwezen naar deze nota. 2.7.2 Realisatie 2021 In deze subparagraaf wordt ingegaan op de boekwaarde-ontwikkelingen en de gerealiseerde kosten en opbrengsten in 2021. Boekwaardeontwikkeling Het geïnvesteerd vermogen (de boekwaarde) van de bouwgronden in exploitatie is in 2021 afgenomen met circa € 5,19 miljoen van € 11,52 miljoen naar € 6,33 miljoen.
In onderstaande tabel treft u de berekening aan. De verschillende onderdelen worden verderop toegelicht. Kosten Binnen de verschillende grondexploitaties worden jaarlijks kosten gemaakt. Projecten worden bouwrijp gemaakt door het aanleggen van riolering en (bouw)wegen. Na de verkoop van kavels worden de projecten woonrijp gemaakt door het aanleggen van wegen, trottoirs en groenvoorzieningen. Daarnaast zijn er kosten voor de planontwikkeling (ambtelijke uren, onderzoeken, etc.) en beheers- en administratiekosten (doorbelasting van interne uren op het grootboek bouwgrondexploitaties algemeen). Ook wordt er rente toegerekend aan grondexploitaties op basis van het geïnvesteerd vermogen (=totale boekwaarde grondbedrijf).
48 Hieronder worden de kosten weergegeven die in 2021 zijn gemaakt en toegelicht. Verwerving In 2021 zijn er geen gronden verworven. Sloopkosten In 2021 zijn er geen kosten gemaakt voor sloop. Sanering In 2021 zijn er geen saneringskosten gemaakt. Bouw- en woonrijp maken In de diverse projecten is in 2021 in totaal voor circa € 455.000 aan kosten gemaakt voor bouw- en woonrijp maken, waarvan circa € 260.000 in het project Kornputkwartier in Steenwijk en € 108.000 in het project Noordwal West in Vollenhove. Planontwikkelingskosten Voor de planontwikkeling van de diverse projecten is in totaal voor circa € 358.000 aan kosten gemaakt. Dit bedrag heeft zowel betrekking op interne- als externe plankosten van alle plangebieden en bestaan onder meer uit kosten op het gebied van projectleiding, stedenbouw, bodemonderzoek, archeologie, engineering en planeconomie. De plan- en ontwikkelingskosten die zijn gemaakt in het Kornputkwartier (€ 171.000) zijn extra hoog door uitgevoerde bodemonderzoeken. Rente Over de boekwaarde per 1 januari van het betreffende verantwoordingsjaar wordt rente toegerekend aan de grondexploitaties. De gehanteerde rekenrente is vastgesteld op 0,75%. De totale boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie (BIE) per 1 januari 2021 bedraagt circa € 11,5 miljoen. De toegerekende rente bedraagt in totaal in het verantwoordingsjaar 2021 circa € 86.000.
Beheers -en administratiekosten Jaarlijks worden er overheadkosten gemaakt voor het beheren en administreren van het totale grondbedrijf. Deze kosten bedroegen in 2021 circa € 120.000. Deze kosten worden op basis van een verdelingssystematiek doorbelast naar de verschillende grondexploitaties. De kosten worden doorbelast volgens een principe waarbij de grondexploitaties met de grootste draagkracht de meeste kosten krijgen
49 doorbelast. De verwachting is dat de doorbelasting van uren aan de grondexploitaties in de toekomst zal afnemen door de afbouw van het prestatiecontract. Opbrengsten In 2021 zijn binnen de verschillende grondexploitaties opbrengsten gegenereerd. Deze bestaan hoofdzakelijk uit de verkoop van gronden. De overige opbrengst betreft een exploitatiebijdrage door een projectontwikkelaar aan de grondexploitatie Scheerwolde. In de tabel worden de opbrengsten weergegeven die in 2021 zijn gegenereerd. Grondverkopen woningbouw De opbrengsten uit verkoop van grond voor woningbouw bedroegen in 2021 in totaal circa € 5,3 mln. Er is in totaal circa 28.000 m2 grond verkocht aan particulieren en projectontwikkelaars. In onderstaande tabel staat waar deze opbrengsten zijn gerealiseerd. In de tabel is tevens aangegeven voor welk type woningen de verkochte grond bestemd is. Grondverkopen industrieterreinen Op de verschillende industrie- en bedrijventerreinen is in 2021 in totaal 20.042 m2 grond verkocht. De opbrengsten van deze verkopen bedroegen circa € 1,2 mln. In onderstaande tabel staat waar deze opbrengsten zijn gerealiseerd.
50 2.7.3 Analyse grondexploitaties Resultaten grondexploitaties In deze paragraaf zijn de resultaten van de grondexploitaties jaarrekening 2021 gepresenteerd en ter vergelijking afgezet tegen de grondexploitaties jaarrekening 2020. In tabel 4 zijn de winst- en verliesnemingen toegelicht. De negatieve winsten betreft het terugnemen van eerder genomen winsten volgens de POC-methode. Winst- en verliesnemingen Het BBV (Besluit, Begroting en Verantwoording) schrijft in de Notitie grondbeleid in begroting en jaarstukken 2019 een methode van winstnemen voor, namelijk de POC-methode (Percentage of Completion). Dit betekent in het kort dat de winst genomen moet worden op basis van de financiële voortgang van het project (%
51 gerealiseerde kosten * % gerealiseerde opbrengsten * geraamde winst). Hierbij zijn reeds genomen winsten en verliezen uit de calculatie gehaald en in mindering gebracht op de berekende winst voor het verantwoordingsjaar. Tot slot zijn de projectgebonden risico’s vanuit het weerstandsvermogen in mindering gebracht, wat resulteert in de te nemen winst. Een geprognosticeerd verlies wordt direct genomen ter hoogte van het verliesgevende resultaat op eindwaarde. In de begroting was een bij de jaarrekening 2021 te nemen winst begroot van € 760.000. De werkelijke winstneming bij de jaarrekening 2021 is in totaal € 387.000 21. Dat heeft te maken met het naar beneden bijstellen van de geprognotiseerde resultaten van een aantal projecten en wijzigingen in het risicoprofiel. In de meeste gevallen is de oorzaak dat de financiële voortgang van een project minder snel verloopt dan verwacht. Daarnaast is bij de jaarrekening 2021 voor een aantal projecten een verlies genomen. Dat geldt voor de grondexploitaties waarbij de herziening per 1 januari 2022 heeft geleid tot een verliesgevend resultaat. Risicomanagement Jaarlijks wordt de omvang van het risico van alle grondexploitaties bepaald. Dit gebeurt op basis van de RISMAN-methode. Het risicoprofiel van alle grondexploitaties is bij de jaarrekening 2021 circa € 1,88 miljoen.
Het risicoprofiel van het grondbedrijf is daarmee aanzienlijk lager dan het risicoprofiel bij de jaarrekening 2020 toen het risicoprofiel circa € 2,65 miljoen bedroeg. De belangrijkste verklaring voor de risicodaling is dat meerdere grondexploitaties in een afrondende fase terecht zijn gekomen. 21 € 495.000 exclusief negatieve winsten
52 Het risicoprofiel van het grondbedrijf wordt tezamen met overige risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit in de Algemene reserve vaste buffer. De totale omvang van de reserve bedraagt eind 2021 ruim € 11 miljoen. Toelichting verschillen woningbouw in exploitatie Onderstaand wordt het ‘vergelijkbaar resultaat’ van de grondexploitaties eind 2021 vergeleken met het resultaat van de grondexploitaties van eind 2020. Indien het verschil in het ‘vergelijkbaar resultaat’ groter is dan € 100.000 wordt dit nader toegelicht. Hierbij worden de belangrijkste verklaringen voor het verschil gegeven. Kornputkwartier - Steenwijk De grondexploitatie eind 2021 is op eindwaarde € 104.000 voordeliger in vergelijking met de grondexploitatie eind 2020. Op basis van de gerealiseerde verkoop van particuliere kavels in 2021 en de gewijzigde marktomstandigheden is het uitgiftetempo in de grondexploitatie eind 2021 bijgesteld van 14 naar 10 jaar. Het verkorten van de looptijd had door invloeden van rente en inflatie een positief effect op het grondexploitatieresultaat. Tevens heeft het verhogen van de verkoopprijzen van de kavels met 2,5%, terwijl er met 1,5% rekening was gehouden, hier aan bijgedragen. Een tegenvaller is dat er extra kosten zijn geraamd voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek alvorens de laatste fase bouwrijp gemaakt kan worden.
Noordwal West - Vollenhove De grondexploitatie eind 2021 is op eindwaarde € 120.000 nadeliger in vergelijking met de grondexploitatie eind 2020. Dit wordt met name veroorzaakt door het hoger uitvallen van de kosten woonrijp maken bij aanbesteding ten opzichte van de ingerekende kosten woonrijp maken in de grondexploitatie. 53 2.8 Overzicht algemene dekkingsmiddelen, dividend, overhead, beleggingen en onvoorzien Op grond van het BBV moet in zowel de begroting als de jaarrekening een overzicht worden weergegeven van : Algemene dekkingsmiddelen Dividend en beleggingen Onvoorzien
54 Onvoorzien / Saldo begroting 2021 Het beeld voor onvoorzien en de stelposten algemene uitkering over 2021 ziet er als volgt uit: Overhead Met ingang van 2018 is het taakveld overhead ingevoerd. Dit taakveld bestaat voor 99% uit de kosten van de bedrijfsvoering, waarbij de direct toe te rekenen kosten ten laste van de taakveld moeten worden gebracht. Op grond van de gewijzigde BBV wordt het percentage overhead zowel in de begroting als in de rekening opgenomen.
55 3. Toelichting op de balans 3.1 Toelichting op de vaste activa ACTIVA VASTE ACTIVA Materiële vaste activa
56 Maatschappelijk nut Met ingang van 2017 moeten investeringen met maatschappelijk nut (wegen, bruggen etc.) geactiveerd worden. Grond-, weg- & waterbouwkundige werken met maatschappelijk nut De vermeerderingen van € 5,7 miljoen hebben betrekking op investeringen in de openbare ruimte zoals in wegen, fietspaden, bruggen, oeververbindingen en verlichting. De grootste investeringen zijn: Versterken bermen € 675.000 Oeververbindingen / beschoeiingen € 668.000 Fietspaden ( bidbook ) € 137.000 Fietspad Kalenberg € 979.000 Fietspad Woldberg € 272.000 Fietspad Belterweg € 141.000 Fietspad Ossenzijl € 745.000 Brug De Wulpen € 233.000 Brug De Bramen € 345.000 Paden / vonders Giethoorn € 412.000 Kallenkoterallee € 305.000 Openbare verlichting € 391.000 De inkomsten van bijna € 667.000 bestaan voor € 0,5 miljoen uit de subsidie van de provincie Overijssel in de realisatie van fietspaden en Kallenkoterallee. De overige € 168.00 zijn bijdragen van riolering. Overige vaste activa met maatschappelijk nut De investering van € 240.000 wordt voor € 60.000 veroorzaakt door de bewegwijzering in Giethoorn. De overige € 180.000 zijn met name de kosten van het geluidscherm spoor. De bijdrage van het Rijk is € 177.000.
Economisch nut Bedrijfsgebouwen De investering bedraagt totaal € 4,5 miljoen hebben betrekking op: School Giethoorn € 2.495.000 School Tuk € 1.391.000 Bernhardschool € 577.000 Carport BRWR Vollenhove € 50.000 Grond-, weg- & waterbouwkundige werken met economisch nut De investering van € 684.000 heeft voor wijkvisie visie Steenwijk West. Dit geldt eveneens voor de desinvesteringen van € 569.000.
57 Gronden en terreinen economisch nut Eind 2021 is een locatie Steenwijkerdiep voor € 100.000 aangekocht. Erfpacht In 2021 is er 4x gebruik gemaakt van de mogelijkheid om grond in erfpacht uit te geven. Hier staat tegenover dat 3x van de mogelijkheid gebruik is gemaakt om de in erfpacht gegeven grond in eigendom te verkrijgen. Per saldo is de boekwaarde met € 87.000 gestegen. Machines, apparaten en installaties economisch nut De totale investering in 2021 is € 324.000. Dit hebben hoofzakelijk betrekking op: Zonnepark Boterberg € 38.000 Veegmachine / verreiker € 74.000 Zwembad Vollenhove € 108.000 Zwembad Waterwyck € 88.000 Overige materiele vaste activa economisch nut De investering bedraagt € 294.000 en heeft betrekking op abri’s, technische componenten uit de routekaart energieneutraal, ICT, meubilair verbouwing gemeentehuis en speelvoorzieningen. Vervoersmiddelen Deze heeft betrekking op de aanschaf van een Ford Transit. Overige materiële vaste activa grondexploitatie De strategische gronden van de grondexploitaties worden onder de materiële vaste activa opgenomen. Dit vanwege voorschriften van het BBV. Deze schrijven voor dat complexen waarover nog geen raadsbesluit is genomen of daar waar geen plannen op de korte termijn voorliggen, de boekwaarde onder materiële vaste activa moet worden gebracht.
De totale boekwaarde van de strategische gronden bedraagt € 2.635.000. Op grond van de herziene voorschriften moeten deze gronden ( behalve De Schans, die is in 2017 getaxeerd ) uiterlijk eind 2019 voorzien worden van een taxatie. Deze taxatie heeft in 2018 plaatsgevonden. De taxatie van de percelen is: Giethoorn Noord € 429.000 76.551 m2 Oosterbroek € 683.000 113.823 m2 Vollenhove (Wouters) € 558.000 101.477 m2 Haagje west € 209.000 40.190 m2 Belt-Schutsloot Zandbelt € 15.000 18.625 m2 Molenkampen III € 350.000 56.400 m2 Noordermaten € 178.000 44.500 m2 De Schans € 1.074.000 244.101 m2
58 Afronding € - 1.000 € 3.495.000 Op basis deze actuele waardering kan worden geconcludeerd dat er eind 2021 een stille reserve en een potentiele toekomstige “winst” van € 860.000 bij verkoop zal kunnen ontstaan. Op deze gronden mogen op basis van de voorschriften geen rente en kosten meer worden bijgeschreven. Dit omdat de gronden geen deel uitmaken van een actieve grondexploitatie maar onderdeel zijn van NIEG (Niet In Exploitatie Genomen) gronden. Economisch nut waarvoor een heffing kan worden geheven Alle investeringen met economisch nut (vanaf 2014), waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, moeten separaat in de balans tot uitdrukking gebracht worden. Dit geldt voor alle investeringen op het gebied van afval, rioleringen en begraven. De verhoging van € 1.862.000 hebben betrekking op investeringen op het gebied van rioleringen en bestaan hoofdzakelijk uit: Riolering Ossenzijl € 63.000 Gemalen € 535.000 Riolering Bloemstraat € 195.000 Riolering Acaciastraat € 266.000 Riolering Dolderweg € 508.000 Riolering tbv Oeverconstructies € 157.000 Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen De omvang van de kapitaalverstrekking aan deelnemingen is in 2021 niet gewijzigd en bedraagt € 1.246.000.
Deze hebben betrekking op verstrekkingen van aandelenkapitaal aan de NV NoordWestGroep, Enexis, de Bank voor Nederlandse Gemeenten, de ROVA en een aantal kleine deelnemingen van respectievelijk € 545.000, € 408.000, € 182.000, € 66.000 en € 45.000 (totaal € 1.246.000). Leningen aan woningbouwcorporaties De omvang van de leningen aan Wetland Wonen is in 2021 met € 435.000 afgenomen tot € 4.594.000. Leningen aan deelnemingen In 2021 is de laatste termijn ontvangen van de verstrekte lening aan Vitens, waardoor deze is komen te vervallen. In de raadsvergadering van 20 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Steenwijkerland besloten om een hybride lening van ruim € 1 miljoen te verstrekken aan Enexis. De saldi van de uitstaande leningen per 31 december bestaan uit: Achtergestelde lening ROVA € 1.011.000 Lening Vitens € 0 Enexis € 1.016.000 Totaal € 2.027.000
59 Overige langlopende leningen De overige leningen zijn de leningen aan ambtenaren, de roeivereniging en de Startersleningen, die via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland (SVn) worden verstrekt. De totale omvang bedraagt eind 2021 € 2.805.000 (2020 € 2.752.000) waarvan het aandeel van de Starterslening € 2.676.000 (2020 € 2.652.000) bedraagt. En met ingang van 2020 is het mogelijk om een duurzaamheidslening af te sluiten. In 2021 is een bedrag van € 50.000 uitgeleend. Eind 2021 bedraagt de omvang van deze leningen € 87.000. Tot en met 2021 is het totaalbedrag van € 2.676.000 (2019: € 2.652.000) aan verstrekte Startersleningen overeenkomstig voorschriften geactiveerd. Dit bedrag bestaat uit € 2.405.000 overdrachten aan de SVn en € 271.000 rentebijschrijvingen door renteontvangsten tot en met 2021 (t/m 2020 € 247.000). In het jaar 2021 bedroeg de rentebijschrijving minus kosten € 24.000 (2020 : € 27.000) Bij de stichting is per eind 2021 nog een bedrag van € 735.000 (eind 2020 € 683.000) beschikbaar om Startersleningen te verstrekken. 3.2 Toelichting op de vlottende activa VLOTTENDE ACTIVA Voorraden
60 Bouwgronden in exploitatie: De ontwikkeling van de boekwaarde van de in exploitatie genomen gronden is als volgt: De nog te maken kosten en opbrengsten van alle complexen zijn gebaseerd op de nog uit te voeren werkzaamheden en te verkopen gronden. De grondslag voor de lasten is het bij de programmabegroting 2022 - 2025 gehanteerde kostenniveau en de faseringen. De winsten zijn berekend op basis van eindwaarde. Eind 2019 is een vaststellingsovereenkomst gesloten met de Belastingdienst ten behoeve van de openingsbalans over de waarde van de grondvoorraad ter berekening van de Vpb plicht die van toepassing kan zijn op de grondexploitatie. Tot en met 2017 zijn de aangiftes vastgesteld op nihil. De aangiftes over 2018 en 2019 zijn ingediend. Over 2020 en 2021 verwachten wij geen Vpb te behoeven te betalen. Gereed product en handelsgoederen Dit zijn de onroerende goederen met een maatschappelijk of economisch nut die in de verkoop staan.
61 De boekwaarde van deze activa was per 1 januari zijn als volgt opgebouwd: Woningen aan de Brink in Scheerwolde met een boekwaarde van € 325.000. Deze zijn in het kader van de realisatie van sociale huurwoningen in 2021 verkocht voor € 80.000. De resterende boekwaarde is conform begroting afgewaardeerd en ten laste van de reserve Volkshuisvesting gebracht. De woning aan de Onderduikersweg 2 ( aangekocht ten behoeve van de realisatie van de scouting ) met een boekwaarde van € 429.000 is in 2021 verkocht met een boekwinst van € 21.000. De totale boekwaarde eind 2021 is nihil. Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met rentetypische looptijd van < 1 jaar bedragen: De vorderingen op openbare lichamen van € 7,6 miljoen heeft betrekking op een nog te ontvangen bedrag van btw compensatiefonds per 1 juli 2022 over het jaar 2021 (2020: € 6,6 miljoen). De omvang van de openstaande posten van debiteuren belastingen eind 2021 is ten opzichte van eind 2020 met ruim € 1 miljoen gedaald. In 2020 zijn de aanslagen gemeentelijke belastingen 1 maand later dan normaal opgelegd. Dit is in 2021 niet het geval. Eind 2021 is de omvang van de voorziening van dubieuze debiteuren van sociale aard berekend op € 1.914.000 (2020 € 1.786.000) De voorziening dubieuze debiteuren is met € 259.000 bijgesteld tot € 488.000 ( 2020 € 747.000).
Dit vanwege een lagere risicoprognose en het wegvallen van een vordering ten bedrage van € 160.000. Overige vorderingen:
62 Liquide middelen Dit betreft het creditsaldo van twee bankrekeningen en de liquide middelen bij burgerzaken. Op 1 bankrekening worden waarborgsommen gestort om definitieve inrichting van het openbaar gebied in Eeserwold af te kunnen dwingen. Deze bankrekening heeft per eind 2021 een saldo van € 995.000 (2020 € 471.000). Overlopende activa Door wijziging in de voorschriften moeten nog te ontvangen bedragen van de EU, het Rijk en overige Nederlandse overheden separaat in de balans worden toegelicht.
63 Rijksvergoeding in geluidsanering spoorweglawaai van € 205.000. De nog te ontvangen bedragen van overige overheden bestaan uit: Provinciale bijdrage van € 72.000 nog te ontvangen bijdrage leader plus Provinciale bijdrage van € 46.000 Bidbook Weerribben en Wieden Van de gemeente Zwolle een bijdrage van ruim € 594.000 voor vrijval van de verplichtingen Beschermd wonen Veiligheidsregio, bijdrage van € 57.000 in de bijdrage voor de Coronatoegangsbewijzen (CTB) De nog te ontvangen rente van € 22.000 heeft betrekking op de per 31 december 2020 (2020 € 28.000) nog te ontvangen rente van verstrekte geldleningen over de periode van de vervaldatum tot eind van het jaar, de zogenaamde transitorische rente. Vooruitbetaalde bedragen In de rekening is een bedrag van € 906.000 als vooruitbetaalde bedragen opgenomen. Dit bedrag bestaat uit € 65.000 aangegane en betaalde contracten als gevolg van de gewijzigde bekostigingsmethodiek bij zorg in natura. Hierbij wordt 70% bij aanvang van het traject betaald en 30% volgt bij positieve afronding van zorgtraject (2020 € 316.000). De overige betalingen zijn vanwege btw facturering en aangifte btw in 2021 gedaan, maar hebben betrekking op 2022 - 2025 . Deze omvatten een totaalbedrag van € 746.000 (2022 € 368.000 en 2023 t/m 2025 € 48.000).
Voorbeelden hiervan zijn de gestarte opleidingen en (onderhouds)abonnementen 2022 en een termijnfactuur van januari 2022 van de Rova van € 315.000. Nog op te leggen aanslagen In 2021 is voor het eerst de nog op te leggen aanslagen van € 347.000 voor de vermakelijkheidsretributie opgenomen De overige nog op te leggen aanslagen over 2021 van forensenbelasting, toeristenbelasting, riool grootverbruik en de afrekening van de gescheiden inzameling van respectievelijk € 838.000, € 657.000, € 212.000 en € 646.000 (totaal € 2.700.000, 2020 totaal 2.133.000) worden met ingang van 2015 onder de overlopende activa opgenomen.
64 3.3 Toelichting op de vaste passiva PASSIVA VASTE PASSIVA Eigen Vermogen & Voorzieningen De omvang van de reserves is per 31 december 2021 € 46,3 miljoen (31 december 2020 € 44,1 miljoen). Dit is exclusief de door de raad beschikbaar gestelde investeringskredieten ter grootte van € 9.212 miljoen 22 ( 2020 € 8.892 miljoen) die nog niet (volledig) tot uitvoering zijn gekomen evenals de aanvulling van de reserve vaste buffer. In bijlage 8 wordt per reserve de mutatie naar aard, reden en omvang weergegeven. Bij verschillende bestemmingsreserves ontbreekt een bestedingsplan en deze voldoen hierdoor in theorie niet aan het criterium van bestemmingsreserve. In bijlage 3 wordt het totaal van de voorzieningen per voorziening weergegeven. De totale omvang van € 13.858.000 kan worden opgesplitst in zes onderdelen: 1. Voorzieningen voor egalisatie van tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. Deze hebben een omvang van € 5.296.000 (2020: € 4.314.000) en wordt ook in het Programma duurzaam en Mijn Steenwijkerland nader toegelicht. 2. De voorziening Buddenbaum ter grootte van bijna € 11.000. Dit is een voorziening gevormd vanuit een legaat voor de gemeente. Bestedingen worden op initiatief van de vereniging voor Paasloër belang ten laste van de voorziening gebracht. 3.
Voorzieningen voor de betaling van wachtgelden, overdrachten van pensioenen en te betalen pensioenen (vanaf 1-1-2015) van voormalige bestuurders met een totale omvang van € 3.146.000 (2020: € 3.350.000). 4. Voorzieningen ingesteld door de raad om meerjarig onderhoud van vastgoed / speeltoestellen te kunnen bekostigen. Deze voorzieningen hebben eind 2021 een omvang van € 2.295.000 (2020: € 1.707.000). 5. In 2018 is een voorziening gevormd voor onderhoud wegen. Eind 2020 heeft deze voorziening een omvang van € 2.487.000 (2020: € 2.128.000). 6. De organisatieaanpassing, die op 1-1-2020 tot stand is gekomen, kan op termijn (na 2021) tot verplichtingen leiden. Het risico hierop is ingeschat op € 123.000 (2020 € 277.000). 22 Conform bijlage 7
65 In bijlage 8 worden per voorziening de mutaties naar aard, reden en omvang weergegeven. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van > 1 jaar In 2021 zijn er geen nieuwe geldleningen aangetrokken. Wel is er gebruikgemaakt van de mogelijkheid om de rente ( m.i.v. 2022) aan te passen. De aflossingen op geldleningen bedragen € 4.427.000. Hiervan heeft € 4,0 miljoen betrekking op reguliere aflossingen en € 435.000 op de door de gemeente doorgeleende leningen aan Wetland Wonen. Het totaalbedrag aan verschuldigde rente23 in 2021 bedroeg € 1.274.000. ( 2020 € 1.607.000) De totale omvang van de leningen bedraagt eind 2021 € 57.171.000 ( 2020 € 61.598.000). Ingaande 2016 worden waarborgsommen op grond van artikel 46 van het BBV onder vaste schulden met een rente typische looptijd van > 1 jaar opgenomen. Eind 2021 is het bedrag aan waarborgsommen € 1.001.000. (2020 € 481.000). De toename is het gevolg van stortingen van waarborgen door verkopen van bouwkavels in Eeserwold. Deze waarborgen hebben eind 2021 een omvang van € 992.000 (2020 € 471.000). 3.4 Toelichting op de vlottende passiva VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd van < 1 jaar Per 31 december 2021 hebben wij een kasgeldlening (van 31 december t/m 4 januari) van € 8 miljoen afgesloten tegen een rentepercentage van -0,4%.
Bij “rood” staan bij de bank boven de € 5 miljoen moet de gemeente een opslagrente betalen. Bij de bank staan we debet voor bijna € 0,6 miljoen. Het nog te betalen 23 Rente langlopende geldleningen, inclusief transitorische rente
66 bedrag van € 2.634.000 heeft betrekking op schulden zorg in natura en uitkeringen van zorginstellingen en Participatiewet over 2021. Overlopende passiva Ontvangen voorschotten vh Rijk met een spec. bestedingsdoel Ontv. Voorsch. Overige Ned. Overheid met een spec. bestedingsdoel
67 Nog te betalen bedragen De nog te betalen rente van € 335.000 (2020: € 585.000) heeft betrekking op de per 31 december verschuldigde rente van aangetrokken geldleningen over de periode van de vervaldatum tot eind van het jaar, de zogenaamde transitorische rente.
68 Het verloop van de vooruit ontvangen bedragen in het jaar 2021: 3.5 Schatkistbankieren Met de invoering van het schatkistbankieren worden gemeenten verplicht om overtollige middelen aan te houden in ’s rijks schatkist. In de praktijk houdt dit in dat saldi van bankrekeningen boven een drempelbedrag dagelijks worden overgeboekt op een bankrekening bij het Rijk. Het drempelbedrag is afhankelijk van het begrotingstotaal van de gemeente. Zodra het tegoed van de rekeningcourantrekeningen bij met name de BNG hoger is dan het drempelbedrag, wordt dit automatisch doorgesluisd naar de schatkistrekening bij het Rijk. Eind 2021 is er geen sprake van schatkistbankieren.
69 Aangezien de BNG per 1 juli 2021 rente in rekening is gaan brengen over tegoeden boven de € 500.000 hebben wij met ingang van 1 juli 2021 een eigen drempelbedrag ingevoerd van € 500.000. Alle tegoeden boven deze drempel zijn automatisch overgeboekt naar de rekening van schatkistbankieren. Dit ter voorkoming van verschuldigde rente. Op grond van de wet FIDO was deze drempel in het eerste halfjaar bijna € 1 miljoen en in het tweede halfjaar € 2,6 miljoen. In 2021 is de grens van € 500.000 meerdere keren overschreden, maar de grenswaarde van bijna € 2,6 miljoen op grond van de wet FIDIO is in 2021 niet overschreden. 3.6 Garanties Waarborgen en garanties Het in de balans opgenomen bedrag van verstrekte waarborgen aan natuurlijke en rechtspersonen is gebaseerd op de door de gemeente ontvangen saldoverklaringen. Ten aanzien van de niet verkregen opgaven is een schatting gemaakt. Dit omdat niet alle financiële instellingen, ondanks meerdere aanmaningen, voldoen aan hun verplichting om voor 1 maart 2022 saldoverklaringen te verstrekken. Overzicht gegarandeerde leningen Niet uit de balans blijkende verplichtingen De gemeente is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende niet uit de balans blijkende verplichtingen. Hieronder zijn alleen de leasecontracten opgenomen.
Dit omdat er geen vaste richtlijnen zijn waaraan de niet uit de balans blijkende verplichtingen moeten voldoen. De leasecontracten zijn
70 opgenomen omdat wij voor een periode ons contractueel hebben verplicht, waarbij wij verplicht zijn tot afname en betaling van de termijnen. Er bestaat onduidelijkheid aangezien wij veel raamovereenkomsten hebben, zonder volumeverplichtingen en het Nederlands recht geen onderscheid kent tussen raamovereenkomsten en raamcontracten terwijl Europese aanbestedingsregels dit onderscheid wel maken. In het algemeen zijn er voor verschillende lopende investeringsprojecten (zonder hier een limitatieve opsomming op te nemen) overeenkomsten aangegaan. Voorbeelden hiervan zijn opdrachten in de grondexploitatie, investeringen in rioleringen, wegen, reconstructies en onderwijshuisvesting. Leasecontracten: Afdrukapparatuur repro- en kantooromgeving: In september 2019 is nieuwe overeenkomst afgesloten voor een periode van 3 jaren, met de mogelijkheid tot verlenging met 2 x 1 jaar. Van deze optie is inmiddels gebruik gemaakt. De waarde in 2022 bedraagt (circa 9/12 van € 58.000 excl. btw per jaar) € 44.000. Aangegane verplichte contracten: - Brandverzekering: Ingaande 31 december 2019 is er een nieuwe verzekering voor de komende 3 jarenafgesloten. Aansluitend is er de mogelijkheid deze met nogmaals 3 jaren te verlengen (voorschot 2022 € 299.000 exclusief btw).