CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

IHP Steenwijkerland definitief 2 november 2017.pdf

Raadsvergadering 23 januari 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Intergraal Huisvestingsplan Onderwijs13.327 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

i n t e g r a a l h u i s v e s t i n g s p l a n o n d e r w i j s S t e e n w i j k e r l a n d ruimte voor talent H E M M

educating the mind without educating the heart is no education at all ARISTOTELES Kwalitatief goede onderwijshuisvesting draagt bij aan goed onderwijs voor leerlingen en een aantrekkelijk woonklimaat in de gemeente Steenwijkerland. De uitdaging is te beschikken over schoolgebouwen die leerlingen onderwijskundig kunnen uitdagen, technisch op orde zijn én duurzaam te exploiteren zijn. Om deze doelen te bewerkstelligen, is het zaak zicht te krijgen in de knelpunten rondom de schoolgebouwen, de maatregelen die nodig zijn om deze knelpunten op te lossen, de fasering en de financiële consequenties. Al deze onderdelen zijn opgenomen in het voorliggende gentleman ’s agreement ‘Ruimte voor Talent‘. Het plan is opgesteld in nauwe samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen. Dit huisvestingsplan vormt een belangrijk instrument aan de hand waarvan gemeente en schoolbesturen de komende jaren beslissingen rond onderwijshuisvesting kunnen nemen, voor onze scholen op het gebied van basisonderwijs, speciaal onderwijs én voortgezet onderwijs.

Zodat we de onderwijskansen en talentonwikkeling voor alle leerlingen binnen onze gemeente goed kunnen faciliteren! voorwoord 3 “ Dieke Frantzen Wethouder Onderwijs Gemeente Steenwijkerland 4 Met dit huisvestingsplan geven de gemeente Steenwijkerland en de schoolbesturen gezamenlijk vorm en inhoud aan het streven om te werken aan een aantrekkelijk en duurzaam exploitabel leerklimaat in de gemeente. De inhoud van dit huisvestingsplan vormt de basis voor de perspectiefnota en de meerjarenbegroting van de gemeente Steenwijkerland, maar ook voor de meerjarenbegroting van de schoolbesturen. Het plan heeft de status van een ‘gentlemen’s agreement’ en heeft weliswaar geen formele juridische rechtskracht, maar is ook niet vrijblijvend. Gemeente en schoolbesturen hebben beide een inspanningsverplichting om daadwerkelijk tot realisering van de in dit plan opgenomen afspraken te komen. Eventuele voorstellen tot afwijkingen op dit plan worden beargumenteerd en besproken in gezamenlijk overleg tussen schoolbesturen en gemeente. status Ieder jaar stelt de gemeente een jaarprogramma op met daarin de uit te voeren projecten voor het jaar erna. De fasering uit dit Integraal Huisvestingsplan is hierbij leidend, tenzij gemeente en schoolbesturen in gezamenlijk overleg tot afwijkende afspraken komen. Het jaarprogramma wordt voorgelegd in het OOGO en voorgelegd aan de gemeenteraad.

De gemeente en de schoolbesturen gaan jaarlijks om tafel om eventuele actualisaties op dit plan te bespreken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan mutaties in leerlingenontwikkelingen en indexering van de vergoedingen. Voor zaken die niet over renovatie, nieuwbouw of uitbreiding gaan, blijft de reguliere procedure gelden. Hierbij kunnen schoolbesturen voor 1 februari een aanvraag indienen bij de gemeente voor het daaropvolgende kalenderjaar. Dit geldt bijvoorbeeld voor de huurvergoeding van sportvelden en eerste inrichting (onderwijsleerpakketten en meubilair). werkwijze inhoudsopgave beleidsambitie pagina 06 primair onderwijs pagina 20 voortgezet onderwijs pagina 76 financiën pagina 100 5 beleidsambitie 6 aantrekkelijk leerklimaat onderwijskundig uitdagend prettig binnenklimaat veilige en geborgen omgeving gemeente en schoolbesturen in Steenwijkerland spannen zich gezamenlijk in voor het bieden van een aantrekkelijk en betaalbaar leerklimaat 7 gezonde exploitatie passende capaciteit verantwoord energiegebruik multifunctioneel ruimtegebruik kindcentra vorming kindcentra indien haalbaar alles onder één dak exploitatie via schoolbestuur gebouwkwaliteit technisch op orde inpandig flexibel behouden wat goed is duurzaamheid verduurzaming gebouwen BENG als uitgangspunt beperken leegstand efficiënte oplossingen onderhoud en vernieuwing combineren benutten bestaande capaciteit ruimtedeling

als streven gezamenlijke inspanning flexibele opstelling bij fasering eigen bijdrage schoolbesturen voorkomen desinvesteringen financiële verankering opname in Perspectiefnota opname in meerjarenbegroting haalbaarheidsstudies vooraf ambitie onderwijshuisvesting Optie 1: Wettelijk taak De wettelijke taak van de gemeente staat omschreven in de gemeentelijke onderwijshuisvestingsverordening. Grofweg komt deze taak erop neer dat de gemeente verantwoordelijk is voor het bieden van voldoende adequate onderwijshuisvesting. De gemeente ontvangt voor de uitvoering van deze taak geld van de rijksoverheid in het gemeentefonds. Deze middelen zijn niet geoormerkt voor onderwijshuisvesting. Taken die uit deze verantwoordelijkheid voortkomen zijn voornamelijk uitbreiding van de capaciteit (op het moment dat (mede)gebruik van andere gebouwen niet mogelijk is) en vervangende nieuwbouw van scholen. Dit laatste is in de praktijk overigens een rekbaar begrip. Slechts zelden komt het voor dat een schoolgebouw zodanig slecht is, dat verantwoord onderwijs onmogelijk is. keuzevrijheid Optie 2: Lokale ambitie Om verschillende redenen kan de gemeente Steenwijkerland besluiten verder te gaan dan de wettelijke taak zoals omschreven in de huisvestingsverordening.

Dit heeft te maken met een lokale ambitie, bijvoorbeeld omdat ze goede faciliteiten voor haar inwoners ambieert, een goede aansluiting van het onderwijs op het lokale bedrijfsleven wil houden, de onderwijskundige visie van scholen wil faciliteren en een aantrekkelijke woongemeente wil blijven. Het verdergaan dan de wettelijke verplichting kan bijvoorbeeld resulteren in beleid voor het renoveren van schoolgebouwen, het faciliteren van kindcentra en het voor het bereiken van duurzaamheidsdoelstellingen. 8 . Voor onderwijshuisvesting staat de gemeente Steenwijkerland en de schoolbesturen voor onderstaande beleidskeuze. In dit Integrale Huisvestingsplan gaan we ervan uit dat beide zich willen inspannen voor optie 2 en dus verder willen gaan in hun ambitie dan de strikt wettelijke taak. Beide partijen steken hiermee hun nek uit om kwalitatieve, toekomstbestendige onderwijsgebouwen te realiseren voor de inwoners van de gemeente Steenwijkerland. Waar een gemeente zich coöperatief en ruimhartiger dat het wettelijk minimum opstelt voor het onderwijs, stellen ook de schoolbesturen zich coöperatief op. Dit vertaalt zich in bijvoorbeeld een eigen financiële bijdrage in vernieuwingsopgaves, een flexibele opstelling inzake de fasering van projecten, proactief meedenken in de oplossing van huisvestingsknelpunten en een efficiënte omgang met gemeenschapsmiddelen.

9 theoretische afschrijving vastgoed kwaliteit leeftijd 40 jaar 65 jaar 100% 50% renovatie vervangende nieuwbouw 9 Gebouwen verouderen in de tijd op het gebied van bijvoorbeeld techniek, gebruikseisen en duurzaamheid. Om te blijven beschikken over een aantrekkelijk en betaalbaar leerklimaat, hanteren we binnen dit plan een theoretisch model dat binnen maatschappelijk vastgoed als ‘gangbaar’ wordt beschouwd als benadering voor de levenscyclus van gebouwen. Het model gaat ervan uit dat de kwaliteit van gebouwen in de loopt van de jaren verslechtert. Om dit proces te stoppen, wordt een gebouw na een periode van 40 jaren gerenoveerd, zodat een levensduurverlenging van 25 jaar wordt bereikt. Hiermee worden gebouwen gemoderniseerd op het gebied van techniek, onderwijskundige functionaliteit, energiegebruik en binnenklimaat. Na deze periode wordt bepaald of vervangende nieuwbouw gewenst is. Het betreft een theoretisch model. In alle gevallen wordt in de praktijk bezien of vernieuwing daadwerkelijk noodzakelijk is en de school levensvatbaar is. Verder wordt alleen geïnvesteerd in gebouwen als sprake is van een levensvatbare situatie. Als ondergrens voor wel of niet investeren in een school hanteert de gemeente hierbij de gemeentelijke opheffingsnorm van 48 leerlingen.

In alle gevallen waarin zich renovatie aandient, wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd om de noodzaak aan te tonen en inzichtelijk te maken wat de exacte financiële consequenties zijn. Tevens wordt bij renovatie geanalyseerd of vervangende nieuwbouw niet een beter alternatief is in relatie tot bijvoorbeeld de kosten en de kwaliteitswinst. 10 gezamenlijk voorkomen desinvesteringen 10 Wettelijk gezien vormt het sluiten van een school een autonome verantwoordelijkheid van schoolbesturen zelf. Op het moment dat een schoolbestuur besluit een school te sluiten, vervalt het gebouw aan de gemeente. Voorkomen moet worden dat de gemeente in de toekomst schoolgebouwen terugkrijgt, waarin recent nog aanzienlijk is geïnvesteerd en waarop nog een flinke boekwaarde en jaarlijkse kapitaallast rust. Uiteindelijk moeten gemeente en schoolbestuur gezamenlijk het gevoel hebben dat bij een investering in onderwijshuisvesting sprake is van een verantwoorde inzet van gemeenschapsmiddelen. Daarom investeert de gemeente Steenwijkerland in principe alleen in schoolgebouwen waarvoor aannemelijk kan worden gemaakt dat de levensvatbaarheid over de periode van afschrijving van een investering (25 jaar bij renovatie en 40 jaar bij nieuwbouw) redelijkerwijs gegarandeerd kan worden. Bij kleine scholen wordt extra goed gekeken naar het toekomstperspectief van de school.

Wanneer een school structureel minder leerlingen heeft dan de gemeentelijke opheffingsnorm van 48 leerlingen, maar op grond van de gemiddelde schoolgrootte door een schoolbestuur wel in stand wordt gehouden, maakt het schoolbestuur zich bij een vernieuwingsbehoefte sterk om het risico van desinvesteringen te beperken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het samenvoegen van scholen vanuit het eigen bestuur, het vormen van en samenwerkingsschool of het delen van ruimten. Voor deze scholen geldt het uitgangspunt ‘nee, tenzij’. Dit betekent dat in principe niet in renovatie of vernieuwing van deze individuele scholen wordt geïnvesteerd, tenzij gemeente en schoolbestuur gezamenlijk van mening zijn dat dit op grond van bijvoorbeeld de levensvatbaarheid en spreiding van de onderwijsvoorzieningen verantwoord en gewenst is. 11 fasering projecten De gehele vernieuwingsslag kan niet in één keer uitgevoerd worden. Dit heeft te maken met de beschikbaarheid van financiële middelen en personele inzet, maar ook met de noodzaak om te vernieuwen. Gebouwen zijn soms nog goed genoeg om nog een aantal jaren mee te kunnen.

Qua fasering wordt uitgegaan van onderstaande tijdsplanning, die is gebaseerd op de achtereenvolgende collegeperiodes: Fase 1: 2018-2019-2020 Fase 2: 2021-2022-2023-2024 Fase 3: 2025-2026-2027-2028 Fase 4: 2029-2030-2031-2032 Beoogd wordt om de fasen in de genoemde jaren uit te voeren. De feitelijke dekkingsmogelijkheden vanuit gemeente en schoolbesturen moeten hier uitsluitsel geven of deze planning daadwerkelijk haalbaar is of dat langere periodes nodig zijn om tot uitvoering te komen. In de praktijk kunnen redenen aanwezig zijn om het vernieuwen van een school te versnellen of te vertragen: • Een versnelling kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de school te maken heeft met een uitbreidingsbehoefte, waarmee tegelijkertijd de renovatie wordt opgepakt. Hiermee wordt de overlast gereduceerd en kan mogelijk financieel een voordeel worden behaald. Een ander voorbeeld is wanneer een school door gebouwbeperkingen in haar functionaliteit wordt beperkt. • Een vertraging kan bijvoorbeeld aan de orde zijn indien scholen naar verwachting een ontwikkeling doormaken richting samenwerking, maar momenteel nog onvoldoende draagvlak aanwezig is bij de schoolbesturen, de directie of de bevolking om de scholen fysiek bij elkaar te brengen. Op de volgende pagina is een aantal argumenten opgenomen dat kan leiden tot een vertraging of versnelling van een project.

Dit is geen limitatieve opsomming. 11 12 van theorie naar feitelijke fasering Draagvlak directie, bestuur, inwoners Technische of functionele noodzaak Gebiedsontwikkelingen Combinaties met andere scholen Combinaties met ander vastgoed Herontwikkelingsplannen Financiële mogelijkheden gemeente Financiële mogelijkheden schoolbesturen theoretische fasering (op leeftijd) feitelijke fasering (op ratio) 12 volgorde maatregelen Bij het vernieuwen van schoolgebouwen gaan we uit van het trechtermodel hieronder Voorafgaande aan dit model wordt in alle gevallen geanalyseerd of sprake is van een levensvatbare situatie om te voorkomen dat desinvesteringen worden gepleegd. Dit impliceert dat redelijkerwijs verwacht mag worden dat een school blijft bestaan gedurende de afschrijvingstermijn. Inwoning bij een ander schoolgebouw Verplaatsing naar ander vastgoed Renoveren of nieuwbouw 13 Op het moment dat de levensvatbaarheid is aangetoond en vernieuwing noodzakelijk is, wordt een aantal opties bekeken: 1. Inwoning ander schoolgebouw: In eerste instantie wordt bekeken of inwoning bij een ander schoolgebouw redelijkerwijs tot de mogelijkheden behoort. Dit is alleen het geval als sprake is van een overgang van een volledige school naar een andere locatie. Waar het gaat om medegebruik van een aantal lokalen van een school bij een andere school, is medegebruik altijd tijdelijk van aard. 2.

Verplaatsing ander vastgoed: Als inwoning bij een andere school geen soelaas biedt, wordt bezien verplaatsing naar ander (gemeentelijk of commercieel) vastgoed een oplossing biedt die kwalitatief en financieel interessant is. 3. Renovatie of vervangende nieuwbouw: Als voorgaande maatregelen geen adequate oplossing bieden, wordt bezien of renovatie het gebouw weer toekomstbestendig kan maken. Om te onderzoeken of renovatie de gewenste kwaliteitsverbetering oplevert tegen een verantwoorde prijs, wordt deze in alle gevallen afgezet tegenover de variant van vervangende nieuwbouw. In alle gevallen waarbij renovatie of vervangende nieuwbouw aan de orde is, wordt bekeken of combinatiemogelijkheden met andere scholen of maatschappelijke voorzieningen op het gebied van welzijn, opvang, cultuur of sport gewenst zijn. 14 efficiënte inzet huisvesting Gebruik leegstand Schoolbesturen en gemeente beogen de negatieve financiële effecten van eventuele normatieve overcapaciteit (leegstand) verantwoord te reduceren en de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk in te zetten.

Wat betreft de reductie van de normatieve overcapaciteit, wordt gedacht aan de volgende maatregelen: • Gebruik van de leegstand door de school zelf • Tijdelijk medegebruik leegstand door andere scholen • Medegebruik leegstand door BSO, peuterspeelzaal en kinderopvang • Medegebruik voor eventueel andere jeugdvoorzieningen • Verhuur van leegstand aan commerciële partijen • Renoveren waarbij een deel van het gebouw wordt afgestoten • Vervangende nieuwbouw waarbij ‘passend’ terug wordt gebouwd • Fysieke samenwerking waar sprake is van kwetsbare volumes In geval van gebruik van leegstand door (semi-)commerciële partijen, maken gemeente en schoolbesturen afspraken over zaken als eigendom en huurbetaling. 14 Combinaties scholen Voorafgaand aan iedere investering wordt bekeken of er mogelijkheden zijn om combinaties te maken in de huisvesting van scholen. Redenen hiervoor zijn: • Groei en krimp tussen scholen onderling kunnen eenvoudig worden opgevangen. Medegebruik op andere locaties is niet meer nodi. • Grotere volumes zijn gewenst om buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal en kinderopvang te kunnen aanbieden. • Het gezamenlijk benutten van ruimten drukt investeringen. Medegebruik • Medegebruik bij andere scholen door het onderwijs is in principe vanuit onderwijskundig en organisatorisch uitgangspunt ongewenst.

• Medegebruik kan echter aan de orde zijn als een school gedurende een beperkt aantal jaren een uitbreidingsbehoefte heeft, of gedurende bijvoorbeeld een verbouwing alternatieve ruimte nodig heeft. • Medegebruik van leegstaande lokalen door een andere school is altijd tijdelijk van aard. In geval van een structurele uitbreidingsbehoefte wordt bezien of het haalbaar is de oplossing bij de school te realiseren. • Medegebruik is verbonden aan een maximumperiode van drie jaren, tenzij gemeente en schoolbesturen expliciet anders overeenkomen. • Medegebruik op meer dan één locatie door eenzelfde school is niet aan de orde. 15 financiële grondslag renovatie Vooruitlopend op mogelijk landelijke wetgeving omtrent renovatie en gezien de opgave die er ligt in Steenwijkerland, willen gemeente en schoolbesturen afspraken maken hoe tot die tijd om te gaan met renovatie. Met deze beleidsambitie willen partijen bijdragen aan de optimaliseringsslag. Renovatie is niet wettelijk geregeld en is in alle gevallen maatwerk. In dit plan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor renovatie: • Gerekend wordt met een maximaal bedrag van 1.050 euro per m² bvo (de helft van het bedrag van vervangende nieuwbouw). Met dit bedrag anticiperen we op spanning op de bouwmarkt en houden we rekening met een duurzaamheidsambitie voor bestaande gebouwen.

• Het te renoveren oppervlakte wordt per project in overleg tussen gemeente en schoolbesturen vastgesteld. De raming van de vergoeding voor renovatie wordt gebaseerd op de leerlingenprognose over 15 jaar. Indien sprake is van extra vierkante meters voor functies op het gebied van de kinderopvang, worden afspraken gemaakt tussen gemeente, schoolbestuur en kinderopvang over de financiering van deze ruimten. 15 • Het feitelijk benodigde renovatiebudget wordt altijd onderbouwd met een renovatieplan inclusief kostenindicatie. De afschrijvingstermijn voor renovatie bedraagt 25 jaar. Op het moment dat er een wettelijke regeling komt voor renovatie, wordt bezien of het gewenst is de inhoud van dit plan hierop aan te passen. 16 financiële grondslag nieuwbouw De ruimtebehoefte bij vervangende nieuwbouw wordt gebaseerd op actuele leerlingenprognoses en de bijbehorende ruimtebehoefte vijftien jaar na het moment dat realisatie gepland is. De prognoses worden door gemeente en schoolbesturen gezamenlijk vastgesteld. Voor vervangende nieuwbouw houden we in dit plan rekening met een bedrag van 2.100 euro per m² bvo. Met dit bedrag anticiperen we in dit plan op spanning op de bouwmarkt en de aanstaande invoering van eisen voor BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) vanaf 2021, waarmee de energieprestatie van gebouwen omhoog gaat.

De afschrijvingstermijn voor nieuwbouw (en uitbreiding) wordt in samenspraak met de afdeling Financiën teruggebracht van 60 jaar naar 40 jaar. In geval van vervangende nieuwbouw wordt binnen de huisvestings- verordening gerekend met een vaste voet per school van 200 m2 BVO voor primair onderwijs. Waar sprake is van een fysieke samenvoeging van twee zelfstandige scholen in één schoolgebouw, wordt de bekostiging van twee vaste voeten gerespecteerd. Het is de schoolbesturen om te beslissen hoe de vaste voeten worden ingezet om bij te dragen aan onze gezamenlijke ambitie en een toekomstbestendige voorziening te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld door het realiseren van kindcentrum-functies of aanvullende maatregelen op het gebied van duurzaamheid of flexibiliteit. 16 Op het moment dat de rijksoverheid landelijk nieuw beleid introduceert (en hopelijk dekking) voor het realiseren van de BENG-ambitie, wordt bezien of de inhoud van het voorliggende plan aangepast moet worden. 17 bijdrage schoolbesturen 17 In dit plan houden we rekening met een eigen bijdrage van schoolbesturen in de vernieuwing van schoolgebouwen (renovatie of vervangende nieuwbouw): • Als onderdeel van de vernieuwing pak je tegelijkertijd het groot onderhoud van het gebouw mee (verantwoordelijkheid schoolbesturen). • Na de vernieuwingsmaatregelen is het gebouw voordeliger in de exploitatie.

Zeker waar de ambitie is om deze Bijna Energie Neutraal (BENG) te realiseren. De inzet van eigen middelen door schoolbesturen voor het treffen van maatregelen in de huisvesting, is landelijk aan restricties onderworpen. Financiering van de zijde van de schoolbesturen vindt altijd plaats binnen de wettelijke mogelijkheden die zij hebben om te investeren in vastgoed. Op het moment dat de rijksoverheid landelijk nieuw beleid introduceert aangaande de eigen bijdrage van schoolbesturen in vernieuwingsprojecten, wordt bezien of de inhoud van dit plan aangepast moet worden. Bij de financiële dekking van dit plan gaan we vooralsnog uit van een eigen bijdrage van 20% van de schoolbesturen, tenzij een schoolbestuur dit omwille van een gegronde reden niet kan waarmaken. De feitelijke bijdrage van schoolbesturen wordt per project vastgesteld. Dit hangt mede af van de financiële mogelijkheden die een schoolbestuur heeft. Uitgangspunt is dat schoolbesturen zich maximaal inspannen om de eigen bijdrage te realiseren. Voor schoolbesturen in het primair onderwijs die vanaf 1 januari 2015 (het moment dat zij verantwoordelijk zijn geworden voor groot onderhoud en aanpassingen) zelf geïnvesteerd hebben in de renovatie van hun schoolgebouw, wordt bezien welke investeringen normaal gesproken onder renovatie zouden vallen.

In dat geval vindt een verrekening plaats van de gemaakte renovatiekosten tussen gemeente en schoolbesturen, met een maximum van de bedragen zoals die in dit plan staan opgenomen, rekening houdend met de eigen bijdrage van de schoolbesturen. 18 mogelijk aanvullende kosten In de praktijk kunnen naast de stichtingskosten meerkosten optreden. Om in een later stadium niet voor negatieve verrassingen komen te staan, is het goed te weten welke extra kosten zich kunnen voordoen en wie hiervoor verantwoordelijk is. Voorafgaande aan ieder project worden deze kosten inzichtelijk gemaakt in een haalbaarheidsstudie met een kostencalculatie. Hieronder is aangegeven van welke meerkosten sprake kan zijn en voor wiens verantwoordelijkheid deze kosten komen. (a) Bijkomende projectkosten (gemeente) In dit Integraal Huisvestingsplan is waar mogelijk een inschatting gemaakt van bijkomende kosten. Via haalbaarheidsstudies moeten de exacte kosten worden geraamd. Bijkomende kosten zijn bijvoorbeeld: • Verwervingskosten grond • Afboeken resterende boekwaardes • Kosten tijdelijke huisvesting • Kosten verkeerskundige maatregelen • Sloopkosten • Kosten asbest- en grondsanering • Planschade (b) Anticiperen op marktspanning (gemeente en schoolbesturen) Aanbestedingen in de huidige praktijk bij andere gemeenten leren dat de normvergoeding momenteel niet volstaat.

Dit heeft in belangrijke mate te maken met de spanning op de bouwmarkt en een hierop achterblijvende indexering van de normvergoeding. Dit is een landelijk probleem dat ook landelijk opgelost moet worden via een aangepaste normvergoeding, dan wel een indexering die is afgestemd op de markt. In dit plan houden we in de gehanteerde bedragen al rekening met de marktspanning. Parallel aan dit plan gaat de gemeente via een regionale benchmark van aanbestedingen over tot feitelijke vaststelling van de indexering. (c) Duurzaamheidsbeleid (gemeente en schoolbesturen) In het gemeentelijk accommodatiebeleidsplan ‘Kleurrijk accommoderen’ heeft de gemeente haar ambities op het gebied van duurzaamheid uitgesproken. De gemeente streeft naar energie-neutraliteit voor haar eigen panden. In het accommodatieplan zitten ook ambities (en budgetten) voor het verduurzamen van panden die zij zelf net gebruikt, waaronder de scholen. Daarnaast wordt in dit Integraal Huisvestingsplan gerekend met een opslag bovenop de normvergoeding, waarbij in dit plan wordt geanticipeerd op de eisen die vanuit BENG (Bijna Energie Neutraal) per 2021 worden gesteld aan nieuwe gebouwen. 18 19 mogelijk aanvullende kosten (e) Inrichting gebouw (schoolbesturen) Waar het gaat om de inrichting van de gebouwen en terreinen met meubilair en onderwijsleermiddelen, komt dit voor rekening van de scholen zelf.

Zij ontvangen hiervoor een vergoeding van de rijksoverheid. Een uitzondering vormt de eerste aanschaf in geval van groei van een school, waarbij nog niet eerder aanschaf heeft plaatsgevonden. (f) Voorzieningen voor kindcentra (gemeente en schoolbesturen) De gemeente Steenwijkerland en de schoolbesturen vinden het belangrijk dat alle peuters goede voorschoolse voorzieningen krijgen. Hiervoor is nodig dat er goede aansluiting is met het onderwijs en het lokale sociale domein. Het streven is gericht op een doorlopende ontwikkelingslijn voor alle kinderen. De harmonisatiewetgeving werkt dan ook mee in het belang van een optimale afstemming van onderwijs, peuterspeelzaalwerk, kinderopvang en voorschoolse educatie. Vanuit deze inhoudelijk beleidsambitie is het gewenst te streven naar een fysieke integratie van kindcentra op de scholen. De daadwerkelijke vorming van een fysiek kindcentrum wordt per project bekeken op haalbaarheid. Hierbij wordt bekeken wat de behoefte is, welke capaciteit al beschikbaar is in de buurt van de school, de geschiktheid van deze accommodaties, de risico’s van verplaatsing voor de exploitaties van andere maatschappelijke en commerciële partijen. 19 Waar de vorming van een nieuw fysiek kindcentrum aan de orde is, vindt een verrekening plaats van de investeringskosten en de exploitatiekosten.

De juridische context wordt per geval geregeld in goed overleg tussen gemeente en schoolbesturen. Hierbij gaat onder andere aandacht uit naar: • Eigendom: Wie wordt eigenaar van de extraruimte? • Investeringslast: Wie investeert in de extra ruimte? • Exploitatielast (gas, water, elektra, afval): Hoogte en inning? • Huurlasten: Hoogte en inning? • Leegstandsrisico: Bij wie komt dit risico te liggen? primair onder wijs 20 leeftijd gebouwen 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 0 tot 10 jaar 10 tot 20 jaar 20-30 jaar 30 tot 40 jaar ouder dan 40 jaar De gemiddelde leeftijd van de basisscholen in Steenwijkerland is relatief hoog. Hoewel enkel de leeftijd van een schoolgebouw niet alles zegt over de kwaliteit van het gebouw. Een relatief oud gebouw kan een betere gebouwelijke kwailiteit hebben dan een schoolgebouw dat later is gerealiseerd. Wel kan in het algemeen worden gesteld dat het onderwijs in de loop der jaren andere en nieuwe eisen stelt aan een gebouw op het gebied van functionaliteit, binnenklimaat, energiegebruik en de benutting van duurzame materialen. Veel van de oudere gebouwen voldoen -logischerwijs- op dit moment niet aan deze nieuwe eisen. 21 Voor de gemeente Steenwijkerland is de opheffingsnorm voor scholen in het basisonderwijs vastgelegd op 48 leerlingen. De absolute ondergrens voor opheffing ligt landelijk op 23 leerlingen.

Hiernaast is de schoolgrootte opgenomen van alle scholen in de gemeente Steenwijk. Uit het staatje blijkt dat 64% van alle scholen in de gemeente minder dan 100 leerlingen bevat. Dankzij de huidige ‘kleine scholentoeslag’ die vanuit de rijksoverheid wordt gegeven, kunnen veel van deze kleine basisscholen blijven bestaan. Op landelijk niveau staat deze kleine scholentoeslag wel onder druk, hoewel deze mogelijk wordt vervangen door een regionale toeslag. De gemeente Steenwijkerland hanteert als uitgangspunt om niet te investeren in vernieuwing (renovatie of vervangende nieuwbouw) als scholen structureel de gemeentelijke opheffingsnorm niet halen. Op dat moment wordt voortzetting van onderwijs als een schoolbestuurlijke aangelegenheid en verantwoordelijkheid gezien. In de huidige situatie gaat het om zeven scholen die onder deze norm zitten. omvang basisscholen 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 0 tot 23 leerlingen 23 tot 48 leerlingen 48 tot 100 leerlingen 100 tot 160 leerlingen meer dan 160 leerlingen 22 Binnen de gemeente Steenwijkerland is de komende jaren nog sprake van een lichte leerlingendaling. Vanaf 2020 is volgens de prognose sprake van stabilisatie. Een verwachte daling van 150 leerlingen in het primair onderwijs impliceert een extra leegstand van circa 6 lokalen. Dat valt gezien het aantal basisscholen waar het hier over gaat nog wel mee.

Wel is het zaak dit in het perspectief te plaatsen van de bestaande normatieve leegstand in de scholen (zie volgende pagina). leerlingenprognose 0 500 1.000 1.500 2.000 2.500 3.000 3.500 4.000 2017 2025 2035 23 Op grond van het huidige leerlingenaantal en de beschikbare capaciteit binnen de scholen, is binnen het basisonderwijs in de gemeente Steenwijkerland sprake van een normatief ruimteoverschot van bijna 10.000 m² bvo. Dit zijn meters waarvoor de schoolbesturen geen exploitatievergoeding vanuit de rijksoverheid ontvangen. Een deel van de normatieve leegstand is welkom, omdat hiermee ruimte kan worden geboden aan onderwijsactiviteiten die niet in de normcapaciteit passen en aan kindcentra-activiteiten zoals buitenschoolse opvang, kinderopvang en peuterspeelzaal. Grofweg gaat het hierbij om de helft van de normatieve overcapaciteit die op deze wijze wordt ingezet. De resterende overcapaciteit bedraagt circa 5.000 m² bvo. Ter vergelijking: dit is per school iets meer dan een lokaal met nevenruimten. Om te voorkomen dat middelen die voor onderwijs bedoeld zijn, aangewend moeten worden om de kosten van het vastgoed te dekken, worden in dit plan voorstellen gedaan om de feitelijke overschotten waar mogelijk te reduceren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan medegebruik van leegstand of via het passend terugbouwen in geval van vervangende nieuwbouw.

capaciteitsoverschot 24 0 5.000 10.000 15.000 20.000 25.000 30.000 35.000 40.000 huidige capaciteit normatieve behoefte normatief overschot feitelijk overschot kern Steenwijk 25 25 basisscholen kern Steenwijk 26 Bron: Pronexus 2015. Leerlingenprognoses worden om de vier jaar geactualiseerd Naam Bestuur Bouwjaar Omvang Boekwaarde 2017 2025 2035 2017 2025 2035 2017 2025 2035 School B Op Kop 2010 1.925 3.645.495 241 217 219 1.412 1.292 1.302 513 633 623 De Samensprong (Zuidwester) Op Kop 2014 602 2.073.793 71 46 47 557 431 436 45 171 166 Emmaschool Op Kop 1965 900 138.000 44 55 62 421 477 512 479 423 388 Beatrixschool Op Kop 1972 2.050 1.040.616 213 187 192 1.271 1.141 1.166 779 909 884 KDC Bernard Accrete 1972 1.579 379.833 183 201 204 1.120 1.211 1.226 459 368 353 KDC Willem Alexander Accrete 1956 888 0 107 81 83 738 607 617 150 281 271 KDC Johan Friso Accrete 1968 962 143.000 111 143 132 758 919 864 204 43 98 KDC Claus Accrete 1972 2.058 827.590 288 279 286 1.649 1.603 1.639 409 455 419 KDC Het Kompas Accrete 1958 900 274.934 81 79 79 607 597 597 293 303 303 St.

Clemens Catent 1900 912 291.756 97 91 90 688 658 653 224 254 259 De Wegwijzer (in Zuidwester) Florion 2014 600 243.197 68 61 60 542 507 502 58 93 98 RKBS 't Puzzels Tuk Catent 316 21.000 69 119 103 547 799 718 -231 -483 -402 OEC 't Ravelijn Samenwerkingsbestuur 2013 1.375 4.362.275 182 1.464 -89 Totaal 15.067 13.441.489 1.504 1.440 1.454 9.765 9.443 9.514 3.291 3.450 3.460 SCHOOL GEBOUW LEERLINGEN RUIMTEBEHOEFTE SALDO OBS School B 2010 / 7 jaar KDC Alexanderschool 1956 / 61 jaar KDC Het Kompas 1958 / 59 jaar KDC Bernardschool 1972 / 45 jaar OBS Beatrixschool 1972 / 45 jaar KDC Clausschool 1972 / 45 jaar KDC Emmaschool 1965 / 52 jaar KDC Johan Friso 1968 / 49 jaar OBS De Samensprong 2014 / 3 jaar GBS De Wegwijzer 2014 / 3 jaar 27 RKBS ‘t PuzzelsTuk OEC ‘t Ravelijn 2013 / 4 jaar RKBS St. Clemensschool 1900 / 117 jaar Accrete Catent Op Kop Aves Florion OBS School B 241 ll +513 m² KDC Alexanderschool 107 ll +150 m² RKBS St.

Clemensschool 97 ll +224 m² KDC Het Kompas 81 ll +293 m² OBS Beatrixschool 213 ll +779 m² KDC Clausschool 288 ll +409 m² KDC Johan Friso 111 ll +204 m² OBS De Samensprong 71 ll +45 m² GBS De Wegwijzer 68 ll +58 m² 28 RKBS ‘t PuzzelsTuk 78 ll -276m² OEC ‘t Ravelijn 182 ll / - 89 m²TOTAAL + 237 m² TOTAAL + 253 m² TOTAAL + 976 m² TOTAAL + 612 m² normatieve leegstand normatief tekort normatief passend KDC Emmaschool 44 ll +408 m² KDC Bernardschool 183 ll +459 m² TOTAAL + 1.188 m² OBS School B Fase 1 KDC Alexanderschool Fase 2 RKBS St. Clemensschool Fase 3 KDC Het Kompas Fase 3 OBS Beatrixschool Fase 4 KDC Clausschool Fase 4 KDC Johan Friso Fase 1 OBS De Samensprong geen maatregelen GBS De Wegwijzer geen maatregelen 29 RKBS ‘t PuzzelsTuk Fase 1 OEC ‘t Ravelijn geen maatregelen fase 2 2021-2024 fase 3 2025-2028 fase 1 2018-2020 KDC Emmaschool Fase 1 KDC Bernardschool Fase 3 fase 4 2029-2032 geen maatregelen Capaciteit Het schoolgebouw dateert uit 2010 en kent een lichte groei. De school huisvest momenteel ook een peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang. Het schoolbestuur wil deze graag behouden. Kwaliteit Het gebouw is nagenoeg nieuw en bevalt goed. Het is in de ogen van het schoolbestuur wel een onderhoudsintensief gebouw. Maatregelen In geval van inwoning van ‘t PuzzelsTuk wordt een uitbreiding van het bestaande gebouw voorzien. Zie hiervoor de toelichting bij ‘t PuzzelsTuk.

Fasering Fase 1. Steenwijk School B 30

SWS De Fladderiep Capaciteit GBS de Wegwijzer maakt deel uit van MFC de Zuidwester. In deze MFA zitten verder nog een kinderopvang, een peuterspeelzaal, een buurthuis, een gymzaal en OBS de Samensprong. De school is passend gehuisvest. Kwaliteit Het gebouw dateert uit 2014 en functioneert prima. Maatregelen Behoudens onderhoud worden geen maatregelen voorzien in dit plan. Fasering Niet van toepassing. Steenwijk GBS de Wegwijzer 31

SWS De Fladderiep Capaciteit OBS de Samensprong maakt deel uit van MFC de Zuidwester. In deze accommodatie zitten verder nog een kinderopvang, peuterspeelzaal, buurthuis, gymzaal en GBS de Wegwijzer. De school is passend gehuisvest. Kwaliteit Het gebouw dateert uit 2014 en functioneert prima. Maatregelen Behoudens onderhoud worden geen maatregelen voorzien in dit plan. Fasering Niet van toepassing. Steenwijk OBS de Samensprong 32 Capaciteit KDC Willem Alexanderschool dateert uit 1956. Het gebouw is in de ogen van het schoolbestuur oud, maar mooi. Het schoolbestuur heeft recent een bouwaanvraag ingediend voor uitbreiding van de Willem Alexanderschool (voor eigen kosten). Kwaliteit Het schoolbestuur houdt er rekening mee dat het gebouw binnen afzienbare tijd gerenoveerd moeten worden. Maatregelen In dit plan wordt budgettair rekening gehouden met een resterende renovatie van de Alexanderschool. Voorafgaand aan de uitvoering wordt bezien of fysieke combinaties met andere scholen gewenst en mogelijk zijn. Fasering Fase 2. Steenwijk KDC Willem Alexanderschool 33

Capaciteit Het schoolgebouw dateert uit 1900 en is in 1985, 2004 en 2010 uitgebreid. Het leerlingenaantal blijft naar verwachting stabiel zo tussen de 90 en 100 leerlingen. De school heeft hiermee een lichte normatieve overcapaciteit. Het schoolbestuur is in gesprek met de peuterspeelzaal over inwoning. Kwaliteit Naar verwachting van het schoolbestuur kan het gebouw de komende jaren nog mee in de huidige vorm. Maatregelen Vernieuwing van het gebouw op middellange termijn. In de aanloop daar naartoe wordt bezien of fysieke combinaties met andere scholen of opvang mogelijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan de Bernardschool en/of het Kompas die in hetzelfde gebied als de St. Clemensschool zijn gesitueerd. Fasering Fase 3. Steenwijk RKBS St. Clemensschool 34

Capaciteit De school heeft een eigen signatuur en trekt leerlingen uit geheel Steenwijk. Het leerlingenaantal blijft naar verwachting stabiel op circa 80 leerlingen. De school kent een lichte normatieve overcapaciteit die wordt ingezet voor de opvang. Kwaliteit Het schoolgebouw dateert uit 1958. Het schoolbestuur heeft in de planning om op de verdieping een ruimte voor modern onderwijs te realiseren. Maatregelen De locatie van het Kompas kan mogelijk een rol spelen in het faciliteren van de huisvestingsbehoefte van het voortgezet onderwijs. Een en ander wordt de komende periode besproken met schoolbestuur Accrete en de besturen van het voortgezet onderwijs. Uitgangspunt van het schoolbestuur is dat het Kompas als zelfstandige school blijft bestaan. In afwachting van deze plannen gaan we in dit plan vooralsnog uit van renovatie in fase 3. Voorafgaand aan de uitvoering van renovatie wordt bezien of een fysieke combinaties met andere scholen (Bernardusschool en/of St. Clemensschool) gewenst en mogelijk is. Fasering Fase 3. Steenwijk KDC het Kompas 35

Capaciteit Het schoolgebouw dateert uit 1972 en is in de jaren 1978, 2001, 2009 en 2010 uitgebreid. Het leerlingenaantal stijgt naar verwachting tot boven de 200 leerlingen. Een deel van het schoolgebouw (205 m² bvo) is door het schoolbestuur zelf gefinancierd en niet meegenomen in de capaciteit. Kwaliteit In de jaren 1985 en 2003 is het gebouw ten dele gerenoveerd. In 2016 is het gebouw voorzien van een nieuwe buitenschil, dak en kozijnen. Bovendien heeft het schoolbestuur geïnvesteerd in kinderopvang. Maatregelen Renovatie van het gebouw op middellange termijn, waarbij wordt bezien of fysieke combinaties mogelijk zijn met het Kompas en de Clemensschool. Fasering Fase 3. Steenwijk KDC Bernardschool 36

Capaciteit Het schoolgebouw dateert uit 1972 en is in 1985, 2000 en 2008 uitgebreid. De school heeft een behoorlijke normatieve overcapaciteit, Naar de toekomst verwacht het bestuur een stabilisatie van de leerlingenaantallen. Kwaliteit Het gebouw is in 2005 gerenoveerd en heeft nog boekwaarde van ruim een miljoen euro. Het schoolbestuur mist een centraal hart in de school. Maatregelen Op lange termijn komt deze school in aanmerking voor vernieuwing. Gezien de overcapaciteit en de functionele knelpunten lijkt vervangende nieuwbouw hier meer realistisch dan renovatie. Fasering Fase 4. Steenwijk OBS Beatrixschool 37

Capaciteit De Clausschool is met bijna 300 leerlingen de grootste school van Steenwijk. Het aantal blijft naar verwachting min of meer constant. Het gebouw dateert uit 1972 en is in 1987, 2000, 2008 en 2010 uitgebreid. Een deel van het schoolgebouw (352 m² bvo) is door het schoolbestuur zelf gefinancierd en niet meegenomen in de capaciteit. Kwaliteit Het gebouw is in 2005 gerenoveerd. In 2014 is bovendien de buitenschil vervangen. Ook van binnen functioneert het gebouw naar tevredenheid. Maatregelen Op lange termijn komt deze school in aanmerking voor vernieuwing. Fasering Fase 4. Steenwijk KDC Clausschool 38

Capaciteit Het schoolgebouw dateert uit 1965 en telt momenteel zo’n 44 leerlingen. Structureel is sprake van normatieve overcapaciteit. Het schoolbestuur wenst de school naar de toekomst toe in stand te houden. Kwaliteit Het gebouw is in 1985 gerenoveerd. Maatregelen Er zijn plannen voor gelijktijdige vervangende nieuwbouw in de Gagels voor zowel de Emmaschool als de Frisoschool. Voorbehoud is dat voor de vernieuwing van deze school het uitgangspunt ‘nee, tenzij’ geldt. Dit betekent dat de gemeente in principe niet in renovatie of vernieuwing van scholen onder de gemeentelijke opheffingsnorm investeert, tenzij hier een vorm van samenwerking wordt gerealiseerd en/of gemeente en schoolbestuur gezamenlijk van mening zijn dat vernieuwing van de school op grond van bijvoorbeeld de levensvatbaarheid en spreiding van de onderwijsvoorzieningen verantwoord en gewenst is. Fasering Fase 1 Steenwijk KDC Emmaschool 39

Capaciteit Het gebouw van de Johan Frisschool dateert uit 1968 en is in 1980 uitgebreid. De school groeit naar en is min of meer passend gehuisvest. Een deel van het schoolgebouw (73 m² bvo) is door het schoolbestuur zelf gefinancierd en niet meegenomen in de capaciteit. Kwaliteit het gebouw van de Johan Friso bestaan momenteel vergevorderde plannen om deze te vervangen, samen met de Emmaschool. Maatregelen Planvorming voor vervangende nieuwbouw in de Gagels voor de Johan Frisoschool-mogelijk samen met KDC Emmaschool- is in voorbereiding. Een nadere verkenning naar de locatie, bestuursvorm en ruimtedeling moet nog plaatsvinden. In dit plan gaan we budgettair uit van realisering van een gebouw voor 200 leerlingen ofwel 1.400 m2 bvo. Fasering Fase 1. Steenwijk KDC Johan Friso 40

41 Steenwijk ‘t PuzzelsTuk Capaciteit De school in Tuk had op de laatste teldatum 69 leerlingen. Volgens de leerlingenprognoses kan dit aantal structureel oplopen naar zo’n 100 leerlingen. In de huidige situatie is sprake van een normatief tekort aan vierkante meters. Kwaliteit Het betreft een noodvoorziening die tot en met 2020 is gehuurd. Dorp en schoolbestuur wensen zicht op een eindbeeld als alternatief voor deze tijdelijke voorziening. Afwegingen Om wel of geen onderwijsvoorziening in Tuk te realiseren is een afweging nodig die vanuit verschillende invalshoeken gemaakt kan worden : • Het schoolbestuur en dorpsbelangen opteren voor een eigen onderwijsvoorziening in Tuk zelf, omdat de school als dorpsschool en vanuit het initiatief van het dorp is ontstaan. • Vanuit het gemeentelijk onderwijs- en accommodatiebeleid is de insteek gericht op het efficiënt inzetten van beschikbare huisvestingscapaciteit, voordat wordt overgegaan tot uitbreiding, renovatie of vervangende nieuwbouw. • De huisvestingsverordening biedt de mogelijkheid om te verwijzen naar leegstand in andere scholen, als dit binnen de wettelijke verwijsafstand plaatsvindt. Hiervoor komt in het geval van Tuk in ieder geval School B in aanmerking.

42 Steenwijk ‘t PuzzelsTuk Verkenning oplossingen Variant 1: Medegebruik en uitbreiding bij School B In deze variant krijgt ‘t PuzzelsTuk als zelfstandige school een plek in School B. School B heeft momenteel een normatieve leegstand van 513 m2. Een deel van deze leegstand wordt ingenomen door de peuterspeelzaal en de buitenschoolse opvang. In de buurt is geen goede alternatieve plek beschikbaar. Om te voorkomen dat deze kindcentrum- functies moeten wijken, gaan we ervan uit dat maximaal twee lokalen in de overcapaciteit blijvend gebruikt worden voor deze kindcentrum-functies. Hiermee verminderd de normatieve overcapaciteit met 230 m² bvo. Uitgaande van een structurele behoefte voor zo’n 90 leerlingen voor ‘t PuzzelsTuk, is dan nog uitbreiding nodig van 370 m² bvo. Om de financiële risico’s naar de toekomst toe te beperken, adviseren wij deze uitbreiding via semipermanente bouw te realiseren. Variant 2: Semipermanente voorziening in Tuk In deze variant wordt de huidige huisvesting van de school vervangen door een semipermanente voorziening in Tuk voor vier groepen (circa 90-100 leerlingen) met een omvang van 650 m² bvo. Variant 3: Permanente voorziening in Tuk In deze variant wordt de huidige huisvesting van de school vervangen door een permanente voorziening in Tuk.

Uitgaande van de aanwezigheid van vier groepen 90-100 leerlingen) moet rekening worden gehouden met een omvang van 650 m² BVO. Variant 4: Combinatie overig vastgoed in Tuk In deze variant wordt de huidige huisvesting van de school vervangen door deze onder te brengen in andere vastgoedobjecten in Tuk. 43 Steenwijk ‘t PuzzelsTuk ‘Rekenvariant’ • Op grond van een motie van de gemeenteraad onderzoekt de gemeente Steenwijk momenteel de vier verschillende varianten. Verwachting is dat de resultaten hiervan medio februari 2018 gereed zijn. • Uitgaande van de gemeentelijke visie om beschikbare huisvesting binnen accommodaties op een efficiënte wijze in te zetten -zoals is verwoord in het gemeentelijk accommodatiebeleid en het onderwijshuisvestingsbeleid- houden we in dit plan budgettair rekening met medegebruik bij school B, waarbij ‘t PuzzelsTuk een zelfstandige school blijft. In dat geval wordt school B uitgebreid met circa 230 m² bvo semipermanente bouw. • Als de gemeente Steenwijkerland naar aanleiding van het onderzoek naar de scenario’s voor ‘t PuzzelsTuk besluit af te wijken van bovenstaand scenario, moet dekking gezocht worden voor eventuele meerkosten. Fasering In dit plan houden we voor Fase 1 budgettair rekening met rekening met inwoning en een semipermanente uitbreiding bij School B.

De semipermanente uitbreiding werkt hier als een flexibele schil: als er meer ruimte nodig is kan deze worden uitgebreid, als er minder ruimte nodig is dan kan deze worden gereduceerd. 44 Steenwijk OEC ‘t Ravelijn Capaciteit De school huisvest zowel het SBO als het SO. Beoogd wordt dat ‘t Ravelijn een samenlevingsschool wordt van de schoolbesturen Accrete en Op Kop, waarbij de voorziening als expertisecentrum fungeert voor alle leerlingen uit de gemeente die een specifieke onderwijszorgbehoefte hebben. Kwaliteit Het betreft een relatief nieuwe onderwijsvoorziening. Er is sprake van een aantal knelpunten (constructiefouten) die momenteel onder de loep worden genomen. Maatregelen Behoudens onderhoud door het schoolbestuur worden geen maatregelen voorzien voor dit gebouw in dit plan. Fasering Niet van toepassing.

buur tdorpen (zuid) 45 45 46 basisscholen buurtdorpen (zuid) 46 Bron: Pronexus 2015. Leerlingenprognoses worden om de vier jaar geactualiseerd Naam Bestuur Plaats Bouwjaar Omvang Boekwaarde 2017 2020 2035 2017 2020 2035 2017 2020 2035 PC de Wennepe Accrete Wanneperveen 1921 655 101.000 52 67 67 462 537 537 193 118 118 OBS 't Vonder Op Kop Wanneperveen 1976 580 271.000 61 74 74 507 572 572 73 8 8 OBS de Noorderschool Op Kop Giethoorn 1955 730 102.427 115 113 111 778 768 758 -48 -38 -28 OBS Zuiderbasisschool Op Kop Giethoorn 1956 900 372.834 78 62 61 592 512 507 308 388 393 OBS de Lepelaar Op Kop Scheerwolde 1956 595 274.436 27 35 35 336 376 376 259 219 219 OBS de Rolpaal Op Kop Blokzijl 1978 542 394.376 44 41 42 421 406 411 121 136 131 KDC de Schutsluis Accrete Blokzijl 1954 812 288.085 90 76 79 653 582 597 159 230 215 OBS de Voorpoort Op Kop Vollenhove 1976 871 188.451 73 80 80 567 602 602 304 269 269 RKBS St. Martinus Aves Vollenhove 1964 635 263.798 114 105 104 773 728 723 -138 -93 -88 KDC Het Kompas Accrete Vollenhove 1974 1.477 407.869 194 168 168 1.176 1.045 1.045 301 432 432 KDC de Wiedekieker Accrete St. Jansklooster 1924 839 268.000 109 105 104 748 728 723 91 111 116 GBS Eben Haezer Florion St. Jansklooster 1905 1.112 333.000 122 130 129 814 854 849 298 258 263 CBS de Opstap Accrete St.

Jansklooster 1956 484 122.000 32 28 27 361 341 336 123 143 148 CBS de Buuzekaemp Accrete Beltschutsloot 1955 630 382.346 42 42 45 411 411 426 219 219 204 Totaal 10.862 3.769.622 1.153 1.126 1.126 8.600 8.464 8.464 2.262 2.398 2.398 SCHOOL GEBOUW LEERLINGEN RUIMTEBEHOEFTE SALDO OBS de Lepelaar 1956 / 61 jaar OBS De Rolpaal 1978 / 39 jaar KDC de Schutsluis 1954 / 63 jaar OBS Zuiderbasisschool 1956 / 61 jaar OBS de Noorderschool 1955 / 62 jaar Samenlevingsschool De Lisdodde 1976 / 41 jaar Samenlevingsschool De Lisdodde 1921 / 96 jaar CBS de Buuzekamp 1955 / 62 jaar OBS de Voorpoort 1976 / 41 jaar KDC Het Kompas 1974 / 43 jaar CBS de Opstap 1956 / 61 jaar GBS Eben Haezer 1905 / 112 jaar KDC de Wiedekieker 1924 / 93 jaar RKBS St. Martinus 1964 / 53 jaar wanneperveen giethoornblokzijl scheerwolde vollenhove beltschutsloot st. jansklooster 47 Accrete Catent Op Kop Aves Florion OBS De Rolpaal 44 ll +121 m2 KDC de Schutsluis 90 ll +159 m2 OBS de Noorderschool 115 ll -48 m2 CBS de Buuzekamp 42 ll +219 m2 GBS Eben Haezer 122 ll +298 m2 wanneperveen giethoornblokzijl scheerwolde vollenhove beltschutsloot st.

jansklooster 48 TOTAAL + 259 m² TOTAAL + 280 m² OBS de Voorpoort 73 ll +304 m2 TOTAAL + 467 m² TOTAAL + 512 m² TOTAAL + 219 m² TOTAAL + 313 m² normatieve leegstand normatief tekort normatief passend TOTAAL + 260 m² Samenlevingsschool De Lisdodde 65 ll +193 m2 Samenlevingsschool De Lisdodde 58 ll +120 m2 OBS de Lepelaar 27 ll +259 m2 OBS Zuiderbasisschool 78 ll +308 m2 KDC Het Kompas 194 ll +301 m2 RKBS St. Martinus 114 ll -138 m2 CBS de Opstap 37 ll +123 m2 KDC de Wiedekieker 109 ll +91 m2 OBS de Lepelaar Fase 4 OBS De Rolpaal Fase 4 KDC de Schutsluis Fase 2 OBS de Noorderschool Fase 1 CBS de Buuzekamp Fase 4 CBS de Opstap Fase 2 GBS Eben Haezer Fase 2 wanneperveen giethoornblokzijl scheerwolde vollenhove beltschutsloot st. jansklooster 49 OBS de Voorpoort Fase 4 KDC Het Kompas Fase 4 RKBS St. Martinus Fase 4 KDC de Wiedekieker Fase 2 OBS Zuiderbasisschool Fase 1 fase 2 2021-2024 fase 3 2025-2028 fase 1 2018-2020 fase 4 2029-2032 geen maatregelen Samenlevingsschool De Lisdodde Fase 1 Samenlevingsschool De Lisdodde Fase 1 50 Maatregelen PC de Wennepe en OBS ‘t Vonder in Wanneperveen vormen sinds schooljaar 2017-2018 samenlevingsschool De Lisdodde. Er bestaan vergaande plannen om op één locatie in Wanneperveen tot vervangende nieuwbouw te komen van de huidige twee gebouwen.

In dit huisvestingsplan houden we rekening met de realisering van één fysiek schoolgebouw voor zo’n 140 leerlingen, ofwel 900 m² bvo. Fasering Fase 1. Wanneperveen samenlevingsschool De Lisdodde – locatie De Wennepe 51 Wanneperveen samenlevingsschool De Lisdodde – locatie ‘t Vonder Maatregelen PC de Wennepe en OBS ‘t Vonder in Wanneperveen vormen sinds schooljaar 2017-2018 samenlevingsschool De Lisdodde. Er bestaan vergaande plannen om op één locatie in Wanneperveen tot vervangende nieuwbouw te komen van de huidige twee gebouwen. In dit huisvestingsplan houden we rekening met de realisering van één fysiek schoolgebouw voor zo’n 140 leerlingen, ofwel 900 m² bvo. Fasering Fase 1. 52 Giethoorn OBS de Noorderschool Maatregelen Voor de Noorderschool en de Zuiderbasisschool is inmiddels een bouwkrediet vastgesteld om tot vervangende nieuwbouw te komen. Structureel gaat het om circa 170 leerlingen. Fasering Fase 1. 53 Giethoorn OBS Zuiderbasisschool Maatregelen Voor de Noorderschool en de Zuiderbasisschool is inmiddels een bouwkrediet vastgesteld om tot vervangende nieuwbouw te komen. Structureel gaat het om circa 170 leerlingen. Fasering Fase 1. 54 Scheerwolde OBS de Lepelaar Capaciteit De Lepelaar kende op de teldatum nog 27 leerlingen. Dit is onder de gemeentelijke opheffingsnorm. Kwaliteit Het schoolgebouw is in de ogen van het schoolbestuur redelijk tot goed.

Maatregelen Behoudens onderhoud door het schoolbestuur worden geen maatregelen voorzien voor dit gebouw tot 2030. Pas in fase 4 voorzien we een renovatie. Voorbehoud is dat voor de vernieuwing van deze school het uitgangspunt ‘nee, tenzij’ geldt. Dit betekent dat de gemeente in principe niet in renovatie of vernieuwing van scholen onder de gemeentelijke opheffingsnorm investeert, tenzij hier een vorm van samenwerking wordt gerealiseerd en/of gemeente en schoolbestuur gezamenlijk van mening zijn dat vernieuwing van de school op grond van bijvoorbeeld de levensvatbaarheid en spreiding van de onderwijsvoorzieningen verantwoord en gewenst is. Fasering Fase 4 55 Capaciteit De school kende op de teldatum zo’n 44 leerlingen en blijft naar verwachting redelijk stabiel. Het schoolbestuur gaat uit van instandhouding. Een deel van de normatieve overcapaciteit wordt ingenomen door de peuterspeelzaal. Kwaliteit Het schoolgebouw is in de ogen van het schoolbestuur redelijk tot goed. Maatregelen Behoudens onderhoud door het schoolbestuur worden geen maatregelen voorzien voor dit gebouw tot 2030. Pas in fase 4 voorzien we renovatie. Voorbehoud is dat voor de vernieuwing van deze school het uitgangspunt ‘nee, tenzij’ geldt.

Dit betekent dat de gemeente in principe niet in renovatie of vernieuwing van scholen onder de gemeentelijke opheffingsnorm investeert, tenzij hier een vorm van samenwerking wordt gerealiseerd en/of gemeente en schoolbestuur gezamenlijk van mening zijn dat vernieuwing van de school op grond van bijvoorbeeld de levensvatbaarheid en spreiding van de onderwijsvoorzieningen verantwoord en gewenst is. Fasering Fase 4 Blokzijl OBS de Rolpaal 56 Capaciteit Het schoolbestuur heeft een deel van de school met eigen middelen gefinancierd. Het gaat hier om 223 m² bvo. Dit deel is niet meegenomen in de capaciteitsberekeningen van de school in dit plan. Kwaliteit De komende jaren heeft het schoolbestuur een aantal investeringen in het groot onderhoud op de planning staan. Maatregelen Gezien de leeftijd komt deze school op korte termijn in aanmerking voor renovatie. Gezien de leerlingenaantallen in Blokzijl is het aanbevelenswaardig te bezien of een fysieke combinatie met OBS de Rolpaal haalbaar is. Fasering Fase 2. Blokzijl KDC de Schutsluis 57 Vollenhove RKBS St. Martinus Capaciteit De school kent een redelijk stabiel aantal leerlingen van net boven de 100 leerlingen en ervaart een licht tekort aan huisvesting. Mogelijkheden tot medegebruik zijn volop op de andere twee scholen in Vollenhove aanwezig. St.

Martinus heeft de afgelopen jaren gekozen om op eigen kosten een nooduitbreiding in gebruik te nemen. Hiervoor wordt momenteel een verlengingsaanvraag ingediend. Kwaliteit Het schoolbestuur is tevreden over de kwaliteit van het gebouw. Maatregelen Tot 2030 worden -behoudens onderhoud door het schoolbestuur- geen ingrepen in de huisvesting voorzien. Pas in fase 4 voorzien we een renovatie. Mogelijkheden tot fysieke combinaties met andere scholen in Vollenhove (De Voorpoort en Het Kompas) worden voor die tijd verkend op haalbaarheid. Fasering Fase 4. 58 Vollenhove OBS de Voorpoort Capaciteit De Voorpoort kent enige overcapaciteit maar heeft naar verwachting in de toekomst te maken met een stabiel tot licht groeiend leerlingenaantal. Kwaliteit Het gebouw functioneert prima. Maatregelen Tot 2030 worden –behoudens onderhoud door het schoolbestuur- geen ingrepen in de huisvesting voorzien. Pas in fase 4 voorzien we een renovatie. Mogelijkheden tot fysieke combinaties met andere scholen in Vollenhove (St. Martinus en Het Kompas) worden voor die tijd verkend op haalbaarheid. Fasering Fase 4. 59 Vollenhove KDC Het Kompas Capaciteit Het Kompas krijgt volgens de prognoses te maken met licht afnemende leerlingenaantallen en heeft normatieve overcapaciteit. Deze wordt door de school ingezet voor functies op het gebied van opvang.

Het schoolbestuur heeft een deel van de school met eigen middelen gefinancierd. Het gaat hier om 158 m² bvo. Dit deel is niet meegenomen in de capaciteitsberekeningen van de school in dit plan. Kwaliteit Het gebouw is in goede conditie. Recent zijn delen van de gevel vervangen en vervanging van de daken staan op de planning. Maatregelen Op lange termijn wordt een renovatie voorzien voor het Kompas. Mogelijkheden tot fysieke combinaties met andere scholen in Vollenhove (de Voorpoort en St. Martinus) worden voor die tijd verkend op haalbaarheid. Fasering Fase 4. 60 St. Jansklooster KDC de Wiedekieker Capaciteit De Wiedekieker voorziet momenteel qua capaciteit in de benodigde behoefte. Het schoolbestuur heeft een deel van de school met eigen middelen gefinancierd. Het gaat hier om 62 m² bvo. Dit deel is niet meegenomen in de capaciteitsberekeningen van de school in dit plan. Kwaliteit De Wiedekieker is functioneel verouderd. De school dateert uit 1924. Maatregelen Alle drie scholen in St. Jansklooster (KDC de Wiedekieker, CBS de Opstap en GBS Eben Haëzer) zijn functioneel verouderd en op leeftijd. In totaliteit zijn er in St. Jansklooster structureel circa 290 leerlingen aanwezig. Er ligt een unieke kans hier om voor het dorp een toekomstbestendige onderwijsvoorziening te realiseren, uitgaande van drie scholen onder één dak.

Vooralsnog houden we in dit plan budgettair rekening met een school van circa 1.860 m² bvo. Fasering Fase 2. 61 St. Jansklooster GBS Eben Haëzer Capaciteit De school kent een stabiel leerlingenaantal en normatieve overcapaciteit. Kwaliteit het gebouw is functioneel verouderd. Maatregelen Alle drie scholen in St. Jansklooster (KDC de Wiedekieker, CBS de Opstap en GBS Eben Haëzer zijn functioneel verouderd en op leeftijd. In totaliteit zijn er in St. Jansklooster structureel circa 290 leerlingen aanwezig. Er ligt een unieke kans hier om voor het dorp een toekomstbestendige onderwijsvoorziening te realiseren, uitgaande van alle scholen onder één dak. Vooralsnog houden we in dit plan budgettair rekening met een school van circa 1.860 m² bvo. Fasering Fase 2. 62 St. Jansklooster CBS de OpstapCapaciteit De Opstap heeft te maken met beperkte leerlingenaantallen. Kwaliteit Het gebouw is functioneel verouderd. Maatregelen Alle drie scholen in St. Jansklooster (KDC de Wiedekieker, CBS de Opstap en GBS Eben Haëzer zijn functioneel verouderd en op leeftijd. In totaliteit zijn er in St. Jansklooster structureel circa 290 leerlingen aanwezig. Er ligt een unieke kans hier om voor het dorp een toekomstbestendige onderwijsvoorziening te realiseren, uitgaande van alle scholen onder één dak. Vooralsnog houden we in dit plan budgettair rekening met een school van circa 1.860 m² bvo.

Voorbehoud is dat voor de vernieuwing van deze school het uitgangspunt ‘nee, tenzij’ geldt. Dit betekent dat de gemeente in principe niet in renovatie of vernieuwing van scholen onder de gemeentelijke opheffingsnorm investeert, tenzij hier een vorm van samenwerking wordt gerealiseerd en/of gemeente en schoolbestuur gezamenlijk van mening zijn dat vernieuwing van de school op grond van bijvoorbeeld de levensvatbaarheid en spreiding van de onderwijsvoorzieningen verantwoord en gewenst is. Fasering Fase 2. 63 Beltschutsloot CBS de Buuzekaemp Capaciteit De Buuzekaemp is een kleine school met iets meer dan 40 leerlingen. Schoolbestuur Accrete gaat voorlopig uit van instandhouding. Kwaliteit Het gebouw is een jaar of tien geleden gerenoveerd en staat er goed bij. Maatregelen Voor de lange termijn wordt een renovatie voorzien voor de Buuzekaemp. Voorbehoud is dat voor de vernieuwing van deze school het uitgangspunt ‘nee, tenzij’ geldt. Dit betekent dat de gemeente in principe niet in renovatie of vernieuwing van scholen onder de gemeentelijke opheffingsnorm investeert, tenzij hier een vorm van samenwerking wordt gerealiseerd en/of gemeente en schoolbestuur gezamenlijk van mening zijn dat vernieuwing van de school op grond van bijvoorbeeld de levensvatbaarheid en spreiding van de onderwijsvoorzieningen verantwoord en gewenst is. Fasering Fase 4.

buur tdorpen (noord) 64 64 basisscholen buurtdorpen (noord) 65 Bron: Pronexus 2015. Leerlingenprognoses worden om de vier jaar geactualiseerd Naam Bestuur Plaats Bouwjaar Omvang Boekwaarde 2017 2020 2035 2017 2020 2035 2017 2020 2035 KDC Eben Haezer Accrete Ossenzijl 1931 436 37.441 38 32 35 391 361 376 45 75 60 OBS Burg. de Ruiter Op Kop Kuinre 1960 892 408.842 89 76 74 648 582 572 244 310 320 OBS de Slinge Op Kop Oldemarkt 1985 939 621.514 65 74 74 527 572 572 412 367 367 RKBS St. Bernardus Catent Oldemarkt 1921 978 678.509 89 72 72 648 562 562 330 416 416 KDC de Ark Accrete Oldemarkt 1968 808 356.230 124 117 118 824 789 794 -16 19 14 OBS Gen. v.d. Bosschool Op Kop Willemsoord 1988 890 577.878 81 66 64 607 532 522 283 358 368 OBS Woldschool Op Kop Steenwijkerwold 1956 702 145.816 34 25 25 371 326 326 331 376 376 RKBS Don Bosco Catent Steenwijkerwold 1963 1.051 429.437 128 116 117 844 783 789 207 268 262 KDC Immanuelschool Accrete Steenwijkerwold 1972 994 165.354 63 58 59 517 492 497 477 502 497 OBS de Driesprong Op Kop Eesveen 1871 497 251.228 37 52 51 386 462 457 111 35 40 Totaal 8.187 3.672.249 748 688 689 5.762 5.461 5.466 2.425 2.726 2.721 SCHOOL GEBOUW LEERLINGEN RUIMTEBEHOEFTE SALDO KDC Eben Haezer 1931 / 86 jaar OBS de Slinge 1985 / 32 jaar RKBS St. Bernardus 1921 / 96 jaar KDC de Ark 1968 / 49 jaar OBS de Driesprong 1871 / 146 jaar OBS Gen. v.d.

Boschschool 1988 / 29 jaar RKBS Don Bosco 1963 / 54 jaar OBS Woldschool 1956 / 61 jaar KDC Immanuelschool 1972 / 45 jaar ossenzijl oldemarkt eesveen steenwijkerwold kuinre OBS Burg. De Ruiter 1960 / 57 jaar willemsoord 66 Accrete Catent Op Kop Aves Florion OBS de Slinge 73 ll +372m² RKBS St. Bernardus 104 ll +255m² KDC de Ark 130 ll -16m² OBS de Driesprong 44 ll +76m² OBS Gen. v.d. Boschschool 95 ll +212m² ossenzijl oldemarkt eesveen steenwijkerwold kuinre willemsoord TOTAAL + 330 m² TOTAAL + 611m² TOTAAL + 212 m² TOTAAL + 76m² 67 KDC Eben Haezer 40 ll +45m ² OBS Burg. De Ruiter 81 ll +285m² RKBS Don Bosco 138 ll +157m² OBS Woldschool 38 ll +311m² KDC Immanuelschool 63 ll +477m² normatieve leegstand normatief tekort normatief passend TOTAAL + 945 m² KDC Eben Haëzer Fase 4 OBS de Slinge Fase 3 RKBS St. Bernardus Fase 3 KDC de Ark Fase 3 OBS de Driesprong Fase 4 OBS Gen. v.d. Boschschool Fase 4 RKBS Don Bosco Fase 3 OBS Woldschool Fase 3 KDC Immanuelschool Fase 3 ossenzijl oldemarkt eesveen steenwijkerwold kuinre OBS Burg. De Ruiter Fase 3 willemsoord 68 fase 2 2021-2024 fase 3 2025-2028 fase 1 2018-2020 fase 4 2029-2032 geen maatregelen Ossenzijl KDC Eben Haëzer Capaciteit Eben Haëzer is een kleine school met circa 40 leerlingen. Schoolbestuur Accrete gaat vooralsnog uit van instandhouding van deze school.

Wel is zij voornemens tot afstoting van één van de twee schoolgebouwen over te gaan, waarbij het andere gebouw op eigen kosten uitgebreid gaat worden met een noodlokaal. Kwaliteit Het gebouw voldoet. Maatregelen Pas op de lange termijn voorzien we een renovatie van de Eben Haëzer. Voorbehoud is dat voor de vernieuwing van deze school het uitgangspunt ‘nee, tenzij’ geldt. Dit betekent dat de gemeente in principe niet in renovatie of vernieuwing van scholen onder de gemeentelijke opheffingsnorm investeert, tenzij hier een vorm van samenwerking wordt gerealiseerd en/of gemeente en schoolbestuur gezamenlijk van mening zijn dat vernieuwing van de school op grond van bijvoorbeeld de levensvatbaarheid en spreiding van de onderwijsvoorzieningen verantwoord en gewenst is. Fasering Fase 4. 69 70 Kuinre OBS Burg. De Ruiter Capaciteit De Burg. De Ruiterschool heeft een redelijk stabiel leerlingenaantal van rond de 80 leerlingen. het gebouw heeft normatieve overcapaciteit die wordt ingezet als kindvoorziening. Kwaliteit Het betreft in de ogen van het schoolbestuur een matig gebouw. Het gebouw dateert uit 1960. In 2007 heeft de laatste renovatie van de school plaatsgevonden. Maatregelen Voorgesteld wordt het gebouw in een gezamenlijke inspanning van gemeente en schoolbestuur op middellange termijn te renoveren, waarmee de dorpsschool weer voor decennia mee kan voor Kuinre. Fasering Fase 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/3511dfe2-68ff-4d74-8846-85c83ccb8427?agendaItemId=4b984dd1-3318-4c0e-8ef8-b954fa4b9793