CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

I31.1 Bestemmingsplan Oppen Swolle 5 te Vollenhove.pdf

Raadsvergadering 31 januari 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken38.264 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan "Oppen Swolle 5 te Vollenhove" ID plan: NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 datum: november 2016 status: ontwerp auteur: BJZ.nu Vastgesteld door de raad dd. de griffier, de voorzitter,

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 2 Toelichting NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 3 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Ligging van het plangebied 5 1.3 De bij het plan behorende stukken 6 1.4 Huidig planologisch regiem 6 1.5 Leeswijzer 8 Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 9 2.1 Huidige situatie 9 2.2 Voorgenomen ontwikkeling 11 Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten 17 3.1 Rijksbeleid 17 3.2 Provinciaal beleid 19 3.3 Gemeentelijk beleid 30 Hoofdstuk 4 Actuele waarden 34 4.1 Inleiding 34 4.2 Ecologie 34 4.3 Archeologie 36 4.4 Cultuurhistorie 36 Hoofdstuk 5 Wateraspecten 38 5.1 Vigerend beleid 38 5.2 Waterparagraaf 39 Hoofdstuk 6 Milieuhygiënische en planologische aspecten 41 6.1 Bodem 41 6.2 Geluid 42 6.3 Luchtkwaliteit 43 6.4 Externe veiligheid 44 6.5 Milieuzonering 45 6.6 Geur 47 Hoofdstuk 7 Juridische opzet 49 7.1 Inleiding 49 7.2 Opzet van de regels 49 7.3 Verantwoording van de regels 51 Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 53 8.1 Economische uitvoerbaarheid 53 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 53 NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 4 Hoofdstuk 9 Vooroverleg 54 9.1 Het Rijk 54 9.2 Provincie Overijssel 54 9.3 Waterschap Drents Overijsselse Delta 54 Bijlagen bij de toelichting 55 Bijlage 1 Terreininrichtingstekening

55 Bijlage 2 Watertoets – Geen waterschapsbelangen 55 Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek 55 NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 5 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Het plangebied betreft het perceel Oppen Swolle 5 te Vollenhove, gelegen op het Landgoed “de Oldenhof”, in het buitengebied van de gemeente Steenwijkerland. In het plangebied bevindt zich een monumentale boerderij met enkele bijgebouwen welke eveneens gedeeltelijk zijn aangemerkt als rijksmonumenten. De boerderij is een Rijksmonument (401149) evenals het bakhuisje (401151), houten kapschuur (401152) en de gehele buitenplaats (401133). In de geldende beheersverordening “Buitengebied Steenwijkerland 2014” heeft het plangebied een agrarische bestemming, maar vanwege de rijksmonumenten zijn er zeer beperkte mogelijkheden voor een eigentijdse renderende agrarische invulling. Om in de toekomst een duurzame en rendabele exploitatie van het landgoed te waarborgen en de monumentale bebouwing duurzaam te behouden is gezocht naar een passende vervolgfunctie. Initiatiefnemer is voornemens de monumentale boerderij Oppen Swolle 5 en de gronden en bijgebouwen daaromheen te gebruiken ten behoeve van woondoeleinden met als nevenactiviteit een overnachtingmogelijkheid (Bed & Breakfast) en theeschenkerij. De monumentale boerderij zal ten behoeve daarvan intern worden verbouwd.

Met gevoel voor de historie van Landgoed “de Oldenhof” draagt voorliggende ontwikkeling bij aan het behoud van de natuur, de cultuurhistorische waarden en monumentale kwaliteit van het perceel en het landgoed. Voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende beheersverordening. Derhalve is een herziening noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Op 23 februari 2016 heeft het college positief besloten over het opstarten van een bestemmingsplanprocedure ten behoeve van voorliggende ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en zal aantonen dat de gewenste ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. 1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Oppen Swolle 5 te Vollenhove, in het buitengebied van de gemeente Steenwijkerland en kadastraal bekend als gemeente Vollenhove, sectie L, nummer 408 (ged.). In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Vollenhove en de directe omgeving weergegeven. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 6 Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied (Bron: ArcGIS) 1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” bestaat uit de volgende stukken:  verbeelding (tek.nr.

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01) en een renvooi;  regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4 Huidig planologisch regiem Het plangebied is opgenomen in de beheersverordening “Buitengebied Steenwijkerland 2014” van de gemeente Steenwijkerland. 1.4.1 Beheersverordening “Buitengebied Steenwijkerland 2014” 1.4.1.1 Algemeen De beheersverordening “Buitengebied Steenwijkerland 2014” is op 9 december 2014 vastgesteld. Afbeelding 1.2 geeft een uitsnede weer van de verbeelding behorende bij de beheersverordening. Ter verduidelijking zijn met kleuren de relevante aspecten voor het perceel Oppen Swolle 5 weergegeven. Het plangebied betreft de globale begrenzing zoals aangegeven, voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 7 Afbeelding 1.2 Uitsnede beheersverordening “Buitengebied Steenwijkerland 2014” (bron: Ruimtelijke plannen) 1.4.1.2 Bestemmingen en aanduidingen In de geldende beheersverordening heeft het perceel Oppen Swolle 5 de bestemmingen ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’. Het plangedeelte ten noorden van het perceel Oppen Swolle 5 heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ en de aanduiding ‘ecologische waarde’. Gronden met de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf 1’ zijn voornamelijk bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven en wonen in een bedrijfswoning met daaraan ondergeschikt tuinen, erven, groenvoorzieningen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Per bestemmingsvlak mag uitsluitend één bedrijf worden uitgeoefend, gebouwen ten behoeve hiervan mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken buiten de bebouwde kom met een oppervlakte groter dan 2.500 m 2 dient door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overlegd.

Gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn voornamelijk bestemd voor agrarisch bedrijfsmatig/hobbymatig gebruik en bescherming, instandhouding en versterking en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke en/of ecologische waarden ter plaatse van de aanduiding ‘ecologische waarde’. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 8 1.4.1.3 Strijdigheid Het gebruik van de monumentale boerderij en de gronden en bijgebouwen daaromheen ten behoeve van woondoeleinden met als nevenactiviteit een overnachtingsmogelijkheid (Bed & Breakfast) en theeschenkerij zijn niet in overeenstemming met de agrarische bestemming in de geldende beheersverordening. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. 1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het voor het plan relevante beleid van de verschillende overheidsinstanties beschreven. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Steenwijkerland beschreven. In hoofdstuk 4 worden de actuele waarden benoemd. In hoofdstuk 5 is de waterparagraaf beschreven. In hoofdstuk 6 wordt de ontwikkeling getoetst aan de milieuhygiënische en planologische aspecten.

Vervolgens wordt in hoofdstuk 7 het juridische systeem toegelicht. In hoofdstuk 8 en 9 wordt respectievelijk ingegaan op de uitvoerbaarheid en het vooroverleg. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 9 Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.1.1 Landgoed “de Oldenhof” Zoals aangegeven is het plangebied gelegen op het Landgoed “de Oldenhof”. De Oldenhof is gelegen in Noordwest Overijssel, ten zuiden van de kern Vollenhove. Het landgoed betreft een statige havezate, die door Gerhard Sloet omstreeks 1635 werd opgericht. Sindsdien is de buitenplaats bewoond, verbouwd, vernieuwd, gerestaureerd en verder ontwikkeld. Het huidige landgoed met havezate, de gracht met ophaalbrug, de tuin, het parkbos, een boerenhofstede en landerijen, samen 54 hectare, vormen een waardevol ensemble en een natuur- en cultuurhistorisch monument. In 1992 kreeg De Oldenhof het predicaat ‘beschermd complex historische buitenplaats’ als rijksmonument. Daarnaast is het landgoed gerangschikt onder de Natuurschoonwet 1928. De Oldenhof heeft een ruime gebruikstuin met een omvang van circa driekwart hectare met diverse historische elementen zoals een padenstructuur, stelsel van hagen en he ggen, een boomgaardgedeelte en enkele mooie bomen en heestergroepen.

Het parkbos is circa 11 hectare groot en heeft een gemengde samenstelling waarbij eveneens zeldzame planten voorkomen. Het is heel rijk aan vogels, vleermuizen en andere (kleine) zoogdieren. Het parkbos is grotendeels vrij toegankelijk voor wandelaars en fietsers, zoals voorgeschreven door de Natuurschoonwet 1928. In het parkbos bevindt zich een klein en eenvoudig natuurkampeerterrein met een grootte van circa 0,5 hectare en ruimte voor 15 staanplaatsen. Afbeelding 2.1 geeft een luchtfoto weer van de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving. Afbeelding 2.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: ArcGIS)

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 10 2.1.2 Plangebied Het plangebied betreft het perceel van boerenhofstede Oppen Swolle 5 en is gelegen aan de overkant van de gracht aan de toegangsweg naar de havezate. Voorheen vervulde het pand Oppen Swolle 5 de functie van koetshuis met paardenstal voor de bewoners van de havezate. De monumentale boerderij in het plangebied dateert uit 1788. De boerderij is een fors L - vormig gebouw, met aangebouwde schuur, gedekt door een kap met zwarte pannen. Inpandig is een woning (circa 200 m2) en voormalige veestal (circa 500 m2) aanwezig. De voorgevel van het woongedeelte is drie vensterassen breed. De vensters met 19 e-eeuws 12- ruitsschuifvensters en natuurstenen waterdorpels. In de zijgevel van het woongedeelte is een steen ingemetseld met het opschrift: Jan Arend Godard de Vos van Steenwijk heeft den eersten steen gelegd den 6. Sept. 1788. Aangebouwd bedrijfsgedeelte, de veestal, met enkelvoudige toegang en twee 19e-eeuwse 12-ruitsschuiframen met natuurstenen waterdorpels. Rond de boerderij loop een bestrating met flinten.

Naast de monumentale boerderij zijn eveneens het bakhuisje (bakstenen 19e-eeuws met pannen gedekt, gelegen achter de boerderij), de houten kapschuur (19e-eeuws met riet gedekt en sporenkap ter lengte van vier vakken, gelegen terzijde van de boerderij) en de gronden rondom aangewezen als Rijksmonument. In totaal is er circa 920 m2 bebouwing aanwezig met kapschuur, werktuigberging en enkele kleinere schuurruimten. In afbeelding 2.2 zijn foto’s van de bebouwing in het plangebied weergegeven.

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 11 Afbeelding 2.2 Foto’s bestaande situatie (Bron: B+O Architectuur en interieur B.V.) 2.2 Voorgenomen ontwikkeling 2.2.1 Inleiding Zoals aangegeven is het plangebied gelegen op het Landgoed “de Olde nhof” en is er monumentale bebouwing aanwezig. Vanwege de rijksmonumenten zijn er zeer beperkte mogelijkheden voor een eigentijdse renderende agrarische invulling. Om in de toekomst een duurzame en rendabele exploitatie van het landgoed te waarborgen en de monumentale bebouwing duurzaam te behouden is daarom het voornemen de boerderij intern te verbouwen en zowel de gronden en bijgebouwen daaromheen te gebruiken ten behoeve van woondoeleinden met als nevenactiviteiten een overnachtingsmogelijkheid (Bed & Breakfast) en theeschenkerij. Ter waarborging is een erfpachtovereenkomst gesloten tussen de eigenaren van het landgoed en de initiatiefnemers. 2.2.2 Ontwikkeling Het voornemen betreft het inpandig verbouwen van de monumentale boerderij ten behoeve van een woning en nevenactiviteiten in de vorm van overnachtingsmogelijkheden (Bed & Breakfast) en een theeschenkerij. Een gedeelte van de stal in de monumentale boerderij wordt verbouwd tot woning. Het overige gedeelte van de stal en de werkplaats zullen grotendeels worden gehandhaafd.

Het voorhuis van de boerderij wordt verbouwd ten behoeve van de Bed & Breakfast en theeschenkerij. Er worden een vijftal kamers (10 slaapplaatsen) geschikt gemaakt voor de Bed & Breakfast accommodatie, drie op de verdieping en twee op de begane gr ond. Bij elke kamer zal een douche- en toiletvoorziening worden gerealiseerd. Op de begane grond wordt eveneens een gemeenschappelijke verblijfsruimte gerealiseerd. Ontbeten kan worden in de theeschenkerij welke eveneens in het voorhuis van de boerderij wo rdt

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 12 gerealiseerd. De theeschenkerij (met terras en bijbehorende sanitaire en facilitaire voorzieningen) is een kleinschalige dag-horecavoorziening, die uitsluitend tot doel heeft het verstrekken van niet-alcoholische dranken en versnaperingen. De oppervlakte van de theeschenkerij inpandig bedraagt 65 m2 en circa 135 m2 buiten om te kunnen zitten op een terras, ergens in de tuin of onder een van de bestaande overkappingen. De positie van het buiten zitten van de theeschenkerij is afhankelijk van de weersituatie (zon, schaduw, regen, etc.) en dus niet vast te leggen op een tekening. De totale oppervlakte voor de theeschenkerij bedraagt maximaal 200 m 2. De doelgroep bestaat voornamelijk uit Vrienden op de Fiets welke na een mooie wandel - of fietstocht behoefte hebben aan een gespreid bed en een stevig ontbijt. Stichting Vrienden op de Fiets heeft een netwerk van overnachtingsadressen voor sportievelingen die meerdaagse tochten maken. De gewenste voorzieningen in het plangebied gaan hier onderdeel van uitmaken. Een plattegrond met het voorlopig ontwerp voor de nieuwe invulling van de monumentale boerderij is weergegeven in afbeelding 2.3. De hoofdvorm van het gebouw blijft bestaan, er is geen sprake van een uitbreiding.

Afbeelding 2.3 Plattegronden voorlopig ontwerp nieuwe situatie (Bron: B+O Architectuur en interieur B.V.) 2.2.3 Erf en landschap Voorliggend plan voorziet in een bestemmingsplanherziening met een functiewijziging met (positief) effect op de omliggende gronden. Er is slechts sprake van een kleinschalige ontwikkeling waarbij geen sprake is van negatieve impact op het landschap. Voorliggende ontwikkeling draagt bij aan het behoud van de monumentale boerderij en daarmee de kwaliteit van het Landgoed en het landschap. Dit heeft een positieve uitwerk ing op de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Zo worden in de huidige situatie auto’s in de laan geparkeerd en wordt in de nieuwe situatie een kwaliteitsslag gemaakt door nieuwe parkeerplaatsen aan te leggen. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 13 Voorliggende ontwikkeling is op 16 februari 2016 en 22 november 2016 besproken in het Steunpunt met daarin de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en de Provincie Overijssel. Zij hebben het initiatief positief beoordeeld. Om een impressie te geven van de terreinindeling in de nieuwe situatie is in afbeelding 2.4 een uitsnede van de terreininrichtingstekening opgenomen, voor de volledige tekeni ng wordt verwezen naar bijlage 1 van deze toelichting. Op de tekening zijn meerdere zones aangegeven waar het terras zich kan bevinden.

Welke zone of deel van een zone geb ruikt wordt is afhankelijk van het weer, of mensen in de zon dan wel in de schaduw willen zitten of overdekt. De oppervlakte van de zone zal nooit meer dan 135 m2 bedragen. Afbeelding 2.4 Terreininrichtingstekening Oppen Swolle 5 (Bron: B+O Architectuur en interieur B.V.) 2.2.4 Verkeer en parkeren 2.2.4.1 Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de gemeentelijke parkeernota. De gemeentenota gebruikt de CROW-publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)' als basis. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 14 Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Voor wat betreft de stedelijkheidsgraad geeft de Nationale Atlas Volksgezondheid (Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) aan dat ter zake van de gemeente Steenwijkerland sprake is van een stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’.

Qua stedelijke zone wordt uitgegaan van ‘buitengebied’. 2.2.4.2 Uitgangspunten In de CROW-uitgave worden de functies ‘Bed & Breakfast’ en ‘Theeschenkerij’ niet specifiek genoemd. Voor wat betreft de Bed & Breakfast functie wordt wel de nagenoeg vergelijkbare functie ‘hotel’ genoemd. In de CROW-uitgave wordt onderscheid gemaakt in een hotel-classificatiesysteem. Ze zijn daarbij ingedeeld van 1 ster tot 5 sterren. In voorliggend geval kan, gezien de beperkte voorzieningen, worden uitgegaan van 1 ster. Voor wat betreft de theeschenkerij komt deze functie het meest overeen met de functie ‘café/bar/cafetaria’. Voor de categorie ‘buitengebied’ zijn voor deze functie geen normen opgenomen, daarom wordt aangesloten bij de normen voor de categorie ‘rest bebouwde kom’. Onderstaande tabel geeft de gemiddelde parkeernorm en verkeersgeneratie weer voor de verschillende functies waarin voorliggende ontwikkeling voorziet. Functie Aantal Parkeernorm Verkeersgeneratie Wonen Eén woning 2 per woning 7,4 per woning Bed & Breakfast 5 kamers 0,4 per kamer 1,24 per kamer Theeschenkerij Max. 200 m2 6 per 100 m2 13,0 per 100 m2 2.2.4.3 Parkeerbehoefte Uitgaande van bovengenoemde uitgangspunten zal in het plangebied sprake zijn van de volgende parkeerbehoefte.

Functie Aantal Parkeernorm Parkeerbehoefte Wonen Eén woning 2 per woning 2 parkeerplaatsen Bed & Breakfast 5 kamers 0,4 per kamer 2 parkeerplaatsen Theeschenkerij Max. 200 m2 6 per 100 m2 12 parkeerplaatsen Totaal 16 parkeerplaatsen Om een impressie te geven van het parkeren in de toekomstige situatie is in afbeelding 2.5 een uitsnede van de terreininrichtingstekening opgenomen met daarin specifiek aandacht voor het parkeren. Voor de volledige tekening wordt verwezen naar bijlage 2 van de regels van dit bestemmingsplan. De parkeerplaatsen van de woning en de bed & breakfast worden opgevangen op het eigen terrein (zoals weergegeven in afbeelding 2.5). Het parkeren van de woning vindt plaats onder de kapschuur op het achterterrein. Het parkeren voor de bed & breakfast vindt plaats aan de voorzijde van de boerderij. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 15 Voor het parkeren ten behoeve van de theeschenkerij wordt een overeenkomst gesloten met het stichtingsbestuur van het landgoed. Deze parkeerplaatsen worden gerealiseerd langs de laan in een nieuw aan te leggen ‘parkeerkoffer’ tussen de bomen langs de laan (zoals weergegeven in afbeelding 2.6). Hier kunnen circa 9 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Deze parkeervoorziening zal deels door bezoekers van het landgoed worden gebruikt en deels door bezoekers aan de theeschenkerij.

Cumulatief worden er dus te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd. Echter doordat er een synergie van de verschillende functies kan worden toegepast is deze parkeervoorziening toch toereikend. Immers, er is voor een aantal functies een dubbeltelling: - Gasten van de camping maken ook gebruik van de theeschenkerij (de camping heeft een eigen parkeervoorziening elders op het landgoed, zie afbeelding 2.5), - Dit geldt ook voor gasten van de bed & breakfast (hiervoor worden reeds 2 parkeerplaatsen aan de voorzijde van de boerderij gerealiseerd, zie afbeelding 2.5), - De verwachting is dat bezoekers van het landgoed aan de Engelse Tuin ook gebruik zullen gaan maken van de theeschenkerij. Daarnaast is de doelgroep van de theeschenkerij een groep die (hoogstwaarschijnl ijk) lang niet altijd met de auto zal komen. De verwachting is dat dit vooral wandelaars en fietsers (Vrienden op de Fiets) zullen zijn. Ook dit is een argument dat de daadwerkelijke parkeerbehoefte daardoor waarschijnlijk veel lager zal zijn dan de norm v oorschrijft. Tot slot wordt nog opgemerkt dat de 200 m2 bvo dag-horeca is opgedeeld in 65 m2 binnen en 135 m2 terras. In de verschillende seizoenen is de verwachting dat het gebruik waarschijnlijk niet gelijktijdig zal plaatsvinden. Tijdens de winterdagen zal er geen gebruik gemaakt worden van het terras.

In het zomerseizoen zal de theeschenkerij (binnen) juist waarschijnlijk niet geheel bezet zijn, aangezien de bezoekers dan op het terras zullen plaats nemen. Daarbij is op mooie dagen de kans groter dat mensen op de fiets komen. Opgemerkt wordt dat in de regels van voorliggend bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting is opgenomen om de realisatie en instandhouding van de parkeerplaatsen te waarborgen. Afbeelding 2.5 Terreininrichtingstekening m.b.t. parkeren (Bron: B+O Architectuur en interieur B.V.) NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 16 Afbeelding 2.6 Tekening parkeerplaatsen (Bron: Groene Heritage) 2.2.4.4 Verkeersgeneratie Uitgaande van bovengenoemde uitgangspunten brengt voorliggende ontwikkeling de volgende verkeersgeneratie met zich mee. Functie Aantal Norm Verkeersgeneratie Wonen Eén woning 7,4 per woning 7,4 verkeersbewegingen Bed & Breakfast 5 kamers 1,24 per kamer 6,2 verkeersbewegingen Theeschenkerij Max. 200 m2 (geen norm) - Totaal 13,6 verkeersbewegingen De verkeersaantrekkende werking zal naar verwachting gering zijn, daarbij bestaat de doelgroep voor de theeschenkerij voornamelijk uit passerende fietsers. De extra verkeersbewegingen zullen via de huidige ontsluiting worden ontsloten. Van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen op de omliggende wegen is geen sprake.

Gelet op de beperkte toename van verkeersbewegingen zijn er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren tegen de in dit plan besloten ontwikkeling. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 17 Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 3.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitsprake n in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

3.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn:  Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen.

Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol;  Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw;  Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe);  Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 18 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen.

Afbeelding 3.1 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bron: Ministerie van Infrastructuur en Milieu) 3.1.3 Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gevolgd wanneer planologisch nieuwe “stedelijke ontwikkelingen” mogelijk worden gemaakt. Nieuwe planologische bouwmogelijkheden van enige omvang kwalificeren zich als zodanig en zijn ‘Ladderplichtig’. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er in het geheel geen sprake is van toename van het ruimtebeslag (bijvoorbeeld bij functiewijziging), dan is de Afdelingslijn dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zo overweegt de Afdeling in haar uitspraak van 10 december 2014 (201310814/1/R1): “12.6. Het betoog van Lunchroom Deli en andere dat het plan in zoverre in strijd is met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, omdat is voorzien in een functiewijziging binnen de bestaande bebouwing, kan niet slagen. In deze situatie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro, aangezien de bebouwing reeds aanwezig is en er geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt.

Van belang daarbij is dat het plan naar het oordeel van de Afdeling slechts is gericht op een verruiming van de gebruiksmogelijkheden.” Dit wordt echter enigszins genuanceerd in een recente uitspraak van de Raad van State d.d. 18 februari 2015 (201311211/1/R3), waarbij sprake is van een uitbreiding van de planologische gebruiksmogelijkheid van feitelijk bestaande units in een bedrijfsverzamelgebouw. De Afdeling overweegt: “Voor zover [appellant sub 1] en anderen

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 19 betogen dat in de Staat van bedrijfsactiviteiten deels bedrijfsactiviteiten staan genoemd waarvoor de units in de bedrijfsverzamelgebouwen niet eerder mochten worden verhuurd, oordeelt de Afdeling dat het plan hiermee niet voorziet in een zodanige functiewijziging dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zoals zij eerder heeft overwogen (uitspraak van 10 decem ber 2014 in zaak nr. 201310814/1/R1) is daarbij van belang dat met een verruiming van de gebruiksmogelijkheden geen nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt.” Het onderstreepte “zodanige functiewijziging” suggereert dat er functiewijzigingen – zonder enige toename van bebouwing – zijn die wel een zodanige omvang/impact kunnen hebben, dat zij kunnen worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een functiewijziging “sec” die van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders, door die invloed kan kwalificeren als “zodanige functiewijziging”, zodat sprake is van een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling.

Gelet op het feit dat in voorliggende ontwikkeling:  geen sprake is van nieuw beslag op de ruimte;  sprake is van een passende vervolgfunctie, waarmee de duurzame instandhouding van de monumentale bebouwing kan worden gewaarborgd;  sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling, die in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ aanvaardbaar is; kan gesteld worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en kan toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking achterwege blijven. 3.1.4 Conclusie toetsing aan het rijksbeleid Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat. 3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkst plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Omgevingsvisie is op 1 juli 2009 vastgesteld door Provinciale Staten en op 1 september 2009 in werking getreden. Naar aanleiding van monitoring en evaluaties is de Omgevingsvisie en -verordening op onderdelen geactualiseerd.

De Actualisatie Omgevingsvisie en -verordening is op 3 juli 2013 vastgesteld door Provinciale Staten en op 1 september 2013 in werking ge treden. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn:  door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieus; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 20  investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fi ets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staat;  zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik bij bebouwing door hantering van de zogenaamde ‘SER-ladder’; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; hierbij is afstemming tussen gemeenten over woningbouwprogramma’s en bedrijfslocaties noodzakelijk;  ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.

3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er om daarbij steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bi j elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te lat en doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1.

generieke beleidskeuzes; 2. ontwikkelingsperspectieven; 3. gebiedskenmerken. Afbeelding 3.2 geeft dit schematisch weer. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 21 Afbeelding 3.2 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.1 Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Beoordeeld wordt of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. In het voorliggende plan zijn bij de afwegingen in de eerste fase ‘generieke beleidskeuzes’ voornamelijk artikel 2.1.4 (Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving), artikel 2.7.3 en 2.7.4 lid 3 (EHS) en artikel 2.11 (Cultuurhistorie) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op deze artikelen wordt hierna nader ingegaan.

Artikel 2.1.4 Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in andere dan stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:  dat (her)benutting van bestaande bebouwing in de groene omgeving in redelijkheid niet mogelijk is;  dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is een variant op de SER -ladder ten behoeve van de toepassing binnen de groene omgeving. In het voorliggende geval wordt

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 22 echter geen extra ruimtebeslag gelegd op de groene omgeving door bouwen en verharden. De in dit plan besloten ontwikkeling vindt namelijk in zijn geheel plaats binnen de monumentale bestaande bebouwing in de groene omgeving. Daarbij wordt er op het bestaande erf in het plangebied een combinatie gezocht van verschillend e functies. Samenvattend wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling bijdraagt aan de principes van zuinig en zorgvuldige ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ont wikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vierlagenbenadering die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd.

Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen - met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. - voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Aanleiding voor voorliggende ontwikkeling is de vraag naar een nieuwe duurzame en rendabele exploitatie van het landgoed. In voorliggend initiatief is deze duurzame en rendabele exploitatie gevonden voor het landgoed en vastgelegd in een erfpachtovereenkomst tussen de eigenaren van het landgoed en de initiatiefnemers. Daarbij wordt voorzien in de instandhouding van de monumentale bebouwing en daarmee het behoud van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse en het landgoed. Een nadere uitwerking van de provinciale ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ is opgenomen in paragraaf 3.2.4.

Geconcludeerd kan worden dat de investeringen in balans zijn met de geboden ontwikkelingsmogelijkheden en de ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.7.3 en 2.7.4, lid 3 Ecologische Hoofdstructuur (Art. 2.7.3, lid 1) Het beschermingsregime voor gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als gebiedscategorie ‘Bestaand’ wordt vastgelegd in een bestemmingsplan of in een beheersverordening. (…) (Art. 2.7.4, lid 3) De gemeenteraad is bevoegd om bij de vaststelling van een bestemmingsplan voor relatief kleinschalige ontwikkelingen binnen de EHS af te wijken van het bescher mingsregime zoals vastgelegd in artikel 2.7.3 mits is aangetoond en verzekerd dat deze wijziging: a. de wezenlijke kenmerken en waarden slechts in beperkte mate aantast, NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 23 b. per saldo gepaard gaat met een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS, of een vergroting van de oppervlakte van de EHS, c. plaatsvindt na een zorgvuldige afweging van alternatieve locaties. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.7.3 en 2.7.4 lid 3 van de Omgevingsverordening De nieuw te realiseren parkeerplaatsen zijn gelegen in de EHS.

Voor ontwikkelingen in de EHS is een beschermingsregime van toepassing, tenzij er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling. Voorliggende ontwikkeling valt onder deze categorie. Middels artikel 2.7.3, lid 3 van de verordening kan van het beschermingsregime van de EHS afgeweken worden. Auto’s parkeren in de huidige situatie op verschillende plekken op het landgoed (zie afbeelding 2.5 en bijlage 2 van de regels van dit bestemmingsplan). Uitgesproken is dat het parkeren conform de bestaande situatie niet meest gewenst is, omdat de auto’s in de berm van de hoofdlaan geparkeerd worden. Vanuit de ruimtelijke kwaliteit voor het landgoed is dit niet wenselijk, omdat de laanstructuren dragers van het landgoed zijn. Om deze reden is de situatie ter plaatse bekeken en gezocht naar een goede locatie voor parkeren. Vanuit de gemeente waren hierbij aanwezig de regisseur openbare ruimte en de planoloog, vanuit Stichting Oldenhof de voorzitter, de heer P. Bos, en een landschapsarchitect. Er zijn verschillende locaties op het landgoed bekeken en de meest gewenste situatie is als weergegeven in afbeelding 2.6 en bijlage 2 van de regels. Op deze locatie kunnen 9 parkeerplaatsen aangelegd worden. Het beste alternatief om parkeerplaatsen aan te leggen ligt op een locatie waar de EHS is ingetekend. Voor ontwikkelingen in de EHS geldt een beschermingsregime.

De omgevingsverordening geeft de mogelijkheid om af te wijken van de verordening als er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling. Het gedeelte van de ontwikkeling in de EHS is klein (circa 200 m 2). Per saldo is er sprake van een versterking, er worden drie bomen gekapt en zes bomen aangeplant, ook worden waar nodig enkele inheemse struiken in de bosrand aangebracht ter versterking van de bosrand. Met de aanplant van deze bomen en struiken wordt de bosstrook versterkt en blijft het geheel een aaneengesloten bosstrook. Door de aanplant blijven de ecologische waarden geborgd. De voorgesteld ingreep heeft geen significant effect op het leefgebied van de aanwezige flora en fauna in het gebied, daarvoor is de ingreep klein en de hele bosstrook blijft nagenoeg in tact. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.7.3 en 2.7.4, lid 3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.11 Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden wordt verstaan: het samenspel van historische landschappen, historisch geografische elementen en structuren, cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en bouwwerken en archeologische vindplaatsen die iets vertellen over het verleden.

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt aangegeven op welke wijze bij de planontwikkeling rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.11 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals blijkt uit hoofdstuk 2 draagt voorliggende ontwikkeling bij aan een duurzame instandhouding van de monumentale bebouwing in het plangebied en is dit vastgelegd in de erfpachtovereenkomst tussen de eigenaren van het landgoed en de initiatiefnemers. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 24 Daarin is tevens vastgelegd dat de uitstraling van het gebied niet mag worden aangetast. Hierdoor blijft de monumentale kwaliteit behouden en wordt bijgedragen aan het behoud en versterken van de cultuurhistorische waarde van zowel het erf als het landgoed waarvan het erf onderdeel uitmaakt. In paragraaf 4.4 wordt het aspect cultuurhistorie verder uitgewerkt. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.11 van de Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.3.2 Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Buitengebied accent veelzijdige gebruiksruimte – mixlandschap’. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen en het plangebied aangegeven.

Afbeelding 3.3 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) ‘Buitengebied accent veelzijdige gebruiksruimte - mixlandschap’ In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Gebieden aangewezen als ‘Buitengebied accent veelzijdige gebruiksruimte - mixlandschap’ zijn bedoeld voor gespecialiseerde landbouw, mengvormen van landbouw- recreatie-zorg, landbouw- natuur, landbouw- water en bijzondere woon-, werk- en recreatiemilieus, die de karakteristieke gevarieerde opbouw van de cultuurlandschappen in deze gebieden versterken. Naast de bescherming van kwaliteiten wil de provincie vooral ontwikkeling en dynamiek benutten voor duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' In de omgeving van het plangebied zijn verschillende functies aanwezig; wonen, (agrarische) bedrijvigheid, agrarische grond en bos. Als gevolg van voorliggende ontwikkeling is er geen sprake van belemmering van omliggende agrarische bedrijven ten aanzien van de bedrijfsvoering. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar hoofdstuk 6, waar nader wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten.

Daarbij wordt met de ontwikkeling de duurzame instandhouding van de monumentale bebouwing NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 25 gewaarborgd en zo bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief zich niet verzet tegen voorliggende ontwikkeling. 3.2.3.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De ‘Stedelijke laag’ wordt buiten beschouwing gelaten, omdat er ter plaatse van het plangebied of in de directe omgeving geen specifieke en relevante eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De ‘Natuurlijke laag’ Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Natuurlijke laag’ aangeduid met het gebiedstype ‘Stuwwallen’, zie afbeelding 3.4.

Afbeelding 3.4 Natuurlijke laag ‘Stuwwallen’ (Bron: Provincie Overijssel) ‘Stuwwallen’ De opgestuwde aardlagen, ontstaan in de ijstijd, zijn in de tijd vrij ongeschonden gebleven. Het reliëf en het hoogteverschil met de omgeving zijn nog steeds goed zichtbaar en beleefbaar. De stuwwallen zijn rijk aan archeologische waarden. De stuwwallen met haar bos- en heidegebieden zijn belangrijke inzijggebieden van regenwater voor de lokale en regionale grondwaterstromen. De kwelzones aan de voet van de stuwwallen bieden potenties voor kwelafhankelijke vegetatie. Als ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving.

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 26 Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ Op deze locatie zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt hoofdzakelijk doordat het gebied in cultuur is gebracht ten behoeve van de landbouw. In de volgende subparagraaf wordt nader ingegaan op het agrarisch cultuurlandschap. Hier wordt geconcludeerd dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmeringen vormt voor de in dit plan besloten ontwikkeling. 2. De ‘Laag van het agrarische cultuurlandschap’ In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangeduid met het gebiedstype ‘Oude Hoevenlandschap’, zie afbeelding 3.5.

Afbeelding 3.5 Laag van het agrarisch cultuurlandschap ‘Oude Hoevenlandschap’ (Bron: Provincie Overijssel) ‘Oude Hoevenlandschap’ Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het Oude Hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 27 Oude Hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Voorliggend initiatief voorziet in de interne verbouwing van de boerderij en tevens het gebruik van de gronden en bijgebouwen daaromheen ten behoeve van woondoeleinden met nevenactiviteiten. Hierdoor krijgt de monumentale bebouwing en het erf een passende vervolgfunctie en wordt het behoud en de kwaliteit ervan gewaarborgd. Er wordt geen bebouwing gesloopt of nieuw gebouwd. De kenmerken van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ worden door de ontwikkeling niet belemmerd. 3. De ‘Lust- en leisurelaag’ De ‘Lust- en leisurelaag’ is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze leefbaar en tot een belevenis. Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijkere pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Lust - en leisurelaag’ aangeduid met ‘landgoederen en buitenplaatsen’ en ‘donkerte’. Daarnaast zijn er in de directe omgeving meerdere recreatieve routes gelegen.

Afbeelding 3.6 Laag Lust- en leisure (Bron: Provincie Overijssel) ‘Landgoederen en buitenplaatsen’ Het monumentale en historische karakter van bebouwing, tuinen, parken en het landgoederenlandschap is de belangrijkste kwaliteit van de landgoederen en buitenplaatsen. De publieke toegankelijkheid maakt de landgoederen belangrijk voor de recreatie.

NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 28 ‘Donkerte’ Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. Toetsing van het initiatief aan de ‘Lust- en leisurelaag’ Voorliggende ontwikkeling draagt bij aan het behoud en versterken van de monumentale bebouwing in het plangebied en het landgoed waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt. Wat lichtuitstraling betreft wordt onnodig gebruik van kunstlicht zoveel mogelijk vermeden. Geconcludeerd wordt dat hetgeen gesteld in de ‘Lust- en leisurelaag’ wordt versterkt. 3.2.4 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving 3.2.4.1 Algemeen De provincie wil ontwikkelingen in de groene omgeving samen laten gaan met een impuls in kwaliteit. Daarom is de ‘Kwaliteitsimpuls Groene omgeving’ ontwi kkeld als een eenduidige bundeling van diverse bestaande regelingen als rood voor rood, rood voor groen, vab’s, landgoederen etc.

Deze regelingen blijven daarin overigens wel herkenbaar. Er is een eenvoudige werkwijze ontwikkeld om principes van ontwikkeli ngsplanologie toepasbaar te maken voor sociaal-economische ontwikkelingen in de groene omgeving. 3.2.4.2 Methodiek De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en/of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, di ent het volgende model gevolgd te worden: NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 29 Afbeelding 3.7 Modelschema Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.4.3 Toetsing aan de uitgangspunten van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Generiek beleid Zoals blijkt uit de toetsing aan de generieke beleidskeuzes in paragraaf 3.2.3.1 brengen de generieke beleidskeuzes geen belemmering met zich mee.

Kortheidshalve wordt verwezen naar die paragraaf. Ontwikkelingsperspectieven In paragraaf 3.2.3.2 wordt getoetst aan het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling passend is binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. Kortheidshalve wordt verwezen naar die paragraaf. Gebiedseigen of gebiedsvreemd Het onderscheid in gebiedseigen en gebiedsvreemde functies geeft een indicatie voor de mogelijke bijdrage vanuit de functie zelf aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Een gebiedseigen functie past in de beleidsdoelstellingen ofwel het ontwikkelingsperspectief van een gebied. Bij een gebiedsvreemde functie is er eerder sprake van gebruikseffecten die een negatieve invloed kunnen hebben op (ontwikkelingsmogelijkheden van functies in) de omgeving (verkeer, milieu, geurgevoeligheid, e.d.). In voorliggend geval is er sprake van een passende vervolgfunctie voor de monumentale voormalige agrarische bebouwing. De functie is planologisch gezien nieuw, de impact op de omgeving is echter niet groot. Er is geen sprake van nieuwbouw, de nieuwe activiteiten vinden gedeeltelijk inpandig in de monumentale bebouwing plaats.

De parkeerplaatsen worden landschappelijk ingepast zoals in hoofdstuk 2 beschreven en de bouwwerkzaamheden worden opgepakt in overleg met zowel de gemeentelijke welstandsmonumentencommissie als het Steunpunt met daarin de Rij ksdienst Cultureel Erfgoed en de Provincie Overijssel. NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 30 Eigen belang of maatschappelijk belang In voorliggende ontwikkeling wordt een nieuwe duurzame en rendabele exploitatie voor het landgoed gevonden en draagt daarmee bij aan het behoud en instandhouding van het landgoed. Hierdoor kunnen deze cultuurhistorische kwaliteiten van de gemeente behouden blijven. Daarbij wordt bijgedragen aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. Gezien het vorenstaande is met de gewenste ontwikkeling voor een groot deel een maatschappelijk belang gemoeid, daarnaast is er echter ook gedeeltelijk sprake van een eigen belang. Basisinspanning ruimtelijke kwaliteit en aanvullende kwaliteitsprestatie Voor iedere ontwikkeling in het landelijk gebied is de basisinspanning van toepassing. Het gaat daarbij om een goede landschappelijke inpassing van de toekomstige inrichting. Voor ontwikkelingen in de groene omgeving is bepaald dat de meerwaarde dient te worden geïnvesteerd in de omgeving (aanvullende kwaliteitsprestaties).

In voorliggend geval wordt een basisinspanning geleverd door landschappelijke inpassing van het geheel. De aanvullende kwaliteitsprestaties worden geleverd door het bouwvlak aanzienlijk te verkleinen, een bijdrage te leveren in het behoud van de monumentale bebouwing en de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen. Voorliggende ontwikkeling voorziet in een kwalitatieve aanvulling ter plaatse, voor het landgoed en voor de gemeente. Daarbij biedt de nieuwe functie een aanvulling voor het landgoed om deze meer kenbaar en beleefbaar te maken met kwalitatief behoud van monumenten en cultuurhistorische waarden. 3.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Beleidsnotitie Bestemmingsplan Buitengebied Steenwijkerland 3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Steenwijkerland heeft op 22 maart 2012 de ‘Beleidsnotitie bestemmingsplan buitengebied Steenwijkerland’ vastgesteld. De beleidsnotitie geeft weer waar de gemeente Steenwijkerland zich op richt bij de verdere ontwikkeling van haar buitengebied.

De beleidsnotitie geeft de uitgangspunten en randvoorwaarden en bepaalt daarmee het kader waarbinnen in een later stadium de keuzes gemaakt kunnen worden. 3.3.1.2 Vrijkomende agrarische bebouwing Het aantal agrarische bedrijven daalt, zowel landelijk als in Ste enwijkerland. In de meeste gevallen blijft de ondernemer ter plaatse wonen en worden de schuren voor al dan niet bedrijfsmatige opslag of agrarische hobbyactiviteiten benut. In andere gevallen wordt na bedrijfsbeëindiging het totale complex in de verkoop gebracht. Naast de woonfunctie NL.IMRO.1708.VLHOPPENSWOLLE5BP-ON01 Bestemmingsplan “Oppen Swolle 5 te Vollenhove” 31 wordt door de nieuwe eigenaren, afhankelijk van de kwaliteit van de aanwezige bebouwing, ook gezocht naar een nieuwe (vaak niet agrarische) bedrijfsfunctie. Niet-agrarische bedrijfsactiviteiten zijn in principe strijdig met de functie van het landelijk gebied. Tegen dergelijke, zich vaak geleidelijk ontwikkelende activiteiten, dient te worden opgetreden. De markt zoekt naar mogelijkheden om de vrijkomende panden zinvol te gebruiken. Niet in de laatste plaats om kapitaalvernietiging zowel in economische als in cultuurhistorische zin te voorkomen. De vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing vormt voor veel marginale of startende ondernemers een aantrekkelijke oplossing voor het vestigen van een bedrijf.

Dit komt onder andere door het aanbod en de samenstelling van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (veelal grote oppervlakten met relatief goedkope schuren), de relatief hoge prijzen van vestiging op een bedrijventerrein en de koppeling van een woonhuis met bedrijfsbebouwing in een vaak aantrekkelijk landschap. In veel gevallen willen de ondernemers in de vrijkomende agrarische bebouwing niet - agrarische bedrijfsactiviteiten ontwikkelen. In sommige gevallen zijn de nieuwe bedrijfsactiviteiten verwant aan de voormalige agrarische bedrijfsactiviteiten. In beginsel medewerking verlenen aan de omschakeling van beëindigde agrarische bedrijfsactiviteiten naar lichte bedrijvigheid (milieucategorie 1 en 2), mits daaraan goede randvoorwaarden worden gesteld. Hierbij ligt de nadruk op activiteiten met een ambtelijk of dienstverlenend karakter. Ook is wijziging naar de bestemming ‘Wonen’ mogelijk. In de bestemming wonen zijn nevenactiviteiten mogelijk, mits de ondergeschiktheid met de hoofdfunctie geborgd is. 3.3.1.2 Toetsing initiatief aan de ‘Beleidsnotitie Bestemmingsplan Buitengebied Steenwijkerland’ Behoud en instandhouding van landgoederen en buitenplaatsen en de gronden en objecten die daar bij horen is belangrijk. De landgoederen en buitenplaatsen vormen belangrijke cultuurhistorische en monumentale elementen in de gemeente.

Voor landgoederen en buitenplaatsen specifiek is geen beleid. Kenmerkend voor landgoederen en buitenplaatsen is de aanwezigheid van verschillende functies op het terrein, waaronder bij landgoederen de aanwezigheid van agrarische bedrijvigheid in de vorm van een boerenhofstede. In zijn algemeenheid realiseert elke generatie een toevoeging op een landgoed of buitenplaats, dit kan in de vorm van gebouwen of functies zijn. Zeker voor landgoederen en buitenplaatsen geldt dat er gezocht moet worden naar economische dragers om stilstand te voorkomen wat achteruitgang tot gevolg heeft. Uitgangspunt is dat in beginsel medewerking wordt verleend aan omschakeling van beëindigde agrarische bedrijfsactiviteiten naar andere activiteiten conform de beleidsnotitie buitengebied. Hierbij is een omschakeling naar dag- of verblijfsrecreatie, mits daaraan goede randvoorwaarden worden gekoppeld, ook mogelijk. Initiatieven op het gebied van logiesverstrekking, dagrecreatie, bed & breakfast , complementaire dag-horeca al dan niet in combinatie met elkaar komen regelmatig voor. De beleidsnotitie buitengebied kent een aantal randvoorwaarden voor functiewijziging. Hierbij worden de belangrijkste randvoorwaarden benoemd zijnde ‘kwaliteitsverbetering’, ‘passende functie’ en ‘ondergeschiktheid van de nevenfuncties bed & breakfast en complementaire dag-horeca en borging van de nevenfuncties’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2d826f9f-dbfa-4076-9e3b-1826ce769fc7?agendaItemId=868366f1-fab2-415c-9933-fbea7245ed9e