I13.1 Hondenbeten aan de Kaak - Zienswijze gesteld Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier.pdf
Tekst van het document
Hondenbeten aan de Kaak gesteld Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier
RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 2 Aanbiedingsbrief Den Haag, 21 februari 2017 Ons kenmerk: RDA.2017.031 Excellentie, Met genoegen bieden wij u namens de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) aan, de zienswijze “Hondenbeten aan de Kaak gesteld”. Op 30 juni 2016 heeft u de raad gevraagd een zienswijze op te stellen over houderijvoorschriften waarmee maatschappelijk ongewenst gedrag v an honden kan worden voorkomen. De problematiek rondom hondenbeten is niet nieuw maar adequate gegevens over omvang, oorzaak en context ontbreken. De RDA ziet echter in de recente ontwikkelingen voldoende aanleiding om preventieve maatregelen af te kondigen en hierin onderschei d te maken tussen hondenrassen. Voor een succesvolle verkleining van de problematiek vindt de Raad het noodzakelijk dat de maatregelen betrekking hebben op zowel de eigenaar, de hond als de context waarbinnen bijtincidenten kunnen plaatsvinden. De RDA heeft de inst eek gekozen dat een bijtincident allereerst de verantwoordelijkheid is van de eigenaar of houder van de hond. De eigenaar kiest immers om een hond van een bepaald ras of type aan te schaffen, voedt deze op en maakt keuzes voor wat betreft de houderij. Vervolgens is de hond vanwege zijn genetische herkomst erfelijk belast met een bepaalde bouw en gedrag.
Daarbovenop komen de levenservaringen van de hond en de context waarin de hond gebracht wordt. Al deze aspecten hebben invloed op het feit dat een hond zal bijten of niet. De RDA adviseert om een groep deskundigen een dynamische lijst op te laten stellen van rassen, kruisingen en lookalikes met een hoog bijtrisico . Deze lijst dient regelmatig te worden aangepast en aangevuld op grond van de meest actuele bev indingen. Voor de zo omschreven Hoog Risico ( HR-) honden kunnen extra maatregelen voor de houder, hond én omgeving worden opgelegd zoals in deze zienswijze is uitgewerkt. Wij denken bijvoorbeeld aan het kort aanlijnen en muilkorven van honden, een laagdrem pelige meldingsprocedure en het voorkomen dat honden die betrokken zijn geweest bij bijtincidenten opnieuw problemen veroorzaken. Daarbij vinden we het noodzakelijk dat de maatregelen binnen vier jaar worden geëvalueerd en dat er geactualiseerde en betrouwbare kennis komt over ernstige hondenbeten, gericht op mensen maar ook op dieren, over de rol van de verschillende RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 3 hondenrassen/typen en eigenaren hierbij en over de context waarin ernstige bijtincidenten plaatsvinden. Hiertoe bevelen we ook aan om de identificatie en registratie van honden te versterken, bijvoorbeeld door dit exclusief te beleggen bij een dierenarts.
De RDA hoopt d at deze zienswijze bijdraagt om beleid te formuleren waarmee het veiligheidsgevoel van burgers versterkt wordt en er daadwerkelijk minder bijtincidenten te betreuren zullen zijn. Vanzelfsprekend is de RDA beschikbaar om de zienswijze toe te lichten en uw ministerie nader te adviseren. Wij wensen u veel succes bij het realiseren van het nieuwe beleid. Hoogachtend, Pauline Krikke, Voorzitter Raad voor Dierenaangelegenheden Marc Schakenraad, Secretaris Raad voor Dierenaangelegenheden RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 4 Inhoud Procedure ........................................................................................................... 5 Leeswijzer .......................................................................................................... 5 Samenvatting ..................................................................................................... 6 1. Inleiding ..................................................................................................... 9 2. Hondenbeten ..............................................................................................
9 2.1 Herkomst van honden in Nederland .........................................................11 2.2 Binnenlandse fokkerij van rashonden, lookalikes en kruisingen ...................11 2.3 Import van honden via charitatieve organisaties en hondenhandel ..............12 2.4 Asielen ................................................................................................12 2.5 Socialisatie en training van honden .........................................................13 3. Anatomie en bijtgedrag ............................................................................ 13 3.1 Anatomie .............................................................................................13 3.2 Bijtgedrag ............................................................................................13 4. De eigenaar .............................................................................................. 14 5. De hond .................................................................................................... 15 5.1 Algemeen ............................................................................................15 5.2 Hoog Risico rassen (en kruisingen) .........................................................16 5.3 Hoog Risico rassen (en kruisingen) en internationale wetgeving..................17 6.
De context ................................................................................................ 17 7. Wet- en regelgeving in Nederland ............................................................ 18 7.1 Regeling Agressieve Dieren (RAD) ..........................................................18 7.2 Wetgevingsmogelijkheden .....................................................................18 7.3 Wetgeving in het buitenland ...................................................................19 8. Risico bijtincident in relatie tot impact en kans ........................................ 19 8.1 Impact van een hondenbeet ...................................................................20 8.2 Kans op een hondenbeet .......................................................................20 8.3 Impact x Kans tabel ..............................................................................21 9. Gedragstest .............................................................................................. 22 10. Aanbevelingen .......................................................................................... 22 Geraadpleegde bronnen ................................................................................... 27 Bijlage 1 Adviesvraag .......................................................................................
30 Bijlage 2 Hoog Risico rassen ............................................................................. 32 Bijlage 3 Wetten ............................................................................................... 33 Bijlage 3a Protocol bijtincidenten gemeente Assen .......................................... 35 Bijlage 3b Artikelen uit APV Rotterdam over honden ........................................ 36 RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 5 Procedure Deze zienswijze van de Raad voor Dierenaangelegenheden (verder: de RDA) is voorbereid door een forum bestaande uit de raadsleden dr. ing. H. Hopster, J. Th. de Jongh, drs. H.M. van Veen en dr. ir. J.W.G.M. Swinkels (voorzitter). Ter voorbereiding op deze z ienswijze is het forum zesmaal bijeen geweest. Het forum is bij zijn werkzaamheden ondersteund door secretaris ir. M.H.W. Schakenraad en adjunct - secretaris ir. drs. G.H.M. Vossebeld van het RDA-team. De RDA heeft bij het opstellen van deze zienswijze gebruik gemaakt van beschikbare literatuur en kennis van onder meer de Hondenbescherming, de Dierenbescherming, de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, Wageningen Universiteit en Research, Raad van Beheer, World Veterinary Association, gemeenten, opvangcentra, het Ministerie van Economische Zaken, een advocatenkantoor en een verzekeringsmaatschappij.
Ook is informatie verkregen via symposia, hondensh ows, landelijke en regionale pers en uit gesprekken met fokkers en hondeneigenaren. De voorliggende zienswijze is een gevraagde zienswijze van de RDA. Leeswijzer Deze zienswijze begint met een uiteenzetting van de problematiek rondom ernstige hondenbeten en focust allereerst op de eigenaar, daarna op de hond en later op de context en de wetgeving. Uiteindelijk worden de aanbevelingen gepresenteerd waarmee het probleem verkleind kan worden. RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 6 Samenvatting - Honden zijn belangrijk in onze samenleving, ze geven bijvoorbeeld gezelschap en ontspanning, ondersteunen ons als hulphond en bewaker en zijn lid van het gezin in bijna 20% van de huishoudens (Dibevo en NVG, 2017). - In principe moeten mensen, honden en andere dieren in goede harmonie naast elkaar kunnen functioneren. Er zijn echter voorbeelden van waar het mis gaat, daar waar honden mensen of dieren bijten, soms ernstig verwonden en in een enkel geval zelfs doden. - Een actueel totaalbeeld van (ernstige) hondenbeten ontbreekt. Er is op dit moment onmiskenbaar regelmatig aandacht in de media en er zijn in een aantal gemeenten indicaties dat de problematiek toeneemt.
- Het ontbreken van een betrouwbaar inzicht in de aard en omvang van ernstige bijtincidenten, in het bijzonder met andere honden als slachtoffer, houdt niet in dat er geen maatregelen nodig zijn. Ieder ernstig bijtincident is er één te veel. Er zijn gegronde redenen aan te nemen dat ernstige bijtincidenten bij herhaling zullen voorkomen. Dit is onverenigbaar met het gewenste bescher mingsniveau van mensen en dieren in Nederland. Vanuit het voorzorgsbeginsel stelt de RDA daarom maatregelen voor. De beschikbare gegevens, hoewel niet compleet, en de maatschappelijke zorgen en de gerapporteerde beten geven voldoende aanleiding hiertoe. De maatregelen zullen echter in het licht van nieuwe informatie en een completer beeld van de aard en omvang van de problematiek op niet al te lange termijn opnieuw moeten worden bezien door de betrokken overheden. - Het optreden van een bijtincident is afhankelijk van de eigenaar, de hond én van de context; in de maatregelen moeten daarom alle drie aspecten in beschouwing worden genomen. - Het risico op letsel - en psychische schade als gevolg van een hondenbeet evenals de angst daarvoor is afhankelijk van de kans dat er gebeten wordt en de (potentiële) impact van die beet.
- Voor het verkleinen van het risico op een ernstige hondenbeet en het gevoel van onveiligheid is het voorstel om hoog risico hondenrassen (en kruisingen daarvan) te definiëren (HR-hondenrassen). - HR-hondenrassen betreft honden die ernstig letsel kunnen toebrengen . Dit komt door hun bijtgedrag (lage aanvalsdrempel, niet waarsc huwen, niet loslaten, schudden) in combinatie met hun bijtkracht (kaakopbouw, formaat, spieren). - De RDA raadt vooralsnog een verbod op HR -hondenrassen af omdat dit niet als proportioneel wordt beschouwd. Zoals uit de evaluatie van de R egeling Agressieve RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 7 Dieren (RAD) is gebleken destijds, sorteert een totaalverbod niet het gewenste effect (Commissie van Sluijs, 2008). De RDA vraagt evenwel meer aandacht voor preventie van (ernstige) hondenbeten. De RDA vindt maatregelen gericht op de eigena ar, de hond en d e context noodzakelijk. Ze acht een beleid om het risico op (ernstige) beten te verminderen alleen succesvol als op genoemde drie oorzakelijke factoren maatregelen genomen worden. - Aanbevolen wordt om een expertgroep een dynamische lijst met HR-hondenrassen op te laten stellen op basis van een consistente en transparantie inschatting van kans op en impact van beten. Ook lookalikes ( honden zonder stamboekpapieren) en kruisingen met deze rassen staan op de lijst.
Geadviseerd wordt om deze lijst elke vier jaar te actualiseren. - Koppel aan de HR -lijst, via gemeentelijke regelgeving, aanvullende (preventieve) houderijvoorschriften zoals muilkorven, aanlijnen, gebiedsverboden en de zorg voor een ontsnappingsveilig erf of verblijf en formuleer en implementeer extra maatregelen om de aanschaf en houderij van HR-honden te ontmoedigen. Naar onze verwachting hebben gemeenten hier voldoende mogelijkheden voor. Stimuleer uitwisseling van kennis tussen gemeenten over aanpak en mogelijke m aatregelen om ernstige bijtincidenten te verminderen. - Meten is weten: zorg voor geactualiseerde en betrouwbare feiten over ernstige hondenbeten, gericht op mensen maar ook op dieren, over de rol van verschillende hondenrassen en -typen en eigenaren hierbij en over de context waarin ernstige bijtincidenten plaatsvinden. Versterk tevens de identificatie én registratie van honden door dit uitsluitend te beleggen bij de dierenarts. Dit geldt ook voor honden die van eigenaar wisselen. - Versterk in het algemeen bewustwording van volwassenen en voorlichting over het belang van een veilige omgang van het kind met de hond, maar met de HR-hond in het bijzonder, via specifieke kanalen als verloskundepraktijken, consultatiebureaus, baby- en peuteropvang, basisscholen en dierenspeciaalzaken.
Verstrek laagdrempelig informatie over rassen, fokkers en houderij gericht op potentiële kopers van HR-honden. - Daarnaast wordt aanbevolen om honden die ernstige letselschade veroorzaakt hebben, ook al is dat voor de eerste keer, zonder meer te euthanaseren. De Raad verwacht hiervan een sterke bijdrage aan het ontmoedigingsbeleid bij met name onverantwoordelijke houders. Bij hen zal de vraag naar deze dieren daardoor afnemen en zijn verdere beperkende inspanningen richting fokkers (fokver boden, verplichte sterilisatie, erkenning fokkers) niet nodig. RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 8 - Maak een laagdrempelige meldingsprocedure waar burgers (potentieel) gevaarlijke situaties kunnen melden en geef de politie handelingsruimte tot preventief ingrijpen. - Zorg specifiek voor HR-honden voor een adequaat en bij voorkeur landelijk afgestemd opvang-, plaatsings - en euthanasiebeleid in de asielen teneinde geen herhaling van ernstige bijtincidenten te krijgen. RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 9 1. Inleiding Op 30 juni 2016 heeft staatssecretaris Van Dam de R DA gevraagd om een zienswijze op te stellen over houderijvoorschriften waarmee maatschappelijk onacceptabel gedrag van honden kan worden voorkomen. Hij vraagt de RDA te rapporteren over: 1. de categorie/type honden die bestempeld kan worden als HR-honden; 2.
houderijvoorschriften die denkbaar en toepasbaar zijn waarmee de kans en daarmee het risico op een bijtincident met een aanzienlijke impact voor mens en dier kan worden geminimaliseerd. Het verzoek is om hierbij expliciet aandacht te besteden aan die (houderij) voorschriften die het gemeenten mogelijk maken om in preventieve sfeer binnen het kader van de APV maatregelen te kunnen treffen. De aanvraag voor de zienswijze is weergegeven in bijlage 1. Het verzoek vloeit mede voort uit de zienswijze “Verantwoord hond en houden” van de RDA uit 2013. Hierin is onder andere geadviseerd in te zetten op preventie van hondenbeten door de diersoort te laten toetsen volgens de positieflijstsystematiek van de W ageningen Universiteit & Research en indien de toetsing daar aanleid ing toe zou geven, aanvullende voorwaarden aan het houden van honden te stellen. Hoewel er geen actuele cijfers zijn over de aard en omvang van de hondenbetenproblematiek in Nederland, heeft de RDA op basis van gesprekken met deskundigen en berichten in d e media over ernstige incidenten de indruk dat het aantal en de maatschappelijke angst hiervoor toeneemt. Door de grote impact voor alle betrokkenen is iedere ernstige hondenbeet er één te veel.
De voorliggende zienswijze geeft een uiteenzetting van de in formatie die ons ter beschikking is gesteld door deskundigen en de expertise binnen de RDA over dit onderwerp en geeft concrete aanwijzingen hoe maatschappelijk onacceptabel gedrag van honden het beste kan worden voorkomen. 2. Hondenbeten Er zijn in Nederland ongeveer 1,5 miljoen honden. In één op de vijf huishoudens zijn één of meer honden aanwezig, meestal (80%) één hond (Dibevo en NVG, 2017). Onderzoek uit 2008 g eeft aan dat er in Nederland j aarlijks circa 150.000 mensen gebeten worden door honden waarbij circa 50.000 mensen medische zorg ontvangen en er circa 230 mensen worden o pgenomen in het ziekenhuis. Gemiddeld leiden bijtincidenten tot één dodelijk slachtoffer per jaar (Commissie van Sluijs , 2008). Over incidenten waar bij honden andere honden bijten, zijn geen cijfers bekend. RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 10 Bijtincident Bovenstaande weergave geeft de volgorde aan waarbinnen de problematiek volgens de RDA moet worden bezien. De (toekomstige) eigenaar bepaalt immers of hij/zij een hond neemt, bepaalt de keuze van het ras en de fokker en kiest de individuele hond uit. Bovendien speelt de eigenaar een cruciale rol in de socialisatie en opvoeding van de hond en bepaalt deze voor een belangrijk deel de omstandigheden waar de hond aan wordt blootgesteld.
De hond heeft vervolgens een aantal raseigenschappen, een eigen karakter en levenservaring . De omstandigheden waar de hond –houder-combinatie aan wordt blootgesteld en het gedrag van slachtoffers, zijn tenslotte bepalend of de hond kan en zal bijten. Bijtwonden kunnen ernstig zijn en blijvende schade aan het slachtoffer toebrengen. Uit gesprekken met betrokkenen blijkt schade, vanwege het ontbreken van W A- verzekeringen, vaak niet te verhalen op de eigenaar van de hond. Naast de materiële is ook de immateriële schade relevant. Bovendien worden niet alleen mensen, maar ook honden en andere dieren ernstig verwond of doodgebeten. Hoewel de aard en omvang van er nstige incidenten met dierlijke slachtoffers onbekend is, leidt dit tot maatschappelijke onrust en in voorkomende gevallen tot ernstig leed bij mens en dier. De meeste bijtincidenten doen zich voor in de huiselijke kring en betreffen de eigen of een beken de hond. Kinderen zijn hiervan vaker slachtoffer dan volwassenen . Bij bijtincidenten in de openbare ruimte zijn juist vaker volwassenen betrokken. De Houder • Eigenaar en/of begeleider Hond • Ras of type hond • Karakter hond • Opvoeding/ervaring van de hond Context • Omstandigheden en/of gedrag slachtoffer RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 11 objectieve kans om slachtoffer te worden van een ernstige hondenbeet is klein .
De jaarlijkse kans op overlijden als gevolg van een hondenbeet is ongeveer 1 op 13 miljoen (Commissie van Sluijs, 2008). 2.1 Herkomst van honden in Nederland In het kader van bijtincidenten is het relevant om te weten waar (jonge) dieren vandaan komen en of ze goed gesocialiseerd zijn. De fokker is naast verantwoordelijk voor de socialisatie van de pup een belangrijke bron van informatie voor de toekomstige eigenaar. Uitgaande van een gemiddelde levensverwachting van 9,8 jaar, zijn er jaarlijks circa 153.000 jonge of volwassen honden nodig om de populatie honden in Nederland op peil te houden. Puppy’s komen via fokkers, particulieren en import bij de nieuwe eigenaar. Volwassen honden die een nieuwe eigenaar krijgen zijn veelal geïmporteerde zwerfhonden. Naast zuivere ras honden zijn er lookalikes en kruisingen. In 2016 zijn er bijna 32.000 puppy’s van rashonden ingeschreven bij de rasverenigingen aangesloten bij de Raad van Beheer. Van circa 120.000 puppy’s is de genetische herkomst dus niet geregistreerd of onbekend. Hondenmoeders hebben gemiddeld vijf tot zes pups per nest. Bij een verkoopprijs tussen de € 250 en € 3.500 per puppy zijn er met de aanfok van honden grote bedragen gemoeid . Voor fokdieren worden nog hogere bedragen betaald (Raad van Beheer, 2017).
2.2 Binnenlandse fokkerij van rashonden, lookalikes en kruisingen Er zijn drie groepen fokkers : fokkers die lid zijn van een rasvereniging , bedrijfsmatige fokkers en particuliere gelegenheidsfokkers. De eerste groep fokkers heeft zich verenigd in rasverenigingen die zijn aangesloten bij de Raad van Beheer op Kynologisch gebied. Ze leveren naast dieren met een stamboomcertificaat ook lookalikes. Een tweede groep bestaat uit bedrijfsmatige fokkers. Zij fokken naast lookalikes, een groot aantal populaire kruisingen zoals labradoodles en boomertjes. Een richtsnoer voor bedrijfsmatigheid, naast andere eisen, is dat de fokker in een aaneengesloten periode van 12 maanden in totaal meer dan 20 honden heeft verkocht, afgeleverd, opgevangen of gefokt. Het betreft bedrijven met soms een paar honderd fokdieren. Eind 2016 bleken er 656 bedrijfsmatige houders van honden geregistreerd te zijn bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO, 2017). Een derde groep bestaat uit particulieren die incidenteel een nestje fokken. Honden van rassen die niet officieel erkend zijn zoals boerboels, pitbullterriërs en de vele kruisingen worden vaak door particulieren gefokt, die dit veelal met een winstoogmerk doen.
Afhankelijk van de fokdoelen en competenties van individuele fokkers zijn puppy’s meer RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 12 of minder goed gesocialiseerd en/of zijn bij honden gedragsproblemen in aanleg aanwezig. 2.3 Import van honden via charitatieve organisaties en hondenhandel Omdat het aantal honden dat in Nederland gefokt wordt onvoldoende is om aan de binnenlandse vraag te voldoen, worden er dieren geïmporteerd. Van de 199 in 2015 actieve hulporganisaties voor zwerfhonden h ielden 138 organisaties (69%) zich in meer of mindere mate bezig met immigratie en adoptie (Stray Animal Foundation Platform, 2016) . Van de circa 23.000 in 2015 ge ïmporteerde honden kom t ongeveer een derde via hulporganisaties voor zwerfdieren uit landen als Spanje, Roemenië en Griekenland naar Nederland (RVO, 2017 ). Daarnaast zijn er hondenhandelaren die honden importeren. Dit zijn individuen of bedrijven die in het buitenland dieren kopen en in Nederland en daarbuiten via allerlei verkoopkanalen afzet vinden. Er lijkt geen strikte scheiding tussen be drijfsmatige fokkerij en hondenhandel te bestaan. Landen van herkomst zijn met name Hongarije, Roemenië en B ulgarije (Neijenhuis en Hopster, in press) . Het betreft met name lookalikes van de populairste 40 rassen.
Zowel voor zwerfdieren als voor honden uit de handel geldt dat het o nduidelijk is of deze dieren goed gesocialiseerd zijn en wat de fokdoelen van de f okkers zijn, waardoor mogelijk dieren met potentiële gedragsproblemen geïmporteerd worden. 2.4 Asielen In totaal zijn er ongeveer 200 asielen of opvangcentra waar per locatie gemiddeld circa 300 dieren per jaar worden opgevangen (Dierenbescherming, 2016). Asielen zijn tevens een kanaal voor dieren die via andere wegen geen nieuwe eigenaar kunnen vinden. Medio januari 2017 waren er in 22 asie len van de Dierenbescherming 291 honden aanwezig: 48 Amerikaanse staffordshireterriërs, 37 Mechelse en Duitse herders, 27 Engelse staffordshireterriërs, 24 jackrussellt erriërs, 18 Amerikaanse buldoggen, 12 rottweilers, 5 labrador retrievers en 120 honden van 57 andere rassen. De gemiddelde verblijfsduur van een hond in het asiel was 63 dagen. Voor Amerikaanse staffordshireterriërs was dit gemiddeld 115 dagen (Dierenbescherming, 2017). RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 13 2.5 Socialisatie en training van honden Het ras en daarbinnen de selectie op bepaalde eigenschappen, eventuele pathologische afwijkingen (een hond kan naast lichamelijke ook geestel ijke afwijkingen hebben) , omstandigheden rondom de geboorte , socialisatie, training en ervaring hebben allemaal invloed op de kans dat een hond zal bijten.
De eerste basis voor socialisatie wordt al gelegd tijdens de dracht. Na de geboorte zijn er diverse fases waar specifiek gedrag wordt ingeprent. De fokker en eigenaar zullen in deze periode de puppy’s specifiek moeten trainen in omgang met kinderen, volwassenen en dieren om normaal gedrag te stimuleren. Indien dieren in deze periode specifieke stimuli niet krijgen aangeboden, kan afwijkend gedrag ontstaan. Hierbij kan gedacht worden aan angststoornissen of agressief gedrag richting mensen en/of dieren. In latere fases kunnen bepaalde train ingen specifiek bijtgedrag in bepaalde situaties stimuleren of verminderen (Serpell, 2016). 3. Anatomie en bijtgedrag 3.1 Anatomie Een puppy krijgt vanaf twee weken een melkgebit. Indien het melkgebit compleet is doorgekomen, zijn er 28 tanden en kiezen, die plaatsmaken voor een permanent gebit rond de leeftijd van een half jaar met daarin 42 tanden en kiezen. Boven- en onderkaak van de hond scharnieren op het kaakgewricht. Voor het sluiten van de bek, dus ook het bijten, is een viertal spieren verantwoordelijk. Deze spieren worden ondersteund door een spier die de bek weer opent. De kracht van deze spieren, samen met de bouw van de kaken en het gebit bepaalt voor een groot deel de impact van een hondenbeet. De bouw van de sche del verschilt sterk per hondenras.
Er zijn brachycephale rassen (bijvoorbeeld mopshond en pekinees) waarbij de snuit erg kort is en dolichocephale rassen met een lange snuit (bijvoorbeeld barzoi en windhonden). Bij vergelijking van hondenrassen van hetzelfde gewicht, blijken meer brachycephale hondenrassen (Amerikaanse staffordshireterriër, Amerikaanse buldog, Berner s ennenhond) bij het trekken van een last significant beter te presteren dan meer dolichocephale hondenrassen (samojeed, Siberische h usky, alaska-malamute) (Helton, 2011). Dit kan duiden op meer fysieke kracht, maar ook op meer doorzettingsvermogen. Daarnaast blijkt de vorm van de schedel een relatief grote invloed te hebben op de bijtkracht van de hond (Ellis et al., 2009). Eenzelfde spierkracht resulteert bij een kortere kaak in een grotere bijtkracht. 3.2 Bijtgedrag Bijtgedrag dat niet aan voedselopname of predatie is gerelateerd komt met name voor in spelsituaties, bij angst en bij agressie. De meeste honden bijten geen mensen of andere RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 14 dieren behalve wanneer het wordt uitgelokt. Bijtgedrag van honden is onderdeel van een opeenvolging van gedragingen die door honden van ieder ras of herkomst kan worden getoond. Adequaat agre ssief gedrag is normaal gedrag d at een hond uitvoert als er gevaar of drei ging wordt ervaren door de hond.
De hond kan een comple te gedragssequentie laten zien welke de volgende stappen bevat: 1. Waarschuwen (grommen, borstelen, lip optillen en tanden tonen, blaffen); 2. Pauze om de reactie van de ander te observeren; 3. Actie, uitval of bijten als de hond de situatie of persoon als gevaarlijk interpreteert; 4. Loslaten. Als de hond de situatie niet als gevaarlijk interpreteert of de reactie van de ander is in overeenstemming met de waarschuwing, dan zal de hond kiezen om geen verdere acti e te ondernemen na de waarschuwing. Ook kan het dier zelf vluchten in plaats van in de aanval te gaan. Bij aan predatie gerelateerde prooiagressie (focussen, najagen, vangen, doden) wordt uiteraard geen waarschuwing gegeven voordat er gebeten wordt (Lafarge, 2016) . E r wordt gebeten zonder dat er een pauze is tussen waarschuwing en bijten of er wordt niet losgelaten na het bijten . De insteek van pr ooiagressie is immers het vangen en doden van de prooi. Honden die prooiagressie vertonen naar andere huisdiere n, kleine honden of kinderen hebben als pup meestal een gebrekkige socialisatie gehad en hebben niet voldoende kennis gemaakt met dit soort dieren of mensen. De trigger voor prooiagressie is een (snel) bewegend object. Incidenten waarbij andere honden zwaargewond of dood worden gemaakt zijn per definitie afwijkend te noemen.
Ook wanneer dit wordt uitgelokt door een hond in bijv oorbeeld een dominantiegevecht (Lockwood, 2016) . Resumerend bepalen de bouw van de schedel, het formaat van de hond, de spierkracht en het bijtgedrag in sterke mate de schade die als gevolg van een hondenbeet kan ontstaan. 4. De eigenaar Weloverwogen besluiten om een hond aan te schaffen en te houden leiden tot veel plezier bij veel gezinnen. Een besluit om een hond aan te schaffen kent echter ook schaduwkanten. Ernstige bijtincidenten zijn ten dele terug te voeren op één belangrijk moment: het moment waarop iemand besluit een hond aan te schaffen. Een ondoordachte aanschaf is een potentiële bron van ellende voor de hond, de eigenaar en hun omgeving. Bij ondoordachte keuzes sluiten de kennis en vaardigheden van de eigenaar niet aan bij de eigenschappen en behoeften van de hond (Jagoe & Serpell, 1996). Dergelijke keuzes worden bijvoorbeeld gebaseerd op het uiterlijk van een hond, RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 15 zijn stoere imago of aandoenlijke blik. Het is van groot belang dat de aanschaf van iedere hond weloverwogen gebeurt. Weloverwogen keuzes zijn het begin van de preventie van bijtincidenten .
Om weloverwogen keuzes te bevorderen zijn reeds versch illende maatregelen van kracht , maar voorlichting is vaak te weinig gedifferentieerd, onvoldoende afgestemd op de persoonlijkheid van de houder en te weinig gericht op diens omgeving (Pompe et al., 2013). Menselijk gedrag ontstaat niet in een vacuüm. Tussen eigen gedrag en gedrag van anderen bestaat een doorlopende interactie (Smith en Christakis, 2008). De sociale omgeving speelt hierbij een belangrijke rol, inclusief de normen die daar gelden. Aanschafgedrag wor dt zo beïnvloed door mensen in de directe omgeving, maar ook vanuit virtuele netwerken (social media) en de publieke opinie. De eigenaar van de hond kiest een hond op basis van één of meerdere motieven. Honden kunnen als gezelschapsdier, maar ook als statu ssymbool of als verlengstuk van het ego van de eigenaar gezien worden. Recent internationaal onderzoek legt bloot dat het fokken van , en de handel in HR -honden gerelateerd kan zijn aan criminaliteit. Hierbij gaat het vaak over s pecifieke straatculturen waarbij stoere, sterke honden worden gebruikt. Soms worden deze honden ingezet bij dierengevechten of om criminele activiteiten of de houders en hun familie te bewaken (Duijnker, 2016). In welke mate dit ook in Nederland speelt is onbekend .
In het onderzoe k van Cornelissen en Hopster (2008) was bij een steekproef van in beslag genomen honden van het pitbullterriër type in de regio Rotterdam -Rijnmond bij 70% sprake van andere strafbare feiten . Bovendien bleek meer dan de helft van de betrokken eigenaren een strafblad te hebben . Dat honden van het pitbullterriër type destijds verboden waren heeft waarschijnlijk bijgedragen aan de aanwezigheid van dit type honden bij criminele eigenaren. De bekendheid met eigenaren , kan een remmende werking hebben op de bereidheid van slachtoffers om aangifte van bijtincidenten te doen. 5. De hond 5.1 Algemeen Wereldwijd zijn er 493 hondenrassen erkend door de diverse landelijke kennelclubs. De Federation Cynologique Internationale (FCI) is de internationale organisatie van 84 nationale leden. Ze erkent momenteel 339 van deze rassen. Er zijn 284 rassen ingeschreven in Nederland. Gegevens over rassen of typen die niet erkend zijn, zijn hierin niet meegenomen (bijvoorbeeld boerboel en pitbullterriër). De Raad van Beheer op Kynologisch Gebied is de Nederlandse overkoepelende organisatie voor de fokkerij van honden. In 2016 zijn 31.806 puppy’s ingeschreven in het Nederlands Honden Stamboek (NHSB). Deze pups kwamen uit 5.779 nestjes.
De top 10 RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 16 bestaat uit labrador retrievers (2977 inschrijvingen), golden retrievers (1430), Duitse herdershonden (1253), dashonden (972), Berner sennenhonden (919), Rhodesian ridgebacks (896), Franse buldog gen (755), staffordshire-bulterriërs (697), boxers (582) en chihuahua’s (565) (Raad van Beheer, 2017). Opvallend is dat de populatie rashonden qua samenstelling sterk is gewijzigd tussen 2006 en 201 6. We zien een grote daling in het aantal Duitse h erdershonden, b oxers, staffordshireterriërs, Engelse buldoggen, Cavalier King Charles -spaniëls, b ouviers en bullmastiffs. Daarentegen is er een relatief sterke stijging in het aantal Rhodesian ridgebacks, r ottweilers, Australian s hepherds en Zwitserse h erders (Raad van Beheer, 2017). Hierbij moet echter wel worden aangetekend da t van de circa 153.000 puppy’s die nodig zijn voor de vervangingsvraag, er in 2016 slechts 31.806 van de rashondenfokkers komen. Van ruim 120.000 honden is derhalve de genetische herkomst niet of onvoldoende bekend. Dit z ijn met name niet erkende rassen, kruisingen en lookalikes. 5.2 Hoog Risico rassen (en kruisingen) Al duizenden jaren wordt er met honden gefokt. Ze worden geselecteerd op specifieke eigenschappen of functies .
Zo ontstonden rassen met goede eigenschappen voor de jacht, voor h et drijven van ve e, voor erfbewaking, voor speurwerk of om oorlogen te voeren. Voor het specifieke doel geschikte eigenschappen zijn zo aan volgende generaties doorgegeven . Daardoor zijn dieren van bepaalde rassen, zonder training te hebben gekregen, eerder geneigd specifiek gedrag te vertonen, passend bij de functie die deze rassen van oorsprong hadden. Overigens manifesteert dergelijk gedrag zich niet bij alle honden binnen zo’n ras en is een hond die agressief is richting andere honden niet per definitie ook agressief richting mensen (Duffy et al, 2008). Voor het verkrijgen van een indruk van welke rassen bij ernstige bijtincidenten betrokken zijn, is de informatie verzameld door de gemeente Rotterdam interessant. De volgende rassen waren in 2016 betrokken bij 17 ernstige bijtincidenten: staffordshireterriërs of hun kruisingen (35%), Amerikaanse staffordshireterriërs (18%), Duitse herders (18%), en verder een bordercollie, een boxer, een bullmastiff, een rottweiler en een Anatolische herder (Gemeente Rotterdam, 2016). Eerder onderzoek in Rotterdam van 60 strafzaken betreffende bijtincidenten toont aan dat van de 70 betrokken honden m eer dan de helft (59 %) van de honden van het type pitbullterriër waren.
Daarnaast kwamen de rassen Amerikaanse staffordshireterriër (9%), Belgische herder (7%), rottweiler (3%) en staffordshire-bulterriër (3%) voor als bijter . De rassen akita, Amerikaanse buldog, Anatolische herder, d obermann en Duitse herder kwamen eenmaal (1%) voor. Voor het overige betrof het kruisingen of honden waarvan RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 17 het ras onduidelijk was . Het merendeel (87 %) van de incidenten vond plaats in de openbare ruimte met een voor het slachtoffer onbekende eigenaar en hond. Meer dan de helft (55%) van de slachtoffers had ernstige verwondingen in de vorm van diepe wonden of weefselverlies (Cornelissen en Hopster, 2008). 5.3 Hoog Risico rassen (en kruisingen) en internationale wetgeving In landen waar voor gevaarlijke honden rasspecifieke wetgeving aanwezig is zijn onder andere de volgende rassen benoemd : pitbullterriër, Ameri kaanse s taffordshireterriër, bulterriërs, staffordshire-bulterriërs, dogo argentino, r ottweiler, dogo canario, staffordshireterriër, Duitse h erder, Mechelse h erder, akita, cane corso, Ameri kaanse buldog, chowchow, d obermann, boxer, Anatolische h erder, bullmastiff, mastiff, mastín español, m astino n apoletano, t osa, fila brasileiro, boerboel, b ordeauxdog, Rhodesian ridgeback, alano español en Kaukasische owcharka.
Het gaat hier om alle rashonden, lookalikes en kruisingen met deze rassen. Ruim 60% van de dieren die momenteel in de asielen verblijft behoort tot één van deze rassen/typen (Dierenbescherming, 2017). In Nederland noemt de Hondenbescherming de volgende rassen gevaarlijk: akita, Amerikaanse buldog, Amerikaanse pitbullterriër, Amerikaanse staffordshireterriër, boerboel, bullmastiff, bulterriër, cane corso, dogo argentino, dogo canario, rottweiler, staffordshire-bulterriër, tosa, fila brasileiro, boxer, dobermann, bordeauxdog, Engelse buldog, mastiff, shar-pei en mastino napoletano. 6. De context Ernstige bijtincidenten lijken met name te ontstaan in situaties waar sprake is van spanning, opwinding en/of bemoeienis met de hond. Van de dodelijke slachtoffers in het onderzoek van Cornelissen en Hopster ( 2008) lijken alcoholisme, epilepsie, ruzie, huiselijk geweld en gebrek aan toezicht, maar mogelijk ook door baby’s en kleine kinderen veroorzaakte triggers een rol gespeeld te hebben. Ook uit het onderzoek van de politiedossiers betreffende bijtincidenten komt een beeld naar voren dat de context ee n rol speelt bij het ontstaan van bijtincidenten. In een derde van de dossiers bemoeide het slachtoffer zich met de hond of werd de hond door de eigenaar opgehitst.
Volwassenen werden minder vaak gebeten na interactie (59 %), maar vaker na ophitsen (23 %) dan kinderen (81% en 10%, respectievelijk). In een eerdere zienswijze (RDA, 2013 ) is de rol van de omstandigheden waarin bijtincidenten plaatvinden als volgt beschreven : “De contexten waarin bijtincidenten plaatsvinden zijn uiteenlopend, de onderliggende oorzaken eveneens. Bijtincidenten kunnen al dan niet opzettelijk plaatsvinden. Opzettelijke bijtincidenten vinden niet zelden plaats in de context van strafbare feiten. Bij de niet-opzettelijke bijtincidenten kan een RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 18 onderscheid worden gemaakt in bijtincidenten in het privédomein en bijtincidenten in de openbare ruimte. Voor een adequate aanpak van bijtincidenten (zowel preventief als in reactie op) is het nodig om in deze v erschillende contexten verschillende accenten te leggen. Zo zal in een criminele context over het algemeen een aanpak via een strafrechtelijke procedure aangewezen zijn, terwijl in de niet criminele context de bestuursrechtelijke procedure eerder geëigend zal zijn. Om bijtincidenten in het privédomein tegen te gaan, spelen voorlichting en scholing van de houder en zijn huisgenoten een belangrijke rol.
Bij bijtincidenten in de openbare ruimte is ook de openbare orde in het geding en zal met name de gemeente via de inzet van bestuursrechtelijke maatregelen kunnen optreden ”. Verwezen wordt naar par agraaf 7.2 van deze zienswijze. De Commissie van Sluijs (2008) trok de volgende conclusies ten aanzien van de context waarin de bijtincidenten plaatsvinden: “Het grootste ( twee derde ) deel van de bijtincidenten doet zich voor in de privésfeer. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken worden aangewezen: het onvoldoende op de hoogte zijn van normaal gedrag van honden, het niet goed kunnen inspelen op dit gedrag, het zo nder toezicht in éé n ruimte achterlaten van kinderen en honden, het niet onderkennen van gevaarlijke situaties, onvoldoende kennis van de mate waarin het gekozen ras geschikt is voor de privésituatie, enz. Bijtincidenten in de openbare ruimte maken weliswa ar slechts een derde deel uit van het totale aantal bijtincidenten, maar ze dragen in belangrijker mate bij aan een gevoel van onveiligheid bij de burger dan de bijtincidenten in de privésfeer”. 7. Wet- en regelgeving in Nederland 7.1 Regeling Agressieve Dieren (RAD) Voor het beperken van het risico van bijtincidenten door met name pitbullterriërs werd in 1993 de Regeling Agressieve Dieren (RAD) ingesteld.
Het streven was er met een fok - en houdverbod voor te zorgen dat honden van het type pitbullterriër zouden uitsterven. Na 15 jaar heeft het toenmalig ministerie van L andbouw Natuur en Visserij de Commissie van Sluijs (2008) opdracht gegeven de RAD te evalueren. Hieruit bleek o.a. dat de RAD: 1. niet had geleid tot het beoogde uitsterven van pitbullterriërs in Nederland; 2. niet had geresulteerd in een vermindering van het aantal ernstige bijtincidenten; 3. de classificatie van typen honden (wel of geen pitbullterriërs) uitermate lastig was en grotendeels berustte op subjectieve criteria. 7.2 Wetgevingsmogelijkheden Er zijn diverse wetten die mogelijkheden geven om in te grijpen bij dreigende situaties rondom HR -honden. Het W etboek van Strafrecht, artikel 425 (aanhitsen, niet RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 19 terughouden en onschadelijk houden) en artikel 300 (mishandeling en letsel), via de Wet Dieren, artikel 2.6 (fokken van dieren), artikel 5.13 (bevoegdheden burgemeester) en artikel 2.14 (verbod op dierengevechten) en ook i n de Gemeentewet artikel 172 (verstoring van openbare orde) kunnen nuttig zijn. In de Algemen e Plaatselijke Verordening zijn artikel 2.59 (gevaarlijke honden), artikel 2.59a (bescherming tegen gevaarlijke honden op eigen erven) en artikel 2.60 (houden van hinderlijke of schadelijke dieren) mogelijk van toepassing.
Verder is de Wet wapens en munitie, artikelen 2 en 46 (voorwerpen om letsel aan te brengen) eventueel te gebruiken. Aan de hand van deze artikelen is handhaving mogelijk. Belangrijk is dat preventief ingrijpen, dus vóórdat een bijtincident aan de orde is, mogelijk is. De lokale overheid is het best in staat d ie situatie s te beoordelen. Een agressieve hond is vaak een niet op zichzelf staand probleem . Daarom is het bijzonder waardevol om via huisbezoeken door wijkagent en preventiegesprekken te voeren om bewustwording en oplossingen van potentiële gevaarlijke situaties te b ereiken. Hier zijn in een aantal gemeenten in Nederland en in preventieve programma’s in het buitenland al goede resultaten mee bereikt . In bijlage 3 is de wetgeving die rel evant is rondom het houden van HR-honden weergegeven. 7.3 Wetgeving in het buitenland Bij bestudering van wetgeving in het buitenland blijkt geen wettelijk systeem zodanig zorgvuldig geëvalueerd dat de effectiviteit bewezen is en de toepasbaarheid onder Nederlandse omstandigheden evident is . Dit geldt bijvoorbeeld voor de verschillende wetten zoals die in Duitsland, Engeland , Zwitserland en in diverse staten en steden van de VS van kracht zijn. Wel zijn er veel landen en steden waar HR-rassen geweerd worden of waar andere maatregelen doorgevoerd zijn. 8.
Risico bijtincident in relatie tot impact en kans Het maakt groot verschil of een mens of een dier gebeten wordt door een hond die door zijn kracht en karakter ernstige letselschade kan aanbrengen (impact) of door een hond die dit vermogen niet bezit . De kans op een beet is echter in eerste instantie afhankelijk van de mate waarin de hond door zijn begeleider onschadelijk wordt gehouden omdat deze onder appèl staat of (voldoende kort) is aangelijnd. Volgens deze systematiek wordt het risico op een ernstig bijtincident bepaald door zowel de hond (impact) als door de begeleider en de context (kans). RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 20 8.1 Impact van een hondenbeet Rassen die op vechteigenschappen en/of prooiagressie zijn geselecteerd beschikken in aanleg over specifiek bijtgedrag en over een bijzondere kracht van bijten (Helton, 2011). Een beet van een dergelijke hond kan daarmee ernstige letselschade veroorzaken. De impact beschrijft de gemiddelde gevolgen van een beet en is in vier klassen in te delen: 1. Geringe impact: op zijn hoogst kortdurende pijn en/of gering letsel (b ijvoorbeeld kneuzingen, oppervlakkige wonden). 2. Matige impact : behandeling door huis - of dieren arts vereist als gevolg van aanhoudende pijn en/of bloedingen, wonden of ontstekingen. 3.
Grote impact: spoedeisende medische of veterinaire hulp vereist voor de gevolgen van bijten (botbreuken, ernstige wonden). Norma al functioneren is duidelijk, maar hooguit enkele weken gehinderd, geen (dieren)ziekenhuisopname vereist. 4. Zeer grote impact : s poedeisende medische of veterinaire hulp en /of (dieren)ziekenhuisopname vereist voor de gevolgen van bijten (hersenletsel, inwendig trauma, verminkend bijttrauma). Norma al functioneren langdurig gehinderd en/of reële kans op blijvend functieverlies, eventueel sterfte. 8.2 Kans op een hondenbeet Ook de kans dat iemand gebeten word t door een hond van een bepaald ras of kruisi ng is in te delen in vier klassen: 1. Geringe kans : ongeacht de controle van de begeleider over de hond leidt een confrontatie met een mens of een dier vrijwel nooit tot een plotselinge, agressieve uitval of bijten , zelfs niet als de hond onoordeelkundig wordt gehanteerd en/of in het nauw wordt gedreven. 2. Matige kans : ongeacht de controle van de begeleider over de hond leidt een confrontatie met een mens of dier alleen tot een agressieve uitval of bijten indien de hond onoordeelkundig wordt gehanteerd en/of in het nauw wordt gedreven. 3.
Grote kans: de begeleider heeft de hond niet onder controle of brengt de hond in situaties die agressief gedrag uitlokken, waarbij een confrontatie met een mens of dier leidt hooguit tot één of enkele , kortdurende agressieve uitval len of bijten waarna snel weer wordt losgelaten en interventie succesvol is . De begeleider kan de hond in situaties brengen die agressief gedrag kansrijker maken. 4. Zeer grote kans : de begeleider h eeft de hond nie t onder controle of brengt de hond in situaties die agressief gedrag uitlokken dan wel zet de hond bewust aan tot agressief gedrag waarbij een confrontatie met een mens of dier vrijwel onvermijdelijk leidt tot een plotselinge agressieve uitval waarbij de h ond herhaald RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 21 bijt zonder pauzes, herpakt en/of langdurig vasthoudt en inter ventie zonder succes is. 8.3 Impact x Kans tabel In onderstaande tabel is het Risico uitgezet als functie van Kans en Impact. Bij de kans is de eigenaar en context een belangrijke factor en bij impact is het voornamelijk de hond die bepalend is.
Risico Kans Gering Matig Groot Zeer groot Impact Gering Gering Gering Gering Matig Matig Gering Matig Matig Groot Groot Gering Matig Groot Zeer groot Zeer groot Matig Groot Zeer groot Zeer groot Indien men de kans op het oplopen van een ernstige hondenbeet wil verkleinen, zijn er kleine beleidsaanpassingen tot sterk beperkende maatregelen te bedenken. Deze zullen het risico op ernstige bijtincidenten (Groot en Zeer groot ) met name reduceren indien deze invloed hebben op de begeleider/eigenaar en de houderij. Voor hond-eigenaar combinaties waarbij de Kans én de Impact groot of zeer groot zijn, zullen maatregelen meer effect sorteren dan voor hond-eigenaar combinaties die gering of matig scoren voor zowel Kans als Impact. Voor deze hond-eigenaar combinaties zijn extra maatregelen minder nodig. Per ras is het mogelijk om afhankelijk van de fokkerijdoelen en de wijze waarop nieuwe eigenaren keuzes maken en daarbij begeleid worden een lagere score te krijgen op Kans. De rassen die uiteindelijk in de hoogste klassen van Impact en Kans komen ( groot en zeer groot ) zullen op de dynamische lijst komen. Deze lijst dient regelmatig, bijvoorbeeld om de vier jaar, te worden ge actualiseerd. Hierbij kunnen actieve fokkers, die preventieve maatregelen treffen om hun ras veiliger te maken, worden beloond door een lagere score en daarmee mildere maatregelen.
Afgezien van een plek op de lijst , blijft bij de kans op een bijtincident de mate waa rin de begeleider zijn of haar hond onder controle heeft, van doorslaggevend belang. Om HR-honden onder controle te hebben is in het algemeen een straffe , consequente hand van opvoeden RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 22 vereist die de meeste mensen niet gegeven is. In hoeverre e chter rassen en typen bestempeld moeten worden als HR -rassen wordt bepaald door de prevalentie van ernstige hondenbeten binnen het ras. Naast bovenstaand kader zal het aantal geregistreerde incidenten per ras ten opzichte van het aantal aanwezige honden van dat ras door de in te stellen expertgroep nadrukkelijk moeten worden meegewogen. 9. Gedragstest De RDA onderschrijft het belang van het afnemen van een gedragstes t bij de hond , voorafgaand aan plaatsing van en het fokken met HR -honden. Als belangrijke kanttekening ge ldt echter dat er onvoldoende is aangetoond dat op de huidige gedragstesten vertrouwd kan worden. Derhalve is het op dit moment niet mogelijk om HR-honden met voldoende zekerheid als veilig te bestempelen. De TOP-test (Toetsing op Persoonlijkheid) zoals di e nu wordt gebruikt is een aanzienlijke aanpassing van de voorgaande test op maatschappelijk aanvaardbaar gedrag (MAG -test), maar is als zodanig nooit geëvalueerd op effectiviteit.
Wel is de overtuiging dat deze test gevoelig er is voor het opsporen van pro oiagressie en minimaal zo goed als de MAG -test. Wat ontbreekt is echter voldoende garantie dat een hond die eenmaal gebeten heeft niet nogmaals in de fout zal gaan. De tests en de resultaten blijven onderwerp van discussie en veroorzaken naast een grote ad ministratieve last ook uiteindelijk leed bij het dier omdat het welzijn van het dier bij langdurige opvang in de knel kan komen. 10. Aanbevelingen Preventieve maatregelen De maatschappelijke onrust over bijtincidenten en hondenbetenbeleid is niet nieuw. De betrokken slachtoffers en houders reageren vaak oprecht emotioneel. Enerzijds omdat een bijtincident een enorme geestelijke (en soms fysieke) impact kan hebben, anderzijds omdat soms ve rstrekkende maatregelen genomen worden ten opzichte van een dier dat door houders als onderdeel van het gezin gezien wordt. Daarenboven is onaanvaardbaar hondengedrag niet alleen zorgelijk uit het oogpunt van de veiligheid en het welzijn van de mens, maar ook uit het oogpunt van het welzijn van de hond. Er is duidelijk behoefte aan consistent en transparant beleid dat toegesneden is op de verschillende contexten waarin bijtincidenten plaatsvinden en dat rekening houdt met de belangen van alle betrokken partijen.
Vanuit de analyse van de problematiek stelt de RDA de volgende preventieve maatregelen voor: RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 23 Registratie en analyse - De beheersing van de honden betenproblematiek start met een adequate identificatie en registratie (I&R) van honden. De dierenarts kan, aan de hand van de door de expertgroep aangereikte aanwijzingen , vaststellen of de hond een HR - hond is. Het huidige systeem in Nederland biedt de keuze aan de houder waar hij of zij de hond laat registreren. Het chippen én registreren van nieuwe honden maar ook van honden die van eigenaar wisselen, dient bij één gecontroleerde instantie te geschieden. Dierenartsen zijn hiervoor de meest aangewezen professionals . Via tuchtrecht wordt gegarandeerd dat dierenartsen zich aan de wet houden, in tegenstelling tot andere beroepsgroepen. HR-honden die worden aangetroffen zonder eigenaar en die niet aan de voorwaarden van I&R voldoen , kunnen bij inbeslagname direct geëuthanaseerd worden. - Meten is weten. Zorg voor geactualiseerde en betrouwbare feite n over ernstige hondenbeten, gericht op mensen maar ook op dieren, over de rol van verschillende hondenrassen en eigenaren hierbij en over de context waarin ernsti ge bijtincidenten plaatsvinden.
De ernstige hond -bijt-mens incidenten moeten bij ziekenhuizen en/of bij de politie geregistreerd worden en de ernstige hond -bijt- hond of hond-bijt-dier incidenten bij dierenartsen. Uiteindelijk adviseert de RDA dat alle gegevens in een landelijke database opgenomen worden, teneinde vergelijkend onderzoek te kunnen d oen naar betrokken rassen, slachtoffers, eigenaren, fokkers en ernst van de bijtincidenten. Maatregelen gericht op eigenaar Er is behoefte aan een landelijke lijst met HR -rassen en -typen, lookalikes en kruisingen. Honden van deze rassen hoeven niet per definitie gevaarlijk te zijn, maar kunnen bij suboptimale fok - en houderijomstandigheden eerder in de fout gaan en indien ze bijten, een hoge impact hebben. Voor deze honden zijn extra maatregelen gewenst. Stel met behulp van een expertgroep op een verantwoorde en inzichtelijke wijze een landelijke lijst op van HR -rassen, lookalikes en kruisingen. De RDA beveelt aan om alle van een hoog bijtrisico verdachte rassen consistent te laten toetsen aan de hand van de Kans x Impact tabel zoals hiervoor gepresenteerd. De RDA onderschrijft de lijst uit Bijlage 2, verkregen van de Hondenbescherming, als voorlopige lijst met HR -rassen, lookalikes en hun kruisingen. De expertgroep dient binnen een half jaar met een d efinitieve lijst te komen. Deze lijst dient de expertgroep iedere vier jaar opnieuw evalueren.
De lijst dient niet om rassen of typen in het geheel te veroordelen, maar om houders en burgers meer bewust te maken van mogelijke risico’s. Bovendien kan het bu rgers RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 24 aanzetten tot het melden van gevaarlijke situaties en burgemeesters een extra handvat geven om beperkende maatregelen op te leggen. In de publieke ruimte dient een HR -hond kort aangelijnd te zijn en in losloopgebieden gemuilkorfd. Bovendien wordt gem eenten in overweging gegeven om een gebiedsverbod in te stellen voor HR -honden of voor bepaalde gebieden een muilkorfgebod in te stellen. Laagdrempelige voorlichting over verantwoorde fokkers, rassen en houderij gericht op potentiële kopers van HR -honden. De voorlichting dient zodanig te zijn dat mensen de risico’s en verantwoordelijkheden goed kunnen inschatten en op bas is hiervan voor een ras kiezen. Versterk bewustwording van volwassenen en voorlichting over veilige omgang van het kind met de hond via sp ecifieke kanalen als verloskundigenpraktijken, consultatiebureaus, baby - en peuteropvang , basisscholen , dierenartsenpraktijken, rasverenigingen, fokkers en dierenspeciaalzaken. Deze informatie kan bijvoorbeeld door het LICG worden verzameld en gedistribuee rd.
Een WA-verzekering is verplicht om eventuele slachtoffers van ernstige bijtincidenten niet zelf voo r de kosten te laten opdraaien. HR-honden vergen zeer verantwoordelijke en gedisciplineerde eigenaren en begeleiders. Naar de mening van de RDA heeft de gemeente diverse mogelijkheden om eisen te stellen aan de houder en de hond. Dit om te voorkomen dat een HR - hond een bedreiging vormt voor mensen, honden en andere dieren. De houder van een HR-hond is verplicht maatregelen te treffen dat het dier te allen tijde op het eigen terrein blijft. Dit op dat de eigenaar het dier altijd onder controle heeft en de buurt geen angst hoeft te hebben. Opleiding en training . De RDA roept rasverenigingen van HR-honden uitdrukkelijk op tot organisatie van trainingen en oplei ding van hond én eigenaar. Iedere eigenaar van een HR -hond dient met iedere HR -hond een gehoorzaamheidscursus te hebben doorlopen bij een hondenschool. Maatregelen gericht op de hond - One strike out . Het voorkomen van (ernstige) bijtincidenten verdient meer aandacht. Naast het muilkorf- en aanlijngebod en de andere maatregelen gericht op preventie doet de RDA ook de aanbeveling om HR-honden die mensen of andere honden gebeten hebben met ernstige verwondingen of dood tot g evolg zondermeer te euthanaseren: “One strike out”.
Van deze maatregel zal naar verwachting naast het voorkomen van herhaling, een sterke preventieve werking uitgaan. De betrokken eigenaren zullen deze maatregel betrekken bij het kiezen van een ras en RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 25 te allen tijde be ten van hun hond proberen te voorkomen. Indien hier voldoende ontmoediging vanuit gaat, zal vermoedelijk de vraag naar deze dieren afnemen en zijn verdere beperkende inspanningen richting fokkers (fokverboden, verplichte sterilisatie, erkenning fokkers) niet nodig. - Adequaat euthanasiebeleid in elk asiel waarbij betrokken een maximale verblijfsduur van de HR -hond in het belang van het welzijn van de betreffende hond. Veel HR-honden uit asielen hebben reeds een geschiedenis met agressie of bijtincidenten en het is belangrijk dat problemen zich niet herhalen. - Aanbevolen wordt om de huidige TOP -test door te ontwikkelen tot een test die aantoonbaar voldoende garantie biedt voor een veilige plaatsing van honden. Maatregelen gericht op de context - Meldpunt. Burgers die een gevaarlijke situatie willen melden moeten dit laagdrempelig en anoniem kunnen doen, bij voorkeur in de eigen gemeente. Meldingen dienen snel en accuraat doorgegeven te worden aan de politie zodat contact met de eigenaar van de hond k an worden opgenomen om gevaarlijke situaties te bespreken en erger te voorkomen.
- Houd-/locatieverbod. Gemeenten wordt zoals eerder g enoemd geadviseerd een houd- en/of locatieverbod af t e kondigen aan eigenaren van HR-honden die twee keer betrokken zijn bij een bijtincident. - Gebiedsverbod. Ook het voornoemde gebiedsverbod kan situaties voorkomen dat gebeten wordt. Gemeenten wordt geadvi seerd de mogelijkheid te scheppen om in een afgeschermd gebied een gebiedsverbod af te kondigen voor HR-honden. - Invulling APV. Een aantal gemeenten heeft voor HR -honden reeds specifieke huisvestingseisen beschreven. De RDA beveelt alle gemeenten aan dit te doen, een standaard tekst in de APV op te nemen en de best practices te delen. Suggesties hiervoor zijn in bijlage 3 te vinden met dank aan de gemeenten Rotterdam en Assen. - Stimuleer uitwisseling van kennis tussen gemeenten over aanpak en mogelijke maatregelen ter bestrijding van de problematiek van bijtincidenten. - Aanpassing artikel 425 Wetboek van Strafrecht eerste lid . “Hij die een dier op een mens aanhitst of een onder zijn hoede staand dier, wanneer het een mens aanva lt, niet terughoudt” uitbreiden naar “mens of dier ”. Het is van belang dat dit wetsartikel consequent kan worden toegepast in de praktijk. RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 26 Overige maatregelen - De maatregelen dienen strikt gehandhaafd te worden met sancties die naast de hond ook de eigenaar raken.
Vanwege het bewust nemen van een hoger risico door de eigenaar van een HR -hond, zijn zwaardere sancties in het geval van ernstige bijtincidenten door HR-honden te overwegen. - Bovenstaande maatregelen zijn in eerste instantie benoemd tenein de het probleem van ernstige bijtincidenten te verminderen. Indien de vraag naar honden van deze rassen afneemt door de beperkingen die de eigenaren ervaren, het effect van negatieve publieke opinie en het ‘one strike out’ principe, zijn maatregelen richti ng de fokkers niet no odzakelijk. Indien dit effect niet bereikt wordt, kan overwogen worden alleen fok van de HR -rassen door geregistreerde en erkende fokkers toe te staan, castratie en sterilisatie van alle HR -honden (met uitzondering van erkende fokhonden) te overwegen en houders van HR -honden een speciale vergunning te laten aanvragen na een gedegen opleiding . Regulering van de fokkerij is een maatregel die uitvoeringstechnisch op dit moment bewerkelijk is vanwege onder meer de ondoorzichtigheid van deze markt door onder anderen de veelheid aan aanbieders. Controle en handhaving lijkt hierdoor onuitvoerbaar. RDA.2017.031 Preventie van Ernstige Hondenbeten bij Mens en Dier 27 Geraadpleegde bronnen Beaver, B.V., 2009. Canine behavior: Insights and answers, second edition. Saunders, Elsevier Inc., 315 p. Berg, L. van den, 2006.
Genetics of aggressive behaviour in Golden Retriever dogs. Proefschrift Universiteit Utrecht. Commissie van Sluijs, 2008. Hondenbeten in perspectief. Den Haag 109 p. Cornelissen, J.M.R., Hopster, H. 2008. Bijlage Feiten en Cijfers Animal Sciences Group van Wageningen UR, Lelystad, in het rapport Hondenbeten in perspectief van Commissie van Sluijs, 2008. Den Haag. Davis A.L., Schwebel D.C., Morrongiello B.A., Stewert J., Bell M., 2012. Dog bite risk: An assessment of child temperament and child-dog interactions. Int. Journal of Environmental Research and Public Health, p. 3002-3013. Dibevo en NVG, 2017. Onderzoek in opdracht van Nederlandse Voedingsindustrie Gezelschapsdieren en Dibevo. https://www.dibevo.nl/pers/meer-dan-4-miljoen- huishoudens-hebben-een-of-meer-huisdieren. Dierenbescherming, 2016 en 2017. Informatie over hondenpopulaties in Nederlandse asielen (niet openbaar). Duijnker, A., 2016. De hond, statussymbool of Bitcoin? Scriptie School voor Hogere Politiekunde van de Politieacademie. 145 p. Duffy, D.L., Hsu, Y., Serpell, J., 2008. Breed differences in canine aggression. Applied Animal Behaviour Science. Vol. 114 (3-4), p. 441–460. Ellis, J.L., Thomason, J., Kebreab, E., Zubair, K., France, J.. 2009. Cranial dimensions and forces of biting in the domestic dog. Journal of Anatomy. Vol. 214, p. 362–373. FCI, 2016.