CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

I12.1 Veiligheidsregio IJsselland - Jaarstukken 2016 VRIJ.pdf

Raadsvergadering 2 mei 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken25.084 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een belangrijke eerste stap hiervoor was de uitwerking en daarmee verbetering van de werkprocessen bij HRM en Financiën. De uitwerking van deze werkprocessen dienden als basis voor het programma van eisen en wensen, wat in november door de managementteams van Veiligheidsregio IJsselland en GGD is vastgesteld. 3.2.2 HRM Zie hiertoe hoofdstuk 4 ‘Sociaal jaarverslag’. 3.2.3 Financiën De aanbestedingsprocedure voor de accountantsfunctie van de jaarrekening is afgerond en heeft geleid tot de benoeming van Ernst & Young Accountants LLP als accountant voor de periode 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2020. Overigens is ook dit jaar een goedkeurende verklaring van onze vorige accountant voor getrouwheid en rechtmatigheid van onze jaarstukken ontvangen. Na intensief overleg met de belastingdienst inzake onze toepassing van het leerstuk kosten voor gemene rekening is overeenstemming bereikt. Dit heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst met de belastingdienst en een aangepaste overeenkomst kosten voor gemene rekening. De oorspronkelijk opgelegde naheffingsaanslagen over 2014 en 2015 zijn vervolgens ambtelijk verminderd naar nihil. In het kader van de Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen is breed geïnventariseerd in hoeverre deze wet ons gaat raken.

Dit heeft geresulteerd in een rapportage die bestuurlijk is onderschreven en als grondlegger kan dienen voor de te houden gesprekken met de belastingdienst. Ook landelijk leveren wij een actieve bijdrage om te komen tot een sectorspecifieke vaststellingsovereenkomst met de fiscus dienaangaande. Jaarstukken 2016 35 In het najaar zijn, zoals met het algemeen bestuur is afgesproken, voorafgaand aan de voorbereidingen voor de programmabegroting 2018, de eerste voorbereidingen gestart om planmatig risicomanagement in te voeren. Een extern bureau (NARIS) heeft hierbij ondersteuning verleend. Het doel is om bestuurlijke besluitvorming over de omvang van het weerstandsvermogen en waar deze dient te worden aangehouden te entameren. Ten slotte is het Strategisch Intern Controle Plan voor 2016 - 2019 bestuurlijk vastgesteld om onze interne beheersing vorm te geven en planmatig te controleren. 3.2.4 Informatisering en automatisering De ICT-voorzieningen voor alle kazernes zijn verder geoptimaliseerd onder andere door internet- en netwerkverbindingen te verbeteren. De belangrijkste componenten in de met de GGD gedeelde infrastructuur zijn verhoogd beschikbaar gemaakt. Daarnaast is het printercontract aangepast. Voor de ambulante medewerkers zijn laptops ter beschikking gesteld. Daarnaast is veel tijd en energie gestoken in het terugverhuizen van de GGD naar de Zeven Alleetjes in Zwolle.

Het beheer van de ICT-systemen is verder op orde gebracht. De administraties zijn aangevuld en opgeschoond en er is gewerkt aan het beter beschrijven van de werkprocessen. Daarnaast zijn gegevenskoppelingen verder ontwikkeld, wat de kwaliteit en betrouwbaarheid van de informatie verbetert. 3.2.5 Facilitaire Zaken De structurering en meerjarenplanning met betrekking tot gebouwenbeheer zijn op basis van de demarcatielijsten opgepakt. De inkooporganisatie is op efficiënte wijze ingericht. Met budgethouders vindt periodiek overleg plaats, hieruit wordt de dynamische inkoopkalender opgesteld. Alle aanvragen voor inkoopadviezen en aanbestedingstrajecten werden afgehandeld. Een SpendAnalyse werd opgesteld. Een werkgroep is gestart met de voorbereiding voor goedkeuring om digitaal te gaan archiveren. Jaarstukken 2016 36 3.3 Financiering 3.3.1 Inleiding De Wet financiering decentrale overheden (FIDO) bepaalt dat een financieringsparagraaf in de begroting wordt opgenomen. Ook is vastgelegd welke informatie de financieringsparagraaf dient te bevatten. Dit betreft:  het kasgeldlimiet;  de renterisiconorm;  de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte;  de rentevisie;  de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie. 3.3.2 Treasurystatuut Veiligheidsregio IJsselland heeft in december 2013 een treasurystatuut vastgelegd.

In dit treasurystatuut is een aantal zaken gedetailleerd uitgewerkt voor (rente)risicobeheer, koersrisicobeheer en kredietrisicobeheer. Hiervoor is een door gemeenten en andere veiligheidsregio’s gehanteerd format gebruikt. Enkele belangrijke zaken die zijn vastgelegd, betreffen het gebruik van derivaten, dat niet meer is toegestaan en de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden van de verschillende functies. 3.3.3 Berekening kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt 8,2%. Het gaat bij de kasgeldlimiet om het beperken van renterisico's op de korte schuld (korter dan een jaar). Korte schuld is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Daarom wordt de kasgeldlimiet gekoppeld aan het begrotingstotaal, dat wil zeggen de totale lasten van de begroting inclusief tegelijkertijd met de begroting vastgestelde begrotingswijzigingen. In de praktijk is dat de begroting zoals die naar de toezichthouder wordt gezonden. Als, naar het oordeel van de toezichthouder, de begroting doelbewust is opgeblazen, dan kan de toezichthouder maatregelen nemen om het totaal te corrigeren. De kasgeldlimiet voor Veiligheidsregio IJsselland bedraagt 0,082 * € 42.839.412 = € 3,5 miljoen. Tot aan deze limiet kan kort (looptijd < 1 jaar) worden geleend. In 2016 hebben wij twee kasgeldleningen aangetrokken.

Zie de volgende tabel: Datum Bedrag 18-1-2016 € 4.000.000 1-2-2016 € 4.000.000 Hier volgt een totaaloverzicht van het jaar 2016 van de modelstaten per kwartaal. Jaarstukken 2016 37 Als meer dan twee achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder (provincie) hiervan op de hoogte worden gesteld. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet niet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. 3.3.4 Renterisiconorm Door berekening van de renterisiconorm verkrijgen wij inzicht in de omvang van de schuld waarover in enig jaar renterisico’s worden gelopen. De renterisiconorm is gebaseerd op het begrotingstotaal. Het Rijk heeft regels gesteld hoe gemeenten en provincies hun geld en kapitaal dienen te beheren. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO). Hoeveel geld gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen mogen lenen (herfinancieren), is afhankelijk van de hoogte van de begroting. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld geleend mag worden voor een periode van maximaal één jaar. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend (herfinanciering) mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Hierbij de ingevulde modelstaat voor de berekening van het renterisiconorm.

Kwartaal Gemiddelde vlottende schuld Gemiddelde vlottende middelen netto vlottend tekort (+) of Overschot middelen (-) Kasgeldlimiet Ruimte (-) of overschrijding (+) 1e kwartaal 4.000.000€ 2.927.040€ 1.072.960€ 3.512.832€ -2.439.872€ 2e kwartaal -€ 4.435.681€ -4.435.681€ 3.512.832€ -7.948.513€ 3e kwartaal -€ 4.708.464€ -4.708.464€ 3.512.832€ -8.221.296€ 4e kwartaal -€ 8.183.228€ -8.183.228€ 3.512.832€ -11.696.060€ W 2016 B 2017 B 2018 B 2019 B 2020 1. Renteherzieningen/ herfinanciering 5.000.000€ 5.000.000€ 5.000.000€ -€ -€ 2. Aflossingen * -€ -€ -€ -€ -€ 3. Renterisico (1+2) 5.000.000€ 5.000.000€ 5.000.000€ -€ -€ 4. Renterisiconorm 8.567.882€ 8.426.258€ 8.426.258€ 8.426.258€ 8.426.258€ 5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3) 3.567.882€ 3.426.258€ 3.426.258€ 8.426.258€ 8.426.258€ 5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4) -€ -€ -€ -€ -€ 4a begrotingstotaal 42.839.412€ 42.131.291€ 42.131.291€ 42.131.291€ 42.131.291€ 4b Percentage regeling 20% 20% 20% 20% 20% 4. Renterisiconorm 8.567.882€ 8.426.258€ 8.426.258€ 8.426.258€ 8.426.258€ Renterisiconorm (modelstaat B) * Dit is exclusief de aflossingen van de gemeentelijke leningen m.b.t. de overname van de kazernes. Met deze aflossing vervalt ook de boekwaarde van de kazernes en gaan de kazernes weer gehuurd worden. Er vindt dus geen herfinanciering plaats.

12.889.456€ 1.678.054€ 501.299€ Jaarstukken 2016 38 In 2016 hebben wij met de BNG een langlopende lening van vijf miljoen euro afgesloten voor twintig jaar tegen 1,65%. De conclusie is dat wij voldoen aan de renterisiconorm in 2016. 3.3.5 Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Door de toename van materieel en kapitaalgoederen en de tijdelijke overname van een deel van de jonge brandweerkazernes en -posten heeft Veiligheidsregio IJsselland een financieringsbehoefte. Dit leidt tot omvangrijke uitgaande kasstromen waardoor het aantrekken van leningen noodzakelijk was en is. Financieringsbehoefte Uit het overzicht blijkt dat wij een tekort aan financieringsmiddelen hebben van ruim 3,5 miljoen euro. Uit onze liquiditeitsplanning over 2016 bleek dat wij dit jaar de uitgaande kasstromen met kort geld, de inkomende kasstromen (gemeentelijke bijdrage) en één langlopende lening konden financieren. Hierbij is met het aantrekken van de leningen rekening gehouden met de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Door adequaat de renteontwikkelingen te blijven volgen kan optimaal gebruik worden gemaakt van de huidige lage rentepercentages. Dit heeft in 2016 ook een fors incidenteel rentevoordeel opgeleverd. Voor de tijdelijke overname van de brandweerkazernes is per 1 januari 2014 in totaal 28,9 miljoen euro geleend van verschillende gemeenten.

Bij het aantrekken van deze leningen voor de huisvesting is de looptijden van de lening per gebouw aangesloten op de resterende herzieningstermijn (herzieningstermijn is maximaal tien jaar). Eind 2016 is de kazerne Marsweg in Zwolle weer overgedragen aan de gemeente. Hiermee komt de langlopende lening van 12,9 miljoen euro (stand per 31-12-2016) te vervallen. De stand van de langlopende leningen per 31-12-2016 komt hiermee op 10,5 miljoen euro. 3.3.6 Rentevisie In de begroting 2016 zijn wij uitgegaan van 4% rente voor bestaand en nieuw aan te trekken materieel (vanaf begroting 2017 is dit verlaagd naar 2,5%) en 3,5% voor het tijdelijk overnemen van een aantal gebouwen. In 2016 hebben wij tegen lagere percentages leningen aangetrokken, dan is begroot en dit heeft geleid tot lagere rentelasten voor Veiligheidsregio IJsselland. Dit zijn voordelen Bepaling financieringsbehoefte 2016: Boekwaarde investeringen 28.529.441€ Reserves en voorzieningen 2.450.264€ Langlopende geldleningen 22.532.729€ 24.982.993€ Tekort aan financieringsmiddelen 3.546.448€ Jaarstukken 2016 39 en zijn via de tussentijdse bestuursrapportages gerapporteerd. Over de reserves en voorzieningen wordt/is geen rente berekend. 3.3.7 Rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie De opbrengst uit de financieringsfunctie is de creditrente in rekeningcourant (schatkistbankieren).

In 2016 hebben wij geen rentebedrag ontvangen voor het rekeningsaldo bij de schatkist. 3.4 Verbonden partijen In deze paragraaf geven wij inzicht in ‘derde rechtspersonen’ waarmee Veiligheidsregio IJsselland een bestuurlijke en financiële band heeft. Deze band is er door participatie in een vennootschap of deelneming in een stichting. Met een bestuurlijk belang bedoelen we een zetel in het bestuur van een deelneming of stemrecht. Met een financieel belang bedoelen wij dat Veiligheidsregio IJsselland middelen ter beschikking heeft gesteld en die zal verliezen bij faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij op Veiligheidsregio IJsselland kunnen worden verhaald. Van een financieel belang is ook sprake als Veiligheidsregio IJsselland bij liquidatie van een derde rechtspersoon middelen uitgekeerd kan krijgen. Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (Stichting BOGO) Doelstelling Het bevorderen van de opleiding, oefening en training van brandweermedewerkers. Hieronder vallen geen commerciële en marktgerichte activiteiten. Stichting BOGO is gevestigd te Zwolle. Bestuurlijk en financieel belang Het algemeen bestuur van de stichting bestaat uit 16 leden. Het stichtingsbestuur benoemt de bestuursleden. Veiligheidsregio IJsselland heeft twee leden in het algemeen bestuur.

Het dagelijks bestuur bestaat uit zes leden van het algemeen bestuur. Na liquidatie van de stichting komt het aanwezig batig saldo ter beschikking van de deelnemende samenwerkingsverbanden. Veiligheidsregio IJsselland staat niet garant voor de eventuele tekorten van Stichting BOGO. Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via de twee leden in het algemeen bestuur en de bestuurlijke afvaardiging in het dagelijks bestuur. Risicoanalyse De Stichting BOGO is een verbonden partij met eigen rechtspersoonlijkheid en zonder overwegende zeggenschap. De veiligheidsregio betaalt niet een jaarlijkse bijdrage, maar neemt diensten (cursussen) af. De eventuele onrechtmatige transacties door Stichting BOGO werken niet door naar de veiligheidsregio. Jaarstukken 2016 40 Meldkamer Oost Nederland (MON) Doelstelling Het bestuur van Veiligheidsregio IJsselland heeft volgens artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s de beschikking over een gemeenschappelijke meldkamer, die is ingesteld en in stand wordt gehouden door het bestuur ten behoeve van de brandweertaak, de geneeskundige hulpverlening, het ambulancevervoer en de politietaak.

Met dien verstande dat de nationale politie zorg draagt voor het in stand houden van de meldkamer politie, als onderdeel van de meldkamer en de vergunninghouder van de ambulancezorg voor de ambulancezorg. Per 1 oktober 2010 is de gemeenschappelijke regeling MON van kracht. De meldkamer is gevestigd in Apeldoorn en het bestuur van de gemeenschappelijke regeling is gevestigd in Zwolle. Bestuurlijk en financieel belang Het bestuur van Veiligheidsregio IJsselland is verantwoordelijk voor de multidisciplinaire meldkamer en de alarmcentrale van de brandweer. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling MON voert het beheer van de meldkamerfaciliteiten. De kosten voor de exploitatie worden op basis van een begroting (en nacalculatie) gedeclareerd bij Veiligheidsregio IJsselland. Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via de leden in het bestuur. Risicoanalyse De MON is een verbonden partij met eigen rechtspersoonlijkheid en zonder overwegende zeggenschap. De veiligheidsregio betaalt jaarlijks een financiële bijdrage. De MON heeft geen reserves die kunnen dienen als buffer of dekking voor tegenvallers. Daarentegen hebben de deelnemers afgesproken dat de meldkamer te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te voldoen.

Dit is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling MON. De eventuele onrechtmatige transacties door de MON werken door naar de veiligheidsregio. Cijferanalyse Het financieel belang van de brandweer in de MON is 25%. Het aandeel brandweer is voor 38,7% voor VRIJ. De bijdrage voor 2016 is 324.192 euro. 1-1-2016 31-12-2016 Eigen vermogen € 0 € 0 Vreemd vermogen € 3.096.449 € 2.570.592 Resultaat 2016 € 127.210 voordelig saldo 3.5 Bezuinigingen 2016 In 2013 is het financieel kader van de nieuwe veiligheidsregio (na regionalisering van de gemeentelijke brandweer) bepaald. Bij de bestuurlijke afronding hiervan is besloten dat de nieuwe organisatie zelf de nadelige effecten van de btw-compensatie en de kosten van uitvoering van het sociaal plan op diende te vangen. Dit betekende voor 2016 een bezuinigingstaakstelling van 610.000 euro. In de vergadering van het algemeen bestuur van december 2014 zijn de bezuinigingsvoorstellen vastgesteld. Bij het uitwerken van de voorstellen is er vooral gekeken naar voorstellen die gericht zijn op efficiëntieverbetering. Het dienstverleningsniveau van de Jaarstukken 2016 41 veiligheidsregio blijft in stand na uitvoering van de voorstellen. Het totaal aan gerealiseerde bezuinigingen is hoger dan de taakstelling. Het verschil maakt onderdeel uit van het jaarrekeningresultaat over 2016.

De gerealiseerde bezuinigingen over 2016 zijn in een overzicht weergegeven: Nummer Voorstel Korte toelichting 2016 Personeel 1 Controllerstaken onderbrengen bij andere medewerkers De controllerstaken worden per 1 januari 2014 uitgevoerd door middel van een intensieve samenwerking tussen Team Financiën en Team Bestuur, beleid en communicatie. De beleidsmedewerkers nemen het inhoudelijke deel van de taak voor hun rekening en de financieel adviseurs het financiële deel. 80.000€ 2 Inkrimping formatie telefonie In het oorspronkelijke formatieplan voor de nieuw te vormen VR IJsselland, was formatie opgenomen voor de bemensing van een telefooncentrale. Uiteindelijk is ervoor gekozen om het telefoonsysteem zodanig in te richten, dat afhandeling van de centraal binnenkomende telefoongesprekken, door de medewerkers van de secretariaten kunnen worden afgehandeld. 100.000€ 3 Externe notulist bestuur vervangen door interne notulist Intern uitvoeren verslaglegging bestuurlijke vergaderingen 10.000€ 5 Digitalisering repressie Het digitaal invoeren en muteren van object-planvorming voor repressie is minder arbeidsintensief geworden, waardoor vacatureruimte structureel niet ingevuld hoeft te worden. 75.000€ 6 Uitvoeren project Stoom Door verificatie te gaan toepassen op automatische brandmeldingen zal er een reductie plaats vinden van het aantal daadwerkelijke alarmeringen van de posten.

Realisatie van deze bezuiniging vergt een investering vooraf die uit de exploitatie gedekt zal worden. 50.000€ 7 Formatiereductie Bedrijfsvoering Zoals vastgelegd in het eind 2013 vastgestelde organisatie- en formatieplan voor de nieuwe eenheid Bedrijfsvoering, heeft eind 2014 een herziening van het formatieplan plaatsgevonden. Bij deze herziening is sprake van een formatiereductie van 2,4 fte. Dit betekent een kostenreductie op de Gemene Rekening, waarvan 56% in het voordeel van de Veiligheidsregio. Vanaf 2015 betekent dit een bezuiniging van € 78.000. 78.000€ Materieel 8 Mobiele copi unit (MCU) De MCU wordt efficiënter vormgeven dan landelijk geadviseerd. Gevolg i.p.v. een investering van € 700.000 in 10 jaar afschrijven, € 200.000 investeren en in 16 jaar afschrijven. 65.000€ 9 Mobiele data terminals (MDT) Meer gebruik maken van bestaande technologie en minder specifieke toepassingen laten ontwikkelen voor de brandweer. Voorzien wordt dat de huidige MDT's vervangen worden door goedkopere MDT's. Van 1,16 mln naar € 710.000 100.000€ 10 Verminderen aantal redvoertuigen Binnen de VR IJsselland zijn 6 redvoertuigen gestationeerd. Dit aantal kan tot 5 worden gereduceerd waarmee ook aan de in het dekkingsplan gestelde zorgnormen kan worden voldaan. Hiermee worden de kapitaallasten van 1 redvoertuig bespaard.

Tevens zal worden onderzocht of in de toekomst een aantal redvoertuigen gelijktijdig afgeschreven kan worden waardoor bij vervanging een inkoopvoordeel kan worden gerealiseerd. 60.000€ Divers (communicatie, huisvesting en treasury) 11 Uniformeren format nieuwsbrieven Efficiëntere uitvoering van nieuwsbrieven 7.500€ 12 Efficiëntere uitvoering communicatietaken Meer inzet interne fotograaf i.p.v. externe fotograaf, drukwerk goedkoper inkopen door leveranciersvergelijking, minder en goedkoper filmmateriaal maken. 10.000€ 14 Rente De gemiddelde toegerekende rente bij diverse gemeente was 4,5%. Op de kapitaalmarkt is het werkelijke rentepercentage op dit moment lager. Dit levert structureel en incidenteel voordeel op. Het structurele voordeel wordt hier weergegeven. Het incidentele voordeel is gepresenteerd in de najaarsnota. 125.000€ 760.500€ Bezuinigingstaakstelling (oplopend naar € 1,1 miljoen in 2024) 610.000€ Totaal bezuinigingsvoorstellen MT Jaarstukken 2016 42 4 Sociaal jaarverslag 4.1 Arbeidsvoorwaarden Per 1 januari 2016 is het nieuwe beloningshoofdstuk (hoofdstuk 3 CAR) van kracht gegaan. In de voorbereiding hierop is veelvuldig (in 2015) overleg gepleegd met de medezeggenschap. Voor de veiligheidsregio waren de gevolgen beperkt, doordat in 2014 al veel arbeidsvoorwaarden geharmoniseerd waren en in lijn met de CAR.

Dit heeft er toe geleid dat invoering van de wijzigingen van de arbeidsvoorwaarden soepel zijn verlopen. De gevolgen zijn in een vroeg stadium uiteen gezet en alle betrokken partijen zijn op de juiste wijze geïnformeerd. 4.2 Plannen en registreren van werktijd In 2014, gelijktijdig met de regionalisering, is de werktijdenregeling geïmplementeerd. In 2015 is een ondersteunend tijdregistratiesysteem (Big Ben) geïmplementeerd, dat gebaseerd is op een netto- urensystematiek (netto uren betreft het aantal te werken uren minus de verlofrechten). Dit betekende een andere manier van denken en werken, omdat medewerkers in een werkplan in Big Ben de eigen werktijd zelf kunnen plannen (en daarmee ook de vrije dagen). Het plannen gebeurt op basis van het aantal netto te werken uren op jaarbasis, waarbij de verlofrechten dus al verrekend zijn. De medewerker registreert ook zelf de gewerkte tijd in Big Ben. Leidinggevenden hebben op deze manier meer zicht op de te werken uren en kunnen bijsturen wanneer medewerkers teveel uren dreigen te maken. Deze nieuwe manier van denken past bij ‘Het Nieuwe Werken’ wat in april 2015 ingevoerd is en inmiddels goed ingebed is in onze organisatie. 4.3 Opleiden en ontwikkelen Iedere afdeling heeft een eigen opleidingsbudget dat in overleg met de medewerkers (conform ontwikkelafspraken zoals benoemd in de gesprekscyclus) is besteed.

Naast de vakbekwame opleidingen om er voor te zorgen dat onze repressieve medewerkers vakbekwaam zijn en blijven is opleidingsbudget bedoeld voor de persoonlijke ontwikkeling. In 2016 hebben er geen collectieve opleidings- en ontwikkelactiviteiten plaats gevonden rondom organisatie en/of leiderschapsontwikkeling. Deze staan voor het jaar 2017 gepland, waarbij de uitkomsten van de zelfevaluatie een basis vormen voor het te ontwikkelen programma. 4.4 Personele cijfers In de eerst volgende tabel is de formatie en de bezetting weergegeven van het jaar 2016. In deze tabel is ook ter vergelijk de formatie en bezetting van het jaar 2015 weergegeven. Bij het team ‘Directie en Ondersteuning’ is de formatie ten opzichte van 2015 verhoogd met 8 fte. In het jaar 2015 was deze post gepositioneerd onder ‘overig’. Deze 8 fte vormt de flexibele schil van Veiligheidsregio IJsselland. De flexibele schil is onderdeel van het geldende, door het bestuur vastgestelde, formatieplan. Binnen het totale plan zijn 8 formatieplaatsen op schaalniveau 9 niet specifiek bestemd voor een functie en ook niet specifiek toewijsbaar voor één van de teams. Deze Jaarstukken 2016 43 formatie is vrij beschikbaar voor projectmatige en/of tijdelijke wensen voor taakinvullingen. De afweging voor de invulling hiervan vindt plaats in het managementteam.

Met de flexibele schil is het mogelijk om in te spelen bijzondere ontwikkelingen op tijdelijke en/of inhuurbasis. In dit overzicht zijn de kosten voor medewerkers die op inhuurbasis werkten niet meegenomen. De financiële dekking van deze categorie is voortgekomen uit de vacatureruimte van 2016. Formatie en bezetting Aantal vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is ten opzicht van 2015 gestegen met 8. Mede door de regionale wervingscampagnes is er een nieuwe aanwas van vrijwilligers ontstaan. Cluster Aantal vrijwilligers op 31-12-2015 Aantal vrijwilligers op 31-12-2016 Noord-West 252 255 Midden 148 148 Oost 165 172 Zuid 232 230 Totaal 797 805 In- en uitstroom Onderstaand overzicht laat zien hoeveel medewerkers in dienst zijn gekomen en uitgestroomd in de periode van 1 januari tot en met 31 december. Dit overzicht is inclusief de inzet van vrijwilligers.

Team Directie + ondersteuning 2 2 0 10,44 2,28 8,16 Werkproces Repressie 28,47 27,46 1,01 28,17 28,29 -0,12 Werkproces Beheer & Techniek 20,06 19,56 0,5 19,94 19,17 0,77 Werkproces Vakbekwaamheid 18 19,5 -1,5 18 19,57 -1,57 Werkproces Risicobeheersing 29,84 31,5 -1,66 29,5 29,88 -0.38 Cluster Noordwest 2,44 2,44 0 2,44 2,44 0 Cluster Midden 44,21 44,8 -0,59 44,21 43,8 0,41 Cluster Oost 2,5 3,31 -0,81 2,5 3,31 -0,81 Cluster Zuid 41,67 42,42 -0,75 41,67 41,92 -0,25 Bedrijfsvoering 63,1 54,08 9,02 60,6 54,05 6,55 Bestuur, Beleid en Communicatie 12,11 11,19 0,92 12,11 12,19 -0,08 Veiligheidsbureau 7,91 8,47 -0,56 7,91 7,44 0,47 GHOR 8,94 8,21 0,73 8,94 7,84 1,09 Overig 8,44 1,72 6,72 0 2 -2 Totaal 289,69 276,66 13,03 286,43 274,18 12,62 Formatie (fte) 2016 Bezetting (fte) 2016 overbezetting en vacatureruimte op 31-12-2016 Formatie (fte) 2015 Bezetting (fte) 2015 overbezetting en vacatureruimte 31-12-2015 Jaarstukken 2016 44 Op 31 december 2016 bestond het personeelsbestand met een aanstelling van Veiligheidsregio IJsselland uit 302 medewerkers (289 vaste aanstellingen voor onbepaalde tijd, 13 aanstellingen voor bepaalde tijd). Er werd daarnaast gebruik gemaakt van inzet van tijdelijk personeel op inhuurbasis (uitzendkrachten en detacheringen).

In 2016 zijn er 12 medewerkers op inhuurbasis ingestroomd (5 bij Bedrijfsvoering, 3 Cluster Midden, 1 Veiligheidsbureau, 1 Risicobeheersing en 2 Vakbekwaamheid). In 2016 zijn er in totaal vijf stagiaires gestart met een stage (3 bij Bedrijfsvoering en 2 bij BBC). Ook heeft Veiligheidsregio IJsselland 1 persoon een werkervaringsplaats (WEP) aangeboden (GHOR). Ziekteverzuim Het gemiddelde ziekteverzuim binnen Veiligheidsregio IJsselland bedroeg 3,53% in 2015 en 5,36% in 2016. Ondanks dat het ziekteverzuimcijfer in 2015 lager was dan het landelijk gemiddelde, hebben we in 2016 helaas een hoger verzuimcijfer moeten constateren. De stijging wordt veroorzaakt door een aantal langdurig verzuimgevallen. Het gemiddelde verzuimcijfer van geheel 2016 is 5,3% binnen de sector openbaar bestuur en overheidsdiensten (conform CBS).

Afdeling Instroom 2016 Uitstroom 2016 Directie + ondersteuning 1 Werkproces Repressie 1 Werkproces Beheer & Techniek 4 4 Werkproces Vakbekwaamheid 3 (waarvan 2 vrijwilligers) 2 (waarvan 1 vrijwilliger) Werkproces Risicobeheersing 3 (waarvan 1 vrijwilliger) 2 Cluster Noord-West 20 vrijwilligers 15 vrijwilligers Cluster Midden 8 (waarvan 7 vrijwilligers) 7 vrijwilligers Cluster Oost 14 vrijwilligers 6 vrijwilligers Cluster Zuid 16 (waarvan 12 vrijwilligers) 18 (waarvan 14 vrijwilligers) Bedrijfsvoering 2 5 Bestuur, Beleid en Communicatie 1 Veiligheidsbureau 4 GHOR 1 Overig Jaarstukken 2016 45 Hieronder is een verdeling weergegeven per afdeling. Ziekteverzuimpercentage (excl. zwangerschaps- en bevallingsverlof) 2015 Ziekteverzuimpercentage (excl.

Zwangerschaps- en bevallingsverlof) 2016 Gemiddelde duur in dagen 2015 Gemiddelde duur in dagen 2016 Frequentie 2015 Frequentie 2016 Aantal verzuim- meldingen 2015 Aantal verzuim- meldingen 2016 Directie + ondersteuning 0,55% 0,36% 3 1,33 0,67 1 2 3 Werkproces Repressie 4,89% 7,87% 17,2 25,45 0,87 0,97 29 32 Werkproces Beheer & Techniek 5,08% 6,55% 27,5 26,19 0,62 0,78 13 19 Werkproces Vakbekwaamheid 1,93% 1,96% 9,1 23,83 0,67 0,23 15 6 Werkproces Risicobeheersing 3,13% 6,87% 11,0 22,79 0,92 0,97 35 36 Cluster Noord-West 20,79% 2,54% 185,0 22,75 0,33 1 1 1 Cluster Midden 5,28% 7,56% 34,4 26,77 0,51 0,89 25 45 Cluster Oost 0% 0% 0 0 0 0 0 0 Cluster Zuid 1,71% 5,92% 9,5 33,48 0,62 0,55 28 28 Bedrijfsvoering 3,36% 3,93% 7,2 9,79 1,37 1,21 90 80 Bestuur, Beleid en Communicatie 3,66% 3,60% 10,9 8,80 0,72 1,06 13 18 Veiligheidsbureau 1,04% 1,75% 3,4 4,78 0,56 0,71 9 10 GHOR 1,54% 1,39% 3,8 5,12 1,00 0,66 13 8 4.5 Arbeidsomstandigheden In deze paragraaf volgt een overzicht van activiteiten die in 2016 binnen Veiligheidsregio IJsselland op het gebied van arbeidsomstandigheden hebben plaatsgevonden. Als gevolg van de brief van de inspectie van SZW heeft in het najaar van 2016 wederom een inspectie plaatsgevonden.

De inspectie had betrekking op:  volledige RI&E  procedures arbeidshygiëne bij de brandweer  scholing op het gebied van mentale weerbaarheid  Onderzoek aanpak agressie en geweld bij brandweermedewerkers Conclusie van de Inspectie van SZW is dat de overtredingen genoemd in een brief van 6 maart 2015 zijn opgeheven. Rol preventiemedewerker De preventiemedewerker heeft het afgelopen jaar diverse malen interventies uitgevoerd op het gebied van arbeidsomstandigheden. Deze interventies hadden voornamelijk betrekking op werkplek gerelateerde onderzoeken (denk hierbij aan beeldschermwerkplekken, aanpassing persoonlijke arbeidsvoorzieningen, geven van adviezen op het gebied van arbeidsomstandigheden). Daarnaast is de preventiemedewerker betrokken bij de implementatie arbeidshygiëne van brandweermedewerkers. Jaarstukken 2016 46 Bedrijfsongevallen In 2016 zijn er 23 (bijna)ongevalsmeldingen geweest. Voor geen van de gevallen was het noodzakelijk de Inspecteur van SZW in te schakelen. Voor het merendeel zijn de meldingen besproken met de leeragent. Indeling bedrijfsongevallen:  6 incidenten tijdens oefenactiviteiten;  4 incidenten tijdens opleidingsactiviteiten;  1 tijdens PPMO;  7 tijdens operationeel optreden;  2 tijdens sportactiviteiten;  3 op het gebied van overige (onbepaalde)activiteiten, waarvan 1 externe bezoeker.

Alle te zake doende meldingen hebben geleid tot het nemen van adequate acties binnen onze interne organisatie. Arbodienst Binnen de veiligheidsregio is een sociaal medisch team (SMT) waarin de bedrijfsarts, leidinggevenden en HRM- adviseurs per individuele situatie kunnen participeren. Het SMT bespreekt individuele gevallen om de duurzame inzetbaarheid van de medewerker te bevorderen. Indien noodzakelijk vindt maatwerk plaats. Medewerkers kunnen ook zelfstandig contact opnemen met de Arbodienst. Ongewenst gedrag Gevolgen van ongewenste omgangsvormen kunnen een enorme impact hebben op medewerkers en in bijzondere situaties op de omgeving en de organisatie. Medewerkers kunnen gebruik maken van een speciaal opgeleide vertrouwenspersoon, gefaciliteerd door de Arbodienst. De werkzaamheden van de vertrouwenspersoon bestaan uit: eerste emotionele opvang, hulp aan de betrokken medewerker, advisering voor een plan van aanpak, ondersteuning bij het realiseren van de gewenste aanpak, eventuele doorverwijzingen en nazorg. In 2016 is geen gebruik gemaakt van de vertrouwenspersoon. Veilige publieke taak (agressie & geweld) In het afgelopen jaar is geen melding geweest van agressie en geweld, ook niet tijdens de jaarwisseling. Jaarstukken 2016 47 4.6 Klachten Veiligheidsregio IJsselland heeft in 2016 twee schriftelijke klachten ontvangen.

Beide klachten hadden ieder voor zich betrekking op het gedrag van een brandweerman. De klachten zijn in 2016 afgehandeld. Jaarstukken 2016 48 5 Bijlage jaarverslag Rapportage Regionaal Repressief Dekkingsplan 2016 In 2014 is het Regionaal Repressief Dekkingsplan vastgesteld. In het Dekkingsplan worden de opkomsttijden beschreven, waarvan bestuurlijk is afgesproken dat de brandweer in IJsselland ze bij brandmeldingen kan halen. Daarnaast zijn in het dekkingsplan de te nemen risicobeheersende maatregelen opgenomen, die nodig zijn om op locaties waar de wettelijke normtijd niet wordt gehaald, tot een enigszins gelijkwaardig en aanvaardbaar veiligheidsniveau te komen. De voorliggende rapportage geeft aan hoe brandweer IJsselland heeft gepresteerd t.o.v. het dekkingsplan en kan als een prestatiecontract worden gezien tussen MT en bestuur. Prestaties t.o.v. het dekkingsplan De brandweer IJsselland wordt voor veel incidenten gealarmeerd. Hierbij kan worden gedacht aan incidenten op het water, incidenten op de weg en het spoor, incidenten met gevaarlijke stoffen, stormschades en andere relevante incidenten waar optreden van de brandweer noodzakelijk is, al dan niet met spoed. In 2016 zijn er 9.432 meldingen geweest (zie tabel 1 voor een overzicht).

Meldingsspecificatie Aantal Alarm 3.767 Bezitsaantasting 11 Brand 1.341 Dienstverlening 1.736 Gezondheid 98 Leefmilieu 679 Ongeval 1.359 Veiligheid en openbare orde 31 Verkeer 398 Onbekende meldingsspecificatie 12 Totaal 9.432 Tabel 1 overzicht meldingen 2016 Op grond van de Wet Veiligheidsregio’s hoeft de brandweer alleen, wat betreft opkomsttijden, verantwoording af te leggen over zogenaamde spoedmeldingen van branden in gebouwen. Het dekkingsplan en de verantwoording hiervan focust zich hierom alleen op deze zogenaamde brand- gerelateerde incidenten waar brandweer met spoed ter plaatse is geweest. Voor 2016 betroffen dit 791 brandmeldingen die nader zijn geanalyseerd (In 2015 waren dit 772 brandmeldingen). Van deze 791 meldingen betrof 65% een zogenaamd automatisch brandalarm. Uit verdere analyse is gebleken dat: 1. In 86% van de meldingen de brandweer binnen de in het dekkingsplan bepaalde norm ter plaatse was. 2. Van de 109 gevallen (14%) dat de brandweer later dan de afgesproken norm ter plaatse was, betrof het 38 maal een zogenaamd markant1 object. 3. In twee gevallen werd de wettelijk maximale opkomsttijd van 18 minuten overschreden. In één geval ging het om een markant object in Deventer. 1 Een Brzo-bedrijf, een object die gebruiksvergunning plichtig is of een object dat hoog scoort in het regionaal risicoprofiel.

Jaarstukken 2016 49 Op de website van brandweer IJsselland (vrijsselland.nl/brandweer) is een tool beschikbaar waarbij alle inwoners kunnen bekijken hoe snel de brandweer bij hen kan zijn. Hierbij wordt tevens aangegeven wat burgers zelf tot die tijd kunnen doen. Risico- beheersende maatregelen Daar waar we in het dekkingsplan al concluderen dat we bij bepaalde objecten de wettelijke opkomsttijd niet kunnen halen, dienen (risico- beheersende) maatregelen te worden genomen om tot een aanvaardbaar veiligheidsniveau te komen. De maatregelen op het gebied van risicobeheersing zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s binnen de clusters. In 2015 heeft dit voor de eerste keer in deze vorm op objectniveau (de markante objecten) vorm gekregen. Slechts 20% van de geplande activiteiten waren toen daadwerkelijk uitgevoerd. In 2016 is er extra prioriteit gegeven aan de risico- beheersende activiteiten waardoor er een inhaalslag is gerealiseerd van meer dan 50%. De gemeente Steenwijkerland en Kampen blijven achter. De adviseurs van risicobeheersing zijn niet toegekomen om deze objecten te controleren en te bezoeken. Komend jaar zullen voor deze gemeenten eerst de objecten van 2017 worden gecontroleerd en indien mogelijk, met terugwerkende kracht, de objecten van 2015 en 2016.

Repressieve maatregelen De team- en ploegleiders van de posten in IJsselland zijn met elkaar in gesprek over de repressieve maatregelen die zij kunnen nemen om de uitruktijd te verkorten. De resultaten hiervan worden de komende jaren verwacht. RemBrand Naar aanleiding van het rapport RemBrand2 wordt landelijk bekeken of gebiedsgerichte opkomsttijden geïntroduceerd kunnen worden. De opkomsttijden worden dan gekoppeld aan het brandrisicoprofiel. Er kunnen zo reëlere tijden worden vastgesteld voor bijvoorbeeld de buitengebieden, waardoor het totale dekkingspercentage (objecten die binnen de in het dekkingsplan vastgestelde tijd worden bereikt) hoger zal zijn. Conclusies In 86% van de incidenten houden we ons aan het prestatiecontract. De voortgang van de risicobeheersende maatregelen is positief ten opzichte van het jaar 2015. Er zal wel extra prioriteit gegeven moeten worden aan de objecten in de gemeente Kampen en Steenwijkerland.

2 RemBrand, brandveiligheid is coproductie, Brandweer Nederland, 2015 Jaarstukken 2016 50 Prestaties per gemeente 2015/2016 23 70% 4 12% 6 18% Dalfsen 2015 109 71% 19 13% 25 16% Deventer 2015 60 87% 3 4% 6 9% Hardenberg 2015 11 46% 7 29% 6 25% Dalfsen 2016 138 70% 26 13% 34 17% Deventer 2016 64 69% 16 17% 13 14% Hardenberg 2016 29 53% 15 27% 11 20% Kampen 2015 25 71% 8 23% 2 6% Olst-Wijhe 2015 23 72% 6 19% 3 9% Ommen 2015 43 71% 13 21% 5 8% Kampen 2016 27 82% 5 15% 1 3% Olst-Wijhe 2016 12 50% 3 12% 9 38% Ommen 2016 Jaarstukken 2016 51 21 58% 11 31% 4 11% Raalte 2015 9 64% 2 14% 3 22% Staphorst 2015 27 56% 12 25% 9 19% Steenwijkerland 2015 24 56% 5 12% 14 32% Raalte 2016 9 90% 1 10% Staphorst 2016 23 67% 6 18% 5 15% Steenwijkerland 2016 34 72% 10 21% 3 7% Zwartewaterland 2015 200 80% 23 9% 27 11% Zwolle 2015 36 75% 10 21% 2 4% Zwartewaterland 2016 178 80% 25 11% 20 9% Zwolle 2016 Jaarstukken 2016 52 Deel B Jaarrekening Jaarstukken 2016 53 6 Overzicht van baten en lasten N = Nadeel, V = Voordeel Begroting voor wijziging 2016 Begroting na wijziging 2016 Realisatie 2016 Verschil t.o.v.

begroting na wijziging N/V Lasten Programma Crisisbeheersing 1.179.437 1.131.684 1.130.313 -1.371 V Programma GHOR 1.466.782 1.466.066 1.442.647 -23.419 V Programma Brandweer 36.047.533 34.488.557 34.701.094 212.537 N Programma Meldkamer 1.158.158 1.130.309 1.143.600 13.291 N Programma Bevolkingszorg 135.570 214.324 197.261 -17.063 V Programma Strategie & beleid 29.902 19.902 4.604 -15.298 V Totaal lasten 40.017.382 38.450.842 38.619.519 168.677 N Baten Programma Crisisbeheersing -17.899 -17.899 -30.274 -12.375 V Programma GHOR 0 -75.000 -89.199 -14.199 V Programma Brandweer -202.685 -207.785 -342.308 -134.523 V Programma Meldkamer -148.606 -148.606 -234.379 -85.773 V Programma Bevolkingszorg 0 0 0 0 Programma Strategie & beleid -20.150 -20.150 -20.000 150 N Totaal baten -389.340 -469.440 -716.159 -246.719 V Saldo programma's Programma Crisisbeheersing 1.161.538 1.113.785 1.100.040 -13.745 V Programma GHOR 1.466.782 1.391.066 1.353.448 -37.618 V Programma Brandweer 35.844.848 34.280.772 34.358.786 78.014 N Programma Meldkamer 1.009.552 981.703 909.221 -72.482 V Programma Bevolkingszorg 135.570 214.324 197.261 -17.063 V Programma Strategie & beleid 9.752 -248 -15.396 -15.148 V Saldo programma's 39.628.042 37.981.402 37.903.360 -78.042 V -39.916.136 -38.182.710 -38.238.688 -55.978 V 0 0 0 0 -288.094 -201.308 -335.328 -134.020 V Bij: onttrekkingen aan reserves Programma

Bevolkingszorg 0 -50.000 -14.092 35.908 N Algemene lasten en dekkingsmiddelen 0 -2.733.917 -2.690.010 43.907 N Totaal onttrekkingen aan reserves 0 -2.783.917 -2.704.102 79.815 N Af: stortingen in reserves Programma Brandweer 288.095 288.095 288.095 0 Algemene lasten en dekkingsmiddelen 0 714.630 714.630 0 Totaal stortingen in reserves 288.095 1.002.725 1.002.725 0 Saldo reserve mutaties 288.095 -1.781.192 -1.701.377 79.815 N Gerealiseerde resultaat 1 -1.982.500 -2.036.705 -54.205 V Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting Jaarstukken 2016 54 6.1 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Bij de analyse van het resultaat is het onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming van groot belang. Ingevolge het Besluit begroting en verantwoording (BBV) dient daarom een toelichting te worden gegeven op het gerealiseerde saldo baten en lasten, de mutaties in de reserves en het gerealiseerde resultaat. In het volgende overzicht wordt inzicht gegeven in de relatie tussen het gerealiseerde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde resultaat.

De belangrijkste verschillen tussen de rekening 2016 en de begroting 2016 (inclusief wijzigingen) vóór mutaties in de reserves hebben zich voorgedaan op de volgende onderdelen: Programma (inclusief saldo kostenplaatsen*):  Crisisbeheersing -14.000 V  GHOR -38.000 V  Brandweer 78.000 N  Meldkamer -72.000 V  Bevolkingszorg -17.000 V  Strategie & beleid -15.000 V -78.000 V Gerealiseerde totale baten en lasten: -335.328 V Mutaties in de reserves (incidenteel) Storting algemene reserve 664.630 N Storting bestemmingsreserve transitie meldkamer 50.000 N Storting egalisatiereserve kapitaallasten 288.095 N Storting bestemmingsreserve ontwikkelingen VR 75.000 N Onttrekking reserve vakantiegeld -560.000 V Onttrekking bestemming jaarrekeningresultaat 2015 -2.033.930 V Onttrekking bestemmingsreserve ontwikkelingen VR -49.312 V Onttrekking egalisatiereserve kapitaallasten -135.860 V Per saldo onttrokken aan de reserves ten laste van de exploitatie -1.701.377 V Gerealiseerde resultaat: -2.036.705 V N = Nadeel, V = Voordeel Jaarstukken 2016 55 Algemene lasten en dekkingsmiddelen:  Kosten/baten projecten - 44.000 V  BDuR uitkering -61.000 V  Eindheffing WKR + vakantiegeld 2016 49.000 N -56.000 V _________ Totaal verschil vóór mutaties in de reserves - 134.000 V Afwijkingen mutaties reserves:  Lagere onttrekking reserve Ontwikkeling veiligheidsregio 80.000 N _________ Totaal verschil

na mutaties in de reserves -54.000 V *Saldo kostenplaatsen (voordeel/nadeel is verwerkt in eerder genoemde programma’s):  Leiding bedrijfsvoering -3.000 V  Financiën -63.000 V  HRM -123.000 V  ICT -265.000 V  Facilitaire zaken 382.000 N  Bedrijfsvoering (gemene rekening) -134.000 V  Directie -80.000 V  Bestuur, beleid en communicatie (BBC) -29.000 V  Projecten -4.000 V -319.000 V De in de programmarekening voorkomende lastenoverschrijdingen op de programma’s Brandweer en Bevolkingszorg passen binnen het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, waardoor geen sprake is van begrotingsonrechtmatigheid. Ons algemene standpunt en die van onze belastingadviseur is dat VRIJ niet belasting- en aangifteplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Namelijk met de volgende redenering: voor het overgrote deel van de activiteiten/inkomsten is er geen sprake van deelname economisch verkeer en dus kan er geen sprake zijn van het drijven van een onderneming. De activiteiten (bijvoorbeeld detachering personeel), waarmee VRIJ wel deelneemt aan het economisch verkeer, wordt niet gestreefd naar winst en worden er geen structurele overschotten gerealiseerd. Vandaar dat het bedrag voor heffing van de vennootschapsbelasting nihil is.

Voor een nadere toelichting op de verschillen tussen de werkelijke uitgaven 2016 en de (gewijzigde) begroting 2016 wordt verwezen naar de toelichting bij de programma’s in het jaarverslag, daar wordt antwoord gegeven op de vraag ‘Wat heeft het gekost?’. Deze toelichting maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de toelichting overzicht baten en lasten. De toelichting van de algemene lasten en dekkingsmiddelen en saldo kostenplaatsen wordt in dit hoofdstuk gepresenteerd. Jaarstukken 2016 56 Programma Algemene lasten en dekkingsmiddelen N = Nadeel, V = Voordeel Omschrijving Primitieve begroting 2016 Begroting na wijziging 2016 Realisatie 2016 Verschil t.o.v.

begroting na wijziging N/V Overige algemene dekkingsmiddelen Lasten projecten 0 79.127 35.220 -43.907 V Baten projecten 0 0 0 0 Saldo projecten 0 79.127 35.220 -43.907 V Vakantiegeld 2016 en eindheffing werkkostenregeling 0 560.000 609.035 49.035 N Gemeentelijke bijdragen -34.219.855 -33.125.555 -33.125.560 -5 V Rijksbijdrage rampenbestrijding -5.696.281 -5.696.281 -5.757.382 -61.101 V Totaal overige algemene dekkingsmiddelen -39.916.136 -38.182.709 -38.238.688 -55.979 V Totaal saldo baten en lasten -39.916.136 -38.182.709 -38.238.688 -55.979 V bij: onttrekkingen aan reserves 0 -2.733.917 -2.690.010 43.907 N af: stortingen in reserves 0 714.630 714.630 0 Resultaat -39.916.136 -40.201.996 -40.214.068 -12.072 V Afwijking Bedrag N/V Lagere kosten van de eenmalige projecten. Het algemeen bestuur heeft in 2016 in totaal een projectbudget van € 79.000 beschikbaar gesteld voor diverse projecten, hiervan is in 2016 € 35.000 besteed. In totaal is er dus € 44.000 minder uitgegeven ten laste van de diverse projectbudgetten. Het bestuur wordt gevraagd om hiervan € 40.000 opnieuw beschikbaar te stellen in 2017 voor organisatieontwikkeling en arbeidshygiëne. -44.000€ V Over het jaar 2016 moeten wij een eindheffing betalen i.v.m. de overschrijding van de vrije ruimte van de werkkostenregeling en het werkelijke vakantiegeld over 2016 is iets hoger dan beschikbaar was in de reserve.

49.000€ V Hogere BDuR uitkering. In 2016 is er vanuit het Rijk een incidentele uitkering ontvangen voor loon- en prijsbijstellingen. -61.000€ V Lagere onttrekking bestemmingsreserve ontwikkelingen VRIJ. Tegenover het voordeel van de lagere projectbesteding staat een lagere onttrekking uit de bestemmingsreserve ontwikkelingen VRIJ. Zie voordeel eenmalige projecten. 44.000€ N Totaal resultaat programma Algemene lasten en dekkingsmiddelen (voordeel) -12.000€ V Per saldo sluit het programma Algemene lasten en dekkingsmiddelen met een positief saldo van € 12.000, dit positieve resultaat wordt veroorzaakt door: N = Nadeel, V = Voordeel Jaarstukken 2016 57 De verschillende teams van Bedrijfsvoering ondersteunen de taken ook voor de GGD IJsselland. Hiervoor is een overeenkomst voor ‘kosten voor gemene rekening’ opgesteld. De verrekening vindt plaats op basis van werkelijk gemaakte kosten tegen de overeengekomen verdeelsleutel (56% VR en 44% GGD). De werkelijke bijdrage GGD aan de gemene rekening over 2016 is € 2.273.656 (begroting 2016 € 2.361.961). Programma kostenplaats N = Nadeel, V = Voordeel Omschrijving Primitieve begroting 2016 Begroting na wijziging 2016 Realisatie 2016 Verschil t.o.v. begroting na wijziging N/V 1. Leiding bedrijfsvoering 60.450 60.450 57.504 -2.946 V 2. Financiën 1.835.850 865.634 803.006 -62.628 V 3. HRM 512.134 442.134 318.786 -123.348 V 4.

ICT 1.149.870 1.052.598 787.777 -264.821 V 5. Facilitaire zaken 4.331.768 3.887.768 4.269.499 381.731 N 6. Bedrijfsvoering (gemene rekening) 3.165.551 3.188.933 3.055.286 -133.647 V 7. Directie 663.087 561.378 481.378 -80.000 V 8. Bestuur, beleid & communicatie 968.325 1.005.402 976.508 -28.894 V 9. Projecten (medewerkers) 880 116.625 112.689 -3.936 V Totaal saldo kostenplaatsen 12.687.915 11.180.922 10.862.434 -318.488 V Totaal saldo baten en lasten 12.687.915 11.180.922 10.862.434 -318.488 V bij: onttrekkingen aan reserves -135.860 0 0 0 af: stortingen in reserves 0 0 0 0 Resultaat 12.552.055 11.180.922 10.862.434 -318.488 V Verrekening o.b.v. fte's Primitieve begroting 2016 Begroting na wijziging 2016 Realisatie 2016 Programma Crisisbeheersing 238.389 212.349 206.305 Programma GHOR 269.431 240.000 233.169 Programma Brandweer 11.801.929 10.512.736 10.213.267 Programma Meldkamer 229.047 204.027 198.220 Programma Bevolkingszorg 13.261 11.812 11.476 Programma Bestuur 0 0 0 Algemene lasten en dekkingsmiddelen 0 0 0 Totaal saldo kostenplaatsen 12.552.057 11.180.923 10.862.437 Jaarstukken 2016 58 1. Leiding bedrijfsvoering Afwijking Bedrag N/V In 2016 is minder gebruik gemaakt van externe inhuur. -3.000€ V Totaal resultaat kostenplaats leiding bedrijfsvoering (voordeel) -3.000€ V 2. Financiën Afwijking Bedrag N/V In 2016 hebben wij minder accountants- en advieskosten gerealiseerd.

-35.000€ V De werkelijke rentekosten 2016 zijn lager uitgevallen dan verwacht in de 2e bestuursrapportage. Vanaf 2017 hebben wij het rentepercentage in de begroting verlaagd naar 2,5% en hiermee structureel een voordeel van € 340.000 ingeboekt. -27.000€ V Totaal resultaat kostenplaats Financiën (voordeel) -62.000€ V 3. HRM Afwijking Bedrag N/V In 2016 minder beroep gedaan op de centrale opleidingsbudgetten. Voor 2017 verwachten we een volledige besteding door Managmentontwikkeling en LOTO- trajecten. -86.000€ V In 2016 minder externe (advies)kosten gerealiseerd, o.a. werving & selectie, advieskosten externen en inhuur derden. -37.000€ V Totaal resultaat kostenplaats HRM (voordeel) -123.000€ V 4. ICT Afwijking Bedrag N/V In 2016 is er minder inhuur derden gerealiseerd. Dit is een structureel beeld. In de begroting 2017 is reeds € 100.000 overgezet naar Facilitair om daar de structurele overschrijding inhuur inkoopexpertise NIC af te dekken. -192.000€ V De kosten Automatisering en Verbindingen blijven structureel achter op de ramingen zoals opgenomen in de vorming Veiligheidsregio Ijsselland. In de begroting 2018 zal het structurele deel worden benut om de structurele overschrijdingen op Huisvestingskosten af te dekken.

-72.000€ V Totaal resultaat kostenplaats ICT (voordeel) -264.000€ V N = Nadeel, V = Voordeel Per saldo sluiten alle kostenplaatsen positief saldo van € 318.000, dit positieve resultaat wordt veroorzaakt door: N = Nadeel, V = Voordeel N = Nadeel, V = Voordeel N = Nadeel, V = Voordeel Jaarstukken 2016 59 5. Facilitaire zaken Afwijking Bedrag N/V In 2016 is€ 150.000 overschrijding gerealiseerd door inhuur inkoopexpertise NIC en doorbelaste ondersteunings-uren huisvesting van diverse gemeenten. Het overige is veroorzaakt door incidentele kosten inventarisatie nieuw toegangssysteem en de adviezen op de komende verbouwing Marsweg te Zwolle. 271.000€ N De kosten dagelijks onderhoud gebouwen en overige huisvestingskosten laten een structurele overschrijding zien. In de begroting 2018 wordt dit structureel opgelost binnen de budgetten van Bedrijfsvoering. 163.000€ N De overige beheerskosten (restaurant, kantoorartikelen, copiers, etc) realiseren in 2016 een geringe overschrijding. Dit wordt in 2017 opgelost door het budget overige beheerskosten uit de Gemene Rekening weer specifiek te maken. In dit budget zit ruimte om de huidige overschrijding te dekken. 25.000€ N In 2016 kon de doorberekening huisvestingskosten Bedrijfsvoering aan de GGD nog als eenmalig voordeel worden ingeboekt. Vanaf 2017 is deze aanrekening structureel meegenomen in de bezuinigingen.

-77.000€ V Totaal resultaat kostenplaats facilitaire zaken (nadeel) 382.000€ N 6. Bedrijfsvoering (gemene rekening) Afwijking Bedrag N/V Binnen de beschikbare formatie is een deel van de flexibele schil niet ingezet. Vanaf 2017 is€ 134.000 (56% voor VRIJ,€ 75.000) structureel meegenomen als efficiencyvoordeel. -113.000€ V Bij de vorming van de Gemene Rekening is ook een nog niet bestemd budget meegenomen. Een deel wordt ingezet voor niet voorziene gemeenschappelijke kosten VRIJ/GGD (bv. facilitaire- en advieskosten). Mogelijk kan ook een deel worden ingezet voor verdere uniformering van het automatiserings- en telefonienetwerk (analyse hiernaar loopt). Verder is deze ruimte gebruikt om een nog openstaande taakstelling binnen Gemene Rekening ( € 59.000) incidenteel te dekken. -108.000€ V Een lagere bijdrage van de GGD doordat 44% van de incidentele onderuitputting voor de GGD is. 88.000€ N Totaal resultaat kostenplaats bedrijfsvoering (gemene rekening) (voordeel) -133.000€ V N = Nadeel, V = Voordeel N = Nadeel, V = Voordeel Jaarstukken 2016 60 Mutaties reserves De exploitatie van Veiligheidsregio IJsselland wordt beïnvloed door stortingen in reserves en door onttrekkingen uit reserves. Het BBV geeft aan dat het resultaat van de exploitatie onderverdeeld moet worden in een saldo baten en lasten (voor bestemming) en in een resultaat.

Het verschil tussen beide is dat in het resultaat de mutaties in de reserves zijn verwerkt. 7. Directie Afwijking Bedrag N/V Binnen de beschikbare formatie is een flexibele schil beschikbaar. Deze formatie is vrij beschikbaar voor projectmatige en/of tijdelijke wensen voor taakinvullingen. Hiervan is een klein deel in 2016 niet benut. -30.000€ V Voor het jaar 2016 was bijna 80.000 euro beschikbaar voor onvoorziene kosten. Een groot deel is ingezet voor de nabetaling van de toelage onregelmatige dienst. Het restant is voor 2016 niet nodig. -30.000€ V Een onderuitputting op de personeelskosten, waarvan een groot deel van de kosten geboekt zijn in de diverse clusters. Het budget wordt verdeeld na de harmonisatie. -20.000€ V Totaal resultaat kostenplaats directie (voordeel) -80.000€ V 8. BBC Afwijking Bedrag N/V De ontwikkelingen op SharePoint lopen achter op planning. -15.000€ V Het OR budget niet volledig benut door einde zittingstermijn in 2016. -14.000€ V Totaal resultaat kostenplaats bestuursondersteuning (voordeel) -29.000€ V 9. Projecten Afwijking Bedrag N/V Dit zijn bovenformatieve medewerkers, die aan diverse projecten binnen de organisatie werken. De dekking vindt plaats via de flexibele schil.

-4.000€ V Totaal resultaat kostenplaats projecten (voordeel) -4.000€ V N = Nadeel, V = Voordeel N = Nadeel, V = Voordeel N = Nadeel, V = Voordeel Jaarstukken 2016 61 Omschrijving Primitieve begroting 2016 Begroting na wijziging 2016 Realisatie 2016 Verschil t.o.v. begroting na wijziging N/V Totaal saldo baten en lasten -288.095 -201.308 -335.328 -134.020 V Mutaties reserves bij: onttrekkingen aan reserves 0 -2.783.917 -2.704.102 79.815 N af: stortingen in reserves 288.095 1.002.725 1.002.725 0 Resultaat 0 -1.982.500 -2.036.705 -54.205 V Afwijking Bedrag N/V Voor de volgende projecten is er een lagere onttrekking uit de reserve geweest, te weten: - Organisatieontwikkeling € 21.487 - Aanpassing website € 8.824 - Arbeidshygiëne € 18.437 - Doorontwikkeling bevolkingszorg € 35.908 En voor de volgende projecten is er een hogere onttrekking uit de reserve geweest, te weten: - Project noodopvang € 4.840 Het bestuur wordt gevraagd om het saldo van organisatieontwikkeling, arbeidshygiëne en doorontwikkeling bevolkingszorg opnieuw beschikbaar te stellen in 2017.

80.000€ N Totaal mutaties in de reserves (voordeel) 80.000€ N Per saldo hebben de mutaties in de reserves een negatief effect op het resultaat in de exploitatie van € 80.000 (nadeel), dit wordt veroorzaakt door: N = Nadeel, V = Voordeel Jaarstukken 2016 62 7 Balans Omschrijving der activa Omschrijving der passiva Vaste activa Vaste passiva Materiële vaste activa 28.529.441 42.874.159 Eigen vermogen 4.486.969 4.151.640 - Investeringen met een economisch nut 28.529.441 42.874.159 - Algemene reserve 1.000.000 335.369 - Bestemmingsreserves 1.450.264 1.782.341 Financiële vaste activa 26.000 42.000 - Het gerealiseerde resultaat volgend uit ovezicht van baten en lasten 2.036.705 2.033.930 - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 26.000 42.000 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 22.532.729 30.920.573 Totaal vaste activa 28.555.441 42.916.159 - Onderhandse leningen van: - Openbare lichamen 10.532.729 23.920.573 Vlottende activa - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen 12.000.000 7.000.000 Totaal vaste passiva 27.019.698 35.072.213 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 2.656.840 2.626.500 - Vorderingen op openbare lichamen 298.888 154.080 Vlottende passiva - Overige vorderingen 226.197 149.459 - Uitzettingen in Rijks schatkist 2.131.755 2.322.961 Netto vlottende schulden met

een rentetypische looptijd korter dan één jaar 2.268.404 10.681.666 Liquide middelen 408.439 100.418 - Overige kasgeldlening 0 8.000.000 - Banksaldi 404.770 97.056 - Overige schulden 2.268.404 2.681.666 - Kassaldi 3.669 3.362 Overlopende passiva 2.961.686 668.198 Overlopende activa 629.068 779.000 - Van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen 1.010.114 0 - Vooruitbetaalde bedragen 538.937 705.209 voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel - Nog te ontvangen voorschotbedragen met een specifiek - Nog te betalen bedragen 1.951.572 668.198 bestedingsdoel (overige Nederlandse overheidslichamen) - Overige nog te ontvangen bedragen 74.131 73.791 Totaal vlottende passiva 5.230.090 11.349.864 Totaal vlottende activa 3.694.347 3.505.918 Totaal generaal 32.249.788 46.422.077 Totaal generaal 32.249.788 46.422.077 Ingediend bij het dagelijks bestuur van Vastgesteld door het algemeen bestuur van Veiligheidsregio IJsselland d.d. 5 april 2017 Veiligheidsregio IJsselland d.d. 21 juni 2017 Dhr. M. Thijssen , Hoofd Bedrijfsvoering Drs. H.J. Meijer , voorzitter Drs. A.H.

Schreuders , secretaris 16.000 BALANS PER 31 DECEMBER 2016 (voor bestemming van het gerealiseerd resultaat) Boekwaarde Boekwaarde Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2016 31-12-2015 31-12-2016 31-12-2015 Jaarstukken 2016 63 7.1 Toelichting op de balans Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarden. Alle in deze jaarrekening verantwoorde bedragen zijn vermeld in hele euro’s. Balans 1.1 Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na ingebruikneming lineair afgeschreven volgens een stelsel afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

1.2 Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 1.3 Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Op basis van verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 1.4 Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. 1.5 Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting. Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum, waarvan de omvang en/of het tijdstip op balansdatum onzeker zijn, doch redelijkerwijs en betrouwbaar zijn te schatten. Voor de afwikkeling van de verplichting is een uitstroom van middelen noodzakelijk. 1.6 Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossing. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Jaarstukken 2016 64 1.7 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Resultaatbepalingsgrondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten.

Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Vaste activa Materiële vaste activa De investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: De boekwaarde van de vervoersmiddelen bestaat voor 144.000 euro uit een investering van brandweerboten.

Veiligheidsregio IJsselland is op balansdatum 31-12-2016 wel economisch eigenaar, maar geen juridisch eigenaar. De laatste betaaltermijn van 36.000 euro wordt namelijk nog betaald in 2017 en vanaf dan wordt Veiligheidsregio IJsselland juridisch eigenaar. Boekwaarde ultimo 31-12-2016 31-12-2015 BEDRIJFSGEBOUWEN 11.943.668€ 23.592.254€ GROND EN TERREINEN 1.108.829€ 2.795.075€ VERVOERSMIDDELEN 9.641.996€ 10.051.037€ MACHINES, APPARATEN EN INSTALLATIES 106.565€ 121.766€ ICT (overige materiële vaste activa) 1.475.642€ 1.827.839€ BRANDVEILIGHEIDSVZ. (overige materiële vaste activa) 4.136.555€ 4.367.451€ OEFENEN (overige materiële vaste activa) 93.793€ 109.530€ JEUGDBRANDWEER (overige materiële vaste activa) 22.393€ 9.208€ 28.529.441€ 42.874.159€ Jaarstukken 2016 65 Het volgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer: In 2016 is er sprake van 12,3 miljoen euro aan desinvesteringen. Dit wordt veroorzaakt door o.a. de verkoop van de kazerne aan de Marsweg te Zwolle (grond en gebouw) en verkoop van een vervoersmiddelen die vervroegd is afgeschreven door hoge reparatiekosten. Onder bijdragen van derden zijn de bijdragen van derden opgenomen die direct gerelateerd zijn aan de investering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/45ddd806-f607-4541-bb07-9ddd76dc0dc4?agendaItemId=d83f72c3-f7dc-473f-ade9-5f189efc1e02