CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Handreiking zonnevelden Overijssel vastgesteld 21-4-20.pdf

Politieke Markt 19 mei 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Concept Regionale Energiestrategie 'Naar een opgewekt West- Overijssel`13.971 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Handreiking zonnevelden Toepassing van de Overijsselse zonneladder en kwaliteitsimpuls zonnevelden 21 april 2020 2 Colofon: Vastgesteld door GS op 21 april 2020 Citaten uit de Omgevingsvisie en -verordening kunnen wijzigen naar aanleiding van behandeling en vaststelling van visie en verordening door de Staten. De versie is zowel op papier als digitaal beschikbaar. Fotografie: Istock.com en provincie Overijssel Redactie: Bart Beukema, Harry Stoffer, Tim de Weerd, Fleur Schilt, Peter de Jong. 3 Vooraf Waarom een nieuwe handreiking 4 Doel en status van de handreiking 4 Leeswijzer 5 Deel 1 Essentie van de toepassing van provinciaal beleid voor zonnevelden: 6 zonneladder, referenties, aanbevelingen en aandachtspunten Deel 2 Toelichting bij de toepassing van provinciaal beleid voor zonnevelden 12 2.1 Hoofdlijnen van beleid 12 2.2 Zonneladder Overijssel: toepassen van de voorkeursvolgorde 14 2.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 20 2.4 Passendheid in of bijdragend aan het landschap: 28 ontwerpprincipes voor ruimtelijke kwaliteit 2.5 Beperken en compenseren van de effecten op landschap 40 en ecologie door te investeren in ruimtelijke kwaliteit 2.6 Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie 50 van maatschappelijke meerwaarde Bijlage 1: 59 provinciale verordening artikel 2.1.8 Kwaliteitsimpuls zonnevelden Bijlage 2: 61 informatieve sites over participatie en proces

Inhoudsopgave 4 Vooraf Waarom een nieuwe handreiking Bij de ontwikkeling van duurzame energie in de groene omgeving komen verschillende beleidsdoelen van de provincie samen. Provinciaal ruimtelijk beleid geeft mede richting aan de ontwikkeling van duurzame energie met een goede landschappelijke inpassing en maatschappelijke betrokkenheid. Deze handreiking richt zich daarbij specifiek op zonnevelden in de groene ruimte. In de provinciale omgevingsverordening zijn daarvoor regels opgenomen. De afgelopen jaren is het aantal projecten voor zonnevelden snel gegroeid. Praktijkervaringen, ervaringen met en evaluatie van toepassing van de oude handreiking, scherper geformuleerd rijksbeleid en nieuwe kennis geven aanleiding de handreiking uit 2017 te vervangen. In de nieuwe handreiking is, conform het coalitieakkoord, een striktere toepassing van de zonneladder opgenomen. Met deze nieuwe handreiking worden de provinciale regels in de verordening niet gewijzigd. Wel wordt eenvoudiger en eenduidiger verwoord hoe de regels in de provinciale Omgevingsverordening toegepast kunnen worden, waaronder de striktere toepassing van de zonneladder. De regels uit de verordening zijn verplicht, de toepassing is maatwerk. Deze handreiking ondersteunt dat maatwerk.

Doel en status van de handreiking De handreiking is een hulpmiddel voor initiatiefnemers, omwonenden van een zonneveld en voor gemeenten om hen te ondersteunen bij de ruimtelijke afweging voor zonnevelden, bij het ontwerp van een kwalitatief goed zonneveld en bij het gesprek over het realiseren van voldoende en passende kwaliteit. De handreiking is gebaseerd op de regels voor ruimtelijke ontwikkeling en in het bijzonder voor zonnevelden in de provinciale Omgevingsverordening. Onderdelen uit de toelichting bij artikel 2.1.8 van de verordening worden voorzien van uitleg, specificatie van de zonneladder, ontwerpprincipes, maatgevende referenties, inspiratie met goede voorbeelden en aandachtspunten bij de uitvoering. De handreiking bevat geen eigenstandige dwingende bepalingen. De handreiking is daarmee niet vrijblijvend en geeft scherpte aan de toepassing van de verordening. Referenties geven bijvoorbeeld maat aan de kwaliteitsinvestering bij een zonneveld: niet als dwingende norm, wel als vertrekpunt voor maatwerk. Met deze handreiking vervalt de handreiking uit 2017. Voorbeeldprojecten op www.buitenkansenoverijssel.nl De komende jaren zullen veel nieuwe projecten met zonnevelden worden gerealiseerd. Projecten die met de toepassing van deze handreiking nieuwe goede praktijkvoorbeelden genereren.

Bestaande en nieuwe projecten die als voorbeeld kunnen dienen worden gepubliceerd op www.buitenkansenoverijssel.nl. Ook uw project kunt u aandragen voor publicatie op de site. 5 Leeswijzer De handreiking is opgebouwd in twee delen. Deel 1 bevat de essentie van het beleid voor (de kwaliteitsimpuls) zonnevelden samengevat. Het hoofdstuk gaat in op de zonneladder en de vier principes van het provinciaal kwaliteitsbeleid: • Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik • Inpassen in of bijdragen aan het landschap • Beperken en compenseren van de effecten op landschap en ecologie • Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde Met de zonneladder geeft de provincie haar voorkeursvolgorde voor locaties voor zonne-energie installaties. Alle typen locaties en opstellingen zijn nodig om de energieopgave te realiseren, waarbij zoveel mogelijk stedelijk gebied (waaronder daken), erven en stads- en dorpsranden worden benut om het beslag op agrarische grond zo beperkt mogelijk te houden. Zonnevelden in het landelijk gebied zijn bij voorkeur onderdeel van gebiedsontwikkelingen of krijgen een multifunctionele invulling met andere opgaven in de groene ruimte. Deel 2 bevat een toelichting op en achtergrondinformatie bij het beleid, zoals opgenomen in deel 1.

De toepassing is maatwerk en met streefbeelden, maatgevende referenties, ontwerpprincipes, indicaties, inspiratie en goede raad wordt dit maatwerk ondersteund. Drie vragen bij zonnevelden: of, waar en hoe OF: Zijn zonnevelden nodig? Realisatie van zonnevelden, ook in de groene omgeving, is noodzakelijk om de doelen voor opwek van hernieuwbare energie te halen. WAAR: Waar deze opwek plaats vindt, de verdeling van de benodigde capaciteit, wordt bepaald aan de hand van de Zonneladder. HOE: Hoe zonnevelden in de groene omgeving gerealiseerd worden, is vastgelegd in de Kwaliteitsimpuls zonnevelden. Deze handreiking ondersteunt het toepassen van provinciaal beleid, bestaande uit de zonneladder en kwaliteitsimpuls. Deze worden hieronder toegelicht. De provinciale verordening is vertrekpunt voor deze handreiking Artikel 2.1.8 van de provinciale Omgevingsverordening verplicht de toepassing Kwaliteitsimpuls zonnevelden, waaronder de zonneladder. Deel 1: Essentie van de toepassing van provinciaal beleid voor zonnevelden: zonneladder, referenties, aanbevelingen en aandachtspunten De toelichting bij artikel 2.1.8 constateert: "Installaties voor de opwekking van zonne-energie zijn onmisbaar om de provinciale doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare energie te halen.

Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik willen wij zonnepanelen en andere vormen van opwekking van zonne-energie zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur met bebouwing. Daarom is de eerste trede van onze zonneladder dat zonnepanelen in principe geplaatst worden op gronden die bebouwd zijn (dus op daken) of bebouwd kunnen worden (zoals braakliggende bedrijventerreinen)." 7 De zonneladder: zuinige en zorgvuldige verdeling in het ruimtegebruik De zonneladder geeft de voorkeursvolgorde aan bij de verdeling van de opwekopgave voor zonne-energie. Naar aanleiding van ervaringen de afgelopen jaren en het coalitieakkoord is de zonneladder scherper en specifieker gemaakt, wat een striktere toepassing mogelijk maakt. Gemeenten passen de zonneladder toe bij hun ruimtelijke afwegingen. De Overijsselse zonneladder en aanpak kent drie treden. Een multifunctionele invulling van een zonneveld in de groene ruimte is uitgangspunt (trede 1 'Stimuleren' en 2 'Combineren'). Pas als gemeente en initiatiefnemer hebben verkend en gemotiveerd dat trede 1 en 2 niet mogelijk zijn, dan komen monofunctionele zonnevelden (trede 3) aan de orde. Goede landbouwgronden worden daarbij ontzien. Zonne-erf en zon op agrarische daken Klein zonneveld in de dorpsrand Bijvoorbeeld een zonnecarport Op bedrijfsdaken Zon op agrarisch bouwvlak en/of op dak Op daken in woonwijken 1.

Stimuleren van: • productie van zonne-energie op daken in bebouwd gebied: woningen, bedrijven, agrarische gebouwen, etc. • Gebruik van te bebouwen gebieden of bruikbare restruimte: ongebruikte gronden, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en geluidswallen. • Kleine, goed ingepaste velden op agrarische erven (tot ca. 2 ha). • Kleine, goed ingepaste zonnevelden van lokale initiatieven in stads- en dorpsranden (tot ca. 2 ha). 8 2. Combineren met: • Gebiedsopgaven in stads- en dorpsranden en in de groene omgeving zoals klimaatmaatregelen (waterberging en tegengaan bodemdaling), extensivering van landbouw, herstel landschap en biodiversiteit, etc. Door verschillende opgaven onder, tussen en rond de panelen te realiseren wordt de ruimte multifunctioneel gebruikt. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. • Gebiedsontwikkeling in de groene omgeving, waarbij zonnevelden aansluiten op andere gebiedsontwikkelingen of een energielandschap vormen. Door opgaven met elkaar te verbinden wordt het mogelijk lokale maatschappelijke en sociale doelen te incorporeren in de gebiedsontwikkeling. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water.

Meekoppelen Meerwaarde landschap Meedoen extensiveren landbouw inspelen op klimaatverandering maak randen met kwaliteit aansluitend bij de gebiedskenmerken opwekking duurzame energie natuur- en waterkwaliteit lusten en lasten eerlijk verdelen 2 1 5 5 5 5 6 4 3 Voorbeelden van combinatie met andere functies: 1. Het herstellen van de oude groenstructuur met nieuwe groenelementen en kruidenrijke zomen en de aanleg van een wandelpad. 2. Landbouwgronden transformeren naar natuur t.b.v. een ecologische verbinding. 3. Een extensievere opstelling maakt natuurontwikkeling of waterberging tussen en onder panelen mogelijk. 4. Bomenweide of pluktuin aan de weg geeft direct aanwonenden van het zonneveld een royale inpassing met kwaliteit. 5. De initiatiefnemer ondersteunt zonnepanelen op daken als sociaal-maatschappelijke meerwaarde. 6. Het buurthuis krijgt middelen van de initiatiefnemers om meer te organiseren voor de gemeenschap. 9 maak randen met kwaliteit aansluitend bij de gebiedskenmerken lusten en lasten eerlijk verdelen mono-functionele opwekking duurzame energie 3. Limiteren van: • Monofunctionele zonnevelden op agrarische grond of op water, primair gericht op produceren van duurzame energie. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water.

Omdat meervoudig ruimtegebruik ontbreekt, wordt dit gecompenseerd met investeringen in maatschappelijke opgaven buiten het project. Bij locatiekeuzes worden goede landbouwgronden ontzien. 10 In de Omgevingsverordening Overijssel is, voor de groene omgeving, de Kwaliteitsimpuls Zonnevelden opgenomen. Dit beleid geeft ruimte om zonnevelden te ontwikkelen op daarvoor geschikte locaties. Onder de voorwaarde dat daarmee tevens kwaliteit wordt gerealiseerd. Het gaat daarbij om ruimtelijke kwaliteit, sociale kwaliteit en duurzaamheid. Toepassing is aan de orde als projecten in het landelijk gebied worden gerealiseerd. De kwaliteitsimpuls Zonnevelden is gebaseerd op vier principes uit het provinciaal ruimtelijk beleid: • Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik • Passendheid in of bijdragend aan het landschap • Beperken en compenseren van de effecten op landschap en ecologie • Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde De regels uit de verordening zijn verplicht en de principes moeten toegepast worden. De toepassing zelf is maatwerk. Deze handreiking ondersteunt dat maatwerk. De principes in de praktijk: referenties, aanbevelingen en aandachtspunten Gemeenten passen de vier principes toe bij het opstellen van ruimtelijk beleid voor zonnevelden.

Ze zien er op toe dat initiatieven in voldoende mate invulling geven aan de principes en maken afspraken met initiatiefnemers over realisatie van kwaliteit en tijdelijkheid. Gemeenten, maar ook initiatiefnemers en omwonenden, kunnen daarbij gebruik maken van onderstaande referenties, aanbevelingen en aandachtspunten. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Toepassing van het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik in de groene omgeving betekent dat: • Gemeenten ruimtelijk beleid voeren voor zonnevelden en daarbij de provinciale zonneladder (of een eigen afgeleide daarvan) toepassen. • Gemeenten aan initiatiefnemers aangeven welke maatschappelijke opgaven die mogelijkheden bieden voor meervoudig ruimtegebruik relevant zijn in en nabij het plangebied. • Initiatiefnemers actief zoeken naar locaties met en mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik van de zonneveldlocatie. • Gemeente en initiatiefnemer kunnen hun keuze motiveren wanneer afgeweken wordt van de voorkeur voor een multifunctionele invulling van het veld. Afwijken is alleen mogelijk als er geen andere locatie voorhanden is en combinaties niet mogelijk zijn. Goede landbouwgrond wordt daarbij ontzien. • Gemeenten afspraken maken met de initiatiefnemer over de tijdelijkheid en over het verwijderen van de installatie na het aflopen van de termijn.

11 Passendheid in of bijdragend aan het landschap Toepassing van het principe van passendheid in of bijdragend aan het landschap vraagt van de initiatiefnemer dat in het ontwerp van het veld aandacht is voor: • Een veld dat qua schaal past bij de plek en bijdraagt aan gebiedsspecifieke kwaliteiten en opgaven. • Een kwalitatief goede en bij de locatie passende omranding van het veld, waarmee de aansluiting op de directe omgeving vorm krijgt. • Een kwalitatief goede en bij de locatie passende inrichting van het zonneveld, met zorg voor belevingskwaliteit, meervoudig ruimtegebruik, bodemkwaliteit, waterkwaliteit (m.n. bij drijvende velden) en recyclebaarheid van installaties. Beperken en compenseren van de effecten op landschap en ecologie Als maatgevende referenties, waaraan initiatieven gespiegeld kunnen worden, gelden de volgende streefbeelden: • Voor grote velden in het landelijk gebied, de treden 2 ‘Combineren’ en 3 ‘Limiteren’, in de provinciale Zonneladder, is de referentie 80-20. 80% van het plangebied bestaat uit het zonnepanelenveld, 20% uit ruimte voor inpassing en compensatie van verlies aan ecologische en landschappelijke waarden. Maatwerk en lokale omstandigheden kunnen leiden tot een andere verhouding. • Kleine velden op erven en in stads- en dorpsraden (tot ca.

2 ha), onderdeel van trede 1 ‘Stimuleren’ van de provinciale Zonneladder, passen over het algemeen goed binnen bestaande landschappelijke structuren en hebben dus een kleinere impact op de omgeving dan grote velden. Voor deze kleine velden is een zorgvuldige inpassing gewenst en is de 80-20 referentie niet van toepassing. • Om de bodemkwaliteit te behouden zijn toetreding van lucht, licht en water essentieel. De laatst beschikbare kennis duidt op een verhouding van 2/3 - 1/3 als goede maat: 2/3 bedekking met panelen en 1/3 van de grond tussen de rijen panelen vrij houden. Voor panelen op water is behoud van waterkwaliteit, waaronder ecologie en beleving essentieel. De laatst beschikbare kennis duidt op een waterdekking van maximaal 50% als referentie voor een goede kwaliteit. Nieuwe kennis en maatwerk in de toepassing kan leiden tot een andere verhouding. Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde Bij de toepassing van het principe van evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde verwachten we van initiatiefnemers dat zij: • Vroegtijdig in gesprek gaan met omwonenden en belanghebbenden. • Met omwonenden en zo nodig de gemeente afspraken maken over de bijdrage aan maatschappelijke opgaven en doelen.

12 Deel 2 bevat een toelichting op de hoofdlijnen van het provinciaal beleid en de toepassing ervan voor projecten voor opwekking van zonne-energie. Toelichtingen bij de zonneladder en de principes die ten grondslag liggen aan de Kwaliteitsimpuls zonnevelden gaan waar mogelijk vergezeld van referenties en praktijkvoorbeelden. 2.1 Hoofdlijnen van beleid Driedubbele opgave: duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit Bij realisatie van zonnevelden komen de drie rode draden uit de Omgevingsvisie samen: verduurzaming van de energieproductie, op een wijze die ruimtelijke kwaliteit behoud en versterkt, met een grote betrokkenheid van bewoners en gebruikers. Het beleid voor Zonnevelden rust daarmee op drie pijlers: • Overijssel levert haar bijdrage aan de uitvoering van het Klimaatakkoord en realiseert de komende jaren haar energiedoelen. Het vergroten van het aandeel duurzame energie uit bronnen als zon, wind, biomassa en ondergrond is hier onderdeel van en wordt ondersteunt met het programma Nieuwe Energie Overijssel. www.nieuweenergieoverijssel.nl • Zoals voor alle opgaven in Overijssel geldt het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en vindt realisatie plaats met behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Elk project en elk initiatief, groot of klein, draagt bij aan de versterking van de kwaliteit van onze leefomgeving.

• De evenwichtige verdeling van lusten en lasten bij zonneveldprojecten draagt bij aan sociale kwaliteit. Het actief betrekken van bewoners en ‘gebruikers’ bij de uitvoering van ruimtelijke opgaven in hun leefomgeving is uitgangspunt. Dit versterkt de betrokkenheid en het gevoel van eigenaarschap. Bewoners en gebruikers krijgen op deze manier meer invloed op de eigen leefomgeving. Ofwel: een zonneveld op de goede plek met toegevoegde waarde voor mens en omgeving. Of-waar-hoe Bij ruimtelijke afwegingen staan altijd 3 vragen centraal: • de ‘OF’-vraag: zijn er geen wettelijke belemmeringen en is er een noodzaak en aantoonbare behoefte voor zonnevelden in het landelijk gebied? • de ‘WAAR’-vraag: waar en onder welke condities is een zonneveld in de groene omgeving inpasbaar? Niet elke locatie is geschikt voor iedere omvang. Landschappelijke karakteristieken, aanwezige functies of beschermde soorten kunnen bijvoorbeeld lokaal grenzen stellen aan de plek, invulling en de omvang. Locaties waar combinatie van functies mogelijk is, hebben de voorkeur boven monofunctioneel gebruik van de ruimte.

• de ‘HOE’-vraag: als een zonneveld acceptabel is in het landelijk gebied en de locatie is geschikt, hoe en in welke mate vindt dan inpassing, meervoudig ruimtegebruik, compensatie en creatie van maatschappelijke meerwaarde plaats? Daarnaast zal de natuurtoets of andere sectorale regelgeving effect hebben op de invulling van veld en omgeving. Deel 2: Toelichting bij de toepassing van provinciaal beleid voor zonnevelden 13 Of: zonnevelden zijn onmisbaar Zonnevelden zijn nodig om ambities van provincie en gemeenten voor de opwekking van hernieuwbare energie te realiseren. Daarmee is de ‘of-vraag’ positief beantwoord. In Regionale Energie Strategieën (RES) werken overheden de doelen van het Klimaatakkoord uit in concrete voorstellen. Daarin wordt op regionale schaal en lokale schaal overwogen welke verhouding tussen zon-op- daken, zonnevelden en windenergie verantwoord is. Daartoe wordt een integrale afweging gemaakt op basis van vier criteria: energieproductie, ruimtelijke kwaliteit, maatschappelijke acceptatie en maatschappelijke kostenefficiency. Uit die afweging blijkt hoeveel, waar en onder welke voorwaarden zonnevelden nodig en mogelijk zijn. De uitkomst van de RES-sen wordt vervolgens in de Omgevingsvisie verwerkt en leidt dan mogelijk tot aanpassing van deze handreiking. Waar: toepassen van de Zonneladder De ‘waar’-vraag wordt beantwoord aan de hand van de Zonneladder.

De zonneladder geeft invulling aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Deze handreiking gaat dieper in op deze Zonneladder. De locatiekeuze zelf is een ruimtelijke afweging en wordt niet alleen bepaald door de zonneladder. Soms zijn functies of aanwezige kwaliteiten lastig te combineren met zonnepanelen. De nabijheid van een weidevogelgebied of hoge natuurwaarden op de locatie kunnen realisatie in de weg staan. Natuurwetgeving vraagt een eigenstandige afweging en vergunningverlening, naast de ruimtelijke afweging op basis van het ruimtelijk beleid voor zonnevelden in deze handreiking. Hoe: toepassen van de principes van de Kwaliteitsimpuls Zonnevelden De ‘hoe’-vraag wordt beantwoord door toepassing van de Kwaliteitsimpuls Zonnevelden zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Overijssel (zie bijlage 1) en de vier principes uit het provinciaal ruimtelijk beleid die daarbij aan de orde zijn: 1. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 2. Passendheid in of bijdragend aan het landschap 3. Beperken en compenseren van de effecten op landschap en ecologie 4. Evenwichtige verdeling van lusten en lasten door realisatie van maatschappelijke meerwaarde In de volgende paragrafen worden Zonneladder en de principes toegelicht.

woonomgeving economie en vestigingsklimaat natuurlijke vooraden (binnen)-steden en landschap mobiliteit regionaal waterbeheer veiligheid en gezondheid energie ondergrond laag van de beleving centrale beleidsambities rode draden: duurzaamheid, sociale kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit of waar hoe generieke beleidskeuzes ontwikkelingsperspectieven gebiedskenmerken stedelijke laag laag van de agrarische cultuurlandschappen natuurlijke laag Met het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel kun je bepalen of, waar en hoe een otnwikkeling mogelijk is 14 2.2 Zonneladder Overijssel: toepassen van de voorkeursvolgorde Alle treden nodig, met een voorkeur in volgorde In deel 1 zijn de drie treden van de Zonneladder uitgelegd. Duidelijk is dat alle drie de categorieën nodig zijn om de energieambities waar te maken, waarbij een goede ruimtelijke ordening essentieel is. De zonneladder geeft een voorkeursvolgorde aan en deze is niet volgtijdelijk. De intentie van de zonneladder is om zowel op daken als in het vrije veld zonnepanelen mogelijk te maken. Waarbij de voorkeur en stimulans ligt op het zoveel mogelijk benutten van daken, bouwvlakken, bedrijfsterreinen, infrastructurele voorzieningen, erven en lokale initiatieven met kleine velden in stads- en dorpsranden.

Ook met een stevige inzet op deze locaties worden de klimaatdoelen niet gehaald en zijn velden in het agrarisch gebied onvermijdelijk. Bij deze velden in het agrarisch gebied gaat de voorkeur en inzet uit naar projecten met meerwaarde. Meerwaarde die ontstaat door het gelijktijdig realiseren van andere opgaven: met functiecombinaties (lees: meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld waterberging onder zonnepanelen) en met gebiedsontwikkeling. In laatste instantie zijn monofunctionele velden op agrarische grond acceptabel, als sluitstuk voor het realiseren van de energiedoelen en goede landbouwgrond wordt daarbij ontzien. Het opwekken van zonne-energie op daken, bedrijventerreinen en braakliggende gronden Kleine, goed ingepaste zonnevelden van lokale initiatieven in stads- en dorpsranden Trede 1. Stimuleren van: De toelichting bij art. 2.1.8 van de provinciale verordening voor Zonnevelden zegt hierover: "Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik willen wij zonnepanelen en andere vormen van opwekking van zonne-energie zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur met bebouwing.

Daarom is de eerste trede van onze zonneladder dat zonnepanelen in principe geplaatst worden op gronden die bebouwd zijn (dus op daken) of bebouwd kunnen worden (zoals braakliggende bedrijventerreinen)." 15 De Overijsselse Zonneladder De Overijsselse zonneladder en aanpak kent drie treden. Een multifunctionele invulling van een zonneveld in de groene ruimte is uitgangspunt (trede 1 'Stimuleren' en 2 'Combineren'). Pas als gemeente en initiatiefnemer hebben verkend en gemotiveerd dat trede 1 en 2 niet mogelijk zijn, dan komen monofunctionele zonnevelden (trede 3) aan de orde. Goede landbouwgrond wordt daarbij ontzien. Trede 1. Stimuleren van: • Productie van zonne-energie op daken in bebouwd gebied: woningen, bedrijven, agrarische gebouwen, etc. • Gebruik van te bebouwen gebieden of bruikbare restruimte: ongebruikte gronden, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en geluidswallen. • Kleine, goed ingepaste velden op agrarische erven (tot ca. 2 ha). • Kleine, goed ingepaste zonnevelden van lokale initiatieven in stads- en dorpsranden (tot ca. 2 ha). Trede 2. Combineren met: • Gebiedsopgaven in stads- en dorpsranden en in de groene omgeving zoals klimaat- maatregelen (waterberging en tegengaan bodemdaling), extensivering van landbouw, herstel landschap en biodiversiteit, etc.

Door verschillende opgaven onder, tussen en rond de panelen te realiseren wordt de ruimte multifunctioneel gebruikt. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. • Gebiedsontwikkeling in de groene omgeving, waarbij zonnevelden aansluiten op andere gebiedsontwikkelingen of een energielandschap vormen. Door opgaven met elkaar te verbinden wordt het mogelijk lokale maatschappelijke en sociale doelen te incorporeren in de gebiedsontwikkeling. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. Trede 3. Limiteren van: • Monofunctionele zonnevelden op agrarische grond of op water, primair gericht op produceren van duurzame energie. Dit op basis van de 80-20 referentie: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. Omdat meervoudig ruimtegebruik ontbreekt, wordt dit gecompenseerd met investeringen in maatschappelijke opgaven buiten het project. Bij locatiekeuzes worden goede landbouwgronden ontzien. Limiteren van monofunctionele zonnevelden op agrarische grond, primair gericht op produceren van duurzame energie Combineren van verschillend ruimtegebruik tussen en onder zonnepanelen Trede 2. Combineren met: Trede 3.

Limiteren van: 16 Zonneladder Overijssel zonne-erf en zon op agrarische daken In de groene ruimte, goed ingepast, aansluitend aan stads- en dorpsrand (tot ca. 2ha) In de groene ruimte, goed ingepast aansluitend aan agrarisch bouwblok (tot ca. 2ha) klein zonneveld in de dorpsrand Stimuleren bijvoorbeeld een zonnecarport op bedrijfsdakenop daken in woonwijken Stockfoto ID:621473266 Stockfoto ID:1036088506

17 Limiteren Meekoppelen Meerwaarde landschap Meedoen extensiveren landbouw inspelen op klimaat- verandering maak randen met kwaliteit aansluitend bij de gebiedskenmerken natuur- en waterkwaliteit lusten en lasten eerlijk verdelen lusten en lasten eerlijk verdelen Combineren Gebiedsontwikkeling op basis van de 80-20 referentie: • Energielandschappen • Samen met andere opgaven in de groene ruimte en stadsranden mono-functionele opwekking duurzame energie maak randen met kwaliteit aansluitend bij de gebiedskenmerken Op agrarische grond op basis van de 80-20 referentie: Realiseren ruimtelijke kwaliteit en bijdragen maatschappelijke doelen in ruime(re) omgeving 18 Een zonneveld in bestaand natuurgebied is in de praktijk niet of nauwelijks mogelijk. Voor het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN) gelden regels uit de verordening, gericht op behoud van de bestaande en te ontwikkelen natuurkwaliteiten. Formeel zijn zonnevelden in het NNN niet uitgesloten, maar praktisch lijkt het slecht voorstelbaar dat zonnepanelen daar actief aan bijdragen. Omdat de verordening niet wijzigt, verandert er met deze herziene handreiking ook niets aan realisatiemogelijkheden binnen het NNN. Ook buiten het NNN kan sprake zijn van hoge natuurwaarde. Sommige natuur is gekoppeld aan agrarisch gebied, zoals het leefgebied van weidevogels en akkervogels.

Indien zulke natuurwaarden aanwezig zijn, kan de wet Natuurbescherming realisatie in de weg staan of aan voorwaarden binden. Natuurwetgeving vraagt een eigenstandige afweging en vergunningverlening, naast de ruimtelijke afweging op basis van het ruimtelijk beleid voor zonnevelden uit deze handreiking. Goede argumenten voor de voorkeursvolgorde Rijk, IPO en VNG hebben afspraken gemaakt om – vooruitlopend op de totstandkoming van de regionale energiestrategieën - vergunningaanvragen voor nieuwe zonneparken op natuur- en landbouwgronden te beoordelen. De voorkeursvolgorde van het rijk, of een vergelijkbaar door decentrale overheden vastgesteld afwegingskader is daarvoor leidend. In lijn met de voorkeursvolgorde van het rijk heeft Overijssel haar ladder geformuleerd. Opwekken van zonne- energie is niet specifiek gebonden aan het landelijk gebied. Aanvullend op projecten in stedelijk gebied en op daken zijn zonnevelden in het landelijk gebied echter nodig om energiedoelen te halen. Bouw van zonnevelden betekent vaak dat agrarisch gebruik van de grond beperkt of onmogelijk wordt. Dat vraagt om een actieve keuze voor de meest geschikte locaties. Waarbij alle effecten beoordeeld moeten worden. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is uitgangspunt. Een multifunctionele invulling van een zonneveld in de groene ruimte en behoud van goede landbouwgrond zijn onderdeel van dit uitgangspunt.

Afwijken hiervan vraagt van gemeente en initiatiefnemer een adequate motivatie. En met functiecombinaties ontstaat er meerwaarde voor andere opgaven in het landelijk gebied en in stads- en dorpsranden. Niet het initiatief staat centraal, maar de vraag of het de meest geschikte locatie is. Realisatie is daarmee niet vanzelfsprekend en initiatieven kunnen niet altijd gehonoreerd worden. Stedelijk gebied, erven en kleine projecten in stads- en dorpsrand hebben de voorkeur. Met deze voorkeursvolgorde wordt tevens verrommeling voorkomen en is aansluiting op het energienet mogelijk. Stimuleren en ondersteunen van de voorkeursvolgorde Naast toepassen van ruimtelijk beleid ondersteunt provincie Overijssel projecten op de treden 1 en 2 met geld, kennis, personele inzet en samenwerking(sovereenkomsten). Met Programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) en een gebiedsgerichte aanpak, samenwerking en gebiedsontwikkeling worden treden 1 en 2 gestimuleerd. 19 Het programma NEO stimuleert met name zon op bedrijfsdaken. NEO ondersteunt bedrijven om hun dak vol te leggen met zonnepanelen. Bedrijven worden ontzorgd in het proces, ook financieel. Aanvullend daarop ondersteunen en financieren lokale initiatieven en Energiefonds Overijssel zowel zon op dak als zon op land.

Toepassing van de zonneladder: houd rekening met het bestaande en streef naar meerwaarde In feite zijn er geen ongebruikte locaties in Overijssel, overal wordt de ruimte gebruikt en beleefd. Bij het gebruik van de ladder is het van belang het bestaande gebruik en de daarmee verbonden kwaliteit in oogschouw te nemen. Dit is nodig om tot een goede afweging en goede compensatie van kwaliteit te komen. De wet Natuurbescherming kan bijvoorbeeld nadere eisen stellen. Ook al aan- wezig (mede-)gebruik kan leiden tot verminderde geschiktheid of aanvullende inrichtingsmaatregelen. Voormalige stortplaatsen kunnen recreatief in gebruik zijn, zandwinlocaties kennen vaak recreatief medegebruik en tijdelijke waterber- ging wordt vaak al gecombineerd met natuur en landbouw. Anderzijds kunnen zonnevelden bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Functiecombinaties creëren mogelijkheden voor extensiever en ander grondgebruik. En daarmee bijvoorbeeld ruimte voor recreatief medegebruik en bijdragen aan herstel van ecologische waarden en het landschap. Zoals de ontwikkeling van groene gebruiksruimte aan de rand van dorp of stad. Beleid van gemeenten Gemeenten stellen ruimtelijk beleid op voor zonnevelden. Zij stellen vast of, waar en hoeveel ruimte in het landelijk gebied nodig is om de opwekking van voldoende duurzame energie te halen.

Dit als aanvulling op geschikte locaties in bebouwd of te bebouwen gebied. De kaders uit de omgevingsverordening Overijssel, waaronder de bescherming van gebieden en soorten, betrekken gemeenten er bij. Opstellen van gemeentelijk beleid vraagt: 1. Een analyse van de potentie voor opwekking van hernieuwbare elektriciteit; 2. rekening houden met de hoeveelheid ruimte die nodig is voor andere functies (natuur, landbouw, wonen, etc); 3. analyse van de reële beschikbare ruimte in bebouwd gebied en de resterende opgave die in de groene omgeving landt; 4. in het licht van de genoemde analyses vraagt dit ook een overweging welk aandeel van de hernieuwbare elektriciteit met zonnepanelen opgewekt wordt en welk deel met windturbines; 5. richtlijnen voor inpassing van de resterende opgave zonnevelden in de groene omgeving. Dit begint met een analyse van aanwezige kwaliteit van natuur en landschap, (locaties van) andere opgaven en combineerbaarheid. 20 2.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is erop gericht de juiste functies op de juiste plaats met de juiste kwaliteit tot ontwikkeling te laten komen. Dit is één van de ontwerpprincipes die is opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en in de Omgevingsvisie Overijssel. Met de zonneladder, zoals verwoord in de vorige paragraaf, en de kwaliteitsimpuls zonnevelden is dit concreet gemaakt.

Steeds zal een nieuwe ontwikkeling gepaard moeten gaan met versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Zuinig ruimtegebruik betekent ook meervoudig ruimtegebruik waar dat mogelijk is. Daarmee kunnen zonnevelden positief bijdragen aan andere opgaven in de groene omgeving. Een bijzondere voorwaarde voor zonnevelden is de tijdelijkheid. Om terugkeer naar oorspronkelijk gebruik mogelijk te maken is er ten slotte in deze paragraaf aandacht voor een gezonde bodem. Toepassen van het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Toepassing van het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik in de groene omgeving betekent voor zonnevelden dat: • Gemeenten ruimtelijk beleid voeren voor zonnevelden en daarbij de provinciale zonneladder (of een eigen afgeleide daarvan) toepassen. • Gemeenten aan initiatiefnemers aangeven welke maatschappelijke opgaven die mogelijkheden bieden voor meervoudig ruimtegebruik relevant zijn in en nabij het plangebied. • Initiatiefnemers actief zoeken naar locaties met en mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik van de zonneveldlocatie. • Gemeente en initiatiefnemer hun keuze motiveren wanneer afgeweken wordt van de voorkeur voor een multifunctionele invulling van het veld. Afwijken is alleen mogelijk als er geen andere locatie voorhanden is en combinaties niet mogelijk zijn. Goede landbouwgrond wordt daarbij ontzien.

• Gemeenten afspraken maken met de initiatiefnemer over de tijdelijkheid en over het verwijderen van de installatie na het aflopen van de termijn. Op de zonneladder is ingegaan in de vorige paragraaf. Meervoudig ruimtegebruik waar mogelijk (tredes 'Stimuleren' en 'Combineren') Zuinig en zorgvuldig omgaan met de ruimte betekent dat ruimte zoveel mogelijk meervoudig wordt gebruikt. Hierop is trede 2 van de provinciale Zonneladder gebaseerd. Tekst toelichting bij de verordening: "Installaties voor de opwekking van zonne-energie zijn onmisbaar om de provinciale doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare energie te halen. Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik willen wij zonnepanelen en andere vormen van opwekking van zonne-energie zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur met bebouwing." 21 Parkeerterreinen, bedrijventerreinen en industriegebieden met zonnedaken Bufferzone rond hoogveennatuur met extensief zonneveld Bron: energielandschappen Overijssel, H+N+S Landschapsarchitecten Opdrachtgever: provincie Overijssel 22 Een groot aantal maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied vraagt de komende jaren ruimte, zoals de transitie naar kringlooplandbouw, klimaatmaatregelen, biodiversiteit en productie van duurzame energie. De ruimte is beperkt, dus het zoveel mogelijk combineren van functies is noodzakelijk.

Onder, tussen en rond zonnepanelen is altijd ruimte ‘over’. Deze ruimte dient zoveel mogelijk nuttig gebruikt te worden. Nuttig betekent dat meerdere maatschappelijke opgaven worden bediend, naast de energieopgave. Zonnevelden kunnen een positieve bijdrage leveren aan realisatie van andere opgaven. Een deel van die opgaven in het landelijk gebied is aan een locatie of gebied gebonden. Waterberging is bijvoorbeeld alleen zinvol op lagergelegen plaatsen of in beekdalen. Realisatie van groenblauwe dooradering (netwerk van watergangen en landschapselementen) volgt de landschappelijke structuur en ecologische verbindingen vergroten leefgebieden van specifieke soorten. Zonnevelden worden bij voorkeur en waar mogelijk gecombineerd met deze locatie- of gebiedsgebonden opgaven. Voor opgaven die niet specifiek gebonden zijn aan een locatie zijn er in principe altijd mogelijkheden om die te combineren met zonnevelden. Verbetering van biodiversiteit, koolstofvastlegging in organische stof of een schakel in een circulair landbouwbedrijf zijn daar voorbeelden van. Daarnaast kan het zinvol zijn lokale of regionale wensen te combineren met zonnevelden, zoals recreatieve gebieden, zorgfuncties of stadslandbouw.

Bij de plaatsing van een zonneveld op of aansluitend aan het erf is meervoudig ruimtegebruik soms mogelijk in combinatie met sloop van ongebruikte gebouwen, bijvoorbeeld bij het beëindigen van een agrarisch bedrijf. Zonneveld De Herfte heeft een ‘landelijke’ uitstraling Rondleiding op zonneveld De HerfteNatuur- en landgoedontwikkeling aansluitend aan zonneveld De Herfte De Herfte, een koppeling van zonnepanelen, horeca en inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt

23 Een combinatie met natuurontwikkeling onder de panelen Een impressie van een zonneveld in combinatie met waterberging Een impressie van een zonneveld in combinatie met tuinbouw Een impressie van een zonneveld in combinatie tuinbouw Het opwekken van zonne-energie eerst zoveel mogelijk op daken, bedrijventerreinen en braakliggende gronden Maaien of begrazen kan op zo’n manier dat het ook andere doelen dient. Voor het combineren van functies is vaak een bijzondere vorm van langjarig beheer nodig. Bij de combinatie met biodiversiteit vraagt dat bewuste keuzes in en continuïteit van maai- en/of begrazingsbeheer gericht op optimale condities voor flora en fauna. Ook bijvoorbeeld een goed functionerende waterberging vraagt expliciete keuzes in en uitvoering van beheersmaatregelen. 24 Integrale gebiedsontwikkeling waar daarvoor kansen zijn: trede 'Combineren' Integrale gebiedsontwikkeling is een proces waarbij een gebied als geheel wordt ontworpen en ontwikkeld en waarbij alle functies worden betrokken in de afweging. Hierbij is een zonneveld één van de functies die een plek kan krijgen in het gebiedsontwerp. Dit biedt veelal betere mogelijkheden voor ruimtelijke inpassing en compensatie van waarden, dan bij het individueel ontwikkelen van meerdere zonnevelden in een gebied.

Het aanwenden van revenuen uit zonnevelden voor andere maatschappelijke doelen, leidt vaak tot groter maatschappelijk draagvlak. Daarbij is het belangrijk dat betrokkenen participeren in het plan- of ontwerpproces. Het doel is een duidelijke meerwaarde (inclusief een betere ruimtelijke kwaliteit) te creëren voor het gebied als geheel. Monofunctionele velden als sluitstuk: trede 'Limiteren' Als laatste trede van de zonneladder is een gelimiteerde hoeveelheid monofunctionele velden op agrarische grond acceptabel, als sluitstuk voor het realiseren van de energiedoelen. Voor toepassing van de derde trede dienen gemeente en initiatiefnemer aan te tonen dat een multifunctionele invulling of een betere locatiekeuze niet mogelijk is. Goede landbouwgrond wordt daarbij ontzien. Maatschappelijke meerwaarde door meervoudig ruimtegebruik (artikel 2.1.8, lid 3a) ontbreekt hier binnen de projectlocatie. Invulling hiervan door de initiatiefnemer vindt buiten het project plaats met investeringen in andere maatschappelijke opgaven. Hiermee zal per saldo de investering in inpassing, compensatie en maatschappelijke opgaven meestal groter zijn dat bij een multifunctionele invulling op en rond het veld zelf (trede 1 en 2), waar investeringen in maatschappelijke opgaven binnen het project plaats vinden.

Adviezen bij toepassing • Initiatiefnemers zoeken actief naar locaties met en mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik van de zonneveldlocatie. • Initiatiefnemers kunnen participeren in gebiedsontwikkelingen of daar zelf het initiatief toe te nemen. • Gemeenten analyseren welke andere opgaven in de groene omgeving spelen en mogelijk te combineren zijn met zonnevelden. Initiatiefnemers worden hierover geïnformeerd door de gemeente. • Voor toepassing van de derde trede dienen gemeente en initiatiefnemer aan te tonen dat een multifunctionele invulling of een betere locatiekeuze niet mogelijk is. Goede landbouwgrond wordt daarbij ontzien. Aanleg van recreatieve infrastructuur als integraal onderdeel binnen de planvorming van een zonneveld

25 Tijdelijke opstelling Zonnevelden in de groene omgeving zijn tijdelijk met een maximum van 25 jaar. Zonnevelden in de groene omgeving zijn naar verwachting een tijdelijke oplossing voor het energievraagstuk. Dit gezien technologische ontwikkeling en innovaties, zoals mogelijke integratie in bouwmaterialen. Op termijn voorzien mogelijk andere energiebronnen in de energievraag. Het gaat dus om tijdelijk gebruik van de grond. Realisatie van zonnevelden in de groene omgeving is daarom altijd tijdelijk en gebonden aan een termijn van maximaal 25 jaar. Binnen die termijn is exploitatie mogelijk. En na 25 jaar is er zo een heroverwegingsmoment, waarop de noodzaak en wenselijkheid van continuering afgewogen wordt. Adviezen bij toepassing De bestaande bestemming van het panelenveld blijft gehandhaafd, zodat het oorspronkelijk grondgebruik na verwijdering van de panelen mogelijk blijft. Het zonneveld is een tijdelijke functie. Uitgangspunt is dat de landschappelijke en natuurlijke elementen die als inpassing en/of ter compensatie met het zonneveld worden gerealiseerd ook tijdelijk zijn. Het heeft de voorkeur zoveel mogelijk te streven naar permanente elementen. Zie hiervoor paragraaf 2.5. Gemeenten maken afspraken met de initiatiefnemer over de tijdelijkheid en over het verwijderen van de panelen en installaties na afloop van de termijn.

Initiatiefnemers worden geadviseerd hiervoor een beëindigingsplan op te stellen dat rekening houdt met recyclebaarheid van de panelen. En zo nodig daarvoor een financiële reserve op te bouwen. Combineren van zonnevelden met lokale wensen zoals zorgfuncties of stadslandbouw en verbeteren bestaande natuurwaarden Stockfoto ID:1150502006 Tekst toelichting bij de verordening: "Wij bieden de mogelijkheid om in de Groene Omgeving tijdelijke zelfstandige opstellingen van zonnepanelen te realiseren. Het gaat daarbij om opstellingen van zonnepanelen voor een periode van niet meer dan 25 jaar op een wijze die omkeerbaar is en waarbij de oorspronkelijke bestemming gehandhaafd blijft." 26 natuur- en waterkwaliteit 5 4 2 Voorbeeld van een grootschalig zonneveld in het veenontginningslandschap Het veenontginningsandschap wordt gekenmerkt door een rationele verkaveling met lange, rechte wegen en vaarten. De boerderijen liggen langs de wegen en vaarten met daarachter open weilanden en akkers. Het grootschalige zonneveld ligt op afstand van woningen en wegen in het open gebied en voegt zich in de verkavelingsstructuur. De inpassing bestaat uit brede watergangen met natuuroevers en ruige natuurstroken. Hier liggen kansen voor combinaties met vastleggen CO2, versterken natuur- en waterkwaliteit, extensiveren van de omliggende landbouw en maatschappelijke meerwaarde.

Voorbeelden van combinatie met andere functies: 1. Aanleggen forse natuuroevers aan weerskanten van de waterloop middendoor de polder als onderdeel van een natuurverbinding. Rondom het park worden ook natuuroevers aangelegd. 2. Zonnevelden in combinatie met omschakeling naar nieuwe circulaire landbouwbedrijven rondom het zonneveld. 3. Landbouwgronden en de percelen onder het zonneveld worden extensiever gebruikt, waterstanden kunnen omhoog. Veenoxidatie en bodemdaling worden afgeremd. 4. Een extensievere opstelling van panelen maakt natuur-ontwikkeling tussen en onder panelen mogelijk. 5. Eerlijke verdeling lusten en lasten door: participeren in eigendom, energielevering, rendement en medegebruik. Bijdragen in gemeenschappelijke voorzieningen zoals een buurthuis. Ondersteunen van energieopwekking op daken in het dorp en omgeving. 6. De sponswerking en het bergend vermogen van deze polder wordt vergroot en dragen zo substantieel bij aan klimaatmitigatie. Meedoen Inspelen op klimaatverandering Klimaatadaptatie vraagt ruimte voor tijdelijke berging, vasthouden en infiltratie van regenwater. Deze ruimte kan onder panelen en in omliggende sloten gevonden worden. Het vastgehouden water kan in droge perioden gebruikt worden. Opwekking duurzame energie combineren • Multifunctioneel ruimtegebruik is het uitgangspunt bij de inrichting van het veld.

Verken met overheden, omwonenden, organisaties en omliggende bedrijven welke opgaven en wensen er spelen die in potentie gecombineerd kunnen worden met een zonneveld. • Sluit aan op bestaande gebiedsopgaven, denk groter dan het veld, maar in structuren. • Of bouw met energieprojecten aan een nieuw energielandschap. Natuur- en waterkwaliteit • Zonnevelden kunnen leefgebied zijn voor plattelandsvogels en andere dieren die elders achteruit gaan. Richt het gebied zo in dat er habitats ontstaan voor bij het gebied passende soorten. En pas het beheer daarop aan. • Zonnevelden kunnen een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Creëer een habitat die als verbinding kan dienen, zoals een groenblauw netwerk. • Zonnevelden die aansluiten op een natuurgebied kunnen de biodiversiteit en hydrologie ervan ondersteunen. • Onderzoek samen met het waterschap of er een ‘wateropgave’ is in het gebied waaraan een bijdrage geleverd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan het vasthouden van water bij droogte of in natte tijden overtollig water opslaan op terrein of langs de randen van (extra brede) watergangen.

lusten en lasten eerlijk verdelen Illustratie van meervoudig ruimtegebruik 27 Meekoppelen hoger waterpeil voor behoud veenbodems en vasthouden CO2 extensiveren landbouw 1 1 6 1 1 1 4 3 32 2 2 Meerwaarde landschap Meedoen CO2 CO2 Behoud veenbodems (vasthouden CO2, tegengaan bodemdaling) Zonnevelden kunnen veenbodems beschermen wanneer de grondwaterstand wordt verhoogd en goed bodembeheer draagt bij aan koolstofvastlegging. Ook met bosaanleg in combinatie met zonnevelden wordt koolstof voor een langere periode vastgelegd. Kringlooplandbouw Zonnevelden kunnen financieel bijdragen aan de transitie van landbouwbedrijven. Dit ondersteunt de omslag naar extensiveren grondgebruik, winning van eigen ruwvoer, het sluiten van kringlopen binnen bedrijven en verbetering van biodiversiteit. inspelen op klimaat- verandering maak randen met kwaliteit aansluitend bij de gebiedskenmerken Belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden gelden als randvoorwaarde en geven richting aan ontwikkelingen of kunnen benut worden als inspiratie voor ontwerp en inpassing van een zonneveld. 28 Nieuwe functies zijn in de groene omgeving mogelijk mits ze passend zijn in of bijdragen aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Dit principe geldt voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, ook voor zonnevelden.

Omdat iedere plek zijn eigen kwaliteiten en identiteit heeft, is hier maatwerk noodzakelijk. Met een goed ontwerp wordt aangesloten op gebiedskarakteristieken en de directe omgeving van het veld. De kenmerken en kwaliteiten van de landschappen in Overijssel zijn beschreven in de Catalogus gebiedskenmerken van de Omgevingsvisie Overijssel. Belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden gelden als randvoorwaarde voor ontwikkeling. Andere gebiedskenmerken geven richting aan ontwikkelingen of kunnen benut worden als inspiratie voor ontwerp en inpassing van een zonneveld. Voor een goede ruimtelijke inpassing en compensatie, zoals de Kwaliteitsimpuls zonnevelden vraagt, zijn drie schaalniveaus van belang: het landschap, de directe omgeving en het zonneveld zelf. Een goed gekozen zonneveld past in de schaal van het landschap en is fraai ingepast in de directe omgeving. De opstelling van panelen en ontwerp en inrichting van het veld past in de groene omgeving. De ontwerpprincipes worden, o.a. met ontwerpoplossingen, toegelicht op de drie schaalniveaus. Bij ieder plan dient aandacht te zijn voor deze 3 schalen en principes, om er met maatwerk een eigen invulling aan te geven.

2.4 Passendheid in of bijdragend aan het landschap: ontwerpprincipes voor ruimtelijke kwaliteit 29 Een goede ruimtelijke inpassing vraagt aandacht op drie schaalniveaus Toepassen van het principe van passendheid in of bijdragend aan het landschap Toepassing van het principe van passendheid in of bijdragend aan het landschap vraagt van de initiatiefnemer dat in het ontwerp van het veld aandacht is voor: • Een veld dat qua schaal (grootte) past bij de plek en bijdraagt aan gebiedsspecifieke kwaliteiten en opgaven. • Een kwalitatief goede en bij de locatie passende omranding van het veld, waarmee de aansluiting op de directe omgeving vorm krijgt. • Een kwalitatief goede en bij de locatie passende inrichting van het zonneveld, met zorg voor belevingskwaliteit, meervoudig ruimtegebruik, bodemkwaliteit, waterkwaliteit (m.n. bij drijvende velden) en recyclebaarheid van installaties. In deze paragraaf staan ontwerpprincipes die bijdragen aan een goede ruimtelijke inpassing van een zonneveld en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving centraal. De ontwerpstudies en praktijkvoorbeelden zijn geen voorschriften, ze zijn inspiratie en advies om tot een goed en bij de plek passend ontwerp te komen.

30 Het kleinschalige, besloten oude hoeven- en essenlandschap bestaat uit een afwisseling van esgehuchten met zwermen boerderijen, esdorpen op de rand van het beekdal, essen met akkercomplexen op de dekzand koppen en hooilanden in de beekdalen. Dit kleinschalige landschap leent zich beter voor kleinere zonnevelden (nabij kernen) die zich voegen binnen de bestaande landschapsstructuren dan grotere, meer autonome zonnevelden. Schaalniveau 1: Het omringende landschap: aansluiten op de karakteristieken van het gebied De ontwerpopgave is realisatie van een veld dat qua schaal past bij de plek en bijdraagt aan gebiedsspecifieke kwaliteiten en opgaven. Ontwerpprincipes De catalogus gebiedskenmerken beschrijft de ruimtelijke kwaliteiten van Overijssel die van waarde zijn. In de catalogus worden karakteristieken, zoals de maat van het landschap, structuren en patronen beschreven. Op het landschapsniveau is het relevant om de omvang van een zonneveld af te stemmen op de maat en schaal van het landschap. Het gaat daarbij om het vinden van het optimum op basis van het principe van ‘schaal bij schaal’. Dit komt erop neer dat een klein zonneveld bij een kleinschalig landschap past, terwijl in een grootschalig landschap ook een groter zonneveld mogelijk is. Ook de compenserende maatregelen dienen de in de catalogus beschreven ruimtelijke kwaliteit te versterken.

Uitzondering op de regel is de realisatie van een nieuw energielandschap. Bij een grootschalig energielandschap is er geen sprake van inpassing in het bestaande landschap, maar transformatie van het landschap. De transformatie vraagt een goede ruimtelijke onderbouwing. Daarbij kan de keuze gemaakt worden om een nieuwe landschap met nieuwe kwaliteiten te ontwerpen of aan te sluiten bij karakteristieken uit een verder verleden (bijvoorbeeld het landschap van 1000 jaar geleden). Advies bij de toepassing Initiatiefnemers zorgen voor een ontwerp dat qua schaal past bij de plek en bijdraagt aan gebiedsspecifieke kwaliteiten en opgaven. Dit vraagt om een gedegen analyse en afweging. 31 Het jonge heide- en broekontginningslandschap bestaat uit een orthogonale verkaveling, rechte lanen en opgaande beplanting rondom de erven. Dit geometrische landschap leent zich voor zowel kleine als grotere zonnevelden die binnen de rechtlijnige verkaveling en karakter van het landschap worden ingepast. De lintdorpen in het veenontginningslandschap worden gekenmerkt door een afwisseling van bebouwing en doorzichten naar het achter liggende grootschalige open landschap. Passend bij het rationele en sterk geometrische karakter van dit landschap kan bij voldoende afstand tot de linten een groter zonneveld ingepast worden als een logische en zelfstandige plek.

32 Voorbeeld van een klein zonneveld achter het boerderijenlint Achter een lint in een jonge heide- of veen- ontginning wordt een kleiner zonneveld ingepast. Eén van de karakteristieken van dit lint is de afwisseling tussen de beslotenheid van het lint ter hoogte van erven, de verkaveling en beplanting haaks op de weg en de open stukken met zicht tussen de erven door naar het achterliggende land. • Het zonneveld sluit aan bij de kavelrichting en de schaal van het landschap. De vorm is helder en eenvoudig. • Beschouw de zonnevelden als logische voortzetting van de erven aan het lint, of als achterzijde van het erf. • Houd de zichten van het lint naar het landschap open. Achter de linten in de laagveenontginningen kunnen wat kleinere zonnevelden ingepast worden (aansluitend op de kavels). De velden vormen een vanzelfsprekende verlenging van het lint naar achteren, het land in, net als de boerenerven naar achteren zijn gegroeid. • neem afstand van het lint • aanleggen extra waterberging en natuuroever • initiatiefnemer realiseert zon op dak als tegemoetkoming aan de zonneladder 2 4 2 2 4 4 2 3 1 1 1 33 • extensieve opstelling maakt natuurontwikkeling onder panelen mogelijk • integreer trafo’s in het ontwerp, in lijn met panelen • gebruik landschapseigen elementen voor het maken van rand met kwaliteit 3 1 1.

herstellen oude groenstructuur met nieuwe groenelementen en kruidenrijke zomen 2. aanleggen extra waterberging en brede natuuroevers 3. extensievere opstelling maakt natuurontwikkeling onder panelen mogelijk 4. initiatiefnemer realiseert zon op dak als tegemoetkoming aan de zonneladder 34 Schaalniveau 2: Inpassing in de omgeving De ontwerpopgave is realisatie van een kwalitatief goede en bij de locatie passende omranding van het veld, waarmee de aansluiting op de directe omgeving vorm krijgt. Ontwerpprincipes Op het niveau van de directe omgeving is het belangrijk dat het zonneveld zich in de aanwezige ruimtelijke structuur voegt. Een zonneveld mag geen vreemd element zijn en bij de keuze van de locatie van een zonneveld dient dus rekening te worden gehouden met de omgeving, zodat het project past bij de plek. Volg de oriëntatie van het gebied, bijvoorbeeld de verkavelingsrichting of de richting van kanalen en hoofdwegen. Kies voor gebiedseigen beplanting en maak goede overgangen tussen zonneveld en omliggende gronden. Dit draagt bij aan een goede verbinding met de omgeving. Vooral de rand (hek, haag of sloot) van het zonneveld is bepalend voor de beleving. De aansluiting op een open landbouwperceel vraagt om een andere rand dan de overgang naar een woonbuurt. In alle gevallen gaat het om het vinden van een invulling die meerwaarde voor die plek oplevert.

Het betrekken van direct omwonenden en lokale belangenorganisaties is hierbij waardevol. Met name bij zonnevelden die aansluiten op een dorpsomgeving is het belangrijk om een groene rand te maken die het aanzicht vormt en betekenis aan de plek geeft. De impact van een zonneveld dient te worden gecompenseerd met maatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit vindt bij voorkeur plaats in de directe omgeving. Denk daarbij aan het toevoegen van natuur, landschapselementen, water of herstel van cultuurhistorie. In randen van stad of dorp kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan recreatieve voorzieningen. Advies bij de toepassing Initiatiefnemers zorgen voor een kwalitatief goede en bij de locatie passende omranding van het zonneveld, waarmee de aansluiting op de directe omgeving vorm krijgt. Afhankelijk van de impact op de omgeving worden compenserende natuur- of landschapselementen toegevoegd. In randen van stad of dorp kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan recreatieve voorzieningen hout- of boswal als nieuwe groene lijnelementen in het landschap en bestaat uit een zoom, mantel en kern van voldoende breedte zuid noord een ruime rand met esthetische, natuur- en gebruikswaarde tussen dorp en zonneveld 35 Een kleinschalig zonneveld in de nabijheid van een dorp kan gezien worden als een nieuwe dorpsfunctie vergelijkbaar met een begraafplaats, voetbalveld of moestuinen.

Een groene rand met bijvoorbeeld een bomenrij, haag of houtwal zijn daarbij relevant. • Hout- of boswal als nieuwe groene lijnelementen in het landschap, bestaan uit zoom, mantel en kern van voldoende breedte. • Plant zodanig dat een eventueel hek uit het zicht komt. • Maak alleen een houtwal of singel rondom wanneer dit de bestaande groenstructuur en/of het landschapstype versterkt. Gebruik gebiedseigen beplantingen en soorten bij landschappelijke inpassing. • Realiseer de kwaliteitsimpuls door aanleg/herstel van natuur, landschapselementen (singels, houtwal), water en recreatieve voorzieningen in de omgeving. • Reserveer ruimte voor het maken van kwalitatief goede randen: een bij de omgeving passende, eenduidige, groene rand. hek op ca. 4m oever met extra ruimte voor water (berging) en natuur en bestaat uit een natte vooroever, een flauw talud en een droog deel 36 Een watergang als erfafscheiding indien mogelijk met een natuurvriendelijke oever Een groter zonneveld vraagt om voldoende ruimte tot de bebouwing. Deze ruimte kan bijvoorbeeld ingericht worden als boomgaard of dorpsweide. De overgang naar het open agrarische landschap vraagt om een rand zonder opgaande beplanting. Denk daarbij aan een bloemrijke akkerrand of een watergang met natuurvriendelijke oevers. • Maak ecologische oevers en zoek naar combinaties met waterberging in verbrede oevers.

• Houd voldoende vrije ruimte i.v.m. beheer van de beplanting, eventuele watergang en het zonneveld. • In open landschappen is het vanuit ruimtelijke kwaliteit wenselijk om geen hekwerken te plaatsen. In die gevallen kan een landschap- pelijke afscheiding een oplossing bieden. Denk bijvoorbeeld aan een watergang van voldoende breedte en diepte. brede bloemen- en kruidenrijke natuurstrook rondom met ruimte voor een wandelpad, gestrooide bomen of poelen 37 Bloemrijke, groene rand rondomNieuwe ommetjes voor bewoners Bedrijven hebben vaak een grote energievraag, waarin een zonneveld mogelijk kan voorzien. Daarnaast sluiten zonnevelden wat betreft uitstraling en schaal aan op bedrijventerreinen. Een combinatie ligt voor de hand, maar zorg voor een goede inpassing in het landschap, bijvoorbeeld door een brede groenstrook. Maak heldere randen en strakke rechte lijnen 38 Hekwerk met landelijke uitstraling heeft de voorkeur Schaalniveau 3: Het zonneveld zelf Doel is realisatie van een kwalitatief goede en bij de locatie passende inrichting van het zonneveld, met zorg voor belevingskwaliteit, meervoudig ruimtegebruik, bodemkwaliteit en recyclebaarheid van installaties. Ontwerpprincipes Plaatsing en vormgeving van veldopstellingen met panelen hebben een grote invloed op de beleving. Dit vraagt om zorgvuldige keuzes in oriëntatie (zuid of oost-west), ontwerp, opstelling en uitvoering.

Voor het zonneveld zelf zijn eventuele hekwerken, de hoogte en oriëntatie van de panelen, maar ook de ordening en vormgeving van de constructies, transformatorgebouwtjes en verdeelstations relevant. In grootschalige, open landschappen is vooral de hoogte van de zonnepanelen bepalend voor het aanzicht van het zonneveld. Op korte afstand van een zonneveld zijn vooral de randen en het hekwerk beeldbepalend. Hekwerken met een landelijke uitstraling hebben de voorkeur. Meervoudig ruimtegebruik stelt specifieke eisen aan de inrichting en het beheer van het zonneveld en aan de ruimte tussen de panelen. Eenvoudig te verwijderen en herbruikbare of recyclebare installaties hebben de voorkeur omdat ze na uiterlijk 25 jaar verwijderd moeten worden. De referentie voor een grondbedekking met panelen als basis voor een gezonde bodem is: 2/3 zonnepanelen en 1/3 onbedekte bodem. Dit zorgt voor een regelmatige verdeling van licht, lucht en water op het zonneveld. En is in de toekomst terugkeer naar agrarisch gebruik mogelijk. Paragraaf 2.5 gaat hier dieper op in. Advies bij de toepassing Initiatiefnemers zorgen voor een kwalitatief goede en bij de locatie passende inrichting van het zonneveld, met zorg voor belevingskwaliteit, meervoudig ruimtegebruik, bodemkwaliteit en recyclebaarheid van installaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/8781023d-3ad3-411b-8c5a-35a3ad8cf598?agendaItemId=8ec6d3b5-98cc-44ef-8a3b-442101d51977