CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 toelichting, regels en bijlagen.pdf

Politieke Markt 17 mei 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 - RAADSVOORSTEL46.582 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 5.6.1, 5.6.2 en/of 5.6.4 genoemde nevenactiviteiten tezamen; d. de totale oppervlakte, inclusief terras, die wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten mag maximaal 100 m² bedragen; e. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; f. minimaal één bewoner werkzaam is in het horecabedrijf, die tevens de bewoner van de woning is; g. er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; h. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; i. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. de milieusituatie; 3. het woon- en leefklimaat; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.6.4 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.5.1 onder h, ten behoeve van een bed en breakfast, met dien verstande dat: a.

er maximaal 10 slaapplaatsen per bouwperceel worden toegestaan, ten behoeve van een gelijktijdig nachtverblijf van maximaal 10 personen; 265 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 b. de slaapplaatsen moeten worden gerealiseerd in het hoofdgebouw (de woning); c. maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw voor bed- en breakfastactiviteiten mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 5.6.1, 5.6.2 en/of 5.6.3 genoemde nevenactiviteiten tezamen; d. uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; e. de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling; f. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. de milieusituatie; 3. het woon- en leefklimaat; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.6.5 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg in vrijstaande bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.5.1 onder k, ten behoeve van mantelzorg in de woning of in bestaande vrijstaande bijgebouwen, met dien verstande dat: a. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de woning en/of bestaande bijgebouwen in totaal maximaal 75 m² bedraagt, met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijgebouwen niet meer mag bedragen dan het bepaalde in artikel 5.2.3; b. de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; c. specifiek voor mantelzorg in bestaande vrijstaande bijgebouwen de volgende regels gelden: 1. het vrijstaande bijgebouw dient binnen een afstand van 25,00 meter van de woning te zijn gesitueerd en een ruimtelijke eenheid te vormen met de woning; 2. realisatie van de afhankelijke woonruimte binnen de woning inclusief de aangebouwde bijgebouwen niet mogelijk is; 3. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de verkeersveiligheid; het woon- en leefklimaat; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.6.6 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van woningsplitsing Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.5.1 onder f, ten behoeve van splitsing van bestaande woningen, met dien verstande dat: a.

de te splitsen woning een inhoud heeft van minimaal 800 m³; b. de woningen na splitsing elk afzonderlijk een inhoud hebben van minimaal 350 m³; c. de splitsing vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; d. de verschijningsvorm van karakteristieke bebouwing niet mag worden aangetast; e. de inhoud en oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet mag worden vergroot; f. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 266 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 5.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.7.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Wonen' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het wijzigen van de bodemstructuur, het ontginnen, bodemverlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem met meer dan 0,20 m; b. het verwijderen, vellen en/of rooien van karakteristieke beplanting; c.

het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging van de aanwezige houtopstanden; d. het dempen van oppervlaktewater; e. het vergraven van oevers; f. het verleggen van watergangen; g. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kades en aanlegplaatsen. 5.7.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 5.7.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 5.7.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.7.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 5.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 5.7.4 Advies Alvorens de vergunning te verlenen, wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij het bevoegde waterschapsgezag.

5.7.5 Voorwaarde Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.7.1 wordt slechts verleend onder de voorwaarde dat ter compensatie van gekapte bomen herplanting plaatsvindt, tenzij hier op grond van een schriftelijk advies van de Monumentencommissie van kan worden afgezien. 267 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 268 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Artikel 6 Wonen - Buitengebied 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; b. een verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren en hiermee naar aard en omvang en effect op de omgeving vergelijkbare activiteiten, uitsluitend binnen de bestaande bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; met daaraan ondergeschikt: c. tuinen, erven en groenvoorzieningen; d. ontsluitings- en parkeervoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a.

woningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; b. de daarbij behorende bijgebouwen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen'; c. bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de in artikel 6.1 genoemde bestemming, zowel binnen als buiten de aanduidingen 'bouwvlak' en 'bijgebouwen'; d. een verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren en hiermee naar aard en omvang en effect op de omgeving vergelijkbare activiteiten, uitsluitend binnen de bestaande bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', met inachtneming van het bepaalde in lid 6.2.3 sub f en lid 6.4.4; met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.2.2 tot en met 6.2.4. 6.2.2 Woningen Voor het bouwen van de woningen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan; b. de voorgevels van de woning worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens of evenwijdig aan de voorgevelrooilijn van de bestaande bebouwing; c. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte gemeten vanaf de bouwvlakgrens niet meer dan 1,00 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; d.

ter plaatse van de aanduiding 'minimale goothoogte (m), maximale goothoogte (m)' bedraagt de goothoogte minimaal respectievelijk maximaal de aangeduide hoogte; e. de bouwhoogte bedraagt minimaal 7,50 meter en maximaal 7,50 meter, met dien verstande dat indien de bouwhoogte van een bestaande, legaal gebouwde woning hoger is dan de hiervoor bedoelde maximale bouwhoogte, die hoogte als maximum geldt; f. gebouwen zullen met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° worden afgedekt; g. de inhoud van een woning bedraagt maximaal 600 m³, dan wel maximaal de bestaande inhoud indien 269 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 deze groter is. 6.2.3 Bijgebouwen behorende bij de woning Voor het bouwen van bijgebouwen behorende bij de woning gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen, met uitzondering van carports, mag maximaal 550 m2 bedragen; b. de grond ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' wordt voor maximaal 60% bebouwd; c. bijgebouwen worden met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt; d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,50 meter; e. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw, dan wel de bestaande bouwhoogte; f.

een verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren en hiermee naar aard en omvang en effect op de omgeving vergelijkbare activiteiten is uitsluitend binnen de bestaande bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' toegestaan, met dien verstande dat het totale gebruik van bijgebouwen ten behoeve van het verkoop- en reparatiebedrijf maximaal 250 m2 bedraagt. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. een carport wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van carports maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van carports maximaal 20 m² bedraagt; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en vlaggenmasten; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 6,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen.

6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning en het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.1 sub a ten behoeve van het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak en/of artikel 6.2.2 sub g ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak alleen betrekking heeft op de uitbreiding van een woning binnen het bouwvlak; c. de inhoud van de woning maximaal 750 m³ mag bedragen; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de landschappelijke en/of archeologische waarden van de gronden; 5. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 6.3.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van grotere oppervlakte na sanering bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.3 onder a en b ten behoeve van een grotere bebouwde oppervlakte van bijgebouwen behorende bij een woning, met dien verstande dat: a.

er sprake dient te zijn van sloop van bijgebouwen, waarbij geldt dat maximaal 100% van de gesloopte oppervlakte aan bijgebouwen mag worden teruggebouwd; b. na sanering het perceel voor niet meer dan 60% is bebouwd; 270 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 c. de grotere oppervlakte aan bijgebouwen bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. de landschappelijke e en/of archeologische waarden van de gronden; 6. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 6.3.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van een grotere oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.3 sub a ten behoeve van een grotere bebouwde oppervlakte van bijgebouwen behorende bij een woning, tot een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2 per bouwperceel, met dien verstande dat: a. het bouwperceel voor maximaal 50% wordt bebouwd; b. de bijgebouwen vrijstaand worden uitgevoerd; c. de goothoogte van de bijgebouwen maximaal 3,50 meter bedraagt en de bouwhoogte maximaal 80% van de bouwhoogte van de woning; d.

de bijgebouwen passen in het stedenbouwkundige beeld waarbij geldt dat clustering en concentratie van de bijgebouwen op het bouwperceel de voorkeur heeft; e. landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden worden niet onevenredig aangetast. 6.3.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van vergroten van de goothoogte van de woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.2 sub d ten behoeve van het vergroten van de goothoogte van de woning, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. de goothoogte van de woning maximaal 5,50 meter bedraagt; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 4. de landschappelijke waarden van de gronden; 5. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 6.3.5 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het verlagen van de dakhelling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder f en 6.2.3 onder c ten behoeve van het verlagen van de dakhelling van een gebouw tot 0°, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd; b.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 3. de landschappelijke waarden van de gronden. 6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen en van al dan niet afgedankte wagens en/of voer- en vaartuigen van derden, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik; b. buitenopslag; 271 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 c. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 6.4.2 en 6.4.3; d. woningsplitsing; e. vrijstaande bijgebouwen als logiesruimte; f. gebouwen voor recreatieve bewoning, waaronder bed & breakfast; g. detailhandel, met uitzondering van 6.4.2 onder h, 6.4.3 onder i en 6.4.4 onder i; h. horeca; i. een verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren en hiermee naar aard en omvang en effect op de omgeving vergelijkbare activiteiten, anders dan bedoeld in 6.4.4; j. mantelzorg in de woning en/of in de bijgebouwen.

6.4.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden bedrijf, zoals opgenomen in het overzicht in Bijlage 2, is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of de daarbij behorende bijgebouwen; b. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.4.3, 6.4.4 en 6.5 genoemde nevenactiviteiten tezamen; c. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; d. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; e. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; f. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h.

er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt; i. buitenopslag en buitenactiviteiten zijn niet toegestaan; j. er mag geen sprake zijn van een onevenredig verkeersaantrekkende werking 6.4.3 Aan huis verbonden bedrijven Een aan huis verbonden bedrijf, zoals opgenomen in het overzicht in Bijlage 2, is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b. de bestaande bouwmogelijkheden mogen niet worden verruimd; c. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.4.2, 6.4.4 en 6.5 genoemde nevenactiviteiten tezamen; d. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; e. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; f. het onbebouwde gedeelte van het perceel mag niet worden gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; g.

er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; h. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; i. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf 272 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt; j. bij een aan huis verbonden bedrijf mag geen buitenopslag en mogen geen buitenactiviteiten plaatsvinden. 6.4.4 Verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren Een verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. het verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren wordt uitsluitend uitgeoefend in de bestaande bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', met dien verstande dat het totale gebruik van bijgebouwen ten behoeve van het verkoop- en reparatiebedrijf maximaal 250 m2 bedraagt; b. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; c. de werkzaamheden worden uitsluitend uitgeoefend door bewoner van de woning; d.

het onbebouwde gedeelte van het perceel mag niet worden gebruikt voor het verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren, met uitzondering van parkeren; e. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; f. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; g. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt; h. bij het verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren mag geen buitenopslag en mogen geen buitenactiviteiten plaatsvinden. 6.5 Afwijken van de gebruiksregels 6.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van complementaire daghoreca Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor complementaire daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b.

de voor bezoekers toegankelijke ruimten alleen zijn toegestaan op de begane grond van de woning of in een bijgebouw; c. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; d. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4, 6.5.2, 6.5.3 en/of 6.5.5 genoemde nevenactiviteiten tezamen; e. de totale oppervlakte, inclusief terras, die wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten mag maximaal 100 m² bedragen; f. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; g. minimaal één bewoner werkzaam is in het horecabedrijf; h. er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; i. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; j. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. de milieusituatie; 3. het woon- en leefklimaat; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; k.

indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4 en 6.5 worden 273 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 6.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van detailhandel, kunstnijverheid en/of atelier Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, kunstnijverheid en/of atelier als ondergeschikte activiteit, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. de ondergeschikte detailhandel uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; c. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte mag worden gebruikt als verkoopruimte en productieruimte, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4, 6.5.1, 6.5.3 en/of 6.5.5 genoemde nevenactiviteiten tezamen; d. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; e. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; f.

de oppervlakte van productiegebonden detailhandel maximaal 10% van het brutovloeroppervlak, tot een maximum van 150 m² mag bedragen; g. etalages niet zijn toegestaan; h. verkoopruimten zijn enkel toegestaan op de begane grond; i. er ten hoogste één gevelreclame-uiting is toegestaan tot een maximum van 20 x 30 centimeter; j. verkoop van producten met veiligheidsrisico's niet zijn toegestaan; k. vrachtverkeer ten behoeve van bevoorrading niet is toegestaan; l. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; m. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; n. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4 en 6.5 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 6.5.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van verblijfsrecreatie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van verblijfsrecreatie, zoals in de vorm van logiesverstrekking of bed en breakfast, met dien verstande dat: a.

een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. er maximaal 10 slaapplaatsen per bouwperceel worden toegestaan, ten behoeve van een gelijktijdig nachtverblijf van maximaal 10 personen; c. de woning waarin de verblijfsrecreatieve voorzieningen worden gerealiseerd, is bewoond door de hoofdbewoner, op het moment dat nachtverblijf wordt verstrekt; d. maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw voor bed- en breakfastactiviteiten mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4, 6.5.1, 6.5.2 en/of 6.5.5 genoemde nevenactiviteiten tezamen; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; g. de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling; 274 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 h. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; i. omliggende functies niet worden gehinderd; j.

indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4 en 6.5 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 6.5.4 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een minicamping Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van een minicamping, met dien verstande dat: a. het aantal minicampings binnen de gemeente niet meer dan 50 bedraagt; b. nieuwe minicampings in het Natura 2000 gebied (ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone natura 2000') en EHS gebieden niet mogelijk zijn; c. minicampings uitsluitend mogelijk zijn bij een woning, die is gerealiseerd in een voormalig agrarisch bedrijf; d. het aantal kampeerplaatsen maximaal 15 bedraagt; e. uitsluitend kampeermiddelen mogen worden geplaatst; f. een goede landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; g. de oppervlakte van een kampeerplaats minimaal 80 m² bedraagt; h. de afstand van de minicamping tot de perceelsgrens met aangrenzende woningen met een woonbestemming minimaal 25 meter bedraagt; i. het kamperen niet plaatsvindt tussen 1 november en 15 maart; j. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6.

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; 8. de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; k. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein; l. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4 en 6.5 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 6.5.5 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen als ondergeschikte activiteit, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw voor verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4, 6.5.1, 6.5.2 en/of 6.5.3 genoemde nevenactiviteiten tezamen; c.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de milieusituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 6. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; 7. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; d. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; 275 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 e. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.4.2, 6.4.3, 6.4.4 en 6.5 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 6.5.6 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4 ten behoeve van mantelzorg in de woning of in bestaande bijgebouwen, met dien verstande dat: a. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de woning en/of bijgebouwen niet meer dan 75 m² mag bedragen, danwel niet meer dan op basis van het bepaalde in artikel 6.2.3 of 6.3.3 is toegestaan indien deze laatste oppervlakte groter is dan 75 m2 waarbij een maximum van 150 m2 geldt.

276 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 7.1.2 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Onderzoek ten behoeve van verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: 1. met een oppervlakte groter dan 250 m² wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom, dan wel, 2. met een oppervlakte groter dan 2.500 m² wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom, dient door de door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: c.

in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 7.2.2 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in artikel 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a.

het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 277 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 voorzover de ingreep: 1. dieper gaat dan 50 cm beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 250 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom; 2. dieper gaat dan 50 cm benden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 2.500 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom. 7.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 7.3.1 is niet van toepassing, indien: a. door middel van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn; b.

het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. d. de werken en werkzaamheden worden verricht in het kader van een aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. 7.3.3 Toepassingsciteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien mede op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 7.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 2', dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel: c.

in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 7.3.5 Voorschriften omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 7.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

278 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Artikel 8 Waarde - Beschermd dorpsgezicht Dwarsgracht 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht Dwarsgracht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en versterking van de met de historische ontwikkeling samenhangende structuren en ruimtelijke kwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht, als nader beschreven in artikel 8.1.2. 8.1.2 Waarden Bij nieuwbouw, vervanging, verbouwing en uitbreiding van hoofdgebouwen worden de hierna beschreven karakteristieken en waarden gerespecteerd.

Deze waarden komen als volgt tot uitdrukking: bebouwingswand, rooilijn - grote verspringingen in de gevel rooilijn; - hoofdbebouwing is op het water georiënteerd; - bijgebouwen staan achter op de erven; bebouwingstypologie - vrijstaande boerderijen maatvoeringen - bij bestaande of van oorsprong voormalige boerderijen is er een onderscheid tussen woon - (klein bouwvolume) en bedrijfsgedeelte (groot bouwvolume); - één bouwlaag met kap, met hoge nok kapvormen en nokrichting - voor de kapvormen en nokrichting wordt verwezen naar Bijlage 3 (kappenkaart Dwarsgracht) geveltype bebouwing - gevels zijn verticaal ingedeeld detaillering - huizen staan veelal op een plint materiaalgebruik bebouwing - metwelwerk; - rieten daken; - gepotdekselde achterhuizen groene structuur - inrichting van tuinen en erven bestaat uit gazons met gebiedseigen beplanting; - lage haag bij voortuinen langs het pad; - bij tuinen aan het water geen erfafscheiding bijzondere structuren/elementen - verweving van water, bebouwing en natuur; - open structuur tussen de erven en concentratie van bebouwing op de erven 8.1.3 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 13.

8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen Op de voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht Dwarsgracht' aangewezen gronden mag worden gebouwd indien: a. bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming; 279 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 b. wordt voldaan aan de waarden zoals genoemd in artikel 8.1.2. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht Dwarsgracht' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. veranderingen aan te brengen in de aanwezige ruimtelijk-historische kwaliteiten, structuren en/of het aanwezige stratenpatroon zoals bedoeld in artikel 8.1.2; b. het ophogen, egaliseren, ontginnen of afgraven van gronden, voor zover daarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het vellen, rooien, dempen, egaliseren of verwijderen van (karakteristieke) beplanting, groenstructuren of waterpartijen dan wel het verrichten van werkzaamheden die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van karakteristieke beplanting of groenstructuren tot gevolg kunnen hebben; d.

het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 8.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 8.3.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd; d. werken of werkzaamheden, gericht op de instandhouding van gebouwen en terreinen met cultuurhistorische waarden. 8.3.3 Toepassingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 mag alleen worden verleend indien conform advies van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissied de in artikel 8.1.2 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 8.3.4 Voorschriften aan vergunning Het bevoegd gezag kan aan de in artikel 8.3.1 genoemde vergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het gebied.

8.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 8.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht Dwarsgracht' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de op de gronden aanwezige cultuurhistorische waardevolle en/of karakteristieke bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen. 8.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 8.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 280 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 8.4.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 8.1.2 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

8.4.4 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 8.4.3, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 281 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 282 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

283 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 284 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; c. straatprostitutie; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, tenzij de betreffende bestemming daarin wel uitdrukkelijk voorziet. 285 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 286 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 m bedraagt.

11.2 Kleine bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan de voor de bestemmingen 'Tuin' en 'Wonen - Buitengebied', met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bouwen/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval- en glascontainers en dergelijke, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m2 bedraagt; b. de goothoogte maximaal 3,00 m bedraagt; c. de bouwhoogte maximaal 6,00 m bedraagt. 11.3 Functiewijzigingen onbebouwde gronden Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de gebruiksregels voor een wijziging van het gebruik van onbebouwde gronden, zonder dat daarbij wordt gebouwd, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 1.000 m2 mag bedragen; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

11.4 Evenementen Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels van het plan ten aanzien van het toestaan van evenementen die met een zekere regelmaat plaatsvinden en een planologische relevantie hebben vanwege de duur van de activiteit, waaronder het opbouwen en afbreken en/of vanwege de omvang van de activiteit, waaronder het aantal deelnemers/toeschouwers, mits: a. de evenementen zijn toegestaan overeenkomstig de bepalingen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV); b. het evenement maximaal 15 dagen aaneengesloten duurt, inclusief het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement; c. een locatie niet meer dan 3 maal per jaar voor een evenement wordt gebruikt; d. er geen horeca ter plaatse plaatsvindt, anders dan inherent aan het toegestane evenement; e. er geen detailhandel ter plaatse plaatsvindt, anders dan ondergeschikt en inherent aan het toegestane evenement, met uitzondering van vlooien- en/of rommelmarkten; f. er geen recreatief nachtverblijf ter plaatse plaatsvindt; g. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien; h. aan de van toepassing zijnde milieuwet- en regelgeving wordt voldaan; i.

het evenement niet leidt tot onevenredige aantasting van de kernkwaliteiten van bestaande natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden niet worden geschaad; j. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 287 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 2. de milieusituatie; 3. het woon- en leefklimaat; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende grond. 11.5 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van de beheersverordening is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van de beheersverordening is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning. 288 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Artikel 12 Algemene wijzigingsregels 12.1 Wijziging in de bestemming 'Natuur' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemmingen 'Tuin - 2' en 'Wonen' van het plan wijzigen in de bestemming Natuur ten behoeve van het realiseren van de ecologische (hoofd)structuur (EHS-POG), mits: a. de financiële middelen voor de aanleg van natuurgebied zeker zijn gesteld; b. uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; c.

de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling; d. de bodem, blijkens bodemonderzoek vooraf, niet zodanig verontreinigd is, dat bezwaren bestaan tegen het voorgestane gebruik; e. aangrenzende waarden en belangen, waaronder het agrarische belang, niet onevenredig worden geschaad. 289 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 290 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Artikel 13 Overige regels 13.1 Wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 13.2 Voorrangsregels In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor, met dien verstande dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' meer prioriteit heeft dan 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht Dwarsgracht'. 291 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 292 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht 14.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Het gestelde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het gestelde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 293 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 294 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40.

295 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 296 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Bijlagen bij de regels 297 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan, erfplan en beplantingsplan Dwarsgracht 13/13a Giethoorn 298 Schaal 1:1000 Datum: 29-10-2019 Opmerking: Stroomlijn Rapport Landschappelijk inpassingsplan en erfplan_Dwarsgracht 13 juni 2021 Gemeente Steenwijkerland Landschappelijke inpassing / erfplan Dwarsgracht 13 en nieuw te bouwen woning 13A De locatie maakt onderdeel uit van het kraggenlandschap van de Wieden. Oorspronkelijk was het gebied een veenmoeras. Door turfwinning is het karakteristieke landschap zoals we dat nu kennen ontstaan. Er is slechts één bebouwingslint: het dorp Dwarsgracht. De bestaande woning op Dwarsgracht 13 blijft behouden. De bedrijfslocatie met grote schuren wordt gesloopt en hiervoor wordt 1 woning aan het lint toegevoegd. Beide woningen zijn alleen via het water ontsloten. De huidige kadastrale grens verdeeld het terrein in een kleinere kavel (E1912) met woning 13 en een grote kavel (E1918) waar de nieuwe woning gebouwd wordt. Binnen deze grote kavel ligt nog een kleine kavel (E1897) ter plaatse van de oude schuren. De kadastrale situatie wordt aangepast zodat er twee min of meer gelijke percelen ontstaan.

Het bestaande ponton in de hoofdvaart, dat nodig was voor de bedrijfvoering, verdwijnt. Hiervoor in de plaats zal er een nieuwe sloot aan de achterzijde van het perceel worden gegraven om de nieuwe woning (13A) via het water te ontsluiten. Erfplan De erven/tuinen aan de Dwarsgracht kenmerken zich door hun eenvoud. Het grootste deel van de tuinen bestaat uit gazon. Gazons lopen door tot aan de hoofdvaart. Erfscheidingen tussen de percelen zijn altijd groen. Hagen bestaan uit beuk, haagbeuk, liguster, meidoorn, veldesdoorn en soms hulst. Bij de woning staat vaak een grote solitaire boom of een boomgroep. Soortkeuze: eik, linde, kastanje, esdoorn, walnoot). Ook komen fruitbomen voor op het erf (appel, peer, pruim). Daarnaast komen sierheesters voor als sering en hortensia. Houtwallen en singels bestaan uit verschillende wilgensoorten, zwarte els en berk. Op kavelgrenzen staan soms knotbomen (wilg of linde). Map Title Datum: 22-02-2021 Opmerking: Schaal 1:500 de nieuwe woning voegt zich in het lint, bijgebouwen worden op het achtererf geplaatst het gazon loopt door tot aan het water. langs het voetpad mag eventueel een lage haag (hoogte max.

1m) geplant worden Bij de nieuwe woning wordt een solitaire boom of boomgroep geplant op het voorerf (walnoot, linde, kastanje) het erf bestaat grotendeels uit gras/gazon aanplant van een boomgaard van verschillende fruitbomen beplanting op de kavelgrenzen bestaat uit heesters en/of bomen (elzen, berken en wilgen) of een losse haag van meidoorn en veldesdoorn) rondom de woningen bestaat de beplanting uit sierheesters als sering en hortensia nieuwe watergang met aanmeerplek voor de nieuwe woning natuurgebied met natte natuur: afwisseling van riet, moeras en bos met wilg, zwarte els en berk 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 7 8 9 10 6 Landschappelijk inpassingsplan en erfplan Dwarsgracht 13 en 13A juni 2021 schaal 1:500 1 nr 13 nr 13A als overgang naar het achterliggende natuurgebied worden de percelen naar achteren toe extensiever beheerd (kruidenrijk grasland) en/of wordt een erfbosje geplant 8 Beplantingsplan Dwarsgracht 13 en 13A juni 2021 schaal 1:500 Struweelhaag met enkele boomvormers: 5% Alnus glutinosa - zwarte els 5% Betula pubescens - zachte berk 20% Rosa corymbifera - heggeroos 25% Salix aurita - geoorde wilg 25% Salix cineria - grauwe wilg 20% Sambuca nigra - vlier breedte 5 meter lengte ca. 70 meter plantafstand: 1,5 x 1,5 meter bosplantsoen min. maat 60/80 Bosje (ca.

250 m2): 30% Alnus glutinosa - zwarte els 30% Betula pubescens - zachte berk 40% Salix cineria - grauwe wilg plantafstand: 1,5 x 1,5 meter bosplantsoen min. maat 60/80 Hoogstamfruitbomen oude rassen: 3x Malus domestica bijv Zoete kroon of Sterappel 2x Prunus domestica ‘Opal’ - pruim 2x Pyrus communis bijv. Conference (peer) of Gieser Wildeman (stoofpeer) (min. maat 6-8) Solitaire boom of boomgroep: keuze uit: Juglans regia (walnoot) Tilia platyphyllos (hollandse linde) Castanea sativa (tamme kastanje) min. maat solitair: 18/20 min maat groep van 3: 14/16 Sierheesters: keuze uit: Hydrangea macrophylla (hortensia) Syringa vulgaris (boerensering) minimaal 5 heesters bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Bijlage 2 Overzicht aan huis verbonden beroepen en bedrijven 303

bestemmingsplan Dwarsgracht en Jonen OD 205 SL stedenbouw + landschap Bijlage 2. bij de regels Overzicht consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijvigheid (aan huis gebonden bedrijven) en aan huis gebonden beroepen Bij de uitoefening van consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijvigheid valt te denken aan: 1 autorijschool (geen theorie) 2 bloemschikker 3 computerservice (o.a. systeembouw/-analyse) 4 decorateur 5 fietsenreparateur 6 fitness-studio 7 fotograaf 8 goud- en zilversmid 9 glazenwasser 10 hoedenmaker 11 hondentrimmer 12 instrumentenmaker 13 kaarsenmaker 14 kapper 15 klompenmaker 16 koeriersdienst 17 lijstenmaker 18 loodgieter 19 meubelmaker 20 muziekinstrumentenmaker 21 nagelstudio/pedicure 22 pottenbakker 23 prothesemaker 24 reisorganisatie (kleinschalig) 25 reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio’s-tv’s/horloges etc.) 26 schoonheidsspecialist 27 traiteur 28 tv/radio reparateur 29 zadelmaker Deze lijst is niet uitputtend. Echter het uitgangsp unt bij deze activiteiten moet zijn dat het woonkarakter niet wezenlijk mag worden aangetast. bestemmingsplan Dwarsgracht en Jonen OD 205 SL stedenbouw + landschap Door de kamers van koophandel is de volgende lijst samengesteld van personen die als aan huis gebonden beroepen (vrije beroepsbeoefenaars), gelden. Dit zijn: 1. adviseur 2. advocaat 3. accountant-administratieconsulent 4.

alternatieve genezer 5. belastingconsulent 6. bouwkundig architect 7. dierenarts 8. fysiotherapeut 9. gerechtsdeurwaarder 10. huidtherapeut 11. huisarts 12. interieurarchitect 13. juridisch adviseur 14. kunstenaar 15. logopedist 16. makelaar 17. medisch specialist 18. notaris 19. oefentherapeut Cesar/Mensendieck 20. organisatieadviseur 21. orthopedagoog 22. psycholoog 23. redacteur 24. registeraccountant 25. stedenbouwkundige 26. tandarts 27. tandartsspecialist 28. tolk 29. tuin- en landschapsarchitect 30. verloskundige Een beroep dat hier niet op voorkomt, geldt in begi nsel niet als ‘aan huis gebonden beroep (vrij beroep)’, tenzij de onderneming/beroepsbeoefenaar anders aan kan tonen. Ook gastouderopvang kan worden aangemerkt als een aan huis gebonden beroep. bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Bijlage 3 Kappenkaart Dwarsgracht 307

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/5419d75a-3e0e-4e76-b25e-410c9e21e19d?agendaItemId=380c1609-7327-4cc8-8431-cd9bc2c9b3cd