Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 toelichting, regels en bijlagen.pdf
Tekst van het document
Voor intern salderen, waarbij geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie, is geen natuurvergunning vereist (Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:71). Zoals geconstateerd is in onderhavig geval, is geen sprake van een toename aan stikstofdepositie. Ten aanzien van de aanlegfase kan het volgende worden gesteld. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofdreductie en natuurverbetering in werking getreden. In deze wet is een vrijstelling opgenomen voor alle bouwactiviteiten. Uitgezonderd van het woon-werkverkeer vindt alle stikfstofemissie in onderhavig geval plaatsvindt in de aanlegfase. Conclusie Op basis van de inventarisatie is een voldoende beeld ontstaan. Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat een nader ecologisch onderzoek niet nodig is en geen ontheffingen hoeven te worden aangevraagd. Geadviseerd wordt de sloopwerkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen; bij voorkeur in de periode oktober – maart. Mochten er bij sloopwerkzaamheden onverhoeds toch vleermuizen of andere beschermde diersoorten worden aangetroffen, dan luidt het advies het werk stil te leggen en een ecologisch deskundige in te schakelen. Wat betreft stikstofdepositie luidt de conclusie dat door de stikstofdepositie geen significant negatief effect optreedt in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden.
Het plan is wat betreft de natuurwet en -regelgeving uitvoerbaar. 4.9 Water Toetsingskader Op grond van artikel 3.1.6 uit het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin moet worden ingegaan op de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en hoe in de plannen wordt omgegaan met aspecten van water. Op particulier terrein is primair de eigenaar van het terrein verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater (wijziging in de Wet Waterhuishouding sinds 1 januari 2008). Het plangebied ligt in het beheergebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het plan is een watertoets uitgevoerd, welke is opgenomen in Bijlage 3. Op basis van deze toets is de normale procedure van toepassing. Onderzoek De watertoets heeft op 28 juli 2021 plaatsgevonden door het invullen van de digitale watertoets, die het waterschap Drents Overijsselse Delta daarvoor heeft opgesteld. De uitgangspuntennotitie van het waterschap volgt en wordt te zijner tijd verwerkt in het bestemmingsplan. Conclusie De uitgangspuntennotitie van het waterschap volgt en wordt te zijner tijd verwerkt in het bestemmingsplan.
29 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 4.10 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister ervoor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Onderzoek Ad. 1. De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De eerste afweging in de toetsing aan de Ladder is daarom het beantwoorden van de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hiervoor kan worden gekeken naar jurisprudentie. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Het initiatief gaat slechts uit van het toevoegen van twee reguliere woningen aan de Dwarsgracht 13, waardoor de Ladder niet van toepassing is. Bovendien wordt op het perceel aan de Cornelisgracht 40 één woning opgeheven. Het bedrijf wordt slechtst verplaatst van het perceel aan de Dwarsgracht 13 naar het perceel aan de Cornelisgracht 40, waardoor eveneens voor het bedrijf geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bovendien geldt voor bedrijven dat de ondergrens in beginsel ligt bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2. Het bedrijfsinitiatief ligt onder deze grens. De 'laddertoets' is niet van toepassing op dit bestemmingsplan.
Conclusie Het initiatief ligt onder de grens van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Dit betekent dat de 'laddertoets' niet van toepassing is op onderhavig planvoornemen. Wanneer geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zijn de overige vragen van de Ladder niet meer van toepassing. Ondanks dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling wel worden aangetoond (in het kader van de goede ruimtelijke ordening). In paragraaf 3.3 wordt hier op ingegaan. 4.11 M.e.r.-beoordeling Toetsingskader Op 1 april 2011 is het (gewijzigde) Besluit m.e.r. in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in lijst D opgenomen 30 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Daarbij zijn in het bijzonder de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EU-richtlijn van belang. Deze omstandigheden betreffen onder andere de kenmerken van de potentiële effecten en cumulatie.
Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn eventuele keuze voor géén m.e.r.-beoordeling voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moederbesluit. Vervolgens is het Besluit m.e.r. op 7 juli 2017 gewijzigd. De wijziging is het gevolg van de implementatie van Richtlijn 2014/52/EU die ziet op het wijzigen van Richtlijn 2011/92/EU. Één van de belangrijkste gevolgen van de wijziging van het Besluit m.e.r. is dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie. Dit is geregeld in artikel 2, vijfde lid van het Besluit m.e.r. Op basis van de vormvrije m.e.r. blijkt of al dan niet een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Onderzoek In onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn de drempelwaarden voor een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling uit het voorliggend bestemmingsplan blijft naar schaal en omvang ruimschoots onder de drempelwaarden van de activiteiten zoals opgenomen in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r.
Uit de verrichte milieuonderzoeken, zoals verwoord in dit hoofdstuk, blijkt voorts dat het initiatief geen significant effecten op de omgeving heeft. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan niet als stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. Conclusie Er is geen sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. 4.12 Verkeer en parkeren Het initiatief heeft geen gevolgen voor de ontsluiting, het parkeren en de bereikbaarheid van beide percelen. Het perceel Dwarsgracht 13 is en blijft uitsluitend te voet en per boot bereikbaar. In het lint van Dwarsgracht is openbare parkeergelegenheid aanwezig. De verkeer- en parkeerdruk neemt netto gezien niet toe door de herontwikkeling: de bedrijfswoning wordt een reguliere woning, het bedrijf stopt aan de Dwarsgracht 13 en er wordt één woning toegevoegd. Voor de nieuwe woning wordt een nieuwe watergang met aanmeerplek gerealiseerd aan de achterzijde (westkant) van het perceel op basis van het erfinrichtingsplan (Bijlage 1). Op het perceel aan de Cornelisgracht 40 wordt het aantal woningen verminderd naar één. Het bedrijf vestigt zich in bestaande bebouwing. Het perceel Cornelisgracht 40 voorziet in ruim voldoende parkeergelegenheid op eigen erf. Vanwege de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten is de verkeersaantrekkende werking en de daarbij behorende parkeercapaciteit gering.
31 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 32 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de vormgeving van de verbeelding en de regels. 5.1 Algemeen De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: a. een verbeelding van het bestemmingsplangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; b. de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Ook zijn de regels van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) toegepast. Met deze standaard worden de regels en de verbeelding zodanig opgebouwd en ingericht dat bestemmingsplannen goed met elkaar kunnen worden vergeleken. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd. Vanaf 1 januari 2010 wordt het bestemmingsplan ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge verbeelding van het bestemmingsplan op papier. Als de digitale en analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend.
5.2 Bestemmingsregels Voor wat betreft de regels is zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek en inhoud van de beheersverordening 'Buitengebied Steenwijkerland' en het bestemmingsplan 'Dwarsgracht en Jonen'. De regels zijn opgebouwd uit een aantal hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. 5.2.1 Hoofdstuk 1 - Inleidende regels In hoofdstuk 1 is een uitleg van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen opgenomen. De standaard begripsomschrijvingen van de gemeente zijn aangevuld met die begrippen, die specifiek in dit bestemmingsplan voorkomen en waarbij sprake is van een (mogelijk) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen. Om de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken te kunnen bepalen, is daarnaast aangegeven hoe deze worden gemeten. 5.2.2 Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingen opgenomen. Hierna wordt per bestemming een korte uitleg gegeven. TUIN De gronden bestemd als Tuin (Cornelisgracht) en Tuin - 2 (Dwarsgracht) zijn bedoeld voor tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen, parkeren en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Buitenopslag en het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen is verboden.
Op het perceel aan de Dwarsgracht is onder voorwaarden een boothuis toegestaan, maar niet ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - botenhuis'. Daarnaast geldt voor het perceel aan de Dwarsgracht een vergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden. Hierbij kan worden gedacht aan het vellen van beplanting en het afvragen van de bodem. Tot slot geldt voor het perceel aan de Dwarsgracht dat het perceel conform het landschappelijke 33 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 inpassingsplan, erfplan en beplantingsplan moeten worden aangelegd en in stand moeten worden gehouden (Bijlage 1). WONEN Het perceel aan de Dwarsgracht heeft de bestemming Wonen. Hierop zijn woningen toegestaan binnen het bouwvlak. Maximaal één woning per bouwvlak is toegestaan en er moet worden gebouwd in de gevellijn. Er geldt een minimale en maximale goothoogte. Voor de nieuwe woning geldt een maximale inhoud van 600 m3. Ook zijn bouwregels opgesteld voor bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er is onder voorwaarden een boothuis toegestaan, maar niet ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - botenhuis' . Binnen de woonbestemming is het onder voorwaarden toegestaan om een aan huis verbonden beroep uit te voeren.
Onder voorwaarden kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en gebruiksregels, bijvoorbeeld ten behoeve van een bed en breakfast. Er geldt een vergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Hierbij kan worden gedacht aan het vellen karakteristieke beplanting of het vergraven van oevers. Tot slot geldt voor het perceel aan de Dwarsgracht dat het perceel conform het landschappelijke inpassingsplan, erfplan en beplantingsplan moeten worden aangelegd en in stand moeten worden gehouden (Bijlage 1). WONEN - BUITENGEBIED Het perceel aan de Cornelisgracht heeft de bestemming Wonen - Buitengebied. Hierop zijn woningen toegestaan binnen het bouwvlak. Maximaal één woning is toegestaan. Er geldt een minimale en maximale goothoogte. Ook zijn bouwregels opgesteld voor bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Binnen de woonbestemming is het onder voorwaarden toegestaan om een aan huis verbonden beroep of een aan huis verbonden bedrijf uit te voeren. Daarnaast is ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' in de bestaande bebouwing een verkoop- en reparatiebedrijf van rietmachines en buitenboordmotoren en hiermee naar aard en omvang en effect op de omgeving vergelijkbare activiteiten toegestaan. Aan de exploitatie van het bedrijf zijn voorwaarden verbonden. Deze zijn in de regels opgenomen.
Onder voorwaarden kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en gebruiksregels, bijvoorbeeld ten behoeve van een bed en breakfast. ARCHEOLOGIE De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Voor het bouwen van bouwwerken geldt een vergunningplicht, wanneer het oppervlakte groter is dan 250 m2 binnen de bebouwde kom, dan wel groter is dan 2.500 m2 buiten de bebouwde kom. Daarnaast geldt een vergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Hierbij kan worden gedacht aan het afgraven en het verwijderen en/of aanvragen van bomen en diepgewortelde beplanting. BESCHERMD DORPSGEZICHT DWARSGRACHT Het perceel aan de Dwarsgracht maakt onderdeel uit van het Waarde - Beschermd dorpsgezicht Dwarsgracht. De bestemming beschermd de instandhouding en versterking van de met de historische ontwikkeling samenhangende structuren en ruimtelijke kwaliteiten van het beschermd dorpsgezicht. Deze karakteristieken en waarden zijn opgesomd en dienen te worden gerespecteerd. Indien wordt gebouwd, moeten deze waarden in acht worden genomen. Daarnaast geldt een vergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
Hierbij kan worden gedacht aan het vellen van beplanting of het veranderen van de ruimtelijk-historische kwaliteiten. Er is ook een vergunning nodig indien men de op de gronden aanwezige cultuurhistorische waardevolle en/of karakteristieke bebouwing geheel of gedeeltelijk wil slopen. 34 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 5.2.3 Hoofdstuk 3 - Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, de algemene bouw- en gebruiksregels, de algemene afwijkingsregels en de overige regels opgenomen. ANTI-DUBBELTELREGEL Het doel van de anti-dubbeltelregel is om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. ALGEMENE GEBRUIKSREGELS In de algemene gebruiksregels is aangegeven welke specifieke vormen van gebruik in elk geval strijdig zijn met de bestemmingen.
ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS In de algemene afwijkingsregels is voor een aantal zaken opgenomen dat onder voorwaarden bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsplanregels. Dit is opgenomen voor meetverschillen, nutsvoorzieningen, onbebouwde gronden en evenementen. ALGEMENE WIJZIGINGSREGELS Burgemeester en wethouders kunnen de bestemmingen op het perceel aan de Dwarsgracht (de bestemming 'Tuin - 2' en 'Wonen') wijzigen in de bestemming Natuur ten behoeve van het realiseren van de ecologische (hoofd)structuur (EHS-POG). Hieraan zijn voorwaarden verbonden. OVERIGE REGELS Indien in de regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor, met dien verstande dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' meer prioriteit heeft dan 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht Dwarsgracht'. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht.
Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. In de slotregel van het bestemmingsplan wordt aangegeven onder welke titel het bestemmingsplan wordt vastgelegd. 35 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 36 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid EIGENDOMSVERHOUDING Het plangebied is kadastraal bekend als: Dwarsgracht 13 Giethoorn: gemeente Giethoorn, sectie E, nummers 1912,1918 en 1897; Cornelisgracht 40 Giethoorn: gemeente Giethoorn, sectie H, nummers 460 en 461. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Voorliggend bestemmingsplan regelt de gewenste functiewijziging voor de percelen aan de Dwarsgracht 13 en de Cornelisgracht 40. De kosten voor het opstellen van dit plan komen voor rekening van de initiatiefnemer.
Het voorliggende plan betreft een particulier initiatief waaraan in beginsel geen kosten voor de gemeente zijn verbonden, afgezien van kosten van het ambtelijk apparaat voor de begeleiding en toetsing van aanvragen. Deze laatste kosten worden door middel van leges gedekt. De enige kosten die verder uit dit plan kunnen voortvloeien, zijn aanvragen voor een tegemoetkoming in eventuele planschade. Deze zijn op voorhand niet uit te sluiten. De gemeente zal daarom met de initiatiefnemer een overeenkomst sluiten, zoals bedoeld in artikel 6.4a Wro. Daarmee kan worden voorkomen dat de gemeenschap de kosten moet betalen die worden gemaakt in het belang van de aanvrager. 37 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 38 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft de initiatiefnemer de directe buren en omgeving uitvoerig geïnformeerd met betrekking tot de voorgenomen ontwikkelingen. Het bestemmingsplan zal in het kader van het wettelijke vooroverleg (artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) aan de provincie, het waterschap en andere vooroverleginstanties worden voorgelegd. Hun opmerkingen zullen in deze paragraaf en waar nodig elders in het plan worden verwerkt. Daarnaast wordt het ontwerp-bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd.
Gedurende deze periode heeft iedereen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Eventuele zienswijzen zullen indien nodig worden verwerkt in het bestemmingsplan. 39 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 40 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Bijlagen bij de toelichting 41 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 42 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan, erfplan en beplantingsplan 43
Schaal 1:1000 Datum: 29-10-2019 Opmerking: Stroomlijn Rapport Landschappelijk inpassingsplan en erfplan_Dwarsgracht 13 juni 2021 Gemeente Steenwijkerland Landschappelijke inpassing / erfplan Dwarsgracht 13 en nieuw te bouwen woning 13A De locatie maakt onderdeel uit van het kraggenlandschap van de Wieden. Oorspronkelijk was het gebied een veenmoeras. Door turfwinning is het karakteristieke landschap zoals we dat nu kennen ontstaan. Er is slechts één bebouwingslint: het dorp Dwarsgracht. De bestaande woning op Dwarsgracht 13 blijft behouden. De bedrijfslocatie met grote schuren wordt gesloopt en hiervoor wordt 1 woning aan het lint toegevoegd. Beide woningen zijn alleen via het water ontsloten. De huidige kadastrale grens verdeeld het terrein in een kleinere kavel (E1912) met woning 13 en een grote kavel (E1918) waar de nieuwe woning gebouwd wordt. Binnen deze grote kavel ligt nog een kleine kavel (E1897) ter plaatse van de oude schuren. De kadastrale situatie wordt aangepast zodat er twee min of meer gelijke percelen ontstaan. Het bestaande ponton in de hoofdvaart, dat nodig was voor de bedrijfvoering, verdwijnt. Hiervoor in de plaats zal er een nieuwe sloot aan de achterzijde van het perceel worden gegraven om de nieuwe woning (13A) via het water te ontsluiten. Erfplan De erven/tuinen aan de Dwarsgracht kenmerken zich door hun eenvoud.
Het grootste deel van de tuinen bestaat uit gazon. Gazons lopen door tot aan de hoofdvaart. Erfscheidingen tussen de percelen zijn altijd groen. Hagen bestaan uit beuk, haagbeuk, liguster, meidoorn, veldesdoorn en soms hulst. Bij de woning staat vaak een grote solitaire boom of een boomgroep. Soortkeuze: eik, linde, kastanje, esdoorn, walnoot). Ook komen fruitbomen voor op het erf (appel, peer, pruim). Daarnaast komen sierheesters voor als sering en hortensia. Houtwallen en singels bestaan uit verschillende wilgensoorten, zwarte els en berk. Op kavelgrenzen staan soms knotbomen (wilg of linde). Map Title Datum: 22-02-2021 Opmerking: Schaal 1:500 de nieuwe woning voegt zich in het lint, bijgebouwen worden op het achtererf geplaatst het gazon loopt door tot aan het water. langs het voetpad mag eventueel een lage haag (hoogte max.
1m) geplant worden Bij de nieuwe woning wordt een solitaire boom of boomgroep geplant op het voorerf (walnoot, linde, kastanje) het erf bestaat grotendeels uit gras/gazon aanplant van een boomgaard van verschillende fruitbomen beplanting op de kavelgrenzen bestaat uit heesters en/of bomen (elzen, berken en wilgen) of een losse haag van meidoorn en veldesdoorn) rondom de woningen bestaat de beplanting uit sierheesters als sering en hortensia nieuwe watergang met aanmeerplek voor de nieuwe woning natuurgebied met natte natuur: afwisseling van riet, moeras en bos met wilg, zwarte els en berk 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 7 8 9 10 6 Landschappelijk inpassingsplan en erfplan Dwarsgracht 13 en 13A juni 2021 schaal 1:500 1 nr 13 nr 13A als overgang naar het achterliggende natuurgebied worden de percelen naar achteren toe extensiever beheerd (kruidenrijk grasland) en/of wordt een erfbosje geplant 8 Beplantingsplan Dwarsgracht 13 en 13A juni 2021 schaal 1:500 Struweelhaag met enkele boomvormers: 5% Alnus glutinosa - zwarte els 5% Betula pubescens - zachte berk 20% Rosa corymbifera - heggeroos 25% Salix aurita - geoorde wilg 25% Salix cineria - grauwe wilg 20% Sambuca nigra - vlier breedte 5 meter lengte ca. 70 meter plantafstand: 1,5 x 1,5 meter bosplantsoen min. maat 60/80 Bosje (ca.
250 m2): 30% Alnus glutinosa - zwarte els 30% Betula pubescens - zachte berk 40% Salix cineria - grauwe wilg plantafstand: 1,5 x 1,5 meter bosplantsoen min. maat 60/80 Hoogstamfruitbomen oude rassen: 3x Malus domestica bijv Zoete kroon of Sterappel 2x Prunus domestica ‘Opal’ - pruim 2x Pyrus communis bijv. Conference (peer) of Gieser Wildeman (stoofpeer) (min. maat 6-8) Solitaire boom of boomgroep: keuze uit: Juglans regia (walnoot) Tilia platyphyllos (hollandse linde) Castanea sativa (tamme kastanje) min. maat solitair: 18/20 min maat groep van 3: 14/16 Sierheesters: keuze uit: Hydrangea macrophylla (hortensia) Syringa vulgaris (boerensering) minimaal 5 heesters bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek 49
Project OPID 22461573#20-M9498-Dwarsgracht 13 Giethoorn Certificaten 1079759 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3.0.0 Toetsdatum: 2 oktober 2020 15:15 Parameters Toetsing Monster 6433171 Monster 6433172 Monster 6433173 MM1, 01: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50 MM2, 02: 0-50, 05: 20-50 MM3, 06: 60-80 Max. Bodemindex 3,207 Max. Bodemindex 1,103 Max. Bodemindex 0,189 Toetsoordeel Overschrijding Interventie Toetsoordeel Overschrijding Interventiew Toetsoordeel Overschrijding Achtergrond Analyse Eenheid AW T I Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
T.Oordeel B.Index Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) 56 10 0 21,5 10 0 37,3 10 0 Lutum % (m/m ds) 1 25 0 1,1 25 0 25 25 0 Droogrest droge stof % 19,3 19,3 @ 0 48,4 48,4 @ 0 24,6 24,6 @ 0 Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 555 920 310 1200 @ 1,384 74 290 @ 0,137 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 6,8 13 6,3 3,1 5.2 AW(IND) 0,202 1,5 1,4 2.3 AW(IND) 0,065 kobalt (Co) mg/kg ds 15 102,5 190 15 53 3.5 AW(IND) 0,217 5,8 20 1.4 AW(WO) 0,029 koper (Cu) mg/kg ds 40 115 190 100 72 1.8 AW(IND) 0,213 63 78 1.9 AW(IND) 0,253 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 18,075 36 0,27 0,27 1.8 AW(WO) 0,003 0,12 0,15 - 0 lood (Pb) mg/kg ds 50 290 530 200 160 3.1 AW(WO) 0,229 120 140 2.8 AW(WO) 0,188 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 95,75 190 6,1 6,1 4.1 AW(WO) 0,024 2,7 2,7 1.8 AW(WO) 0,006 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 67,5 100 37 110 1.1 I 1,154 23 67 1.9 AW(IND) 0,492 zink (Zn) mg/kg ds 140 430 720 2000 2000 2.8 I 3,207 490 780 1.1 I 1,103 Minerale olie minerale olie (florisil clean mg/kg ds 190 2595 5000 1300 430 2.3 AW(IND) 0,05 350 160 - 0 3400 1100 6.0 AW(NT) 0,189 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds < 0.12 0,028 0 < 0.05 < 0.016 0 fenantreen mg/kg ds 1,7 0,57 0 0,46 0,21 0 anthraceen mg/kg ds 1 0,33 0 1,3 0,6 0 fluoranteen mg/kg ds 5,7 1,9 0 0,97 0,45 0 benzo(a)antraceen mg/kg ds 2,8 0,93 0 0,73 0,34 0 chryseen mg/kg ds 4,1 1,4 0 1,5 0,7 0 benzo(k)fluoranteen mg/kg ds 2,5 0,83 0 0,56
0,26 0 benzo(a)pyreen mg/kg ds 2,5 0,83 0 0,59 0,27 0 benzo(ghi)peryleen mg/kg ds 2,4 0,8 0 0,42 0,2 0 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds 2,9 0,97 0 0,54 0,25 0 Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 20,75 40 26 8,6 5.7 AW(IND) 0,184 7,1 3,3 2.2 AW(WO) 0,047 Vluchtige aromaten benzeen mg/kg ds 0,2 0,65 1,1 < 0.05 < 0.012 - 0 ethylbenzeen mg/kg ds 0,2 55,1 110 < 0.05 < 0.012 - 0 naftaleen mg/kg ds 0,13 0,043 0 o-xyleen mg/kg ds < 0.05 < 0.012 0 tolueen mg/kg ds 0,2 16,1 32 < 0.05 < 0.012 - 0 xyleen (som m+p) mg/kg ds < 0.1 < 0.023 0 Sommaties aromaten som xylenen (o/m/p) mg/kg ds 0,45 8,725 17 0,1 < 0.035 - 0 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds < 0.003 0,0007 0 < 0.001 < 0.00033 0 PCB - 52 mg/kg ds < 0.003 0,0007 0 < 0.001 < 0.00033 0 PCB - 101 mg/kg ds 0,009 0,003 0 < 0.001 < 0.00033 0 PCB - 118 mg/kg ds 0,007 0,0023 0 < 0.001 < 0.00033 0 PCB - 138 mg/kg ds 0,03 0,01 0 0,001 0,00047 0 PCB - 153 mg/kg ds 0,022 0,0073 0 0,001 0,00047 0 PCB - 180 mg/kg ds 0,013 0,0043 0 < 0.001 < 0.00033 0 Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 0,51 1 0,085 0,028 1.4 AW(WO) 0,008 0,006 0,0026 - 0 Legenda @ Geen toetsoordeel mogelijk x I > Interventiewaarde x AW(NT) x maal Achtergrondwaarde (Niet toepasbaar) x AW(IND) x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x AW(WO) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) - <= Achtergrondwaarde N.B.
De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa Parameters Toetsing Monster 6433174 Monster 6433175 Monster 6433176 MM4, 07: 15-50, 10: 20-50, 11: 30-50, 22: 0-50 MM5, 08: 0-30, 09: 0-50, 19: 0-50, 21: 0-50 MM6, 15: 0-50, 16: 0-50, 17: 0-50, 18: 0-50 Max. Bodemindex 0,096 Max. Bodemindex 0,137 Max. Bodemindex 0,041 Toetsoordeel Overschrijding Achtergrond Toetsoordeel Overschrijding Achtergrond Toetsoordeel Overschrijding Achtergrond Analyse Eenheid AW T I Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) 33,6 10 0 22,1 10 0 47,8 10 0 Lutum % (m/m ds) 1,6 25 0 1,1 25 0 9,2 25 0 Droogrest droge stof % 36,2 36,2 @ 0 42,3 42,3 @ 0 26,6 26,6 @ 0 Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 555 920 67 260 @ 0,096 63 240 @ 0,068 110 220 @ 0,041 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 6,8 13 0,52 0,36 - 0 0,61 0,55 - 0 1,1 0,59 - 0 kobalt (Co) mg/kg ds 15 102,5 190 6,5 23 1.5 AW(WO) 0,046 11 39 2.6 AW(IND) 0,137 10 20 1.3 AW(WO) 0,029 koper (Cu) mg/kg ds 40 115 190 12 12 - 0 27 33 - 0 25 18 - 0 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 18,075 36 0,35 0,4 2.7 AW(WO) 0,007 0,15 0,19 1.2 AW(WO) 0,001 0,47 0,45 3.0 AW(WO) 0,008 lood (Pb) mg/kg ds 50 290 530 31 31 - 0 39 45 - 0 83 66 1.3 AW(WO) 0,033 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 95,75 190 < 1.5 < 1.0 - 0 2,1 2,1 1.4 AW(WO) 0,003
1,7 1,7 1.1 AW(WO) 0,001 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 67,5 100 12 35 - 0 10 29 - 0 14 26 - 0 zink (Zn) mg/kg ds 140 430 720 95 120 - 0 120 190 1.3 AW(WO) 0,086 170 160 1.1 AW(WO) 0,034 Minerale olie minerale olie (florisil clean mg/kg ds 190 2595 5000 250 83 - 0 490 220 1.2 AW(IND) 0,006 470 160 - 0 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds 0,07 0,023 0 < 0.05 < 0.016 0 < 0.09 0,021 0 fenantreen mg/kg ds 0,13 0,043 0 0,07 0,032 0 0,55 0,18 0 anthraceen mg/kg ds 0,11 0,037 0 0,07 0,032 0 0,35 0,12 0 fluoranteen mg/kg ds 0,79 0,26 0 0,19 0,086 0 1,7 0,57 0 benzo(a)antraceen mg/kg ds 0,36 0,12 0 0,1 0,045 0 0,88 0,29 0 chryseen mg/kg ds 0,41 0,14 0 0,18 0,081 0 1,2 0,4 0 benzo(k)fluoranteen mg/kg ds 0,23 0,077 0 0,13 0,059 0 0,66 0,22 0 benzo(a)pyreen mg/kg ds 0,24 0,08 0 0,1 0,045 0 0,75 0,25 0 benzo(ghi)peryleen mg/kg ds 0,23 0,077 0 0,08 0,036 0 0,63 0,21 0 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds 0,27 0,09 0 0,11 0,05 0 0,78 0,26 0 Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 20,75 40 2,8 0,95 - 0 1,1 0,48 - 0 7,6 2,5 1.7 AW(WO) 0,026 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds < 0.001 < 0.00023 0 < 0.001 < 0.00032 0 < 0.002 0,00047 0 PCB - 52 mg/kg ds < 0.001 < 0.00023 0 < 0.001 < 0.00032 0 < 0.002 0,00047 0 PCB - 101 mg/kg ds < 0.001 < 0.00023 0 < 0.001 < 0.00032 0 0,002 0,00067 0 PCB - 118 mg/kg ds < 0.001 < 0.00023 0 < 0.001 < 0.00032 0 < 0.002 0,00047 0 PCB - 138 mg/kg ds 0,001 0,00033 0
0,002 0,0009 0 0,004 0,0013 0 PCB - 153 mg/kg ds 0,001 0,00033 0 0,001 0,00045 0 0,002 0,00067 0 PCB - 180 mg/kg ds < 0.001 < 0.00023 0 < 0.001 < 0.00032 0 < 0.002 0,00047 0 Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 0,51 1 0,006 0,0018 - 0 0,006 0,0029 - 0 0,014 0,0045 - 0 Legenda @ Geen toetsoordeel mogelijk x I > Interventiewaarde x AW(NT) x maal Achtergrondwaarde (Niet toepasbaar) x AW(IND) x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x AW(WO) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) - <= Achtergrondwaarde N.B. De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa Parameters Toetsing Monster 6433177 MM7, 06: 160-200, 07: 190-200, 08: 160-200, 09: 160-2 Max. Bodemindex 0,075 Toetsoordeel Overschrijding Achtergrond Analyse Eenheid AW T I Ana.Res. Std.Res.
T.Oordeel B.Index Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) 5,5 10 0 Lutum % (m/m ds) 1 25 0 Droogrest droge stof % 66,6 66,6 @ 0 Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 555 920 < 20 < 54 @ 0 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 6,8 13 < 0.2 < 0.21 - 0 kobalt (Co) mg/kg ds 15 102,5 190 < 3 < 7.4 - 0 koper (Cu) mg/kg ds 40 115 190 12 22 - 0 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 18,075 36 < 0.05 < 0.05 - 0 lood (Pb) mg/kg ds 50 290 530 < 10 < 10 - 0 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 95,75 190 < 1.5 < 1.0 - 0 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 67,5 100 < 4 < 8 - 0 zink (Zn) mg/kg ds 140 430 720 < 20 < 31 - 0 Minerale olie minerale olie (florisil clean mg/kg ds 190 2595 5000 110 200 1.1 AW(IND) 0,002 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 fenantreen mg/kg ds 2 2 0 anthraceen mg/kg ds 0,15 0,15 0 fluoranteen mg/kg ds 1,9 1,9 0 benzo(a)antraceen mg/kg ds 0,1 0,1 0 chryseen mg/kg ds 0,12 0,12 0 benzo(k)fluoranteen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 benzo(a)pyreen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 benzo(ghi)peryleen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds < 0.05 < 0.035 0 Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 20,75 40 4,4 4,4 3.0 AW(WO) 0,075 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds < 0.001 < 0.0013 0 PCB - 52 mg/kg ds < 0.001 < 0.0013 0 PCB - 101 mg/kg ds < 0.001 < 0.0013 0 PCB - 118 mg/kg ds < 0.001 < 0.0013 0 PCB - 138 mg/kg ds < 0.001 < 0.0013 0 PCB - 153 mg/kg ds < 0.001 < 0.0013 0
PCB - 180 mg/kg ds < 0.001 < 0.0013 0 Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02 0,51 1 0,005 < 0.0089 - 0 Legenda @ Geen toetsoordeel mogelijk x I > Interventiewaarde x AW(NT) x maal Achtergrondwaarde (Niet toepasbaar) x AW(IND) x maal Achtergrondwaarde (Industrie) x AW(WO) x maal Achtergrondwaarde (Wonen) - <= Achtergrondwaarde N.B. De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
Project OPID 22538801#20-M9498-Dwarsgracht 13 Giethoorn Certificaten 1081965 Toetsing T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb Toetsversie BoToVa 2.0.0 Toetsdatum: 2 oktober 2020 15:22 Parameters Toetsing Monster 6438060 Monster 6438061 Pb1, 01-Pb1: 130-230 Pb6, 06-Pb6: 130-230 Max. Bodemindex 0,174 Max. Bodemindex 0,026 Toetsoordeel Overschrijding Streefwaard Toetsoordeel Overschrijding Streefwaard Analyse Eenheid S T I Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 337,5 625 150 3.0 S 0,174 22 - 0 cadmium (Cd) µg/l 0,4 3,2 6 0,36 - 0 < 0.2 - 0 kobalt (Co) µg/l 20 60 100 < 2 - 0 < 2 - 0 koper (Cu) µg/l 15 45 75 13 - 0 4,4 - 0 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 0,175 0,3 < 0.05 - 0 < 0.05 - 0 lood (Pb) µg/l 15 45 75 7,7 - 0 < 2 - 0 molybdeen (Mo) µg/l 5 152,5 300 < 2 - 0 < 2 - 0 nikkel (Ni) µg/l 15 45 75 12 - 0 3,6 - 0 zink (Zn) µg/l 65 432,5 800 140 2.2 S 0,102 12 - 0 Minerale olie minerale olie (florisil clean µg/l 50 325 600 < 50 - 0 < 50 - 0 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 15,1 30 < 0.2 - 0 < 0.2 - 0 ethylbenzeen µg/l 4 77 150 < 0.2 - 0 < 0.2 - 0 naftaleen µg/l 0,01 35,005 70 0,06 6.0 S 0,001 0,04 4.0 S 0 o-xyleen µg/l < 0.1 0 < 0.1 0 styreen µg/l 6 153 300 < 0.2 - 0 < 0.2 - 0 tolueen µg/l 7 503,5 1000 < 0.2 - 0 < 0.2 - 0 xyleen (som m+p) µg/l < 0.2 0 < 0.2 0 Sommaties aromaten som
xylenen µg/l 0,2 35,1 70 0,2 - 0 0,2 - 0 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 150,005 300 < 0.1 - 0 < 0.1 - 0 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 65,005 130 < 0.1 - 0 < 0.1 - 0 1,1-dichloorethaan µg/l 7 453,5 900 < 0.2 - 0 < 0.2 - 0 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 5,005 10 < 0.1 - 0,006 < 0.1 - 0,006 1,1-dichloorpropaan µg/l < 0.2 0 < 0.2 0 1,2-dichloorethaan µg/l 7 203,5 400 < 0.2 - 0 < 0.2 - 0 1,2-dichloorpropaan µg/l < 0.2 0 < 0.2 0 1,3-dichloorpropaan µg/l < 0.2 0 < 0.2 0 cis-1,2-dichlooretheen µg/l < 0.1 0 < 0.1 0 dichloormethaan µg/l 0,01 500,005 1000 < 0.2 - 0 < 0.2 - 0 monochlooretheen (vinylch µg/l 0,01 2,505 5 < 0.2 - 0,026 < 0.2 - 0,026 tetrachlooretheen µg/l 0,01 20,005 40 < 0.1 - 0,002 < 0.1 - 0,002 tetrachloormethaan µg/l 0,01 5,005 10 < 0.1 - 0,006 < 0.1 - 0,006 trans-1,2-dichlooretheen µg/l < 0.1 0 < 0.1 0 trichlooretheen µg/l 24 262 500 < 0.2 - 0 < 0.2 - 0 trichloormethaan µg/l 6 203 400 < 0.2 - 0 < 0.2 - 0 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 10,005 20 0,1 - 0,007 0,1 - 0,007 som dichloorpropanen µg/l 0,8 40,4 80 0,4 - 0 0,4 - 0 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromof µg/l 630 < 0.2 @ 0 < 0.2 @ 0 Legenda @ Geen toetsoordeel mogelijk - <= Streefwaarde x S x maal Streefwaarde N.B. De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 124 bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Bijlage 3 Watertoets 125
datum 28-7-2021 dossiercode 20210728-59-27261 Geachte U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres j.wassenaar@bugelhajema.nl. In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie. Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. www.dewatertoets.nl
datum 28-7-2021 dossiercode 20210728-59-27261 Samenvatting van de watertoets In dit document vindt u een overzicht van de door u ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. De aanvraag is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor algemene informatie over het proces van de watertoets kunt u ook terecht op onze website www.wdodelta.nl. Mocht u specifieke vragen hebben naar aanleiding van uw aanvraag dan kunt u ons bereiken via telefoonnummer 088 - 2331200. U kunt ook een email sturen naar info@wdodelta.nl. Vermeld in de mail om welk plan het gaat. Uit deze toets volgt de normale procedure. U heeft hierover in een afzonderlijk document informatie ontvangen. Hieronder vindt u puntsgewijs een overzicht van de door u ingevulde gegevens. Plangegevens Bestemmingsplan 'Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40': "Er is al eerder een watertoets voor dit bestemmingsplan ingevuld. Het initiatief is gewijzigd, omdat een extra woning wordt gebouwd. Aan de Dwarsgracht 13 is een bedrijf met bedrijfswoning gelegen. Het bedrijf stopt en de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Het bedrijf verhuisd naar het perceel aan de Cornelisgracht 40. De bedrijfswoning aan de Dwarsgracht wordt omgezet in een reguliere woning (geen sprake bouw/sloop) en er wordt één extra woning gebouwd. Zie het inpassingsplan (bijlage).
Er wordt aan de Dwarsgracht netto meer gesloopt dan gebouwd. Wat betreft de Cornelisgracht 40: hier bestaan nu 2 woningen. Één van de twee woningen is in de ligboxenstal gerealiseerd; deze woning wordt opgeheven. De bedrijfsruimte vestigt zich hierin (reparatiebedrijf rietmachines en buitenboordmotoren). Dit zullen slechts inpandige verbouwingen betreffen (geen sloop/bouw)." Ligging plan: Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 8355 CS en 8355 CH Giethoorn Uw gegevens: BugelHajema Adviseurs @bugelhajema.nl Vaart nz 48-50 9401 GN Assen Gegevens gemeente: Steenwijkerland 14 0521 @steenwijkerland.nl Samenvatting resultaat Kaartlagen: Heeft u een beperkingsgebied geraakt? ja Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Steenwijkerland
Vragen: Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? nee Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve? nee Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast? nee Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2? nee Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is? nee Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee Heeft het plan een permanente waterpeilverandering tot gevolg? nee Aanvullende vragen ten behoeve van de normale procedure In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder bevestigd met ja): een gemengd stelsel een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geinfiltreerd een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater ja een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool het afvalwater wordt aangesloten op een IBA.
het afvalwater wordt afgevoerd via drukriolering Wat is de toename of afname van het verharde oppervlak in m2? Nee, meer sloop (circa 570 m2 bedrijfsbebouwing) dan bouw (woning, circa 100 m2) Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Vindt er een lozing plaats in oppervlaktewater? nee Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats? nee Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. www.dewatertoets.nl bestemmingsplan Giethoorn - Dwarsgracht 13 en Cornelisgracht 40 Bijlage 4 Ecologische quickscan 131
Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn
Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 1 Alcedo Natuurprojecten heeft dit rapport opgesteld in opdracht van Giethoorn . Daarmee is dit rapport eigendom van bovengenoemde opdrachtgever. Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldig en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie, of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Alcedo Natuurprojecten. Het is ook niet toegestaan dit rapport zonder toestemming te gebruiken voor enig ander werk dan waarvoor dit product is ontwikkeld. Alcedo Natuurprojecten is niet aansprakelijk voor gevolgschade of schade welke voortvloeit uit toepassingen van resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Alcedo Natuurprojecten; opdrachtgever vrijwaart Alcedo Natuurprojecten van aanspraken van derden in verband met deze toe- passing. Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 8355 CS, Giethoorn
Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 2 Colofon Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 8355 CS, Giethoorn Auteur: Opdrachtgever: Dwarsgracht 13 8355 CS Giethoorn Contactpersoon: info@rietmachines.nl Opdrachtnemer: Alcedo Natuurprojecten Cornelis Houtmanstraat 10 8023 EA Zwolle Contactpersoon: info@alcedo-natuurprojecten.nl Uitvoer onderzoek: Projectcode: 2019 - 066 Rapportcode: 2019 - 054 Datum: 5 december 2019 Status: Definitief Te citeren als: Ruiter E.J. 2019. Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn. Alcedo Natuurprojecten rapport 2019-054. In opdracht van: Giethoorn
Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 3 Inhoud 1. Inleiding 4 1.1. Aanleiding 4 1.2. Doel 4 1.3. Leeswijzer 5 2. Onderzoeksmethode 6 2.1. Algemene opzet en werkwijze 6 2.2. Bronnenonderzoek 6 2.3. Oriënterend terreinbezoek 6 2.4. Gebruikte onderzoeksinstrumenten 6 2.5. Volledigheid van het onderzoek 7 2.6. Verantwoording 7 3. Wettelijk kader 8 3.1. Algemeen 8 3.2. Doelstelling van de Wnb 8 3.3. Welke soorten worden beschermd 8 3.4. Zorgplicht 8 3.5. De verbodsbepalingen 8 3.6. Beschermingsregimes ` 9 3.7. Natuur Netwerk Nederland 10 3.8. Natura 2000 12 4. Beschrijving locatie en ingreep 14 4.1. Beschrijving locatie 14 4.2. Beschrijving ingreep 15 5. Resultaten 16 5.1. Veldbezoek 16 5.2. Flora 16 5.3. Grondgebonden zoogdieren 16 5.4. Vleermuizen 16 5.5. Vogels 17 5.6. Amfibieën, reptielen en vissen 17 5.7. Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden 17 6. Toetsing aan de Wnb 18 7. Conclusies en aanbevelingen 20 8. Bronvermeldingen 21 9. Fotobijlage 22 Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 4 1. Inleiding 1.1. Aanleiding en vraag Initiatiefnemer Dhr. eigenaar van Dwarsgracht 13 te Giethoorn is voornemens om een tweetal loodsen op het perceel achter zijn woonhuis te slopen. Deze plannen kunnen betekenen dat er middels de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde diersoorten in het gedrang komen.
Daarbij valt te denken aan gebouw-bewonende vleermuizen, steenmarters, huismussen , boerenzwaluwen en kerkuilen. Onderzoek zal moeten uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is. Daartoe is in eerste instantie het uitvoeren van een ecologische quickscan binnen d e kaders van de Wnb noodzakelijk. De resultaten van de quickscan zijn bepalend voor eventueel vervolgonderzoek. Op verzoek van Dhr. is daarom een ecologische quickscan uitgevoerd. Deze ecologische quickscan is uitgevoerd door Alcedo Natuurprojecten uit Zwolle. De resultaten daarvan worden gepresenteerd in deze rapportage en zijn bepalend voor eventueel vervolgonderzoek op basis van het vleermuisprotocol 2017 en/of kennisdocumenten. De ecologische quickscan is uitgevoerd op basis van de vraag: wat is het effect van de voorgenomen ingreep op de aanwezig flora en fauna? 1.2. Doel Het doel van het onderzoek, de ecologische quickscan, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van middels de Wnb beschermde diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in zes vragen: 1. Welke beschermde soorten, zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig? 2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? 3. Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? 4.
Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? 5. Is vervolgonderzoek noodzakelijk? 6. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wnb aan te vragen bij de provinciale overheid.
Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 5 1.3. Leeswijzer In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van ecologisch onderzoek in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader uiteengezet. In hoofdstuk 4 volgt een algemene beschrijving van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingrepen. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en wordt een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de WNB. In hoofdstuk 6 volgt een effectentoetsing op de gebiedsbescherming Wnb. In hoofdstuk 7 volgen de conclusies en aanbevelingen met eventuele mitigerende maatregelen en wordt de eventuele noodzaak aangegeven tot vervolgonderzoek. Hierna volgen de geraadpleegde bronnen en bijlagen met een foto impressie van de onderzochte locatie. Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 6 2. Onderzoeksmethodiek 2.1. Algemene opzet en werkwijze Dit onderzoek betreft een quickscan. Op basis van een grondig onderzoek op locatie is een inschatting is gemaakt van de (potentiële) aanwezigheid van en mogelijke nadelige effecten op beschermde diersoorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate kennis van soorten en expert judgement.
Vervolgens is een inschatting gemaakt van te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb. 2.2. Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen zijn verspreidingsgegevens van internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en (jaar)verslagen van Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s) geraadp leegd (zie geraadpleegde bronnen). 2.3. Oriënterend terreinbezoek De locatie is op 3 december 2019 bezocht. Het bezoek vond overdag plaats onder goede weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie te verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten, o.a. via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek, nesten, holen, uitwerpselen, enzovoorts. Ook is de wijde omgeving van het plangebied bekeken en een inschatting gemaakt van hoe dieren de locatie en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, er langs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten. 2.4.
Gebruikte onderzoeksinstrumenten Bij dit onderzoek zijn de volgende instrumenten gebruikt: verrekijker; zaklantaarn; digitale fotocamera; Smartphone met ObsMapp voor het invoeren van waarnemingen. Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 7 2.5. Volledigheid van het onderzoek Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van een gebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen (kunnen) worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit gebeurt aan de hand van parate kennis van beschermde soorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek m.b.t. de te onderzoeken locatie. Op basis van het veldbezoek, bronnenonderzoek en eventueel overleg met de eigenaar wordt er een goede inschatting is gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten. 2.6. Verantwoording Het veldwerk is uitgevoerd en de rapportage geschreven door Tijdens het onderzoek ter plaatse waren Mevr. (vanuit Alcedo) en Dhr. aanwezig. Alle in het rapport gebruikte foto’s zijn gemaakt door tenzij anders vermeld.
Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 8 3. Wettelijk kader 3.1. Algemeen De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. 3.2. Doelstelling van de Wnb het beschermen en ontwikkelen van de natuur; het behouden en herstellen van biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten.
In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel). 3.3. Welke soorten worden beschermd? De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten: Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn; Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 9 3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd. Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 10 3.5.
De verbodsbepalingen Beschermingsregimes Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Andere soorten § 3.3 Wnb Artikel 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.10 lid 12 Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Artikel 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Artikel 3.5 lid 3 Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Niet van toepassing Artikel 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5 lid 2 Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing Niet van toepassing Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 lid 1c Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Tabel 1. Overzicht bepalingen Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 11 3.6. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
• Er moet tegenover een afwijking van het v erbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. 3.7. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en derhalve wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. De NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is derhalve van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk druk doende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren.
De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO). Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogelijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 12 Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de inhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven.
De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuur- doelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische Quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Alcedo Natuurprojecten dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het Natuurnetwerk Overijssel. 3.8. Natura 2000 Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek wordt ook onderzocht of het plangebied binnen de begrenzingen of directe invloedsfeer (minder dan 3 kilometer) van een N2000 gebied ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit op dat gebied zullen zijn. De onderzochte locatie ligt op minder dan 3 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde grens van het dichtstbijzijnde N2000 gebied. (Nationaal Park Weerribben-Wieden) Zie figuur 1. Bron: Synbiosis Alterra. Figuur 1: ligging van de onderzochte locatie ten opzichte van N2000. Ecologische Quickscan Dwarsgracht 13 Giethoorn 13 Figuur 2. Stroomdiagram Wnb. Bron: Ecologica.