Gewasbescherming Binnenweg 25 Paasloo_Landas_7 april 2026 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Binnenweg 25 Paasloo Onderzoek gewasbeschermingsmiddelen. Gemeente Steenwijkerland
COLOFON Gegevens | over het plan: Plannaam: | Binnenweg | 25 Paasloo Datum: | 7-4-2026 Projectnummer | Landas: | 89.94.08 Opdrachtgever: | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Gegevens | Landas: Projectleider Landas: | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Opsteller van dit rapport: | (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) Bezoekadres | vestiging | Arnhem: | Sweerts | de Landasstraat | 50, 6814 DG | te Arnhem - Telefoon: | 026 | 35 23 125 E-mail: | info@landas.nl Internet: | www.landas.nl Pr Lancò; ol Binnenweg | 25 Paasloo
Inhoudsopgave PREAMBULE 5 Hoofdstuk 1 1. 1 1. 2 1. 3 Hoofdstuk 2 2. 1 2. 2 Hoofdstuk 3 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 3. 6 Hoofdstuk 4 4. 1 4. 2 4. 3 4. 4 4. 5 4. 6 4. 7 Hoofdstuk 5 Inleiding Aanleiding Doelstelling & achtergrond bij dit onderzoek Projectbeschrijving Achtergrond Blootstellingsonderzoek en de gezondheidseffecten Spuitbelasting Wet- en regelgeving Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden Besluit activiteiten leefomgeving Omgevingswet , regels ruimtelijke ordening Jurisprudentie Risicoacceptatie en etfal Samenvatting Analyse Betrokken agrarische percelen Feitelijke gebruik Toegelaten gebruik Representatieve bedrijfsvoering Afscherming Maatregelenstudie Samenvatting Conclusie en advies 7 7 7 7 9 9 14 18 18 18 20 21 25 28 30 30 31 32 33 34 36 38 39 Binnenweg 25 Paasloo 3
4 Binnenweg 25 Paasloo
PREAMBULE Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van een initiatief binnen het ruimtelijk domein van de Omge- vingswet. Het wordt betrokken bij een wijziging omgevingsplan of een omgevingsvergunning. Naar aanleiding van ontvangen feedback op dit rapport bleek dat verslaglegging , redeneerlijn , conclusies en aanbevelingen soms de indruk wekken dat lichtvaardig wordt omgegaan met vraagstukken rond gezondheid in relatie tot gewasbeschermingsmiddelen. Dat strookt niet met de intentie of werkwijze van de auteur. Landas , als auteur van dit rapport , meent dat eventuele noodzakelijke oplossingen in dit dossier in hoofdzaak buiten het ruimtelijke spoor liggen. Het ruimtelijk spoor kan op delen onder- steunend zijn. Binnen in dit dossier genoemde afstanden van 50 meter , of zelfs 250 meter en verder , van agrarische gronden wonen veel mensen (500. 000 tot 2. 000. 000) die aan eventuele risico’s bloot- staan. Waar nodig voor de gezondheid ligt het primaat in het opleggen van beperkingen of verboden voor specifieke gewasbeschermingsmiddelen. Indien dergelijke maatregelen getroffen worden heb- ben betrokkenen (de bewoners) binnen het initiatief waarvoor dit onderzoek is gedaan dan óók het - kennelijk benodigde- gezondheidsprofijt door getroffen maatregelen. Evenals alle bewoners in voor- noemde zones dat dan hebben.
En waar dat zo is , hebben agrariërs en tuinders alsdan te maken met beperkingen. Met de ontwikkelde methodiek voor het bepalen van spuitbelasting , toegepast op een categorisering van teelten , menen wij een werkwijze te hebben opgesteld die het mogelijk maakt om op basis van locatiespecifiek onderzoek het bevoegd gezag een verantwoorde afweging te laten maken binnen een ruimtelijke procedure. Aan de hand van de volgende voorbeelden wordt de methodiek verduide- lijkt: het situeren van woningen op beperkte afstand tot gras- of maïsland is al snel aanvaardbaar. Eveneens kan de herontwikkeling van een bedrijfslocatie met monumentale waarde tot één woning vlak nabij een perceel met fruitteelt verdedigbaar zijn. Daarentegen ligt realisatie van een woonwijk met 30 nieuwe woningen op vergelijkbare afstand van datzelfde fruitteeltperceel niet voor de hand. Het situeren van bijvoorbeeld een school of kinderdagverblijf direct naast een lelieveld is duidelijk on- gewenst. Binnenweg 25 Paasloo 5
6 Binnenweg 25 Paasloo
Hoofdstuk 1 Inleiding 1. 1 Aanleiding De aanleiding voor dit onderzoek is de ontwikkeling van een project aan de Binnenweg 25 te Paasloo (voor meer informatie zie paragraaf 1. 3). Hierbij is de afstand van dit project tot gronden waar met ge- wasbeschermingsmiddelen gewerkt wordt / kan worden kleiner dan 50 meter. Uit jurisprudentie volgt dat binnen die afstand aandacht nodig is voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. 1. 2 Doelstelling & achtergrond bij dit onderzoek Doel van dit onderzoek is te beoordelen of ter plaatse van het project sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in relatie tot het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op om- liggende percelen. In voorliggend onderzoek wordt daarbij ingegaan op de risico’s en onzekerheden en de mogelijkheid deze te aanvaarden. Zie daartoe met name ook paragraaf 3. 6 voor meer achter- gronden als ook de preambule vóór deze inleiding. 1. 3 Projectbeschrijving De beoogde ontwikkeling bevindt zich aan de Binnenweg 25 te Paasloo. Onderstaande afbeelding toont de locatie in de omgeving. Ligging van het plangebied (Bron: OpenStreetMap) Binnenweg 25 Paasloo 7
Binnen het plangebied wordt een nieuwe woning ontwikkeld , tevens wordt een bedrijfswoning omge- zet naar een burgerwoning. Onderstaande afbeelding geeft de voorgenomen toekomstige situatie weer. Bron: Twan’s Landschaps - Tuinadvies 8 Binnenweg 25 Paasloo
Hoofdstuk 2 Achtergrond 1 Met betrekking tot het aanhouden van afstand tussen een gevoelige functie en gronden waar met gewasbeschermingsmiddelen gewerkt wordt / kan worden is een uitspraak van de Afdeling Bestuurs- rechtspraak Raad van State van 23 september 2009 , zaak nr. 200900570/1/R2 , van groot belang. Daar werd bepaald dat zonder verder onderzoek een afstand van 50 meter tussen de agrarische gronden en een gevoelige functie in elk geval volstaat. Een kortere afstand is ook mogelijk maar dat vraagt een motivering waarom dat aanvaardbaar is. In de jaren voor en na deze uitspraak is er het nodige aan onderzoek geweest. Zowel blootstellings- onderzoek naar het gezondheidseffect als onderzoek naar de mogelijkheid om de afscherming van drift middels een haag of een scherm te realiseren en zo blootstelling te voorkomen. In de volgende paragraaf komen de achtergronden van het blootstellingsonderzoek aan bod. Daarna wordt ingegaan op een vijftal belangrijke variabelen bij de omgang met gewasbeschermingsmiddelen. 2. 1 Blootstellingsonderzoek en de gezondheidseffecten In de wetenschap is er discussie over de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op de gezond- heid. Het gaat daarbij om de termen gevaar , risico en blootstelling. Van alle middelen is vastgesteld welke gevaren er zijn voor de gezondheid. Belangrijk is het risico dat gezondheidsschade optreedt.
De term blootstelling geeft aan hoeveel van de stof er op of in het lichaam terechtkomt. Bij toename van deze hoeveelheden neemt het risico op gezondheidsschade toe. Blootstelling Blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen geschiedt via diverse routes. Door verwaaiing van de spuitnevel (drift) kunnen druppels op de huid terechtkomen of worden ingeademd. Dit geldt ook voor verdampende middelen , poeders , granulaten en stofdeeltjes waaraan deze zijn vastgehecht. Dit zijn directe vormen van blootstelling. Indirect contact (secundaire blootstelling) ontstaat door huidcontact met oppervlakken waarop de middelen terecht zijn gekomen. Dit kan gebeuren als kinderen in een net bespoten perceel spelen of wanneer er gezwommen wordt in water dat verontreinigd is met de middelen. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen via diverse routes binnenshuis terechtkomen zoals via de lucht , verontreinigde kleding , huisdieren en buiten gedroogde was. Eenmaal binnen hechten ze zich aan oppervlakten en huisstof. Door inademing en via de handen komen ze vervolgens in het li- chaam. Ook door hobbymatig gebruik kunnen mensen met deze middelen in aanmerking komen. Kwekers kunnen bovendien extra worden blootgesteld door middel van direct contact met de stoffen tijdens het bereiden van de pesticiden.
Zowel voor hen als voor de omwonenden is het van het groot- ste belang dat zij zich aan de voorschriften voor toepassing houden. 1 In dit rapport wordt ingegaan op nieuwe woningen. Maar het gaat om elke functie waar mensen langdurig (kunnen) verblijven. Binnenweg 25 Paasloo 9
Bij het | onderzoeken | van | de | gezondheidseffecten | zijn | er | twee | groepen | waar | naar | gekeken | wordt: 1. | Omwonenden 2. | Gebruikers | (kweker | / boer) Ad | 1. Omwonenden Een | belangrijk | document | in deze | is een | advies | van | het | Ctgb | 2 waarin | onder | meer | de | volgende | pas- sage | staat: “Na | analyse | van | het | rapport | concludeert | het | College | voor | de | toelating | van | gewasbeschermingsmid- delen | en | biociden | (Ctgb) | dat | de | toegelaten | gewasbeschermingsmiddelen | veilig | zijn | voor omwonenden | en | dat | er dus | geen | reden | is om | in te grijpen | in de | toegelaten | middelen. | ” Aanvullend | concludeert | het | Ctgb | dat | de | blootstellingsberekening | met | de | Europese | methodiek | (OPEX- model) | robuust | is. De | feitelijke | blootstelling | van | de | onderzochte | middelen | op | de | meetlocaties | is lager dan | de | berekende | blootstelling | bij toelating | van | de | middelen. | Het | Ctgb | baseert | haar | conclusie | onder meer | op | de | constatering | dat | de | meetresultaten | lager | zijn | dan | de | grenswaarden | en | dat | de | gevonden concentraties | in de | urine | lager | waren | dan | die | in de | urine | van | proefpersonen | die | de | dosering | hadden gekregen | die | veilig | is bij levenslange | dagelijkse | blootstelling.
| Bovendien | is de | modellering | van | de blootstelling | van | omwonenden | in het | OPEX-model | “worst | case”. | Zo | wordt | in die | modellering | ervan | uit- gegaan | dat | een | omwonende | op | twee | meter | afstand | via | het | gehele | huidoppervlak | wordt | blootgesteld en | wordt | gerekend | met | verdampingswaarden | die | 10 | tot 1000 | keer | hoger | zijn | dan | is gemeten | via | het blootstellings-onderzoek. | Volgens | het | Ctgb | wordt | hiermee | ondervangen | dat | de | huidige | beoordelings- methode | de | blootstelling | via | huisstof | niet | berekent. | ” Uit | dit stuk | volgt | dat | er | géén | gezondheidsschade aantoonbaar | is. Er | zijn | door | het | RIVM | verkennende | onderzoeken | uitgevoerd | op | basis | van | gegevens | uit gezondheids- registraties | , gekoppeld | aan | informatie | over | de | afstand | van | de | woning | tot | specifieke | gewassen | 34 . Hieruit | kwamen | over | het | algemeen | geen | duidelijke | en | consistente | verbanden | tussen | gezondheid | en het | wonen | in de | nabijheid | van | landbouwpercelen | naar | voren. | Het | lijkt aannemelijk | dat | leefstijl- | en | om- gevingsfactoren | het | beeld | verstoren. | Denk | aan | de | effecten | van | roken | , alcoholgebruik | en | ongezonde voeding.
| Deze | effecten | zijn | groter | dan | die | van | gewasbeschermingsmiddelen | in de | gevonden | concen- traties. | Dit | kan | te maken | hebben | met | sociaaleconomische | klasse. | Voorstaande | volgt | uit een | stuk | van het | RIVM. | 5 | In het | algemeen | lijken | mensen | met | veel | landbouwareaal | dichtbij | huis | wat | gezonder | dan mensen | die | ook | in een | niet-stedelijke | omgeving | wonen | maar | geen | of | weinig | landbouw | in de | nabije omgeving | hebben. 2 Advies | Ctgb | over | het | Onderzoek | bestrijdingsmiddelen | en | Omwonenden | en het | bodemonderzoek | Westerveld | , 4 april 2019 3 Gezondheidsverkenning | omwonenden | van | landbouwpercelen | Simões | et al. , 2018 4 Health | survey | on | people | living in the direct | vicinity | of agricultural | plots: | additional | analyses | RIVM | report | 2020-0056 | Simões | et al. , 2020 5 Haalbaarheid | van | onderzoek | naar | blootstelling | aan | bestrijdingsmiddelen | en de gezondheid | van | omwonenden | RIVM-briefrap- port 2022-0040J. | P. Zock | et al. 10 | Binnenweg | 25 Paasloo
Zo zijn er meer verbanden gevonden waar vragen omtrent correlatie en causaliteit geen duidelijk ant- woord kennen zoals die bij maïsteelt en sterfte aan chronische aandoeningen van de onderste luchtwegen , een verband tussen graanteelt en sterfte door zelfdoding en zwakke verbanden tussen de rotatieteelt granen-bieten-aardappelen en leukemie bij volwassenen , het oppervlak fruitteelt nabij de woning en de ziekte van Parkinson en zomergerstteelt in relatie tot hoog geboortegewicht. Met de beschikbare gegevens was het niet mogelijk om deze resultaten goed te duiden ; correlatie en causaliteit was onduidelijk. Er werden aanbevelingen voor vervolgonderzoek gedaan: Een betere inschatting van de blootstelling aan specifieke bestrijdingsmiddelen maken Nadruk leggen op de eerder gevonden gezondheidsproblemen (COPD) , aangevuld met gezond- heidsproblemen waarvan de samenhang in de wetenschappelijke literatuur regelmatig naar voren komt (bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson) en/of die in deze evaluatie niet zijn meegenomen (cognitieve effecten) Meer informatie over individuele factoren zoals leefstijl verzamelen • • • In het vervolgadvies “Gewasbescherming en omwonenden” uit 2020 adviseert de Gezondheidsraad om langs een aantal lijnen aanvullend gezondheidsonderzoek te doen , dat is gericht op het verkrijgen van meer inzicht op de langere termijn.
Epidemiologisch onderzoek naar gezondheidseffecten in Ne- derland kan op termijn waardevolle inzichten opleveren , mits de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen goed kan worden gekarakteriseerd. Mogelijkheden hiervoor liggen op het gebied van registratie van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en monitoring van de blootstelling daaraan. Dit onderzoek loopt momenteel onder de naam “Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden 2” en wordt uitgevoerd door het RIVM , Nivel en IRAS. Gekeken wordt naar de effecten op de gezondheid van omwonenden van landbouwpercelen en van agrariërs in Nederland. Niet alleen volwassenen maar ook kinderen van omwonenden en van agrariërs worden onderzocht. Daarbij is het onderzoek gericht op de vol- gende ziektebeelden: ziekte van Parkinson , leukemie bij kinderen , lymfomen bij volwassenen , COPD , astma en acute en chronische klachten die zijn gemeld bij huisartsen. Ook worden cognitieve effecten bij kinderen onderzocht , zoals effecten op de concentratie , oriëntatie , het maken en uitvoeren van plannen , taal , ruimtelijke taken en het geheugen. 6 Als resultaten van dit onderzoek bekend worden , moeten deze worden meegenomen in de beoordeling van eventuele risico’s. Tot die tijd wordt gebruik gemaakt van de gegevens die nu beschikbaar zijn.
In de analyses van de elektronische patiëntendossiers van huisartsen bij de eerste gezondheidsver- kenning kwam naar voren dat er bij meer fruitpercelen in de nabijheid van de woning (50 meter- buffer) , meer mensen bij de huisarts komen vanwege oogklachten. Dit verband is internationaal eer- der gevonden bij studies bij agrariërs en het gebruik binnen het huishouden. 7 6 7 https://www. rivm. nl/bestrijdingsmiddelen/onderzoek-bestrijdingsmiddelen-en-omwonenden Kim et al. , 2017 ; Upadhayay et al. , 2020. (Jaga et al. , 2006). Binnenweg 25 Paasloo 11
Er zijn bestrijdingsmiddelen die een irriterend vermogen hebben als die in nauwe nabijheid worden toegepast en acute klachten zoals hoofdpijn , huid- en oogirritatie kunnen veroorzaken. Irritatie en een branderig gevoel zijn de meest beschreven acute effecten van pesticiden op de ogen. Oogirritatie lijkt daarmee een duidelijk correlatie te hebben met daarbij een causaal verband: het gebruik van gewas- beschermingsmiddelen heeft een duidelijk irriterend effect voor de ogen. Cumulatie Een aspect waarmee rekening moet worden gehouden is het cumulatieve effect. Dit kan het effect zijn van het toepassen van verschillende middelen met daarin dezelfde werkzame stof , zodat de to- tale blootstelling aan die stof toeneemt. Het Ctgb houdt bij de voorschriften voor de gebruiker rekening met dit verschijnsel zodat de maximaal toegelaten concentraties niet worden overschreden. Doordat omwonenden minder in contact staan met de middelen dan de gebruiker lijkt het niet aanne- melijk dat het risico voor omwonenden dan groter zal zijn. Een andere mogelijkheid is dat verschillende middelen elkaars werking versterken of veranderen ; ver- gelijkbaar met verschillende geneesmiddelen die elkaars werking beïnvloeden of geneesmiddelen waarbij alcohol de werking versterkt of verandert.
Ook deze effecten zijn onwaarschijnlijk en moeilijk te kwantificeren door de lage concentraties die worden aangetroffen. Ad 2. Gebruikers (kweker / boer) Een andere benadering om de risico’s (voor omwonenden) in te schatten is om eerst naar de effecten bij de professionele gebruikers te kijken , omdat die meestal aan een hogere dosis worden blootge- steld. Daarbij is het zinvol te kijken of de gezondheidseffecten die bij omwonenden optreden hetzelfde zijn als de effecten bij de gebruikers. Voor onderstaande is gebruik gemaakt van het advies Gewas- bescherming en omwonenden van de Gezondheidsraad uit februari 2014. 8 Er is in Nederland veel epidemiologisch onderzoek verricht onder agrariërs. Het blijkt ondoenlijk om de effecten van de diverse gewasbeschermingsmiddelen te onderscheiden omdat telers altijd aan combinaties van middelen worden blootgesteld. In 1988 bleek dat beroepsmatig blootgestelden infor- matie trager verwerkten en een lagere prikkelgeleidingssnelheid in de zenuwen hadden. Het verschil was niet groot en er was geen verband met gezondheidsklachten maar het verschil was significant. Onderzoek naar de ziekte van Parkinson duidt op een licht verhoogd risico bij het toepassen van in- secticiden en herbiciden.
Bij fruittelers bleken effecten op de vruchtbaarheid zoals een verlaagde kans op bevruchting in het spuitseizoen , evenals bij de bloementeelt onder glas , waar ook het aantal spontane abortussen toenam en in vitro fertilisatie met sperma van blootgestelde mannen minder ef- fectief is. Verder bleek dat bij beroepsmatige blootstelling van de moeder de placenta gemiddeld lichter is en de groei van de foetus verminderd. 8 Advies Gewasbescherming en omwonenden 201402 12 Binnenweg 25 Paasloo
In het buitenland zijn verbanden gevonden met een verlengde tijd-tot-zwangerschap , aantasting van de cognitieve vermogens , de ziekte van Parkinson , ALS en diverse vormen van kanker bij beroeps- matig blootgestelde volwassenen. Bij prenatale blootstelling (soms van de ouders nog vóór de conceptie) zag men een lager geboortegewicht en meer lichaamsvet bij schoolkinderen , een ver- hoogd risico op hart- en vaatziekten , verstoorde ontwikkeling van de geslachtsorganen bij jongens , vervroegde borstontwikkeling bij meisjes en kanker bij kinderen. Bovenstaande informatie is lastig te duiden. Er zijn relaties gevonden welke significant zijn maar de verschillen tussen personen met en zonder blootstelling waren klein. Uit de meeste data volgt dat de blootstelling aan afzonderlijke stoffen ruim beneden gezondheidskundige grenswaarden blijft en dat effecten op de gezondheid van afzonderlijke stoffen dus niet te verwachten zijn. Niettemin adviseert de gezondheidsraad verder onderzoek gericht op het verkrijgen van meer inzicht op de langere ter- mijn , dat momenteel wordt uitgevoerd. Zolang daar geen resultaten van bekend zijn , kan het volgende gesteld worden: Uit nationaal en internationaal onderzoek volgen geen bewijzen voor gezondheidsschade bij omwonen- den als gevolg van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen.
Er zijn wel correlaties gevonden maar de causaliteit is onduidelijk. Alleen oogirritatie bij fruitteelt is een duidelijk gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Zoals ook in het Kamerstuk naar aanleiding van het Ctgb-rapport is gesteld: “De toegelaten gewasbeschermingsmiddelen zijn veilig voor omwonenden. Er is geen reden om in te grijpen in de toegelaten middelen. ” Conclusie Er is geen aantoonbaar risico. Resultaat is dat niet ingegrepen wordt: de aanwezige onzekerheden in dit dossier worden aanvaard. Noot: De samenstelling en dosering van gewasbeschermingsmiddelen is aan verandering onderhevig. Dat er in een bepaalde teelt minder gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt betekent niet automa- tisch dat de veiligheid daardoor is toegenomen. Dit wordt ook ingebracht in recente procedures door bijvoorbeeld “Meten = weten” 9 . Bovendien kost onderzoek , met name naar de langetermijneffecten van een stof , tijd wat effect heeft op de beschikbaarheid van onderzoek. 9 https://metenweten. nl/page/kilogrammen-niet-de-juiste-maat Binnenweg 25 Paasloo 13
2. 2 Spuitbelasting Er is een aantal variabelen bepalend voor het effect van gewasbeschermingsmiddelen. De combina- tie van deze variabelen omschrijven we hier als de “spuitbelasting” welke de mogelijkheid biedt om grip te krijgen op de verschillende aspecten die een rol spelen bij de blootstelling van omwonenden. Een hoge spuitbelasting heeft tot gevolg dat het risico op negatieve effecten voor de gezondheid gro- ter is dan bij een lage spuitbelasting. De variabelen die de spuitbelasting beïnvloeden zijn per teelt anders. Het gaat om: 1. 2. 3. 4. 5. Teelthoogte Drift Teeltplanning Toxiciteit Afscherming Deze worden hierna nader toegelicht. Ad 1. Teelthoogte Hoe hoger een gewas is , des te hoger gespoten moet worden om het gehele gewas te raken. Spuit- nevel die zich hoger boven de grond bevindt , wordt makkelijker en verder meegevoerd door de wind , zodat de drift hoger is. Hieruit volgt dat laanbomen en fruitbomen vaak tot meer drift leiden dan bij- voorbeeld grasland (als daar al gespoten wordt). Ad 2. Drift Er zijn diverse manieren om spuitvloeistof op het gewas te brengen. De spuitdoppen hebben invloed op de druppelgrootte van de vloeistof en daarmee op de drift. Een kleinere druppel wordt bijvoorbeeld makkelijker en verder meegevoerd door de wind dan een grotere druppel.
Verder wordt soms een elektrische lading aan de druppels meegegeven waardoor deze door het gewas worden aangetrok- ken , wat drift vermindert (elektrostatisch spuiten). Neerwaarts spuiten verkleint ook de drift omdat de spuitnevel minder boven het gewas uitkomt en minder wordt meegenomen door de wind dan bij op- waarts of horizontaal spuiten. Tot slot zijn er nieuwe technieken in ontwikkeling die onder de term “precisielandbouw” vallen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om met drones op een hoogte van 40 meter boven het gewas aantastingen en onkruiden te herkennen die dan door veel lager vliegende drones (enige tientallen cm boven het gewas) zeer gericht worden bepoten. Dit kan ten opzichte van de hui- dige technieken de hoeveelheid gebruikte middelen en de drift verder reduceren. Ad 3. Teeltplanning Met teeltplanning wordt bedoeld welke gewassen worden geteeld en welke bespuitingen (= welke stof en de hoeveelheid) op welk moment nodig zijn. Hierbij wordt van de representatieve bedrijfsvoering uitgegaan , bijvoorbeeld door een aantal jaren terug te kijken in de teeltgeschiedenis en door te kijken 14 Binnenweg 25 Paasloo
welke teelten in het betreffende gebied worden uitgevoerd. De grootte van een perceel kan bepaalde teeltvormen uitsluiten , net als de ligging en de grondsoort. Bovendien is er een zekere traditie en ge- woontevorming zodat niet elke overgang naar een ander gewas even waarschijnlijk is: de kans dat een melkveehouder in Oost-Nederland ineens overschakelt naar bollenteelt is bijvoorbeeld klein. Wat betreft de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen voor een bepaalde teelt is een aantal toepassingen voorspelbaar en in te plannen en een deel zal noodzakelijk blijken al naar gelang hoe een groeiseizoen zich ontwikkelt. Door diverse omgevingsfactoren zoals het weer en de vroege of juist late introductie van ziekteverwekkers of plaagorganismen kan het nodig zijn hiervan af te wijken. Daardoor is het niet mogelijk een vast aantal bespuitingen of een vaste hoeveelheid gewasbescher- mingsmiddel per hectare te geven. Op basis van voorgaande jaren is een voorspelling wel mogelijk , maar altijd met een slag om de arm voor onvoorziene omstandigheden. In de tabel onderaan deze opsomming wordt uitgegaan van de gangbare teeltplanning met gangbare bestrijdingen. Ad 4. Toxiciteit De toxiciteit ofwel de giftigheid van de middelen is het terrein van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
In dit document gaat het om middelen waarvan het gebruik in dit gewas gebruikelijk is. Door diverse proeven is de giftigheid van middelen voor mensen en andere levende wezens zoals bijen en andere nuttige of zeldzame insecten vastgesteld. Omdat het om omwonenden gaat , is dit in voorliggend onderzoek beperkt tot toxiciteit voor de mens. Uit de diverse experimenten volgt een maximaal veilig geachte dosis , dat is de hoeveelheid waarbij geen negatief effect op de gezondheid kan worden aangetoond. Van deze dosis wordt een fractie (meestal minder dan 1 procent) gezien als de maximaal toelaatbare dagelijkse inname (Acceptable Daily In- take , A. D. I). Aan de hand hiervan wordt ook vastgesteld welke hoeveelheid zich maximaal in 1 ml bloed of urine van een persoon mag bevinden. Bij waarden onder dit maximum acht men gezond- heidseffecten uitgesloten. Ondanks deze zorgvuldige toetsing kunnen inzichten in de gezondheidseffecten veranderen. Ad 5. Afscherming Door een afschermende voorziening tussen de agrarische gronden en de gevoelige functie wordt drift van de middelen beperkt , wat helpt bij het motiveren van een afstand kleiner dan 50 meter. Door het Plant Research International (PRI) is onderzoek gedaan naar de effecten van hagen op de drift en de aan te houden afstanden.
Al naar gelang het type teelt , de hoogte van de haag en de bladhoudend- heid is het effect groter , of kleiner. Dat is ook bevestigd in gerechtelijke uitspraken dat er een effect toegekend kan worden aan de realisatie van bladhoudende hagen en/of beplanting (zie volgend hoofdstuk). De haag / beplanting moet aan de volgende voorwaarden voldoen: Wintergroen , niet bladverliezend Hoogte 1 meter boven de teelthoogte • • Binnenweg 25 Paasloo 15
• | Dichtheid: | Optische | dichtheid | van | 80-100%. | Een | optische | dichtheid | van | 80% | is aanwezig | als | de haag | niet | doorzichtig | is , dus | zodanig | dat | objecten | aan | de | andere | zijde | van | de | haag | mogelijk | nog kunnen | worden | waargenomen | , maar | niet | kunnen | worden | herkend Ook | andere | voorzieningen | zoals | gebouwen | of | een | muur | hebben | een | gunstig | effect | op | de | beperking van | drift. Glastuinbouw | , een | bijzondere | afscherming Een | bijzondere | vorm | van | een | afschermende | voorziening | is te | vinden | in de | glastuinbouw: | een | glazen ombouw | over | de | teelt. | Glastuinbouw | vindt | plaats | in zowel | kassen | als | warenhuizen | welke | hierna | ge- makshalve | onder | de | noemer | ‘kassen’ | gebracht | worden. | Kassen | reduceren | de | drift | sterk | , maar | zijn niet | luchtdicht. | Bij | oudere | , slecht | onderhouden | kassen | treedt | vaak | lekkage | op | via | de | vattingen | van het | glas. | Tevens | worden | kassen | om | meerdere | redenen | gelucht | waarbij | de | gebruikte | middelen | naar buiten | kunnen | komen. | De | totale | drift | vanuit | een | kas | is een | factor | 5 tot | 30 | keer | zo | laag | als | die | bij open teelten.
| Bij | kassen | is deze | namelijk | 1 | á 5% | van | de | totale | gift 10 terwijl | de | drift 11 bij | open | teelten | 12 5 | tot soms | zelfs | 30% | bedraagt. In kassen | wordt | zowel | gewerkt | met | gewasbeschermingsmiddelen | in vloeistofvorm | welke | als | nevel verspreid | worden | als | ook | met | middelen | die | hun | werking | in gasvorm | uitoefenen. | Deze | laatste | , de | gas- vorm | , komt | inmiddels | weinig | voor | doordat | het | veel | vergt | aan | persoonlijke | beveiligingsmiddelen. | Bij | de eerste | vorm | , de | nevel | , geldt | dat | deze | dient | neer | te slaan | op | het | gewas | als | ook | , onbedoeld | , tegen | de ruiten | welke | doorgaans | kouder | zijn | dan | de | lucht. | Het | spuiten | van | de | gewasbeschermingsmiddelen | in vloeistofvorm | met | als | doel | de | nevel | te verkrijgen | geschiedt | daarom | ook | in een | dichte | kas | , dus | zonder bewuste | openingen | in de | kas | zoals | ventilatieopeningen. | Immers | , het | doel | is dat | de | nevel | neerslaat | op het | gewas | en | niet | naar | buiten | verwaait. Tunnelkassen | zijn | ook | kassen | en | werken | ook | driftreducerend | maar | door | de | grote | diversiteit | in de | ver- schijningsvorm | en | kwaliteit | wordt | dat | alhier | niet | verder | kwantitatief | geduid.
Inschatting | spuitbelasting | veel | voorkomende | teelten Voor | de | meest | voorkomende | teelten | zijn | in de | volgende | tabel | de | variabelen | weergegeven | die | de spuitbelasting | beïnvloeden | met | daarbij | een | kwalitatieve | duiding | van | elke | variabele. | Alleen | ‘Afscher- ming’ | staat | er | niet | bij daar | dit een | locatiespecifiek | gegeven | is. De | verschillen | per | specifieke | teelt 10 RIVM | , WUR | “Emissie | van | gewasbeschermingsmiddelen | uit de glastuinbouw” | (Wipfler | et al. 2023. 11 Bij kassen | wordt | niet van | drift gesproken | maar | van | emissie | , wat | m. b. t. voorliggend | rapport | hetzelfde | is. 12 RIVM | “Milieu-emissies | van | gewasbeschermingsmiddelen | uit de | landbouw” | , 2020. 16 | Binnenweg | 25 | Paasloo
kunnen soms groot zijn: zie bijvoorbeeld het verschil tussen consumptieaardappelen en pootaardap- pelen. Beiden een aardappel , maar de teeltplanning en toxiciteit is anders met daardoor een andere kwalificatie bij de spuitbelasting. 3 Teeltvorm Teelt- hoogte - + 0 0 + + Fruitteelt + Sierteelt Bijzondere teeltvormen Vertical farming - Biologische teelt 0 Kassen n. v. t. + = veel / hoog. 0 = gemiddeld , - = weinig / laag 1: teelten zoals consumptieaardappelen , bieten en graan 2: teelten zoals pootaardappelen en ander zaai- en pootgoed 3: Van de voor dit gewas gebruikelijke middelen 4: Bij niet te oude en goed onderhouden kassen. Anders: gemiddeld 5: Drift is hoog door op- en zijwaarts spuiten Containerteelt is niet als specifieke teeltvorm opgenomen omdat het niet gaat om de containervorm maar om het teeltgoed. De hoogstamboomgaard (fruitteelt hoog) is niet opgenomen in dit overzicht doordat die teelt niet bedrijfsmatig bestaat. 13 Drift Teeltplan- ning - - 0 + 0 + ++ Toxiciteit Spuitbelasting Grasland Snijmaïs 1 Bouwland normaal - 0 0 0 ++ ++ + - - 0 + 0 + ++ Laag Ondergemiddeld Gemiddeld Bovengemiddeld Bovengemiddeld Hoog Hoog (zeer hoog) 2 Bouwland intensief 5 Boomteelt 5 n. v. t. n. v. t. - n. v. t. n. v. t. + n. v. t. n. v. t. + Laag Laag Ondergemiddeld 4 Tabel: Spuitbelasting Bron: Landas 13 Drs. M. Geerts , planoloog , en Ir. J.
Los , landbouwkundige , hebben vanuit Buro SRO hun planologische en landbouwkundige kennis ingezet om de wetenschappelijke gegevens over de landbouwkundige praktijk te combineren met het publiekrechtelijke domein van de besluitvorming in de ruimtelijke ordening. Dit heeft geleid tot het concept ‘spuitbelasting’. Binnenweg 25 Paasloo 17
Hoofdstuk | 3 | Wet- | en | regelgeving Over | het | gebruik | van | gewasbeschermingsmiddelen | is het | nodige | vastgelegd | in wet- | en | regelgeving. Een | zeker | zo | belangrijke | bijdrage | voor | de | omgang | met | besluitvorming | rondom | gewasbeschermings- middelen | is gevormd | door | jurisprudentie. | Tot | slot | wordt | ingegaan | op | de | besluitvorming | bij ruimtelijke ordeningsvraagstukken | en | de | invulling | van | het | begrip | evenwichtige | toedeling | van | functies | aan | loca- ties | binnen | de | Omgevingswet. 3. 1 | Wet | gewasbeschermingsmiddelen | en | biociden Bij het | telen | van | o. a. bollen | , bomen | en | fruit | in de | open | lucht | kan | het | gebruik | van | gewasbeschermings- middelen | van | invloed | zijn | op | de | omgeving. | Dit | door | mogelijke | drift | (verwaaiing | van | spuitvloeistof) | bij het | bespuiten | met | gewasbeschermingsmiddelen | en | hulpstoffen. | In de | Wet | gewasbeschermingsmid- delen | en | biociden | (Wbg) | staat | omschreven | dat | een | ieder | verplicht | is op | zorgvuldige | wijze | om | te gaan met | gewasbeschermingsmiddelen | , biociden | , de | daarbij | behorende | werkzame | stoffen | of daarbij | ge- bruikte | toevoegingsstoffen | , alsmede | restanten | daarvan | of de | aangebroken | verpakkingen.
| Het | is daarbij | verboden | een | werkzame | stof | te gebruiken | die | niet | is opgenomen | in een | toegelaten | gewasbe- schermingsmiddel | , tenzij | de | stof | is goedgekeurd | als | basisstof | , op | grond | van | artikel | 23 | van | de Europese | Verordening | gewasbeschermingsmiddelen | (EG) | 1107/2009. 3. 2 | Besluit | activiteiten | leefomgeving Voor | het | toepassen | van | gewasbeschermingsmiddelen | bij het | telen | van | gewassen | in de | openlucht | gel- den | specifieke | voorwaarden | (Paragraaf | 4. 64 | Besluit | activiteiten | leefomgeving | (Bal)). Driftreductie In artikel | 4.723c | , lid 1 Bal | is vastgelegd | dat | , met | het | oog | op | het | voorkomen | of | beperken | van | verontrei- niging | van | een | oppervlaktewaterlichaam | en | het | beschermen | van | de | gezondheid | van | personen | , bij het gebruiken | van | gewasbeschermingsmiddelen | , een | techniek | toegepast | wordt | , die | een | driftreductie | be- reikt | van | ten | minste | 75% | ten | opzichte | van | een | vastgestelde | referentietechniek | , terug | te vinden | in het “Meetprotocol | voor | het | vaststellen | van | de | driftreductie | van | neerwaartse | en | op- | en | zijwaartse | spuit- technieken” | en | het | “Meetprotocol | voor | het | vaststellen | van | de | driftreductie | van | spuitdoppen | voor neerwaartse | en | op- | en | zijwaartse |
bespuiting” | van | het | Informatiepunt | Leefomgeving | van | de | Rijksover- heid. | Dit percentage | van | 75 | geldt | sinds | 2023. | Daarvoor | was | het | 50% | en | vanaf | 2026 | geldt | een driftreductie | van | 90%. Teeltvrije | zones Op | grond | van | artikel | 4. 723d | Bal | zijn | teeltvrije | zones | gereguleerd | , ter bescherming | van | het | oppervlak- tewaterlichaam. | Teeltvrije | zones | zijn | zones | langs | het | oppervlaktewaterlichaam | , waar | het | gebruik | van chemische | gewasbeschermingsmiddelen | niet | is toegestaan. | Het | aanhouden | van | een | teeltvrije | zone | is afhankelijk | van | het | oppervlaktewaterlichaam | en | het | type | gewas. | De | teeltvrije | zone | wordt | gemeten vanaf | de | insteek | van | een | oppervlaktewaterlichaam | en | strekt | zich | uit tot het | hart | van | de | buitenste 18 | Binnenweg | 25 Paasloo
planten van de te telen gewassen , met uitzondering van de teelt van grasland. In de volgende tabel zijn voor verschillende gewassen de minimale teeltvrije zones opgenomen en de daarbij behorende voorwaarden. Op- en zijwaarts bespuiten wordt alleen toegepast bij teelten van hoge gewassen , zo- als haag- , laan- en fruitbomen. Bij de buitenste rij van het gewas mag alleen veld-inwaarts gespoten worden. Soort gewas Minimale teeltvrije zone in m 15 , 10 , Aanvullende voorwaarden Aardappelen , uien , bloembollen en bloemknollen , aardbeien , asperges , prei , schorseneren , sla , wortelen en vaste planten Boomkwekerijgewassen en fruitteelt - Gebruik van een techniek met een driftreductie van ten minste 90% 15 , 10 , Neerwaarts bespuiten Neerwaarts bespuiten en gebruik van een techniek met een driftreductie van ten minste 90% Op- en zijwaarts bespuiten 50 , 45 , 30 , Pit- en steenvruchten - Gebruik van een techniek met een driftreductie van ten minste 90% of gebruik van een biologische productiemethode Overige gewassen 05 , Tabel: teeltvrije zones Bron: Profytodsd.
nl/articles/teeltvrije_zones - Geen teeltvrije zones Er is geen teeltvrije zone ten opzichte van oppervlaktewater nodig bij de teelt van pit- en steenvruch- ten als de laagste gesteltak van een boom ontspringt op 175 cm of hoger uit de stam en binnen een afstand van ten minste 900 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam geen gewasbe- schermingsmiddelen worden gebruikt , of als de teelt grenst aan een gegraven waterloop , die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden geen water bevat. En bij de teelt van andere ge- wassen dan pit- en steenvruchten is geen teeltvrije zone nodig als: Gebruik wordt gemaakt van biologische productiemethoden. De teelt grenst aan een gegraven waterloop , die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstan- digheden geen water bevat. Er gebruik wordt gemaakt van een emissiescherm. • • • Binnenweg 25 Paasloo 19
Bij neerwaarts | bespoten | gewassen | is geen | teeltvrije | zone | verplicht | in de | volgende | drie | situaties: • | Langs | droogvallende | sloten | (zie | definitie | bij bufferstroken) | en | sloten | en | greppels | die | (bijna) | altijd droog | staat • | Biologische | teelt • | Gebruik | van | een | emissiescherm Maatwerkvoorschriften Op | grond | van | het | artikel | 2. 13 | Bal | bestaat | de | bevoegdheid | om | maatwerkvoorschriften | te | stellen. | Dit zijn individuele | besluiten | gericht | op | een | activiteit | in de | zin | van | de | Omgevingswet. | Activiteiten | in de | zin van | voorliggende | rapportage | is het | gebruiken | van | gewasbeschermingsmiddelen | door | een | boer | of kweker. | In een | rapportage | van | de | stichting | Natuur | & | Milieu | en | Urgenda | 14 wordt | dit verder | toegelicht. In de | dagelijkse | praktijk | is het | onbekend | hoe | vaak | dit middel | wordt | gebruikt. | Er | is weinig | jurispruden- tie over | dit onderwerp. | Een | uitspraak | 15 van | 2 juli 2025 | maakt | duidelijk | dat | in die | casus | een maatwerkvoorschrift | níet | kon | worden | opgelegd | voor | lelieteelt | in het | algemeen | in die | gemeente. | In het licht | van | voorliggende | rapportage | lijkt dat | ook | volgbaar.
| Indien | de | analogie | van | de | zonering | wordt | ge- volgd | is dit mogelijk | anders | in een | casus | waarbij | het | om | -alleen- | die | zone | gaat | , maar | ook | hierover: niet | bekend | is of dit instrument | hierbij | wordt | toegepast. Windsnelheid Er | geldt | op | basis | van | artikel | 4.723e | , lid 1 Bal | een | verbod | op | het | toepassen | van | gewasbeschermings- middelen | bij een | windsnelheid | van | meer | dan | vijf meter | per | seconde | (windkracht | 3). 3. 3 | Omgevingswet | , regels | ruimtelijke | ordening In het | omgevingsplan | kan | de | planopsteller | regels | opnemen | omtrent | het | gebruik | van | gronden. | Via | dit instrument | kunnen | ook | gebruiksbepalingen | opgenomen | worden | gericht | op | het | gebruik | van | gewasbe- schermingsmiddelen | en | / of | specifieke | teelten. | Behoudens | sommige | stelsels | voor | een omgevingsvergunning | voor | het | uitvoeren | van | een | werk | geen | bouwwerk | zijnde | of | van | werkzaamheden (voorheen | ‘aanleggen’) | komt | dit in de | meeste | omgevingsplannen | beperkt | voor. | Daarbij | wordt | opge- merkt | dat | de | voornoemde | stelsels | niet | opgezet | zijn | met | het | oog | op | het | reguleren | van | het | gebruik | van gewasbeschermingsmiddelen | maar | om | andere | ruimtelijke | doelen | te borgen.
| De | planopsteller | is door- gaans | de | gemeenteraad | maar | provincie | en | rijk kunnen | deze | regels | ook | opstellen. 14 https://www. | urgenda. | nl/wp-content/uploads/2024/12/Gemeentelijke-handleiding-Regulering-Bestrijdingsmiddelen-NatuurMi- lieu-Urgenda. | pdf 15 https://uitspraken. | rechtspraak. | nl/details?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:6311 20 | Binnenweg | 25 Paasloo
Beperkend In de | discussie | omtrent | het | ontwikkelen | van | een | nieuwe | gevoelige | functie | binnen | een | afstand | van | 50 meter | van | agrarische | gronden | , gronden | waar | gewerkt | wordt | / kan | worden | met | gewasbeschermings- middelen | , wordt | met | regelmaat | gemeld | dat | de | nieuwe | gevoelige | functie | dan | beperkend | is voor | de desbetreffende | boer | of tuinder. | Dat | is evenwel | alléén | zo | als | het | omgevingsplan | daartoe | die | beperking oplegt. Veruit | de | meeste | omgevingsplannen | , zowel | bestaande | beheergerichte | , nieuwe | beheergerichte | als ontwikkelgerichte | kennen | geen | gebruiksbeperkingen | toe | aan | agrarische | gronden | m. b. t. het | gebruik van | gewasbeschermingsmiddelen | in de | afstand | tot 50 | meter | tot | bestaande | dan | wel | nieuwe | gevoelige functies. 3. 4 | Jurisprudentie Met | betrekking | tot de omgang | van | gewasbeschermingsmiddelen | in relatie | tot ruimtelijke | ontwikkelin- gen | zijn uitspraken | van | de | Afdeling | Bestuursrechtspraak | van | de | Raad | van | State | (ABRvS) | een belangrijke | houvast.
| In deze | paragraaf | wordt | ingegaan | op | een | aantal | relevante | uitspraken | waaraan houvast | gevonden | kan | worden | bij het | bepalen | van | afstanden | tussen | plaatsen | waar | gewasbescher- mingsmiddelen | gebruikt | worden | en | gevoelige | functies. Gevoelige | functie Op | basis | van | jurisprudentie | 16 blijkt dat | sprake | is van | een | (drift)gevoelige | functie | als in het | betreffende object | , ter | plaatse | van | de | betreffende | functie | , mensen | over | het | algemeen | langdurig | (kunnen) | verblij- ven. | Dit | betreft | daarmee | niet | alleen | woonfuncties | waaronder | de | huisvesting | voor | arbeidsmigranten | , maar | ook | bijvoorbeeld | tuinen | , panden | met | detailhandel | en | kantoren | , bedrijfsgebouwen | , speelvoorzie- ningen | , onderwijs | , zorg | of recreatie. | Het | betreft | bijvoorbeeld | niet | een | groenstrook | , een | fietspad | of een fietsenstalling | omdat | daar | niet | langdurig | wordt | verbleven. Vuistregel | afstand | van | 50 | meter Ten | tijde van | het | opstellen | van | dit rapport | zijn | er in de | Nederlandse | wetgeving | geen | bepalingen | over minimaal | aan | te houden | afstanden | tussen | het | gebruiken | van | gewasbeschermingsmiddelen | en | voor gewasbeschermingsmiddelen | gevoelige | functies.
| De | ABRvS | acht | een | afstand | van | 50 | meter | tussen gevoelige | functies | en | agrarische | bedrijvigheid | waarbij | gewasbeschermingsmiddelen | worden | gebruikt | , niet onredelijk | 1718 , . “Zoals | de | Afdeling | eerder | heeft | overwogen | , onder | meer | in haar | uitspraak | van | 23 september | 2009 | in zaak | nr. 200900570/1/R2 | , wordt | een | planologische | keuze | , die | ziet | op | een | afstand 16 ECLI:NL:RVS:2008:BG5883 17 ECLI:NL:RVS:2015:1698 18 ECLI:NL:RVS:2025:4134 Binnenweg | 25 Paasloo | 21
van | 50 | meter | tussen | gevoelige | functies | en | agrarische | bedrijvigheid | in de | fruitsector | waarbij | gewasbe- schermingsmiddelen | worden | gebruikt | , in het | algemeen | niet | onredelijk | geacht. | Dit | brengt | echter | niet met | zich | dat | een | keuze | voor | een | kortere | afstand | in een | bepaalde | situatie | niet | redelijk | kan | zijn , indien aan | die | keuze | een | deugdelijke | motivering | ten | grondslag | is gelegd. | ” | Deze | afstand | van | 50 | meter | is zo uitgegroeid | van | een | vuistregel | tot | maatgevende | afstand. Bij deze | vuistregel | , het | ontstaan | van | de | 50 | meter | afstand | , zijn | kanttekeningen | te | plaatsen: • | Deze | stamt | uit een | periode | dat | de | verplichte | driftreductie | 50% | van | de | referentietechniek | bedroeg. Deze | is sinds | 2023 | verhoogd | naar | 75% | en | per | 1 januari | 2026 | 90%. | Dat | is een | verbetering | van 80% | (of 40 | procentpunt) • | De | uitspraak | richt | zich | op | de | teelt | van | fruit. | De | fruitteelt | kent | een | hoge | spuitbelasting | (zie | par. 2. 2).
| Voor | andere | teelten | met | een | lagere | spuitbelasting | is -kennelijk- | een | kortere | afstand | niet | on- redelijk Kortere | afstand Op | grond | van | de | jurisprudentie | kan | afgeweken | worden | van | de | vuistregel | van | 50 | meter | door | middel van | een | locatiespecifiek | onderzoek | , waarbij | dient | te worden | aangetoond | dat | onder | de | gegeven | om- standigheden | ook | bij het | hanteren | van | een | kortere | afstand | een | aanvaardbaar | woon- | en | leefklimaat | bij een | gevoelige | functie | is gegarandeerd. | Hiervoor | dient | onderzocht | te | worden | wat | de | specifieke | om- standigheden | zijn. | Bijvoorbeeld | het | plaatsen | van | een | windhaag | of | een | constructie | met | gelijkwaardige filterende | werking | , de | aanwezigheid | van | watergangen | en | feitelijke | omstandigheden. | In een | uit- spraak | 19 is geoordeeld | dat | een | kleinere | afstand | aanvaardbaar | kan | zijn | indien | (bijvoorbeeld) driftreducerende | maatregelen | worden | getroffen. | “In 4. 9.
van | de | plantoelichting | van | het | onderhavige wijzigingsplan | is over | het | gebruik | van | gewasbeschermingsmiddelen | echter | vermeld | dat | ten | oosten | , noorden | , westen | en | (gedeeltelijk) | ten | zuiden | van | het | containerveld | een | struweelhaag | wordt | geplaatst | , die | de | eventuele | drift | van | gewasbeschermingsmiddelen | naar | aangelegen | gronden | voorkomt. | Door | de voorwaardelijke | verplichting | in artikel | 3. 1. van | de | planregels | en | het | landschappelijk | inpassingsplan | is planologisch | verzekerd | dat | deze | struweelhaag | , met | een | breedte | van | 3 | m | en | een | hoogte | van | 24 , m , wordt | aangelegd | en | in stand | gehouden. | Naar | het | oordeel | van | de | Afdeling | heeft | het | college | hiermee toegelicht | waarom | in | dit geval | een | kortere | afstand | dan | een | afstand | van | 50 | meter | mocht | worden | ge- hanteerd. | ” In | deze | uitspraak | heeft | de | Afdeling | overwogen | dat | , in het | geval | waarin | het | agrarische perceel | direct | gelegen | is naast | het | perceel | met | de | gevoelige | functie | , voldoende | is onderbouwd | dat door | het | plaatsen | en | in | stand | houden | van | een | struweelhaag | een | kortere | afstand | dan | 50 | meter | kan worden | aangehouden.
| Wel | moet | in het | ruimtelijk | plan | geborgd | zijn | dat | onderhoud | en | instandhouding van | de | struweelhaag | is verzekerd | middels | een | voorwaardelijke | verplichting. 19 ECLI:NL:RVS:2022:3160 | en | ECLI:NL:RVS:2023:269 22 | Binnenweg | 25 Paasloo
In de uitspraak wordt verwezen naar onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Mi- lieu (RIVM) waaruit geen gezondheidsproblemen naar voren zijn gekomen die samenhangen met het wonen naast de agrarische percelen (in dit geval bollenteelt) en de bevestiging daarvan door het Col- 20 staat lege voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). In de uitspraak onder meer het volgende te lezen: “Voor zover er in de omgeving van de woning wel percelen in ge- bruik zijn voor de bollenteelt , staat in het onderzoek dat in het onlangs uitgebrachte onderzoek van het RIVM geen gezondheidsproblemen naar voren zijn gekomen die samenhangen met het wonen in de nabijheid van bollenteelt. Dit is , zo staat in het onderzoek , door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen bevestigd. Dat geen sprake is van gezondheidsproblemen , komt mede omdat telers in de regel niet spuiten bij harde wind of een windrichting richting woningen. Om eventu- ele drift of andere kansen op aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in (de tuin van) de woning zoveel als mogelijk uit te sluiten , wordt in het onderzoek geadviseerd om een in de winter groenblijvende haag aan te planten aan de westelijke zijde van de tuin van de woning.
” In een andere uitspraak blijkt uit een locatie specifiek onderzoek dat bij tijdelijke bewoning en bij afwe- 21 zigheid van kwetsbare groepen een spuitzone van 10 meter aanvaardbaar is. “In de memo heeft SPA WNP opgemerkt dat in het oorspronkelijke onderzoek uit voorzorg rekening is gehouden met langdurige blootstelling van kinderen van 1 tot 3 jaar , omdat zij in het algemeen kwets- baarder zijn voor verontreinigende stoffen dan volwassenen. “SPA WNP wijst er terecht op dat in het complex geen kinderen gehuisvest zullen worden , aangezien de doelgroep van het project bestaat uit volwassen arbeidsmigranten. Verder is van belang dat het college zijn standpunt niet alleen heeft ge- baseerd op het rapport en de memo van SPA WNP. Het college heeft terecht ook rekening gehouden met de omstandigheden dat op het perceel alleen handmatig zal worden gespoten en dat de heer en mevrouw [naam 4] zelf op het perceel wonen , waardoor (ook) in het belang van hun gezondheid zo- veel mogelijk driftreducerende maatregelen genomen zullen moeten worden”. Representatieve bedrijfsvoering Het maximale milieueffect van een ‘bron’ is vaak groter dan wat het feitelijke is. Bronnen worden door een breed scala aan wetten en regels beperkt in hun maximale effect. De regelwijze in het omge- vingsplan is er een van.
Voorbeelden: een timmerbedrijf is doorgaans onbeperkt in het milieueffect in het omgevingsplan maar het Bal levert maatwerk. Het geluideffect van wegen is planologisch veelal vrij , maar het rekenwerk wordt gedaan op basis van de verkeersverdeling uit een verkeersmodel. Dat representatieve ‘rekenwerk’ levert veel lagere waarden op dan de planologische. De planologische mogelijkheden voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zijn veelal groter dan het feitelijke gebruik al bevat menig omgevingsplan al wel enige regels hieromtrent. Andere re- gels , zie elders in dit rapport , zijn beperkt sturend. Volgens jurisprudentie telt dat wat planologisch mogelijk is , al wordt soms ook rekening gehouden met wat te verwachten is , wat representatief is. In 20 21 ECLI:NL:RVS:2023:269 ECLI:NL:RBOVE:2024:2225 Binnenweg 25 Paasloo 23
dit onderzoek | wordt | ook | bekeken | wat | de | representatieve | bedrijfsvoering | is. Dat | wordt | , zie | volgende hoofdstuk | , gedaan | via | een | analyse | van | de | bedrijven | in de | omgeving. | Die | geeft | aan | hoe | de | landbouw- economische | structuur | in de | omgeving | is en | daarmee | een | representatief | beeld. Bijzondere | uitspraken In verband | met | het | gebruik | van | gewasbeschermingsmiddelen | en | de | afstand | tot | gevoelige | functies | en natuurgebieden | zijn | diverse | rechtszaken | gevoerd. | Enkele | uitspraken | in | deze | rechtszaken | zijn | relevant binnen | dit dossier. | Ze | betreffen | het | civiele | recht | en | het | publieke | recht | m. b. t. een | omgevingsvergun- ning | voor | een | Natura-2000 | activiteit. Civiel Voorbeeld | van | een | uitspraak | in een | civiele | procedure | is de | uitspraak | in | Den | Bosch | van | 22 | juli 2025 | 22 . Los | van | de | precieze | casus | en | de | (vervolg)uitspraken | aldaar | volgt | uit de | rechtsoverwegingen | bij deze uitspraak | dat | “de | onder | het | voorzorgsbeginsel | vereiste | ‘wetenschappelijke | risicobeoordeling’ | van | neu- rodegeneratieve | eigenschappen | van | werkzame | stoffen | of | gewasbeschermingsmiddelen | ontbreekt”.
Daarom | stelt | de | rechtbank | dat | “Door | de | omissie | die | zowel | door | de | EFSA | als | het | Ctgb | is bevestigd | , er niet | meer | kan | worden | uitgegaan | van | de | premisse | dat | de | toegelaten | middelen | voldoen | aan | het | ver- eiste | van | een | hoog | niveau | van | bescherming | van | de | gezondheid | van | de | mens”. | Naast | de | inhoudelijke motiveringen | blijkt uit | deze | uitspraak | ook | dat | de | afstand | waarover | de | rechter | zich | uitsprak | duidelijk verder | gaat | dan | de | 50 | meter | die | in | het | dossier | van | de | gewasbeschermingsmiddelen | een | belangrijke afstand | is (noot: | altijd | was | al duidelijk | dat | gewasbeschermingsmiddelen | ook | buiten | de | 50 | m | werden gevonden). | De | afstand | die | in deze | casus | wordt | genoemd | is 250 | meter: | “Onder | ‘nabijheid’ | moet | in dit geval | worden | verstaan | ‘ten | minste | 250 | meter’”. Omgevingsvergunning | voor | een | Natura-2000 | activiteit Een | andere | relevante | uitspraak | in het | dossier | van | de | gewasbeschermingsmiddelen | is een | uitspraak van | de | Raad | van | State | van | 02-04-2025 | 23 in verband | met | lelieteelt | nabij | een | Natura-2000 | gebied.
| Uit die | uitspraak | volgt | dat | een | omgevingsvergunning | voor | een | Natura-2000 | activiteit | nodig | is voor | het | ge- bruik | van | gewasbeschermingsmiddelen | op | een | (kortste) | afstand | van | 250 | meter. | Daar | wordt | gesteld | , met | verwijzing | naar | het | “Onderzoek | Bestrijdingsmiddelen | en | Omwonenden” | van | het | RIVM | 24 “dat | res- tanten | van | gewasbeschermingsmiddelen | zijn | gevonden | op | percelen | op | meer | dan | 500 | m | afstand | van de | percelen | waarop | de | lelieteelt | plaatsvindt”. | Dát | een | omgevingsvergunning | voor | een | Natura-2000 activiteit | benodigd | is , is volgbaar | daar | het | systeem | van | de | Omgevingswet | in deze | strikt | is. Een | omge- vingsvergunning | voor | een | Natura-2000 | activiteit | is immers | nodig | als niet | uitgesloten | kan | worden | dat 22 ECLI:NL:GHSHE:2025:2043 23 ECLI:NL:RVS:2025:1428 24 RIVM | Rapport | 2019-0052 24 | Binnenweg | 25 | Paasloo
er | een | effect | is. De | vraag | hoe | groot | dat | effect | is staat | daar | buiten. | Zonder | in | te gaan | op | de | vraag | hoe groot | eventuele | effecten | zijn | of | op | het | gegeven | dat | gewasbeschermingsmiddelen | juist | bedoeld | zijn om | effect | te | hebben | op | organismen | die | ook | in | de | natuurgebieden | voorkomen | , zet | deze | uitspraak | het dossier | m. | b. t. gewasbeschermingsmiddelen | ook | in | een | ander | daglicht: | de | afstand | waarop | de | midde- len | aanwezig | zijn | of effect | hebben | kan | wel | eens | duidelijk | groter | zijn | dan | de | bekende | 50 | meter | die | de effectstudies | tot | nu | toe | vaak | hanteren. | Zie | voorstaande | quote | waar | het | RIVM | zelfs | 500 | m | noemt. 50 | meter? | 250 | meter? | 500 | meter? Uit | bovenstaande | twee | uitspraken | en | de | overwegingen | daarbij | volgt | dat | er | relevante | recente | vragen omtrent | het | gebruik | van | gewasbeschermingsmiddelen | bestaan | en | dat | de | blik | van | de | deskundigen verder | reikt | dan | de | bekende | 50 | meter: | 250 | of | zelfs | 500 | meter. | Binnen | deze | afstanden | tot agrarische percelen | wonen | veel | mensen | voor | wie | , indien | dat | noodzakelijk | blijkt , ingrijpen | in het | gebruik | van | ge- wasbeschermingsmiddelen | nodig | is.
Het | ruimtelijke | spoor | is daarbij | niet | het | meest | voor | de | hand liggend | instrument. | In | dergelijke | situaties | lijkt het | verbieden | en | / of beperken | van | desbetreffende | ge- wasbeschermingsmiddelen | het | primaat | te | hebben. | Het | ruimtelijke | spoor | kan | aanvullend | zijn. | Naast | de vragen | omtrent | al dan | niet | ingrijpen | in het | gebruik | van | gewasbeschermingsmiddelen | t. b. v. de | gezond- heid | in bestaande | situaties | is er | de | vraag | of | nieuwe | ruimtelijke | ontwikkelingen | al dan | niet | door | kunnen gaan. | Duidelijk | is | dat | niet | bouwen | in | zones | van | 50 | , 250 | of | zelfs | 500 | meter | maatschappelijk | gezien | ge- volgen | heeft | die , gegeven | de | wetenschappelijke | bewijzen | tot heden | , te | verstrekkend | zouden | zijn. | Zie ook | hetgeen | hierover | in | de | preambule | staat. 3. 5 | Risicoacceptatie | en | etfal Daar | waar | gewasbeschermingsmiddelen | gebruikt | (kunnen) | worden | staan | al honderdduizenden | wo- ningen | waar | de | bewoners | effect | (kunnen) | ondervinden | door | het | gebruik. | Er | zijn | vele | studies | naar | het effect | ervan | verricht | en | de | resultaten | zijn | veelal | niet | eenduidig: | correlatie | en | causaliteit | zijn | lastig | te ontdekken | of | ontbreken.
| Risico’s | , voor | zover | aanwezig | voor | deze | bestaande | situatie | , worden | geac- cepteerd | 25 . Dit | is niet | nieuw | in de | ruimtelijke | ordening. | Negatieve | gevolgen | voor | de | gezondheid | en leefkwaliteit | door | bijvoorbeeld | externe | veiligheid | (een | gasleiding | nabij | die | kan | ontploffen | of | een | bedrijf waar | een | gifwolk | kan | ontsnappen) | of | een | verhoogde | kans | op | longontsteking | met | een | significant | ho- ger | sterftecijfer | bij | ouderen | binnen | een | bepaalde | afstand | tot geitenhouderijen | worden | in de | publieke besluitvorming | ook | expliciet | geaccepteerd: | de | voordelen | van | wél | wonen | op | die | ene | plek | wegen zwaarder. | Meer | in het | algemeen | is bekend | dat | wonen | in de | stad | , langs | drukke | wegen | met | veel | geluid 25 Ontwikkelingen | in de | bestaande | situaties | staan | niet stil. De | driftreductie | van | 50% | van | de referentietechniek | ten | tijde van | het ontstaan | van | de | ‘50 meter-regel’ | is sinds | 2023 | gestegen | naar | 75% | en | stijgt naar | 90% | per | 2026. | Hierdoor | daalt | het | effect | dan- wel , in andere | woorden | , kan | alleen | hierdoor | al een | kortere | afstand | aangehouden | worden. Binnenweg | 25 | Paasloo | 25
en | een | slechtere | luchtkwaliteit | , wonen | in | slecht | geïsoleerde | te | vochtige | schimmelige | woningen | nega- tieve | effecten | heeft | als | ook | , als | laatste | voorbeeld | , dat | het | niet | vinden | van | (de | juiste) | woonruimte negatieve | effecten | heeft | op | het | welzijn | van | mensen. Dat | een | dergelijke | afweging | gemaakt | kan | worden | , waarbij | gezondheidsrisico’s | expliciet | geaccepteerd kunnen | worden | , volgt | ook | uit een | rapportage | van | de | Gezondheidsraad | 26 van | december | 2025. | In een rapportage | over | de | zekere | negatieve | effecten | van | geitenhouderijen | geeft | de | raad | aan | dat: | " Welke | in- vulling | van | het | voorzorgsbeginsel | proportioneel | is , welke | gezondheidsrisico's | daarbij | als | acceptabel worden | beschouwd | en | hoe | belangen | van | alle | betrokkenen | daarbij | worden | meegewogen | is een | poli- tiek-bestuurlijke | afweging. | " Vanuit | het | gegeven | dat | risico’s | en | negatieve | effecten | in bestaande | situaties | geaccepteerd | worden volgt | nog | niet | logischerwijs | dat | het | aspect | van | het | gebruik | van | gewasbeschermingsmiddelen | geen weging | vraagt | bij nieuwe | besluiten. | Onder | de | Omgevingswet | dienen | plannen | te voldoen | aan | een evenwichtige | toedeling | van | functies | aan | locaties | (etfal).
| De | afweging | van | álle | relevante | aspecten staat | centraal. | De | risico’s | van | gewasbeschermingsmiddelen | is er | één | van. Zonder | op | alle | mogelijke | vragen | bij de | besluitvorming | in te kunnen | gaan | , dat | is aan | het | bevoegd | ge- zag | over | díe | ene | casus | op | dát | moment | , wordt | onderstaand | aan | de | hand | van | enkele | voorbeelden e. e. a. | in perspectief | geplaatst: • | Nieuwe | woningen | langs | een | weiland | of kas | op | korte | afstand | en | waar | de | representatieve | bedrijfs- voering | niet | tot een | hoge | spuitbelasting | zal | leiden | , zal | aan | etfal | kunnen | voldoen | ook | al zijn | er | nog andere | omgevingsaspecten | die | niet | positief | zijn | zoals | bijvoorbeeld | een | hoge | geluidbelasting | door een | weg | en | een | matige | ontsluiting | en | een | niet | ideale | landschappelijke | inpassing | (zie | dat | in dit voorbeeld | niet | alleen | milieuwaarden | worden | betrokken | voor | de | afweging) • | Een | kleine | ontwikkelopgave | op | een | plek | met | een | hoge | spuitbelasting | kan | aan | etfal | voldoen | als | de overige | aspecten | m. | b. t. gezondheid | goed | zijn.
| Enige | afstand | lijkt hierbij | wel | gewenst | als | ook enige | afscherming | , maar | al | naar | gelang | de | casus | moet | dat | niet • | Een | grote | nieuwe | woonwijk | met | veel | woningen | naast | een | perceel | met | een | hoge | spuitbelasting | op korte | afstand | zonder | afscherming | voldoet | niet | aan | etfal. | In een | dergelijke | opgave | ligt het | voor | de hand | dit vraagstuk | anders | aan | te | pakken | en | de | naastgelegen | gronden | mede | te | betrekken | of er met | de | ontwerpopgave | op | de | locatie | rekening | mee | te | houden. 26 Gezondheidsrisico’s | rond | veehouderijen | 2025: | deel II ; Gezondheidsraad | Nr. 2025/20 26 | Binnenweg | 25 Paasloo