Gemeente Steenwijkerland - Jaarverslag 2025 - t.b.v. Raadsbehandeling 16-06-2026
Tekst van het document
We werken er met de collega’s van KCC en openbare ruimte hard aan om ook voor dat onderdeel van de dienstverlening een positieve waardering te krijgen, ook als we niet de oplossing kunnen bieden die inwoners graag zien.
71 Onze communicatie is actief, omgevingsgericht en in duidelijke taal Steeds meer brieven, formulieren en teksten zijn in eenvoudig Nederlands geschreven (‘B1-niveau’). Wat wilden we bereiken in 2025? Norm 2025 Wat is er bereikt in 2025? Welke acties zijn uitgevoerd om doelstellingen 2025 te behalen? Gehaald? = gehaald x = niet gehaald Uitvoering project ‘Duidelijke Taal,’ waarbij ook tenminste 3 keer per jaar ons Testpanel wordt ingezet We hielden 2 fysieke bijeenkomsten. En we vroegen het Testpanel ook online om teksten te testen. Daarnaast zorgden we voor trainingen aan collega’s over duidelijke taal. Zetten we in op bewustwording met onze 2- wekelijkse quiz op intranet. En versimpelden we teksten samen met het Versimpelteam en Taalteam. Zo namen we bijvoorbeeld alle brieven voor subsidies onder de loep. Inzet van onze website-analysetool voor het monitoren en verbeteren van de toegankelijkheid van onze website. De analysetool voor de website biedt ons concreet zicht op aanpassingen die we kunnen doen om de website voor inwoners beter toegankelijk te maken. Zoals het zorgen voor een goede opmaak van de website. Daardoor kan voorleessoftware de website goed voorlezen. Daarnaast deden we door training meer kennis op over het testen en toegankelijk maken van informatie, en dan vooral documenten (vaak PDF’s).
❖ Ontwikkeling doelstellingen Door het project Duidelijke Taal is het belang van duidelijke teksten voor veel meer collega’s duidelijk (geworden). Met het project versimpelden we zo’n 18 formulieren, 70 (web)teksten en 105 brieven. Ook startten we met het onderwerp digitale toegankelijkheid meer onder de aandacht te brengen. Bijvoorbeeld met de bijeenkomst waar paralympisch sporter Larissa Klaassen ons liet ervare n hoe iemand met een visuele beperking de (digitale) wereld beleeft. Digitale toegankelijkheid verandert dan van een abstract begrip naar concrete stappen die we zelf kunnen zetten. 72 ❖ Overzicht baten en lasten programma Financiën en Dienstverlening ❖ Waaraan is het geld besteed?
73 3. Paragrafen 3.1 Lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron voor onze gemeente. Bij het innen van deze inkomsten is de gemeente gebonden aan wettelijke kaders en voorschriften. De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën: - de belastingen en - de rechten. Beleidsuitgangspunt belastingen De belangrijkste functie van belastingen is de budgettaire functie. Dit houdt in dat de opbrengsten uit belastingen worden ge bruikt voor de financiering van collectieve goederen en diensten die voor iedereen toegankelijk moeten zijn en waarvan de politiek bepaalt dat zij noodzakelijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn wegen, onderwijs en politie. De gemeenteraad heeft een ruime mate van beleidsvrijheid bij het vaststellen van de belastingtarieven. Op de bestaande belastingopbrengsten is de inflatiecorrectie toegepast. Beleidsuitgangspunt rechten Vanwege het karakter van rechten als bestemmingsheffingen bestaat er een directe relatie tussen de opbrengsten en de kosten van de gemeentelijke prestaties waarvoor deze rechten worden geheven. Uitgangspunt hierbij is het hanteren van kostendekkende tariev en. Voor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing geldt dat de tarieven maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. Eventuele overschotten of tekorten worden verrekend via de egalisatievoorziening.
De middelen worden niet toegevoegd aan de algemene middelen, maar gestort in de egalisatievoorziening reiniging en voorziening riolering, volgens artikel 44, lid 2 van het BBV, waarin is vastgelegd dat door derden verkregen middelen uitsluitend voor het specifieke doel mogen worden ingezet. De tarieven voor zowel de rioolrechten als de afvalstoffenheffing zijn ten opzichte van 2024 verhoogd, met respectievelijk 13 ,9% en 10%. Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapbelastingen. Kwijtschelding wordt verleend over de onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Wat de afvalstoffenheffing in 2025 betreft was het mogelijk dat een inwoner maximaal € 242,38 kwijtsc helding kon krijgen over het vaste tarief met GFT (zonder GFT € 206,58) en € 20,15 (13 x € 1,55) over het variabele deel. Voor de r ioolheffing was kwijtschelding voor de gebruiker mogelijk voor een bedrag van € 99,55. Daarnaast bestond de mogelijkheid om kwijtscheldin g te verlenen voor eigenaren als de woning “onder water” staat. Verder zijn er nog kwijtscheldingen verleend over 2024 in verband met de afrekening van de afvalstoffenheffing voor maximaal € 20,15 (13 x € 1,55).
Er zijn ook voorlopige kwijtscheldingen van de afvalstoffenheffing verleend. De definitieve afrekening van de afvalstoffenheffing worden pas in januari 2026 verzonden. In 2025 zijn 86 aanvragen binnengekomen, waarvan er 658 deels of volledig zijn gehonoreerd. 20 8 verzoeken zijn afgewezen.
74 Het totale beeld van belastingen en heffingen ziet er als volgt uit: In onderstaande cirkeldiagram wordt het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in beeld gebracht. Woonlasten 2025 In het collegeprogramma is afgesproken dat de tarieven van de gemeentelijke belastingen uitsluitend trendmatig worden verhoog d, overeenkomstig het jaarlijkse inflatiepercentage. Voor de rioolheffingen en afvalstoffenheffingen geldt echter een uitzondering. Deze tarieven zijn aangepast vanwege diverse ontwikkelingen die hogere kosten met zich meebrengen.
75 De gemiddelde woonlasten voor eigenaren en gebruikers zijn met 8,3% gestegen, voor alleen gebruikers is de stijging 12,7%. De lokale belastingdruk is hierdoor voor de eigenaar met € 55,33 toegenomen en voor de gebruiker met € 39,48. Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van Economie voor Lagere Overheden (COELO) een uitgave verzorgd met de woonlasten per gemeente. In deze monitor worden de lasten van de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing berekend. Steenwijkerland staat op plek 10. Dit houdt in dat de gemeente tot de goedkoopste gemeenten van Nederland behoort . Ter vergelijking hieronder een aantal omliggende gemeenten met de plaats in de COELO atlas voor 2024 en 2025.
76 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de nota van aanbieding hebben we gemeld dat het noodzakelijk is dat er een goed inzicht bestaat in de risico’s die de geme ente loopt. Op basis hiervan kan een juiste analyse worden gemaakt voor de beoordeling en beheersing van de risico’s. In deze para graaf geven we aan hoe robuust de begroting is geweest. Opgemerkt wordt dat het proces van risico control nog de nodige aandacht verdient. Daarom heeft het college de volgende doelstellingen gehanteerd: - dat het optreden van risico’s geen effect mag hebben op de uitvoering van bestaand beleid en op de gemeentelijke voorzieningen; - dat er een koppeling bestaat tussen het risicoprofiel en de omvang van de weerstandscapaciteit; - dat de (project)risico’s worden beheerst; - dat het bewust denken in risico’s een onderdeel is van de beleidsprocessen. Risicomanagement Dit is het identificeren en kwantificeren van risico’s en ook het vaststellen van beheersmaatregelen om risico’s zoveel mogel ijk te voorkomen. Belangrijk is dat bewust nagedacht moet worden over mogelijke risico’s bij onze beleidsprocessen. Bij het opstellen van de begroting 2025 is getracht het risicomanagement verder te verbeteren. Belangrijke aandachtspunten die hierbij een rol spelen zijn: - processen binnen onze organisatie zodanig in te richten en op te zetten, zodat risico’s worden voorkomen, c.q.
worden weggenomen dan wel in een vroeg stadium worden onderkend en herkend; - risico-inventarisatie zo goed mogelijk te voorzien van een plan van aanpak om deze risico’s te beheersen. Dit houdt in dat maatregelen worden genomen om risico’s weg te nemen. Overigens kan het ook voorkomen dat voor niet-beïnvloedbare risico’s, dus risico’s waar de gemeente niets aan kan doen, vooraf geen maatregelen getroffen kunnen worden. Bij de begroting is een inventarisatie gemaakt van de risico’s die zich op verschillende beleidsterreinen voordoen om te kome n tot een risicoprofiel voor onze gemeente. Hieronder treft u een beschrijving aan van de actuele risico’s. Risicomanagement Dit is het identificeren en kwantificeren van risico’s en ook het vaststellen van beheersmaatregelen om risico’s zoveel mogel ijk te voorkomen. Belangrijk is dat bewust nagedacht moet worden over mogelijke risico’s bij onze beleidsprocessen. Bij het opstellen van de begroting 2025 is getracht het risicomanagement verder te verbeteren. Belangrijke aandachtspunten die hierbij een rol spelen zijn: - processen binnen onze organisatie zodanig in te richten en op te zetten, zodat risico’s worden voorkomen, c.q. worden weggenomen dan wel in een vroeg stadium worden onderkend en herkend; - risico-inventarisatie zo goed mogelijk te voorzien van een plan van aanpak om deze risico’s te beheersen.
Dit houdt in dat maatregelen worden genomen om risico’s weg te nemen. Overigens kan het ook voorkomen dat voor niet-beïnvloedbare risico’s, dus risico’s waar de gemeente niets aan kan doen, vooraf geen maatregelen getroffen kunnen worden. Bij de begroting is een inventarisatie gemaakt van de risico’s die zich op verschillende beleidsterreinen voordoen om te kome n tot een risicoprofiel voor onze gemeente. Hieronder treft u een beschrijving aan van de actuele risico’s. Dividenduitkering nutsbedrijven (Enexis, Vitens en Rendo) Doordat het Weighted Average Cost of Capital -percentage (WACC) laag is, staan de dividenduitkeringen van de nutsbedrijven onder druk. Hun winstmogelijkheden zijn hierdoor beperkt. In het meest ongunstige geval moeten deze bedrijven een deel van de overw inst via de tarieven terugbetalen. Dit is onder meer bij Vitens eerder voorgekomen. De beperkte winstruimte verkleint bovendien hun investeringscapaciteit, terwijl de vraag naar onder meer drinkwater en elektriciteit blijft toenemen. Als gevolg hiervan heeft Vitens over 2024 wederom geen dividend uitgekeerd. De verwachting is dat deze sit uatie in ieder geval tot 2030 zal aanhouden. Van Enexis hebben wij in 2025 over het boekjaar 2024 een bedrag van € 258.411 aan dividend ontvangen. Dit is hoger dan vorig jaar (€ 73.511).
Openeindregelingen sociaal domein Jeugdzorg en WMO zijn voorbeelden van openeindregelingen. Inwoners moeten aanspraak kunnen doen op de noodzakelijke zorg ook als het budget niet toereikend is. We hebben in 2025 de kosten voor Jeugdzorg begroot op € 18.993.237. De kosten bedroegen werkelijk € 18.623.135. Voor Wmo hadden we € 14.454.918 begroot, hiervoor bedroegen de kosten werkelijk € 14.105.220. 77 Onderhoud wegen Eens per twee jaar wordt de kwaliteit van onze wegen geïnspecteerd. Deze inspectieresultaten zijn de basis voor de (meerjaren ) onderhoudsplanning. Uit de recente meerjarenplanning blijkt dat de kosten die nodig zijn om het kwaliteitsniveau basis te han dhaven zijn toegenomen door prijsstijgingen in de GWW -branche. Op basis van de leeftijd van onze wegen en de verwachte technische levensduur ontstaat het risico dat wegen aan vervanging toe zijn. In de gebieden met zettingsgevoelige grondslag is de kans op sneller verval van een weg groter. Veelal kunnen we met levensduur verlengende maatregelen vervangingen uitstellen. Algemene uitkering uit het gemeentefonds De gemeente Steenwijkerland declareert samen met alle andere gemeenten Btw terug bij het Rijk op grond van het Btw - compensatiefonds. Voor dit fonds is wel een maximum aan declaraties (het plafond) ingevoerd.
Met het Rijk is de afspraak gemaakt dat wanneer het plafond aan declaraties door gemeenten niet wordt bereikt, het resterende bedrag gestort wordt in het Gemeentefonds. Uitbetaling van dit bedrag aan gemeenten vindt dan plaats via de verdeelsleutel die gel dt voor de Algemene uitkering Gemeentefonds. Andersom geldt de gemaakte afspraak dan natuurlijk ook. Als gemeenten meer declareren dan het plafond, vindt een korting plaats binnen het Gemeentefonds. De afgelopen jaren is het plafond overigens nooit bereikt en heeft uitbetaling aan de gemeenten plaatsgevonden. In de begroting is een structureel te ontvangen bedrag aan Btw-compensatie opgenomen ter hoogte van € 848.000. Uiteindelijk hebben wij dit bedrag ook ontvangen. Beëindiging regionale product Begeleid Wonen (regio IJssel-Vecht) Het regionale product Begeleid Wonen (regio IJssel -Vecht) voor inwoners met een psychische problematiek, stopt per 1 juli 2026 voor nieuwe indicaties, met een uitloop voor lopende indicaties tot 31 december 2028. Na 1 juli 2026 mogen nog wel herindicaties voor begeleid wonen worden afgegeven met uiterlijke einddatum 31 december 2028. Bedoeling is om voor nieuwe indicaties voor deze doelgroep vanaf 1 juli 2026 een lokaal product in te zetten, zoals beschermd thuis of een lokaal product begeleid wonen.
De verwachting is dat er vanaf medio 2026 meer inwoners met een lokaal product gefinancierd worden, mede vanwege de afbouw van het regionale begeleid wonen. Dit kan voor een belangrijk deel met het product beschermd thuis worden opgevangen. Indien dit niet passend is, wordt maatwerk toegepast. De lokale productontwikkeling voor deze doelgroep wordt eind 2026/begin 2027 opgenomen in de gemeentelijke aanbesteding voor begeleiding. Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de Participatiewet. Van het Rijk wordt hie rvoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen, het zogenaamde BUIG-budget. Het in de begroting 2025 opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopige inschatting van hetgeen door het Rijk toegekend gaat worden. In oktober 2025 is het definitieve budget bekend gemaakt. De hoogte van het budget is onder andere afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij mind er verstrekte bijstandsuitkeringen dan van tevoren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitk eringen wordt het budget naar boven bijgesteld. Daarnaast spelen de door de gemeenten uitbetaalde Loonkostensubsidies een rol bij de berekening van het BUIG -budget. In de (aangepaste) begroting 2025 is een bedrag voor BUIG opgenomen van € 15.891.000.
Het werkelijk ontvangen budget bedraagt € 15.891.683 In de begroting 2025 werd rekening gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 723 bijstandsuitkeringen zouden worden verstrekt en gemiddeld 21 Ioaw/Ioaz uitkeringen. De begrote uitgaven bedroegen hierdoor € 12.436.000 en € 374.000. De werkelijk verstrekte bijstandsuitkeringen bedroegen gemiddeld 734 en bij de Ioaw/Ioaz gemiddeld 22. Hierdoor zijn de uitkeringskosten bij de jaarrekening 2025 uitgekomen op een bedrag van € 12.522.000, respectievelijk € 440.000. Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 De Hervormingsagenda Jeugd brengt ingrijpende veranderingen met zich mee, zoals mogelijke beperking van de reikwijdte van de Jeugdwet, waardoor alleen bij ernstige zorgbehoeften jeugdhulp behoeft te worden geboden. Hulpverlening wordt meer gericht op de oorzaken van zorgbehoeften, zoals ouderproblematiek of bestaanszekerheid (inkomen en wonen). Verder bevat de Hervormingsagenda Jeugd een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. De Hervormingsagenda geeft de koers aan die cliëntenorganisaties, professionals, jeugdzorgaanbieders, gemeenten en het Rijk gezamenlijk op willen gaan: zorgen dat kind en gezin wanneer dit nodig is zo snel als mogelijk passende zorg en ondersteuning ontvangen.
• Via de meicirculaire 2025 heeft het Rijk al een (structurele) compensatie verstrekt voor de geconstateerde tekorten in de Jeugdzorg. 78 • De deskundigencommissie Van Ark komt in het eerste kwartaal van 2027 met een vervolgadvies over de gevolgen van de Hervormingsagenda en de uitgavenontwikkeling binnen de jeugdzorg. • Er wordt gewerkt aan een nieuw financieringsmodel Jeugd, waarbij een deel van de budgetten jeugdhulp niet meer via de algemene uitkering van het gemeentefonds lopen. Het model moet per 1 januari 2029 in werking treden. In de begroting 2025 gingen we ervan uit € 18.993.237 aan jeugdzorg kwijt te zijn. De kosten bedroegen werkelijk € 18.623.135 . Lopende rechterlijke procedure Vermakelijkhedenretributie (VMR) Er lopen momenteel 29 beroepsprocedures tegen aanslagen VMR 2021 en VMR 2022. De eerste zitting in de beroepsprocedure is gehouden op 7 maart 2024. De rechter heeft de gemeente daarbij in het gelijk gesteld. Inmiddels zijn de 29 ondernemers in hog er beroep gegaan. Het juridisch vervolgtraject kan vele jaren in beslag nemen. Wanneer de rechter in het beroep in het nadeel van de gemeente Steenwijkerland zou beslissen, betekent dit dat er een financiële last ontstaat van € 1.617.000. Algemene uitkering uit het gemeentefonds Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het gemeentefonds.
Door het Rijk is besloten dat het gemeentefonds vanaf 2024 geïndexeerd wordt op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp = De totale geldelijke waarde van alle producten en diensten die gedurende een bepaalde periode in Nederland geproduceerd worden. Dus alles wat de mensen bij elkaar hebben verdiend), in plaats van groei op basis van de gerealiseerde rijksuitgaven; ook wel getypeerd als "samen de trap op en samen de trap af". De volumeontwikkeling van het fonds wordt nu gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van het bbp (volumedeel), waardoor de bedragen in het gemeentefonds minder gaan schommelen. In de primitieve begroting is voor het jaar 2025 een ontvangst geraamd van € 109,8 miljoen. Uiteindelijk is er een bedrag van € 118,7 miljoen ontvangen. In diverse informatienota’s is er gerapporteerd over de te ontvangen bedragen in 2025 . Informatieveiligheid en uitval van ICT-systemen Moderne informatie- en communicatietechnologieën (IT) hebben de samenleving ingrijpend gewijzigd. We raken steeds meer bedreven en afhankelijk van IT. Digitale veiligheid, of cybersecurity is dan ook van vitaal belang voor een stabiele samenleving. Het belang van informatiebeveiliging wordt gevoed door toenemende dreigingen.
Zo heeft de oorlog in Oekraïne de verhoudingen tussen de verschillende staten op scherp gezet met als gevolg dat verhoogde aantallen cyberaanvallen plaatsvinden. Deze aanvallen zijn onder meer gericht tegen Nederlandse vitale infrastructuur, overheid, bedrijven, gemeenten en universiteiten. Hierdoor worden cyberaanvallen “niet meer zeldzaam maar eerder het nieuwe normaal” genoemd. In 2025 waren onze systemen in staat de cyberaanvallen te weerstaan en hebben we geen extra kosten hiervoor gehad. Verhogen van de gemeentelijke digitale weerbaarheid, zoals invulling geven aan het basisbeveiligingsniveau door implementatie van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO), het continue aanbre ngen van technische en organisatorische maatregelen en monitoren van (externe en interne) bedreigingen was en is in de toekomst noodzakelijk. Grondexploitatie Ultimo van elk jaar worden de grondexploitaties op basis van de jaarrekening geactualiseerd, onder toepassing van de POC -methode. Het risicoprofiel van alle grondexploitaties is bij de jaarrekening 2025 ongeveer € 1.29 miljoen (2024: 1,29 miljoen). In de programmabegroting was nog rekening gehouden met een risicoprofiel van € 1,1 miljoen. Stikstof is weer opgenomen als onzekere factoor waardoor het afzetrisico in een aantal individuele grondexploitaties is toegenomen.
Risico's zonder directe financiële gevolgen Toenemende onkruiddruk door warmer en natter weer Door structureel warmer en natter weer zijn extra inspanningen benodigd om de basiskwaliteit van de openbare ruimte te behouden. Er is een trend in de weersontwikkeling, waarbij het, het hele jaar door, warmer en natter is. Daardoor neemt de onkruiddruk in plantsoenen en op verhardingen toe. Dit vraagt om een grotere inspanning in het onderhoud om aan het basis onderhoudskwaliteitsniveau te blijven voldoen. Door te veel onkruid in goten en verharding verslechterd ook de waterafvoer. Plantsoenen bezwijken on der de onkruiddruk of beschadigen door te zware ingrepen in het onderhoud. Daardoor was eerder groot onderhoud (vervangen of nieuwe aanplant) nodig . De onderhoudsinspanning, het onderhoudsbeeld en de kwaliteit van de plantsoenen en onkruid op de verhardingen zijn gemonitord. Er zijn planten, bomen en struiken toegepast die beter tegen extreme weersomstandigheden kunnen. Bij het voorbereiden van het nieuwe meerjarige onderhoudscontract met de NWG is er al sprake van hogere onderhoudskosten als gevolg van een verlengd groeiseizoen door klimaatverandering. Ook in de toekomst blijft dit risico onverminderd aanwezig. 79 Rentestijging De rente bewoog tot eind 2024 richting een niveau tussen 2,6% en 2,9% op de kapitaalmarkt.
Dit sluit aan bij de ontwikkelinge n die in de programmabegroting 2026 -2029 zijn opgenomen. Voor 2025 zien we dat de kapitaalmarktrente stabiliseert: de 10 -jaars kapitaalmarktrente bewoog tussen 2,7% en 3,0%, waarmee sprake is van een relatief stabiel renteklimaat. De inflatie in Europa is verder gedaald, waardoor de Europese Centrale Bank in 2025 opnieuw renteverlagingen heeft doorgevoerd. Dit heeft geleid tot een verdere afvlakking van de lange rente. De Nederlandse rente (o.a. 10 -jaars staatsobligaties) ligt volge ns het Ministerie van Financiën vanaf 2025 rond 2,7%. Ondanks geopolitieke onzekerheden in Europa, waaronder politieke instabiliteit in diverse EU -lidstaten, blijft het renterisico voor onze gemeente zeer beperkt. Aangezien vanuit het Rijk voldoende middelen worden ontvangen, waardoor geen sprake is van liquiditeitstekorten. Binnen de reguliere P&C-cyclus is voor de begroting per 1 september een herijking gemaakt van de rentecomponent, gebaseerd op de dan geldende marktrentes. Ook in de reguliere rapportages is aandacht besteed aan de financiële gevolgen van rentebewegingen. Eind december 2025 bedr aagt de lange rente 30 jaar naar inschatting circa 2,8%. Deze inschatting volgt uit de 10 jaarlijkse kapitaalmarktrente (2,7-3,0% in 2025) en de gebruikelijke opslag voor langere looptijden.
Gezien de stabiele renteontwikkeling en onze gezonde liquiditeitspositie blijven wij het renterisico voor 2026 dan ook als nihil inschatten, ondanks de aanzienlijke omvang van de nog uit te geven restantkredieten. Essentaksterfte De essentaksterfte blijft ook in 2025 een aandachtspunt voor verschillende boomstructuren binnen de gemeente. Hoewel de aantasting door de schimmel in de afgelopen jaren minder sterk leek, blijft de verwachting dat het aantal aangetaste essen in de komende periode opnieuw kan toenemen. Dit vormt een risico voor grotere laanstructuren in de polders en voor de karakteristieke boomstructure n langs paden, met name in Giethoorn. Het verdwijnen van deze bomen zou leiden tot zichtbaar kwaliteitsverlies van zowel het landschap als het dorpsbeeld. Herplant ing blijft daarom noodzakelijk om de landschappelijke identiteit en het dorpse karakter te behouden. Daarbij geldt dat het verwijde ren en vervangen van bomen op sommige locaties, zoals de smalle paden in Giethoorn, complex blijft, onder meer door beperkte toegankelijkheid. De essen in Steenwijkerland worden jaarlijks geïnspecteerd. Hiermee houden we zicht op de vitaliteit van de bomen en eventuele nieuwe aantastingen, zodat tijdig passende maatregelen kunnen worden genomen.
Bouwkostenstijgingen/tegenvallende aanbestedingen De bouwkosten zijn de afgelopen jaren fors gestegen, terwijl dit maar voor een klein deel gecompenseerd is in onze budgetten. In het IHP hebben we al rekening gehouden met 20% opslag boven op de VNG norm -bedragen (prijspeil 2022). Bij een aanbesteding blijken de daadwerkelijke bouwkosten. Risico aanwezig dat budget niet volstaat. Er was een overschrijding van het voorbereidingskrediet voor Bergwold Tuk door tegenvallende saneringskosten. Verplaatsing scouting De begrote lasten voor 2025 zijn nauwelijks tot uitvoering gekomen. In 2026 zal het beschikbare budget worden benut, omdat het dossier rondom de scouting dan wordt afgerond. De scoutingorganisatie gaat op eigen benen staan en het vastgoed en bijbehorende voorzieningen worden overgedragen aan de stichting. Na afronding van deze overgang draagt de gemeente geen financieel risico meer. Opstellen soortenmanagementplan In 2024 is een Europese aanbesteding gehouden voor het opstellen van een Soortmanagementplan (SMP). Zowel de uitvoeringskosten als de kosten voor monitoring en coördinatie vielen fors hoger uit dan het beschikbare budget. Er kon niet worden overgegaan tot gunning, de aanbesteding is afgebroken. Gunning had geleid tot een overschrijding van het budget en er zouden structurele las ten zonder dekking worden aangegaan.
Daarmee zou voorbij worden gegaan aan het budgetrecht van de gemeenteraad. Bij een nieuwe aanbesteding, wat tot op heden nog niet heeft plaatsgevonden, wordt gezocht naar meer kostenefficiëntie in het onderzoek en monitoring. Het is echter onzeker of dit werkelijk zal leiden tot aanzienlijke kostenreductie van het onderzoek en de monitor ing. Inflatie In 2025 is de inflatie gestabiliseerd op een niveau van gemiddeld 3,3%, gelijk aan 2024, aldus het Centraal Bureau voor de St atistiek (CBS). Hoewel de inflatie is teruggekeerd naar een lager en meer voorspelbaar niveau dan in de afgelopen jaren, blijft de loonontwikkeling hier duidelijk bovenuit stijgen. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat de inflatie in 2025 uitkomt op c irca 3,2%, waarbij loongroei opnieuw een belangrijke rol speelt. De loonstijgingen blijven in 2025 aanzienlijk, mede door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Rabobank bevestigt dat loongroei een belangrijke aanjager blijft voor kostenstijgingen binnen arbeidsintensieve sectoren. Hoewel de directe invloed van infla tie op loononderhandelingen afneemt naarmate de inflatie stabiliseert, zorgt de hogere loondruk indirect alsnog voor kostenstijginge n in de keten. Voor de meerjarenbegroting 2026 -2029 hanteren wem conform de huidige ramingen, een prijsinflatie van 2,7%, vo or diensten 80 die de gemeente afneemt.
Het is echter niet uit te sluiten dat de hogere loonontwikkeling binnen sectoren alsnog leidt tot hogere kosten voor de gemeente. Binnen de gemeenschappelijke regelingen en het sociaal domein gelden andere indexerings-methoden (Zie PPN pagina 47). Daardoor is het directe inflatierisico hier beperkter, al blijft met name de volumegroei binnen het sociaal domein een belangrijke kostenverhogende factor. Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) bepaalt welke gemeentelijke informatie actief openbaar moet worden gemaakt en welke informatie op verzoek beschikbaar wordt gesteld. De wet benoemt verschillende categorieën voor actieve openbaarmaking; per categorie wordt door het Rijk vastgesteld vanaf welk moment de verplichting van kracht wordt. Ook in 2025 blijft het uitgangspunt dat de gemeente informatie op eigen initiatief openbaar maakt. Op dit moment is nog niet bekend voor welke categorieën deze verplichting concreet za l gelden. Het aantal Woo -verzoeken is de afgelopen jaren verder toegenomen, zowel in aantal als in omvang. Er zijn geen signalen dat deze ontwikkeling op korte termijn afneemt. Dit leidt tot een structureel hogere werkdruk, die binnen de huidige formatie niet vol ledig kan worden opgevangen.
Hoewel de gemeente financiële middelen van het Rijk ontvangt voor de uitvoering van de Woo, zijn deze middelen met name bestemd voor de kosten van actieve openbaarmaking en de wettelijke functie van Woo-contactpersoon. Voor een zorgvuldige behandeling van Woo-verzoeken blijven aanvullende middelen noodzakelijk. Om de continuïteit te waarborgen is tijdelijk extra capaciteit ingezet voor de administratieve ondersteuning en coördinatie v an de Woo, gefinancierd uit de rijksmiddelen. Daarnaast is er een vacature voor een juridisch (beleids)adviseur Woo, die zo nodig t ijdelijk kan worden ingevuld door externe inhuur. Het risico rondom de uitvoerbaarheid van de Woo -taken wordt op dit moment als aanzienlijk beoordeeld. Indien nodig wordt via de P&C-cyclus nader over de ontwikkelingen en risico’s gerapporteerd. Planschade bestemmingsplannen Planschade wordt ook wel ‘tegemoetkoming in schade’ genoemd als gevolg van een planologische maatregel. Bijvoorbeeld vanwege het wijzigen van de functie van een bestaand pand. Onder bepaalde voorwaarden kan een verzoek worden ingediend bij de gemeent e (er geldt een wettelijk recht op planschadevergoeding). In 2025 is het risico op planschade beperkt gebleven. Fiscale procesbeheersing De organisatie is zich niet altijd bewust van fiscale risico’s en kansen waardoor mogelijk onnodige risico’s worden gelopen.
Het is daarom van belang om vast te leggen hoe de organisatie met de fiscaliteit omgaat. Het college van de gemeente Steenwijkerland heeft zich gecommitteerd aan horizontaal toezicht (HT) door ondertekening van een convenant met de Belastingdienst op 2 november 2022. Dit convenant gaat uit van een transparante relatie tussen de gemeente e n Belastingdienst en een goede beheersing van onze fiscale processen. Er is een Fiscaal beleidsplan opgesteld en besproken en er i s een risicoanalyse opgesteld. Hierin zijn nadere afspraken en verbeterpunten opgenomen. Jaarlijks worden beheersmaatregelen, controles en gedane onderzoeken en procesverbeteringen met de Belastingdienst besproken. Inning heffingen, belastingen en overige inkomsten In deze onzekere tijd lopen we een risico bij de inning van de gemeentelijke heffingen. We verwachten dat een deel van onze inwoners betalingsproblemen zal krijgen. Daarom hebben wij als voorbeeldgemeente dit jaar het Convenant Lokale Overheid ondertekend. Dit houdt in dat wij automatisch instemmen met betalingsvoorstellen, inclusief het 0 -aanbod (tijdelijk niet aflossen). Het is mogelijk dat een eventueel verleend uitstel van betaling uiteindelijk leidt tot oninbaarheid.
Voor alle openstaande bedragen waarvoor geen betalingsregeling is overeengekomen en/of de betalingstermijn is versterken, of waarvoor uitstel is verleend is het reguliere incassoschema opgestart. Gemeenschappelijke regelingen Het risico bestaat dat een gemeenschappelijke regeling te maken krijgt met een financiële tegenvaller, die dan ook de gemeent e treft. Op het moment van het opstellen van de jaarrekening hebben we de definitieve eindafrekeningen nog niet ontvangen. Deze worden pas beschikbaar na vaststelling van de jaarrekeningen van de individuele gemeenschappelijke regelingen. Op basis van de voorlopige afrekeningen verwachten wij geen risico voor de continuïteit van onze organisatie. Aansprakelijkheden Er zijn een aantal aansprakelijkheden in behandeling, die nog niet zijn voorzien van een onderbouwing en hierdoor niet afgedaan kunnen worden. 81 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking had, c.q. kon beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2025 € 427 per inwoner bedroeg en hoger is dan in 2023 (€ 372). Dit komt omdat de algemene reserve vaste buffer en onbenutte belastingcapaciteit is toegenomen, zoals in de tabel hieronder is weergegeven .
De weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit een eenmalig en een structureel element, te weten de reserve vaste buffer en de onbenutte belastingcapaciteit. Deze omvang bedraagt respectievelijk € 11,7 m iljoen. en bijna € 6,9 miljoen. Deze omvang is op balansdatum van voldoende omvang om de continuïteit van de gemeente te waarborgen. Diverse kengetallen De cijfers van deze kengetallen geven in samenhang de raad een globaal inzicht van de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente bij het jaarverslag. Er zijn geen landelijke normen voor de kengetallen omdat deze afhankelijk zijn van de lokale situatie. Wel kan de raad eigen normen stellen voor deze kengetallen. Ook kan zij bij belangrijke raadsbesluiten laten opnemen wat het effe ct is op de financiële kengetallen en de afgesproken normen. Hierbij gaat het om de volgende kengetallen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Grondexploitatie; 4. Structurele exploitatieruimte; 5. Belastingcapaciteit en 6. Weerstandsratio. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schulden ten opzichte van de eigen inkomsten van de gemeente. Als regel geldt dat hoe hoger de inkomsten zijn des te meer schuld een gemeente mag hebben.
Normaal bevindt deze schuldquote zich in de bandbreedte tussen 0% en 100%. Een laag percentage is gunstig. Doordat er bijvoorbeeld grote investeringen of een flinke meeval ler is geweest kan de netto schuldquote hoger of lager zijn. De schuldquote geeft een vertekend beeld door uitgeleende gelden aan derden en verbonden partijen. Met name de verstrekte leningen aan de woningcorporatie Wetland Wonen Groep, nutsbedrijf N.V. Enexis Holding en N.V. Rova Holding zijn hier goede voorbeelden van. Daarom moet de netto schuldquote nog worden gecorrigeerd voor uitgeleende gelden. In de volgende grafiek is de ontwikkel ing van beide schuldquotes weergegeven.
82 Zoals u ziet is de netto schuldquote in de afgelopen vijf jaar gedaald van 52% naar 32%. De schuldquote wordt bepaald op basi s van de baten in 2025. De daling is dan ook niet zo opmerkelijk indien enerzijds de investeringen die achterblijven en anderzijds de algemene uitkering die ten opzichte van de primitieve begroting met is gestegen. Ook zijn er compensatiebudgetten ontvangen voor energ ie armoede en opvang ontheemden Oekraïne. Zoals u ziet is de gecorrigeerde netto schuldquote gecorrigeerd in de weergegeven periode gedaald van 30% naar 25%. Het percentage bij de rekening 2025 is lager dan het genoemde percentage In de programmabegroting. De oorzaken zijn nagenoeg gelijk zoals vermeld bij 1a netto schuldquote. Er is sprake van het zogenaamde noemereffect. Dit komt omdat schommelingen in inkomsten het kengetal van de netto schuldquote beïnvloeden. Veelal betreffen het kleine schommelingen, met lichte trendbreuken tot gevolg. In 2025 liggen de inkomsten € 37 miljoen hoger dan in de primitieve begroting. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre het bezit van de gemeente is afbetaald en is berekend door het eigenvermogen af te zetten tegen het totale vermogen op de gemeentelijke balans. Ook geeft deze ratio inzicht of de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Bij een ratio b oven de 80% heeft de gemeente per saldo geen schulden. Bij een ratio onder de 20% heeft de gemeente veel schuld. Dus ho e hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In de no ta “Weerstandsvermogen en risicomanagement” wordt een minimumpercentage genoemd van 20%.
83 We hebben eind 2025 een solvabiliteitsratio van 38%. Zoals u ziet is de solvabiliteit hoger ten opzichte van de programmabegr oting. Dit heeft te maken met de uitvoering van alle restantkredieten zoals opgenomen in bijlage 7 van de jaarrekening. Ook draagt het positieve rekeningsaldo 2025 bij aan de gestegen solvabiliteit ten opzichte van 2024. Grondexploitatie Het aanhouden van voorraden bouwgrond brengt voor de gemeente een financieel risico met zich mee. Het is immers onzeker of de ze gronden uiteindelijk met winst kunnen worden verkocht. Om dit risico te kunnen beoordelen, wordt gebruikgemaakt van het kenge tal grondexploitatie. Dit kengetal laat zien hoe de waarde van de bouwgrond zich verhoudt tot de jaarlijkse baten. Een hogere waarde duidt op een groter financieel risico. Daarbij geldt dat wanneer de verwachte opbrengsten verder in de toekom st liggen, dit leidt tot extra rentekosten en een grotere mate van onzekerheid. Een grondexploitatie van 10% of meer wordt als kwetsbaar beschouwd. Eind 2025 komt het kengetal voor de grondexploitatie uit op 3%. Dit sluit aan bij het percentage dat eerder in de programmabe groting is opgenomen.
Dit resultaat is bereikt ondanks een stijging van de boekwaarde met bijna € 0,9 miljoen, mede veroorzaakt doo r winstnemingen in 2025.Het kengetal wordt op vergelijkbare wijze berekend als de schuldquote: de boekwaarde wordt afgezet tegen de totale baten van de gemeente, exclusief de reserves. Hierdoor werkt de toename van de inkomsten, onder andere door een hoger e algemene uitkering en circa € 37 miljoen aan Rijksbijdragen voor Oekraïne, gunstig door in het uiteindelijke percentage. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte laat zien hoeveel financiële ruimte de gemeente op de lange termijn heeft. Het gaat hierbij om de vraag of we onze vaste (structurele) kosten kunnen betalen uit de vaste inkomsten, zonder telkens extra maatregelen te hoeven nemen.Om dit te bepalen worden de structurele baten en lasten, samen met de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves, afgezet tegen de totale baten van de gemeente. Dit levert één percentage op: de structurele exploitatieruimte.
84 Is dit percentage negatief, dan betekent het dat de vaste inkomsten niet genoeg zijn om de vaste uitgaven te dekken. Een posi tief percentage laat juist zien dat de gemeente financieel sterker staat. Kortom: hoe hoger het percentage, hoe gezonder onze fina nciële positie. Eind 2025 komt het kengetal voor de structurele exploitatieruimte uit op 6,2% (2024: 5,6%). Dit lijkt op het eerste gezicht e en gunstig beeld te geven, maar dat is maar ten dele terecht. De ontwikkeling van deze structurele ruimte wordt namelijk sterk beïn vloed door zowel de veranderingen in de structurele lasten als de hoogte van de Rijksbijdragen aan de gemeente Steenwijkerland. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit laat zien hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. D oor de woonlasten in Steenwijkerland (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) te vergelijken met de gemiddelde woonlasten in Nede rland, ontstaat een indicatie van de beschikbare belastingruimte. Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (volgens COELO) in jaar (t-1). Ligt dit percentage onder de 100%, dan betekent dit dat de gemeente, in theorie, extra inkomsten uit belastingen zou kunnen genereren. Of hiervan gebruik wordt gemaakt, is een beleidskeuze.
In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage, hoe ruimer de belastingcapaciteit en hoe gunstiger de financiële positie van de gemeente. Voor 2025 komt dit cijfer uit op 68% (2024: 67%). Zoals u ziet was in deze grafiek op de vorige pagina een stabiele trend waarneembaar. Dit betekent dat de woonlasten gedurende de gehele periode zich onder het landelijk gemiddelde bewegen en de belastingcapaciteit is toegenomen en de laatste jaren redeli jk stabiel blijft.
85 Weerstandsratio In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is een nieuwe signaleringswaarde opgenomen, te weten de weerstandsratio. Dit is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de totale omvang van de gewogen risico’s. Het minimum van deze ratio is bepaald op 1,0. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door alle reserves, tenzij er (juridische) verplichtingen zijn aangegeven, de stille reserves en de onbenutte belastingcapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van risico’s, die de gemeente loopt. Voor de berekening worden omvang en kans van de risico’s in een risicomodel ingevoerd. Zie hiervoor hoofdstuk 4.2 van de programmabegroting. Deze ratio wordt bepaald door de algemene reserve vaste buffer en de onbenutte belastingcapacite it uit te drukken in een ratio/getal in welke mate de gekwantificeerde risico’s kunnen worden betaald/opgevangen. In de begroting is ee n gewogen ratio van 4,5 opgenomen. Het zegt iets over het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vange n. Bij de bepaling van het weerstandsvermogen eind 2025 hebben wij de in de begroting van 2026 opgenomen risico’s nader beoordeeld. De risico’s zijn eind 2025 afgenomen. De omvang van de totale weerstandscapaciteit is derhalve toegenomen, waardoor de weerstandsratio aanzienlijk is gestegen ten opzichte van de begroting.
De gewogen weerstandsratio bedraagt eind 2025 6,4 (2025 begroot: 4,5). Dit betekent dat de gemeente in staat is om de op dit moment bekende financiële tegenvallers op te vangen en haar taken kan blijven uitvoeren.
86 Resumé
87 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hie rbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen. Het onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang v oor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. De processen die uiteindelijk leiden tot onderhoudsmaatregelen of investeringen zijn ingericht volgens de filosofie van assetmanagement zoals beschreven in NEN -ISO 5500. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up-to-date wordt gehouden. Uitgangspunt voor het gewenste kwaliteitsniveau is de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad is vastgesteld. Een nadere uitwerking hiervan is vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten. In deze paragraaf onderhoud kapitaalgoederen zal per onderdeel de situatie van 2025 worden besproken. Wegen Areaal Het wegenareaal bestaat uit: Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan Beheer en onderhoud wegen & paden (mei 2025).
Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als e en belangrijk middel om het dagelijkse woon-, werk- en recreatieve verkeer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Enkele uitgangspunten uit dit beleidsplan zijn: • De kwaliteitsambitie is het handhaven van onderhoudsniveau “Basis”. Hiermee wordt efficiënt en kosteneffectief omgegaan met het wegareaal, • Er wordt, waar mogelijk en doelmatig, geïnvesteerd in levensduur verlengende maatregelen, • De veiligheid van bermen wordt verder verhoogd door meer bermverharding aan te brengen, • Met maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen (MVOI) wordt gestuurd op milieueffecten bij de uitvraag van opdrachten, • Bij parkeervakken wordt gekeken naar de mogelijkheid van halfverharding, Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau zijn berekend in het beleidsplan Beheer en onderhoud wegen & paden. Door middel van jaarlijkse inspecties wordt de houdbaarheid van het beleid regelmatig tegen het licht gehouden. Iedere weg wordt minimaal eens per twee jaar geïnspecteerd, waarbij de wegen worden beoordeeld op verschillende schadebeelden. De inspectiegegevens worden met het geautomatiseerde wegbeheerpakket vertaald naar benodigde maatregelen.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader Beheer en onderhoud wegen & paden in 2025 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis”. Bij de jaarrekening wordt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarreke ning.
88 Openbare verlichting Areaal Het openbare verlichtingsareaal bestaat uit: Beleidskader De beleidsvisie openbare verlichting (juni 2025) is in de basis opgesteld samen met 17 andere gemeenten in Overijssel om de e enheid te bevorderen en provinciale doelen op het gebied van duurzaamheid en veiligheid te versterken. Daarbinnen maken wij eigen licht- en beleidskeuzes die passen bij de kenmerken van de gemeente. We zetten in op duurzaam en bewust verlichten. Dat betekent “niet verlichten, tenzij”. Voorop staat veiligheid maar zonder lichtvervuiling. Deze aanpak is energiezuinig (inclusief compleet LED) en kostenbesparend. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op korte termijn zijn geen extra kosten verbonden aan de uitvoering van de beleidsvisie, aangezien de budgetten voor vervangingsinvesteringen in armaturen en lichtmasten al zijn beschikbaar gesteld tot en met 2027. Na afronding van deze opgave is het grootste deel van de traditionele verlichting vervangen door ledverlichting. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsvisie openbare verlichting zijn tot en met 2027 verwerkt in de programmabegroting. De extra middelen voor de vervangingsopgave vanaf 2028 zullen na de financiële vertaling aangevraagd worden bij de behandeling van de perspectiefnota.
Riolering Areaal De areaalgegevens van het riool zijn als volgt: Beleidskader In 2022 is een nieuw Riool en Water Programma (RWP) Fluvius 2023-2028 opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraad. Een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe Riool en Water Programma is het onderwerp klimaatadaptatie en dan specifiek de aspec ten van klimaatadaptatie die verband houden met een gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater. Klimaatadaptatie is opgepakt in zowel regionaal verband (Fluvius) als in lokaal verband. Besluitvorming over de LAS (Lokale Adaptatie Strategie) met bijbehorende l okale uitvoeringsagenda heeft plaatsgevonden begin 2023. Deze lokale uitvoeringsagenda is voor de onderdelen wateroverlast en droogte verwerkt in het RWP. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het Riool en Water Programma (RWP) is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het Riool en Water Programma opgenomen in het teamplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting en in overeenstemming me t de programmabegroting uitgevoerd.
89 Water en kunstwerken Areaal Het areaal water- en kunstwerken bestaat uit: Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water - en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: • Beleidsplan oeverconstructies Steenwijkerland (2022-2026); • Beleidsplan oeververbindingen Steenwijkerland (2022-2027); • Beheerplan Havens (2022-2027); • Riool en Water Programma (2023-2028). In 2020 is het beleidsplan oeverconstructies 2022 -2026 door de raad vastgesteld. Gekozen is voor een variant waarbij, daar waar beschoeiing echt nodig is, bij vervanging wordt gekozen voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. V oor de oeverconstructies is gekozen voor kwaliteitsniveau basis. In 2022 is door de raad het beleidsplan Oeververbindingen 2022 -2027 vastgesteld met de daarbij benodigde middelen. Hierbij is gekozen voor het onderhoudsscenario basis. In 2021 heeft de raad het beheerplan havens vastgesteld. Het beheerplan havens 2022 -2026 vormt het kader om het beheer en onderhoud van de havens op kwaliteitsniveau basis te krijgen en te behouden. Het bijbehorende budget zorgt ervoor dat de hier bij benodigde onderhouds- en vervangingsmaatregelen kunnen worden gerealiseerd.
Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De financiële consequenties van de verschillende beleidsplannen en de bijbehorende kwaliteitsniveaus zijn becijferd. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van het vaststellen van het R iool en Water Programma voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Voor de oeverconstructies geldt dat het benodigde geld beschikbaar is gesteld. In het Beheerplan Baggeren 2023- 2038 is de baggeropgave voor een periode van 15 jaar uitgewerkt. Op basis van deze opgave zijn de bijbehorende benodigde middel en bepaald en voor het stedelijk gebied opgenomen in het Riool en Water Programma. en voor het landelijk gebied uit de algemene begroting. Ten aanzien van oeververbindingen geldt dat het budget behorende bij het onderhoudsscenario basis beschikbaar is gest eld. Ten aanzien van de havens zijn de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor het beheren en onderhouden op basis niveau.
90 Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Het areaal groen, sport- en speelvoorzieningen bestaat uit: Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s e n plannen van belang: • Visie groen en biodiversiteit; • Beleidsnota groen (2007); • Beheerplan landschapselementen; • Bermplan buitengebied. Als uitgangspunt voor de speelvoorzieningen wordt het speelplekkenbeleid 2014 -2017 gebruikt. De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke sportvelden zijn vastgelegd in: • Visie op beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden; • Het wedstrijdplan – Sport- en beweegbeleid; • Right to Challenge. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de beleidsnota Groen is voor het dagelijks beheer gekozen voor onderhoudsniveau “basis”. Daarnaast zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone en veilige omgeving. In het meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 jaren becijferd hoeveel geld er nodig is om het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. De financiële consequenties die voortvloeien uit de visie beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden zijn ver taald in de begroting.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van de beleidsnota Groen en de visie beheer en onderhoud gemeentelijke sportvelden zijn één op éé n verwerkt in de programmabegroting. Jaarlijks wordt bij de behandeling van de perspectiefnota voorgesteld de budgetten voor vervangingsinvesteringen van speelvoorzieningen aan te passen op basis van het bijgewerkte beheersysteem.
91 Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Beleidskader De beleidskaders voor het onderhoud van gemeentelijke gebouwen zijn vastgelegd in het Beleidsplan onderhoud maatschappelijk vastgoed (december 2025). Dit bedraagt bij aan: • Het behouden en verbeteren van de kwaliteit, veiligheid en functionaliteit van het vastgoed; • Een doelmatige inzet van middelen via een passende financiële voorziening; • Het verstrekken van de maatschappelijke waarde van gemeentelijk vastgoed in wijken en dorpen; • Het verduidelijken van verantwoordelijkheden rondom beheer en exploitatie, met name bij gedeeld eigendom zoals schoolgebouwen. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Het onderhoud wordt planmatig uitgevoerd op basis van meerjarenonderhoudsplannen (MJOP). Dit is een strategisch document dat het onderhoud van vastgoed over een langere periode van minimaal 10 jaar inzichtelijk maakt. Het plan geeft een duidelijk overzic ht van alle bouwkundige en installatietechnische onderdelen van elk gebouw. Daarbij wordt inzicht gegeven in de onderhoudsbehoefte, de bijbehorende kosten en de planning van de uit te voeren werkzaamheden.
Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Voor het onderhoud van maatschappelijk vastgoed is een voorziening ingesteld op basis van de gemiddelde onderhoudsbehoefte. Door stijgende kosten wordt deze periodiek geactualiseerd. Naast regulier onderhoud zijn ook investeringen in levensduurverle nging en vervanging nodig. De behoefte wordt jaarlijks bepaald via inspectie (NEN 2767). Voor 2025 -2034 is gemiddeld € 2.245.000 per jaar nodig, waarvan € 585.000 voor regulier en € 1.660.000 voor groot onderhoud.
92 3.4 Financiering De financieringsparagraaf bevat informatie over het financieringsgedrag van de gemeente. In het kader van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn regels vastgesteld, die van kracht zijn voor het beheersen van financiële risico’s op aangetrokke n en uitgezette middelen. De Wet FIDO is een raamwerk die de risico’s in het financieringsbeleid van de gemeente binnen de perken moet houden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie in de financieringsstructuur mogelijk maakt. De Wet FIDO is voor onze gemeente nader uitgewerkt in het “Treasurystatuut gemeente Steenwijkerland”. Dit statuut is op 2 december 2025 door de raad vastgestel d. Een gevolg hiervan is dat de kaders met betrekking tot het beheren en beheersen van de geldstromen zijn vastgesteld. Verder geeft de financieringsparagraaf informatie over algemene ontwikkelingen en concrete beleidsplannen van het risicobehee r, de gemeentefinanciering en het kasbeheer. De gemeente Steenwijkerland streeft naar het zo zorgvuldig mogelijk (doeltreffend en doelmatig) benutten van de beschikbare financiële middelen. Daarom wordt gestreefd dat benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten worden aangetrokken, waardoor de renterisico’s kunnen worden beheerst.
Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande leningenportefeu ille, maar ook met de rentevisie en de renterisiconorm. Wel wordt opgemerkt dat het aantrekken van gelden, en ook de hoogte van het bedrag, afhankelijk zijn van de inkomende en uitgaande geldstromen bij de gemeente. Risicobeheer Bij onze leningenportefeuille loopt de gemeente een risico in verband met renteherziening en een risico in verband met herfinanciering. Dit risico is de afgelopen jaren ingeperkt door te kiezen voor leningen met een lange looptijd, zonder renteaanpassing. Nu de rente weer stijgt, is het van belang om af te wegen of leningen met tussentijdse renteaanpassingen goedkoper zijn of juist meer financie el risico met zich meebrengt. In beperkte mate hebben we in 2025 te maken gehad met zgn. kredietrisico’s. Dit zijn risico’s die zich kunnen voordoen bij he t verstrekken van leningen aan onder andere publieke instellingen en bepaalde private instellingen (Gezondheidscentrum De Tjask er en Stichting Woonwens Ossenzijl). Daarnaast zijn er 20 duurzaamheidsleningen verstrekt. De totale omvang van deze leningen bedro eg op 1 januari 2025 afgerond € 5,7 miljoen, exclusief startersleningen. Per 31 december 2025 bedroeg de restantschuld afgerond € 7,8 miljoen, eveneens exclusief startersleningen.
Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanig opbouw van de leningenportefeuille te komen en dat het renterisico door renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate wordt beperkt. Als de leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld gelijkmatig in de tijd zijn gespreid. Als bovengrens wordt 20% van het begrotingstotaal per 1 januari 2025 gehanteerd. Als de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder de norm blijven is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedraagt de ruimte onder de risiconorm in 2025 ongeveer € 30,3 miljoen. Door de groei van de restantkredieten en nieuwe investeringsplannen moet tijdig worden bepaald of een langlopende geldlening nodig is om de renterisiconorm niet te overschrijden.
93 Kasgeldlimiet Ieder kwartaal wordt een opgave verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) via informatieverstrekking derden (Iv3). Uit deze opgave kunnen allerlei gegevens worden gehaald. Zo ook met betrekking tot de gemiddelde netto vlottende schuld. Dit bedrag mag de kasgeldlimiet –dit is de maximaal toegestane netto vlottende schuld - niet overschrijden. Het percentage voor de kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal, zijnde afgerond € 179 miljoen., waarbij rekening is gehouden met s tortingen uit de reserves. Het bedrag van de kasgeldlimiet bedraagt afgerond € 15,2 miljoen. Zoals u ziet is de kasgeldlimiet per saldo in de kwartalen van 2025 niet overschreden. Als er sprake is van overschrijding la nger dan twee kwartalen, dan kan de toezichthouder ons verplichten een langlopende geldlening af te sluiten. Koersrisico De gemeente heeft geen overtollige middelen uitgezet. Kasbeheer Het kasbeheer bestaat uit het saldo - en liquiditeitenbeheer en het beheer van de geldstromen van de debiteuren en crediteuren. Dagelijks wordt gecontroleerd of de liquiditeitspositie voldoende is om alle verplichtingen tijdig na te komen. Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
Naast een rekening bij de BNG heeft de gemeente nog een betaalrekening bij de Rabobank voor de internetontvangsten van burgerzaken. In verband met een effectief saldobeheer en ter voorkoming van extra rentelasten worden positieve saldi regelmatig overgeboekt naar de betaalrekening van de BNG. Toegestane instrumenten voor het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en de kredietlimiet op de rekening-courant. Voor het aantrekken van middelen met een looptijd korter dan één jaar maar langer dan één maand, moeten bij minimaal twee financiële instellingen offertes worden opgevraagd. Kasgeldleningen met een looptijd korter dan één maand worden uit praktische overwegingen doorgaans afgesloten bij de huisbankier (BNG). Het kasbeheer omvat, naast het liquiditeitenbeheer, oo k het beheer van de geldstromen van debiteuren en crediteuren. De wettelijke betaaltermijn voor inkomende facturen bedraagt 30 dagen na de dagtekening van de factuur, tenzij hiervan om geg ronde redenen wordt afgeweken. Als gemeente hanteren wij een betaaltermijn van 0 dagen. Dit betekent dat een factuur direct na fiat tering door de budgethouder en indien van toepassing door de prestatieverklaarder wordt meegenomen in de eerstvolgende betaalbatch. In principe worden twee keer per week betaalbatches aangemaakt, namelijk op maandag en donderdag.
Het debiteurenbeheer richt zich op het zorgdragen voor een tijdige ontvangst van betalingen. De standaard betaaltermijn voor uitgaande facturen bedraagt 14 dagen na de dagtekening, tenzij anders is aangegeven. Voor bepaalde soorten facturen, zoals die voor begrafeniskosten en grafrechten, geldt een langere betaaltermijn van 30 dagen. De inning van belastingvorderingen vindt zoveel mogelijk plaats via automatische incasso. Gemiddeld maakt 65% van de belastingdebiteuren hiervan gebruik. Er worden echter nog regelmatig automatische incasso’s ingetrokken vanwege onvoldoende saldo op de betreffende rekeningen. Hierdoor wordt verwacht dat het huidige percentage gebruikers nauwelijks verder zal stijgen.
94 Financieringspositie Net als in het bedrijfsleven is het voor de gemeente essentieel om inzicht te hebben in de mate waarin zij haar kortlopende e n langlopende verplichtingen kan nakomen. Hiervoor wordt gekeken naar de boekwaarde van de investeringen enerzijds en de beschikbare financieringsmiddelen anderzijds. Wanneer de boekwaarde van de investeringen hoger is dan de beschikbare financieringsmiddelen, ontstaat een financieringstekor t. Is de boekwaarde lager, dan is sprake van een financieringsoverschot. De gemeente beschikt hiervoor over de volgende financieringsmiddelen: • algemene en bestemmingsreserves, • voorzieningen, • langlopende leningen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt, is het financieringstekort eind 2025 ten opzichte van eind 2024 met 5,0 miljoen is afgen omen, meer dan in eerdere instantie was voorzien. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat niet alle investeringskredieten in 202 5 zijn gerealiseerd. De omvang van de nog te realiseren investeringen bedraagt € 42,5 miljoen.7. 7 zie bijlage 7 van de rekening