Gemeente Steenwijkerland - Jaarverslag 2025 - t.b.v. Raadsbehandeling 16-06-2026
Tekst van het document
95 Treasury Het renteresultaat bedraagt € 69.000 positief en is als volgt gespecificeerd. EMU saldo Artikel 3 van het BBV verplicht tot opname van het EMU -saldo in de jaarstukken en verlangt dat deze voldoende inzicht geven in de financiële positie en in de baten en lasten. In Europees verband is afgesproken dat het overheidstekort maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen. Binnen Nederland is dit tekort van 3% verdeeld tussen de verschillende overheden. Decentrale overheden mogen als afgeleide hiervan een tekort hebben van 0,5% van het BBP. Het aandeel hierin voor gemeenten bedraagt 0,37% van het BBP. Voor 2025 komt dit neer op een maximaal gezamenlijk tekort van € 4.490 miljoen voor alle gemeenten. Bij een positief EMU-saldo ontvangt de gemeente via reële transacties meer middelen dan zij uitgeeft. Dit creëert ruimte om schulden af te lossen, te sparen en de reservepositie te versterken. Daarmee levert de gemeente een positieve bijdrage aan het nationa le EMU-saldo. Wanneer het EMU-saldo rond de 0 ligt, houdt de gemeente ongeveer evenveel inkomsten en uitgaven aan reële transacties. Bij een negatief EMU -saldo geeft de gemeente via reële transacties meer uit dan er binnenkomt. Om dit tekort te dekken, maakt zij schulden, trekt zij leningen aan en spreekt zij gespaarde middelen en reserves aan.
Dit leidt tot een negatieve bijdrage aan het EMU-saldo van Nederland. In onderstaande tabel is het EMU -saldo van onze gemeente over 2025 weergegeven. Voor 2025 bedraagt het EMU -saldo € 3,111 miljoen positief.
96 In onderstaande tabel is het EMU -saldo afgezet tegen de voor onze gemeente vastgestelde referentiewaarde. Deze referentiewaarde is vastgesteld voor de gemeente Steenwijkerland en opgenomen in de septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds. De individuele EMU-referentiewaarde is een indicatie van het aandeel dat een gemeente heeft in de gezamenlijke tekortnorm van de decentrale overheden. Ons EMU-saldo blijft ruim binnen de vastgestelde referentiewaarde. De rekening 2025 laat een onderschrijding van de referentiewaarde zien van € 11. 342 miljoen. (2024: € 4.346 miljoen). De begroting na wijziging 2025 laat echter zien dat wij de referentiewaarde van de EMU-tekortnorm op begrotingsbasis, namelijk met € 1,591 miljoen onderschrijden. Deze onderschrijding wordt veroorzaakt doordat we inlopen op geplande investeringen. Op dit moment is geen sprake van een sanctiemaatregel, omdat landelijk de tekortnorm van 0,27% van het BBP van toepassing is. Deze maatregel blijft echter wel als optie bestaan en geldt voor alle gemeenten zodra de landelijke tekortnorm wordt overschr eden. Daarbij speelt het geen rol of een individuele gemeente al dan niet heeft bijgedragen aan de landelijke overschrijding.
97 3.5 Bedrijfsvoering Deze bedrijfsparagraaf gaat over hoe we intern georganiseerd zijn en over hoe we onze werkzaamheden uitvoeren. We richten ons daarmee op het beheer en de organisatie. Het organisatieschema dat hieronder is opgenomen bevat de missie, visie, doelen en kernwaarden van waaruit de gemeentelijke organisatie werkt. Voor de structuur van deze paragraaf hanteren we de organisatiedoelstellingen als leidraad. Tot slot van deze paragraaf volgt de rechtmatigheidsverklaring. Betrouwbaar en professioneel Doelmatigheidsonderzoek Jaarlijks doen we onderzoek naar de doelmatigheid van een bepaald product of proces. Omdat er al geruime tijd sprake is van onderbesteding is in 2025 het proces van aanschaf van voertuigen bij de buitendienst onderzocht. Geconcludeerd is dat de achterstanden inmiddels zijn ingelopen, maar dat het beleids- en procesmatig wel beter en gestructureerder kan. De betreffende teams gaan met de aanbevelingen aan de slag. Rechtmatigheidsverantwoording In de jaarrekening 2023 en 2024 heeft het college voor het een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Dit betrof in beide gevallen een niet rechtmatige verklaring, met name veroorzaakt doordat het begrip rechtmatigheid een andere interpretatie heeft gekreg en dan voorheen gebruikelijk was. Insteek is (uiteraard) om in de jaarrekening wel tot een rechtmatige verklaring te komen.
Welke stappen we moeten zetten om tot een dergelijke rechtmatige verklaring te kunnen komen zal in beeld worden gebracht en vervol gens worden afgewogen. Voor 2025 heeft er een wijziging in de verantwoordingsgrens plaatsgevonden. De goedkeuringstolerantie is van 1% na ar 2% gegaan. Visie op control Om als organisatie goed ‘in control’ te zijn is het belangrijk dat taken en verantwoordelijkheden op de juiste wijze invullin g krijgen. De eerder vastgestelde visie op control is hierbij ondersteunend. Op basis van deze visie is onderzocht hoe de interne controltaken worden ervaren en waar er verbeterpunten zijn. Een plan van aanpak is opgesteld voor de verschillende onderwerpen in de bedrijfsvoering met als doel heldere rolverdelingen, geactualiseerde kaders en concreet ander gedrag in de praktijk.
98 Projectmatig werken Met het geven van zogeheten wasstraattrainingen zijn ruim 100 collega's getraind in de Steenwijkerlandse manier van projectma tig werken. De wasstraat bestaat uit vijf onderdelen die achtereenvolgend gevolgd werden, waarna je aan het eind weet hoe onze Steenwijkerlandse manier van projectmatig werken eruitziet, waar je de formats kunt vinden, waar je aanvullende informatie kunt vinden en welke collega's (ambassadeurs) jou kunnen helpen. Vooral de startnotitie – een verkennende notitie met als uitkomst gaan we wel of niet verder met dit initiatief – werkt goed. De steller/initiatiefnemer heeft snel duidelijkheid en gaat op basis daarvan pas verder het formuleren van een projectopdracht en vervolgend –plan. Daarnaast is er meer inzicht in het totaalplaatje van de projecten per bestuursprogramma (=opgave). Fraudebeheersing De komende jaren wordt er vanuit de accountantscontrole nadrukkelijker aandacht gegeven aan fraudepreventie. Ook is dit onder werp inmiddels onderdeel van de controleverklaring van de accountant. Via diverse invalshoeken besteden wij continu aandacht aan fraudepreventie, zoals onder meer de verbetering van de risicobeoordeling via procescontroles en bewustzijnsacties onder medewerkers. Communicatie Betrouwbaar, open en eerlijk. Dat is de basis van onze communicatie naar inwoners en ondernemers.
Deze en andere uitgangspunt en zijn vastgelegd in een koersdocument voor de jaren 2023 – 2026. Daarin staat dat we onze overheidscommunicatie inzetten om uitle g te geven, om te luisteren naar wat onze inwoners zeggen en vinden, om te weten wat er leeft in de samenleving, om te werken aan ons imago en om onze zichtbaarheid te vergroten. In 2025 hebben we geïnvesteerd in onze communicatie via social media. Dat heeft geleid tot een groter bereik, meer volgers en interactie. Om ook de jeugd meer te bereiken hebben we Instagram toegevoegd aan onze kanalen. In 2026 maken we vanuit het koersdocument de balans op en bepalen we de route voor de komende jaren. Wet open overheid De Woo regelt welke informatie de gemeente op eigen initiatief (actief) of op verzoek (passief) naar buiten moet brengen. De openbaarmaking van de Woo -categorieën wordt begeleid door een breed samengestelde projectgroep. In 2025 heeft de Woo - projectgroep a ctief ingezet op (werk)procesverbetering en systeemverbetering, zodat uiteindelijk alle Woo -informatiecategorieën openbaar kunnen worden gemaakt. Denk aan het invullen van de Woo -index op Woo-index Gemeente Steenwijkerland | Overheid.nl , het openbaar maken van raadsstukken en raadsbesluiten en het gereedmaken van de website om Woo -verzoeken en -besluiten te publiceren. Bij de Woo -verzoeken zagen wij een toename in aantallen en complexiteit.
In 2025 waren er 96 Woo verzoeken, dit is opnieuw een stijging ten opzichte van eerdere jaren (in 2024 76 verzoeken). Er is daarom ingezet op verbetering van de samenwerking en juridische bewustwording binnen de gemeente. Dit zal de komende periode verder worden uitgerold. Informatievoorziening Om de continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening te borgen hebben we in 2025 ingezet op het op orde houden en versterk en van de digitale basis. Door gerichte beheermaatregelen en verbeteringen in de infrastructuur is de stabiliteit en beschikbaar heid van systemen vergroot. Cybersecurity kreeg daarbij nadrukkelijk aandacht. We zijn gestart met een aanbesteding voor een SIEM/SOC - oplossing (Security Information and Event Management / Security Operations Center). Hiermee worden beveiligingssignalen centr aal gemonitord en geanalyseerd, zodat dreigingen sneller worden herkend en opgevolgd. Deze voorziening is in de eerste helft van 2026 operationeel. Daarnaast zijn aanvullende beveiligingsmaatregelen doorgevoerd op de werkplekken, waarmee het beveiligingsni veau is verhoogd zonder afbreuk te doen aan de gebruiksvriendelijkheid voor medewerkers. Ook is ingezet op bewust en verantwoord gebr uik van AI. Medewerkers zijn ondersteund met trainingen en praktische handvatten om AI veilig en doelgericht toe te passen in het werk.
Hiermee benutten we de kansen van AI, binnen duidelijke kaders. Verder is een eerste inventarisatie uitgevoerd naar de gevolg en van de Europese NIS2-richtlijn en de Cybersecuritywet. Deze vormt de basis voor vervolgstappen in de komende period e. Marktontwikkelingen ICT De ICT-markt blijft onrustig. Overnames, verschuivingen in softwareportfolio’s en capaciteitsproblemen bij leveranciers leiden tot risico’s voor continuïteit en ondersteuning. We merken dat leveranciers niet altijd kunnen voldoen aan afspraken of terughoud end zijn bij marktuitvragen. Tegen deze achtergrond zijn we gestart met aanbestedingen voor een nieuw financieel systeem en een nieuw HR - systeem. Bij deze trajecten is nadrukkelijk rekening gehouden met marktontwikkelingen, leveranciersafhankelijkheid en toekomstbestendigheid. We blijven alert op ontwikkelingen in de markt en sturen waar nodig bij om de continuïteit en kwaliteit van onze informatievoorziening te waarborgen. 99 Samenleving tevreden … over onze dienstverlening, over hoe we integraal samenwerken en over onze gastvrijheid. Dienstverlening Goede dienstverlening vinden we belangrijk. We vragen onze inwoners hoe zij onze dienstverlening hebben ervaren bij de balies , telefonie, meldingen openbare ruimte, vergunningverlening en e -diensten. We krijgen hiervoor gemiddeld een 8,3. Net als vorig jaa r.
Jaar op jaar een hoog niveau van dienstverlening vasthouden is een knappe prestatie. Daar zijn we trots op. We blijven monito ren wat inwoners in de enquêtes antwoordden, zodat we weten welke dingen we vooral moeten blijven doen en welke dingen we anders kunnen doen. Daarnaast zetten we ook andere tools in om inzicht te krijgen in onze (digitale) dienstverlening, zoals onze website -analysetool. In 2025 herijkten we de visie op dienstverlening. We maakten een uitvoeringsplan op hoofdlijnen voor 2026 en daarna, om de vi sie op dienstverlening organisatiebreed uit te voeren. Met het project Duidelijke Taal trainden we collega’s en vergrootten we de bewustwording van het belang van duidelijke taal. We versimpelden veel brieven, teksten en formulieren. Tot en met 2025 waren dat 105 brieven, 70 (web)teksten en 18 formulieren. In 2025 hadden we tussentijdse verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dat vraagt onvoorziene inzet vanuit de organisatie (en van vrijwilligers). Het leverde een mooie wervingsvideo op voor volgende verkiezingen. Schoonmaak Het nieuwe schoonmaakcontract voor alle gemeentelijke gebouwen (o.a. gemeentehuis, gemeentewerf en gymzalen) is 1 februari 2025 ingegaan na een Europese Aanbesteding.
Verduurzaming bedrijfsvoering Als belangrijke (regionale) opdrachtgever met een inkoopkracht van meer dan 50 miljoen euro kan de gemeente Steenwijkerland bij het opdrachtgeven en inkopen duurzame keuzes maken. De basis hiervoor is gelegd in het inkoop - en aanbestedingsbeleid 2018 en he t inkoop- en aanbestedingsprotocol 2024. Met het ondertekenen van het manifest Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) in juli 2022, hebben we ons als gemeente gecommitteerd aan het opstellen van een actieplan. Dit actieplan i s december 2024 vastgesteld door het college. Het doel bij het uitvoeren van dit Actieplan is dat maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen steeds meer de standaard wordt in onze organisatie en het geborgd wordt in ons inkoopproces. Hiervoo r is ook het Manifest MVOI verlengd tot en met 2030 en zijn voorbereidingen getroffen om in 2026 aan te sluiten bij het convenant Schoon en Emmisieloos Bouwen. Er zijn in de organisatie ook al een aantal mooie voorbeelden van het toepassen van MVOI. Hergebruik, Social Return On Investment (SROI) en duurzaamheid zijn bij verschillende inkooptrajecten al op innovatieve wijze toegepast. Voor ons eigen vastgoed is gewerkt aan een dashboard energie maatschappelijk vastgoed. Aan de hand van een uitgebreid onderzoek en analyse is een planning opgesteld van verduurzamingsmaatregelen.
Bij het groot onderhoud van asfaltwegen zijn we overgesta pt van HMA (Hot mixed asfalt) naar WMA (warm mixed asfalt). Dit bespaart bij de bereiding van het asfalt 30% op het energieverbr uik. Van de 51 voertuigen in ons wagenpark is inmiddels 59% duurzaam door met name elektrificatie en het gebruik van HVO 100 Fossielvrije brandstof, met 90% minder emissie. Tijdens de klimaat- en duurzaamheidsweek konden collega’s laagdrempelige activiteiten volgen op het gebied van biodiversiteit, klimaatadaptatie, duurzame energie, mobiliteit en circulariteit. Medewerkers tevreden … over de positieve werksfeer, een fijne werkomgeving, de ruimte voor ontwikkeling en over een goede werkgever. Eigenaarschap, verbinding en gezamenlijkheid Medewerkers willen graag werken binnen gemeente Steenwijkerland, zij voelen zich betrokken en verantwoordelijk dat blijkt ook uit het medewerker onderzoek. Daarin zit de kracht van de organisatie. Een thema dat voor alle overheden enorm van belang is, is eigenaarschap. De verbinding van eigenaarschap met onze kracht als organisatie maakt ons sterker. We hebben hieraan gewerkt me t een programma dat bijdraagt aan samenwerken op een manier die recht doet aan het individu en bijdraagt aan de doelstellingen van de organisatie. Een van de resultaten van het medewerkersonderzoek was meer aandacht gevraagd voor groei en ontwikkeling.
De inzet van je talenten en ook blijven ontwikkelen in je vakgebied, mee blijven doen en inzetbaar blijven. Daarom is in het organisatieplan van 2025 het thema gezamenlijkheid vervangen door ontwikkeling. Niet omdat gezamenlijkheid niet meer belangrijk is, maar omda t we hier al hele mooie stappen in hebben gezet de afgelopen jaren en we focus willen verleggen naar ontwikkeling. Vitaliteit en de duurzaam inzetbare medewerker De aandacht voor vitaliteit en duurzame inzetbaarheid is gebaseerd op een lange termijn visie. Onder het mom ‘Hoe jij in je v el zit doet er toe’ zijn in 2025 medewerkers ondersteund bij het vergroten van hun vitaliteit, werkvermogen en inzetbaarheid. De on dersteuning bestaat uit praktische handvaten die medewerkers helpen fit en gemotiveerd te blijven, door voldoening te halen uit werk dat bij hen past. Dit draagt bij aan het behoud van gemotiveerde en enthousiaste medewerkers. 100 Medewerker onderzoek In 2025 gingen we aan de slag met de resultaten van het medewerker onderzoek dat najaar 2024 is afgenomen. Een van de wensen die naar voren kwam is meer aandacht voor ontwikkeling, (door)groei mogelijkheden en inzet van talenten. We hebben voorbereidingen getroffen om leren en ontwikkelen te professionaliseren.
Dit draagt onder andere bij aan zichtbaarheid van ontwikkelmogelijkh eden, vergroten van interne doorstroom mogelijkheden, en standaardisatie van basiskennis en opleiding. Personele gegevens In de paragraaf bedrijfsvoering nemen we ook cijfermatige informatie op het gebied van onze medewerkers over 2025 en ter vergelijking over 2023 en 2024. Formatie en bezetting 2023 2024 2025 aantal mdw/ fte op Peildatum 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 Aantal medewerkers 457 473 479 Bezetting (aantal mdw in fte) 403,7 418,1 422,4 Formatie (begroting in fte) 423,7 438,9 438,2 Verschil formatie bezetting (fte) 42,1 20,8 15,8 Aantal stagiaires 23 18 21 Aantal medewerkers inhuur 62 57 76 Totaal aantal medewerkers inclusief inhuur 494 530 555 fte= full time medewerker Voor 2025 is een formatiestop afgesproken. De formatie in de begroting is in 2025 dan ook gelijk gebleven aan 2024. Er zijn een aantal openstaande vacatures ingevuld en waardoor de bezetting en het aantal medewerkers wel licht is gestegen. Het aantal ingeh uurde medewerkers is gestegen. Dit betreft regelmatig inzet met beperkte uren. D e kosten voor inhuur zijn iets lager dan in 2024. De kosten voor inhuur in 2025 lagen op 7,4% van de totale loonkosten. Dat percentage ligt flink lager dan de gemiddelde inhuu r bij gemeenten (18,1% in 2024).
Een van de oorzaken van de lage inhuur is dat het in 2024 en 2025 gelukt is om veel vacatures tijd ig in te vullen. Daardoor is minder inhuur nodig om werkzaamheden op te vangen.
101 In-, door-, uitstroom aantal mdw 2023 2024 2025 instroom (aantal nieuwe mdw) 69 71 43 doorstroom (intern andere functie) 11 11 12 uitstroom (aantal mdw uit dienst) 44 54 55 % uitstroom 10% 11% 11% aantal vacatures* 82 89 62 lopend 11 3 1 ingevuld 59 82 57 niet ingevuld 12 4 4 *detail gegevens beschikbaar vanaf maart 2022 ivm nieuw systeem De uitstroom blijft stabiel in 2025. De instroom is lager dan voorgaande jaren. In 2023 en 2024 zijn veel openstaande vacatur es of vacatures waarop iemand werd ingehuurd ingevuld. Dat veroorzaakt een grotere instroom in deze jaren. Ook de interne doorstroo m is vergelijkbaar, in 2024 zijn 11 medewerkers intern gestart in een andere functie. In 2024 is actief ingezet op het vakgebied r ecruitment. Dit heeft geresulteerd in het vervullen van bijna alle openstaande vacatures in dit jaar. Verzuim 2023 2024 2025 verzuim % 5,5% 6,7 5,9 exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof Projectmatig werken Na een daling in 2023 is het verzuim in 2024 weer gestegen. Om deze trend te doorbreken is eind 2024 gestart met de inzet van verzuimtrainingen om zowel preventieve als begeleidende verzuimgesprekken te verbeteren. Ook was er in 2025 ruime aandacht vo or vitaliteit en inzetbaarheid. In 2025 is het verzuim gedaald naar onder de 6%.
102 Toekomstgerichte werkomgeving Het gemeentehuis dateert uit 1991 en er heeft in de 35 jaar sindsdien behalve noodzakelijk onderhoud, geen renovatie plaatsgevonden. Wel zijn het Atrium, de bestuursvleugel en de raadszaal vernieuwd. Voor de werkomgevingen geldt dat zij in die decennia nie t zijn aangepast aan de eisen van de tijd; het gaat daarbij zowel om duurzaamheid van het gebouw als om de veranderde wijze van werk en en wat dat van de werkomgeving vraagt. Er is sprake van: • klimaatproblemen (te warm, te koud, droge lucht, onvoldoende ventilatie), • aanzienlijke geluidsoverlast, • gedateerde inrichting die kan leiden tot onveilige situaties, • onvoldoende werkruimte, • gezondheidsklachten die worden gekoppeld aan binnenklimaat. Deze klachten worden bevestigd in een recent uitgevoerde RI&E Er is in 2023 een huisvestingsconcept gemaakt en een plan voor de verduurzaming van het gemeentehuis. Het college heeft dit i n oktober 2025 in de Begroting 2026-2029 als volgt verwoord: “Het gemeentehuis sluit in zijn huidige vorm onvoldoende aan bij de manier van werken en bij de duurzaamheidsopgaven. De sign alen uit onderzoeken en uit de organisatie laten daar geen twijfel over bestaan. De reeds uitgevoerde maatregelen waren noodzakelijk, maar slechts pleisters.
Daarom hervat het college de voorbereidingen en doet een dringend beroep op een nieuw gemeentebestuur om d e investering daadwerkelijk te doen.” Bevindingen rechtmatigheidsverklaring van het college Het college is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot s tand zijn gekomen. Het college komt tot dit oordeel omdat het totaalbedrag qua rechtmatigheidsbevindingen (€ 0,6 mln.) lager ligt dan de daarvoor door de raad vastgestelde grens van € 3.7 mln. De rechtmatigheidsverklaring kent 3 onderdelen: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het misbruik & oneigenli jk gebruik criterium. Er zijn alleen bevindingen gedaan rondom de eerste 2 criteria. Deze worden hieronder nader toegelicht. Begrotingscriterium De overschrijdingen die onrechtmatig zijn, bedragen in totaal € 213.000, -. Hiervan kan € 173.000,- conform ons financieel beleid als acceptabel beschouwd worden. De begrotingsonrechtmatigheden betreffen: 1) overschrijdingen in afgesloten projecten en restantkredieten van € 193.000. Als raad wordt u hierover bij de jaarrekening geïnformeerd. Hiervan is € 20.000.- niet rechtmatig en niet acceptabel. Dit betreft overschrijding van een krediet van een grafdelfmachine.
2) Er zijn 2 overschrijdingen, die zowel niet rechtmatig als niet acceptabel zijn, omdat u niet voor de behandeling van de ja arrekening hierover bent geïnformeerd. Deze afwijking heeft betrekking op het vervangen van gemalen en kosten voor het project Steenwijkerdiep, waarvoor niet in 2025 geen budget is. Voorwaardencriterium Aan inkopen is € 397.945,- onrechtmatig besteed. Deze aankopen zijn onterecht niet Europees aanbesteed. Het gaat om: € 249.513, - onderhoudscontract in de openbare ruimte; € 66.458,- voor ICT-diensten en € 81.974,- voor algemene inhuur bij grondzaken. Bij het onderhoudscontract heeft er een overschrijding van het maximale volume plaatsgevonden. Dit maximale volume is vermeld in de raamovereenkomst. Tot 1 september zijn hier opdrachten geplaatst, waarvan er nog een paar doorlopen. Per 1 september 2025 is er een nieuw contract afgesloten met een nieuwe leverancier, waardoor de onrechtmatigheid vanaf die datum niet meer van toepassing is. De bestedingen voor de ICT-diensten (€ 66.458,-) waren gedeeltelijk over 2024 ook al als onrechtmatig gekwalificeerd. In 2026 zal hiervoor een aanbesteding plaatsvinden om de rechtmatigheid te borgen. Ten aanzien van de derde onrechtmatigheid is in de overeenkomst van inhuur bij grondzaken een optie opgenomen om de maximale omvang te verhogen naar € 300.000,-. Dit bedrag is hoger dan de Europese aanbestedingsgrens.
Hierdoor zijn de uitgaven van 2025 onrechtmatig ad. € 81.974,-. Het contract loopt tot 1-11-2026. Er is gestart met de voorbereiding van een nieuwe aanbesteding. Daarnaast is er bij het beschut werken een constatering gedaan dat er subsidie wordt betaald aan werkgevers zonder dat hier e en loonwaardemeting aan ten grondslag ligt. Hierdoor wordt niet volledig voldaan aan de eisen van de participatiewet. In 2026 zu llen de ontbrekende loonwaardemetingen worden uitgevoerd. 103 3.6 Verbonden partijen Op 9 februari 2016 heeft de raad de nota “Verbonden partijen” vastgesteld. Het proces van deelnemingen is echter een dynamisc h gebeuren. Regelmatig moet deze nota dan ook worden herzien. Hieronder treft u de belangrijkste resultaten en wijzigingen aan welke binnen de kaders van de al vastgestelde nota passen. Bij de begroting is al aangegeven welke voornemens de gemeente had met haar aandelenbezit, namelijk het streven naar een zo hoog mogelijk rendement in de vorm van dividend. Landelijke, regionale of plaatselijke ontwikkelingen hebben geen aanleiding gegeven bovengenoemde standpunten los te laten en over te gaan tot vervreemding. Afhankelijk van de mate van verbondenheid (bijv. geplaatst aandelenkapitaal) zijn we in staat om in vloed op het beleid van de betreffende verbonden partij uit te oefenen. De genoemde verbonden partijen kennen hun eigen risicopositie.
Daar waar sprake is van een aanzienlijk, niet afgedekt, risico wordt dit meegenomen bij de paragraaf weerstandsvermogen. De op 1 april 202 6 ontvangen jaarstukken van verbonden partijen zijn opgenomen. Van een aantal verbonden partijen zijn nog geen jaarstukken over 2025 beschikbaar en deze ontbreken dan ook in deze paragraaf. De bijlage is volgens het raadsvoorstel van 9 februari 2016 opgesteld en worden in de volgende categorieën gepresenteerd (zie ook paragraaf 4.2): • vennootschappen en coöperaties; • stichtingen en verenigingen en • gemeenschappelijke regelingen. De 4e categorie, de “overige verbonden partijen” is momenteel niet aanwezig. Onder verwijzing naar bovenvermelde notitie “Verbonden partijen” geven wij onderstaand de posities per ultimo van het rekenin gjaar weer. Deze zijn aangevuld met ontwikkelingen en risico’s. 1. Vennootschappen en coöperaties 1.1 BNG Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo za l de dividenduitkering over 2025 in 2026 worden ontvangen. Ontwikkelingen De missie van de BNG is het maximaliseren van maatschappelijke impact. Die maatschappelijke waarde komt het best tot uitdrukking in de omvang en groei van de leningportefeuille. In een jaar waarin publieke organisaties worden geconfronteerd met grote inves teringsopgaven, was de BNG opnieuw een stabiele en betrouwbare partner.
Met een langlopende leningportefeuille van € 95,7 miljard en € 11,2 miljard aan nieuwe langlopende leningen heeft zij bijgedragen aan voorzieningen die Nederland vooruit helpen. Van be taalbare sociale woningen en duurzame energie tot toekomstbestendige zorg - en onderwijsinstellingen en vitale infrastructuur. De verwachting is dat de bank ook in 2026 financieel sterk blijft. De hoogte van de nettowinst is met onzekerheden omgeven. De bank kan dan ook geen voorspelling doen over de ontwikkeling van de
104 ongerealiseerde marktwaardeveranderingen. Een betrouwbare schatting van de nettowinst voor 2026 kan de bank daarom dan ook niet maken. Risico’s Beperkt, tot deelname aandelenkapitaal. Financiers hebben vertrouwen in de bank dat het risico van kredietverlening aan de BNG bank beperkt is, gezien het eigenaarschap van gemeenten, provincies en de staat. 1.2 Enexis N.V. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo za l de dividenduitkering over 2025 in 2026 worden ontvangen. Ontwikkelingen Enexis beheert het energienetwerk voor elektriciteit en aardgas in Noord -, Oost- en Zuid-Nederland voor de aansluiting van ongeveer 2, 5 miljoen klanten (huishoudens, bedrijven en overheden) voor gas en 2,9 miljoen klanten voor elektriciteit. De netbeheerderstaak is een publiek taak, wettelijk geregeld met o.a. toezicht vanuit de Autoriteit Consument en Markt. Enexis heeft in 2025 fors ge”investeerd in haar energienetwerken. Er werden laagspannings - en middenspanningskabels aangelegd en middenspannings-/laagspanningsstations gebouwd. Het aantal electriciteitsaansluitingen nam toe met zo’n 23.000. Daarmee is het elektriciteitsnet sneller uitgebreid dan gepland. Ondanks deze uitbreidingen en vrijgekomen capaciteit ziet Enexis dat de vraag naar transportcapacite it sneller groeit dan zij kan bijbouwen.
De buurtaanpak, waarbij Enexis wijk voor wijk haar net verzwaart, verloopt succesvol. Toch neemt de wachtlijst voor een verzwaring of nieuwe aansluiting verder toe. In 2025 tot ruim 10.000 zakelijke klantaanvragen. Vanaf medio 2026 verwacht Enexis dat als gevolg van het nieuwe prioriteringskader van de ACM ook huishoudens en klein-zakelijke klanten hiermee te maken krijgen. In 2026 heeft Enexis de ambitie om bedrijven op de wachtlijsten toch aan te sluiten op het net, onder voorwaarden waarbij zij hun verbruik of teruglevering op drukke momenten beperken of verschuiven, zodat het binnen de beschikbare netcapaciteit past. Risico’s Het risico voor de aandeelhouders is gering omdat Enexis opereert in een gereguleerde (energie)markt, onder toezicht van de Energiekamer. Daarnaast is het risico gering in relatie tot de (intrinsieke) waarde van Enexis Holding N.V. Wettelijk is minimaal 40% eigen vermogen vereist, Enexis heeft op dit moment 50% eigen vermogen. Het risico dat de gemeente hierbij loopt is laag. Een aanvullend risico is het achterblijven van de geraamde dividendinkomsten. Het risico is echter gemitigeerd met een overeengekomen streefwaarde van € 100 miljoen voor het jaarlijkse dividend.
105 1.3 Rendo Holding N.V. Onderstaande informatie is gebaseerd op de meest actuele beschikbare informatie. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo za l de dividenduitkering over 2025 in 2026 in drie termijnen worden ontvangen. Ontwikkelingen N.V. RENDO opereert in een gereguleerde markt, onder toezicht van de Autoriteit Consumenten & Markt (ACM). Elke 3 tot 5 jaar stelt de ACM de maximale tarieven vast. In die periode veranderen de gereguleerde tarieven in 3 tot 5 stappen. De tarieven kunnen i n een reguleringsperiode zowel omhoog als omlaag gaan als gevolg van een gewijzigde inschatting van het efficiënte kostenniveau aan het einde van een reguleringsperiode ten opzichte van het startpunt. Ongeacht de richting van de tariefsontwikkeling, bevat de reguleringssystematiek een prikkel voor RENDO om te komen tot kostenbesparingen om zo de aandeelhouders een redelijk rendement te kunnen bieden. Gezien de onzekerheden op de energiemarkt (zoals onder andere de hogere kosten/netverliezen), is er op dit moment nog geen enkele uitspraak te doen over het resultaat voor 2026 en de daaraan gekoppelde dividendverwachting en -uitkering). Risico’s N.V. Rendo Hol ding is de moedermaatschappij van verschillende vennootschappen. Re-Flex Beheer B.V.is een dochteronderneming en bestaat uit Enavi B.V., N-Tra B.V., Rendo Netwerken B.V., Re-Net B.V.
en Rendo Duurzaam. Rendo Netwerken beheert en onderhoudt het gas - en elektriciteitsnetwerk. Verder houdt zij zich ook bezig met warmte en glasvezelprojecten. Gezien de aard van de activiteiten is Rendo een vrij stabiele vennootschap. Bij een eventuele overname in verband met sectorordening vervalt het dividend. De opbrengst is naar verwachting (aanzienlijk) lager dan de huidige dividendopbrengst.
106 1.4 Vitens N.V. Vanaf 2019 heeft Vitens geen dividend meer uitgekeerd. Ontwikkelingen In tijden van uitdagingen ziet Vitens het als haar vakmanschap om te zorgen voor drinkwater uit de kraan. In 2025 heeft zij haar koers herijkt, waarbij drinkwater maken en leveren natuurlijk centraal staat. Zij kan dit niet alleen. Daarom is er een versnelling in de watertransitie nodig. Ook de druk op de ruimte in ons land is groot. Samen met overheden in de rol van aandeelhouders en als beleidsmakers, waterbeheerders en Vitens moet verbinding gezocht worden, belangen worden afgestemd en gewerkt worden aan een robuust en duurzaam ingericht watersysteem. Alleen zo wordt de drinkwatercongestie beheerst. Alle spelers in het waterveld moeten elkaar versterken, contact zoeken en naar elkaar toe bewegen. De echte opgaven zitten namelijk in de maakbaarheid van projecten en de maatschappelijke dynamiek waaronder voldoende vergunningverlening en provinciale drinkwaterstrategieën. Verwacht wordt dat Vitens de komende jaren geen dividend zal uitkeren als gevolg van de lage WACC (Weighted Average Cost of Capital of vermogenskostenvoet) en het hoge investeringsniveau voor de komende jaren.
Verder heeft zij te maken met externe ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, verdroging, verdergaande digitalisering, cybersecurity, verslechterde kwaliteit van de bronnen, demografische ontwikkelingen en krappe arbeidsmarkt. Risico’s De deelneming brengt voor de gemeente een gering risico met zich mee. Vitens opereert maar zeer beperkt in een concurrerende omgeving, de marktrisico’s zin zijn daarom beperkt. De operationele risico’s zijn niet klein omdat het product moet voldoen aan hoge kwaliteitseisen.
107 1.5 Rova N.V. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo word t de dividenduitkering over 2025 in 2026 ontvangen. Ontwikkelingen Voor de komende jaren voorziet Rova een verdere omzetgroei door de toetreding van de gemeenten De Bilt, Leusden en Arnhem en door uitbreiding van de BBR -dienstverlening. Uiteraard stijgen daarmee ook de kosten voor uitvoering (personeel en activa), maar pe r saldo zal het netto bedrijfsresultaat toenemen. Uitgangspunt bij toetreding van nieuwe gemeenten is dat elke gemeente ook een resultaatbijdrage levert en dat er dus geen verwatering van het resultaat ontstaat voor de bestaande aandeelhouders. Met het oog op de naderende sluitingsdatum voor de stortplaats Bovenveld gaat Rova de komen de jaren inzetten op het aantrekken van extra stortvolumes om daarmee de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk te benutten. Ook aan de kostenzijde wordt rekening gehouden met stijgende uitvoeringskosten (met name personeelskosten) en volatiele grondstofmarkten. Verder verwacht Rova dat zij de komende jaren gaat investeringen in haar activa. Enerzijds zijn dat investeringen voor de bedrijfslocaties in Amersfoort en Zwolle. Anderzijds betreft dat uitbreiding van het wagenpark waarbij het de ambitie is om deze zoveel mogelijk zero -emissie uit te voeren.
Waar dit (nog) niet mogelijk is wordt gekozen voor de inzet van HVO 100 (biodiesel) hetgeen eveneens leidt tot kostenstijging. Bij de realisatie van deze ambitie houdt Rova wel nadrukkelijk rekening met stijgende kosten. Het is en blijft al met al de nadrukkelijke opdracht voor Rova om haar uitvoeringskosten strak te managen. Dit om de kosten voor de gemeenten en inwoners zoveel mogelijk te temperen. Risico’s Beperkt tot deelname aandelenkapitaal.
108 1.6 Wadinko N.V. Opgemerkt wordt dat de dividenduitkeringen pas worden uitgekeerd in het jaar daarop. Zo word t de dividenduitkering over 2025 in 2026 ontvangen. Ontwikkelingen Wadinko zet het bestaand beleid voort met enige accentverschuivingen waarbij thema’s duurzaamheid en digitalisering meer aandacht krijgen. Verder is er een besluit genomen in de aandeelhoudersvergadering van 11 juni 2022 dat de komende 5 jaar een bedrag van € 1,5 miljoen per jaar zal worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Het resultaat van Wadinko wordt sterk bepaald door de gevolgen van mogelijke verkopen van belangen en noodzakelijke afwaarderingen bij de participaties. Voor 2026 wordt een resultaat van nihil verwacht. Dit betekent een daling van het eigen vermogen van € 1,5 miljoen als gevolg van de dividenduitkering. Tevens verwacht zij dat een deel van haar investeringen wordt gefinancierd met een lening, wat als gevolg heeft dat de stand van het vreemd vermogen toeneemt. Verder verwacht zij dat het aantal medewerkers bij de participaties waarin Wadinko deelneemt nagenoeg gelijk zal blijven. Risico’s Verbonden met de taken van Wadinko zijn er ondernemingsrisico’s. De participatiemaatschappij zorgt dat zij invloed uitoefent op de ondernemingen waarin zij participeert via een Raad van Commissarissen of een aandeelhoudersovereenkomst.
Het is echter niet te zeggen welke risico’s Wadinko precies loopt met betrekking tot de aangegane participaties. De afgelopen jaren is een positief financieel resultaat gedraaid. Dit wil echter niet zeggen dat het bedrijf financieel gezond blijft, vanwege de afhankelijkheid van de financiële posities van de participerende partijen. Vooralsnog is het eigen vermogen (liquide middelen) hoog genoeg om risico’s op te vangen.
109 1.7 Noordwestgroep N.V. Ontwikkelingen De raad heeft in 2020 de rol en positie van NoordWestGroep in de uitvoering van de Participatiewet voor 6 jaar vastgesteld. Hierbij fungeert NWG als arbeids -ontwikkelbedrijf met als organisatievorm sociale onderneming. Sinds 1 januari 2015 is de Wet sociale werkvoorziening (WSW) gesloten voor nieuwe instroom. Het aantal WSW-werknemers neemt daardoor jaarlijks af, grotendeels door natuurlijk verloop (circa 5% per jaar). Personen die vóór 2015 mogelijk in aanmerking zouden zijn gekomen voor de WSW, kunnen nu – afhankelijk van hun situatie – een indicatie beschut werk krijgen (Participatiewet, art. 10b) of vallen onder de doelgroep Banenafspraak. Via de meicirculaire 2025 zijn extra middelen beschikbaar gesteld: • structureel: een bedrag voor het realiseren van de 10.000 extra banen in de Banenafspraak. Dit is bedoeld om werkgevers te stimuleren en om extra plaatsingen financieel mogelijk te maken; • tijdelijk: middelen voor het ontwikkelen van plannen om sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig te maken. Deze middelen zijn voor meerdere jaren toegezegd en worden in samenwerking met gemeenten en de sociaal ontwikkelbedrijven ingezet.
Hiermee kan enerzijds worden ingespeeld op de groei van de Banenafspraak-doelgroep, en anderzijds gewerkt worden aan een duurzaam financieel model voor NWG waarin ook de verlaging van de gemeentelijke bijdrage past. Hierover zijn de gemeente en NWG in gesp rek. Risico’s Jaarlijkse verlaging van de rijksbijdrage betekent een financieel risico voor de gemeente als Noordwestgroep hier geen nieuwe inkomsten tegenover zet. Bijkomend risico is dat het huidig bestand niet genoeg krimpt.
110 1.8 Vennootschappen na verkoop Essent In 2009 werd het productie- en leveringsdeel van Essent verkocht aan RWE. Bij de verkoop zijn een aantal tijdelijke B.V.’s opgericht om de belangen van de aandeelhouders te behartigen. In 2025 is uiteindelijk de laatste bv te weten CSV Amsterdam opgeheven. Ontwikkelingen CSV Amsterdam B.V. In verband met de opheffing van genoemde vennootschap valt hier niets meer te vermelden. Risico’s De gemeente loopt hier geen risico meer doordat CSV Amsterdam in 2025 is opgeheven.
111 2. Stichtingen en verenigingen 2.1. Stichting Weerribben- Wieden Onderstaande informatie is gebaseerd op de meest actuele beschikbare informatie. De accountant maakt gebruik van de mogelijkheden om de werkzaamheden van haar klanten over het jaar te spreiden, hetgeen tot gevolg heeft dat de Stichting Weerribben-Wieden nog geen opgestelde jaarrekening over 2025 heeft. Ontwikkelingen In het meerjaren jaarplan 2024 is de eerste stap gezet vanu it het nieuwe Beleidsprogramma Nationale Parken 2024 -2030.Inmiddels heeft zij dit programma vertaald naar jaarplan 2025 - 2026. Dit plan kent 5 doelen, te weten: - het versterken van de natuur -, landschaps -, erfgoed - en ruimtelijke kwaliteiten van Nationaal Park Weerribben-Wieden; - robuuste natuur - en landschapsgebieden met stevige natuurkernen in Nationaal Park Weerribben-Wieden; - een sterke en unieke natuurbeleving in Nationaal Park Weerribben-Wieden, in balans met de draagkracht van de natuur en leefomgeving; - Nationaal Park Weerribben-Wieden in sterke verbinding met de samenleving en - De herkenbaarheid van Nationaal Park Weerribben-Wieden vergroten, ook als onderdeel van de gezamenlijke nationale parken. In april 2025 ondertekenden de nationale parken, het ministerie van LVVN, de provincies en nog 20 andere partners het Manifest Nationale Parken, waarmee ze afspraken samen te werken.
Kort daarna besloot het kabinet Schoof in haar voorjaarsnota te bezuinige n op de nationale parken. Vanuit het Samenwerkingsverband Nationale Parken werd een lobby gericht op de politiek. Onder druk van de Tweede Kamer besloot het kabinet de bezuinigingen terug te draaien. In de loop van 2025 besloot ook de provincie Overijssel om de 2 nationale parken in Overijssel te ondersteunen tot 2030. De gemeente Steenwijkerland steunt al meerdere jaren het werk van stichting Nationaal Park Weerribben-Wieden. Risico’s De Stichting Weerribben-Wieden is een stichting zonder winstoogmerk. Het financieel risico is laag en beperkt zich tot het leveren van een jaarlijkse financiële bijdrage.
112 3. Gemeenschappelijke regelingen 3.1. GGD IJsselland Ontwikkelingen De wettelijke taken, ambities en beleidsthema’s worden beïnvloed door de ontwikkelingen om ons heen. De belangrijkste trends en ontwikkelingen voor 2026, aanvullend op de programmalijnen onderverdeeld naar landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen op het gebied van publieke gezondheid, ontwikkelingen wetgeving en organisatieontwikkelingen, zijn: - bezuinigingen vanuit het Rijk op de Versterkingsmiddelen voor infectieziekten en pandemische paraatheid (VIP) vragen om een heroverweging op de inzet om de basistaken algemene infectieziektebestrijding adequaat uit te blijven voeren; - extra middelen vanuit het Rijk om de dalende vaccinatiegraad tegen te gaan. Er wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor de regio; - actualisering van de verouderde Elektronisch patiëntendossiers (EPD’s) van de centra seksuele gezondheid; - aangekondigd door het Rijk van een korting op de regeling aanvullende seksuele gezondheid (ASG) – middelen.
Het is nog onduidelijk wat de gevolgen hiervan zijn; - verkenning bovenregionale samenwerking op het gebied van Forensische geneeskunde; - nadere besluitvorming door het algemeen bestuur over de door de GGD IJsselland uitgevoerde analyse uitgevoerd naar het takenpakket en de financiële stromen om te komen tot bezuinigingsvoorstellen; - afstemming met de gemeenten van de door de GGD IJsselland voorbereide (nieuwe) Koers Jeugdgezondheidszorg. Verder zijn er nog een aantal organisatieontwikkelingen: - het bestuurlijk overleg RSJ heeft eind 2024 het principebesluit genomen om de taken van het RSJ IJsselland met ingang van 1-1-2026 over te hevelen naar de GGD IJsselland waarbij de bestaande kwaliteiten van het RSJ IJsselland behouden blijven; - er is noodzakelijk (monumentaal) onderhoud nodig aan de hoofdlocatie van de GGD IJsselland aan de Zeven Alleetjes. Risico’s In de programmabegroting 2026 van de GGD worden een aantal risico’s vermeld met een gemiddeld tot minimale risicoklasse. De GGD IJsselland voert een actief financieel risicobeleid. De weerstandscapaciteit wordt geëvalueerd op basis van een financiële risic o-inventarisatie. Deze valt binnen de bandbreedte en is daarmee voldoende. Bij de overheveling van het RSJ IJsselland naar de GGD IJsselland is om de herkenbaarheid van taken (en middelen) van het RSJ binnen de GGD te borgen.
113 3.2. Veiligheidsregio IJsselland Ontwikkelingen De Veiligheidsregio blijft in 2026 continu klaarstaan met kennis, mensen en middelen om de kerntaken goed uit te voeren. Het versterken van veiligheid, beperken van risico’s waar het kan en bestrijden van incidenten wanneer dat moet. Daarvoor investeert zij in vakmanschap van medewerkers, in verbinding met haar partners en in een sterke interne binding met het vak en collega’s. Het doel is de veiligheid in IJsselland te versterken. Dit doet zij onder andere door: - risicogericht te werken als basis te nemen voor haar werk; - de uitrukorganisatie door te ontwikkelen; - de crisisorganisatie inzetbaar te laten zijn voor klassieke crises, maar ook voor meer onvoorziene en langdurige crises; samen te werken met haar partners aan het versterken van de weerbaarheid van de samenleving. Risico’s Veiligheidsregio IJsselland voert een actief financieel risicobeleid. De weerstandscapaciteit wordt geëvalueerd op basis van een financiële risico-inventarisatie.
114 3.3. Omgevingsdienst IJsselland Ontwikkelingen De afgelopen twee jaren heeft de Omgevingsdienst verschillende verkenningen uitgevoerd en voorstellen gedaan over de toekomst van Omgevingsdienst IJsselland. Dit heeft geleid tot een heldere koers en aanpak om de omgevingsdienst robuust, lerend en wendbaar te maken. Het jaar 2025 stond in het teken van het opstellen van deze koers en het formaliseren van de gemaakte keuzes. De ontwikkeling van de omgevingsdienst is vastgelegd in: - “De strategische koers 2026 -2030 Omgevingsdienst IJsselland”; het kompas voor de doorontwikkeling voor de komende vijf jaar. - Het “Implementatieplan Ontwikkelroute naar een robuuste Omgevingsdienst IJsselland”; gericht op het bereiken van het landelijke robuustheidsniveau in 2028. Risico’s Er zijn nog weinig historische gegevens bekend, doordat de Omgevingsdienst IJsselland is gestart in 2018. Per deze datum heeft de gemeente taken ingebracht en voor de daarbij behorende capaciteit wordt betaald. Aanvullende, niet standaard ingebrachte, taken voert de Omgevingsdienst wel voor ons uit. Deze worden apart bij ons in rekening gebracht. Hierbij gaat het in ieder geval om specialistische advisering t.a.v. gaswinning en geluidsmetingen bij evenementen, maar daarnaast bijvoorbeeld ook mogelijke aanvullende metingen (geluid, gevaarlijke stoffen) bij handhavingstrajecten .
115 3.4. Jeugdzorg IJsselland (RSJ) Ontwikkelingen Het bestuur van Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ) IJsselland besloot eind 2024 om een samengaan met de GGD IJsselland nader te verkennen. Dit om een robuuste en toekomstgerichte organisatie voor de jeugdhulp te garanderen. Met het voornemen tot samengaan w orden de taken met ingang van 1-1- 2026 van het RSJ IJsselland overgeheveld naar de GGD IJsselland waarbij de bestaande kwaliteiten van het RSJ IJsselland behouden blijven. In juridische zin betekent het samengaan dat de taken van het RSJ IJsselland worden opgenomen in de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland en dat tegelijkertijd de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland wordt opgeheven. In 2026 zal het RSJ IJsselland blijven werken aan zorg continuïteit, kostenbeheersing en kwaliteit en de huidige taken inkoop, contractmanagement, monitoring en regionale agenda worden gecontinueerd. De gemeenten van regio IJsselland hebben aan het RSJ IJsselland de opdracht gegeven voor een regionale aanpak van de Hervormingsagenda Jeugd. Centraal in deze aanpak staat dat deze moet bijdragen aan het verbeteren van de jeugdhulp voor jeugdigen in onze g emeenten, zoveel mogelijk geworteld is in lokale structuren, waar we lokaal doen wat lokaal kan, maar (boven)regionaal met elkaar samenwerken om tot een robuuste aanpak te komen.
Risico’s De toetreding van RSJ IJsselland met de GGD IJsselland brengt risico’s met zich mee. Zo vereist het grote (inhoudelijke en financiële) belang van jeugdhulp voldoende strategische focus op de jeugdhulp, ook als RSJ IJsselland deel uitmaakt van GGD IJssellan d. De samenhang met duidelijke rol en taakverdeling in een heldere en slagvaardige governancestructuur is nodig. Bij het overgaan van het RSJ IJsselland naar de GGD IJsselland is het belangrijk dat we als gemeente de ruimte voor lokale keuzes blijven behouden.
116 3.7 Uitvoering grondbeleid In 2025 zijn in de gemeentelijke grondexploitaties minder particuliere woningbouw kavels verkocht (15) dan de prognose (61/24 ). De hogere prognose heeft te maken met de start van de verkoop van de kavels in complex Noordermaten fase A, Kornputkwartier (OCB ) en Stormbaan/sociaal) en Wanneperveen. Echter zijn er nog een aantal kavels in optie, niet gepasseerd bij de notaris in 2025. Voor bedrijventerreinen geldt dat er op dit moment geen voorraad meer aanwezig is. De prognose van de verwachte grondverkopen in de grondexploitaties is voor de lange termijn gebaseerd op de historische uitgi fte en voor de korte termijn op opties. De verwachtingen voor 2026 en verder voor wat betreft de uitgifte van woningbouw kavels is dat er rond 2026/2027 een piek in verkoop zal ontstaan door de uitgifte van woningbouw kavels in het project Kornputkwartier en stormbaan . Het blijft onzeker door netcongestie en stikstof wanneer Noordermaten fase B en Wanneperveen in de verkoop kunnen gaa n. Voor bedrijventerrein is er op dit moment bijna geen aanbod meer en de verwachting is pas weer stijging in verkoop/beschikbare kavels rond 2028-2029. Naar aanleiding van achterblijvende grondverkopen en beschikbare kavels bedrijventerrein is een deel van het bedrijventerrein Boterberg Zuid verhuurd als zonnepark tot 1 januari 2034.
Voor deze grondexploitatie is een langere looptijd vastgesteld dan de geldende richttermijn vanuit het BBV van maximaal 10 jaar. Bij de herziening van de grondexploitaties per 1 januari 2026 is dit deel van de grondexploitatie ingerekend in de jaren 2034 tot en met 2038. Nota Grondbeleid 2024-2028 Op 18 december 2024 is door de raad de Nota Grondbeleid 2024-2028 vastgesteld. Voor de visie op het grondbeleid en de wijze waarop het grondbeleid wordt gevoerd wordt verwezen naar de Nota Grondbeleid 2024 -2028. Grondbeleid is in zijn algemeenheid een middel om ruimtelijke doelstellingen te realiseren, bijvoorbeeld op het gebied van volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur, duurzaamheid of maatschappelijke voorzieningen. Het grond beleid is daarmee een vorm van ‘facetbeleid’ dat volgend/dienend is aan het ‘sectorale beleid’. Het beleidsmatige uitgangspunt van de gemeente Steenwijkerland is situationeel grondbeleid. Afhankelijk van de situatie moet er gekozen worden voor actief dan wel faciliterend grondbeleid. De gemeente past situationeel grondbeleid toe, zodat de gemeente de vrijheid heeft om per situatie het grondbeleid toe te passen dat het meest geschikt is voor de beoogde situatie. Belangrijke gebeurtenissen 2025 In 2025 hebben zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die gevolgen hebben voor de financiële positie van het gemeentelijke grondbedrijf.
De grondprijzenbrief 2026 is in december 2025 vastgesteld door het college en ter kennisname verstuurd naar de raad. De grondprijzen opgenomen in de grondprijzenbrief 2026 zijn verwerkt bij de herziening van de grondexploitaties per 1 -1-2026. De afgelopen jaren is de markt voor woningbouw enorm onder druk komen te staan door de schaarste aan bouwmaterialen, arbeidskrachten en vooral aan beschikbare (nieuwbouw)woningen. Om beter inzicht te krijgen in de actuele grondprijzen en de verschillen tussen de kernen binnen onze gemeente (voor toekomstige grondexploitaties en faciliterende woningbouw projecten), is een marktanalyse uitgevoerd door de STEC Groep. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in de Grondprijzenbrief 2026. Er is gekozen v oor een indel ing met kernen en bandbreedtes. Dit hebben wij gedaan om beter te kunnen inspelen op de marktbehoeftes en locatie - specifieke kenmerken voor alle nieuwe projecten. We zien voor dit jaar wederom een stijging van de verkoopprijzen woningen voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Het aanbod van woningen blijft beperkt waardoor de prijzen onverminderd hoog blijven. Hierdoor is er ook grote druk ontstaan op de meer betaalbare (rij)woningen. In de huidige markt zien wij bij nieuwbouwprojecten dat de kavels steeds kleiner worden, maar ook de woningen.
In de grondprijzenbrief voor dit jaar is de uitsplitsing tussen - en hoekwoning komen te vervallen. De reden hiervoor is dat de markt laat zien dat er meer overlap is tussen een hoek- en rijwoning. Eventuele differentiatie kan altijd nog plaatsvinden binnen de bandbreedtes. Er is daarom gekozen om alleen type rijwoningen toe te passen.
117 De parameters zijn eind 2025 herzien en zijn voor 2025 en 2026 t/m 2028 ingerekend volgens onderstaande tabel: Programma Woningbouw In 2025 zijn in totaal 15 woningbouwkavels verkocht (particulier), terwijl de prognose uitging van de verkoop van 61 woningbo uwkavels en 24 sociale woningbouw. Hiermee is in 2025 minder verkocht dan verwacht, echter zijn er nog een groot aantal kavels die onder optie zijn en/of al verkocht zijn maar nog niet gepasseerd zijn bij de notaris in de complexen Kornputkwartier en Noordermaten en w orden daarom ook niet verwerkt in het boekjaar 2025. Een positieve ontwikkeling is dat de woningen die de projectontwik kelaar OCB in het Kornputkwartier ontwikkeld in de verkoop zijn gegaan (95 woningen). De sanering van het terrein Betap Crilux is gestart en da armee ook de verdere ontwikkeling van het terrein voor woningbouw (240 woningen). Ook zijn er goede stappen gezet om de Stormbaan, onderdeel van het complex Konrputkwartier, verder te ontwikkelen voor sociale woningbouw (47 woningen). In de kernen Steenwijkerwold, Belt Schutsloot, Tuk, Oldemarkt, Kuinre en Vollenhove zijn op dit moment ook diverse projecten die in ontwikkeling zijn. Een andere positieve ontwikkeling is dat de Raad heeft ingestemd met Stadsvisie Steenwijk (incl.
Spoorzon e), wat betekend dat er een start is gemaakt met de marktverkenning voor nieuwe ontwikkellocaties woningbouw binnen Steenwijk. Een zorgelijke ontwikkeling is dat er berichten zijn vanuit de netbeheerders over de verwachte netcongestie komende jaren. He t is niet duidelijk wat dit betekent voor de toekomstige aansluitingen voor woningbouwlocaties maar op dit moment houden we rekening dat het vertraging gaat opleveren. Ook is er nog geen duidelijkheid over het Stikstof dossier bij de Provincie. De planning is dat di t pas in Q1 2026 wordt opgepakt en er meer duidelijkheid gaat komen. Programma Bedrijventerreinen Op dit moment is er geen zicht op nieuwe voorraad bedrijfskavels. De ontwikkeling voor een nieuw bedrijventerrein is volop ga ande maar ook hier lopen we tegen de stikstof regelgeving aan. Ook wordt er nu gekeken naar binnenstedelijke herontwikkelingen van bedrijventerreinen. Daarnaast is door de netcongestie op dit moment ook geen nieuwe groot aansluitingen op het energienetwerk Resultaten De prognose van het gezamenlijk resultaat op eindwaarde van de onderhanden grondexploitaties was eind 2024 € 2,9 miljoen posi tief. De prognose van het gezamenlijk resultaat op eindwaarde van de onderhanden grondexploitaties was eind 2025 € 3,15 miljoen positief.
De lichte stijging is te verklaring door de ontwikkelingen in de complexen Kornputkwartier, Noordermaten en Wanneperveen. In totaal zullen er 2 grondexploitaties afgesloten gaan worden. Door de mutaties in de grondexploitaties en de invoering van de POC-methode kunnen en moeten er in verschillende complexen winsten genomen worden, terwijl in andere complexen verliezen moeten worden genomen. Omdat wij dit jaar 2 complexen afsluiten zal de winstneming ongeveer 342.000 euro zijn voor het grondbedrijf. Met de vaststelling van de nieuwe Nota Reserves en voorzieninge n december 2024 is de Algemene Reserves Grondexploitatie (ARG) opgegaan in de Algemene Reserve vaste Buffer. Hiermee wordt benadrukt dat het grondbedrijf deel uitmaakt van de algemene dienst en geen apart onderdeel is binnen de financiële huishouding van de gemeente. Het totale risico binnen de grondexploitaties is op basis van de jaarrekening 2025 ca. € 1,29 miljoen (2024: € 1,29 miljoen). In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt het totale pakket aan risico’s gepresenteerd.
118 3.8 Openbaarheid Wet open overheid (Woo) In 2025 zijn verdere stappen gezet in de uitvoering van de Wet open overheid (Woo). Openbaarheid, transparantie en een goed toegankelijke informatievoorziening blijven belangrijke uitgangspunten binnen de organisatie. In deze paragraaf rapporteren w e over de voortgang op het gebied van actieve openbaarmaking, de afhandeling van Woo -verzoeken en de ontwikkeling van de informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking In 2025 is gewerkt aan het uitbreiden en verbeteren van de actieve openbaarmaking van informatie. De Woo-index op overheid.nl wordt bijgehouden en onder meer de volgende categorieën zijn structureel gepubliceerd via de gemeentelijke website: - raadsstukken en raadsbesluiten; - openbare besluitenlijsten van het college; - beleidsdocumenten en onderzoeksrapporten; - convenanten en samenwerkingsafspraken; - jaarplannen en jaarverslagen. Daarmee voldoen wij aan de wettelijke actieve openbaarmakingsnormen. Daarnaast is geïnvesteerd in het verbeteren van systemen , zoals het Zaaksysteem, Teams en Outlook, om de toegankelijkheid en het bewaarbeleid van documenten te verbeteren. Ook is met een kleine projectgroep gewerkt aan de voorbereiding op toekomstige verplichtingen vanuit de Woo, zoals de verdere uitbreiding va n actief openbaar te maken categorieën. Woo-verzoeken en afhandeling In 2025 zijn 96 Woo-verzoeken ontvangen.
In 1 geval is bezwaar ingesteld. Er is een toename zichtbaar in verzoeken die betrekking hebben op digitale gegevens, complexe dossiers of langere tijdsperiod en. Verdere professionalisering van werkprocessen en informatiehuishouding is noodzakelijk gebleken. Daarnaast worden verzoeken steeds complexer. Dit vraagt nauwere samenwerking binnen de organisatie en een beter bewaarbeleid van dossiers en communicatie. Organisatie en processen De uitvoering van de Woo is in 2025 verder geborgd binnen de organisatie.De rol van Woo -coördinator is verstevigd en er is een intern netwerk van medewerkers ingericht dat betrokken is bij de afhandeling van Woo -verzoeken. Medewerkers zijn getraind in informatiebeheer, privacy, openbaarheidsbeoordelingen en het gebruik van nieuwe systemen. Informatiehuishouding Een op orde zijnde informatiehuishouding is een belangrijke voorwaarde voor de uitvoering van de Woo. In 2025 is onder meer: Hoewel vooruitgang is geboekt, blijven er uitdagingen bestaan, onder andere op het gebied van legacy -systemen en het verwerken van historische dossiers. Vooruitblik 2026 In 2026 ligt de focus op verdere professionalisering van actieve openbaarmaking, het verbeteren van digitale toegankelijkheid en het versterken van de informatiehuishouding.
Daarnaast wordt geïnvesteerd in kennisontwikkeling gemeentebreed, procesverbeterin g en de implementatie van landelijke standaarden om de Woo-uitvoering duurzaam te borgen. Ten slotte wordt ingezet op het actief publiceren van Woo-besluiten op onze gemeentelijke website. 119 4. Verklaring Ensia In een tijd waarin de urgentie rond digitale weerbaarheid alleen maar groter wordt moeten inwoners en ondernemers kunnen reke nen op een betrouwbare overheid die luistert naar hun zorgen en wensen en vervolgens daarop inspeelt in haar dienstverlening. Dig itale weerbaarheid is een cruciaal thema dat momenteel sterk in de belangstelling staat. De toenemende eisen voor digitale veiligheid vanuit Europese wet - en regelgeving vraagt ook lokaal meer aandacht. Tevens is de snelheid waarmee digitale technologieën wo rden geïntroduceerd en gebruikt een uitdaging voor de organisatie en wordt het uitsluiten van allerlei digitale risico’s steeds la stiger. Een betrouwbare overheid en veilige informatievoorziening is daarom essentieel voor het goed functioneren van de gemeente en is de basis voor het beschermen van de rechten van inwoners en ondernemers. Het College van B&W legt verantwoording af over de kwaliteit van de informatieveiligheid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van d e zogenaamde ENSIA[1] methode.
De horizontale verantwoording die hieruit ontstaat bestaat uit een zelfevaluatie en een verklaring van het College van B&W over de (informatie)veiligheid van de diverse informatiesystemen. Het gaat dan over de geselecteerde beveiligingsnormen inzake DigiD[2], Suwinet[3], BAG[4], BGT[5], BRO[6], BRP[7], PUN[8] en BIO[9]. Privacy, Informatiebeveiliging en informatiebeheer. Overheidsinformatie moet duurzaam toegankelijk, vindbaar, juist en volledig en veilig en met inachtneming van de regels van persoonsgegevens worden opgeslagen en (tijdig) worden vernietigd. Hierdoor zijn privacy, informatiebeveiliging en informatieb eheer onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Om de betrouwbaarheid van de gemeentelijke processen, gebruikte informatiesystemen en de daarin opgeslagen gegevens aantoonbaar te beschermen en te borgen dient een pakket van passende evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen te worden getroffen. Algemeen beeld en resultaten afgelopen periode In 2025 is het strategische beleid Privacy, informatiebeveiliging en informatiebeheer 2025-2028 vastgesteld waarmee de basis is gelegd voor het waarborgen van een veilige omgeving en verdere uitwerking in jaarplannen geschied. Collegeverklaring Op 21 april 2026 heeft het college de Ensia-verklaring 2025 vastgesteld waarna de IT-auditor hierop assurance heeft verleend.
Meerjarenperspectief De belangrijkste trends en ontwikkelingen voor de gemeentelijk informatieveiligheid zijn: 1. Indien informatie niet beschikbaar is, leidt dat tot problemen in de dienstverlening en de bedrijfsvoering. Nagenoeg ieder proces, van uitgifte van paspoorten tot het betalen van uitkeringen, wordt uitgevoerd of ondersteund door digitale informatie - en communicatievoorzieningen. In het ergste geval komen de gemeentedienstverleningsprocessen stil te liggen. Uitval van dienstverlening en bedrijfsvoering moeten zoveel mogelijk worden voorkomen door het mitigeren van risico’s. 2. Met het van kracht worden van de Wet open overheid (Woo) is overheidsinformatie toegankelijker geworden waarmee informatie zoveel mogelijk actief openbaar moet worden gemaakt. Dit betekent dat inwoners en ondernemers en andere belanghebbenden toegang hebben tot informatie over wat de gemeente doet, hoe ze dat doet en waarom. Voor specifieke informatie die nog niet openbaar is gemaakt kan een verzoek worden ingediend. Enerzijds dienen maatregelen te worden getroffen om de toegankelijkheid en vindbaarheid van informatie mogelijk te maken maar anderzijds dienen maatregelen te worden getroffen om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie in verkeerde handen valt. 3. Kwaliteit en integriteit van data worden in het algemeen niet direct gezien als doel van informatiebeveiliging.