g Bestemmingsplan Jan van Nassauweg 16 Giethoorn.pdf
Tekst van het document
Registratie vindt plaats via Rendac. De pluimveekadavers worden gekoeld bewaard en tweewekelijks afgevoerd. Het restafval wordt verzameld in een rolcontainer en periodiek door een afvalverwerker opgehaald en afgevoerd, elke 3 weken een container van 1.100 liter, ca. 20 m3 per jaar. Het huishoudelijk afval (groene/grijze container) wordt bij de gemeente aangeboden, circa 1.500 kg per jaar. Het klein chemisch afval wordt jaarlijks naar het gemeentelijk inzamelpunt van KCA gebracht, ongeveer 50 kg per jaar. Opslag vindt plaats in een chemobox. Er vindt geen registratie en (her)gebruik van gevaarlijke afvalstoffen plaats. Er is een kleine werkvoorraad aan reinigingsmiddelen, zuren en ontsmettingsmiddelen (in originele verpakking in afgesloten kast) t.b.v. het reinigen van de vleeskuikenstallen. Het schoonmaken en ontsmetten van de vleeskuikenstallen is uitbesteed aan een gespecialiseerd servicebedrijf. Medicijnen worden uitsluitend op dierenartsadvies verstrekt. De eventueel voor de kuikens extra te gebruiken vitaminen en mineralen worden per ronde gekocht en per direct gebruikt: er is geen voorraad op het bedrijf aanwezig. 4.3.11 Bodem Bepaalde activiteiten kunnen een bodemrisico inhouden. Lukt het niet een verwaarloosbaar bodemrisico te realiseren, dan kan in sommige gevallen een aanvaardbaar bodemrisico geaccepteerd worden.
Bij een aanvaardbaar bodemrisico staat het bevoegde gezag een mogelijke belasting van de bodem toe, onder voorwaarde dat deze belasting gesignaleerd en weer opgeruimd wordt. Onderverdeling van bedrijfsmatige activiteiten die bodemrisico met zich meebrengen: Opslag in put/bassin: het betreft hier een spoelwaterkelder en een foliebassin voor de opslag van digestaat. De put en het bassin zijn uitgevoerd volgens de HBRM (Handleiding bouwtechnische richtlijnen mestopslag) en zijn vloeistofdicht. Los- en laadactiviteiten: het betreft hier het laden en lossen van dieren, het lossen van voer en het laden van strooiselmest. De los- en laadplaatsen zijn voorzien van mestdichte erfverharding. Houden van dieren: de stallen zijn voorzien van betonvloeren. Opslag en verlading van mest: de strooiselmest wordt vanuit de stal verzameld op de mestdichte erfverharding voor de stal, opgeladen en afgevoerd naar de sleufsilo’s met betonvloer en keerwand. Afvoer afvalwater: het spoel- en reinigingswater wordt opgevangen in een spoelwaterkelder en door een loonwerker over het land uitgereden. Mocht er door omstandigheden (bijv.
als gevolg van een uitbraak van een veewetziekte) een tijd geen mest kunnen worden afgevoerd, dan biedt de erfverharding voldoende ruimte voor tijdelijke opslag van strooiselmest (afgedekt) en anders kan er een tijdelijke opslag op het land worden gemaakt (op een compostlaag of een laag stro). Afvalwater en oppervlaktewater Het spoelwater dat ontstaat bij het schoonmaken van de stal en overige ruimten wordt opgevangen in spoelwaterkelders en van daaruit periodiek door een loonwerker over het land uitgereden. Hoeve Advies 25 Het hemelwater is afkomstig van de daken en de erfverharding. Aan hemelwater valt er circa 0,8 m3/m2 per jaar. Het totaal oppervlak van daken (straks ca. 26.500 m2) en erfverharding (straks ca. 10.000 m2) is ca. 36.500 m2. De totale hoeveelheid hemelwater die valt op verhard oppervlak is per jaar circa 29.000 m3 per jaar en wordt afgevoerd via erf en bodem. Dit hemelwater komt niet in aanraking met bedrijfsprocessen en is schoon en vrij van bedrijfsafvalwater en voerresten. 4.3.12 Flora en Fauna De relevante natuurwet- en regelgeving in Nederland is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb), zowel voor de soortenbescherming (Flora en Fauna) als de gebiedsbescherming (stikstofdepositie op te beschermen natuurgebieden).
4.3.13 Natura 2000 De Natuurbeschermingswet regelt de bescherming van gebieden, die als staats- of beschermd natuurmonument zijn aangewezen. Het belangrijkste onderdeel van de wet is dat er een aparte vergunning nodig is voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor het natuurgebied. Het maakt daarbij niet uit waar die activiteiten plaatsvinden, dat kan zowel binnen als buiten het gebied zijn (de zogenaamde 'externe werking'). Het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied de Wieden ligt op ca. 1,8 km en het daaropvolgende gebied de Weerribben op 3,2 km. Van directe invloed vanuit de inrichting op de natuurgebieden is geen sprake. Bron: Kaart Natura 2000-gebieden Atlas van Overijssel De Provincie Overijssel heeft op 3 december 2012 een Nb-wetvergunning afgegeven voor het houden van 283.050 vleeskuikens, waarvan 159.750 vleeskuikens met diercode E 5.11 en 123.300 vleeskuikens met diercode E 5.10, met een gezamenlijke ammoniakemissie van 7.670,25 kg NH3. Jan van Nassauweg 16 Weeribben: 3,2 km De Wieden: 1,8 km Hoeve Advies 26 Voor vergistingsinstallatie met WKK’s is in augustus 2015 de PAS-procedure doorlopen. Uit de Wegwijzer PAS bleek dat er geen melding nodig was en ook geen vergunning hoefde te worden aangevraagd, omdat de bijdrage van de bestaande situatie onder de grenswaarde lag. De vergunningsvrije berekening is bewaard.
De NOx uitstoot van deze situatie betrof 15.320,80 kg NOx en geldt als referentiewaarde voor een eventuele verandering in de toekomst. Het gewijzigd plan t.a.v. het pluimvee (uitbreiding in Goed Nest Kippen in plaats van in reguliere vleeskuikens) impliceert een afname van ammoniak. De emissie daalt van 7.670,25 kg NH3 vergund (Nb-wet) naar 6.552,00 kg NH3 (beoogd). De capaciteit van de vergister wijzigt niet, waardoor de NOx-uitstoot niet veel zal veranderen. De verandering leidt daarmee tot een afname van de stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden en is daarom vergunbaar. Wel zal een aanvraag tot wijziging van de Wnb-vergunning worden ingediend, waarbij niet alleen de wijziging t.a.v. de kuikens kenbaar wordt gemaakt, maar ook (alsnog) vergunning wordt gevraagd voor de overige activiteiten die binnen de inrichting plaatsvinden (WKK, vervoersbewegingen). Uit de bijgesloten Aerius-berekening blijkt dat op geen enkel gebied ontwikkelingsruimte nodig is (geen toename van stikstofdepositie). Omdat onder het PAS een toegewezen vergunning binnen 2 jaar moet worden gerealiseerd, wacht Agro Giethoorn nog even met het indienen van de aanvraag. Immers, de bestemmingsplanwijziging moet nog worden doorlopen en er moet tegen die tijd wel concreet zicht zijn op een bouwvergunning.
4.3.14 Archeologische waarden In de directe omgeving van het bedrijf zijn geen monumenten aangewezen op grond van de Monumentenwet of objecten met een archeologische of cultuurhistorische waarde. Het perceel Jan van Nassauweg 16 valt in een zone die door in de Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 is aangeduid met ‘Waarde - Archeologie 2’. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² buiten de bebouwde kom dient door de door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. De op te richten vleeskuikenstallen hebben een vlakke vloer en zijn niet onderkelderd. Het witte zand wat vastigheid biedt voor de fundering zit 40 cm onder maaiveld en het terrein loopt af.
De stallen worden ter plekke van de spantvoet gefundeerd op 40 cm onder maaiveld, waarna het terrein wordt opgehoogd zodat de stallen en het erf net zo hoog komen te staan als de bestaande gebouwen. Het terrein wordt met ca. 50 cm met zand opgehoogd om gelijkwaardig uit te komen. In onze beleving hebben we voor dit project geen archeologisch onderzoek nodig. De stal is weliswaar groter dan 2.500 m2, maar de bodem wordt niet dieper dan 50 cm beroerd. Hoeve Advies 27 Mocht het wel nodig zijn dan zal alsnog een archeologisch rapport worden opgesteld. 4.3.15 Landschappelijk inpassing Er is met medewerkers van de gemeente en omwonenden overleg gevoerd t.b.v. een goede landschappelijke inpassing. Dit in samenspraak met landschapsarchitect Buro Greet Bierema. Zij heeft een inpassingsplan gemaakt wat aansluit bij de authentieke landschapswaarden van de Giethoornse Polder en wat deze versterkt. De landschappelijke inpassing zoals nu is gemaakt en akkoord is bevonden is vastgelegd in de bijgesloten rapportage en maakt ook onderdeel uit van de KGO (kwaliteitsimpuls). 4.4 Risico’s t.a.v. volksgezondheid De dichtstbijzijnde (bedrijfs)woning van derden bevindt zich op 100 m van de inrichting; de afstand tot de vergisters is ca. 150 m en de afstand tot de pluimveestallen ca. 225 m. De lintbebouwing van Giethoorn ligt op ca. 1,8 km en het industrieterrein van Steenwijk op ca.
2,5 km van de inrichting. Het zijn redelijke afstanden. 4.4.1 GGD-advies Het standpunt van de GGD IJsselland: Het houden van vleeskuikens is een activiteit waarbij fijnstof-, geur- en geluidhinder kunnen optreden in dusdanige mate dat ze een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid. Door het nemen van afdoende maatregelen, een goed bedrijfsmanagement en een goede huisvesting en een regelmatige monitoring kunnen deze mogelijke risico’s geminimaliseerd worden. Mogelijke risico's voor de gezondheid worden veroorzaakt door fijnstof, geur, endotoxinen en zoönosen (ziektes overdraagbaar van dier op mens). Het onderzoek van de Gezondheidsraad van 30 november 2012 concludeert: Het is niet bekend tot welke afstand van een veehouderijbedrijf verhoogde risico’s gelden voor de bevolking; Voor rigide landelijke minimale afstandsnormen tussen veebedrijven en burgerwoning is wetenschappelijk te weinig onderbouwing; De Gezondheidsraad ziet meer in een lokale afweging: een discussie op lokaal niveau, met onder andere GGD’s en gemeenten. De laatste informatie op dit gebied, het Onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) van juli 2016 van RIVM, IRAS, Wageningen UR en NIVEL en ook de aanvulling daarop van juni 2017, geeft geen eenduidige conclusie. Dichtbij veehouderijen komt minder astma en allergie voor. COPD-patiënten ondervinden echter meer complicaties.
Daarnaast zien onderzoekers in het onderzoeksgebied een vermindering van de longfunctie door de uitstoot van ammoniak en komen longontstekingen vaker voor. Op 1 juni 2017 heeft staatsecretaris Van Dam maatregelen aangekondigd: Sinds 1 augustus 2015 moeten nieuw te bouwen pluimveestallen de emissie van fijnstof met minimaal 30% reduceren. Dit wordt binnen 10 jaar aangescherpt naar 70% voor nieuwe stallen en 50% voor bestaande pluimveestallen. Onderzoeks- en innovatieprogramma emissiearme pluimveehouderij. Herontwerptrajecten stalsystemen. Versnellen erkenning nieuwe fijnstofbeperkende maatregelen. Hoeve Advies 28 Alhoewel een duidelijke relatie tussen veehouderij en volksgezondheid niet is aangetoond is preventie geboden. De GGD (bron: Informatieblad Intensieve veehouderij en gezondheid, update 2011) adviseert de bedrijven het risico te beheersen met: Preventieve maatregelen. Huisvestingssystemen gericht op beheersing van introductie en verspreiding van micro-organismen en beperking van uitstoot van schadelijke stoffen; Goed bedrijfsmanagement. Bedrijfsvoering gericht op minimalisatie van introductie en verspreiding van micro-organismen en voorkómen van antibioticumresistentie.
4.4.2 Maatregelen Agro Giethoorn De maatregelen die Agro Giethoorn neemt om risico’s op aantasting van de volksgezondheid te voorkomen, hebben betrekking op de keuze van het stalsysteem, het gebruik van fijnstofreducerende techniek en het nemen van preventieve maatregelen. Stalsysteem De fijnstofemissie van reguliere vleeskuikens is 22 gram PM10 per dierplaats per jaar. Wat de emissie is van de Goed Nest Kip is met een veel lagere stalbezetting is niet bekend. Qua volksgezondheid is de keuze voor het houden van traaggroeiende vleeskuikens in plaats van reguliere vleeskuikens een positieve ontwikkeling. De stalbezetting is lager waardoor er minder risico op dierziekte is en de dieren meer welzijn en weerstand hebben. De stallen hoeven minder intensief geventileerd te worden waardoor de uitstoot lager zal zijn dan bij reguliere kuikens. Fijnstofreducerende maatregelen De nieuwe stallen krijgen een warmtewisselaar E 7.6 BWL2011.02.V2 waardoor niet alleen inkomende lucht wordt voorverwarmd (voor een beter klimaat en lagere stookkosten) maar ook de fijnstoftuitstoot met 31% wordt gereduceerd. De bestaande stallen worden vooralsnog niet aangepast. Wel zijn ze voorzien van ventilatiegeleidekappen waardoor de uitgaande lucht ‘naar beneden’ wordt gestuurd en het stof zoveel mogelijk bij de stal blijft liggen en niet in de wijde omgeving wordt verspreidt.
Het is wachten op haalbare en betaalbare technieken die fijnstof in bestaande stallen kan reduceren, wat ten goede komt aan het dier en de verzorger. Op dit moment is er nog geen zicht op. Er vindt in den lande nog allerlei onderzoek plaats. Preventieve maatregelen Om het risico op insleep van ziekten zoveel mogelijk te voorkomen is het bedrijf zo opgezet en uitgevoerd dat geen vreemden van buiten in de stallen hoeven en kunnen komen. Voor degenen die wel in de stallen gaan, gelden strikte hygiëneregels. Algemene hygiëne-maatregelen ter preventie van dierziekten: Geen toegang voor onbevoegden; Deuren op slot als pluimveehouder niet in de stal is; Hygiënesluis/omkleedruimte per stal bij binnenkomst t.b.v. het aantrekken van bedrijfskleding en –schoeisel, wasbak beschikbaar om handen te wassen; Douche beschikbaar voor dierenartsen en erfbetreders die ook met andere pluimveebedrijven in aanraking komen; Hoeve Advies 29 Inzet van geënte jonge kuikens (weerstand); Ongediertebestrijding (om overdracht van ziektekiemen te voorkomen); Gekoelde opslag van kadavers; Nadat de kuikens zijn afgeleverd wordt de stal gereinigd en ontsmet. Algemene bedrijfsmaatregelen met het oog op goede gezondheidsstatus: Deelname IKB (tracking en tracing t.a.v.
veevoer, diermateriaal, medicijngebruik, hygiëne, diertransport); Dierenarts ziet toe op gezondheidsstatus; Dagelijkse controle van dieren in de stal; Stalklimaat middels klimaatcomputer aangestuurd; Uitgebalanceerde diervoeding in overleg met voerleverancier; Goed leefklimaat voor de dieren in de stal (mechanische ventilatie, klimaatcomputer, geïsoleerde stallen). Gelet op de afstand van de locatie tot de omwonenden, tot andere veehouderijbedrijven en andere (intensieve) veehouderijen, het feit dat er alleen kippen worden gehouden dus niet in combinatie met varkens, de lagere dierbezetting, de strikte hygiëne en preventieve voorzorgsmaatregelen die genomen worden, en het feit dat er geen eenduidige conclusie of zorg heerst t.a.v. eventuele gezondheidseffecten, maakt dat de getroffen maatregelen voldoende zijn om een uitbraak van een veeziekte zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee het risico op een negatief effect op de volksgezondheid van omwonenden tegen te gaan. 4.5 Ongevallenrisico en abnormale bedrijfsomstandigheden De activiteit leidt niet tot risico’s t.a.v. ondergrondse aardgasleidingen of bovengrondse hoogspanningsleidingen, aldus de belemmerings- en risicokaart van de provincie Overijssel. Ook ligt de locatie niet op een route voor gevaarlijke stoffen.
4.5.1 Stroomuitval Bij de bijzondere risico’s op intensieve veehouderijbedrijven hoort in de eerste plaats het uitvallen van de netspanning, en het daarmee stilvallen van de ventilatie in de stal. In geval van het uitvallen van een enkele ventilator of de gehele netspanning treedt een alarmering in werking die de pluimveehouder waarschuwt (doorschakeling naar telefoon). De elektrische installatie is aangesloten op een automatisch startend noodstroomaggregaat. Deze wordt maandelijks getest. 4.5.2 Brand Een tweede risico is het optreden van brand. Om brand te voorkomen wordt uitsluitend met goedgekeurde installaties gewerkt en worden de bedrijfsgebouwen conform het Bouwbesluit gebouwd. Om de gevolgen van een eventuele brand zoveel mogelijk te beperken zijn op verschillende plaatsen in de inrichting brandblussers en nooduitgangen aanwezig. 4.5.3 Vervoersverboden bij veewetziekten Bij het onverhoopt uitbreken van een veewetziekte zoals bijvoorbeeld vogelpest of MKZ wordt het bedrijf van rechtswege tijdelijk afgesloten. Gedurende die periode mogen er geen dieren het bedrijf verlaten. Mocht er door omstandigheden (bijv.
als gevolg van een uitbraak van een veewetziekte) een tijd geen mest kunnen worden afgevoerd, dan biedt de erfverharding ruimte genoeg voor Hoeve Advies 30 een tijdelijke opslag van strooiselmest (afgedekt) en anders kan er een tijdelijke opslag op het land worden gemaakt (op een compostlaag of een laag stro). Om dit soort risico’s op het bedrijf zelf zoveel mogelijk te voorkomen is het bedrijf zo opgezet en uitgevoerd dat geen vreemden van buiten in de stallen hoeven en kunnen komen. Voor degenen die wel in de stal gaan, gelden strikte hygiëneregels. Hoeve Advies 31 5. Conclusie Het houden van 234.000 traaggroeiende vleeskuikens in plaats van 149.000 reguliere vleeskuikens en het gebruik van meer laagwaardige grondstoffen in de vergister met ca. 5.000 m3 extra opslagcapaciteit voor digestaat in een foliebassin past binnen de randvoorwaarden voor milieu en geeft geen onbehoorlijke hinder of overlast. Op grond van zwaarwegende risico’s ten aanzien van het milieu kan het bevoegd gezag een milieueffectrapportage (m.e.r.) vragen.
Maar is daar aanleiding toe? Uit deze notitie blijkt: Het plan voldoet aan de RIE (voormalige IPPC-richtlijn), de IPPC-beleidslijn en het Besluit emissiearme huisvesting Het bedrijf ligt op meer dan 4 km van een zeer kwetsbaar Wav-gebied en daarmee buiten de invloedssfeer van 250 meter De geurbelasting beperkt zich tot 7,4 OUE/m3/s op het dichtstbijgelegen geurgevoelig object buiten de bebouwde kom Jan van Nassauweg 14 en 0,8 OUE/m3/s op de lintbebouwing/bebouwde kom van Giethoorn en zit daarmee ver onder de norm van 8,0 resp. 2,0 OUE/m3 De ammoniakemissie in de bestaande stallen beperkt zich tot 0,035 kg NH3 p.d.p.j. terwijl 0,045 kg NH3 p.d.p.j. is toegestaan; de ammoniakemissie in de nieuwe stallen beperkt zich tot 0,021 kg NH3 terwijl 0,035 kg NH3 is toegestaan De totale ammoniakemissie is lager dan de vergunde hoeveelheid in de Nb-wetvergunning van 2012 en ook lager dan de referentiewaarde van het PAS op 1-1-2015 De fijnstofuitstoot in de nieuwe stallen wordt met 31% gereduceerd door gebruik te maken van warmtewisselaars De fijnstofconcentratie (PM10) t.o.v. de dichtstbijgelegen woning van derden is 16,30 µg/m3. Dit is veel lager dan het maximale jaargemiddelde van 40 µg/m3 wat is toegestaan. Het aantal dagen overschrijding van 50 µg/m3 is 4,91 dagen. Dit is beduidend minder dan de 35 dagen die zijn toegestaan.
De fijnstofconcentratie van PM2.5 is een fractie van 16,30 µg/m3 PM10 en kan dus nooit groter zijn dan deze waarde zelf. De PM2.5 concentratie blijft dus onder de maximale concentratie van 25,0 µg/m3 en voldoet ook aan de norm van de Wet luchtkwaliteit. De verandering is niet strijdig met de Flora- en Faunawet en heeft geen storende invloed op flora of fauna in de directe omgeving Het plan gaat gepaard met meer verkeersbewegingen; bij de milieuaanvraag zal middels een akoestisch onderzoek de geluidsbelasting inzichtelijk worden gemaakt; we verwachten aan de normstelling voor het buitengebied te voldoen Vanwege de archeologische verwachtingswaarde zal bij de bouwaanvraag een archeologisch rapport worden opgesteld; op voorhand verwachten we geen bijzondere waarden aan te treffen Voor het plan is de landschappelijke inpassing al beoordeeld en akkoord bevonden Er is overeenstemming met gemeente en provincie over de uit te voeren kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO). Hoeve Advies 32 M.e.r.-beoordeling Het bevoegd gezag moet in geval van pluimveehouderij bij een uitbreiding of verandering van de installatie van een inrichting vanaf ca. 40.000 vleeskuikens een afweging maken of er wel of geen m.e.r. nodig is. Dit gebeurt op grond van kenmerken van de activiteit, de plaats, de samenhang met andere activiteiten en de milieueffecten. Er is op voorhand geen m.e.r.-plicht.
De uitbreiding van niet meer dan 85.000 st. vleeskuikens zit boven de drempel van de D-lijst maar onder die van de C-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het project valt daarmee in de categorie ‘Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling’. Het college van B&W dient op grond van de Aanmeldnotitie een besluit te nemen of er al dan geen zwaarwegende redenen zijn een m.e.r. te doorlopen. Milieu Een project-m.e.r. (milieu) is niet verplicht omdat het niet de drempelwaarde van de C-lijst te boven gaat. De ondernemer weet wat hij wil dus hoeft hij voor zichzelf ook geen verkenning uit te voeren naar diverse scenario’s, waar een m.e.r. ook voor gebruikt zou kunnen worden. Er is wat betreft milieu geen bijzonder of storend effect vanuit de inrichting op de naaste omgeving te verwachten. Gelet op de omgeving (agrarisch gebied zonder bijzondere natuurwaarde) en de activiteit die binnen de inrichting plaatsvindt (waarbij is gekozen voor de best beschikbare technieken en op onderdelen beter dan dat) en de acceptabele effecten op de omgeving (impact) is er naar onze mening geen dringende reden een m.e.r. te doorlopen. De best beschikbare technieken worden toegepast en de juiste voorzorg wordt genomen om het milieu zo min mogelijk te belasten. Bestemmingsplan Dan blijft de vraag nog staan of er een plan-m.e.r.-plicht (planologie) is. Een plan-m.e.r.
is verplicht als het plan kaders stelt in het plangebied waarvoor volgens de Wm een project- m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1. Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. 2. Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van het besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). 3. Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van het besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Ad 1. Passende beoordeling De passende beoordeling is op voorhand uitgesloten omdat het plan niet leidt tot een toename van stikstofdepositie. De ammoniakemissie neemt af door het gebruik van emissiearme techniek in zowel de bestaande als de nieuw te bouwen stallen. De referentiewaarde van het PAS op 1 januari 2015 is 10.181,62 kg NH3, overeenkomstig de milieuvergunde situatie. De Nb-wetvergunde emissie is 7.670,25 kg NH3. Het plan leidt tot een emissie van max. 6.552,00 kg NH3. In alle gevallen neemt de stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden af, waardoor een verslechtering op voorhand is uitgesloten. Hoeve Advies 33 Ad 2.
M.e.r.-plicht vanwege kolom 3 In kolom 3 van de D-lijst wordt alleen gesproken over bestemmingsplannen die ‘voor het gehele grondgebied van de gemeente’ van toepassing zijn, waar de grenzen van het plan kunnen wijzigen, en/of het college zelf het plan moet uitwerken. Dat is hier niet aan de orde. Ad 3. M.e.r.-plicht vanwege kolom 4 Ook leidt het plan niet tot een besluit inz. de inrichting van het landelijk gebied, de aanleg van een recreatieve of toeristische voorziening, een stedelijk ontwikkelingstraject of de aanleg van een bedrijventerrein. Het plan is dus ook niet plan-m.e.r.-plichtig. Participatie Ook is de buurt al gekend in het plan (participatie) en heeft men daarop kunnen reageren en was er geen tegenstem. Een extra traject voor buitengewone inzage middels een m.e.r.-rapport voorafgaand aan een bestemmingsplanwijziging is dan ook niet (meer) nodig. Conclusie Er is op grond van de regels geen aanleiding een m.e.r. te verplichten omdat de nieuwe installatie zich beperkt tot een uitbreiding met niet meer dan 85.000 st. vleeskuikens. Uit de Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling blijkt dat gezien de impact op milieu en omgeving er geen dringende of zwaarwegende reden is een m.e.r. te lopen. Na het door het college van B&W te nemen besluit dat er geen m.e.r. nodig is, kan de bestemmingsplanwijziging worden doorlopen en de milieu- en bouwaanvraag worden ingediend.
Hoeve Advies 34 Bijlagen 1. Milieutekening beoogde situatie 2. Overzicht emissie en dieraantallen 3. Leaflet Rav E 5.10 BWL2009.14.V5 4. Leaflet Rav E 5.11 BWL2010.13.V5 5. Leaflet Rav E 7.6 BWL2011.02.V2 6. V-Stacks vergunde situatie 7. V-Stacks beoogde situatie 8. Gebouw- en ventilatiekenmerken vergunde situatie 9. Gebouw- en ventilatiekenmerken beoogde situatie 10. XY-coördinaten bronnen bedrijf 11. XY-coördinaten GGO en TBO objecten 12. ISL3a-fijnstofberekening incl. toelichting 13. Nb-wetvergunning d.d. 3-12-2012 14. Aerius-berekening beoogde situatie 15. Aerius-berekening verschil referentie en beoogd 16. Overzicht capaciteiten en transporten 17. Landschappelijke inpassing 18. KGO Kwaliteitsimpuls Agro & Food voor Agro Giethoorn bestemmingsplan "Jan van Nassauweg 16 Giethoorn" (ontwerp) 59 Bijlage 6 Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling bestemmingsplan "Jan van Nassauweg 16 Giethoorn" (ontwerp) 60
bestemmingsplan "Jan van Nassauweg 16 Giethoorn" (ontwerp) 61 Bijlage 7 Situatietekening bestemmingsplan "Jan van Nassauweg 16 Giethoorn" (ontwerp) 62 bestemmingsplan "Jan van Nassauweg 16 Giethoorn" (ontwerp) 63 Bijlage 8 AERIUS berekening ammoniak en stikstof bestemmingsplan "Jan van Nassauweg 16 Giethoorn" (ontwerp) 64 Dit document bevat resultaten van een stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator. U dient dit document te gebruiken ter onderbouwing van een vergunningaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming. De resultaten geven de stikstofeffecten van deze activiteit weer voor Natura 2000- gebieden. AERIUS Calculator maakt enkel voor de PAS-gebieden inzichtelijk welke stikstofgevoelige habitattypen er voor komen en op welke hiervan een effect is. Op basis hiervan is aangegeven voor hoeveel hectares ontwikkelingsruimte benodigd is. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Hiermee is de depositie van de activiteit berekend en uitgewerkt. Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in de Calculator. Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.
Berekening Referentiesituatie Kenmerken Emissie Depositie natuurgebieden Depositie habitattypen S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017) pagina 1/63 Contact Rechtspersoon Inrichtingslocatie Agro Giethoorn Jan van Nassauweg 16, 8355 VA Giethoorn Activiteit Omschrijving AERIUS kenmerk Beoogde situatie uitbreiding vleeskuikens S1a2Sc7d8dek Datum berekening Rekenjaar 04 augustus 2017, 13:57 2017 Totale emissie Situatie 1 Situatie 2 Verschil NOx 15.169,31 kg/j 15.318,46 kg/j 149,15 kg/j NH3 10.182,50 kg/j 6.553,02 kg/j -3.629,48 kg/j Depositie Hectare met hoogste project- verschil (mol/ha/j) Natuurgebied Provincie Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht Overijssel Situatie 1 Situatie 2 Verschil 0,08 0,08 + 0,00 Toelichting Verschilberekening referentie vs.
beoogd met 234.000 st vleeskuikens S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 2/63 Locatie Referentiesituatie Emissie (per bron) Referentiesituatie Naam Stal 1 Locatie (X,Y) 200096, 530652 Uitstoothoogte 0,8 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 3.973,28 kg/j Dier RAV code Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Emissie E 5.100 overige huisvestingssystemen (Kippen; vleeskuikens) (Overig) 49.666 NH3 0,080 3.973,28 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 3/63 Naam Stal 2 Locatie (X,Y) 200110, 530626 Uitstoothoogte 0,8 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 3.973,28 kg/j Dier RAV code Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Emissie E 5.100 overige huisvestingssystemen (Kippen; vleeskuikens) (Overig) 49.666 NH3 0,080 3.973,28 kg/j Naam Stal 3 Locatie (X,Y) 200123, 530599 Uitstoothoogte 0,8 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 2.235,06 kg/j Dier RAV code Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Emissie E 5.5 grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling (Kippen; vleeskuikens) (BWL 2001.11.V2) 49.668 NH3 0,045 2.235,06 kg/j Naam WKK1 Locatie (X,Y) 200073, 530676 Uitstoothoogte 8,0 m Warmteinhoud 0,220 MW Temporele variatie Standaard profiel
industrie NOx 8.820,80 kg/j Naam WKK2 Locatie (X,Y) 200078, 530677 Uitstoothoogte 8,0 m Warmteinhoud 0,220 MW Temporele variatie Standaard profiel industrie NOx 5.880,70 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 4/63 Naam Akkerbouw traject 1 Locatie (X,Y) 200871, 531645 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 14,86 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,4 NOx NH3 14,86 kg/j < 1 kg/j Naam Akkerbouw traject 2 Locatie (X,Y) 196988, 528959 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 39,00 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,4 NOx NH3 39,00 kg/j < 1 kg/j Naam Energie traject 1 Locatie (X,Y) 200766, 531625 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 71,21 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 6,3 NOx NH3 71,21 kg/j < 1 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 5/63 Naam Energie traject 2 Locatie (X,Y) 197086, 529002 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 143,84 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer
5,0 NOx NH3 143,84 kg/j < 1 kg/j Naam Energie traject 3 Locatie (X,Y) 199914, 529544 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 10,92 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,3 NOx NH3 10,92 kg/j < 1 kg/j Naam Energie Traject 4 Locatie (X,Y) 203008, 532349 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 73,26 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 2,7 NOx NH3 73,26 kg/j < 1 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 6/63 Naam Drogen Traject 1 Locatie (X,Y) 200792, 531632 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 11,11 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,0 NOx NH3 11,11 kg/j < 1 kg/j Naam Drogen Traject 2 Locatie (X,Y) 197062, 528993 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 28,40 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,0 NOx NH3 28,40 kg/j < 1 kg/j Naam Drogen Traject 3 Locatie (X,Y) 203008, 532349 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 27,13 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,0 NOx NH3 27,13 kg/j < 1 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus
2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 7/63 Naam Weegbrug Locatie (X,Y) 199935, 530897 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 10,37 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 6,6 NOx NH3 10,37 kg/j < 1 kg/j Naam Kleiduivenvereniging Locatie (X,Y) 199935, 530713 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx < 1 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Licht verkeer 2,7 NOx NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j Naam Overig en pakketdienst Locatie (X,Y) 199935, 530713 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 7,32 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Licht verkeer 54,0 NOx NH3 7,32 kg/j < 1 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 8/63 Naam Verreiker en Tractor Locatie (X,Y) 200114, 530713 NOx 30,00 kg/j Voertuig Omschrijving Brandstof verbruik (l/j) Uitstoot hoogte (m) Spreiding (m) Warmte inhoud (MW) Stof Emissie STAGE IV, 75 – 130 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R Verreiker 10.000 NOx 11,86 kg/j STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat.
Q Tractor 15.000 NOx 18,14 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 9/63 Locatie Beoogde situatie Emissie (per bron) Beoogde situatie Naam Stal 1 Locatie (X,Y) 200096, 530652 Uitstoothoogte 0,8 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 1.365,00 kg/j Dier RAV code Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Emissie E 5.10 stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (Kippen; vleeskuikens) (BWL 2009.14.V5) 39.000 NH3 0,035 1.365,00 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 10/63 Naam Stal 2 Locatie (X,Y) 200110, 530626 Uitstoothoogte 0,8 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 1.365,00 kg/j Dier RAV code Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Emissie E 5.10 stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (Kippen; vleeskuikens) (BWL 2009.14.V5) 39.000 NH3 0,035 1.365,00 kg/j Naam Stal 3 Locatie (X,Y) 200123, 530599 Uitstoothoogte 0,8 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 1.365,00 kg/j Dier RAV code Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Emissie E 5.10 stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (Kippen; vleeskuikens) (BWL 2009.14.V5) 39.000 NH3 0,035 1.365,00 kg/j Naam WKK1 Locatie (X,Y) 200073, 530676
Uitstoothoogte 8,0 m Warmteinhoud 0,220 MW Temporele variatie Standaard profiel industrie NOx 8.820,80 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 11/63 Naam WKK2 Locatie (X,Y) 200078, 530677 Uitstoothoogte 8,0 m Warmteinhoud 0,220 MW Temporele variatie Standaard profiel industrie NOx 5.880,70 kg/j Naam Akkerbouw traject 1 Locatie (X,Y) 200871, 531645 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 14,86 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,4 NOx NH3 14,86 kg/j < 1 kg/j Naam Akkerbouw traject 2 Locatie (X,Y) 196988, 528959 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 39,00 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,4 NOx NH3 39,00 kg/j < 1 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 12/63 Naam Energie traject 1 Locatie (X,Y) 200766, 531625 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 105,12 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 9,3 NOx NH3 105,12 kg/j < 1 kg/j Naam Energie traject 2 Locatie (X,Y) 197086, 529002 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 211,19 kg/j NH3 < 1 kg/j
Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 7,4 NOx NH3 211,19 kg/j < 1 kg/j Naam Energie traject 3 Locatie (X,Y) 199914, 529544 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 16,04 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,9 NOx NH3 16,04 kg/j < 1 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 13/63 Naam Energie Traject 4 Locatie (X,Y) 203008, 532349 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 108,53 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 4,0 NOx NH3 108,53 kg/j < 1 kg/j Naam Drogen Traject 1 Locatie (X,Y) 200792, 531632 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 11,11 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,0 NOx NH3 11,11 kg/j < 1 kg/j Naam Drogen Traject 2 Locatie (X,Y) 197062, 528993 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 28,40 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,0 NOx NH3 28,40 kg/j < 1 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 14/63 Naam Drogen Traject 3 Locatie
(X,Y) 203008, 532349 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 27,13 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 1,0 NOx NH3 27,13 kg/j < 1 kg/j Naam Weegbrug Locatie (X,Y) 199935, 530897 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 10,37 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Zwaar vrachtverkeer 6,6 NOx NH3 10,37 kg/j < 1 kg/j Naam Kleiduivenvereniging Locatie (X,Y) 199935, 530713 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx < 1 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Licht verkeer 2,7 NOx NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 15/63 Naam Overig en pakketdienst Locatie (X,Y) 199935, 530713 Uitstoothoogte 2,5 m Warmteinhoud 0,000 MW NOx 7,32 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen (/dag) Stof Emissie Standaard Licht verkeer 54,0 NOx NH3 7,32 kg/j < 1 kg/j Naam Verreiker en Tractor Locatie (X,Y) 200114, 530713 NOx 37,50 kg/j Voertuig Omschrijving Brandstof verbruik (l/j) Uitstoot hoogte (m) Spreiding (m) Warmte inhoud (MW) Stof Emissie STAGE IV, 75 – 130 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R Verreiker 12.500 NOx 14,82 kg/j STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat.
Q Tractor 18.750 NOx 22,68 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 16/63 Naam Stal 4 Locatie (X,Y) 200265, 530740 Uitstoothoogte 1,4 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 819,00 kg/j Dier RAV code Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Emissie E 5.11 stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar (Kippen; vleeskuikens) (BWL 2010.13.V5) 39.000 NH3 0,021 819,00 kg/j Naam Stal 5 Locatie (X,Y) 200279, 530713 Uitstoothoogte 1,4 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 819,00 kg/j Dier RAV code Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Emissie E 5.11 stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar (Kippen; vleeskuikens) (BWL 2010.13.V5) 39.000 NH3 0,021 819,00 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 17/63 Naam Stal 6 Locatie (X,Y) 200291, 530691 Uitstoothoogte 1,4 m Warmteinhoud 0,000 MW NH3 819,00 kg/j Dier RAV code Omschrijving Aantal dieren Stof Emissiefactor (kg/dier/j) Emissie E 5.11 stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar (Kippen; vleeskuikens) (BWL 2010.13.V5) 39.000 NH3 0,021 819,00 kg/j S1a2Sc7d8dek (04 augustus
2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 18/63 Depositie natuur- gebieden Hoogste projectverschil (Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht) Hoogste projectverschil per natuurgebied Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 19/63 Depositie PAS- gebieden Natuurgebied Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Situatie 2 Hoogste depositie (mol/ha/j) Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht 0,08 0,08 + 0,00 0,17 <=0,05 Bargerveen >0,05 0,05 - 0,00 0,06 <=0,05 Lieftinghsbroek >0,05 0,05 - 0,00 0,06 <=0,05 Drouwenerzand 0,06 0,06 - 0,01 0,11 <=0,05 Drentsche Aa- gebied 0,09 0,08 - 0,01 0,16 <=0,05 Engbertsdijksvenen 0,06 0,05 - 0,01 0,07 <=0,05 Springendal & Dal van de Mosbeek >0,05 0,04 - 0,01 0,05 <=0,05 Veluwe >0,05 0,04 - 0,01 0,12 <=0,05 Borkeld >0,05 0,04 - 0,01 0,04 <=0,05 Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek >0,05 0,04 - 0,01 0,04 <=0,05 Bergvennen & Brecklenkampse Veld >0,05 0,04 - 0,01 0,04 <=0,05 Duinen Schiermonnikoog >0,05 0,04 - 0,01 0,05 <=0,05 Wierdense Veld >0,05 0,04 - 0,01 >0,05 <=0,05 Sallandse Heuvelrug >0,05 0,04 - 0,01 0,06 <=0,05 Duinen Ameland >0,05 0,04 - 0,01 0,04 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 20/63 Natuurgebied Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Situatie 2 Hoogste depositie (mol/ha/j) Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? Rijntakken >0,05 0,04 - 0,02 0,10 <=0,05 Boetelerveld >0,05 0,04 - 0,02 0,06 <=0,05 Fochteloërveen 0,14 0,13 - 0,02 0,26 <=0,05 Alde Feanen 0,06 0,04 - 0,02 0,11 <=0,05 Waddenzee >0,05 0,04 - 0,02 0,04 <=0,05 Witterveld 0,13 0,11 - 0,02 0,19 <=0,05 Vecht- en Beneden- Reggegebied 0,06 0,04 - 0,02 0,11 <=0,05 Dwingelderveld 0,18 0,15 - 0,03 0,51 <=0,05 Elperstroomgebied 0,11 0,08 - 0,03 0,14 <=0,05 Van Oordt's Mersken 0,11 0,08 - 0,03 0,13 <=0,05 Bakkeveense Duinen 0,12 0,08 - 0,04 0,17 <=0,05 Mantingerzand 0,12 0,08 - 0,04 0,18 <=0,05 Wijnjeterper Schar 0,13 0,09 - 0,04 0,20 <=0,05 Drents-Friese Wold & Leggelderveld 0,32 0,28 - 0,04 0,91 <=0,05 Mantingerbos 0,14 0,10 - 0,04 0,18 <=0,05 De Wieden 0,20 0,16 - 0,04 8,34 <=0,05 Norgerholt 0,15 0,10 - 0,04 0,18 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 21/63 Natuurgebied Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Situatie 2 Hoogste depositie (mol/ha/j) Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? Olde Maten & Veerslootslanden 0,17 0,11 - 0,05 0,21 <=0,05 Rottige Meenthe & Brandemeer 0,17 0,12 - 0,05 0,46 <=0,05 Weerribben 0,28 0,19 - 0,09 4,39 <=0,05 Holtingerveld 0,51 0,36 - 0,14 1,05 <=0,05 Geen overschrijding* Wel overschrijding Ontwikkelingsruimte beschikbaar** Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar Voor het desbetreffende gebied vind er geen relevante depositie plaats op OR-relevante hexagonen. Het concept wel of niet ontwikkelingsruimte beschikbaar (groen vinkje of rood kruis) is dus niet van toepassing * Deze uitkomst wordt niet meegenomen in de toetsing aan de Wnb. Bij de toetsing aan de Wnb gaat het om de relevante hexagonen waarvoor ontwikkelingsruimte is gereserveerd. ** Bij beoordeling van een vergunningaanvraag in het kader van de Wnb wordt vastgesteld of er voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar is en of dat significante verslechtering uitgesloten kan worden. S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 22/63 Depositie per habitattype Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) 0,08 0,08 + 0,00 <=0,05 H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) 0,08 0,08 + 0,00 <=0,05 H6120 Stroomdalgraslanden 0,09 0,06 - 0,03 <=0,05 H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen 0,13 0,09 - 0,04 <=0,05 H91F0 Droge hardhoutooibossen 0,14 0,09 - 0,04 <=0,05 H6410 Blauwgraslanden 0,18 0,11 - 0,07 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 23/63 Bargerveen Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen >0,05 0,05 - 0,00 <=0,05 ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen >0,05 0,05 - 0,00 <=0,05 ZGH6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H7110A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 Lieftinghsbroek Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H9120 Beuken-eikenbossen met hulst >0,05 0,05 - 0,00 <=0,05 H9160A Eiken- haagbeukenbossen (hogere zandgronden) 0,06 >0,05 - 0,00 <=0,05 H6410 Blauwgraslanden 0,07 0,05 - 0,02 <=0,05 H91D0 Hoogveenbossen 0,08 0,06 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 24/63 Drouwenerzand Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H2310 Stuifzandheiden met struikhei 0,06 0,06 - 0,01 <=0,05 H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen 0,06 0,06 - 0,01 <=0,05 H2330 Zandverstuivingen 0,07 0,06 - 0,01 <=0,05 H5130 Jeneverbesstruwelen 0,09 0,08 - 0,01 <=0,05 ZGH2330 Zandverstuivingen 0,09 0,06 - 0,03 <=0,05 H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm 0,10 0,07 - 0,03 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 25/63 Drentsche Aa-gebied Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H4030 Droge heiden 0,09 0,08 - 0,01 <=0,05 H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) 0,09 0,08 - 0,01 <=0,05 ZGH2310 Stuifzandheiden met struikhei 0,09 0,08 - 0,01 <=0,05 H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) 0,10 0,09 - 0,01 <=0,05 H9190 Oude eikenbossen 0,10 0,09 - 0,01 <=0,05 H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen 0,09 0,07 - 0,01 <=0,05 H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) 0,10 0,09 - 0,01 <=0,05 H3160 Zure vennen 0,10 0,08 - 0,01 <=0,05 H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes) 0,12 0,11 - 0,01 <=0,05 ZGH4030 Droge heiden 0,10 0,09 - 0,01 <=0,05 H9120 Beuken-eikenbossen met hulst 0,11 0,10 - 0,01 <=0,05 H91D0 Hoogveenbossen 0,09 0,07 - 0,02 <=0,05 H2310 Stuifzandheiden met struikhei 0,10 0,08 - 0,02 <=0,05 H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm 0,09 0,06 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 26/63 Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H6410 Blauwgraslanden 0,09 0,06 - 0,02 <=0,05 ZGH3160 Zure vennen 0,09 0,06 - 0,03 <=0,05 H2330 Zandverstuivingen 0,09 0,07 - 0,03 <=0,05 H9160A Eiken- haagbeukenbossen (hogere zandgronden) 0,10 0,07 - 0,03 <=0,05 H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen 0,11 0,08 - 0,03 <=0,05 ZGH2330 Zandverstuivingen 0,12 0,09 - 0,04 <=0,05 ZGH4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) 0,13 0,09 - 0,04 <=0,05 H5130 Jeneverbesstruwelen 0,14 0,09 - 0,04 <=0,05 Engbertsdijksvenen Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen 0,06 0,05 - 0,01 <=0,05 H4030 Droge heiden >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H7110A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 27/63 Springendal & Dal van de Mosbeek Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H4030 Droge heiden >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H9120 Beuken-eikenbossen met hulst >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H5130 Jeneverbesstruwelen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H9999:45 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H6230) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 ZGH91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 ZGH6410 Blauwgraslanden >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 ZGH4030 Droge heiden >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H6410 Blauwgraslanden 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 ZGH4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 28/63 Veluwe Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H9120 Beuken-eikenbossen met hulst >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H9190 Oude eikenbossen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H4030 Droge heiden >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H3130 Zwakgebufferde vennen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H2330 Zandverstuivingen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H2310 Stuifzandheiden met struikhei >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H3160 Zure vennen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes) >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H5130 Jeneverbesstruwelen >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 29/63 Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? ZGH2310 Stuifzandheiden met struikhei >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 ZGH9190 Oude eikenbossen 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 ZGH4030 Droge heiden 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 ZGH4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 Borkeld Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H2310 Stuifzandheiden met struikhei >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H4030 Droge heiden >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H5130 Jeneverbesstruwelen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H9160A Eiken- haagbeukenbossen (hogere zandgronden) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 30/63 Bergvennen & Brecklenkampse Veld Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H3130 Zwakgebufferde vennen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 31/63 Duinen Schiermonnikoog Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H2180B Duinbossen (vochtig) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 ZGH2130B Grijze duinen (kalkarm) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H9999:6 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H2130B, H2130C) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 ZGH2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 ZGH2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H2170 Kruipwilgstruwelen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 ZGH2160 Duindoornstruwelen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 ZGH2120 Witte duinen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H2130C Grijze duinen (heischraal) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H6410 Blauwgraslanden >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening
voor vergunningaanvraag pagina 32/63 Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? ZGH2170 Kruipwilgstruwelen 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 ZGH2180B Duinbossen (vochtig) 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 Wierdense Veld Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H6230 Heischrale graslanden >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 33/63 Sallandse Heuvelrug Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H4030 Droge heiden >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H5130 Jeneverbesstruwelen >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 H9999:42 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H3160, H6230) 0,07 >0,05 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 34/63 Duinen Ameland Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? ZGH2130B Grijze duinen (kalkarm) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 H2180B Duinbossen (vochtig) >0,05 0,04 - 0,01 <=0,05 ZGH2180B Duinbossen (vochtig) >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H2130B Grijze duinen (kalkarm) >0,05 0,03 - 0,02 <=0,05 H2130A Grijze duinen (kalkrijk) >0,05 0,03 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 35/63 Rijntakken Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H91E0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden) >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 ZGH91E0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) >0,05 0,03 - 0,02 <=0,05 H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H6120 Stroomdalgraslanden >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H91F0 Droge hardhoutooibossen 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) 0,08 >0,05 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 36/63 Boetelerveld Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H6410 Blauwgraslanden >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 H3130 Zwakgebufferde vennen 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 H5130 Jeneverbesstruwelen 0,07 0,05 - 0,02 <=0,05 ZGH3130 Zwakgebufferde vennen 0,09 0,06 - 0,03 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 37/63 Fochteloërveen Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen 0,14 0,13 - 0,02 <=0,05 H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen 0,14 0,12 - 0,02 <=0,05 ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen 0,13 0,09 - 0,04 <=0,05 H9999:23 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H7110A, H7120) 0,17 0,12 - 0,05 <=0,05 H4030 Droge heiden 0,18 0,13 - 0,05 <=0,05 H7110A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) 0,18 0,12 - 0,05 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 38/63 Alde Feanen Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 H6410 Blauwgraslanden 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 H91D0 Hoogveenbossen 0,06 0,04 - 0,02 <=0,05 H7210 Galigaanmoerassen 0,08 >0,05 - 0,02 <=0,05 H4010B Vochtige heiden (laagveengebied) 0,08 >0,05 - 0,02 <=0,05 Waddenzee Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.
benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) >0,05 0,04 - 0,02 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 39/63 Witterveld Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max. benodigd (mol/ha/j) beschikbaar? H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen 0,13 0,11 - 0,02 <=0,05 H4030 Droge heiden 0,13 0,09 - 0,04 <=0,05 H7110A Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) 0,13 0,09 - 0,04 <=0,05 H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) 0,16 0,11 - 0,05 <=0,05 H91D0 Hoogveenbossen 0,17 0,12 - 0,05 <=0,05 S1a2Sc7d8dek (04 augustus 2017)Berekening voor vergunningaanvraag Referentiesituatie Beoogde situatie Berekening voor vergunningaanvraag pagina 40/63 Vecht- en Beneden-Reggegebied Habitattype Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j) Situatie 1 Situatie 2 Verschil Overschrij- ding KDW Ontwikkelingsruimte max.