CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport IHP Steenwijkerland 4 November 2022.pdf

Politieke Markt 7 februari 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs13.172 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

€ 1.839.250 € 157.650 € 1.996.900 € 1.900 2027 Willem Alexander Steenwijk Renovatie 100 888 m² € 1.554.000 n.v.t. € 1.554.000 € 133.200 € 1.687.200 € 1.900 2027 Burgemeester de Ruiter Kuinre Renovatie 87 892 m² € 1.561.000 n.v.t. € 1.561.000 € 133.800 € 1.694.800 € 1.900 2028 De Slinge Oldemarkt Renovatie 101 939 m² € 1.643.250 n.v.t € 1.643.250 € 140.850 € 1.784.100 € 1.900 2028 De Ark Oldemarkt Renovatie 112 808 m² € 1.414.000 n.v.t. € 1.414.000 € 121.200 € 1.535.200 € 1.900 2028 Het Kompas Vollenhove Renovatie 164 1.477 m² € 2.584.750 n.v.t. € 2.584.750 € 221.550 2.806.300 € 1.900 2029 Claus Steenwijk Renovatie 258 2.058 m² €3.601.500 n.v.t. € 3.601.500 € 308.700 € 3.910.200 € 1.900 2031 Beatrix Steenwijk Nieuwbouw 175 1.080 m² € 3.009.741 n.v.t. € 3.009.741 € 162.000 €3.171.740 € 2.937 2031 De Samensprong Steenwijk Semipermanent uitbreiden 60 300 m² € 978.953 n.v.t. € 978.953 n.v.t. € 978.953 € 3.263 2032 Generaal van den Boschschool Willemsoord Renovatie 99 890 m² € 1.557.500 n.v.t. € 1.557.500 € 133.500 € 1.691.000 € 1.900 2032 Diverse kleine scholen Diverse kernen Vernieuwing (onder voorbehoud) 349 1.755 m² € 3.071.250 n.v.t. € 3.071.250 € 263.250 3.334.500 € 1.900 n.t.b. 96

97 Vervangende nieuwbouw Voor de berekening van de investering voor nieuwbouw wordt uitgegaan van de actuele VNG- normbedragen. Nieuwbouw wordt afgeschreven in een periode van minimaal 40 jaar. Ter illustratie: Voor het basisonderwijs zijn de normbedragen voor 2022 opgebouwd uit een vaste voet van € 1.338.114 (inclusief de eerste 350 m² BVO) en een bedrag van € 2.290 per m² BVO voor de resterende meters. Als grondslag voor de berekening wordt conform de huisvestingsverordening uitgegaan van de normatieve ruimtebehoefte behorend bij het minimale leerlingenaantal gedurende 15 jaren. Gezien de huidige marktomstandigheden wordt voor de projecten in de komende vier jaren (2023-2026) zekerheidshalve gerekend met een opslag van 20% bovenop de normbedragen. Per jaar wordt bekeken in hoeverre deze opslag nodig en toereikend is. Renovatie Voor renovatie wordt in dit plan uitgegaan van een maximale vergoeding van € 1.750 per m² BVO (circa 60% van nieuwbouw). Renovatie wordt afgeschreven in een periode van minimaal 25 jaren. Gezien de hoogte van het renovatiebedrag, de te verwachten kwaliteitsimpuls en de verduurzamingsslag kan in samenspraak met de afdeling Financiën van de gemeente Steenwijkerland worden overwogen renovatie in een langere periode af te schrijven.

Gezien de huidige marktomstandigheden wordt voor de projecten in de komende vier jaren (2023-2026) zekerheidshalve gerekend met een opslag van 20% bovenop deze vergoeding. Per jaar wordt bekeken in hoeverre deze opslag nodig en toereikend is. Voor de kostenraming gaan we uit van een bedrag dat is gebaseerd op de feitelijke capaciteit van een gebouw. Over nut, noodzaak en wijze van financiering van de renovatie van de normatieve overcapaciteit worden per project nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente, schoolbestuur en externe huurpartners zoals kinderopvanginstellingen. G r o n d s l a g n i e u w b o u w e n r e n o v a t i e 97

98 R e n o v a t i ev e r s u s n i e u w b o u w Zoals benoemd in het beleidshoofdstuk, wordt in geval van een aankomende vernieuwing van een schoolgebouw altijd de afweging gemaakt tussen renovatie en nieuwbouw. Via een scenariostudie worden onder andere de volgende elementen geanalyseerd: Levensvatbaarheid Geschiktheid qua omvang Ligging Verduurzaming Gebouwkwaliteit (technische staat, functionaliteit, binnenklimaat) Gebouwpotentieel Investeringskosten/jaarlasten Exploitatielasten Tijdelijke huisvesting Herontwikkelingspotentie Combinaties andere scholen Combinaties andere functies Beschikbaarheid financiële middelen 98

99 Indicatieven investeringsomvang kleine scholen Voor het bepalen van het bedrag voor het verbeteren van de huisvesting van de zogeheten ‘kleine scholen’ (scholen met maximaal 80 leerlingen) zijn we ter benadering uitgegaan van een bedrag van € 1.750 maal het totaal aantal leerlingen van al deze kleine scholen gezamenlijk. Het gaat hierbij in totaal om 349 leerlingen die als volgt zijn verdeeld: De Driesprong (Eesveen) 42 St. Bernardusschool (Oldemarkt) 50 Eben Haëzer (Ossenzijl) 36 De Buuzekaemp (Belt-Schutsloot) 42 De Voorpoort (Vollenhove) 56 De Rolpaal (Blokzijl) 40 De Lepelaar (Scheerwolde) 33 Het Kompas (Steenwijk) 50 G r o n d s l a g i n v e s t e r i n g e n k l e i n e s c h o l e n Opstellen strategische perspectieven Voor deze kleine scholen moet een op te stellen ‘strategisch perspectief’ uitwijzen of het nodig en verstandig is om de betreffende investering daadwerkelijk binnen het betreffende schoolgebouw te plegen of dat op een andere wijze wordt voorzien in de huisvesting van de leerlingen, bijvoorbeeld door het zoeken van combinaties met andere scholen. Zie hiervoor de passage die in het hoofdstuk Beleidsambitie is opgenomen. 99

100 To e l i c h t i n g i n v e s t e r i n g e n Uitgangspunten Uitgegaan wordt van de volgende afschrijvingsperiodes: - Nieuwbouw: 40 jaar - Permanente uitbreiding: 40 jaar Semipermanente uitbreiding: 15 jaar Renovatie: 25 tot 40 jaar De investeringsbedragen zijn bedoeld voor het dekken van de stichtingskosten voor de bouw. Genoemde bedragen zijn allemaal inclusief BTW. De bedragen voor nieuwbouw en renovatie zijn gebaseerd op het duurzaamheidsniveau van Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) en Frisse Scholen, zoals opgenomen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (het ‘nieuwe Bouwbesluit’). T oelichting verschil in bedragen Renovatie betreft levensduurverlenging van een gebouw, waarbij de aanwezige kwaliteit van een gebouw wordt gecontinueerd en op onderdelen wordt verbeterd. In die zin is sprake van een fundamenteel verschil met (vervangende) nieuwbouw. In de praktijk zal het bij renovatie (maar overigens ook bij nieuwbouw) altijd noodzakelijk zijn keuzes te maken over welke wensen van de school wel en welke niet uitgevoerd kunnen worden. Net zoals een individu die zelf een huis (ver)bouwt en hierbij in de meeste gevallen te maken heeft met een gelimiteerd bouwbudget. Uiteraard moet bij renovatie minimaal worden voldaan aan de wettelijke eisen (BENG, Frisse scholen).

Als de in het IHP genoemde bedragen hiertoe niet toereikend zijn, moeten deze op dat moment worden heroverwogen. Dit staat beschreven in de disclaimer van dit IHP. 100

101 G e z a m e n l i j k e i n s p a n n i n g Ontoereikende vergoedingen Schoolbesturen ontvangen gelden van de rijksoverheid voor dekking van de ‘materiele kosten’ van hun huisvesting. De gemeente ontvangt middelen in het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting. Beide ontvangen onvoldoende middelen van het rijk om de integrale gebouwkwaliteit te kunnen waarmaken. De ingreep van enkele jaren geleden van de rijksoverheid waarbij een uitname uit het gemeentefonds is gedaan van 256 miljoen euro heeft veel gemeenten in de problemen gebracht wat betreft de financiering van de huisvestingsopgave. Het is aan beide partijen om deze financiële tekorten structureel via hun eigen koepelorganisaties als VNG, PO-raad en VO-raad onder de aandacht te houden bij de rijksoverheid. Divers beeld in de praktijk Formeel is sprake van gescheiden verantwoordelijkheden en geldstromen tussen gemeente en schoolbesturen. Als iedereen ‘in zijn eigen bunker’ blijft zitten, dan komen deze geldstromen van respectievelijk investering en exploitatie niet bij elkaar. Daarom pleit onafhankelijk kenniscentrum ‘Ruimte- OK’ ervoor om als gemeente en schoolbesturen samen de schouders onder de toekomstige opgave te zetten. De wetgever onderkent de noodzaak van het bundelen van geldstromen ook, door via een aankomend wetsvoorstel het investeringsverbod van schoolbesturen op onderdelen te nuanceren. 101

102 Accountantsverklaring vooraf De investeringsbijdrage van de schoolbesturen bij renovatie of nieuwbouw gaat bij voorkeur gepaard met voorafgaande goedkeuring van de zijde van de accountant om daadwerkelijk de betreffende investering te mogen doen. Hiermee wordt voorkomen dat schoolbesturen in een later stadium problemen met de accountant krijgen over gedane investeringen in stenen. Mogelijkheden inzet gelden In dit plan gaan we uit van een inzet van €150 per m² door schoolbesturen bij projecten voor renovatie en nieuwbouw, bedoeld om de stap van BENG naar (of in ieder geval richting) ENG te maken. Gebaseerd op het advies van Ruimte-OK onderscheiden we twee posten die een eigen bijdrage van een schoolbestuur rechtvaardigen (zie volgende pagina). B i j d r a g e s c h o o l b e s t u r e n ( 1 ) 102

103 (1) Besparen op energie Schoolbesturen ontvangen een rijksvergoeding voor materiële instandhouding, waaronder een vergoeding voor energie. Deze middelen kunnen worden ingezet als aannemelijk kan worden gemaakt dat door het realiseren van een energieneutraal gebouw de energiekosten lager uitvallen dan de vergoeding die schoolbesturen krijgen. Aandachtspunt hierbij is dat de kosten en baten over de gehele levensduur (TCO-benadering) in kaart worden gebracht, dus inclusief eventuele risico’s aangaande de hoogte van de MI-vergoeding, leerlingenfluctuaties, energieprijzen en salderingsregelingen. (2) Besparen op uitgesteld onderhoud Oude gebouwen zijn vaak duurder in onderhoud dan nieuwe gebouwen. Wanneer een schoolbestuur zicht heeft op nieuwbouw of renovatie dan kan er voor worden gekozen in de resterende periode (zo’n vier tot acht jaar) onderhoudsmiddelen uit het meerjarenonderhoudsplan ‘op te sparen’. Uiteraard is er in deze laatste periode dagelijks onderhoud nodig, maar grotere onderhoudsactiviteiten kunnen wellicht achterwege blijven. B i j d r a g e s c h o o l b e s t u r e n ( 2 ) 103

104 MAATREGEL INVESTERING GRONDSLAG VERDELING KOSTEN AFSCHRIJVING Nieuwbouw VNG-normbedrag voor nieuwbouw (2023-2026: opslag van 20%) Minimale aantal leerlingen voor de komende 15 jaar 100% gemeente tot wettelijk minimum Schoolbestuurlijke bijdrage van €150 per m² BVO voor verduurzaming naar ENG 40 jaar Renovatie € 1.750 per m² (2023-2026: opslag van 20%) Feitelijke capaciteit (nader bepalen noodzaak en dekking bovennormatief deel) 100% gemeente tot wettelijk minimum Schoolbestuurlijke bijdrage van €150 per m² BVO voor verduurzaming boven BENG 25 tot 40 jaar G r o n d s l a g v e r d e l i n g b i j d r a g e n 104

105 A. Diverse bijkomende kosten (gemeente) De bedragen die hier geraamd zijn, betreffen stichtingskosten voor gebouw, advies, bouwbegeleiding en plein. Bij de bedragen is geen rekening gehouden met bijkomende kosten voor bijvoorbeeld het afboeken van boekwaardes, verkeersinfrastructuur, asbestsanering, archeologische vondsten, bodemverontreiniging, sloop van gebouwen, paalfundering, onderwijsleerpakket en meubilair, verwerving van grond en tijdelijke huisvesting. B. Bovenwettelijke ambitie (schoolbestuur of gemeente) Denk hierbij aan extra ambitie bovenop de minimale wettelijke eisen, bijvoorbeeld specifieke materialen, circulair bouwen en/of bijzondere architectuur. Hiervoor geldt het credo ‘de wenser betaalt’. C. Onvoorziene omstandigheden (gemeente) Omstandigheden die nu nog niet voorzien kunnen worden betreffen de aanbestedingsresultaten (marktsituatie), het leerlingenverloop, wijzigingen in normbedragen en veranderende wetgeving op het gebied van onderwijshuisvesting. Bij renovatie en nieuwbouw moet minimaal worden voldaan aan de wettelijke eisen. Wanneer de in dit plan genoemde bedragen hiertoe niet toereikend zijn, worden deze op dat moment heroverwogen. D.

Kosten maatschappelijke verbreding (gemeente, instellingen) In dit plan is geen rekening gehouden met eventuele kosten voor maatschappelijke verbreding.Per individueel project wordt inzichtelijk gemaakt welke extra erbij komen in verband met functie- toevoegingen voor bijvoorbeeld kinderopvang, ontmoeting, en jeugdzorg, alsmede wie de dekking verzorgd. 105105 D i s c l a i m e r b i j k o m e n d e k o s t e n Per project wordt bekeken de genoemde bedragen toereikend, te hoog of te laag zijn. Hiernaast is een aantal elementen genoemd die kunnen leiden tot kostenstijging. Tussen haakjes staat de partij genoemd die naar verwachting verantwoordelijk is voor de betreffende meerkosten. 105

106 Beschikbaarheid middelen De meerjarenbegroting van de gemeente kijkt telkens voor een periode van vier jaren vooruit. Op deze wijze is de doorgang van projecten in de komende vier jaren relatief zeker. Voor de periodes daarna hangt de doorgang mede af van de begrotingsruimte, die voor zichzelf ook weer afhangt van diverse factoren (zoals de toedeling van taken vanuit de rijksoverheid en uitkering in het gemeentefonds). De beschikbaarheid van financiële middelen laat onverlet dat de opgave zoals die in dit plan is geformuleerd wel staat. O v e r i g e a a n d a c h t s p u n t e n Schuiven tussen projecten In de praktijk is sprake van meer en minder complexe bouwprojecten. Zo is een renovatieproject in de regel minder complex en tijdrovend dan een nieuwbouwproject. Mocht het voorkomen dat een complex project vertraging oploopt, dan bespreken gemeente en schoolbesturen in gezamenlijk overleg (OOGO) of het haalbaar en wenselijk is om een minder complex project naar voren te trekken. 106

B e w e g i n g s o n d e r w i j s 107

Wettelijk kader Voor het basisonderwijs is het uitgangspunt dat er gedurende een week 26 klokuren ingeroosterd kunnen worden in een gymzaal. Vanuit de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs van de gemeente Steenwijkerland (2015) gelden de volgende afstanden waarbinnen het bewegingsonderwijs voor de basisscholen aangeboden moet worden: Bij tenminste 20 klokuren: binnen 1 kilometer hemelsbreed gemeten Bij tenminste 15 klokuren: binnen 3,5 kilometer hemelsbreed gemeten Bij tenminste 5 klokuren: binnen 7,5 kilometer hemelsbreed gemeten Vanuit een verordening voor het bewegingsonderwijs kunnen extra klokuren worden toegerekend aan scholen zonder een speellokaal om in te zetten voor de 4 en 5 jarigen, bijvoorbeeld 3,75 klokuren extra. G r o n d s l a g b e w e g i n g s o n d e r w i j s T otale normbehoefte Op basis van het huidige aantal leerlingen (oktober 2022) en de normbehoefte voor bewegingsonderwijs (2 klokuren voor leerlingen vanaf 6 jaar), is er vanuit de basisscholen een totale behoefte aan bewegingsonderwijs van 150 klokuren. Op basis van de leerlingenprognoses ligt het totaal aantal normatieve klokuren voor het basisonderwijs in de periode tot en met 2040 tussen de 147,5 en 153 klokuren. Zie de volgende pagina’s voor een onderbouwing van deze cijfers. Ontwikkelingen bewegingsonderwijs De berekeningen hier betreffen een puur normatieve berekening.

Hierbij is geen rekening gehouden met een eventuele extra behoefte als gevolg van bijvoorbeeld: Lokaal beleid voor preventie en vitaliteit Bovennormatief sportaanbod scholen 108

STEENWIJK WEST 2022 2026 2030 2034 2038 2042 GBS De Wegwijzer 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 OBS De Samensprong 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 CBS Willem Alexander 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 totaal Steenwijk West 12,0 12,0 12,0 12,0 12,0 12,0 behoefte aantal zaaldelen 0,46 0,46 0,46 0,46 0,46 0,46 STEENWIJK NOORD KBS 't Puzzelstuk 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 behoefte aantal zaaldelen 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 STEENWIJK MIDDEN OBS School B 12,0 12,0 12,0 12,0 12,0 12,0 KBS Clemensschool 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 CBS Het Kompas 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 CBS Bernardschool 6,0 7,5 6,0 7,5 7,5 7,5 totaal Steenwijk Midden 25,5 27,0 25,5 27,0 27,0 27,0 behoefte aantal zaaldelen 0,98 1,04 0,98 1,04 1,04 1,04 STEENWIJK OOST CBS Johan Frisoschool 6,0 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 CBS Clausschool 10,5 10,5 10,5 10,5 10,5 10,5 OBS Beatrixschool 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 totaal Steenwijk Oost 24,0 25,5 25,5 25,5 25,5 25,5 behoefte aantal zaaldelen 0,92 0,98 0,98 0,98 0,98 0,98 109

WANNEPERVEEN SWS De Lisdodde 6,0 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 behoefte aantal zaaldelen 0,23 0,17 0,17 0,17 0,17 0,17 GIETHOORN OBS De Punter 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 behoefte aantal zaaldelen 0,29 0,29 0,29 0,29 0,29 0,29 BLOKZIJL CBS De Schutsluis 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 OBS De Rolpaal 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 totaal Blokzijl 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 7,5 behoefte aantal zaaldelen 0,29 0,29 0,29 0,29 0,29 0,29 SCHEERWOLDE OBS De Lepelaar 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 behoefte aantal zaaldelen 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 VOLLENHOVE 2022 2026 2030 2034 2038 2042 OBS De Voorpoort 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 CBS Het Kompas 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 KBS St. Martinus 6,0 7,5 6,0 6,0 6,0 6,0 totaal Vollenhove 15,0 16,5 15,0 15,0 15,0 15,0 behoefte aantal zaaldelen 0,58 0,63 0,58 0,58 0,58 0,58 SINT JANSKLOOSTER GBS Eben Haezer 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 CBS De Wiedewereld 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 totaal Sint Jansklooster 9,0 9,0 9,0 9,0 9,0 9,0 behoefte aantal zaaldelen 0,35 0,35 0,35 0,35 0,35 0,35 110

BELT-SCHUTSLOOT CBS De Buuzekaemp 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 behoefte aantal zaaldelen 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 OSSENZIJL CBS Eben Haezer 3,0 1,5 3,0 3,0 3,0 3,0 behoefte aantal zaaldelen 0,12 0,06 0,12 0,12 0,12 0,12 KUINRE OBS Burg. De Ruiter 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 behoefte aantal zaaldelen 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 OLDEMARKT OBS De Slinge 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 KBS St. Bernardusschool 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 CBS De Ark 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 totaal Oldemarkt 12,0 12,0 12,0 12,0 12,0 12,0 behoefte aantal zaaldelen 0,46 0,46 0,46 0,46 0,46 0,46 WILLEMSOORD OBS Gen. v.d. Bosschool 3,0 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 behoefte aantal zaaldelen 0,12 0,17 0,17 0,17 0,17 0,17 STEENWIJKERWOLD CBS Immanuel 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 6,0 KBS Don Bosco 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 4,5 totaal Steenwijkerwold 10,5 10,5 10,5 10,5 10,5 10,5 behoefte aantal zaaldelen 0,40 0,40 0,40 0,40 0,40 0,40 EESVEEN OBS De Driesprong 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 behoefte aantal zaaldelen 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 0,12 111

Vo o r t g e z e t o n d e r w i j s 112

SAMENVAT TING PERSPECTIEF • 113 P l a n Vo o r t g e z e t O n d e r w i j s Gefaseerd naar een unilocatie In april 2021 heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland zich uitgesproken voor: • Realisering van een unilocatie van RSG Tromp Meesters op de locatie Lijsterbesstraat. Dit betekent dat de locaties aan de Stationsstraat en Oostwijkstraat afgestoten gaan worden. • De investering voor de unilocatie is geraamd op 25,5 miljoen euro. • De eigen bijdrage van het schoolbestuur bedraagt 20% ofwel 5,1 miljoen euro. • Prijspeil april 2021. Nadere uitwerking nodig Beoogd wordt om de unilocatie in een tijdsbeslag van tien jaar te realiseren. De plannen worden de komende jaren nader uitgewerkt op het gebied van bijvoorbeeld omvang, situering, fasering, kosten, dekking en verduurzamingsniveau. 113

v e r l e i d t t o t s l i m m e v a s t g o e d k e u z e s

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/92574424-6fcf-4502-93e4-8e947957945d?agendaItemId=80123ee5-5043-4529-864f-cd07f8738933