CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Eeserwold - Wonen.pdf

Politieke Markt 27 september 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Eeserwold Wonen193.610 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 18

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen; Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen a mfibieën waargenomen, maar gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als functioneel leefgebied voor sommige algemene en weinig kritische amfibieënsoorten beschouwd. Amfibieën als kleine watersalamander, bruine kikker, meerkikker en gewone pad benutten het plangebied als foerageergebied . Geschikte (winter)rust- en voortplantingspla atsen ontbreken in het plangebied. Het plan gebied wordt niet als geschikt le efgebied voor de poelkik ker beschouwd. Door het berijden van het plangebied en het uitvoeren van grondverzet, wordt mogelijk een amfibie gedood. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied van amfibieën vermoedelijk af. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Uitvoeren grondverzet; - Bebouwen en verharden plangebied; Overige soorten Er zijn geen andere bes chermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het onderzoeksgebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.

17 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels Als gevolg van het bouwrijp maken en het bebouwen en verharden van het plangebied tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd en vernield. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. De functie van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd en aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridische beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogel nesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Bouwrijp maken buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); - Bebouwen en verharden plangebied buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); Vleermuizen • Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust - of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequen ties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; • Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen niet aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; • Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes 1 van vleermuizen. 1 Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 18 Uitvoering van de voorg enomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Grondgebonden zoogdieren Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust - en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd en vernield. Ook neemt de betekenis van het plangebied voor sommige grondgebonden zoogdieren af. De in het plangebied voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen.

Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze weggevangen te worden en elders weer losgelaten te worden. Mits er geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevra agd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen, mits er geen beschermde dieren gedood worden; Amfibieën Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats beschadigd of vernield. De in het plangebied voorkomende amfibieën mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de (winter)rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen. Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze weggevangen te worden en elders weer losgelaten te worden.

Mits er geen amfibieën (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen, mits er geen beschermde dieren gedood worden; Overige soorten Het onderzoeksgebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora - of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voor genomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk. 19 In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep Functie Beschermde soorten planlocatie Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming) Aandachtspunt Grondgebonden zoogdieren Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; functie is niet beschermd Geen Grondgebonden zoogdieren Vaste rust- en voortplantingsplaats Diverse soorten Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Geen Grondgebonden zoogdieren Doden van dieren Diverse soorten Art.

3.10 lid 1a Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Vogels Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; functie is niet beschermd. Geen Vogels Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Diverse soorten Art. 3.1 lid 2 Geen bezette nesten negatief beïnvloeden Vogels Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vogels Doden van dieren Diverse soorten Art. 3.1 lid 1 Geen vogels doden Vleermuizen Rust- of voortplantingsplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; geen essentieel foerageergebied wordt aangetast Geen Vleermuizen Vliegroute Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Vleermuizen Doden van dieren Niet van toepassing Niet van toepassing Geen Amfibieën Foerageergebied Diverse soorten Niet van toepassing; functie is niet beschermd Geen Amfibieën Vaste rustplaats Diverse soorten Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Geen Amfibieën Voortplantingsplaats Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Amfibieën Doden van dieren Diverse soorten Art. 3.10 lid 1a Geen dieren doden, of ontheffing aanvragen Overige soorten Dieren en overige functies Niet aanwezig Niet van toepassing Geen Samenvatting van de wettelijke consequenties.

Soortgroep Vaste rust- plaats Voortplan- tingsplaats Vliegroute (vleermuizen) Essentieel foerageer- gebied Wettelijke consequenties Nader onderzoek vereist Ontheffing vereist Grondgebonden zoogdieren Ja Ja n.v.t. Nee Ja Nee Nee, tenzij dieren gedood worden Vogels Nee ja n.v.t. Nee Ja Nee Nee, tenzij bezette nesten negatief beïnvloed worden Vleermuizen Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Amfibieën Nee Nee n.v.t. Nee Ja Nee Nee, tenzij dieren gedood worden Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep. 6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden. 20 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijss el een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘verstoren, beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd2. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren of te doden en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen.

Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmet hode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en het feit dat er sprake is van omzetting van agrarische cultuurgrond naar woningbouw, is het niet aannemelijk dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. De inri chting van het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten.

Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk beze tten beschermde grondgebonden zoogdier en er een vaste rust - en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels in het plangebied. Vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Voor de beschermde grondbonden zoogdieren en am fibieën die een (winter)rust - en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust - en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige diersoorten af.

Echter leidt dit niet tot wettelijke consequenties. 2 De lijst met soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, is per 1-12-2019 aangepast. Egel en kleine marterachtigen vallen vanaf die datum niet meer onder de vrijstellingsregeling van de provincie Overijssel. 21 Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Geraadpleegde bronnen:

22 Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: - Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. - Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. - Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend.

Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor voge ls en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragsc ode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 23 Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora - en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzie n van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora - en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor d e duur van de goedkeuring.

Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volg ens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

24 Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten opzettelijk te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: - de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; - het bestendig b eheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer. # # # # 25 Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Deze soorten zijn per 1-12-2019 van de vrijstellingslijst gehaald. # 26 Bijlage 3.

Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol (vleermuisprotocol) https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/ bestemmingsplan Eeserwold - Wonen Bijlage 8 Verkennend bodemonderzoek Bijlagen toelichting (ontwerp) 189 Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Eeser Gaard te Steenwijk projectnummer 181837 Pagina 2 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) TITELBLAD Rapport Type onderzoek Verkennend bodemonderzoek Locatie onderzoek Eeser Gaard te Steenwijk Projectnummer 181837 Versie rapportage 1 Auteur E.P. van Hunnik Controle en vrijgave R.J.J. Jonker Paraaf vrijgave Datum 22 oktober 2018 Opdrachtgever Naam Roelofs Planontwikkeling BV Postbus 12 7683 ZG DEN HAM OV Contactpersoon dhr. E.

Eenkhoorn Uitgevoerd door Info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982 Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355 Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397 DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Eeser Gaard te Steenwijk, in opdracht van Roelofs Planontwikkeling BV. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: - de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is - de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken - het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Pagina 3 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) Inhoud 1. INLEIDING ........................................................................................................................... 4 1.1 AANLEIDING EN DOELSTELLING ........................................................................................................ 4 1.2 KWALITEITSBORGING ALGEMEEN ...................................................................................................... 4 1.3 KWALITEITSBORGING ONDERZOEK .................................................................................................... 4 1.3.1 Normen onderzoeksstrategie .................................................................................................. 5 1.3.2 Veldwerkzaamheden ............................................................................................................... 5 1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................................. 6 1.4 LEESWIJZER .................................................................................................................................. 6 2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) ...................................................................................

7 2.1 SYSTEMATIEK MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ............................................................................. 7 2.2 STAP 1; AANLEIDING VOORONDERZOEK ............................................................................................. 7 2.3 STAP 2; ONDERZOEKSVRAGEN ......................................................................................................... 7 2.4 SAMENVATTING VOORONDERZOEK ................................................................................................... 8 2.5 VOLLEDIGHEID EN BETROUWBAARHEID VOORONDERZOEK ..................................................................... 9 2.6 AFWIJKINGEN VOORONDERZOEK ...................................................................................................... 9 2.7 ONDERZOEKSHYPOTHESE (NEN5725) EN -STRATEGIE (NEN5740) ....................................................... 9 3. VELDWERKZAAMHEDEN ................................................................................................... 10 3.1 UITVOERING WERKZAAMHEDEN (BEMONSTERING GROND) .................................................................. 10 3.2 BODEMOPBOUW.........................................................................................................................

10 3.3 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ...................................................................................................... 10 3.4 AFWIJKINGEN PROTOCOLLEN ......................................................................................................... 10 3.5 AFWIJKINGEN STRATEGIE(ËN) ........................................................................................................ 10 4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ............................................................................. 11 4.1 ANALYSEMONSTERS ..................................................................................................................... 11 4.2 AFWIJKINGEN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN .............................................................................. 12 4.3 TOETSING ANALYSERESULTATEN ..................................................................................................... 12 4.4 MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GROND ........................................................................................... 14 5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES...................................................................................... 16 5.1 SAMENVATTING ..........................................................................................................................

16 5.2 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................................... 17 BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden Pagina 4 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) 1. Inleiding In opdracht van Roelofs Planontwikkeling BV is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Eeser Gaard te Steenwijk. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen. 1.1 Aanleiding en Doelstelling Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande uitgifte van bouwkavels en de voorgenomen bouw ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen en industrie).

Op basis van de beschikbare informatie en op verzoek van de opdrachtgever, richt het verkennend bodemonderzoek zich uitsluitend op het bepalen van milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond. 1.2 Kwaliteitsborging algemeen Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. . Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden.

Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. 1.3 Kwaliteitsborging onderzoek De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema.

Pagina 5 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht. 1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen Aspect onderzoek Toegepaste norm Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek NEN 5725:2017 Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek NEN 5740:2009 + A1: 2016 Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.7 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.7 “Afwijkingen onderzoekstrategie”. 1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”.

De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in tabel 1.2. Pagina 6 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) Tabel 1.2 Betrokken veldwerkers Aspect onderzoek Toegepaste protocol Erkend veldmedewerker Uitvoering monsterneming grond SIKB protocol 2001 Dhr. M. Polling Dhr. T. Bonkes Dhr. W. Westbroek (in opleiding) Dhr. M. Vos (in opleiding) Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.6 “Afwijkingen onderzoeksprotocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/ 1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de onderzoeksvragen beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek en wordt de onderzoekshypothese opgesteld. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven. Pagina 7 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) 2. Vooronderzoek (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven. 2.1 Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen.

In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld. 2.2 Stap 1; aanleiding vooronderzoek De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1 2.3 Stap 2; onderzoeksvragen Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld.

Pagina 8 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie Onderzoeksaspecten Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E F G Locatiegegevens Eigendomssituatie 0 0 Hoogteligging  Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw      Antropogene lagen in de bodem        Geohydrologie   Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Geval van ernstige bodemverontreiniging?       Kwaliteit o.b.v. BKK  0      O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken       Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig  0     Huidig      Toekomst  0 Asbestverdacht?       Terreinverkenning  Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2. 2.4 Samenvatting vooronderzoek Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2).

De onderzoekslocatie ligt aan de Eeser gaard te Steenwijk en is kadastraal bekend als gemeente Steenwijk, sectie G, nrs. 1509, 1645, 1758, 1760, 1761, 1762, 1796, 1837, 1838, 1839, ,1863, 1865, 1866, 1906, 1910 en 1911. De locatie bestaat uit een stuk onbebouwd terrein in het plangebied Eeser Wold en heeft een oppervlakte van circa 800.000 m2. Enkele delen zijn bebouwd en op de locatie zijn wegen aanwezig, de bebouwde delen en de wegen maken geen onderdeel uit van onderhavig onderzoek. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1.2. De te onderzoeken locatie is in het verleden in gebruik geweest als hooiland. Ter plaatse zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Het meest recente bodemonderzoek is uitgevoerd door Envita (kenmerk 203153-10/R01, d.d. 25-06-2013). Uit het vooronderzoek blijkt dat er ter plaatse gedempte kavelsloten en voormalige kavelpaden/ erven aanwezig zijn. Bij eerder onderzoek is hier aandacht aan besteed en er is verder geen informatie van bekend. Uit het onderzoek is gebleken dat er in de bovengrond plaatselijk licht verhoogde gehalten zijn gemeten aan Pagina 9 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) kwik en zink. Er was geen nader onderzoek noodzakelijk en er waren geen belemmeringen voor het beoogde gebruik.

2.5 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar. 2.6 Afwijkingen vooronderzoek Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen. 2.7 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740) Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek vooralsnog opgezet conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.2. Het onderzoeksterrein is beschouwd als een grootschalige onverdachte locatie. Op verzoek van de opdrachtgever, richt het verkennend bodemonderzoek zich uitsluitend op het bepalen van milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond. Er kan daarom geen uitspraak worden gedaan over de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond en het grondwater. Pagina 10 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) 3.

Veldwerkzaamheden In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie. 3.1 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond) De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 10 en 11 oktober 2018. Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 284 boringen tot circa 0,5 m-mv (nrs. 1 t/m 284). Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten. 3.2 Bodemopbouw De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2. Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie Diepte (m-mv) Omschrijving 0,0 - 0,5 Matig fijn, zwak siltig, niet tot matig humeus zand. Plaatselijk zwak tot sterk zandig veen 0,5 Diepst verkende bodemlaag 3.3 Zintuiglijke waarnemingen Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Er zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde zintuiglijke waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen.

Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. 3.4 Afwijkingen protocollen Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van het geldende SIKB protocol 2001 naar voren gekomen. 3.5 Afwijkingen strategie(ën) Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen. Pagina 11 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) 4. Analyseresultaten en bespreking Na bemonstering van grond zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek). 4.1 Analysemonsters In tabel 4.1 zijn de 41 geanalyseerde grondmonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond en grondwater Grondmonster Diepte (m-mv) Motivatie Analyse Mp. 1 t/m 7, 10 en 11 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 9, 15 en 47 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 12 t/m 14 en 19 t/m 25 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 16 t/m 18, 26, 33 en 35 t/m 37 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 25, 31, 39, 43 en 44 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp.

27 t/m 30, 32, 34, 40 t/m 42 en 50 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 45, 46, 48, 49 en 51 t/m 55 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 56 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 57 t/m 60, 67, 100, 105 en 108 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 97, 99 en 101 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 61 t/m 65, 69 en 73 t/m 75 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 66, 68, 70 t/m 72, 76, 83 en 84 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 77 t/m 82 en 85 t/m 88 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 89 t/m 96 en 98 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 102, 110 t/m 114 en 122 t/m 124 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 103, 104, 106, 107, 109 en 115 t/m 118 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 119 t/m 121, 125, 126 en 129 t/m 133 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 127 en 128 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 134 t/m 136, 138 t/m 141 en 143 t/m 145 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 137, 142, 147, 149, 153 en 164 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 146, 150, 151, 152, 169 en 170 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 148 en 154 t/m 162 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 163, 165, 167, 168 en 174 t/m 179 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp.

166, 171 t/m 173, 183 en 184 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 180, 181 en 185 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 182, 186 t/m 188 en 190 t/m 195 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Pagina 12 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) Grondmonster Diepte (m-mv) Motivatie Analyse Mp. 189, 196 en 205 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 197 t/m 201 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 202 t/m 204 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 206 t/m 214 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 215 t/m 223 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 224 t/m 227 en 234 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 228 t/m 233 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 235 t/m 243 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 244 t/m 252 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 253, 255, 256 en 260 t/m 263 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 254, 258, 259, 265 t/m 269, 271 en 272 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 270 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 276 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp. 268 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Mp.

273, 274, 277 en 279 t/m 284 0,0 – 0,5 Bovengrond Standaardpakket bodem Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). 4.2 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters. 4.3 Toetsing analyseresultaten De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodule T12 is gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven.

Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrondwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. Pagina 13 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) De getoetste analyseresultaten van de grond zijn weergegeven in de tabel in de navolgende paragraaf. Onder de tabel wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden Concentratieniveau Betekenis Weergave tabellen Weergave bijlage 5 ≤ AW-waarde (of < detectiegrens) Geen verhoging t.o.v.

achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten - > AW-waarde Lichte verhoging gemeten * > I-waarde Sterke verhoging gemeten *** Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7) (v) Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grondmonsters, zoals weergegeven in tabel 4.3. Pagina 14 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) 4.4 Milieuhygiënische kwaliteit grond In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing Grondmonster Diepte (m-mv) Motivatie Analyseresultaten Mp. 1 t/m 7, 10 en 11 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 9, 15 en 47 0,0 – 0,5 Bovengrond Kwik Mp. 12 t/m 14 en 19 t/m 25 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 16 t/m 18, 26, 33 en 35 t/m 37 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 25, 31, 39, 43 en 44 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 27 t/m 30, 32, 34, 40 t/m 42 en 50 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 45, 46, 48, 49 en 51 t/m 55 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 56 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 57 t/m 60, 67, 100, 105 en 108 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 97, 99 en 101 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 61 t/m 65, 69 en 73 t/m 75 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 66, 68, 70 t/m 72, 76, 83 en 84 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 77 t/m 82 en 85 t/m 88 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 89 t/m 96 en 98 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 102, 110 t/m 114 en 122 t/m 124 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp.

103, 104, 106, 107, 109 en 115 t/m 118 0,0 – 0,5 Bovengrond Kobalt Mp. 119 t/m 121, 125, 126 en 129 t/m 133 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 127 en 128 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 134 t/m 136, 138 t/m 141 en 143 t/m 145 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 137, 142, 147, 149, 153 en 164 0,0 – 0,5 Bovengrond Kwik Mp. 146, 150, 151, 152, 169 en 170 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 148 en 154 t/m 162 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 163, 165, 167, 168 en 174 t/m 179 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 166, 171 t/m 173, 183 en 184 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 180, 181 en 185 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 182, 186 t/m 188 en 190 t/m 195 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 189, 196 en 205 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 197 t/m 201 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 202 t/m 204 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 206 t/m 214 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 215 t/m 223 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 224 t/m 227 en 234 0,0 – 0,5 Bovengrond Minerale olie Mp. 228 t/m 233 0,0 – 0,5 Bovengrond - Pagina 15 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) Grondmonster Diepte (m-mv) Motivatie Analyseresultaten Mp. 235 t/m 243 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 244 t/m 252 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 253, 255, 256 en 260 t/m 263 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 254, 258, 259, 265 t/m 269, 271 en 272 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 270 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp. 276 0,0 – 0,5 Bovengrond Kwik Mp. 268 0,0 – 0,5 Bovengrond - Mp.

273, 274, 277 en 279 t/m 284 0,0 – 0,5 Bovengrond - Uit tabel 4.3 blijkt dat er in bovengrond plaatselijk overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond aan kobalt, kwik en minerale olie. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek niet van meerwaarde. Pagina 16 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) 5. Samenvatting en conclusies De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk vindt u de samenvatting van de onderzoeksresultaten, en de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien. 5.1 Samenvatting In opdracht van Roelofs Planontwikkeling BV is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Eeser Gaard te Steenwijk. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande uitgifte van bouwkavels en de voorgenomen bouw ter plaatse van het onderzoeksterrein. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein.

Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen en industrie). Vooronderzoek De locatie bestaat uit een stuk onbebouwd terrein in het plangebied Eeser Wold en heeft een oppervlakte van circa 800.000 m2. Enkele delen zijn bebouwd, deze vallen echter buiten de onderhavige onderzoekslocatie. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bovengrond van de onderzochte locatie opgebouwd is uit matig fijn, zwak siltig, niet tot matig humeus zand en plaatselijk veen. Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de bovengrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten gemeten aan kobalt, kwik en minerale olie. Pagina 17 van 17 2001 Verkennend bodemonderzoek Eeser Gaard te Steenwijk (kenmerk: 181837) 5.2 Conclusies en aanbevelingen Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er in de bovengrond plaatselijk overschrijdingen van de achtergrondwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond.

Onderzoek van de ondergrond en het grondwater vallen buiten de scope van het onderzoek. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de bestemming van het terrein. Toepassing van eventueel vrijkomende de grond op het terrein zelf achten wij milieuhygiënisch verantwoord. Toepassing van eventueel vrijkomende grond elders kan eventueel plaats vinden binnen een gemeentelijke bodemkwaliteitskaart of met een aanvullend grondonderzoek conform het Besluit Bodemkwaliteit. De gemeente waar de grond eventueel wordt toegepast is hierbij het bevoegd gezag. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV Dhr. R.J.J. Jonker BIJLAGE 1 Behoort bij rapport: Eeser Gaard Steenwijk 181837 Regionale ligging onderzoekslocatie met luchtfoto Bijlage 1.1

KABEL0.003 0.90m -NAP 15.00m -NAP 15.00m -NAP 35.00m -NAP 35.00m -NAP 48.00m -NAP 2.20 -NAP 15.00m -NAP 15.00m -NAP 35.00m -NAP 0.90m -NAP 20.00m -NAP 20.00m -NAP 35.00m -NAP 35.00m -NAP 0.15m -NAP 0.90m -NAP 15.00m -NAP 15.00m -NAP 35.00m -NAP 0.90m -NAP 1:3 1:4 1:3 1:3 1:4 1:3 35.00m -NAP Eesveenseweg Eesveenseweg Hooilandenallee Landgoedallee Landgoedallee BUITENSINGEL STRANDSINGEL AASINGEL KREKENSINGEL Landgoedallee HOOILANDENALLEE BUITENSINGEL BUITENSINGEL 1 2 3 45 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 5455 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 7677 78 79 80 81 82 83 84 85 8687 8889 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 154 155 156 157 158 159 160 161 162 163 164 165 166 167 168 169 170 171 172 173 174 175 176 177 178 179 180 181 182 183 184 185 186 187 188189 190 191 192193 194 195 196 197 198 199 200 201202 203 204 205 206 207 208 209 210 211 212 213 214 215 216 217 218 219 220 221 222 223 224 225 226 227 228 229 230 231 232 233 234 235 236 237 238 239 240 241 242 243244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 255 256 257 258 259 260 261 262 263

264 265 266 267 268 269 270 271 272 273 274 275 276 277 278 279 280 281 282 283 284 107 WERKNUMMER SCHAAL FORMAAT TEKENAAR AUTHORISATOR O P D R A C H T G E V E R T 0528 - 33 11 00 7921 JP Zuidwolde Industrieweg 20 Kantoor Zuidwolde T 0596 - 57 12 30 9902 RH Appingedam Opwierderweg 160 Kantoor Appingedam O N D E R Z O E K S L O C A T I E WIJZ.NR BIJLAGEDATUM 19-10-20181.2C0 181837 1: 2000 A0 pkd RJ Steenwijk Eeser Gaard Roelofs Planontwikkeling BV Onderzoeksterrein Boring Boring brandplek Legenda Valt buiten onderzoek BIJLAGE 2 Behoort bij rapport: Eeser Gaard Steenwijk 181837 VOORONDERZOEK NEN 5725:2017 Bijlage 2 Stap 1 Aanleiding voor het vooronderzoek Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1 Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E F G Locatiegegevens Eigendomssituatie 0 0 Hoogteligging  Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw      Antropogene lagen in de bodem        Geohydrologie   Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Geval van ernstige bodemverontreiniging?       Kwaliteit o.b.v. BKK  0      O.b.v.

uitgevoerde bodemonderzoeken       Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig  0     Huidig      Toekomst  0 Asbestverdacht?       Terreinverkenning  Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven. Pagina 2 van 6 Eeser Gaard te Steenwijk, projectnr. 181837 Onderzoeksvraag (aanleiding A) Antwoord en motivatie Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Adres (x/y-coördinaten): Eeser Gaard te Steenwijk Kadastrale aanduiding: Gemeente Steenwijk, sectie G, nrs.

1509, 1645, 1758, 1760, 1761, 1762, 1796, 1837, 1838, 1839, ,1863, 1865, 1866, 1906, 1910 en 1911 Te onderzoeken terreindeel (info opdrachtgever): Een onbebouwd terrein nabij het Eesermeer met een oppervlakte van circa 800.000 m3. Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Bijlage 1.2 Afbakening onderzoekslocatie voldoende? Ja Eigendomssituatie Esborg Vastgoed B.V. Roelofs Planontwikkeling B.V. Rechthebbenden - Publiekrechtelijke beperkingen Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. Bouwjaar bebouwing op locatie (Kadaster BAG) n.v.t. Historie o.b.v. oude kaarten (Topotijdreis) De locatie is vanaf 1900 tot aan het heden nimmer bebouwd geweest. Gemeente Dossieronderzoek, zie einde bijlage Provincie Overijssel Bij de provincie Overijssel is geen informatie beschikbaar van de locatie. Terreininspectie Een onbebouwd terrein met wegen. Het is goed zichtbaar dat men het voornemen heeft om nieuwbouw te realiseren. Verwachting archeologie (archeologische waarde) Lage tot middelhoge trefkans Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Nee Informatiebron Locatie en verdacht aspect Verdachte parameter - - - Is de bodem asbestverdacht? De locatie is onbebouwd en er is geen informatie bekend die asbest in de bodem doet vermoeden. Derhalve is de locatie beschouwd als asbest onverdacht.

Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? De bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteitsklasse is landbouw/natuur. Pagina 3 van 6 Eeser Gaard te Steenwijk, projectnr. 181837 Onderzoeksvraag (aanleiding A) Antwoord en motivatie Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? (aangeven op locatieoverzicht) Bodemopbouw (bron: TNO) De diepere bodemopbouw is volgens de literatuur als volgt (bron: Grondwaterkaart van Nederland, kaartblad 16 oost, 17 west, TNO-DGW): Het maaiveld bevindt zich op de onderzoekslocatie rond NAP. Direct onder het maaiveld is het Eerste Watervoerend Pakket aanwezig. Dit pakket bestaat uit de lemige zanden van de Formatie van Twente of de stuifzandafzettingen van de Formatie van Kootwijk en is matig doorlatend. Het Eerste Watervoerend Pakket is 1 à 2 meter dik. Hieronder bevindt zich de Eerste Scheidende Laag. Deze bestaat uit de klei- en veenafzettingen van de Formatie van Kreftenheye en de Eem Formatie en heeft een dikte van enkele meters. Een Tweede Watervoerend Pakket wordt gevormd door zandlagen van de Formatie van Eindhoven, de Formatie van Peelo en de Formatie van Urk.

Deze wordt op een dipte van circa 7 m-NAP begrenst door kleilagen van de Formatie van Urk. Deze hebben een dikte van circa 5 meter. Op grotere diepte komen geen aaneengesloten scheidende lagen meer voor, waardoor het Derde en het Vierde Watervoerend Pakket één geheel vormen. Dit pakket wordt gevormd door de zandlagen in het basale deel van de Formatie van Urk, in de Formatie van Harderwijk, de Formatie van Enschede, de Formatie van Maassluis, de Formatie van Scheemda, de Formatie van Oosterhout en de Formatie van Breda. De basis van het Vierde Watervoerend Pakket wordt gevormd door slecht doorlatende afzettingen van de Formatie van Breda, welke de Slecht Doorlatende Basis vormen van het ondiepe geohydrologische systeem in de regio van de onderzoekslocatie. Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand (bron: TNO) Uit de isohypsen, die op de TNO-kaarten vermeld staan, blijkt, dat de grondwaterstroming in het Tweede Watervoerend Pakket en de diepere watervoerend pakketten zuidwestelijk gericht is. Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: Op de locatie zijn gedempte kavelsloten en voormalige kavelpaden/ erven aanwezig.

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Bron Locatie Verdachte parameter - - - Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Nee Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Er is geen recent bodemonderzoek conform NEN5740 van de locatie bekend. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is het noodzakelijk een dergelijk onderzoek uit te voeren. Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek? Zie paragraaf 2.8 Pagina 4 van 6 Eeser Gaard te Steenwijk, projectnr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/01664d0d-8de8-44e5-a6c9-257245b33941?agendaItemId=a4e0a732-39ee-4325-9616-e7a39add4d2b