CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Eeserwold - Wonen.pdf

Politieke Markt 27 september 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Eeserwold Wonen193.946 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 11 van 18

Te denken valt aan | een range van 60 | mm tot 150 | mm in een uur. Dat is zeer grote hoeveelheden, maar deze kunnen zeker met de verandering van klimaat voorkomen. | De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben. Grondwateroverlast • | Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar | grondwateroverlast op | kan treden, advis eren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen | of het (2) ophogen van het plangebied. • | Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem wordt geadviseerd om in overleg met het waterschap zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen. • | Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een aanleghoogte van de vloer geadviseerd van minimaal 80 c | m ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte.

Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 cm | boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. Vaak wordt er voor de minimale drooglegging | (verschil tussen maaiveld en oppervlaktewaterpeil onder normale omstandigheden) een getal van 1,2 meter aangehouden. Eeserwold Steenw ijk | Pagina 5 van 8 Eeserwold Steenwijk Pagina 6 van 8 Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast • Beekdalen: bouwen in het beekdal is niet gewenst. Het waterschap staat achter het beleid van de provincie Drenthe om kapitaalintensieve functies in het beekdal te weren om zo voldoende ruimte voor water te behouden. De beekdalen zijn van nature de laagste plekken in het watersysteem. Bij extreme neerslag zijn deze gebieden het meest kwetsbaar voor wateroverlast. Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater.

Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Licht vervuild hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater. Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater op open water met het waterschap te worden afgestemd. Inrichtingseisen oppervlaktewater • Inrichting van het oppervlaktewater: De inrichting van het oppervlaktewater is sterk afhankelijk van de functie van het oppervlaktewater. Dit is maatwerk. Neem contact op met het waterschap als extra aandacht aan de inrichting van het oppervlaktewater moeten worden besteed ten behoeve van de ecologische kwaliteit. • Doorspoeling oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen worden vermeden. Het watersysteem wordt ontworpen met aandacht voor doorspoeling. • Peilbeheersing: het waterschap kan sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. Vooral in gebieden net droogvallende sloten is het belangrijk hier rekening mee te houden. We adviseren om watergangen en vijvers een minimale waterdiepte te geven van 100 cm.

Verontreiniging • Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden. • Schoonmaakmiddelen en waterkwaliteit: Alle toegelaten schoonmaakmiddelen zijn milieuvriendelijk, maar mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater worden geloosd. Formeel is daar een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig. Een watervergunning wordt niet verleend wanneer een riolering in de buurt aanwezig is. De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: o Indien aanwezig moet de afvalwaterstoom van reinigingswater met schoonmaakmiddel op de riolering worden geloosd; o Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering; o Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage. Riolering Optimaliseren aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. Beleid en regelgeving • Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt rekening gehouden met het gemeentelijke rioleringsbeleid.

Afvalwater en hemelwater worden op de perceelgrens gescheiden aangeboden. Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). Eeserwold Steenwijk Pagina 7 van 8 • Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht (afkoppelen). Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. • Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels: o Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd. Indien niet mogelijk is, moet een voorziening worden aangelegd die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt.

o Voor lozingen van afvalwater van een (agrarisch) bedrijf geldt het “Activiteitenbesluit”. Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi). Rioolcapaciteit • Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel wordt rekening gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met het waterschap plaats. • Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. o Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boveninsteek van de watergang. o Varend onderhoud: Varend onderhoud is mogelijk bij een doorvaarbare watergang.

In principe moet met een minimale totale oeverlengte van 300 m of een totale oppervlakte van 1.500 m2 rekening gehouden worden. Er wordt rekening gehouden met een minimale doorvaarhoogte van 1,55 m ten opzichte van het maximale waterpeil. De doorvaarbreedte is minimaal 2,50 m. Voor varend onderhoud geldt tevens een minimale diepte van 1 m met een aanleg- en onderhoudsdiepte van 1,30 m. Elk onderhoudswater heeft een goed bereikbare inlaadplaats voor de boot en minimaal 1 losplaats ten behoeve van het maaisel per 100 m oeverlengte. • Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunningsplichtig of meldingsplichtig. • Toegankelijkheid van water: alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied. 4. Vervolg watertoets en beoordeling Informeel overleg over de uitgangspunten Dit document geeft u handvatten om uitvoering te geven aan de waterhuishouding. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterhuishouding in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Het waterschap denkt graag met u mee! Beoordeling en officieel wateradvies Eeserwold Steenwijk Pagina 8 van 8 Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u deze ter beoordeling naar het waterschap.

In de meeste gevallen geeft het waterschap haar wateradvies in het vooroverleg zoals dat bedoeld is in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Het waterschap kan alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij een bestemmingsplan beoordelen op basis van de toelichting, de planregels en de verbeelding. Alleen de waterparagraaf geeft ons onvoldoende informatie. Controle op het watertoetsproces Het waterschap controleert of het wateradvies is opgenomen in het plan. Afhankelijk van het moment waarop ons wateradvies is gegeven, gebeurt dat op basis van het voorontwerp of het ontwerp bestemmingsplan. Geldigheid van het uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van de beleidsregels van het waterschap. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor eventueel een ver lenging met nogmaals 1 jaar.

Heeft u een watervergunning nodig op grond van de Waterwet? Het wateradvies dat uiteindelijk wordt afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Keur, of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een watervergunning aanvragen op onze website: www.wdodelta.nl. De aanvraag zal getoetst worden aan het dan vastgestelde beleid. In de uitgangspunten (paragraaf 2) is aangegeven waar mogelijk een watervergunning voor moet worden aangevraagd. © Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Chris Jungerling op 17-9-2021. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van het waterschap.

Vergunningplichtige activiteiten volgens de Keur: • Activiteiten in, onder of boven een waterstaatswerk • Activiteiten in de beschermingszone of profiel van vrije ruimte van een waterstaatswerk (te raadplegen op de website): o Voor watergangen: 5 m uit de insteek o Voor waterkeringen: breedte variabel • Graven van een oppervlaktewaterlichaam • Dempen van een oppervlaktewaterlichaam • Lozen van water in of onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam o Op basis van de Algemene Regels bestaat vrijstelling (zonder meldplicht) mits aan de volgende criteria wordt voldaan: - De lozing veroorzaakt benedenstrooms geen wateroverlast voor derden - De lozing wordt gestaakt wanneer dit voor het waterbeheer noodzakelijk is. • Het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam • Onttrekken of infiltreren van grondwater • Ontwateren met drainagemiddelen bestemmingsplan Eeserwold - Wonen Bijlage 10 Watertoets oostelijk deelgebied 344 Bijlagen toelichting (ontwerp) datum 18-6-2021 dossiercode    20210618-59-26875 Geachte , U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie.

Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres @rho.nl. In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie. Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. www.dewatertoets.nl Buitensingel Restaurant Omzetting Pagina 1 van 8 UITGANGSPUNTENNOTITIE Buitensingel Restaurant Omzetting Het plan ligt aan de Buitensingel 8332 Steenwijk in de gemeente Steenwijkerland Het beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta, is beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021 en de Beleidsnotitie stedelijk waterbeheer Water Raakt! (2015). Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is tevens afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: Plangegevens Bestemmingsplan Eeserwold Steenwijk: "omzetting horeca en groenbestemming naar wonen. Daarbij wordt ter plaatste 27 appartementen extra gerealiseerd." 1.

Doel en inhoud van het document Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Dit kan worden opgenomen in de waterparagraaf van het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing . De uitgangspuntennotitie bevat: • de bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2); • concrete uitgangspunten voor het plan op basis waarvan u de waterhuishouding kunt regelen (paragaaf 3) en • informatie over het vervolg van de watertoets en de uiteindelijke beoordeling van het waterschap in het kader van de watertoets (paragraaf 4). Beschikbare gegevens Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan, zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens. Legger oppervlaktewater en waterkeringen waterschap Op de website van het waterschap vindt u een geoportaal met de legger van het waterschap. De legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: - de locatie van wateren en dijken; - de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; - de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; - wie het onderhoud moet uitvoeren.

(indien onderhoudsplichtige niet is opgenomen, geldt de Keur) ArcGIS Online Het waterschap heeft diverse gegevens ontsloten via het webportaal van ArcGIS Online. Zoek op naar ‘wdodelta’ en u vindt alle beschikbare gegevens. Klimaatatlas waterschap Drents Overijsselse Delta Via de klimaatatlas kunt u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied zien. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaatatlas kan helpen om bestaande risico’s of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling te minimaliseren. Daarnaast zijn in samenwerking met gemeenten en de provincie klimaatatlassen ontwikkeld die een breder beeld geven van de gevolgen van klimaatverandering: - Fluvius (Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel) - RIVUS (West-Overijssel) Algemene Hoogtekaart Nederland Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen. Bodem en grondwaterstanden provincie Overijssel Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van de provincie Overijssel. 2. | Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied Boezem N W.

R ond het plangebied liggen primaire watergang W9024, W9054 en W9023 die in het beheer van het w aterschap | zijn. Het peilgebied heeft een maximumpeil van NAP - | 0,4 tot - | 0,65 | m. D it peil is de instelhoogte van het kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte. Figuur 1 Kaartbeeld bestaande waterhuishouding | rond het plangebied. - | De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP | -0,1 tot - | 0,6 m. - | De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit veengronden | . Er kunnen, door de aanwezigheid van slecht door latende lagen, schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen. - | De max imale grondwaterstand ligt op 20- | 40 | cm onder het maaiveld. Buitensingel Restaurant Omz ett i ng | Pagina 2 van 8 Buitensingel Restaurant Omzetting Pagina 3 van 8 - Bij extreme neerslag wordt wel wateroverlast in of nabij het plangebied verwacht (zie Klimaatatlas WDODelta). 3. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau De uitgangspunten die in deze paragraaf worden benoemd, moeten zichtbaar worden verwerkt in het plan. Dat houdt in dat de initiatiefnemer in de waterparagraaf aangeeft hoe wordt omgegaan met de uitgangspunten en op welke wijze deze worden vertaald naar het plangebied. De initiatiefnemer is vrij te bepalen op welke wijze wordt voldaan aan de uitgangspunten.

Eventueel kan over maatregel en advies worden gevraagd aan het waterschap. Indien noodzakelijk worden de uitgangspunten vertaald naar de plankaart (bijvoorbeeld waterberging) en de planregels. Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. • Watergangen: Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een primaire A-watergang en/of secundaire B-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: • Watersysteem • Wateroverlast • Waterkwaliteit • Riolering • Beheer en Onderhoud Deze uitgangspunten zijn hieronder nader uitgewerkt. Het integraal overnemen van onderstaande uitgangspunten zonder verdere onderbouwing is niet voldoende! Alleen plannen waarin de uitgangspunten goed zijn vertaald kunnen in de vervolgfase van het bestemmingsplan door het waterschap worden beoordeeld.

Buitensingel Restaurant Omzetting Pagina 4 van 8 o Primaire A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): watergangen waar het waterschap verantwoordelijk is voor de inrichting en het onderhoud. Wijzigingen aan het watersysteem • Dempen of graven wateren: Voor het dempen, verleggen of graven van wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het dempen van watergangen (of greppels dieper dan 40 cm) dient gecompenseerd te worden. Vooroverleg voor het aanvragen van een vergunning wordt geadviseerd. Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld of deze nieuwe watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria1. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast.

Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: • het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • het gescheiden houden van hemelwater; • de capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • de eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Compensatie nieuwbouw kleine plannen Voor kleine plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak wordt aangelegd waarin maximaal 30 cm peilstijging is toegestaan. Geadviseerd wordt om de waterberging te ontwerpen op basis van een bij voorkeur vertraagde afvoer anders infiltratiesituatie. Compensatie nieuwbouw uitbreidingslocaties Bij grotere uitbreidingslocaties wordt gevraagd een waterhuishoudings- en rioleringsplan op te stellen en daarover vroegtijdig met het waterschap over de uitgangspunten in gesprek te gaan. Het waterschap hanteert de volgende uitgangspunten: • Bij het ontwerp van het watersysteem wordt rekening gehouden met toenemende neerslagintensiteit als gevolg van klimaatverandering. Op basis van de KNMI'14-klimaatscenario’s adviseert het waterschap rekening te houden met minimaal 10% meer neerslag in 2050.

• Het waterschap toetst het plan op basis van de werknormen die zijn vastgesteld in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Voor de bebouwde omgeving betekent dit dat in een neerslagsituatie die eens in de 100 jaar plaatsvindt er geen water in woningen mag stromen en dat belangrijke ontsluitingswegen vrij blijven van water. Andere kapitaalintensieve functies, zoals elektriciteits- of communicatievoorzieningen mogen ook niet onder water staan. • Maatgevende neerslagsituaties bij nieuwbouw en uitbreidingslocaties Ontwerp in de dagelijkse beheersituatie: Hoe hoog het waterpeil kan stijgen is afhankelijk van de beschikbare ruimte voor water en de toegestane afvoer. Om ervoor te zorgen dat bij nieuwe ruimtelijke plannen de versnelde afvoer van water naar het omliggende gebied wordt beperkt, hanteren we een afvoernorm. De te hanteren afvoernorm voor een situatie die 1 of 2 dagen per jaar optreedt is gemiddeld 0,8 L/s/ha. Bij het ontwerp van het oppervlaktewatersysteem in de dagelijkse beheersituatie is het van belang rekening te houden met de hydraulische afvoercapaciteit van het rioolstelsel. De dagelijkse rioleringsbui moet zonder problemen kunnen uitstromen. Daarom wordt de peilstijging van het oppervlaktewater in de normale beheersituatie onder andere bepaald door de hoogte van drempels in de riolering.

1 Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap o | Houd er rekening mee dat de oppervlaktewaterpeilstijging meegenomen wordt in de berekening van de overstort. In een normale situatie kan er niets aan de hand zijn, terwijl | met een flinke bui het oppervlaktewater snel k an stijgen waardoor de overstort geblokkeerd wordt. Hier moet in de uitwerking rekening mee worden gehouden. Toetsbui voor extreme neerslagsituatie: Het water | systeem wordt getoetst op basis van een hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden. Er wordt rekening gehouden met een bui van 111 | mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 L | /s/ha. Er mag bij deze bui geen water in woningen komen en belangrijke ontsluitingswegen blijven vrij van water. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm.

Neerslagstatistiek | Statistiek volgens Stowa rapport 2015-10 Klimaatscenario | Huidig klimaat +10% Afvoer (L/s/ha) T=1 | 0,8 Afvoer (L/s/ha) T=100 (maatgevend) | 1,6 Maatgevende buiduur (uur) | 48 Totale neerslaghoeveelheid (mm) | 111 (100,9*1,1) Afvoer via oppervlaktewater (mm) | 28 Berging dak/straat/etc (mm) | 3 Benodigde berging (mm) | 80 T abel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging Hoosbui (bovennormatieve situatie): Verder wordt geadviseerd een stress- | test uit te voeren met een bui die boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan zeer lokaal tot veel wateroverlast leiden | en het is belangrijk dat de gevolgen hiervan in beeld worden gebracht. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De keuze welke bovennormatieve situatie wordt bekeken ligt bij de initiatiefnemer. Te denken valt aan | een range van 60 | mm tot 150 | mm in een uur. Dat is zeer grote hoeveelheden, maar deze kunnen zeker met de verandering van klimaat voorkomen. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben. Grondwateroverlast • | Grondwateroverlast bij bebouwing: In gebieden waar | grondwateroverlast op | kan treden, advis eren wij de volgende voorkeursvolgorde toe te passen: (1) kruipruimteloos bouwen | of het (2) ophogen van het plangebied.

• | Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem wordt geadviseerd om in overleg met het waterschap zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Dit kan in eerste instantie op basis van bestaande peilbuizen binnen of in de omgeving van het plangebied. Indien noodzakelijk kan de initiatiefnemer nieuwe peilbuizen plaatsen. Aanleghoogte van bebouwing: Voor de aanleghoogte van gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een aanleghoogte van de vloer geadviseerd van minimaal 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde | Hoogs te Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. Vaak wordt er voor de minimale drooglegging | (verschil tussen maaiveld en oppervlaktewaterpeil onder normale omstandigheden) een getal van 1,2 meter aangehouden. Loc atiek euz e gevoelige gebieden voor wateroverlast • | Beekdalen: | bouwen in het beekdal is niet gewenst.

Het waterschap staat achter het beleid van de provincie Drenthe om kapitaalintensieve functies in het beekdal te weren om zo voldoende ruimte voor water te behouden. De beekdalen zijn van nature de laagste plekken in het watersysteem. Bij extreme neerslag z ijn deze gebieden het meest kwetsbaar voor wateroverlast. Buitensingel Restaurant Omz ett i ng | Pagina 5 van 8 Buitensingel Restaurant Omzetting Pagina 6 van 8 Waterkwaliteit Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Licht vervuild hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater. Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater op open water met het waterschap te worden afgestemd.

Verontreiniging • Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden. • Schoonmaakmiddelen en waterkwaliteit: Alle toegelaten schoonmaakmiddelen zijn milieuvriendelijk, maar mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater worden geloosd. Formeel is daar een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig. Een watervergunning wordt niet verleend wanneer een riolering in de buurt aanwezig is. De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: o Indien aanwezig moet de afvalwaterstoom van reinigingswater met schoonmaakmiddel op de riolering worden geloosd; o Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering; o Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage. Riolering Optimaliseren aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. Beleid en regelgeving • Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt rekening gehouden met het gemeentelijke rioleringsbeleid.

Afvalwater en hemelwater worden op de perceelgrens gescheiden aangeboden. Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). • Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht (afkoppelen). Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. • Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels: o Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd. Indien niet mogelijk is, moet een voorziening worden aangelegd die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt.

o Voor lozingen van afvalwater van een (agrarisch) bedrijf geldt het “Activiteitenbesluit”. Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi). Buitensingel Restaurant Omzetting Pagina 7 van 8 Rioolcapaciteit • Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel wordt rekening gehouden met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. De inrichting van het gebied dient zodanig te zijn, dat het beheer en onderhoud van het watersysteem op efficiënte en effectieve wijze mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met het waterschap plaats. • Wijze van onderhoud watersysteem: Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. o Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije zone van 5 m vanaf de boveninsteek van de watergang. o Varend onderhoud: Varend onderhoud is mogelijk bij een doorvaarbare watergang.

In principe moet met een minimale totale oeverlengte van 300 m of een totale oppervlakte van 1.500 m2 rekening gehouden worden. Er wordt rekening gehouden met een minimale doorvaarhoogte van 1,55 m ten opzichte van het maximale waterpeil. De doorvaarbreedte is minimaal 2,50 m. Voor varend onderhoud geldt tevens een minimale diepte van 1 m met een aanleg- en onderhoudsdiepte van 1,30 m. Elk onderhoudswater heeft een goed bereikbare inlaadplaats voor de boot en minimaal 1 losplaats ten behoeve van het maaisel per 100 m oeverlengte. • Beheer en onderhoudsafspraken nieuwe watergangen: Voor nieuwe watergangen moeten beheer en onderhoudsafspraken worden vastgelegd. Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld dat deze watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria2. • Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunningsplichtig of meldingsplichtig. • Toegankelijkheid van water: alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) liggen in openbaar gebied. 4. Vervolg watertoets en beoordeling Informeel overleg over de uitgangspunten Dit document geeft u handvatten om uitvoering te geven aan de waterhuishouding. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt.

Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterhuishouding in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Het waterschap denkt graag met u mee! Beoordeling en officieel wateradvies Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u deze ter beoordeling naar het waterschap. In de meeste gevallen geeft het waterschap haar wateradvies in het vooroverleg zoals dat bedoeld is in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Het waterschap kan alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij een bestemmingsplan beoordelen op basis van de toelichting, de planregels en de verbeelding. Alleen de waterparagraaf geeft ons onvoldoende informatie. Controle op het watertoetsproces Het waterschap controleert of het wateradvies is opgenomen in het plan. Afhankelijk van het moment waarop ons wateradvies is gegeven, gebeurt dat op basis van het voorontwerp of het ontwerp bestemmingsplan. 2 Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap Buitensingel Restaurant Omzetting Pagina 8 van 8 Geldigheid van het uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van de beleidsregels van het waterschap. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd.

Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor eventueel een ver lenging met nogmaals 1 jaar. Heeft u een watervergunning nodig op grond van de Waterwet? Het wateradvies dat uiteindelijk wordt afgegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Keur, of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een watervergunning aanvragen op onze website: www.wdodelta.nl. De aanvraag zal getoetst worden aan het dan vastgestelde beleid. In de uitgangspunten (paragraaf 2) is aangegeven waar mogelijk een watervergunning voor moet worden aangevraagd. © Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Chris Jungerling op 17-9-2021. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van het waterschap.

Vergunningplichtige activiteiten volgens de Keur: • Activiteiten in, onder of boven een waterstaatswerk • Activiteiten in de beschermingszone of profiel van vrije ruimte van een waterstaatswerk (te raadplegen op de website): o Voor watergangen: 5 m uit de insteek o Voor waterkeringen: breedte variabel • Graven van een oppervlaktewaterlichaam • Dempen van een oppervlaktewaterlichaam • Lozen van water in of onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam o Op basis van de Algemene Regels bestaat vrijstelling (zonder meldplicht) mits aan de volgende criteria wordt voldaan: - De lozing veroorzaakt benedenstrooms geen wateroverlast voor derden - De lozing wordt gestaakt wanneer dit voor het waterbeheer noodzakelijk is. • Het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam • Onttrekken of infiltreren van grondwater • Ontwateren met drainagemiddelen bestemmingsplan Eeserwold - Wonen Bijlage 11 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r 354 Bijlagen toelichting (ontwerp) 1 Rho adviseurs voor leefruimte 20210758 vestiging Rotterdam Eeser Landgoed en Eeser Buiten Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling identificatie planstatus projectnummer: datum: 20210758 10-02-2022 projectleider: opdrachtgever: ing. C.N. Leenstra Landgoed De Woldberg B.V. auteur(s): W. Timmerman, MSc. 2 Inhoud 1. Inleiding 3 1.1. Aanleiding 3 1.2. Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? 3 1.3. Leeswijzer 4 2.

Plaats en kenmerken van het project 5 2.1. Plaats van het project 5 2.2. Kenmerken van het project 9 3. Kenmerken van de milieueffecten 13 3.1. Verkeer en geluid 13 3.2. Luchtkwaliteit 14 3.3. Bodem en water 14 3.4. Natuur 15 3.5. Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid 15 3.6. Cultuurhistorie en archeologie 16 3.7. Sloop- en aanlegwerkzaamheden 16 3.8. Mitigerende maatregelen 16 4. Conclusie 17 Bijlagen 18 Bijlage 1 Stikstof berekening inclusief cumulatie met andere projecten 18 Bijlage 2 Memo wegverkeerslawaai 19 Bijlage 3 Verkennend Bodemonderzoek 20 Bijlage 4 Memo stikstofdepositie 21 Bijlage 5 Ecologische quickscan 22 3 1. Inleiding 1.1. Aanleiding Aan de Weteringallee en de Buitensingel aan de rand van Steenwijk bevindt een nieuwe woonwijk genaamd Eeser Buiten en Eeser Landgoed. Landgoed De Woldberg (hierna initiatiefnemer) wil de verkaveling op het Eeser Buiten en Eeser Landgoed aanpassen en woningen toevoegen. De toevoeging bestaat uit 34 bouwkavels voor vrijstaande woningen en 3 appartementen. De voorgenomen woningbouwontwikkeling met de toevoeging van 34 vrijstaande woningen en 3 appartementen past niet binnen de bouw - en gebruiksmogelijkheden van de geldende beheersverordening 'Eeserwold' (vastgesteld op 23 juni 2015).

Om het voornemen mogelijk te maken wordt de beheersverordening op een aantal punten aangepast middels een nieuw bestemmingsplan . In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r. -beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 2.000 of meer woningen. De beoogde ontwikkeling betreft de toevoeging van in totaal 37 woningen en blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Samen met de recente ontwikkeling en toekomstige ontwikkeling worden in totaal 191 woningen gerealiseerd en blijft daarmee ook ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r. - beoordeling'. Dit document bevat deze beoordeling. 1.2. Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? De wettelijke regeling voor de m.e.r. -beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r. -procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG -richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de kenmerken van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria).

Door de gemeente Steenwijkerland dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. 4 1.3. Leeswijzer Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en kenmerken van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van de informatie uit het concept ontwerp bestemmingsplan. 5 2. Plaats en kenmerken van het project 2.1. Plaats van het project Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden. Het eerste deelgebied is gelegen aan de Weteringallee en het tweede deelgebied is gelegen aan de Buitensingel , zie figuur 2.1. Het plangebied is ten noorden van de plaats Steenwijk gelegen in de gemeente Steenwijkerland. De ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving is weergeven in afbeelding 2.2. In de huidige situatie bestaan de deelgebieden uit braakliggend land dat bouwrijp gemaakt is voor woningbouw. Afbeelding 2.1 Omkadering van het plangebied

6 Bijz ondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu De planlocaties bevinden zich niet in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status (figuur 2.3-2.5). Het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied betreft Holtingerveld en bevindt zich op circa 4 km afstand. Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op minimaal 800 meter afstand. De planlocaties en de omgeving maken geen onderdeel uit van door de provincie vastgestelde milieubeschermingsgebieden.

7 De gem eente Steenwijkerland heeft een gemeentelijke archeologische beleidskaart. Deze kaart geeft op basis van oudheidkundig onderzoek verschillende waarderingen op het grondgebied van de gemeente. De deelgebieden liggen in de zone 'Geen archeologische verwachting' zoals te zien in figuur 2.6.

8 Op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart Overijssel heeft het plangebied geen bijzondere cultuurhistorische waarden. In de directe nabijheid van het plan gebied bevinden zich geen rijks- of gemeentelijke monumenten.

9 2.2. Kenmerken van het project De initiatiefnemer is voornemens om een herverkaveling door te voeren waardoor het mogelijk is om een aantal extra kavels te realiseren. Daarnaast wordt de groenbestemming en horecabestemming omgezet naar wonen z odat enkele kavels en het appartementencomplex aan het water gerealiseerd kunnen worden. In totaal worden 34 vrijstaande woningen en 3 appartementen toegevoegd. In afbeelding 2.1 is het overzicht van de toekomstige kavelverdeling voor de vrijstaande woningen in de totale ontwikkeling van de wijk weergegeven. De cumulatie met de ontwikkeling van de totale wijk wordt later in deze paragraaf behandeld. Voor de appartementen is door de initiatiefnemer een ontwerpstudie gemaakt. Hierbij is als uitgangspunt ervoor gekozen om uit te gaan van drie appartementsgebouwen (zie afbeelding 2.2). Elk gebouw bestaat uit maximaal 9 appartementen.

10 Ontsluiting en parkeren Voor de beoogde ontwikkeling | worden geen openbare parkeerplaatsen gerealiseerd maar vindt het parkeren | plaats op het eigen terrein. Elke bouwkavel bestaat uit minimaal 2.000 m2 | waardoor er ruim voldoende ruimte is voor het parkeren op eigen terr ein. In totaal komen 27 koopappartementen hiervoor geldt een parkeernorm van 1,7 per appartement | wat op het terrein voor het appartementencomplex wordt gerealiseerd. Hier word en 46 (27 | *1,7) parkeerplaatsen gerealiseerd. Gelet op het parkeren wordt gesteld dat er voldaan wordt aan de parkeernormen van de gem eente St een wijkerland. De ge me en te Ste en wijker lan d is een 'wein ig s ted elijk e' ge m een te op b as is van h et parkeerb eleid . Op b as is van de CROW normen geldt voor een vrijstaande woning in de 'rest bebouwde kom' een verkeersgen eratie van gemid deld 8,2 per vrijstaande woning. Voor een dure koop appartement een gemiddelde van 7,4 per appartement. Met de ontwikkeling worden 34 vrijstaande woningen en 3 appartementen toegevoegd binnen het plangebied. In totaal is er sprake van een toename van 301 verkeersbewegingen per et maal. Hiervoor vervalt de hotelfunctie met horeca. De daarbij behorende verkeersbewegingen vervallen ook. D e ontsluiting van de percelen vindt plaats op de Buitensingel en de Landgoedall ee wat we e r aangesloten is op Eesveenseweg.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de woningen worden de gebruikelijk e bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. | Afvalstoffen zullen ontstaan tijdens de | realisatie- | en gebruiksfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gesche iden ten behoeve van hergebruik. Cumulatie met andere projecten De wijk Eeserwold | is op enkele huizen na pas recentelijk gerealiseerd of wordt in de nabije toekomst gerealise erd. | Voor deze ontwikkelingen is onderzocht of zij in cumulatie een significant negatief effect hebben op het milieu. Verder zijn in de omgeving geen vaststaande autonome | ontwikkelingen voorzien die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling van de beoogde ontwikkelingen. De verdere ontwikkeling van de wijk Eeserwold samen met de beoogde uitbereiding leid t tot een | totale toename van 191 | woning en waarvan 164 | vrijstaande woningen en 27 appartem enten. Hi eronder worden de mili eue ffe cten bes chr even waar cumulatie plaats vindt. Het gaat hierbij o m de mil ieue ff ecten verk eer | , natuur, geluid | en | luchtkwaliteit. | Hieruit blijkt dat | in cumulatie geen | significante negatieve ef fe cten optreden. Verke er In | cumulatie worden 191 | woningen gerealiseerd | waarvan 164 | vrijstaande woningen en 27 appartementen.

| De gemeente Steenwijkerland is een 'weinig stedelijke' gemeente op basis van het parkeerbeleid. Op basis van de CROW normen geldt voor een vrijstaande woning in de 'rest bebouwde kom' een verkeersg eneratie v an gemiddeld 8,2 per vrijstaande woning. Voor een dure koop appartement een gemiddelde van 7,4 per appartement. | Op basis hiervan komt de verkeersgeneratie van de ontwikkeling in cumulatie met de verdere ontwikkeling van de wijk Eeserwold neer op 1.545 | mvt/etmaal. Het bestaande weg ennet is voldoende om de verk eerstoena me op te vangen. D e verwach ting is dat door de toename van het aantal verkeersbeweging en geen knelp unten ontstaan op het omliggend wegennet. Een negatief e ff ect waarvoor het opstellen van een MER noodzakelijk is, is uitgesloten. Natuur Vanwege de grote afstand tot beschermde natuurgebieden kan enkel de toename aan stikstof in cumulatie lijden tot een s ignifi cant negatief e ffe ct. Om dit uit te s luiten is een s tiks tofberekening gemaakt op basis van de cumulatieve verkeersg eneratie | (1.5 45 | mvt/etmaal) zi e bijlag e 1. | Uit d e b erekening blijkt 11 dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Dit betekent dat de beoogde ontwikkeling ook in cumulatie geen effect heeft op de depositiewaarde ter plaatse van de omliggende Natura 2000 gebieden. Significant negatieve effecten worden dan ook uitgesloten.

Geluid Voor toetsing van het uitstralingseffect van het plan bestaat geen wettelijk kader. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is). In cumulatie is sprake van een verkeersgeneratie van totaal 1.545 mvt/etmaal, de Eesveenseweg heeft een intensiteit van circa 7.000 mvt/etmaal, een verkeerstoename met meer dan 40% uitgesloten. Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten Luchtkwaliteit In cumulatie worden 191 woningen gerealiseerd. Een dergelijke ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkelingen in cumulatie niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse.

13 Rho adviseurs voor leefruimte 20210758 vestiging Rotterdam 3. Kenmerken van de milieueffecten In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het concept bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld. 3.1. Verkeer en geluid Verkeer Zoals beschreven in de kenmerken van het project is de verkeerstoename in totaal 301 verkeersbewegingen per etmaal. De ontsluiting van de percelen vindt plaats op de Buitensingel en de Landgoedallee wat weer aangesloten is op Eesveenseweg. Deze wegen en direct omliggende wegen zijn in voldoende mate ingericht om de extra verkeersbewegingen veilig en eenvoudig af te wikkelen. Wegverkeerslawaai Voor toetsing van het uitstralingseffect van het plan bestaat geen wettelijk kader. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is). Gezien de beperkte verkeersgeneratie van totaal 301 mvt/etmaal is een verkeerstoename met meer dan 40% uitgesloten.

Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten. Het projectgebied ligt in 'stedelijk gebied' aan de Weteringallee/Landgoedallee en de Buiten singel waar een 30-km per uur regime geldt. Hiervoor geldt geen wettelijke vastgestelde geluidszone. Daarnaast ligt het plangebied onder de invloed van de Eesveenseweg een doorgaande provinciale weg. Hiervoor geldt een geluidscontour. Voor het plangebied t er plaatse van de Eesveenseweg is dan ook akoestisch onderzoek uitgevoerd en toegevoegd in bijlage 2. Hieronder worden belangrijkste conclusies weergegeven:  De contour van de huidige voorkeursgrenswaarde van Lden= 48 dB ligt verder over het plangebied dan de 50 dB(A)-contour van de huidige plankaart. Dit betekent dat een aantal kavels/woningen die op basis van de geldende beheersverordening bij recht zijn toegestaan, formeel niet voldoen aan de Wet geluidhinder.  De oorzaken hiervan zijn een toename van de verkeersintensiteit, gewijzigde rekenregels/modellen en de overgang van Letmaal naar Lden.  De geluidcontour die hoort bij de maximale grenswaarde van Lden= 6 3 dB ligt niet over het plangebied. De kavels direct aan de Eesveenseweg hebben een geluidbelasting van Lden= 60 dB.

Voorgesteld wordt om in het nieuwe bestemmingsplan geen geluidcontour op te nemen, maar voor de kavels binnen de Lden= 48 dB contour een passende hogere waarde vast te stellen. 14 Gelet op het vorenstaande dient voor de kavels binnen de geluidscontour van de Eesveenseweg een hogere waardenbesluit genomen te worden waarin geborgd wordt dat ter plaatse van de nieuwe woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. Inrichtingslawaai Het plan betreft zelf geen geluid hinderlijke inrichtingen. In de omgeving van het plangebied bevindt zich een zandwinning locatie. Om een goed woon- en leefklimaat te garanderen en effecten op de gezondheid van toekomstige bewoners van het plangebied uit te sluiten is akoestisch onderzoek uitgevoerd. De conclusies van het akoestisch onderzoek dat is verricht op basis van de gegevens, zoals verstrekt door Roelofs Zandwinning BV, wijst uit dat bij deze zandwinning in noordelijke richting t.o.v. de meest noordelijke positie van de zandzuiger uitgegaan zou kunnen worden van een afstand van 100 m eter. Om een goede ruimtelijke scheiding tussen de zandwinning en de woningen te bewerkstelligen dient een fasering te worden aangebracht. Deze afstand kan gehaald worden, indien de fasering van de zandwinning zodanig plaatsvindt, dat de noordzijde van de zandwinning als eerste geëxploiteerd wordt.

Op het moment dat de zandwinning daar ter plekke daadwerkelijk is beëindigd en de bestemming is gewijzigd in een recreatieve waterbestemming kunnen pas woningen worden gerealiseerd binnen de zone van 100 meter van de zandwinning. In het bestemmingsplan wordt een passende regeling opgenomen. Een zorgvuldige ruimtelijke scheiding wordt gecreëerd door ten eerste een afstand tussen het gebied met de bestemming wonen en het gebied met de bestemming zandwinning vast te leggen en ten tweede een fasering vast te leggen. De minimale afstand tussen het gebied met de bestemming wonen en het gebied met de bestemming zandwinning bedraagt 100 m eter. In de voorschriften wordt een bepaling opgenomen, dat woningbouw op een geringere afstand dan 100 meter van de zandwinning slechts mogelijk is indien de zandwinning op deze afstand feitelijk is beëindigd. Een toelichting op de beoogde fasering is opgenomen in het concept bestemmingsplan. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de zandwinning geen effect heeft op de menselijke gezondheid binnen het plangebied. 3.2. Luchtkwaliteit Ter plaatse van het plangebied worden 37 woningen gebouwd. Een dergelijke ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse.

Tevens blijkt uit de NSL -monitoringstool dat ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer wordt voldaan. 3.3. Bodem en water Bodem In het kader van de ontwikkeling is in 2018 een Verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat de bovengrond van de onderzochte locatie (waaronder het plangebied) opgebouwd is uit matig fijn, zwak si ltig, niet tot matig humeus zand en plaatselijk veen. Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: 15 Grond In de bovengrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten gemeten aan kobalt, kwik en minerale olie. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis v an de aangetoonde milieuhygienische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De beoogde ontwikkeling heeft zelf geen negatief effect op de bodemkwaliteit.

Water Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een waterkering. De grondwateroverlast w ordt voorkomen volgens de voorkeursstrategie van de gemeente. De woningen zullen aangesloten worden op het gemeentelijk e rioolstelsel waarbij schoon hemelwater gescheiden zal worden van het afvalwater. Door de ontwikkeling zal de verharding in het plangebied toenemen en langs het water gebouwd worden. In samenspraak met het waterschap Drents Overijsselse Delta zal voor de ontwikkeling conform de Keur compensatie plaats vinden. Hierdoor kan het versneld afgevoerde water opgevangen worden door het watersysteem en is een negatief effect op de waterhuishouding uitgesloten. 3.4. Natuur Gebiedsbescherming Zoals in hoofdstuk 2 beschreven maakt het plangebied geen deel uit van beschermd natuurgebied zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. Gezien de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de afstand tot de natuurgebieden is het uitgesloten dat de ontwikkelingen in het plangebied negatieve effecten hebben op de instandhoudings - doelstellingen van beschermde natuurgebieden in de omgeving. Voor de beoogde ontwikkeling is een stikstofberekening uitgevoerd (zie Bijlage 4). Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Significant negatieve effecten worden dan ook uitgesloten.

Soortenbescherming Voor de beoogde ontwikkeling is een ecologische quickscan uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 5 van deze toelichting. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er geen beschermende soorten aanwezig zijn. Wel wordt geadviseerd om te werken buiten het broedseizoen. Voor alle soorten is de zorgplicht van kracht. Dit geld ook voor de grondgebonden zoogdieren en amfibieën in het gebied. Bij verstoring van dieren tijdens de werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving. Hiermee zal tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening worden gehouden. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten. 3.5. Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Externe veiligheid De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan oo k geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn in de nabije omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Rondom het plangebied vindt tevens geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, spoor, water of door buisleidingen. 16 Risico’s op rampen door klimaatverandering De ontwikkeling betreft de realisatie van 37 woningen.

De toename van verharding zal in overleg met het waterschap en conform de Keur indien nodig worden gecompenseerd. Hierdoor nemen de risico’s op rampen door klimaatverandering niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit. 3.6. Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Het plangebied is momenteel onbebouwd. Zoals beschreven in hoofdstuk 2 heeft het plangebied op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart Overijssel geen bijzondere cultuurhistorische waarden. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich geen rijks - of gemeentelijke monumenten. Een negatief effect op cultuurhistorische waarde is uitgesloten. Archeologie Het gehele plangebied ligt in de zone ‘Geen archeologische verwachting’. Verder archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Wel is de meldingsplicht van kracht bij een zogenoemde toevalstreffer. Hiermee zijn significante effecten op de archeologische waarde in het plangebied uitgesloten. 3.7. Sloop- en aanlegwerkzaamheden De beoogde ontwikkeling voorziet in aanlegwerkzaamheden voor de beoogde ontwikkeling betreft geen sloopwerkzaamheden.

Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid en locatie van de ontwikkeling ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden. 3.8. Mitigerende maatregelen De volgende mitigerende maatregelen dienen genomen te worden:  door de aanwezigheid van de zandwinning locatie in de omgeving wordt de woningbouw op een geringere afstand dan 100 meter van de zandwinning slechts mogelijk indien de zandwinning op deze afstand feitelijk is beëindigd.  in verband met mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels is het van belang om werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten of te werken op een manier dat vogels niet tot broeden komen; Verder zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk. 17 Rho adviseurs voor leefruimte 20210758 vestiging Rotterdam 4. Conclusie Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en beperkte omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen mits de genoemde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r. -procedure niet noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/01664d0d-8de8-44e5-a6c9-257245b33941?agendaItemId=a4e0a732-39ee-4325-9616-e7a39add4d2b