CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Eeserwold Werken_Toelichting.pdf

Politieke Markt 11 oktober 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen ontwerpbestemmingsplan Eeserwold Werken16.685 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Eeserwold Werken ID plan: NL.IMRO.1708.STWeeserwoldwerkBP-ON02 Datum: Status: ontwerp Auteur:

Eeserwold Werken bestemmingsplan Eeserwold Werken Inhoudsopgave Toelichting 5 Hoofdstuk 1 Inleiding 6 1.1 Aanleiding 6 1.2 Plangebied 7 1.3 Planologisch kader 7 1.4 Uitgangspunten voor het plangebied 7 1.5 Leeswijzer 7 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 8 2.1 Inleiding 8 2.2 Oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet 8 2.3 Infrastructuur en groen 9 Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie 10 3.1 Programmatische bijstelling 10 3.2 Beeldkwaliteit 13 3.3 Onderbouwing van het plan 13 Hoofdstuk 4 Beleid 15 4.1 Rijksbeleid 15 4.2 Provinciaal beleid 16 4.3 Gemeentelijk beleid 21 Hoofdstuk 5 Ecologie, archeologie en cultuurhistorie 24 5.1 Inleiding 24 5.2 Ecologie 24 5.3 Cultuurhistorie 25 5.4 Archeologie 26 Hoofdstuk 6 Milieuhygiënische aspecten 28 6.1 Milieu 28 6.2 Bodem 28 6.3 Milieuzonering 30 6.4 Geluid 30 6.5 Milieueffectrapportage 32 6.6 Risicoparagraaf 33 6.7 Wet luchtkwaliteit 35 Hoofdstuk 7 Water 36 7.1 Inleiding 36 7.2 Waterbeleid 36 7.3 Watersysteem 36 7.4 Waterveiligheid 37 7.5 Grondwater 37 7.6 Waterkwaliteit 37 7.7 Consequenties planontwikkeling 38 7.8 Watertoets 38 2 Inhoudsopgave (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken Hoofdstuk 8 Juridische opzet 39 8.1 Inleiding 39 8.2 Planvorm 39 8.3 Bestemmingsregeling 39 8.4 Toelichting op de planregels 39 Hoofdstuk 9 Economische uitvoerbaarheid 43 9.1 Economische haalbaarheid/Grex 43 9.2 Exploitatieplan 43 Hoofdstuk 10 Inspraak en overleg

44 10.1 Te volgen procedure 44 10.2 Inspraak en vooroverleg 44 Hoofdstuk 11 Zienswijzen 45 Inhoudsopgave (ontwerp) 3 bestemmingsplan Eeserwold Werken 4 (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken Toelichting Toelichting (ontwerp) 5 bestemmingsplan Eeserwold Werken Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding In 2005 is het bestemmingsplan “Eeserwold” vastgesteld. Dat bestemmingsplan is opgesteld om de ontwikkeling van het plangebied Eeserwold mogelijk te maken. In dit plangebied worden een bedrijventerrein en luxe woningen op grote kavels gerealiseerd. Verder bevindt zich een zandwinlocatie in het gebied. Op 15 december 2015 is de beheersverordening 'Eeserwold' vastgesteld in verband met de actualiseringsverplichting voor bestemmingsplannen ouder dan 10 jaar. Deze beheersverordening vervangt voor het besluitgebied het geldende bestemmingsplan. De geldende regelingen uit het bestemmingsplan zijn overgenomen in de beheersverordening. In verband met een aantal gewijzigde beleidsuitgangspunten en ontwikkelingen is het thans wenselijk om het planologisch kader te herzien voor het bedrijventerrein (deelgebieden Eeser Campus en Eeser Gaard). In de nieuwe situatie is er geen onderscheid mee tussen Eeser Gaard en Esser Campus. Afbeelding 1. Ligging plangebied 6 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken 1.2 Plangebied Het plangebied ligt binnen de gemeente Steenwijkerland.

Het gebied is gelegen ten noorden van de stad Steenwijk. De zuidgrens van het plangebied volgt de Rijksweg A32. Ook de westkant van het plangebied wordt begrensd door infrastructuur, namelijk de Eesveenseweg. Aan de oostkant wordt het plangebied begrensd door de Steenwijker Aa. De noordgrens wordt gevormd door de woongebieden Eeser Buiten en Eeser Landgoed. 1.3 Planologisch kader Voor het plangebied is grotendeels de Beheersverordening Eeserwold, vastgesteld door de gemeenteraad op 15 december 2015, van kracht. De woon-werkkavels aan de Eesveenseweg vallen in het bestemmingsplan Steenwijk; woon werklocaties Eesveenseweg, vastgesteld op 17 september 2013.

1.4 Uitgangspunten voor het plangebied Met betrekking tot de ontwikkeling van het plangebied, zijn voor de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan, de volgende uitgangspunten geformuleerd: de ontwikkeling van de locatie dient bij te dragen aan het vergroten van de streekfunctie van Steenwijkerland voor het omliggende gebied; bestaande bedrijfsbestemmingen worden behouden omdat deze bestemmingen nodig zijn om de komende jaren te voorzien in de aanwezige behoefte aan nieuwe bedrijfsruimte; de programmatische invulling van het bedrijventerrein kent een bijstelling zodat beter kan worden ingespeeld op de huidige marktvraag; de bestaande zandwinplas dient ingepast te worden in het plan; duurzame ontwikkelingen worden in het bestemmingsplan gefaciliteerd; beeldkwaliteit blijft een zeer belangrijk thema voor het plangebied. Aan het bestemmingsplan Eeserwold is een beeldkwaliteitsplan verbonden. Dit beeldkwaliteitsplan is geactualiseerd. 1.5 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting is opgebouwd uit elf hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie. De toekomstige situatie staat beschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt het beleid toegelicht.

Hoofdstuk 5 gaat in op de actuele waarden in het plangebied. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de milieuaspecten, waarna in hoofdstuk 7 de waterparagraaf volgt. Hoofdstuk 8 vormt de juridische opzet van het bestemmingsplan waarbij ingegaan wordt op de regeling. In hoofdstuk 9 wordt de financiële uitvoerbaarheid toegelicht. Ten slotte komt in hoofdstuk 10 en hoofdstuk 11 de maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. Toelichting (ontwerp) 7 bestemmingsplan Eeserwold Werken Hoofdstuk 2 Bestaande situatie In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie beschreven. 2.1 Inleiding Het plangebied is in het vorige decennium bouwrijp gemaakt en er zijn enkele bedrijven en kantoren gerealiseerd op Eeser Gaard en Eeser Campus. Centraal in het gebied ligt de zandwinlocatie. Deze bestaat uit een zandwinplas van 55 ha en een werkterrein van 4,5 ha. Op 8 juli 2005 heeft de provincie Overijssel een nieuwe ontgrondingsvergunning verleend waarmee de zandwinning in Eeserwold (Eesveensche Hooilanden) kon worden uitgebreid. In oktober 2014 is besloten de geldigheidsdatum van de vergunning te verlengen tot 1 januari 2025. De locatie wordt ontsloten door een weg die de plas verbindt met de Eesveenseweg. Aan de zuidzijde wordt de begrenzing gevormd door de A32. Ook valt de Steenwijker Aa binnen het plangebied.

2.2 Oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet De stedenbouwkundige opzet van de locatie Eeserwold is gebaseerd op de geomorfologische structuur van stuwwal en beekdal. De locatie ligt tussen twee verschillende sferen: de openheid van de Steenwijker Aa en de beslotenheid van de hogere bosgronden, waarbij de lijnen in het plan naar de geomorfologische verwijzen. De onderliggende structuren van het landschap komen tevens tot uitdrukking in de hieronder genoemde tegenstellingen die als planuitgangspunten dienen: Open-dicht: Aan de zijde van de Steenwijker Aa (het beekdal) wordt een open milieu ontwikkeld (Eeser Buiten en plas), aan de zijde van de Eesveenseweg (de stuwwal) een meer gesloten en boomrijker milieu. Nat-droog: Aan de zijde van de Steenwijker Aa wordt een milieu ontwikkeld met veel open water en weiden, aan de zijde van de Eesveenseweg een droog milieu zonder grote waterpartijen. In de oorspronkelijk opzet zijn de volgende deelgebieden/sferen onderscheiden: Eeser Landgoed: een woonpark met statige classicistische villa's. Eeser Buiten: een watergericht woonpark met villa's in de architectuursfeer van Frank Lloyd Wright. Eeser Gaard: individuele bedrijven langs lanen. Eeser Campus: een reeks kantoren/bedrijven in een parksetting. Het plangebied omvat Eeser Gaard en Eeser Campus. In het navolgende is de oorspronkelijke opzet van beide deelgebieden beschreven.

Deze opzet is opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan Eeserwold (vastgesteld in 2005), dat deel uit maakt van de welstandsnota. In de nieuwe situatie is er geen onderscheid mee tussen Eeser Gaard en Esser Campus. Eeser Gaard: individuele bedrijven langs lanen Eeser Gaard vormt de zuidelijke hoofdtoegang tot Eeserwold. Aan de zijde van de A32 wordt de toegang begrensd door Eeser Campus. In het verlengde ligt de centrale laan van Eeser Gaard. Deze voert naar het toekomstige paviljoen op het Eeser Meer. Dit paviljoen is een markante beëindiging van de laan door de Eeser Gaard en wordt via een wijzigingsbevoegdheid mogelijk gemaakt. In dit paviljoen komt horeca. Het paviljoen wordt ontsloten via het bedrijvengedeelte. Aan de landzijde is een klein park opgenomen met solitaire bebouwing als stedenbouwkundig accent aan het eind van de laan. Langs het Eeser Meer is een boulevard aangelegd. Het representatieve karakter wordt versterkt in de architectonische uitwerking van de aan de boulevard grenzende bebouwing. 8 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken De gebieden aan weerszijden van de centrale laan worden ontsloten door gebogen wegen haaks op de centrale laan. Deze gebogen lanen voeren alle naar de boulevard langs het meer, zodat iedere bestemming een relatie met de ruime waterpartij krijgt.

Aan een aantal ruimten worden extra eisen gesteld aan de uitstraling van de bedrijfsfronten. Op de Eeser Gaard komen middelgrote bedrijven. Aan de zijde van Eeser Landgoed wordt een schaalverkleining toegepast. Hier worden kleinschaliger bedrijven gesitueerd. Van het uitgeefbaar terrein wordt maximaal 60% bebouwd. Dit benadrukt enerzijds het open karakter van het bedrijventerrein, anderzijds ontstaat de mogelijkheid ieder afzonderlijk bedrijf een individuele uitstraling te geven. Deze individuele uitstraling dient in de architectuur van de naar de openbare ruimte gekeerde gevels vertaald te worden. Eeser Campus: een reeks kantoren/bedrijven in een parksetting Langs de rijksweg A32 is de Eeser Campus gelegen. Hier komen kantoor- en bedrijfsfuncties in een parkachtige setting. Het geheel wordt begrensd door een brede haag met bomen, waarmee de eenheid van de Campus wordt benadrukt. Binnen dit samenbindend kader wordt het groen als een doorgaand park ontworpen. In het park komt een reeks van gebouwen. Het parkeren wordt zoveel mogelijk tussen de gebouwen gesitueerd. Op de punt van het park wordt de reeks beëindigd met en kopgebouw. Dit kopgebouw dient ook als beëindiging van de boulevard, daardoor functioneert dit gebouw als een spil tussen Campus, Gaard, Eeser Meer en de groenzone naar de Steenwijker Aa.

Bij de hoofdtoegang vanaf de Eesveenseweg begint de reeks met een laag gebouw van 9 meter hoog. De bouwhoogte van de volgende gebouwen stijgt tot 25 meter, om te eindigen met een beeldbepalend kopgebouw. Door de verspringing in de opstelling van de gebouwen binnen de reeks krijgt ieder gebouw een goede zichtbaarheid vanaf de A32 en omgekeerd een goed uitzicht vanuit de gebouwen op de omgeving. 2.3 Infrastructuur en groen Met het bouwrijp maken van het gebied is een verkeersstructuur in het gebied aangebracht. Deze wegen ontsluiten het bedrijventerrein en de zandwinlocatie. Verder loopt de Eesveenseweg langs het plangebied. Langs de Steenwijker Aa en de rijksweg A32 zijn groene zones gerealiseerd. In de hoek van deze twee zones, waar de Steenwijker Aa en de rijksweg samenkomen, bevinden zich het zanddepot en de werklocatie voor de zandwinning. Dit depot is ingepast binnen een 8 meter hoge groene wal. Gedurende de ingebruikname van de zandwinning zal dit omwalde gebied een schakel vormen tussen de twee lineaire groene zones. Het depot wordt ontsloten via de laan tussen de Eeser Campus, Eesergaard en de zone langs de rijksweg. Na afloop van de periode van zandwinning zal het depot worden afgegraven en zal de wal worden weggehaald ten gunste van een verruiming van het meer. De groenstroken hebben een natuurlijke inrichting.

Een openbaar fietspad aan de zuidzijde van de zandwinning en in de groenzone langs de Steenwijker Aa, is onderdeel van de inrichting, en kan tevens als calamiteitenontsluiting worden gebruikt. De zone langs de Steenwijker Aa heeft behalve een ruimtelijke ook een ecologische betekenis. De zone is een schakel in een groter geheel van de ecologische verbinding langs de Aa. Met de inrichting van de zone is geanticipeerd op versterking van de (ecologische) inrichting van de oevers van de Aa in groter verband. Toelichting (ontwerp) 9 bestemmingsplan Eeserwold Werken Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie In dit hoofdstuk wordt het planvoornemen en de toekomstige situatie beschreven. 3.1 Programmatische bijstelling Het bestemmingsplan Eeserwold (zoals vastgesteld in 2005) voorziet in een aanzienlijke ruimtelijke (her)ontwikkeling van dit gebied in de vorm van een combinatie van bedrijven, wonen en recreëren. Uit de fasering van het bestemmingsplan blijkt dat de ontwikkelingen aan het einde van de planperiode (2015) ongeveer zouden moeten zijn afgerond. In werkelijkheid is de ruimtelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan Eeserwold in het plangebied mogelijk maakt tot dus ver maar gedeeltelijk gerealiseerd. De uitgifte is gestagneerd als gevolg van de economische crisis, die thans achter ons ligt. Er zijn enkele bedrijfskavels uitgegeven.

Het plangebied ligt voor het grootste deel bouwrijp te wachten op verdere invulling. Om aansluiting te houden met de actuele vraag is opnieuw gekeken naar de behoefte aan de verschillende functies die het plan Eeserwold mogelijk maakt. In dit kader zijn twee rapporten opgesteld: Ambitiedocument Gebiedsontwikkeling Eeserwold (Gemeente Steenwijkerland, Roelofs Plaontwikkeling en Woldberg, 01-04-2020) Naar een acquisitie strategie voor Eeserwold (Buck Consultants International, oktober 2019) Veranderende marktomstandigheden, diverse trends en ontwikkelingen hebben invloed op de kwantitatieve en kwalitatieve ruimtevraag voor werkgebieden, waarbij een grotere variatie is ontstaan tussen kleine en grote bedrijven. Daardoor is nu het voortschrijdend inzicht ontstaan dat een grotere flexibiliteit wordt gevraagd en dat die ook kan worden aangeboden. Dat geldt vooral ten aanzien van de relatie tussen de ontwikkelingen op de kantoren- en de bedrijvenmarkt en de maatvoering van terreinen die daarop aansluiten. Er is nu vraag naar een grotere diversiteit in de programmering, ten behoeve van uiteenlopende initiatieven: van het traditionele bedrijfsgebouw tot omvangrijke leisure/entertainment ontwikkelingen (mede door de ligging aan het aantrekkelijke Eesermeer), van grote distributiecentra tot kleine hoogwaardige bedrijven, zoals timmerfabrieken, start-ups en dergelijke.

Deze programmatische verschuivingen zijn binnen de bestaande hoofdstructuur van het beeldkwaliteitsplan op te vangen.. Wel worden drie secundaire boogvormige lanen voorlopig niet aangelegd, ten gunste van grotere bouwvelden die de toegenomen flexibiliteit verschaffen. Dat geldt ook voor het kantorenpark (voorheen Eeser Campus), waar enige kantoorlanen niet worden aangelegd. In het originele en in het voorliggende beeldkwaliteitsplan is en blijft de triade van de lanen, samen met Eeserboulevard, de primaire drager van de stedenbouwkundige invulling. In de profielen is te zien dat de indeling van deze drie hoofddragers nauwelijks zijn gewijzigd, alleen bij de boulevard is de rooilijn naar voren geschoven, hetgeen bij de riante afmetingen van deze groene boulevard verantwoord is, met een voortuin van 7 meter zonder parkeren i.p.v 10 meter. Langs de secundaire lanen, de nu al aangelegde gebogen lanen en de laan Eeserhout, was in het originele plan in de voortuinen een parkeerverbod aangeven, terwijl in het chique kantorenpark (voorheen Eeser Campus) op de hoven ruime parkeervelden zijn gesitueerd. Door deze wat kromme tegenstelling is nu aangeven dat de ondernemers langs de secundaire lanen zelf kunnen beslissen in hoeverre zij achter dan wel voor de rooilijn gaan parkeren of een combinatie van beide. De minimale afstand tussen de gevels is vrijwel niet gewijzigd.

10 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken In het gebied wat voorheen de Eeser Campus was, is de grootste koerswijziging zichtbaar; er zijn nu drie parkeerhoven aangelegd, de verwachting is dat de andere drie niet aangelegde parkeerhoven een afwijkende invulling gaan krijgen en dat daarmee de gewenste flexibiliteit kan ontstaan, want de verwachting is dat de kantorenmarkt niet meer structureel zal aantrekken op Eeserwold. Eigenlijk betekent dit dit gebied in plaats van een eenduidig kantorenpark een multifunctionele insteek kan krijgen. Langs de Rijksweg 32 (oost en west van het bestaande kantoorgebouw aan de Lindehof) liggen twee ruime bouwvelden die als zichtlocatie van Rijksweg 32 representatieve fronten dienen te krijgen. Voor het bouwveld op de 'kop' van de voormalige Eeser Campus bij het Eesermeer was deze richting al ingeslagen doordat deze 'kop' een ideale locatie is voor een multifunctioneel landmark. De toegang vanaf de rotonde naar de laan Eesergaard wordt daar begeleid door twee bouwvelden die zich lenen voor bijzondere functies. Aan het eind van de laan Eesergaard ligt direct aan de rand van het Eesermeer nog een 'slapende' locatie die uitstekend geschikt is voor een bestemming met een openbare functie.

Ten opzichte van het originele plan is daar het bouwterrein opgerekt richting waterlijn, zodat daar de oever makkelijker bij de activiteiten kan worden getrokken. Over het terrein voert een route naar het daarachter gelegen geplande waterpaviljoen. Het idee is dat de ontwikkeling van gebouw en paviljoen gediend zou zijn als deze 'kop' als een geïntegreerde project tot stand kan komen. 3.1.1 Planonderdelen Werken Het zuidwestelijke deel van het plangebied heeft en behoudt de bestemming bedrijventerrein. Zowel bedrijven als kantoren kunnen hier worden gevestigd. Bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 zijn toegestaan. Zandwinning Binnen de winzone Eeserwold vindt de winning van ophoogzand en industriezand plaats. De winning van industriezand past in het streven van de provincie naar een zo hoogwaardig mogelijke toepassing van de gewonnen oppervlaktedelfstoffen. Het levert tevens een bijdrage aan de taakstelling voor beton- en metselzand. De exploitatie van het zand wordt vanuit de zuidoostzijde van het plangebied vanuit een zanddepot en werkterrein gerealiseerd. De locatie van classeerinstallatie op het werkterrein, houdt rekening met de rijksweg A32 en de recreatieve verbinding voor fietsers en wandelaars rondom de plas. Het werkterrein is volledig omzoomd door een fysieke scheiding. De hoogte van zandopslag bedraagt maximaal 8 m, de classeerinstallatie maximaal 20 m.

De zandwinplas heeft een omvang van 55 hectare. De winning van het zand vindt fasegewijs plaats. Het deel van het plan ten noorden van de aanwezige ballenlijn is ontgonnen en afgewerkt. Er zijn in overleg met het waterschap mogelijkheden gerealiseerd voor het bergen van water vanuit het beekdal. Tijdens en na de periode van zandwinning zijn de oevers afgesloten voor publiek, met uitzondering van woning- en bedrijfskavels die grenzen aan het meer. Door de diepte van de zandwinplas is deze niet geschikt als zwemwater. Recreatie Langs de zandwinplas is een toeristische route aanwezig in de vorm van een fietspad. Op twee locaties, onder andere aan het eind van de centrale laan van het bedrijventerrein, kan één waterpaviljoen (horeca) op de zandwinplas worden ontwikkeld. Daarnaast biedt de ruime opzet voldoende gelegenheid voor een ommetje door de buurt. Aan de noordzijde van het plangebied kan een haventje met ligplaatsen en botenhuizen worden Toelichting (ontwerp) 11 bestemmingsplan Eeserwold Werken gerealiseerd. Recreatief nachtverblijf ter plaatse is niet toegestaan. In het noordoostelijk deel van het plangebied wordt voorzien in de realisatie van een sluis, opdat een vaarverbinding onstaat van het Eesermeer naar de Steenwijker Aa. Verkeer Autoverkeer Aangenomen wordt dat 90% van het verkeer op de A32 is georiënteerd, 5% op Steenwijk en 5% op Eesveen (en verder).

De verkeersdruk zal met name op het gedeelte tussen de kruispunten van de Eesveenseweg met de noordelijk op- en afritten van de A32 en de aansluiting van Eeserwold stijgen. De kruispuntoplossingen op deze kruispunten moeten voldoende afwikkelingscapaciteit bieden om de kwaliteit van de verkeersafwikkeling ook in de toekomst op het wegvak en de kruispunten te kunnen garanderen. De afgelopen jaren zijn hier twee rotondes aangebracht en is het snelheidsregiem aangepast naar 50 km per uur. De aansluiting op de Eesveenseweg heeft vooral een functie voor het bedrijventerrein en de plas met het waterpaviljoen die in het gebied komen. Binnen het plangebied staat het verblijfskarakter centraal. Dit wordt onderstreept door het toekennen van een maximumsnelheid van 30 km/uur aan alle wegen in het plangebied en het niet regelen van de voorrang op kruispunten en het mengen van (vracht)autoverkeer en (brom)fietsers. De aansluiting op de Eesveenseweg kent een brede opzet met veel groen. Er is een apart voet- en fietspad aanwezig in verband met te verwachten hoge verkeersdruk op dat weggedeelte. Als gevolg van het beoogde verblijfskarakter en de ruimtelijke inrichting vanuit de stedenbouwkundige visie sluiten niet alle wegen haaks op elkaar aan. De berijdbaarheid voor gemotoriseerd verkeer en met name voor hulpdiensten zal echter gegarandeerd zijn.

De verkeerstechnische uitwerkingen zullen daarbij geen afbreuk doen aan de uitstraling van het gebied. Voor de maatvoering van de diverse wegen wordt verwezen naar de dwarsprofielen in het Beeldkwaliteitplan Eeserwold. In verband met de fysieke veiligheid is de totale ondergrondse infrastructuur (leidingen) naast de rijbaan gelegd en is een ruime wegbreedte vereist. In het gehele plangebied worden calamiteitenvoorzieningen volgens de geldende regelgeving voorzien. Het zanddepot in de zuidzijde van het plangebied wordt ontsloten via een tijdelijke weg (voor zolang als de zandwinning duurt), die aantakt op de ontsluitingsweg van het bedrijventerrein. Vervolgens gaat dit verkeer via de Eesveenseweg richting de A32. Langzaam verkeer Naar alle zijden zijn routes voor langzaam verkeer opgenomen. De hoofdaansluiting op de Eesveenseweg is grotendeels gecombineerd met vrijliggende routes voor langzaam verkeer in oost-west richting. Langs de Steenwijker Aa is in aansluiting daarop een noord-zuid georiënteerd fietspad aangelegd. Bij de rijksweg buigt het fietspad af naar de Eesveenseweg. Het fietspad is onderdeel van een doorgaande toerische fietsroute richting Frederiksoord en Wapserveen. In de groenzone langs de Eeser Boulevard zal een looproute worden gerealiseerd, zodat een rondje om de waterplas mogelijk zal zijn.

Verder is het gebied voor het langzaam verkeer goed bereikbaar over lanen en paden voor auto- en langzaam verkeer. De loopafstand vanaf het plangebied tot het centrum van Steenwijk en of het NS-station is fors. Het aantal voetgangers van en naar Eeserwold zal dan ook nagenoeg nihil zijn. De enkele voetganger kan gebruik maken van het fietspad. Openbaar vervoer Met betrekking tot de bereikbaarheid per openbaar vervoer heeft overleg plaatsgevonden met Arriva. Uit dit gesprek bleek dat met het plangebied prima kan worden aangesloten bij de bestaande 1-uursverbinding tussen Steenwijk en Zuidoost Friesland. Bij een toenemende vraag naar openbaar 12 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken vervoer is Arriva bereid maatwerk te leveren voor Eeserwold. De bestaande haltes langs de Eesveenseweg blijven van toepassing. Parkeren Voor het gehele gebied geldt dat parkeren plaatsvindt op het eigen erf. De gemeentelijke parkeernormen zijn opgenomen in de "Nota Parkeernormen 2015 gemeente Steenwijkerland". Hierin zijn de uitgangspunten voor parkeren bij nieuwe (ver)bouwontwikkelingen en functiewijzigingen in de gemeente opgenomen. Daarbij is aansluiting gezocht bij de kencijfers van het CROW op het gebied van parkeren en verkeersgeneratie. De gemeente gaat in haar nota uit van een typering van de gehele gemeente als "weinig stedelijk".

De locatie Eeserwold wordt aangemerkt als "rest bebouwde kom". Uit bijlage 1 van de Nota Parkeernormen is af te leiden hoeveel parkeerplaatsen de gemeente voor de verschillende functies nodig acht. Dit aantal is afhankelijk van het type bedrijf dat zich in het plangebied vestigt. De Nota parkeernormen is opgenomen als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan. Duurzaam veilig Aan het bedrijventerrein is het keurmerk Veilig Ondernemen toegekend. Daarnaast beschikt het terrein over een beveiligd camerasysteem. 3.2 Beeldkwaliteit Voor het ontwikkelingsgebied Eeserwold is destijds een beeldkwaliteitsplan opgesteld en vastgesteld. Hierin is het gebied in hoofdlijnen verkaveld en is de beoogde beeldkwaliteit verder uitgewerkt in plannen voor zowel de openbare ruimte, als voor de situering van de bebouwing. Bovendien zijn er richtlijnen opgesteld voor de uitwerking van de architectuur. Thans is het beeldkwaliteitsplan voor het onderhavig plangebied geactualiseerd. 3.3 Onderbouwing van het plan 3.3.1 Behoefte aan bedrijventerreinen In opdracht van de provincie Overijssel heeft Stec Groep BV in mei 2019 de actuele behoefte aan bedrijventerreinen onderzicht. Dit onderzoek vormt de basis voor de Bestuursovereenkomst programmering bedrijventerreinen West Overijssel 2019-2022. In het onderzoek wordt ook aandacht besteed aan relevante trends en de effecten op bedrijventerreinen.

De voor Eeserwold relevante effecten zijn hieronder weergegeven. Logistiek en industrie zijn de dominante sectoren geweest in de ruimtevraag in Overijssel van de afgelopen jaren.Trends als groei van e-commerce en smart logistics zorgen er voor dat logistiek ook in de komende jaren zal groeien, en daarmee een groot deel van de ruimtevraag voor zijn rekening gaat nemen. Op de bedrijfsruimtemarkt is zowel een proces van schaalverkleining als schaalvergroting zichtbaar. Schaalverkleining is zichtbaar in de vorm van een daling van de gemiddelde bedrijfsgrootte in werkzame personen en een groeiende behoefte aan bedrijfsverzamelcomplexen, ondernemerscentra voor starters en zzp’ers en werklocaties die interactie tussen bedrijven (klein en groot) mogelijk maken. Schaalvergroting is zichtbaar in de vorm dat bedrijven steeds meer internationaal opereren, zowel in afzetmarkten die zij bedienen als in partijen waarmee zij samenwerking zoeken. Daarnaast nemen in specifieke sectoren bedrijven juist toe in grootte. De sector die daarbij het meest in het oog springt is de logistiek. Het aantal distributiecentra neemt sterkt toe, evenals de omvang ervan. De groei van e-commerce is een belangrijke drive.

Toelichting (ontwerp) 13 bestemmingsplan Eeserwold Werken Maar ook in de industrie is een groei in de productieomvang zichtbaar en daarmee regelmatig van het ruimtegebruik, doordat bedrijven steeds internationaler opereren en investeren in zaken als robotisering, automatisering en circulariteit. Er zijn verschuivingen in de werklocaties van bedrijven waarneembaar. De strikt monofunctionele werklocaties voldoen niet meer aan de eisen van alle bedrijven. Vooropgesteld: het gros van de bedrijven op bedrijventerreinen zal nog steeds op zoek gaan naar een plek op een regulier bedrijventerrein. Toch zijn er ook meer bedrijven die meer waarde hechten aan een dynamische omgevingen waar verschillende activiteiten en bedrijven samenkomen. Dit zowel op het niveau van gebouwen als locaties. Denk aan bedrijfsverzamelgebouwen, waar verschillende bedrijven elkaar op zoeken, faciliteiten delen en zaken doen met elkaar. Maar ook aan een toenemende menging bedrijfsruimte met andere economische functies als kantoor, detailhandel of leisure. Oorzaken voor de groei van deze ‘blurring’: De groeiende behoefte aan ontmoeting en interactie, net als aan een flexibiliteit in bedrijfsvoering en -huisvesting. Flexibele locaties gericht op interactie groeien hierdoor in populariteit.

Groei van schonere en minder hindergevende productieactiviteiten, waardoor menging met andere (lichtere) functies makkelijker is. Verdienstelijking en verkantorisering van bedrijfsruimtegebruikers, waardoor zij in de uitstraling maar ook in het type activiteiten en werkgelegenheid meer lijken op een kantoorgebruiker. Denk aan het binnenhalen van (kantoorachtige) activiteiten als engineering of kwaliteitscontroles in huis door productiebedrijven. Verhuur van (overtollige) kantoormeters door bedrijfsruimtegebruikers op bedrijventerreinen. Uit het onderzoek blijkt dat er anno 2019 voldoende ruimte is voor de ontwikkeling van bedrijventerrein Eeserwold (circa 25 hectare netto). De gemeente heeft een kwantitatief teveel (-16,6 ha) en heeft geen zachte plannen. Stec concludeert dat het huidige planologisch ‘harde’ aanbod vanwege kwaliteit – ligging (afstand tot zachte plannen) – slechts een beperkt Ladder-risico voor zachte plannen in de regio vormt. Daarom zijn in regionaal verband geen aanvullende afspraken nodig. Daarbij wordt opgemerkt dat Eeserwold al een bestaand, bestemd en bouwrijp gemaakt bedrijventerrein is en dus de voorkeur geniet boven nieuw aan te leggen bedrijventerrein.

Omdat uit het onderzoek naar voren komt dat er voldoende behoefte is aan bedrijventerreinen in relatie tot nog uitgeefbaar bedrijventerrein op Eeserwold, zal in het bestemmingsplan het volledige bedrijventerrein dat reeds bestemd is, weer worden bestemd voor bedrijventerrein. 14 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken Hoofdstuk 4 Beleid Dit hoofdstuk behandelt het beleid dat betrekking heeft op dit bestemmingsplan. 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits-Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de volgende documenten: PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid.

De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; de bereikbaarheid verbeteren; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De provincies en gemeenten krijgen in het nieuwe ruimtelijke beleid en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Het opstellen van dit bestemmingsplan past in die lijn. 4.1.2 AMvB Ruimte De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 juni 2011 zijn alle ontwerpstukken van het Barro als bijlage bij de SVIR gepubliceerd. Met uitzondering van enkele onderdelen is het Barro eind december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen.

Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: project Mainportontwikkling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee & waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Ook het Barro geeft voor het plangebied geen nationale belangen aan. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeem-verantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor een goede Toelichting (ontwerp) 15 bestemmingsplan Eeserwold Werken ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte.

Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Toepassing Ladder voor duurzame verstedelijking Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Echter deze ontwikkeling is niet 'nieuw'. Uit jurisprudentie (uitspraken Raad van State ECLI:NL:RVS:2016:489 en ECLI:NL:RVS:2015:2062) blijkt dat het opnieuw vastleggen van planologisch (onbenutte) ruimte niet als een stedelijke ontwikkeling dient te worden beschouwd. De ontwikkeling die het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt (bedrijven en kantoren) omvatten niet meer en verschillen niet wezenlijk ten opzichte van de ontwikkelingen die bestemmingsplan Eeserwold (2005) en de beheersverordening Eeserwold (2015) mogelijk maken. Een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan voor deze onderdelen achterwege blijven.

4.1.4 Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen raken geen nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Na toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking, blijken de ontwikkelingen ook hiermee in overeenstemming te zijn. Het planvoornemen is daarmee passend binnen het rijksbeleid. 4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken kleur' en de Omgevingsverordening Overijssel 2017 worden elk jaar bijgewerkt. Dit gebeurt in een jaarlijkse actualisatieronde. Het gaat om alle eerder vastgestelde wijzigingen in het beleid die nog moeten worden doorvertaald in de Omgevingsvisie en/of Omgevingsverordening. Ook worden omissies hersteld. Op 26 september 2018 hebben Provinciale Staten de Actualisatie 2017/2018 vastgesteld. Op 1 november 2018 zijn deze aanpassingen van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening in werking getreden. De laatste actalisatie van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn van 13 november 2019. Leidende thema's voor de Omgevingsvisie zijn duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De hoofdambitie van Overijssel is om een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi en vitaal landschap. Een samenleving, waarin alle Overijsselaars zich thuis voelen en participeren.

Met bloeiende steden en dorpen als motoren voor cultuur en werkgelegenheid, ingebed in een landschap, waarin wonen, natuur, landbouw en water elkaar versterken. 4.2.2 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie In de omgevingsvisie staat het uitvoeringsmodel centraal. In dit model draait het om drie vragen die antwoord geven op of, waar en hoe ontwikkelingen uitgevoerd worden. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door provinciale generieke beleidskeuzes, 16 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken de ontwikkelingsperspectieven geven richting aan waar wat ontwikkeld kan worden en de gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief ingepast kan worden. Onderstaand wordt op deze drie niveaus van het uitvoeringsmodel ingegaan. Afbeelding 4. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel). Generieke beleidskeuzes Het provinciaal beleid is gericht op de ontwikkeling van vitale werklocaties die zowel kwantitatief als kwalitatief aansluiten bij de veranderende vraag van het bedrijfsleven. Hierbij gelden generieke beleidskeuzes: 1. Concentratiebeleid 2. Bovenlokale afstemming 3. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Onder het begrip ‘werklocaties’ vallen zowel bedrijventerreinen als kantorenlocaties als detailhandelslocaties.

Stedelijke netwerken worden gezien als de motor voor de economie en mogen daarom ruimte bieden aan de behoefte van (boven)regionale bedrijvigheid . De kernen Hardenberg en Steenwijk vervullen als streekcentra een bijzondere functie voor de betreffende regio. Deze kernen mogen voorzien in de regionale behoefte aan werklocaties voor zover dit past binnen de regionale programmering. Voor de overige kernen geldt dat zij uitsluitend mogen voorzien in de lokale behoefte aan werklocaties (de ruimtebehoefte van lokaalgewortelde bedrijvigheid). Voor zover vanuit het bestaande aanbod – ook met herstructureringen – niet in de behoefte aan werklocaties kan worden voorzien, is er ruimte voor uitbreiding van werklocaties. Daarbij geldt het principe van concentratie. Dit betekent dat de (boven)regionale behoefte aan werklocaties Toelichting (ontwerp) 17 bestemmingsplan Eeserwold Werken gefaciliteerd wordt door de stedelijke netwerken. Daar waar sprake is van een overaanbod aan werklocaties, moet de balans tussen vraag en aanbod hersteld worden. Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' zijn de regels uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op de relevante artikelen zal hierna nader worden ingegaan. Artikel 2.1.2, Principe van concentratie Lid 1.

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Lid 3. In afwijking van het gestelde onder 1 kunnen bestemmingsplannen van de streekcentra voorzien in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen en het realiseren van voorzieningen ter voldoening van een regionale behoefte. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Ten aanzien van het bedrijventerrein wordt geen wijziging aangebracht in de planologische mogelijkheden uit het bestemmingsplan Eeserwold uit 2005 en de beheersverordening Eeserwold. In paragraaf 3.3.1 is de behoefte aan het bedrijventerrein opnieuw aangetoond. Omdat het tevens gaat om een al bestaande en als zodanig bestemde bedrijvenlocatie, kan gesteld worden dat aangesloten wordt bij het provinciaal beleid ten aanzien van concentratie.

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In het voorliggende geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling die, gezien het begrip bestaand bebouwd gebied voldoet aan het provinciaal beleid. Dit omdat de gronden in het plangebied op basis van het geldende bestemmingsplan al benut kunnen worden voor stedelijke functies. Het plangebied is geheel bouwrijp gemaakt en alle openbare voorzieningen zijn aangebracht. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand bebouwd gebied. Er is geen sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In hoofdstuk 8 van de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de Groene en Stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de beschreven beleids- en kwaliteitsambities. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' met de verbijzonderingen 'bedrijventerreinen in streekcentra' en 'bestaande 18 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken zandwinlocatie'. Ook is de beleidsaanduiding 'Beekdalen' van toepassing. 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' De nadruk in dit ontwikkelingsperspectief ligt op het bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren).

Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Ten aanzien van het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief wordt allereerst opgemerkt dat het plan in de lokale behoefte aan werken en voorzieningen voorziet en dat deze behoefte onderbouwd en regionaal afgestemd is. De zandwinplas biedt de mogelijkheid om extra water te bergen zodat geanticipeerd wordt op de klimaatverandering. Gezien het vorenstaande wordt ook geconcludeerd dat het plan Eeserwold past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

De bijlage Catalogus Gebiedskenmerken behorende bij de Omgevingsvisie geeft meer in detail inzicht in de kenmerken van verschillende gebieden en wat in die gebiedskenmerken van provinciaal belang is voor hoe een ontwikkeling invulling krijgt. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke inpassing, infrastructuur, milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) is van belang dat het plangebied ten behoeve van de bedrijventerreinontwikkeling al bouwrijp is gemaakt. Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven aangezien deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. Stedelijke laag In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe.

Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen, maar daarbij wordt de kwaliteit eigenheid en onderscheidend vermogen (mede gevormd door de historie) van de regio steeds belangrijker. Steden zijn de economische motoren van Overijssel. Ook hier is sprake van een rijk palet: dorpen met centrumfuncties, landstadjes, steden en stedelijke netwerken. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Steden ontwikkelden vaak een eigen kleur en profiel; deels door gebiedskenmerken, deels door bepaalde accenten in de ontwikkeling van hun economie, maatschappij en/of voorzieningenpakket. Het bedrijventerrein is op de stedelijke laag aangeduid als 'bedrijventerrein'. De zandwinplas heeft de aanduiding 'woonwijken 1955-nu'. De gebiedskenmerken van deze laatste aanduiding bieden Toelichting (ontwerp) 19 bestemmingsplan Eeserwold Werken geen sturing voor een zandwinlocatie en zijn derhalve niet nader beschouwd. De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven. Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een 'no nonsense' karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels.

De terreinen zijn veelal volledig gericht op autobereikbaarheid en hermetisch van karakter en liggen los van de woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch. De ambitie is om vitale werklocaties te realiseren en een vernieuwings- en herstructureringsproces van bedrijventerreinen op gang brengen waardoor: de interne structuur verbetert; een multifunctionele route er doorheen kan het hermetische karakter opheffen. de aansluiting op het landschap en de omliggende wijken verbetert. verdichting en intensivering van grondgebruik plaats vindt, en nieuwe uitleg wordt vermeden (zuinig ruimtegebruik). duidelijke profilering en differentiatie van terreinen wordt verkregen de kwaliteit van de buitenruimte en de architectuur verbetert en meer samenhang krijgt. opwaardering van het beeld en verbetering levensvatbaarheid plaats vindt. eventuele culturele / historische waarden worden benut. Als ontwikkelingen plaatsvinden op of rond bedrijventerreinen, dan dragen deze bij aan versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van bedrijventerreinen, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie, met respect voor het verstedelijkingspatroon.

Actieve kwaliteitsborging via beheer van bebouwing, uitgegeven (parkeer- en opslag-) terreinen en openbare ruimte. Benutten bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten op bedrijventerreinen. Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' Ten aanzien van dit gebiedskenmerk wordt opgemerkt dat de ontwikkeling zich richt op een gedifferentieerd werkmilieu doordat het bedrijventerrein voor verschillende soorten bedrijvigheid wordt aangeboden. Er is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin randvoorwaarden zijn opgenomen ten aanzien van de beeldkwaliteit van de gebouwen en de openbare ruimte. Daarbij is aandacht geschonken aan het verbinden van het bedrijventerrein met de omgeving. Doordat het een en ander vastgelegd is in het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan, wordt de realisatie van een vitale werklocatie geborgd. Laag van de beleving In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid.

De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Een deel van het plangebied is op de laag van beleving aangeduid als donkerte. Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkeregebieden zijn de 20 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’, dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten.

Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten aanzien van dit gebiedskenmerk wordt opgemerkt dat ter plaatse al woningbouw en bedrijven mogelijk zijn. Vanwege het opnieuw bestemmen zal de lichtuitstoot veroorzaakt door deze functies niet toenemen ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. Dit in overweging nemend is een toename van de totale lichtuitstoot niet te verwachten. Omdat het bedrijventerrein verder niet wijzigt in omvang, is er geen sprake van een verdere aantasting van het gebiedskenmerk 'donkerte'. 4.2.3 Conclusie Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling van Eeserwold past in de visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. het plan voldoet aan zowel de provinciale omgevingsvisie als de provinciale omgevingsverordening.

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie Eesveense Hooilanden "Sprong over de snelweg" Het is volgens de Structuurvisie (vastgesteld door gemeenteraad: september 2002) de bedoeling om het gebied Eesveense Hooilanden (nu: Eeserwold) een herkenbare identiteit te geven door een organische samenvoeging van de planelementen rond een beeldbepalend waterlandschap. De organische vormgeving van het plan is afgeleid van de meanderende structuur van de oude stroomrug die nog in de ondergrond te herkennen is en die heeft geleid tot de dualiteit stuwwal en beekdal. Aan de zijde van de beboste stuwwal zal het plangebied in aansluiting hierop een meer dicht karakter krijgen en aan de zijde van de Steenwijker Aa (het beekdal) een meer open karakter. Het water zorgt daarnaast voor een andere tweedeling: een gebied met een ruimere schaal, namelijk het gebied met de plas in de zuidelijke helft, en een gebied met een kleinere schaal, namelijk het krekenlandschap in de noordelijke helft. Door de integratie van rood, blauw en groen en door het ontwikkelen van ruim gedimensioneerde kavels, zal het plangebied als geheel een parkachtige uitstraling krijgen. Met het plan zal tevens een overgang gemaakt worden van stad naar land. Aan de zijde van de binnenstad overheerst de stedelijke component, naar buiten toe neemt de groene karakteristiek toe.

Overal in het gebied spelen daarnaast zichtlijnen een belangrijke rol, via weidse vergezichten of via doorzichten. Deze uitgangspunten ten aanzien van de planlocatie zijn in het beeldkwaliteitsplan Eeserwold verwerkt. Toelichting (ontwerp) 21 bestemmingsplan Eeserwold Werken 4.3.2 Notitie facetbeleid In het kader van het project 'Actualisatie bestemmingsplannen kernen' is de Notitie facetbeleid opgesteld. In deze nota (vastgesteld op 1 maart 2011) wordt voor een breed scala aan functies en activiteiten beschreven op welke wijze deze functies en activiteiten zullen worden ingepast in de nieuwe bestemmingsplannen. Als algemeen ruimtelijk beleidskader is de Notitie facetbeleid relevant voor voorliggende actualisatie. Voor het onderhavige plangebied geeft dit facetbeleid aan dat voor het bedrijventerrein zoveel mogelijk een inwaartse milieuzonering op basis van de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" zal worden toegepast en dat de vestiging van nieuwe volumineuze detailhandel op dit bedrijventerrein mogelijk is. Dit is in dit bestemmingsplan verwerkt. 4.3.3 Bedrijventerreinenvisie Ter uitvoering van de provinciale omgevingsverordening is voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen de Bedrijventerreinenvisie 2010 Steenwijkerland opgesteld. In deze visie worden de kwantitatieve en kwalitatieve ambities met betrekking tot deze terreinen tot 2020 beschreven.

De insteek van de visie is om de bestaande bedrijventerreinen te intensiveren en de nieuwe bedrijventerreinen in te richten als moderne werklandschappen. De bedrijventerreinen in de kern Steenwijk, waaronder Eeserwold, hebben een regionale functie. Ze zijn niet alleen bedoeld voor lokale bedrijvigheid maar bedienen ook de regionale markt. De focus ligt daarbij op hoogwaardige bedrijvigheid en zakelijke dienstverlening. Kwantitatief wordt in de visie aangegeven dat de totale ruimtevraag naar bedrijventerreinen in Steenwijkerland tot 2020 naar verwachting uitkomt op zo'n 80-82 hectare. De actuele vraag naar bedrijventerreinen is herijkt in de marktanalyse uitgevoerd door Stec Groep BV, zoals omschreven in paragraaf 3.3.1. Het bedrijventerrein Eeserwold is volgens de visie één van de terreinen die benut zullen worden om in deze vraag te voorzien. Kwalitatief wordt in de visie onder meer aangegeven dat een aantal bestaande bedrijventerrein de komende jaren wordt geherstructureerd. Verder wordt gelet op de inpassing van bedrijventerreinen in het landschap. Voor Eeserwold wordt in de visie in dit verband verwezen naar het geactualiseerde beeldkwaliteitsplan.

4.3.4 Omgevingsvisie Steenwijkerland 2017 De Omgevingsvisie richt zich op de fysieke omgeving: de ruimte waarin bewoners, bezoekers, instellingen en ondernemingen van de gemeente zich bevinden en het leefgebied van mensen, planten en dieren. De gemeente Steenwijkerland wil met de Omgevingsvisie de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland naar een hoger plan tillen. Omgevingskwaliteit wordt gedefinieerd als de integrale kwaliteit van ruimtes; het gaat er niet alleen om hoe deze ruimtes eruitzien, maar ook waartoe en op welke manier ze functioneren, hoe ze gebruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samenhangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat Steenwijk ook in 2030 een streekcentrum is vanwege de ligging, de grootte van de stad, de voorzieningen en het station. Als opgave is onder andere geformuleerd dat er een compleet aanbod van bedrijventerreinen blijft, dat nauw aansluit bij de vraag. In Steenwijkerland is nog ruim 40 hectare bedrijventerrein direct uitgeefbaar. De grootste oppervlakte wordt daarbij ingenomen door het bedrijvenpark Eeserwold (28 ha netto uitgeefbaar terrein).

22 Toelichting (ontwerp) bestemmingsplan Eeserwold Werken 4.3.5 Visie op toerisme en recreatie Met het visiedocument Perspectief Bestemming Weerribben-Wieden 2025, Een visie op duurzaam (be)leefbaar toerisme en recreatie in Steenwijkerland, wil de gemeente een duurzame en gebalancerde ontwikkeling van toerisme en recreatie op gang brengen. Het doel is een balans tussen economie, ecologie en leefbaarheid. Er dient een aantrekkelijk toeristisch aanbod te worden ontwikkeld om de positionering van Weerribben-Wieden als duurzame erfgoedbestemming te verwerken. Daarnaast wil de gemeente met nieuw aantrekkelijk aanbod op andere plaatsen dan de hotspots en andere momenten dan het hoogseizoen bezoek verleiden tot spreiden en langer dan een dag(deel) in het gebied te blijven, Steenwijk dient zich te profileren als stoere vestingstad en te richten op o.a. zakelijk toerisme. De binnenstad is op zoek naar nieuwe economische dragers. De functie van een regionaal boodschappencentrum neemt af. De vrijetijdseconomie en cultuur zijn kansrijke nieuwe dragers. De ontwikkeling van Steenwijk als een bestemming voor een (cultureel) dagje-uit en het opwaarderen vanhet Intercitystation tot een OV-transferium biedt kansen. Een potentieel nieuwe functie is het aantrekken van zakelijk toerisme.

Gelet op de eisen vanuit deze markt is realisatie van een hoogwaardige hotelfunctie in de (nabije) omgeving dan wenselijk. Een dergelijke hotelfunctie kan ook worden benut voor recreatief toerisme in een hoger segment. De visie is geen dichtgetimmerd plan maar geeft een koers voor ontwikkeling die tevens lopende projecten samenbrengt. Deze koers moet de komende jaren worden ingevuld samen met de spelers in het werkveld. Ook wordt toenadering gezocht tot andere beleidsterreinen. Denk aan cultuur, evenementen, beheer openbare ruimte, handhaving, detailhandel, duurzaamheid en mobiliteit. Daarnaast is de visie na vaststelling door de raad een toetsingskader voor nieuwe initiatieven voor toerisme en recreatie (bouwplannen, functiewijzigingen e.d.). 4.3.6 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van Eeserwold nog steeds passend is binnen de gemeentelijke beleidskaders en een bijdrage levert aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen op gebied van wonen en werken in een groene, ruime omgeving. Toelichting (ontwerp) 23 bestemmingsplan Eeserwold Werken Hoofdstuk 5 Ecologie, archeologie en cultuurhistorie 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de actuele waarden die aanwezig zijn in het gebied. Specifiek wordt ingegaan op de ecologische waarden, cultuurhistorie en archeologie.

5.2 Ecologie Toetsingskader WET NATUURBESCHERMING Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden, geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Overijssel uitgewerkt in de Omgevingsvisie Overijssel en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Overijssel. Het NNN in Overijssel kent geen externe werking. Onderzoek In 2015 is door Royal HaskoningDHV een actualiserend ecologisch onderzoek uitgevoerd voor het gehele ontwikkelingsgebied Eeserwold (Bijlage 2). Om de uitvoerbaarheid van het aangepaste plan te toetsen en vanwege de beperkte juridische houdbaarheid van een ecologisch onderzoek, is een beknopte natuurtoets (een zogenaamde ecologische quickscan) uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 1 oktober 2020 bezocht door een ecoloog van BugelHajema. Hieronder is een samenvatting van het onderzoek weergegeven. De volledige rapportage is als Bijlage 3 bij de toelichting opgenomen. Conclusies Omdat op basis van het uitgevoerde veldbezoek en het raadplegen van bronnen, een nog onvoldoende beeld was van kleine marterachtigen en egel, is een nader onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd door Ecogroen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/cc325369-2e68-4d0e-be56-0e1c14a6bae6?agendaItemId=b978c23e-8403-43c9-a50b-b7491602e9f2