CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Eeserwold Werken_Bijlagen bij de toelichting.pdf

Politieke Markt 11 oktober 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen ontwerpbestemmingsplan Eeserwold Werken116.590 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 11

In afbeelding 2.2 is de situatie met omliggende Natura 2000-gebieden grafisch weergegeven.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 3 Afbeelding 2.2: Ligging plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 4 3 Omschrijving bestemmingsplan In 2005 is het bestemmingsplan “Eeserwold” vastgesteld. Dat b estemmingsplan is opgesteld om de ontwikkeling van het plangebied Eeserwold mogelijk te maken. In dit plangebied worden een bedrijventerrein en luxe woningen op grote kavels gerealiseerd. Verder bevindt zich een zandwinlocatie in het gebied. Op 15 december 2015 is de beheersverordening 'Eeserwold' vastgesteld in verband met de actualiseringsverplichting voor bestemmingsplannen ouder dan 10 jaar. Deze beheersverordening vervangt voor het besluitgebied het geldende bestemmingsplan. De geldende regelingen uit het bestemmingsplan zijn overgenomen in de beheersverordening. Het bestemmingsplan Eeserwold (zoals vastgesteld in 2005) voorziet in een aanzienlijke ruimtelijke (her)ontwikkeling van dit gebied in de vorm van een combinatie van bedrijven, wonen en recre ëren. Uit de fasering van het bestemmingsplan blijkt dat de ontwikkelingen aan het einde van de planperiode (2015) ongeveer zouden moeten zijn afgerond. In werkelijkheid is de ruimtelijke ontwikkeling die het bestemmingsplan Eeserwold in het plangebied mog elijk maakt tot dus ver maar gedeeltelijk gerealiseerd. De uitgifte is gestagneerd als gevolg van de economische crisis, die thans achter ons ligt.

Er zijn enkele bed rijfskavels uitgegeven. Het plangebied ligt voor het grootste deel bouwrijp te wachten op verdere invulling en is deels ingericht als tijdelijke natuur. In verband met een aantal gewijzigde beleidsuitgangspunten en ontwikkelingen is het thans wenselijk om het planologisch kader te herzien voor het bedrijventerrein (deelgebieden Eeser Campus en Eeser Gaard). In beide deelgebieden is straks geen verschil meer en wordt bestemd als een gemengd bedrijventerrein. Het gedeelte van het plangebied waarin de bestaande zandwinning is gelegen blijft ongewijzigd. In afbeelding 3.1 is de verbeelding weergegeven. Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 5 Afbeelding 3.1: Verbeelding

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 6 4 Wettelijk kader 4.1 Algemeen Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Per 1 januari 2017 zijn gebieds- en soortenbescherming ondergebracht in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelr ichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel - en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Hierin zijn de reeds bestaande staatsnatuurmonumenten ook opgenomen. Op grond van d eze wet is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunn en hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Soortbescherming Soortbescherming wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt inheemse dier - en plantensoorten waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende beschermin gscategorieën.

Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier - en plantensoorten is toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In onderhavige notitie komt uitsluitend het aspect gebiedsbescherming aan de orde. 4.2 Plantoets Voorts is van belang om te benadrukken dat onderhavig onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanprocedure. Er is dan geen sprake van een project, maar van een plan. In een dergelijke plantoets wordt de stikstofdepositie vanwege de maximale planologische mogelijkheden van het nieuwe plan (1) vergeleken met de effecten vanwege de bestaande, plan ologisch legale situatie (2) direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan (ABRvS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515 (Weststellingswerf)). Deze beoordelingswijze gold ook al ten tijde van de PAS en de onverbindendheid verklaring daarvan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 heeft hierin geen verandering gebracht. Vanwege bijzondere loc atie specifieke omstandigheden – die navolgend worden toegelicht – is in dit onderzoek de volgende werkwijze gehanteerd. Het plangebied is thans gelegen in beheersverordening Eeserwold, vastgesteld door de raad van gemeente Steenwijkerland op 12 mei 2015 . Zoals in hoofdstuk 3 is vanaf 2005 de beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein voorzien.

Daarvóór is in 1993 bestemmingsplan Bungalowpark Eesveense Hooilanden 1993; met bestemming recreatieve doeleinden vastgesteld. Maar vanwege de economische crisis is de recreatieve bestemming (vanaf 1993) niet gerealiseerd en is de uitgifte van bedrijfskavels (vanaf 2005) ver achtergebleven op de prognose. Het plangebied ligt anno 2021 voor het grootste deel bouwrijp te wachten op verdere invulling en is deels ingericht als tijdelijke natuur. Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 7 Gelet hierop achten wij het legitiem om niet uit te gaan van de bestaande, planologisch legale situatie direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan, maar van het gebruik zoals dat gold voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan Bungalowpark Eesveense Hooilanden op 18 februari 1993. De stikstofdepositie vanwege d at gebruik wordt vergeleken met de stikstofdepositie vanwege het beoogde gebruik. 5 Gebiedsbescherming 5.1 Algemeen De locatie is niet geleg en in een beschermd natuurgebied in het kader van de Wet natuurbescherming. In afbeelding 2.2 zijn de van belang zijnde natuurgebieden weergegeven. Vanwege de grote afstand tot de overige omliggende nabijgelegen gebieden, zijn in deze voortoets de Natura 2 000-gebieden betrokken als hieronder vermeld.

Als de effecten op deze gebied aanvaardbaar zijn, dan is dat ook het geval op de verderop gelegen gebieden. De Wieden Het gebied De Wieden is een uitgestrekt laagveenmoeras met meren en kanalen met daartussen natte graslanden, natte heiden, trilvenen, galigaanmoerassen, rietland en moerasbos. Het gebied is een restant van het laagveengebied dat zich ooit van Zwolle tot ver in Fryslân uitstrekte. Een groot deel bestaat uit uitgeveende petgaten. Alle successiestadia van open water tot en met moerasheide en veenbos zijn aanwezig. Het gebied Wieden is beïnvloed door het oude riviers telsel van de Overijsselse Vecht. Er komen ondiepe kleiafzettingen voor. Door vervening, met bredere petgaten, zijn de grote meren ontstaan. Het Giethoornse- en Duiningermeer zijn natuurlijke meren.1 Holtingerveld Holtingerveld (voor 2013 aangeduid als Ha velte-Oost) is een heidegebied op de stuwwal Havelterberg. De Havelterberg bestaat voor een groot deel uit kalkrijke rode keileem, die verantwoordelijk is voor de floristische en vegetatiekundige verscheidenheid van het gebied. Deze keileem vormt een slech t doorlatende laag waardoor zelfs boven op de berg natte condities bestaan, waarin dopheidevegetaties voorkomen. Natte en droge heiden en heischrale graslanden in afwisseling met vennen en stuifzanden vormen de belangrijke bestanddelen van deze (half)natuu rlijke variatie.

In de vennen zijn verschillende stadia van verlanding aanwezig. Ook verschillen de vennen in voedselrijkdom . Rond de essen komen plaatselijk soortenrijke eikenberkenbossen voor. In de stuifzandgebieden die vrijwel volledig zijn bebost zijn plaatselijk nog kleinschalige stuifzanden aanwezig met karakteristieke soortenarme buntgrasvegetaties. 2 Drents-Friese Wold & Leggelderveld Het Drents -Friese Wold vormt een zeer afwisselend landschap. Het gebied kent veel naaldbossen, maar daarnaast zijn stuifzanden, heidevelden, jeneverbesstruweel, schrale graslanden, zwak gebufferde vennen, loofbossen en beken aanwezig. Het stuifzand komt vooral voor op het Aekingerzand. In Berkenheuvel komen uitgestrekte kraaiheidebegroeiingen voor. Het Doldersummerveld en het Wapserzand zijn twee grote heideterreinen met vochtige en natte heide met vennetjes. Natte slenken en droge zandruggen wisselen elkaar af. In het gebied van de Vledder Aa is herstel van oorspronkelijke beekdalnatuur tot stand gebracht. Ook bij 1 https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel/de-wieden 2 https://www.natura2000.nl/gebieden/drenthe/holtingerveld Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 8 de S choapedobbe heeft natuurherstel plaatsgevonden. Het is een heuvelachtig heidegebied met zandverstuivingen en vennen ("dobbe n").

Het Leggelderveld bestaat uit natte heiden, pioniervegetaties met snavelbiezen en heischraal grasland.3 De Weerribben Het gebie d Weerribben is een ten dele vergraven veengebied in de kop van Overijssel. Het bestaat uit uitgeveende trekgaten, onvergraven legakkers van wisselende breedte, grotere percelen niet-vergraven veen, verlandend water, trilveen rietlanden, graslanden, ruigteterreinen en moerasbossen. Alle successiestadia van open water tot en met moerasheide en veenbos zijn aa nwezig. Mede door de betrekkelijk late vervening weerspiegelen ze nog veel van de oorspronkelijke gebiedsopbouw. Het huidige landschap met een karakteristiek patroon van petgaten en legakkers is ontstaan door het afgraven van veen voor de turfwinning. Toen rond 1920 de turfwinning niet meer rendabel was, schakelde de lokale bevolking geleidelijk over op rietteelt. In 1919 werd het Stroink gemaal bij Blokzijl gebouwd om het waterpeil in Noordwest Overijssel onder controle te krijgen. Hierdoor werden de rietl anden minder nat, waardoor het verlandingsproces versnelde en het riet doorgroeid raakte met ruigtekruiden.4 De Rottige Meenthe & Brandemeer De Rottige Meenthe & Brandemeer zijn een laagveenverlandingsgebied dat de noordelijke voortzetting vormt van de l aagvenen van Noordwest -Overijssel.

Naast de Weerribben en De Wieden is dit het belangrijkste gebied in Nederland is voor de grote vuurvlinder. Jonge verlanding komt goed op gang.5 Dwingelderveld Het Dwingelderveld is een uitgestrekt heideterrein in het o ude Drentse esdorpenlandschap. Het gebied herbergt uitgestrekte vochtige heidegebieden, hoogveenvennen, zure en zwakgebufferde vennen, oude eikenbossen, e en klein hoogveen, droge heide, stuifzanden en jeneverbesstruwelen. In het gebied liggen prehistorische grafheuvels. De Boswachterij Dwingeloo bestaat uit bossen die begin 20e eeuw zijn aangeplant op stuifzand en heide. In de bossen liggen diverse vennetje s en heidevelden. Het Lheebroekerzand is een zeer afwisselend stuifzandgebied met bos, heide en jeneverbesstruweel. De Anserdennen is een heuvelachtig deel waar gemengd bos, heide en vennen op voormalig stuifzand voorkomen. 6 5.2 Toetsing effecten 5.2.1 Te beschouwen effecten De activiteiten kunnen mogelijk verstorende en/of significant negatieve effecten hebben op de Natura 2000- gebieden De Wieden, Holtingerveld, Drents -Friese Wold & Leggelderveld, De Weerribben, De Rottige Meenthe & Brandemeer alsmede Dwingeldervel d. Welke storingsfactoren relevant kunnen zijn is bepaald middels de effectenindicator op de website van Synbios Alterra.7 Hiertoe is voor de relevante Natura 2000- gebieden de activiteit ‘industrie’ geselecteerd.

Dit resulteert in mogelijke effecten zoals weergegeven in afbeelding 5.1 tot en met 5.6. 3 https://www.natura2000.nl/gebieden/drenthe/drents-friese-wold-leggelderveld 4 https://www.natura2000.nl/gebieden/overijssel/weerribben 5 https://www.natura2000.nl/gebieden/friesland/rottige-meenthe-brandemeer 6 https://www.natura2000.nl/gebieden/drenthe/dwingelderveld 7 https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 9

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 10 Afbeelding 5.1: Overzicht effecten op Natura2000-gebied ‘De Wieden' en activiteit ‘Industrie'.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 11 Afbeelding 5.2: Overzicht effecten op Natura2000-gebied ‘Holtingerveld' en activiteit ‘Industrie'.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 12 Afbeelding 5.3: Overzicht effecten op Natura2000-gebied ‘Drents-Friese Wold & Leggelderveld' en activiteit ‘Industrie'.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 13 Afbeelding 5.4: Overzicht effecten op Natura2000-gebied ‘De Weerribben' en activiteit ‘Industrie'.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 14 Afbeelding 5.5: Overzicht effecten op Natura2000-gebied ‘De Rottige Meenthe & Brandemeer ' en activiteit ‘Industrie'.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 15 Afbeelding 5.6: Overzicht effecten op Natura2000-gebied ‘Dwingelderveld' en activiteit ‘Industrie'.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 16 Voor de uit te voeren activiteiten van het bedrijfsterrein dient rekening gehouden te worden met voormelde storingsfactoren. Navolgend wordt nader ingegaan op de storingsfactoren. 5.2.2 Oppervlakteverlies Het kenmerk van oppervlakteverlies is afname van beschikbaar oppervlak leefgebied van soorten en/of habitattypen. Het verlies van oppervlakte leidt tot verkleining en in sommige gevallen ook tot versnipp ering van het leefgebied. Een kleiner gebied heeft bovendien meer te leiden van randinvloeden: vaak is de kwaliteit van het leefmilieu aan de rand minder goed dan in het centrum van h et gebied. Op deze manier leidt verlies van oppervlakte mogelijk ook tot een grotere gevoeligheid voor bijvoorbeeld verdroging, verzuring of vermesting. Door afname van het beschikbare oppervlak neemt ook het aantal individuen van een soort af. Om duurzaam te kunnen voortbestaan moet elke soort uit een minimum aantal individue n bestaan; bij diersoorten wordt meestal van een minimum aantal paartjes (reproductieve eenheden) gesproken. Wanneer een populatie te klein wordt neemt de kans op uitsterven toe, zeke r als deze populatie geen onderdeel uitmaakt van een samenhangend netwerk van leefgebieden.

Bij een populatie die uit te weinig individuen bestaat, neemt ook de kans op inteelt toe en neemt dus de genetische variatie af. Hierdoor wordt een populatie kwets baar voor veranderingen ten gevolge van bijvoorbeeld predatie, extreme seizoensinvloeden of ziekten. Ook habitattypen kennen een ondergrens voor een duurzame oppervlakte. Effect Oppervlakteverlies is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000 -gebied. De activiteiten vinden plaats buiten een Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van oppervlakteverlies van een Natura 2000- gebied. 5.2.3 Versnippering Het kenmerk van versnippering is sprake bij het uiteenvallen van het leefgebied van soorten. Interact ie met andere factoren treedt op ten gevolge van verlies leefgebied of verandering in abiotische condities van het leefgebied. Het kan leiden tot verandering in populatiedynamiek. Als het leefgebied niet meer voldoende groot is voor een populatie, of indiv iduen van één populatie kunnen de verschillende leefgebie den niet meer bereiken, neemt de duurzaamheid van de populatie af. Een gevolg kan zijn een verandering op in de soortensamenstelling en het ecosysteem. Soorten zijn in verschillende mate gevoelig voo r de versnippering van hun leefgebied. Het meest gevoelig zijn soorten met een gering verspreidingsvermogen, soorten die zich over de grond bewegen en soorten met een grote oppervlaktebehoefte.

Versnippering door barrières zoals wegen en spoorlijnen leidt mogelijk ook tot sterfte van individuen en kan zo effect hebben op de populatiesamenstelling. Bij versnippering moet men altijd goed rekening houden met het schaalniveau van het populatienetwerk. Effect Versnippering is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natura 2000 -gebied. De activiteiten vinden plaats buiten een Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van versnippering van een Natura 2000-gebied. Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 17 5.2.4 Verzuring Verzuring van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van vervuilende gasse n door bijvoorbeeld fabrieken en (vracht)auto's. De uitstoot bevat onder andere zwaveldioxide (SO 2), stikstofoxide (NOx), ammoniak (NH 3) en vluchtige organische stoffen (VOS). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden a ldus tot het zuurder worden van h et biotische milieu, de zogenaamde stikstofdepositie. De belangrijkste bronnen van verzurende stoffen zijn landbouw, het verkeer en industrie. De effecten van verzurende stoffen zijn niet altijd te scheiden van die van verm estende stoffen, omdat een deel van de verzurende stoffen ook vermestend werkt (aanvoer van stikstof).

Verzuring leidt tot een directe of indirecte afname van de buffercapaciteit (het neutralisatievermogen) van bodem of water. Op termijn resulteert dit proces in een daling van de zuurgraa d. Hierdoor zullen voor verzuring gevoelige soorten verdwijnen, wat kan resulteren in een verandering van het habitattype en daarmee mogelijk het verdwijnen van typische (dier)soorten. Effect In hoofdstuk 6 wordt uitgebreid ingegaan op de effectbeoordeling. 5.2.5 Vermesting Vermesting is de 'verrijking' van ecosystemen met name door stikstof en fosfaat. Het kan gaan om aanvoer door de lucht (droge en natte neerslag van ammoniak en stikstofoxiden) of nitraat- en fosfaataanvoer door het oppervlaktewater. Stoffen die leiden tot vermesting kunnen ook leiden tot verzuring. Vermesting (en verzuring) kunnen op hun beurt leiden tot verontreiniging van het oppervlakte- en grondwater. De groei in veel natuurlijke landecosystemen zoals boss en, vennen en heidevelden wordt g elimiteerd door de beschikbaarheid van stikstof. Het gevolg van stikstof depositie is dat deze extra stikstof extra groei geeft. Daarbij is de beschikbaarheid van stikstof bepalend voor de concurrentieverhoudingen tussen de plantensoorten. Als de stikstofdepositie boven een bepaald kritisch niveau komt, neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van meerdere andere. Hierdoor neemt de biodiversiteit af.

Effect In hoofdstuk 6 wordt uitgebreid ingegaan op de effectbeoordeling. 5.2.6 Verontreiniging Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke stoffen onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Bij verontreiniging is sprake van een zeer brede groep van ecosysteem/gebiedsvreemde stoffen, zoals organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling (radioactief en niet radioactief), geneesmiddelen, endocrien werkende stoffen et cetera. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater en lucht. Verontreiniging heeft geen directe interactie met andere factoren. Wel kan verontreiniging als gevolg van andere factoren optreden. Vrijwel alle soorten en habitatty pen reageren op verontreiniging. De ecologische effecten uiten zich in het verdwijnen van soorten en/of het beïnvloeden van gevoelige ecologische processen. Deze beïnvloeding kan direct plaatsvinden maar ook indirect via een opeenvolging van ecologische interacties. Bovendien kan verontreiniging zich pas vele jaren/decennia later manifesteren. Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 18 De gevolgen van verontreiniging zijn divers en complex.

In het algemeen kan gesteld worden dat aquatische habitattypen en soorten gevoeliger zijn dan terrestrische s ystemen. Ook geldt dat soorten in de top van de voedselpiramide, als gevolg van accumulatie, van verontreinigingen gevoeliger zijn. Echter, afhankelijk van de concentratie en duur van de verontreiniging zijn alle habitattypen en soorten gevoelig en kan ver ontreiniging leiden tot verandering van de soortensamenstelling. Effect Behalve emissies naar de lucht, zoals besproken in paragraaf 6.2, wordt er ook fijnstof, vanwege de activiteiten binnen het plangebied , naar de omgeving uitgestoten. Enkel door de gro te afstand tot de Natura 2000 - gebieden is geen sprake van verontreiniging van de Natura 2000 -gebieden door de activiteiten binnen het plangebied. 5.2.7 Verdroging Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel. De actuele grondwaterstand i s zo lager dan de gewenste/benodigde grondwaterstand. Verdroging kan tevens leiden tot verzilting. Door verdroging neemt ook de doorluchting van de bodem toe waardoor meer organisch materiaal wordt afgebroken. Op deze wijze leidt verdroging tevens tot verm esting. Er zijn ook gebieden waar verdroging kan optreden zonder dat de grondwaterstand in de ondiepe bodem daalt. Het gaat daarbij om gebieden waar van oudsher grondwater omhoog komt. Dit water heet kwelwater.

Kwelwater is water dat elders in de bodem is geïnfiltreerd en d at naar het laagste punt in het landschap stroomt. Kwelwater heeft dikwijls een bijzondere samenstelling: het is rijk aan ijzer en calcium, arm aan voedingsstoffen en niet zuur, maar gebufferd. Schade aan de natuur die veroorzaakt wordt door een afname of het verdwijnen van kwelwater en het vervangen van dit type water met gebiedsvreemd water, noemen we ook verdroging. De verandering in grondwaterstand en soms ook kwaliteit van het grondwater leidt tot een verandering in de soortensamenstelling en op lange termijn van het habitattype. Effect Binnen het plangebied wordt geen grondwater onttrokken voor productiewerkzaamheden. Niet uitgesloten is dat bodemenergiesystemen worden toegepast. Echter, dergelijke systemen resulteren in een gesloten waterhuishouding. Er is daarom geen sprake van verdroging van een Natura 2000-gebied. 5.2.8 Verstoring door geluid Verstoring door geluid betreft verstoring door onnatuurlijke geluidbronnen; permanent zoals geluid wegverkeer dan wel tijdelijk zoals geluidbelas ting bij evenement en. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluiddruk en frequentie. Verstoring door geluid treedt vaak samen met visuele verstoring op door bijvoorbeeld vlieg- en autoverkeer, manifestaties etc. Logischerwijs zijn alleen diersoorten gevoelig voor directe effecten van geluid.

Geluid is een belangrijke factor in de verstoring van fauna. De verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidbron zelf. Geluidbelasting ka n leiden tot stres s en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens weer leiden tot het verlaten van het leefgebied of bijvoorbeeld een afname van het reproductieproces. In bepaalde gevallen kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu ge luid. Voor zeezoogdieren en vogels is in bepaalde gevallen deze dosis-effect relatie goed gekwantificeerd. Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 19 Vanwege het in werking hebben van activiteiten treden emissies op van geluid, die verstorende effecten kunnen hebben voor vogels en andere dieren le iden in het Natuur gebied, waardoor mogelijke significant negatieve effecten kunnen optreden, waardoor de instandhoudingsdoelstellingen niet behaald worden. Effect Enkel door de grote afstand tot de Natura 2000-gebieden, namelijk tenminste 4 kilometer, is de geluidbelasting – uitgedrukt in de dosismaat etmaalgemiddeld geluidniveau L Aeq,24h – niet hoger dan 30 dB(A). Verstorende effecten zijn derhalve uitgesloten.

5.2.9 Verstoring door licht Verstoring door licht betreft verstoring door kunstmatige lichtbronnen , zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw etc. Verstoring door licht heeft geen interactie met andere storingsfactoren. Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van risico’s. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aang etrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. Gelet op de te verwachten omvang van de verlichting (i.c. straatverlichting en gebouwverlichting) en de afstand van het plangebied tot aan het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (circa 4 kilometer) is een meetbaar negatief effect is uitgesloten.8 Effect In de geplande uitbreiding is er geen aanvullende verlichting opgenomen. Er is daarom geen sprake van verstoring door licht in een Natura 2000-gebied. 5.2.10 Verstoring door trilling Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen etc.

Verstoring door trilling kan vooral samen optreden met verstoring door geluid. Trilling kan leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten. Individuen kunnen tijdelijk of permanent verdreven worden uit hun leefgebied. Over het daadwerkelijke effect van trilling is nog zeer weinig bekend. Naar het effect op zeezoogdieren is wel onderzoek verricht. Effect De activiteiten veroorzaken lokaal trillingen, maar veroorzaken echter geen hinder zoals bedoeld in de SBR richtlijn B. Met betrekking tot industrië le trillingsbronnen treden op afstanden groter dan 250 meter van de trillingsbron treden vrijwel nooit goed voelbare trillingen op. 8) Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken, 18 februari 2014, kenmerk 077489585:A.9 – Definitief, Arcadis, p. 38, 39, 77. (https://www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/Vergunningen-en- ontheffingen/150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf). Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 20 Ten aanzien van soorten sluiten wij aan bij het rapport ‘Effectafstanden Natura 2000 -gebieden Veluwe en Rijntakken’ van de provincie Gelderland (zie voetnoot 8). In deze rapportage wordt een nadere onderbouwing gegeven van de maximale effectafstand van verschillende effecttypen behorend bij (grootschalige) bedrijfsmatige activiteiten.

Daaruit volgt dat de maximale effectafsta nd door trillingen via de bodem slechts 100 meter bedraagt. Op grond hiervan is uit te sluiten dat de activiteiten trillingen veroorzaken in de Natura 2000 -gebieden. 5.2.11 Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Optische verstoring treedt vaak samen op met verstoring door geluid (in geval van recreatie) of trilling en licht (in geval van voertuigen, schepen). Optische verstoring l eidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort reageert bijvoorbeeld op beweging omdat een potentiële vijand wordt verwacht. Andersom kan optische verstoring juist ook het uitzicht van soorten beperken waardoor zij potentiële vijanden niet zien naderen. De daadwerkelijke effecten zijn zeer soort -specifiek en hangen af van de schuwheid van de soort en de mate waarin gewenning optreedt. Bovendien kunnen de effecten afhankelijk zijn van de periode van de levenscyclus van de soort. In de broedtijd zijn soorten over het algemeen schuwer en dus gevoeliger voor optische verstoring. Effect Ten aanzien van optische verstoring van soorten sluiten wij aan bij het rapport ‘Effectafstanden Natura 2000- gebieden Veluwe en Rijntakken’ van de provincie Gelderland (zie voetnoot 8).

In deze rapportage wordt in paragraaf 5.3 een nadere onderbouwing gegeven van de maximale effectafstand van verschillende effecttypen behorend bij (grootschalige) bedrijfsmatige activiteiten. Daaruit volgt dat de maximale effectafstand vanwege optische verstoring door niet-recreatieve bedrijven slechts 50 meter bedraagt. Het plangebied is gelegen op circa 4 kilometer van het meeste nabijgelegen Natura 2000-gebied. De beouwing en buitenactiviteiten worden daardoor visueel afgeschermd. Gelet hierop is een meetbaar negatief effect is uitgesloten. 5.2.12 Verstoring door mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. De oorzaken en gevolg en zijn bij deze storende factor zeer divers. Verstoring door mechanische effecten kan samenvallen met verstoring door geluid, licht en trilling. Deze storende factor kan leiden tot een verandering van het habitattype en/of verstoring of het doden van fauna-individuen. Bij habitattypen treedt de verstoring/verandering vaak op ten gevolge van recreatie of bijvoorbeeld militaire activiteiten. Het effect is zeer afhankelijk van de kwetsbaarheid (gevoeligheid) van het habitattype. Waterrecreatie en scheepvaart leiden tot golfslag, hetgeen effect kan hebben op de oeverbegroeiing en waterfauna.

Luchtwervelingen van bijvoorbeeld windmolens kunnen leiden tot vogelsterfte. Effect Verstoring door mechanische effecten is alleen aan de orde bij activiteiten in een Natu ra 2000-gebied. De activiteiten vinden plaats buiten Natura 2000 -gebieden. Er is geen sprake van verstoring door mechanische effecten van de Natura 2000-gebieden. Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 21 6 Stickstofdepositie 6.1 Uitgangspunten Vanwege het herzien van het bestemmingsplan treden emissie s op van NO x en NH 3, die tot verzurende effecten kunnen leiden in de voormelde natuurgebieden, waardoor mogelijke significant negatieve effecten kunnen optreden, waardoor de instandhoudingsdoelstellingen ni et behaald worden. Bepaling van de stikstofdepositie is derhalve noodzakelijk. In de voortoets wordt de stikstofdepositie vanwege de beoogde activiteiten in het nieuwe bestemmingsplan (toekomstige situatie) vergeleken met de effecten vanwege het gebruik zoals dat gold voorafgaand aan de vaststelling van het Bestemmingsplan Steenwijkerland 1969; Eesveense Hooilanden (referentiesituatie).

6.2 Toekomstige situatie Het bestemmingsplan voorziet het opnieuw bestemmen van een gemengd bedrijv enterrein op de deelgebieden Eeser Campus en Eerser Gaard alsmede in het ongewijzigd bestemmen van h et bestaande gebruik van de zandwinning met bijbehorend werkeiland. Het ongewijzigd bestemmen van het bestaande gebruik van de zandwinning, betekent dat dat de bijdrage aan de stikstofdepositie in de toekomstige situatie gelijk is als in de referentiesitu atie. Van de stikstofdepositie vanwege het gebruik van de zandwinning is door het College van GS van Overijssel per brief van 19 februari 2021, kenmerk 2021 /0046539, vastgesteld dat sprake is van intern salderen, waardoor geen sprake is van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Gelet hierop wordt de emissie en bijbehorende stikstofdepositie vanwege de zandwinning niet nader betrokken, dit onderdeel wordt immers ongewijzigd bestemd in het nieuwe bestemmingsplan. In de toekomstige situatie is sprake va n bedrijfsgebonden activiteiten van de te vestigen bedrijven op het bedrijventerrein. Op het bedrijventerrein worden bedrijven per recht toegestaan uit de m ilieucategorieën 1, 2 en 3. Voor de emissie van NO x en NH 3 wordt aangesloten bij emissiekentallen va n vergelijkbare bedrijventerreinen elders. In tabel 6.1 zijn de gehanteerde emissiegegevens samengevat.

Tabel 6.1 emissie bedrijventerrein Bedrijven Oppervlakte [ha] Emissiekental kg/ha Emissie [kg/jaar] NOx NH3 NOx NH3 Milieucategorie 1/2 3,6 98 10 352,8 36 Milieucategorie 3 10,9 131 10 1427,9 109 totaal 14,5 1780,7 145 Naast de emissie van bedrijven is ook sprake van emissie door voertuigen die van en naar het bedrijventerrein rijden. In het model is het verkeer van en naar het plangebied gebas eerd op de CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor een netto ha bedrijventerrein (gemengd gebied) per etmaal, zie tabel 6.2 Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 22 Tabel 6.2 indeling bedrijventerrein In tabel 6.3 is het gemiddeld aantal voertuigbewegingen per netto ha bedrijventerrein per weekdag weergegeven. Tabel 6.3 motorvoertuigbewegingen per weekdag

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 23 Het aandeel vrachtverkeer is aansluitend verdeeld over middelzware en zware vrachtwagens, volgens tabel 6.4. Tabel 6.4 verdeling middelzware en zware vrachtwagens Dit houdt in dat per ha rekening moet worden gehouden met verkeersbewegingen van 128 lichte motorvoertuigen, 14 middelzware vrachtwagens en 19 zware vrachtwagens per etmaal. Uitgaande van een oppervlakte van 14,5 ha netto betek ent dit 1.856 lichte motorvoertuigen, 203 middelzware vrachtwa gens en 276 zware vrachtwagens per etmaal. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat voor de rijroute in het rekenmodel uitgegaan is van één doorgaande beweging. De verkeersaantrekkende werking i s vanaf het plangebied gerekend tot de eerst volgende rotondes in de Eesveenseweg. Omtrent de lengte van de rijlijn waarover de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking is berekend, is uitgegaan van de Handreiking Rekenen aan Luchtkwaliteit van het Min isterie van I&M. Op pagina 47 van die Handreiking wordt voor ruimtelijke plannen geadviseer d om de grens van het onderzoeksgebied te leggen waar het extra verkeer als gevolg van het plan grotendeels is opgenomen in het autonome verkeer.

Bepalend voor het a ntwoord op de vraag of het extra verkeer als gevolg van het plan grotendeels is opgenomen i n het autonome verkeer, is of dat verkeer zich door zijn snelheid en rij - en stopgedrag niet onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden (zie ABRvS 5 december 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB9494). Het verkeer naar het plangebied zal vanaf de Eesveenseweg afkomstig zijn, zowel uit het noorden als vanuit het zuiden. Het verkeer van het plangebied zal tevens via de Eesveenseweg rijden . Het planverkeer op de Eesveenseweg is qua snelheid en rij - en stopgedr ag niet te onderscheiden van het overige verkeer, dat als doorgaand verkeer of als verkeer met bestemming plangebied is aan te merken. 6.3 Referentiesituatie Zoals in paragraaf 4.2 is beschreven is vanaf 1993 een recreatieve ontwikkeling voorzien best aande uit een 18 holes golfbaan en 550 zomerhuisjes & centrumvoorziening met hotel, zakencentrum, winkelvoorzieningen en overige, maar is nimmer gerealiseerd. Vanaf 2005 is de beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein voorzien. Maar vanwege de economische crisis is de uitgifte van kavels ver achtergebleven op de prognose. Het plangebied ligt voor het grootste deel bouwrijp te wachten op verdere invulling en is deels ingericht als tijdelijke natuur.

Gelet hierop achten wij het legitiem om niet uit te gaan van de bestaande, planologisch legale

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 24 situatie direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan, maar van het gebruik zoals dat gold voorafgaand aan de vaststelling van het bestemming splan Bungalowpark Eesveense Hooilanden op 18 februari 1993. Het toen geldende bestemmingsplan betreft Bestemmingsplan Steenwijkerland 1969; Eesveense Hooilanden. De gronden ter plaatse van het thans voorliggende bestemmingsplan betreft agrarische bestemm ing. Dat gebruik is onverminderd voortgezet getuige de luchtfoto’s uit 1992, 1995, 1997 en 2001, zie afbeelding 6.1. Luchtfoto 1992 (bron: Kadaster) Luchtfoto 1995 (bron: Kadaster) Luchtfoto 1997 (bron: Kadaster) Luchtfoto 2001 (bron: Kadaster) Afbeelding 6.1: Overzicht gebruik van gronden binnen plangebied De aanleg van de infrastructuur binnen het plangebied is begonnen in 2006, dat blijkt uit afbeelding 6.2.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 25 Afbeelding 6.2: Overzicht gebruik van gronden binnen plangebied in 2006 Binnen het plangebied worden deze gronden omgezet in een bedrijfsbestemming. Dit houdt in dat ter plaatse van deze gronden geen mestaanwending meer plaats zal vinden. De vrij te komen gronden zijn in gebruik geweest voor de beweiding van graasdieren op graslanden en het verbouwen van gewassen op bouwland. De agrarische sector in Nederland vormt een belangrijke bron van stikstofemissie. Emissie vanwege de stallen en mestopslag zijn de grootste bronnen. De cumulatieve emissie van mestaanwending, beweiding en het gebruik van kunstmest is even groot als de emissie vanuit stallen. Vooral het effect van het uitrijden van mest is een grote bron van stikstofemissie, in de vorm van ammoniak (NH3). De oppervlakte van de beëindigde percelen met agrarisch gebruik bedraagt 36,4 ha. De emissie van ammoniak (NH3) vanwege het (beëindigde) gebruik van de agrarische gronden is ontleend aan gegevens van Bij12, zie afbeelding 6.3:9 9 https://www.bij12.nl/emissie-bemesting/#15/52.8016/6.1263 Deze informatie is generiek en niet locatiespecifiek, maar voor onderhavig plangebied voldoende nauwkeurig.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 26 Afbeelding 6.3: Overzicht van de emissie van ammoniak (NH3) van beëindigde agrarische percelen binnen plangebied De emissie van ammoniak (NH3) in de referentiesituatie bedraagt derhalve: 36,4 ha x 29,26 kg NH3/ha/jaar = 1065,1 kg NH3 per jaar. 6.4 Model, berekening en resultaten Voormelde uitgangspunten zijn verwerkt in Aerius Calculator v2020. In bijlage I zijn de invoergegevens en rekenresultaten opgenomen van Aerius. Het digitale rekenbestand kan indien gewenst worden aangeleverd. Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie in de toekomstige situatie niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. 6.5 Beoordeling effecten stikstofdepositie Uit de rekenresultaten blijkt de stikstofdepositie in de toekomstige situatie niet hoger is dan in de referentiesituatie. Daardoor zijn vanwege de vaststelling van het bestemmingsplan significante effecten op de instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Artikel 2.7 Wnb staat derhalve niet in de weg om het bestemmingsplan vast te stellen.

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 27 7 Uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan 7.1 Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening gaat een bestemmingsplan vergezeld van een toelichting waarin zijn neergelegd de uitkomsten van het verrichte on derzoek en de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van die uitvoerbaarheid is ten aanzien van het aspect stikstofdepositie van belang of voor het (a) aanleggen van en daarna het (b) in gebruik hebben van de zandwinning een vergunning benodigd is en verleend kan worden in het kader van de Wnb. Immers het aanleggen en aansluitend in gebruik hebben van de bedrijven zijn elk afzonderlijke projecten in de zin van de Wnb, als bedoeld in artikel 2.8 Wnb. Wij benad rukken d at het beoordelen van effecten vanwege stikstofdepositie voor een plan (plantoets uit hoofdstuk 6, grondslag: artikel 2.7 Wnb) afwijkt van het beoordelen van effecten vanwege stikstofdepositie voor een project (dit hoofdstuk, grondslag: artikel 2.8 Wnb). In navolgende twee paragrafen worden inzichtelijk gemaakt of voor de afzonderlijke projecten, als bedoeld in artikel 2.8 Wnb, voor de aanleg en het gebruik van de bedrijven een vergunning ingevolge de Wnb verleend kan worden.

7.2 Stikstofdepositie vanwege de aanleg Voorafgaand aan het gebruik van de percelen als afzonderlijke bedrijven is het gebruikelijk dat daarvoor de grond- en wegwerkzaamheden worden uitgevoerd. In onderha vige situatie zi jn die werkzaamheden al uitgevoerd. Berekening en beoordeling van de stikstofdepositie vanwege deze aanlegactiviteiten zijn derhalve niet (meer) noodzakelijk. Daarnaast moeten de afzonderlijke bouwwerken gebouwd worden. Bij de realisatie van de bedrijfsbebouwing zijn gedurende korte tijd werktuigen en m achines van de bouwer in het plangebied aanwezig, ook de verkeersbewegingen van de werklieden van en naar de bouwplaats geven een korte toename van stikstof emissie. Van een deel van de machines (handgereedschap, snelbouwkranen, liften) wordt ervan uit geg aan dat deze elektrisch zijn en dus geen stikstofuitstoot veroorzaken. Voor de daadwerkelijke aanleg is nog geen bestek gemaakt. Daarom is er op basis van vergelijkbare projecten en ervaringen elders een zo goed mogelijke raming gemaakt van de activiteiten die zorgen voor stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase. In deze berekening is ervan uitgegaan dat de aanlegfase van het project maximaal 1 jaar duurt. Er zijn mobiele werktuigen nodig voor het realiseren van de bedrijfsbebouwing en de aanleg van de buitenruimte. Er wordt uitgegaan van diesel-aangedreven materieel, Stage IV.

Het materieel wat wordt belast heeft een verbruik van 20 liter diesel per uur (worst case). Het materieel draait gemiddeld 30%10 van de totale inzet stationair en heeft een verbruik van 0,377108 l/l/uur conform de TNO-tabellen. De overige machines zoals vrachtwagens voor de aan- en afvoer van materieel vallen onder de verkeersbewegingen. Onderstaande 10 Conform het onderzoek van TNO blijkt dat gemiddeld 30% van de tijd materieel stationair draait (TNO 2020 R11528, http://publications.tno.nl/publication/34637323/OfCtXZ/TNO-2020-R11528.pdf). Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 28 tabel 7.1 toont de ingevoerde mobiele werktuigen gedurende de aanlegfase, in tabel 7.2 is de verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase weergegeven.

Tabel 7.1 inzet mobiele werktuigen tijdens aanlegfase Type werktuig Vermogen [kW] Cilinderinhoud [liter]1 Draaiuren Verbruik (belast) [liter] Verbruik (onbelast) [liter] Laadschop 100 5 54,4 761,6 30,8 Heistelling 100 5 80 1.120 45,3 Minigraver 60 3 81,6 1.142,4 27,7 Hijskraan 200 10 54,4 761,6 61,5 Ruw terrein heftruck 60 3 50 700 17,0 Betonpomp 200 10 54,4 761,6 61,5 Trilplaat 10 0,5 24 336 1,4 1 De cilinderinhoud wordt berekend door het vermogen te delen door 20, conform “Instructie gegevens voor Aerius Calculator 2020” Tabel 7.2 verkeersaantrekkende werking tijdens aanlegfase Type verkeer Aantal/jaar Lichte voertuigen 735 Middelzware voertuigen 70 Zware voertuigen 200 Voormelde uitgangspunten zijn verwerkt in Aerius Calculator v2020. Hierin zijn de standaard machines en werktuigen uit het rekenprogramma gemodelleerd, met voormelde bedrijfsduren en aantallen. In bijlage II zijn de invoergegevens en rekenresultaten opgenomen van Aerius. Het digitale rekenbestand kan indien gewenst worden aangeleverd. Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie vanwege de aanlegfase niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat voor de realisatie van de bedrijven naar verwachting geen vergunning benodigd is ingevolge de Wnb. Daarmee is in voldoende mate aangetoond dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is.

7.3 Stikstofdepositie vanwege het gebruik Zodra de aanlegactiviteiten voor een (solitair) bedrijf gereed zijn, zal een bedrijf in gebruik worden genomen. In paragraaf 6.2 is de emissie beschreven vanwege het gehele bedrijventerrein. In casu moet onderzocht worden welke effecten optreden vanwege één bedr ijf. Daartoe is de (worst case) benaderingswijze gekozen, door uit te gaan van een bedrijf uit milieucategorie 3 met een omvang van 0,5 ha. Met de kentallen uit paragraaf 6.2 resulteert dit in de volgende emissie: i. 0,5 ha x 131 kg NOx/ha/jaar = 65,5 kg NOx/jaar. ii. 0,5 ha x 10 kg NH3/ha/jaar = 5 kg NH3/jaar. iii. 0,5 ha x 131 = 64 lichte motorvoertuigen per weekdag. iv. 0,5 ha x 14 = 7 middelzware vrachtwagens per weekdag. v. 0,5 ha x 19 = 10 zware vrachtwagens per weekdag. Voormelde uitgangspunten zijn verwerkt in Aerius Calculator v2020. In bijlage III zijn de invoergegevens en rekenresultaten opgenomen van Aerius. Het digitale rekenbestand kan indien gewenst worden aangeleverd. Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 29 Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie vanwege de gebruiksfase van een bedrijfskavel uit milieucategorie 3 met een omvang van 0,5 ha niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar.

Dit betekent dat voor het inwerking hebben van een bedrijf naar verwachting geen vergunning benodigd is ingevolge de Wnb. Daarmee is in voldoende mate aangetoond dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. 8 Conclusie In opdracht van Roelofs projectontwikkeling B.V. is door Cauberg Huygen B.V. onderzoek verricht naar de effecten vanwege de beoogde activiteiten binnen bestemmingsplan Eeserwold op natuurgebieden. De aanleiding van het onderzoek is het voornemen om een bestemmingsplan op te stellen voor het plangebied Eeserwold. Hiervoor is een reguliere herziening noodzakelijk. Het vaststellen van een bestemmingsplan is een bevoegdheid, dat de kwaliteit van de natuurlijke habit ats en de habitats van soorten in een natuurgebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. In de voortoets zijn die effecten in beeld gebracht. Uit de effectenanalyse is gebleken dat stikstofdepositie mogelijk kan leiden tot verslechtering of een significant verstorend effect kan hebben.

Hiertoe is een berekening van de stikstofdepositie gemaakt, waarin de stikstofdepositie vanwege de maximale planologische mogelijkheden van het n ieuwe plan (1) wordt vergeleken met de effecten vanwege de bestaande, planologisch legale situatie (2) direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan was (ABRvS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515 (Weststellingswerf)). Uit de berekening blijkt dat de stikstofd epositie in de toekomstige situatie (1) niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie (2). Daardoor zijn vanwege de vaststelling van het bestemmingsplan significante effecten op de instandhoudingsdoelstelling in Natura 2000 -gebieden op voorhand uit te sluiten. Artikel 2.7 Wnb staat derhalve niet in de weg om het bestemmingsplan vast te stellen. Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 30 In het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is ten aanzien van het aspect stikstofdepositie van belang of voor het (a) aanleggen van en daarn a het (b) in gebruik hebben van de gronden binnen het bestemmingsplan een vergunning benodigd i s en verleend kan worden in het kader van de Wnb. Uit de berekeningen en aanvullende analyse is gebleken dat zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase naar verwachting geen vergunning benodigd is ingevolge 2.8 Wnb.

Daarmee is in voldoende mate aangetoond dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Cauberg Huygen B.V. De heer mr. ing. M.J.M. Blankvoort Senior adviseur Bijlagen Bijlage I Invoergegevens en rekenresultaten Aerius plantoets Bijlage II Invoergegevens en rekenresultaten Aerius aanlegfase Bijlage III Invoergegevens en rekenresultaten Aerius gebruiksfase

Bestemmingsplan Eeserwold te Steenwijk 07814-54827-01 Voortoets gebiedsbescherming Wet natuurbescherming 9 juni 2021 Pagina 31 Bijlage I Invoergegevens en rekenresultaten Aerius plantoets Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl. Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers.

Berekening Referentie en Beoogd Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens RxVCrtUeFheC (09 juni 2021) pagina 1/18 Contact Rechtspersoon Inrichtingslocatie Roelofs Projectontwikkeling Straat, xxxx xx Steenwijk Activiteit Omschrijving AERIUS kenmerk BP Eeserwold RxVCrtUeFheC Datum berekening Rekenjaar Rekenconfiguratie 09 juni 2021, 14:50 2021 Berekend voor natuurgebieden Totale emissie Situatie 1 Situatie 2 Verschil NOx - 4.474,53 kg/j 4.474,53 kg/j NH3 1.065,10 kg/j 223,63 kg/j -841,47 kg/j Resultaten Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j) Natuurgebied Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting Bestemmingsplan Eeserwold RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 2/18 Locatie Referentie Emissie Referentie Bron Sector Emissie NH3 Emissie NOx Agrarisch gebruik Landbouw | Landbouwgrond 1.065,10 kg/j - RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 3/18 Locatie Beoogd Emissie Beoogd Bron Sector Emissie NH3 Emissie NOx Bedrijventerrein, 14,5 ha netto Industrie | Overig 145,00 kg/j 1.780,70 kg/j Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom 78,63 kg/j 2.693,83 kg/j RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 4/18 Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden (mol/ha/j) Natuurgebied Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* De Wieden 0,06 0,06 0,00 Veluwe 0,01 0,00 0,00 Vecht- en Beneden-Reggegebied 0,01 0,00 0,00 Bargerveen 0,01 0,00 0,00 Van Oordt's Mersken 0,01 0,00 0,00 Alde Feanen 0,01 0,00 0,00 Engbertsdijksvenen 0,01 0,00 0,00 Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht 0,01 0,00 0,00 Rijntakken 0,01 0,00 0,00 Lieftinghsbroek 0,01 0,00 0,00 Olde Maten & Veerslootslanden 0,01 0,00 0,00 Zwarte Meer 0,01 0,00 0,00 - Rottige Meenthe & Brandemeer 0,01 0,00 0,00 Weerribben 0,01 0,00 0,00 Wijnjeterper Schar 0,01 0,00 0,00 Drentsche Aa-gebied 0,01 0,00 0,00 -0,01 Drouwenerzand 0,01 0,00 - 0,01 Bakkeveense Duinen 0,01 0,00 -

0,01 Mantingerzand 0,01 0,00 - 0,01 Elperstroomgebied 0,01 0,00 - 0,01 RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 5/18 Natuurgebied Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* Mantingerbos 0,01 0,01 - 0,01 Fochteloërveen 0,01 0,00 - 0,01 Norgerholt 0,02 0,01 - 0,01 Witterveld 0,02 0,01 - 0,01 Dwingelderveld 0,02 0,01 - 0,01 Drents-Friese Wold & Leggelderveld 0,03 0,01 - 0,02 Holtingerveld 0,07 0,02 - 0,05 * Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 6/18 Resultaten per habitattype (mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden met het hoogste resultaat De Wieden Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* Lg05 Grote-zeggenmoeras 0,06 0,06 0,00 ZGH3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen 0,06 0,06 0,00 -0,01 Lg02 Geïsoleerde meander en petgat 0,07 0,06 0,00 -0,01 Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied 0,01 0,00 0,00 Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland 0,01 0,00 0,00 H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) 0,01 0,00 0,00 ZGH7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) 0,01 0,00 0,00 H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen 0,01 0,00 - 0,01 Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei 0,07 0,06 - 0,01 H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) 0,01 0,00 - 0,01 H9999:35 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7140B).

0,01 0,00 - 0,01 H91D0 Hoogveenbossen 0,01 0,00 - 0,01 H6410 Blauwgraslanden 0,01 0,00 - 0,01 H4010B Vochtige heiden (laagveengebied) 0,01 0,00 - 0,01 Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied 0,01 0,00 - 0,01 - H7210 Galigaanmoerassen 0,01 0,00 - 0,01 RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 7/18 De Wieden Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* ZGH3140lv Kranswierwateren, in laagveengebieden 0,01 0,00 - 0,01 ZGH7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) 0,01 0,01 - 0,01 Lg03 Zwakgebufferde sloot 0,01 0,01 - 0,01 - ZGH6410 Blauwgraslanden 0,02 0,01 - 0,01 ZGH91D0 Hoogveenbossen 0,02 0,01 - 0,01 H3140lv Kranswierwateren, in laagveengebieden 0,02 0,01 - 0,01 ZGH4010B Vochtige heiden (laagveengebied) 0,05 0,01 - 0,04 RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 8/18 Veluwe Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden 0,01 0,00 0,00 Lg13 Bos van arme zandgronden 0,01 0,00 0,00 H9190 Oude eikenbossen 0,01 0,00 0,00 ZGLg13 Bos van arme zandgronden 0,01 0,00 0,00 ZGL4030 Droge heiden 0,01 0,00 0,00 L4030 Droge heiden 0,01 0,00 0,00 ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst 0,01 0,00 0,00 ZGLg14

Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden 0,01 0,00 0,00 H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen 0,01 0,00 0,00 H4030 Droge heiden 0,01 0,00 0,00 Lg09 Droog struisgrasland 0,01 0,00 0,00 ZGLg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop 0,01 0,00 0,00 H9120 Beuken-eikenbossen met hulst 0,01 0,00 0,00 H2310 Stuifzandheiden met struikhei 0,01 0,00 0,00 RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 9/18 Vecht- en Beneden-Reggegebied Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* H4030 Droge heiden 0,01 0,00 0,00 H5130 Jeneverbesstruwelen 0,01 0,00 0,00 ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst 0,01 0,00 0,00 H9190 Oude eikenbossen 0,01 0,00 0,00 H9120 Beuken-eikenbossen met hulst 0,01 0,00 0,00 H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) 0,01 0,00 0,00 H2310 Stuifzandheiden met struikhei 0,01 0,00 0,00 H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen 0,01 0,00 0,00 H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) 0,01 0,00 0,00 H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen 0,01 0,00 0,00 H2330 Zandverstuivingen 0,01 0,00 0,00 H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm 0,01 0,00 0,00 H3160 Zure vennen 0,01 0,00 0,00 H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) 0,01 0,00 0,00 ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen 0,01 0,00 0,00 ZGH2310 Stuifzandheiden met struikhei

0,01 0,00 0,00 H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes) 0,01 0,00 0,00 ZGH4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) 0,01 0,00 0,00 RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 10/18 Vecht- en Beneden-Reggegebied Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* ZGH4030 Droge heiden 0,01 0,00 0,00 H6120 Stroomdalgraslanden 0,01 0,00 0,00 ZGH2330 Zandverstuivingen 0,01 0,00 0,00 Lg02 Geïsoleerde meander en petgat 0,01 0,00 0,00 H9999:39 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H7120).

0,01 0,00 0,00 ZGH91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) 0,01 0,00 0,00 - Bargerveen Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* H7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen 0,01 0,00 0,00 ZGH7120ah Herstellende hoogvenen, actief hoogveen 0,01 0,00 0,00 RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 11/18 Van Oordt's Mersken Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland 0,01 0,00 0,00 Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei 0,01 0,00 0,00 Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied 0,01 0,00 0,00 H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm 0,01 0,00 0,00 H6410 Blauwgraslanden 0,01 0,00 0,00 Lg05 Grote-zeggenmoeras 0,01 0,00 0,00 H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) 0,01 0,00 0,00 RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 12/18 Alde Feanen Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* H91D0 Hoogveenbossen 0,01 0,00 0,00 Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland 0,01 0,00 0,00 H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) 0,01 0,00 0,00 H7210 Galigaanmoerassen 0,01 0,00 0,00 Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en

klei 0,01 0,00 0,00 H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen 0,01 0,00 0,00 Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied 0,01 0,00 0,00 H6410 Blauwgraslanden 0,01 0,00 0,00 Engbertsdijksvenen Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* H7120 Herstellende hoogvenen 0,01 0,00 0,00 RxVCrtUeFheC (09 juni 2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 13/18 Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* Lg02 Geïsoleerde meander en petgat 0,01 0,00 0,00 - Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het zand- en veengebied 0,01 0,00 0,00 H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) 0,01 0,00 0,00 Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied 0,01 0,00 0,00 Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei 0,01 0,00 0,00 Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland 0,01 0,00 0,00 H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen 0,01 0,00 0,00 H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) 0,01 0,00 0,00 H6120 Stroomdalgraslanden 0,01 0,00 0,00 H91F0 Droge hardhoutooibossen 0,01 0,00 0,00 H6410 Blauwgraslanden 0,01 0,00 0,00 RxVCrtUeFheC (09 juni

2021)Resultaten Referentie Beoogd Resultaten pagina 14/18 Rijntakken Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied 0,01 0,00 0,00 Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland 0,01 0,00 0,00 ZGLg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei 0,01 0,00 0,00 ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat 0,01 0,00 0,00 - Lieftinghsbroek Habitattype Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen* H9120 Beuken-eikenbossen met hulst 0,01 0,00 0,00 H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden) 0,01 0,00 0,00 H6410 Blauwgraslanden 0,01 0,00 0,00 * Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4343bb30-0df7-4f0f-a2d8-f0e39359db54?agendaItemId=b978c23e-8403-43c9-a50b-b7491602e9f2