Concept-RES West-Overijssel, Naar een opgewekt West-Overijssel.pdf
Tekst van het document
opgewekt Naar een concept-RES West-Overijssel
Voorwoord Managementsamenvatting Samenwerken aan een opgewekt Overijssel Bestuurlijk en Maatschappelijk Draagvlak Bestuurlijke samenwerking Informeren en betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties Ruimtelijke kwaliteit Opwek elektriciteit Bijdrage aan de energietransitie en de andere hoekpunten Voorwaarden voor realisatie Regionale Structuur Warmte Opgave RSW Doelstelling RSW Warmtevraag en -aanbod Regionale warmtevraagstukken Regionale samenwerking Randvoorwaarden en vraagstukken te agenderen op nationaal niveau Planning Elektriciteitsnetwerk Impact concept-RES West-Overijssel Vervolgstappen naar definitieve RES 1.0 Vervolgproces naar de RES 1.0 Appreciatie door het NPRES en Route 35 Route 35 de inbreng van de gemeenteraden, provinciale staten en AB van de waterschappen Uitvoeringstrategie Half jaar voor de RES 1.0 Schema tijdlijn Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 4.1 4.2 5. 6. 6.1 6.2 7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 8. 8.1 8.2 9. 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 3 4 6 9 9 10 13 14 15 15 17 17 17 18 20 20 21 21 22 22 23 24 24 24 25 25 26 27 3 1. Voorwoord Nederland staat aan de vooravond van een ingrijpende verbouwing. Nederland under construction, maar dan 30 jaar lang. Tijdens deze lange verbouwing gaan ons gewone werk en leven door.
De verbouwingsplannen zullen tussentijds wijzigen of worden bijgesteld, er komen nieuwe technieken, nieuwe behoeften en ook de internatio- nale ontwikkelingen hebben invloed op Nederland en West-Overijssel. Wij, de bestuurlijke partners in de RES-regio West-Overijssel, doen in deze regio volop aan de verbouwing mee. Niet alleen omdat het moet vanwege de klimaat- verandering, maar ook omdat we de generaties na ons een prettige woon- en leefomgeving gunnen. Zowel voor bestuurders als voor inwoners is de energie transitie ingrijpend. Maar alles hoeft niet vandaag! Dit is een eerste, belangrijke, stap maar we gaan nog meer stappen zetten. Van RES 1.0 in 2021 naar RES 2.0 etc., uiteindelijk naar 2050. We hebben als bestuurders de schouders er onder gezet vanuit gezamenlijkheid, verantwoordelijkheid nemen en een regionale bijdrage aan de energietransitie. We doen dit samen! De energietransitie is een complex vraagstuk. In (soms te) weinig tijd is er hard gewerkt onder hoge druk. De deadline heeft ons dichter bij het resultaat gebracht, een resultaat dat anders veel langer op zich had laten wachten. Gevolg van de hoge druk is dat er vooraf geen regionaal participatieproces met inwoners kon plaatsvinden. Daar komt gelukkig na de conceptfase meer tijd voor, richting RES 1.0.
Elke gemeente gaat hier al vóór de zomer van 2020 mee aan de slag om het partici- patieproces naar de RES 1.0 in te richten, op een manier die past bij haar inwoners en past bij het proces dat in de eigen gemeente al dan niet al is doorlopen. We hebben van meet af aan in een breed samengestelde stuurgroep richting gegeven aan het proces. In onze regio doen we dit met twee co-voorzitters. Ik ben blij dat Bart Jaspers Faijer, wethouder in de gemeente Ommen, en ik elkaar konden aanvullen waar nodig en het werk konden verdelen. De concept-RES zien we als een tussenstand, een tussen- product. Niet zonder betekenis, maar wel met nog veel uit te werken vraagstukken. Een tussenstand die dank- zij de betrokkenheid en inzet van alle participanten uit maatschappelijke organisaties en de medewerkers van de gemeenten, provincie, waterschappen en netbeheerders tot stand is gekomen. Die samenwerking en inzet heeft ons veel gebracht. We gaan dan ook vol vertrouwen op weg naar de RES 1.0. Marcel Blind Co-voorzitter RES West-Overijssel Wethouder gemeente Olst-Wijhe 54 2. Managementsamenvatting Dit document beschrijft de ambitie van de regio West-Overijssel voor de grootschalige opwek van zonne- en wind- energie in 2030. Tevens wordt aangegeven hoe warmtevraag en -aanbod zich op hoofdlijnen ontwikkelen en welke aanpak dit vraagt op regionaal niveau.
Hiermee heeft West-Overijssel de aanzet geleverd voor het aandeel van deze regio in het kader van het Klimaatakkoord. De concept-RES West-Overijssel wordt ingediend namens de Colleges van Burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle, Gedeputeerde Staten van Overijssel en de Dagelijks Besturen van Waterschap Drents Overijsselse Delta, Vechtstromen, Vallei en Veluwe en Rijn en IJssel. Hiermee geven deze besturen uitdrukking aan het commitment om te werken aan de opwek van 1,6 TWh en de samenwerking op de warmtetransitie. In deze fase betekent de onderverdeling naar zon en wind niet meer en ook niet minder dan de onderbouwing van het bod aan het Nationaal Programma RES (NPRES) en vormt het de basis voor de verdere doorontwikkeling naar de RES 1.0. De energietransitie zal in veel opzichten een ingrijpende operatie zijn die zichtbaar wordt in het landschap en de gebouwde omgeving. De visie van de RES West-Overijssel is om zoveel mogelijk aan te sluiten op de kansen in het gebied en de lokale gemeenschappen zodat niet alleen de lasten maar ook de lusten ten goede komen aan diezelfde gemeenschappen. Hierbij zien wij kansen voor nieuwe economische activiteiten en bedrijvigheid.
Tegelijk vraagt de energietransitie om een zorgvuldig proces van ruim- telijke inpassing in de gebieden in de regio waarbij zoveel mogelijk gezocht wordt naar combinaties met de andere opgaven. In de concept-RES is er uitvoerig aandacht be- steed aan de onderdelen ‘bijdrage aan de energietransitie’ en ‘maatschappelijke acceptatie’. De hoekpunten ‘ruim- telijke kwaliteit’ en ‘maatschappelijke kosteneffectiviteit’ komen in de fase tot de RES 1.0 ruimer aan bod. Op basis van deze verdieping kan een goede balans worden opge- maakt en deze kan leiden tot een aangepaste verdeling in opwektechnieken’. Deze uitgangspunten uit de Startnota komen steeds weer terug. Tegelijk is het afwegingsproces nog steeds in ontwikkeling. Zo is nog weinig bekend rond maatschappe- lijke kosteneffectiviteit en zijn wel principes voor ruimte- overeenstemming over de ambitie en doelen. Omdat in deze concept-RES duidelijk wordt wat deze doelen zijn kan in de doorontwikkeling naar de RES 1.0 een intensiever proces van participatie door met name de gemeenten worden vormgegeven. In de concept-RES West-Overijssel zijn geen nadere zoek- gebieden opgenomen. In deze fase is het niet constructief om hier vanuit de RES op vooruit te lopen. De gemeenten bevinden zich in verschillende fasen als het gaat om het vaststellen van kaders voor duurzame opwek van elektri- citeit in hun gemeente.
Wel geven de gemeenten in deze concept-RES duidelijk aan wat zij als doelstelling voor 2030 formuleren. Doelstellingen die opgeteld op regionaal niveau bekrachtigd zijn door alle bestuurlijke partners in de RES. De concept-RES is het eerste, belangrijke, regionale docu- ment dat mede richting gaat geven aan de energietransi- tie in West-Overijssel. Dat doen de bestuurlijke partners vanuit de overtuiging dat de basis voor deze transitie gevonden moet worden in de gemeenschap, samen met inwoners en bedrijven, waarbij zij in eerste instantie de gemeenten aan kunnen spreken op de realisatie van de doelen in de komende periode. In de regio gaan we op basis van gelijkwaardigheid sa- menwerken om elkaar te helpen deze ambitie nu, maar ook in de komende jaren, waar te maken. Daartoe is een aantal ruimtelijke principes vastgesteld die voor alle part- ners in de RES leidraad zullen zijn bij de uitwerking: Het combineren van opgaven en meervoudig ruimtege- bruik, het aansluiten bij gebiedsspecifieke kenmerken en het efficiënt koppelen van vraag en aanbod. In de concept-RES is vastgesteld dat er een grote onbalans is tussen vraag en aanbod voor duurzame warmte.
De opgave om hiervoor oplossingen te vinden ligt primair bij de gemeenten die een Warmetetransitievisie opstellen en daarna Wijkuitvoeringsplannen om de huidige warm- tevoorziening op aardgas op termijn te vervangen door duurzame bronnen. In de regio gaan we een bijdrage leveren aan dit proces door samen te gaan werken in de verkenning naar een regionaal energiebedrijf en de energieloketten. Ook werken we samen op het gebied van geothermie en duurzame gassen, zoals groen gas en waterstof. De concept-RES West-Overijssel kent een aantal belang- rijke randvoorwaarden om de geformuleerde ambitie te realiseren. Met name het op korte termijn verzwaren en uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk heeft hierin prioriteit. Ook zal het succes van de RES West-Overijssel afhangen van de mate waarin SDE-subsidies zich ontwik- kelen, zodat er haalbare projecten op het gebied van wind en zon kunnen worden gerealiseerd. Ook op het gebied van de warmtetransitie is meer duidelijkheid nodig over de randvoorwaarden om geothermie en groengas verder te ontwikkelen. Financiering en wet- en regelgeving rond- om de levering van warmte zullen op landelijk niveau tot stand moeten komen. De RES-partners in West-Overijssel dringen er op aan dat de nodige wet- en regelgeving op korte termijn wordt aangepast om deze ontwikkelingen mogelijk te maken en te versnellen.
Dat bevindt zich deels buiten de invloedssfeer van de gemeenten, de provincie en de waterschappen maar in deze concept-RES hebben zij uitgesproken zich maximaal in te zetten om de doelen in 2030 te halen. We verwachten dan ook dat op nationaal niveau niet alleen het regionaal bod wordt beoordeeld en doorgerekend maar tevens dat zij met concrete antwoor- den komen op de knelpunten die zich bij realisatie van het bod van West-Overijssel voordoen. In de RES worden alle 4 uitgangs- punten integraal afgewogen maatschappelijke acceptatie maatschappelijke kostenefficienty ruimtelijke kwaliteit bijdrage aan energietransitie lijke kwaliteit geformuleerd maar zal dit nog toegepast moeten worden in gebieden. Ook de maatschappelijke acceptatie onder de inwoners is nog volop in beweging, mede omdat de participatieprocessen verschillen in tijd en intensiteit. De concept-RES West-Overijssel vraagt nog veel uitwer- king en tegelijk veel meer dialoog met inwoners, bedrij- ven en maatschappelijke organisaties. In de korte tijd dat dit concept tot stand moest komen heeft de nadruk gelegen op het bestuurlijk proces van het vinden van 76 3. Samenwerken aan een opgewekt Overijssel Bedrijven, inwoners, overheden en maatschappelijke organisaties in West-Overijssel hebben forse ambities voor een toekomstbestendige regio. Dat blijkt o.a. uit de gemeentelijke coalitieakkoorden.
Gemeenten geven daarin aan energieneutraal te willen zijn, in tijd variërend van 2023 tot 2050. Met een bod van 1,6 TWh duurzame energie in 2030 nemen de provincie, gemeenten en waterschappen in West-Overijssel een belangrijke stap. Ten opzichte van het elektriciteitsverbruik in 2018 (2,8 TWh) wordt meer dan 50% duurzaam opgewekt in 2030. De RES-partners in West-Overijssel die zich verplicht heb- ben in het kader van het Klimaatakkoord samen te wer- ken, zijn de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steen- wijkerland, Zwartewaterland en Zwolle, het Waterschap Drents Overijsselse Delta, Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap Rijn en IJssel, Waterschap Vechtstromen en de provincie Overijssel. Daarnaast zijn de netbeheerders Enexis Netbeheer, Coteq Netbeheer en RENDO Netwer- ken als adviseurs nauw betrokken bij de totstandkoming van de concept-RES West-Overijssel. Nu al nemen bedrij- ven, energiecoöperaties en (semi-)overheden daarvoor tal van initiatieven. Daarom is nauwere samenwerking op West-Overijsselse schaal wenselijk.Dit alles met aandacht voor de maatschappelijke acceptatie en maatschappelijke kostenefficiency.
Vanuit deze kernwaarden is er in West-Overijssel voor gekozen om de concept-RES stapsgewijs op te bouwen vanuit de afzonderlijke gemeentelijke ambities om vervol- gens met elkaar vast te stellen wat de regionale ambitie is en op welke manier de regio de gemeenten kan onder- steunen in het proces van omschakeling naar duurzame energie. Enerzijds wordt de concept-RES opgebouwd van- uit de lokale situatie en anderzijds zal vanuit het potenti- eel van de regio gekeken worden wat dit betekent voor de energieopgave, de ruimtelijke kwaliteit en infrastructuur. Dit alles met aandacht voor de maatschappelijke accepta- tie en maatschappelijke kostenefficiency. Juist vanwege dit spanningsveld hebben de RES-partners aan de voorkant de volgende spelregels met elkaar afgesproken: • De RES is gebaseerd op lokale regie in een regionaal proces van samenwerking; • De vastgestelde RES 1.0 is voor alle bestuurlijke partijen uitgangspunt voor de omgevingsvisie, de warmtevisie en de wijk- en omgevingsplannen; • Samen uit, samen thuis; • Voor het geval we het niet met elkaar eens kunnen worden, stellen we een escalatiemodel vast; • We spreken elkaar aan op ieders bijdrage aan de RES waarin gezocht wordt naar een weging tussen lasten en lusten die recht doet aan de kwaliteiten van West-Overijssel.
De concept-RES is mede tot stand gekomen met input van vertegenwoordigers van vele maatschappelijke organisa- ties in West-Overijssel. Hoe deze input verkregen is, komt aan de orde in Hoofdstuk 4. Gebleken is dat het een groeiproces is om tot een con- cept-RES te komen waarbij aanvankelijk alle bestuurlijke partners hun eigen traject hadden op het gebied van duurzaamheid dat qua inhoud, tempo en besluitvorming een geheel eigen dynamiek heeft. Toch zijn de bestuurlijke partners er in geslaagd om in toenemende mate elkaar op te zoeken en de verbinding te leggen ondanks de grote verschillen in aard, omvang en energieverbruik van de gemeenten. Dit fundament van regionale samenwerking berust op een gedeelde visie op de energietransitie. In West-Overijssel bouwen we de energiestrategie van onderop op. Dat doen we op basis van de volgende kernwaarden: • We doen dit samen! • We vertellen het hele verhaal. • We zijn transparant in wat we doen, zeggen en besluiten. • We zorgen voor een rechtvaardige verdeling tussen de lusten en de lasten. • Stad en platteland staan samen aan de lat. • Binnen de gezamenlijke doelstelling is er ruimte om te verschillen in aanpak en middelen. • We werken op gelijkwaardige voet met elkaar samen. • We nemen zorgen serieus. • Iedereen mag meepraten en kan meedoen in de eigen omgeving.
Ambtelijk heeft een eerste verkenning plaatsgevonden van een toekomstvisie op de energietransitie die heeft geleid tot bovenstaand plaatje. Dit is vooral bedoeld om verder het gesprek te voeren over welke hoofdpunten daarbij aan de orde kunnen komen. In de concept-RES West-Overijssel is hiermee nog geen visie vastgelegd maar een eerste aanzet gegeven om tot een visie te komen met drie hoofdpunten: lokaal, nieuwe economie en doe het goed. Lokaal Mensen maken Overijssel. De menselijke maat en de sociale structuren helpen ons om passende keuzes te maken. We werken samen aan: • Een evenwichtige verdeling van de opgave. De schou- ders er samen onder. Iedereen draagt z’n steentje bij. Zowel op dorps- als op regionaal niveau. (analoog aan principe NOVI “niet afwentelen”); • Eigenaarschap. Coöperaties zetten zich ervoor in om eigendom zoveel mogelijk lokaal te beleggen of onder- zoek naar een regionaal energiebedrijf; • Leefbaarheid. Het ontwikkelen van wind- of zon- ne- energie biedt een nieuw lokaal financieel model. Daarmee kunnen bijvoorbeeld maatschappelijke voorzieningen betaalbaar blijven; • Lusten en lasten. We zetten in op een eerlijke verdeling van de lusten en lasten. De gebieden waar de meeste energie wordt opgewekt hebben ook het meeste profijt.
Nieuwe economie: Toekomstbestendige groei faciliteren door samen te werken: • Energie-opwek inzetten als ontwikkelings- en vestigings- factor voor bedrijvigheid. Bedrijvigheid en werkgelegen- heid concentreert zich op plekken met goede voorzie- ningen. De beschikbaarheid van groene energie is een bepalende factor in de brede welvaart van onze regio; • Samenwerking tussen ondernemingen versterken; • Opwek van energie als nieuw verdienmodel voor het MKB en familiebedrijven; • Bij de lokalisering van energieopwek, houden we rekening met de verstedelijkingsopgave (woningbouw en bedrijvigheid). In 2050 draait onze regio op hernieuwbare energie. Zon en wind zijn niet meer weg te denken uit onze leefomgeving. Sinds 2020 is het ons gelukt om de vruchten van de energietransitie zo optimaal moge- lijk te plukken en samenhang aan te brengen in de maatschappelijke vraagstukken. Morgen is allang begonnen. Toekomstperspectief: In de Regionale Energiestrategie 1.0 zal deze aanzet tot een visie, gezamenlijk uitgewerkt worden tot een volwaar- dige visie over kansen en mogelijkheden voor opwek van elektriciteit en de warmtetransitie. Bovenstaande punten zijn daarbij de leidraad. En deze zijn afgeleid van de afwe- gingsprincipes NOVI. In de concept-RES West-Overijssel zijn nog geen specifie- ke zoekgebieden, anders dan de opgaven per gemeente aangegeven.
De reden hiervoor is dat er verschillen zijn tussen de gemeenten in de mate waarin zij al met hun in- woners gesproken hebben over gebieden en locaties. Ook zijn er in veel gevallen door de gemeenteraden nog geen gebieden aangewezen waar opwek van duurzame energie plaats kan vinden. De keuze is dat de participatieproces- sen primair in de afzonderlijke gemeenten plaatsvinden en dus ook dat op gemeentelijk niveau, na regionale afstemming, de aanwijzing van mogelijke zoekgebieden plaatsvindt. Voor zover dat spoort met de lokale participa- tieprocessen kan in de RES 1.0 wel een uitwerking plaats- vinden naar zoekgebieden. Definitieve besluitvorming over locaties zal pas plaats- vinden als door de provincie en de gemeenten de omge- vingsvisie en de omgevingsplannen zullen worden opge- steld, waarbij de energietransitie één van de bouwstenen is. In deze concept-RES is ervoor gekozen om de opgave vast te leggen per gemeente, waarbij indicatief is aangege- ven wat daarbij de verdeling is tussen Zon Op Dak, Zon op Veld en Wind. De RES West-Overijssel staat niet los van andere RES-sen en daarom hebben we afstemming gezocht met de aanpalende regio’s Twente, Drenthe, Noord Veluwe en de Cleantech Regio. Ook participeren we in een afstemmings- overleg RES-sen IJsselmeergebied.
Uit deze overleggen zijn, in deze fase, geen knelpunten naar voren gekomen, anders dan al bekend was binnen de afzonderlijke regio’s. In het vervolgproces naar de RES 1.0 zullen we, zeker daar waar het gaat om het aanwijzen van zoekgebieden en de investeringen in netcapaciteit, de samenwerking tussen de RES-regio’s verder ontwikkelen. 4. Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak In West-Overijssel werken we met elf gemeenten, de provincie Overijssel, vier waterschappen en drie netbeheerders samen aan de regionale energiestrate- gie voor West-Overijssel. Dat doen we samen met maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties, bedrijven en woningcorporaties uit de regio. 4.1 Bestuurlijke samenwerking West-Overijssel is geen bestaande bestuurlijke regio maar werkt al jaren uitstekend samen in allerlei succesvolle samenwerkingsvormen, heel bewust zonder formeel bestuurlijk samenwerkingsverband. Het afgelopen jaar hebben we geïnvesteerd in het opbouwen van het samen- werkingsverband RES. De opbouw van onderop is daarbij altijd leidend; de regio sluit aan bij stappen die lokaal worden gezet. Het resultaat is een samenwerking geba- seerd op onderling vertrouwen en met respect voor lokale verschillen in tempo en aanpak. De netbeheerders zitten in West-Overijssel aan alle over- legtafels: van bestuurlijk tot ambtelijk.
Er is overlegd en afgestemd met NP RES en de Rijksdiensten die vastgoed hebben in de regio, waaronder Rijkswaterstaat. Bestuurlijk besluitvormingsproces Binnen de RES West-Overijssel hebben we gekozen voor het uitgangspunt dat iedere bestuurlijke partner een eigen context heeft als het gaat om de energietransitie. De aanpak van onderop betekent dat elke bestuurder zelf bepaalt hoe de RES lokaal wordt besproken in het college van burgemeester en wethouders, Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur, de gemeenteraad, Provinciale Sta- ten of het algemeen bestuur van het waterschap. In West-Overijssel nemen de colleges van burgemeester en wethouders, Gedeputeerde Staten en de dagelijkse besturen van de waterschappen een besluit over de con- cept-RES. De RES 1.0 wordt vastgesteld door de gemeen- teraden, Provinciale Staten en algemene besturen van waterschappen. Werkgroep raden, staten en algemene besturen (RSAB) Volksvertegenwoordigers in de RES-regio West-Overijs- sel hebben aangegeven de beeldvormende fase geza- menlijk op te willen pakken. Om dat te faciliteren is de werkgroep RSAB ingesteld. De werkgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van alle betrokken gemeenteraden, de Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap Drents Overijsselse Delta. De werkgroep heeft een onafhankelijke faciliterende en ondersteunende positie in het besluitvormingsproces.
De werkgroep heeft de volgende taken: • Versterken van de informatiepositie van volksvertegenwoordigers in de regio; • Adviseren van de stuurgroep over het formele besluitvormingsproces; • Afstemmen en voorbereiden van de agenda’s van de raden, staten en algemene besturen; • Organiseren van de regionale bijeenkomsten voor volksvertegenwoordigers. De werkgroep heeft als doel om het democratisch proces binnen de RES in samenwerking met de drie verschillende bestuurslagen te versterken. Verder wil de werkgroep de verbinding van lokaal naar regionaal mogelijk maken tussen de bestuurders – en de werkgroep RSAB en hun achterban. 98 Doe het goed We onderzoeken of en op welke manier energieopwek een bijdrage kan leveren aan andere maatschappelijke opgaven zoals verduurzaming van de landbouw, stikstof- problematiek, CO2-uitstoot en verlies van biodiversiteit.
We werken samen aan: • Zodanige lokalisering en ontwikkeling van zon- en wind- energie dat dit bij kan dragen aan verduurzaming van de landbouw; • Het onderzoeken van energieopwek in combinatie met de aanpak van het bodemdaling-probleem in veenwei- degebieden; • Zodanige lokalisering en ontwikkeling van zon- en wind- energie dat dit bijdraagt aan klimaatadaptatiedoelen zodat bijvoorbeeld een combinatie met waterberging tot stand kan komen; • Zodanige lokalisering en ontwikkeling van zon- en wind- energie dat dit bijdraagt versterking van biodiversiteit, landschapsversterking en nieuwe natuur. bijdrage aan energietransitie maatschappelijke acceptatie maatschappelijke kostenefficienty In de RES worden alle 4 uitgangs- punten integraal afgewogen ruimtelijke kwaliteit 4.2 Informeren en betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties Omdat de energietransitie iedereen in West-Overijssel raakt, hebben we vooraf goed nagedacht over de aanpak van het informeren en betrekken van inwoners en onder- nemers in de regionale energiestrategie. Onder alles wat we doen ligt een gedegen strategie en een doordacht plan met heldere uitgangspunten en verantwoordelijkheden. Zowel de communicatie- en participatiestrategie als het communicatie-en participatieplan zijn in het bestuurlijk platform vastgesteld.
De communicatieadviseurs van alle Oplopen raden, staten en algemene besturen Het afgelopen jaar zijn er twee oplopen georganiseerd voor volksvertegenwoordigers en er staan er voor de komende maanden nog twee op stapel. Doel van deze op- lopen is het informeren van de volksvertegenwoordigers over het RES-proces en hen meenemen in het denkproces en de keuzes die er binnen dat proces te maken zijn. Raadsessies We hebben als bestuurders het afgelopen jaar diverse informatiesessies voor onze eigen raden, staten of ab georganiseerd, waarbij de volksvertegenwoordigers zijn meegenomen in het RES-proces. Daarnaast is er op regionaal niveau een sessie ontwikkeld voor individuele gemeenteraden, de provinciale staten en ab’s van water- schappen die op aanvraag beschikbaar is. Deze inter- actieve sessie biedt volksvertegenwoordigers in West-Overijssel de mogelijkheid om samen het gesprek te voeren over dilemma’s in het proces, de rol en positie van de raad, staten of ab in een regionaal samenwerkingsver- band en hoe zij de eigen verantwoordelijkheid voor inwonerparticipatie kunnen invullen. 1110 Binnen de RES-regio West-Overijssel richten we het proces zo in dat er een zo hoog mogelijke maatschappelijke acceptatie ontstaat. 4.2.1 Participatie In West-Overijssel onderscheiden we bij participatie twee niveaus: het regionale en het lokale/gemeentelijke niveau.
Uitgangspunten In de Communicatie- en participatiestrategie RES West-Overijssel hebben we de volgende uitgangspunten voor participatie met elkaar afgesproken: Procesparticipatie Binnen het communicatie platform stemmen we de pro- cesparticipatie op zowel regionaal als lokaal niveau met elkaar af. Een op te richten participatiewerkgroep gaat de regionale procesparticipatie bij de ontwikkeling van de RES 1.0 verder uitwerken en uitdiepen, met name voor die organisaties die niet alleen op gemeentelijk niveau maar ook op regionaal niveau een bijdrage willen leveren. Procesparticipatie op lokaal niveau We hebben als bestuurlijke partners het afgelopen jaar ieder op onze eigen manier inwoners betrokken bij de energietransitie. In alle 11 gemeenten faciliteren we initiatieven van onderop en stellen voorwaarden aan ontwikkelplannen voor duurzame energie op gebied van participatie, ruimtelijke kwaliteit en/of de verdeling van de lusten en lasten. We streven ernaar om de energietransi- tie samen met inwoners en ondernemers op te pakken, zowel bestuurders afzonderlijk als in de regio als geheel. Procesparticipatie op regionaal niveau Vanaf het begin is een aantal maatschappelijke partners op regionaal niveau nauw betrokken bij de ontwikkeling van de concept-RES.
Dit zijn de volgende organisaties: NMO (in samenwerking met de volgende organisaties: Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Landschap Over- ijssel en Overijssels Particulier Grondbezit), LTO-Noord, VNO-NCW-Midden, Bio-energiecluster Oost-Nederland (BEON), de energiecoöperaties in West-Overijssel en Salland Wonen, namens de woningcorporaties in West-Overijssel. Deze organisaties zijn allen vertegen- woordigd in de adviesgroep RES West-Overijssel. • Representatieve participatie regionaal op RES-niveau; • Directe (inwoner)participatie lokaal op gemeentelijk niveau; • Participatie in een zo vroeg mogelijk stadium, om zo de maatschappelijke acceptatie te vergroten; • De participatie vindt plaats vanuit de heldere bood- schap over de omvang van de opgave waar we binnen West-Overijssel voor staan: die staat vast; • Vooraf geven de gemeenten heldere kaders mee aan de participanten, over wie waarover beslist; • We stemmen participatie-activiteiten vooraf met elkaar af, daarbij slaan we steeds de brug tussen het gezamen- lijke op regioniveau en het lokale, en delen ervaringen met elkaar. samenwerkende partners zijn verenigd in het communica- tie platform. Samen met de projectleider Communicatie & Participatie denkt en voert dat platform de strategie uit en stemt de activiteiten met elkaar af.
Maatschappelijke acceptatie In West-Overijssel spreken we liever van maatschappelijke acceptatie in plaats van maatschappelijk draagvlak. Het gaat erom dat mensen begrijpen wat we doen, waar- om we het doen en hoe we het doen. Ze hoeven het dan nog steeds niet eens te zijn met de besluiten en maatrege- len die we nemen, maar begrijpen die wel. Maatschappelijke acceptatie voor West-Overijssel: • Begint bij kennis en bewustzijn: weten wat er speelt en waarom; • Begint ook bij openheid en transparantie in het proces; • Iedereen is serieus genomen; • Er is begrip voor het genomen besluit; • Bestuurders kunnen het besluit uitleggen; • Wordt bepaald door de mate van invloed die men heeft gehad. Adviesgroep RES West-Overijssel De adviesgroep adviseert, in samenspraak met de maatschappelijke organisaties, het bestuurlijk platform inhoudelijk over de regionale energiestrategie. De energiecoöperaties en LTO hebben, aanvullend op de inbreng in de adviesgroep, ieder een eigen advies uitgebracht aan de RES West-Overijssel. Deze adviezen waarderen we zeer. Ze spelen een belangrijke rol in de doorontwikkeling van de concept-RES naar de RES 1.0. Daarnaast heeft de adviesgroep als geheel een advies over de concept-RES uitgebracht. Ook dit advies is belangrijk voor de doorontwikkeling van de energiestrategie naar de RES 1.0.
Energiecoöperaties De energiecoöperaties of lokale energie-initiatieven vormen belangrijke partners in de regionale energiestrategie van West-Overijssel. Bij een aanpak van onderop spelen zij een cruciale rol. Via periodieke bijeenkomsten, waarvoor alle ruim 40 energie-initiatieven in West-Overijssel zijn uitgenodigd, hebben de coöperaties de voorwaarden besproken waaronder zij hun aandeel kunnen realiseren in het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Elke bijeenkomst kende een goede opkomst en de samenwerking tussen de lokale energie- initiatieven is groeiende. Werkateliers Er zijn drie werkateliers georganiseerd waarvoor naast de leden van de adviesgroep diverse maatschappelijke organisaties werden uitgenodigd. De deelnemers hebben actief meegedacht met en bijgedragen aan de opbouw van de concept-RES, waaronder de ruimtelijke afwegingen. De bijeenkomsten hebben belangrijke input geleverd voor de concept-RES West-Overijssel. Participatie richting RES 1.0 Op lokaal niveau ligt de nadruk de komende tijd bij het uitwerken van de gemeentelijke opgave in zoekgebieden. Op gemeentelijk niveau wordt bepaald wat daarbij de passende participatie is. Op regionaal niveau zetten we in op verbreding van de participatie naar jongeren en het bedrijfsleven.
Daarnaast faciliteren we gemeenten met een menukaart met participatiemiddelen voor inwoners, zoals bijvoorbeeld een online vragenlijst, app en/of game. Deze middelen kunnen gemeenten daar inzetten waar er behoefte aan is. Projectparticipatie Projectparticipatie is belangrijk voor maatschappelijke acceptatie. Als mensen mee kunnen doen en mee kunnen profiteren, dan bevordert dat de acceptatiegraad van be- sluiten en maatregelen. Meedoen en meeprofiteren past bovendien geheel in een aanpak van onderop. Wij zien kansen voor lokaal eigendom en financiële participatie in West-Overijssel. Dit past bij de cultuur van onze regio. De energiecoöperaties hebben al uitgesproken hun aan- deel hierin op te willen pakken. Bovendien zien we in onze dorpen en wijken veel betrokkenheid en de wil om het eigenaarschap voor energieprojecten op te pakken.
Uitganspunten Bij de uitwerking van de vraag hoe de RES-regio de regi- onale energiestrategie wil uitvoeren worden de volgende uitganspunten gehanteerd: • We koesteren lokale initiatieven; • We beslissen ook zelf waar opwek plaatsvindt, stellen heldere kaders en geven het dan weer over aan de samenleving (in welke organisatievorm dan ook); • We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom (zowel in het ontwikkelproces als bij de energieprojecten zelf); • We houden de opbrengst zoveel mogelijk lokaal; • We streven naar een evenwichtige verdeling tussen de lusten en de lasten; • We betrekken bij energieprojecten omwonenden in een zo vroeg mogelijk stadium. Een op te richten participatiewerkgroep zal deze uitgangs- punten het komende half jaar verder uitwerken en met voorstellen komen die via het communicatie platform, het ambtelijk platform en de stuurgroep doorgeleid worden naar het bestuurlijk platform. 4.2.2 Communicatie De communicatie pakken we binnen onze RES-regio gestructureerd en gezamenlijk op. Het hoofddoel van de communicatie binnen de RES-regio is het formuleren van eenduidige boodschappen over de RES, zowel intern als extern, waarbij de communicatie extern ruimte laat voor lokale inkleuring door de partnerorganisaties binnen het samenwerkingsverband. Elke fase in het proces heeft daarnaast haar eigen communicatiedoelen.
Uitgangspunten In de Communicatie- en participatiestrategie RES West- Overijssel hebben we de volgende uitgangspunten voor communicatie neergelegd: • Communicatie niet vanuit de RES, maar vanuit de opgave uit het Klimaatakkoord; • Focus op gedeelde waarden: de kernwaarden (zie hoofdstuk 3); • Focus op verbinding van de samenwerkingspartners; • Focus op gezamenlijke belangen; • Focus op het einddoel en op wat we winnen; • Centrale plek voor jongeren en bedrijfsleven; • Verbeelden en concreet maken, ervaringsverhalen; • Intern eigen huisstijl en kanalen op RES-niveau, extern gebruik huisstijl en kanalen van de 11 gemeenten. Organisatie van de communicatie Het communicatie platform voert de regionale commu- nicatie en participatie in de RES-regio West-Overijssel uit op basis van de bestuurlijk vastgestelde strategie en het uitvoeringsplan. Het communicatie platform ontwikkelt gezamenlijk de communicatiemiddelen en formuleert de kernboodschappen. Elke gemeente, waterschap, netbeheerder en de provincie binnen het samenwer- kingsverband is verantwoordelijk voor de verspreiding van deze middelen via de eigen kanalen. Elke gemeente, waterschap, netbeheerder en de provincie blijft zelf ver- antwoordelijk voor de communicatie met haar inwoners of achterban en is daarbij ook verantwoordelijk voor het uitdragen van een eenduidige regionale boodschap over de RES West-Overijssel.
Spelregels Bij de uitvoering van de communicatie hanteren we binnen de RES-regio de spelregel dat de lokale communicatie, media-uitingen en woordvoering over de RES regionaal worden afgestemd. Bij issues die meerdere of alle samenwerkingspartners raken wordt er afstemming gezocht met de beide co-voorzitters en wordt de projectleider Communicatie & Participatie direct betrokken bij de aanpak en strategie en blijft betrokken zolang het incident speelt. 5. Ruimtelijke kwaliteit De uitvoering van de regionale energiestrategie heeft grote impact op onze leefomgeving. Het maken van goede ruimtelijke keuzes is van belang om onze leef- omgeving nu en de toekomst te kunnen blijven ge- bruiken én beleven. In West-Overijssel hanteren we de volgende drie uit- gangspunten voor het hoekpunt ruimtelijke kwaliteit als kapstok voor de concept-RES: Het combineren van opgaven en meervoudig ruimtegebruik • Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is uitgangspunt. Daaronder verstaan we bijvoorbeeld, zonnepanelen op daken, parkeerplaatsen of op waterberging en windmolens langs infrastructuur. • Meervoudig ruimtegebruik gaat voor enkelvoudig gebruik. • We gebruiken de energieopwekking als hefboom voor andere opgaven zoals extensivering van de landbouw, klimaatadaptatie en natuurontwikkeling. Aansluiten bij gebiedsspecifieke kenmerken • Kenmerken en identiteit van het gebied zijn het uitgangspunt.
• De optimale balans tussen ontwikkeling en bescherming verschilt van gebied tot gebied. Aan de orde komen daarbij onder andere landschapstypologie, leefbaarheid, belevingswaarde, natuurontwikkeling, erfgoed en milieu. Efficiënt koppelen van vraag en aanbod • Het ruimtelijk combineren van opwek, opslag en afzet maakt een efficiënt en compact distributie- en in- fra-structuurnetwerk van energie mogelijk. • We onderzoeken in welke gebieden dat kansrijk is. Daarbij houden we rekening met de verstedelijkingsop- gave van wonen en bedrijvigheid. In het proces tot de RES 1.0 zetten we de volgende stap- pen om het hoekpunt ruimtelijke kwaliteit verder uit te werken: 1. Het uitwerken van richtinggevende ontwerpprincipes zodat deze vertaald kunnen worden in provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies. Waar nodig met een gebiedsgerichte uitwerking. 2. Op (sub-)regionale/ lokale schaal toepassen van de ruimtelijke ontwerpprincipes op het bod voor opwek van elektriciteit. Dit kan in de fase naar RES 1.0 of naar RES 2.0 leiden tot een andere verhouding tussen de technieken zon op dak, zon op veld en windenergie. 3. Samenwerking zoeken met omgevingsvisies van provincie en gemeenten om te zorgen voor een integrale visie op energieopwek in relatie tot andere opgaven (en ook andersom).
Nb: de gemeenten hebben een zelfstandige verantwoordelijkheid voor de borging van deze ruimtelijke ontwerpprincipes binnen het kader van de nationale en provinciale omgevingsvisies. 1312 ruimtelijke kwaliteit bijdrage aan energietransitie maatschappelijke acceptatie maatschappelijke kostenefficienty In de RES worden alle 4 uitgangs- punten integraal afgewogen 1514 6. Opwek elektriciteit In West-Overijssel is door regionale samenwerking een bod tot stand gekomen. Dit bod is een bijdrage aan de doelstellingen voor 2030 in het Nationaal Klimaatakkoord. Het bod is samengesteld uit de in- breng van de gemeenten in de regio West-Overijssel. Vanuit de ambitie en kennis van de mogelijkheden per gemeente geeft het invulling aan onze bijdrage aan duurzame opwek in de landelijke hoeveelheid van 35 TWh. Dit staat gelijk aan 35.000 GWh. Een analyse van de duurzaamheidsambities per gemeen- te en een verkenning van de (technische) potentie voor grootschalige opwek in de gemeenten heeft geleid tot het bod voor opwek elektriciteit van West-Overijssel. Het bod van West-Overijssel is 1,6 TWh. Omdat het bod bestaat uit de bijdragen van de afzonder- lijke gemeenten is in figuur 1 de bijdrage per gemeente opgenomen. We beschouwen het bod van de regio West-Overijssel als een gezamenlijke basis om verder te gaan op weg naar een definitief bod.
Voor realisatie van dit bod is een aantal voorwaarden van belang. Deze staan beschreven onder paragraaf ‘voorwaarden voor realisatie’. Figuur 1) Energieregio West-Overijssel, grootschalige duurzaam opgewekte elektriciteit 2030 in GWh Zon op dak * Zon veld + overig * Wind * Totaal Dalfsen 18 25 57 100 Deventer 85 95 32 212 Hardenberg 32 39 166 237 Kampen 27 3 214 244 Olst-Wijhe 13 41 p.m. 54 Ommen 20 50 34 103 Raalte 52 41 7 100 Staphorst 11 17 60 88 Steen- wijkerland 59 113 p.m. 171 Zwarte- waterland 33 22 50 105 Zwolle 34 100 58 192 West- Overijsel 383 546 678 1607 *) Disclaimer: de verdeling van opwek naar soort is een indica- tieve verdeling die niet voor alle gemeenten vast staat. Veelal dient bestuurlijke besluitvorming hierover nog plaats te vinden nadat onder-liggende plannen verder (participatief) zijn uitgewerkt.
Figuur 2) Gerealiseerd en pijplijn in GWh Gerealiseerd Pijplijn realistisch* Subtotaal Ambitie Totaal Dalfsen 21,8 45,4 67,2 100 Deventer 16 9,9 25,9 212 Hardenberg 43,9 26,8 70,7 237 Kampen 39,2 17,4 56,6 244 Olst-Wijhe 1,1 4,7 5,8 54 Ommen 36,6 7,6 44,2 103 Raalte 7,9 8,5 16,4 100 Staphorst 20,8 37,8 58,6 88 Steen- wijkerland 2,1 10,3 12,5 171 Zwarte- waterland 9,2 22,1 31,3 105 Zwolle 54,8 54,0 108,8 192 West- Overijsel 253 244,5 497,9 1607 Een momentopname *) de totale pijplijn (bron SDE) is, vanuit de verschillende fasen van projecten, omgerekend naar slagingskans om te komen tot een realistische inschatting van de pijplijn. 6.1 Bijdrage aan de energietransitie en de andere hoekpunten Vanuit het afwegingskader is de bijdrage aan de energietransitie (omvang van duurzame opwek) een belangrijk hoekpunt, maar staat niet op zichzelf. De kans van slagen van duurzame opwek hangt mede af van de mate waarin samenhang gevonden wordt met de andere hoekpunten: Ruimtelijke kwaliteit We gaan de ideeën en concepten die uit de diverse werksessies in april, mei en november 2019 en februari 2020 zijn ontstaan en die als basis voor de potentieanalyses zijn gebruikt nader uitwerken in de RES 1.0 om zo de vertaling te kunnen maken naar de gebiedsinvulling die noodzakelijk is voor de RES 1.0.
Maatschappelijke kostenefficiency Als onderdeel van maatschappelijke kostenefficiency heeft vooral de focus gelegen op de impact van deze opwek op het netwerk. Onder andere de uitkomsten van de netwerk- analyse kunnen, in combinatie met de kosten van de toe- passing van de verschillende technieken, aanleiding geven om omvang en verdeling nader te bekijken en om te komen tot lagere maatschappelijke kosten in het geheel. Maatschappelijke acceptatie In Hoofdstuk 4 is hier uitgebreid op ingegaan. Er zal, primair lokaal, een participatieproces plaatsvinden over de ambitie, de invulling van gebieden, de lusten en de lasten en het draagvlak voor zon en wind. Op regionaal niveau zullen we met name op het proces naar de RES 1.0 dit participatieproces ondersteunen en faciliteren. 6.2 Voorwaarden voor realisatie Zoals vermeld in de paragraaf ‘Ambitie’ zijn op het bod een aantal voorwaarden van toepassing. Deze voorwaarden omvatten aspecten die van groot belang zijn in de realisatie van projecten en dus in het behalen van onze ambitie. Soms is er eerst nog aanvullende informatie nodig om de voorwaarde specifieker te maken, maar veelal zijn het onzekerheden die in het transitieproces blijven bestaan. Netwerk is op tijd passend voor realisatie Het elektriciteitsnetwerk heeft of krijgt voldoende capaciteit om de grootschalige opwek van zon en wind op te vangen. Nb.
Er zijn op lokale schaal nu al capaciteitsknelpunten en er ontstaan aanvullende capaciteitsknelpunten op bepaalde plekken en in bepaalde periodes. Deze uitdagingen zijn oplosbaar met het uitbreiden van het netwerk. Daarbij is het van groot belang dat gemeenten en netbeheerbedrijven hierin gezamenlijk een lijn kunnen uitzetten. Afhankelijk van de technische ontwikkelingen en gekozen oplossingen kunnen kansen of knelpunten ontstaan. Zo kunnen de ontwikkelingen rondom opslag (op termijn) een kans zijn voor aansluitruimte in het netwerk. Aanvullende ontwikkelingen als de toename van het elektrisch (openbaar) vervoer of mogelijke elektrificatie van de warmtevraag zullen hier tevens op van invloed zijn. Een acceptabele business case De ambitie voor zon op daken, zon op veld of wind is alleen haalbaar als subsidies en financiering (o.a. de SDE) voldoende aantrekkelijk zijn en voldoende beschikbaar blijven voor diverse groot- en kleinschalige projecten die tezamen dit bod maken. Gerealiseerd en pijplijn Om deze ambitie waar te kunnen maken is het van belang te weten waar we momenteel staan en ook wat er al bekend is aan plannen die nu in voorbereiding zijn; de zogenaamde pijplijn. Onderstaande figuur laat zien wat er in West-Overijssel al gerealiseerd is aan grootschalige opwek en schetst een beeld van de omvang aan projecten die momenteel in de pijplijn zitten.
De projecten in de pijplijn zijn, op basis van de fase waarin het project zit, vertaald naar kans op realisatie. Natuurlijk is de slagingskans per gebied en per regio en per techniek verschillend. Nadrukkelijk is er sprake van een gemiddelde dat in de praktijk zal afwijken. Dit levert het beeld op in figuur 2. Hieruit blijkt dat de omvang van wat nu al gerealiseerd is in combinatie met de realistische pijplijn momenteel circa 1/3e deel van de ambitie invult. In de RES worden alle 4 uitgangs- punten integraal afgewogen maatschappelijke acceptatie maatschappelijke kostenefficienty ruimtelijke kwaliteit bijdrage aan energietransitie 1717 7. Regionale Structuur Warmte Voor 2050 moeten er landelijk zeven miljoen huizen en één miljoen gebouwen goed geïsoleerd worden en van duurzame warmte worden voorzien. Deze opgave noemen we de warmtetransitie. Gemeenten hebben een regierol in de lokale warmtetransitie. wordt beschreven. In de RSW wordt in tegenstelling tot het elektradeel geen bod richting het Nationaal Program- ma RES. In deze RSW stellen we voor regionaal samen te werken en afspraken te maken op een aantal onderwer- pen, er worden op deze onderwerpen inhoudelijk nog geen besluiten gevraagd. 16 Wettelijke kaders en regelgeving West-Overijssel is voor het halen van haar ambities afhankelijk van wettelijke kaders en regelgeving (van het Rijk).
Beperking van de huidige uitvoeringsmogelijkheden kunnen invloed hebben op de omvang van het bod. Daarnaast is het noodzakelijk dat er ruimte is voor facilite- ren van innovaties en ontwikkeling om nieuwe technologie te faciliteren. Inspanning versus resultaat Als RES-partners nemen wij de resultaatsverplichting op ons voor die zaken die redelijk en billijk van ons verwacht mogen worden. In deze transitie zijn wij ook afhankelijk van vele andere stakeholders die vanuit eigen belangen een rol in deze transitie en de uitvoering hiervan hebben. Wij zien het als onze inspanningsverplichting om vanuit onze brede maatschappelijke rol deze stakeholders hel- derheid te geven over de mogelijkheden en kaders om tot doelmatige uitvoering over te gaan. Op de terreinen waar wij slechts een inspanningsverplichting kennen kunnen wij de resultaatsverplichting niet op ons nemen. Indien niet aan de randvoorwaarden kan worden voldaan zal dit kunnen leiden tot een aanpassing van het bod en/of de termijn waarop het bod gerealiseerd kan worden. 7.1 Opgave RSW In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenteraden uiterlijk 2021 hun Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen. In de Transitievisies Warmte staat omschreven wanneer welke wijk van het aardgas af gaat (voor of na 2030) en wat de mogelijke alternatieve duurzame warmtebronnen zijn.
De TVW vormt de basis voor verdere uitwerking en concretisering in het Wijkuitvoeringsplan (WUP) op buurt- of wijkniveau. In dit WUP besluiten gemeenten over het alternatief voor aardgas. Op regionaal, bovengemeente- lijk niveau is er de Regionale Energie Strategie (RES) met daarin de Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW dient om op regionaal niveau een overzicht te krijgen van de warmtevraag, het warmteaanbod en benodigde infrastructuur. Naast het gemeentelijk schaalniveau is dit regionale schaalniveau van belang voor het slagen van de warmtetransitie. Op het regionale niveau kunnen partijen afstemmen over en daarmee zorgen voor een efficiënte inzet van de (beperkt) beschikbare bronnen. In de toekomst zal de RSW, net als de Transitievisies Warm- te, steeds geüpdatet worden. Daarin worden warmte- gegevens en afspraken uit de gemeentelijke visies en de uitvoeringsplannen voor wijken overgenomen.
De RSW is onderdeel van de totale Regionale Energie Strategie (RES), waar ook strategie grootschalige opwek van elektriciteit 7.2 Doelstelling RSW Op het regionale niveau afstemming over een efficiënte inzet en verdeling van de (beperkt) beschikbare bovenge- meentelijke warmtebronnen op basis van: • Een regionaal beeld van de warmtevraag, de beschikbare bovengemeentelijke warmtebronnen en een ’(mis)match’ tussen vraag en aanbod; • Inzicht in (de kansen en belemmeringen voor) verdeling/ allocatie van bovengemeentelijke bronnen, voor zover dat aan de orde is; • Zicht op eventuele benodigde regionale warmte-infra- structuur en regionale samenwerking. De primaire scope voor de RSW betreft de warmtevraag van de gebouwde omgeving. Dat betreffen alle woningen, utiliteitsgebouwen en (niet-industriële) bedrijven. Naast de gebouwde omgeving zijn ook het warmteaanbod (bijvoorbeeld biogas of restwarmte) en warmtevraag uit andere sectoren meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan de sectoren: industrie, landbouw en glastuinbouw. Met alle nu beschikbare kennis is daarmee een zo compleet mo- gelijke analyse van warmtebronnen gemaakt, waarover in deze RSW wordt voorgesteld nadere afspraken te maken. De RSW gaat over warmtebronnen die bovengemeente- lijke afstemming nodig hebben, namelijk het verdelings- vraagstuk van warmtevraag en –aanbod tussen gemeen- ten en tussen sectoren.
Daarbij gaat het om: • Warmte van versleepbare bronnen: biomassa, biogas, groen gas kunnen als bron worden getransporteerd naar meerdere gemeenten. • Warmte van grootschalige, niet-versleepbare bronnen: het potentieel aanbod van geothermie en restwarmte kan dusdanig groot zijn dat de warmte via warmtenetten getransporteerd kan worden naar meerdere gemeenten. Het betreft een concept-RSW, met agendapunten die verder uitgewerkt dienen te worden richting RSW 1.0. In de RES worden alle 4 uitgangs- punten integraal afgewogen maatschappelijke acceptatie maatschappelijke kostenefficienty ruimtelijke kwaliteit bijdrage aan energietransitie 18 Aanpak Voorliggende concept RSW is opgesteld door de RES Werk- groep Warmte waarin alle West-Overijsselse gemeenten en de Provincie Overijssel vertegenwoordigd zijn, met aan- vullende input van netbeheerders Enexis, Coteq en REN- DO. De gebruikte data over vraag en aanbod is voor zover mogelijk gevalideerd door de deelnemende gemeenten. 7.3 Warmtevraag en -aanbod Warmtevraag De ontwikkeling van de warmtevraag in de toekomst lijkt redelijk stabiel; waarschijnlijk is er in de toekomst een lich- te daling door een combinatie van vraagreductie (isolatie) en voorspelde bevolkingstoename. De warmtevraag van de gebouwde omgeving is bekend; de warmtevraag voor overige sectoren (industrie en landbouw) is diffuus.
Het overgrote deel van de warmtevraag wordt momenteel ingevuld door aardgas. Waarschijnlijk kan een groot ge- deelte van de warmtevraag in de regio niet worden gedekt door regionale duurzame warmtebronnen. De regio onderkent het belang van het reduceren van de warmtevraag in de gebouwde omgeving. Inzetten op het verminderen van het aardgasgebruik in de be- staande wijken zal tot en met 2030 in veel wijken de tussenoplossing zijn alvorens de stap gezet kan worden naar een volledig aardgasvrije wijk. Vanuit regio cq. provincie wordt al met diverse programma’s ingestoken op deze vraagreductie. De regio werkt met de werkgroep Energieloket 3.0 aan de doorontwikkeling van de energieloketten. In de gemeentelijke Transitievisies Warmte en Wijkuitvoeringsplannen zal de lokale inzet op energiebesparing verder uitgewerkt worden. Warmteaanbod Het doel van de RSW is dat er globaal inzicht wordt gegeven in het regionale verdeelvraagstuk van de beschikbare warmte. Daarvoor is het nodig eerst de beschikbare bronnen in beeld te hebben. De RSW gaat primair over warmtebronnen die intergemeentelijk afstemming en/of coördinatie nodig hebben: • Warmte van versleepbare bronnen: biomassa, biogas, groen gas kan worden getransporteerd naar meerdere gemeenten. • In de RES-regio West Overijssel is veel bio-energie in de vorm van biomassa en biogas of groengas aanwezig.
Omdat hiermee warmte met hoge temperaturen kan worden verkregen, is het geschikt voor veel woningen en gebouwen. Tegelijk is de concurrentie met hoge tempe- ratuur toepassingen waarvoor geen alternatief is ook groot (bijv. industrie). • Het is belangrijk dat de regio regie neemt om de allocatie van bio-energie strategisch en slim in te zetten, alsmede een faciliterende rol inneemt als het gaat om de financie- ring van technologieën en infrastructuren die hiervoor nodig zijn. • Warmte van grootschalige, niet-versleepbare bronnen: het potentieel aanbod van geothermie en restwarmte kan dusdanig groot zijn dat de warmte via warmtenetten getransporteerd kan worden naar meer- dere gemeenten. • Grootschalige restwarmtebenutting is geen optie: er zijn geen grote industriële warmteproducenten in de regio. • Voor de gemeenten Kampen, Steenwijkerland, Zwarte waterland en Zwolle geldt dat geothermiebronnen het warmteaanbod kunnen verhogen. Lopend onderzoek vanuit Energiebeheer Nederland (EBN) en de provincie kan meer inzicht geven in de warmtepotentie van geo thermie in deze regio. 18 betreft, is aansluiting op oudere woningen door noodza- kelijke isolatiemaatregelen en aanschaf van een warm- tepomp erg kostbaar. De werkelijke potentie is daarom relatief laag.
Andere oplossingen, zoals elektrische warm- tepompen (all-electric en hybride varianten) of WKO’s zullen nodig zijn om de onbalans tussen vraag en aanbod lokaal op te vullen. Duurzame elektriciteit zal voornamelijk worden geleverd door zonne- en windenergie. Dit brengt de nodige uitdagingen met zich mee. In het hoofdstuk duurzame opwek elektriciteit is dit nog niet doorgerekend, omdat op dit moment niet bekend is voor welke wijken en in welke mate warmte door middel van warmtepompen de meest voor de hand liggende oplossing zal zijn. Dat hiermee de vraag naar duurzaam opgewekte elektrici- teit hoger uit zal komen lijkt evident. Match tussen vraag en aanbod Zoals uit bijgaande grafiek valt af te lezen is er een sterke onbalans tussen vraag en aanbod in West Overijssel. De rode balkjes betreft de vraag. De groene en blauwe balkjes het bestaand aanbod duurzame warmte, uitgesplitst naar lage temperatuur warmte en hoge tem- peratuur warmte. Het overgrote deel van de warmtevraag betreft op dit moment hoge temperatuur warmte, voor de inzet van lage temperatuur warmte is in de bestaande ge- bouwde omgeving vrijwel altijd aanpassing van de woning nodig (vergaande isolatie en besparingsmaatregelen). Om een inschatting te maken van de match tussen de warmtevraag en het warmteaanbod in de RES-regio West Overijssel zijn vraag en aanbod op ge- meenteniveau met elkaar vergeleken.
Figuur 7.1 geeft een overzicht van de match op gemeente- niveau; waarbij het aanbod is onderverdeeld in laagtem- peratuur (LT) warmte en hoogtemperatuur (HT) warmte. 1919 500,0 1000,0 1500,0 2000,0 2500,0 3000,0 7500,0 8000,0 8500,0 9000,0 Match vraag en aanbod DalfsenDeventer Hardenberg KampenOlst-WijheOmmenRaalte Staphorst SteenwijkerlandZwartewaterland Zwolle vraag gebouwde omgeving vraag industrie en landbouw bestaand HT potentieel HT gepland HT bestaand LT potentieel LT figuur 7.1 match warmtevraag en warmteaanbod LT: lage tempratuur, HT: hoge tempratuur Overige (lokale) bronnen zijn toepassingen met bodem- energie en aquathermie, al dan niet in combinatie met een warmte-koude opslag (WKO). Deze technieken zijn met uitzonderingen van waterwingebieden op lokale schaal bijna overal toepasbaar. Collectieve of individuele warmtepompen zijn hierbij nodig om deze warmte op te waarderen naar het temperatuurniveau dat noodzakelijk is voor de warmtevraag. Omdat afstemming tussen ge- meenten hierover minder belangrijk is, zijn deze bronnen vooral van belang voor het opstellen van de gemeentelijke Transitievisie Warmte (TVW).
De theoretische potentie van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) is erg hoog, maar aangezien het laag temperatuur (LT) warmte Vanuit de trias energetica is duidelijk dat richting 2030 en 2050 vooral ingezet moet worden op besparingsmaat- regelen in alle sectoren om de huidige warmtevraag terug te dringen. In deze concept-RES is dit nog niet uitgewerkt en zal vooral in de lokale Warmtetransitievisies een plek krijgen. Samenvattend: Waarschijnlijk kan een groot gedeelte van de warmtevraag in de regio niet worden gedekt door bovengemeentelijke warmtebronnen. Dit zal dus aangevuld moeten worden met andere oplossingen. Bovendien zullen de bovengemeentelijke bronnen opti- maal moeten worden ingezet om de warmtevraag in alle gemeenten en sectoren binnen de RES-regio zo efficiënt mogelijk te bedienen.Met deze RSW wordt voorgesteld regionaal af te stemmen over de inzet van bovenlokale bronnen, namelijk geothermie en bio-energie (biomassa, groengas en biogas). Andere bronnen zijn lokaal van aard en kunnen op gemeente of wijkniveau ingezet worden gekoppeld aan de lokale vraag. Figuur 7.2 geeft het zelfde overzicht, zonder de potentie van laagtemperatuur warmte. Voor de bestaande ge- bouwde omgeving is laagtemperatuur warmte namelijk niet zonder meer inzetbaar.
7.4 Regionale warmtevraagstukken Het gaat hier om gemeentegrens-overschrijdende vraag- stukken, die niet lokaal zijn op te lossen. Op regionaal niveau ontwikkelt zich mogelijk een verdelingsvraagstuk ((mis)match tussen vraag en aanbod) waarbij samenwer- king in de RSW kan leiden tot synergievoordelen. Voor de lokale warmtetransitie zijn de gemeenten aan zet met de Transitievisie Warmte (TVW) en in deze visies is het zinvol om in ieder geval afstemming te zoeken over de bovenlo- kale bronnen. Geothermie: als duurzame bron voor stedelijke warmtenetten. Primair moet er (meer) inzicht komen in de werkelijke potentie van geothermie die vervolgens uitgewerkt kan worden in een bronnenstrategie en randvoorwaarden voor regionale samenwerking. Dit vraagt een bestuurlijke regionale discussie over verdeling en financiering. Tegelijk kunnen de bestuurlijke partners samenwerken op het gebied van kennisontwikkeling, proefboringen en waar nodig projectontwikkeling. Duurzame gassen: breed inzetbaar voor de warmtevraag Er zijn al diverse initiatieven voor duurzame gassen, voornamelijk nog op beperkte (lokale) schaal. Het is nodig om hierbij kennis te gaan delen en het stimuleren van bestaande en nieuwe initiatieven. Daarbij is zeker verdere afstemming nodig over de mogelijke rol van provincie, regio en gemeente.Voorgesteld wordt onderzoek te doen naar regionale voorkeuren wat betreft: 1.
De organisatie (centraal/decentraal) van biogas en groengas 2. De grootte van de (vergistings)installaties 3. De eventuele verbreding van de (huidige) faciliteren- de rol naar meer regisserende rol. Bio- en groengas: Stimuleren/coördineren/ontwikkelen van locaties voor grootschalige vergistingsinstallaties. Waterstof is geen warmtebron, maar een veelbesproken energiedrager. Voorgesteld wordt om regionaal af te stemmen over het stimuleren van de productie van (groene) waterstof en af te stemmen over efficiënte keu- zes voor onderzoeks- en pilotprojecten. 2020 4. Doorontwikkeling RSW: na vaststelling van de concept RSW wordt RSW 1.0 uitgewerkt waarin ook input vanuit TVW’s en WUP wordt verwerkt, inclusief inzet op ver- volgacties geothermie en duurzame gassen. De bestuurlijke partners in de RES spreken zich hierbij uit voor verdere regionale samenwerking, maar stellen hierbij wel enkele randvoorwaarden. Naast de hierboven beschreven onderwerpen is er na- melijk nog een aantal knelpunten en vraagstukken die we niet lokaal (in de TVW) of regionaal (in deze RSW) op kun- nen lossen. Dit betreffen vraagstukken die op provinciale of landelijke schaal moeten worden opgepakt en die grote gevolgen hebben voor de uitvoerbaarheid van de lokale TVW’s en de RSW.
7.6 Randvoorwaarden en vraagstukken te agenderen op nationaal niveau: • Geothermie: instrumentarium ontwikkelen om lokaal en regionaal regie te kunnen nemen op het gebruik van de ondergrond en de plaatsing en verdeling van bronnen; • Biogas en groengas: duidelijkheid over welke beslissings- bevoegdheid en regie provincie en gemeenten hebben/ krijgen rondom de lokale inzet van bio- en groengas; • Extra middelen voor professionalisering energieloketten; • Duidelijkheid over beleid Rijk rondom organisatie regionale (publieke) warmtebedrijven (bevoegdheden, investeringsruimte, kostendekking); • Aanpassen van wetgeving (met name Warmtewet 2.0), vanuit het belang van de gemeente en provincie (vanuit de zorg voor de eigen inwoners) is er een aantal zaken die in de komende tijd nog goed verankerd moeten worden in deze nieuwe wetgeving en waarover gesprek- ken plaatsvinden met de Rijksoverheid. Dit betreft: • Voldoende ruimte bij de aanwijzingsbevoegdheid (geen regie zonder een toereikend handelingsper- spectief). Cruciaal daarbij is het stellen van lokale voorwaarden aan warmtebedrijven, de omvang van een “warmtekavel” en de duur van de verplichting. • Toewerken naar een integrale energiewet voor Gas, Electra en Warmte. Nu is de wetgeving gescheiden waardoor netwerkbedrijven geen warmtenet mogen aanleggen en exploiteren. Wens van de gemeenten is om dit wel mogelijk te maken.
Hierdoor is er een betere borging van de publieke belangen. Maar ook een borging van de verbinding tussen verschillende energiesystemen die elkaar in toenemende mate gaan beïnvloeden. • Passende financiering en/of financiële arrangementen voor regionale warmtevraagstukken. 7.7 Planning Bijgaande planning geeft een realistische en haalbare weergave van de ontwikkeling van de regionale warmtestrategie. Deze planning sluit ook aan op andere beleidssporen: zoals de regionale samenwerking op het gebied van energieloketten, ontwikkeling van de gemeentelijke warmtevisies, de groengasstrategie van RENDO en het in voorbereiding zijnde provinciale stimuleringsprogramma warmte. 2121 500,0 1000,0 1500,0 2000,0 2500,0 3000,0 7500,0 8000,0 8500,0 9000,0 Match vraag en aanbod DalfsenDeventer Hardenberg KampenOlst-WijheOmmenRaalte Staphorst SteenwijkerlandZwartewaterland Zwolle 0,0 vraag gebouwde omgeving vraag industrie en landbouw bestaand HT gepland HT potentieel HT figuur 7.2 match warmtevraag en HT warmteaanbod 7.5 Regionale samenwerking Naast de regionale warmtevraagstukken over bovenlokale bronnen zijn er ook andere onderwerpen waarin regiona- le samenwerking de warmtetransitie zou kunnen versnel- len. Onderwerpen voor regionale samenwerking zijn: 1.