CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Marijenkampen 16.pdf

Politieke Markt 17 november 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Marijenkampen 16 in Marijenkampen76.960 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 8 van 8

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden; 6. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met het 'bestemmingsplan Marijenkampen 16' wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; b. terras, tennisbaan en zwembad; c. paardenbak, tenzij daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; d. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband; e. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waaronder reclame-uitingen; f. buitenopslag, waaronder de opslag van mest(stoffen), behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; g. de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie; h. boom- en fruitteelt; i. ligplaats voor boten, anders dan voor eigen gebruik; j. verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen. k.

het gebruik binnen de aangewezen gronden en daarop aanwezige gebouwen ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde functies, indien niet is voldaan aan artikel 10.2 Voorwaardelijke verplichting. 4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve v an minicampings: Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.4.1, ten behoeve van een minicamping, met dien verstande dat: a. het aantal minicampings binnen de gemeente niet m eer dan 50 bedraagt; b. het aantal kampeerplaatsen maximaal 15 bedraagt c. uitsluitend kampeermiddelen mogen worden geplaatst; d. deze gronden direct aansluiten aan de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1'; e. een goede landschappelijke inpassing dient te zij n gewaarborgd; f. de oppervlakte van een kampeerplaats minimaal 80 m² bedraagt; g. de afstand van de minicamping tot de perceelsgrens met aangrenzende woningen met een woonbestemming minimaal 25 meter bedraagt; h. het kamperen niet plaatsvindt tussen 1 november en 15 maart; i. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; 8.

de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; j. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. k. het gebruik binnen de aangewezen gronden en daarop aanwezige gebouwen ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde functies, indien niet is voldaan aan artikel 10.2 Voorwaardelijke verplichting. 255 4.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve v an een paardenbak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.4.1 ten behoeve van het gebruik van gronden als paardenbak, met dien verstande dat: a. de volledige paardenbak wordt gerealiseerd binnen een straal van 70 meter gemeten vanaf het aangrenzend en bijbehorend hoofdgebouw; b. de paardenbak op een minimale afstand van 50 meter gemeten vanaf woningen van derden dient te worden aangelegd; c. de plaatsing van lichtmasten bij de paardenbak ui tsluitend is toegestaan indien dit geen lichthinder tot gevolg heeft; d. een goede landschappelijke inpassing dient te zij n gewaarborgd; e. de paardenbak een afmeting heeft van maximaal 20 x 40 meter; f. de bouwhoogte van het hekwerk van de paardenbak maximaal 1,50 meter bedraagt, uitgezonderd de hoogte van lichtmasten, die maximaal 5,00 meter bedraagt; g. een paardenbak niet voor de voorgevelrooilijn gesitueerd mag worden; h.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7. de landschappelijke en/of natuurlijke en/of ecologische waarden; 8. de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van wer ken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Vergunningplicht algemeen Het is verboden op of in de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verharden of verwijderen van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen, met dien verstande, dat ter plaatse van de aanduiding 'ecologische waarde' voor het aanleggen van containervelden geen vergunning kan worden verleend; b. het scheuren van grasland en/of rietland; c. het aanbrengen van (bovengrondse) leidingen, constructies, installaties en apparatuur; d. het verrichten van exploitatieboringen; e. het graven, verbreden, uitdiepen, dempen en/of verleggen van watergangen; f.

het wijzigen van de bodemstructuur, het ontginnen , bodemverlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem met meer dan 0,20 meter; g. het verwijderen van natuur- en landschapselementen; h. het aanbrengen dan wel wijzigen van drainagesystemen; i. het dempen van oppervlaktewater; j. het vergraven van oevers; k. het verleggen van watergangen. 4.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 4.6.1 en is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het 'bestemmingsplan Marijenkampen 16' in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd; 256 d. werken of werkzaamheden die deel uitmaken van de activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van een beheersplan zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming.

4.6.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.6.1 kan alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 4.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 4.6.4 Inwinnen advies bevoegd waterschapsgezag In de volgende gevallen vraagt het bevoegd gezag advies aan het ter plaatse bevoegde waterschapsgezag, alvorens de in artikel 4.6.1 genoemde vergunning te verlenen: a. wanneer er sprake is van een toename van verhard oppervlak groter dan 750 m²; b. wanneer gronden worden afgegraven met als doel permanent oppervlaktewater met een oppervlakte groter dan 750 m² te realiseren. 257 Artikel 5 Groen 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een houtwal, ter plaatse van de functieaanduiding 'houtwal'; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; 5.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 12.1.2.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 6,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 1,00 meter bedraagt; b. lichtmasten zijn niet toegestaan. 5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor en/of als: a. de aanleg van terrassen. b. het gebruik binnen de aangewezen gronden en daarop aanwezige gebouwen ten behoeve van de in artikel 5.1 genoemde functies, indien niet is voldaan aan artikel 10.2 Voorwaardelijke verplichting. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van wer ken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het verwijderen, vellen en/of rooien van karakteristieke beplanting ter plaatse van de functieaanduiding 'houtwal'; b.

het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas ten gevolge kunnen hebben, behoudens bij wijze van verzorging van de aanwezige houtopstanden ter plaatse van de functieaanduiding 'houtwal'; 5.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 5.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 5.4.3 Toepassingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4.1 kan alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 5.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 258 Artikel 6 Water 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

de aanleg en/of instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals watergangen, waterbergingen met de bijbehorende bermen en taluds; b. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 12.1.2. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend verkeerstekens worden gebouwd, met dien verstand dat: a. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde, maximaal 3,00 meter bedraagt. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van b ouwwerken, geen gebouw zijnde Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.2, ten behoeve van het bouwen van wal- en oeverbeschoeiingen, met dien verstande dat: a. kademuren en oeverbeschoeiingen noodzakelijk zijn vanuit het oogpunt van waterbeheer; b. deze vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar zijn.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van wer ken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Water' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het dempen van oppervlaktewater; b. het vergraven van oevers; c. het verleggen van watergangen. 6.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 6.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. 259 6.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.4.1 kan alleen worden verleend indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 6.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

6.4.4 Advies Alvorens de vergunning te verlenen, wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder. 260 Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 7.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, . 7.2 Bouwregels 7.2.1 Onderzoek ten behoeve van verlenen omgevings vergunning voor het bouwen Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: 1. met een oppervlakte groter dan 250 m² wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom, dan wel, 2. met een oppervlakte groter dan 2.500 m² wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom, dient door de door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: c.

in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 7.2.2 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning vo or het bouwen Indien uit het in artikel 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van wer ken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; voorzover de ingreep: 1. dieper gaat dan 50 cm beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 250 m² beslaat, 261 wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom; 2. dieper gaat dan 50 cm benden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 2.500 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom. 7.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 7.3.1 is niet van toepassing, indien: a. door middel van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn; b. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c.

werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het 'bestemmingsplan Marijenkampen 16' in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. d. de werken en werkzaamheden worden verricht in het kader van een aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. 7.3.3 Toepassingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.3.1 kan alleen worden verleend indien mede op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 7.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 2' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn.

7.3.5 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 7.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 262 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 263 Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', b.

de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil, de ondergrondse bouwdiepte mag maximaal 4,00 meter onder peil bedragen; c. om het ondergrondse bouwwerk toegankelijk te maken is overschrijding van het bouwvlak toegestaan, mits de voorgevelrooilijn niet wordt overschreden; d. de regels van de betreffende bestemmingen zijn van overeenkomstige toepassing. 264 Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan Marijenkampen 16, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, voor zover daarvoor door de burgemeester geen gedoogtoestemming is verleend; c. straatprostitutie; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, tenzij de betreffende bestemming daarin wel uitdrukkelijk voorziet.

10.2 Voorwaardelijke verplichting 10.2.1 Sloop overtollige bebouwing Als strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik binnen de aangewezen gronden ten behoeve van de in artikel 3, 4, 5, 6 genoemde functies, indien niet binnen een periode van 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, uitvoering is gegeven aan het verplaatsen van de voeropslag, paardenpak en het aanbrengen van de landschapselementen zoals opgenomen in bijlage 1 'landschappelijk inpassingsplan' van de regels en het verplaatsen met 25 meter van de meest zuidelijke toegangsweg richting het noorden zoals opgenomen in bijlage 2 'Situatietekening' van de regels. 10.2.2 Verplaatsen paardenbak Als strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik binnen de aangewezen gronden ten behoeve van de in artikel 4 genoemde functies, indien niet binnen een periode van 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, uitvoering is gegeven aan het verplaatsen van de voeropslag, paardenpak en het aanbrengen van de landschapselementen zoals opgenomen in bijlage 1 'landschappelijk inpassingsplan' van de regels.

10.2.3 Verplaatsen voeropslagen Als strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik binnen de aangewezen gronden ten behoeve van de in artikel 3 genoemde functies, indien niet binnen een periode van 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, uitvoering is gegeven aan het verplaatsen van de voeropslag, paardenpak en het aanbrengen van de landschapselementen zoals opgenomen in bijlage 1 'landschappelijk inpassingsplan' van de regels. 10.2.4 Landschappelijke inpassing Als strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik binnen de aangewezen gronden ten behoeve van de in artikel 3, 4, 5, 6 genoemde functies, indien niet binnen een periode van 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, uitvoering is gegeven aan het verplaatsen van de voeropslag, paardenpak en het aanbrengen van de landschapselementen zoals opgenomen in bijlage 1 'landschappelijk inpassingsplan' van de regels/ 10.2.5 Toegangsweg Als strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik binnen de aangewezen gronden ten behoeve van de in artikel 3, 4, 5 genoemde functies, indien niet binnen een periode van 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, uitvoering is gegeven aan het verplaatsen van de voeropslag, paardenpak, toegangsweg en het aanbrengen van de landschapselementen zoals

opgenomen in bijlage 1 'landschappelijk inpassingsplan' van de regels. 265 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt. 11.2 Functiewijzigingen onbebouwde gronden Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de gebruiksregels voor een wijziging van het gebruik van onbebouwde gronden, zonder dat daarbij wordt gebouwd, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 1.000 m 2 mag bedragen; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 11.3 Verleende omgevingsvergunningen of andere toe stemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van de beheersverordening is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van de beheersverordening is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning.

266 Artikel 12 Overige regels 12.1 Voorrangsregels 12.1.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 12.1.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: a. Waarde - Archeologie 2; 267 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b.

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerk en die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strij dige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d.

Het eerste lid is niet van toepassing op het geb ruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, danwel met de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van die verordening, en met het voor die verordening geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 268 Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Marijenkampen 16 269 270 Bijlagen bij de regels 271 Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan 272 Landschappelijke inpassing Marijenkampen 16 in Mariienkampen Het bedrijf van Henk en Monic Wardenier !n samenwerking met DLV advies, lco Boersma November 2Ot7 Buro Greet Bierema Vriesburgerweg 20, 8475 EK Nijeholtpade, ereetbierema@planet.nl 0561-688920 lnleiding ln de notitie van de Regionale Uitvoeringsdienst lJsselland, datum 29 september 2OL6, wordt aangegeven dat naast de basisinspanningen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het bedrijf, een aanvullende inspanning ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit gedaan moet worden. Deze twee inspanningen dienen opgenomen te zijn in een plan voor de landschappelijk inpassing. ln diezelfde notitie wordt voor de voorgestelde bouwvlak door DLV een ander bouwvlak aangegeven.

In dit advies wordt in het kader van een goede landschappelijk inpassing een d erde optie voorgestel. Om tot een landschappelijke inpassing en een aanvullende inspanning te komen wordt hierna uitgebreid op het landschap en het proces van veranderingen ingegaan. Hierbij wordt ook van foto's gebruik gemaakt. ln dit landschap blijkt de landschappelijke inpassing van bedrijf en de ruimtelijke kwaliteit van het landschap zeer dicht bij elkaar te liggen. Z L925 Al het heideveld was in dit gebied bijna ontgonnen. Het patroon van de'kamers'was doorgezet, bos is gekapt en er is door de familie van Henk Wardenier een boerderij gebouwd, langs het recht getrokken onverharde pad tussen Wilhelminaoord en Marijenkampen. De 'kamer' waar deze boerderij aan de rand aan stond had ter hoogte van de boerderij een opening in de gesloten veekering. De blauw ingekleurde lijnen volgende hoogtelijnen en laten de richting van de stroming van het water zien naar de Beeksteeg. ln het keileem gebied belangrijk. Het waren gemengde bedrijven, dus waren de 'kamers' gevuld met grasland en bouwland. '---71. lït RË.s 'i\ï i.Ë,# 1 .#" r'l \ * ft' 3 1900 Binnen de rode cirkel is aangegeven dat er in 1990 nog geen boerenerf lag. Een nieuw erf zou uiteindelijk ontstaan buiten het complex erfjes in Marijenkampen, dat als kleine enclave midden op de heide lag.

Tussen de enclaves van Wilhelmaoord en Marijekampen liep een kronkelpad. Dit pad contrasteerde met de kaarsrechte lijnen in het golvend landschap. Het heidelandschap werd vanuit het zuiden ontgonnen, met bos ingeplant of er ontstonden ruime percelen omgeven door houtwallen. Deze houtwallen waren met name veekeringen tegen wild en schapen op de heide, ter behoud van het product in de 'kamer'. De opzet van deze keringen was dat ze een geheel gesloten wand vormden. B@ /y + 1950 Het onverharde pad op het keileem gaf zoveel overlast dat de opa van Wardenier de boerderij begon te verplaatsen naar de verharde weg. De boerderij werd achter de houtwal gebouwd. Dit verklaard dat de boerderij niet vlak aan de weg staat, zoals die aan de noordzijde van de kruising. De houtwallen vormen nog steeds gesloten 'kamers'. 8"S 950 5 L975 Ten opzichte van de overige 'kamers' uit de buurt is deze van de familie Wardenier nog geheel gesloten op twee gaten na. Die ter plekke van de oude boerderij en die bij de kruising ter plekke van de nieuwe boerderij met een vergelijkbaar pand er vlak ten noorden van. Ten noorden en achter het achtererf van de boerderij werden bijgebouwen gebouwd met de nokrichting haaks op die van de nokrichting van de boerderij. Tijdens de ruilverkaveling is de houtwal aan de oostzijde langs de openbare weg, MariJenkampen, naar de gemeente overgegaan.

Toen is het onderhoud gewijzigd en dit is met name in het zuidelijk deel te zien. Hier staan op de wal alleen ndg eiken. Op deze wijze is er doorzicht in de twee 'kamers' gekomen en dit doorzicht is cultuurhistorisch onjuist. ".í1"à ó 2000 - 2015 Heel goed zijn de effecten van de ruilverkaveling te zien. Er zijn opnieuw 'kamers' gemaakt; niet met wanden als veekering, maar deze dienen nu als een casco van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit van het landschap. ln de kamer van Wardenier is het oude boerenerf geheel verdwenen, maar het gat in het patroon van de gesloten houtwal is gebleven. Het erf van Wardenier zelf is naar het oosten en zuiden uitgebreid. Naast de ligboxenstal is een nieuwe stal gebouwd en de voeropslag ligt ten zuiden van de twee ligboxenstallen. Een paardenbak is naast de 'open' houtwal gelegd, parallel aan de weg, tegenover een voormalige boerderij. De zichtbaarheid van paardenbak, nieuwbouw en voeropslag is groot. 2000 t' .*'": Carbe\iliern -íig .d q I 'I.,! -i : ,i t *j 111 ï-i :! I I r s.4 Marii §í ïf#irte "-i, '1ï'i" a ;ll ", 1 ,jrÈ.; 'l !-' i. {J, L. * a-.-rÍ -. I 1 900 : fi 'l iii-t .: I ,i ,;r) I I i t ! 'l i '.1., t" ..:ÀI.{1"4 {1,-r1r,;l: i11rË''.ilr{t:i: .1 í' .': lr '. I t\l /h:! . .. . Í I r* ?i"diiii :. ,l .:.. r t,.'# - 1.r* -+r.i-at. tí,"" , Ë*';:1 \i$ a; ..j fi;ti'1:* .,li § " 1i:,.:.. -, r 'i ,. r 1fl ;tr* '' 'r' g.g 1 ('tl-.\ -; it.

,,s' 1f t-r . ï.' hti I't Jfl !,i,, i.' ,A l 1,x,.# .lm:---,.#,Irr'. fr#-t !rJ +_a ! 'i r1, I 1..i. .À,'l ,_*.t /..-,**"'t / ..1*ï# Witte Faarden:*l.; vt 1 tt LiilL erl itr gla*t,s v^w d+ is fuzicla* oiv-'*rt' ,;ri + h owt v{*l vo^ ote IP- € Lv+L <-' 'o?b' .Voutwal- + soar kr*tr-)"weter ' qeilr({,-"' I.tp,it r& vtakht4*- b*4 w*l V,.t* S*oÀWt J !^ oo rd z\k erl fl§. "-{. . ._. ,i_- *i' " ,- ?, W*l At o7r' tIooé § fuktd(de- ,as -r17 ,. .) lo Het boerenerí een eindplaatje Op de schets zijn de gewenste nieuwbouwplannen voor de komende tijd en voor de verre toekomst ingetekend, binnen het bouwblok dat door de gemeente is aangegeven. Met name de noordzijde van het bouwblok, levert een landschappelijk probleem op. De lijn ligt midden op de bestaande houtwal. Dit kan niet de bedoeling zijn. De nieuw te bouwen jongveestal komt ermee te dicht op een bestaande afwateringsloot en op de houtwalte staan. Hierdoor wordt voorgesteld om deze stal iets naar het oosten te verplaatsen. Als het gat in de houtwal wordt gedicht, wordt deze stal landschappelijk ingepast. De nieuwe werktuigenberging zal het aanzicht op het minst fraaie deel van het erí de veevoeropslag, gaan verbergen. De kaprichting die gelijk is aan de meeste bijgebouwen heeft dit als groot voordeel. Het is een ruimtelijke verbetering. Maar de transparante houtsingel er aan de westzijde achter vormt geen ruimtelijke kwaliteit.

Door op het erf een strook met streekeigen struiken aan de houtwal toe te voegen zal in de toekomst een gesloten wand ontstaan, waardoor het erf landschappelijk is ingepast en de ruimtelijke kwaliteit toeneemt. 7" i 27s *4 --. --'rililra I I ''-1---, I "rieuw ite bouwen longveEstot e+,-d.lxSg,.:gm -!' I I I r I tr--*'l kovelPod \ I I I ilrv r' bestoonde I sleuísilo 9x43m 'nreuw te bouwe.tyerktuiaenr.--^:l' N t s-t + r.h, u.lj rffii Ëíeuf5:lo 9x53"ri i urgenberging J0x20m De planning is dat de jongveestal en de werktuigenberging eerst worden gebouwd en in toekomst de ligboxenstal voor de melkkoeien. De twee bestaande kuilplaten blijven voorlopig liggen, totdat de ligboxenstal wordt gerealiseerd. Dan worden ze gesloopt en de ruimte wordt bij de zijtuin aangetrokken. Ë51 ion lvae ítJ + w^l V OOF r- ----'-t rl teslrtcil li out.woI 1 I I I t I I I Loov rU \, r -§-{ I l+ i1 .q ( I t...t 3-I l§:tv1.1 t§ - d iY-t-rj -.lr(r;--{-'ql .§rI Xr)§5_§v§:ó'-t- ', Oaafà-r [ Í/"' i baK ^i,r5lrtontl6utwa-[Lrrtcb ttu f(ooL Aa'h 1y aa19 z,-id.eu N f hotl, LolV\r/ 0hlvt;l lz Landschappelijke inpassing en verbetering ruimtelijke kwaliteit Het houtwallenlandschap is eeuwen oud. Een houtwal is een aarden wal met greppels of sloten aan weerszijden, begroeid met bomen en struiken; vroeger ondoordringbaar als veekering en nuttig voor gebruikshout.

Ecologisch is een nagenoeg lange aaneen gesloten lijn als route belangrijk. Ook is het belangrijk dat er meerdere soorten in staan. Bomen zoals inlandse eik, lijsterbes en/ of berk, struiken zoals Cornus, meidoorn, Gelderse roos, sleedoorn, krent, wilde kers, geoorde wilg, wilde liguster, kardinaalsmuts of hazelaar. ln dit landschapstype bestaat er nauwelijks verschil tussen erfbeplanting en de overige beplanting in het landschap. Voor het erf en de algemene ruimtelijk kwaliteit is het belangrijk om hier het cultuurhistorische patroon te handhaven van de kenmerkende houtwallen. Aan de rand van het erf worden daarom de gaten gedicht. Om ook de lange lijnen verder mogelijk te maken wordt voorgesteld om het gat waar vroeger de boerderij heeft gestaan te dichten, op een opening met een dam na. Het is een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Een fruitboomgaarde levert geen meerwaarde aan dit erf op deze locatie. De twee gaten aan de noordzijde bestaan uit 20 meter bij het erf en 44 meter ter hoogte van de oude boerderij. Dit is een toevoeging van 64 meter houtwal. De aanvulling met streekeigen struiken aan de westzijde van het erf, met soorten zoals hierboven aangegeven, bedraagt 53 meter. De strook zal uit 3 meter bestaan. De benodigde ruimte voor de watercompensatie kan gevonden worden in sloten langs de houtwallen.

Ook dit is een goede landschappelijke en ruimtelijke inrichting. 13, lM* lua,^f v/?"l,b* lz.ndt vl^tq? t+ L.v.r&t. VerdVQvrot'w boe(Q,w ?t{ : qq. V,eterqe* n*\ WOvt YlovL lr o f ic,f V oltl. 2 Qt't'- ho*twal v 15. Bijlage 2 Situatietekening 288 Opdrachtgever: Telefoon: Bouwlocatie: Blad:Klantnummer: Werknummer: Schaal: A Datum: C Wijzigingen: B D Benaming: E-mail: Telefoon: Projectleider: Telefoon: E-mail: DLV Advies Formaat: 256868 B160528-91 S11 Situatietekening Melkveehouderijbedrijf Wardenier Marijenkampen 16 8339 SM Marijenkampen 0521-588451/06-46402619 Marijenkampen 16 8339 SM Marijenkampen 1 : 1000 A3 16-11-2016 FvdA 29-11-2017 RD 30-10-2019 RD 13-05-2020 RD Postbus 686 9200 AR Drachten 0512-748340 info.bmt@dlvadvies.nl Dhr. L. Zuurbier 06-30036994 L.zuurbier@dlvadvies.nl S i t u a t i e Gemeente Sectie Schaal Nummer

Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten 290 beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 Bijlage 2. bij de regels Staat van bedrijfsactiviteiten Inleiding Voornaamste criterium voor het al dan niet toelaten van bedrijfsactiviteiten is dat be- drijven qua omvang en aard passen binnen de kern, geen onevenredige toena me van het aantal verkeersbewegingen kan plaatsvinden en geen vergroting van de mili eubelasting optreedt. Aan de vestiging van grootschalige industriële bedrijven, transportbedrijven, grooth an- delsbedrijven en bedrijven met detailhandel in volumineuze goederen, toonz alen, bouw- en sloopbedrijven, grootschalige ho reca-activiteiten en bedrijfsactiviteiten die naar aard en invloed op de functies en waarden van het landelijk gebied hiermee zijn te ve rgelijken, wordt geen me dewerking verleend. Deze dienen zich op een daartoe ingericht bedrijven- terrein te vestigen. De toegesneden lijst is tevens getoetst aan de gedeeltelijke ligging in het grond- waterbeschermingsgebied. Indeling De staat “bedrijfstypen: bedrijven” omvat de bedrijfstypen met d e desbetreffende SBI - codes. Voor elk bedrijfstype zijn kenmerken zoals afstanden tot een rustige woonwijk weergegeven. De weergegeven kenmerken zijn van toepassing o p ‘gemiddelde’, moderne bedrijven binnen een bedrijfstype.

Hierbij is rekening gehouden met de normaliter bij deze bedrijven voorkomende opslagen en installaties. Het komt echter ook voor dat bedri jven opslagen of installaties hebben, die anders dan ‘normaal ’ zijn voor die bedrijven. Voor die gevallen is de staat “bedrijfstypen: opslagen en installaties” opgesteld. Richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaarde no rmen houden. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gekozen: - Het betreft ‘gemiddelde’ nieuwe bedrijven met voor nieuwe bedrijven gangbare voorzieningen binnen het gedefinieerde bedrijfstype. - Het betreft woningen in een rustige woonwijk met weinig verkeer. De afstand geldt in principe tussen de perceelgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelsgrootte en -indeling) en anderzijds de gevel van een woning. NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWBV-VA01 De volgende afstanden worden gehanteerd: 10, 30, 50, 100, 200, 300, 5 00, 700, 1000, 1500m. Achter de afstand voor geluid is -waar van toepassing- de letter C van contin u opgenomen.

Hiermee is dan aangegeven dat de meeste bedrijven binnen het desbetreffende bedrijfstype continu dag en nacht in bedrijf zijn met die activite iten die (mede) bepalend zijn voor het geluidniveau. Achter de afstand voor geluid is -waar van toepassing- de letter Z van zon ering opgenomen. Dit betreft bedrijven die zeer veel geluid produceren en als zodanig in h et Inrichtingen- en Vergunningenbesluit (IVB) bij de Wet milieubeheer zijn aangewezen. De afstand voor het gevaar houdt verband met de mogelijke gevolgen van brand, explosies en de verspreiding van schadelijke stoffen voor mensen in de omgeving va n bedrijven. Dit gevaar staat gelijk aan het begrip ‘externe veiligheid’. Grootste afstand In een aparte kolom is de grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar i n de staat opgenomen. Van deze grootste afstand is de zogenaamde categorie afgeleid. Categorie De zogenaamde categorie loopt uiteen van 1 tot en met 6 en is direct afgeleid van de grootste afstand: - categorie 1: grootste afstand 0 of 10 m; - categorie 2: grootste afstand 30 m; - categorie 3.1 en 3.2: grootste afstand 50 en 100 m; - categorie 4.1 en 4.2: grootste afstand 200 en 300 m; - categorie 5.1, 5.2. en 5.3: grootste afstand 500, 700 of 1000 m ; - categorie 6: grootste afstand 1500 m.

Toevoeging letter D: divers Bij de bepaling van de afstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen is telkens uitgegaan van een ‘gemiddeld’ modern, nieuw bedrijf met gebruikelijke voorzieningen. Er zijn echter ook bedrijfstypen, waar binnen individuele bedrijven een grote diversiteit bestaa t. Dit dient tot uitdrukking in de afstanden te komen. In die gevallen is in de staat de letter D van ‘divers’ opgenomen. beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 Indices voor verkeer en visuele hinder De aspecten verkeersaantrekkende werking en visuele hinder zijn kwalitatief beoordeel d en weergegeven met een index. De index loopt uiteen van 1 tot en met 3, met de vo lgende betekenis: 1: potentieel geen of geringe emissie of hinder; 2: potentieel aanzienlijke emissie of hinder; 3: potentieel zeer ernstige emissie of hinder. Daarbij is bij verkeer onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P). Indices bodem B. bodemverontreiniging De letter B is opgenomen indien een gemiddeld bedrijf binnen het genoemde bedrijfstype een verhoogde kans op bodemverontreiniging geeft. Indices lucht L: luchtverontreiniging Uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht kan in planologisch opzi cht relevant zijn. Indien dit aspect relevant kan zijn in relatie tot de in de staat genoemde groo tste afstand, is de letter L vermeld.

Er kunnen dan overwegingen zijn om de genoemde afsta nd te verhogen. Gebruikte afkortingen De volgende afkortingen worden in de staat gebruikt: - niet van toepassing of niet relevant < kleiner dan > groter = gelijk aan cat categorie e.d. en dergelijke kI, klasse n.e.g. niet elders genoemd o.c. opslagcapaciteit p.c. productiecapaciteit p.o. productieoppervlak b.o. bedrijfsoppervlak v.c. verwerkingscapaciteit NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWBV-VA01 u uur d dag w week j jaar B bodemverontreiniging C continu D divers L luchtverontreiniging Z zonering R risico (besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing) V vuurwerkbesluit van toepassing beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES - nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT 01 - LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW 0149 0 Fokken en houden van overige dieren: 0149 5 - bijen 10 0 30 C 10 30 2 1 G 1 0149 6 - overige dieren 30 10 30 C 0 30 D 2 1 G 1 016 0 Dienstverlening t.b.v. de landbouw: 016 1 - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² 30 10 50 10 50 D 3.1 2 G 1 016 2 - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² 30 10 30 10 30 2 1 G 1 016 4 - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o.

<= 500 m² 30 10 30 10 30 2 1 G 1 0162 KI-stations 30 10 30 C 0 30 2 1 G 1 14 - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWBV-VA01 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES - nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT 141 Vervaardiging van kleding en - toebehoren (excl. van leer) 10 10 30 10 30 2 2 G 2 16 HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 162902 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 10 10 30 0 30 2 1 G 1 18 - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA 181 Uitgeverijen (kantoren) 0 0 10 0 10 1 1 P 1 181129 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen 10 0 30 0 30 2 1 P 1 B 1814 A Grafische afwerking 0 0 10 0 10 1 1 G 1 1814 B Binderijen 30 0 30 0 30 2 2 G 1 1813 Grafische reproduktie en zetten 30 0 10 10 30 2 2 G 1 B 1814 Overige grafische aktiviteiten 30 0 30 10 30 D 2 2 G 1 B beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES - nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT 182 Reproduktiebedrijven opgenomen media 0 0 10 0 10 1 1 G 1 26,28,33 - VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS 26,28,33 A Kantoormachines- en computerfabrieken 30 10 30 10 30 2 1 G 1 26,32,33 - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

26,32,33 A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. 30 0 30 0 30 2 1 G 1 41,42,43 - BOUWNIJVERHEID 41,42,43 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² 0 10 30 10 30 2 1 G 1 B 45,47 - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWBV-VA01 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES - nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT 45204 B Autobeklederijen 0 0 10 10 10 1 1 G 1 46 - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING 461 Handelsbemiddeling (kantoren) 0 0 10 0 10 1 1 P 1 4622 Grth in bloemen en planten 10 10 30 0 30 2 2 G 1 4634 Grth in dranken 0 0 30 0 30 2 2 G 1 4635 Grth in tabaksprodukten 10 0 30 0 30 2 2 G 1 4636 Grth in suiker, chocolade en suikerwerk 10 10 30 0 30 2 2 G 1 4637 Grth in koffie, thee, cacao en specerijen 30 10 30 0 30 2 2 G 1 4638,4639 Grth in overige voedings- en genotmiddelen 10 10 30 10 30 2 2 G 1 464,46733 Grth in overige consumentenartikelen 10 10 30 10 30 2 2 G 1 46752 Grth in kunstmeststoffen 30 30 30 30 30 2 1 G 1 4674 Grth in overige intermediaire goederen 10 10 30 10 30 2 2 G 2 466 0 Grth in machines en beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES - nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT apparaten: 466 1 -

machines voor de bouwnijverheid 0 10 100 10 100 3.2 2 G 2 466,469 Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. 0 0 30 0 30 2 2 G 1 47 - DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN 4778 Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt 0 0 10 10 10 1 1 P 1 4952 Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) 0 0 10 10 10 1 1 P 1 55 - LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING 562 Cateringbedrijven 10 0 30 C 10 30 2 1 G/P 1 49 - VERVOER OVER LAND 493 Taxibedrijven 0 0 30 C 0 30 2 2 P 1 50,51 - VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWBV-VA01 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES - nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT 50,51 A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) 0 0 10 0 10 1 2 P 1 52 - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER 5222 Overige dienstverlening t.b.v.

vervoer (kantoren) 0 0 10 0 10 1 2 P 1 791 Reisorganisaties 0 0 10 0 10 1 1 P 1 5229 Expediteurs, cargadoors (kantoren) 0 0 10 0 10 D 1 1 P 1 53 - POST EN TELECOMMUNICATIE 531,532 Post- en koeriersdiensten 0 0 30 C 0 30 2 2 P 1 61 A Telecommunicatiebedrijven 0 0 10 C 0 10 1 1 P 1 64,65,66 - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN 64,65,66 A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen 0 0 10 C 0 10 1 1 P 1 41,68 - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES - nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT 41,68 A Verhuur van en handel in onroerend goed 0 0 10 0 10 1 1 P 1 77 - VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN 7711 Personenautoverhuurbedrijven 10 0 30 10 30 2 2 P 1 7712,7739 Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) 10 0 50 10 50 D 3.1 2 G 1 772 Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. 10 10 30 10 30 D 2 2 G 2 62 - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE 62 A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.

0 0 10 0 10 1 1 P 1 62 B Datacentra 0 0 30 C 0 30 2 1 P 1 72 - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWBV-VA01 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES - nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT 721 Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk 30 10 30 30 30 2 1 P 1 722 Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek 0 0 10 0 10 1 1 P 1 63,69tm71,73,74, 77,78,80tm82 - OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING 63,69tm71,73,74, 77,78,80tm82 A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren 0 0 10 0 10 D 1 2 P 1 74203 Foto- en filmontwikkelcentrales 10 0 30 C 10 30 2 2 G 1 B 82992 Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

0 0 10 0 10 1 2 P 1 86 - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG 8621,8622,8623 Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven 0 0 10 0 10 1 2 P 1 94 - DIVERSE ORGANISATIES 941,942 Bedrijfs- en werknemersorganisaties 0 0 10 0 10 1 1 P 1 beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES - nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT (kantoren) 59 - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE 591,592,601,602 Studio's (film, TV, radio, geluid) 0 0 30 C 10 30 2 2 G 1 8552 Muziek- en balletscholen 0 0 30 0 30 2 2 P 1 85521 Dansscholen 0 0 30 C 0 30 2 2 P 1 96 - OVERIGE DIENSTVERLENING 96011 A Wasserijen en strijkinrichtingen 30 0 50 C 30 50 3.1 2 G 1 96011 B Tapijtreinigingsbedrijven 30 0 50 30 50 3.1 2 G 1 L 96012 Chemische wasserijen en ververijen 30 0 30 30 30 2 2 G 1 B L 96013 A Wasverzendinrichtingen 0 0 30 0 30 2 1 G 1 96013 B Wasserettes, wassalons 0 0 10 0 10 1 1 P 1 9313,9604 Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden 10 0 30 C 0 30 2 1 P 1 9305 B Persoonlijke dienstverlening n.e.g. 0 0 10 C 0 10 D 1 1 P 1 NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWBV-VA01 Bijlage 4 Overzicht aan huis gebonden beroepen/bedrijven 305 beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland – 18 juni 2013 Bijlage 3.

bij de regels Overzicht aan huis gebonden beroepen/bedrijven Door de kamers van koophandel is de volgende lijst samengesteld van personen die al s aan huis gebonden beroepen (vrije beroepsbeoefenaars), gelden. Dit zijn: 1. adviseur 2. advocaat 3. accountant-administratieconsulent 4. alternatieve genezer 5. belastingconsulent 6. bouwkundig architect 7. dierenarts 8. fysiotherapeut 9. gerechtsdeurwaarder 10. huidtherapeut 11. huisarts 12. interieurarchitect 13. juridisch adviseur 14. kunstenaar 15. logopedist 16. makelaar 17. medisch specialist 18. notaris 19. oefentherapeut Cesar/Mensendieck 20. organisatieadviseur 21. orthopedagoog 22. psycholoog 23. redacteur 24. registeraccountant 25. stedenbouwkundige 26. tandarts 27. tandartsspecialist 28. tolk 29. tuin- en landschapsarchitect 30. verloskundige Een beroep dat hier niet op voorkomt, geldt in beginsel ni et als ‘aan huis gebo nden beroep (vrij beroep)’, tenzij de onderneming/beroepsbeoefenaar ander s aan kan tonen. Ook gastouderopvang kan worden aangemerkt als een aan huis gebonden beroep. NL.IMRO.1708.BuitengebiedSTWBV-VA01 Bij de uitoefening van consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijvighei d valt te denken aan: 1 autorijschool (geen theorie) 2 bloemschikker 3 computerservice (o.a.

systeembouw/-analyse) 4 decorateur 5 fietsenreparateur 6 fitness-studio 7 fotograaf 8 goud- en zilversmid 9 glazenwasser 10 hoedenmaker 11 hondentrimmer 12 instrumentenmaker 13 kaarsenmaker 14 kapper 15 klompenmaker 16 koeriersdienst 17 lijstenmaker 18 loodgieter 19 meubelmaker 20 muziekinstrumentenmaker 21 nagelstudio/pedicure 22 pottenbakker 23 prothesemaker 24 reisorganisatie (kleinschalig) 25 reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio’s-tv’s/horloges etc.) 26 schoonheidsspecialist 27 traiteur 28 tv/radio reparateur 29 zadelmaker Deze lijst is niet uitputtend. Echter het uitgangspunt bij deze activiteiten moet zijn dat h et woonkarakter niet wezenlijk mag worden aangetast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/8f19e5c0-4611-4efc-bc59-f6f6d0351c9a?agendaItemId=3eb250e1-dd14-4f22-8bef-dab4059bb916