CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie VA02.pdf

Politieke Markt 14 april 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Wijziging bestemmingsplan Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie94.840 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 8 van 11

Bij een eventueel nieuw besluit door de raad hoeft geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb. Een eventueel nieuw besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te worden gemaakt en medegedeeld. Ecologie -Natura 2000-gebieden/stikstofdepositie 26. Appellanten vrezen een toename van stikstofdepositie en daardoor een aantasting van de natuurlijke kenmerken van het nabijgelegen Natura 2000-gebied De Wieden als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkeling. Dit is volgens appellanten in strijd met de artikelen 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming. Wettelijk kader 27. Artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming luidt: "1. Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid. [..] Artikel 2.8 luidt: [..] 3. Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. [..]" 28.

De raad heeft zich bij de beoordeling van de vraag of de ontwikkeling de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten gebaseerd op de "Natuurtoets de Harmonie Giethoorn, gemeente Steenwijkerland", van 20 februari 2018 (hierna: de Natuurtoets). De raad heeft op 5 september 2019 het rapport "stikstofdepositie-onderzoek Hotel de Uitspraak 201807760/1/R3 19 Harmonie te Giethoorn", van 25 april 2019, uitgevoerd door Tauw B.V. (hierna: Tauw-rapport), in het geding gebracht. In dat rapport is opnieuw een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De raad heeft aan de hand van deze rapporten geoordeeld dat de in het plan voorziene ontwikkeling niet tot een toename, maar tot een daling van de stikstofdepositie zal leiden. De uitbreiding van het hotel zal de natuurlijke kenmerken van het gebied niet aantasten, aldus de raad. 29. Appellanten stellen dat het Tauw-rapport te laat is ingebracht en dat het onmogelijk voor hen was om daarop te reageren. Dit is volgens hen in strijd is met de goede procesorde. Temeer omdat het rapport dateert van 25 april 2019. 29.1. Ingevolge artikel 8:58, eerste lid, van de Awb kunnen partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken indienen. De Afdeling heeft de zaak op 20 september 2019 ter zitting behandeld. Gelet op artikel 8:58, eerste lid, van de Awb konden partijen tot en met 9 september 2019 nadere stukken indienen.

De raad heeft op 5 september 2019 - dus voorafgaand aan het verstrijken van de daarvoor geldende termijn - het Tauw-rapport bij de Afdeling ingediend. Appellanten hebben ter zitting op deze stukken inhoudelijk gereageerd. Dit in aanmerking genomen, alsmede de geringe omvang van het Tauw-rapport, is de Afdeling van oordeel dat de goede procesorde zich er niet tegen verzet dat het Tauw-rapport bij de beoordeling van de beroepen wordt betrokken. Daarbij merkt de Afdeling nog op dat de raad ter zitting heeft toegelicht dat de in het Tauw-rapport opgenomen berekeningen niet dateren van 25 april 2019, maar van augustus 2019 en dat de op het rapport vermelde datum abusievelijk niet is aangepast. 30. [appellant sub 3], [appellanten sub 2] en [appellant sub 1] en anderen hebben ter onderbouwing van hun betoog dat niet is verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast een aantal beroepsgronden naar voren gebracht tegen de door de raad ingebrachte rapporten. Appellanten zetten vraagtekens bij de in de rapporten gehanteerde uitgangspunten. In dat kader verwijzen [appellant sub 3] en [appellanten sub 2] naar de memo "2nd opinion oordeel Uitbreiding hotel de Harmonie t.a.v. Natura 2000-gebied De Wieden" van Arcadis van 15 april 2019 (hierna: Arcadis-memo).

Die uitgangspunten betreffen onder meer de in de rapporten gehanteerde botenaantallen, verkeersaantallen, de verdeling van het verkeer over de verschillende wegen, de wintersluiting van het hotel en de wijze van verwarmen van de nieuwe kamers. Voorts zetten ze vraagtekens bij de geschiktheid van de gehanteerde "oude" versie van AERIUS-calculator. 31. De Afdeling zal hierna beoordelen of hetgeen appellanten hebben aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad zich niet op de inhoud van de door hem gehanteerde rapporten heeft mogen baseren. Die conclusie is gerechtvaardigd indien in de stellingen van appellanten over deze rapporten aanleiding wordt gevonden om te twijfelen aan de juistheid en de volledigheid van die rapporten. Tegen de achtergrond van deze toetsingsmaatstaf overweegt de Afdeling als volgt. - Uitgangspunten berekening 32. [appellant sub 1] en anderen stellen dat in de natuurtoetsen van onjuiste uitgangspunten is uitgegaan en dat de gevolgen van het plan voor het Natura 2000-gebied De Wieden niet zorgvuldig zijn onderzocht. Volgens hen lijkt het erop dat met steeds weer een nieuwe AERIUS-berekening is toegerekend naar een resultaat. Bij het ontwerpplan zat een berekening waaruit volgde dat de bijdrage als gevolg van het plan 0,091 mol/ha/per jaar was.

In de plantoelichting en de natuurtoets wordt volgens hen ten onrechte aangegeven dat per saldo sprake zou zijn van een daling van de stikstofdepositie, omdat ter plaatse van de Uitspraak 201807760/1/R3 20 uitbreiding de bestemming van een perceel grasland wordt gewijzigd van "Agrarisch" naar "Horeca". Dit perceel wordt al jaren niet bemest of beweid, zodat van een daling geen sprake kan zijn. 32.1. De Afdeling stelt vast dat in het Tauw-rapport externe saldering niet is betrokken bij de stikstofberekeningen, zodat een afname van de stikstofdepositie als gevolg van het mogelijk beëindigen van agrarisch gebruik op het door [appellant sub 1] en anderen bedoelde perceel grasland niet aan de orde is. 32.2. Voor zover [appellanten sub 2] stellen dat in de berekeningen is uitgegaan van een te laag botenaantal, omdat het plan het aantal boten dat mag worden verhuurd niet limiteert en gasten met hun eigen boot naar het hotel kunnen komen, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar 11.6, dat het plan niet leidt tot een uitbreiding van de exploitatie en verhuur van rondvaartboten en pleziervaartuigen. Het betoog van [appellanten sub 2] over de gehanteerde botenaantallen slaagt niet. 33.

[appellant sub 1] en anderen stellen dat alle navigatiesystemen het verkeer over de Oude Beulakerweg door het Natura 2000-gebied leidt en niet over de N334, zodat de berekeningen in zoverre niet overeenkomen met de werkelijkheid. In de door [appellant sub 3] en [appellanten sub 2] overgelegde Arcadis-memo staat dat wanneer in de praktijk zou blijken dat er meer verkeer via de Beulakerweg gaat in plaats van over de N334, dat dit zou betekenen dat het wegverkeer langer dicht bij het Natura 2000-gebied blijft en daarmee meer stikstofdepositie op nabijgelegen gevoelige habitattypen veroorzaakt dan nu is berekend. De N334 ligt op een afstand van ongeveer 1.000 m van het dichtstbijzijnde gevoelige habitattype H91D0 Hoogveenbos en de Oude Beulakerweg op een afstand van 800 m. Appellanten betogen dat bij de berekeningen van de stikstofdepositie in het Tauw-rapport weliswaar ervan is uitgegaan dat het hotel tijdens de wintermaanden is gesloten, maar dat deze sluiting niet is geborgd in het plan. Vanwege de wintersluiting is in de berekeningen de verkeersgeneratie vermenigvuldigd met factor 0,67, maar dat is dus ten onrechte. [appellant sub 1] en anderen voeren aan dat in de bijlagen bij de omgevingsvergunning expliciet staat vermeld dat er geen sprake is van seizoensgebonden gebruik.

Voorts is in de berekeningen in het Tauw-rapport ervan uitgegaan dat zowel de nieuwe als de oude kamers in de toekomstige situatie niet meer gasgestookt zullen zijn, terwijl uit de bijlagen bij de omgevingsvergunning volgt dat de nieuwbouw wordt verwarmd door de energiedrager gas. Wanneer in de berekeningen wordt uitgegaan van een volledige openstelling van het hotel en van gasgestookte kamers, zullen deze tot andere uitkomsten leiden, aldus appellanten. Volgens [appellanten sub 2] en [appellant sub 3] is van belang dat in de Arcadis-memo staat dat het de verwachting is dat in 2030 de overschrijding van de kritische depositiewaarde per habitattype weliswaar verder zal zijn verminderd ten opzichte van 2020, maar dat van overschrijding nog steeds sprake zal zijn, aldus appellanten. 33.1. De Afdeling stelt vast dat in de Natuurtoets ter bepaling van de referentiesituatie is uitgegaan van 15 verhuurboten en dat in het Tauw-rapport ter bepaling van de referentiesituatie is uitgegaan van een hotel met 16 kamers. Deze uitgangspunten worden door appellanten niet betwist. 33.2. In het Tauw-rapport is op basis van publicatie 381 van het CROW (kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, 2018) de verkeersgeneratie bepaald. Hiervoor is uitgegaan van een 4- sterrenhotel in een weinig stedelijke gemeente met ‘buitengebied’ als ligging van het hotel.

Uitspraak 201807760/1/R3 21 Het maximale kencijfer bedraagt 27,6 motorvoertuigen per etmaal (hierna: mvt/etmaal) per 10 kamers. In de CROW-publicatie staat dat het aandeel bezoekers 81% bedraagt. Dit betekent dat ook de verkeersbewegingen van laden en lossen en van het personeel zijn betrokken in de gehanteerde kencijfers. In het Tauw-rapport staat dat het hotel in de maanden november tot en met februari is gesloten. Daarom is de verkeersgeneratie van 119 mvt/etmaal - die op basis van 43 hotelkamers is bepaald - vermenigvuldigd met factor 0,67 om te komen tot de jaargemiddelde verkeersgeneratie van 79 mvt/etmaal, aldus het Tauw-rapport. Er is worst- case uitgegaan van 6 bussen per dag tijdens het seizoen (maart-oktober). De jaargemiddelde intensiteiten van de bussen bedragen daarmee 12 bewegingen *0,67 = 8 bewegingen per dag. Het Tauw-rapport noemt dit worst-case, omdat er alleen in het vroege voorjaar regelmatig touringcars op bezoek komen. In het Tauw-rapport staat de conclusie dat de gebruiksfase in de feitelijke, huidige situatie, tot een toename leidt van 0,13 mol/ha/j. Ook voor de beoogde situatie is een berekening gemaakt. De 27 nieuwe kamers worden niet aangesloten op het gasnet en ook de bestaande 16 kamers zullen worden uitgerust met een elektrisch klimaatsysteem. De beoogde situatie leidt daarom tot een maximale toename van 0,11 mol/ha/jaar.

Dit betekent een afname van 0,02 mol/ha/jaar, aldus het Tauw-rapport. In het Tauw-rapport staat dat voor de aanlegfase een toename is berekend die lager is dan 0,05 mol/ha/jaar. Voorts dat in de gebruiksfase de emissies ten gevolge van gasstook bepalend zijn en dat de gebruiksfase de maatgevende fase is. 33.3. De raad heeft ter zitting medegedeeld dat de uitgangspunten voor de berekeningen in overleg met Tauw zijn gekozen. Ook de uitgangspunten voor de wintersluiting van het hotel en het aanbrengen van een elektrisch klimaatsysteem in zowel de nieuwe als de oude kamers. De raad stelt voorts dat zich in de nabijheid van het plangebied weliswaar twee habitats bevinden, maar dat die ver onder de kritische depositiewaarde zitten. Dus mocht er sprake zijn van een eventuele toename van stikstofdepositie, dan leidt dit nog niet tot een overschrijding van de kritische depositiewaarde, aldus de raad. 33.4. De Afdeling stelt vast dat voor het bepalen van de verkeersgeneratie in het Tauw- rapport is uitgegaan van een uitbreiding van het hotel met 27 kamers. De Afdeling heeft hiervoor in 23.3 overwogen dat een maximering voor het gebruik van horecafuncties in het plan ontbreekt, zodat het plan meer mogelijk maakt. Dit betekent dat in het Tauw-rapport ten onrechte van verkeersaantallen voor het gebruik van 43 hotelkamers is uitgegaan.

De Afdeling stelt vast dat in de berekeningen in het Tauw-rapport is uitgegaan van sluiting van het hotel in de maanden november tot en met februari. Het plan laat echter volledige openstelling toe, zodat in het Tauw-rapport ten onrechte van deze wintersluiting is uitgegaan. In het Tauw-rapport is voorts ervan uitgegaan dat de kamers niet meer gasgestookt zullen zijn, terwijl op dit moment het hotel is aangesloten op het gas en ook de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van de uitbreiding van het hotel nog uitgaat van gasgestookte installaties. Gelet hierop is de Afdeling er niet van overtuigd dat in de berekeningen van juiste uitgangspunten is uitgegaan en dat de uitkomst van de berekening voor de toekomstige situatie - 0,11 mol /ha/jr - juist is, dan wel dat de in het plan voorziene ontwikkeling tot een afname van de stikstofdepositie zal leiden. Gezien het vorenstaande ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat de raad zich voor de beoordeling van de stikstofdepositie niet Uitspraak 201807760/1/R3 22 op de Natuurtoets en het Tauw-rapport heeft kunnen baseren. Tegen deze achtergrond heeft de raad naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende aannemelijk gemaakt dat is verzekerd dat het plan de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. In zoverre is het plan vastgesteld in strijd met artikel 2.7 van de Wnb. Het betoog slaagt.

- Soortenbescherming 34. [appellant sub 1] en anderen stellen dat het onderzoek naar soortenbescherming ondeugdelijk is. Volgens de Natuurtoets zijn er in de buurt van het hotel geen verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen, terwijl volgens [appellant sub 1] en anderen de vleermuizen bij hun huizen verblijven, de route over het water langs het hotel als trekroute gebruiken en de dorpsgracht en de weilanden grenzend aan het plangebied gebruiken als jachtgebied. Deze gronden zijn ten onrechte niet betrokken in het onderzoek. De verbouwing van het hotel zal tot een verstoring leiden voor vleermuizen en de lampen van auto’s die ’s avonds en ’s nachts over het parkeerterrein rijden tot lichthinder, terwijl de meervleermuis daar gevoelig voor is, aldus [appellant sub 1] en anderen. [appellant sub 3] stelt dat de conclusies voor de soortenbescherming zijn gebaseerd op onderzoek met verkeerde uitgangspunten. 34.1. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wnb nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb.

Dat doet er niet aan af dat de raad het bestemmingsplan niet heeft kunnen vaststellen indien en voor zover hij op voorhand in redelijkheid heeft moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. 34.2. In de Natuurtoets staat dat in het plangebied in 2012 en 2015 verkennend veldonderzoek is uitgevoerd door Ecogroen Advies en Adviesbureu Mertens. In beide onderzoeken luidt de conclusie dat de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen kan worden uitgesloten. In het deel waar de uitbreiding is voorzien, bevinden zich geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen. De aangrenzende Dorpsgracht en de opgaande lijnvormige beplanting langs de Dorpsgracht kunnen wel een functie hebben als foerageergebied of vliegroute, maar door het soort en de leeftijd van de bomen worden daar geen verblijfplaatsen verwacht. In de bomen in het oostelijk deel en rond het plangebied (bijvoorbeeld langs de weg) zijn geen geschikte openingen voor boombewonende vleermuizen aangetroffen gedurende het verkennend onderzoek op 9 september 2015. Effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten.

Ook een vleermuisvliegroute is uitgesloten, omdat binnen het plangebied geen opgaande doorgaande elementen zijn die een route tussen foerageergebied en zomerverblijfplaatsen kunnen vormen. Migratieroutes worden uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet aansluiten op het plangebied. Met de realisatie van de plannen zal het gebied gedeeltelijk worden omgezet in natuur en water dat een nieuw foerageergebied zal vormen. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen kunnen derhalve worden uitgesloten, aldus de Natuurtoets. Uitspraak 201807760/1/R3 23 In de Natuurtoets staat dat het graven van de nieuwe watergangen maatgevend zal zijn voor de mate van verstoring en dat de aanlegwerkzaamheden verder bij daglicht zullen plaatsvinden, zodat de meervleermuis niet wordt beïnvloedt. Bij uitvoering van de werkzaamheden in de wintermaanden zal mogelijk in de schemering bij kunstlicht moeten worden gewerkt. Vleermuizen zijn dan echter buiten het plangebied in winterslaap. Er wordt geadviseerd de lichtintensiteit ter hoogte van de Dorpsgracht te beperken tot 0,5 Lux, waarmee negatieve effecten op mogelijke aanwezige vliegroutes of foerageergebieden van vleermuizen kunnen worden voorkomen, aldus de Natuurtoets. 34.3.

Uit de Natuurtoets volgt dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen of vaste vliegroutes zijn aangetroffen, zodat negatieve effecten zijn uitgesloten. Uit de Natuurtoets komt naar voren dat de aangrenzende Dorpsgracht is betrokken bij het verkennend onderzoek naar vleermuizen, maar dat daar naar verwachting geen verblijfplaatsen van vleermuizen zijn gelet op de soort en de leeftijd van de bomen. [appellant sub 3] stelt weliswaar dat de conclusies van de Natuurtoets zijn gebaseerd op onjuiste uitgangspunten, maar heeft die stelling ten aanzien van het soortenonderzoek niet geconcretiseerd. 34.4. Appellanten hebben met hetgeen zij hebben aangevoerd over de aanwezige natuurwaarden naar het oordeel van de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat het onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde soorten zodanige gebreken of leemten in kennis vertoont dat de raad zich hierop niet heeft mogen baseren. Gelet op het voorgaande, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime uit de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Deelconclusie Ecologie 35.

De beroepsgronden van [appellant sub 3] en [appellanten sub 2] en [appellant sub 1] en anderen over de in het Tauw-rapport gehanteerde uitgangspunten voor de stikstofberekeningen voor de gebruiksfase als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkeling, slagen. De Afdeling ziet in het belang van een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen binnen twintig weken na het verzenden van deze uitspraak met inachtneming van rechtsoverweging 33.4 opnieuw een stikstofberekening uit te voeren. De raad dient aan de hand van de uitkomsten van de opnieuw uitgevoerde berekeningen te beoordelen of het plan significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben als bedoeld in artikel 2.7 van de Wnb. De raad dient het bestemmingsplan op dit punt nader motiveren, of zo nodig het besluit op dit punt te wijzigen, dan wel in plaats daarvan een ander besluit te nemen. Bij een eventueel nieuw besluit door de raad behoeft geen toepassing te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb. Een eventueel nieuw besluit dient op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te worden gemaakt en medegedeeld. Overige beroepsgronden 36. [appellant sub 1] en anderen vrezen precedentwerking. Tegenover hotel de Harmonie staat het enige andere hotel van Giethoorn Noord.

Naast dat hotel ligt ook een perceel Uitspraak 201807760/1/R3 24 agrarische grond. Zij vrezen na dit plan ook uitbreiding van dat hotel. 36.1. In deze procedure liggen de rechtmatigheid en ruimtelijke aanvaardbaarheid van de bestreden besluiten voor. Dat er vrees bestaat voor een toename van toerisme in Giethoorn in het algemeen en voor uitbreiding van andere hotels in het bijzonder - hoe begrijpelijk ook - kan in deze procedure niet aan de orde komen. Conclusie ten aanzien van het bestemmingsplan 37. Het beroep van [appellant sub 4] is niet-ontvankelijk. 38. De conclusie is dat het besluit van 19 juni 2018 is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Bestuurlijke lus 39. Wat betreft [appellant sub 1] en anderen, [appellanten sub 2] en [appellant sub 3] ziet de Afdeling in het belang van een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen binnen twintig weken na het verzenden van deze uitspraak met inachtneming van rechtsoverwegingen 25 en 35 de daarin omschreven gebreken te herstellen. 40. In de einduitspraak zal worden beslist over de bij besluit van 13 augustus 2018 door het college verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een uitbreiding van hotel de Harmonie en het graven van watergangen.

Dit besluit is, net als het besluit tot vaststelling van het plan, bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4133, geschorst. 41. In de einduitspraak zal ook worden beslist over de proceskosten en de vergoeding van het betaalde griffierecht. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van [appellant sub 4] niet-ontvankelijk; II. draagt de raad van de gemeente Steenwijkerland op om binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak met, uiterlijk op 12 mei 2020: - met inachtneming van rechtsoverweging 39 in samenhang met 25, en 35 de daarin omschreven gebreken te herstellen; en - de Afdeling en de betrokken partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. F.D. van Heijningen en mr. A. ten Veen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Heinen, griffier. w.g. Van Diepenbeek w.g. Heinen voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2019 Uitspraak 201807760/1/R3 25 632. BIJLAGE * Bij 4.2 - de rechtsoverweging over belanghebbendheid Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:2 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

[..] * Bij 5.1 - de rechtsoverweging over procedurele aspecten Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.30 1. Bij besluit van de gemeenteraad kunnen gevallen of categorieën van gevallen worden aangewezen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat: a. de voorbereiding en bekendmaking van nader aan te duiden, op aanvraag of ambtshalve te nemen besluiten worden gecoördineerd, of b. de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan, een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerst lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten als bedoeld onder a. 2. Bij de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, wordt de procedure beschreven in de artikelen 3.31 en 3.32, respectievelijk die procedure in samenhang met hetzij, in geval van een bestemmingsplan, de procedure beschreven in artikel 3.8, hetzij, in geval van een omgevingsvergunning, de uitgebreide procedure beschreven in paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toegepast. [..] Artikel 3.31 [..] 3.

Op de voorbereiding van besluiten, bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat: a. de kennisgevingen, bedoeld in artikel 3:12 van die wet, tevens wordt gedaan in de Staatscourant en voorts langs elektronische weg; b. burgemeester en wethouders ten aanzien van de ontwerpen van de besluiten gezamenlijk toepassing kunnen geven aan artikel 3:11, eerste lid, van die wet en de kennisgevingen, bedoeld in artikel 3:12 van die wet voor verschillende onderwerpen kunnen samenvoegen in een kennisgeving, die door burgemeester en wethouders wordt gedaan; Uitspraak 201807760/1/R3 26 [..] * Bij de rechtsoverwegingen over de planregels Planregels Artikel 4 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor "Horeca" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van de in artikel 4.1 genoemde bestemming; b. maximaal één bedrijfswoning per bouwperceel met de daarbij behorende bijgebouwen; c. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 4.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak mogen gebouwen, bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd; b. het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd; c.

ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’ bedraagt de goot- en bouwhoogte ten hoogste de ter plaatse aangeduide hoogte; d. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gedifferentieerde goothoogte’ gelden de volgende regels ten aanzien van de bouw- en goothoogte: 1. De bouwhoogte van een gebouw bedraagt ten hoogste 11,50 m; 2. Over ten minste 20% van de gootlengte bedraagt de goothoogte ten hoogste 4,50 m; 3. Over ten hoogste 80% van de gootlengte bedraagt de goothoogte ten hoogste 6,50 m; e. een gebouw zal zijn voorzien van een kap, waarvan de dakhelling ten minste 30˚ en ten hoogste 60˚ zal bedragen; f. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt verwezen naar artikel 4.2.5. Artikel 8 Waarde - Cultuurhistorie Beulakerweg 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 Algemeen De voor "Waarde-Cultuurhistorie Beulakerweg" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse bestaande cultuurhistorische en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing) en patronen (beplantingspatronen, verkavelingen, wegenpatronen het stedenbouwkundig beeld). Uitspraak 201807760/1/R3 27 8.1.2 Waarden de waarden komen als volgt tot uitdrukking: a. afwisselend open en meer gesloten bebouwingslint. b.

verspringingen in de voorgevelrooilijn. c. in ieder geval is de hoofdbebouwing op de weg georiënteerd. d. bebouwing is over het algemeen vrijstaand en opgebouwd uit 1 bouwlaag met kap. e. bebouwing is over het algemeen verticaal ingedeeld. f. bij nieuwbouw, vervanging, verbouwing en uitbreiding van gebouwen worden de hiervoor beschreven bebouwingskarakteristieken gerespecteerd. g. bijgebouwen zijn ten opzichte van het hoofdgebouw zodanig gesitueerd dat hoofdgebouw en bijgebouwen met elkaar een samenhangend geheel vormen, waarbij de bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw zijn gesitueerd. 8.1.3 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 14.1. Artikel 4 Horeca 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor "Horeca" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca van categorie 4 met daaraan ondergeschikt: 1. Horeca van categorie 2; 2. Congrescentrum / Zalenverhuur; b. wonen in een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; c. de exploitatie en verhuur van rondvaartboten en de verhuur van pleziervaartuigen; met daaraan ondergeschikt: d. dagrecreatieve voorzieningen; e. groenvoorzieningen; f.

parkeervoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 7 Water 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Water" aangewezen gronden zijn bestemd voor: Uitspraak 201807760/1/R3 28 a. sloten, vaarten, grachten en ander oppervlaktewater; b. verkeer te water; c. de aanleg en/of instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals watergangen, waterberging met de bijbehorende bermen en taluds; d. watersportvoorzieningen; e. bruggen; f. de exploitatie en verhuur van rondvaartboten en de verhuur van pleziervaartuigen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie- rondvaart en botenverhuur’; g. een botenhuis, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - botenhuis’; h. behoud en ontwikkeling van ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen en speelvoorzieningen; b. structurele beplantingen; c. een parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’, met dien verstande dat dit parkeerterrein uitsluitend halfverhard mag zijn; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. bruggen; f. openbare nutsvoorzieningen.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de voor "Groen" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: - bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de in 3.1 genoemde bestemming. Met inachtneming van de volgende regels (3.2.2 en 3.2.3) 3.2.2 Gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels; a. de bouwhoogte van deze gebouwen bedraagt maximaal 3.00 meter; b. de oppervlakte van deze gebouwen bedraagt maximaal 15 m². Uitspraak 201807760/1/R3 29 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. gebouwd mogen worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde: 1. Noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. Ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; 3. Behorende tot het straatmeubilair; 4. Ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; 5. In de vorm van: - speelvoorzieningen; - herdenkingsmonumenten; - erfafscheidingen; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 6,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 1,00 m bedraagt; c. de bouw van overkappingen is niet toegestaan.

Artikel 5 Natuur 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor "Natuur" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke waarden, tot uitdrukking komend in: 1. de waarde van de voorkomende vegetatie; 2. De aanwezige ornithologische waarde; 3. Het vochtige karakter van de gronden; b. instandhouding, versterking en ontwikkeling van landschappelijke waarden, tot uitdrukking komend in; 1. De grote afwisseling in het landschap; 2. Het aanwezige micro-reliëf; c. instandhouding, versterking en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden; d. instandhouding, versterking en ontwikkeling van argeologische waarden; e. natuureducatie; f. bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast; met daaraan ondergeschikt: Uitspraak 201807760/1/R3 30 g. recreatief medegebruik; h. bruggen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. gebouwd mogen worden uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde: 1. Ten behoeve van onder- en /of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; 2. Bestaande uit bruggen en erfafscheidingen. b.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 2,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafschedingen maximaal 1,00 meter bedraagt en de bouwhoogte van bruggen maximaal 0,50 meter bedraagt. Planregels van het bestemmingsplan "Giethoorn" Artikel 5 Agrarisch met waarden 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor "Agrarisch met waarden" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijfsmatig gebruik; b. agrarisch hobbymatig gebruik; c. behoud en ontwikkeling van de aanwezige waarden; d. het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke waarde, tot uitdrukking komend in: 1. Het verkavelingspatroon; 2. Het kleinschalige karakter; 3. Het vrijwel ontbreken van bebouwing; 4. De grote afwisseling in het landschap door de aanwezigheid van bomen, singels, riet, slootvegetatie en onland; e. het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke waarde, tot uitdrukking komend in: 1. De waarde van de voorkomende vegetatie en fauna; 2. Het vochtige karakter van de gronden; f. het realiseren en in stand houden van natuur- en landschapselementen zoals Uitspraak 201807760/1/R3 31 houtopstanden, houtwallen, houtsingels, sloten, beken, waterlopen en overige waterpartijen, water- en oevervegetaties; g. een botenloods, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - botenloods’; h.

een volkstuinencomplex, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘volkstuin’; met daaraan ondergeschikt: 1. Bestaande perceelsontsluitingswegen ten behoeve van agrarisch bedrijfsmatig gebruik en ontsluiting van omliggende agrarische bedrijven en andere bouwpercelen; 2. Bruggen; 3. Recreatief medegebruik, voor zover dit geen onevenredige verkeersaantrekkende werking tot gevolg heeft; 4. Waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Op de voor "Agrarisch met waarden" aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, anders dan bedoeld in artikel 5.1.1. [..] 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor "Agrarisch met waarden" aangewezen gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met uitzondering van: a. omheiningen en/of erfafscheidingen, uitsluitend in de vorm van draadomheiningen en/of draaderfafschedingen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt; b. bruggen met een maximale bouwhoogte van 0,50 meter; c. voederruiven en/of picknickplaatsen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1,50 meter bedraagt; d. bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van het realiseren en/of instandhouden van de in artikel 5.1.1 genoemde natuur- en landschapselementen. Planregels bestemmingsplan "Giethoorn-uitbreiding hotel de Harmonie" 6.

Verkeer-Parkeren 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor "Verkeer-Parkeren" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een parkeerterrein; b. paden, wegen en straten; c. groenvoorzieningen Uitspraak 201807760/1/R3 32 en mede bestemd voor: d. de realisatie en instandhouding van een verantwoorde landschappelijke inpassing, zoals beschreven in paragraaf 2.4 van de toelichting; met daaraan ondergeschikt: e. kunstwerken; f. nutsvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 algemeen Op de voor "Verkeer-Parkeren" aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van nutsvoorzieningen, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van deze gebouwen maximaal 3,00 meter bedraagt; b. de oppervlakte maximaal 15 m² bedraagt. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. op de voor "Verkeer-Parkeren" aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde: 1. Noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. Ten behoeve van de verlichting; 3. Ten behoeve van openbaar nut; 4. Daarmee vergelijkbare bouwwerking; b.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximal 5,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van lichtvoorzieningen maximaal 1,00 meter bedraagt. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor "Waarde-Cultuurhistorie Beulakerweg" aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren en/of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren, ontginnen of afgraven van gronden; b. het planten, vellen, rooien of verwijderen van bomen, groenstructuren, hagen of andere karakteristieke beplanten dan wel het verrichten van werkzaamheden die ernstige beschadiging of de dood of verdwijning van deze beplanting tot gevolg kunnen hebben; c. het dempen, graven, vergraven of verleggen van oevers, sloten, grachten, poelen, watergangen en overige waterpartijen; Uitspraak 201807760/1/R3 33 d. het aanbrengen, verbreden, verharden of verwijderen van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen of verwijderen van andere oppervlakteverhardingen voor zover het een oppervlakte van meer dan 20 m² betreft; f. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik; g.

het aanbrengen van (bovengrondse) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, constructies, installaties en apparatuur, met uitzondering van het aanbrengen van leidingen ten behoeve van de aansluiting van percelen op het openbare voorzieningennet. 8.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in lid 8.3.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde (omgevings)vergunning/ontheffing mogen wordne uitgevoerd. 8.3.3 toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien conform advies van de Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie, de in lid 8.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

8.3.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning voor de werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.3.1, sub a tot en met e te verlenen wordt door het bevoegd gezag advies ingewonnen bij Monumentencommissie of een daarvoor in de plaats tredende commissie en voor wat betreft de werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.3.1 sub c. tevens bij het bevoegde waterschapsgezag. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels 12.2 Kleine bouwwerken van openbaar nut Het bevoegd gezag kan met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval- en glascontainers en dergelijke, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m2 mag bedragen; b. de goothoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; c. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen. Artikel 14.1 Voorrangsregels Uitspraak 201807760/1/R3 34 In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor. Artikel 13.1 Procedure nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a.

het ontwerpbesluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende twee weken voor belanghebbenden ter inzage; [..] Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.6: 1. Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels: [..] d. burgemeester en wethouders ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen kunnen stellen. [..] 4. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen omtrent een voorgenomen nadere eis als bedoeld in het eerste lid naar voren te brengen. Planregels 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Voorwaardelijke verplichting Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals beschreven in bijlage 2 behorende bij de planregels en de daarin opgenomen inrichtingsschets teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Dit met uitzondering van het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van het bestaande hotel." bestemmingsplan Giethoorn - Uitbreiding Hotel de Harmonie Vaststellingsbesluit Vaststellingsbesluit (vastgesteld) 267

Nota van wijzigingen bestemmingsplan ‘Giethoorn-uitbreiding Hotel de Harmonie’ I. Wijziging van de regels De regels van het bestemmingsplan worden als volgt gewijzigd: 1. In artikel 3.1.1 worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: a) Artikel 3.1.1, onderdeel a komt als volgt te luiden: a. Groenvoorzieningen en speelvoorzieningen b) Artikel 3.1.1. onderdeel g komt te vervallen 2. In artikel 3.4.2 wordt de volgende wijziging doorgevoerd: a) Toegevoegd wordt c. erf 3. In artikel 3.4.1. wordt de zinsnede “zoals beschreven in paragraaf 2.4 van de toelichting en de daarbij behorende inrichtingschets (fig 4)” vervangen door: zoals beschreven in bijlage 2 behorende bij de planregels en de daarin opgenomen inrichtingsschets. 4. In artikel 3.5.1. wordt de zinsnede “het verbreden van aan de bestemming grenzende wegen of voor” geschrapt. 5. In artikel 4.2.2 worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: a) Artikel 4.2.2 onderdeel d onder 1: 11.00 m wordt 11.50 m. b) Artikel 4.2.2. onderdeel d onder 2: 4.10m wordt 4.50m. c) Artikel 4.2.2 onderdeel d onder 3: 6.00 m wordt 6.50 m. 6. In artikel 4.4.1. wordt de zinsnede “zoals beschreven in paragraaf 2.4 van de toelichting en de daarbij behorende inrichtingschets (fig 4)” vervangen door: zoals beschreven in bijlage 2 behorende bij de planregels en de daarin opgenomen inrichtingsschets. 7.

Aan artikel 4 wordt de volgende planregel toegevoegd: Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het verlagen van de dakhelling . Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.2 ten behoeve van het verlagen van de dakhelling van een gebouw tot 0°, met dien verstande dat: a) Geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. Het straat- en bebouwingsbeeld; 2. De gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 3. De landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden. 8. In artikel 5.2.2 wordt de volgende wijziging doorgevoerd: a) Artikel 5.2.2. onderdeel a nummer 1, 2 en 3 worden geschrapt. 9. In artikel 5.4.4 wordt de volgende wijziging doorgevoerd: a) In artikel 5.4.4 onderdeel c wordt geschrapt: 7.5.1, sub d. 10. In artikel 6.2.2 wordt de volgende wijziging doorgevoerd: a) Aan artikel 6.2.2 onderdeel b wordt na 5.00 meter toegevoegd: met dien verstande dat de bouwhoogte van lichtvoorzieningen maximaal 1,00 meter bedraagt. 11. In artikel 6.3.1. wordt de zinsnede “zoals beschreven in paragraaf 2.4 van de toelichting en de daarbij behorende inrichtingschets (fig 4)” vervangen door: zoals beschreven in bijlage 2 behorende bij de planregels en de daarin opgenomen inrichtingsschets. 12.

In artikel 8.3.3 wordt de volgende wijziging doorgevoerd: a) In artikel 8.3.3 wordt de zinssnede ‘artikel 40.1’ vervangen door ‘artikel 8.1’. 13. In artikel 8.3.5 wordt de volgende wijziging doorgevoerd: a) In artikel 8.3.5 onder deel a wordt de zinssnede ‘artikel 32.4.4’ vervangen door ‘artikel 8.3.4’. 14. In artikel 10.2 onderdeel a wordt de zinsnede ‘Notitie parkeernormen Steenwijkerland’ vervangen door ‘Nota Parkeernormen 2015 gemeente Steenwijkerland’ 15. Aan artikel 11.2 wordt de volgende planregel toegevoegd: Vormen van verboden gebruik ten aanzien van stikstofdepositie Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 2.1, lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van nieuwe activiteiten en/of de uitbreiding van bestaande activiteiten, die leiden tot een toename van stikstofdepositie hoger dan 0,05 mol/ha/jaar op voor verzuring gevoelige gebieden die onderdeel uitmaken van Natura2000, met uitzondering van: a. activiteiten waarvoor op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming geldt, mits die vergunning: 1. nog steeds geldig is op het moment van verlening van de omgevingsvergunning bouwen en/of milieu voor die activiteiten, dan wel; 2.

nog steeds geldig is op het moment van realisatie, indien voor die activiteit geen omgevingsvergunning bouwen en/of milieu benodigd is; b. activiteiten die voldoen aan het Besluit grenswaarden PAS: 1. op het moment van verlening van de omgevingsvergunning bouwen en/of milieu voor die activiteiten, dan wel; 2. op het moment van realisatie, indien voor die activiteit geen omgevingsvergunning bouwen en/of milieu benodigd is; c. activiteiten die zijn aangewezen als prioritair project in de zin van het Besluit grenswaarden PAS, mits voor die activiteiten: 1. op het moment van verlening van de omgevingsvergunning bouwen en/of milieu voor die activiteiten een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming geldt, dan wel; 2. op het moment van realisatie een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming geldt, indien voor die activiteiten geen omgevingsvergunning bouwen en/of milieu benodigd is; d. activiteiten waarvoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbesche rming geldt, die is vastgesteld na vaststelling van dit bestemmingsplan, mits die vergunning: 1. nog steeds geldig is op het moment van verlening van de omgevingsvergunning bouwen en/of milieu voor die activiteiten, dan wel; 2. nog steeds geldig is op het moment van realisatie, indien voor die activiteit geen omgevingsvergunning bouwen en/of milieu benodigd is 16.

In artikel 12 wordt de volgende wijziging doorgevoerd: a) Planregel 12.3 omgevingsvergunning evenementen wordt geschrapt. II wijziging en aanvulling toelichting De toelichting van het bestemmingsplan worden als volgt aangevuld c .q. gewijzigd: 1. Paragraaf 3.2 wordt aangevuld met de resultaten uit het aanvullende onderzoek ‘onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking’. Het aanvullende/herziende ond erzoek vervangt tevens bijlage 5 behorende bij de toelichting. 2. Paragraaf 3.3 wordt aangevuld met een duidelijke verwijzing en motvering naar het aanvullende/herziende onderzoek ‘onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking’ in relatie met de provinciale omgevingsverordening. 3. Paragraaf 3.3 wordt voor wat betreft het onderdeel Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving aangevuld met een paragraaf over de totstandkoming van het inrichtingsplan in samenwerking met de provincie Overijsel. 4. Paragraaf 4.2 wordt aangevuld met de resultaten uit het aanvullende ‘Natuurtoets de Harmonie Giethoorn’. Het aanvullende/herziende onderzoek vervangt tevens bijlage 1 behorende bij de toelichting. 5. In paragraaf 6 wordt een paragraaf opgenomen met een verwijzing naar de toets aan h et Activiteitenbesluit. 6. Paragraaf 7.1 wordt aangepast zodat duidelijk wordt dat voldaan is aan SVBP 2012 i.p.v. SVBP 2008. 7.

Aan paragraaf 9.2 wordt een paragraaf toegevoegd met de uitkomsten van het gevoerde overleg. Reactienota zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan Giethoorn – uitbreiding Hotel de Harmonie 1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Giethoorn – uitbreiding Hotel de Harmonie’ en het concept besluit omgevingsvergunning hebben van 22 november 2017 tot en met 2 januari 2018 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan en op het ontwerpbesluit omgevingsvergunning. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn zienswijzen ingediend. In deze reactienota is de inhoud van de zienswijzen kort samengevat en van een reactie voorzien. De reactienota heeft de volgende opzet. In paragraaf 2 wordt een overzicht gegeven van alle indieners van de zienswijzen. In paragraaf 3 wordt kort ingegaan op de ontvankelijkheid van de ingediende zienswijzen. In paragraaf 4 worden de (ontvankelijke) zien swijzen van elke indiener kort samengevat en per onderdeel van een gemeentelijke reactie voorzien. De indieners van een zienswijze zullen schriftelijk worden geïnformeerd over de te volgen procedure. Bij de besluitvorming in de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan zal tevens over de zienswijzen worden besloten.

Aan de raad wordt voorgesteld de zienswijzen conform deze reactienota zienswijzen te beantwoorden. De reactienota zienswijzen heeft tot dat moment de status van conceptnota en zal aan de indieners van zienswijzen worden toegezonden. 2. Overzicht zienswijzen Nr. Naam Adres Zaaknr. 1 283839 2 283867 3 283071 4 283071 5 283359 6 283507 7 283697 8 283662 9 283663 10 283665 11 283664 12 283667 13 283668 14 283669 15 283670 16 283672 17 283673 18 283675 19 283676 20 283677 21 283679 22 283687 23 283681 24 283683 25 283684 26 283685 27 283686 28 283680 29 283688 30 283689 31 283691 32 283692 33 283693 34 283695 35 283698 36 283699 37 283797 38 283703 39 283705 40 283706 41 283707 42 283708 43 283709 44 283710 45 283711 46 283712 47 283713 48 283714 49 283715 50 283716 51 283733 52 283717 53 283749 54 283750 55 283751 56 283752 57 283753 58 283757 59 283758 60 283818 61 283850 62 283852 63 283871 64 283741 65 283742 66 283744 67 283746 68 283835 69 283837 70 283841 71 283843 72 283844 73 283848 74 283854 75 283855 76 283858 77 283859 78 283860 79 283861 80 283862 81 282863 82 283864 83 283867 84 283869 85 283973 86 283890 87 283899 88 283962 89 284024 3. ontvankelijkheid Indieners van zienswijzen 1 tot en met 87 zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend en derhalve ontvankelijk.

Indiener 88 heeft de zienswijze op 3 januari 2018 ingediend en dus buiten de daarvoor gestelde termijn. Indiener is derhalve niet-ontvankelijk. 4. Beantwoording van de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan 4.1: indiener 2, 3, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 50, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 61, 62, 63, 64, ,65 68, 71, 72, 75, 76, 77, 78, 78, 80, 81, 82, 83, 84, 87, 88 1. Indieners zijn van mening dat alternatieven niet zijn onderzocht en dat onvo ldoende rekening wordt gehouden met het aangrenzende Natura-2000 gebied. Uitbreiding van de parkeerplaatsen en bootverhuur hebben gevolgen voor alle bewoners. Reactie: Voordat de gemeente medewerking verleend aan een dergelijke behoefte dient aangetoond t e worden dat er behoefte is aan een dergelijke uitbreiding van hotelaccommodatie. Daarnaast dient in het kader van artikel 3.1.6. Bro onderzocht en aangetoond te worden dat een dergelijk e stedelijke ontwikkeling niet elders gerealiseerd kan worden. Pas dan kan en wil de gemeente meewerken aan een dergelijk verzoek. Aan zowel de behoefte als alternatieven is naar ons oordeel voldoende aangetoond dat deze ontwikkeling wenselijk en inpasbaar is. De nodige onderzoeken zijn dan ook in het bestemmingsplan bijgevoegd.

Hetzelfde geldt voor de effecten op het aangrenzende Natura-2000 gebied. In paragraaf 4.2. wordt uitgebreid aangegeven en onderzocht, dat er geen effecten zijn vanwege de voorgenomen uitbreiding op het Natura-2000 gebied. De daaraan ten grondslag liggende onderzoeken zijn dan ook opgenomen in het bestemmingsplan. De stelling door indieners dat onvoldoende rekening wordt gehouden, kan dan ook niet onderschreven worden. Desalniettemin is er een aanvullende onderbouwing en onderzoek in het kader van art ikel 3.1.6. lid 2 Bro uitgevoerd en opgesteld. Tevens is er een aanvullende natuurtoets uitgevoerd, waaruit blijkt dat er geen negatieve werking uitgaat van het project op het Natura2000 -gebied. De onderbouwing, de onderzoeken en de conclusies zullen bij vaststelling van het bestemmingsplan aan de toelichting en aan de bijlagen behorende bij de toelichting worden toe gevoegd. Bedrijfsmatige exploitatie van verhuurboten kan in de gemeente alleen plaatsvinden op basis van een vergunning. De exploitant van het hotel heeft een gelimiteerde vergunning en zal ook niet vergroot worden. In de toelichting is dit ook duidelijk aangegeven. Uitbreiding van de bootverhuur is dan ook niet aan de orde. Conclusie en gevolgen voor het bestemmingsplan: De zienswijze geeft aanleiding om de toelichting op het onderdeel “laddertoets” en “ecologie” aan te vullen. 2.

Indieners zijn van mening dat voldaan moet worden aan het bestemmingsplan Giethoorn 2017 en bouwen binnen het bouwvlak, en dat rekening gehouden moet worden met de verkeersveiligheid voor fietsers. Reactie: De gewenste uitbreiding van de hotelaccommodatie kan niet worden gerealiseerd binnen het bestemmingsplan Giethoorn 2017. Om de gewenste uitbreiding van de hotelaccommodatie mogelijk te maken dient het bestemmingsplan voor dit onderdeel herzien te worden. Indien dit binnen het bouwvlak gerealiseerd zou moeten worden betekent dit ook een massaal gebouw met een hoogte van meer dan 15 meter. Dit achten wij ongewenst. Uitbreiding van hotelaccommodatie betekent ook uitbreiding van de noodzakelijke parkeergelegenheid overeenkomstig de Nota Parkeernormen 2015 gemeente Steenwijkerland. Dit kan niet binnen het bestaande bestemmingsvlak gerealiseerd worden. Ook hiervoor dient het bestemmingsplan herzien te worden. 3. Grootschalige uitbreiding is niet conform het vigerende bestemmingsplan. De uitbreiding is groter en hoger dan de bestaande Harmonie en bestaande uitbreiding. Het ontwikkelen van een plan binnen het bouwvlak behoort tot de mogelijkheden. Reactie: De constatering dat de uitbreiding niet overeenkomstig het bestemmingsplan Giethoorn 2017 is, is correct. Het is derhalve noodzakelijk om het bestemmingsplan op dit punt te herzien.

Wij zijn van mening dat de uitbreiding niet binnen het vigerende bestemmingsplan gerealise erd kan worden. Zie verder onze reactie onder punt 2. 4. Toename van het verkeer is een gevaar voor de schoolgaande kinderen. Een gescheiden fietspad is noodzakelijk. Reactie: Wij begrijpen de zorg over de schoolgaande kinderen alleen delen wij de mening nie t. Wij zijn van mening dat het toeristisch verkeer zich niet zal mengen met het schoolverkeer. De reden is gelegen in het feit dat toerisme voornamelijk plaatsvindt tijdens schoolsluitingen, dan wel op momenten dat er geen sprake is van schoolverkeer. Ook is de toename van verkeersbewegingen niet zodanig dat dit een vrij liggend fietspad rechtvaardigt, ongeacht of de fysieke ruimte daarvoor aanwezig is. 5. Het parkeerterrein is direct in zicht en tast het dorpsgezicht aan. Reactie: Het nieuw aan te leggen parkeerterrein zal landschappelijk worden ingepast en omringd worden met een streekeigen haag. Om dit te kunnen waarborgen is in de planregels ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Op deze wijze zal de impact van een parkeerterrein geminimaliseerd worden. 6. Plannen voor een grootschalig rondvaartbedrijf leidt tot eenrichtingsverkeer is de dors gracht. De huidige regelgeving maakt dit mogelijk en dient onderzocht te worden. Reactie: Het onderhavige plan betreft uitsluitend een uitbreiding van de hotelaccommodatie.

Het bedrijf beschikt over een vergunning voor 15 boten. Deze vergunning wordt niet aangepast en is als zodanig ook aangegeven in de toelichting. Een grootschalig rondvaartbedrijf is dan ook niet aan de orde. 7. De bewoners van Giethoorn zijn niet gekend in de plannen. Reactie: Het plan is in eerdere aanleg al gepubliceerd geweest, behandeld in de gemeenteraad en de initiatiefnemer heeft informatiebijeenkomsten gehouden. Een belangstellende had dus kennis kunnen nemen van het initiatief. 8. In het vigerende bestemmingsplan heeft het gebied een agrarische bestemming. Er zijn verschillende mogelijkheden om binnen het aangegeven bouwvlak te blijven, dit dient onderzocht te worden. Reactie: Zoals eerder onder 2 en 3 is aangegeven, zijn wij van mening dat het initiatief niet binnen de vigerende planregels gerealiseerd kan worden. 9. In het plan wordt geen rekening gehouden met toekomstige uitbreiding van hotels, bedrijven en bewoners. In het plan is onduidelijk waarom de uitzonderingspositie geldt voor Hotel de Harmonie. Reactie: In het onderhavige plan wordt inderdaad geen verdere uitbreiding van hotelaccommodatie toegestaan.

Het plan maakt alleen de uitbreiding van de hotelaccommodatie mogelijk zoals deze is aangevraagd en waar in het verleden mee is ingestemd, zoals ook uit de toelichting blijkt Mocht indiener het bestemmingsplan Giethoorn 2017 bedoelen, dit is een conserverend plan waarin geen of bijna geen nieuwe ontwikkelingen worden opgenomen. Elke gewenste wijziging behelst dan ook een eigen procedure. 10. De authenticiteit van Giethoorn-Noord wordt niet gewaarborgd. Kenmerkende groenstroken worden volgebouwd. Reactie: Het plan voorziet in een landschappelijke inpassing welke gewaarborgd wordt door middel van een voorwaardelijke verplichting en met streekeigen beplanting. Een agrarisch perceel kan niet worden aangemerkt als een kenmerkende groenstrook. 11. Uit onderzoek zou niet blijken dat er vraag is naar een dergelijke voorziening op deze locatie. In het hoogseizoen wordt er volop geadverteerd met last minute aanbiedingen waardoor de vermelding dat het hotel 8-9 maanden is volgeboekt onjuist is. Reactie: Dat het hotel zou adverteren met last-minute aanbiedingen heeft geen relatie met de bezettingsgraad van het hotel. Wij zijn van mening dat voldoende is onderbouwd dat de behoefte aan uitbreiding en de noodzakelijke kwaliteitsverbetering aanwezig en noodzakelijk is. 12. Het doel van de uitbreiding en belang van de bewoners is niet meegenomen in het plan.

Reactie: Het doel en daarmee ook het belang van de bewoners is een uitbreiding en kwaliteitsverbetering van de hotelaccommodatie. Dat is dan ook het uitgangspunt en opzet van onderhavig bestemmingsplan. Het doel en belang is derhalve wel meegenomen in het bestemmingsplan. Conclusie en gevolgen voor het bestemmingsplan: De zienswijze geeft aanleiding om de toelichting op het onderdeel “laddertoets” en “ecologie” aan te vullen. 4.2: indiener 1 1. Indiener is van mening dat alternatieven niet zijn onderzocht en dat onvoldoende rekening wordt gehouden met het aangrenzende Natura-2000 gebied. Uitbreiding van de parkeerplaatsen en bootverhuur hebben gevolgen voor alle bewoners. Reactie: Voordat de gemeente medewerking verleend aan een dergelijke behoefte dient aangetoond te worden dat er behoefte is aan een dergelijke uitbreiding van hotelaccommodatie. Daarnaast dient in het kader van artikel 3.1.6. Bro onderzocht en aangetoond te worden dat een dergelijk e stedelijke ontwikkeling niet elders gerealiseerd kan worden. Pas dan kan en wil de gemeente meewe rken aan een dergelijk verzoek. Aan zowel de behoefte als alternatieven is naar ons oordeel voldoende aangetoond dat deze ontwikkeling wenselijk en inpasbaar is. De nodige onderzoeken zijn dan ook in het bestemmingsplan bijgevoegd. Hetzelfde geldt voor de effecten op het aangrenzende Natura-2000 gebied. In paragraaf 4.2.

wordt uitgebreid aangegeven en onderzocht, dat er geen effecten zijn vanwege de voorgenomen uitbreiding op het Natura-2000 gebied. De daaraan ten grondslag liggende onderzoeken zijn dan ook opgenomen in het bestemmingsplan. De stelling door indieners dat onvoldoende rekening wordt gehouden, kan dan ook niet onderschreven worden. Desalniettemin is er een aanvullende onderbouwing en onderzoek in het kader van artikel 3.1.6. lid 2 Bro uitgevoerd en opgesteld. Tevens is er een aanvullende natuurtoets uitgevoerd, waaruit blijkt dat er geen negatieve werking uitgaat van het project op het Natura2000 -gebied. De onderbouwing, de onderzoeken en de conclusies zullen bij vaststelling van het bestemmin gsplan aan de toelichting en aan de bijlagen behorende bij de toelichting worden toegevoegd. Bedrijfsmatige exploitatie van verhuurboten kan in de gemeente alleen plaatsvinden op basis van een vergunning. De exploitant van het hotel heeft een gelimiteerde vergunning en zal ook niet vergroot worden. In de toelichting is dit ook duidelijk aangegeven. Uitbreiding van de bootverhuur is dan ook niet aan de orde. Conclusie en gevolgen voor het bestemmingsplan: De zienswijze geeft aanleiding om de toelichting op het onderdeel “laddertoets” en “ecologie” aan te vullen. 2. Er is geen aannemelijk belang gediend bij de uitbreiding van het hotel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/f450f866-78ee-42d7-872a-b0c75fae3506?agendaItemId=a0accd42-e821-4518-aac3-b8082aefba3e