CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemenbuurt Steenwijk - Bestemmingsplan.pdf

Politieke Markt 2 juni 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bloemenbuurt - Steenwijk22.251 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1.45 onderkomen voor verblijf geschikt, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief verblijf. 1.46 openbare nutsvoorziening een gebouw of bouwwerk dat ten dienste staat van het openbaar energietransport dan wel de telecommunicatie, zoals een schakelkast, een elektriciteitshuisje en een verdeelstation. 1.47 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen, al dan niet in combinatie met de productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard. 1.48 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. 1.49 parkeervoorzieningen een al dan niet overdekte c.q. ondergrondse stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer: a. openbare parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel openbaar toegankelijk zijn; b. particuliere parkeerplaatsen: parkeerplaatsen die in beginsel niet openbaar toegankelijk zijn, zoals bijvoorbeeld parkeerplaatsen op eigen terrein.

1.50 parkeren het gedurende een aaneengesloten periode plaatsen van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 58 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) 1.51 peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (NAP) of het ter plaatse geldende waterpeil. 1.52 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met ee n ander tegen vergoeding. 1.53 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch -pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.54 setback een dakopbouw die is gelegen ten minste 2,00 meter achter de denkbeeldige verticaal doorgetrokken voorgevel van een gebouw en die een hoogte heeft van maximaal 3,50 meter, gemeten vanaf de bovenkant van de desbetreffende verdiepingsvloer. 1.55 stedenbouwkundig beeld het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte. 1.56 straatmeubilair de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, parkeermeters, stadsplattegronden, oplaadpunten voor elektrische auto's, zitbanken, bloem- en plantenbakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstobjecten, draagconstructies voor reclame alsmede telefooncellen, abri's, openbaar urinoir, en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.57 verdieping een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag, welke is gelegen ter plaatse van de begane grond. 1.58 vloeroppervlak de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken op de begane grond. 1.59 voorgevel gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg of het water en die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt.

1.60 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.61 weg een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerplaatsen. 1.62 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Adviesbureau Haver Droeze BNT 59 1.63 woningsplitsing het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer zelfstandige woningen. 1.64 zakelijke dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, zoals banken, verzekeringswezen, exploitatie van handel in onroerende zaken, adviesbureaus en verhuurbedrijven, met uitsluiting van detailhandel. 1.65 zolder ruimte(n) in een gebouw die hoofdzakelijk is (zijn) afgedekt met schuine daken en die geen deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen. 1.66 zorgwoning woning geschikt voor mensen met een zorg- dan wel begeleidingsvraag.

60 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2 het bebouwingspercentage voor zover op de verbeelding bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de horizontale diepte van een bouwwerk de lengte van een bouwwerk, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel. 2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.8 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.9 de ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden onderges chikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel - en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 meter. 2.10 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.11 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Adviesbureau Haver Droeze BNT 61 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, zoals trapvelden, speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet- en fietspaden en andere voorzieningen; b. structurele beplantingen; c. recreatief medegebruik; d. de aanleg en instandhouding van water en waterhuishoudkundige voorzieningen met een oppervlakte van ten minste 150m², waarbij het waterpeil ten minste 0,3 meter kan stijgen; e.

openbare nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten dienste van openbaar nut. 3.2.2 Bijbehorende bouwwerken Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd, mits: a. deze noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; b. deze worden gebouwd ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; c. behorende tot de recreatieve voorziening, zoals recreatieve bewegwijzering, informatieborden en kleinschalige uitzicht- en rustpunten; d. behorende tot het straatmeubilair; e. ten behoeve van openbaar nut; f. ten behoeve van speelvoorzieningen; en hiermee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouw zijnde. 3.2.3 overige regels De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 5,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 1,00 meter bedraagt en de bouwhoogte van voorzieningen voor verkeer en verlichting maximaal 2,00 meter ma g bedragen.

3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen met een grotere bouwhoogte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen met dien verstande dat: a. de goothoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: d. het straat- en bebouwingbeeld; e. de verkeersveiligheid; f. de milieusituatie; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik 62 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden voor het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen; b. het niet overeenkomstig de uitgangspunten van dit plan instandhouden van waterbergen de voorzieningen, zoals een wadi, conform de in artikel 3.1 onder d aangegeven inrichtingsprincipes.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijken van de gebruiksregels voor het realiseren van parkeerplaatsen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 ten behoeve van het realiseren van parkeerplaatsen, onder de voorwaarden dat: a. de parkeerbehoefte is aangetoond; b. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft; c. deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse; d. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; e. waarden en belangen van derden niet onevenredig worden geschaad of kunnen worden geschaad. 3.6 Wijzigingsbevoegdheid 3.6.1 Wijziging in de bestemming 'Wonen' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Wonen - 3', ten behoeve van de vergroting van een aan de bestemming 'Groen' grenzende tuin, met dien verstan de dat: a. de totstandkoming van een aanvaardbaar woonmilieu in de omliggende en bestaande woning(en) gegarandeerd kan worden; b. de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: d. de verkeersveiligheid; e. de milieusituatie; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende grond; g. het stedenbouwkundig beeld ter plaatse; h.

bij de wijziging in de bestemming 'Wonen - 3' voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 5. 3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.7.1 verbodsbepaling Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen met een grotere oppervlakte dan 150m²; b. het dempen van watergangen en/of waterberingsvoorzieningen, zoals een wadi als bedoeld in artikel 3.1 onder d; 3.7.2 uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 3.7.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming hebben; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachten een verleende vergunning. Adviesbureau Haver Droeze BNT 63 3.7.3 voorwaarden voor vergunningverlening De werken of werkzaamheden als bedoeld in 3.7.1 zijn slechts toelaatbaar indien daarbij wordt voorzien in extra waterbergingsvoorzieningen ter grootte van ten minste 10% van de oppervlakte aan verharding die wordt aangebracht c.q.

daardoor het waterbergend vermogen van de waterbergingsvoorziening niet wordt verminderd ten opzichte van de waarden als aangegeven in artikel 3.1 onder d. 64 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Artikel 4 Verkeer - verblijfsgebied 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. straten en paden; b. speelvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. straatmeubilair en voorwerpen betreffende de beeldende kunsten; f. kunstwerken; g. afvalinzameling; h. (openbare) nutsvoorzieningen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings - en infiltratievoorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - verblijfsgebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd. 4.2.2 Algemeen Op de voor 'Verkeer - verblijfsgebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd: a. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; b. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; c. behorende tot het straatmeubilair; d. ten behoeve van speelvoorzieningen; e. ten behoeve van afvalinzameling; f. kunstwerken, zoals bruggen en duikers; g. voorwerpen betreffende de beeldende kunsten; h.

ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; en hiermee vergelijkbare bouwwerken. 4.2.3 Overige regels De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde maximaal 10 meter bedraagt. 4.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming ´Wonen - 3' ten behoeve van de vergroting van een aan de bestemming 'Verkeer - verblijfsgebied' grenzende tuin, met dien verstande dat: a. de totstandkoming van een aanvaardbaar woonmilieu in de omliggende en bestaande woning(en) gegarandeerd kan worden; b. de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: d. de verkeersveiligheid; e. de milieusituatie; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende grond; g. het stedenbouwkundig beeld ter plaatse; h. bij de wijziging in de bestemming 'Wonen - 3', voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 5. Adviesbureau Haver Droeze BNT 65 Artikel 5 Wonen - 3 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; met daaraan ondergeschikt: b. tuinen; c. parkeervoorzieningen op eigen terrein d. groenvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; b. de bij een woning behorende bijbehorende bouwwerken; c. alsmede de bij een woning behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 5.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak mogen zowel woningen als bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; b. het bouwvlak mag tot maximaal 100% worden bebouwd; c. per bouwvlak bedraagt het aantal woningen niet meer dan de waarde ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal woningen'; d. de voorgevel van de woning wordt geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; e. alle kopgevels dienen te zijn voorzien van ten minste 1 raamopening; f. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte gemeten vanaf de bouwvlakgrens niet meer dan 1,00 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; g.

de bouw- en goothoogte van een woning bedraagt maximaal de waarde zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' c.q. de aanduiding 'maximale goothoogte'; h. het hoofdgebouw wordt voorzien van een kap, waarvan: 1. de dakhelling ten minste 30° bedraagt; 2. de dakhelling maximaal 60° bedraagt; 3. de nokrichting van het hoofdgebouw evenwijdig aan de weg is georiënteerd; i. voor de maatvoering van bijbehorende bouwwerken geldt het bepaalde in artikel 5.2.3; j. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt het bepaalde in artikel 5.2.4. 5.2.3 Regels voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, met uitzondering van carports, mag maximaal bedragen: Oppervlakte bestaand bouwperceel Toegestane maximale oppervlakte aan bijbeorende bouwwerken Bouwperceel tot 350m² 50m² Bouwperceel van 350m² - 700m² 70m² Bouwperceel van 700m² - 1.000m² 80m² Bouwperceel vanaf 1000m² 100m² 66 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) b. bijbehorende bouwwerken worden met een kap van maximaal 60° afgedekt; c. de goothoogte van een bijbehorende bouwwerk bedraagt maximaal 3,50 meter; d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 5m.

5.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de carport dient op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn te worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van de carport maximaal 3,00 meter mag bedragen en de oppervlakte maximaal 20 m² mag bedragen; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en vlaggenma sten; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 6,00 meter bedragen; d. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens mag maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens mag de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 2,00 meter bedragen. 5.3 Nadere eisen 5.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van bebouwing; b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan; c. de aard, hoogte en situering van (al dan niet groene) erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. 5.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 5.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b.

de verkeerssituatie; c. een goede parkeerbalans; d. de milieusituatie; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. instandhouding van omliggende waarden. 5.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder h, ten behoeve van hoekwoningen en toestaan dat deze worden gebouwd in 3 bouwlagen en met een plat dak, mits daarbij niet wordt afgeweken van de maximale waarde voor de bouwhoogte, als bedoeld in 5.2.2 onder g. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte wagens en /of voer- en vaartuigen van derden, anders dan bedoeld in artikel 5.1; b. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken anders dan bedoeld in artikel 5.5.2; c. woningsplitsing; d. het samenvoegen van woningen; e. mantelzorg in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken; f. gebouwen voor recreatieve bewoning; g. detailhandel; Adviesbureau Haver Droeze BNT 67 h. horeca; i.

buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en anders dan bedoeld in artikel 5.1. 5.5.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden beroep, als opgenomen in het overzicht aan huis verbonden beroepen (Bijlage 1 bij deze regels), is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep wordt uitsluitend uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; b. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor aan huis verbonden beroep(en); c. de woonfunctie wordt in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast; d. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; e. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; f. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h.

er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. 5.6 Afwijken van de gebruiksregels 5.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis gebonden bedrijf a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 34.5, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf als opgenomen in het overzicht aan huis gebonden bedrijven (Bijlage 1 bij deze regels), met dien verstande dat: 1. een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; 2. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; 3. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf; 4. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wordt aangetast; 5. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; 6. het onbebouwde gedeelte van het perceel niet mag worden gebruikt voor beroeps - of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; 7. er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; 8.

in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; 9. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel in aan het betr effende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. b. Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld in 5.6.1 sub a. 68 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) 5.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 5.5.1 onder e, ten behoeve van mantelzorg in de woning of in bestaande bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de woning en/of bestaande bijbehorende bouwwerken maximaal in totaal 75 m² bedraagt, met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan het bepaalde in artikel 5.2.3; b. de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; c.

specifiek voor mantelzorg in bestaande bijbehorende bouwwerken de volgende regels gelden: 1. het vrijstaande bijbehorend bouwwerk dient binnen een afstand van 25,00 meter van d e woning te zijn gesitueerd en een ruimtelijke eenheid te vormen met de woning; 2. realisatie van de afhankelijke woonruimte binnen de woning inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken is niet mogelijk; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Adviesbureau Haver Droeze BNT 69 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 70 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Artikel 7 Algemene bouwregels Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'bouwvlak'; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. de ondergrondse bouwdiepte mag maximaal 4,00 meter onder peil bedragen; d.

om het ondergrondse bouwwerk toegankelijk te maken is overschrijding van het bouwvlak toegestaan, mits de voorgevelrooilijn niet wordt overschreden; e. de regels van de betreffende bestemmingen zijn van overeenkomstige toepassing. Adviesbureau Haver Droeze BNT 71 Artikel 8 Algemene gebruiksregels Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, voor zover daarvoor door de burgemeester geen gedoogbestemming is verleend; c. straatprostitutie; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer - en vaartuigen en van wagens, tenzij de betreffende bestemming daarin wel uitdrukkelijk voorziet. 72 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt.

9.2 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning. 9.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het plaatsen van masten voor telecommunicatie en alarmering Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering, welke niet vergunningsvrij zijn, met dien verstande dat: a. deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse; b. belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; c. de totale bouwhoogte van de antenne-installatie inclusief bebouwing niet meer dan 40,00 meter bedraagt. Adviesbureau Haver Droeze BNT 73 Artikel 10 Parkeren 10.1 Aanbrengen ruimte voor parkeren, laden en lossen Een omgevingsvergunning voor bouwen en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor bewoners / gebruikers overeenkomstig de Nota Parkeernormen 2015 van de gemeente.

De parkeergelegenheid moet zijn aangelegd en in stand worden gehouden op eigen terrein. 10.2 Beleidsregels Het bevoegd gezag past de in 10.1 genoemde regels toe met in achtneming van de Parkeernota van de gemeente met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden op het moment dat de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend. 10.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij op niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en/of in stand wordt gehouden voor parkeren voor het genoemde in 10.1 overeenkomstig de beleidsregels van de gemeente als bedoeld in 10.2. 10.4 Afwijken Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1 indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. 74 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorhee n geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Adviesbureau Haver Droeze BNT 75 Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk van de gemeente Steenwijkerland. 76 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Bijlagen regels Adviesbureau Haver Droeze BNT 77 Bijlage 1 Aan huis gebonden beroepen en/of ambachtelijke bedrijvigheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ee804cc6-6fa7-40ea-a0ae-3be50ec65ce5?agendaItemId=70db32b4-6e81-484e-a579-b8d82d9db46a