CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemenbuurt Steenwijk - Bestemmingsplan.pdf

Politieke Markt 2 juni 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bloemenbuurt - Steenwijk22.251 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bloemenbuurt Steenwijk Bestemmingsplan vastgesteld d.d. 26 mei 2020

2 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit 5 Toelichting 7 Hoofdstuk 1 Inleiding 8 1.1 Aanleiding 8 1.2 Huidig bestemmingsplan 8 1.3 Ligging en begrenzing plangebied en inhoud bestemmingsplan 8 1.4 Opbouw en leeswijzer 9 Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 10 2.1 Algemeen 10 2.2 Bestaande situatie 10 2.3 Nieuwe situatie 11 Hoofdstuk 3 Beleidskader 15 3.1 Algemeen 15 3.2 Rijksbeleid 15 3.3 Provinciaal beleid 15 3.4 Provinciale Omgevingsverordening 17 3.5 Gemeentelijk beleid 18 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 24 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 24 4.2 Bedrijven en milieuzonering 25 4.3 Bodem 26 4.4 Duurzaamheid 27 4.5 Externe veiligheid 27 4.6 Flora en fauna 28 4.7 Geluid 31 4.8 Ladder voor Duurzame verstedelijking 32 4.9 Luchtkwaliteit 32 4.10 Water 33 Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 38 5.1 Algemeen 38 5.2 Methodiek 38 5.3 Opzet regels 38 5.4 Verbeelding 39 5.5 Bestemmingen 39 Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 41 Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 42 7.1 Maatschappelijk draagvlak 42 7.2 Bestuurlijk vooroverleg 42 7.3 Inspraak 42 Adviesbureau Haver Droeze BNT 3 Bijlagen Toelichting 43 Bijlage 1 Beeldkwaliteitplan 44 Bijlage 2 Archeologisch onderzoek 45 Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek 46 Bijlage 4 Aeriusberekening - memo 47 Bijlage 5 Aeriusberekening 48 Bijlage 6 Natuurtoets 49 Bijlage 7 Notitie natuurinclusieve

voorzieningen 50 Bijlage 8 Akoestisch onderzoek 51 Bijlage 9 Verkeersonderzoek 52 4 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Regels 53 Hoofdstuk 1 Inleidende regels 54 Artikel 1 Begrippen 54 Artikel 2 Wijze van meten 60 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 61 Artikel 3 Groen 61 Artikel 4 Verkeer - verblijfsgebied 64 Artikel 5 Wonen - 3 65 Hoofdstuk 3 Algemene regels 69 Artikel 6 Anti-dubbeltelregel 69 Artikel 7 Algemene bouwregels 70 Artikel 8 Algemene gebruiksregels 71 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 72 Artikel 10 Parkeren 73 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 74 Artikel 11 Overgangsrecht 74 Artikel 12 Slotregel 75 Bijlagen regels 76 Bijlage 1 Aan huis gebonden beroepen en/of ambachtelijke bedrijvigheid 77 Adviesbureau Haver Droeze BNT 5 Vaststellingsbesluit 6 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Gemeente: Gemeente Steenwijkerland Postbus 162 8331 AD STEENWIJK Opdrachtgever: Woonconcept Blankenstein 560 7943 PA MEPPEL Planadviseur: Adviesbureau Haver Droeze BNT Muurhuizen 165 3811 EG AMERSFOORT Document informatie: Titel : bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk, gemeente Steenwijkerland Rapporttype : Toelichting en Regels IMRO-IDN : NL.IMRO.1708.STWBloemenbuurtBP-VA01 Ontwerp : januari 2020 Vaststelling : 26 mei 2020 Beknopte inhoud: Partiële herziening van het bestemmingsplan Steenwijk en Tuk (vastgesteld 17 september 2013) in het kader van

wijkvernieuwing waarbij de bestaande 94 boven -benedenwoningen worden gesloopt en herbouw zal plaatsvinden van 77 grondgebonden eengezinswoningen voor de lage huur en 1 à 2-persoonshuishoudens.

Adviesbureau Haver Droeze BNT 7 Toelichting 8 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Bloemenbuurt in Steenwijk-west (Gemeente Steenwijkerland) is gebouwd in de periode rond 1960. Hoewel de wijk goed is aangelegd en landschappelijk zorgvuldig werd ingepast, voldoet de wijk niet meer aan de huidige behoeften op het gebied van woninggrootte, het type woningen e n de ruimte rondom de woningen (tuinen en parkeren). De woningen in het plangebied zijn eigendom van Woonconcept. Als gevolg van het feit dat meerdere complexen in de afgelopen jaren korte of langere tijd genomineerd waren om te worden gesloopt, maar er geen duidelijkheid was over de voortgang van de plannen, hebben de betreffende woningen niet het onderhoudsprogramma gehad dat normaal gesproken zou zijn uitgevoerd. Ook de periode waarin de woningen werden gebouwd is van invloed op de kwaliteit van de woni ngen. In het algemeen is de onderhoudssituatie van de woningen matig tot slecht. In 2009 is daarom in nauw overleg met de bewoners een Wijkvisie opgesteld. Onder bewoners bleek veel draagvlak voor de Wijkvisie waarin voorstellen werden gedaan voor enkele enkele ingrepen, waaronder de vernieuwing van de omgeving van de Acaciastraat / Lijsterbesstraat / Bloemstaat.

De plannen hier gaan uit van het vervangen van de 94 bestaande boven-benedenwoningen door 77 grondgebonden woningen. Aangezien het bestemmingsplan ter plaatse van de betreffende woonblokken alleen 'gestapeld wonen' toestaat en ook de nieuwe stedenbouwkundige structuur afwijkt van de bestaande stedenbouwkundige structuur kunnen de plannen niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan dient om die reden (partieel) te worden herzien. 1.2 Huidig bestemmingsplan Op het plangebied is het bestemmingsplan Steenwijk en Tuk van toepassing dat op 17 september 2013 is vastgesteld. De bouwblokken met beneden- en bovenwoningen waar dit plan betrekking op heeft, hebben in het bestemmingsplan de bestemming 'Wonen - gestapeld'. Een gestapelde woning is in artikel 1.83 gedefinieerd als een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat. Grondgebonden woningen zijn hier niet toegestaan. Het geldende bestemmingsplan voorziet weliswaar in een wijzigingsbevoegdheid waarbij de bestemming Wonen - gestapeld kan worden gewijzigd in de bestemmingen Wonen - 1 en/of Wonen 2; deze geldt echter niet voor onderhavig plangebied. Het bestemmingsplan dient om die reden (partieel) te worden herzien.

1.3 Ligging en begrenzing plangebied en inhoud bestemmingsplan De Bloemenbuurt ligt in Steenwijk-west en wordt globaal begrensd door de Acaciastraat, de Lijsterbesstraat en de Gasthuislaan. Dit plan heeft betrekking op de huurwoningen aan de Acaciastraat en de Lijsterbesstraat. De woningen zijn eigendom van Woonconcept. Zie afbeelding 1 voor de ligging van het plangebied. Adviesbureau Haver Droeze BNT 9 Afbeelding 1: ligging en globale begrenzing plangebied Bron: www.topotijdreis.nl Daarnaast is voorzien in de herschikking van enkele parkeerplaatsen aan de Bloemweg en de Lijsterbesstraat; deze maken daarom ook deel uit van het plangebied. De regels van dit plan zijn gebaseerd op het bestemmingsplan Steenwijk - Tuk. De toelichting is niet juridisch bindend maar vormt wel een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan omdat hierin de achtergronden en overwegingen die aan de partiële herziening ten grondslag liggen worden omschreven. 1.4 Opbouw en leeswijzer Het bestemmingsplan is opgebouwd uit een toelichting, regels en een digitale verbeelding (plankaart). Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de IMRO standaarden en de SVBP 2012. Ook voldoet het plan aan de eisen uit de Wro inzake digitale raadpleegbaarheid van bestemmingspl annen. Na deze algemene inleiding wordt in Hoofdstuk 2 Planbeschrijving aandacht besteed aan de bestaande situatie en de beoogde ontwikkelingen.

Het beleidskader wordt beschreven in Hoofdstuk 3. De diverse omgevingsaspecten zijn beschreven in Hoofdstuk 4. De wijze waarop de beoogde ontwikkelingen zijn vertaald naar de regels en de verbeelding van dit bestemmingsplan is opgenomen in de Juridische planbeschrijving (Hoofdstuk 5). De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid zijn beschreven in Hoofdstuk 6 en 7.

10 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Algemeen De Bloemenbuurt ligt in de kern Steenwijk binnen de gemeente Steenwijkerland. De gemeente ligt in Noordwest Overijssel op de grens met Friesland, Drenthe en Flevoland. Dit gebied wordt ook wel 'de kop van Overijssel' genoemd. De gemeente Steenwijkerland is in 2001 ontstaan uit een samenvoeging van 3 gemeenten: Steenwijk, Brederwiede en IJsselham. De ruimtelijke structuur van de gemeente wordt in belangrijke mate bepaald door infr astructuur: rijksweg A32 en de spoorlijn Zwolle - Leeuwarden. De gemeente is daardoor zowel per spoor als per auto goed bereikbaar. In het oosten van de gemeente bevindt zich het Drents Plateau. In het zuiden van de gemeente liggen de natuurgebieden Weerribben en De Wieden. Steenwijk is als voormalige vestingstad de grootste stedelijke kern in Noord-Overijssel en heeft regionale functies als wonen, werken en diverse voorzieningen. 2.2 Bestaande situatie Stedenbouwkundige structuur Steenwijk-west is ontstaan in de Wederopbouwperiode als uitbreidingswijk ten westen van de historische kern, die bestond uit de (lint)bebouwing langs de Verlaatseweg en de Gasthuislaan (de historische toegangswegen). De wijk heeft van oudsher een duidelijke landschapp elijke begrenzing als gevolg van de aanwezige hoogteverschillen.

De wijk is gebouwd op een ten opzichte van de omgeving hoger gelegen gebied. De lagere gebieden waren te nat en bleven dus onbebouwd. Bijzonder is de ligging van Steenwijk-west aan de groenstructuur van Steenwijk (park Rams Woerthe); deze groenstructuur loopt verder de wijk in. Ten westen van de wijk vormen het Broekslagenbos en de Ruxveense vijver belangrijke groenelementen. Aan de zuidzijde grenst de wijk aan open agrarisch gebied. Het gebied tussen de Acacialaan ene de Lijsterbesstraat behoort ook tot de groene ruimtes in de wijk. Woningaanbod De wijk is in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw verder uitgebreid met rijenwoningen. In de wijk staan relatief veel boven- en benedenwoningen; circa 30% bestaat uit flats / appartementen. Er zijn weinig vrijstaande en halfvrijstaande woningen. In de gehele wijk staan circa 1475 woningen; het merendeel daarvan in eigendom van Woonconcept. Daarnaast worden er enkele woningen verhuurd door Omnia, een andere wooncorporatie. Om de balans tussen koop en huur te verbeteren zijn al langere tijd huurwoningen afgestoten of vervangen door koopwoningen. Vrijkomende huurwoningen worden steeds vaker verhuurd aan doorstromers; het gevolg is dat het bewonersverl oop toeneemt en de buurtbinding afneemt. De wijk is landschappelijk goed aangelegd. De bebouwing dateert echter uit dezelfde periode en is gedateerd.

De woningen en de opzet van de wijk sluiten niet meer aan bij op de behoeften op het gebied van woninggrootte, woningtype en de wensen ten aanzien van tuinen en parkeren. Deze veranderende eisen en behoeften maken, in combinatie met de slechte staat van onderhoud, dat ingrepen noodzakelijk zijn. Uit de Sociale atlas en de huurdersgegevens van Woonconcept bli jkt dat de bevolkingssamenstelling in de wijk verandert: er komen geleidelijk meer kleinere en jongere huishoudens bij in de wijk, die gemiddeld korter in de wijk blijven wonen. Het verloop onder bewoners is het grootst in de beneden - bovenwoningen. De huishoudengrootte bestaat overwegend uit 1 of 2 personen; hetgeen kan worden verklaard door de gemiddeld kleine woningen. De wijk kent een oververtegenwoordiging aan bewoners met een laag inkomen en relatief veel uitkeringsgerechtigden. De waardering van de woonomgeving en de waardering ten opzichte van de rest van de gemeente neemt af. In de wijk zijn weinig voorzieningen in de vorm van kleine winkels en horeca. Wel liggen er diverse maatschappelijke voorzieningen in de wijk, zoals 3 basisscholen en 1 middelbare school (RSG Tromp Meesters), een kerk, een moskee, een dagbestedingscentrum en een buurtcentrum (De Korf). Adviesbureau Haver Droeze BNT 11 Ontsluitingsstructuur De Gasthuislaan en Verlaatseweg spelen nog altijd een belangrijke rol in de ontsluiting van de wijk.

De Gasthuislaan vormt met de Jan van Riebeeckstraat en de Verlaatseweg een soort interne ringweg, die aansluit op de hoofdontsluitingsstructuur van Steenwijk. De ligging van de hoofdentree naar RSG Tromp Meesters aan de Lijsterbesstraat, zorgt voor veel (fiets)verkeer in het eerste deel van de Tulpstraat. De Lijsterbesstraat kent een straatbeeld dat gedomineerd wordt door geparkeerde auto's. 2.3 Nieuwe situatie 2.3.1 Algemene uitgangspunten De als gevolg van de economische crisis gewijzigde omstandigheden op de woningmarkt hebben tot andere inzichten geleid op de huidige woningvoorraad in relatie tot de toekomstige vraag naar woningtypen. Om duidelijkheid te schetsen over de gewenste eindsituatie heeft de gemeente samen met Woonconcept een Wijkvisie opgesteld. De Wijkvisie bevat een visie voor het ontwikkelen van een duurzame en levensloopbestendige wijk, met een gevarieerd woningaanbod (huur - en koop) voor jong en oud, waarbij wordt ingespeeld op toekomstige veranderingen in de vraag naar woningtypen. Naast de woningvoorraad gaat de Wijkvisie ook over de inrichting van de openbare ruimte en (het behouden van) de sociale structuur en buurtbinding in de wijk.

2.3.2 Stedenbouwkundige opzet en beeldkwaliteit Op basis van de Wijkvisie is een stedenbouwkundig plan opgesteld dat wordt gekenmerkt door een robuuste groen-blauwe structuur, ruimte voor ontmoeting en verbinding en een goede, verkeersveilige ontsluiting. De ruimtelijke hoofdstructuur van de buurt wordt gevormd door de bestaande Acaciastraat en de Lijsterbesstraat, die op hun huidige plek blijven liggen, met daartussen een nieuw centraal gelegen park dat een belangrijk verbindend element vormt in de nieuwe opzet voor de buurt. Het park is geheel autovrij en verbindt de buurt bovendien op een landschappelijke wijze met de Zuidwester, via een brede groenstrook langs de Lijsterbesstraat. De woningen eromheen zijn georiënteerd op het groen. Hierdoor ontstaat meer reuring en sociale controle in het park. Ook De Slinger komt aan deze groene ruimte te liggen wat het contact tussen de buurtbewoners en gebruikers van De Slinger stimuleert. In de nieuwe situatie bestaat de buurt uit 77 grondgebonden woningen in 3 bouwvelden: één ten noorden van de Acaciastraat en twee aan weerszijden van het park. De verschillende richtingen in het plangebied worden zichtbaar gemaakt in de openbare ruimte: in het park, langs de Lijsterbesstraat en in de Acaciastraat (aan de kant van de Gasthuislaan). Dit zorgt voor hoekverdraaiingen en interessante doorzichten.

De woningen hebben een voordeur aan de straat of aan het park. De woningen zijn identiek aan elkaar. Het gebruiksoppervlak (80m²) en de beukmaat van 5,1 m maakt dat de woningen geschikt zijn voor een brede doelgroep; van eenpersoonshuishoudens tot gezinnen. De woningen worden energieneutraal (nul op de meter). Ondanks de gelijke typologie van de woningen wordt de uitstraling van de woningen van de buurt heel gevarieerd. De bebouwing bestaat uit korte en langere rijen van maximaal 8 woningen. Doordat ruimtes, die ontstaan door de hoekverdraaiingen een groene invulling krijgen, is er altijd zicht op groen. Hagen, vakbeplanting en bomen in en rond de parkeerkoffers zorgen ook hier voor een groene kwaliteit en voor schaduw, waardoor deze plekken ook wanneer er weinig geparkeerd wordt, bijvoorbeeld ook gebruikt kunnen worden als speelruimte. Ook de asymmetrische doorsnede van de noord-zuid georiënteerde woningen geeft de buurt een gevarieerd karakter. Deze woningen hebben een lage goot (maximaal 4 m) aan de zuidzijde en een hoge goot (maximaal 7 m) aan de noordzijde. De afwisseling tussen hoge en lage goten geeft een gevarieerd straatbeeld. Dit is mede gedaan om op het zuidelijke dakvlak voldoende zonnepanelen te kunnen aanbrengen.

Voor de oost-west georiënteerde woningen is dit niet nodig omdat beide dakvlakken kunnen worden gebruikt voor zonnepanelen.Op de hoeken van de bouwblokken is een hoogte accent mogelijk. De beoogde beeldkwaliteit is uitgewerkt in een beeldkwaliteitplan dat als bijlage 1 deel uitmaakt van dit bestemmingsplan. 12 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Afbeelding 2: stedenbouwkundig plan Bron: SVP Architectuur & Stedenbouw In het Beeldkwaliteitplan zijn de volgende criteria geformuleerd: Architectuur  in de architectuur zijn rust en samenhang de sleutelbegrippen;  architectuur is eigentijds en stoer of robuust;  de bebouwing staat op de achtergrond, het groen domineert;  bebouwing reageert op haar omgeving: wonen langs de straat, langs de wadi of aan het park;  rijwoningen als eenheid, dus per rij ontworpen;  de bebouwing mag sober zijn, maar niet eentonig, armoedig of 'uitgekleed'. Bouwmassa  de bebouwing telt twee bouwlagen met een (langs)kap;  op markante hoeken is een afwijkende kapvorm toegestaan;  de hoekwoningen kunnen 3 bouwlagen met plat dak zijn;  de nok (bouwhoogte) is maximaal 11 meter;  de goothoogte is maximaal 7 meter  de noord-zuid georiënteerde rijen hebben mogelijk een lage goot aan de zuidzijde (maximaal 4 meter) waarmee het zuidelijke dakvlak zo groot mogelijk is, ten behoeve van zonnepanelen.

 de nok is maximaal 11m hoog;  alle kopgevels hebben een basiskwaliteit met minimaal 1 raamopening en bijzondere metselwerkdetails, bijvoorbeeld verschillende metselwerkverbanden, verschillende kleuren metselwerk en reliëf in de gevel;  de op de in het beeldkwaliteitplan opgenomen kaart aangegeven kopgevels verdienen extra aandacht, met meerdere of grotere raamopeningen, en bij voorkeur ook de voordeur in de kopse gevel.

Adviesbureau Haver Droeze BNT 13 Materialisering en detaillering  het hoofdmateriaal is baksteen;  de kleur van de baksteen is overwegend rood-bruin, in overeenstemming met de meeste bebouwing in de omgeving;  een lichtere kleurstelling met grijs- en/of zandtinten is ook toegestaan om de eigen identiteit van de buurt te benadrukken;  variatie in kleurstelling is gewenst, maar binnen een ingetogen kleurenpalet van op elkaar afgestemde kleuren baksteen;  hout, keimwerk of andere materialen zijn bij wijze van accent toegestaan;  de detaillering is functioneel en zorgvuldig waarbij het detail de materiaalkeus en de architectonische uitstraling ondersteunt;  variatie in kleurstelling, metselwerkverbanden en reliëf in de gevel zorgen voor variatie en een zekere rijkdom in de architectuur;  zorgvuldige detaillering van dakranden en eventuele overstekken;  de daken zijn bekleed met niet-glimmende dakpannen in een donkere antraciete tint;  zonnepanelen zijn in kleur gelijkwaardig dan wel donkerder dan de gekozen pan;  zonnepanelen zijn als grote geothermische vlakken mee-ontworpen in het dakvlak.

Op- en aanbouwen en bijgebouwen  dakkapellen, garages en carports die zichtbaar zijn vanuit het openbaar gebied zijn mee - ontworpen als geheel van het hoofdgebouw;  dakopbouwen zijn op markante hoekpunten toegestaan;  hemelwaterafvoer zorgvuldig detailleren en zo veel mogelijk aansluiten op duurzame vorm van waterberging of -afvoer. Erfscheidingen  de erfscheidingen aan de voorzijde in de vorm van een lage haag van maximaal 1m hoog;  erfscheidingen rond de achtertuinen in maximaal 2m hoge groenschermen;  op aangegeven plekken lage tuinmuren met daarop een groenscherm, totale hoogte maximaal 2m. Deze criteria zijn waar nodig en mogelijk vertaald naar de planregels van dit plan. 2.3.3 Verkeerstructuur Hoewel de wegenstructuur niet wijzigt, verandert de afwikkeling van het verkeer wel i ngrijpend. Met name de situatie in de Lijsterbesstraat, rond de school en De Slinger, wordt sterk verbeterd. Het autoverkeer, dat met name van de Gasthuislaan komt, krijgt de mogelijkheid om via een korte ventweg of lus nabij de hoofdentree van de school te keren en terug te rijden naar de Gasthuislaan, in plaats van via de Bloemstraat naar de Vendelstraat te rijden. Hierdoor wordt het kruispunt tegenover de school sterk ontlast.

De huidige haaksparkeerplekken in de Lijsterbesstraat worden bereikbaar gemaakt vanaf de ventweg, zodat het verkeer op de Lijsterbesstraat niet langer wordt opgehouden door inparkerende of achteruitstekende auto's. Ook het bestaande parkeerterrein van de school aan de Lijsterbesstraat wordt via de ventweg ontsloten en krijgt een duidelijke in- en uitrit. Ook de situatie bij De Slinger wijzigt. Langs de Lijsterbesstraat wordt een goede, brede parkeerstrook gemaakt. Daardoor hoeven de busjes van Frion niet meer via de Meidoornstraat te rijden. Ook de bussen voor de school kunnen hier parkeren. Het parkeren vindt in de nieuwe situatie niet meer op straat plaats, maar in parkeervakken naast de rijbaan of in parkeerkoffers tussen of achter de woningen. Hierdoor wordt het straatbeeld niet langer gedomineerd door auto's en is de rijbaan vri j van parkeren. Het kruispunt Lijsterbesstraat en de Bloemsstraat wordt ingericht als plateau. Op een plateau mag niet geparkeerd worden. Het plateau is een zogeheten 'shared place'; een verkeers - en verblijfsruimte waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende verkeersdeelnemers. Omdat aanwijzingen ontbreken, worden verkeersdeelnemers aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheidsgevoel met een voorzichtiger rijgedrag tot gevolg.

14 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) 2.3.4 Mobiliteit en parkeren 2.3.4.1 Mobiliteit De historische routes van de Gasthuislaan en de Verlaatseweg vormen nog altijd de hoofdontsluitingsroutes voor de wijk. Er is geen directe route naar het centrum van Steenwijk doordat de Tulpstraat aansluit op de Vendelweg. Het plangebied zelf sluit via de Lijsterb esstraat en de Acaciastraat aan op de Gasthuislaan. De ontsluitingsstructuur functioneert, na ingrepen zoals het instellen van éénrichtingsverkeer, goed Om te bepalen wat de effecten zijn van uitvoering van het plan op de verkeersintensiteiten ten opzichte van de huidige situatie is gebruik gemaakt van de CROW uitgave Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (publicatie 317) en Verkeersgeneratie voorzieningen, kengetallen gemotoriseerd verkeer (publicatie 272). De gemeente Steenwijkerland heeft een omgevingsadressendichtheid van 586 adressen / km². Bij het maken van de berekeningen is daarom uitgegaan van de volgende basisgegevens: weinig stedelijk en centrum dorps. Voor een dient op basis van de CROW - kencijfers te worden uitgegaan van gemiddeld verkeersbewegingen 5-5,8 per woning per dag.

Dit leidt tot de volgende vergelijking: - bestaande situatie 94 * 5 - 5,8 = 470 - 545,2 verkeersbewegingen per dag - nieuwe situatie 77 * 5 - 5,8 = 385 - 446,6 verkeersbewegingen per dag Per saldo leidt de wijkvernieuwing tot een afname 85 - 98,6 verkeersbewegingen per dag. 2.3.4.2 Parkeren Omdat de wijk is gebouwd in de Wederopbouwperiode is deze niet berekend op het hedendaagse autobezit. Dit wordt versterkt door het relatief hoge aantal woningen in de wijk. De profielen zijn smal en de parkeerdruk is hoog, waardoor op sommige plekken in de voortuin wordt geparkeerd. Het straatbeeld wordt in de huidige situatie dan ook gedomineerd door geparkeerde auto's. Het parkeren gebeurt langs de stoep op straat. Ten behoeve van het parkeren voor de RSG zijn twee parkeerhavens aangelegd aan de Lijsterbesstraat en de Tulpstraat. Het terugbrengen van het aantal woningen leidt tot een afname van de parkeerdruk. Door tevens te voorzien in parkeerhavens neemt ook de dominantie van geparkeerde auto's in het straatbeeld af. De gemeente heeft op 10 maart 2015 de Nota Parkeernormen 2015 vastgesteld. Hierin zijn parkeernormen vastgelegd om vraag en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in overeenstemming te brengen. De Parkeernota bevat daarmee het toetsingskader voor bouwaanvragen en stelt eisen met betrekking tot het aantal en de afmetingen van de per functie aan te leggen parkeerplaatsen.

De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers van het CROW. De door CROW opgestelde kencijfers hebben een bandbreedte. Door de gemeente wordt de minimumnorm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. Het is de ervaring dat in dat geval wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte moet in beginsel op eigen terrein worden opgelost. In nieuwbouw wijken kan het hele plangebied als 'eigen terrein' worden beschouwd. Dat betekent dat er ook in de nieuwe openbare ruimte geparkeerd kan / moet worden. Voor onderhavig plan is uitgegaan van dezelfde benadering. Indien het parkeren in de openbare ruimte wordt gerealiseerd dienen de parkeerplaatsen voor woningen op maximaal 100m van de woning te liggen. Voor onderhavig plan dient te worden uitgegaan van een parkeernorm van 1,2 parkeerplaats per woning (waarvan 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekersparkeren). Dit leidt tot een parkeerbehoefte van 92,4 parkeerplaatsen. Het plan voorziet in de aanleg van 97 parkeerplaatsen, een deel daarvan is voorzien in de vorm van langsparkeerplaatsen langs de Lijsterbesstraat mede ten behoeve van het parkeren voor de RSG Tromp Meesters. Gesteld kan worden dat wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.

De maatvoering van de aan te leggen parkeerplaatsen voldoet aan de eisen als vermeld in het ASVV 2012. Adviesbureau Haver Droeze BNT 15 Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Algemeen Het vigerende bestemmingsplan Steenwijk en Tuk is in 2013 vastgesteld en daarmee nog actueel. Hierin is het actuele beleid uitgebreid beschreven. Aangezien dit (moeder)plan met voorliggende partiële herziening inhoudelijk slechts beperkt wordt herzien, is er in dit plan voor gekozen om alleen een beschrijving op te nemen van beleid dat na maart 2013 is gewijzigd of vastgesteld. 3.2 Rijksbeleid Het Rijk heeft in maart 2012 de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Daarin is aangegeven wat de nationale belangen zijn in het domein van de ruimtelijke ordening. Ook voor de SVIR geldt dat deze alleen het Rijk zelf bindt. Daarom is ervoor gekozen om bepaalde belangen juridisch te borgen door middel van algemene regels: het Barro en het Bro. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staan overwegend inhoudeli jke instructieregels die zien op de manier waarop in bestemmingsplannen rekening dient te worden gehouden met nationale belangen. Voor een beperkt aantal onderwerpen is gekozen voor een getrapte regeling.

Daarbij hebben provincies de opdracht om een nadere invulling te geven aan een nationale belang en daarvoor in de provinciale verordening instructies over bestemmingsplannen op te nemen. Voor de provincie Overijssel geldt dit voor instructieregels met betrekking tot het regelen van de EHS (nu Natuurnetwerk Nederland) nader te regelen van toepassing. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft een nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Bro moet ervoor zorgen dat bij de toepassing van de instrumenten van de Wro sprake is van zorgvuldige afwegingen en een heldere besluitvorming. Het Bro regelt vooral proces - en procedureregels, zoals de eisen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen. Het Bro bevat in artikel 3.1.6 regels met betrekking tot duurzame verstedelijking (Ladder voor Duurzame verstedelijking). Dit artikel bevat een rechtstreeks werkende motiveringseis, die principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik koppelt aan de eis van regionale afstemming. De Provincie Overijssel heeft hier in de Omgevingsverordening een nadere provinciale invulling aan gegeven, waarbij een koppeling wordt gelegd met het principe van concentratie en de wijze waarop in Overijssel invulling wordt gegeven aan de regionale programmering van wonen, bedrijventerrreinen, kantoren en detailhandel.

Aangezien het rijksbeleid sinds de vaststelling van het bestemmingsplan Steenwijk en Tuk niet meer is gewijzigd, is dit onderdeel hier niet nader uitgewerkt. 3.3 Provinciaal beleid Het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving is vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsverordening. Tevens is er een Catalogus Gebiedskenmerken. De Omgevingsvisie bestaat uit 3 delen: Visie, Beleid en Uitwerking. De Omgevingsvisie is opgesteld naar de geest van de in voorbereiding zijnde Omgevingswet en biedt zodoende een integraal beleidskader voor alle omgevingsaspecten binnen het fysieke domein die van provinciaal belang zijn. Omdat de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsbesluit vooralsnog niet in werking treden, is deze Omgevingsverordening nog gebaseerd op de nu geldende wet- en regelgeving. De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening worden elke 2 jaar geactualiseerd. De opgaven en kansen waar de Provincie voor staat zijn vertaald naar centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze worden benaderd vanuit de rode draden: duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. 16 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Met betrekking tot 'duurzaamheid' zijn vier ambities geformuleerd: 1.

een klimaatbestendig Overijssel dat beschermd is tegen overstromingen, en beschikt over voldoende schoon drinkwater voor bewoners, natuur en (landbouw)bedrijven; 2. een duurzame energiehuishouding waarbij hernieuwbare energie voor iedereen beschikbaar en betaalbaar is; 3. toegroeien naar een circulaire economie waarin verantwoord wordt omgegaan met grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen; waar winning, gebruik en hergebruik dicht bij elkaar plaatsvinden en waarin reststoffen maximaal worden hergebruikt; 4. beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur, waarbij gedacht wordt aan bestaande ruimte, bebouwing en infrastructuur beter en slimmer worden benut, zoals bijvoorbeeld het hergebruiken en herbestemmen van vrijkomend vastgoed (in stedelijk en landelijk gebied). Hiermee wordt niet alleen bijgedragen aan een meer duurzame verstelijking maar ook op de kwaliteit van de leefomgeving. Onder ruimtelijke kwaliteit verstaat de Provincie dat wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit heeft zodoende betrekking op functioneel, mooi en toekomstbestendig. Elk project en elk initiatief dient bij te dragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit heeft de provincie zeven kwaliteitsambities geformuleerd: 1.

natuur als ruggengraat bestaande uit grote aaneengesloten en verbonden gebieden; 2. een continu en beleefbaar watersysteem als dragende structuur, zodat het watersysteem een verbinding vormt tussen mens, plant en dier en een bindmiddel vormt voor het NNN; 3. voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen. Nieuwe initiatieven dienen zorgvuldig in het landschap te worden ingepast rekening houdend met de ruimtelijk relevante structuren en elementen; 4. brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieu's: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur: het aansluiten bij het eigen karakter van steden, dorpen en buurtschappen vormt het vertrekpunt bij planontwikkeling; 5. zichtbaar en beleefbbaar mooi landschap door bijvoorbeeld het herstellen en complementeren van oude laanstructuren ter verbetering van deze ruimtelijke kwaliteit aan de hand van de ruimtelijke structuren; 6. het versterken van het contrast tussen dynamische en luwe gebieden: het beleid om aan de hand van de Overijsselse Ladder voor Duurzame Verstedelijking te sturen op herstructurering voor uitbreiding draagt hieraan bij; 7. sterke ruimtelijke identiteiten als (ken)merken voor Overijssel: het behouden en versterken van bestaande identiteit en het toevoegen van nieuwe identiteit vereist het stimuleren van nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en transformatie.

Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. Sociale kwaliteit gaat ook over leefbaarheid in de vorm van binding met de buurt en betrokkenheid bij de eigen leefomgeving. De Provincie heeft drie kwaliteitsambities geformuleerd in relatie tot sociale kwaliteit: 1. het koesteren en waar mogelijk duurzaam versterken van het Overijssels noaberschap; 2. stimuleren van culturele identiteit door het stimuleren van herbestemmen en hergebruik van cultureel erfgoed; 3. verbinden van de lokale kennis en energie met de ontwikkeling van provinciaa l beleid door bewoners en gebruikers te betrekken bij de uitvoering van ruimtelijke opgaven en ruimte te bieden aan initiatieven van 'onderop'. Voor onderhavig plan is van belang dat het herstructureren van naoorlogse wijken als belangrijke opgave wordt gezien voor vitale steden. Daarbij is het van belang dat deze wijken hun eigen karakter behouden. Bij herstructurering dient te worden voortgebouwd op de bestaande kwaliteiten van de bebouwing en het stedenbouwkundige ontwerp. Tevens dient te worden verwez en naar de voormalige natuurlijke laag en die van het agrarisch cultuurlandschap door bijvoorbeeld nog resterende sloten en beplantingspatronen te benutten dan wel te herintroduceren.

In naoorlogse wijken is het van belang bij herstructurering de collectieve ruimte tussen de bouwblokken te behouden; óók als het bebouwd oppervlak in de wijk toeneemt door het toevoegen van grondgebonden woningen. De nieuwe bebouwing dient zich in aard, maat en karakter te voegen in het grotere geheel, maar is als onderdeel wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Adviesbureau Haver Droeze BNT 17 Deze principes zijn meegenomen in de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitplan voor de Bloemenbuurt. Het plan is daarmee in overeenstemming met het provinciaal beleid. Voorts is van belang dat op grond van het concentratiebeleid van de Provincie Overijssel stedelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk worden geconcentreerd in de stedelijke netwerken. In de kern Steenwijk mag worden gebouwd voor de regionale behoefte, mits dit pas binnen de regionale programmering. De verplichting tot (boven)regionale afstemming is erop gericht om vraag en aanbod in de regio in balans te houden. In de onderbouwing van nieuwe initiatieven dient inzicht te worden gegeven over de manier waarop die afstemming heeft plaatsgevonden (zie paragraaf 3.5.6). Daarnaast bieden herstructurering en transformatie kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren).

De stedelijke ontwikkeli ng dient daarom altijd te zijn afgestemd op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Deze punten zijn uitgewerkt in paragraaf 3.5.7. 3.4 Provinciale Omgevingsverordening De Omgevingsverordening bevat regels ten behoeve van de uitvoering van de Omgevin gsvisie. Gemeenten en waterschappen krijgen zoveel mogelijk ruimte om daar zelf nadere invulling aan te geven. De Omgevingsverordening bevat regels waarmee bij het opstellen van gemeentelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, rekening mee dient te worden gehouden. Ook bevat de Omgevingsverordening regels ten behoeve van grondwaterbescherming, bodemsanering en ontgronding, kwantitatief en kwalitatief waterbeheer en verkeer. Voor onderhavig plan zijn de volgende bepalingen van belang: In artikel 2.1.1. zijn de begripsbepalingen opgenomen.

Hieruit zijn met name de definities van bestaand bebouwd gebied (de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp - bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro), stedelijke functies (functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen) en stedelijke ontwikkelingen (het realiseren van stedelijke functies zoals woningbouw, bedrijventerreinen, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve en religieuze voorzieningen met de daarbij behorende infrastructuur met bijbehorend groen en water en het hiertoe bouwrijp maken van gronden) en herstructurering (het proces waarbij verouderde woonwijken en bedrijventerreinen opnieuw worden ingericht waarbij de bestaande functie van het terrein gehandhaafd blijft). De beleidsthema's (ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit) uit de Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in artikel 2.1.2 en verder.

Voor onderhavig plan zijn met name het principe van concentratie (artikel 2.1.2), zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3), toekomstbestendigheid (artikel 2.1.4) en ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.1.5) van belang. In titel 2 (artikelen 2.2.1 t/m ) zijn regels opgenomen voor het bouwen van nieuwe woningen. Zoals reeds aangegeven in voorgaande paragraaf is in de diverse paragrafen van dit plan aandacht besteed aan de verschillende aspecten. Het plan is daarmee in overeenstemming me t het Provinciale ruimtelijke beleid. 18 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) 3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Bestemmingsplan Steenwijk en Tuk Het bestemmingsplan Steenwijk en Tuk (vastgesteld 17 september 2013) is het geldende bestemmingsplan voor het plangebied. De bestaande (te slopen) woningen hebben hierin de bestemming 'Wonen - Gestapeld' (artikel 37). De voortuinen zijn voorzien van de bestemming 'Tuin' (artikel 28). Het groene binnengebied tussen de Acaciastraat en de Lijsterbesstraat is voorzien van de bestemming 'Groen' (artikel 18). Daarnaast hebben de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' (artikel 41). Zie afbeelding 3 voor een uitsnede uit de verbeelding.

Afbeelding 3: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Steenwijk en Tuk Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl De gronden met de bestemming 'Wonen - Gestapeld' zijn bestemd voor wonen in gestapelde woningen met daaraan ondergeschikt tuinen, parkeervoorzieningen op eigen terrein, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen de bestemming Wonen - Gestapeld zijn bouwvlakken aangegeven met een maatvoeringsaanduiding. De bijbehorende bouwwerken zijn eveneens binnen het bestemmingsvlak aangeduid. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen, parkeren, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de gronden met de bestemming 'Tuin' mogen alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd. Het gebruik van deze gronden voor het plaatsen van kampeermiddelen of buitenopslag is niet toegestaan. De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor groenvoorzieningen, zoals trapveldjes, speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen en de daarbij behorende voorzieningen zoals voet - en fietspaden. Tevens zijn de gronden bestemd voor recreatief medegebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en herdenkingsmonumenten.

Bebouwing mag in beginsel alleen worden opgericht ter plaatse van een bouwvlak; uitzondering hierop vormen de gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen die ook buiten een bouwvlak mogen worden gebouwd.

Adviesbureau Haver Droeze BNT 19 De voor 'Waarde - Archeologie 2' bestemde gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. In geval van strijdigheid tussen een bestemming en een dubbelbestemming, gaat de dubbelbestemming voor (artikel 62.1). Uit artikel 41.2 volgt dat bij ingrepen binnen de bebouwde kom die een oppervlakte beslaan van meer dan 250 m² en die dieper de grond in gaan dan 50 cm een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. De aanvraag om omgevingsvergunning dient vergezeld te gaan door een archeologisch onderzoek. Ook voor het ophogen van gronden, het vergraven, verruimen of dempen van sloten vijvers en andere wateren of het aanleggen van drainage, het verwijderen of aanplanten van bomen en diepwortelende beplanting en het aanleggen van ondergrondse leidingen geldt een omgevingsvergunningplicht (artikel 41.3). Aangezien het bestemmingsplan uitsluitend voorziet in de mogelijkheid om gestapelde woning en te bouwen en het splitsen van woningen, kan het plan voor sloop en herbouw van grondgebonden woningen niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan wordt daarom herzien.

3.5.2 Nota parkeernormen 2015 De gemeente Steenwijkerland heeft op 10 maart 2015 de Nota Parkeernormen 2015 vastgesteld, deze bevat de uitgangspunten voor parkeren bij nieuwe (ver)bouwontwikkelingen en functiewijzigingen. Als gevolg van de Reparatiewet BZK 2014 hebben de stedenbouwkundi ge bepalingen van de Bouwverordening geen werking meer. Gevolg is dat parkeerregels rechtstreeks in het bestemmingsplan opgenomen dienen te worden. Om te voorkomen dat deze normen in ieder bestemmingsplan apart beschreven moeten worden, heeft de gemeente ervoor gekozen een Nota Parkeernormen vast te stellen waarnaar kan worden verwezen. De uitwerking van het aspect parkeren is opgenomen in paragraaf 2.3.4.2. In de planregels is een verwijzing naar de Parkeernota opgenomen. 3.5.3 Welstandsnota 2016 De gemeente wil zorgvuldig omgaan met de bebouwing in de gemeente en haar inwoners inspireren en stimuleren om dat zelf ook te doen. De Welstandsnota biedt daarvoor de kaders. De gemeente is opgedeeld in gebieden waarvoor criteria gelden. Onderhavig plangebied ligt binnen deelgebied 2: het stuwwallandschap tussen Steenwijk en Johannes Postkazerne. De Bloemenbuurt ligt in Steenwijk - West dat is ontstaan tijdens de wederopbouwperiode waarin rond het centrum diverse uitbreidingswijken zijn gerealiseerd.

Elke wijk vertoont in de stedenbouwkundige structuur en bouwstijl de kenmerken van de desbetreffende periode. In deze periode werd seriematig gebouwd met weinig variatie in de bebouwing: voornamelijk rijtjeswoningen in een rechthoekig stratenpatroon. De straatprofielen zijn breed met voortuinen en stoepen. De woonfunctie is dominant. De overige bebouwing binnen de woonwijken bestaat uit scholen, sportfaciliteiten, verzorgingstehuizen en andere publieke functies. Het meest voorkomende woningtype is de rijtjeswoning. De rijtjes richten zich naar de straat. De woningen zijn opgebouwd uit twee lagen met een doorlopende langskap, waarvan de helling tamelijk flauw is. In de overgang naar de jaren '70 komen ook platte daken voor. In de periode van wederopbouw bestaat het materiaalgebruik overwegend uit gele en rode baksteen. Later komt ook veel plaatmateriaal voor in de gevels. De daken zijn overwegend voorzien van gesmoorde of rode dakpannen. Vanuit Welstand geldt als uitgangspunt dat de bebouwing in het gebied niet typerend is voor Steenwijk. Wel dient de bestaande basiskwaliteit te worden gehandhaafd. De beschreven bebouwingskarakteristieken dienen te worden gerespecteerd. Bebouwing dient te worden gesitueerd conform de bestaande karakteristieken, afwijken is mogelijk indien het vervanging van een compleet stedenbouwkundig ensemble betreft.

Indien een beeldkwaliteitplan van toepassing is, gelden de voorwaarden zoals daarin beschreven. Bijbehorende bouwwerken dienen zodanig te zijn gesitueerd dat zij ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. 20 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Met betrekking tot de vormgeving wordt opgemerkt dat de plaats, afmeting en verhoudingen van de raam- en deuropeningen goed op elkaar afgestemd dienen te zijn. Er zijn diverse kleuren en materialen toegestaan, mits deze harmoniëren met de directe omgeving. Bij nieuwbouw, wijziging en uitbreiding dient de architectonische kwaliteit minimaal gelijkwaardig te zijn aan de bestaande architectonische kwaliteit. Met het oog op de herontwikkeling van de Bloemenbuurt wordt een beeldkwalitei tplan opgesteld waarin uitwerking is gegeven aan de in de Welstandsnota opgenomen criteria. Het beeldkwaliteitplan Bloemenbuurt gaat deel uitmaken van de Weltandsnota. 3.5.4 Beleidsplan Verkeer Steenwijkerland 2017 - 2020 Het Beleidsplan Verkeer Steenwijkerland bouwt voort op het Verkeersplan uit 2010 en richt zich op een gestructureerde aanpak voor de verbetering van de verkeersstructuur. In het Beleidsplan is de groeiambitie ten opzichte van de ambitie in het Verkeersplan 2010 naar beneden bijgesteld. Een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van en voor alle weggebruikers vormt een belangrijke pijler onder het beleid.

Vanuit verkeersveiligheid ligt de focus op een duurzaam veilige inrichting van het wegennet. Voor onderhavig plan is in relatie tot de verkeersveiligheid relevant dat de focus is gericht op een verkeersveilige schoolomgeving, het doorvoeren van door bewoners en ondernemers gewenste kleine verkeersmaatregelen en de herinrichting van de doorgaande wegen door kernen. Op de zogenaamde wensenkaart, zijn voor onderhavig plangebied geen wensen opgenomen. Met het oog op het creëren van een verkeersveilige schoolomgeving, is nadere aandacht besteed in het stedenbouwkundig plan ten aanzien van het aspect verkeer. Dit is uitgewerkt in paragraaf 2. 3.4.1. Hieruit blijkt dat de wijk in de toekomstige situatie goed is ontsloten voor zowel gemotoriseerd verkeer als voor langzaam verkeer. Met het oog op de aanwezigheid van de RSG is bijzondere aandacht besteed aan de verkeersveiligheid voor fietsers. Er zijn maatregelen genomen ten behoeve van een verkeersveilige schoolomgeving. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten die zijn opgenomen in het Beleidsplan Verkeer. 3.5.5 Omgevingsvisie Steenwijkerland De Omgevingsvisie vormt het kader voor ruimtelijke ontwikkeling en beschrijft de visie van de gemeente op de ruimtelijke kwaliteit van de verschillende omgevingswaarden binnen de gemeente. De Omgevingsvisie heeft een tijdhorizon van 15 jaar en wordt elke 2 jaar aangepast.

Doel van de Omgevingsvisie is het vergroten van de leefbaarheid en de economische kracht van de gemeente door de omgevingskwaliteiten te behouden en te versterken. Het versterken van de omgevingskwaliteit creëert kansen voor inwoners. Door in te zetten op het versterken van de kwaliteit van het landschap, het ontwikkelen van toerisme en het behoud van werkgelegenheid, blijft de gemeente ook een aantrekkelijke woongemeente. Wonen Voor onderhavig plan is relevant dat met betrekking tot wonen wordt ingezet op het laten aansluite n van de woningvoorraad bij de behoefte door transformatie van leegstaand vastgoed of sloop van leegstaande woningen. De bestaande woningvoorraad ontwikkelt zich door aansluiting te vinden bij innovatieve woonconcepten. Ook de kwaliteit wordt verbeterd; er zijn slimme woon- en werkoplossingen bedacht en woningen zijn duurzaam en hebben een zo gering mogelijk energieverbruik. In de Omgevingsvisie zet de gemeente nadrukkelijk in op het creëren van duidelijke aansluitingen tussen omliggende wijken en het centrum en tussen Steenwijk en de natuur. De wijken buiten het centrum zijn ruim opgezet en groen. Ze bieden een plek voor gezinnen, dichtbij voorzieningen. Er wordt beperkt bijgebouwd en er is een beperkte plancapaciteit.

Ook wil de gemeente dat daar waar de bestaande woningvoorraad niet voldoet aan de hedendaagse eisen, woningen duurzaam worden gerenoveerd. Duurzaamheid Met betrekking tot duurzaamheid heeft de gemeente hoge ambities: waar omgevingswaarden het toelaten, wordt duurzame energie opgewekt. De kwaliteit van het landschap blijft daarbij intact. Er is ruimte voor kleinschalige initiatieven en toepassing van zonnepanelen op daken. Bij transformatie en functieverandering, wordt ook verduurzaamd. Adviesbureau Haver Droeze BNT 21 Ook wordt gezocht naar nieuwe oplossingen voor de problemen als gevolg van de klimaatverandering zoals droogte, hitte en wateroverlast. Onderhavig plan gaat uit van transformatie van een bestaand woongebied waarbij gestapelde woningen worden vervangen door grondgebonden woningen. Het aantal woningen neemt af zodat de totale woningvoorraad krimpt. Dit is in lijn met de algemene principes ten aanzien van wonen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. De overige uitgangspunten in de Omgevingsvisie ten aanzien va n wonen en duurzaamheid zijn vertaald in het stedenbouwkundig plan. Het plan is daarmee in overeenstemming met het beleid en de ambities van de gemeente zoals neergelegd in de Omgevingsvisie. 3.5.6 Woonvisie Steenwijkerland 2017 - 2021 De Woonvisie beschrijft de ambities ten aanzien van wonen in de periode 2017 - 2021.

Algemeen geldt dat de leefbaarheid door bewoners als ruim voldoende wordt beoordeeld. Wel is er risico op leegstand en verpaupering in sommige kernen en in het buitengebied. Vanaf 2025 wordt een afname van het aantal inwoners verwacht. Vanaf 2035 geldt dit ook voor het aantal huishoudens. De mate waarin hiervan sprake is, verschilt per kern. Vergroening en vergrijzing zetten door: het aantal één en tweepersoonshuishoudens neemt de komende 10 jaar toe. Het aantal jonge huishoudens neemt af. Door de vergrijzing neemt de vraag naar beschutte woonvormen en naar zorg aan huis toe. In die periode richt het beleid zich op het realiseren van passende woonruimte voor mensen met een laag inkomen, de groeiende groep senioren (ook als deze zorg nodig hebben), jongeren, statushouders en specifieke kwetsbare groepen. Een ander speerpunt is het voorkomen van leegstand als gevolg van leegstand. Daarbij streeft de gemeente naar woningen van goede kwaliteit, ook als het gaat om het energielabel. Uitgangspunt is dat in 2021 45% van alle koopwoningen energielabel B heeft. Dat energielabel wordt ook gevraagd aan woningcorporaties. Nieuwbouw is bij voorkeur energieneutraal. Ook geldt als uitgangspunt dat nieuwbouw op de beschikbare locaties binnen de bebouwde kom wordt ontwikkeld. Er zijn in Steenwijkerland verschillende woningcorporaties actief; daarvan is Woonconcept er één.

In de gemeente staan circa 7335 huurwoningen, daarvan zijn circa 5385 sociale huurwonin gen in het bezit van woningcorporaties. Dit percentage is groter dan in andere Overijsselse gemeenten. Uitgaande van de biedingen woningcorporaties (juli 2016) wordt een beperkte afname voorzien van de voorraad sociale woningen door herstructurering en verkoop. Het woningmarkt onderzoek Steenwijkerland (2016) geeft aan dat er vooral in Steenwijk een toenemende vraag naar sociale huurwoningen wordt verwacht. De gewenste voorraad aan sociale woningen ligt tussen 5150 en 5650 woningen in 2025. Als gevolg van het verplichte 'passend toewijzen' is de verwachting dat de druk op goedkope woningen en woningen voor specifieke kwetsbare inwoners toe zal nemen. Hoewel gelijkvloerse woningen moeilijk verhuurd worden, wordt verwacht dat de vraag naar gelijkvloerse wonin gen toe zal nemen als gevolg van de toenemende vergrijzing. Mogelijk is het huidige aanbod te gedateerd en ligt hier een transformatieopgave.

Voor onderhavig plangebied is relevant dat de gemeente de volgende doelen heeft geformuleerd:  leefbare wijken waar betrokken inwoners zich inzetten voor hun leefomgeving en met plannen komen voor het verbeteren van hun wijk;  voldoende aanbod van betaalbare en beschikbare woningen voor alle doelgroepen;  het ontwikkelen van beschutte woonvormen;  samenhang als het gaat om de combinatie van wonen, welzijn en zorg zodat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. 22 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) De gemeente wil dat bereiken door:  inwoners en andere partijen te ondersteunen bij het versterken van de leefbaarheid in de wijken;  speciale aandacht te besteden aan wijken waar sprake is van een toename van kwetsbare inwoners;  op nieuwbouwlocaties te streven naar een goede mix van woningen tot €300.000 en goedkope rij - en hoekwoningen tot €150.000. Tevens wordt ruimte geboden voor duurdere seniorenwoningen, zowel huur als koop.  afspraken te maken met woningcorporaties over voldoende voorraad aan betaalbare eengezinswoningen én geschikte woningen voor ouderen;  afspraken te maken met woningcorporaties over het huisvesten van 1-persoonshuishoudens;  samen met betrokken partijen in beeld te brengen wat nodig is als het gaat om de combinatie van wonen, welzijn en zorg.

Daarnaast hebben de verschillende regiogemeenten en de provincie Overijssel gezamenlijk afspraken gemaakt in de Samenwerkingsovereenkomst woonafspraken West -Overijssel 2016 - 2020. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de volgende thema's:  doelgroepen  wonen en zorg  stedelijke vernieuwing  bestaande voorraad  programmeren en zuinig ruimtegebruik De Samenwerkingsovereenkomst vormt het kader voor de toevoeging van woningen. Uitgangspunt is dat Steenwijkerland tot 2025 met circa 1170 huishoudens zal groeien. De huidige nieuwbouwplancapaciteit voorziet in 850 woningen. Dat betekent dat er tot 2025 nog circa 320 woningen kunnen worden toegevoegd. Aangezien er in een aantal kernen (op termijn) sprake is van krimp, is het van belang zorgvuldig om te gaan met de vraag waar welke woningen (ku nnen) worden gebouwd. Om toekomstige leegstand te voorkomen, is het van belang terughoudend te zijn met nieuwbouw en te focussen op transformatie. Ook is afgesproken dat in bestemmingsplannen wordt gestreefd naar onderprogrammering zodat er ruimte blijft voor nieuwe initiatieven. Als gevolg van de woningmarktregio indeling die in augustus 2016 door de Minister is bepaald, zijn de mogelijkheden voor Woonconcept om te investeren en uit te breiden in de gemeente Steenwijkerland beperkt.

In 2017 is daarom een nadere verkenning uitgevoerd naar de toekomstige invulling van de volkshuisvestelijke opgave in vooral Steenwijk en de noordelijke kernen. De uitkomsten hiervan vormen nadere input voor de toekomstige samenwerking met de woningcorporaties en de prestatieafspraken. Naast afspraken over de gezamenlijke opgave zijn afspraken gemaakt ten aanzien betaalbaarheid, voorraad en beschikbaarheid, kwaliteit en duurzaamheid, leefbaarheid en bijzondere doelgroepen en wonen, welzijn en zorg. De kernopgave van de prestatieafspraken is het borgen van voldoende woningen voor de primaire doelgroep en een gedifferentieerd aanbod. Onderhavig plan is in lijn met de gemaakte afspraken. 3.5.7 Duurzaamheid In het Coalitieakkoord 2018 - 2022 wordt veel aandacht besteed aan het onderwerp duurzaamheid. Daarnaast werkt de gemeente aan een Programma Duurzaamheid. De ambitie is gericht op een energieneutrale gemeente. Steenwijkerland kiest voor een duurzame ontwikkeling van woon -, leef- en werkomgeving van de huidige en toekomstige generaties. Daarbij worden natuurlijke hulpbronnen duurzaam gebruikt en is de gemeente minder afhankelijk van fossiele energie. In het akkoord staan twee belangrijke speerpunten als het gaat om duurzaamheid: 1. afhankelijkheid van gas verminderen; 2. opwekking duurzame energie aanjagen.

De ambitie om afspraken te maken over het moment wanneer gasloos bouwen de norm wordt, is ingehaald door de inwerkintreding van de Wet Voortgang Energietransitie (VET) waardoor geen verplichting meer geldt voor het realiseren van een gasaansluiting voor nieuwbouw woningen en andere kleinverbruikers. Voor nieuwbouwwoningen en kleinverbruikers met een aansluitcapaciteit tot 40m³/uur betekent dit dat deze niet meer standaard worden aangesloten op het aardgasnetwerk. Adviesbureau Haver Droeze BNT 23 Daarnaast worden initiatiefnemers, zoals corporaties, gestimuleerd om te investeren in goede isolatie van woningen. Daarnaast wordt ruimte geboden voor het opwekken van energie. Hiervoor geldt een 'ja, mits' principe. De kaders hiervoor zijn uitgewerkt in de Omgevingsvisie. In het plan komt het begrip 'duurzaamheid' op de volgende manieren tot uitdrukking; zowel op stedenbouwkundig en architectonisch niveau. Zo worden onder meer de bestaande bomen langs de Lijsterbesstraat en de Bloemstraat zorgvuldig ingepast en het nieuwe groen voldoende maat te geven. Door inheemse soorten toe te passen, kan de biodiversiteit een impuls krijgen. Daarnaast geven bomen schaduw en verkoelen ze de luchttemperatuur samen met het gras door middel van evapotranspiratie.

Het regenwater kan bij de groene zone ook de grond in sijpelen; het water van de daken en de verharde oppervlakken wordt verzameld bij de wadi. De wadi voert het hemelwater in een gereguleerd tempo af, waardoor het rioolsysteem niet overbelast wordt tijdens piekbuien. De gebakken klinkers worden hergebruikt bij de herinrichting van de straten. In de architectuur worden natuurinlcusieve maatregelen opgenomen in de vorm van voorzieningen ten behoeve van diverse soorten, waaronder huismus en de gewone dwergv leermuis. Ten slotte worden de woningen energieneutraal (nul op de meterwoning). 24 bestemmingsplan Bloemenbuurt Steenwijk (vastgesteld) Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Archeologie en cultuurhistorie Sinds 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt ze s wetten, waaronder de Monumentenwet 1988. Onder de Monumentenwet viel tevens de Wet archeologische monumentenzorg (Wamz); ook deze wet is overgenomen in de Erfgoedwet. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, gaan naar de Omg evingswet die in 2021 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de tussenliggende periode. 4.1.1 Archeologie Het Verdrag van Malta (ook wel het verdrag van Valletta genoemd) regelt de omgang met Europe es archeologisch erfgoed.

Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en sinds 2007 is het verdrag omgezet in Nederlandse regelgeving: de Wet archeologische monumentenzorg (Wamz). Belangrijkste doel van de wet is het borgen van een zorgvuldige omgang m et archeologische waarden door het archeologisch belang van meet af aan te laten meewegen in de besluitvorming. Deze uitgangspunten staan ook centraal in de Erfgoedwet. Uitgangspunt van het verdrag is het zoveel mogelijk ter plekke (in situ) bewaren van h et archeologisch erfgoed en het nemen van beheersmaatregelen om dit te bewerkstelligen. Daar waar behoud in situ niet mogelijk is, dienen de bodemverstoorders archeologisch onderzoek te laten verrichten. De kosten daarvan komen voor rekening van de initiatiefnemer. 4.1.1.1 Gemeentelijk archeologie beleid De verantwoordelijkheid voor het behoud en het beheer van het archeologisch erfgoed rust bij gemeenten. De gemeenteraad is op grond van de Erfgoedwet en het Besluit ruimtelijke ordening verplicht bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden en de cultuurhistorie van een gebied. De archeologische waarden zijn vastgelegd op een gemeentelijke archeologische beleidskaart en d e Erfgoedverordening 2010.

Raadpleging van de gemeentelijke archeologische beleidskaart (zie afbeelding 4) leert dat het plangebied deel uitmaakt van 'de bebouwde kom'. Bebouwde kommen (grijze gebieden): zijn gebieden waarvan niet bekend is wat de archeologische waarden of verwachtingen zijn. Hier zal per geval in overleg met de gemeente bepaald moeten worden of een archeologisch onderzoek nodig is. Ook hier geldt echter dat voor grond- of bouwwerkzaamheden van minder dan 250 m2 in principe geen archeologisch onderzoek zal worden gevraagd. Afbeelding 4: uitsnede archeologische beleidskaart Bron: Gemeente Steenwijkerland 4.1.1.2 Archeologisch onderzoek

Adviesbureau Haver Droeze BNT 25 In het kader van dit plan is in 2018 archeologisch onderzoek gedaan in de vorm van een archeologisch bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen. Op basis van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een verhoogde archeologische verwa chting voor het aantreffen van archeologische vondsten vanaf het Laat-Paleolithicum / Neolithicum tot aan de Late Middeleeuwen / Nieuwe tijd. Deze verwachting is getoetst door middel van verkennende boringen. Tijdens het veldonderzoek is onder een verstoorde bovenlaag dekzand boven afzettingen van de Formatie van Drenthe aangetroffen. In het dekzand zijn geen kenmerken van bodemvorming of podzolering aangetroffen. Op basis van het inventariserend veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat de ondergrond in het plangebied danig is verstoord, waarschijnlijk ten gevolge van de aanleg en/of legalisatie van de bestaande woonwijk. Eventuele archeologische waarden zijn daarbij verstoord geraakt. Op grond van de uitkomsten van het onderzoek wordt geadviseerd de archeologische verwachting voor het gebied bij te stellen naar 'laag' omdat de kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen klein is. Er worden geen archeologische vervolgstappen geadviseerd. De resultaten van het onderzoek maken als bijlage 2 deel uit van dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ee804cc6-6fa7-40ea-a0ae-3be50ec65ce5?agendaItemId=70db32b4-6e81-484e-a579-b8d82d9db46a