CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de regels_Bijlage 1 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013.pdf

Politieke Markt 14 april 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Herziening Beheersverordening Buitengebied - Oosterbroek27.727 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Oldemarkt ‐ Oosterbroek 2013 Gemeente Steenwijkerland Vastgesteld Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek Code 106108 / 08- 10-13 GEMEENTE STEENWIJKERLAND 106108 / 0 8-10-13 BESTEMMINGSPLAN OLDEMARKT - OOSTERBROEK 2013 TOELICHTING INHOUDSOPGAVE blz 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 Plangebied 1 1.3 Geldende bestemmingsplannen 2 1.4 Leeswijzer 2 2 Huidige situatie 4 2.1 Plangebied 4 2.2 Ruimtelijke structuur 5 2.3 Functionele structuur 6 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten 7 3.1 Planologische kaders 7 3.2 Rijksbeleid 7 3.3 Provinciaal beleid 7 3.4 Gemeentelijk beleid 8 4 Actuele waarden 12 4.1 Flora en fauna 12 4.2 Archeologie 14 4.3 Cultuurhistorie 15 5 Water 16 5.1 Beleid over de waterhuishouding 16 5.2 Waterhuishoudkundige situatie 17 5.3 Overstromingsrisico 18 5.4 Afvoer schoon- en vuilwater 19 5.5 Watertoets 19 6 Milieu 20 6.1 Geluidhinder 20 6.2 Bodem 21 6.3 Luchtkwaliteit 21 6.4 Geurhinder 22 6.5 Externe veiligheid 22 6.6 Milieuhindercontourenonderzoek 23 6.7 Kabels en leidingen 24 6.8 Overige zones 24 7 Juridische opzet 25 7.1 Inleiding 25 7.2 Regels 25 7.3 Toelichting op de bestemmingen 25 8 Financiële haalbaarheid 28 8.1 Grondexploitatie 28 8.2 Overeenkomst / exploitatieplan 28 8.3 Economische uitvoerbaarheid 28 9 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 29 9.1 Voorgeschiedenis 29 9.2 Ontwerpbestemmingsplan 29 9.3 Vastgesteld bestemmingsplan 29 Bijlagen Bijlage

1 Actualisatie natuurtoets 11-11-2010 Bijlage 2 Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek 19-04-2008 Bijlage 3 Reactie Het Oversticht op archeologisch veldonderzoek Bijlage 4 Rapport geohydrologisch onderzoek 20-05-2008 Bijlage 5 Verkeersonderzoek 16-02-2007 Bijlage 6 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 15-03-2012 Bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek 21-02-2013 Bijlage 8 Luchtkwaliteitsonderzoek 23-03-2007 REGELS 1 Inleidende regels 31 Artikel 1 Begrippen 31 Artikel 2 Wijze van meten 36 2 Bestemmingsregels 37 Artikel 3 Agrarisch 37 Artikel 4 Groen 39 Artikel 5 Tuin 41 Artikel 6 Verkeer 42 Artikel 7 Wonen 44 3 Algemene regels 49 Artikel 8 Anti-dubbeltelregel 49 Artikel 9 Algemene bouwregels 50 Artikel 10 Algemene gebruiksregels 51 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 52 Artikel 12 Algemene wijzigingsregels 53 Artikel 13 Overige regels 54 4 Overgangs- en slotregels 55 Artikel 14 Overgangsrecht 55 Artikel 15 Slotregel 56 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 1 TOELICHTING 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Om uitbreiding van het dorp Oldemarkt mogelijk te maken is medio 2008 het bestemmingsplan “Oldemarkt - Oosterbroek” in procedure gebracht. Dit bestemmingsplan voorzag in de bouw van woningen aan de noordkant van Oldemarkt. Negatieve marktontwikkelingen hebben geleid tot herbezinning van het plan.

De huidige planvorming gaat uit van de realisatie van maxima al 43 woningen in twee fasen. Deze woningen passen niet binnen de geldende bestemmingsplankaders. Dit bestemmingsplan “Oldemarkt - Oosterbroek 2013” biedt daarom een juridisch-planologische regeling voor de ontwikkeling van deze woningbouw in Oldemarkt. 1.2 Plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op het gebied dat is weergegeven in figuur 1. Het woongebied grenst aan de zuidzijde aan de woonwijk De Wheeën. Aan de westzijde wordt het woongebied begrensd door 't Butent, de Telwal en het gebied Mal legat, ten noorden en oosten door het landelijk gebied. 2 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 Figuur 1: Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen Dit plan herziet gedeeltelijk de volgende bestemmingsplannen: a. bestemmingsplan Buitengebied: Stroomdal -, Slagen- en Wallenlandschap (vastgesteld: 21-11-1988, goedgekeurd: 04-07-1989); b. bestemmingsplan Oldemarkt (vastgesteld 19-03-2013). 1.4 Leeswijzer De plantoelichting van het bestemmingsplan Oldemarkt – Oosterbroek 2013 is als volgt opgebouwd. In het volgende hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie, waarbij wordt ingegaan op de ruimtelijke en functionele structuur van Oldemarkt. Hoofdstuk 3 bevat de planologische uitgangspunten en het beleidskader.

Hierbij wordt ingegaan op zowel het provinciale als het gemeentelijke beleid dat een relatie heeft met de ontwikkelingen in het plangebied. Hoofdstuk 4 beschrijft de actuele waarden in het plangebied. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. Hierin worden alle van belang zijnde aspecten met betrekking tot water beschreven.

Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 3 Hoofdstuk 6 behandelt de relevante milieuaspecten. Vervolgens zijn in hoofdstuk 7 het algemene juridisch -planologische systeem en een toelichting op de bestemmingen opgenomen. In hoofdstuk 8 wordt de financiële haalbaarheid van het plan beschreven. Uiteindelijk wordt in hoofdstuk 9 ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. 4 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 2. Huidige situatie In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie en op de ruimtelijke en functionele structuur van Oldemarkt. 2.1 Plangebied Oldemarkt is ontstaan op een overgang tussen de hoger gelegen zandgronden van het Drents Plateau en het laagveengebied van Noordwest Overijssel. Het Mallegat speelt in de structuur van het centrum een belangrijke rol als historische verbinding tussen land- en waterwegen. 't Butent en de Telwal vormen een kwalitatief ruimtelijk geheel met het Mallegat en de Hoofdstraat. De ligging van de Telwal wordt daarbij geaccentueerd door een rij bomen. Het plangebied kent momenteel een landbouwkundig gebruik en ligt op een flank van het beekdal van de Linde (zie figuur 2). Figuur 2: Verkavelingen rond het plangebied (bron: Google Earth)

Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 5 2.2 Ruimtelijke structuur Het plangebied kent evenals de gehele polder Oosterbroek geen noemenswaardige natuurwaarden. Kenmerkend voor de verkaveling is dat deze een opstrekkend karakter heeft vanuit het Mallegat. Deze verkavelingsrichting staat haaks op de meeste andere polders in het beekdal van de Linde. Hiermee wordt de betekenis van het Mallegat als natuurlijke zijtak van het beekdal geaccentueerd. Historisch gezien was het Oosterbroek van oudsher als laagveenmoeras een onderdeel van het beekdalsysteem. Dergelijke gebieden zijn in het hele beekdalsysteem van de Linde grotendeels verveend en vervolgens als hooiland in landbouwkundig gebruik genomen. Bewoning heeft zich van oudsher geconcentreerd op de hoger gelegen zandruggen in het gebied. Zo ook de bewoning in en rond Oldemarkt dat ligt op een uitloper van het Drents Plateau. Door ruilverkaveling is het gebied in de loop van de vorige eeuw omgevormd tot een landbouwpolder waarbij het maaiveld in de polder nog verder is gedaald als gevolg van inklinking en oxidatie. Deze landbou wkundige ontwikkeling leidde ook tot de eerste bewoning van de laaggelegen veenpolders tegen de Linde aan. Figuur 3: Bestaande ruimtelijk-functionele structuur Oldemarkt ligt op de scheiding van twee landschapstypen.

Aan de noord- en noordwestzijde van Oldemarkt bevindt zich het slagenlandschap dat zich kenmerkt door

6 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 openheid. Daarin is het Mallegat, dat vanaf de noordzijde Oldemarkt binnenstroomt, een opvallende waterloop. De zuid- en zuidoostzijde van Oldemarkt kenmerkt zich door het gesloten wallenlandschap. Op de scheiding van deze landschappen is Oldemarkt ontstaan als een lintdorp, dat is inmiddels is uitgegroeid tot een dorp van circa 3000 inwoners. Oldemarkt heeft een redelijk compacte bebouwingsstructuur, waarin de hoofdrichtingen van de verkav eling nog steeds terug te vinden zijn. Ook is de ruimtelijke structuur sterk gevormd door de 'oorspronkelijke' en later gerealiseerde wegen in en rond het dorp. De dragende structuur wordt nog steeds gevormd door de vrijwel aaneengesloten lintbebouwing lan gs de Hoofdstraat en een aantal dwarsstraten. Daaromheen zijn planmatige woongebieden ontwikkeld. Aan de noordzijde van het dorp liggen een bedrijventerrein en de woonwijk Mallegat. In figuur 3 is de bestaande ruimtelijke structuur van het dorp weergegeven. 2.3 Functionele structuur 2.3.1 Bevolking en woningbouw Oldemarkt heeft circa 3000 inwoners en telt circa 1200 woningen. Er heeft in de afgelopen decennia een regelmatige woningbouwontwikkeling plaatsgevonden. 2.3.2 Overige aspecten Oldemarkt beschi kt kwalitatief en kwantitatief over een goed voorzieningenapparaat. De winkels zijn met name aan de Hoofdstraat in de kern gevestigd.

Daarnaast zijn er drie scholen, een ijsbaan, een jachthaven en sportvelden aanwezig. Ook bevindt zich in het dorp een mult ifunctioneel centrum. Aan de noordzijde van het dorp ligt het bedrijventerrein Boterberg. Regelmatig zijn er uitbreidingen van dit terrein tot stand gekomen. Thans wordt dit terrein in westelijke richting verder ontwikkeld. Ten noordoosten van het bedrij venterrein Boterberg, ligt het woon - en recreatiegebied met jachthaven en woningen Mallegat. In dit project zijn permanente woningen gerealiseerd. Het lag in het voornemen een combinatie van recreatieve en permanente woningen tot stand te brengen. Het deel bestemd voor recreatieve bewoning is niet gerealiseerd. Er is voor dit gebied een partiële herziening opgesteld, waarin alleen reguliere woningbouw mogelijk is gemaakt. De hoofdontsluiting voor het autoverkeer van en naar Oldemarkt wordt bepaald door de Ossenzijlerweg / Paasloërweg. Diverse delen van het dorp worden ontsloten door toegangswegen, die aantakken op deze provinciale weg tussen Ossenzijl en Steenwijk of op de weg naar De Blesse (Frieseweg). De Ossenzijlerweg / Paasloërweg en de Sportlaan zijn wegen met een verkeersfunctie, de overige wegen in Oldemarkt hebben primair een verblijfsfunctie. Het plan wordt voor het verkeer ontsloten op 't Butent. Daarnaast is er een noodontsluiting gepland tegenover de Ellenkamp (eis van de brandweer).

Deze is binnen de bestemming Groen mogelijk gemaakt. Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 7 3. Gebiedsvisie en uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten (planologische kaders) en het beleid beschreven. Hierbij wordt ingegaan op zowel het provinciale a ls het gemeentelijke beleid dat een relatie heeft met de ontwikkelingen in het plangebied. 3.1 Planologische kaders In 2009 heeft de gemeenteraad opdracht gegeven de woningbouwlocatie Oosterbroek in Oldemarkt in ontwikkeling te nemen. In de destijds opgestelde startnotitie werd uitgegaan van ruim 100 woningen, naar aanleiding van de Toekomstvisie Oldemarkt 2030, waarin is beschreven dat er in Oldemarkt nieuwbouwruimte was voor in totaal 90 woningen. Opzet was deze woningbouw in een aantal fasen tot stand te brengen. Dit bestemmingsplan gaat uit van de bouw van maximaal 34 woningen in fase 1 en maximaal negen woningen in fase 2. Fase 2 heeft een agrarische bestemming met een wijzigingsbevoegdheid naar maximaal negen woningen. Figuur 4: Schetsverkaveling 3.2 Rijksbeleid Dit bestemmingsplan zijn geen nationale belangen zoals benoemd in Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur. 3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Overijssel In de omgevingsvisie van de provincie staan de provinciale plannen voor duurzaam

8 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 omgevingsbeleid. De provincie wil de kwaliteiten van Overijssel handhaven en ze, waar mogelijk, verder verbeteren. De inrichting van het stedelijke en het landelijke gebied staan daarbij centraal. Maar ook bereikbaarheid, kennisinfrastructuur en een goed sociaal evenwicht zijn van groot belang. Vanwege de voorgeschiedenis is de locatie al opgenomen op de 'bestaande kaart'. De provincie geeft op basis van de Omgevingsvisie aan dat op de locatie gebouwd kan en mag worden (aangeduid als “geplande dorpsuitbreiding”). De beoogde woningbouw is naar aard, omvang en locatie in overeenstemming met de woonvisie. 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland Op 26 juni 2007 heeft de gemeenteraad de Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland vastgesteld. De Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland bevat een integrale en globale visie op de o ntwikkeling van de hele gemeente tot 2030. Naar aanleiding van deze visie in de Toekomstvisie Oldemarkt opgesteld. 3.4.2 Toekomstvisie Oldemarkt 2030 De gemeenteraad heeft in november 2009 de Toekomstvisie Oldemarkt vastgesteld. Het gebied Oosterbroek is in deze visie bestempeld als woonlocatie. Verder is in het plan verwoord dat de uitbreiding een goed antwoord moet geven op de veranderende woonwensen van Oldemarkters.

Door dorps te bouwen (en niet alleen grote 2/1 kap woningen op ruime kavels) ontstaat een aantrekkelijk en onderscheidend woonproduct dat aansluit bij de lokale behoefte. Figuur 5: Toekomstvisie Oldemarkt

Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 9 3.4.3 Visie op wonen en leefbaarheid Op 29 mei 2012 heeft de gemeenteraad de 'Visie op wonen en leefbaarheid' vastgesteld. In deze visie zijn de ambities en werkafspraken van de gemeente vastgelegd voor woningbouw. De gemeente wil nadrukkelijk sturen op de samenstelling van de nieuwbouw (excl usief herstructurering) en de beschreven woningdifferentiatie (zie tabel) als uitgangspunt nemen. Via het toevoegen van geschikte woningen voor senioren wil de gemeente voorzien in de wensen van ouderen. Sociale huurwoningen zijn in overwegende mate best emd voor senioren, de meerderheid van deze woningen wordt dan ook als nultredenwoning gerealiseerd. Bij nieuwbouw hanteert de gemeente de belangrijkste eisen van het Woonkeur als uitgangspunt, zodat de nieuwbouw levensloopgeschikt is. Het woningbouwprogr amma voor Oldemarkt beslaat de periode 2012 -2020. In het woningbouwprogramma is vastgelegd dat van de nieuw te realiseren woningen 30% sociale huurwoningen moeten zijn, 20% rij/hoekwoningen, 20% half vrijstaand en 30% vrijstaand. Dit geldt voor de totale p lancapaciteit in Oldemarkt. In Oldemarkt wordt voor de berekening uitgegaan van de volgende plannen: Uit de tabel blijkt dat de wens om 30% sociale woningbouw te realiseren niet wordt gehaald op basis van bovenstaand programma.

Daarmee wordt afgeweken van het beleid zoals vastgesteld in de Visie op wonen en leefbaarheid. Wat verder opvalt is het overaanbod aan halfvrijstaande woningen. Dit hangt samen met de woningbouw in het plan Mallegat, de bouw van deze woningen is gestagneerd. Een kanttekening is dat de bouw van sociale huurwoningen op de locatie van het voormalige gemeentehuis niet zeker is. Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om rijenwoningen te realiseren. Dit betekent dat dit bestemmingsplan tegemoet komt aan het geconstateerde probleem met betrekking tot sociale huur. 3.4.4 Landschapsontwikkelingsplan Ambitie van het landscha psontwikkelingsplan (2005) is om richting te geven aan de gewenste ontwikkelingen van het landschap en de handhaving en versterking van de landschappelijke karakteristieken. Daartoe is de gemeente verdeeld in twee landschappe- lijke hoofdzones: de Parels en de Landschapsontwikkelingsgebieden. De Parels zijn landschapsbeschermingsgebieden, waar het beleid gericht is op behoud en versterking van waarden met ruimte voor ontwikkeling op maat. De Landschapsontwik kelingsgebieden

10 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 zijn gebieden waar ruimte bestaat voor landschapsontwikkeling, - versterking en functieverandering. Het plangebied behoort tot een van de 'parels', het dal van de Steenwijker Aa en de Linde. Voor dit gebied wordt ingezet op behoud en versterking open en natte karakter. Oldemarkt is aangew ezen als cultuurhistorisch waardevolle kern. Op de visiekaart die in het landschapsontwikkelingsplan is opgenomen, is de woonuitbreiding Oosterbroek aangegeven ('inpassing uitbreidingslocatie wonen'). Voor dit gebied wordt aandacht gevraagd voor de landschappelijke inpassing van de nieuwbouwplannen. 3.4.5 Archeologische Waarden- en Beleidskaart Naar aanleiding van de wijziging van de Monumentenwet 1988 en de implementatie van het Europese verdrag van Malta heeft de gemeente Steenwijkerland in 2006 een Archeologische verwachtingen- en beleidskaart voor het grondgebied van Steenwijkerland opgesteld. Hierin staat aangegeven dat de gemeente voor bestemmingsplannen voor het buitengebied en de stedelijke kernen de archeologische waarden structureel meeneemt in het ruimtelijke planvormingsproces. Hiertoe is een archeologische inventarisatie voor het gehele Steenwijkerlandse grondgebied uitgevoerd en dit aansluitend vertaald naar een archeologische verwachtingen - en beleidskaart. De resultaten hiervan zijn in dit bestemmingsplan verwerkt.

3.4.6 Welstandsnota Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland heeft haar welstandsbeleid opgenomen in de Welstandsnota (2004). In de welstandsnota wordt beschreven hoe de gemeente om wil gaan met de gebouwde omgeving, hoe een w elstandsadvies tot stand komt en op welke aspecten en criteria de welstandscommissie zich daarbij baseert. De welstandsnota biedt daarnaast een beoordelingskader voor de welstandscommissie. Oldemarkt behoort tot het gebiedstype 'stuwwallandschap tussen Ol demarkt en De Eese'. Voor woonwijken geldt een welstandsbeleid waarbij de basiskwaliteit dient te worden behouden. Aan de randen met het buitengebied dient de bebouwing aan te sluiten op de bebouwingskarakteristieken van het buitengebied. 3.4.7 Duurzaamheidsplan 2009-2012 In juni 2009 is de kadernotitie voor duurzaamheid door de gemeenteraad vastgesteld. Duurzame ontwikkelingen in nieuwbouwprojecten worden gestimuleerd als blijkt dat dit maatschappelijk en financieel rendabel blijkt te zijn, zoals aardwa rmte, duurzame straatverlichting en waar mogelijk een versnelde verlaagde Energie Prestatie Coëfficiënt. De gemeente Steenwijkerland hecht daarnaast aan een hoge kwaliteit van bouwen. Dit betekent dat voorkomen moet worden dat een gebouw binnen 50 jaar geen functie meer heeft en gesloopt moet worden. 3.4.8 Waterplan De gemeente is bezig met het opstellen van een waterplan.

In dit plan worden kansen en belemmeringen op het gebied van waterhuishouding opgenomen. In dit plan is aandacht Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 11 voor zaken als (grond )wateroverlast, veiligheid, riolering, watervoorziening en kwaliteit, volksgezondheid en verdroging. In het kader van beheer en onderhoud is van belang dat er maatregelen noodzakelijk zijn voor afkoppelen en infiltreren van het gebied. 3.4.9 GVVP In 2004 is de actualisatie van het Gemeentelijk Verkeers - en vervoersplan vastgesteld. Dit plan geeft het vervoersbeleid voor de komende jaren aan. De uitgangspunten in dit beleid zijn als volgt samen te vatten: verbeteren van de verkeersleefbaarheid in de woonwijken en realiseren van snelle en comfortabele fietsverbindingen naar het centrum en naar onderlinge woonwijken. 3.4.10 Integrale visie Openbare Ruimte Eind december 2007 heeft de gemeente de integrale visie op de Openbare Ruimte vastgesteld. De visie heeft de functie van handboek en toetsingskader voor de dagelijkse praktijk van de realisatie en beheersing van de Openbare Ruimte. Bij het nieuwe ontwerp van de woonwijk is gebruik gemaakt van deze visie. 12 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 4. Actuele waarden In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de actuele waarden in het plangebied. Daarbij wordt ingegaan op de flora en fauna, archeologie en cultuurhistorie.

4.1 Flora en fauna Op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en de Flora- en faunawet is het nodig ruimtelijke plannen en ingrepen te toetsen aan deze regelgeving. In dit kader is in november 2010 een ecologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1 Actualisatie natuurtoets 11-11-2010). In oktober 2005 is de nieuwe Natuurbeschermingswet van kracht geworden. Hierin is het gebiedsbeschermende deel van de Europese Vogel - en Habitatrichtlijn geïmplementeerd. In de nu volgende paragraaf wordt wat betreft de gebiedsbescherming nog wel gesproken over beide Europese richtlijnen omdat het gedane onderzoek hierop gebaseerd is. De soortenbescherming is overigens opgenomen in de Flora- en faunawet. Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijn (gebiedsbescherming) De Vogelrichtlijn is gericht op het beschermen van de in het wild levende vogelsoorten en op de instandhouding van de habitats die het leefmilieu voor deze soorten vormen. De Habitatrichtlijn is gericht op het instandhouden van natuurlijke en halfnatuurlijke habitats en de bescherming van wilde flora en fauna. Het plangebied maakt geen deel uit van een gebied dat is beschermd krachtens de Natuurbeschermingswet, Ecologische Hoofdstructuur of ander gebiedsgericht beleid.

Gezien de afstand van het plangebied tot deze beschermde gebieden, het besloten karakter van het plangebied en de aard van de beoogde ingreep zijn negatieve, uit stralende effecten ook niet aan de orde. Flora- en faunawet (soortenbescherming) Op grond van de Flora - en faunawet mogen beschermde dieren en planten - die in de wet zijn aangewezen - niet gedood, gevangen, verontrust, geplukt of verzameld worden en is het niet toegestaan om nesten, holen of andere vaste verblijfplaatsen van beschermde dieren te beschadigen, vernielen of te verstoren. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk. Voor (bedreigde) soorten die vermeld staan op Bijla ge IV van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode Lijstsoorten zijn de ontheffingsvoorwaarden zeer streng. De Flora - en faunawet is altijd onverkort van kracht. Dit betekent dat op het moment dat nieuwe activiteiten aan de orde zijn ook - in het kader van d e Flora- en faunawet - de mogelijke effecten op de te beschermen soorten worden meegewogen. Een beoordeling op het moment dat activiteiten daadwerkelijk aan de orde zijn (en dus niet ten tijde van het maken van het bestemmingsplan) geeft het meest actuele en beschermingswaardige beeld.

Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 13 Indien op dat moment blijkt dat sprake is van (een) beschermde soort(en) en de activiteit strijd oplevert met de bepalingen uit de Flora - en faunawet, kan de betreffende activiteit pas plaatsvinden na het verkrijgen van een ontheffing. In de nabijheid van het toen onderzochte plangebied zijn twee laag beschermde plantensoorten aangetroffen: Grote kaardenbol en Zwanenbloem.  Er zijn geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in het plangebied. Net buiten het plangebied vormen de bomen langs de Telwal mogelijk wel een belangrijke vliegroute voor vleermuizen als Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger;  Daarnaast worden de tuinen van de bestaande bebouwing aan de noordzijde van Oldemarkt door Meervleermuis als vliegroute gebruikt;  Verspreid in het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van enkele laag beschermde zoogdiersoorten te verwachten. Verblijfplaatsen van juridisch zwaarder beschermde zoogdieren zijn niet aangetroffen/ te verwachten;  Tijdens de veldbezoeken zijn in het plangebied geen weidevogels aangetroffen. Soorten als Kievit en Scholekster zijn echter wel broedend te verwachten. Ook watervogels als Wilde eend, Waterhoen en Meerkoet zijn broedend te verwachten.

Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van broedlocaties van broedvogels met jaarrond beschermde nesten;  Voorplanting en overwintering van de laag beschermde amfibieënsoorten Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Meerkikker en Bastaardkikker is aangetoond/wordt verwacht;  In en net buiten het plangebied komt de middelhoog beschermde Kleine modderkruiper voor in watergangen;  Tijdens het onderzoek in 2010 is een exemplaar van de strikt beschermde Ringslang waargenomen in het plangebied. Vanwege het ontbreken van geschikte voortplantingsplekken wordt het plangebied naar verwachting niet als voortplantingsgebied door Ringslangen gebruikt. In het geval een zwervend exemplaar van Ringslang de locatie aandoet kan deze vluchten wanneer de werkzaamheden worden opgestart. Schade treedt hierbij niet op. Andere reptielen soorten zijn niet te verwachten;  Gezien de terreingesteldheid van het plangebied en bekende verspreidingsgegevens kan worden geconcludeerd dat er geen beschermde ongewervelden aanwezig en te verwachten zijn. Geschikte biotopen voor deze soorten ontbreken.

Vervolgstappen en mitigerende maatregelen:  Voor de aanwezige Kleine modderkruiper is het noodzakelijk een ecologisch werkprotocol op te stellen of te werken volgens de gedragscode van de Unie van Waterschappen;  Om sc hade aan vliegroutes van vooral Meervleermuizen te voorkomen is het van belang om een aantal algemene richtlijnen in acht te nemen. Overmatige verlichting van onder andere waterwegen en bruggen kan namelijk zorgen voor een barrière voor de vliegroute van Meervleermuizen; 14 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013  Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels verstoren of beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor begin maart en na eind juli of het plangebied te controleren op broedende vogels en nesten binnen de invloedssfeer van de plannen;  Bij de beoogde plannen kunnen mogelijk exemplaren en verblijfplaatsen van enkele algemene en laag beschermde flora, kleine zoogdieren en amfibieën verloren gaan.

Het overtreden van verbodsartikelen uit de Flora - en faunawet is hier voor laag beschermde soorten echter niet aan de orde, omdat automatisch vrijstelling geldt van de verbodsartikelen;  Voor de in het plangebied voorkomende laag beschermde flora, zoogdieren en amfibieën wordt als belangrijkste mitigerende maatregel fasering in tijd genoemd. Schade is – indien de planning van activiteiten dit toelaat - te minimaliseren door het bouwrijp maken van het plangebied zo veel mogelijk uit te voeren in de periode augustus - februari, waarbij de maanden september en oktober de voorkeur hebben. Het ecologisch onderzoek is momenteel circa 2,5 jaar oud. In de regel kunnen gegevens van 3 tot 5 jaar oud als betrouwbaar worden gezien. Dit is echter wel soort - en gebiedsafhankelijk. Vooral plantensoorten zijn honkvast en kunnen jaren op dezelfde plek groeien wanneer de omstandigheden niet veranderen. Het bevoegd gezag voor de Flora- en faunawet hanteert verder als richtlijn dat gegevens over soorten van tabel 2 maximaal 5 jaar oud mogen zijn en van soorten van tabel 3 maximaal 3 jaar oud. Gegevens van broedvogels zijn maximaal 3 jaar houdbaar. Een uitzondering geldt voor hoogdynamische soorten, waarvoor de houdbaarheid minder lang k an zijn. De houdbaarheid van deze gegevens is afhankelijk van de situatie.

4.2 Archeologie In het Europese Verdrag van Malta, ondertekend door een groot aantal EU -landen waaronder ook Nederland, is de veiligstelling van het Europese archeologische erfgoed als doelstelling opgenomen. Dit moet met name gestalte krijgen in het ruimtelijke ordeningsbeleid. Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in september 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet maakt deel uit van de gewijzigde Monumentenwet. De kern van de Wamz is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. De uitbreiding van het plan Oosterbroek te Oldemarkt heeft een hoge archeologische verwachting. Het beleid van de gemeente Steenwijkerland is dat er bij verstoringen groter dan 2500 m 2 (in het buitengebied) arc heologisch onderzoek verplicht is. Dit onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek. Voor het booronderzoek worden 6 boringen per ha. gezet (edelmanboor Ø 7 cm). Voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek kent de provincie Overijssel een subsidieregeling ( www.provincie.overijssel.nl). Deze subsidie dient aangevraagd te zijn voor aanvang van het werk.

Het onderzoek mag alleen uitgevoerd door daartoe Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 15 gecertificeerde bedrijven. Het heeft de voorkeur om archeologisch en milieukundig booronderzoek te combineren. Figuur 6: Uitsnede gemeentelijke verwachtings- en beleidsadvieskaart Steenwijkerland Gezien de hoge archeologische verwachtingswaarde is een archeologische onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2 Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek 19 -04-2008). Bij dat onderzoek zijn geen archeologische waarden aangetroffen, een archeologisch vervolgonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Het Oversticht heeft per mail van 16 juni 2008 deze conclusie nogmaals bevestigd. De mail is bijgevoegd als bijlage 3 Reactie Het Oversticht op archeologisch veldonderzoek. 4.3 Cultuurhistorie In 2011 is artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ingrijpend gewijzigd. Niet alleen archeologische waarden, maar ook gebouwd erfgoed en landschappelijke historische waarden moeten een vaste plek krijgen in gemeentelijke ruimtelijke plannen. In het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorische elementen.

16 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 5. Water Water is een belangrijk ordenend principe in de ruimtelijke ordening. Niet alleen ruimtelijk, maar ook vanwege de waterkwaliteit en - veiligheid. In dit hoofdstuk wordt het aspect water nader toegelicht. 5.1 Beleid over de waterhuishouding Het is verplicht plannen in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening te toetsen op water. Het doel van deze 'watertoets' is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. De waterhuishouding bestaat uit de overheidszorg die zich richt op het op en in de bodem vrij aanwezige water, met het oog op de daarbij behorende belangen. Zowel het oppervlaktewater als het grondwater valt onder de zorg voor de water- huishouding. Naast veiligheid en wateroverlast (waterkwantiteit) moeten ook de gevolgen van het plan voor de waterkwaliteit en verdroging worden onderzocht. De belangrijkste beleidsdocumenten op het gebied van de waterhuishouding zijn de Vierde Nota Waterhuishouding, Anders omgaan met wate r: Waterbeleid 21 e eeuw, de Europese Kaderrichtlijn Water, Beleidslijn ruimte voor de rivier en de nota Ruimte. De provincie Overijssel geeft richting aan het waterbeleid in de provinciale Omgevingsvisie.

Het integrale karakter van de Omgevingsvisie betekent dat het meteen ook het wettelijk verplichte Regionaal Waterplan van Overijssel is. Op de functiekaart worden primaire watergebieden aangegeven. In het bestuurlijke platform Vecht -Zwarte Water is een stroomgebiedsvisie opgesteld waarin onder andere de risico's op wateroverlast zijn omschreven. Waterschap Reest en Wieden heeft haar beleid in het Waterbeheerplan 2007 -2012 omschreven. Het waterschap benadrukt in haar functiezonering de volgende aspecten: de hoogte van de waterpeilen en het gewenste g rondwaterregime (GGOR), een optimale wateraanvoer en -afvoer (waterkwantiteit), de waterkwaliteit voor verschillende functies en de inpassing van water in het landschap. Om de functies landbouw en natuur optimaal te bedienen, heeft het waterschap een zone van hydrologische beïnvloeding ingesteld. Binnen deze zone kunnen ingrepen in de waterhuishouding extra gevoelig zijn voor de aanwezige functies in de omgeving van het plan. De Kaderrichtlijn Water is omvat regelgeving ter bescherming van alle wateren do or middel van het stellen van haalbare doelen die in 2015 worden bereikt. De Kaderrichtlijn gaat daarbij uit van een benadering vanuit de stroomgebieden. Als laatste wordt in het kader van Waterbeheer 21 e eeuw (WB21) extra aandacht besteed aan het voorkom en van wateroverlast en watertekort.

Het waterschap zoekt naar duurzame oplossingen en water moet zoveel mogelijk binnen een plangebied worden vastgehouden. Een toename van het verharde oppervlak in risicogebieden of beekdalen Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 17 moet worden gecompenseerd met extra waterberging. Regenwater dat op verharde oppervlaktes valt en schoon genoeg is, moet zoveel mogelijk worden vastgehouden of worden geborgen. De laatste mogelijkheid is afvoeren via bestaande watergangen. 5.2 Waterhuishoudkundige situatie Figuur 7: Hoogte en peilenkaart Het plangebied valt op dit moment in het beheersgebied van het waterschap Reest & Wieden. In figuur 6 is een hoogtekaart te zien van het plangebied en omgeving. Daaruit blijkt dat het plangebied zich ook qua hoogte op de overgang bevindt van de hoger gelegen zandgronden naar het laagveengebied. Het waterpeil in Mallegat is boezempeil - 0,25 NAP. De gemiddelde maaiveldhoogte in het plangebied is circa 0 NAP. Doordat het plangebied deel uitmaakt van een lager gelegen veenpolder ligt het maaiveld lager dan het boezempeil in het Mallegat. De Telwal tussen Mallegat en het plangebied in heeft een waterkerende functie. Deze waterkerende functie blijft behouden.

18 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 5.3 Overstromingsrisico Landelijk zijn risiconormen opgesteld voor wateroverlast. Deze geven aan hoe vaak een perceel mag inunderen. Het waterschap heeft daarom bij haar Waterbeheerpla n een kaart 'Vertrekpunt inrichtingsnormen voorkomen wateroverlast' vastgesteld. Deze kaart laat zien waar het waterschap zich bij herinrichting van het waterschapsgebied op richt. Gekeken naar de dorpsuitbreiding geldt een overschrijdingskans van 1:250 v oor wateroverlast. Het beleid van het waterschap is erop gericht deze normen te behalen. Om wateroverlast te voorkomen worden de woningen op een aanleghoogte van ten minste 20 cm boven de kruin van de weg worden gebouwd. Op de risicokaart Overijssel staat het dijkringgebied weergegeven (zie figuur 8). De lichtblauwe kleur geeft aan dat daar maximaal 20 cm overstroming plaatsvindt. Wanneer op het plangebied ingezoomd wordt (zie figuur 9), blijkt dat het plangebied een witte kleur kent. Daar is de kans op overstroming dus minimaal en hoeven er geen verdere maatregelen getroffen te worden. Figuur 8: Dijkringgebied (bron: risicokaart Overijssel)

Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 19 Figuur 9 : Ingezoomd op Dijkringgebied Vollenhove (nr. 9) met aanduiding ligging plangebied (bron: risicokaart Overijssel) 5.4 Afvoer schoon- en vuilwater Ten behoeve van de kwaliteit van het (grond)water wordt in het uitbreidingsgebied een gescheiden rioolstelsel gerealiseerd. Daarbij wordt alle verhard oppervlak (wegen en daken) afgekoppeld en voert alle regenwater af naar het oppervlaktewater. Ten behoeve van de waterkwaliteit is duurzaam bouwen van belang. Hierdoor wordt het gebruik van lood, koper of zink tege ngegaan. De gemeente stelt, in overleg met het waterschap, een waterhuishoudings- en rioleringsplan en beheer- en onderhoudsplan op. Ten behoeve van de locatie is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd om te kijken op welke wijze hemelwater in de bodem k an worden geïnfiltreerd (zie bijlage 3: Rapport geohydrologisch onderzoek 20-05-2008). Het advies geeft aan dat het toepassen van Wadi's het meest voor de hand ligt. Het advies geeft aan dat in het hele plangebied een leemlaag loopt. Deze zit op een diepte vrijwel gelijk aan de diepte van de kruipruimtes. Omdat hier dus een risico aanwezig is dat er water in de kruipruimte komt te staan, vergt dit aspect extra aandacht vanuit de grondwaterzorgplicht van de gemeente.

5.5 Watertoets De wateraspecten in het plangebied (kunnen) worden gereguleerd via de keur van het waterschap. Voor werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding is - met uitzondering van drainagewerkzaamheden - een ontheffing van de waterschapskeur noodzakelijk. Bij de beoordeling van een ontheffingsaanvraag fungeert het waterbe - heerplan als toetsingskader. Om onnodig dubbele regelingen te voorkomen is in het bestemmingsplan op dit punt geen aanvullende regeling opgenomen. Op 7 maart 2013 is een digitale watertoets uitgevoe rd. Hieruit blijkt dat de normale procedure moet worden doorlopen. Het waterschap stelt een watertoetsdocument op, deze wordt toegevoegd in bijlage 5 Watertoets. De resultaten van het overleg met het waterschap wordt bij de verdere planontwikkeling meegenomen.

20 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 6. Milieu Naast het feit dat de planontwikkeling in het uitbreidingsgebied binnen het beleid van rijk, provincie en gemeente tot stand moet komen, dient er ook rekening te worden gehouden met milieuaspecten. Dit hoofdstuk behandelt de relevante mil ieuaspecten. Achtereen - volgens komen geluidhinder, bodem, luchtkwaliteit, geurhinder, externe veiligheid, milieuhindercontourenonderzoek, kabels en leidingen en overige zones aan bod. 6.1 Geluidhinder In de Wgh is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waarbinnen aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Dit geldt dus niet voor:  wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied;  wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Binnen deze gebieden wordt vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening geadviseerd na te gaan wat de te verwachten verkeersintensiteit in het verblijfsgebied gaat worden en welke type verharding hier van toepassing is. Leidraad is dat v oor de volgende 30 km per uur wegen wel aandacht wordt besteedt aan geluidhinder:  asfaltwegen met een verkeersintensiteit > 2450 motorvoertuigen per etmaal;  klinkerwegen met een verkeersintensiteit > 1150 motorvoertuigen per etmaal.

Uit het verkeerskundig onderzoek (zie bijlage 6 Verkeersonderzoek 16 -02-2007) blijkt dat de verkeersintensiteit van 't Butent (klinkerweg) onder de 1.150 blijft. Op grond hiervan is geen nader akoestisch onderzoek noodzakelijk. Toch is ervoor gekozen een akoestisch onderzoek ui t te voeren (zie bijlage 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 15-03-2012). Onderstaand zijn de conclusie uit dit onderzoek verwoord. Wet geluidhinder Het plangebied ligt niet binnen een wettelijk vastgestelde geluidzone, derhalve worden er vanuit de Wet geluidhinder geen belemmeringen geconstateerd. 30-kilometerzones Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur zijn overeenkomstig de Wet geluidhinder uitgesloten van toetsing. In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing is de geluidbelasting in dit rapport wel beschouwd. De geluidbelasting op de te realiseren won ingen is lager dan 50 dB (exclusief aftrek art. 3.6. Rmv). Dit is te kwalificeren als een goed woon- en leefklimaat. Door de realisatie van de planvorming Oosterbroek neemt het verkeer op 't Butent en de Platteweg (beide 30 km/uur en daardoor vrijgesteld van zoneplicht) toe met circa 180 motorvoertuigen. Dit is respectievelijk een toename van 60% en 90% ten opzichte van de huidige situatie. De geluidbelasting neemt hierdoor toe met minder dan 3 dB. Deze toename is beperkt en met het menselijk gehoor nagenoeg niet waarneembaar.

Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 21 Bouwbesluit Met de minimale vereiste G A;k van 20 dB wordt voldaan aan de grenswaarde van 33 dB in de geluidgevoelige ruimten. Vanuit het Bouwbesluit zijn er derhalve geen aanvullende vereisten noodzakelijk. 6.2 Bodem Het uitgangspunt voor wat betreft de bodem in het plangebied, is dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's voor de volksgezondheid bestaan bij het gebruik van het plangebied voor het wonen of een andere functie. Er heeft bodemonderzoek plaatsgevonden waaruit is gebleken dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn. Voor de uitvoering van dit bestemmingsplan zijn er vanuit het aspect bodem dan ook geen belemmeringen. Wel dient bij het verlenen van omgevingsvergunningen aangetoond te worden dat de gronden geschikt zijn voor de beoogde functie met een bodemonderzoek niet ouder dan vijf jaar. Gezien de looptijd van het plangebied wordt hiermee rekening gehouden. Vooruitlopend op de planvorming is op 21 februari 2013 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 8 Verkennend bodemonderzoek 21 -02-2013). Hieruit blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, zoals deze uit het onderzoek is gebleken, geen belemmering hoeft te vormen voor de veelvoorkomende vormen van bodemgebruik , waaronder de beoogde woonbestemming of voor terreinveranderingen als nieuwbouw.

Wel dient rekening te worden gehouden met het gegeven dat bij eventuele toekomstige grondwerkzaamheden mogelijk aanvullende analyses noodzakelijk zijn en de grond mogelijk ni et zonder restricties buiten de locatie kan worden toegepast. Het Besluit Bodemkwaliteit wordt dan van kracht. 6.3 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft het aspect luchtkwaliteit. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde en;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of;  een project “niet in betekenende mate” bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

22 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 Projecten die “niet in betekenende mate” bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn onder andere:  woningbouwlocaties met niet meer dan 500 nieuwe woningen bij één ontsluitingsweg en 1000 nieuwe woningen bij twee ontsluitingswegen;  kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 33.333 m2 bij één ontsluitingsweg en 66.667 m2 bij twee ontsluitingswegen;  bepaalde landbouwinrichtingen. Gezien het aantal van 45 woningen in het plangebied voldoet het bestemmingplan aan de Wet milieubeheer en zijn er op het gebied van luchtkwaliteit geen belemmeringen te verwachten. Onderzoek van de Regio IJssel -Vecht van 23 maart 2007 ( zie bijlage 9 Luchtkwaliteits - onderzoek 23-03-2007) toont aan dat de grenswaarden van schadelijke stoffen volgens het Besluit Luchtkwaliteit 2005 niet worden overschreden door het verkeer op de aanwezige wegen, inclusief het extra verkeer als gevolg van een uitbreiding met woningbouw. De berekening is verricht voor het jaar 2010, maar er is ook verder gekeken naar 2015 en 2020. Uit de berekeningen blijkt dat de grenswaarden voor schadelijke stoffen in het jaar 2010, 2015 en 2020 niet worden overschreden. 6.4 Geurhinder Er zijn geen agrarische activiteiten meer die een belemmering voor woningbouw opleveren.

6.5 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de grootte van het overlijdensrisico voor omwonenden als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. De mate van externe veiligheid wordt bepaald door de grootte van twee te berekenen grootheden: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Deze variabelen geven inzicht in het overlijdensrisico van personen in de omgeving van gevaarlijke stoffen. In oktober 2004 is een nieuwe AMvB in werking getreden, het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen, waarin het externe veiligheidsbeleid voor inrichtingen is vastgelegd. Een belangrijke consequentie van deze AMvB voor het bestemmingsplan is dat er bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met het feit dat er geen kwetsbare functies (bijvoorbeeld woningen) binnen een 10 -6 risico-contour van een gevaarzettende functie worden gepland. Bovendien moet gekeken worden naar de beperkt kwetsbare functies binnen zo'n contour. Aan de Frieseweg is een tankstation met LPG gesitueerd. Een LPG-inrichting valt onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen. Dit tankstati on ligt echter op een dusdanig grote afstand van het plangebied (circa 580 m), dat de aanwezigheid van deze installatie geen gevolgen heeft voor de ontwikkelingen in het plangebied. Verder zijn er in en in de nabijheid van het plangebied geen gevaarzettende functies aanwezig.

Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 23 De regeling met betrekking tot externe veiligheid heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. 6.6 Milieuhindercontourenonderzoek Ten behoeve van de milieuzonering rond bedrijven is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) 'Bedrijven en milieuzonering' uitgebracht, met daarin een bedrijvenlijst, waarin de bedrijven zijn gecategoriseerd op hun milieueffecten. Deze lijst is opgesteld uitgaande van de standaardbedrijfsindeling (SBI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De lijst is onderverdeeld in bedrijfsklassen en bedrijfstypen. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie) kunnen veroorzaken, kent de lijst aan de bedrijven een milieucategorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de milieu-indeling op van 1 t/m 6, met bijbehorende richtlijnafstanden tot woongebieden. Ten westen van het plangebied is een bedrijventerrein gesitueerd (bedrijventerrein Boterberg). Er is gekeken naar de feitelijk aanwezige bedrijven op dit terrein en de planologisch toelaatbare bedrijven. De feitelijk aanwezige bedrijvigheid leidt niet tot zodanige afstandsnormen dat er problemen ontstaan voor de realisatie van woningbouw in het plangebied.

Op het bedrijventerrein is bedrijvigheid in de categorieën 1 t/m 3 met een ontheffing voor categorie 4 toegestaan. Aan de lichtste categorieën (categorie 1 en 2) is in de VNG -lijst een richtlijnafstand van respectievelijk minimaal 10 en 30 meter gekoppeld. Bedrijfstypen die tot deze categorieën behoren, kunnen over het algemeen naast de woonfunctie voorkomen. Voor bedrijven uit categorie 3 bedraagt de richtlijnafs tand 50 tot 100 meter, voor categorie 4 -bedrijven bedraagt de richtlijnafstand 200 tot 300 meter. Op het bedrijventerrein zijn geen bedrijven uit categorie 4 gevestigd. Omdat het woongebied Mallegat tussen het bedrijventerrein en het plangebied in ligt, i s nieuwvestiging van bedrijven uit categorie 4 uitgesloten. De in deze woonwijk gesitueerde woningen zijn milieugevoelige functies, die vanwege de ligging nabij het bedrijventerrein de vestiging van categorie 4 -bedrijven uitsluit. Er kan dus worden uitgega an van een afstand van 100 m, de maximaal aan te houden afstand bij bedrijvigheid uit categorie 3. Een groot deel van het plangebied ligt op een afstand groter dan 100 meter vanaf het bedrijventerrein. Bovendien is tussen het plangebied en het bedrijvent errein een woongebied gesitueerd. Gelet op aanwezigheid van dit bestaande woongebied kunnen de planologische mogelijkheden van het bedrijventerrein niet volledig benut worden.

Het bedrijventerrein vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling van woningbouw in het plangebied. Ook het agrarisch bedrijf, gelegen op circa 450 meter van het plangebied vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van woningbouw in het plangebied. 24 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 6.7 Kabels en leidingen Met de inwerkingtreding van het Besluit externe ve iligheid buisleidingen (Bevb) per 1 januari 2011 dient binnen een bestemmingsplan het Plaatsgebonden risicocontour (PR) en Groepsrisico (GR) verantwoord te worden (artikel 11 en 12 Bevb).Op basis van artikel 19 Bevb dient voor 1 januari 2016 het bestemming splan in overeenstemming te zijn met het Bevb. Zoals uit de risicokaart blijkt, liggen er in of nabij het plangebied geen hogedruk aardgasleidingen. 6.8 Overige zones In het plangebied bevinden zich geen straalpaden en dergelijke. Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 25 7. Juridische opzet 7.1 Inleiding Met het vaststellen van de uitgangspunten en de randvoorwaarden, heeft de beleidskeuze voor de regeling in het plan gestalte gekregen. Deze keuze krijgt haar juridische vertaling in bestemmingen. Deze bestemmingen regelen de gebruiks - en bebouwingsmogelijkheden binnen het plangebied. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen, zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding.

Het bestemmingsplan geeft aan voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd. Het bestemmingplan valt onder de Wro, die per 1 juli 2008 gewijzigd is. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2008, met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die per 1 oktober 2010 in werking is getreden. De SVBP is per 1 januari 2010 verplicht volgens het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). 7.2 Regels De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in drie delen. In de “Inleidende regels” zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden g emeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen én van de wijze van meten, wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de “Bestemmingsregels” zijn de bestemmingen en de gebruiks - en/of bebouwi ngs- mogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. In de “Algemene regels” staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden.

Het betreffen onder andere de voor alle bestemm ingen geldende gebruiksregels en de algemeen geldende wijzigingsregels. 7.3 Toelichting op de bestemmingen In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de gebruiks - en bebouwings - mogelijkheden van de bestemmingen die in dit plan voorkomen. De best emmingen zijn afgestemd op de voor de gemeente Steenwijkerland gebruikelijke regelingen. 7.3.1 Agrarisch Het oostelijk deel van het plangebied heeft een bestemming Agrarisch, omdat deze functie op het moment van vaststelling van dit plan nog wordt uitgeoe fend in dat deel van het plangebied. 26 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 Op het agrarische gebied is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die de bouw van maximaal negen vrijstaande en geschakelde woningen mogelijk maakt. Daarnaast is maximaal één rij van vier woningen mogelijk. Ook kan binne n de wijzigingsbevoegdheid een ontsluitingsweg worden aangelegd, met als voorwaarde dat het profiel hetzelfde is als de weg in de naburige buurt in het plangebied. 7.3.2 Groen De bestemming Groen is opgenomen ten behoeve van het groen in het plangebied dat niet als bijbehorend terrein bij de diverse functies (die in het plangebied voorkomen) kan worden aangemerkt. Gronden met de bestemming Groen hebben een duidelijke ruimtelijke functie, zoals te zien is op de inrichtingsschets.

Binnen deze bestemming kun nen waterpartijen worden aangelegd. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Wel mogen er bouwwerken, geen gebouwen zijnde (bijvoorbeeld verlichting of kunstwerken), worden gebouwd met een maximale hoogte van 3 meter. Het begeleidend groen langs de ontsluitingsweg valt binnen de bestemming "Verkeer". Binnen de bestemming "Groen" is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Deze is bedoeld om de bestemming te kunnen wijzigen naar "Verkeer", zodat de nieuwe ontsluitingsweg naar het oostelijk deel van het plangebied gerealiseerd kan worden. 7.3.3 Tuin De bestemming Tuin is gelegd op de terreinen achter de percelen aan 't Butent, de Veentjes en de Ellenkamp (buiten het plangebied). De woningen en het bijbehorend terrein zijn planologisch geregeld in he t bestemmingsplan Oldemarkt (2013), het bestemmingsplan Oldemarkt De Wheeën (fase 2) en Buitengebied: Stroomdal - Slagen- en Wallenlandschap. Met de betreffende eigenaren zijn afspraken gemaakt over het vergroten van de achtertuinen. Deze vergroting van de achtertuinen is geregeld door middel van de bestemming “Tuin”. 7.3.4 Verkeer De ontsluitingsstructuur in het woongebied is vastgelegd door middel van de bestemming "Verkeer". Naast straten en paden vallen onder deze bestemming ook onder andere parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en waterlopen.

De bestemming biedt eveneens ruimte voor de aanleg van bruggen. Hierdoor kan de gewenste verkeersstructuur gerealiseerd worden en is enige verschuiving van functies binnen het profiel mogelijk. Binnen de beste mming "Verkeer" is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om met de bestemming te kunnen wijzigen naar andere bestemmingen. Zo is enige flexibiliteit in het plan mogelijk. 7.3.5 Wonen De woningen in het plangebied vallen onder de bestemming Wonen. Het bet reft hier de woningen en de bijbehorende tuinen en erven. De bouwregels maken onder andere onderscheid tussen hoofdgebouwen enerzijds en aan - en uitbouwen en bijgebouwen anderzijds. Het maximum aantal te bouwen woningen en maximaal aaneen te bouwen aantal woningen is per bouwvlak is op de verbeelding weergegeven. De maximale goothoogte en Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 27 maximale bouwhoogte is in de regels opgenomen. Deze is direct gekoppeld aan de nokrichting van de woningen. De gezamenlijke oppervlakte voor de aan - en uitbouwen en bijgebouwen betreft de standaardregeling die ook in andere bestemmingsplannen wordt gehanteerd. Daarbij is een directe koppeling gelegd tussen de maximale oppervlakte van de percelen en de maximale omvang van alle aan - en uitbouwen en bijgebouwen. In een deel van het gebied zijn bijgebouwen uitgesloten, door middel van een eigen regeling.

Omdat dit niet voor alle woonpercelen geldt, is het gebied waarvoor dit geldt specifiek aangeduid. Binnen de bes temming Wonen is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om met het bouwblok te kunnen schuiven. Bij de aanduiding vrijstaand moeten de woningen met de voorgevel gericht zijn op de verbeelding opgenomen gevellijn. Er is een bouwvlak aanwezig van 20 meter diept e om de woningen te kunnen laten verspringen. Door een nokrichting verplicht te stellen is een piramidekap uitgesloten. 28 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 8. Financiële haalbaarheid 8.1 Grondexploitatie Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van een nieuw woningbouwproject mogelijk. Omdat het gaat om een bouwplan zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, valt het plan onder de grondexploitatieregeling die in de Wro is opgenomen. Er is bij het plan sprake van kosten die de gemeente moet maken voor de realisatie ervan, bijvoorbeeld voor het opstellen van dit bestemmingsplan en voor het bouwrijpmaken. Deze kosten kan de gemeente verhalen, hiervoor is het echter wel verplicht een exploitatieplan op te stellen en deze gezamenlijk met dit bestemmingsplan vast te stellen. Deze verplichting geldt niet wanneer het kostenverhaal op een andere manier is gewaarborgd, bijvoorbeeld door middel van een overeenkomst.

8.2 Overeenkomst / exploitatieplan Met de ontwikkelaar heeft de gemeente een privaatrechtelijke overeenkomst opgesteld. Een exploitatieplan is daarmee niet aan de orde. Dit wordt expliciet door de gemeenteraad besloten. De eigenaar van de grond heeft aangegeven voorlopig niet tot ontwikkeling van het vigerende bestemmingsplan over te gaan. Om enige flexibiliteit in het plan op te nemen is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen tot het wijzigen van de bestemming Agrarisch naar Wonen met maximaal tien woningen. 8.3 Economische uitvoerbaarheid In de kern Oldemarkt wordt de komende jaren een locatie ontwikkeld ten behoeve van woningbouw. Op de woningbouwlocatie worden in de periode 2013 tot en met 2019 woningen gerealiseerd. De grond is al in eigendom van de gemeente. Na planologische goedkeuring in 2013 kan naar verwachting begin 2014 gestart worden met het bouwrijp maken, waarna later in 2015 de eerste gronduitgifte plaats kan vinden. Voor het plangebied is een gemeentelijke grondexploitatie opgesteld met naar verwachting een ontwikkelingstermijn van 7 jaar. In de investeringen die met de ontwikkeling van het gebied gemoeid zijn, is onder andere rekening gehouden met de kosten van verwerving, bouwrijp maken en algemene planontwikkelingskosten.

Eveneens is voorzien in bijdrages aan de reserves b ovenwijkse voorzieningen, acquisitie, kunstobjecten, planschade en onderhoud afgesloten exploitaties volgens de binnen de Gemeente Steenwijkerland gebruikelijke methode van toerekening. De genoemde investeringen worden gedekt door de opbrengsten uit de g ronduitgifte. Het financieel resultaat van de grondexploitatie op eindwaarde (31 -12-2019) is zodoende minimaal kostendekkend. Gesteld kan worden dat de realisatie van de woningbouw - ontwikkeling in Oosterbroek, Oldemarkt een financieel -economische verantwoo rde ontwikkeling is. Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 29 9. Maatschappelijke uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk staat beschreven hoe aangetoond is dat dit bestemmingsplan maatschappelijk uitvoerbaar is. Daarbij wordt kort ingegaan op de voorgeschiedenis met het bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek en vervolgens op het vervolg van dit bestemmingsplan. 9.1 Voorgeschiedenis De gemeente Steenwijkerland heeft voor het bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek, dat vooraf ging aan dit bestemmingsplan, een groot deel van de bestemmings - planprocedure doorlopen. Voor dat bestemmingsplan is inspraak en overleg gehouden. Naar aanleiding daarvan is het bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek aangepast en als ontwerp ter visie gelegd en aan de raad voorgelegd ter vaststelling (2009).

Om verschillende redenen heeft de gemeenteraad besloten het bestemmingsplan niet vast te stellen, maar aangepast opnieuw als ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen. De aanpassing heeft inmiddels plaatsgevonden in de vorm van het plan "Oldemarkt - Oosterbroek 2013". 9.2 Ontwerpbestemmingsplan Het bestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Deze is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht . Het ontwerpbestemmings- plan met bijbehorende stukken heeft met ingang van 9 mei 2013 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Een ieder is daarbij in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn in deze periode vijf zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en be antwoord in de 'reactienota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek'. Deze recreatienota is opgenomen bij het Vaststellingsbesluit. 9.3 Vastgesteld bestemmingsplan Tijdens de procedure is gebleken dat een de aanduiding 'specifieke vor m van verkeer - fietspad' op de verbeelding in de bestemming 'Groen' was opgenomen, maar in de bestemming 'Verkeer' was geregeld. Dit is gecorrigeerd. De wijziging is beschreven in de 'nota van wijzigingen voor het bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek'. Deze nota is opgenomen bij het Vaststellingsbesluit. De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan op 8 oktober 2013 gewijzigd vastgesteld.

Het vastgestelde bestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd, waarbij de mogelijkheid bestaat beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd. === 30 Bestemmingsplan Oldemarkt - Oosterbroek 2013 BIJLAGE  ‘Actualisatie natuurtoets woningbouw Oldemarkt’ Inventarisatie en beoordeling van natuurwaarden in het kader van natuurwet- en regelgeving ACTUALISATIE NATUURTOETS WONINGBOUW OLDEMARKT Colofon Titel: ‘Actualisatie natuurtoets woningbouw Oldemarkt’ Subtitel: Inventarisatie en beoordeling van natuurwaarden in het kader van natuurwet- en regelgeving Projectcode: 10311 Status: Conceptrapport Datum: 11 november 2010 Auteurs: Ing. M. (Marco) van der Sluis & ing. J.G. (Janneke) Lindenholz Veldonderzoek: M. (Michiel) Poolman Eindredactie: Ing. M. (Marco) van der Sluis Opdrachtgever: Gemeente Steenwijkerland Contactpersoon: De heer J. Huizing ................................................................................................ EcoGroen Advies BV Postbus 625 8000 AP Zwolle T: 038 423 64 64 F: 038 423 64 65 I: www.ecogroen.nl © EcoGroen Advies (2010) Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt mits onder vermelding van de bron: Sluis M. van der & J.G.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/c6971aab-26d9-435a-8a65-995c4d31f858?agendaItemId=6d8b452b-6203-44c1-b5f5-6ed15aaa6556