CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bestemmingsplan.pdf

Politieke Markt 22 september 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Onna, Onnase Doodweg 2 - trafostation Steenwijk - Onna29.777 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens Rxi5T5F41bCY (02 november 2020) pagina 1/6 Contact Rechtspersoon Inrichtingslocatie Pondera Consult Arnhem Amsterdamseweg 13, 6814CM Arnhem Activiteit Omschrijving AERIUS kenmerk AERIUS-berekening transformatorstation Onna Rxi5T5F41bCY Datum berekening Rekenjaar Rekenconfiguratie 02 november 2020, 08:26 2020 Berekend voor natuurgebieden Totale emissie Situatie 1 NOx 6,57 kg/j NH3 < 1 kg/j Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j) Natuurgebied Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Toelichting AERIUS-berekening aanleg en landschappelijke inpassing transformatorstation Onna-Steenwijk.

Rxi5T5F41bCY (02 november 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 2/6 Locatie Situatie 1 Emissie Situatie 1 Bron Sector Emissie NH3 Emissie NOx Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie - 6,04 kg/j Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen < 1 kg/j < 1 kg/j Rxi5T5F41bCY (02 november 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 3/6 Emissie (per bron) Situatie 1 Naam Bron 1 Locatie (X,Y) 205971, 532480 NOx 6,04 kg/j Voertuig Omschrijving Uitstoot hoogte (m) Spreiding (m) Warmte inhoud (MW) Stof Emissie AFW Mobiele kraan 4,0 4,0 0,0 NOx < 1 kg/j AFW Shovel 4,0 4,0 0,0 NOx < 1 kg/j AFW Boorstelling 4,0 4,0 0,0 NOx 1,08 kg/j AFW Mixerpomp 4,0 4,0 0,0 NOx < 1 kg/j AFW Verreiker 4,0 4,0 0,0 NOx < 1 kg/j AFW Hijskraan 4,0 4,0 0,0 NOx 1,80 kg/j AFW Vrachtauto met kraan 4,0 4,0 0,0 NOx < 1 kg/j AFW Hoogwerker 4,0 4,0 0,0 NOx 1,12 kg/j Rxi5T5F41bCY (02 november 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 4/6 Naam Bron 2 Locatie (X,Y) 206026, 532753 NOx < 1 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen Stof Emissie Standaard Licht verkeer 620,0 / jaar NOx NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j Standaard Middelzwaar vrachtverkeer 210,0 / jaar NOx NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j Standaard Zwaar vrachtverkeer 64,0 / jaar NOx NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j Rxi5T5F41bCY (02 november 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 5/6 Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een

vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020 Rxi5T5F41bCY (02 november 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 6/6 ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 20032 Transformatorstation, Steenwijk Gemeente Steenwijkerland Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en karterend booronderzoek Richard Exaltus Joep Orbons October 2020 ArcheoPro Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland.

ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 2 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 20032 Transformatorstation, Steenwijk Gemeente Steenwijkerland Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en karterend booronderzoek Colofon Opdrachtgever Pondera, Amsterdamseweg 13, 6814 CM Arnhem Projectcode 20-063 Bestandsnaam ArcheoPro Rapport Transformatorstation, Steenwijk 2020 10 13 Versie 13-10-2020 Status Definitief Archis melding (OM nummer) 4826007100 Bevoegd gezag Gemeente Steenwijkerland Opslagplaats documentatie Provincie Overijssel ISSN 1569-7363 Auteur Richard Exaltus, Joep Orbons Projectleider Richard Exaltus Projectmedewerkers Richard Exaltus, Joep Orbons Onderaannemers Niet van toepassing Autorisatie Drs R.P. Exaltus; senior-archeoloog Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2020 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 Tel : 0(0 31) 43 3672586 Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 NL 6245 LL Eijsden www.archeopro.nl e-mail: info@archeopro.nl Nederland Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 3 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................

5 1.1 Algemeen ........................................................................................................................................................................ 5 1.2 Locatiegegevens (LS02) ....................................................................................................................................... 5 1.3 Aard van de ingreep (LS01) ................................................................................................................................ 5 1.4 Onderzoek (LS01) ............................................................................................................................................. 5 1.5 Doel- en vraagstelling ............................................................................................................................................... 6 2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................................................ 11 2.1 Methode en bronnen .............................................................................................................................................. 11 2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem (LS04) ......................................................................................

13 2.3 Referentieprofiel ...................................................................................................................................................... 13 2.4 Archeologie (LS01/LS04) .............................................................................................................................. 20 2.5 Informatie amateurarcheologen (LS01/LS04)......................................................................................... 20 2.6 Historie (LS03) .................................................................................................................................................... 25 2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (LS05) ................................................................. 27 2.8 Onderzoeksstrategie (LS05) ........................................................................................................................... 28 3 Veldonderzoek .............................................................................................................................................................. 29 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) ................................................................................................................

29 3.2 Resultaten booronderzoek (VS03) ............................................................................................................... 29 4 Conclusies en aanbevelingen (VS07) .............................................................................................................. 32 Bijlage 1: Verklarende woordenlijst ........................................................................................................................ 33 Bijlage 2: Archeologische tijdschaal ........................................................................................................................ 33 Bijlage 3: Literatuurlijst ................................................................................................................................................ 34 Bijlage 4: Overzicht vondstlocaties .......................................................................................................................... 36 Bijlage 5: Overzicht archeologische monumenten ............................................................................................ 37 Bijlage 6: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen ..........................................................................

37 Bijlage 7: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 39 Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 4 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Samenvatting Op 15 mei 2020 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein ten noorden van Onna in de gemeente Steenwijkerland (zie figuur 1). Volgens het gespecificeer d a rcheologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de vondst van talrijke fragmenten bewerkt vuursteen op tweehonder d meter ten westen van het plangebied een archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het paleolithicum tot en met het neo lithicum. Gezien de liggi ng van het plangebied in een dr oogdal-achtige depressie is deze verwachting eerder middelhoog dan hoo g. Om dezelfde reden geldt een middelhoge verwach ting voor agrarische bewoningsresten u it de perioden neolithicum tot en met de vroe ge- middeleeuwen. In verband met de ligging op historische kaarten op akkerland en op relatief grote afst and van historische bebouwing, geldt een lage verwachting voor resten van bewoning en begraving uit de late-middeleeuwen en de nieuwe tijd.

Om het gesp ecificeerd archeologisc h verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied zes boringen gezet in e en dichtheid van ruim twintig boringen per hectare en is tevens een molshopenkartering uitgevoerd op het noordwestelijke deel van het plangebied. Uit d e resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bode m b innen het plangebied van nature in een zone ligt waarin bodemwater i n contact komt met zuurstof. Dit past bij de ligging in een droogdal-achtige depressie. De bodem binnen het plangebied is tot dertig á veertig centimeter i n de C -horizont verstoord. Dit is wa arschijnlijk het gevolg van bodemverbeteringswerkzaamheden die in de laat negentiende - of twintigste eeuw hebben plaatsgevonden. Dit blijkt uit de aanwezigheid van een dikke AC -horizont met daarin insluitsels uit deze pe riode. Naast dergelijke vondsten zijn ondanks de inspectie van molshopen en het zeven van het met een megaboor opgebooorde zand, geen archeologische indicatoren aangetroffen die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische sporen zouden kunnen wijzen. De resultaten van het onderz oek geven derhalve geen aanleiding om ar cheologisch vervolgonderzoek t e adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek arc heologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoer ing van de gepla nde werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.

Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 5 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Pondera, Amsterdamseweg 13, 6814 CM Arnhem Contactpersoon opdrachtgever Jorieke Letteboer Datum uitvoeringveldwerk 15 mei 2020 Archis onderzoeksmelding 4826007100 Bevoegd gezag: Gemeente Steenwijkerland Bewaarplaats vondsten: Provincie Overijssel Bewaarplaats documentatie Provincie Overijssel 1.2 Locatiegegevens (LS02) Provincie Overijssel Gemeente Steenwijkerland Plaats Steenwiijk Toponiem Transformatorstation, Steenwijk Globale ligging Ten zuidoosten van Steenwijk Hoekcoördinaten plangebied 205927 / 532403 205927 / 532533 206022 / 532533 206022 / 532403 Oppervlakte plangebied 0.93 Hectare Eigendom Particulier Grondgebruik Grasland Hoogteligging Ca. 9,10 meter +NAP Bepaling locaties GPS Garmin, meetlinten 1.3 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep De aanleg van een transformatorstation. 1.4 Onderzoek (LS01) Op 15 mei 2020 is do or ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO -O) uitgevoerd op een terrein ten noorden van Onna in de gemeente Steenwijkerland (zie figuur 1). De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorge nomen uitbreeidign in w estelijke richting van het hu idige transfor matorstation.

Hiertoe benodigde graafwerkzaam heden kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden. Het plangebied lig t volgens de gemeentelijke beleidskaart in e en zone met een hoge Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 6 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl archeologische verwachting en heeft binnen he t bestemmingsplan een dubbelverwachting voor archeologie. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie. 1.5 Doel- en vraagstelling Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te kom en tot een gespecificeerd archeolog isch verwachtingsmodel op basis waarvan de volgende vragen beantwoord kunnen worden: -Kunnen binnen het plangebied (nog) archeologische resten verwacht worden? -Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? -Wat zijn de verwachte prospectieve kenmerken van dergelijke archeologische resten? -Welke vorm van veldonderzoek is geschikt om de verwachte resten op te sporen? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door m iddel van veldwaarnemingen.

Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen he t plangebied daadwerkelijk archeologische wa arden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. ArcheoPro voert haar o nderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.0 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Ex altus (senior KNA -archeoloog), drs. ing. P.J. Orbons (senior KNA-archeoloog/senior vakspecialist) en H. Rik (veldtechnicus). Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 7 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 1 1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008. Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 8 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 2: Het huidige transformatorstation met het perceel (ten zuiden daarvan) waarop de voorgenomen uitbreiding zal plaatsvinden. 2 2 Bron: Pondera Consult Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland.

ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 9 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 3: Het plangebied op de bestemmingsplankaart 3 3 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 10 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 4: Het plangebied op de kadasterkaart 4 4 Bron: www.kadaster.nl Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 11 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 2 Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Onderzoeksgebied bureauonderzoek: Ci rkel met een straal van één kilometer ron d het centrum van het plangebied Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de hierin bekende en te verwachten archeologische waarden. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald.

Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd (voor bronvermelding; zie ook literatuurlijst, dit geldt ook voor de kaarten die in de tekst opgenomen zijn): • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart 1:50.000 • Gemeente Steenwijkerland, Archeologische beleidskaart • Geomorfologische kaart 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Oost) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Overijssel 1:25.000 1894- 1926 • Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 • Overig historisch kaartmateriaal (indien gebruikt) Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 12 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 5: Luchtfoto (2018) met daarop rood omlijnd het plangebied 5 5 Bron: http://www.pdok.nl Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 13 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem (LS04) Het plangebied ligt op de stuwwal van Steenwijk.

Stuwwallen zijn tijdens de voorlaatste ijstijd (het Saali ën) ontstaan door de stuwende werking van het l andijs. Tijdens de laatste ijstijd (het Weichseli ën), werd Nederland niet b edekt door landijs maar heerste wel een poolklimaat. Do or het ontbreken van begr oeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken dekzand worden afgezet. Dit dekzand beh oort tot het Laa gpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzandreliëf dat hierbij in het landschap is ontstaan , wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en kopjes, afgewisseld met langgerekte rugge n. Dit dekzand behoort geologisch gezien tot het la agpakket van Wie rden (Formatie va n Boxtel) en is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 m) en arm aan grind. Gedurende he t Vroeg- en Midden-Pleniglaciaal (58.000 - 29.000 jaar geleden) trad er op grote schaal verspoeling van het toen aanwezige dekzand op, waar door zandlagen a fgewisseld met le emlagen gevormd werden, d ie sa men fluvioperiglaciale afzettingen genoemd worden (Rij ks Geologische Dienst 1985). Gedurende het Laat-Weichselien (20.000 – 10.000 jaar BP) traden er weer op grote schaal verstuivingen op waarb ij wederom dekza nden werden afgezet. In het Holoceen (11.755 jaar BP tot he den) steeg de temper atuur. Het landijs smo lt, waardoor de zeespiegel steeg.

Door de zeesp iegelstijging steeg ook de grondwaterspiegel, waardoor lager liggende terreindelen natte r w erden. Hierdoor t rad op steeds groter e scha al veenvorming op. Dit veen is vanaf de middeleeuwen in toenemende mate ontgonnen. Volgens de geomorfologische kaart (figuur 8) ligt het plangebied op een stuwwal met flauwe, korte hellingen die is bedekt met dekza nd (figuur 8; legenda-eenheid 11B11ydl). Langs de noord- en de zuidrand hie rvan liggen gordeldekzandwelvingen (figuur 8; legenda- eenheid 3L52yc). Helemaal in het zuiden van het onderzoeksgebied ligt een ontgonnen veenvlakte (figuur 8; legenda-eenheid 2M82). Op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (figuur 9) is de stuwwal goed herkenbaar aan de hoge ligging en is tevens te zien dat het plangebied op de zuidflank van de stuwwal ligt in een relatieve laagte die een droogdal lijkt te vormen. Derg elijke droogdale n zijn doorgaans gevormd door afspoelend smelt- en regenwater. Op de drogere delen van het dekzandla ndschap zijn veelal podzolgronden ontstaan. Deze worden g ekenmerkt door een uitspoelingslaag ( E-horizont) en een donkerbruine tot roodbruine inspoelingslaa g (B -horizont). De B -horizont gaat veelal via een overgangs laag (de BC-horizont) over in het niet doo r bodemvorming beïnvloede zand (de C -horizont).

In en rond het plangebied geef t de bodemkaart de aanwe zigheid aan van hoge zwarte enkeerdgronden die zijn gevormd in lemig fijn zand (legenda-eenheid zEZ23 op figuur 10). 2.3 Referentieprofiel De enkeerdgro nden worden gekenmerkt door een tenminste een halve meter dik pakket van zwarte humeuze bov engrond die veelal in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd ( tot ± 1900), is ontstaan ten gevolge van eeuwenlange bemesting m et potstalmest. Veelal gaat dit akkerdek geleidelijk aan over in het niet door plaggenbe mesting met humus verrijkte zand. Doordat enkeer dgronden vaak zijn ontstaan in gebieden waar oorspronkelijk podzolgronden zijn gevormd, kunnen resten hiervan onder het akkerdek aanwezig zijn. (Zie figuur 6 uit Ten Cate et al. 1995). Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 14 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 6: Voorbeeld van een hoge zwarte enkeerdgrond op een podzol profiel 6 6 Bron: Ten Cate et al. 1005 Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland.

ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 15 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 7: Uitsnede uit de paleogeografische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 7 7 Bron: P Vernieuwd digitaal basistand basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. K.M. Cohen, E. Stourhamer. 2012 Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 16 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 8: Uitsnede uit de geomorfologische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 8 8 Bron: Universiteit Wageningen, 2017 Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 17 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 9: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 9 9 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland.

ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 18 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 10: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2 10 10 Bron: Universiteit Wageningen, 2017 Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 19 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 11: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 11 11 Bron: Universiteit Wageningen, 2017 Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 20 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 2.4 Archeologie (LS01/LS04) Voor gebieden met pleistocene afzettingen aan het oppervlak, geldt in zijn algemeenheid dat hierbinnen bewoningssporen kunnen worden aa ngetroffen die dateren vanaf het midden- paleolithicum. Vuur steenvindplaatsen van jager-verzamelaars u it het paleolithicum en het mesolithicum liggen vee lal in gradiëntzones die de overgang vormde van relatief hooggelegen delen van het landschap naar laagten met water zoals beekdalen en vennen e.d.

In het neol ithicum, toen een sedentair (boeren)bestaan in de plaats k wam van een nomadisch le venswijze, verk oos men voo ral de hoogste del en van het landschap. De ze nederzettingskeuze bleef tot in de vroege middele euwen bestaan. In de la te middeleeuwen en de nieuwe tijd z ijn de nederzettingen met name gesticht lan gs d oorgangswegen, op kruispunten van wegen en aan de overgangen van rivieren. Binnen het onderzoeksgebied liggen volgens het Archeologisch informatiesyst eem arc his één archeolo gisch monument (AMK-terrein 9439) en zestien bekende archeologische vindplaatsen. Deze zijn hieronder opgesomd in tabel X. Het groots te deel van de bekende vindplaatsen in de omgeving van het plangebied zijn vuursteenvondsten die zij n gedaan tijdens een veldverkenning op zeven percelen op de zuidhelling van het Steenwijkerkamp door de Werkgroep Archeologie Steenwijk e .o. (WAS), GIA en e en aantal Leidse studenten. Aanleiding hiertoe was de vondst van een vuistbijl. Tijdens deze veldverkenning zijn talrijke fragmenten bewerkt v uursteen aangetroffen die niet nader zijn gedateerd dan paleolithicum-ijzertijd. Het betreft de zaaknummers: 32870 80100, 3287089 100, 3287097100, 3287104100, 3287234100, 3287315100, 3287323100.

AMK-terrein 9439 ligt ongeveer een halve kilometer ten noordwesten van het plangebied en betreft een terrein waarop sporen van bewoning uit het mesolithicum, het neolithicum en de Romeinse tijd zijn aangetroffen. De oudste met zekerheid gedateerde vondst binnen het onderzoeksgebied wordt gevormd do or zaaknummer 2759317100 op zevenhonderd meter ten zuidwesten van het plangebied en betreft bewerkt vuursteen uit het paleolithicum. Zaaknummer 2759244100 ligt ruim vier honderd meter ten z uiden van het plangebied en vormt een muntsc hat die in maart 1884 is gedaan door landarbeider Jan Boonstra, tijdens het omspitten van een stuk he idegrond op de Steenakkers bij Onna . Het gaat om 237 zilveren Romeinse denarii die zijn geslagen in de periode v an 145 v.Chr. tot 14 n.Chr. met uitzondering van 15 denarii van ke izer Augustus en 18 denarii van keizer Tiberius. Deze muntschat behoort tot d e oudste Romeinse muntvondsten in ons land. In de omgeving van Steenwijk zijn relatief veel vr oeg-Romeinse vondst en gedaan. Waarschijnlijk hebben de Romeinen die bij de tweede exp editie van Germanicus in 15 n.Chr. over land naar Friesland gingen gebruik gemaakt van de "passage" over de hoogten bij Steenwijk. Dit was één van de weinige begaanbare verbindingen met het noorden.

Mogelijk hebben de Romeinen enige tijd in deze omgeving verbleven; bijvoorbeeld in een marskamp Zaaknummer 2759333100 ligt ruim twee ho nderd meter ten oosten van het plangebied en betreft de vondst van een glazen kraal uit de periode Romeinse tijd-middeleeuwen. 2.5 Informatie amateurarcheologen (LS01/LS04) ArcheoPro heeft geen contact opgenomen met amateu rarcheologen of een heemkundevereniging aangezien het onderzocht e gebied een privé terrein betreft dat niet vrijelijk toegankelijk is voor derden. Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 21 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Tabel 1 Zaak nr: Coördinaat Periode Vondsten 2169450100 206683/532877 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd Bouwmateriaal, keramiek, metaal, vuursteen 2759244100 206000/532000 Romeinse tijd Muntschat 2759293100 205300/532800 Mesoliticum, Neoliticum Keramiek, vuursteen 2759317100 205500/531900 Paleoliticum Vuursteen 2759333100 206200/532500 Romeinse tijd, Middeleeuwen Glazen kraal 2818885100 206660/532370 Nieuwe Tijd Keramiek, metaal 3085999100 205440/532950 Romeinse tijd Keramiek 3279945100 205450/531800 Niet nader gedateerd Vuursteen 3287080100 205415/532525 Niet nader gedateerd Vuursteen 3287089100 205495/532790 Niet nader gedateerd Vuursteen 3287097100

205565/532710 Niet nader gedateerd Keramiek, vuursteen 3287104100 205460/532450 Niet nader gedateerd Vuursteen 3287234100 205700/532470 Niet nader gedateerd Vuursteen 3287315100 205580/532550 Niet nader gedateerd Vuursteen 3287323100 205630/532480 Niet nader gedateerd Keramiek, vuursteen 3987642100 206622/532922 Nieuwe Tijd, Onbekend Metaal Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 22 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 12: Kaart met Archis vondstlocaties met daarop een cirkel met een straal van één kilometer rond het plangebied die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 12 12 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 23 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 13: Kaart met Archisonderzoeksmeldingen met daarop een cirkel met een straal van één kilometer rond het plangebied die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 13 13 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland.

ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 24 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 14: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart 14 14 Bron: Gemeente Steenwijkerland Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 25 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 2.6 Historie (LS03) Het plangeb ied ligt op korte afstand ten noorden van Onna dat voor het ee rst schriftelijk wordt genoemd in 1313, als Unne, in een document dat een ge schil beschrijft tussen de bisschop van Utrecht en de Stellingwerven. In 1441 wordt Onna genoemd als Unninghe en vijf jaar later wordt de spelling Vnna g ebruikt dat l ater ver basterde tot het huidige Onna. Onna ligt van oudsher dicht bij een kleine, geïsoleerde es ten zuidoosten van Steenwijk. De lineaire dorpen Onna en Zuidveen ontstonden aan de overgang van de hoge gronden naar de weidegronden in het aangrenzende veengebied. De bewoners waren grotendeels afhankelijk van het nabij gelege n Steenwijk waarvoor zij landbouwproducten produceerden en turf staken. Deze kwamen Steenwijk binnen via de aan de kant van Onna gelegen Onna-poort. Toen Steenwijk omwille van de veiligheid dez e poort afsloot tekende d e plaatselijke bevolking protest aan waarn a de poort uiteindelijk weer openging. Onna had haar eigen akkerland of es dat aan de zu idkant van het dorp lag.

Het deel van de stuwwal ten noorden van Onna waarop ook h et plangebied ligt, vormde de Steenwijker kamp. De kadasterkaart uit de periode 1811 -1832 laat zien hoe deze destijds nog in kleine akkerkavels verdeeld was. De t opografische kaarten uit 1 845 en 1919 laten zien dat het plangebied destijds nog midden op dit akkerland lag. De huidige wegen langs het plangebied dateren uit de tweede helft van de twintigste eeuw. In deze periode is ook het transformatorstation ten noorden van het plangebied gebouwd. Figuur 15: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832 15 15 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008 Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 26 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 16: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1919, 1954 en 2016 16 16 Bron: Kadaster Topografische Dienst Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 27 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 2.7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (LS05) Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt op een stuwwal tussen Steenwijk en Onna op enige afstand ten oo sten van een locatie waarop talrijke vuursteenvonds ten uit de steentijd zijn geda an.

Het plangebied ligt in een relatief la ag, droogdal-achtig deel van de stuwwal en is de afgelopen eeuwen in gebruik geweest als akker . Het plangebied heeft altijd op tameli jk grote afstand van historische bebouwing en zelfs van wegen, gelegen. Verwachte perioden (datering) In v erband met de vondst van talrijke fragmenten be werkt vuursteen op tweehon derd meter ten westen van het plangebied geldt ook voor het plangebied een hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het paleolithicum tot en met het neolithicum. Gezien de ligging van het plangebied i n een dr oogdal-achtige depressie is het wellicht realistischer om deze verwachting bi j te stellen naar middelhoog. Om dezelfde reden geldt een middelhoge verwach ting voor agrarische bewoningsresten uit de perioden neolithicum tot en met de vroege-middeleeuwen. In verband met d e ligging op historische kaarten op akkerland en op relatief grote afstand van historische bebouwing, geldt een lage verwachting voor resten van bewoning en begraving uit de late-middeleeuwen en de nieuwe tijd. Complextypen en uiterlijke kenmerken Binnen het plangebied kunnen rest en van (jacht) kampjes uit de Steentijd aanwezig zij n. Deze hoeven niet veel groter te zijn geweest dan enkele tientallen tot enkele honderden vierkante meters en worden d oorgaans geken merkt do or sp reidingen van houtskool en bewerkt vuursteen.

O ok kunnen binnen het plangebied resten van nederzettingen of grafvelden uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, en de Romeinse tijd, aanwezig zijn. Deze zijn doorgaans honderden t ot duizenden vierkante meters groot en worde n overwegend gekenmerkt door spreidingen van aard ewerk. Uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd hoeven slechts resten van be-akkering verwacht te worden. Mogelijke verstoringen Door de ontginning en het gebruik als akker, zullen in elk geval de bovenste decimeters van de bodem geroerd zijn. Indien deze inderdaad uit een opgebracht akkerdek bestaan zoals de bodemkaart suggereert , Kunnen de onderliggende bodem en eventueel hierin aanwezige grondsporen, nog goed geconserveerd zijn. Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 28 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 2.8 Onderzoeksstrategie (LS05) Tijdens het veldwerk moet alle reerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Om de bodemopbo uw zo exact mogelijk te kunnen bestud eren kan het beste gebrui k gemaakt worden van een guts.

Indien blijkt dat de huidige grondbewerk ing tot in de natuurlijke bodem reikt en een goede vondstzichtbaarheid heerst, is een oppervlakt ekartering het meest gesch ikt voor het opsporen van archeologis che indicatoren. De meest e van de archeologische vondsten i n de omgeving van het plangebied zijn immers gedaan als oppervlaktevondsten. Indien een oppervlaktekartering niet mogelijk is of in o nvoldoende mate effectief zal zijn, wordt nageboord met een ed elmanboor met een diamete r van 15 cm. Het hiermee opgeboorde materiaal wordt gezeefd op een zeef met een maaswijdte van vier millimeter. Binnen het plangebied zijn zes boorpunten verdeeld ove r een zo gelijkmatig mogel ijk netwerk. Hierdoor is binnen het 0,27 hectare grote pla ngebied een boordichtheid bereikt van ruim twintig boringen per hectare. Een dergelijke aanpak voldoet volgens de Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 20 12), als standaardmethode om nederzettingen met een matig -hoge en hoge vondstdichtheid (aardewerk en vuursteen) en een omvang vanaf 500 m² of meer (diameter 25 m), in zand op te sporen (zoekoptie E). Zelfs met de door ArcheoPro gehanteerde hoge boordichtheid is op basis van booronderzoek nooit te g aranderen dat alle typen archeologische resten kunnen worden opgespoord.

De kans op het aantreffen van grondsporen is bijvoorbeeld aanmerkelijk groter indien een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Een dergelijke aa npak zou echter in dit stadium van het onderzoek een te zwaar middel vormen Van alle boorpunten is de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN en de waterpas. Figuur 17: Het plangebied nabij boorpunt 3, gezien in westelijke richting. Hierop zijn tevens de molshopen te zien op het noordwestelijke deel van het plangebied (rechtsboven). Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 29 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 3 Veldonderzoek 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) Positie boringen: Regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 21). Gebruikt boormateriaal: Zandguts met een diameter van 3 cm en edelmanboor met een diameter van 15 cm. Totaal aantal boringen: Zes Boordichtheid: Ruim twintig boringen per hectare Geboorde diepte: 1,2 m –Mv Inmeten boorlocaties: GPS, meetlint en waterpas Boorbeschrijving: Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2) Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktek artering: In verband met de begroeiing van het plangebied was g een vlakdekkende oppervlaktekartering mogelijk.

Wel waren met name op het noordwestelijke deel van het plangebied talrijke molshopen aanwezig die zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatore n. Hierbij zijn echter slechts negentiende/twintigste eeuwse glas- en metaalresten aangetroffen. 3.2 Resultaten booronderzoek (VS03) De boorpunten zijn gezet in twee west-oost gerichte boo rraaien van elk drie boringen . De ligging van de boorpunten is weerg egeven op de boorpuntenk aart. De resultat en v an het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. Bovenin alle boringen is een humusrijke toplaag van dertig tot bijna vijftig centimeter dikte aangetroffen. Hieronder is op alle boorpunten een me nglaag van geel dekzand met brokken humusrijk zand aanget roffen (zie figuur 18). De dikte van dit pakket loopt uiteen van ruim dertig centimeter in de boringen 2, 3 en 4 tot ruim veertig centimeter in de boringen 1 en 6. Figuur 18: Foto van de AC-horizont van met brokken humeus zand vermengd geel dekzand (rechts). De vergraven AC-horizont gaat op alle boorpunten op een diepte van ongeveer ta chtig centimeter beneden het maaiveld, over in schoon zand met oxidatievlekken (zie figuur 19). Een dergelijke door oxidatie vlekken g ekenmerkte C-horizont is kenmerkend voor terreindelen waarop bodemwater in contact komt met zuurstof zoals aan de randen van een droogdal.

Op alle boorpunten is na geboord met een edelmanboor met een diameter van vijfti en centimeter. Dit heeft ondanks het zev en van het hiermee opgeboorde zand, geen relevante

Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 30 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl archeologische indicatoren opgeleverd. Toto onderin de AC -horizont zij n slechts relatief moderne glas- en metaalresten aangetrofen zoals ook in de molshopen zijn aan getroffen. Dit vormt een aanwijzing dat de hui dige bodemopbouw het gevol g is van grondverbeteringswerkzaamheden in de laat -negentiende- of twintigste eeuw. De bodem is hierbij tot ongeveer dertig centimeter in de C-horizont verstoord. Een deel van de bouwvoor is hierbij in de C -horizont opgenomen waar door deze nu net niet meer dik genoeg is om te kwalificeren als akkerdek van een enkeerdgrond. Figuur 19: Foto van de door oxidatievlekken gekenmerkte C-horizont (links). Figuur 20: Boorprofielen

Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 31 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Figuur 21: Boorpunten met verstoringsdiepten Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 32 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 4 Conclusies en aanbevelingen (VS07) Volgens het gespecificeer d a rcheologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de vondst van talrijke fragmenten bewerkt vuursteen op tweehonder d meter ten westen van het plangebied een archeologische verwachting voor vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het paleolithicum tot en met het neo lithicum. Gezien de l igging van het plangebied in een dr oogdal-achtige depressie is deze verwachting eerder middelhoog dan hoog. Om dezelfde reden geldt een middelhoge verwach ting voor agrarische bewoningsresten u it de perioden neolithicum tot en met de vroe ge- middeleeuwen. In verband met de ligging op historische kaarten op akkerland en op relatief grote afst and van historische bebouwing, geldt een lage verwachting voor resten van bewoning en begraving uit de late-middeleeuwen en de nieuwe tijd.

Om het gesp ecificeerd archeolo gisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied zes boringen gezet in e en dichtheid van ruim twintig boringen per hectare en is tevens een molshopenkartering uitgevoerd op het noordwestelijke deel van het plangebied. Uit d e resultaten van he t booronderzoek blijkt dat de bode m b innen het plangebied van nature in een zone ligt waarin bodemwat er in contact komt met zuurstof. Dit past bij de ligging in een droogdal-achtige depressie. De bodem binnen het plangebied is tot dertig á veertig centimet er in de C -horizont verstoord. Dit is wa arschijnlijk het gevolg van bodemverbeteringswerkzaamheden die in de laat negentiende - of twintigste eeuw hebben plaatsgevonden. Dit blijkt uit de aanwezigheid van een dikke AC -horizont met daarin insluitsels uit dez e periode. Naast dergelijke vondsten zijn ondanks de inspectie van molshopen en het zeven van het met een megaboor opgebooorde zand, geen archeologische indicatoren aangetroffen die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische sporen zouden kunnen wijzen. De resultaten van het onderz oek geven derhalve geen aanleiding om ar cheologisch vervolgonderzoek t e adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek arc heologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoer ing van de g eplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.

In alle gevallen geldt dat indien bij toe komstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 33 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland AMK Archeologische Monumentenkaart ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving Archis Archeologisch Informatie Systeem BP Before Present (present=1950) GIS Geografische Informatie Systemen GPS Global Positioning System IKAW Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie -mv Onder maaiveld NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak PVE Programma van Eisen RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer Bijlage 2: Archeologische tijdschaal Periode Datering Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) 250.000 - 9000 Mesolithicum (midden steentijd) 9000 - 4500 Neolithicum (nieuwe steentijd) 4500 - 2000 Bronstijd 2000 - 800 IJzertijd 800 - 12 v. chr. Romeinse tijd 12 v chr.

- 500 n. chr. Vroege middeleeuwen 500 - 1000 Volle middeleeuwen 1000 - 1250 Late middeleeuwen 1250 - 1500 Nieuwe tijd 1500 - heden Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 34 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Bijlage 3: Literatuurlijst Bronnen Encyclopedie van Noord-Brabant (red. A. van Oirschot, A.C. Jansen en L.S.A. Kroesen; Baarn 1985) Grote historische Provincie Atlas van Nederlan d; deel 3 Oost -Nederland 1838 -1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Prov incie Atlas Overijssel; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederlan d 1:50.000 Deel 3 O ost-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 2 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monument enkaart), Amersfoort. Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968.

Stichting voor Bodemkarter ing: Geomorfologische kaart van Neder land 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageninge n, 1968. Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955 -1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer. Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 35 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Digitale bronnen Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Archis III http://archis.cultureelerfgoed.nl Literatuur Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kle ijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO -Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer.

Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006) Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 36 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Bijlage 4: Overzicht vondstlocaties Zaak nr: Coordinaat Periode Vondsten Complexen 2169450100 206683/532877 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd Bouwmateriaal, gebruiksmateriaal, keramiek, metaal, vuursteen Bewoning 2759244100 206000/532000 Romeinse tijd Metaal Metaal 2759293100 205300/532800 Mesoliticum, Neoliticum Keramiek, vuursteen Bewoning 2759317100 205500/531900 Paleoliticum Vuursteen Onbekend 2759333100 206200/532500 Romeinse tijd, Middeleeuwen Gebruiksmateriaal Onbekend 2818885100 206660/532370 Nieuwe Tijd Keramiek, metaal Onbekend 3085999100 205440/532950 Romeinse tijd Keramiek Bewoning 3279945100 205450/531800 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd Vuursteen Industrie en nijverheid 3287080100 205415/532525 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd Vuursteen Onbekend 3287089100 205495/532790 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd Vuursteen Onbekend 3287097100 205565/532710 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd Keramiek, vuursteen Onbekend

3287104100 205460/532450 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd Vuursteen Onbekend 3287234100 205700/532470 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd Vuursteen Onbekend Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 37 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 3287315100 205580/532550 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd Vuursteen Onbekend 3287323100 205630/532480 Paleoliticum, Mesoliticum, Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd Keramiek, vuursteen Onbekend 3987642100 206622/532922 Nieuwe Tijd, Onbekend Metaal Geen Bijlage 5: Overzicht archeologische monumenten AMK nr: Coordinaat Periode Complex 9439 205353.5/532833.7 Mesoliticum, Neoliticum, Romeinse tijd Nederzetting, onbepaald, Nederzetting, onbepaald Bijlage 6: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen Zaak nr: Coordinaat Onderzoek Periode Vondsten Complexen 2041307100 206864/532761.6 Oppervlak: 12.044 ha. Booronderzoek Paleoliticum, mesoliticum, neoliticum, bronstijd, ijzertijd, romeinse tijd, middeleeuwen Geen Onbekend 2169450100 206603/532863.6 Oppervlak: 30.8361 ha.

Begeleiding Paleoliticum, mesoliticum, neoliticum, bronstijd, ijzertijd, romeinse tijd, middeleeuwen, nieuwe tijd Bouwmateriaal, gebruiksmateriaal, keramiek, metaal, vuursteen Bewoning Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 38 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl 3987642100 206619.8/532923.4 Oppervlak: 0.194959 ha. Begeleiding Nieuwe Tijd, onbekend Metaal Geen 4577702100 205620.1/533307.1 Oppervlak: 0.167576 ha. Booronderzoek Onbekend Geen Geen 4626626100 206440.2/533263.2 Oppervlak: 0.272684 ha. Booronderzoek Onbekend Geen Geen 4734486100 206204.5/532002 Oppervlak: 0.270797 ha. Bureauonderzoek Onbekend Geen Geen 4734494100 206204.5/532002 Oppervlak: 0.270797 ha. Booronderzoek Onbekend Geen Geen Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland.

ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 39 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Bijlage 7: Boorbeschrijving Algemene boorgegevens Soort boring BAR Projectnummer 20-063 Projectnaam Transformatorstation,Steenwijk Deelgebied NVT Organisatie ArcheoPro Archis meldingsnummer 4826007100 Coördinaatsysteem RD2000 Coördinaatsysteemdatum ETRS89 Locatiebepaling GPS en meetlint Referentievlak NAP Bepaling maaiveldhoogte AHN – Waterpas Boormethode Guts en edelman Boordiameter 3 cm en 15 cm Opdrachtgever Pondera Posities van boringen (boorlocaties) Boornummer XCO YCO Meters t.o.v. NAP 1 205953.8 532432.0 9.69 2 205983.8 532431.7 9.75 3 206012.7 532432.0 9.90 4 205940.4 532411.5 9.42 5 205968.7 532411.5 9.48 6 206000.5 532413.0 9.74 Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 40 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Nr.

LDO Lithologie Kleur Overige kenmerken AIS GD BK BS BZ BG BH HK TK IK VLK CO PLH VS SST BHN BI GI 1 33 Z 3 BR GR GR BOV 72 Z 1 GE BR GR BHAC VRG DEZ 120 Z 1 GE LI OR BHC BHC DEZ 2 46 Z 3 BR GR GR BOV 79 Z 1 GE BR GR BHAC VRG DEZ 120 Z 1 GE LI OR BHC BHC DEZ 3 47 Z 3 BR GR GR BOV 78 Z 1 GE BR GR BHAC VRG DEZ 120 Z 1 GE LI OR BHC BHC DEZ 4 45 Z 3 BR GR GR BOV 79 Z 1 GE BR GR BHAC VRG DEZ 120 Z 1 GE LI OR BHC BHC DEZ 5 47 Z 3 BR GR GR BOV 83 Z 1 GE BR GR BHAC VRG DEZ 120 Z 1 GE LI OR BHC BHC DEZ 6 34 Z 3 BR GR GR BOV 78 Z 1 GE BR GR BHAC VRG DEZ 120 Z 1 GE LI OR BHC BHC DEZ Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen en Z = zand Bijmengsels: BK = bijmen gsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. Archeologisch onderzoek Transformatorstation, Steenwijk, Gemeente Steenwijkerland. ArcheoPro Rapport, 20032, Pagina 41 Versie: 13-10-2020 www.ArcheoPro.nl TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven).

IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) VS = veensoorten SST = Sedimentaire structuren BHN = Bodemhorizont; BHC = C-horizont, BHAC = AC-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor , ROG = rommelig, VRG = vergraven GI = Geologische interpretaties; DEZ = dekzand AIS = Archeologische indicatoren Berekening van de magneetveldcontouren van transformatorstation Steenwijk (Bedelaarspad) Consequenties beoogde uitbreiding van het station Rapportnummer FA 21656-3-RA-001 d.d. 27 november 2020 opdrachtgever Enexis B.V. rapportnummer FA 21656-3-RA-001 datum 27 november 2020 referentie GL/MHo/AvdS/FA 21656-3-RA-001 verantwoordelijke ir. G.W. Lassche opsteller MSc M.

Hopma 085 8228 672 m.hopma@peutz.nl T Berekening van de magneetveldcontouren van transformatorstation Steenwijk (Bedelaarspad) Consequenties beoogde uitbreiding van het station peutz bv, postbus 7, 9700 aa groningen, +31 85 822 85 00, groningen@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – leuven – parijs – lyon FA 21656-3-RA-001 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Beoordelingskader 5 3 Uitgangspunten 6 3.1 Algemeen 6 3.1.1 RIVM-richtlijnen 6 3.1.2 Rekenmethode 6 3.2 Transformatorstation Steenwijk 8 3.2.1 Situatiebeschrijving 8 3.2.2 Afspraken hoogspanningsstation 9 3.2.3 Huidige situatie transformatorstation Steenwi jk 10 3.2.4 Beoogde situatie transformatorstation Steenwi jk 11 3.2.5 Aansluiting hoogspanningsmast (huidige en beo ogde situatie) 12 4 Berekeningen 13 4.1 Rekenmodel 13 4.2 Rekenresultaten 13 4.2.1 Huidige situatie 13 4.2.2 Beoogde situatie 14 4.2.3 Vergelijking huidige en beoogde situatie 14 5 Beoordeling en conclusie 16 T FA 21656-3-RA-001 3 1 I n l e i d i n g In opdracht van Enexis is een onderzoek uitgevoerd naar de magneetveldcontouren rondom het transformatorstation gelegen aan het Bedelaarsp ad te Steenwijk. Enexis is voornemens het station uit te breiden met een aantal aansluitvelden.

Hiertoe zal het terrein aan de zuidzijde worden uitgebreid en e en aantal ondergrondse leidingen (kabels) worden gerealiseerd. Deze kabels worden aa ngesloten op een nieuw modulair gebouw. Tevens wordt rekening gehouden met een een uitbreid ing van de capaciteit van het transformatorstation middels het vervangen van de h uidige twee transformatoren met elk een vermogen van 40 MVA door twee transformatoren m et elk een vermogen van maximaal 90 MVA. Enexis wenst inzicht te verschaAen in de optredende magneetveldcontouren voor zowel de huidige als de toekomstige situatie. Op basis van de door Enexis verstrekte informatie z ijn rekenmodellen opgesteld waarmee de magneetveldcontouren zijn bepaald. Het betreft hier de 0,4 µT-contouren. In dit rapport worden de gehanteerde uitgangspunten en de resultaten van de berekeningen gepresenteerd. T FA 21656-3-RA-001 4 2 B e o o r d e l i n g s k a d e r Een extreem laagfrequent wisselend (ELF) magnetisch veld zoals het 50 Hz elektriciteitsnet dat boven een bepaalde sterkte komt kan acute eAect en op het menselijk lichaam veroorzaken, zoals het zien van lichtDitsen of het onvrijwillig samentrekken van de spieren. Om de bevolking te beschermen voor deze acute eAect en is door de International Commission for Non-Ionizing Radiation Protection (I CNIRP) binnen de EU een grenswaarde van 100 μT (microTesla) vastgesteld.

Over de lange termijneAecten als gevolg van langdur ige blootstelling aan zwakkere ELF- magneetvelden is echter geen consensus. De theorie (die niet bevestigd, nog verworpen kan worden) is dat langdurige blootstelling aan laagfre quente magnetische velden (gemiddeld > 0,3 à 0,4 μT) van hoogspanningsleidingen een verhoo gd risico op leukemie bij kinderen kan veroorzaken. Het (toenmalige) ministerie van VROM heeft in 2005 (en later verduidelijkt in 2008) geadviseerd aan gemeenten en netbeheerders om zovee l als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig (gedurende minimaal een jaar met een verblijftijd van minimaal circa 14 tot 18 uur per dag) verblijven in gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen he t jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 μT. Hoewel niet direct van toepassing op transformators tations en ondergrondse leidingen wordt, op grond van het voorzorgsbeginsel, in dit r apport de ligging van de 0,4 μT- magneetveldcontouren bepaald. Hiermee wordt een ind ruk gekregen van het gebied waarbinnen verblijf gedurende langere tijd niet wen selijk is. De magneetveldcontouren zijn bepaald voor zowel de huidige als de toekomstige si tuatie. T FA 21656-3-RA-001 5 3 U i t g a n g s p u n t e n 3.1 A l g e m e e n Voor dit onderzoek zijn de volgende gegevens bescho uwd: 1.

RIVM Handreiking voor het berekenen van speciKeke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen versie 4.1 d.d. 26 oktober 2015 door G. Kelfkens en M.J.M. Pruppers; 2. Verkenning jaargemiddelde belasting van bovengron dse hoogspanningslijnen in 2011 en 2013, RIVM Rapport 2015-0187 door G. Kelfkens en M.J.M. Pruppers; 3. Plattegrond beoogde situatie: 'SW1-E-A00-ALG-SIT- 2B-RJ-10-09-2020'. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de hand reiking van het RIVM versie 4.1 [1]. Het beleidsadvies in dit document heeft echter allé én betrekking op bovengrondse hoogspanningslijnen met een spanning van 50 kV of h oger, en strekt zich niet uit tot opstijgpunten, ondergrondse hoogspanningsverbinding en en hoogspanningsstations. Er zijn daarom aanvullend afspraken gemaakt tussen Peu tz en Enexis over de berekening van de magneetveldcontouren ten gevolge van het hoogspa nningsstation. 3.1.1 RIVM-richtlijnen Het beleidsadvies met betrekking tot hoogspanningsl ijnen hanteert als grens voor het magneetveld een veldsterkte van 0,4 μT. Op locaties waar deze grenswaarde wordt overschreden is langdurig verblijf (gedurende minim aal een jaar met een verblijftijd van minimaal circa 14 tot 18 uur per dag) afgeraden. De berekening wordt uitgevoerd op een hoogte van 1 meter boven het maaiveld.

Bij verschillende hoogspanningsverbindingen in elka ars nabijheid en die elkaars magneetveld beïnvloeden, wordt een berekening uitge voerd waarbij alle mogelijke combinaties van de stroomrichtingen in elke hoogspa nningsverbinding worden meegenomen. 3.1.2 Rekenmethode Magnetische velden ontstaan in de nabijheid van een stroomvoerende geleider (zowel boven- als ondergronds). In de buurt van elektricit eitsleidingen zijn dus magnetische velden aanwezig. De sterkte van deze velden hangt sterk af van de stroomsterkte die door de geleiders loopt en de afstand tot deze geleider. Voor de berekening van een magnetisch veld als gevo lg van een stroomvoerende draad geldt de wet van Biot-Savart. Deze formule houdt re kening met de stroomsterkte door de T FA 21656-3-RA-001 6 draad, de afstand tot de draad en de hoek tussen he t punt P waarop de magnetische veldsterkte berekend wordt en de uiteinden van de d raad dat de elektrische stroom draagt: Omdat het hoogspanningsnetwerk werkt met wisselspan ning (3 fasen), worden per stroomkring telkens 3 draden gebruikt. Deze drie dr aden hebben een constante faseverschuiving ten opzichte van elkaar, zie Kguur 3.1. Dit betekent dus dat op een gegeven moment in tijd niet alle draden maximale spanning l everen.

Het magnetisch (B) veld wordt daarom voor een juiste bepaling van de resulterende veldsterkte vermenigvuldigd met de cosinus van de fasedraaiing. f3.1 Wisselstroom binnen een hoogspanningsnetwerk De fases van de stroomvoerende componenten (onder a ndere verbindingen en transformatoren) worden uitgedrukt in klokgetallen. Een klokgetal geeft vermenigvuldigd met 30° de faseverschuiving aan tussen de primaire en secundaire spanning. Iedere fase krijgt daarom een getal toegekend tussen de 1 en 12 . Zo komt het voor dat een set draden op station Steenwijk de klokgetallen 2-6-10 (faseve rschil van respectievelijk 60°, 180° en 300°) toegewezen krijgt. Het berekende magnetisch veld staat loodrecht op de stroomrichting. Om tot een goede optelsom van alle betrokken magnetische velden te k omen, is het noodzakelijk om de magnetische velden op te splitsen in de verschillen de richtingen. Uitgaande van een 2D situatie wordt het magnetisch veld opgesplitst in e en x-, en z-richting. Dit kan door het totale T FA 21656-3-RA-001 7

B-veld te vermenigvuldigen met respectievelijk de c osinus en de sinus van de hoek θ tussen r (de totale afstand van het rekenpunt x i tot de draad) en z (de verticale afstand tussen het rekenpunt en draad), zie Kguur 3.2. f3.2 Richting van een magnetisch veld Als bij een berekening meerdere stroomvoerende drad en aanwezig zijn, worden de voorgaande stappen per draad herhaald op verschille nde punten in de x-richting (uitgaande van een puur 2D situatie). Op elk punt x i wordt het magnetisch veld van alle draden vectorieel bij elkaar opgeteld. Dit levert op elk p unt xi het totale magnetische veld in Tesla (T) op. Vervolgens kan er worden gezocht naar de locati e waar het veld juist boven de 0,4 μT komt te liggen. Daar komt dan de contourlijn te lig gen. 3.2 T r a n s f o r m a t o r s t a t i o n S t e e n w i j k 3.2.1 Situatiebeschrijving De locatie van het transformatorstation, de binnenk omende hoogspanningslijnen en omliggende woningen zijn weergegeven in Kguur 3.3. De Kguur toont de huidige situatie (links) en de beoogde situatie (rechts). In de beoogde situatie wordt het terrein aan de zui dzijde uitgebreid. Op deze uitbreiding wordt een modulair gebouw met 18 afgaande velden ge realiseerd. Verder worden de twee transformatoren met een vermo gen van 40 MVA vervangen door twee transformatoren met een vermogen van maximaal 90 MVA. T FA 21656-3-RA-001 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/77728803-152d-4478-9d52-ad6ad1dcf881?agendaItemId=322d23b4-ecdf-4706-9b26-c0ea05d7b141