CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Advies bezwaarschrift vestigen voorkeursrecht

Politieke Markt 24 september 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Beslissing op bezwaar bij raadsbesluit voorkeursrecht11.443 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

zaaknummer behandeld door uw brief/kenmerk bijlage(n) TT 2024-003398 Christiaan Charité Advies + bijlagen Steenwijkerland Gemeenteraad van de gemeente Steenwijkerland datum 11 juli2024 onderwerp Toezending advies Geachte raad, Hierbij ontvangt u het advies van de commissie bezwaarschriften inzake een bezwaarschrift tegen het besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht ex artikel 19.1, eerste lid, omgevingswet op het perceel kadastraal bekend gemeente lJsselham, sectie R, nummer 415 De commissie adviseert u het volgende: 1,. bezwaarden in hun bezwaren ontvankelijk te verklaren; 2. de bezwaren ongegrond te verklaren; 3' bij de beslissing op bezwaar in overweging te nemen om de bedrijfswoning- en bedrijfsbebouwing van bezwaarden uit te zonderen van het gebied waarvoor het voorkeursrecht geldq 4. het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen. De hoorzitting is gehouden op 17 juni2024 de commissie bezwaarschriftery de voorzitter de secretaris mr. H. Kruize C.D. Charité Adresgegevens Postbus 1'62,8330 AD Steenwijk . Vendelweg 1 Steenwijk. telefoon 1.40521, . e-mail info@steenwijkerland.nl ¡ www.steenwijkerland.nl .

bankrekeningnummer NL19 BNGH 02gs 092427 {ìernen.ntaiijìce prori'cten kuni r¡ +ok aar:vîag*r uia atze website, r COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN Steenwijkerland Advies aan de gemeenteraad van Steenwijkerland inzake een bezwaarschrift tegen het besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht ex artikel 9.1, eerste lid, Omgevingswet op het perceel kadastraal bekend gemeente IJsselham, sectie R, nummer 415. 1. Inleiding Tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) van 9 januari 2024 en het daaruit voortvloeiende besluit van de gemeenteraad (hierna: de raad) van26 maarl2024 betreffende het vestigen van een voorkeursrecht ex artikel 9.1, eerste lid, Omgevingswet op het perceel kadastraal bekend gemeente Ilsselham, sectie R, nummer 415 heeft de heer mr. J.T. Fuller van Benthem Gratama advocaten namens zowel de heer. F.M de Haan als het melkveebedrijf De Haan V.O.F bijbrief van 20 februari 2024bezwaar gemaakt. Het bezwaarschrift is om advies in handen gesteld van de commissie bezwaarschriften Op 17 juni2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. De commissie bezwaarschriften (hierna: de commissie) was als volgt samengesteld: - mevrouw mr. H. Kruize (voorzitter); - de heer mr. R.S. Boersma (lid); - de heer mr. J.B. Koops (lid); - de heer C. Charité (secretaris). Als bezwaarde zijn verschenen de heer en mevrouw De Haan en hun raadsman de heer mr.

j.T. Fuller van Benthem Gratama advocaten (hierna: gemachtigde). Het college was vertegenwoordigd door de heer mr. A. Vedder, medewerker van het programma duurzaamheid van de gemeente Steenwijkerland. 2. Verloop van de procedure Op 9 januari 2024 heeft het college besloten om op (o.a.) het perceel kadastraal bekend gemeente Ifsselham, sectie R" nummer 415 een voorkeursrecht te vestigen zoals bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, van de Omgevingswet. Bij brief van 9 januari2024 en tijdens een bezoek aan huis is het besluit medegedeeld aan de eigenaar van de grondery de heer F.M. de Flaan, Ossenzijlerweg2 te Oldemarkt. Op 17 januari 2024 is bij brief aan de heer F.M. de Haan medegedeeld dat tegelijkertijd met het collegebesluit tot het vestigen van een voorkeursrecht, het college ook besloten heeft de raad voor te stellen het voorkeursrecht conform artikel 9.1, eerste lid, van de Omgevingswet te vestigen. In genoemde brief is de heer F.M. de Haan in de gelegenheid gesteld met betrekking tot genoemd ontwerp-raadsvoorstel een zienswi jze naar voren te brengen. TT Pagína 1 van 11 Bij brief van 20 februari 2024, op dezelfde dag bij de gemeente binnengekomen, heeft gemachtigde, namens de heer F.M. de Haan en Melkveebedrijf De Haan V.O.F. (hierna: bezwaarden) tegen het besluit van het college een bezwaarschrift ingediend.

Bijbrief van 23 februari 2024heeÍt gemachtigde ook gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Op het ontwerp-raadsvoorstel. In zijn vergadering van26 maart 2024heeft de raad de reactienota zienswijzen vastgesteld en besloten het voorkeursrecht, zoals voorgesteld, te vestigen. Het besluit van de raad is op 5 april 2024 aanbezwaarden kenbaar gemaakt, waarbij is aangegeven dat het eerder ingediende bezwaarschrift tegen het besluit van het college ook wordt gezien als bezwaar tegen het besluit van de gemeenteraad. In de brief van het college van 15 april2024 is aan gemachtigde aangegeven dat vanwege het in werking treden van het besluit van de raad de voorkeursrechtbeschikking van 9 januari2024 genomen door het college van rechtswege is vervallen. Het daartegen ingediende bezwaarschrift van 20 februari 2024wordt op grond van artikel 16.32c van de Omgevingswet geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad. In de brief van L5 april2024 zijnbezwaarden tot en met 17 mei2024 in de gelegenheid gesteld om het bezwaarschrift nader aan te vullen. Per brief van 16 mei2024 heeft gemachtigde van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Op verzoek van de commissie heeft het college een verweerschrift ingediend. De openbare hoorzitting van de onafhankelijke commissie heeft op 17 juni 2024 plaatsgevonden. 3.

Standpunt van partijen Voor het standpunt van de partijen wordt verwezen naar het namens bezwaarden ingediende bezwaarschrift met de aanvulling daarop (bijlage 1), het door het college ingediende verweerschrift (bijlage 2), en het verhandelde ter zitting. 4. Overwegingen 4.1 Ontvankelijkheid Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. Aangezien het bezwaarschrift ook overigens voldoet aan de in de Algemene wet bestuursrecht gestelde ontvankelijkheidsvereisten, kunnen bezwaarden worden ontvangen in hun bezwaren. 4.2 Wettelijk kader Algemene wet bestuursrecht Artikel3.2 Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Artikel3:4 1 Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af , voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. I Pagína 2vanL1 nwijkerland De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Omsevinsswet Afdeling 9.1" aestiging en gelding aan een aoorkeursrecht Artikel 9.1 (grondslag en bevoegdheid vestiging voorkeursrecht op naam van gemeente, provincie of staat) 1 De gemeenteraad, provinciale staten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk, provinciaal of nationaal voorkeursrecht vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan: a. in het omgevingsplan een niet-agrarische functie is toegedeeld en waarvan het gebruik afwijkt van die functie, b. in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of in een programma een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie is toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedeeld in een omgevingsplary c. in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke, een provinciale respectievelijk de nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan.

2 Yoorafgaand aan de vestiging van een voorkeursrecht op grond van het eerste lid kunnen het college van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten bij voorkeursrechtbeschikking op een onroerende zaak een gemeentelijk of provinciaal voorkeursrecht vestigen, voor zover die zaak deel uitmaakt van een locatie waaraan in die beschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functie. 3 (...) 4 (...) Artikel 9.4 ( geldingsduur uoorkeursrecht) 1. Een voorkeursrecht vervalt: a bij een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onder c: drie jaar na het ingaan ervan, tenzij voor dat tijdstip de functie waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, is toegedacht in een omgevingsvisie of een programma of is toegedeeld in het omgevingsplan, b (...) c (...) 2 (...) 3. Een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, vervalt drie maanden na het ingaan ervan, of als dat eerder is, op het tijdstip dat een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1., eerste lid ingaat. 4. Als een omgevingsplan wordt vernietigd, blijft een voorkeursrecht dat is gebaseerd op dat omgevingsplan gelden tot twee jaar na de vernietiging, tenzij het voorkeursrecht eerder wordt ingetrokken.

Als binnen die termijn in het omgevingsplan de grondslag voor het voorkeursrecht wordt hersteld, heeft het voorkeursrecht de geldingsduur die het direct voorafgaand aan de vernietiging had. I 2 Pagina 3 van 11 Steenwijkerland S 16.3.6 (bezwaar) Artikel76.32c. 1 Als bezwaar aanhangig is tegen een voorkeursrechtbeschikking van het college van burgemeester en wethouders en die beschikking vervalt omdat voor de onroerende zaak een voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad in werking is getreden, wordt het bezwaar geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de gemeenteraad. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als het bezwaar is gericht tegen een voorkeursrechtbeschikking van gedeputeerde staten en die beschikking vervalt omdat voor de onroerende zaak een voorkeursrechtbeschikking van provinciale staten in werking is getreden. 4.3. inhoudelijke beoordeling Bezwaren Tegen het besluit tot vestigen van een voorkeursrecht hebben bezwaarden een aantal bezwaargronden aangevoerd. Zowel in het bezwaarschrift, inclusief de aanvulling daarop, als in het verweerschrift en de pleitnota zijn deze uitgebreid weergegeven. Kort samengevat voeren bezwaarden de volgende gronden van bezwaar aan.

1 Het besluit is onvoldoende gemotiveerd omdat de planologische grondslag van het besluit niet juist is, er geen sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing en is ten onrechte het belang van de weidevogels niet meegenomen. 2 Een grondslag voor het besluit ontbreekt omdat het voorkeursrecht op een groot aantal agrarische percelen is gevestigd en dat geeft een onrealistisch beeld, omdat al die gronden niet nodig zijn voor de plaatsing van 4 windturbines. Ook de noodzaak ontbreekt omdat de grondeigenaren tot op heden niet in zijn gegaan op aanbiedingen van ontwikkelaars. 3 Het besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht raakt bezwaarden onevenredig hard en er is onvoldoende rekening gehouden met hun belangen. Argumenten daarvoor zijn dat door de vestiging van het voorkeursrecht: o het bedrijf op slot zit omdat aankoop van aangrenzende agrarische percelen niet meer mogelijk is; o financiering niet meer mogelijk zou zijn; o het bedrijf minder waard is geworden; o er geen redenen zijn om het voorkeursrecht op het gehele perceel, inclusief bebouwing te leggen; o er onvoldoende rekening is gehouden met het belang van de continuïteit van het bedrijf. Tijdens de hoorzitting is door bezwaarden ook gewezen op het fair-balance beginsel in het kader van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Dit betekent dat er een evenwicht moet zijn tussen het belang van een individu en het belang van de gemeenschap, zeket als er sprake is van een inbreuk op het eigendomsrecht. Bezwaarden zijn van mening dat er in dit geval geen sprake is van een fair-balance tussen de genoemde belangen. Overwegingen De commissie dient in deze zaak, mede aan de hand van de aangevoerde bezwarery de vraag te beantwoorden of de raad terecht en op goede gronden heeft besloten om op het perceel kadastraal bekend gemeente lfsselham, sectie R, nummer 415 een voorkeursrecht te vestigen zoals bedoeld in artikel9.Iid1., eerste lid van de Omgevingswet. Pagina 4 van 11 ___!.'-asteenwijkerland Voor beantwoording van bovengenoemde vraag vindt de commissie het allereerst van belang om te bepalen wat het vestigen van een voorkeursrecht inhoudt, wat het doel daarvan is en wat de gevolgen voor de eigenaar van de gronden zijn. Voorkeursrecht Het vestigen van een voorkeursrecht, voorheen geregeld in de Wet voorkeursrecht gemeenten en sinds 1 januari 2024 geregeld in de Omgevingswet, houdt in dat de gemeente het recht van eerste koop krijgt op een onroerende zaak. Dit betekent dat wanneer een eigenaar besluit zijn onroerende zaakte verkopen hij deze eerst moet aanbieden aan de gemeente.

Een voorkeursrecht kan alleen worden gevestigd op percelen waaraan een niet-agrarische functie is toegedacht of op moderniseringslocaties waarvan het huidige gebruik afwijkt van de nieuwe bestemming. Het voorkeursrecht is een instrument voor grondbeleid dat overhedery zoals een gemeente, helpt om meer grip te krijgen op ruimtelijke ontwikkelingen en die daardoor beter te kunnen sturen. Verder is het een middel om grondprijzen te beheersen en te zorgen dat gronden beschikbaar komen voor publieke doeleinden zonder dat er speculatieve prijsstijgingen plaatsvinden. Daarom is in het tweede lid van artikel 19.1 van de Omgevingswet ook de mogelijkheid opgenomen voor een college van burgemeester en wethouders om voorafgaand aan het vestigen van het voorkeursrecht door de raad, zonder zienswijzeprocedure, een tijdelijk voorkeursrecht met een geldigheidsduur van drie maanden te vestigen. Voorwaarden Het vestigen van een voorkeursrecht is weliswaar een discretionaire bevoegdheid, maar er zijn wel een aantal voorwaarden in de Omgevingswet genoemd waaraan moet zijn voldaan om een voorkeursrecht te kunnen vestigen. Die voorwaarden staan met betrekking tot onderhavige zaak in artikel 9.1, eerste lid, onder c, van de Omgevingswet.

Daarin staat dat in de voorkeursrechtbeschikking een niet-agrarische functie of moderniseringslocatie aan een bepaalde locatie moet zijn toegedacht waarvan het gebruik afwijkt van die functie en de functie niet is toegedacht in een gemeentelijke, of provinciale respectievelijk nationale omgevingsvisie of een programma en niet is toegedeeld in een omgevingsplan. Uit het door bezwaarden bestreden besluit blijkt dat aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan. Het realiseren van een beperkt windenergieproject, in casu het bouwen van vier windturbines met de daarbij behorende voorzieningen zoals buffers, funderingen van toegangswegen en stations ten behoeve van de levering van elektriciteit aan het openbare net op het betreffende perceel grond, is namelijk een niet-agrarische functie en wijkt dus af van het bestaande agrarische gebruik. Ook is de nieuw toegedachte functie, niet opgenomen in een gemeentelijke dan wel provinciale respectievelijk nationale omgevingsvisie of een programma en is ook niet toegedeeld in een omgevingsplan. Verder constateert de commissie dat in artikel 9.3, derde lid van de Omgevingswet is bepaald dat een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, binnen drie maanden na het ingaan ervan vervalt of, als dat eerder is, op het tijdstip dat een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, ingaat.

In onderhavig geval is het besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht door het college op 9 januari 2024 genomen en bij besluit van26 maart 2024 door de raad bevestigd c.q. vervangen door een door de raad genomen besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht. Pøgina 5 van 11 Steenwijkerland Dit betekent op grond van eerder genoemd artikel 9.3, derde lid, van de Omgevingswet dat het besluit van het college wordt geacht van rechtswege te zijn vervallen en te zijn vervangen door het raadsbesluit. Omdat dit binnen de genoemde 3 maanden is gebeurd, is de werking van het voorkeursrecht ononderbroken in stand gebleven. Nu blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan concludeert de commissie dat in eerste instantie het college en in tweede instantie de gemeenteraad op grond van de bepalingen in de Omgevingswet gerechtigd waren om een voorkeursrecht op eerder genoemd perceel te vestigen. Discretionaire bevoegdheid Omdat het gaat om een discretionaire bevoegdheid is het echter niet voldoende om alleen te constateren dat aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan. Op grond van artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht is een bestuursorgaan namelijk ook gehouden de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af te wegen, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.

Ook mogen op grond van het tweede lid van genoemd artikel de nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Verder moet op grond van artikel 3:46 van de Awb een besluit berusten op een deugdelijke motivering en uiteraard moet ook zijn voldaan aan overige beginselen van behoorlijk bestuur zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het fair playbeginsel. In het navolgende zal het bestreden besluit worden getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij toetsing aan bovengenoemde beginselen van behoorlijk bestuur hecht de commissie er aan om op te merken dat het vestigen van een voorkeursrecht op een perceel grond voor betrokkenen vaak een besluit met grote impact is. Zowel uit het bezwaarschrift maar ook uit hetgeen tijdens de hoorzitting is gezegd komt naar voren dat bezwaarden dat inderdaad ook zo hebben ervaren. Het feit dat het collegebesluit als een voldongen feit werd gepresenteerd, is door bezwaarden als een koude douche ervaren. De commissie kan zich goed voorstellen dat dit zo door bezwaarden is ervaren, maar is met het college van mening dat dit voortvloeit uit de wettelijke bepalingen.

Immers, juist doordat het besluit van het college direct kon worden genomen, wordt voorkomen dat speculanten tijdens een procedure alvast grondposities innemen en zo de prijs en de beschikbaarheid van de gronden negatief kunnen beïnvloeden. B ezw aar ontbreken grondslag Bezwaarden geven aan dat de grondslag voor het besluit ontbreekt omdat het voorkeursrecht op een veel te groot gebied is gevestigd. Lang niet al die percelen zijn nodig voor de gewenste ontwikkeling en daarom ontbreekt de noodzaak. Daar komt nog bij dat de grondeigenaren tot op heden niet zijn ingegaan op aanbiedingen van ontwikkelaars. Met betrekking tot het grote aantal percelen dat is aangewezen, is door het college in zijn verweerschrift gesteld dat dit is gedaan omdat nog niet duidelijk is wat de exacte locatie moet worden van eventuele windturbines. Dit is uiteindelijk van vele factoren afhankelijk; de locaties van andere windturbines, ecologie, windvang, de daaraan verbonden businessafspraken en uiteraard de afspraken die gemaakt kunnen worden met de grondeigenaren. Het is dan niet verstandig om al vooraf beperkingen te gaan aanbrengen aldus het college.

Bovengenoemde overwegingen met betrekking tot de locatiekeuze komen de commissie niet onjuist voor Pagina 6 van 11 ___!.,-<Steenwijkerland Zij vindt daarvoor ook steun in een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 20 rrrei2022, ECLI : NL : RB OBR:2022:201 1. In rechtsoverweging 17 .1 staat het vol gende : "Verzoeerder heeft gebruik gemnnkt aan de beaoegdheid in artikel 5, eerste lid onn tle Wag, om aI aoor de nønanng ann de procedure tot oaststelling aøn een bestemmingsplnn een aoorkeursrecht te oestigen. Hiermee kan aenueerder in een uroeg stadium sløgaaardig optreden om te aoorkomen dat tle uerzuezenlijking ann de toegedachte bestemming wordt belemmerd, bijztoorbeeld doordat príjsopclrijaencle transncties plaatsainden die cle finnnciile uítaoerbanrheid aan het plan onder druk zetten. Gelet op het doel oan de zuettelijke beaoegdheid en het aroege stadium zuønrin deze beaoegdheíd wordt uitgeoefend. mocht aenueerder de 142 percelen in het gebied aanzuijzen. De keuze ooor de plek wnar het zoindpark in het gebied precies zal zuorden Seaestigd. is immers nog niet gemankt. Dnt gebeurt bij de aoorbereiding aan het bestemmingsplan. Verzoeerder is niet gehouden om op perceelsniaeau aan te geaen zuelke bestemming zal worclen toegekend.

Ook hoe,ft niet aoor elk in de aanzuiizing betrokken perceel duidelijk te zijn ofhet kan zoorden ingepast in het plan tot ontwikkeling oan een kleinschalig zuindpark, Gelet hierop is de keuze aan aerweerder om het aoorkeursrecht te uestigen op alle 142 percelen, niet in strijd met de tekst of doelstelling ann ørtikel 5, eerste lid oan de Wtg Met name het onderstreepte gedeelte is van belang voor onderhavige zaak en maakt duidelijk dat het voorkeursrecht op een groot aantal percelen tegelijkertijd kan worden gelegd en dat dit niet in strijd is met de tekst of doelstelling van de Wet voorkeursrecht gemeenten, waarvan de bepalingen sinds 1 januari 2024 zljn opgenomen in de Omgevingswet. Daarbij is het goed om te vermelden dat uit de Tekst & Commentaar op de Omgevingswet blijkt dat de wetgever bij overname van de in artikel 9.1. Omgevingswet gekozen kerninstrumenten zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke bepalingen is gebleven. De tekst is alleen daar waar nodig aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Voor wat betreft het bezwaar dat er tot op heden nog geen aanbiedingen zijn gedaan door ontwikkelaars, merkt de commissie op dat in de door de raad vastgestelde reactienota zienswijzen uitgebreid is ingegaan op dit argument.

Daaruit blijkt dat ontwikkelaars wel degelijk actief zijn in het betreffende gebied, al is er tot op dit moment inderdaad nog geen grondeigenaar die een overeenkomst met een ontwikkelaar heeft afgesloten. Overigens wijst de commissie er op dat het naar haar mening ook niet noodzakelijk is dat ontwikkelaars al actief bezig moeten zijn met grondverwerving vooraleer een voorkeurrecht kan worden gevestigd. Dit blijkt ook wel uit het in het verweerschrift aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:RVS:2020:7156. r.o.51). Daarin staat dat de wetgever met de totstandkoming van de Wet voorkeursrecht gemeenten heeft beoogd de positie van gemeenten bij de grondverwerving ten behoeve van de verwezenlijking van het ruimtelijke beleid te versterken door de raad een middel te geven waarmee speculatie kan worden tegengegaan en de regie bij de verwezenlijking van de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen kan worden behouden. Uit het feit dat juist speculatie moet worden tegengegaan, maakt de commissie op dat al in een vroeg stadium een voorkeursrecht kan worden gevestigd en dat niet behoeft te worden afgewacht of ontwikkelaars c.q. speculanten daadwerkelijk actief gaan worden.

Bezw aar ontbreken goede ruimtelijke onderbouwing Voor wat betreft het bezwaar dat een goede ruimtelijke onderbouwing ontbreekt en er onvoldoende rekening is gehouden met de weidevogels is de commissie met verweerder van mening dat de planologische afweging en de ecologische toetsing van de toegedachte bestemming pas in een later stadium aan de orde zijn. Voor het vestigen van een voorkeursrecht is in principe voldoende dat op grond van wettelijke en provinciale criteria de toegedachte bestemming mogelijk zou zijn, dan wel niet feitelijk onmogelijk is. In de eerder in dit advies genoemde uitspraak van de rechtbank Oost- Brabant wordt dit in rechtsoverweging 23.1 ook bevestigd. Daarin staat het volgende. Pøgina 7 van'L'1. Steenwijkerland "De rechtbank stelt ooorop døt tle beaoegdheid tot het aestigen unn het aoorkeursrecht een eliscretionnire beaoegdheid is, 7.0ßar7)nn de uitoefening inbeginsel iloor de rechter terughoudendzoordt getoetst. Danrbij is aanbelnng dat er nog nntlere besluitaorming client plnats te ainden ztoordst de toegednchte bestemming kan roorden gerealiseerd. In dat kader dienen de door eisers anngeaoerde belnngen en nrgumenten mee te loegen. De aestiging ann het ooorkeursrecht is geen planologisch besluit. Het is uitsluitend een besluit om de regierol aan de gemeente te wnarborgen en om buitensporige prijsopdrijaing te ooorkomen.

Het is dan ook niet de bedoeling dat in de procedure tegen een aestigingsbesluit nI uordt beoordeeltl of de bestemming zoel in oaereenstemming is met een goede ruimtelijke ordening of zoortlt aoldnan nan de milieunormen. Dat neemt niet zueg clat de aspecten die eisers noemen een rol kunnen spelen bij de aestiging aan een uoorkeursrecht, mnar die rol is beperkt tot de uitooerbøarheid aan de toegedachte bestemming. Voor het oordeel dat aerzueerder in reclelijkheid niet tot de aestiging aøn het uoorkeursrecht heeft kunnen komen, bestaøt slechts grond, indien het op aoorhancl duidelijk zou zijn dat het beoogde kleinschalige windpnrk niet gerenliseerd zou uorden. Het gaat dus om eaidente belemmeringen om ter plaatse een kleinschalig windp nrk te realiseren" Voor wat betreft de laatste zinvan het citaat ziet de commissie wel aanleiding om het bezwaar met betrekking tot de opname van de bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing in het voorkeursrechtgebied nog nader te beschouwen. Immers, met betrekking tot de bedrijfswoning kan gesteld worden dat, gelet op de geluidsnormery binnen een te bepalen straal van die bedrijfswoning geen windturbines mogen worden geplaatst. Er is dan wel degelijk sprake van een evidente belemmering.

Dit geldt temeer omdat door de raad ook een motie is aangenomen dat er voor de realisering van windturbines niet zal worden onteigend en dat betekent dat de kans dat de woning zelf mogelijk zal verdwijnen of aan zijn bestemming zal worden onttrokken erg klein tot bijna nihil is. Aan de andere kant is het ook een feit dat bij de realisering van windturbines er buffers, funderingen van toegangswegen en stations ten behoeve van de levering van elektriciteit aan het openbare net, moeten worden gerealiseerd.Deze werken en bouwwerken zouden misschien wel kunnen worden aangelegd binnen de eerder genoemde straal rondom de bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing. De commissie is daarom van mening dat gelet hierop zowel het college als de raad niet onrechtmatig hebben gehandeld door de bedrijfsbebouwing mee te nemen in het gebied waarvoor het voorkeursrecht geldt. De commissie geeft echter wel in overweging om bij de beslissing op het bezwaar de mogelijkheid te onderzoeken om een zone (op basis van de minimaal tot een windmolen benodigde afstand) rondom de bedrijfswoning en bedrijfsbebouwing uit te zonderen van het gebied waarvoor het voorkeursrecht geldt om zo gedeeltelijk aan het bezwaar tegemoet te komen. Bezwaar afweging van belangen Bezwaarden zljnvan mening dat er onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen.

Door het vestigen van het voorkeursrecht zullen gronden minder waard worden. Verder wordt het ook moeilijker het bedrijf uit te breiden aangezien een aantal buren ook hun percelen eerst bij verkoop aan de gemeente zal moeten aanbieden. Daarnaast is het ook de verwachting dat de financiering van het bedrijf moeilijker zal worden. Het college geeft aan dat de hierboven genoemde gevolgen niet zijn aangetoond of onderbouwd. Ook is het bedrijfseconomisch lastig voor te stellen dat de gronden door het voorkeursrecht minder waard zijn geworden, omdat grond waarop een windturbine wordt ontwikkeld namelijk juist meer waard is en zelfs aantrekkelijk is voor speculatie. In het verweerschrift is ook aangegeven waarom dit het geval is. De commissie constateert dat in de reactienota zienswijzen die tegelijkertijd met het vestigen van het voorkeursrecht door de raad is vastgesteld, uitgebreid is ingegaan op de hiervoor genoemd bezwaargronden die ook in de zienswijzeprocedure door bezwaarden zijn aangevoerd. ----Lit-<SteenwijkerlandPagína I van 11 De conclusie in de reactienota was dat het bedrijf van bezwaarden door het vestigen van het voorkeursrecht niet op slot zit en dat investeren mogelijk blijft. De raad heeft bij het besluit tot het vestigen van het voorkeursrecht kennisgenomen van de reactienota en die nota vastgesteld.

In die zin heeft bij het nemen van de besluit wel degelijk een belangenafweging plaatsgevonden. Dat bezwaarden niet met de uitkomst van die belangenafweging en de reactienota kunnen instemmen is mogelijk, maar het had dan wel in de rede gelegen dat ze in het bezwaarschrift hun bezwaren daartegen nader zouden hebben onderbouwd. Nu dat niet het geval is, kan de commissie niet anders concluderen dan dat de belangenafweging wel heeft plaatsgevonden. Aangezien er geen redenen zijn aangevoerd om te veronderstellen dat die belangenafweging niet correct is geweest en de reactie(s) op de ingediende zienswijze(n) de commissie ook niet onredelijk voorkomen, gaat de commissie uit van de juistheid daarvan. Fair balance Onder "fair-balance" in het kader van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) wordt het principe verstaan dat er een evenwicht moet zijn tussen de eisen van het algemeen belang van de gemeenschap en de bescherming van de fundamentele rechten van het individu. Dit is van toepassing op situaties waarin overheidsbeleid of wetgeving mogelijk inbreuk maakt op eigendomsrechten of andere rechten. Als bijvoorbeeld een overheid eigendomsrechten reguleert, moet dit niet op een dusdanig willekeurige of excessieve manier gebeuren dat de eigenaar effectief van zijn eigendomsrechten wordt beroofd.

Bij toetsing aan het fair-balance principe concludeert de commissie dat niet kan worden gesteld dat er in dit geval sprake is van een willekeurige of excessieve inbreuk op het eigendomsrecht. De commissie is van mening dat het besluit tot het vestigen van het voorkeursrecht zorgvuldig tot stand is gekomen, waarbijzowel in het collegebesluit als het raadsbesluit zorgvuldig en uitgebreid is geformuleerd wat de reden voor het vestigen van het voorkeursrecht is en waarom die juist voor de in besluit genoemde percelen geldt. Verder is er ook geen sprake van dat er actief wordt getornd aan het eigendomsrecht. Het enige gevolg van het vestigen van een voorkeursrecht is dat bij de verkoop van het perceel het perceel eerst aan de gemeente moet worden aangeboden. Er is dus geen sprake van gedwongen verkoop. Als de eigenaar zijn perceel niet wil verkopen verandert er niets. En wil de eigenaar wel verkopen dan is de gemeente gehouden om een marktconforme prijs te bieden. Fair play beginsel Naast het fair balance beginsel is er ook nog het fair play beginsel. Daaronder wordt verstaan dat een bestuursorgaan de burger zorgvuldig moet behandelen. Het betekent dat het bestuursorgaan bij het nemen van het besluit geen vooringenomenheid mag tonen en zich open en eerlijk moet gedragen.

Dit beginsel waarborgt dat publieke zaken zonder partijdigheid worden uitgevoerd en dat burgers hun rechten op een eerlijke manier kunnen uitoefenen. Ook bij toetsing aan dit beginsel constateert de commissie dat het college en de raad zorgvuldig te werk zijn gegaan. Zo is met de eigenaren van de percelen grond waarop het voorkeursrecht is gevestigd persoonlijk contact geweest en is het collegebesluit persoonlijk bekend gemaakt aan de betrokkenen. ook zijn de zienswijzen in de reactienota zorgvuldig beoordeeld. Evenredigheidsbeginsel Het evenredigheidsbeginsel houdt in dat de nadelige gevolgen van een besluit in verhouding moeten staan tot het doel dat met het besluit moet worden bereikt, het besluit mag niet onevenredig uitwerken. Pagina 9 van 11 Steenwijkerland De evenredigheidstoets heeft een ontwikkeling doorgemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft over het beoordelingskader voor de evenredigheidstoetsing een belangrijke uitspraak gedaan (zie AbRvS 2 februari2022, ECLI:NL:RVS:2022:285 en meer recentelijk ECLI:NL:RVS:2023:722 en ECLI:NL:RVS:2024:190). Uit de eerst genoemde uitspraak wordt duidelijk dat bijhet nemen van een besluit in ieder geval3 onderwerpen van belang zijn: - Geschiktheid: is het besluit geschikt om het doel te bereiken. - Noodzakelijkheid: is het besluit noodzakelijk om het doel te bereiken.

- Evenwichtigheid: is de op zichzelf geschikte en noodzakelijke maatregel in de gegeven omstandigheden niet onredelijk bezwarend voor de belanghebbende, gelet op de omstandigheden van het geval en de inbreuk op de belangen van betrokkenen. Relevant is verder dat de evenredigheidstoets niet beperkt is tot een standaardbeoordeling van geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid. De intensiteit van toetsing is afhankelijk van veel factorery zoals: - De aard en mate van beleidsruimte van het bestuursorgaani - De aard en het gewicht van de met het besluit te dienen doelen; - De aard van de betrokken belangen en de mate waarin deze door het besluit worden geraakt. Als de belangen zwaarder wegen, de nadelige gevolgen van het besluit ernstiger zijn of het besluit een grotere inbreuk maakt op fundamentele rechten, zal de toetsing intensiever moeten zijn. Bij toetsing van het bestreden besluit aan bovengenoemde factoren is allereerst van belang welk doel met het besluit moet worden bereikt. Uit de stukken blijkt dat de provincie heeft aangegeven per 1 januari 2024 initiatieven voor windenergie toe te laten en dat daarom het college snel de regie op het gebied van windenergie wilde krijgen. Op die manier kan worden voorkomen dat er ongewenste commerciële initiatieven worden ingediend, waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met de omgeving en of de grondeigenaren.

Dat kan met het vestigen van een voorkeursrecht. De commissie is van mening dat gelet op het doel van het besluit het vestigen van het voorkeursrecht een geschikt instrument is en ook noodzakelijk. Immers, alleen door het vestigen van een voorkeursrecht kan de gemeente grip houden op de eigendomssituatie van de gronden en speculatie voorkomen. Het is verder ook niet zo dat het voorkeursrecht onbeperkt blijft gelden, omdat het voorkeursrecht vervalt als niet binnen 3 jaar een omgevingsvisie of omgevingsplan is vastgesteld. Een veel verder gaande inbreuk op het eigendomsrecht zou zijn als gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden in de Onteigeningswet, maar de raad heeft besloten dat daar geen sprake van kan zijn. Voor wat betreft de vraag of het besluit voor bezwaarden onevenredig bezwarend is, merkt de commissie op dat het inherent is aan het gebruik van het wettelijk instrument tot het vestigen van een voorkeursrecht dat daar een beperkende werking van uit gaat. Dit is echter maar een beperkte inbreuk. Voor de onderbouwing van deze stelling verwijst de commissie naar een uitspraak van de Afdeling waar het college in zijn verweerschrift ook naar heeft verwezen (ECLI:NL:RYS:2014:3786, r.o. 4.5). Daarin staat het volgende: "Zoals de Afdeling voorts eerder heeft oaerwogen (onder meer de uitspraak aan de Afdeling aan 4 maart 2009 in zaak nr.

200803878/1) is bij het aestigen aan een aoorkeursrecht weliswaør sprake aan een ínbreuk op het ongestoorde genot aan het eigendomsrecht, doch aindt deze inbreuk plaats in het algemeen beløng en onder de aoorwaarden aoorzien in de Wag, tenuijl niet køn worden gezegd døt daarbij niet een redelijk eaenwicht is bereikt tussen het door die wet nøgestreefde algemene belang en de fundamentele rechten aan de eigenaar. Pøgina 10 van 11 rland Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat het zuettelijke aoorkeursrecht slechts een betrekkelíjk beperkte inbreuk op het eígendomsrecht maøkt. Niet køn worden gezegd dat in de Wvg niet een redelijk eaenwicht is bereíkt tussen het door de zoet nagestreefde algemene belang en de rechten uan de eigenaør.

De aestiging aan het voorkeursrecht heeft niet tot geoolg dat de eigenaar aøn het perceel waarop het uoorkeursrecht is geaestigd niet langer de hem toekomende eigendomsrechten zou kunnen uitoefenen, doch uitsluitend døt hij - indien hij tot zterareemding zou willen ouergaan - eerst de gemeente ín de gelegenheid moet stellen de gronden te kopen." Gelet op het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat het met de vestiging van het voorkeursrecht beoogde doel, namelijk meer grip op de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en het voorkomen van speculatie, goed kan worden bereikt en niet valt in te zien dat dit beoogde doel ook middels een ander, wellicht minder bezwarend, besluit had kunnen worden bereikt. Het bestreden besluit was derhalve noodzakelijk en gelet op de hiervoor gehaalde uitspraken van de Afdeling voor bezwaarden ook niet onevenredig beperkend. 4.4 Conclusie Samenvattend concludeert de commissie dat de gemeenteraad het besluit tot het vestigen van een voorkeursrecht ex artikel 9.1, eerste lid, Omgevingswet op het perceel kadastraal bekend gemeente IJsselham, sectie R" nummer 415 terecht en op goede gronden heeft genomen. 5 Proceskostenvergoeding De heer mr. J.T. Fuller van Benthem Gratama advocaten heeft namens bezwaarde verzocht om een proceskostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, Awb.

Dit lid bepaalt dat de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten makery door het bestuursorgaan op verzoek van de belanghebbende worden vergoed, voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. In deze zaak is daar geen sprake van, waardoor bezwaarde niet in aanmerking komt voor een vergoeding van de gemaakte kosten. 6 Advies Gelet op het bovenstaande adviseert de commissie: 1. bezwaarden in hun bezwaren ontvankelijk te verklaren; 2. de bezwaren ongegrond te verklaren; 3. bij de beslissing op bezwaar in overweging te nemen om de bedrijfswoning- en bedrijfsbebouwing van bezwaarden uit te zonderen van het gebied waarvoor het voorkeursrecht geldÇ 4. het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen. de commissie bezwaarschriften, de voorzitter mr. H. Kruize de secretaris Paginø 11 van 11 C.D. Charité Steenwijkerland TTT Steenwijkerland Bijlage 1 Benthern Gnatarnaeclvocaten Aantekenen Het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Steenwijkerland Postbus 162 8330 AD STEENWIJK Teve ns ve rzo nden per aa ngetekend e ma ir I nfo @steenw.ilkerra nçLnr en arnold.vedde¡:@steenwiikerland. n I Datum: Onze ref.: Uw ref.: Behandelaar: Direct tel. nr.: Direct fax nr.: E-mailadres: 20 februari 2024 F De Haan/Gemeente Steenwijkerland* Z4OIO2 JF/Ht 2t244A0407 mr.

J.T. Fuller, advocaat +31 (0)6 510 062 23 +31 i0)38 421 85 73 jtfuller@ bentherngrata ma. nl Betreff: Bezwaarschrift van de heer F.M. De Haan, woonachtig ossenzijlerweg 2 te g375 EA oldemarkt en Melkveebedrijf De Haan (voF) gevestigd aan de ossenzijlerweg 2 te g375 EA oldemarkt, gericht tegen het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente steenwijkerland, d.d. 9 januari 2024 taT.het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht ex artikel 9. j. fid 2 omgevingswet op het perceel Gemeente lJsselham, sectie R, nummer 41"5, groot Lg.gg.72 ha Het betreft in deze zaaknumme r 2024 -0004a7, De Haan is volgnummer L1 op de perceellijst Geacht College, De heer F'M. De Haan, woonachtig ossenzijlerweg 2 te 8375 EA oldemarkt en Melkveebedrijf De Haan (voF)gevestigd aan de ossenzijlerweg 2 te 8375 EA oldemarkt (hierna: gezamenlijk De Haan), stellen bij deze bezwaar in tegen het besluit van het college van Burgemeester en wethouders van de Gemeente steenwijkerland, d.d. 9 janua ri2024tot het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht ex artíkel 9'L' l¡d 2 omgevingswet op het perceel Gemeente lJsselham, sectie R, nummer 4J.5, groot 19.89.72ha Het betreft in deze zaaknumme r 2024 - aoa4o7, De Haan is volgnummer L1 op de perceellijst Benthem Gnatærnaadvocaten Een afschrift van dit besluit wordt bijgevoegd als productie 1.

U ontvangt dit bezwaarschrift per aangetekende post en per aangetekencle mail binnen cle daartoe gestelde termijn. Feiten De heer F.M. De Haan is melkveehouder. Het perceel Gemeente lJsselham, sectie R, nummer 4L5, groot 19.89.72 ha is zijn eigendom. De heer De Haan heeft met zijn vrouw, mevrouw L.E.M. De Haan, melkveehouderij De Haan VOF. De gronden worden door deze VOF gebruikt. Het bedrijf omvat in totaal ongeveer 52 hectare. U heeft voorkeursrecht gevestigd op een perceel van L9 ha. Dit is derhalve een groot deel van het bedrijf. Van de 52 hectare is zo'n 28 ha eigendom. De rest is erfpacht. Daarbij komt dat het voorkeursrecht ook wordt gevestigd op het erf en de gebouwen. Hiertegen wordt zeer nadrukkelijk bezwaar gemaakt. Dit bedrijf is sínds 2022 gevestigd op het perceel Ossenzijlerweg 2 te Oldemarkt. Het bedrijf is recentelijk verplaatst. De Haan is enorm geschrokken van uw besluit. Een besluit tot het vestigen van een voorkeursecht heeft volgens uw College geen directe gevolgen. Voor De Haan geldt dat het besluit onmiddelijke directe gevolgen heeft. De Haan heeft vanaf dit moment de permanente zorg dat hij een groot deel van zijn bedríjfsoppervlak kwijt gaat raken aan een ruimtelijk ontwikkeling. Zolang hierover geen duidelijkheid ontstaat zit het bedrijf op slot. lnvesteren zal níet meer mogel|k zijn.

De Haan kan zich dan ook niet verenigen met uw besluit tot het vestigen van het voorkeursrecht. Hij meent dat u hiertoe niet de juiste procedures volgt en heeft gevolgd, De Haan meent ook dat er onvoldoende (planolgische) grondslag bestaat om tot het vestigen van een voorkeursrecht over te gaan. Zij lichten dit toe. Bezwaren Uw besluit d.d. 9 januari 2024 was voor De Haan een grote verassing. Voor zover De Haan uit het besluit kunnen opmaken heeft u voorkeursrecht gevestigt op het perceel kadastraal bekend Gemeente lJsselham, sectie R nr. 415, groot 19.89,72 m2. Het betreffende perceel heeft een agrarische bestem ming. U baseert uw besluit op artikel 9 lid 2 van de Omgevingswet. ln de toelichting geeft u aan dat u met pârtners in de regio afspraken heeft gemaakt inzake verduurzaming. Deze doelstelling kunt u 2 Bænthern Gnatarnaadvoceten bereiken door naast zonnepanelen op dak en land ook windturbines te ontwikkelen. De provincie Overijssel heeft aangegeven initiatieven van ontwikkelaars van windturbines vanaf L januari 2024 toe te laten. Voor uw College is dit aanleiding voorkeursrecht te vestigen op de perceten in de Gemeente waar volgens geldende normen en het provinciale beleíd windturbines mogelijk zijn. Artikel 9 lid 1 van de Omgevíngswet bepaalt in welke gevallen voorkeursrecht zou kunnen worden gevestigd.

U lijkt zich te baseren op artikel I l¡d 1 suc c, op basis hiervan kan voorkeursrecht worden gevestigd indien in de voorkeursbeschikking aan de locatie een niet agrarische functie of een moderniseringslocatie wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die functíe. U vestigt voorkeursrecht op een enorme hoeveelheid agrarische grond om te voorkomen dat ontwikkelaars wellicht grondeigenaren gaan benaderen. Deze veronderstelling is zodanig onrealistisch dat De Haan meent dat er onvoldoende grondslag bestaat om voorkeursrecht te vestígen. De Haan meent dat voor wat betreft de percelen waarop u voorkeursrecht vestigt nog geen enkele ruimtelijke onderbouwing aanwezig is waaruit blijkt dat op deze percelen windturbines zouden kunnen worden opgerícht. De Haan meent derhalve dat u in strijd met artikel 9 van de Omgevingsbesluit besloten heeft voorkeursrecht te vestigen. lndien al geoordeeld zou worden dat u op goede gronden voorkeursrecht heeft gevestigd dan blijkt uit uw besluit niet waarom het perceelvan De Haan aangewezen diende te worden. Het bedrijf is verplaatst en wil zich als melkveehouderij handhaven. Zoals aangegeven, uw besluit maakt het voorzetten van het bedrijf welhaast onmogelijk. Uw bestuit dient oo te worden Eetoetst aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Uw besluit ís dan ook niet zorgvuldig en onjuist gemotiveerd tot stand gekomen.

U heeft geen rekening gehouden met de belangen van De Haan. Voor zover De Haan uit het besluit opmaakt wordt het voorkeursrecht ook gevestigd op zijn erf en de gebouwen {waaronder de woning?). Hiertegen bestaan van de zijde van De Haan enorm grote bezwaren. Het vestigen van voorkeursrecht op het erf en de gebouwen is in strijd met artikel 9 en verder van de Omgevingswet. Alles overwegende meent De Haan dat uw besluit in strijd is met de Omgevingswet en de algemenen beginselen van behoorlijk bestuur zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht, 3 Benthern Gratãrnaadvocaten De Haan behoudt zich het recht voor deze bezwaren aan te vullen. Hij verzoekt dit bezwaar ook mondeling toe te mogen lichten. Conclusie De heer F. De Haan en melkveehouderij De Haan verzoeken u het besluit tot het vestigen van een voorlopig voorkeursrecht ex artikel 9.1. lid 2 Omgevíngswet op het perceel Gemeente lJsselham, sectie R, nurnmer 41"5, groot L9.89.72 ha, te vernietigen, Zij verzoeken u voorts hen een tegemoetkoming te doen toekomen vanwege de Gemeente kosten voor juridische bijstand. tend, T 4 ;'Ì 1" j ' J;'À .' ,r'.'r\.

:) - 'r'./ ,{..þ.' i':i =¡--r circr ii"r G¡-'a:.i.;:r i ra iì L-i i¡ r,,r f :.J-i r_- í: i '.¡ Aantekenen Het College van Burgemeester en Wethouclers van de Gemeente Steenwijkerland Postbus 162 8330 AD STEENWUK Per aangetekende mail: Datum: L6 mei 2e24 Onze ref.: Haan, Melkveebedrijf delcemeente Steenwijkerlaad* 240L02 JF/HI Uw ref.: 2024-003398 Behandelaar: mr. J.T. Fuller, advocaat Directtel, nr.: +31 (û)6 510 062 23 ïel. secretaresse: +31 (0)38 a2B 00 72 E-mailadres: jtfuller@benthemgratama.nl Betreft: Aanvulling op de gronden van bezwaar van de heer F.M. de Haan en Melkveebeclrijf De Haan d,d.20 februari2O24 Geacht College, De heer F.M' de Haan, ossenzijlerweg 2,8375 EA oldemarkt en Melkveebedrijf (v.o.f.) gevestigcl aan de Ossenzijlerweg2,8375 EA Oldemarkt (hierna De Haan), stelden op 20 februari 2024 bezwaar in tegen het besluit van het college van Burgemeester en wethouders van de Gemeente Steenwijkerland d'd. 9 januari 2024 tot het vestigen van een voorlopig voorkeursecht ex artikel 9.1. lid Z Omgevingswet op het perceel Gemeente lJsselham, sectíe R, nr. 415 groot 19.9g.72 ha. op 26 maart 2024 heeft de Gemeenteraad van de Gemeente Steenwijkerland dit voorkeursrecht bevestigd. U geeft irr uw brief d.d. L5 april2024 aan dat de bezwaren thans geacht te zijn gericht tegen het besluit van de Gemeenteraad d.d. 26 maart tot bevestiging van het voorkeursrecht.

U stelt de heer .rt,r.riir,:,i!'jj1i,t.._.:!ì.¡ra,:..i)-...it,,.i.ti-ir--,t...: :ì.,,ii]i,",.,ii,1i, ffi E3er-r'thern Ëraiærna æclr¡r:cæi,en en mevrouw De Haan en het Melkveebedrijf De Haan ín de gelegenheid de bezwaren uiterlijk 17 mei 2AZ4 aan te vullen. ln deze brief gaat De Haan hiertoe over. U ontvangt deze brief per aangetekende mail en per aangetekende post. Voor de volledigheid voegt De Haan als bijlage 1 bij de d.d. 23 februari Zaz4bijde Gemeenteraad ingebrachte zienswijze. Hetgeen gesteld in het bezwaarschrift en in de zienswijze geldt nog altijd Aanvullend De bezwaren van De Haan worden als indiener 4 meegenomen in het raadsbesluit. Het bevreemdt De Haan dat na de vestiging van het voorkeursrecht beperkt overleg met de Gemeente heeft plaatsgevonden. Hij heeft nu een uitnodiging voor een overleg op 5 juni a.s. De Haan wenst aanvullend op zijn bezwaren hetvolgende op te merken. ln de omgeving zijn veel weidevogels. Ook De Haan meent dat deze moeten worden behouden. De vraag is welke gevolgen de aanurezigheid van windturbines heeft voor de weidevogels. Als bijlage Z wordt een rapport overgelegd van Bureau Waardenburg waarin in wordt gegaan op de gevolg voor weidevogels indien windturbines worden opgericht. De vraag is of de weidevogels er niet voor zorgen dat op de percelen van De Haan geen wíndturbines kunnen worden gebouwd.

Uit de besluitvorming blükt dat dit onderdeel n¡et ¡s meegewogen bij de besluitvorming om te komen tot de vestiging van het voorkeursrecht. Nu dit onderwerp geen onderdeel uitmaakt van het besluit kan het besluit in haar huidige vorm geen stand houden. ln het raadsbesluit geeft u aan dat bij de De Haan juist bewust voorkeursrecht is gevestigd. De Haan meent dat gelet op het feit dat geen van de partijen met een dergelijke partij een dergelijke overeenkomst is aangegaan duidelijk wordt dat er geen interesse bestaat, althans dat grondeigenaren in eerste instantie hun eigen bedrijf wensen voort te zetten en dat er dus geen noodzaak is voorkeursrecht te vestigen. U stelt voorts dat het waarschijnlijk is dat de grond met voorkeursrecht in waarde is toegenomen. De Haan vraagt zich af waarop dit gebaseerd is. U stelt dit maar De Haan zou dit graag toegelicht zien. De Haan meent dat de waarde is gedaald. Een koper (agrariër) heeft op dit moment geen interesse. De conclusie dat zijn bedrijf niet op slot zit kan De Haan niet volgen. Er is op dit moment voor De Haan bijvoorbeeld geen mogelijkheid om financiering te verkrijgen vanwege het gevestigde voorl<e ursrecht. 2 r Eernthe:¡lr Gr-atå¡rlañ(:l\/üflãtæn ln het besluit wordt gesteld dat eventuele turbines niet op de plek komen waar nu woningen of gebouuren staan.

Dit betekent niet dat het voorkeursrecht op het gehele perceel behoeft te worden gelegd. De Haan verzoekt dit te verduidelijken. u kunt toch een deel van een perceel aanwijzen. over de grondslag van het besluit wordt in het bezwaar ingegaan. De Haan heeft hier niet aan toe te voegen. Hij zal dil tijdens de mondelinge behandeling doen. Conclusie De Haan verzoekt het besluit d.d. 26 maaft2a24tot bevestiging van het besluit van het College van Burgmeester en Wethouders d.d. 9 januari 2Q24 te vernietigen en te besluiten het besluit tot voorlopige aanwijzing te vernietigen. De l-laan verzoekt u om een vergoeding vanwege de gemaakte kosten van juridische bijstaan. elijke groet, T I Bijlage(n): 1. Zienswijze d.d.23 februar¡ Z0Z4 2. Rapport Bureau Waardenburg d.d. 6januari 2020 )J iTT Steenwijkerland B age2ijl BEHANDELING BEZWAAR Betreft: Bezwaar tegen college- en raadsbesluit vestiging voorkeursrecht, respectievelijk besluit 2024_BE W _0001 0 en 2024-RAAD-00010. Behandeld door: De heer Amold Vedder 1. Inleiding Op 9 januari jl. heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland (college) besloten om op grond van artikel 9.1 lid 2 van de Omgevingswet een voorlopig voorkeursrecht te vestigen op 12 percelen grond ten noordwesten van Oldemarkt (bijlage 14, procesdossier).

Een van de percelen is perceel Gemeente lfsselham, sectie R, nummer 415, gtoot 198.972 m2. Eén van de percelen waarop De Haan zijn melkveebedrijf uitoefent. De Haan heeft bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit (bijlage 7) en heeft ook een zienswijze ingediend bij het raadsvoorstel ter bevestiging van het collegebesluit. Nadat de raad van de gemeente Steenwijkerland (de raad) op 26 maaft2024 deze zienswijze heeft beantwoord met de vaststelling van de reactienota (bijlage 10), heeft de raad het besluit van het college van 9 januari bevestigd dan wel heeft zij op grond van artikel g.l lid 1 onder c Omgevingswet een voorkeursrecht gevestigd op dezelfde percelen (bijlage 9). Het bezwaar tegen het collegebesluit, telt op grond van artikel 16.32c lid 1 Omgevingswet als bezwaar tegen het besluit van de gemeenteraad. De Haan heeft naar aanleiding van het raadsbesluit de mogelijkheid gekregen zijnbezwaar aan te vullen en heeft dit ook gedaan. In deze behandeling van het bezwaar van De Haan wordt eerst geschetst hoe en waarom het bestreden besluit tot stand is gekomen en hoe er contact is geweest met bezwaarmaker. Daarna zullen kort enkele feiten worden vermeld over bezwaarmaker en zijn bedrijf en zullen zijnbezwarcn worden opgesomd.

Daarop wordt eerst getoond hoe er in de besluitvorming met deze bezwaren rekening is gehouden en wordt daama het juridisch kader weergegeven en de bezwaren verder besproken. Dat leidt tot de conclusie dat de bezwaren ongegrond zijn. Als in het onderstaande naar bijlagen wordt verwezen die tot nog toe nog geen deel uitmaakten van het procesdossier, zijn die bij de behandeling van dit bezwaar toegevoegd en voorzien van een letter 1 Inhoud behandeling bezwaar 1. Inleiding 1. 2. Schets gang van 2aken........... .....,,....3 3. Korte achtergrond vestiging voorkeursrecht............... ............3 4. Achtergrond bezwaarmaker................. .................4 5. Ontvankelijkheid 4 8.1 Toegedachte locatie en onderbouwing.................. ......................2 8.3 Grondslag 9 9. Conclusie 10 10. Bijlagen (A,B,C, D en E) u, 2 2. Schets gang van zaken Op 9 januari2}24heeft het college op grond van artikel g.l lid 2 van de Omgevingswet een voorlopig voorkeursrecht gevestigd op 72 percelen grond ten noord westen van Oldemarkt (bijlage L4). Een van de percelen is perceel Gemeente IJsselham, sectie R, nummer 415, groot 198.972m2. Het perceel van bezwaarmaker. Het besluit is daarna bekendgemaakt (bijlage 13 door verzending per post en door bezoek aan de rechthebbenden. Daama is het besluit ingeschreven in de openbare registers van het kadaster.

Vervolgens is gevraagd aan de raad om het collegebesluit te bevestigen op grond van artikel 9,1 lid 1 onder c Omgevingswet. Daarbij is de raad gevraagd om de ingediende zienswijzen mee te nemen. Een van de zienswijzen betrof die van De Haan en deze was vrijwel gelijkluidend aan het bezwaarschrift (vergelijk biilage 7 en bijlage 5). Op deze zienswijze is een reactienota geformuleerd en is deze door de raad vastgesteld (biilage 10). Daarna heeft de raad het voorkeursrecht bevestigd (bijlage 9) en is dit besluit bekendgemaakt (bijlage 8). Voorafgaand aan de gemeenteraadsvergadering van 26 maart 2024,heeft mevrouw De Haan ingesproken bij de politieke markt van 19 maaft2024. Tussen het vestigen van het voorkeursrecht door het college en de raad is een aantal keer contact geweest tussen de grondeigenaren en de ambtenaren van de gemeente Steenwijkerland, waaronder via bezoeken op 10 januari, 29 januari en 28 februari en een aantal malen door telefonisch contact. Recent op 29 mei, heeft een nieuwe bijeenkomst plaatsgevonden. Naast de besluiten over het voorkeursrecht heeft de raad ook het voorstel Ruimte voor wind op (Steenwijker)land goedgekeurd (bijlage A). Onderdeel daarvan is dat de raad haar eerdere advies heeft bevestigd om te streven naar 100% lokaal eigendom en dat 50% van onze doelstelling voor duurzame energie 2030 van 171 Gigawatt uur (GWh) wordt ingevuld met windenergie.

Dat betekent dus zo'n 85,5 G\^/h). Deze (bevestigde) uitgangspunten spelen mee bij de totstandkoming van de besluiten tot het (be)vestigen van het voorkeursrecht. 3. Korte achtetgrond vestigingvootkeursrecht Het voorkeursrecht is gevestigd om het mogelijk te maken dat er op betrokken percelen 4 windturbines worden ontwikkeld, dat de gemeente daarbij de regie houdt en het uitgangspunt van de gemeenteraad van 100% lokaal eigendom mogelijk kan worden bereikt. Zonder grondposities, dat wil zeggen gronden in eigendom of afspraken met grondeigenarerL is het niet mogelijk om regie te houden op de ontwikkeling van windturbines en kan 100% lokaal eigendom niet worden afgedwongen. Ruimtelijke ontwikkelingerç zoals die van windturbines, mogen namelijk alleen worden beoordeeld op grond van'ruimtelijke criteria'. In welke mate er sprake is van lokaal eigendom valt daar niet onder. Lokaal eigendom is echter wel een manier waarop de omgeving die last heeft van windturbines ook een deel van de lusten ontvangen. Omdat de gemeente geen zicht had of er al grondafspraken waren met grondeigenaren of pogingen waren gedaan om met grondeigenaren tot afspraken te komen en langsgaan bij de grondeigenaren mogelijk speculatie in de hand zou werkery is gekozen voor een voorkeursrecht.

Verdere uitwerking van het hoe en waarom van het voorkeursrecht is te vinden in het collegevoorstel, raadsvoorstel en reactienota (respectievelijk bijlage 14, 9 en 10). J 4, Achtergrond bezwaarmaker De Haan heeft sinds zijn verhuizing in 2022 een melkveehouderij op onder andere het perceel waarop een voorkeursrecht op is gevestigd. Het bedrijf bestaat uit 52 ha grond, waarvan 28 ha in eigendom en 24hainerfpacht. Het perceel waarop het voorlopig voorkeursrecht rust, is bijna 79,9hagroot en beslaat ook bebouwing. 5. Ontvankelijkheid De Haan is direct geraakt door de bestreden besluit, omdat hij eigenaar is van perceel Gemeente IJsselham, sectie R, nummer 41.5, groot 798.972m2, waarop het voorkeursrecht is gevestigd, Daardoor is hijbelanghebbende bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1.:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het bezwaarschrift en de aanvulling daarop zijn daamaast binnen de wettelijke termijn ingediend en voldoen aan de in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde ontvankelijkheidsvereisten. De Haan is daarom ontvankelijk inzijnbezwaar. 6. Gronden bezwaar Met het bezwaar en de aanvulling daarop worden verschillende redenen gegeven waarom het oorspronkelijke besluit van het college en het uiteindelijke besluit van de raad niet in stand kunnen blijven. Deze redenen worden hieronder samengevat en gecategoriseerd: 1.

Het besluit zou onvoldoende gemotiveerd zijrL want: a. Er zou onvoldoende planologische grondslag zijn voor het vestigen van een voorkeursrecht en daartoe zou niet de juiste procedure zijn gevolgd. b. Er zott geen ruimtelijke onderbouwing gegeven zijn voor het vestigen van het voorkeursrecht. Dat zou in strijd zijn met artikel 9 van het Omgevingsbesluit. c. Ten onrechte zou het belang van weidevogels niet zijn meegewogen in de besluitvorming. 2. Een grondslag voor het besluit zou ontbrekery want: a. Het voorkeursrecht is gevestigd op een enorme hoeveelheid agrarische grond om te voorkomen dat ontwikkelaars wellicht grondeigenaren gaan benaderen. Deze veronderstelling zou onrealistisch zijrL waardoor een grondslag voor het voorkeursrecht ontbreekt. b. Er zou geen noodzaak zijn voor een voorkeursrecht, want de grondeigenaren zijn tot op heden niet ingegaan op aanbiedingen van ontwikkelaars. 3. Het besluit zou de Haan onevenredig rakery dan wel zou er onvoldoende rekening gehouden zijn met belangery omdat: a. Zijnbedrijf op slot zou zitten; b. Financiering niet meer mogelijk zouzijn; c. Hij bang is dat hij een groot deel van zijn bedrijf zal kwijtraken; d. Zijnbedrijf in waarde zott zijn afgenomen; e. Er onvoldoende rekening is gehouden met het belang van De Haan om zijn bedrijf voort te zetten; f.

Er is geen reden zou zijn gegeven waarom het voorlopig voorkeursrecht is gevestigd op het gehele perceel inclusief bebouwing. Dit zou ook in strijd zijn met artikel g en verder van de Omgevingswet. Tenslotte wordt verzocht om een vergoeding vanwege de gemaakte kosten van juridische bijstand 4 7. Gronden besluiten In het collegevoorstel, dat ten grondslag lag aan het collegebesluit (bijlage B), het raadsvoorstel dat ten grondslag lag aan het raadsbesluit (bijlage bii 8) als in de reactienota (bijlage L0) blijkt bij de beslissing over het voorkeursrecht niet over één nacht ijs is gegaan. Daaruit blijkt ook dat verschillende bezwaren zijn meegenomen of hier al op is ingegaary waaronder expliciet op de bezwaren 1a en b, 2a,3a-f.. Er is uitgelegd dat uit analyse blijkt dat de gronden geschikt zijn voor windturbines, omdat er een opstelling van 4 turbines mogelijk is en dat de gewenste regie en mate van lokaal eigendom dan vraagt dat er grip ontstaat op deze gronden. Belangrijk daarbijis dat de windladder (bijlage C (in kleur) ook bijlage bij reactienota en destijds een bijlage bijhet college- en raadsvoorstel) en de interpretatie daarvan - geen windenergie in trede 4 en 51 - ertoe leiden dat maar op een paar plekken windenergie is toegestaan in Steenwijkerland.

Ook is toegelicht, zoals onder 3 ook beschrevery dat voor grip op de ontwikkeling van windturbines, er grip nodig is op grondposities. Zonder grip kan de gemeente geen regie voeren en kan niet worden voldaan aan de wens van de raad om te streven naar 100% lokaal eigendom en het goed verdelen van de lusten over de omgeving. Een voorkeursrecht kan helpen om grip te verkrijgen. Daarbij is ook meegewogen dat een voorkeursrecht impact kan hebben op een rechthebbende omdat het de vrijheid om vrijelijk over zijn recht te beschikken bernvloedt (kanttekening 1.1 bij het collegevoorstel en 2.1 bijhet raadsvoorstel). Maar ook is overwogen dat de praktische betekenis daarvan beperkt is, omdat een rechthebbende die niets anders wil met zijn grond, nergens toe wordt gedwongen en de gemeente gehouden is om ten minste marktconform te handelen. In de reactienota is verder uitgewerkt dat er geen grond is om aan te nemen dat het bedrijf van De Haan op slot zit, niet kan worden voortgezet of in waarde is afgenomen. Kenmerk van een voorkeursrecht is juist dat een grondeigenaar er niets van merkt, als hij zelf geen plannen heeft. De kans dat met grondafspraken uiteindelijk geld wordt verdiend, maakt dat de kans groter is dat een perceel in waarde toeneemt. Op slot zitten of niet voortzetten is bij een voorkeursrecht dan ook niet aan de orde, dit zou misschien anders zijn in geval van onteigening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/aa6c1c68-008a-48eb-acd1-3baa85249555?agendaItemId=7b9ac8a4-df7c-492d-9ba3-cff8bee6777b