Bijlage 5 Actualisatie quickscan.pdf
Tekst van het document
Waterspitsmuis De Waterspitsmuis is recent niet meer rondom het plangebied vastgesteld. De meest recentste waarneming betreft op circa 1 km afstand (hemelsbreed) uit 2010 (bron; NDFF). Het betreft echter een soort die lastig is vast te stellen. De soort is moeilijk te vangen en ook de sporen zijn lastig aan te tonen. In Nederland heeft de waterspitsmuis een zeer versnipperde verspreiding, maar hij komt het meest voor in de waterrijke provincies Friesland en Overijssel, zoals de Wieden-Weerribben. Er kan dan ook worden aangenomen dat de soort in de omgeving van het plangebied voorkomt. Het leefgebied van de waterspitsmuis is langgerekt en loopt veelal evenwijdig aan oevers. De soort komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Het naast het plangebied gelegen watergang wordt ongeschikt geacht voor de soort vanwege de oeverbeschoeiing en het aanwezige ongeschikte biotoop. Verblijfplaatsen van deze soort worden dan ook niet verwacht. Overige soorten Andere beschermde soorten met een striktere bescherming worden niet in het plangebied verwacht, zoals eekhoorn en das. Verblijfplaatsen ontbreken van deze soorten, er is geen geschikt leefgebied voorhanden en/of het plangebied valt buiten het bekende verspreidingsgebied.
Effecten en ontheffing De voorgenomen plannen zullen voor een aantal algemene beschermde soorten leiden tot verstoring en (tijdelijk) verlies van leefgebied en verblijfplaatsen. Het gaat hier om soorten waarvoor een vrijstelling geldt. Van wezenlijke effecten op de soort of populaties zal geen sprake zijn, zowel tijdens de uitvoeringsfase als na de planrealisatie. Ook op de soorten met een striktere bescherming als boommarter, otter, steenmarter en waterspitsmuis zijn geen negatieve effecten te verwachten. Verblijfplaatsen worden ter plaatse van de werkzaamheden niet verwacht. Mogelijk maakt het plangebied wel onderdeel uit van het leefgebied van betreffende soorten, maar dit blijft ook na de ontwikkeling voorhanden, mede doordat rekening wordt gehouden met licht. Essentieel leefgebied is niet aanwezig. Een negatief effect is op beschermde grondgebonden zoogdieren niet te verwachten. Een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk. 30 Actualisatie quickscan flora en fauna Concept 5.3 Vogels Alle vogels zijn als soort beschermd in de wet Natuurbescherming. Onderscheid kan gemaakt worden tussen vogels met jaarrond beschermde nesten en overige broedvogels.
Voorkomen en functie Vogels met jaarrond beschermde nesten Waarnemingen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats betreffen uitsluitend huismus. De huismussen hebben hun nestlocaties veelal onder de pannendaken van woningen in de gebouwen in de omgeving. In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen gedaan van deze soort. Verblijfplaatsen kunnen worden uitgesloten door het ontbreken van gebouwen binnen het plangebied. Andere vogelsoorten met een jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats of aanwijzingen (braakballen of uitwerpselen) hiertoe zijn niet waargenomen. Verblijfplaatsen van deze soorten worden dan ook niet verwacht. Wel is bekend dat onder andere kerkuil in de omgeving broedt. Het plangebied kan wel onderdeel uitmaken van het leefgebied van de kerkuil en andere soorten met jaarrond beschermde nesten. Overige broedvogels De aangetroffen vogels binnen en direct rondom het plangebied vallen onder de algemene broedvogels van bossen, struwelen en parken. Daarnaast komt binnen het gebied waar de uitbreiding plaats vindt ook rietvogels voor. Onder andere de volgende vogelsoorten zijn tijdens het veldbezoek in het plangebied waargenomen; grauwe gans, houtduif, merel, putter en vink.
Binnen het plangebied en omgeving zijn verschillende (oude) nesten aangetroffen van algemeen voorkomende broedvogels, zoals het nest van de grauwe gans in het (gemaaide) rietland. Effecten en ontheffing Vogels met jaarrond beschermde nesten Van een aantal vogelsoorten zijn de nestlocaties het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd. Bij aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing wet Natuurbescherming noodzakelijk. Huismus valt onder deze bescherming. In het plangebied zijn geen nesten aangetroffen en ook geen individuen op het terrein vastgesteld. Gezien het aanbod aan alternatief leefgebied in de omgeving, maakt het plangebied ook geen onderdeel uit van essentieel leefgebied van deze groep Overige broedvogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn strikt beschermd onder de wet Natuurbescherming. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die nesten beschadigen of verstoren. Verstoring kan in veel situaties worden voorkomen door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. De periode van 15 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord.
Voor de wet Natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten Geertien, Muggenbeet 31 Concept beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Het genoemde termijn moet daarom niet al te strikt worden toegepast. Conclusie: Bij de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de broedperiode en (in gebruik zijnde) nesten van vogels. 5.4 Amfibieën Voorkomen en functie Een aantal algemeen voorkomende soorten, zoals, bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander, kunnen het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied. De parkeerplaats kan gebruikt worden als landbiotoop, de uitbreidingslocatie ook als voortplantingsbiotoop. Deze soorten zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en vallen onder het beschermingsregime andere soorten. In de provincie Overijssel is voor deze soorten bij een ruimtelijke inrichting een vrijstelling opgesteld. Heikikker De heikikker is in de omgeving van het plangebied aangetroffen en kan ook binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden voorkomen. Het gaat hier echter wel om oudere waarnemingen tot 2009 en op kilometerhokniveau (bron NDFF). Deze soort valt onder het beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. De huidige parkeerplaats wordt beoordeeld als potentieel geschikt landbiotoop en de ruigten, zomen en overhoekjes als verblijfplaats en foerageergebied.
De uitbreidingslocatie kan een functie hebben als voortplantingsbiotoop. Poelkikker Hoewel binnen het plangebied en de omgeving geschikt leefgebied voor de poelkikker voorhanden is, een soort die valt onder het beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn, komt er uit de literatuurstudie geen verspreidingsgegevens van de afgelopen 10 jaar naar voren (bron; NDFF). De dichtstbijzijnde waarneming betreft uit 2014 op circa hemelsbreed 8 km afstand. Ook voor deze soort geldt dat de huidige parkeerplaats wordt beoordeeld als potentieel geschikt landbiotoop en de ruigten, zomen en overhoekjes als verblijfplaats en foerageergebied. De uitbreidingslocatie kan een functie hebben als voortplantingsbiotoop. Overige amfibieënsoorten Andere beschermde amfibieën die behoren tot het beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn worden niet verwacht in het plangebied vanwege het ongeschikte habitat voor deze soorten. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van deze soorten in en rondom het plangebied. Effecten en ontheffing De voorgenomen plannen zullen voor een aantal algemene beschermde soorten leiden tot verstoring en (tijdelijk) verlies van leefgebied en verblijfplaatsen. Het gaat hier om soorten waarvoor een vrijstelling geldt. Van wezenlijke effecten op de soort of populaties zal geen sprake zijn, zowel tijdens de uitvoeringsfase als na de planrealisatie.
32 Actualisatie quickscan flora en fauna Concept Voor heikikker en poelkikker geldt dat binnen het plangebied beide soorten niet uitgesloten kunnen worden. Potentieel leefgebied is voor beide soorten aanwezig. Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen mogelijke (voortplanting)verblijfplaatsen worden beschadigd of vernield. Dit is in de Wet natuurbescherming verboden en ontheffingsplichtig. Om uitsluitsel hierover te geven wordt geadviseerd nader onderzo ek uit te laten voeren of bij de terreinbeherende instanties extra verspreidingsgegevens op te vragen zodat de aan- of afwezigheid aangetoond kan worden. Op basis van dit onderzoek kunnen vervolgstappen worden getroffen. Conclusie: Nader onderzoek of navraag bij de terreinbeherende instanties over extra verspreidingsgegevens is voor heikikker en poelkikker noodzakelijk om de soort aan te tonen dan wel uit te sluiten. 5.5 Reptielen Voorkomen en functie Beschermde reptielen zijn gebonden aan specifieke terreinen. In het plangebied is een dergelijk geschikt biotoop aanwezig. De verspreidingsgegevens van de NDFF tonen aan de ringslang rondom het gebied actief is. Binnen een straal van 1 km rondom het plangebied is de soort de afgelopen 5 jaar acht keer waargenomen, zowel levend als dood (verkeersslachtoffer). De ringslang valt onder het beschermingsregime andere soorten.
Overige reptielensoorten worden niet verwacht ter plaatse van de werkzaamheden. Ringslang Het plangebied en het in de omgeving aanwezige gebied is geschikt als leefgebied voor de ringslang. In de directe omgeving van het plangebied komen ringslangen voor. Tijdens het veldbezoek zijn er eieren van de ringslang aangetroffen in het noordwesten van het plangebied, zie ook figuur 11. De eieren vormen een indicatie dat het plangebied gebruikt wordt ter voortplanting. Het gaat hier om de noordwestelijk ruigte en composterende hopen met organisch afval van het huidige parkeerplaats. Het gaat hier om potentiële ei- afzetplekken (broeihopen). De composthopen bestaan veelal uit rottende organische materialen waar de zon eenvoudig het juiste warme microklimaat kan realiseren dat voldoet aan de eisen van een geschikte voortplantingsplaats. Verder wordt verwacht dat met name de uitbreidingslocatie gebruikt wordt als onderdeel van het leefgebied om te foerageren. Het gaat gezien de ligging in een natuurrijke omgeving, veel alternatief leefgebied aanwezig, niet om een essentieel leefgebied. Overige reptielensoorten Andere beschermde reptielen van de Habitatrichtlijn worden niet verwacht in het plangebied. Beschermde reptielen zijn gebonden aan specifieke terreinen. In het plangebied ontbreekt dergelijk geschikt biotoop zoals heideterreinen en venranden.
Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van reptielen in en rondom het plangebied. Geertien, Muggenbeet 33 Concept Figuur 11. Ligging van de broeihoop van ringslang. Indien men de broeihoop wilt ontzien, dient bovenstaande locatie vermeden te worden. Wel is het noodzakelijk om een ecologisch werkprotocol op te stellen. Effecten en ontheffing De ringslang komt binnen het plangebied voor. Ter plaatse zijn eieren van de soort gevonden. Het gebied wordt gebruikt ter voortplanting en maakt onderdeel uit van zijn leefgebied. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste (voortplantings-) verblijfplaatsen is verboden. Door de voorgenomen ontwikkeling kan de broeihoop niet behouden blijven. Hiervoor is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen. Daarbij geldt dat de functionaliteit van verblijfplaatsen van ringslangen te allen tijde gegarandeerd dient te blijven en ook in de toekomstige situatie weer een broeihoop te realiseren. Het aantasten van het leefgebied is alleen ontheffingsplichtig indien het essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied, wat in deze situatie niet het geval is. Indien men de ruigte, en composterende hopen, de broeihopen, in kan passen in de toekomstige situatie is een ontheffing niet noodzakelijk. Deze locatie wordt in figuur 11 weergegeven. Wel is het noodzakelijk een ecologisch werkprotocol op te stellen.
Conclusie: een ontheffing is noodzakelijk indien men ter plaatse van de broeihoop van ringslang wil werken, tenzij men de locatie zoals weergegeven in figuur 11 wordt ontzien en een ecologisch werkprotocol wordt opgesteld. 5.6 Vissen Voorkomen en functie Uit de omgeving is de beschermde grote modderkruiper bekend, een soort die valt onder het beschermingsregime overige soorten. Uit onderzoeken in de omgeving is de soort vastgesteld ten noorden van de N333. Mogelijk komt deze soort ook voor in de watergangen nabij het plangebied. Andere vissoorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming zijn niet in het plangebied of directe omgeving te verwachten.
34 Actualisatie quickscan flora en fauna Concept Effecten en ontheffing De werkzaamheden worden niet uitgevoerd in het water of de oeverzones. Eventueel leefgebied en verblijfplaatsen van grote modderkruipers blijven behouden. Daarnaast worden de palen die gebruikt worden bij de bouw van de vergaderruimte in de grond gedrukt, in plaats van geheid, zodat eventuele negatieve effecten op grote modderkruiper worden geminimaliseerd. Een negatief effect is op beschermde vissen niet te verwachten. Een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is voor beschermde vissen niet noodzakelijk. 5.7 Beschermde soorten ongewervelden Voorkomen en functie De meeste beschermde soorten ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers,) worden op grond van verspreidingsgegevens en habitatvoorkeuren niet verwacht, zoals de Europese rivierkreeft en platte schijfhoren. In de omgeving van het plangebied zijn wel de volgende soorten met de beschermingsregime Habitatrichtlijn waargenomen; gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker, grote vuurvlinder en Noordse winterjuffer en met beschermingsregime overige soorten; gevlekte glanslibel, Kempense heidelibel en zilveren maan. Deze soorten gedijen goed in laagveenmoerassen, open rietvelden en vegetatierijke vennen.
En voor de groene glazenmaker is de aanwezigheid van krabbenscheer een vereiste. Het gebied rondom het plangebied is daarom geschikt als leefgebied voor deze beschermde libellen en vlinders. Mogelijk dat enkele soorten ook wel eens in het plangebied voorkomt waarbij het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied. Verblijfplaatsen of voortplantingsplaatsen (waardplanten) worden ter plaatse van de werkzaamheden niet verwacht. Effecten en ontheffing Er worden geen effecten op beschermde soorten ongewervelden verwacht doordat de ingreep geen essentieel leefgebied van deze soorten aantast. Verblijfplaatsen zijn ter plaatse van de werkzaamheden niet aanwezig. Een negatief effect is op beschermde ongewervelden niet te verwachten. Een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk. Geertien, Muggenbeet 35 Concept 6 6 CONCLUSIE EN VERVOLG 6.1 Conclusie Natura 2000 De ontwikkeling is reeds getoetst aan de Natuurbeschermingswet 1998 en een vergunning verleend door de provincie Overijssel (kenmerk: 2016/0517468). Het is dan ook niet noodzakelijk de ontwikkeling opnieuw te toetsen. De werkzaamheden zijn niet veranderd, evenals de begrenzing van het gebied en er zijn geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen opgetreden.
Wel valt het uitbreidingsgebied binnen het ‘Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000’. In §6.33.5 wordt hier verder op ingegaan. 6.2 Conclusie Natuurnetwerk Nederland Het plangebied grenst wel aan het NNN, maar hier vindt verder geen ontwikkeling plaats. Het betreft hier ‘bestaande natuur NNN (land)’. Het aangrenzende gebied is in de huidige situatie een parkeerplaats en blijft een parkeerplaats, met alleen een andere inrichting. De wezenlijke waarden en kenmerken blijven gehandhaafd. Een nadere toetsing aan de NNN is niet noodzakelijk. Het uitbreidingsgebied is echter wel aangewezen als ‘Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000’. In §6.3 wordt hier verder op ingegaan. 6.3 Conclusie Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000 Het uitbreidingsgebied is aangewezen als uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000. Bij de verlening van de vergunning in het kader van de (toenmalige) Natuurbeschermingswet 1998 is met dit onderdeel rekening gehouden en reeds getoetst. Indien de aanvrager de werkzaamheden uitvoert binnen de contouren zoals in de aanvraag is uitgewerkt, zijn er geen verdere verplichtingen rondom het uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000. 6.4 Conclusie Houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
36 Actualisatie quickscan flora en fauna Concept 6.5 Conclusie Soortbescherming Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat het onderzoeksgebied een potentieel habitat biedt voor een aantal beschermde soorten. Hoewel er geen gerichte veldinventarisatie heeft plaatsgevonden, is op basis van de beschikbare literatuurgegevens en een veldbezoek vastgesteld dat het terrein mogelijk van belang is voor enkele algemeen beschermde soorten met een landelijke vrijstelling en voor enkele soorten zonder deze vrijstelling. Voor veel soorten maakt het plangebied onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soort. Dit betreft echter geen essentieel onderdeel en is ook na de ontwikkeling nog steeds voorhanden als leefgebied. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn echter niet te verwachten door het ongeschikte aanwezige biotoop, zoals voor boommarter en waterspitsmuis. Negatieve effecten op deze soorten zijn niet aanwezig. Dit is echter niet van toepassing op broedvogels, heikikker , poelkikker en ringslang. Voor deze soorten geldt het onderstaande. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die nesten beschadigen of verstoren. Werkzaamheden dienen plaats te vinden buiten de broedperiode van vogels. Binnen het plangebied is potentieel leefgebied voorhanden voor heikikker en poelkikker.
De huidige parkeerplaats wordt beoordeeld als potentieel geschikt landbiotoop en de ruigten, zomen en overhoekjes als verblijfplaats en foerageergebied. De uitbreidingslocatie kan een functie hebben als voortplantingsbiotoop. Om uitsluitsel hierover te geven wordt geadviseerd nader onderzoek uit te laten voeren of bij de terreinbeherende instanties extra verspreidingsgegevens op te vragen zodat de aan- of afwezigheid aangetoond kan worden. De ringslang komt binnen het plangebied voor. Ter plaatse zijn eieren van de soort gevonden. Het gebied wordt gebruikt ter voortplanting en maakt onderdeel uit van zijn leefgebied. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste (voortplantings-) verblijfplaatsen is verboden en een ontheffing is noodzakelijk. Indien men de ruigte, en composterende hopen, de broeihopen, in kan passen in de toekomstige situatie is een ontheffing niet noodzakelijk. Deze locatie wordt in figuur 11 weergegeven. Wel is het noodzakelijk een ecologisch werkprotocol op te stellen. 6.6 Eindconclusie Vanuit de eisen van het natuurbeleid NNN is het plan uitvoerbaar. Ook vanuit de Wet Natuurbescherming is het plan uitvoerbaar met betrekking tot de onderdelen gebiedenbescherming en houtopstanden. Dit geldt echter niet voor het onderdeel soortenbescherming.
Nader onderzoek of navraag bij de terreinbeherende instanties over extra verspreidingsgegevens naar heikikker en poelkikker is noodzakelijk. Daarnaast dient tijdens de werkzaamheden rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels en wordt geadviseerd een ecologisch werkprotocol op te stellen waarin de maatregelen ten behoeve van ringslang zijn opgenomen. Geertien, Muggenbeet 37 Concept 6.7 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies) hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “ Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.” Voor onderzoeken waar alleen algemeen voorkomende soorten, de overige beschermde soorten van de wet Natuurbescherming aan de orde zijn, mag worden volstaan met een geldigheid van 5 jaar. Waarbij ook geldt dat er in die periode weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen optreden. Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.
38 Actualisatie quickscan flora en fauna Concept Tabel 1 Resultaten (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna in het plangebied. Bescherming Soort(groep) Gebruik gebied Effect ruimtelijke ontwikkelingen Ontheffing Vervolg Nader onderzoek / mitigerende en/of compenserende maatregelen Nationaal Algemene grondgebonden zoogdieren Leefgebied Tijdelijke aantasting leefgebied, op termijn weer geschikt leefgebied Nee, vrijstelling Zorgplicht Nationaal Algemene amfibieën Leefgebied Tijdelijke aantasting leefgebied, op termijn weer geschikt leefgebied Nee, vrijstelling Zorgplicht Nationaal Boommarter, steenmarter, waterspitsmuis Mogelijk onderdeel van leefgebied Geen, verblijfplaatsen ontbreken en leefgebied blijft behouden Nee Zorgplicht Nationaal Ringslang Voortplantingsplaats, onderdeel van leefgebied Vernietiging voortplantingsplaats Nee, mits Locatie van broeihoop ontzien, zorgplicht, ecologisch werkprotocol Habitatrichtlijn Vleermuizen (Mogelijk) onderdeel van leefgebied Geen, verblijfplaatsen ontbreken en leefgebied blijft behouden Nee Zorgplicht Habitatrichtlijn Otter (Mogelijk) onderdeel van leefgebied Geen, verblijfplaatsen ontbreken en leefgebied blijft behouden Nee Zorgplicht Habitatrichtlijn Heikikker (Mogelijk) onderdeel van voortplanting en leefgebied Tijdelijke aantasting leefgebied, geen essentieel leefgebied, op termijn weer geschikt leefgebied Nee, mits
Werkzaamheden uitvoeren in augustus t/m oktober, zorgplicht, ecologisch werkprotocol Vogelrichtlijn Broedvogels Broedlocatie Tijdelijke aantasting leefgebied, op termijn weer geschikt leefgebied Nee, mits Werkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren, zorgplicht LITERATUURLIJST - Bergmans, W. en A. Zuiderwijk (1986). Atlas van de Nederlandse Amfibieën en Reptielen en hun Bedreiging. Utrecht: KNNV. - Creemers R.C.M. & van Delft J.J.C.W. (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, - Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European invertabrate Survey – Nederland, Leiden. - Nie H.W. de (1996). Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem. - Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen (1992). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Utrecht: KNNV. - Kadaster (2011). Topografische Kaart Nederland - 1:25.000. Emmen, Kadaster. - Koninklijke Vermande (1999-2009). Planten en dieren, Flora- en faunawet, band 1, 2, 3 , 4 en 5. SDU Uitgeverij, Den Haag - Landschapsbeheer Flevoland (2011). Vleermuisvriendelijk bouwen. Een handreiking voor huiseigenaar, architect en beleidsmedewerker. Een samenwerking tussen Landschapsbeheer Flevoland, Zoogdiervereniging en Tauw bv. Landschapsbeheer Flevoland, Lelystad. - Limpens, H. , K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij.
- Limpens, H., P. Twisk & G. Veenbaas (2004). Met vleermuizen overweg. Brochure over vleermuizen en de wijze waarop bij planning, aanleg, reconstructie en beheer van wegen praktische invullingen kan worden gegeven aan de wettelijke zorgplicht voor vleermuizen. Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft / Zoogdiervereniging, Arnhem. - Vogel R.L., Bouwma I., Koese B., Kranenbarg J., La Haye M., Odé B., Sierdsema H., Sparrius L., Verburg P. & Zollinger R. (2013). Het belang van Nederland buiten de Ecologische Hoofdstructuur voor soorten van de Vogelrichtlijn en van bijlage V van de Habitatrichtlijn. Sovon-rapport 2013.015. Sovon, Nijmegen. - Eelerwoude, 2012, Toetsing Natuurwetgeving, Eelerwoude, Goor Natura 2000: - www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 Soortinformatie: - www.zoogdiervereniging.nl - www.ravon.nl - www.libellennet.nl Waarnemingen: - www.telmee.nl - ndff-ecogrid.nl BIJLAGE 1. INRICHTINGSCHETS
BIJLAGE 2. SOORTENLIJSTEN Habitatrichtlijnsoorten Zoogdieren Griend Boszandoog Bever Grijze dolfijn Donker pimpernelblauwtje Hamster Hille (Butskop) Grote vuurvlinder Hazelmuis Kleine zwaardwalvis Moerasparelmoervlinder Lynx Narwal Monarchvlinder Noordse woelmuis Noordse vinvis Pimpernelblauwtje Otter Orca Teunisbloempijlstaart Wolf Potvis Tijmblauwtje Wilde kat Spitsdolfijn van Gray Zilverstreephooibeestje Tuimelaar Vleermuizen Walrus Kevers Bechsteins vleermuis Witflankdolfijn Brede geelrandwaterroofkever Bosvleermuis Witsnuitdolfijn Gestreepte waterroofkever Brandts vleermuis Witte Dolfijn Heldenbok Franjestaart Juchtleerkever Gewone baardvleermuis Amfibieën Vermiljoenkever Gewone dwergvleermuis Boomkikker Gewone grootoorvleermuis Geelbuikvuurpad Libellen Grijze grootoorvleermuis Heikikker Bronslibel Grote hoefijzerneus Kamsalamander Gaffellibel Grote rosse vleermuis Knoflookpad Gevlekte witsnuitlibel Ingekorven vleermuis Poelkikker Groene glazenmaker Kleine dwergvleermuis Rugstreeppad Mercuurwaterjuffer Kleine hoefijzerneus Vroedmeesterpad Noordse winterjuffer Laatvlieger Oosterlijke witsnuitlibel Mopsvleermuis Reptielen Rivierrombout Noordse vleermuis Gladde slang Sierlijke witsnuitlibel Rosse vleermuis Muurhagedis Ruige dwergvleermuis Zandhagedis Overigen Tweekleurige vleermuis Bataafse stroommossel Vale vleermuis Schildpadden Platte schijfhoren Watervleermuis
Dikkopschildpad Oeveraas (haften) Kemps’ zeeschildpad Walvisachtigen Lederschildpad Planten Bruinvis Soepschildpad Drijvende waterweegbree Bultrug Groenknolorchis Dwergpotvis Vissen Kruipend moerasscherm Dwergvinvis Houting Gestreepte dolfijn Steur Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn Vlinders Gewone vinvis Apollovlinder Vogels van de Habitatrichtlijn Aasgier Groenling Purperreiger Zeearend Appelvink Grote bonte specht Putter Zwarte mees Baardman Grote gele kwikstaart Ransuil Zwarte ooievaar Beflijster Grote karekiet Rietgors Zwarte roodstaart Bergeend Grote stern Rietzanger Zwarte specht Bergfluiter Grote zilverreiger Rode wouw Bijeneter Havik Roerdomp Blauwborst Heggenmus Roodborst Blauwe kiekendief Hop Roodborsttapuit Boerenzwaluw Huiszwaluw Roodhalsfuut Bontbekplevier IJsvogel Rouwkwikstaart Bonte strandloper Kerkuil Sijs Bonte vliegenvanger Klapekster Sperwer Boomklever Kleine waterhoen Spotvogel Boomkruiper Kleine barmsijs Slangenarend Boompieper Kleine bonte specht Slechtvalk Boomvalk Kleine karekiet Smelleken Bosrietzanger Kleine zilverreiger Snor Bosuil Kleinst waterhoen Sprinkhaanzanger Braamsluiper Kluut Steenuil Brandgans Kneu Steltkluut Bruine kiekendief Koereiger Strandplevier Buizerd Koolmees Taigaboomkruiper Casarca Kortsnavelboomkruiper Tapuit Cetti’s zanger Kraanvogel Tjiftjaf Draaihals Krekelzanger Torenvalk Duinpieper Kruisbek Tuinfluiter Dwergmeeuw Kuifmees
Sprinkhaanzanger Dwergstern Kwak Steenuil Engelse kwikstaart Kwartelkoning Steltkluut Europese kanarie Lepelaar Strandplevier Fitis Matkop Taigaboomkruiper Fluiter Middelste bonte specht Tapuit Geelgors Nachtegaal Tjiftjaf Gekraagde roodstaart Nachtzwaluw Torenvalk Gele kwikstaart Noordse stern Tuinfluiter Geoorde fuut Oehoe Velduil Glanskop Oeverloper Visarend Goudhaan Oeverpieper Visdief Grasmus Oeverzwaluw Vuurgoudhaan Graspieper Ooievaar Wespendief Graszanger Orpheusspotvogel Wielewaal Grauwe kiekendief Paapje Winterkoning Grauwe klauwier Pestvogel Witbandkruisbek Grauwe vliegenvanger Pimpelmees Witte kwikstaart Griel Poelruiter Witwangstern Groene specht Porseleinhoen Woudaap Beschermde overige soorten (bijlage in de wet Natuurbescherming Zoogdieren Hazelworm Kevers Aardmuis Levendbarende hagedis Vliegend hert Boommarter Ringslang Bosmuis Planten Bunzing Vissen Akkerboterbloem Damhert Beekdonderpad Akkerdoornzaad Das Beekprik Akkerogentroost Dwergmuis Elrits Beklierde ogentroost Dwergspitsmuis Europese rivierkreeft Berggamander Edelhert Gestippelde alver Bergnachtorchis Eekhoorn Grote modderkruiper Blaasvaren Egel Kwabaal Blauw guichelheil Eikelmuis Bokkenorchis Gewone bosspitsmuis Dagvlinders Bosboterbloem Gewone zeehond Aardbeivlinder Bosdravik Grote bosmuis Bosparelmoervlinder Brave hendrik Grijze zeehond Bruin dikkopje Brede wolfsmelk Haas Bruine eikenpage Breed
wollegras Hermelijn Donker pimpernelblauwtje Bruinrode wespenorchis Huisspitsmuis Duinparelmoervlinder Dennenorchis Konijn Gentiaanblauwtje Dreps Molmuis Grote parelmoervlinder Echte gamander Ondergrondse woelmuis Grote vos Franjegentiaan Ree Grote vuurvlinder Geelgroene wespenorchis Rosse woelmuis Grote weerschijnvlinder Geplooide vrouwenmantel Steenmarter Iepenpage Getande veldsla Tweekleurige bosspitsmuis Kleine heivlinder Gevlekt zonneroosje Veldmuis Kleine ijsvogelvlinder Glad biggenkruid Veldspitsmuis Kommavlinder Gladde zegge Vos Pimpernelblauwtje Groene nachtorchis Waterspitsmuis Sleedoornpage Groensteel Wezel Spiegeldikkopje Groot spiegelklokje Wild zwijn Veenbesblauwtje Grote bosaardbei Woelrat Veenbesparelmoervlinder Grote leeuwenklauw Zilveren maan Honingorchis Amfibieën Kalkboterbloem Alpenwatersalamander Libellen Kalketrip Bruine kikker Beekrombout Karthuizeranjer Gewone pad Bosbeekjuffer Karwijselie Kleine watersalamander Donkere waterjuffer Kleine ereprijs Meerkikker Gevlekte glanslibel Kleine Schorseneer Middelste groene kikker Gewone bronlibel Kleine wolfsmelk Vinpootsalamander Hoogveenglanslibel Kluwenklokje Vuursalamander Kempense heidelibel Knollathyrus Speerwaterjuffer Kruiptijm Reptielen Lange zonnedauw Adder Liggende ereprijs Planten Moerasgamander Schubvaren Veenbloembies Muurbloem Schubzegge Vliegenorchis Naakte lathyrus Smalle raai Vroege ereprijs
Naaldenkervel Spits havikskruid Wilde averuit Pijlscheefkalk Steenbraam Wilde ridderspoor Roggelelie Stijve wolfsmelk Wilde weit Rood peperboompje Stofzaad Wolfskers Rozenkransje Tengere distel Zandwolfsmelk Ruw parelzaad Tengere veldmuur Zinkviooltje Scherpkruid Trosgamander Zweedse kornoelje