Bijlage 4 Motivering besluit natuurwetgeving.pdf
Tekst van het document
Het onderliggend rapport van Eelerwoude is gebaseerd op meerdere veldbezoeken in 2012. In de onderbouwing van het besluit Is echter meer gebledsinformatie meegenomen. Zo is er overleg met Natuurmonumenten geweest om te beoordelen of het piangebied geschikt is om ultbreidlngsdoelen te reallseren. Op basis van de gebiedskennis Is door de provincie Overijssel beoordeeld voor weIke Instandhoudingsdoelen het piangebied geschikt leefgebied vormt. Op basis van deze gegevens is beoordeeld dat significante effecten op de Instandhoudingsdoelstellingen die gelden voor het gebied door de gevraagde activitelten uitgesloten kunnen worden. De beoordeling Is dus niet alleen gebaseerd op het verouderde onderzoek. De zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging in het beslult. Zienswijze 14 Ad 6: Flora- en faunaonderzoek Reactie provincie Overijssel (Ad 6): Deze punten gaan in op de Flora- en faunawet. De toetsing aan de Flora- en faunawet vormt geen onderdeel van de Nbwetvergunning en zijn niet meegewogen. De zienswijze over de Flora- en faunawet worden daarom niet meegenomen in de beantwoording van de zienswijzen. Commentaar op de overwegingen bij het besluit Zienswijze 15 De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit twee onderdelen: de bouw van de vergaderruimte/opslag en het ultbreiden in inpassen van de huidige parkeerplaats.
Commentaar: wordt er nu een vergadercentrum of opslag gerealiseerd, dit is niet duidelljk uit de considerans. Reactie provincie Overijssel: het gebouw zal gebrulkt worden als vergaderlocatie en opslag. Zienswijze 16 Voor de aanleg van de parkeerplaats zal een bovenlaag van de bestaande halverharding worden ontgraven en elders gedeponeerd. Commentaar: in het verleden is de parkeerplaats met van alles en nog wat verhard. Wordt er nog een bodemonderzoek verricht op de aanwezigheid van asbest / PAK? Reactie provincie Overijssel: Voor de bouw van de vergaderlocatie vraagt de gemeente een bodemonderzoek om de nulsituatie In kaart te brengen. De afvoer van materiaal van de parkeerplaats zal moeten voldoen aan het Besluit bodemkwallteit. Deze zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging van het beslult.
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 23 Uw brief Uw kenmerk Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Zienswijze 17 Bij het plan van de parkeergelegenheid staat nergens beschreven wat er met de parkeerplaatsen op de weg Muggenbeet (gelegen in Natura 2000-gebied) gaat gebeuren. Reactie provincie Overijssel: De parl<eerplaatsen langs de weg vormen geen onderdeel van de aanvraag. Deze zijn daarom ook niet meegenomen In de beoordeling. Deze zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging van het beslult. Zienswijze 18 Bij figuur 1 (luchtfoto met grenzen aangevraagde parkeerplaats): dit is een oude opname. Ten westen van de blauwe lijn is er in het hoogveenbos maart/april 2016 gekapt en gesnoeid, waardoor deze strook aan de zuidkant ten dele over de gehele breedte is onderbroken en het noordelijke deel is verder versmald. Reactie provincie Overijssel: Zle reactie bij zienswijze 5. Zienswijze 19 (Ad A1.2) Commentaar: In hoeverre is brancheverbreding een argument? Reactie provincie Overijssel (Ad 1.2): De aanvrager heeft als doel bedrijfsuitbreiding mogelijk te maken. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een Nbwetvergunning wordt alleen getoetst of de aangevraagde activitelten significante effecten kunnen op de Instandhoudingsdoelstellingen die gelden voor het gebied. Het doel van de uitbrelding vormt geen mee te wegen grond.
Deze vragen zijn derhalve niet van belang voor de beoordeling en deze zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging in het beslult. Zienswijze 20 Ad 1.4: Het rapport Toetsing natuurwetgeving is gebaseerd op een natuuronderzoek in 2012. Dit onderzoek is verouderd, op sommige punten onjuist, niet meer relevant en kan dus niet als bron dienen, waarop de provincie Overijssel haar besluit baseert. Reactie provincie Overijssel (Ad 1.4): Zle reactie op zienswijze 13 (ad 5). Zienswijze 21 Ad Bl.l: Herhaaldelijk wordt geconcludeerd dat mogelijk negatieve effecten op soorten niet zijn uit te siuiten. Dit wordt vermeld bij de Meervleermuis, Rietzanger en Snor. Deze gegevens zijn gebaseerd op een onderzoek uit 2012. Door de natuurontwikkelingen de laatste jaren komen er thans ook de Purperreiger, Roerdomp, Zwarte stern en Kleine karekiet voor (elgen waarneming). Reactie provincie Overijssel (Ad Bl.l): In de overwegingen bij het beslult zijn meerdere bronnen gebrulkt dan het rapport waar in de zienswijze naar wordt verwezen. Het gebied waar de uitbreiding voor de parkeerplaats plaats zal vlnden is op basis van het habitat niet geschikt als leefgebied voor de genoemde soorten. Het gebied tussen Geertien en de N333 is te klein om als territorium te dienen voor de genoemde soorten of het is niet geschikt als leefgebied door bijvoorbeeld de afwezigheld van open water.
Het kan zijn dat deze soorten in de omgeving van het piangebied waargenomen zijn, er is echter geen geschikt broedgebied aanwezig. Het Is uit de zienswijze niet op te maken waar de genoemde soorten gezien zijn. Het gaat echter om anekdotische waarnemingen die niet als basis dienen voor een beoordeling van de effecten op de Instandhoudingsdoelen. De zienswijze heeft er niet toe geleid dat het besluit is aangepast. provincie r
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 24 Uw brief Uw kenmerk Zienswijze 22 Verl<:eersbewegingen: als een uitbreiding een parkeerplaats van 100 naar 150 plaatsen noodzakelijk wordt geacht, is er dan een toename van het wegverkeer met 4 verkeersbewegingen per dag? Omgerekend zou een Hotel Geertien dan in totaal 12 verkeersbewegingen per dag hebben. Of is de toename van 4 verkeersbewegingen gewenst om geen negatieve effecten op broedvogels te kunnen bepleiten? Reactie provincie Overijssel: Het aantal verkeersbewegingen per dag door de aanleg van de vergadervoorziening neemt toe met 44 In plaats van 4 verkeersbewegingen. Dit is foutief opgenomen in de overwegingen bij het ontwerpbesluit en wordt gecorrlgeerd in het definltleve besluit. 44 verkeersbewegingen per dag zullen ook niet leiden tot verstoring van de doelsoorten rond de weg. In de stikstofberekeningen is wel correct uitgegaan van een totaal van 264 lichte voertulgbewegingen per dag en 1,6 vrachtwagens. Op basis van de zienswijze is de tekst in paragraaf Bl.l. onder de subkop 'Niet broedvogels' aangepast. Dit heeft niet geleid tot een wijziging van het besluit. Zienswijze 23 Figuur 2: dit is een luchtfoto uit 2014. In 2016 is er in opdracht van Hotel Geertien /camping Muggenbeet illegaal gekapt en gesnoeid in de bruin gearceerde strook.
Reactie provincie Overijssel: Zle reactie bij zienswijze 5 (Ad 2). Zienswijze 24 Rietzanger en Snor: gegevens zijn gebaseerd op onderzoek uit 2012. De conclusies zijn op basis van onjuiste gegevens gebaseerd en hebben op grond daarvan geen geldigheid. Reactie provincie Overijssel: zle reactie op zienswijze 5 (Ad 5). Zienswijze 25 (Ad Bl.2.2.) Meervleermuis: in uw oordeel meldt de provincie Overijssel dat er nog veel onbekend is over de veranderingen in het gebied en wordt ervan uit gegaan dat er door een aantal voorschriften geen significant negatieve effecten zijn op de Meervleermuis. Daarbij is er in het ontwerpbesluit van uit gegaan dat de verlichting zal worden ultgeschakeld als de parkeerplaats/ het gebouw niet wordt gebrulkt. Bij de families De Rooij en Gorte heeft het in het verleden ontbroken aan de zorgplicht, vraag is waarom dit in de toekomst zal veranderen? (Wie houdt er trouwens toezicht op handhaving?) Bovendien is de conclusie van Eelerwoude gebaseerd op het feit dat er geen bomen met holten worden verwijderd. Deze bomen zijn echter in 2016 verwijderd. Reactie provincie Overijssel (Ad Bl.2.2): de Meervleermuis foerageert boven open water. Indien de ultstraling van verlichting op open water voorkomen wordt zijn significant negatieve effecten op de Meervleermuis uitgesloten.
De voorschriften zijn in overleg met de handhavers zo opgesteld dat deze gehandhaafd kunnen worden. Indien de aanvrager zich niet aan de voorschriften houdt kan dit gemeld worden bij het in voorschrlft 1 genoemde meldpunt. De handhavers van de provincie staan onder toezicht van het rijk. De Meervleermuis verblijft niet In boomholte. De kap van de bomen heeft dan ook geen effecten op de verblijfplaats van de Meervleermuis. De zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging van het besluit.
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 25 Uw brief Uw kenmerk Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Zienswijze 26 (Ad B1.3) Het nieuwe parl<eerterrein zal op slechts 120 meter van het ecoduct liggen. Begin dit voorjaar zijn de eerste sporen van de Otter onder dit ecoduct gezien. Hoe kan bewezen worden dat negatieve effecten op de mlgratie bij het ecoduct zijn uit te siuiten? Reactie provincie Overijssel (Ad B1.3): zle reactie onder zienswijze 4. De Otter is geen kwalificerende doelsoort en de beoordeling van de effecten op de Otter vormt geen toetslngsgrond voor de Nbwetvergunning. Zienswijze 27 Tot slot gaat het steeds over de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied 'De Wieden'. Dit klopt niet: het gaat hier om de essentiele verbindingsstrook 'Weerribben - Wieden'. Reactie provincie Overijssel: Zle reactie onder zienswijze 4. C Slotconclusie Het project brengt de instandhoudingsdoelen voor het betrokken Natura 2000-gebleden niet in gevaar. Er Is een zienswijze binnengekomen op het beslult. De binnengekomen zienswijze heeft er niet toe geleid dat het project niet langer vergund kan worden. Wel is naar aanleiding van de binnengekomen zienswijze het voorschrlft waarin is aangegeven dat de aanwezige hoogveenbossen niet gekapt mogen worden komen te vervallen. Vergunning in het kader van de Nbwet kan, onder voorwaarden, worden verleend. provincie
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Gebiedsbeschrijving en instandhoudingsdoelen Bijiage 2 Natura 2000-gebied 'De Wieden' Gebiedsbeschrijving Het gebied De Wieden is een uitgestrel<t laagveenmoeras met meren en kanalen met daartussen natte graslanden, natte heiden, trilvenen, galigaanmoerassen, rietland en moerasbos. Het gebied Is een restant van het laagveengebied dat zich ooit van Zw/olle tot ver in Fryslan uitstrekte. Een groot deel bestaat uit uitgeveende petgaten. Alle successiestadia van open water tot en met moerasheide en veenbos zijn aanwezig. Het gebied De Wieden is bemvloed door het oude rivierstelsel van de Overijsselse Vecht. Er komen ondiepe kleiafzettingen voor. Door vervening, met bredere petgaten, zijn de grote meren ontstaan. Het Giethoornse- en Dulningermeer zijn natuurlijke meren. Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 26 Uw brief Doelstellingen In onderstaande tabellen zijn de doelstellingen voor de habitattypen, soorten en vogels weergegeven. Zij hebben gezamenlijk de begrenzing van dit Natura 2000-gebied bepaald. De doelstellingen zijn gerlcht op de leefgebieden van plantengemeenschappen (habitattypen) en soorten. Op basis van de regels vanuit Europa, vertaalt in de Nederlandse wetgeving, mag er geen verslechtering optreden van leefgebieden van soorten en/of plantengemeenschappen.
Dat wordt beoordeeld ten opzlchte van de datum waarop dit gebied onder de bescherming werd gebracht van de Europese Vogelrichtlijn (24 maart 2000) danwel de Europese Habitatrichtlijn (7 december 2004). Voor zover er sprake is van een behoudsdoelstelling moet dit gezien worden als een minimumeis. Uw kenmerk Landelijke staat van instandhouding Doelstelling oppervlakte Doelstelling kwaliteit H3140 kranswlerwateren -- > > H3150 meren met krabbenscheer en fonteinkruiden - > > H4010B vochtiqe heiden (laagveengebied) - > > H6410 blauwgraslanden — > > H6430A ruigten en zomen (moerasspirea) + = = H7140A overgangs- en trilvenen (trilvenen) -- > = H7140B overgangs- en trilvenen (veenmosrietland) - = = H7210 •galigaanmoerassen - > > H91D0 * hoogveenbossen - = > Toellchting symbolen: SVI ~ zeer ongunstig; - matig gunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling > Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling * prloritaire soort of habitattype
01 H < S O < 5" n J tD tD -t O to c 3 ID to •< 3 C3- o_ fD 3 ID C 3 to c 3 A298 A295 A292 A275 A229 A197 |A153 A122 A119 1 A081 A029 A021 A017 qrote karekiet rietzanger snor paapie iisvoqel zwarte stern watersnip kwartelkoning porseleinhoen bruine kiekendief purperreiger roerdomp aalscholver ' 1 1 1 1 1 1 + t 1 + Landelijke staat van instandhouding V II II V 11 V II V II 11 II II 11 Doelstelling oppervlakte V II II V II V 11 V II II 11 II 11 Doelstelling kwaliteit NJ O 2000 tjj o o o NJ O O t-^ tji o 1^ <J3 cn cn o 1000 1 Draagkracht voor aantal broedparen^® o n> a. I (D m m rD * 1 CT> 3 V II W H fD < DO fD tD ^ I c tn fD 3 ;• tD I ID N tn fD •< ^ 3 § I ID fD C ^ 3 •• Q- 3' ID tn Q. O fD 3 to 3 (D ID + to c 3 H4056 H1903 H1393 H1318 H1163 H1149 H1145 1 H1134 H1082 H1060 1 H1042 H1016 platte schiifhoren qroenknolorchis geel schorpioenmos meervleermuis rivierdonderpad kleine modderkruiper qrote modderkruiper bittervoorn qestreepte waterroofkever qrote vuurvlinder qevlekte witsnuitlibel zeqqekorfslak qestreepte waterroofkever 1 1 I 1 + 1 1 1 1 1 1 r Landelijke staat van instandhouding II V V M 11 II 11 V V v II Doelstelling oppervlakte II v v II II 11 11 II v V v 11 Doelstelling kwaliteit 11 V v 11 II II II 11 V v V II Doelstelling populatie
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Behoudsdoelstelling > Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Doelstellingen voor niet-broedvogels Datum 02,12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 28 Uw brief Uw kenmerk Landelijke staat van instandhouding Doelstelling oppervlakte Doelstelling kwaliteit Draagkracht voor aantal vogels" Functie gebied A005 fuut - = = 110 f A017 aalscholver + = = behou d s A037 kleine zwaan - = = 8 f/s A041 kolgans + = = 3800 f/s A043 grauwe gans + = = 1100 f/s A050 smient + = = 500 f/s A051 kra keend -1- = = 150 f A059 tafeleend — = = 210 f A061 kulfeend - = = 430 f A068 nonnetje - = = 30 f A070 grote zaagbek -- = 20 f A094 vIsarend + = 2 f Toellchting symbolen: SVI - zeer ongunstig; - matig gunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling > Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling s betreft slaapplaatsfunctle f betreft foerageerfunctie Aantallen betreffen een seizoensgemlddelde m,u,v, VIsarend, Voor deze soort betreft het een selzoensmaximum, Het seizoensgemlddelde is het gemlddelde aantal in een gebied aanwezige vogels over het gehele seizoen, berekend aan de hand van maandelljks uitgevoerde tellingen over een reeks selzoenen (1999/2000-2003/2004).
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Gebiedsbeschrijving en instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied 'Weerribben' Bijiage 3 Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 29 Uw brief Uw kenmerk Gebiedsbeschrijving Het gebied Weerribben is een ten dele vergraven veengebied in de kop van Overijssel. Het bestaat uit uitgeveende trekgaten, onvergraven legakkers van w/isselende breedte, grotere percelen niet-vergraven veen, verlandend w/ater, trilveen rietlanden, graslanden, rulgteterrelnen en moerasbossen. Alle successiestadia van open water tot en met moerasheide en veenbos zijn aanwezig. Mede door de betrekkelijk late vervening weerspiegelen ze nog veel van de oorspronkelljke gebledsopbouw. Het huidige landschap met een karakteristiek patroon van petgaten en legakkers Is ontstaan door het afgraven van veen voor de turfwinnlng. Toen rond 1920 de turfwinnlng niet meer rendabel was, schakelde de lokale bevolking geleidelijk over op rietteelt. In 1919 werd het Stroink gemaal bij BlokzijI gebouwd om het waterpeil in Noordwest Overijssel onder controle te krijgen. Hierdoor werden de rietlanden minder nat, waardoor het verlandingsproces versnelde en het riet doorgroeid raakte met ruigtekrulden. Doelstellingen In onderstaande tabellen zijn de doelstellingen voor de habitattypen, soorten en vogels weergegeven. Zij hebben gezamenlijk de begrenzing van dit Natura 2000-gebied bepaald.
De doelstellingen zijn gerlcht op de leefgebieden van plantengemeenschappen (habitattypen) en soorten. Op basis van de regels vanuit Europa, vertaalt in de Nederlandse wetgeving, mag er geen verslechtering optreden van leefgebieden van soorten en/of plantengemeenschappen. Dat wordt beoordeeld ten opzlchte van de datum waarop dit gebied onder de bescherming werd gebracht van de Europese Vogelrichtlijn (aanwijzing van 29 oktober 1986, op grond van jurisprudentie wordt dan 10 juni 1994 aangehouden) danwel de Europese Habitatrichtlijn (7 december 2004). Voor zover er sprake is van een behoudsdoelstelling moet dit gezien worden als een minimumeis. Doelstellingen voor habitattypen Landelijke staat van instandhouding Doelstelling oppervlakte Doelstelling kwaliteit H3140 kranswlerwateren — > > H3150 meren met krabbenscheer en fonteinkruiden - > > H4010B vochtige heiden (laagveengebied) - > = H6410 blauwgraslanden — = > H6430A ruigten en zomen (moerasspirea) + = = H7140A overgangs- en trilvenen (trilvenen) -- > > H7140B overgangs- en trilvenen (veenmosrietland) - = = H7210 •galigaanmoerassen - > > H91D0 * hoogveenbossen - = > Toellchting symbolen: SVI — zeer ongunstig; - matig gunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling > Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling provincie
cn 2 00 S- V II Q. Q (/I H < S 1—4 fU_ r5' 3' IQ < cn fD fD II Br • Q. ^ fD E. !^ i tD 3 ~ StQ 3' tCl in Q. O tD 3 QJ O 3 ?r to tD c = 3 iQ a: to tn tn' 1A298 1 1A295 1 1A292 1 |A197 1 IA153 1 |A119 1 A029 1 A021 grote karekiet I rietzanger I snor zwarte stern I watersnip I porseleinhoen purperreiger roerdomp 1 I r 1 1 1 I 1 Landelijke staat van instandhouding V II V V II V V V Doelstelling oppervlakte V 11 V V II V V V Doelstelling kwaliteit NJ 0 to 0 0 0 0 0 til 0 NJ 0 M- Draagkracht voor aantal broedparen^" V II < S i-t tD < 03 fD fD ^ tD C o S o ^ to _ 3 cr = s fD 3 3 to tn Q. O fD -•to 3 QJ 3 to to c 3 to 3 tn 1H4056 1 IH1903 IH1318 |H1163 IH1149 |H1145 IH1134 1 H1082 1 H1060 IH1042 IH1016 platte schiifhoren qroenknolorchis meervleermuis rivierdonderpad 1 kleine modderkruiper 1 qrote modderkruiper 1 bittervoorn 1 qestreepte waterroofkever 1 qrote vuurvlinder 1 qevlekte witsnuitlibel 1 zeggekorfslak 1 1 1 + 1 1 1 I 1 1 1 Landelijke staat van instandhouding II II II II II 11 II V v V II Doelstelling oppervlakte II II 11 II II II 11 V v v II Doelstelling kwaliteit II II II II II II II v V v II Doelstelling populatie