Bijlage 4 Motivering besluit natuurwetgeving.pdf
Tekst van het document
Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 overijssel.nl postbus@overijssel.nl Cafe "Geertien" Mevrouw W. de Rooij-Gorte Muggenbeet 3 8356 VK BLOKZIJL KvK 51048329 IBAN NL45RABO0397341121 Inlichtingen bij Iris Baijens telefoon 038 499 99 96 I.Baijens@overijssel,nl Onderwerp: Vergunning aanvraag Natuurbeschermingswet Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 1 Uw brief Uw kenmerk Zaaknummer Z-HZ_NB1-2016- 001370 3585494 Geachte mevrouw De Roolj-Gorte, U heeft een aanvraag om een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (verder Nbwet) bij ons ingediend. Deze hebben wij op 3 maart 2016^ ontvangen. De aanvraag betreft de uitbreiding van de parl<eerplaats en de bouw van een opslag en vergaderruimte. In deze brief geven wij onze beslissing weer. Besluit Wij verlenen u een vergunning^ voor de uitbrelding van de parkeerplaats en de bouw van een opslag en vergaderruimte bij cafe Geertlen te Muggenbeet. De motivering voor ons beslult is in bijiage 1 (overwegingen) weergegeven. De volgende stukken van de aanvraag maken onderdeel uit van dit beslult: • Toetsing natuurwetgeving, uitbrelding parkeerplaats en bouw vergaderruimte Geertlen, Muggenbeet. Eelerwoude De vergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd. Bijiagen Datum verzending ^ EDO-kenmerk 2016/0077628 ^ Op basis van art. 19d 0 5 DEC. 2016 provincie Ov en
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Voorschriften Ter bescherming van de aanwezige natuurwaarden en natuurschoon verbinden wij aan deze vergunning de volgende voorschriften: 1. Minimaal een week voor aanvang van de werkzaamheden dient u de datum van de start te melden bij het meldpunt van provincie Overijssel (telefoonnummer: 038 425 24 23), onder vermelding van het betrol<l<en Natura 2000-gebied, de naam van het project en het nummer van de vergunning. Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 2 Uw brief 3. 4. Wijzlgingen in de werkwijze en/of de periode van ultvoering dient de vergunnlnghouder direct te melden bij het Meldpunt van provincie Overijssel (telefoonnummer: 038 425 24 23), onder vermelding van het betrokken Natura 2000-gebled, de naam van het projecten en het nummer van de vergunning. Voor deze wijzlgingen moeten opnieuw de effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebled 'De Wieden' beoordeeld worden. Betrokken bedrijven en derden die op enigerlei wljze betrokken zijn bij de ultvoering van dit project of enig onderdeel daarvan, dienen te handelen in overeenstemming met het in deze vergunning bepaalde. De uitvoerder, dan wel de aannemer van de werkzaamheden dient tijdens de werkzaamheden een afschrift van de vergunning op verzoek te kunnen tonen aan de daartoe bevoegde toezichthouder.
De vergunnlnghouder blljft verantwoordelljk voor de ultvoering van de vergunde werkzaamheden conform vergunning voorwaarden. Uw kenmerk 5. Van opgetreden Incldenten, waaronder verstaan wordt alle gebeurtenlssen waarblj onbedoeld schadelijke stoffen vrljkomen, dan wel anderszins schade aan het beschermde natuurgebled kan worden toegebracht, dient direct melding te worden gedaan bij het meldpunt van provincie Overijssel (telefoonnummer; 038-425 24 23). 6. De verllchting op de parkeerplaats Is niet hoger dan 4 m. De verlichting heeft strooillcht beperkende armaturen en wordt voorzien van een beweglngsmeider. Achterop de parkeerplaats (het halfverharde deel) wordt deze beweglngsmeider alleen ingeschakeld op plekdagen. 7. Het vergadercentrum wordt zo gebouwd en ingericht dat de verlichting van het vergadercentrum niet uitstraalt naar de omgeving. In het voorlopige ontwerp zijn hiertoe maatregelen opgenomen die toereikend zijn. Het definltleve ontwerp moet ter goedkeuring voorgelegd worden bij het meldpunt van provincie Overijssel (telefoonnummer; 038-425 24 23). 8. Er wordt geen gevelverlichting aangebracht. Als het gebouw en/of de parkeerplaats niet wordt gebrulkt dient de verlichting te worden ultgeschakeld. Uitvoering 11. Er mag geen (bouw)verllchting gebrulkt worden tijdens het vllegseizoen van de Meervleermuis (1 april tot 15 oktober).
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 3 Uw brief Uw kenmerk Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning 12. De werkzaamheden worden niet in het broedseizoen uitgevoerd (15 aprll tot 1 September) tenzij Is aangetoond door de aanvrager dat er geen broedvogels in het piangebied of de omgeving broeden en binnen de verstorlngsafstand (100 m) van de Snor en Rletzanger^. 13. Bij de bouw van het vergadercentrum wordt er niet In de watergangen gewerkt en er wordt niet geheid. Indien er bronbemaling noodzakelijk is, zullen er damwanden geplaatst worden, deze zullen In de bodem gedrukt worden. U bent voor het In behandeling nemen van uw aanvraag leges verschuldlgd''. De verschuldlgde leges voor dit besluit bedragen € 4.122,00. Daar bovenop komen €520,00 publlcatlekosten. Voor betaling van dit bedrag ontvangt u een factuur. Op deze factuur staat tevens vermeld hoe u eventueel bezwaar kunt aantekenen tegen de hoogte van het legesbedrag en de gehanteerde grondslagen. Tot Slot Heeft u nog vragen naar aanleiding van deze beslissing, dan kunt u bellen met mevrouw Iris Baijens op telefoonnummer 038 499 99 96. Met vrlendelljke groet, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel, Afschriften Een afschrift van dit besluit is tevens verzonden aan Burgemeester en Wethouders van gemeente Steenwijkerland, het Mlnisterle van Economlsche Zaken; het advlesbureau Eelerwoude, D.
Llefhebber en de heer J.A. Hanskamp. Profieldocumenten Snor en Rietzanger, versle 1 September 2008. http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=profielen Belastingverordening Overijssel Lars Wuijster, teamlelder Verguni Bijiagen: Bijiage 1 Bijiage 2 Bijiage 3 Overwegingen bij het besluit Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied 'De Wieden' Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied 'Weerribben' provincie
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Rechtsmiddel Deze beschikking wordt bekend gemaakt door toezending aan de aanvrager. Daarnaast wordt een kennisgeving gepubiiceerd in Steenwijk Totaal. Tevens worden de aanvraag en de beschikking met bijbehorende stukken ter inzage gelegd 14 december 2016. Gedurende zes weken, ingaande op de dag na de dag van de terinzagelegging van het besluit, kan beroep worden aangetekend. Het beroepschrift moet worden Ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA te Den Haag. De beschikking is in werking getreden door bekendmaking aan de aanvrager. Het Indienen van een beroepschrift schorst de werking van het beslult niet. Hebben u of derde belanghebbenden er belang bij dat deze beschikking niet In werking treedt, dan kan om een voorlopige voorziening worden verzocht bij de Voorzitter van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State te Den Haag. Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 4 Uw brief Uw kenmerk
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Overwegingen bij het besluit Bijiage 1 Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 5 UiM brief Uw kenmerk Deze vergunning bestaat uit het besluit en de overw/egingen. In deze bijiage zijn de overwegingen opgenomen. Het besluit en de overwegingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De overwegingen zijn als volgt opgebouwd: Al Vergunningaanvraag Al.l Projectomschrijving A1.2 Doel project 'Uitbrelding parkeerplaats en bouw opslag en vergadercentrum Geertien' A1.3 Periode A1.4 Relevante ecologische onderzoeken A2 Bevoegdheid A2.1 Gedeputeerde Staten van Overijssel bevoegd A3 Procedure A3.1 Overeenstemming andere provincie A3.2 Relevante overige besluiten A4 Geldende regelgeving A4.1 Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (PAS) AS Vergunningplicht B TOETSING Bl Inhoudelijke beoordeling Bl.l Relevante kwalificerende waarden B1.2 Beoordeling aangevraagd project c.q. handeling Bl.2.1 Oppervlakte verlies Bl.2.2 Verstoring door geluld, llcht en optische verstoring Bl.2.3 Verzuring en vermesting B1.3 Cumulatleve effecten B2 Zienswijzen B2.1 Bespreking van Ingediende zienswijzen B2.1.1 Zienswijze op het voorgenomen besluit en reactie provincie Overijssel C SLOTCONCLUSIE A WEERGAVE VAN DE FEITEN
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning A WEERGAVE VAN DE FEITEN Al Vergunningaanvraag Al.l Projectomschrijving Het horecabedrijf Geertien is een iioreca bedrijf met een hotel, cafe en restaurant wat al sinds de aanwijzing van het gebied als Natura 2000 gebied aanw^ezig is. De bezoekers maken gebruik van de parkeerplaats die deels niet Is bestemd als parkeerplaats en eveneens niet landschappelijk is ingepast. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit twee onderdelen; de bouw van een vergaderruimte en opslag en het ultbreiden en Inpassen van de huldlge parkeerplaats. Dit is gevisualiseerd in Figuur 1. Parkeergelegenheid Er wordt op het parkeerterrein ruimte gecreeerd voor 150 auto's, 2 touringcars en 3 invalidenplaatsen. Dit aantal Is gebaseerd op de vergunning van het restaurant en het Datum verhuurbaar oppervlak. Daarnaast biedt de parkeerplaats mogeiijkheden als recreatief 02.12.2016 opstappunt (10-15 mensen). Kenmerk Het terreln dat aan de parkeerplaats wordt toegevoegd wordt aangelegd met halfverharding. Het 2016/0517468 gedeelte dat in de huidige situatie in gebruik is als parkeervoorzienlng wordt opnieuw Ingericht en Pagina voorzlen Van rletvegetatie. 6 Voor de uitbrelding en inpassing van de parkeerplaats wordt 965 m^ rletvegetatie onttrokken aan Uw brief het Natura 2000 gebied.
Ten noorden en ten westen van de huidige parkeerplaats staan verspreid enkele groot uitgegroelde schietwllgen en Is opslag van grauwe wilg aanwezig. Ten Uw kenmerk behoeve Van de reallsatie van de parkeerplaats wordt begroeiing verwijderd die een overlap vormt met de uitbreldlngsplannen. De werkzaamheden die verstoring kunnen opleveren (snoeiwerkzaamheden en bouwwerkzaamheden) worden bulten het broedseizoen uitgevoerd (1 September tot ulterlijk 15 maart). Voor de aanleg van de parkeerplaats wordt de bovengrond (wortelzone) maxlmaal 10 cm ontgraven. Vervolgens wordt een geo-textlel aangebracht over de bodem. De ontgraven 10 cm wordt opgevuld met stabilisatlezand. Daarboven op komt een halfverhardlngslaag van ongeveer 20 cm dik. Het exacte materiaalgebrulk Is op dit moment nog niet bekend, maar is gerlcht op een neutrale kleur en optlmale Inzijglng van regenwater (Eelerwoude, 2012a). De bestaande halfverharding wordt in zijn geheel ontgraven en volgens het bovenstaande princlpe weer opgevuld, m.u.v. de stroken waar riet weer terug wordt geplant. De te ontgraven grond ter plaatse van de uitbreiding wordt gebrulkt t.b.v. de nieuw aan te leggen rietstroken in de bestaande parkeerplaats. Ter hoogte van de parkeerplaatsen zal verllchting worden aangebracht. De verlichting zelf zai bestaan uit lage, op de grond gerlchte verlichting.
Deze zal tevens voorzlen worden van een beweglngsmeider. Als beweging wordt gedetecteerd gaat de verllchting pas aan. Achterop de parkeerplaats (het halfverharde deel) wordt deze beweglngsmeider alleen Ingeschakeld op plekdagen. Vergaderruimte Van de vergaderruimte zijn de plannen nog niet concreet ultgewerkt. Alleen de locatie en de afmeting zijn bekend. De aanleg zal gebeuren zonder graafwerkzaamheden. De vergaderruimte wordt op of net boven het huidige maaiveld gerealiseerd. Het gebouw komt niet boven de watergang te liggen. Van een definltleve aanpassing van het grondwatersysteem is geen sprake. Op dit moment Is nog niet duidelljk of bronbemaling nodig is. Mocht bronbemaling aan de orde zijn dan zal dit gebeuren door eerst damwanden te plaatsen. Er zal niet geheid worden, indien nodlg zullen de palen In de grond gedrukt worden. Ultstraling van llcht uit de vergaderlocatles wordt gemlnimallseerd. Dit wordt onder andere gedaan door kleine ramen toe te passen en doordat het dak ver naar beneden toe doorloopt, met
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 7 Uw brief Uw kenmerk Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning name aan de zuidkant nabij de wjatergang. Aan de oost en westzijde evenals gedeeltelijk aan noordzijde is gebruik gemaakt van een lambrisering die naar beneden toe is gericht w/aardoor licht uitstraling wordt beperkt. Er wordt geen gebruik gemaakt van gevelverlichting. Figuur 1: Ontwikkeling Geertien. Rode arcering = bouw vergaderruimte; Blauw = huldlge parkeerplaats; Rode lljn= parkeerplaatsuitbreiding ten koste van bosschage en riet; Groene arcering = omvorming parkeerplaats naar (rietkragen met bosschages) A1.2 Doel project 'Uitbreiding parkeerplaats en bouw opslag en vergadercentrum Geertien' Het project heeft als doel bedrijfsuitbreiding mogelijk te maken. Er is gekozen voor een branche- verbreding met vergaderruimte In een nieuw bebouwingsvolume. Het idee hierachter is jaarrond bezoekers te trekken, zodat de inkomstenstroom beter wordt verdeeld en de arbeidskrachten een solide contract aangeboden krijgen. Men is nu namelijk nog te sterk aangewezen op seizoensarbeid. Meer vergaderruimte zal het selzoen verlengen en daarmee de arbeldsfilm gunstiger maken. In het nieuwe bebouwingvolume wordt vergaderruimte gecombineerd met opslag. Daarnaast wordt de parkeerplaats verbeterd en ultgebreid.
De parkeerplaats wordt geschikt en groot genoeg voor bezoekers van Geertien en tevens voor recreanten die gebrulken maken van de parkeerplaats als recreatief opstappunt. Met de reallsatie van deze goede parkeervoorzienlng wordt het probleem van foutief geparkeerde auto's in het Natura 2000-gebied en de overlast die dat met zlch meebrengt (voor omwonenden en Natura 2000 natuurwaarden) verminderd en geconcentreerd. provincie r
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning De nieuwe ontwil<l<eling op de locatie Geertien draagt op een positieve manier bij aan de doelstelling van provincie en gemeente om de recreatleve sector in Steenwijkerland te stimuleren. A1.3 Periode De vergunning wordt aangevraagd voor onbepaalde tijd. A1.4 Relevante ecologische onderzoeken Voor de beoordeling van de aanvraag Is het volgende ecologlsch onderzoek toegezonden; • Toetsing natuurwetgeving, uitbreiding parkeerplaats en bouw vergaderruimte Geertien, Muggenbeet. Eelerwoude 2 September 2013 A1.5 Aanvullende gegevens Wij hebben uw aanvraag op 3 maart 2016 ontvangen. Er zijn geen aanvullende gegevens gevraagd. Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina Uw kenmerk A2 Bevoegdheid A2.1 Gedeputeerde Staten van Overijssel bevoegd In de gewijzigde Nbwet is vastgelegd dat er altljd sprake Is van een bevoegd gezag voor Natura 2000-gebleden. Voor besluiten, die betrekking hebben op beschermde natuurmonumenten (art. 16) is de bevoegdheid ongewijzigd. Bij deze gebieden geldt dat de gedeputeerde staten van de provincie, waarin deze gebieden helemaal of grotendeels liggen, bevoegd zijn (art. 2, lid 1 en 2a, lid 1). De effecten die uw activiteit veroorzaakt beinvloeden alleen delen van het Natura 2000-gebied op het grondgebied van provincie Overijssel. HIervoor zijn wij bevoegd om te besllssen op de vergunningaanvraag.
Bij ons besluit nemen we tevens de gevolgen voor Natura 2000-gebleden mee die bulten onze provinciegrens liggen. Het gaat om gebieden in andere provlncles en/ of bulten Nederland (art. 2, zesde lid). Daarbij nemen we ook de effecten van stikstofdepositie mee als deze de grenswaarde overschrijdt. A3 Procedure De vergunningprocedure is uitgevoerd In overeenstemming met hoofdstuk VIII van de Nbwet. Daarbij zijn de relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Gedeputeerde staten van onze provincie heeft de unlforme openbare voorbereldlngsprocedure (UOV) van toepassing verklaard^ bij de procedure voor vergunningverlening op basis van de Nbwet. A3.1 Overeenstemming andere provincie De effecten van de aangevraagde actlvitelten hebben uitsluitend invloed op Natura 2000- gebieden die op ons grondgebied liggen, zodat wij bevoegd zijn om te besllssen op de vergunningaanvraag®. Overeenstemming met een andere provincie is niet nodig. ^ GS-besluit van 8 december 2015, ons kenmerk 2015/0397718 ^ Art 2 Nbwet
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning A3.2 Relevante overige besluiten Wij wijzen u erop, dat voor de door u te verrictiten activiteit, voor zover ons bekend, ook de navolgende op aanvraag te nemen besluiten nodig zijn: Naam wet en van toepassing zijnde artikel Bevoegd bestuursorgaan en adres Wet algemene bepalingen omgevlngsrecht, artikel 2.1 Gemeente Steenwijkerland, postbus 162, 8330AD Steenwijk Flora- en faunawet, artikel 75* Website Rljksdienst voor Ondernemend Nederland, Postbus 93144, 2509 AC Den Haag Vanaf 1 januarl 2017 komt de Flora- en faunawet te vervallen en wordt de soortenbescherming geregeid via de Wet Natuurbescherming. Wij zijn hiervoor het bevoegd gezag. A4 Geldende regelgeving Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 9 Uw brief Uw kenmerk A4.1 Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (PAS) Op 1 juli 2015 Is de Nbwet gewijzigd ten behoeve van het Programma Aanpak Stikstof (verder PAS). Met de wetswijziging is het programma wettelljk ingebed. Naast wijzigingen van de wet zijn tevens het Beslult grenswaarden programmatlsche aanpak stikstof (verder Besluit grenswaarden PAS) en de Regeling programmatlsche aanpak stikstof (verder Regeling PAS) in werking getreden. Dit programma is een instrument om Natura 2000-doelstelllngen te reallseren en tegelijk ruimte te scheppen voor bestaande en nieuwe economlsche ontwikkelingen.
De aanpak voorziet er in dat telkens voor een periode van zes jaar een programma wordt vastgesteld dat concrete maatregelen bevat om de stikstofdepositie terug te dringen, negatieve effecten van stikstof te voorkomen en waar nodlg natuurherstel te reallseren. Het vastgestelde PAS bevat twee sporen. Het ene spoor voorziet In landelljke brongerichte maatregelen die de emissie van stikstof reduceert. Het tweede spoor bestaat uit de gebledspeclfieke natuurherstelmaatregelen die lelden tot een verbetering van de veerkracht van de Natura 2000-gebleden. Door (eerder) vastgesteld beleid is er sprake van een trendmatige daling van stikstofdepositie. Hierdoor biedt het PAS ruimte voor economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Deze zogenaamde deposltlerulmte Is allereerst beschlkbaar voor autonome ontwikkelingen. Daarnaast is er ruimte beschlkbaar voor projecten en andere handellngen waarvan de veroorzaakte stikstofdepositie onder de grenswaarde blljft (Beslult grenswaarden PAS). Het overige gedeelte van de deposltlerulmte kan als 'ontwikkellngsrulmte' worden toegedeeld aan (deels prloritaire) projecten en andere handellngen. Dit wordt In toedellngsbesluiten, zoals een vergunning op van grond de Nbwet (art. 19d) of een omgevlngsvergunning'', vastgelegd.
A5 Vergunningplicht De aangevraagde activiteit heeft mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebleden. Het gaat daarbij om een combinatle van effecten door rulmtebeslag, verstoring (licht, geluld en optische verstoring) en de ultstoot van stikstofhoudende gassen (ammoniak, verbrandingsgassen). Er is geen sprake van een project of handeling conform een vastgesteld beheerplan. Verder is er geen sprake van bestaand gebruik (art. 1 Nbwet). De aangevraagde activiteit kan wel gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen, en significant negatieve effecten zijn op voorhand niet uit te slulten. De activiteit is vergunningpllchtlg in het kader van art. 19 Nbwet. Uit de nadere afweging moet voor het voorllggende project blijken of een vergunning kan worden afgegeven. ' Art. 47a, 47b, 47c en 47d Nbwet
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning B TOETSING Bl Inhoudelijke beoordeling Bl.l Relevante kwalificerende waarden Het project 'Uitbreiding parl<eerpiaats en bouw opslag en vergadercentrum Geertlen' is getoetst aan de effecten op de instandhoudingsdoelen van de kwalificerende vogelsoorten, habltatsoorten en habltattypen van de Natura 2000-gebieden "De Wieden' en 'Weerribben'. De betreffende Instandhoudingsdoelen zijn weergegeven In bijiage 2 en bijiage 3. Datum 02,12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 10 Uw brief Uw kenmerk Uit de omschrljvlng van de voorgenomen actlvitelten en de toetsing daaraan blijkt dat op een beperkt aantal doelstellingen van het betrokken gebied effecten te verwachten zijn. In tabel 1 Is weergegeven weike effecten kunnen optreden. Effecten op de waterhulshouding zullen niet optreden omdat er niet In watergangen gewerkt wordt. Indien er bronbemaling noodzakelijk is voor de bouw van het vergadercentrum zal er gebruik gemaakt worden van damwanden. Door het aanbrengen van halfverharding op de parkeerplaats kan het regenwater nog naar het grondwater infiltreren.
Mogelijk effect Aanlegfase Gebruikersfase Oppervlakte verlies X X Verstoring door geluid, licht en optische verstoring X X Verzurinq en vermesting X X De effecten in bovenstaande tabel hebben niet op alle betrokken vogelsoorten, dier- en plantensoorten en plantengemeenschappen (habltattypen) een effect. In deze paragraaf stellen we vast voor weIke Instandhoudingsdoelen effecten kunnen optreden. In paragraaf B1.2 beschrijven we de effecten en beoordelen we of vergunningverlening mogelijk is. Habitattypen Van de kwalificerende habitattypen kunnen alleen de habitattypen waarvoor een ultbreldlngsdoel geldt negatieve effecten ondervinden. In de omgeving van het piangebied zijn geen habitattypen aanwezig^. Daarnaast Is er een aantal kwalificerende habitattypen met een ultbreldlngsdoel. Onderbouwd moet worden waarom de locatie in potentle niet geschikt Is voor de ontwikkeling van de voor dit gebied voorgeschreven habltattypen. In dit geval gaat het om de ontwikkeling van petgaten, waarin opnieuw veenontwikkellng kan plaatsvinden c.q. de reallsatie van de uitbreidingsdoelstelling 'Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden'. Dit is een wijziging ten opzlchte van het ontwerpbesluit. Uit het Natura 2000-gebiedsbheerplan De Wieden en Weerrlbben van 23 September (Provincie Overijssel) blijkt dat de aanwezige vegetatie niet kwalificeert als 'Hoogveenbos'.
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 11 Uw brief Uw kenmerk Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Daarnaast zijn er uitbreidingsdoelstellingen voor de volgende habitattypen; • Kransw/ierw/ateren (H3140; Vochtige heide (H4010B); • Overgangs -en trilvenen (trilvenen)(7140A); • Galigaanmoerassen (H7210). Deze vier habitattypen zijn sterk afhankelijk van hoge grondwaterstanden en matig voedselrijke tot zeer voedselarme situaties. Gezien het felt dat ter plaatse sprake is van een te lage w/aterstand en een te voedselrijke situatie is reallsatie van een van deze habitattypen zonder drastisch ingrijpen (afgraven, hydrologie herstellen) hier niet mogelijk. De projectlocatie ligt ingesloten tussen de Muggenbeet en de N333. Aan de Muggenbeet zijn diverse woningen aanwezig. Het verhogen van de waterstand is van negatieve invloed op deze woningen, zeker ten aanzien van de hydrologie zijn In het Natura 2000 gebied legio alternatieve gebieden aan te wijzen waar de ultgangssituatie voor uitbrelding van een van deze habitattypen realistischer Is. Negatieve effecten op de uitbreldingsmogelijkheden van deze habitattypen zijn daarmee ultgesloten. Habltatsoorten De Meervleermuis is tijdens het natuuronderzoek aangetroffen boven de wetering. Negatieve effecten op de Meervleermuis zijn daarom niet uit te slulten.
Op basis van de voorkomende biotopen (verdroogd rietland en ontbreken waterelementen) is het piangebied voor de overige van de kwalificerende habltatsoorten niet geschikt als leefgebied. Negatieve effecten op de overige habltatsoorten zijn daarom ultgesloten. Niet Broedvogels Het piangebied bestaat naast het bebouwde gebied voornamelljk uit rietland. Dit gebied biedt een geschikt broedgebied voor de Rietzanger en de Snor. Negatieve effecten op deze soorten zijn niet uit te slulten. Voor de overige kwalificerende broedvogels die hun leefgebied in rietland hebben zoals de Grote karekiet en de Roerdomp is het gebied te klein. Bovendien hebben deze soorten open water nodig grenzend aan het rietland wat in het piangebied ontbreekt. Het gebied is verder niet geschikt als broedgebied voor de overige kwalificerende soorten, die gebonden zijn aan andere landschappen (agrarische gebieden, open/half open landschap, open water, cultuurlandschap gebied). Niet broedvogels Een groot deel van de aangewezen niet broedvogels zijn gebonden aan grotere, open wateren (Fuut, Aalscholver, Kleine zwaan, Kolgans, Grauwe gans, Smient, Krakeend, Tafeleend, Kulfeend, Nonnetje en Grote zaagbek). Binnen het piangebied is geen geschikt blotoop dat als leefgebied of foerageergebied voor een van de hierboven genoemde soorten kan dienen.
Het terreln Is daarvoor te besloten (geen zlcht op vijanden), bevat geen open water en Is sterk verrulgd door riet en struweel. Van een directe afname van leefgebied is met de nieuwe invulling dan ook geen sprake. Het aantrekkende verkeer zal geen toename van verstoring veroorzaken op de kwalificerende niet broedvogels. De weg naar Geertien Is volledig afgeschermd van 'De Wetering' door de aanwezigheid van een dichte houtsingel met goede ondergroel. De toename van het wegverkeer met 44 verkeersbewegingen per dag heeft dan ook geen negatlef effect op niet-broedvogels. Effecten op deze niet broedvogels zijn ultgesloten.
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Conclusie effectbepaling Op grond van bovenstaande kunnen (significant) negatieve effecten op de volgende soorten en habitattypen, genoemd in tabel 2, niet worden ultgesloten. Gebied Instandhoudingsdoel De Wieden Hoogveenbossen De Wieden Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden De Wieden Meervleermuis De Wieden Rietzanger De Wieden Snor Onder B1.2 wordt uw aanvraag getoetst aan de beoordellngskaders vanuit de Natuurbeschermingswet. Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 12 Uw brief Uw kenmerk B1.2 Beoordeling aangevraagd project c.q. handeling In deze paragraaf gaan we voor het Natura 2000-gebied 'De Wieden' In op de effecten op de soorten uit tabel 2. Als effecten met maatregelen voorkomen kunnen worden, leggen we dat vast In voorschriften in de vergunning. Dit wordt in onderstaande tekst gemotiveerd. Bl.2.1 Oppervlakte verlies De uitbrelding van de parkeerplaats zal ten kosten gaan van bestaand rietland. Hierbij verdwijnt het leefgebied van soorten die hier hun leefgebied hebben (Snor, Rietzanger). Daarnaast kunnen in het gebied dat onttrokken wordt geen nieuwe natuurwaarden ontwikkeld worden en als gevolg daarvan ook geen ultbreidlngsdoelen gerealiseerd worden (Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden).
Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden Het gebied dat onttrokken wordt aan het Natura 2000-gebied 'De Wieden' is eventueel geschikt om de successie In terug te zetten om nieuwe veenontwikkellng te reallseren ten gunste van het ultbreldlngsdoel 'Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden'. De beheerder van het gebied. Natuurmonumenten moet de komende tijd veel petgaten graven om de achterstand die is opgelopen In het cyclisch beheer in te halen. Het gaat In de eerste beheerplanperlode om 20 hectare per jaar'. Natuurmonumenten is op dit moment aan het zoeken naar geschlkte locatles. Enkele criteria daarbij zijn; 1) Het moet in elgendom zijn bij Natuurmonumenten 2) Het moet vrij zijn van (langlopende) pacht. 3) De locatie mag niet te ver afliggen van bestaande verlandende petgaten of trilvenen. Bossen U geeft aan dat veel van het huidige bos In het Natura 2000-gebled 'De Wieden' voldoet aan de criteria 1 en 2 en vaak ook aan criteria 3. De Wieden is aan het verbossen en met het rooien van bos wordt de successie in een keer totaal teruggezet. Het ligt dan ook voor de hand om een voorkeur te geven aan het omzetten van bos naar petgat. Op dit moment is er lets meer dan 700 ha bos in De Wieden. Er Is echter bos dat niet in aanmerklng komt om te worden gerooid.
Het gaat hierbij om: • Bossen die behoren tot het habitattype Hoogveenbos (H91D0); • Bossen die onderdeel zijn van de drie grotere boscomplexen weIke Natuurmonumenten wil reallseren. Het gaat om bossen rond de Bakkerskool, de Klaverskool en de Otterskooi; • Bossen bestaande uit een nationaal zeldzaam bostype (bijvoorbeeld Moerasvaren- elzenbroek of struweel van Laurlerwllg); • Bossen die bijzondere cultuurhlstorische waarden hebben. Update naar aanleiding van het Natura 2000 ontwerpbeheerplan De Wieden en Weerribben, 23 September 2016. Provincie Overijssel
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 13 Uw brief Uw kenmerk Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning In totaal valt er naar schatting ongeveer 400 ha bos af, waardoor 300 ha bos over blljft om op termljn om te zetten in petgaten (de gepresenteerde oppervlakten zijn onder voorbehoud, vertaling van deze criteria op de beheertypenkaart - ambitie vindt op dit moment plaats). Verlaten Rietlanden Rietlanden zullen vroeg of laat niet meer rendabel zijn om te beheren als rietland. De rietproductie is dan te ver teruggelopen. Met schrapen kunnen deze rietlanden voor een deel weer gerevitallseerd worden. De Wieden zit in de fase waarblj veel rietland te oud wordt om rendabel te beheren. Wanneer de rletsnijder niet meer verder wil met zijn rietland, is het rietland 'vrij'. Op dat moment wordt gekeken of het rietland misschien kwalificeert als habitattype. Het zal bijvoorbeeld kunnen bestaan uit 'Veenmosrietland' (H7140), 'Veenheide' (H4010) of 'Ruigten en zomen van het laagland' (H6430). In zo'n geval zal gekozen worden voor het meest optlmale beheer van dit habitattype. Een deel van de rietlanden zal niet bestaan uit kwalificerende habitattype. Deze rietlanden komen in aanmerklng om te worden omgezet tot moeras voor bijvoorbeeld broedvogels of zlj kunnen worden ingezet voor het cycllsche beheer.
Voorlopig voldoende areaal voor cyclisch beheer Naar schatting is er ten minste voor de komende jaren voldoende areaal beschlkbaar om te voldoen aan het doel om 20 ha petgat per jaar te reallseren. De achterstand in het graven van petgaten is daarna klelner geworden. Afhankelijk van de resultaten (verlanding) wordt gekeken of het areaal petgaten wat aangelegd wordt verkleind kan worden. Locatie uitbreiding parl<eerplaats Geertien U geeft aan dat de locatie waar men nu een uitbreiding heeft gepland voor de parkeerplaats, niet voldoet aan twee van de drie hierboven beschreven criteria. De locatie voldoet wel aan criterium 3: de aanwezigheid van petgaten in de naaste omgeving. Maar de locatie Is geen elgendom van Natuurmonumenten, maar van de Initiatiefnemer. Daarbij is de locatie niet vrij om opnieuw In te richten. Natuurmonumenten is op zoek naar geschlkte locatles voor de ontwikkeling van petgaten op elgen terreln en sluit terreinen in elgendom bij derden uit. Natuurmonumenten heeft meer dan 6000 ha in elgendom. Hier zitten voldoende percelen bij waarop de ontwikkeling van petgaten mogelijk is. Hlermee kan rulmschoots aan de voor dit gebied gestelde oppervlakte aan petgaten gerealiseerd worden. De locatie voor de uitbreiding van de parkeerplaats Is dan ook niet in beeld als een potentiele locatie voor een petgat.
Hlermee staat de uitbreiding van de parkeerplaats de doelstellingen die behaald moeten worden met betrekking tot behoud en uitbreiding van verschlllende Natura 2000 habitattypen die behoren tot de verlandingsreeks niet in de weg. Ons oordeel De uitbreiding van de parkeerplaats gaat ten koste van rietland. Ter hoogte van de uitbreiding van de parkeerplaats zijn geen habitattypen aanwezig Door de aanleg van de parkeerplaats is het niet mogelijk ultbreidlngsdoelen van habitattypen hier te reallseren. In uw onderbouwlng geeft u aan dat dit gebied niet geschikt is voor de ontwikkeling van het habltattypen 'Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden'. Natuurmonumenten heeft voldoende potentiele gebieden die meer geschikt zijn om de successie terug te zetten door petgaten te graven. Wij zijn het met uw conclusie eens dat de uitbreiding van de parkeerplaats niet leldt tot het niet meer halen van de ultbreidlngsdoelen voor het Natura 2000 gebied 'De Wieden'. Conclusie Significant negatieve effecten op het habitattype 'Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden' door oppervlakteverlies zijn uit te slulten omdat: De locatie is niet optlmaal voor de ontwikkeling van het habitattypen 'Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden'. De ultbreidlngsdoelen voor de habitattypen kunnen nog gerealiseerd worden.
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Rietzanger De Rietzanger prefereert als broedbiotoop rietkragen die grenzen aan open water. Dit habitat komt niet voor binnen het piangebied. U geeft echter aan dat de soort hier ook niet volledig kan worden ultgesloten. De Rietzanger komt namelijk wel In de directe omgeving in soortgelljke habitats voor (5 broedparen binnen de N333 en de weg Muggenbeet"^"). In de om te vormen rietvegetaties is de Rietzanger niet aangetroffen^^. Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 14 Uw brief Voor de Rietzanger geldt een doelstelling van "Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van tenmlnste 2000 paren In de Wieden". Op basis van de meest recente tellingen blijkt dat binnen de Wieden 3744 broedparen (territoria) zijn vastgesteld (optelling van verschlllende onderzochte deelgebieden). Dit Is mede mogelijk geworden door de recente uitbreiding van moerasvegetaties in de periode 2010-2013 langs het Giethoornse meer (oost en west) en de aanleg van oeverland t.b.v. rietvogels nabij Muggenbeet^^. Daarmee lijkt voldoende Invulling gegeven te zijn aan het ultbreiden van nieuw leefgebied en het verbeteren van bestaand leefgebied.
U geeft aan dat het verdwijnen van een beperkte oppervlakte suboptimaal leefgebied (965m^ plus een beinvloedingszone van verstoring door verkeer en menselijke activiteit) voor deze soort niet zal leiden tot een significante afname van broedbiotoop die de draagkracht voor deze soort significant aantast. Het kan hier mogelijk gaan om een afname van maxlmaal 1 broedpaar. U geeft aan dat dit op de vastgestelde 3744 territoria nihil is en niet leldt tot een verslechterend of significant negatlef effect. Uw kenmerk OnS OOrdeel De uitbreiding van de parkeerplaats gaat ten koste van suboptimaal leefgebied van de Rietzanger. De soort is hier tijdens inventarisatles niet aangetroffen. Op dit moment Is er voldoende leefgebied voor de Rietzanger aanwezig. Wij delen daarom uw conclusie dat de uitbreiding van de parkeerplaats niet leldt tot significant negatieve effecten op de Rietzanger. Conclusie Significant negatieve effecten op de Rietzanger zijn uit te slulten omdat: Het rietland dat verloren gaat suboptimaal leefgebied voor de Rietzanger is waar momenteel geen RIetzangers broeden; Er voldoende optlmaal broedgebied is voor de Rietzanger om het Instandhoudingsdoel voor de Rietzanger te behalen. Snor De Snor Is aangewezen op overjarig riet dat gedurende het broedseizoen grotendeels gemundeerd is. Binnen het piangebied komen deze rietvegetaties niet voor.
De rietvegetaties binnen het piangebied vallen's zomers snel droog en worden dan ook als suboptimaal aangemerkt als broedbiotoop. De Snor is in de directe omgeving ook niet broedend aangetroffen". Voor Snor geldt een doelstelling voor "Uitbreiding van omvang en/of verbetering kwaliteit van leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 300 paren". In de periode 2003-2005 was de omvang en kwaliteit van het leefgebied in de Wieden dusdanlg dat 319 broedparen in de Wieden konden broeden^''. Op basis van recente gegevens van natuurmonumenten (med. R. Martens, Natuurmonumenten) blijkt dat in de periode 2007-2013 Mededeling Natuurmonumenten Eelerwoude 2012 & BMP natuurmonumenten, 2007, 2013 Mededeling van R, Martens, Natuurmonumenten Eelerwoude 2012 & BMP natuurmonumenten, 2007, 2013 Werkdocument Natura 2000 De Wieden & De Weerribben, Provincie Overijssel, 2009.
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 15 Uw brief Uw kenmerk Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning totaal 593 broedparen (territoria) in het terreln hebben gebroed (optelling van verschlllende onderzochte deelgebieden). Dit is mede mogelijk geworden door de recente uitbreiding van moerasvegetaties In de periode 2010-2013 langs het Giethoornse meer (oost en west) en de aanleg van oeverland t.b.v. rietvogels nabij l^uggenbeet. U geeft aan dat met het verlies van een beperkte oppervlakte van suboptimaal rietland er geen verslechterend of significant negatlef effect optreedt op het behalen van de instandhoudingdoelen om voldoende draagkracht in het gebied te reallseren voor de Snor. T.a.v. het ultbreiden en verbeteren van leefgebied Is in de periode 2010-2013 reeds invulling gegeven door effectieve maatregelen van de terrelnbeheerder. De uitbreiding van de parkeerplaats gaat ten koste van suboptimaal leefgebied van de Snor. De soort is hier tijdens inventarisatles niet aangetroffen. Op dit moment Is er voldoende leefgebied voor de Snor aanwezig. Wij delen daarom uw conclusie dat de uitbrelding van de parkeerplaats niet leldt tot significant negatieve effecten op de Snor. Conclusie Significant negatieve effecten op de Snor zijn uit te slulten omdat: Het rietland dat verloren gaat suboptimaal leefgebied is voor de Snor.
De Snor broedt hier momenteel niet; Er voldoende optlmaal broedgebied Is voor de Snor om het instandhoudingsdoel voor de Snor Bl.2.2 Verstoring door geluld, licht en optische verstoring De uitbreiding van de parkeerplaats en de bouw van het vergadercentrum zal leiden tot een toename van de verstoring van kwalificerende soorten in de omgeving van het piangebied. Het gaat hierbij om verstoring tijdens de aanleg en het gebruik van de facillteiten. Soorten die hier hinder van kunnen ondervinden zijn de kwalificerende soorten die in en rond het piangebied voorkomen: Meervleermuis, Rietzanger en Snor. Meervleermuis U geeft aan dat boven de wetering meerdere Meervleermulzen zijn aangetroffen. In of nabij het piangebied zijn verder geen verblijfplaatsen aangetroffen. Gezien de biotoopvoorkeur en het felt dat zeer spaarzaam verlichting (lage, naar beneden toe gerichte verllchting) wordt toegepast, sluit u verslechterende of significant verstorende effecten van de ingreep uit op Meervleermuis. Ons oordeel De Meervleermuis foerageert voornamelljk boven open water. Het Is daarom van belang dat er geen sprake is van ultstraling van verlichting richting het open water, zowel tijdens de aanlegfase als tijdens het gebruik. Als dit voorkomen wordt, delen wij de conclusie dat negatieve effecten op de Meervleermuis zijn uit te slulten.
Omdat op dit moment nog niet bekend is hoe het vergadercentrum er precies uit gaat zien en wanneer en hoe de werkzaamheden worden uitgevoerd worden er voorschriften opgenomen waaraan de werkzaamheden, het vergadercentrum en de parkeerplaats moeten voldoen om negatieve effecten te voorkomen. Het gaat om de volgende voorschriften: Er mag geen bouwverlichting gebrulkt worden tijdens de bouw tijdens het vllegseizoen van de Meervleermuis (1 april tot 15 oktober). De verllchting op de parkeerplaats is niet hoger dan 4 m. De verlichting heeft strooillcht beperkende armaturen en wordt voorzlen van een beweglngsmeider. Achterop de parkeerplaats (het halfverharde deel) wordt deze beweglngsmeider alleen ingeschakeld op plekdagen; Het vergadercentrum wordt zo gebouwd en ingericht dat de verllchting van het vergadercentrum niet uitstraalt naar de omgeving. In het voorlopige ontwerp zijn hiertoe Ons oordeel
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning maatregelen opgenomen die toereikend zijn. Het definltleve ontwerp moet ter goedkeuring voorgelegd worden bij het meldpunt van provincie Overijssel (telefoonnummer; 038-425 24 23). Als het gebouw en of de parkeerplaats niet wordt gebrulkt dient de verlichting te worden ultgeschakeld; Er wordt geen gevelverlichting aangebracht. Met bovenstaande voorschriften zijn significant negatieve effecten op de Meervleermuis uit te slulten. Conclusie Significant negatieve effecten op de Meervleermuis zijn uitgesloten omdat: Er geen sprake is van verstoring door verllchting in leefgebleden van de Meervleermuis, zowel tijdens de aanleg als bij het gebruik. Rietzanger en Snor Datum Ter hoogte van de parkeerplaats en het omringende rietland Is suboptimaal leefgebied aanwezig 02.12.2016 voor de Rietzanger en Snor. U geeft aan dat de verstorende werkzaamheden bulten het Kenmerk broedselzoen uitgevoerd worden. In de toetsing is aangegeven dat de werkzaamheden tussen 2016/0517468 augustus en oktober uitgevoerd worden. U geeft aan dat daarom verstoring daarmee uitgesloten Pagina IS. 16 Uw brief Ons oordeel Zowel de werkzaamheden voor de aanleg als het gebruik van de parkeerplaats en het Uw kenmerk vergadercentrum kunnen leiden tot verstoring door llcht, geluld en optische verstoring.
Het broedseizoen van de Snor begint rond half april met de baits en nestbouw. Vanaf mei tot en met eind juli hebben de vogels nesten. De eerste twee weken van augustus hebben de vllegvlugge jongen het nest verlaten maar worden ze wel nog door de ouders verzorgd. Het broedseizoen van de Rietzanger begint net als van de Snor half aprll maar loopt tot begin September'^. Dit betekent dat de rletvegetatie ter hoogte van de parkeerplaats tussen September en 15 april verwijderd moet worden. Tenzij Is aangetoond dat er geen broedende vogels In het gebied aanwezig zijn. Doordat alle werkzaamheden bulten het broedseizoen uitgevoerd worden, zijn verstorende effecten op kwalificerende broedvogels uitgesloten. Daartoe wordt het volgende voorschrlft bij deze vergunning opgenomen: De werkzaamheden worden niet in het broedseizoen uitgevoerd (15 april tot 1 September) tenzij Is aangetoond dat er geen broedvogels In het piangebied en omgeving broeden of binnen de verstorlngsafstand van de Snor en Rietzanger (100 m^®). Het gebruik van de parkeerplaats en het vergadercentrum kan ook tot verstoring leiden. Om verstoring van licht te beperken wordt er een aantal maatregelen genomen. Hierbij gaat het om het aanpassen van verlichting (laag en naar beneden gericht), het gebruik van beweglngsmelders en een aangepaste verlichting in het vergadercentrum.
Deze maatregelen worden in voorschriften opgenomen (zle hiervoor de voorschriften bij Meervleermuis). Met deze voorschriften zijn significant negatieve effecten op de Snor en de Rietzanger te voorkomen. Conclusie Significant negatieve effecten op de Snor en de Rietzanger zijn uitgesloten omdat: Er geen werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd: - Tijdens het gebruik de uitstraling van de verlichting beperkt wordt. Natuurkalender KNNV: https://www.knnv.nl/sites/www5.knnv.nl/flles/users/delfland/rapportages/broedperioden.pdf Profieldocumenten Snor en Rietzanger, versle 1 September 2008. http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=profielen
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 17 Uw brief Uw kenmerk Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Bl.2.3 Verzuring en vermesting Stikstof lieeft een vermestend en verzurend effect waarvoor diverse planten en vegetaties gevoelig zijn. Daardoor kan (significant) effect ontstaan op voor stikstof gevoelige liabitattypen. Voor de uitbreiding van de parkeerplaats en de bouw van een vergaderruimte bij cafe Geertien te Muggenbeet zijn stikstofdeposltleberekeningen uitgevoerd. Uit de stikstofdepositieberekeningen blijkt dat er sprake is van een eenmalige geringe toename van de stikstofdepositie binnen de Natura 2000-gebieden 'De Wieden' en 'Weerribben'. Deze is groter dan de drempelwaarde van 0,05 mol N/ha/jr, maar klelner dan de (huidige) grenswaarde van 1 mol N/ha/jr. Omdat de activitelten uitgevoerd worden voor recreatleve doeleinden is het project niet meldlngsplichtlg. Negatieve effecten door verzuring en vermesting zijn uitgesloten. B1.3 Cumulatieve effecten Gelet op de bepalingen in artikel 19f van de wet dient beoordeeld te worden of een plan of project afzonderlijk en in samenhang of in combinatle met andere plannen of projecten cumulatieve effecten heeft. Onder cumulatieve effecten wordt verstaan de effecten van het voorgestelde project op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied in combinatle met de effecten van andere activlteiten en plannen.
Door het project is sprake van een beperkt verlies van leefgebied voor de Rietzanger en Snor door een beperkte afname van het areaal riet. Het gaat hierbij om suboptimaal leefgebied. De doelstellingen van beide soorten worden daarnaast rulmschoots gehaald. Binnen de plannen wordt ook weer een beperkt areaal rletvegetatie herontwikkeld. Deze rletvegetatie kan onderdeel uit maken van het leefgebied van de Rietzanger en de Snor en andere aan riet gebonden soorten, maar naar verwachting niet als broedbiotoop gezien de randinvloeden van de parkeerplaats. Ulteindelijk is er sprake van een afname van suboptimaal rietblotoop van 965m^ plus een beinvloedingszone van verstoring door verkeer en menselijke activiteit. Met de reallsatie van de natuurverbindingen 'De Weerribben - De Wieden', waarvoor een vergunning is afgegeven op 9- 11-2012 (Z-HZ_NB-2012-006149) gaat ongeveer 900m^ geschikt blotoop verloren. Deze cumulatief beperkte afname is gezien de reeds uitgevoerde realisatieprojecten In de periode 2010-2013 minimaal te noemen. De broedvogelmonitoringen laten m.b.t. de rietvogels een overwegend positief patroon zien t.a.v. de aantalsontwikkelingen, mede dankzij de realisatieprojecten. Ook door cumulatieve effecten zijn de voorgenomen werkzaamheden niet alsnog aan te merken als verslechterend of significant verstorend.
De uitbrelding van de parkeerplaats en de aanleg van het vergadercentrum wordt gerealiseerd ten zuiden van het Ecoduct 'Natuurbrug Weerrlbben-Wieden'. Omdat de uitbreiding direct tegen de aanwezige bebouwlng aan ligt en op ruime afstand van het ecoduct zal er geen effect zijn op de werking van het ecoduct. Negatieve effecten op de mlgratie bij het ecoduct zijn daarom uit te slulten. Conclusie De afname van het areaal rietland leldt ook in cumulatie met andere projecten niet tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebled 'De Wieden'.
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning B2 Zienswijzen 82.1 Bespreliing van ingediende zienswijze Het ontwerpbesluit heeft van 27 juli 2016 tot en met 7 September 2016 ter inzage gelegen. In deze periode zijn tevens Burgemeester en Wethouders van de gemeente Steenwljl<erland In de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaarte maken. Er Is een zienswijze binnengekomen. Burgermeester en Wethouders van de gemeente Steenwijkerland hebben binnen de gestelde termijn geen zienswijze ingediend. In de volgende paragrafen Is de zienswijze opgenomen. Per punt uit de zienswijze is een reactie van de provincie gegeven. B2.1.1 Zienswijzen op liet voorgenomen besluit en reactie provincie Overijssel op de zienswijzen Er is een zienswijze binnengekomen van J.A. Hanskamp (2016/0357501). De zienswijze Is opgebouwd uit: Datum 1. Aanvraag en argumenten 02.12.2016 2. Voorgeschledenis Kenmerk 3. Zlenswljze op rapport toetsing Natuurwetgeving (Eelerwoude) 2016/0517468 4, Commentaar op "Overwegingen bij het besluit" Pagina 5. SlotCOnclUSie 18 uw brief De genoemde zienswijzen onder punt 3: Zienswijze op rapport toetsing natuurwetgeving (Eelerwoude) en 4: commentaar op "Overwegingen bij het besluit" worden hier besproken. De Uw kenmerk opmerklngen die genoemd zijn onder slotconclusie zijn opgenomen voor zover dit geen herhaling betreft van de eerder opgenomen punten.
De nummering gehanteerd in de zienswijze is tussenhaakjes opgenomen in de beschrijving van de zienswijze. Na iedere zienswijze is de reactie van de provincie Overijssel opgenomen en Is aangegeven of dit heeft geleidt tot een aanpassing van het besluit. Zienswijze op rapport toetsing Natuurwetgeving (Eelerwoude) Zienswijze 1: Slordigheid Bij de inleiding staat dat 'Geertien wordt gerund door 3 gezinnen'. Slechts een gezin is geheel afhankelijk van de inkomsten van Geertien. Reactie Provincie Overijssel: dit aspect is niet van belang voor de Nbwetvergunning en heeft derhalve geen consequenties voor het voornemen de Nbwetvergunning te verlenen. Zienswijze 2 (Ad 1) Ingebracht wordt de vraag wat de recreatleve en economische meerwaarde van het plan is. Reactie provincie Overijssel (Adl): Bij de beoordeling van een aanvraag voor een Nbwetvergunning wordt getoetst of de aangevraagde activlteiten significante effecten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen die gelden voor het gebied. De economische of recreatleve waarde van een activiteit vormt geen mee te wegen grond. Deze vragen zijn derhalve niet van belang voor de beoordeling en deze zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging In het besluit. Zienswijze 3 De vraag is hoe gegarandeerd wordt dat de inrichting van de parkeerplaats met rietstroken behouden blijft en er over vijf jaar nog staat.
Reactie provincie Overijssel: De Indeling van de parkeerplaatsen Inclusief de rietstroken zijn onderdeel van het beslult. Indien de aanvrager het terrein verandert en dit negatieve effecten
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 19 Uw brief Uw kenmerk Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning kan hebben op de instandhoudingsdoelen kan hierop gehandhaafd worden. Daarbij kan de vergunnlnghouder verplicht worden het terrein In de vergunde staat terug te brengen. De zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging van het besluit. Zienswijze 4 Hoe draagt de aanvrager bij aan de optimalisatie van de faunapassage tussen De Wieden en Weerribben? En wat is de bijdrage van de parl<eerplaats aan de optimalisatie van de faunapassage. Dat de initiatiefnemer een stuk grond ter beschikking stelt voor de verkoop aan Natuurmonumenten wil niet zeggen dat ze de faunapassage optimaliseert. Integendeel, bij de uitbreiding van de parkeerplaats is er geen sprake van optimaliseren van de faunapassage. Reactie provincie Overijssel: Bij de beoordeling van een aanvraag voor een Nbwetvergunning wordt getoetst of de aangevraagde activitelten significante effecten kunnen op de instandhoudingsdoelstellingen die gelden voor het gebied. De bijdrage aan of optimalisatie van een faunapassage vormt geen mee te wegen grond voor het besluit. Ook de verkoop van een stuk grond voor de faunapassage Is geen onderdeel van de vergunningsaanvraag en is derhalve niet meegenomen in de overwegingen.
Wel is het van belang dat de uitbreiding van de parkeerplaats en de vergaderruimte geen effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden 'De Wieden' en 'Weerribben'. Voor de Weerribben gaat het hierbij om externe werking. Versterking van diverslteit door uitwisseling Is hierbij een belangrljk punt. De vergaderlocatie en de uitbreiding van de parkeerplaats van Geertien liggen op rulm 150 m afstand van de faunapassage. De parkeerplaats ligt in het verlengde van een aantal gebouwen waar er al een barriere is voor kwalificerende soorten van zowel het Natura 2000-gebied 'De Wieden' als de 'Weerribben'. De faunapassage Is met name van belang voor de habltatsoorten en in het bijzonder de Grote vuurvlinder. Voor vissen (BIttervoorn, Grote modderkruiper en Kleine modderkruiper) en de Meervleermuis wordt mlgratie niet verslechterd door de uitbrelding van de parkeerplaats. Er gaan geen watergangen verloren die als leefgebied voor deze soorten kunnen dienen. Voor de andere soorten wordt In aansluiting op de faunapassage leefgebied ingericht ten zuid-oosten van Geertien. De verbindingsstroom die hier ontstaat is breed genoeg om als leefgebied te dienen. Negatieve effecten op de mitlgatie van deze soorten door de uitbreiding van de parkeerplaats bij Geertien is daarom uitgesloten. Deze zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging in het besluit.
Zienswijze 5 (Ad 2) Aangegeven is dat er in het verleden illegale uitbreidingen van de parkeerplaats hebben plaatsgevonden en dat het habitattype 'Hoogveenbos' op de rand van de parkeerplaats in 2016 gekapt is. Reactie provincie Overijssel (Ad 2): Bij de beoordeling voor een Nbwetvergunning wordt alleen de aanvraag beoordeeld. Hierbij wordt gekeken of significant negatieve effecten kunnen optreden. Voor handellngen waar mogelijk sprake Is van een overtreding kan het beste direct een melding gemaakt worden zodat hier handhavend opgetreden kan worden (dit kan bij het In voorschrlft 1 genoemde meldpunt). De kartering van de bosschage als hoogveenbos is gebaseerd op verouderde gegevens. In de actuele habitatkaart zoals opgenomen in het Ontwerpbeheerplan van de Wieden en de Weerribben is de betreffende bosschage niet meer gekarteerd als hoogveenbos. De bosschage bestaat uit wilgenbroekstruweel, wat geen kwallficerend habitattype is. Er is dus geen 'hoogveenbos' gekapt. Voorschrlft 10 waarin Is aangegeven dat er geen vegetatie verwijderd mag worden ter hoogte van het 'hoogveenbos' is daarom verwijderd. De aanvrager moet echter bij de werkzaamheden binnen de contouren blljven zoals in de aanvraag is ultgewerkt.
Als de aanvrager hier vanaf wil wijken zal de aanvrager moeten aantonen dat er geen effecten zijn op de Instandhoudingsdoelen en is mogelijk een wijziging van de vergunning noodzakelijk. De zienswijze heeft er toe geleid dat voorschrlft 10 is komen te vervallen. Ook is de tekst in paragraaf Bl.2.1 Oppervlakte verlies onder de subkop 'ons oordeel' aangepast in overeenstemming met bovenstaande.
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning In het Natura 2000 ontwerpbeheerplan De Wieden en Weerribben^^ Is de aanwezigheid van het bedrijf Geertien inclusief de aanwezige parkeerplaatsen getoetst op aanwezige effecten op het Natura 2000-gebied 'De Wieden'. meruit is gebleken dat er geen significant negatieve effecten zijn op de Instandhoudingsdoelen. De uitbreiding van de parkeerplaats is in deze overwegingen getoetst aan effecten op de instandhoudingsdoelen. Uit deze toetsing is naar voren gekomen dat significant negatieve effecten zijn uitgesloten. Zienswijze 6 (Ad 2.2) De vraag wordt gesteld of er daadwerkelijk een uitbreiding van de parkeerplaats noodzakelijk is tot 150 auto's en 2 touringcars. Dit omdat veel gasten met de fiets, wandelend of per boot komen en er voldoende opstapplaatsen in de omgeving zijn waar mensen hun auto kunnen parkeren. Bij verschillende van deze opstapplaatsen zijn ook voorzieningen aanwezig en deze zijn gelegen aan de rand van het Nationaal Park Wieden en Weerribben en niet in Natura 2000-gebied. De gehanteerde CROW normen zouden daarom niet van toepassing zijn voor Geertien.
Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 20 Uw brief Uw kenmerk Reactie provincie Overijssel (Ad 2.2); Bij de beoordeling van een aanvraag voor een Nbw vergunning wordt getoetst of de aangevraagde actlvitelten significante effecten kunnen op de instandhoudingsdoelstellingen die gelden voor het gebied. De noodzaak van een activiteit vormt geen mee te wegen grond. De aanvraag kan Ingegeven worden door wettelijke eisen uit andere regelgeving. Deze vragen zijn derhalve niet van belang voor de beoordeling en deze zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging in het besluit. Zienswijze 7 (Ad 2.2.2) De reallsatie van de vergaderruimte op het land gaat ten koste van nog meer bestaande parkeerplaatsen waardoor er meer Natura 2000-gebied opgeofferd moet worden om omgevormd te worden tot parkeerplaatsen. Reactie provincie Overijssel (Ad 2.2.2); De bouw van de vergaderruimte is aangevraagd voor de locatie op land. Dit is daarom de situatie die beoordeeld is. Uit de beoordeling komt dat significant negatieve effecten zijn uit te siuiten. De zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging in het besluit. Zienswijze 8 (Ad 2.2.3) Aangegeven is dat niet duidelljk is of er een vergaderruimte of opslagplaats wordt gerealiseerd. Door deze onduidelijkheid zou er geen besluit genomen kunnen worden.
Reactie provincie Overijssel (Ad 2.2.3): Het gebouw zal zowel de functle als vergaderruimte en opslagplaats vervullen. Voor zover er onduidelijkheid is over de inrichting is er uit gegaan van een worstcase situatie in de beoordeling. Dit betekent dat er voor de effectbeoordeling vanuit is gegaan dat het gebouw verwarmd is (stikstofdepositie) en verllcht (verstoring door llcht). Uit deze beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten zijn uit te siuiten. Bij de bouw van de vergaderlocatie moet men zorgen dat de effecten niet groter zijn dan in de aangevraagde situatie. Hiervoor zijn voorschriften opgenomen in het besluit. De zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging van het besluit. Natura 2000 ontwerpbeheerplan De Wieden en Weerribben, 23 September 2016. Provincie Overijssel.
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 21 Uw brief Uw kenmerk Zienswijze 9 (Ad 2.2.4) De verlteersoverlast op de Muggenbeet door auto's die in de bermen parlteren is gecreeerd door Geertien doordat de grasbermen in de loop van de jaren verhard zijn met wegenasfalt. De omwonende hebben zich verzoend met de overlast tijdens de piekdagen. De bewoners zijn er zelfs aangewend dat er buiten de piekdagen in de berm wordt geparkeerd. Bijzonder dat de opsteller van het rapport zich hier voor het eerst uitspreekt over de overlast voor Natura 2000-waarden. Reactie provincie Overijssel (Ad 2.2,4); De parkeerproblemen langs de weg vallen buiten de aanvraag. Dit onderdeel vormt daarom geen onderdeel van de toetsing aan de Nbwet, Indien hier een parkeerverbod geldt kan dit gemeld worden bij de politie, Zienswijze 10 (Ad 4.1) De handellngen in het verleden, waaronder ruimtelijke ingrepen, uitgevoerd door de families de Rooy en Gorte zijn niet conform wat verwacht wordt vanuit de zorgplicht.
Hierbij gaat het om de volgende activlteiten: • Ultbreiden van parkeerplaats tot in Natura 2000-gebied; • Het verwijderen van zwaluwnesten in de broedtijd in 2014; • Het ultbaggeren van een petgat tijdens de broedperiode waar onder andere nesten van de rietzanger aanwezig waren; • Het verwijderen van bosschages ter hoogte van het 'Hoogveenbos in maart/april 2016. Reactie provincie Overijssel (Ad 4,1): De zorgplicht komt voort uit de Flora-en faunawet. Deze vormt geen toetsingskader vanuit de Nbwet. Indien er sprake is van overtredlngen van de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet kan dit het beste direct gemeld worden zodat hierop gehandhaafd kan worden. • Voor de uitbreiding van de parkeerplaats zle de reactie op zienswijze 5 (Ad 2). • Het verwijderen van zwaluwnesten in de broedtijd Is in strijd met de Flora- en faunawet. De Flora- en faunawet is echter geen onderdeel van de Nbwetvergunning. Indien er sprake is van een overtreding van de Flora- en faunawet (of vanaf 1 januarl 2017 de Wet Natuurbescherming) dient dit gemeld te worden bij de het bevoegd gezag (zle paragraaf A3.2) dan kan er handhavend opgetreden worden. • Het ultbaggeren van een petgat is geen onderdeel van de NBwet aanvraag en daarom ook niet getoetst. Wel moeten werkzaamheden die effecten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen getoetst worden aan de Nbwet.
• Voor de kap van het bosschage aangemerkt als 'hoogveenbos' zle de reactie op zienswijze punt 5 (Ad 2). De zienswijze over de kap van de bossage heeft geleid tot een wijziging in het besluit, zle hiervoor punt 5 (Ad 2). De overige punten hebben niet geleid tot een wijziging In het beslult. Zienswijze 11 {Ad.4.2) In het rapport wordt aangegeven dat het piangebied ligt in het Natura 2000-gebied 'De Wieden'. Het piangebied ligt echter op de essentiele verbindingsstrook tussen de Wieden en de Weerribben. Er zijn vele miljoenen geinvesteerd om de ontwikkeling van de natuur zo optlmaal mogelijk te maken, waarblj het 'nee, tenzij'- princlpe zonder uitzondering gehandhaafd dient te worden. Reactie provincie Overijssel (Ad 4.2); Het'nee, tenzij'- princlpe komt voort uit de ecologische hoofdstructuur en is geen toetsingskader vanuit de Nbwet. Deze zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging In het besluit. provincie
Natuurbeschermingswet; aanvraag vergunning Datum 02.12.2016 Kenmerk 2016/0517468 Pagina 22 Uw brief Uw kenmerk Zienswijze 12 (Ad 4.3) EHS-toetsing. "in principe zijn er geen ontwildcelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten". Weinu deze voorwaarden zullen zeker van toepassing moeten zijn op een piangebied in de verbindingsstrook 'Wieden- Weerribben'. Een verbindingsstrook is een van de kernpunten in de EHS. Reactie provincie Overijssel (Ad 4.3): Dit punt gaat in op de EHS. De EHS is geen toetsingskader vanuit de NBw/et. Deze zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging in het besluit. Zienswijze 13 (Ad 5) Methode: Eelerwoude heeft een natuuronderzoek uitgevoerd t.b.v. de natuurverbinding de Wieden en de Weerribben op 25 oktober 2012. Er zijn veel ontwikkelingen ten positieve geweest en er zijn veel natuurwaarden veranderd. Dit blijkt ook uit het Europese Diploma voor Natuur. Je kunt stellen dat alle waarnemingen van 2012 zeer verouderd zijn en dat paragraaf 6 Flora- en Faunaonderzoek, op geen enkele manier nog relevant en actuele informatie geeft. Deze gegevens kunnen daarom ook niet in paragraaf 7 worden gebrulkt. Reactie provincie Overijssel (Ad 5): De toetsing aan de Flora- en faunawet is geen onderdeel van de Nbwet en wordt daarom niet meegenomen.