CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b. 210521 Bouwsteen Netwerk RES 1.0 West-Overijssel.pdf

Politieke Markt 15 juni 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: RES 1.0 West-Overijssel15.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarom volgen we (o.a. in TVW en RES) de lijn: zet groengas daar in waar alternatieven financieel en/of technisch niet haalbaar zijn. Hybride warmtepompen: 'no regret' waar warmte, all-electric niet mogelijk Hybride warmtepompen kunnen een belangrijke rol spelen in de omschakeling naar een duurzame warmtevoorziening, met name in buurten met woningen die zich niet goed lenen voor warmte(netten) of een all-electric warmtevoorziening. De hybride warmtepomp kan een rol spelen in het behalen van de CO2- doelstellingen. Zeker op plekken waar op korte termijn een overgang naar all- electric of warmte niet mogelijk is en waar nu al een gasnet ligt. Een combinatie tussen groen gas en een hybride warmtepomp leidt ertoe dat meer huishoudens gebruik kunnen maken van groen gas. Het verdient aanbeveling om de potentie van hybride warmtepompen verder uit te werken.

Impact op gasnet Visie op inzet warmte vanuit de netbeheerder (2) 32 (Houtige) biomassa: houd rekening met alternatieve routes Er is veel discussie over de inzet van biomassa. Biomassa is een breed begrip. Op dit moment gaat de discussie vooral om de inzet van houtige biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte. Kernvraag is of de inzet van houtige biomassa nog als duurzaam gezien mag worden. Hierin spelen twee argumenten, de kans op roofbouw en de vraag of de netto CO2 emissie van biomassa op de termijn van 2030 wel voldoende wordt gecompenseerd door nieuwe aanplant. Daar waar in regionale warmtevisies en Transitievisies Warmte nog wordt gerekend op de inzet van houtige biomassa zal rekening moeten worden gehouden met alternatieve routes. Voor de inzet van overige biomassa in bijvoorbeeld biobrandstoffen en de route naar groengas speelt deze discussie nu overigens niet. Waterstof: geen oplossing tot 2030, wel kansen voor langere termijn De komende jaren zijn de mogelijkheden van de toepassing van waterstof nog hoogst onzeker. Daarom houden de netbeheerders hier in het bepalen van de netimpact vooralsnog geen rekening mee. Daarom is ons standpunt dat de inzet van waterstof als oplossing voor de warmtevoorziening in woningen en gebouwen tot 2030 niet aan de orde is en dus ook niet thuishoort in een Transitievisie Warmte als oplossing voor de periode tot 2030.

Wel werken we aan enkele pilots om de kansen op langere termijn te onderzoeken. Warmtenetten inzetten in verstedelijkt gebied, bij voorkeur publiek beheerd Met de grootschalige uitrol van warmtenetten als belangrijk alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving, worden warmtenetten onderdeel van de vitale energie infrastructuur van Nederland. Dit maakt de aanleg van deze infrastructuur in de openbare ruimte een publieke aangelegenheid. Het is de visie van Enexis dat gemeenten en hun inwoners, net als bij het elektriciteits- en gasnet, kunnen rekenen op een publieke partij voor de aanleg en het beheer van warmte infrastructuur. Warmtenetten kunnen rendabel worden ingezet in stedelijk gebied (wijken en buurten met veel verdichting en hoogbouw).

6. Conclusies en aanbevelingen Conclusies en aanbevelingen Belangrijke overwegingen om mee te nemen (1) 34 Netimpact van de RES 1.0  Op 12 stations is nu een knelpunt. Er ontstaat op 3 stations een knelpunt voor 2025 en op 3 stations na 2025.  De knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op de HS/MS-stations van Enexis en/of op het hoogspanningsnet van TenneT. Conclusies op netimpact Enexis en RENDO Om de knelpunten, die ontstaan door het RES-bod, op te lossen zijn investeringen door Enexis en RENDO nodig.  Op 12 stations zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk. Voor deze stations geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis en RENDO pas benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT.  Voor de stations Olst en Vollenhove staan al uitbreidingen gepland (door Enexis) die aansluiting van het RES-bod mogelijk maken. Daarnaast staan op de stations Coevorden, IJsselmuiden, Raalte, Steenwijk, Vroomshoop en Zwolle Hessenweg uitbreidingen gepland (door Enexis) die aansluiting van een deel van het RES-bod mogelijk maken.  De stations Deventer Bergweide en Meppel zijn lastig uit te breiden door ruimtegebrek en toegankelijkheid voor extra kabels.

Voor het totaal van de stad Deventer is een studie opgestart om te kijken wat er mogelijk is, hier wordt bijvoorbeeld gekeken naar het verplaatsen van grootschalige opwek naar Deventer Platvoet of de mogelijkheden een nieuw station te stichten.  2 nieuwe HS/MS-stations moeten worden gerealiseerd. De haalbaarheid van de RES is afhankelijk van de realisatie van deze stations.  Voor een station ten noorden van Meppel vinden er momenteel reeds gesprekken plaats tussen TenneT, Enexis en de gemeenten.  Er wordt onderzocht of uitbreiding van station Zwolle Hessenweg mogelijk is op een nieuw te stichten station vlakbij bestaande het bestaande station Hessenweg.  Door het realiseren van deze nieuwe stations worden knelpunten op de stations Meppel en Zwolle Hessenweg opgelost. Ook voor de naburige stations bieden nieuwe stations uitkomst.  Het combineren en verplaatsen van zoekgebieden kan investeringen beperken. We zien dat er een aantal stations moet worden uitgebreid om een relatief kleine vermogens aan te sluiten. Door het verplaatsen en combineren van zoekgebieden kunnen deze uitbreidingen wellicht voorkomen worden. Op de volgende pagina wordt dieper ingegaan op de situatie op de stations en de mogelijkheden.  Er zijn voor deze doorrekening nog onvoldoende specifieke locaties aangewezen voor plaatsing van grootschalige opwek.

Een volledig beeld van de locaties van duurzame opwek is van groot belang voor het bepalen van de netimpact. Voor het verdere proces wordt daarom aangeraden samen te werken aan het verder concretiseren van het RES-bod en de locatie hiervan. Conclusies en aanbevelingen Belangrijke overwegingen om mee te nemen (2) 34 Aanbevelingen op netimpact Enexis en RENDO  Clustering van projecten. Door clustering van projecten, zijn deze van voldoende omvang om direct aangesloten te kunnen worden op een HS/MS- station. Dit schept bovendien meer ruimte op de onderliggende netten.  Ruimte vrijhouden voor netuitbreidingen. Het is in de meeste gevallen niet verstandig om de ruimte direct aangrenzend aan stations te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen. Bij uitbreidingen van stations is deze ruimte mogelijkerwijs nodig, bijvoorbeeld om extra kabeltracés te kunnen realiseren. Het vergeven van deze ruimte kan daarom een beperkend effect hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van een station. MS- en MS/LS-stations staan veelal in woonwijken staan. Het is daarom aan te bevelen het ‘snippergroen’ in de wijken te behouden, om zo de uitbreidmogelijkheden van deze stations niet te beperken.  Het bouwen van een nieuw station is een langdurig proces. Men dient rekening te houden met het vergunningenproces vanuit een gemeente.

Het dringende advies van de netbeheerders aan overheden is om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur. Conclusies en aanbevelingen op netimpact TenneT De gehele netimpactanalyse van TenneT is te vinden in de Bijlagen ‘Netimpact TenneT’. Deze analyse is gebaseerd op cijfers van de concept-RES maar geeft ook een goed beeld van de impact van het RES 1.0 bod.  De concept-RES-opgave is voor West-Overijssel groter dan de opgave in het IP2020. Door aanpassingen op de diverse stations wordt in de komende jaren het West-Overijsselse deel van het 110 kV-net gescheiden van de 110 kV- netdelen Hengelo en Zuid-Drenthe. Hierdoor ontstaan kleinere deelnetten (pockets), die door het stations Zwolle Hessenweg 220/110 kV is verbonden met het 220/380 kV-netvlak. Hierdoor kan duurzaam opgewekte stroom, die niet in de regio zelf wordt gebruikt, snel worden afgevoerd en worden voorziene overbelastingen op station Hessenweg gemitigeerd.  Om de concept-RES te faciliteren (die zoals genoemd groter is dan de opgave uit het IP2020) is het nodig dat, additioneel aan de al in realisatie en in studie zijnde projecten, er een verbeterde pocket-structuur ontwikkeld wordt waardoor de druk op het koppelpunt Hessenweg verder wordt verlicht.

TenneT en Enexis hebben samen diverse netvisies ontwikkeld, die alle als doel hebben om vóór 2030 de RES-opgave van West-Overijssel te faciliteren. Welke van deze netvisies gerealiseerd wordt, welke investeringen dit eventueel nog met zich meebrengt en of deze daadwerkelijk vóór 2030 kunnen worden gerealiseerd is mede afhankelijk van de in studie zijnde projecten. Aanbevelingen Vervolgstappen 36 Wat gaan we samen doen richting RES 2.0?  We werken verder richting een integrale doorrekening:  Meer aandacht voor gas, waterstof, warmte  Meer aandacht voor andere sectoren (landbouw, industrie, mobiliteit, datacenters en gebouwde omgeving)  De nieuwe inzichten uit RES 1.0 helpen, nu we de feiten beter kennen, om beter samen te werken en constructief het overleg aan te gaan waar ontwikkelingen gefaciliteerd kunnen worden, en waar met welke prioriteit uitbreidingen gedaan kunnen en moeten worden. Zowel door Enexis en RENDO als TenneT. Dit zal ook een goede basis vormen voor het integraal plannen. We gaan samen aan de slag om de locaties voor grootschalige opwek en uitbreidingen van infrastructuur, te concretiseren en realisaties te plannen in de tijd.

? ? ? Van RES-gebied – situatie nu Naar RES-gebied – gewenst ! ! ! > zekerheid > concreetheid Programmering van de RES, naar meer concreetheid en zekerheid Proces-gerelateerde aanbevelingen voor het vervolg  Onze investeringsplannen worden gebaseerd op deze RES doorrekeningen. We willen nadrukkelijk aanbevelen om enkel projecten te vergunnen die ook vastgelegd zijn in de RES. Door andere projecten ook te vergunnen (die wij ook moeten aansluiten), kan het RES bod wellicht later niet haalbaar meer zijn  De tijd om stations te bouwen/uit te breiden loopt niet synchroon met het aansluiten van duurzame initiatieven. De netbeheerders opteren ervoor om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven voor duurzame energieproductie gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur. Neem uitbreiding en aanleg van energie-infrastructuur, ten behoeve van de energietransitie, mee in omgevingsvisies en -plannen van gemeenten.  Onderling overleg en afstemming is essentieel om het RES-bod te behalen. Stem initiatieven voor opwek af met Enexis, RENDO, TenneT, tussen de partijen betrokken bij de formulering van het RES-bod, met buur-RES-regio’s en binnen gemeenten, waarbij er samen gezocht wordt naar mogelijkheden en oplossingen. Samen maken we de plannen concreet, gaan we op zoek naar passende locaties en programmeren we de plannen in de tijd.

Hiervoor is specifiekere duiding van de locaties voor duurzame opwek van cruciaal belang. RES 1.0 Integraal plannen Investerings- plannen 7. Bijlagen Bijlagen – Inhoud A. Disclaimer B. Netimpact TenneT C. Detailinformatie aangeleverde gegevens D. Het belang van een integraal beeld E. Landelijke sectorale ontwikkelingen F. Bronnen G. Afkortingen, eenheden en terminologie

Disclaimer 39 Dit document is met zorg samengesteld ten behoeve van de ontwikkeling van de RES. Het is van belang een aantal zaken in acht te nemen bij het lezen van dit document:  Bij de impactbepaling is voornamelijk gefocust op de impact op de HS/MS-stations. Uitbreidingen van deze stations gaan gepaard met hoge kosten, lange doorlooptijden en voor nieuwe stations ook een groot ruimtebeslag. Er is hierbij rekening gehouden met de huidige situatie op deze stations. Dedoorrekening is dus een momentopname in een energiemarkt die volop in beweging is. Bij de impactbepaling zijn de plannen van de omliggende RES-regio’s mee genomen, deze kunnen namelijk ook impact hebben op de HS/MS-stations in en rondom de regio. Hiervoor is gebruik gemaakt van de concept-RES-biedingen van aangrenzende regio’s.  Dit document bevat een globale indicatie van de effecten van het RES-bod op drie aspecten: tijd, ruimte en kosten. Door dit globale karakter worden diverse onderwerpen niet meegenomen, bijvoorbeeld de belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net. Dus het kan blijken dat er aanvullende netinvesteringen nodig zijn en dat de impact op de ruimte groter is. Bij de terugkoppeling op het aspect tijd is alleen rekening gehouden met de individuele projectdoorlooptijden, terwijl hierbij veel onderlinge afhankelijkheden bestaan.

 Voor de impactbepaling is gebruik gemaakt van alle gegevens zoals weergegeven in de sectie ‘Aangeleverde gegevens’. Daarbij is 2019 gebruikt als het zogenoemde basisjaar, waarvoor de gegevens zijn aangeleverd door CE Delft en Generation.Energy in opdracht van NP RES. Voor meer informatie zie: Back-up Data Doorrekening RES Netbeheerders, Verantwoording Bronnen en Methoden, Versie 1.0 – 29 Oktober 2019. Enexis draagt geen verantwoordelijkheid voor de back-up gegevens of de aangeleverde gegevens door de regio.  De impact is beoordeeld vanuit de huidige wet- en regelgeving. Er is bij de impactbepaling wel rekening gehouden met het toekomstig gebruik van de zogenoemde ‘vluchtstrook’ (N-0 situatie). Deze maatregel kan helpen om de realisatie van de ambities mogelijk te maken of te versnellen, meer informatie hierover is te vinden in het NBNL ‘Position Paper voor het Rondetafelgesprek over Netcapaciteit’.  Bij de impactbepaling is rekening gehouden met het toepassen van curtailment (‘aftoppen’ van pieken) van zonne-opwek. Dit wordt in de praktijk vaak toegepast omdat dit resulteert in kostenbesparing voor de klant. Voor zowel zon op land als grootschalige gebouw-gebonden zon is rekening gehouden met 30% curtailment. Het aftoppen van zonneprojecten wordt ondersteund door zowel netbeheerders als de zonenergiesector in het convenant Stroom Betaalbaar op het Net.

 Het bestaand opgesteld vermogen wordt meegenomen om het totaal opgesteld vermogen vast te stellen. Hiermee wordt door PBL berekend of het nationale doel om tenminste 35 TWh grootschalig hernieuwbaar op land in 2030 gerealiseerd te hebben, wordt gehaald. Recentelijk zijn de concept-RES’en ook geapprecieerd door PBL, zie: ‘Regionale Energie Strategieën. Een tussentijdse analyse, PBL, juni 2020.’  Enexis geeft met het delen van deze informatie inzicht en advies t.b.v. de ontwikkeling van de RES, niets in dit document worden gezien als het geven van een positieve transportindicatie. Enexis aanvaart geen aansprakelijkheid voor enige schade die direct of indirect ontstaat als gevolg van (het oneigenlijk) gebruik van de kaarten en informatie. Aan de informatie in dit document kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Neem voor specifieke ontwikkelingen, ambities en projecten altijd contact op met Enexis voor de meest actuele informatie. Oktober 2020 C1 - Publieke Informatie Oktober 2020 C1 - Publieke Informatie Netimpactanalyse concept-RES'en 110 kV-deelnet Overijssel-Noordoostpolder TenneT TSO Oktober 2020 Oktober 2020 C1 - Publieke Informatie Netimpactanalyse door TenneT • In de zomer van 2020 heeft TenneT de netimpact bepaald van alle concept-RES-sen, waarvan de regionale netbeheerders tot die tijd één of meer doorrekeningen hadden gedaan.

De impactbepaling is uitgevoerd per hoogspanningsdeelnet. Dit is een deel van de 110/150kV-netten, dat qua bedrijfsvoering als een aparte entiteit kan worden beschouwd en dat geografisch meestal één of twee provincies omvat. • De regionale netbeheerders hebben aan TenneT de gegevens ter beschikking gesteld, die zij hebben ontvangen van de betreffende RES-regio’s. • Als de RES-regio aan de regionale netbeheerder had gevraagd om meer dan één scenario door te rekenen, heeft de regionale netbeheerder de gegevens aan TenneT overlegd, die conform het uiteindelijke concept-RES-scenario waren of daar zo dicht mogelijk bij in de buurt lagen. • TenneT heeft de ontvangen gegevens vergeleken met de uitgangspunten voor het Investeringsplan Net op land 2020-2029 (hierna: IP2020), dat TenneT op 1 oktober 2020 heeft gepubliceerd. In dit IP is niet uitsluitend rekening gehouden met de ontwikkeling van duurzame opwek op land, maar óók met verwachte ontwikkelingen op het gebied van wind op zee, industrie en mobiliteit. Daar waar de concept-RES-gegevens daar aanleiding toe gaven zijn aanvullende berekeningen gedaan. • De uitkomsten van de analyses van de regionale netbeheerders en TenneT sluiten soms niet naadloos op elkaar aan. Hierover is nog nadere afstemming nodig tussen de netbeheerders. • In deze rapportage wordt eerst ingegaan op de projecten, die in het IP2020 zijn opgenomen.

Dit zijn projecten, die in de realisatiefase zijn, dan wel in de basisontwerpfase, dan wel in de studiefase. Daarna wordt de netimpact van de concept-RES besproken in relatie tot de projecten – en de daaraan ten grondslag liggende voorziene knelpunten in het net – uit het IP2020. • TenneT heeft in het najaar van 2020 nieuwe gegevens ontvangen van de regionale netbeheerders. Dit zijn gegevens van de RES 1.0 scenario’s van de RES’regio’s. TenneT heeft deze cijfers vergeleken met de gegevens uit de concept-RES scenario’s en heeft voor de onderhavige RES-regio geconstateerd, dat de veranderingen in de data niet tot wezenlijke verandering leiden van de voorziene impact op het hoogspanningsnet. De voorliggende rapportage geeft daarom óók een goed beeld van de impact van het RES 1.0 scenario op het hoogspanningsnet. 41 Oktober 2020 C1 - Publieke Informatie 220/380 kV-projecten: Studie naar de opwaardering transportcapaciteit 380 kV-verbinding Zwolle- Hengelo naar 2 x 2.635 MVA. Beoogde opwaarderen transportcapaciteit 380 kV-verbinding Ens-Zwolle naar 2 x 2.635 MVA. Studie naar capaciteitsuitbreiding verbinding Lelystad-Ens met extra circuit. Studie naar vergroten 380-220 kV- transformatorcapaciteit in Ens.

110 kV-deelnet Overijssel-Noordoostpolder Belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 119 120 12 31 5 Studie Basisontwerp Realisatie 121 122 123 124 125 126 3 19 21 3 5 19 21 42 Oktober 2020 C1 - Publieke Informatie 110 kV-projecten: Opwaarderen ring Enschede Seriespoelen plaatsen ter ondersteuning van balancering in het net Netsplitsing t.b.v. isoleren 2 koppelstations om doortransporten te elimineren Aanpassingen op station Hengelo Oele (e.o.) t.b.v. splitsing van de netdelen Extra kabelverbinding tussen Almelo Mosterdpot en Hengelo Weideweg i.v.m. 100 MW criterium na netsplitsing. Geografische netverdeling recht trekken t.b.v. extra transportcapaciteit productie 4e transformator op station Hengelo Oele 4e transformator op station Zwolle Hessenweg 110 kV-deelnet Overijssel-Noordoostpolder Belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 119 120 12 31 5 Studie Basisontwerp Realisatie 121 122 123 124 125 126 3 19 21 119 120 121 122 123 124 125 126 43 Oktober 2020 C1 - Publieke Informatie Concept-RES-opgave Noordoostpolder (Flevoland): In de concept-RES-opgave voor de Noordoostpolder (NOP) is rekening gehouden met 570 MWp zon; dit is hoger dan waarmee in het IP2020 gerekend is. Vanuit het IP2020 is een project geïnitieerd voor een extra verbinding tussen station Luttelgeest Kalenbergerweg en Emmeloord Zuidervaart.

Realisatie van dit project is nodig voor de duurzaamheidsopgave in het oostelijke deel van de Noordoostpolder. De investeringen van Luttelgeest naar Emmeloord zijn te voorkomen door duurzame opwek aan te sluiten op station Emmeloord Zuidervaart. Bij de huidige concept-RES-opgave kan de combinatie van hoge zon- en windproductie leiden tot knelpunten op de transformatoren van Ens. Dit kan voorkomen worden door zon- en wind op één aansluiting aan te sluiten en daarbij de invoeding af te toppen op de zeldzame momenten waarop de pieken van zon- en windproductie samenvallen (cable-pooling). Met de kennis van nu en met medewerking van alle partijen om de netimpact van de RES te beperken ziet het er naar uit, dat de concept-RES-opgave voor de gemeente Noordoostpolder in 2030 door TenneT kan worden gefaciliteerd. Netimpact concept-RES 110 kV-deelnet Overijssel-Noordoostpolder (1) 44 Oktober 2020 C1 - Publieke Informatie Concept-RES-opgave West-Overijssel: De concept-RES-opgave is voor West-Overijssel groter dan de opgave in het IP2020. Door aanpassingen op de diverse stations wordt in de komende jaren het West-Overijsselse deel van het 110 kV-net gescheiden van de 110 kV-netdelen Hengelo en Zuid-Drenthe. Hierdoor ontstaan kleinere deelnetten (pockets), die door het stations Zwolle Hessenweg 220/110 kV is verbonden met het 220/380 kV-netvlak.

Hierdoor kan duurzaam opgewekte stroom, die niet in de regio zelf wordt gebruikt, snel worden afgevoerd en worden voorziene overbelastingen op station Hessenweg gemitigeerd. Om de concept-RES te faciliteren (die zoals genoemd groter is dan de opgave uit het IP2020) is het nodig dat, additioneel aan de al in realisatie en in studie zijnde projecten, er een verbeterde pocket-structuur ontwikkeld wordt waardoor de druk op het koppelpunt Hessenweg verder wordt verlicht. TenneT en Enexis hebben samen diverse netvisies ontwikkeld, die alle als doel hebben om vóór 2030 de RES-opgave van West-Overijssel te faciliteren. Welke van deze netvisies gerealiseerd wordt, welke investeringen dit eventueel nog met zich meebrengt en of deze daadwerkelijk vóór 2030 kunnen worden gerealiseerd is mede afhankelijk van de in studie zijnde projecten. Netimpact concept-RES 110 kV-deelnet Overijssel-Noordoostpolder (2) 45 Oktober 2020 C1 - Publieke Informatie Concept-RES-opgave Twente: Regio Twente is van oudsher een verbruik gedreven regio. In deze regio vinden op dit moment de nodige netwijzigingen plaats (de projecten 122, 123, 125). Daarnaast staat er ook een project in de planning ten gevolge van stijging van verbruik in de regio Enschede (project 119) De concept RES-opgave van opwek kan daardoor op veel van de stations zonder additionele netverzwaringen geschieden.

Enkel de opgave rondom Tubbergen en Vroomshoop kan met het huidige netwerk niet gefaciliteerd worden. Additioneel aan het IP2020 zijn opwaarderingen nodig op de bestaande hoogspanningslijnen tussen Almelo, Vroomshoop en Tubbergen. De verwachting is dat deze opwaarderingen door TenneT gerealiseerd kunnen zijn voor 2030. Deze investering kan vermeden worden als de RES regio geplande opwek achter de stations Tubbergen en Vroomshoop zodanig verplaatst dat deze kan worden aangesloten op station Almelo Mosterdpot. Verdere vermindering van de netimpact kan worden geboden door de concept-RES opgave van de gemeente Rijssen-Holten meer in het oosten van de gemeente te situeren en te ontsluiten op station Goor in plaats van station Rijssen. In algemene zin wordt voor de gehele deelnetregio aanbevolen om toename en locatie van duurzame opwek enerzijds en het beschikbaar zijn en komen van netcapaciteit anderzijds goed op elkaar af te stemmen. Netimpact concept-RES 110 kV-deelnet Overijssel-Noordoostpolder (3) 46 Deze powerpoint wordt u aangeboden door TenneT TSO B.V. (“TenneT”). De inhoud ervan - alle teksten, beelden en geluiden - is beschermd op grond van de auteurswet. Van de inhoud van deze powerpoint mag niets worden gekopieerd, tenzij daartoe expliciet door TenneT mogelijkheden worden geboden en aan de inhoud mag niets worden veranderd.

TenneT zet zich in voor een juiste en actuele informatieverstrekking, maar geeft ter zake geen garanties voor juistheid, nauwkeurigheid en volledigheid. TenneT aanvaardt geen aansprakelijkheid voor (vermeende) schade, voortvloeiend uit deze powerpoint, noch voor de gevolgen van activiteiten die worden ondernomen op basis van gegevens en informatie op deze powerpoint. Disclaimer Oktober 2020 C1 - Publieke Informatie47 Bijlagen Detailinformatie aangeleverde gegevens RES 1.0 48 Grootschalig gebouw-gebonden zon* Grootschalige zonnevelden Wind op land TOTAAL HS/MS STATION MWpiek MWpiek MWpiek MWpiek Coevorden 1 3 0 4 Dedemsvaart 6 10 0 16 Deventer Bergweide 74 51 54 180 Deventer Platvoet 10 54 0 64 Hardenberg 6 49 64 119 Hoogenveen 9 0 0 9 IJsselmuiden 10 75 0 85 Kampen 24 0 26 50 Meppel 6 24 12 42 Olst 6 47 0 53 Ommen Dante 8 57 24 88 Raalte 50 41 3 94 Steenwijk 43 95 0 139 Vroomshoop 0 0 20 20 Vollenhove 12 11 0 23 Zwolle Frankhuisweg 60 12 30 102 Zwolle Hessenweg 38 168 37 242 Zwolle Weteringkade 68 50 0 118 Zwartsluis 36 16 7 59 Totaal RES-bod (2030) 467 764 277 1508 Bestaand opgesteld vermogen** 107 3 38 147 TOTAAL 574 766 315 1655 * Aangeleverd op buurtniveau, voor dit overzicht geaggregeerd naar HS/MS-stationsniveau.

** Basisjaar 2019 Bijlagen Het belang van een integraal beeld 49 Integraal beeld nodig voor tijdige aanpassingen infrastructuur Een regionaal gedragen beeld van de totale energievraag en het energie-aanbod is noodzakelijk om de energie-infrastructuur tijdig voor te bereiden. Een integrale RES maakt het mogelijk om een optimale afweging te maken tussen gas-, elektriciteits- en warmte- infrastructuur. Het is van belang om te kijken naar ontwikkelingen en plannen richting 2050. De energie-infrastructuur wordt namelijk voor minimaal 40 jaar aangelegd. Door ook lange-termijnontwikkelingen mee te nemen in investeringsbeslissingen voor 2030, kan er gerichter worden geïnvesteerd en kunnen toekomstbestendige keuzes worden gemaakt. Verschillende sectorale plannen en ontwikkelingen hebben grote impact op de energie-infrastructuur. In de ‘Bijlagen’ sectie worden belangrijke sectoren en landelijke ontwikkelingen toegelicht. Voor alle ontwikkelingen met grote impact op het elektriciteitsnet geldt: maak (voorlopige) regionale ontwikkelingen zo vroeg mogelijk kenbaar bij Enexis en RENDO. Op deze manier kan worden meegedacht over slimme oplossingen. Houdt bij verschillende sectorale plannen en ontwikkelingen ook rekening met de relevante wettelijke context.

Beleidsplannen en sectorale plannen samenbrengen Om tot integrale keuzes en prioritering te komen, is het nodig om beleidssporen en sectorale plannen op regionaal niveau samen te brengen:  Integrale infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050), onderdeel van de werkgroep iNET: Hier wordt uitgewerkt wat de impact van verschillende transitiepaden is op de energie-infrastructuur.  Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL): In de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid moet vaststellen.  Transitievisie Warmte (TVW): Op gemeentelijk niveau worden warmtevisies gemaakt. De impact op de energie-infrastructuur is groot en hangt samen met regionale keuzes.  Programma Energiehoofdstructuur (PEH): Een programma om de nationale ruimtelijke planning van het energiesysteem uit te werken.  Cluster Energie Strategieën (CES): Voor alle industrieclusters wordt er een energiestrategie opgesteld. Een CES beschrijft wat energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en het commitment zijn en wat de CO2-bijdrage van een cluster kan zijn.  Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK): Een jaarlijks overleg van alle stakeholders rondom industrie om de infrabehoefte van de industrie te bepalen.  Regionale klimaat-adaptatiestrategieën: Provincies en regionale samenwerkingsverbanden zijn belangrijk bij klimaatadaptatie.

Provincies hebben niet alleen een wettelijke rol, maar zijn ook aanjager en inspirator. Zie de bronnen in de ‘Bijlagen’ voor meer informatie over deze plannen en initiatieven.

Bijlagen Landelijke sectorale ontwikkelingen 50 Gebouwde omgeving De opgave om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken is groot. Er zijn verschillende aardgasalternatieven beschikbaar. Die variëren van volledig elektrisch verwarmen, tot een warmtenet of duurzame gassen. Waar welke warmte-oplossing wordt gekozen, hangt af van verschillende aspecten. Denk aan de beschikbaarheid van warmtebronnen, type bebouwing en wensen van bewoners. Al deze aspecten hebben (ruimtelijke) impact op de energienetten, niet alleen ondergronds, maar ook bovengronds. Elektrisch Vervoer Uiterlijk in 2030 moeten alle nieuwe auto's emissieloos zijn. Volgens prognoses uit het Klimaatakkoord is in 2030 de laadbehoefte van elektrische personenauto's 7.100 GWh. Om aan deze laadbehoefte te voldoen zijn landelijk naar schatting 1,2 miljoen laadpunten nodig. Een enorme opgave die ook een grote impact heeft op het elektriciteitsnet en de openbare ruimte. De rijksoverheid, decentrale overheden, marktpartijen en netbeheerders hebben een Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld. In de NAL is overeengekomen dat elke gemeente een laadvisie en plaatsingsbeleid moet vaststellen. Zorg dat de uitwerkingen die in het kader van mobiliteit plaatsvinden meegenomen worden in de RES. Industrie Elektrificatie speelt een belangrijke rol bij het realiseren van duurzaamheidsambities binnen de industrie.

Ook kan de industrie een bron zijn van restwarmte of kan de industrie een rol spelen in de levering van duurzame gassen. Hiervoor dient in veel gevallen nieuwe infrastructuur gerealiseerd te worden. Voor de 5 grote industrieclusters en voor de overige industrie (aangeduid als cluster 6) wordt gewerkt aan cluster energiestrategieën (CES). Hierin wordt beschreven wat de energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en het commitment zijn en wat de CO2-bijdrage van een cluster kan zijn. Aansluiting van een RES met een CES wordt in de desbetreffende regio verzorgd. Elektrificatie in industrieën met relatief lage temperatuurprocessen is al begonnen en gaat voor 2030 impact hebben op de energie-infrastructuur. Voor de andere industrieën wordt de impact na 2030 verwacht. Landbouw/glastuinbouw Ontwikkelingen in de agrarische sector met veel impact op het elektriciteitsnet zijn zon op (stal)dak en zonneweides op landbouwgronden. Doordat deze opwek van duurzame energie plaatsvindt in gebieden waar het distributienet vaak niet zwaar uitgerold is, is het interessant om te kijken naar opties voor het verbruik van eigen opwek achter de meter (dus binnen de eigen bedrijfsvoering). Ook de glastuinbouw is een belangrijk segment, waarin verduurzaming (elektrificatie d.m.v.

warmtepompen) en intensivering (meer belichting voor hogere opbrengst) voor een hogere elektriciteitsvraag zorgen. Een ander belangrijk thema voor de landbouwsector is de opwek van groengas. Datacenters Datacenters zijn er in vele soorten en maten. Grotere datacenters vragen veel elektrische energie. De komst van een datacenter kan dan betekenen dat veel beschikbare netcapaciteit nodig is. Dit kan versneld leiden tot schaarste in netcapaciteit. Hierdoor moeten andere klanten mogelijk wachten op extra vermogen totdat het net is uitgebreid. Het kan ook zorgen voor extra kansen voor opwek: door afname (vraag) en opwek (aanbod) van elektriciteit te verbinden achter de aansluiting is minder ruimte nodig op de netten. Ook kan restwarmte van datacenters benut worden in de omgeving. Deze ontwikkelingen vragen goede ruimtelijke afstemming.

Bijlagen Bronnen (1) 51 Titel Omschrijving Bron Basisinformatie over energie- infrastructuur, opgesteld voor de Regionale Energie Strategieën, Netbeheer Nederland, mei 2019 Een introductie op en beschrijving van rollen in de elektriciteits- en gasmarkt, typen van elektriciteits- en gasstations, kosten van het bouwen van een station en aanleggen van nieuwe verbindingen in tijd, geld en ruimte, de impact van verschillende (warmte)scenario's op het elektriciteitsnet, basis ontwerpprincipes voor de inpassing van hernieuwbare productie, kosten van verwijderen van gasleidingen en –stations. https://www.netbeheernederland.nl/_up load/Files/Basisdocument_over_energi e-infrastructuur_143.pdf Verantwoording gebruikte gegevens netimpact proces via het Nationaal Programma RES Op de website van het Nationaal Programma RES is informatie te vinden over de gebruikte back-up en basisgegevens voor het bepalen van de netimpact. Deze gegevens worden gebruikt wanneer er geen gebruik gemaakt kan worden van regio-specifieke informatie vanuit de invulformulieren. https://www.regionale- energiestrategie.nl/ondersteuning/np+r es+invulformulieren/default.aspx Integrale infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050), Netbeheer Nederland, juli 2019 De II3050 gaat beschrijven hoe een energietransitie-bestendige energie-infrastructuur zich zou kunnen ontwikkelen.

En wat daarvoor nodig is van netbeheerders en andere betrokkenen. https://www.netbeheernederland.nl/_co ntentediting/files/files/20190711%20- %20Plan%20van%20aanpak%20integr ale%20infrastructuurverkenning%20(II3 050).pdf Factsheets over de relatie tussen de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en RES, Elaad, december 2019 Tien factsheets met achtergrondinformatie over de relatie tussen de NAL en de RES. Het doel van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is ervoor te zorgen dat de laadinfrastructuur is voorbereid op de grootschalige uitrol van elektrisch vervoer. In de NAL wordt beschreven hoe we tot voldoende laadpunten komen om al deze auto's slim op te laden. https://www.elaad.nl/projects/nal-res/ Bijlagen Bronnen (2) 52 Titel Omschrijving Bron Handreiking voor lokale analyse, Experticecentrum Warmte (ECW), september 2020 De Handreiking voor lokale analyse is een van de twee onderdelen van de Leidraad. Het andere onderdeel is de Startanalyse, een analyse op basis van landelijke data gemaakt door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In de Handreiking voor lokale analyse krijg je tips en richtlijnen voor het werken met de Startanalyse.

https://www.expertisecentrumwarmte.nl /PageByID.aspx?sectionID=193849&c ontentPageID= Kamerbrief over samenhang en sturing Programma Energiehoofdstructuur en Regionale Energiestrategieën, Minister Wiebes, juni 2020 Minister Wiebes beantwoordt een aantal vragen met betrekking tot de Regionale Energiestrategieën (RES’en), het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) en de samenhang en sturing hiertussen. Ook betrekt hij de vragen over ruimtelijke sturing op datacenters daarbij. https://www.rijksoverheid.nl/documente n/kamerstukken/2020/06/23/kamerbrief -over-samenhang-en-sturing- programma-energiehoofdstructuur-en- regionale-energiestrategieen Rapport taskforce infrastructuur Klimaatakkoord industrie, DNV-GL, mei 2020 Onderzoekbureau DNV-GL maakte een rapport met aanbevelingen voor de Taskforce infrastructuur Klimaatakkoord industrie. https://www.klimaatakkoord.nl/binaries/ klimaatakkoord/documenten/publicaties /2020/05/13/rapport-taskforce- infrastructuur-klimaatakkoord- industrie/DNV+GL+-+TIKI+rapport+- +Final.pdf Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS), Ministerie van Infrastructuur en Milieu, december 2016 De Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) zet de koers uit voor een klimaatbestendig Nederland: deze strategie brengt nieuwe initiatieven voor klimaatadaptatie op gang, en versnelt en verbreedt bestaande initiatieven.

De NAS geeft een overzicht van de belangrijkste klimaatrisico’s. https://ruimtelijkeadaptatie.nl/publish/pa ges/120542/nas_rapport_5_1.pdf Bijlagen Afkortingen, eenheden en terminologie (1) 53 Afkorting Betekenis HS Hoogspanning (>20kV). Hoogspanningsnetten worden gebruikt als nationale hoofdtransportnetten, welke middels een middenspannings-tussenstap bij de gebruikers als laagspanning terecht komen. MS Middenspanning (1-20kV) LS Laagspanning (<1kV) Eenheid Betekenis TWh TeraWattuur. Staat gelijk aan 10^9 kilowatttuur. Het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van heel Nederland wordt uitgedrukt in terawattuur. kWp kiloWattpiek: 1000 Wattpiek. Eenheid om piekvermogen uit te drukken. W Watt. Dit beschrijft de energie per tijdseenheid (Joule per seconde). MW MegaWatt is 10^6 Watt. A Ampère. Een eenheid van elektrische stroomsterkte. V Volt. Eenheid van elektrische spanning. kV kiloVolt: 1000 Volt. VA Voltampere. Een eenheid van complexe of schijnbare elektrisch vermogen, weergegeven met symbool VA dat in het geval van gelijkstroom gelijk is aan de Watt. J Joule. Energie-eenheid. (W=Joule/seconde). m3 Kubieke meter. Bijlagen Afkortingen, eenheden en terminologie (2) 54 Terminologie Betekenis Netimpact De impact van de belasting op netwerk(componenten). De berekening houdt rekening met vermogens en profielen van alle energievragers en -aanbieders.

Dit dynamische samenspel resulteert in de belasting van de installaties welke in magnitude en lengte kan worden uitgedrukt, met mogelijke knelpunten (overbelasting) tot gevolg. Knelpunt Een overbelasting op installatieniveau waarbij flexibele oplossingen geen hulp kunnen bieden. Congestiemanagement Congestiemanagement gebruikt prijsmechanismes en marktwerking om het aanbod en de vraag naar elektriciteit te sturen. Meer informatie is hier te vinden: https://www.tennet.eu/nl/elektriciteitsmarkt/nederlandse-markt/congestiemanagement/ Vluchtstrook / redundantie / reservecapaciteit Het elektriciteitsnet is in heel Nederland redundant uitgelegd. Als één component uitvalt kan een andere verbinding het altijd overnemen. Het netwerk is echter 99,997% van de tijd niet in storing en dus wordt voor het grootste deel van de tijd niet op zijn maximale capaciteit gebruikt. Het is te vergelijken met een vluchtstrook op de snelweg. Voor duurzame opwek wordt gekeken naar het inzetten van de vluchtstrook. Deze maatregel kan helpen om de realisatie van de ambities mogelijk te maken of te versnellen, zonder dat daarbij de leveringszekerheid in gevaar komt. Cable pooling Bij cable pooling worden nabijgelegen wind- en zonneparken slim gekoppeld, door de projecten op één netaansluiting aan te sluiten.

Zonnepanelen en windmolens zijn in hoge mate complementair: Een windmolenpark benut gemiddeld dertig procent van de netaansluiting en een zonnepark slechts tien procent. Het gevolg is dat de energie-infrastructuur niet volledig wordt gebruikt. Met cable pooling wordt de capaciteit van de elektriciteitskabel beter benut. Daardoor gaat er minder energie verloren en wordt de energievoorziening stabieler. Meer informatie is hier te vinden: https://www.firan.nl/cable-pooling/cable-pooling-wat-hoe-en-waarom

West-Overijssel Factsheet netwerk en maatschappelijke kosten Als gemeenten willen we ons steentje bijdragen aan de energiedoelstellingen uit het klimaatakkoord. We lopen echter tegen grote uitdagingen aan om dit op de gewenste snelheid te kunnen doen. Een van deze uitdagingen is de uitbreiding van onze lokale, regionale en landelijke energie-infrastructuur. Om in grotere hoeveelheden energie terug te kunnen leveren aan het energienet moeten er diverse aanpassingen aan de infrastructuur gedaan worden. Kabels en leidingen moeten worden gelegd of vernieuwd, trafostations moeten worden uitgebreid of er moeten nieuwe trafostations worden bijgebouwd. In West-Overijssel hebben we de ambitie uitgesproken om 1,826 TWh aan duurzame grootschalige energieopwekking te realiseren. Dit is een grote uitdaging, zeker ook voor de energie-infrastructuur. We zullen goed onderbouwde plannen moeten maken, die inzicht geven in de bijbehorende maatschappelijke kosten van de aanpassingen. Maar wat bepaalt nu die maatschappelijke kosten, welke keuzes kunnen we hierin maken en wat zijn de gevolgen? Deze factsheet geeft hier meer inzicht in.

Hebben we zelf als regio invloed op de maatschappelijke kosten? Maatschappelijke kosten en netwerk Wanneer we meer energie gaan opwekken moeten we aanpassingen doen aan ons netwerk: kabels en leidingen moeten worden gelegd of vernieuwd, trafostations moeten worden uitgebreid of er moeten nieuwe trafostations worden bijgebouwd. Deze veranderingen kosten geld. Ook dragen we gezamenlijk bij aan de opwek van duurzame energie, er wordt een vergoeding verstrekt aan initiatiefnemers ter compensatie van de ontwikkelingskosten, de zogenoemde SDE. Invloed op kosten Type energie Windenergie is efficiënter dan zonne-energie. Dit komt onder andere doordat opwekking van windenergie minder pieken en dalen kent. 10 MW opgesteld vermogen windenergie levert dus meer energie dan 10 MW opgesteld vermo- gen zonne-energie. Met een groter aandeel wind in de energiemix, kunnen we onze infra- structuur dus efficiënter gebruiken en hebben we minder aanpassingen aan kabels en trafostations nodig. Techniek Aansluitkosten € € € € € € € € € € Transport en distributie Clustering Het bij elkaar plaatsen van windturbines en/of zonnevelden wordt clusteren genoemd. Een cluster van projecten kan in veel gevallen direct aangesloten worden op een trafostation. Dit houdt ruimte vrij op de tracés met lagere spanningsniveaus, wat gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld zon op dak bij woonwijken.

Het is daarom aan te bevelen meerdere wind- turbines en/of grote zonnevelden te clusteren in een zoekgebied. Bundeling Wanneer een zonneveld en windpark met één aansluiting op het energienet kan worden aang- esloten heet dat bundeling. In de juiste verhoud- ing kan dit de transportcapaciteit substantieel verlagen, de meeste potentie ligt bij een ver- houding van 25% zon en 75% wind. Een goede combinatie kan een besparing opleveren van 10% van de transport en distributiekosten. Vraag en aanbod Vraag en aanbod koppelen vraagt om maatwerk. Waar de vraag naar elektriciteit hoog is kan lokaal opgewekte energie direct afgezet worden. Op deze wijze wordt netwerk minimaal belast. Belangrijk daarbij is dat afname gelijktijdig plaatsvindt met opwekking, of dat er mogelijkheden worden gecreëerd voor opslag van energie. Locatie Energie moet worden getransporteerd van de locatie waar het opgewekt wordt naar het elektriciteitsnet, via een trafostation. Wordt de energie opgewekt dicht bij een trafostation, dan zijn daar minder lange kabels voor nodig. Dat scheelt in de kosten. Voor de meeste projecten is een korte afstand van belang om een positieve businesscase over te houden. Voor grotere projecten (>10-15 MW) kan een afstand van 10 km of meer wel haalbaar zijn, omdat er dan meer geld voor de aanlegkosten voor de kabels uit het project kunnen worden betaald.

Dit heeft uiteraard wel invloed op het financieel rendement van het project. € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € De knoppen Conclusie: de belangrijkste knoppen om aan te draaien om de maatschappelijke kosten van de energietransitie te beïnvloeden zijn: Tot slot zal de afstemming van vraag en aanbod op een zelfde locatie vragen om een lokale verdieping om te kunnen bekijken welke elektriciteitsinfra niet nodig is, en bespaard wordt. Type energie Locatie Clustering Bundeling Vraag en aanbod € Legenda HS/MS Gemeente grenzen Kabels 5 km zones Stedelijk gebied Regio West-Overijssel Steenwijkerland Staphorst Zwartewaterland Zwolle Kampen Hardenberg Ommen Dalfsen Raalte Olst-Wijhe Deventer

Afwegingen bij verzwaren netwerk 1,826 TWh aan duurzame grootschalige opwek in 2030 dat is het doel in West-Overijssel. Naast de uitgesproken ambitie voor opwek zal de vraag naar elektriciteit in 2050 verdubbeld zijn ten opzichte van 2020. Dat lukt niet met ons huidige energienetwerk. De keuzes die we maken hebben samenhang met elkaar, voor een evenwichtige groei willen we de belangrijkste uitgangspunten integraal afwegen. In deze factsheet richten we ons op de maatschappelijke kosten efficiency. € € Maatschappelijke kostenefficiëncy • Allereerst kosten aanpassingen tijd, het uitbreiden van een bestaand HS/MS station* kost gemiddeld 4 tot 6 jaar, de realisatie van een nieuwe 6 tot 8 jaar. Het is zo belangrijk om in een vroeg stadium afstemming te hebben tussen plannen en ontwikkeling van netwerk zodat realisatie min of meer gelijk opgaan. • Voor het verzwaren of uitbreiden van HS/MS station is ruimte nodig. Afhankelijk van de regionale ambities wordt de benodigde oppervlakte vastgesteld. Hoe groter de ambities hoe meer ruimte we nodig hebben. • De keuzes die we nu maken ten aanzien van netwerkverzwaring brengen maatschappelijk noodzakelijke kosten met zich mee. Hoe omvangrijker de uitbreidingen hoe hoger de investeringen. Uitdagingen De keuzes die we gezamenlijk maken hebben invloed op het bestaande en nieuw aan te leggen netwerk en elektriciteitsstations.

We moeten nu weloverwogen keuzes maken voor morgen zodat we ons elektriciteitsnelwerk daarop kunnen voorbereiden. Ons al bestaande netwerk is van invloed op onze ambities. Nieuw aan te leggen netwerkverbindingen of verzwaring van het netwerk brengt uitdagingen met zich mee. Maatschappelijke acceptatie Bijdrage energietransitie Ruimtelijke kwaliteit Ontwikkeling van grootschalige projecten Zonneprojecten 3-5 jaar Windprojecten 5-7 jaar Uitbreiding bestaand HS / MS station 4-6 jaar Bouwen nieuw HS/MS station 6-8 jaar Aanpassingen in het netwerk en ontwikkeling van hernieuwbare energieprojecten kosten tijd. We moeten nu gezamenlijk naar de toekomst kijken en de juiste keuzes maken om toekomstige energieprojecten, netwerk- capaciteit en maatschappelijke kostenefficiency op elkaar af te stemmen. *HS/MS stations (hoogspanning- middenspanning stations) Naar een opgewekt West-Overijssel In 2050 draait onze regio op duurzame energie. Zonne- en windenergie zijn dan niet meer weg te denken uit onze leefomgeving. Samen plukken we de vruchten van de energietransitie. Dit is de concept-energiestrategie van West-Overijssel tot 2030 . Morgen is allang begonnen. LOKAAL NIEUWE ECONOMIELOKAAL DOE HET GOED Mensen maken Overijssel. De menselijke maat en de sociale structuren helpen ons om passende keuzes te maken.

We werken samen aan: · Niet alleen de lasten maar ook de lusten · Lokaal eigenaarschap en ondernemerschap staan voorop · Energieopwekking levert een bijdrage aan de lokale gemeenschap Het ontwikkelen van wind- of zonne-energie biedt lokaal nieuwe economische kansen. We werken samen aan: · Energieopwekking als ontwikkelings- en vestigings factor voor bedrijven · Energieopwekking als nieuw verdienmodel voor het MKB en familiebedrijven · Bij de zoektocht naar locaties voor de opwek van zonne- en windenergie houden we rekening met de onze opgave om woningen en bedrijven te bouwen We zien de opwekking van duurzame energie als een hefboom voor andere maatschappelijke opgaven. We werken samen aan: · Energieopwek verbinden we met andere opgaven zoals biodiversiteit, stikstofproblematiek en bodemdaling veenweidegebieden · Projecten die meerdere opgaven combineren gaan voor projecten die alleen gericht zijn op duurzame opwek van energie WARMTE OPWEK ZON & WIND Disclaimer: de verdeling van opwek naar zon en wind is een indicatieve verdeling die niet vast staat. In veel gemeenten moet hierover nog een besluit genomen worden, nadat plannen verder zijn uitgewerkt in overleg met lokale stakeholders. In 2030 wekken we dus meer dan 50% van onze stroom duurzaam op.

zon op dak 0,38 zon op veld TWh0,55 wind 0,68 Uitvoering RES 1.0 We houden de opbrengst zoveel mogelijk lokaal We koppelen zoveel mogelijk opgaven en geven de voorkeur aan meervoudig ruimtegebruik We verkennen de mogelijkheden voor een regionaal of gemeentelijk energie- en warmtebedrijf In 2030 wekken we 1,6 TWh aan zonne en windenergie op In 2018 verbruikten we 2,8 TWh in West-Overijssel We streven naar een evenwichtige verdeling tussen de lusten en de lasten We sluiten aan op de identiteit en kenmerken van een gebied We zetten in op energiebesparing We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom Bij energieprojecten betrekken we de omgeving in een zo vroeg mogelijk stadium We koppelen vraag en aanbod zo efficiënt mogelijk!? De concept-energiestrategie van West-Overijssel tot 2030 TWh TWh Gelijk aan elektriciteitsverbruik van 500.000 huishoudens (gemiddeld 3.200 KWh/huishouden) · Warmtevraag beperken door isoleren en besparen · Veel potentie voor duurzame gassen · Weinig grootschalige restwarmte van industrie beschikbaar · Mogelijk geothermie in 4 gemeenten · Sterke onbalans tussen lokale warmtevraag en -aanbod

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/c4b39a78-e5ab-4ec4-8eab-adad1809ffad?agendaItemId=4f5067f8-9871-4f46-b374-47f04aa05543