CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b. 210521 Bouwsteen Netwerk RES 1.0 West-Overijssel.pdf

Politieke Markt 15 juni 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: RES 1.0 West-Overijssel15.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

0 Mei 2021 VERSIE: 1.1 AUTEUR: Werkgroep Netwerk BOUWSTEEN NETWERK Behorend bij RES 1.0 West-Overijssel 1 reswestoverijssel.nl BOUWSTEEN NETWERK ...................................................................................................................................... 0 Netwerk .................................................................................................................................................................. 2 Leeswijzer ........................................................................................................................................................... 2 Elektriciteitsnetwerk .......................................................................................................................................... 2 Netimpact-analyse bod RES West-Overijssel ..................................................................................................... 3 Knoppen van Maatschappelijke kostenefficiency. ............................................................................................. 5 Systeemstudie 2050: Vier scenario’s voor Overijssel binnen een Klimaatneutraal Nederland ......................... 7 NPRES Rapportages ............................................................................................................................................

8 Bijlagen: .................................................................................................................................................................. 9 1. Netimpactanalyse .................................................................................................................................... 9 2. Factsheet netwerk en maatschappelijke kosten ...................................................................................... 9 2 reswestoverijssel.nl Netwerk Leeswijzer In deze bouwsteen treft u de informatie aan die betrekking heeft op het netwerk. Wat is de huidige capaciteit, en waar zijn er mogelijkheden nieuwe projecten aan te sluiten en waar moet rekening mee worden gehouden. Deze bouwsteen netwerk beschrijft de huidige stand en waar de actuele informatie hierover te vinden is. Vervolgens gaan we kort in op de netimpactanalyse van de netbeheerders die een beeld schetst van de benodigde aanpassingen aan het netwerk. Hierna is de conclusie van de knoppen van Maatschappelijke kostenefficiency opgenomen om inzicht te geven in de impact van verschillende mechanismen, zoals clustering en de energiemix. Tot slot zijn de conclusies van de systeemstudie opgenomen. In de bijlagen treft u de volledige analyses en presentaties van deze onderwerpen aan.

Elektriciteitsnetwerk Introductie Het elektriciteitsnetwerk heeft als functie om vraag en aanbod van elektriciteit te faciliteren. De veranderingen van centrale naar decentrale opwek vragen om een andere kijk op ons netwerk. Met het huidige en toekomstige netwerk zijn omvangrijke maatschappelijke kosten gemoeid. Het is dus van belang om vanuit een planmatige aanpak een passende uitvoeringsstrategie te kiezen. In sommige gebieden in West- Overijssel is nog weinig of zelfs geen transportcapaciteit van elektriciteit beschikbaar om grotere duurzame energieprojecten aan te kunnen sluiten. Dit wordt ook wel transportschaarste genoemd. Figuur 1: kaart netwerk en schaarste (bron: https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/) Nb. Voor elke teruglevering van enige omvang is het noodzakelijk af te stemmen met de regionale netbeheerder. Geel: er is beperkte mogelijkheid, pas na goedgekeurde offerte ontstaat zicht op aansluiting 3 reswestoverijssel.nl Door uitbreidingen van het elektriciteitsnet (bv. stations, kabels en velden) kan er op termijn meer transportcapaciteit gecreëerd worden waardoor er meer duurzame opwekinstallaties kunnen invoeden op het elektriciteitsnetwerk. Uitbreidingen kunnen nodig zijn op verschillende spanningsniveaus, zowel bij de regionale netbeheerders Enexis, Rendo en Coteq als bij de landelijke netbeheerder TenneT.

Met name de uitbreidingen op de hogere spanningsniveaus (bij TenneT) gaan gepaard met lange doorlooptijden. Om deze uitbreidingen efficiënt uit te kunnen voeren, is het voor de netbeheerders van belang om te weten waar de uitbreidingen nodig zullen zijn. Oftewel: waar de grootschalige duurzame opwek plaats zal vinden. Op deze manier kan er integraal gekeken worden naar het gehele energiesysteem, waarbij niet alleen duurzame opwek maar ook de toename van vraag naar elektriciteit kan worden meegenomen, alsook eventuele innovaties die impact hebben op dit systeem. In het proces naar de RES 1.0 zijn een aantal producten afgerond die inzicht geven in de benodigde aanpassingen, de knoppen waaraan we bij deze wijzigingen kunnen draaien en het inzicht in de impact van ons bod. Daarnaast is de systeemstudie 2050 afgerond, dis inzicht geeft in het kader voor het energiesysteem van 2050. Netimpact-analyse bod RES West-Overijssel Het bod van RES West-Overijssel vergt uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Om de impact hiervan te bepalen, is het bod van 1,826 TWh opwek in 2030 doorgerekend door de netbeheerders. Dit is gedaan aan de hand van de invulformulieren, die elke gemeente hiervoor heeft aangeleverd rondom medio februari. De netimpactanalyse is geen uitvoeringsplan, maar geeft inzicht op hoofdlijnen of het bod uitvoerbaar is.

De uitkomsten van deze doorrekening zijn als bijlage bij deze bouwsteen opgenomen. De beelden die uit de analyse zijn ontstaan geven aanleiding om enerzijds tot de conclusie te komen dat het bod uitvoerbaar is, en dus dat de benodigde aansluitcapaciteit voor 2030 is geregeld. Het gebrek aan aansluitcapaciteit is tegelijkertijd aanleiding om direct aansluitend aan het proces van vaststelling van de RES 1.0 de verdiepende analyses te starten. Met die informatie is het dan mogelijk om een beter beeld te krijgen van de benodigde uitbreidingswerkzaamheden richting 2030. In de RES 1.0 is hierover een procesafspraak gemaakt. In dit kader is afgesproken dat mocht een structurele oplossing nog niet tijdig te realiseren zijn, dat dan ook tijdelijke oplossingen worden bekeken. Netbeheerders zullen daarvoor congestiemanagement toepassen, zodat de maximaal haalbare aansluitcapaciteit beschikbaar komt voor het faciliteren van het RES bod. 4 reswestoverijssel.nl Conclusies op netimpact Enexis en RENDO Onderstaande teksten komen uit de netimpact analyse (p6) en betreffen de conclusies. Het gehele rapport is als bijlage opgenomen. • Op 12 stations zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk. Voor deze stations geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis en RENDO pas benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT.

o Voor de stations Olst en Vollenhove staan al uitbreidingen gepland (door Enexis) die aansluiting van het RES-bod mogelijk maken. Daarnaast staan op de stations Coevorden, IJsselmuiden, Raalte, Steenwijk, Vroomshoop en Zwolle Hessenweg uitbreidingen gepland (door Enexis) die aansluiting van een deel van het RES-bod mogelijk maken. • 2 nieuwe HS/MS-stations moeten worden gerealiseerd. De haalbaarheid van de RES is afhankelijk van de realisatie van deze stations. o Voor een station ten noorden van Meppel vinden er momenteel reeds gesprekken plaats tussen TenneT, Enexis en de gemeenten. o Er wordt onderzocht hoe uitbreiding van station Zwolle Hessenweg mogelijk is op een nieuw te stichten station vlak bij het bestaande station Hessenweg. Het investeringsbesluit hiervoor is inmiddels genomen • Er zijn voor deze doorrekening nog onvoldoende specifieke locaties aangewezen voor plaatsing van grootschalige opwek. Een volledig beeld van de locaties van duurzame opwek is van groot belang voor het bepalen van de netimpact. Voor het verdere proces wordt daarom aangeraden samen te werken aan het verder concretiseren van het RES-bod en de locatie hiervan. Aanbevelingen op netimpact Enexis en RENDO • Het combineren en verplaatsen van zoekgebieden kan investeringen beperken. We zien dat er een aantal stations moet worden uitgebreid om een relatief kleine vermogens aan te sluiten.

Door het verplaatsen en combineren van zoekgebieden kunnen deze uitbreidingen wellicht voorkomen worden. Conclusies en aanbevelingen op netimpact TenneT o Om de RES te faciliteren (die groter is dan de opgave uit het IP2020) is het nodig dat, additioneel aan de al in realisatie en in studie zijnde projecten, er een systeemverbetering ontwikkeld wordt waardoor de druk op het koppelpunt Hessenweg verder wordt verlicht. TenneT en Enexis hebben samen diverse netvisies ontwikkeld, die alle als doel hebben om vóór 2030 de RES-opgave van West- Overijssel te faciliteren. Welke van deze netvisies gerealiseerd wordt, welke investeringen dit eventueel nog met zich meebrengt en of deze daadwerkelijk vóór 2030 kunnen worden gerealiseerd is mede afhankelijk van de in studie zijnde projecten. Gezien de conclusie en het risico voor de realisatie van het bod is hierover in de paragraaf risico’s en randvoorwaarden in de bouwsteen Elektriciteit nadere informatie over opgenomen. Voor meer inzicht in de 5 reswestoverijssel.nl geplande uitbreidingen en inzicht in de doorlooptijden die nodig zijn voor dit type aanpassingen van TenneT wordt verwezen naar de Bijlagen ‘Netimpact TenneT’. Knoppen van Maatschappelijke kostenefficiency. Bij de concept-RES was al duidelijk dat er de komende jaren veel aanpassingen aan de infrastructuur noodzakelijk zijn.

Als onderdeel van het afwegingskader heeft de werkgroep Netwerk een model ontwikkeld om te ontdekken welke mechanismen meer of minder impact hebben op de maatschappelijke kosten die bij de realisatie van grootschalige opwek aan de orde is. Aan de hand van de kosten voor kabels, trafo’s en SDE- subsidie is gekeken naar de kosten voor het opwekken van 1,6 TWH (voor de analyse is destijds het concept- bod gebruikt) aan duurzame energie in zon of wind, met een zekere afstand tot de aansluiting, met een zekere grootte van clusters, in de combinatie van zon en wind (bundeling) en tot slot de koppeling van vraag en aanbod. Aan de hand hiervan kon de impact per knop worden geschetst. Het ging er niet om welke conceptueel bedrag bij een knop genoemd stond, maar wel hoe de bedragen zich onderling verhouden. In onderstaande dia is de prioriteitsvolgorden van de verschillende knoppen weergegeven Figuur 2: Conclusie analyse Maatschappelijke kosten netwerk De 2e knop “Realiseer je opwek nabij een HSMS-Station” vraagt om inzicht in de ligging van de stations. Hiervoor is onderstaande kaart gemaakt, waarop 5 en 10 kilometer zones rondom HSMS-stations zijn weergegeven. In een Webinar (https://youtu.be/LBMPxSS-gRI) is de informatie van de analyse gedeeld met o.a. raadsleden, tezamen met informatie over de andere hoekpunten.

Daarnaast is een factsheet gemaakt van de knoppen van maatschappelijke kostenefficiency, deze is als bijlage opgenomen.

6 reswestoverijssel.nl Figuur 3: Kaart West-Overijssel met HSMS-stations en 5-10km zones rond de HSMS-stations HSMS-station Hoogspanningsnetwerk 5 km zone 10 km zone 7 reswestoverijssel.nl Systeemstudie 2050: Vier scenario’s voor Overijssel binnen een Klimaatneutraal Nederland Een klimaatneutraal Nederland in 2050 is de stip op de horizon. Het energiesysteem en de benodigde uitbreidingen ervan, zijn medebepalend voor de haalbaarheid en betaalbaarheid van dit doel. Een succesvolle, haalbare en betaalbare energietransitie in Overijssel, vereist een robuust en flexibel energiesysteem. Om de juiste bestuurlijke keuzes te kunnen maken, is inzicht nodig in de mogelijke ontwikkelingen in de energiehuishouding op de langere termijn. In opdracht van provincie Overijssel, de RES-regio’s West-Overijssel en Twente en Enexis Netbeheer is een studie uitgevoerd, die vier mogelijke (extreme) toekomstscenario’s in kaart brengt. De studie geeft meer inzicht in de ontwikkelingen op het gebied van duurzame energieproductie en het toekomstige energieverbruik en de mogelijke gevolgen voor het energiesysteem op basis van de nationaal ontwikkelde klimaat neutrale scenario’s. De scenario’s laten vier verschillende beelden zien van Nederland in 2050.

De scenario’s verschillen van elkaar rond het schaalniveau waarop de sturing van de energietransitie plaatsvindt: regionaal, nationaal, Europees of mondiaal en laat zien hoe inwoners en bedrijven daarop reageren. Deze scenario’s zijn niet opgesteld om tussen te kiezen, maar om vier hoeken van het speelveld te laten zien. In de praktijk zullen wij ergens tussen deze hoeken uitkomen. Inzichten uit de systeemstudie De systeemstudie laat zien dat bijna alle knelpunten te verwachten zijn op het elektriciteitsnetwerk. Alle scenario’s laten zien dat we richting 2050 een sterke groei verwachten in de vraag naar elektriciteit en de lokale, duurzame productie hiervan. De huidige infrastructuur kan deze groei niet accommoderen, waarbij de studie laat zien dat de lokale opwek op termijn de grootste netverzwaringen vereist. Deze inzichten onderstrepen dat richting 2050, naast netverzwaring, ook flex-oplossingen die lokaal de benodigde verzwaring kunnen beperken of voorkomen, van groot belang zijn. De systeemstudie beschrijft een aantal van deze oplossingen en de daarbij behorende handelingsperspectieven. Dit bevestigt dat ook op de lange termijn goede sturing op de netaanpassingen a.d.h.v. de knoppen van belang is. Het integrale rapport Systeemstudie 2050 is te vinden op (https://www.overijssel.nl/onderwerpen/economie/nieuwe-energie/energiesysteem-toekomst/).

Een link naar de Webinar over de studie is te vinden op: https://www.wevideo.com/view/1950026230 8 reswestoverijssel.nl NPRES Rapportages Het Nationaal Programma RES heeft rondom een aantal knelpunten die in de concept-RES door de verschillende regio’s zijn aangegeven, werkgroepen geformeerd. Dit heeft geleid tot vier van rapporten die via de onderstaande linken terug te vinden zijn. De conclusies van de rapporten zijn voor zover mogelijk meegenomen in het hoofddocument. Daar waar vervolgstudie is aangekondigd door NPRES zal dit onderwerp op weg naar de RES 2.0 worden gevolgd, zodat wij er ook in West-Overijssel ons voordeel mee kunnen doen. In het onderstaande overzicht zijn de werkgroepen en de link naar de rapportage opgenomen. https://www.regionale-energiestrategie.nl/ondersteuning/kansen+en+knelpunten/1886094.aspx Werkgroep Korte omschrijving Link Zon-op-daken In deze werkgroep gaat het om betere mogelijkheden voor zonnepanelen op daken en andere (grote) kunstmatige oppervlakten. Dit komt tegemoet aan de principes van de zonneladder en ondersteunt het draagvlak voor duurzame opwek.

https://www.regionale- energiestrategie.nl/ondersteuning/kansen+en+ knelpunten/downloads_getfilem.aspx?id=1277 437 Energie in natuur en landschap Het doel van de werkgroep is om kennis en inzichten te ontsluiten, randvoorwaarden vast te stellen en oplossingsrichtingen te ontwikkelen voor de RES’en over hoe natuur, landschap en energieopwekking gecombineerd kunnen worden. https://www.regionale- energiestrategie.nl/ondersteuning/kansen+en+ knelpunten/downloads_getfilem.aspx?id=1277 438 SDE en maatschappelijke kosten De werkgroep SDE en Maatschappelijke kosten onderzoekt hoe de SDE-systematiek en RES-aanpak beter op elkaar kunnen aansluiten en de maatschappelijke kosten beperkt blijven. Er is aandacht voor oplossingen voor de korte (2021-2025) en de lange termijn (2025 e.v.). https://www.regionale- energiestrategie.nl/ondersteuning/kansen+en+ knelpunten/downloads_getfilem.aspx?id=1277 440 Netimpact De werkgroep ontwikkelt voorstellen voor een integrale afweging waarin ook systeemefficiëntie – met specifieke aandacht voor netimpact – wordt meegenomen. Er is aandacht voor het regionale en landelijke energiesysteem en voor de korte (RES 1.0) en de lange termijn. https://www.regionale- energiestrategie.nl/ondersteuning/kansen+en+ knelpunten/downloads_getfilem.aspx?id=1277 439 9 reswestoverijssel.nl Bijlagen: 1. Netimpactanalyse 2.

Factsheet netwerk en maatschappelijke kosten West-Overijssel Netimpactrapportage RES 1.0 Enexis Netbeheer N.V. Rendo Coteq Netbeheer TenneT Netbeheer Nederland Maart 2021

Vooraf Leeswijzer 2 De Netimpactrapportage RES 1.0 is als volgt opgebouwd.  Samenvatting: een overzicht van de belangrijkste conclusies van de netimpactanalyse.  Sectie 1 ‘Introductie’: een aantal algemene uitgangspunten voor de doorrekening.  Sectie 2 ‘Regio in beeld’: een overzicht van de RES-regio.  Sectie 3 ‘Aangeleverde gegevens’: een samenvatting van de aangeleverde gegevens, inclusief een overzicht van de gebruikte back-up gegevens.  Sectie 4 ‘Impact op elektriciteitsnet’: de resultaten van de doorrekening uitgevoerd door de netbeheerder. De netimpact wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van knelpunten in de energie-infrastructuur en oplossingsrichtingen worden gepresenteerd, inclusief de impact daarvan ten aanzien van tijd, ruimte en kosten worden.  Sectie 5 ‘Impact op gasnet’: aanbevelingen om de impact van het RES-bod op het gasnet zo klein mogelijk te houden.  Sectie 6 ‘Conclusies en aanbevelingen’: de belangrijkste conclusies, aandachtspunten en adviezen voor de RES-regio. BIJLAGEN Disclaimer; Netimpact TenneT; Detailinformatie aangeleverde gegevens; Het belang van een integraal beeld; Landelijke sectorale ontwikkelingen; Bronnen; Afkortingen, eenheden en terminologie.

Samenvatting Samenvatting Realisatie RES, systeemefficiëntie en gezamenlijk uitvoeringsprogramma 4 RES als input voor het Investeringsplan Enexis en RENDO De RES-regio zet de stap van concept-RES naar RES 1.0. Op basis van de aangeleverde gegevens hebben Enexis Netbeheer (hierna: Enexis) en N.V. RENDO (hierna: RENDO) de impact van de plannen op de energie-infrastructuur bepaald. Om een juiste inschatting van de netimpact te maken hebben we gebruik gemaakt van een integrale doorrekening, waarbij ook rekening is gehouden met de toekomstige ontwikkelingen in vraag en aanbod van andere sectoren. Er is in beeld gebracht waar knelpunten ontstaan en welke netinvesteringen nodig zijn om de RES 1.0 ambities te realiseren. De RES 1.0 geeft richting aan de Investeringsplannen van Enexis en RENDO, dat 2-jaarlijks wordt herijkt. Tussentijdse aanpassingen, al dan niet voortkomend uit ontwikkelingen in de markt, kunnen impact hebben op de haalbaarheid van de RES. Ontwikkelingen uit de markt betreft ook de aanvragen die nog geen vergunning van de gemeente hebben of niet vergunningsplichtig zijn en toch door Enexis en RENDO in behandeling moeten worden genomen. Systeemefficiëntie voor een uitvoerbare en betaalbare RES De totale maatschappelijke kosten, het ruimtebeslag en de benodigde tijd in de uitvoering is fors. Door in te zetten op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk.

Daarom geven we, naast de analyseresultaten, ook adviezen over het verhogen van de systeemefficiëntie. Met de adviezen ten aanzien van de systeemefficiëntie kan een RES-regio sturen op keuzes die bijdragen aan een uitvoerbare en betaalbare RES. Een gezamenlijk uitvoeringsprogramma voor de realisatie van de RES Een uitvoerbare RES vraagt ook om integraal plannen van ontwikkelingen in de tijd. Uitbreiding van de energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden dan de ontwikkeling van duurzame opwek. Starten met de realisatie van duurzame opwek waar netcapaciteit beschikbaar is, is sterk aan te bevelen. Start daarom tijdig met benodigde planprocedures voor de energie-infrastructuur en onderzoek hoe planprocedures versneld kunnen worden. Samenwerken in gebiedsprocessen en het erkennen van wederzijdse belangen, kunnen tot een beter, sneller en gedragen planproces leiden. €84-120 miljoen > €50 miljoen situatieafhankelijk 30.000-90.000 m² 4-6 jaar per station 5-7 jaar per station 2x 12x Nieuw HS/MS-station Uitbreiding HS/MS-station Samenvatting Netimpact 5 Netimpact van de RES 1.0  Op 12 stations is nu een knelpunt. Er ontstaat op 3 stations een knelpunt voor 2025 en op 3 stations na 2025.  De knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op de HS/MS-stations van Enexis en/of op het hoogspanningsnet van TenneT.

Netimpact voor Enexis en RENDO Om de knelpunten, die ontstaan door het RES-bod, op te lossen zijn investeringen door Enexis en RENDO nodig.  Op 12 HS/MS-stations zijn uitbreidingen door Enexis en RENDO benodigd en mogelijk om het RES-bod te faciliteren. Voor deze stations geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis en RENDO pas volledig benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT.  2 nieuwe HS/MS-stations moeten worden gerealiseerd om knelpunten op stations op te lossen ( ). De totale impact op tijd, ruimte en kosten op basis van benodigde uitbreidingen van HS/MS-stations en nieuwe HS/MS-stations voor Enexis is hieronder weergegeven. Geen knelpunt verwacht 0 stations Knelpunt verwacht na 2025 3 stations Knelpunt verwacht in 2025 of eerder 3 stations Er is nu geen transportcapaciteit beschikbaar 12 stations

Samenvatting Conclusies en aanbevelingen netimpact Enexis, RENDO en TenneT 6 Conclusies op netimpact Enexis en RENDO  Op 12 stations zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk. Voor deze stations geldt dat de beschikbare capaciteit op het net van Enexis en RENDO pas benut kan worden na uitbreiding van het hoogspanningsnet van TenneT.  Voor de stations Olst en Vollenhove staan al uitbreidingen gepland (door Enexis) die aansluiting van het RES-bod mogelijk maken. Daarnaast staan op de stations Coevorden, IJsselmuiden, Raalte, Steenwijk, Vroomshoop en Zwolle Hessenweg uitbreidingen gepland (door Enexis) die aansluiting van een deel van het RES-bod mogelijk maken.  2 nieuwe HS/MS-stations moeten worden gerealiseerd. De haalbaarheid van de RES is afhankelijk van de realisatie van deze stations.  Voor een station ten noorden van Meppel vinden er momenteel reeds gesprekken plaats tussen TenneT, Enexis en de gemeenten.  Er wordt onderzocht of uitbreiding van station Zwolle Hessenweg mogelijk is op een nieuw te stichten station vlakbij bestaande het bestaande station Hessenweg.  Er zijn voor deze doorrekening nog onvoldoende specifieke locaties aangewezen voor plaatsing van grootschalige opwek. Een volledig beeld van de locaties van duurzame opwek is van groot belang voor het bepalen van de netimpact.

Voor het verdere proces wordt daarom aangeraden samen te werken aan het verder concretiseren van het RES-bod en de locatie hiervan. Aanbevelingen op netimpact Enexis en RENDO  Het combineren en verplaatsen van zoekgebieden kan investeringen beperken. We zien dat er een aantal stations moet worden uitgebreid om een relatief kleine vermogens aan te sluiten. Door het verplaatsen en combineren van zoekgebieden kunnen deze uitbreidingen wellicht voorkomen worden. Op de volgende pagina wordt dieper ingegaan op de situatie op de stations en de mogelijkheden. Conclusies en aanbevelingen op netimpact TenneT  Om de concept-RES te faciliteren (die groter is dan de opgave uit het IP2020) is het nodig dat, additioneel aan de al in realisatie en in studie zijnde projecten, er een verbeterde pocket-structuur ontwikkeld wordt waardoor de druk op het koppelpunt Hessenweg verder wordt verlicht. TenneT en Enexis hebben samen diverse netvisies ontwikkeld, die alle als doel hebben om vóór 2030 de RES-opgave van West-Overijssel te faciliteren. Welke van deze netvisies gerealiseerd wordt, welke investeringen dit eventueel nog met zich meebrengt en of deze daadwerkelijk vóór 2030 kunnen worden gerealiseerd is mede afhankelijk van de in studie zijnde projecten. Voor meer inzicht in de geplande uitbreidingen van TenneT wordt verwezen naar de Bijlagen ‘Netimpact TenneT’.

Samenvatting Systeemefficiëntie aanbevelingen 7 Door in te zetten op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk. De belangrijkste aanbevelingen voor de RES-regio zijn: Bestaande infrastructuur optimaal benut  In de regio West-Overijssel zien we dat er een aantal stations moet worden uitgebreid om een relatief kleine vermogens aan te sluiten. Door het verplaatsen en combineren van zoekgebieden kunnen deze uitbreidingen wellicht voorkomen worden. Transport minimaliseren door combineren energievraag en -aanbod  Op verschillende stations zien we een redelijke balans tussen vraag en aanbod. Er is wel winst te behalen. Dit kan door de locaties van vraag en aanbod achter het station waar mogelijk te combineren op één locatie, en te kijken hoe de opwek zoveel mogelijk (direct) lokaal gebruikt of opgeslagen kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door een deel van de projecten met duurzame opwek bij station Ommen Dante te verplaatsen naar stations waar een groter aandeel van vraag is, zoals bij Hardenberg en Zwolle. Evenwichtige verdeling wind en zon  In West-Overijssel zien we op de meeste stations een overwegend aandeel zon, hier is nog winst te behalen. De totale verhouding zon/wind op basis van het RES-bod West-Overijssel is 81/19 in opgesteld vermogen [MW].

Een optimale verhouding van zon en wind ligt rond de 50/50 in opgesteld vermogen [MW], voor regio West-Overijssel betekent dit een optimale verdeling in van 23% zon en 77% wind in opgewekte energie [TWh]. Clusteren en gezamenlijk aansluiten van wind en zon (voor initiatiefnemers)  Een klein aantal grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten kan veel besparen op ruimte, maatschappelijke kosten en uitvoeringscapaciteit voor het realiseren van de aansluitingen.  Met 30% individuele aftopping van zonne-opwek is rekening gehouden in de RES analyse (zie ook convenant Stroom Betaalbaar op het Net). Storingsreserve benutten (voor de netbeheerder)  Het gebruik van de reserve stelling op de HS/MS-stations is meegenomen in de RES analyse. Systeem- efficiëntie Wind-Zon initiatiefnemers Netbeheerder RES-Regio ◆ Storingsreserve (redundantie) gebruiken voor het transport van duurzame opwek  ◆ Clusteren en gezamenlijk aansluiten van wind en zon (cable pooling) ◆ Afspraken maken over het aftoppen   • Bestaande infrastructuur optimaal benut ◆ Transport minimaliseren door combineren energievraag en -aanbod ◆ Evenwichtige verdeling wind en zon en waar mogelijk op één aansluiting.

Een ideale verdeling zon/wind is een 50/50 verdeling in opgesteld vermogen [MW], voor regio West- Overijssel betekent dit een optimale verhouding van 23% zon en 77% wind in opgewekte energie [TWh].    Inhoud 1. Introductie 2. Regio in beeld 3. Aangeleverde gegevens 4. Impact op elektriciteitsnet 5. Impact op gasnet 6. Conclusies en aanbevelingen 7. Bijlagen

1. Introductie Introductie Systeemefficiëntie en netimpact Een robuuste energie-infrastructuur De energie-infrastructuur van ons land verbindt alle ambities en plannen in de 30 RES-regio's; het is de ruggengraat van onze gezamenlijke energiestrategie. De energie-infrastructuur maakt onder invloed van de energietransitie een ware revolutie door. Het werd aangelegd als transportmiddel om te voorzien in de vraag naar energie. Nu verandert het net in een multifunctionele verbinder van vraag en aanbod van elektriciteit, energieopslag- en conversie, duurzame warmte en groene alternatieven voor aardgas. Dat biedt kansen maar plaatst ons ook voor forse uitdagingen. Juist daarom is een gedeeld beeld over vraagstukken en mogelijkheden met betrekking tot de energie-infrastructuur belangrijk om te komen tot haalbare en betaalbare plannen. Waarom dit document? Elke regio maakt in de RES afwegingen tussen belangen. Energiesysteemefficiëntie is één van de vier belangen in het afwegingskader RES. In dit document wordt de netimpact van de regionale plannen uiteengezet. Naast een analyse van de netimpact van de regionale plannen, geven de netbeheerders ook adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie. Hiermee kan een RES-regio sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en laagste maatschappelijke kosten.

Hoe analyseren we de netimpact? Om de netimpact te bepalen, gebruiken we de aangeleverde gegevens van de regio, aangevuld met landelijke gegevenssets. Tevens wordt (op onderdelen) gebruik gemaakt van gegevens van de netbeheerders. Op basis daarvan wordt met rekenmodellen en kennis van experts de netimpact uitgewerkt. 10

0 100 200 300 400 500 600 700 800 900 Zon op dak Zon op land Wind Totaal opgesteld vermogen in 2030 [MW] Vergelijking concept-RES met RES 1.0 West-Overijssel Concept-RES RES 1.0 Introductie Van concept-RES naar RES 1.0 11 Verschil in aangeleverde gegevens concept-RES en RES 1.0 In het voorjaar van 2020 is de netimpact van de concept-RES bepaald door Enexis en RENDO. Hierbij is impact van de regionale plannen op de energie-infrastructuur geduid. Met behulp van deze inzichten en adviezen is de concept-RES verder uitgewerkt richting een RES 1.0. De verschillen tussen de aangeleverde gegevens (voor Wind op land, Grootschalige zonnevelden, Grootschalig gebouw- gebonden zon) van de concept-RES en die van de RES 1.0 zijn inzichtelijk in de figuur rechts. Het grootste verschil is een toename van ruim 300 MW aan Grootschalige zon, ongeveer gelijk verdeeld tussen zon op dak en zon op land. Daarnaast stijgt ook het opgesteld vermogen Grootschalige wind, met ongeveer 25 MW meer opgesteld vermogen in RES 1.0. Hiermee is het RES 1.0 bod hoger dan het concept-RES bod. Verschil in netimpactanalyse concept-RES en RES 1.0 De netbeheerders hebben een aantal wijzigingen in de analyse doorgevoerd, zodat de netimpact nog beter kan worden ingeschat.

Het volgende is gewijzigd in de netimpactanalyse:  Waar bij de concept-RES de focus lag op het bepalen van de impact van grootschalige opwek, is in deze doorrekening ook aandacht geweest voor de vraagzijde van het elektriciteitsnet.  Er wordt (op onderdelen) gebruik gemaakt van gegevens van de netbeheerders in plaats van landelijke back-up gegevens. In sectie 3 ‘Aangeleverde gegevens’ is toegelicht voor welke gegevens dit het geval is.  Anders dan bij de concept-RES zijn voor de doorrekening van RES 1.0 de biedingen uit de concept-RES (of RES 1.0 waar beschikbaar) van aangrenzende regio’s meegenomen.  In deze doorrekening wordt meer inzicht gegeven in de impact van het RES-bod op het middenspanningsnet en het laagspanningsnet.  De impact van de RES’en op het elektriciteitsnet van TenneT is uitgewerkt. De analyse van TenneT is onderdeel van deze netimpactrapportage, de volledige uitwerking is te vinden in de Bijlagen. 2. Regio in beeld Regio in beeld West-Overijssel 13 De RES-regio West-Overijssel bestaat uit 11 gemeenten:  Dalfsen  Deventer  Hardenberg  Kampen  Olst-Wijhe  Ommen  Raalte  Staphorst  Steenwijkerland  Zwartewaterland  Zwolle Op de kaart zijn ook de omliggende RES-regio’s weergegeven.

14 Regio in beeld Energie-infrastructuur Elektriciteit 15 HS/MS-stations binnen de RES-regio, waarvan 1 (Steenwijk) gedeeld met RENDO. 3 HS/MS-stations (Meppel, Coevorden en Vroomshoop) net buiten de regiogrenzen, meegenomen in de doorrekening. Station Ommen Vilsteren is niet van Enexis en is in deze doorrekening niet meegenomen. Deze stations zijn in de afbeelding hieronder weergegeven, net zoals de hoogspannings- verbindingen tussen deze stations. Gas 31 gasontvangststations binnen de RES-regio: 22 van Enexis (in roze) 6 van RENDO (in groen) 3 van Coteq (in blauw) In de doorrekening van dit RES-bod is de impact op het gasnet niet bepaald. Bij een volgende doorrekening kan dit ook meegenomen worden. Warmte(netten) In de doorrekening van dit RES-bod is er nog niet gekeken naar de impact van additionele warmtenetten op de elektriciteits- en gasnetten.

Regio in beeld Transportschaarste 15 Transportschaarste als gevolg van markt ontwikkelingen Enexis en RENDO hebben in de laatste jaren veel grootschalige duurzame energieprojecten aangesloten. Hierdoor neemt de druk op het elektriciteitsnet snel toe. Een zonnepark bouwen kost veel minder tijd dan het uitbreiden van het elektriciteitsnet. Als gevolg hiervan hebben Enexis en RENDO in meerdere gebieden transportschaarste moeten afkondigen. In deze gebieden geldt dat er beperkte of geen capaciteit beschikbaar is voor de grootschalige teruglevering van duurzaam opgewekte elektriciteit. Op de kaart is te zien waar momenteel schaarste is op ons energienet. Er zijn op dit moment 6 HS/MS-stations in de RES regio West-Overijssel waar beperkt transportcapaciteit voor teruglevering beschikbaar is: Deventer Bergweide, Deventer Platvoet, Olst, Raalte en Zwolle Weteringkade. Van beperkte transportcapaciteit is sprake als het teveel aan geprognotiseerde aanvragen de beschikbare vrije capaciteit van een station overschrijdt, er geldt op dat moment dan aangepaste offerteprocedure (voor aansluitingen >1.75 MVA). Op de stations Kampen, IJsselmuiden en Vollenhove is de transportcapaciteit voor teruglevering (bijna) geheel vergeven. Er is een vooraankondiging van mogelijke congestie bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) gedaan.

Het onderzoek naar de haalbaarheid van congestiemanagement is gestart. Op de overige stations is geen transportcapaciteit voor teruglevering beschikbaar. Onderzoek wijst uit dat congestiemanagement voor dit gebied niet haalbaar is. Dit betekent dat er voorlopig géén aanvragen voor een grootverbruikaansluiting (>3 x 80 A) met transportcapaciteit voor teruglevering worden gehonoreerd. Breng het RES-bod en markt ontwikkelingen in lijn met elkaar In deze netimpactrapportage is de impact van het RES-bod bepaald. Voor het realiseren van de RES- doelstellingen is het belangrijk om het RES-bod en markt-initiatieven in lijn met elkaar te brengen. Het is daarom ook aanbevolen enkel projecten te vergunnen die ook vastgelegd zijn in de RES. In overleg met Enexis en RENDO kan gekeken worden welke initiatieven uit de markt, die bij ons bekend zijn, wel of niet zijn meegenomen in het RES-bod. Daarnaast kan, om inzicht te krijgen in de markt-initiatieven, ook gebruik worden gemaakt van de SDE-viewer en projectenlijst. De informatie op deze kaart is een indicatie; hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. De kaarten worden regelmatig geactualiseerd, maar specifieke situaties in ons net kunnen afwijken van wat op deze kaart te zien is.

Voor de actuele situatie en meer informatie over transportschaarste in Enexisgebied wordt verwezen naar: https://www.enexis.nl/zakelijk/duurzaam/beperkte-capaciteit/gebieden-met-schaarste. Voor meer informatie over de transportcapaciteit in RENDO-gebied: https://www.rendonetwerken.nl/aansluitingen/nieuwe- aansluiting/congestie-hoogeveen/ 3. Aangeleverde gegevens Vraag Concept 1.0 Elektriciteit Nieuwbouw woningen   Nieuwbouw utiliteit   Bestaande utiliteit   Elektrisch vervoer   Landbouw/glastuinbouw   Datacenters   Industrie   Warmtepompen   Gas Utiliteit   Industrie   Landbouw/glastuinbouw   Vervoer   Waterstof Totale vraag   Aangeleverde gegevens Door RES-regio en NP RES 17 Om een inschatting te kunnen maken van de impact van het regionale bod zijn data nodig over energie-aanbod en -vraag. In onderstaande tabel ziet u welke gegevens door u aangeleverd zijn (donkergroen). Waar geen informatie is aangeleverd, maken we voor een aantal onderdelen gebruik van de back-up gegevenssets van NP RES (oranje). Drie van deze back-up gegevenssets zijn aangepast op basis van Enexis prognoses (lichtgroen). Hierbij is gebruik gemaakt van recentere informatie uit verschillende andere studies, waaronder II3050 (zie ook ‘Het belang van een integraal beeld’ in de Bijlagen).

Aanbod Concept 1.0 Elektriciteit Wind op land   Grootschalige zonnevelden   Grootschalig gebouw-gebonden zon   Kleinschalige zon (<15 kWp)   Overige duurzame opwek   Gas Groengas   Waterstof Waterstof    Aangeleverd door RES-regio  Niet gebruikt in de doorrekening Back-upgegevens NP RES  Back-upgegevens Enexis 0 50 100 150 200 250 300 0 50 100 150 200 250 300Ontwikkeling vermogen 2030 [MW] Grootschalig zon op veld Grootschalig zon op dak Kleinschalige zon Wind Vraagontwikkeling Aangeleverde gegevens Vermogens uit invulformulieren 18 In deze grafiek zijn ontwikkelingen uit de invulformulieren per HS/MS-station zichtbaar gemaakt, uitgesplitst per categorie. De ontwikkelingen zijn uitgedrukt in de verwachte aanbod- en vraaggroei richting 2030. Een uitgebreide beschrijving van de aangeleverde gegevens is te vinden in de sectie ‘Bijlagen’. Voor de grensstations in de regio is er in de doorrekening rekening gehouden met de geplande opwek uit het RES 1.0-bod van de aangrenzende regio's Drenthe en Twente.

0 100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000 Wind Grootschalig zon op veld Grootschalig zon op dak Kleinschalige zon Industrie Mobiliteit Glastuinbouw Warmtepompen Nieuwbouw utiliteit Nieuwbouw woning Ontwikkeling vermogen 2030 [MW] Regiosamenvatting Aangeleverde gegevens Regionale sectorale ontwikkelingen 19 Hiernaast zien we een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen aan de vraagzijde (bovenste zes balkjes) en de aanbodzijde (onderste vier balkjes) in de regio. Voor de grensstations in de regio is er in deze figuur rekening gehouden met de geplande opwek uit het RES 1.0-bod van de aangrenzende regio's Drenthe en Twente. Het valt op dat ontwikkeling in duurzame opwek groter is dan de ontwikkeling van de vraagzijde. Het is dan ook zo dat de aanbodzijde een grotere impact heeft op ons elektriciteitsnet dan de vraagzijde, hoewel het kan voorkomen dat de vraagzijde op sommige stations een probleem oplevert. Omdat het doel is de impact van het RES-bod te bepalen, ligt de focus in de doorrekening op duurzame opwek. 4.

Impact op elektriciteitsnet Impact op elektriciteitsnet Impact op HS/MS-stations 21 Geen knelpunt verwacht 0 stations Knelpunt verwacht na 2025 3 stations Knelpunt verwacht in 2025 of eerder 3 stations Er is nu geen transportcapaciteit beschikbaar 12 stations In de afbeelding hiernaast is weergegeven of en wanneer er knelpunten ontstaan op HS/MS-stations, gebaseerd op het RES-bod en de huidige beschikbare vermogens op deze stations. Voor de grensstations in de regio is rekening gehouden met het RES 1.0 - bod van de aangrenzende regio’s Drenthe en Twente. Er zijn 18 stations waar door het RES-bod knelpunten ontstaan.  Er zijn 12 stations waar op dit moment geen transportcapaciteit beschikbaar is door marktaanvragen: Dedemsvaart, Hardenberg, IJsselmuiden, Kampen, Meppel, Ommen Dante, Steenwijk, Vroomshoop, Vollenhove, Zwolle Frankhuisweg, Zwolle Hessenweg en Zwartsluis. Zie ook sectie 2 ‘Regio in beeld’.  Op 3 stations wordt een knelpunt verwacht in 2025 of eerder: Olst, Raalte en Zwolle Weteringkade.  Daarnaast zijn er 3 stations waar een knelpunt verwacht wordt na 2025: Coevorden, Deventer Bergweide en Deventer Platvoet. De hier weergegeven knelpunten zijn een gevolg van beperkte capaciteit op het hoogspanningsnet (HS-net) van TenneT en/of op de HS/MS-stations van Enexis en RENDO.

Om congestie op het HS-net te voorkomen wordt per station een zogenoemd ‘terugleverlimiet’ van TenneT gehanteerd. Deze limiet is een eerste indicatie voor mogelijke congestie, het daadwerkelijk optreden van congestie hangt af van de belasting in het HS-net, en is daardoor afhankelijk van de verdeling van vraag en aanbod over meerdere stations. Op een aantal stations doen knelpunten zich vanuit marktaanvragen op een eerder moment voor dan uit het RES-bod blijkt. Er is een verschil in fasering tussen het RES-bod en aanvragen die nu al vanuit de markt binnen komen. Zie ook sectie 2 ‘Regio in beeld’. Op de volgende slides wordt dieper ingegaan op de beschikbare capaciteit op de HS/MS- stations en de impact van de benodigde uitbreidingen voor Enexis. Voor inzicht in de toekomstige uitbreidingen op het HS-net wordt verwezen naar de sectie Bijlagen: ‘Netimpact TenneT’.

50 100 150 200 250 Coevorden Dedemsvaart Deventer Bergweide Deventer Platvoet Hardenberg IJsselmuiden Kampen Meppel Olst Ommen Dante Raalte Steenwijk Vroomshoop Vollenhove Zwolle Frankhuis Zwolle Hessenweg Zwolle Weteringkade Zwartsluis MW Vrije ruimte na uitbreidingen bestaande stations en aansluiting RES bod Tekort na uitbreidingen bestaande stations en aansluiting RES bod Aangesloten na uitbreiding Enexis Kan nu worden aangesloten door Enexis of is reeds aangesloten Huidige Tennet terugleverlimiet Impact op elektriciteitsnet Duiding van de knelpunten (1) 22 Netimpact Enexis en RENDO In de grafiek hiernaast is per station de impact van het RES-bod weergegeven. In grijs is weergegeven welk deel van het RES-bod op dit moment kan worden aangesloten (zonder netuitbreiding Enexis of RENDO) of al aangesloten is.  Op 12 stations zijn uitbreidingen benodigd en mogelijk. Op meerdere stations in de regio zijn uitbreidingen door Enexis en RENDO nodig om het RES-bod te kunnen faciliteren. In de grafiek is in oranje zichtbaar welk deel van het RES-bod na uitbreiding door Enexis of RENDO aangesloten kan worden.  Op 3 stations ontstaat een tekort: Deventer Bergweide, Meppel en Zwolle Hessenweg. Op deze stations zijn er te weinig uitbreidingsmogelijkheden om het RES- bod te faciliteren (rood in grafiek) en dienen oplossingen gezocht te worden op andere (of nieuw te stichten) stations.

 Op 11 stations is nog capaciteit beschikbaar na uitbreidingen: Coevorden, Dedemsvaart, Deventer Platvoet, Hardenberg, IJsselmuiden, Kampen, Olst, Ommen Dante, Raalte, Vroomshoop en Zwolle Frankhuisweg. Na uitbreidingen is er op deze stations nog extra capaciteit beschikbaar voor opwek (groen in grafiek). Deze extra capaciteit kan oplossingen bieden om knelpunten op naburige stations op te lossen.  Op 4 stations is de resterende ruimte minimaal: Steenwijk, Vollenhove, Zwolle Weteringkade en Zwartsluis. Hier kan het RES-bod (na eventuele uitbreidingen) aangesloten worden, en blijft er daarna weinig capaciteit over. We zien dat er een aantal stations moet worden uitgebreid om een relatief kleine vermogens aan te sluiten. Door het verplaatsen en combineren van zoekgebieden kunnen deze uitbreidingen wellicht voorkomen worden. Op de volgende pagina wordt dieper ingegaan op de situatie op de stations en de mogelijkheden. Netimpact TenneT In de grafiek is ook de huidige teruglevercapaciteit (zonder het gebruik van de ‘vluchtstrook’) voor het hoogspanningsnet inzichtelijk gemaakt, met behulp van de donkergrijze lijn. Deze grafiek toont de situatie op de HS/MS stations. Hierbij is rekening gehouden met gelijktijdigheid van belasting en opwek, waardoor cijfers afwijken van het opgestelde vermogen uit het RES-bod.

In deze grafiek is, waar mogelijk, rekening gehouden met capaciteit die beschikbaar komt door de storingsredundantie te gebruiken voor duurzame opwek (het gebruik van de ‘vluchtstrook’). Impact op elektriciteitsnet Duiding van de knelpunten (2) 23 Netimpact Enexis en RENDO In de afbeelding hiernaast is de grafiek van de vorige pagina geografisch weergegeven. De gele en oranje gebieden in de afbeelding tonen aan dat in een groot deel van het West-Overijsselse net uitbreidingen van Enexis en RENDO nodig zijn om knelpunten op de HS/MS-stations op te lossen. De rode gebieden geven aan waar er, ook na uitbreidingen, te weinig capaciteit is om het RES-bod aan te sluiten. Voor deze locaties moeten oplossingen gezocht worden op andere (eventueel nieuw te stichten) stations. Voor de blauwe en oranje gebieden op de kaart zijn ook aanpassingen aan het net van TenneT benodigd, zie voor meer informatie de sectie Bijlagen: ‘Netimpact TenneT’. De stations Deventer Bergweide en Meppel zijn lastig uit te breiden door ruimtegebrek en toegankelijkheid voor extra kabels. Voor het totaal van de stad Deventer is samen met TenneT een studie opgestart om te kijken wat er mogelijk is, hier wordt bijvoorbeeld gekeken naar het verplaatsen van grootschalige opwek naar Deventer Platvoet of de mogelijkheden een nieuw station te stichten.

Ook is voor Meppel samen met TenneT een studie gestart en wordt er gekeken naar de mogelijkheid een nieuw station te stichten. Station Zwolle Hessenweg kan niet veel meer worden uitgebreid. Er wordt onderzocht of uitbreiding mogelijk is op een nieuw te stichten station vlakbij bestaande het bestaande station Hessenweg. Op dit nieuwe station zou dan dermate veel ruimte voor grootschalige opwek ontstaan dat wordt aanbevolen grootschalige opwek uit de nabije omgeving zoveel mogelijk hier aan te sluiten, om nabijgelegen stations te ontlasten. Dit wordt afgestemd met de ontwikkelingen die TenneT heeft in het gebied "Hessenpoort" Initiatieven die wel aangevraagd zijn bij de netbeheerder maar niet in het RES-bod zijn opgenomen zijn in deze kaart niet meegenomen. Impact op elektriciteitsnet Reeds geplande uitbreidingen 24 Er zijn binnen de regio West-Overijssel al verschillende plannen voor uitbreidingen door Enexis en RENDO. In de figuur hiernaast zijn de stations weergegeven waar reeds opdracht is gegeven voor uitbreidingen voor 2025 ( ). Andere uitbreidingen die nog niet gepland zijn, zijn nog niet geprojecteerd. Voor de stations Olst en Vollenhove zijn de reeds geplande uitbreidingen voldoende om het RES-bod aan te sluiten. Hier zijn (op basis van het RES-bod) geen verdere uitbreidingen door Enexis benodigd.

Voor de uitbreidingen op de stations Coevorden, IJsselmuiden, Raalte, Steenwijk, Vroomshoop en Zwolle Hessenweg geldt dat ze aansluiting van een deel van het RES- bod mogelijk maken. Op deze stations zijn hiernaast nog verdere uitbreidingen door Enexis nodig om knelpunten op te lossen. Er zijn reeds plannen om in en nabij de regio nieuwe stations te plaatsen. De kaart hiernaast toont de zoekgebieden voor deze nieuwe stations ( ). Voor een nieuw station ten noorden van Meppel worden momenteel gesprekken gevoerd over mogelijke oplossingen. Dit nieuwe station biedt capaciteit voor meer duurzame opwek in de regio en lost knelpunten op nabijgelegen stations op. Met goede samenwerking tussen de betrokken partijen is het mogelijk dit station voor 2030 te realiseren. Ook voor station Zwolle Hessenweg wordt onderzocht of een nieuw station uitkomst kan bieden. Hierover verwachten wij in 2022 vervolgstappen te kunnen presenteren. Het bouwen van een nieuw station is een langdurig proces en afhankelijk van verleende vergunningen vanuit een gemeente. Dit proces kan tot 7 jaar duren. Uitbreiding op station in opdracht gegeven, voor 2025 gereed 6 stations Zoekgebied nieuw station, gesprekken worden gevoerd 2 zoekgebieden Voor de hier genoemde uitbreidingen en nieuwe stations zijn ook aanpassingen aan het net van TenneT benodigd, zie hiervoor de sectie Bijlagen: ‘Netimpact TenneT’.

Impact op elektriciteitsnet Impact op onderliggende netten en kosten 25 * De indicatieve kosten voor Enexis en RENDO, ten behoeve van netinvesteringen voor de realisatie van het RES-bod, zijn in de figuur rechts geïllustreerd. Kosten voor TenneT zijn hierin niet meegenomen. Vanzelfsprekend gaan hogere ambitieniveaus gepaard met hogere maatschappelijke kosten.  Grotere projecten hebben vaak alleen impact op de HS/MS-stations. Deze projecten worden direct aangesloten op de stations, denk aan meerdere windmolens of een groot zonnepark (>6 MW). Uitbreidingen van HS/MS-stations gaan gepaard met hoge kosten, lange doorlooptijden en voor nieuwe stations ook een groot ruimtebeslag.  De kleinere projecten hebben naast impact op de HS/MS-stations ook impact op de onderliggende netten. Deze projecten worden aangesloten op het midden- en laagspanningsnet, denk aan kleinere zonneparken en zon op dak. Dit heeft als voordeel dat opwek en (lokaal) verbruik dicht bij elkaar ligt. Als dit echter op grote schaal plaatsvindt, zullen ‘overschotten’ ontstaan die worden teruggevoerd naar het bovenliggende net.  Ongeveer een derde van het totale vermogen van de RES 1.0 West- Overijssel bestaat uit gebouw-gebonden zon.

Uitbreidingen in de onderliggende netten zijn daarom noodzakelijk voor de realisatie van de RES, en vormen daarmee ook een groot onderdeel van het totale werkpakket van Enexis en RENDO.  Clustering van projecten. Om onderliggende netten te ontlasten wordt aanbevolen om projecten te clusteren, zodat deze van voldoende omvang zijn om direct aangesloten te kunnen worden op een HS/MS-station.  Integrale informatie over verschillende sectoren is nodig voor een volledig beeld van de impact op de onderliggende netten. Ontwikkelingen in de gebouwde omgeving (Transitievisie Warmte) en in de mobiliteitssector (elektrisch vervoer) zijn van grote impact op deze netvlakken. (*) De inschatting van MS- en LS-kosten is indicatief, en niet gebaseerd op de gegevens die zijn aangeleverd door de RES-regio. Deze inschatting is gemaakt op basis van een scenariostudie waarbij is gerekend met vergelijkbare duurzame zon- vermogens als in het RES-bod. 0 50 100 150 200 250 300 350 400 Min. totale kosten Max. totale kosten Miljoen euro’s Benodigde investeringen per netvlak voor de regio West-Overijssel HS/MS-stations MS-stations* MS-kabels* MS/LS-stations* LS-kabels* Impact op elektriciteitsnet Impact op ruimte en tijd 26 Hieronder is zichtbaar wat de extra ruimte is die nodig is voor nieuwe infrastructuur, behorende bij de verschillende netvlakken.

 Belangrijk is dat het bouwen en uitbreiden van HS/MS-stations in goed overleg met onder andere TenneT gedaan moet worden.  De aanpassingen aan de netinfrastructuur vergen ruimte, zowel boven- als ondergronds. Te denken valt hierbij aan kabel- en leidingstroken en ruimte voor stations.  In dit kader willen we meegeven dat het in de meeste gevallen niet verstandig is om de ruimte direct aangrenzend aan stations te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen. Bij uitbreidingen van stations is deze ruimte mogelijkerwijs nodig, bijvoorbeeld om extra kabeltracés te kunnen realiseren. Het vergeven van deze ruimte kan daarom een beperkend effect hebben op de uitbreidingsmogelijkheden van een station. Hieronder is weergeven welke individuele doorlooptijden verwacht kunnen worden bij investeringen in de verschillende netvlakken.  Belangrijk is dat ‘individuele’ doorlooptijden zijn weergegeven. Deze indicatie van doorlooptijden voor individuele projecten moet gezien worden als de doorlooptijd, als ware dit het enige project dat door de netbeheerder uitgevoerd wordt. Natuurlijk zal er in werkelijkheid grote onderlinge afhankelijkheid zijn tussen projecten en is de doorlooptijd onder andere afhankelijk van de beschikbaarheid van technisch personeel en materieel.

 De doorlooptijd is ook afhankelijk van vergunningstrajecten; denk aan het wijzigen van een bestemmingsplan voor bijvoorbeeld bomenkap, het plaatsen van nieuwe gebouwen en dergelijke, ten behoeve van de uitbreiding van HS/MS-stations. Overheden kunnen hier invloed op uitoefenen. 5 tot 7 jaar 3 tot 6 jaar 2,5 tot 3 jaar 0,5 tot 3 jaar 0,5 tot 1 jaar 0,5 tot 1 jaar Nieuw HS/MS station Uitbreiding HS/MS station Nieuw MS station Kabelcircuit MS Nieuw MS/LS station Kabelcircuit LS Individuele doorlooptijden netuitbreidingenRuimtebeslag netuitbreidingen Uitbreiding HS/MS-station 0 m2 (situatie-afhankelijk) Nieuw HS/MS-station 15.000 – 40.000 m2 Nieuw MS-station 200 – 4.000 m2 Nieuw MS/LS-station 10 – 35 m2 Kabelcircuit MS (ondergronds) 1 – 10 m (tracébreedte) Kabelcircuit LS (ondergronds) ± 1 m (tracébreedte)

Impact op elektriciteitsnet Het oplopende werkpakket van de netbeheerder 27 De opgave om de RES-ambities te realiseren is enorm. De figuur hiernaast geeft een beeld van het aantal HS/MS-stations dat de afgelopen jaren in Nederland gerealiseerd is. Daarnaast laat het zien hoeveel nieuwe stations er jaarlijks tot en met 2030 nodig zullen zijn om de plannen voor duurzame opwek te kunnen aansluiten. Om alle beoogde opwek te kunnen aansluiten, moeten er jaarlijks tenminste 12 nieuwe stations worden gebouwd.  Het werkpakket van de netbeheerders loopt op door de energietransitie. Het uitvoeren van het toenemende werkpakket in combinatie met een tekort aan technisch personeel, vormt daarbij een uitdaging. We zullen slim en efficiënt moeten werken, om zo ook het uitvoeren van ons werkpakket haalbaar te maken.  Door systeemefficiëntie kunnen netinvesteringen worden bespaard. Het aantal nieuw te bouwen stations kan worden verlaagd. Dit betekent dus een flinke tijdwinst en draagt daarom bij aan een uitvoerbare RES.  Om tijdig de RES-ambities te kunnen halen, is het van belang de zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations samen te organiseren. Ook is het van belang te werken aan voldoende zekerheid, zodat wij als netbeheerder proactief kunnen investeren en de RES kunnen betrekken in onze investeringsplannen.

We willen u er ook graag op wijzen dat de Netbeheerders een wettelijke verplichting hebben om elke 2 jaar hun investeringsplannen in te dienen bij de toezichthouder ACM (Autoriteit Consument en Markt). In die plannen staat zo concreet mogelijk welke investeringen zij doen en op welke verwachtingen die zijn gebaseerd. Meer informatie hierover voor Enexis vindt u via: https://www.enexis.nl/over-ons/wat-bieden-we/documenten-en- publicaties/jaarverslagen-en-investeringsplannen 0 2 4 6 8 10 12 2016 2017 2018 2019 Jaarlijks nieuw te realiseren stations voor duurzame opwek t/m 2030 Realisatie nieuwe HS/MS-stations in heel Nederland (o.b.v. concept- RES’en) Impact op elektriciteitsnet Slimme oplossingen 28 Mogelijkheden van systeemefficiëntie Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om;  de haalbaarheid in tijd van de RES-ambitie te vergroten,  ruimte te besparen, en  maatschappelijke kosten te besparen. Op de volgende slide wordt toegelicht welke mogelijkheden er zijn om de systeemefficiëntie te verbeteren in RES-regio West-Overijssel. Hierbij maken we gebruik van 5 ontwerpprincipes. Mogelijkheden van flex-oplossingen in de toekomst Enexis en RENDO staan voor een grote uitdaging om de energietransitie efficiënt en tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten te faciliteren.

Daarom worden alternatieven onderzocht, die mogelijkerwijs goedkoper zijn dan netverzwaringen. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de toekomstige inzet van flexibiliteit. Wanneer in specifieke gevallen blijkt dat de inzet flexibiliteit doelmatiger is dan netverzwaring, kunnen flexibiliteitscontracten met zogenaamde ‘aggregators’ worden ingezet. Daarnaast kan flexibiliteit ook worden ingezet als tijdelijke maatregelen voor het overbruggen van de tijd tot netverzwaring gerealiseerd is. Op deze manier kan tijdig ruimte geboden worden voor nieuw aan te sluiten duurzame opwek. Op dit moment zijn er nog weinig flexibele bronnen (zoals bijvoorbeeld batterijen) aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, maar dit kan in de toekomst veranderen.

Impact op elektriciteitsnet Aanbevelingen voor meer systeemefficiëntie Bestaande infrastructuur optimaal benut  Maak zoveel mogelijk gebruik van bestaande capaciteit door zon en wind aan te sluiten waar ruimte beschikbaar is of komt.  Benut de extra capaciteit die met uitbreidingen (en loslaten storingsreserve) gerealiseerd wordt vollediger.  In de regio West-Overijssel zien we dat er een aantal stations moet worden uitgebreid om een relatief kleine vermogens aan te sluiten. Door het verplaatsen en combineren van zoekgebieden kunnen deze uitbreidingen wellicht voorkomen worden. Transport minimaliseren door combineren energievraag en –aanbod  Plaats opwek en verbruik zo dicht mogelijk bij elkaar. Als vraag en aanbod in balans zijn, hoeft minder energie te worden getransporteerd.  Op verschillende stations zien we een redelijke balans tussen vraag en aanbod. Er is wel winst te behalen. Dit kan door de locaties van vraag en aanbod achter het station waar mogelijk te combineren op één locatie, en te kijken hoe de opwek zoveel mogelijk (direct) lokaal gebruikt of opgeslagen kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door een deel van de projecten met duurzame opwek bij station Ommen Dante te verplaatsen naar stations waar een groter aandeel van vraag is, zoals bij Hardenberg en Zwolle.

Evenwichtige verdeling wind en zon  Door zon en wind te combineren kan de beschikbare capaciteit efficiënter benut worden. Dit komt mede doordat opwekpieken niet altijd gelijktijdig zijn.  Zoek naar mogelijkheden voor gecombineerde zoekgebieden of het aansluiten van zonprojecten bij bestaande windparken.  In West-Overijssel zien we op de meeste stations een overwegend aandeel zon, hier is nog winst te behalen. De totale verhouding zon/wind op basis van het RES-bod West-Overijssel is 81/19 in opgesteld vermogen [MW]. Een optimale verhouding van zon en wind ligt rond de 50/50 in opgesteld vermogen [MW], voor regio West-Overijssel betekent dit een optimale verdeling in van 23% zon en 77% wind in opgewekte energie [TWh]. Clustering duurzame opwekprojecten  Een klein aantal grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten kan veel besparen op ruimte, maatschappelijke kosten, en uitvoeringscapaciteit voor het realiseren van de aansluitingen.  Naast het clusteren van kleinere projecten in West-Overijssel, kan daarbij ook worden gekeken naar het gezamenlijk aansluiten van clusters. Door middel van cable pooling kan zon en wind op één aansluiting gecombineerd worden. De voorkeur van de netbeheerders is dat deze initiatieven vante voren bekend zijn.

Overige oplossingen  Voor netbeheerders: het, zodra toegestaan, inzetten van de reservecapaciteit van het elektriciteitsnet. Het gebruik van de reserve capaciteit op de transformatoren (n-0 capaciteit) is ook meegenomen in de RES analyse.  Voor initiatiefnemers: aftoppen van productie levert veel efficiëntie op voor de netinfrastructuur omdat de pieken niet meer opgevangen hoeven te worden. Bij de RES analyse is rekening gehouden met het aftoppen van grootschalige zon. Door het combineren van gezamenlijk aansluiten enaftoppen is nog meer winst te behalen, hierbij wordt gericht gekeken naar het aftoppen van de gezamenlijke piek. De regio kan hierin helpen door voorwaarden en mogelijkheden te scheppen.

5. Impact op gasnet Impact op gasnet Visie op inzet warmte vanuit de netbeheerder (1) 31 In de warmtetransitie worden afwegingen gemaakt tussen verschillende warmteoplossingen. Omdat keuzes veel impact hebben op de gasnetten en elektriciteitsnetten, willen Enexis, RENDO en Coteq hun visie en aanbevelingen meegeven aan betrokken partijen in de RES. Gasnetten behouden, na 2030 eventueel inzetten voor duurzame gassen De inzet van gas in Nederland - en dus ook de infrastructuur - gaat de komende decennia veranderen. Aardgasvrij maken van buurten en industrie betekent niet automatisch het verwijderen van gasnetten. Gasnetten kunnen ook gebruikt worden voor distributie van andere soorten duurzame gassen. Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden streven we ernaar om waar dat kan gasnetten te behouden. Zo blijft de leveringszekerheid geborgd, kan later gekozen worden om de netten zo goedkoop mogelijk te verwijderen of kunnen netten in de toekomst alsnog worden gebruikt voor duurzame gassen. In gemeenten kijken naar integrale energiesysteem in de wijk Gemeenten werken op lokaal niveau aan de Transitievisie Warmte (TVW). Enexis stimuleert om in de TVW te kijken naar het energiesysteem als geheel, en daarbij gebruik te maken van een wijkgerichte aanpak.

De impact van de warmteoplossing op het elektriciteitsnet moet in samenhang met elektrisch vervoer en zonne-energie in de wijk worden bekeken. Om te zorgen dat de investeringen die we doen planbaar en betaalbaar zijn, is het voor ons belangrijk dat investeringen zoveel mogelijk collectief worden uitgevoerd. Daarnaast willen wij vroegtijdig helderheid en zekerheid hebben over waar gasleidingen kunnen blijven liggen en waar elektriciteitsnetten moeten worden verzwaard. Groengas gebruiken indien bron in de buurt, alternatieven niet haalbaar zijn Groengas is biogas (opgewekt uit mest, slib etc.) dat is opgewerkt tot de kwaliteitseisen voor aardgas. Het is daarom geschikt om via onze gasnetten te transporteren. Er wordt steeds meer groengas ingevoed en is dus steeds meer beschikbaar als een bouwsteen van het integrale energiesysteem. Groengas biedt kansen om bestaande gasnetten optimaal te benutten en investeringen in het elektriciteitsnet te voorkomen. Maar voor het gebruik ervan zijn wel investeringen in de gasnetten nodig. De decentrale productie kent namelijk een constante productiestroom terwijl de vraag fluctueert. Groengas is één van de puzzelstukken, benut het optimaal. Het optimaal benutten van onze gasnetten en het vermijden van investeringen in elektriciteitsnetten leidt tot de laagste maatschappelijke kosten. Tegelijkertijd is groengas vooralsnog schaars.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/c4b39a78-e5ab-4ec4-8eab-adad1809ffad?agendaItemId=4f5067f8-9871-4f46-b374-47f04aa05543