Bijlage 2 Natuurtoets.pdf
Tekst van het document
5.3.2 Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Voor wat betreft de NNN is bij directe aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. In de provincie Overijssel geldt geen externe werking. Er bevindt zich geen NNN binnen het projectgebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. In de omgeving van het projectgebied liggen wel NNN-gebieden. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het project kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling in het projectgebied heeft geen effect op de directe omgeving van het projectgebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. 5.4 Aanvullend groenadvies t.b.v. invulling groenstrook De initiatiefnemer is voornemens om een groenstrook aan te leggen aan de oostzijde van de te realiseren bebouwing in het projectgebied. Om de ecologische waarde van de groenstrook te waarborgen, is een vrijblijvend advies uitgegeven, wat als doel heeft de reeds (in de omgeving) aanwezige biodiversiteit te bevorderen. Dagvlinders en andere insecten Uit de bureaustudie zijn de grote vos, grote weerschijnvlinder en de kleine ijsvogelvlinder naar voren gekomen. Deze soorten zijn sterk afhankelijk van waardplanten. Dit zijn plantensoorten waar de vlinders hun eitjes op leggen en de rupsen van eten, zodra deze zijn uitgekomen.
Sommige vlindersoorten brengen hun gehele leven voort op een enkele plantensoort. Om in het projectgebied een schikte biotoop voor deze vlinders te creëren, kunnen deze waardplanten in de groenstrook worden gerealiseerd. De waardplanten per soort zijn in Tabel 3 weergegeven. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 23 van 24 Tabel 3: Een overzicht van vlindersoorten uit de omgeving en hun waardplanten Vlindersoorten Waardplanten Grote vos Amerikaanse iep, appel(boom), boswilg, eenstijlige meidoorn, elsbes, gewone iep, gewone vogelkerst, katwilg, kraakwilg, netelboom/ zwepenboom, pruim, ratelpopulier, ruwe iep, schietwilg, veldiep, wilde appel, witte abeel, zoete kers, zwarte populier. Grote weerschijnvlinder Boswilg, geoorde wilg, grauwe wilg of rossige wilg, schietwilg, Kleine ijsvogelvlinder Wilde kamperfoelie (en enkele gecultiveerde kamperfoeliesoorten) Kleine marterachtigen en egel Aangezien kleine marterachtigen en egel verwacht worden in de houtwal, is er al geschikt leefgebied voor de soorten aanwezig. De groenstrook zou kunnen bijdragen aan de uitbreiding van dit geschikte leefgebied en de populatiegrootte van de kleine marterachtigen.
Om de groenstrook waarde te geven voor kleine marterachtigen, is het eerste advies om de groenstrook (zoveel mogelijk) aan te laten sluiten op de bestaande houtwal. Met name kleine marterachtigen zijn zeer gevoelig voor predatie, en verkiezen daarom de dekking van vegetatie boven het open terrein. De kleine marterachtigen foerageren in de dekking en op de rand van waar de dekking overgaat in het gras-/ of akkerland. De egel foerageert zowel in de dekking als op de akker. Om deze soorten tegemoet te komen wordt geadviseerd om een gelaagde houtwal te ontwikkelen, die minimaal 3 meter breed is. Er wordt een correlatie gezien tussen plantensoorten zoals braam en het voorkomen van de soorten, waarschijnlijk omdat braam veel dekking (en veiligheid) biedt en lang groen blijft in het najaar. Daarnaast kan gekozen worden voor een ruig grasland, wat veel muizen en insecten (en dus voedsel) aantrekt. Ten behoeve van beide soorten kunnen er takkenhopen en/of bladerenhopen worden neergelegd. Wanneer deze hopen zich in de dekking bevinden, kunnen deze geschikt zijn als verblijfplaats of winterrustplaats (voor de egel). Algemeen Wanneer er gekozen wordt voor een combinatie van de adviezen, is het belangrijk om te kijken naar de onderlinge samenhang in biotopen en leefgebied van soorten.
Een ecosysteem is het beste in balans wanneer de biodiversiteit groot is en de combinatie van soorten logisch is. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 24 van 24 6 Bronnen Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Zoogdiervereniging, z.d. Bunzing. Gevonden op 01-03-2021 op: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bunzing Zoogdiervereniging, z.d. Hermelijn. Gevonden op 01-03-2021 op: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/hermelijn Zoogdiervereniging, z.d. Egel. Gevonden op 01-03-2021 op: https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/egel Vlinderstichting, z.d. Gevonden op 01-03-2021 op: https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-vos Vlinderstichting, z.d. Gevonden op 01-03-2021 op: https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote- weerschijnvlinder Vlinderstichting, z.d.
Gevonden op 01-03-2021 op: https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/kleine-ijsvogelvlinder Overig: NDFF www.zoogdieratlas.nl www.ravon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.naturalis.nl www.vivara.nl www.telmee.nl www.vlindernet.nl www.libellennet.nl Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Bijlagen Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Bijlage 1: Wettelijk kader - Wet natuurbescherming Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: - soorten van de Vogelrichtlijn; - soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; - ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten. Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze Bijlage voor de vogelsoorten en Tabel B van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten niet zijnde vogels). Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan.
Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f.
in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I).
Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam Amfibieën boomkikker Zoogdieren landzoogdieren hamster geelbuikvuurpad otter heikikker bever kamsalamander hazelmuis knoflookpad lynx rugstreeppad noordse woelmuis vroedmeesterpad wilde kat poelkikker wolf Dagvlinders moerasparelmoervlinder Zoogdieren vleermuizen baardvleermuis apollovlinder bechsteins vleermuis boszandoog bosvleermuis donker pimpernelblauwtje brandts vleermuis grote vuurvlinder franjestaart pimpernelblauwtje gewone grootoorvleermuis tijmblauwtje grijze grootoorvleermuis zilverstreephooibeestje grote hoefijzerneus Haften oeveraas grote rosse vleermuis Kevers brede geelrandwaterroofkever ingekorven vleermuis gestreepte waterroofkever kleine dwergvleermuis juchtleerkever kleine hoefijzerneus vermiljoenkever laatvlieger Libellen mercuurwaterjuffer meervleermuis bronslibel mopsvleermuis gaffellibel noordse vleermuis gevlekte witsnuitlibel rosse vleermuis groene glazenmaker ruige dwergvleermuis noordse winterjuffer tweekleurige vleermuis oostelijke witsnuitlibel vale vleermuis rivierrombout watervleermuis sierlijke witsnuitlibel gewone dwergvleermuis Nachtvlinders teunisbloempijlstaart Zoogdieren zeezoogdieren walrus Reptielen Dikkopschildpad, kemp’s zee- schildpad, lederschildpad, soepschilpad Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis gladde slang gestreepte dolfijn muurhagedis gewone dolfijn zandhagedis
gewone spitsdolfijn Sporenplanten geel schorpioenmos grijze dolfijn tonghaarmuts kleine zwaardwalvis kleine vlotvaren narwal Vissen steur orka houting tuimelaar Weekdieren bataafse stroommossel witflankdolfijn, witsnuitdolfijn platte schijfhoren noordse vinvis, potvis Zaadplanten liggende raket butskop drijvende waterweegbree dwergvinvis Groenknolorchis, zomerschroeforchis griend, witte dolfijn kruipend moerasscherm spitsdolfijn van gray Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Tabel B (1). “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam Amfibieën Alpenwatersalamander Vissen Beekdonderpad Bruine kikker* Beekprik Gewone pad* Elrits Kleine watersalamander* Europese rivierkreeft Meerkikker* Gestippelde alver Middelste groene kikker* Grote modderkruiper Vinpootsalamander Kwabaal Vuursalamander Dagvlinders Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Zoogdieren Aardmuis* Bruin dikkopje Boommarter Bruine eikenpage Bosmuis* Donker pimpernelblauwtje Bunzing** Duinparelmoervlinder Damhert Gentiaanblauwtje Das Grote parelmoervlinder Dwergmuis* Grote vos Dwergspitsmuis* Grote vuurvlinder Edelhert Grote weerschijnvlinder Eekhoorn Iepenpage Egel* Kleine heivlinder Eikelmuis Kleine ijsvogelvlinder Gewone bosspitsmuis* Kommavlinder Gewone zeehond Pimpernelblauwtje Grote bosmuis Sleedoornpage Grijze zeehond Spiegeldikkopje Haas* Veenbesblauwtje Hermelijn** Veenbesparelmoervlinder Huisspitsmuis* Veenhooibeestje Konijn* Veldparelmoervlinder Molmuis Zilveren maan Ondergrondse woelmuis* Reptielen Adder Ree* Hazelworm Rosse woelmuis* Levendbarende hagedis Steenmarter Ringslang Tweekleurige bosspitsmuis* Libellen Beekkrombout Veldmuis* Bosbeekjuffer Veldspitsmuis* Donkere waterjuffer Vos* Gevlekte glanslibel Waterspitsmuis Gewone bronlibel Wezel** Hoogveenglanslibel Wild zwijn Kempense heidelibel Woelrat* Speerwaterjuffer Kevers Vliegend hert Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove
projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Tabel B (2). Per provincie vrijgestelde “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. (aangegeven met een ‘x’ of ‘*’). Provincie Soort Friesland Groningen Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht Noord- Holland Zuid- Holland Flevoland Zeeland Noord- Brabant Limburg Aardmuis x x x x x x x x x x x x Bastaardkikker x x x x x x x x x x x x Bosmuis x x x x x x x x x x x x Bruine kikker x x x x x x x x x x x x Bunzing x x x x x x x x Dwergmuis x x x x x x x x x x x x Dwergspitsmuis x x x x x x x x x x x x Eekhoorn (*) Egel x x x x x x x x x x x Gewone bosspitsmuis x x x x x x x x x x x x Gewone pad x x x x x x x x x x x x Haas x x x x x x x x x x x x Hazelworm (**) Hermelijn x x x x x x x Huisspitsmuis x x x x x x x x x x x x Kleine watersalamander x x x x x x x x x x x x Konijn x x x x x x x x x x x x Levendbarende hagedis (***) Meerkikker x x x x x x x x x x x x Molmuis x Ondergrondse woelmuis x x x x x x x x x x x Ree x x x x x x x x x x x x Rosse woelmuis x x x x x x x x x x x x Steenmarter x (****) Tweekleurige bosspitsmuis x x x x x x x x x x x Veldmuis x x x x x x x x x x x x Vos x x x x x x x x x x x x Wezel x x x x x x x Wild zwijn x Woelrat x x x x x x x x x x x x (*) = vrijgesteld maart–april en juli t/m november (**) = vrijgesteld in juli t/m september, (***) = 15 aug
t/m 15 okt, (****) = 15 aug t/m feb (Wijzigingsverordening, provincie Limburg, 2017) Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep Nederlandse naam Nederlandse naam Nederlandse naam Planten Akkerboterbloem Groensteel Roggelelie Akkerdoornzaad Groot spiegelklokje Rood peperboompje Akkerogentroost Grote bosaardbei Rozenkransje Beklierde ogentroost Grote leeuwenklauw Ruw parelzaad Berggamander Honingorchis Scherpkruid Bergnachtorchis Kalkboterbloem Schubvaren Blaasvaren Kalketrip Schubzegge Blauw guichelheil Karthuizeranjer Smalle raai Bokkenorchis Karwijselie Spits havikskruid Bosboterbloem Kleine ereprijs Steenbraam Bosdravik Kleine Schorseneer Stijve wolfsmelk Brave hendrik Kleine wolfsmelk Stofzaad Brede wolfsmelk Kluwenklokje Tengere distel Breed wollegras Knollathyrus Tengere veldmuur Bruinrode wespenorchis Knolspirea Trosgamander Dennenorchis Korensla Veenbloembies Dreps Kranskarwij Vliegenorchis Echte gamander Kruiptijm Vroege ereprijs Franjegentiaan Lange zonnedauw Wilde averuit Geelgroene wespenorchis Liggende ereprijs Wilde ridderspoor Geplooide vrouwenmantel Moerasgamander Wilde weit Getande veldsla Muurbloem Wolfskers Gevlekt zonneroosje Naakte lathyrus Zandwolfsmelk Glad biggenkruid Naaldenkervel
Zinkviooltje Gladde zegge Pijlscheefkalk Zweedse kornoelje Groene nachtorchis Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt.
Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden. Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a.
dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5.
Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10). Ontheffingsgronden Artikel 3.1 Artikel 3.5 Artikel 3.10 Soorten van de Vogelrichtlijn Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern Andere soorten 1 Er bestaat geen andere bevredigende oplossing X X X 2 Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding X X X 3 Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid X X X veiligheid van luchtverkeer X Nee X ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij X X X ter bescherming van Flora en Fauna X X X voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt X X X dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten Nee X X ruimtelijke inrichting of ontwikkeling Nee Nee X schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte,
bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang Nee Nee 3.10 2a-g Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen.
Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven. Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan. Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO.
Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden.
Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: - bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; - landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); - grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027. Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen.
De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit. Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2. Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s.
Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen). Stroomschema vergunningsprocedure Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze is ook van kracht onder de huidige Wet natuurbescherming. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoets een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. +31 6 20606920 E. Mathilde.vandenBroek@AnteaGroup.com www.anteagroup.nl Copyright © 2016 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.