CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Natuurtoets.pdf

Politieke Markt 14 december 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Vollenhove, transformatorstation Voorst 8c13.798 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hoogspanningsstation Vollenhove Toetsing Wet Natuurbescherming en NNN projectnummer 0465576.100 definitief revisie 00 9 maart 2021 Natuurtoets Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove Toetsing Wet Natuurbescherming en NNN projectnummer 0465576.100 definitief revisie 00 9 maart 2021 Auteurs M.A.T.H.I.L.D.E. van den Broek Opdrachtgever Enexis Netbeheer B.V. Magistratenlaan 116 5233 MB 's-Hertogenbosch datum vrijgave beschrijving revisie 00 goedkeuring vrijgave 09-03-2021 definitief Luc Koks Johan Fuite De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Inhoudsopgave Blz. 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 Projectvoornemen en planning 1 1.3 Doel en onderzoeksvragen 2 1.4 Leeswijzer 2 2 Wettelijk kader Wet natuurbescherming 4 2.1 Algemeen 4 2.2 Soortbescherming 4 2.3 Gebiedsbescherming 6 2.3.1 Natura 2000 6 2.3.2 Natuurnetwerk Nederland 6 2.3.3 Bos- en natuurgebieden buiten het NNN 7 2.4 Procedure 7 3 Methodiek 8 3.1 Algemeen 8 3.2 Bureauonderzoek 8 3.3 Terreinbezoek 9 3.4 Effectbeoordeling en advies vervolgtraject 9 4 Resultaten 10 4.1 Gebiedsbeschrijving 10 4.2 Beschermde soorten 11 4.2.1 Resultaten bureauonderzoek 11 4.2.2 Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen 12 4.2.3 Samenvatting beschermde soorten 18 4.3 Beschermde gebieden 18 5 Toetsing 20 5.1 Effectbepaling project 20 5.2 Toetsing effect op beschermde soorten 20 5.2.1 Vogels 20 5.2.2 Zoogdieren 21 5.3 Effecten op beschermde gebieden 22 5.3.1 Effecten op Natura 2000-gebieden 22 5.3.2 Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) 22 6 Bronnen 23 Bijlage 1: Wettelijk kader - Wet natuurbescherming Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Globale ligging van het projectgebied (rood omlijnd) Bron luchtfoto: PDOK Viewer, 2021.

Vollenhove Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Conclusies en advies Enexis is voornemens om in Vollenhove het hoogspanningsstation uit te breiden. Het project kan worden uitgevoerd indien de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het projectgebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn. Conclusies: Beschermde gebieden In het projectgebied is geen NNN-gebied aanwezig. Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN in de nabijheid van het project kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling in het projectgebied heeft geen effect op de directe omgeving van het projectgebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Uit de bureaustudie blijkt dat op circa 1,6 kilometer afstand ten noordoosten en 3,5 kilometer ten zuidoosten van het projectgebied Natura 2000-gebieden ‘De Wieden’ en ‘Zwarte Meer’ liggen.

Als gevolg van de relatief grote afstand kunnen effecten op de Natura 2000-gebieden ten gevolge van bijvoorbeeld versnippering, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht en verstoring door trillingen op voorhand worden uitgesloten. Enkel negatieve effecten van vermesting en verzuring van stikstofgevoelige habitattypen in het De Wieden en Zwarte Meer als gevolg van stikstofdepositie kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Als gevolg van het voornemen kunnen significante negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet worden uitgesloten. Er wordt daarom geadviseerd om een AERIUS-berekening uit te voeren. Zie ook Tabel 1. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000 NNN Aanwezig binnen de invloedssfeer? Nee Nee Effecten? Mogelijk Nee Vereiste vervolgstappen aan de orde? AERIUS berekening Nee Is het project uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming? Onduidelijk Ja Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: - Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen op de grond in het projectgebied); - Hermelijn en bunzing (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in houtwal die direct grenst aan het projectgebied); - Egel (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in houtwal die direct grenst aan het projectgebied). In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In Hoofdstuk 5 van deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies. Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep) Essentieel leefgebied in projectgebied? Nader onderzoek nodig? Is er sprake van een overtreding? Ontheffing noodzakelijk Vervolgstappen [Algemene broedvogels] Ja, mogelijk grondbroe- dende soorten die een nest maken op de grond in het projectgebied Nee Nee, mits werken volgens gedragscode of werken buiten broedseizoen Nee werken volgens gedragscode of werken buiten broedseizoen [Kleine marterachtigen] [hermelijn en bunzing] Ja, mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in houtwal die direct grenst aan het projectgebied Mogelijk Nee, mits werken buiten het actieve seizoen van kleine marterachtigen Mogelijk Werken buiten het actieve seizoen van kleine marterachtigen óf een nader onderzoek uitvoeren naar de aanwezigheid en gebruik van het leefgebied van hermelijn en bunzing [Egel] Ja, mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in houtwal die direct grenst aan het projectgebied Mogelijk Nee, mits werken buiten het actieve seizoen van egel Mogelijk mits werken buiten het actieve seizoen van egel óf een nader onderzoek uitvoeren naar de aanwezigheid en het gebruik van het leefgebied van egel Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden.

De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Aanvullend groenadvies t.b.v. invulling groenstrook De initiatiefnemer is voornemens om een groenstrook aan te leggen aan de oostzijde van de te realiseren bebouwing in het projectgebied. Om de ecologische waarde van de groenstrook te waarborgen, is een vrijblijvend advies uitgegeven, wat als doel heeft de reeds (in de omgeving) aanwezige biodiversiteit te bevorderen. Dagvlinders en andere insecten Aangezien er uit de bureaustudie enkele beschermde dagvlindersoorten (grote vos, grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder) naar voren komen, wordt er geadviseerd om de waardplanten van deze soorten mee te nemen in de invulling van de groenstrook. Een overzicht van de waardplanten per vlindersoort is weergegeven in Tabel 3. Tabel 3: Een overzicht van vlindersoorten uit de omgeving en hun waardplanten Vlindersoorten Waardplanten Grote vos Amerikaanse iep, appel(boom), boswilg, eenstijlige meidoorn, elsbes, gewone iep, gewone vogelkerst, katwilg, kraakwilg, netelboom/ zwepenboom, pruim, ratelpopulier, ruwe iep, schietwilg, veldiep, wilde appel, witte abeel, zoete kers, zwarte populier.

Grote weerschijnvlinder Boswilg, geoorde wilg, grauwe wilg of rossige wilg, schietwilg, Kleine ijsvogelvlinder Wilde kamperfoelie (en enkele gecultiveerde kamperfoeliesoorten) Kleine marterachtigen en egel Kleine marterachtigen en egel worden verwacht in de houtwal aangrenzend aan het projectgebied; er is al geschikt leefgebied voor de soorten aanwezig. Wanneer er in het ontwerp van de groenstrook rekening gehouden wordt met florasoorten die voldoende dekking bieden voor de kleine marterachtigen (zoals braam) kan de groenstrook bijdragen aan het geschikte leefgebied voor kleine marterachtigen en egel. Hierbij is het van belang dat de groenstrook wordt aangesloten op de bestaande houtwal. Kleine marterachtigen zijn zeer gevoelig voor predatie en verkiezen de dekking van vegetatie boven het open terrein. Er wordt geadviseerd om de groenstrook een minimale breedte van 3 meter te geven om de functionaliteit ervan te waarborgen. Er wordt geen maximumbreedte geadviseerd. Algemeen Wanneer er gekozen wordt voor een combinatie van de adviezen, is het belangrijk om te kijken naar de onderlinge samenhang in biotopen en leefgebied van soorten. Een ecosysteem is het beste in balans wanneer de biodiversiteit groot is en de combinatie van soorten logisch is. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V.

Blad 1 van 24 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Enexis is voornemens om in Vollenhove het hoogspanningsstation uit te breiden. Daarnaast is de initiatiefnemer voornemens om een groene strook aan te leggen ten behoeve van de bevordering van de natuur. Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven. In Figuur 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven. Figuur 1.1.Ligging van het projectgebied (rood omkaderd). Bron luchtfoto: PDOK Viewer, 2021. 1.2 Projectvoornemen en planning De initiatiefnemer is voornemens om in Vollenhove het hoogspanningsstation uit te breiden (gemeente Steenwijkerland; provincie Overijssel). Om de bereikbaarheid van dit gebouw te vergroten, zal een pad aangelegd worden.

Om dit te realiseren zal de greppel aan de oostzijde van het projectgebied worden gedempt. Daarnaast is de initiatiefnemer voornemens om aan de oostzijde van het nieuw te realiseren gebouw een groenstrook aan te planten, om de biodiversiteit te bevorderen. Er is nog geen exacte planning bekend. Zie Figuur 1.2 voor een impressie en het ontwerp van het voornemen.

Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 2 van 24 Figuur 1.2. Schets projectvoornemen. 1.3 Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: - Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? - Komen in de beïnvloedingszone van het projectgebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4 Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: - De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; - Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het projectvoornemen; - Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader;

Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 3 van 24 - Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; - Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het projectgebied; - Hoofdstuk 5 toetst de activiteiten aan de natuurwetgeving en het NNN. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 4 van 24 2 Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 2.4 wordt de vervolgprocedure aangegeven bij een overtreding van verbodsbepalingen. 2.1 Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000- gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden omdat deze niet aan de orde is aangezien er geen bomen aanwezig zijn in voorliggend projectgebied. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn.

Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn. 2.2 Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 5) aanwezig zijn in het plangebied.

Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). In de provincie Overijssel is afgeweken van de landelijke ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van LNV, 2009. In Overijssel zijn nesten van 23 soorten jaarrond beschermd (categorie 1-4). De nesten van zeven soorten zijn aan de Rijkslijst toegevoegd (boerenzwaluw, bosuil, huiszwaluw, raaf, torenvalk, zeearend en zwarte specht). In de provincie Overijssel is ook Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 5 van 24 een aantal soorten aangemerkt als categorie 5; deze lijst wijkt af van de Rijkslijst. In deze categorie gaat het om soorten die vaak terugkeren naar de plek waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan.

Deze soorten beschikken echter wel over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Ze zijn op deze lijst geplaatst vanwege bijvoorbeeld de slechte staat van instandhouding waarin ze verkeren. Het zijn ook soorten die specifieke eisen stellen aan hun nestplaats en bijbehorend functioneel leefgebied, waardoor binnen de reikwijdte van de soort slechts beperkte alternatieve nestgelegenheden aanwezig zijn. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt, moet voor deze soorten worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden.

Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren.

Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 6 van 24 Bij voorliggende toetsing is de provincie Overijssel bevoegd gezag. In de provincie Overijssel zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de egel, bunzing, hermelijn en wezel niet vrijgesteld. Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden.

In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht. 2.3 Gebiedsbescherming 2.3.1 Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden. 2.3.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden.

Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In Artikel 2.7.3 van de Geconsolideerde Verordening vanaf 2017 (2019) staan regels opgenomen die de bescherming van het NNN in de provincie Overijssel waarborgen. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe (Artikel 2.7.4). Het ‘nee, tenzij’-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. In Artikel 2.7.5 staat opgenomen waaraan een compensatieplan moet voldoen. Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Overijssel geen externe werking.

Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het NNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 7 van 24 activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden. 2.3.3 Bos- en natuurgebieden buiten het NNN Buiten het Natuurnetwerk Nederland zijn in de provincie Overijssel in ruime mate bos- en natuurgebieden aanwezig. Deze gebieden dienen behouden te blijven. De Geconsolideerde Verordening (2019) voorziet in een aanvullende bescherming voor bos- en natuurgebieden buiten het NNN vanwege het belang van deze gebieden voor flora en fauna. Gelet op die functie is het ongewenst dat bos- en natuurelementen worden ‘verplaatst’. Dit zou verlies van natuurwaarden kunnen betekenen, bijvoorbeeld waar oude bosbodems verloren gaan. Om te voorkomen dat aanwezige en potentiële natuurwaarden worden aangetast, zijn in principe geen ontwikkelingen toegestaan die negatieve effecten hebben op deze waarden. In Artikel 2.8 van de van de Geconsolideerde Verordening vanaf 2017 (2019) staan regels opgenomen ter bescherming van deze gebieden.

Ontwikkelingen zijn enkel mogelijk indien een zwaarwegend maatschappelijk belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. 2.4 Procedure Als een project een kans op negatieve effecten op enig Natura 2000-gebied heeft, dient een vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Bij een overtreding van verbodsbepalingen uit de soortbescherming dient een ontheffing beschermde soorten aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag. Onder de Wet natuurbescherming is sprake van één rechtsdocument waarmee zowel vergunning (gebiedsbescherming) als ontheffing (soortbescherming) wordt verleend. Het bevoegd gezag is de provincie waar de activiteit (grotendeels) plaatsvindt. De aanvraag kan al dan niet gekoppeld aan de omgevingsvergunning, ingediend worden bij het gemeenteloket of rechtstreeks bij de provincie. Over de ontheffing/vergunning wordt binnen 13 weken na ontvangst beslist. Bevoegd gezag kan de beslissingstermijn eenmaal verlengen met 7 weken. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V.

Blad 8 van 24 3 Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie. 3.1 Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het project; 2. Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. 3.2 Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het projectgebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect.

Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt met het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd. Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het projectgebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het projectgebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het projectgebied voor zouden kunnen komen.

Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het projectgebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 9 van 24 3.3 Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend.

Op 23 februari 2021 is vanaf circa 14.30 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij half bewolkt weer met een temperatuur van circa 13 °C. Tijdens het terreinbezoek is het projectgebied te voet belopen en zijn elektriciteitsmasten, bebouwing en bomen geïnspecteerd met een verrekijker op holtes of nesten. 3.4 Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 10 van 24 4 Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het projectgebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het projectgebied aangegeven wordt.

4.1 Gebiedsbeschrijving Het projectgebied ligt ten oosten van De Voorst en ten westen van Noordwal te Vollenhove (gemeente Steenwijkerland; provincie Overijssel). Het projectgebied omvat een hoogspanningsstation van Enexis. De centrale bevat een met hekken afgesloten gedeelte, waar de kern van de hoogspanningsstation zich bevindt. Aansluitend aan het hekwerk bevinden zich twee gebouwen. Het betreffen gemetselde gebouwen, waarvan één platte daken heeft en één een puntdak. Aan de achterzijde van het hekwerk bevinden zich twee elektriciteitsmasten, welke ongeveer 30 meter hoog zijn. De masten zijn verbonden met elektriciteitskabels. De elektriciteitsmasten bevinden zich op een akker, welke omgeploegd en gecultiveerd is. De rest van het projectgebied bevindt zich op grasland. Aan de achterzijde van het hekwerk wordt de akker afgescheiden van het grasland met een greppel, welke deels ondergelopen is tijdens het moment van het terreinbezoek. Het projectgebied ligt aan het Vollenhoverkanaal, op een dijk. Er heerst ongeveer 3 meter hoogteverschil tussen het water van het kanaal en het projectgebied. Aan de oostzijde van het projectgebied bevindt zich een houtwal, van ongeveer 5 meter breed. Deze loopt schuin de dijk af. Langs het projectgebied loopt een fietspad, waarbij veel activiteit van fietsers, wandelaars en sporadisch autoverkeer is.

In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het projectgebied. De voorzijde van de elektriciteitscentrale De achterzijde van de elektriciteitscentrale, waar de bebouwing tussen de masten gepland is. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 11 van 24 Figuur 4.1. Impressie van het projectgebied.. 4.2 Beschermde soorten 4.2.1 Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het projectgebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de niet- vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2016-2021).

Soortgroep Soort JRB HR A/B Vogels met een jaarrond beschermd nest* Boomvalk X Buizerd X Gierzwaluw X Grote gele kwikstaart X Havik X Huismus X Kerkuil X Ooievaar X Ransuil X Roek X Slechtvalk X Sperwer X Steenuil X Wespendief X Zoogdieren Bever X Boommarter X Bunzing X Eekhoorn X De achterzijde van de elektriciteitscentrale, waar de greppel te zien is De houtwal op de dijk aan de oostzijde van het projectgebied. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 12 van 24 Egel X Hermelijn X Otter X Vleermuizen** X Steenmarter X Amfibieën Geen waarnemingen Reptielen Ringslang X Insecten - Dagvlinders Grote vos X Grote weerschijnvlinder X Kleine ijsvogelvlinder X Insecten - Libellen Gevlekte glanslibel X Gevlekte witsnuitlibel X Kempense heidelibel X Noordse winterjuffer X Sierlijke witsnuitlibel X Vissen Geen waarnemingen Planten Geen waarnemingen Overige soortgroepen Geen waarnemingen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). ** Vleermuizen: franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone-/grijze grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het projectgebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet. 4.2.2 Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Afbakening relevante soorten Aangezien het projectgebied een beperkte omvang heeft, gecultiveerd en bebouwd is, niet aansluit op grote natuur(lijke)gebieden, in een verstoorde omgeving ligt en het verspreidingsgebied van een aantal soorten niet tot aan Vollenhove loopt, zijn niet alle biotoop- kritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: amfibieën, vissen en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken) en flora. Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het projectgebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. Gezien het ontbreken van bomen, bosschages, struiken of ruig grasland in het projectgebied, het kleinschalige karakter van het project en de afstand tot het water, kan de aanwezigheid van essentieel leefgebied voor bever, boommarter, otter en ringslang in het projectgebied worden uitgesloten.

De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren (bunzing, eekhoorn, egel, hermelijn, steenmarter en vleermuizen), dagvlinders (grote vos, grote weerschijnvlinder, Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 13 van 24 kleine ijsvogelvlinder) en libellen (gevlekte glaslibel, gevlekte witsnuitlibel, kempense heidelibel, noordse winterjuffer, sierlijke witsnuitlibel) Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het projectgebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Het gaat hierbij om boom- en gebouw-broedende soorten en overige soorten. Aangezien er geen bomen staan in het projectgebied, zijn nesten van boom-broedende soorten als boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer, steenuil en wespendief uitgesloten in het projectgebied. Ook in de houtwal naast het projectgebied zijn geen nesten aangetroffen van deze soorten. Gierzwaluw, huismus en kerkuil zijn gebouw-broedende soorten. Gierzwaluw en huismus broeden veelal onder dakpannen of in dakgoten. Kerkuil broedt in schuren of kerken.

Aangezien de bebouwing in het projectgebied enkel een glad, schuin dak betreft, is er voor geen van deze soorten geschikt broedbiotoop aanwezig. Nesten van deze soorten in het projectgebied zijn uitgesloten. De grote gele kwikstaart broedt in de oever langs stromende rivieren, welke ontbreken binnen het projectgebied. Nesten van de grote gele kwikstaart in het projectgebied zijn uitgesloten. De ooievaar is in de omgeving van het projectgebied waargenomen. Voor de ooievaar ontbreekt binnen het projectgebied geschikt nestbiotoop in de vorm van hoge palen met nesten, of de gelegenheid om grote nesten te maken. Nesten van ooievaar in het projectgebied zijn uitgesloten. De slechtvalk komt tot broeden op hoge kliffen, hoge bebouwing of in elektriciteitsmasten. In het projectgebied staan twee elektriciteitsmasten. Deze zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten of restanten van nesten. Aangezien deze niet zijn aangetroffen tijdens het terreinbezoek, is de aanwezigheid van nesten van slechtvalk in het projectgebied uitgesloten. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest ( categorie 5) Tijdens het terreinbezoek zijn koolmees en nesten van huiszwaluw aangetroffen. Beide soorten vallen onder de categorie-5 vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

Dit laatste is op het projectgebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. De nesten van huiszwaluw (zie Figuur 4.2) bevinden zich tegen de gevel, onder de dakgoot van het gebouw in het projectgebied. Als gevolg van het projectvoornemen, gaat dit gebouw niet verloren. Wanneer de algemene broedperiode wordt aangehouden, is er ook geen sprake van verstoring. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 14 van 24 Figuur 4.2: Nesten van huiszwaluw, aan de westelijke gevel van het gebouw met het puntdak. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) Tijdens het terreinbezoek zijn aalscholver, fuut, graspieper, kokmeeuw en scholekster waargenomen. Grond-broedende vogels zoals kokmeeuw en scholekster, zouden tot broeden kunnen komen in het projectgebied. Aalscholver en graspieper zouden nesten kunnen maken in de houtwal grenzend aan het projectgebied. Fuut broedt in het water, wat buiten de invloedssfeer van het projectgebied ligt. Er dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van algemene broedvogels aangezien de aanwezigheid van nestlocaties niet volledig kan worden uitgesloten.

Gevolgen van het projectvoornemen op algemene broedvogels worden in Hoofdstuk 5 behandeld. Zoogdieren Vleermuizen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het voorliggende projectgebied zijn geen bomen aanwezig, derhalve kunnen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden uitgesloten. De bebouwing in het projectgebied is onderzocht op de aanwezigheid van kieren in voegen, scheuren of openingen die toegang kunnen bieden tot de spouwmuur. Deze zijn niet aangetroffen. Derhalve kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in het projectgebied worden uitgesloten. Gezien het ontbreken van bomen/ bosschages en lijnvormige elementen in het projectgebied wordt niet verwacht dat het projectgebied deel uitmaakt van essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute(s). Negatieve effecten op vleermuizen als gevolg van het voornemen zijn uitgesloten.

Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 15 van 24 Overige (land)zoogdieren Bunzing De biotoop van de bunzing (familie van de kleine marterachtigen) kenmerkt zich als waterrijk, waarbij er voldoende dekking aanwezig is van bosschages, houtwallen, oevervegetatie etc. Bunzing is op circa 1600 meter van het projectgebied aangetroffen, nabij een groenzoom langs het Kadoelermeer (NDFF, 2018). In de directe omgeving van het projectgebied zijn bosschages, houtwallen en oevervegetatie langs de watergang aanwezig. Om deze reden is incidentele aanwezigheid van de bunzing in het projectgebied waarschijnlijk, echter van essentieel leefgebied is geen sprake. Aangrenzend aan het projectgebied is een houtwal aanwezig. Op deze plaats kunnen verblijfplaatsen van bunzing aanwezig zijn. Verblijfplaatsen binnen de invloedssfeer van het projectvoornemen kunnen niet worden uitgesloten. Gevolgen van het projectvoornemen op bunzing worden in hoofdstuk 5 behandeld. Eekhoorn Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook voor in bebouwd gebied. Op circa 400 meter, aan de overzijde van het Vollenhoverkanaal, is eekhoorn aangetroffen (NDFF, 2016).

Aangezien het projectgebied geen geschikt biotoop bevat voor eekhoorn en er tijdens het terreinbezoek geen individuen, nesten of sporen van eekhoorn zijn aangetroffen, kan worden uitgesloten dat het projectgebied essentieel leefgebied van de eekhoorn bevat. Ook in de houtwal aangrenzend aan het projectgebied zijn nesten van eekhoorn uitgesloten. Egel Egel komt voor in struweel in bossen/ bosschages, parken, tuinen en soms in stedelijk gebied De soort is afhankelijk van dekking en hopen van bladeren/ takken om te overwinteren, voortplanten en foerageren. Egel is op circa 1100 meter van het projectgebied waargenomen, in een woonwijk (NDFF, 2020). Tijdens het terreinbezoek zijn geen struwelen of hopen met takken of bladeren aangetroffen die op aanwezigheid van egel kunnen wijzen. Hoewel egel incidenteel aanwezig kan zijn in het projectgebied, is essentieel leefgebied in het projectgebied uitgesloten. Aangrenzend aan het projectgebied is een houtwal aanwezig. Op deze plaats kunnen verblijfplaatsen van egel aanwezig zijn. Verblijfplaatsen binnen de invloedssfeer van het projectvoornemen kunnen niet worden uitgesloten. Gevolgen van het projectvoornemen op egel worden in hoofdstuk 5 behandeld. Hermelijn De hermelijn (familie van de kleine marterachtigen) komt voor in bossen/ bosschages, akkers, duinen etc.

Deze soort komt vrijwel overal voor zolang er maar voldoende dekking aanwezig is in de vorm van struwelen, ruig grasland, rotsen, houtwallen en takkenhopen. Op circa 1900 meter van het projectgebied is de hermelijn waargenomen, in een park in een woonwijk (NDFF, 2016). Binnen het projectgebied zijn er geen groenelementen (zoals struweel) aanwezig die de hermelijn dekking bieden. Direct grenzend aan het projectgebied is een houtwal aanwezig, waar wel voldoende dekking aanwezig is voor de soort. Het is niet uit te sluiten dat de hermelijn Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 16 van 24 incidenteel foerageert aan de rand van het projectgebied. Essentieel leefgebied van de hermelijn in het projectgebied is echter uitgesloten. Aangrenzend aan het projectgebied is een houtwal aanwezig. Op deze plaats kunnen verblijfplaatsen van hermelijn aanwezig zijn. Verblijfplaatsen binnen de invloedssfeer van het projectvoornemen kunnen niet worden uitgesloten. Gevolgen van het projectvoornemen op hermelijn worden in hoofdstuk 5 behandeld. Steenmarter De biotoop van de steenmarter kenmerkt zich als kleinschalig natuurlandschap. De soort komt voor in parklandschap, dorpen, boerderijen of parken. Ook in rotsachtige gebieden zonder bosschages komt de soort voor.

Van belang voor de soort is dat er voldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn in de vorm van takkenhopen, holen, ruimten in bebouwing of holtes in rotsformaties. Op circa 1600 meter van het projectgebied is de steenmarter waargenomen aan de rand van een grote bosschage (NDFF, 2018). Aangezien het projectgebied of de directe omgeving geen bosschages of bebouwing met toegang tot (kruip) ruimte bevat, is de aanwezigheid van verblijfplaatsen uitgesloten. Wel is het mogelijk dat steenmarter incidenteel foerageert in het projectgebied. Essentieel leefgebied is echter uitgesloten. Vlinders, Libellen en overige soortgroepen Dagvlinders Grote vos Het habitat van de grote vos bestaat uit vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. De waardplant van de grote vos is voornamelijk iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. Uit de bureaustudie komt naar voren dat de grote vos in de bosschage aan de overzijde van het Vollenhoverkanaal voorkomt. Hoewel de soort als gevolg van sterke wind of dwaling incidenteel aanwezig kan zijn in het projectgebied, bevat het projectgebied geen van de waardplanten van de grote vos en is daarom geen essentieel leefgebied van de grote vos. Grote weerschijnvlinder De grote weerschijnvlinder leeft hoog in bloeiende (wilgen)bomen. De soort voedt zich met honingdauw, kadavers en soms (mensen) zweet.

Onder de waardplanten van deze soort vallen diverse wilgensoorten. Op circa 200 meter van het projectgebied is de grote weerschijnvlinder waargenomen in de rand van een bosschage, aan de overzijde van het vollenhoverkanaal. In het projectgebied is geen biotoop van de kleine ijsvogelvlinder aanwezig. Hoewel de soort als gevolg van sterke wind of dwaling incidenteel aanwezig kan zijn in het projectgebied, bevat het projectgebied geen van de waardplanten van de grote weerschijnvlinder en is daarom geen essentieel leefgebied van de grote weerschijnvlinder. Kleine ijsvogelvlinder De biotoop van de kleine ijsvogelvlinder omvat gemengd bos, loofbossen, bosranden en bospaden. De soort heeft diverse kamperfoeliesoorten, sneeuwbes en braamstruik als waardplanten. De soort leeft van rottend fruit, mest en vocht van de grond. Op circa 900 meter van het projectgebied is de soort in de bosschage aan de overzijde van het Vollenhoverkanaal aangetroffen. In het projectgebied is geen biotoop van de kleine ijsvogelvlinder aanwezig. Hoewel de soort als gevolg van sterke wind of dwaling incidenteel aanwezig kan zijn in het Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V.

Blad 17 van 24 projectgebied, bevat het projectgebied geen van de waardplanten van de kleine ijsvogelvlinder en is daarom geen essentieel leefgebied van de kleine ijsvogelvlinder. Libellen Gevlekte glanslibel De gevlekte glanslibel komt voor in een moerasachtige omgeving met laag- of hoogveen, vennen en sloten. De soort kent waardplanten als riet, diverse zeggensoorten, galigaan, gagel, pijpenstrootje, pluimzegge en krabbenscheer. Op ongeveer 900 meter van het projectgebied is zo’n geschikte biotoop aanwezig waar meerdere individuen zijn aangetroffen. In het projectgebied ontbreekt deze biotoop. Hoewel incidentele aanwezigheid (door dwalen of wind) in het projectgebied niet kan worden uitgesloten, is er geen sprake van essentieel leefgebied. Gevlekte witsnuitlibel De gevlekte witsnuitlibel komt met name voor in vennen, laag- of hoogveen of plassen. Krabbenscheer is een belangrijke waardplant voor de soort. Naast krabbenscheer vallen ook riet, lisdodde, kransvederkruid, hoornblad en pluimzegge onder de waardplanten. Op ongeveer 500 m van het projectgebied is de soort aangetroffen. In het projectgebied ontbreekt geschikte biotoop. Hoewel incidentele aanwezigheid (door dwalen of wind) in het projectgebied niet kan worden uitgesloten, is er geen sprake van essentieel leefgebied.

Kempense heidelibel De kempense heidelibel komt met name voor in pionierlandschap in (heide)vennen, poelen, plassen en vijvers. De soort is gebonden aan een rijke oevervegetatie. Op circa 800 meter van het projectgebied is de soort aangetroffen. In het projectgebied is geen van de geschikte biotopen voor deze soort aanwezig. Hoewel incidentele aanwezigheid (door dwalen of wind) in het projectgebied niet kan worden uitgesloten, is er geen sprake van essentieel leefgebied. Noordse winterjuffer De noordse winterjuffer is een van de weinige soorten die in Nederland overwinterd. Deze soort overwinterd in droge broekbossen en op hoger gelegen heidevelden. In het voortplantingsseizoen trekt de soort naar waterrijk laagveen of plassen. De soort maakt dan vooral gebruik van de rietsoorten, lisdodde, pijpenstrootje en melkeppe. Geen van deze vegetatie of biotopen komen voor in het projectgebied. Hoewel incidentele aanwezigheid (door dwalen of wind) in het projectgebied niet kan worden uitgesloten, is er geen sprake van essentieel leefgebied. Sierlijke witsnuitlibel Deze sierlijke witsnuitlibel komt voor in bosven, heideven, laagveen, plassen en vijvers. De soort maakt hier gebruik van diverse waardplanten; vederkruid, hoornblad, kranswieren, fonteinkruid, riet en lisdodde. Geen van deze vegetaties of biotopen komt voor in het projectgebied.

Hoewel incidentele aanwezigheid (door dwalen of wind) in het projectgebied niet kan worden uitgesloten, is er geen sprake van essentieel leefgebied. Overige soortgroepen Tijdens het terreinbezoek zijn er diverse gangenstelsels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van muizen (zie Figuur 4.3). De vorm van de gangen, de locatie en de omvang duiden op veldmuis. T.a.v. de zorgplicht, kan de aanwezigheid van veldmuis in het projectgebied niet worden uitgesloten. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 18 van 24 Figuur 4.3: Gangenstelsels van de veldmuis, aan de achterzijde van het projectgebied. Gevolgen van het projectvoornemen op algemeen voorkomende soorten worden in hoofdstuk 5 behandeld. 4.2.3 Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2: Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het projectgebied. Soort Beschermingsregime Aanwezigheid Toelichting Algemene broedvogels Artikel 3.1 Mogelijk Mogelijk nestplaatsen op de grond in het projectgebied of in de houtwal direct grenzend aan het projectgebied.

Kleine marterachtigen [bunzing, hermelijn] Artikel 3.10 Mogelijk Mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in houtwal die direct grenst aan het projectgebied. Egel Artikel 3.10 Mogelijk Mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in houtwal die direct grenst aan het projectgebied. 4.3 Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Projectgebied ligt wel in beschermde gebieden (Figuur 4.4). Het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied ‘De Wieden’ ligt op circa 1,6 kilometer afstand ten oosten van het projectgebied. Het bevat habitatrichtlijn- en vogelrichtlijngebied en is overbelast met betrekking tot stikstofdepositie. Op circa 3,5 kilometer van het projectgebied ligt Natura 2000-gebied ‘Zwarte Meer’. Het bevat habitatrichtlijn- en vogelrichtlijngebied en is niet overbelast met betrekking tot stikstofdepositie.

Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 19 van 24 Figuur 4.4: Het projectgebied (rood omkaderd) t.o.v. de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Bron: PDOK Viewer, 2021. Natuurnetwerk Nederland In het projectgebied is geen NNN-gebied aanwezig (Figuur 4.5). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied grenst aan de zuidzijde van het projectgebied. Het betreft natuurdoeltype ‘zone ondernemen met natuur en water buiten de NNN’. Figuur 4.5: Het projectgebied (rood omkaderd) t.o.v. NNN. Bron: Provincie Overijssel, 2019.

Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 20 van 24 5 Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het project gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het project getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb). 5.1 Effectbepaling project De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: - De akker wordt omgeploegd; - De grond wordt geheid; - Vegetatie wordt verwijderd; - Geluids- en lichtverstoring; - Werkverkeer van diverse orde zal het projectgebied betreden. 5.2 Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat het projectgebied of de directe omgeving hiervan een potentieel geschikt biotoop biedt voor algemene broedvogels en zoogdieren (zie ook Tabel 4.2). Om deze reden is er enkel op deze soortgroepen een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soort(groep)en. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen. 5.2.1 Vogels Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1).

Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door werkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het projectgebied nesten gebouwd worden door grond-broedende soorten zoals kokmeeuw en scholekster. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het projectgebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Dit kan gedaan worden door de grond in het projectgebied te bedekken met zeil of een continue verstorende factor aan te bieden. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het projectgebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het projectgebied dan worden locatie-specifieke maatregelen voorgesteld 1 Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd.

Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 21 van 24 en/of wordt het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is. 5.2.2 Zoogdieren Beschermingsregime soorten Artikel 3.10 Kleine marterachtigen Direct grenzend aan het projectgebied bevindt zich een houtwal, waarin de verblijfplaatsen van bunzing en hermelijn niet kunnen worden uitgesloten. Als gevolg van de werkzaamheden in het projectvoornemen, kunnen verblijfplaatsen (indien aanwezig) verstoord worden en hun functie verliezen. Dit is een overtreding van de verbodsbepalingen van Artikel 3.10 van de Wnb. Buiten het actieve seizoen (februari t/m oktober) zijn kleine marterachtigen het minst kwetsbaar. Tijdens deze niet actieve periode (november t/m januari) is verstoring niet zo zeer aan de orde. Wanneer de werkzaamheden plaats kunnen vinden buiten het actieve seizoen van de soorten, zijn er geen vervolgstappen aan de orde.

Indien de werkzaamheden wel in het actieve seizoen vallen, dient een nader onderzoek naar de aanwezigheid van bunzing en hermelijn uit te wijzen of de soorten er daadwerkelijk voorkomen en wat de functie van de houtwal is. In het kader is een voorbeeld van een nader onderzoek naar kleine marterachtigen (en egel) weergegeven. Egel Ook verblijfplaatsen van egel in de houtwal direct grenzend aan het projectgebied kunnen niet worden uitgesloten. Als gevolg van de werkzaamheden in het projectvoornemen, kunnen verblijfplaatsen (indien aanwezig) verstoord worden en hun functie verliezen. Dit is een overtreding van de verbodsbepalingen van Artikel 3.10 van de Wnb. Het actieve seizoen van de egel is Algemene soorten Veldmuis Ten aanzien van de Zorgplicht (Artikel 1.11 Wnb) is het verboden om slachtoffers te maken t.a.v. projectvoornemens. Dit houdt in dat er tijdens de werkzaamheden rekening gehouden moet worden met mogelijk aanwezige diersoorten in het projectgebied. Om te voorkomen dat de veldmuis (en andere algemene soorten) negatieve gevolgen ondervinden als gevolg van het projectvoornemen, wordt er geadviseerd om gefaseerd te werken, in ruimte en tijd. Op deze manier hebben de soorten de kans om te vluchten. Nader onderzoek: kleine marterachtigen en egel Tijdens het onderzoek naar kleine marterachtigen en egel wordt de handreiking van Overijssel aangehouden.

In de actieve periode van kleine marterachtigen en egel (maart t/m september) dient een onderzoek uitgevoerd te worden van minimaal 3 weken, met voldoende instrumenten om alle unieke biotopen in het projectgebied te onderzoeken. Natuurtoets Hoogspanningsstation Vollenhove projectnummer 0465576.100 9 maart 2021 revisie 00 Enexis Netbeheer B.V. Blad 22 van 24 5.3 Effecten op beschermde gebieden 5.3.1 Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat op 1,6 kilometer afstand van het projectgebied Natura 2000-gebied De Wieden ligt. Op 3,5 kilometer van het projectgebied ligt Natura 2000-gebied Zwarte Meer. Het Natura 2000-gebied ligt buiten het invloedsgebied van het project wat betreft vermesting en verzuring, verdroging of geluid- en lichtverstoring. Enkel negatieve effecten van vermesting en verzuring van stikstofgevoelige habitattypen in het De Wieden en Zwarte Meer als gevolg van stikstofdepositie kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Als gevolg van het voornemen kunnen significante negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet worden uitgesloten. Om deze reden dient een (separate) AERIUS-berekening te worden uitgevoerd om deze effecten nader in kaart te brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4171b72c-f39c-4757-b777-773db4c78a36?agendaItemId=dbd48056-420d-48af-8701-af94ba682cd9