bijlage 2.2 - Energieadvies DUMAVA inclusief DUMO - vernieuwing museum in de Spijkervetstallen
Tekst van het document
38 Achterzetbeglazing Scharnierend uitgevoerd Achterzetbeglazing Geplaatst tegen het raam, aansluiting t.p.v. de stijlen De uitvoering De glasverbetering wordt aan de binnenzijde aangebracht. Gezien uw situatie adviseren wij achterzetbeglazing bevestigd op het raam toe te passen. Dit vanwege de mogelijkheid de beperkte ruimte ter plaatse van het kozijn. De uitvoering is scharnierend om het raam tussen de 2 glaspanelen periodiek te kunnen reinigen. Om de verbetering optimaal te laten functioneren is het noodzakelijk dat de kierdichting van het raam en het kozijn en de aansluitingen van het achterzetglas op het raamhout luchtdicht worden uitgevoerd (zie maatregelblad kierdichting) Wat zijn de risico’s en aandachtspunten? Omdat binnenlucht over het algemeen meer vocht bevat dan buitenlucht, ontstaat er condensatie tussen de glaspanelen als deze met binnenlucht worden geventileerd of als de aansluiting niet luchtdicht is afgesloten. Als de spouw tussen het glas zwak wordt geventileerd met buitenlucht, wordt het risico op condensatie verminderd. Plaats de scharnieren van het voorzetraam altijd aan de scharnierzijde van het originele raam. Dit voorkomt te veel gewicht aan de sluitzijde van het raam waardoor het raam kan gaan zakken.
39 Vlasisolatie isolatie Voorzetwanden met vlasisolatie Momenteel bestaan de buitengevels uit ongeïsoleerd massief metselwerk. Om warmteverlies tegen te gaan wordt geadviseerd om voorzetwanden te plaatsen aan de binnenzijde van de buitengevels. Voorzetwanden blijken een effectieve manier van isoleren te zijn. Er dient wel de nodige aandacht geschonken te worden aan het plaatsen ervan om te voorkomen dat er schade ontstaat aan bijvoorbeeld houten balkkoppen. In dit hoofdstuk kunt u meer lezen over deze maatregel en wat de aandachtspunten zijn. Onderdeel: Buitenmuren interieurzijde Bouwlaag: Algemeen Locatie: Algemeen Huidige situatie: Ongeïsoleerde muren Verbeteringsadvies: Plaatsen geïsoleerde voorzetwanden Soort materiaal: Vlasisolatie 130mm Isolatiewaarde maatregel: Rc = 3,5 m2K/W Comfortverbetering: ***
40 Detail voorzetwand t.p.v. balkkop Detail voorzetwand t.p.v. kozijn Aangebracht aan de binnenzijde middels vlasisolatie De uitvoering Wij adviseren om vlasisolatie te plaatsen omdat deze goede vochtbufferende eigenschappen heeft waardoor vochtrisico’s zoals inwendige condensatie worden verminderd. Naast de thermische isolerende werking van vlaswol, heeft dit materiaal ook goede akoestische isolerende eigenschappen en het materiaal wordt gemaakt van hernieuwbare grondstoffen waardoor de milieubelasting veel minder is dan bij materialen die zijn gemaakt van fossiele grondstoffen. Om het risico op vocht in de constructie door condensatie van vochtige binnenlucht te voorkomen, moet er een dampremmende laag worden aangebracht aan de interieurzijde van de isolatie. Wij adviseren om hier een klimaatfolie voor te gebruiken. Klimaatfolie heeft de eigenschap dat het in de winter tegen gaat het dat waterdamp in de isolatielaag en constructie kan trekken. In de zomer laat het juist vocht uit de isolatielaag en constructie ontsnappen. Wat zijn de risico’s en aandachtspunten? De dampdichtheid dient goed te worden uitgevoerd, dit is extra belangrijk bij aansluitingen en doorvoeren. Dit om inwendige condensatie te voorkomen. In de isolatie mogen geen holle ruimtes voorkomen en deze dient goed aan te sluiten op de muur, er dient geen spouw aangebracht te worden tussen muur en isolatie.
Leidingwerk en wandcontactdozen mogen ook geen lekken vormen in de folie om het risico op inwendige condensatie uit te sluiten, deze moeten met tape luchtdicht uitgevoerd worden. Aansluitingen tegen binnengevels moeten met compriband worden afgedicht. De aansluiting van een geïsoleerde dagkant op een kozijn wordt luchtdicht afgewerkt met een geschikte tape.
41 Vlasisolatie Geplaatst tussen sporen Detail dakisolatie Aangebracht aan de binnenzijde middels vlasisolatie (bron ERM) isolatie Binnenzijde hellend dak isoleren Vlasisolatie wordt gemaakt van een restmateriaal dat ontstaat bij de productie van linnen. Het is een wol dat bestaat uit lichte, stevige vezels, waardoor er een isolatiemateriaal kan worden geproduceerd dat voor een groot aantal toepassingen kan worden gebruikt. Hieronder kunt u meer lezen over deze maatregel en wat de aandachtspunten zijn. Onderdeel: Hellende daken Bouwlaag: Algemeen Locatie: Algemeen Huidige situatie: Dak met dakbeschot, ongeïsoleerd Verbeteringsadvies: Aanbrengen van isolatie aan de binnenzijde Soort materiaal: Vlasisolatie 130mm Isolatiewaarde maatregel: Rc = 3,5 m2K/W Comfortverbetering: ***
42 Detail dakisolatie De uitvoering Wij adviseren om vlasisolatie te plaatsen omdat deze goede vochtbufferende eigenschappen heeft waardoor vochtrisico’s zoals inwendige condensatie worden verminderd. Naast de thermische isolerende werking van vlasisolatie, heeft dit materiaal ook goede akoestische isolerende eigenschappen en het materiaal wordt gemaakt van hernieuwbare grondstoffen waardoor de milieubelasting veel minder is dan materialen gemaakt van fossiele grondstoffen. Om het risico op vocht in de constructie door condensatie van vochtige binnenlucht te voorkomen, moet er een dampremmende laag worden aangebracht aan de interieurzijde van de isolatie. Wij adviseren om hier een klimaatfolie voor te gebruiken. Klimaatfolie heeft de eigenschap dat het in de winter tegen gaat dat waterdamp in de isolatielaag en constructie trekt. In de zomer laat de folie het vocht uit de isolatielaag en constructie ontsnappen. Wat zijn de risico’s en aandachtspunten? De dampdichtheid dient goed te worden uitgevoerd, dit is extra belangrijk bij aansluitingen en doorvoeren. Dit om inwendige condensatie te voorkomen. In de isolatie mogen geen holle ruimtes voorkomen en er dient bij voorkeur geen spouw aangebracht te worden tussen het dakbeschot en isolatie.
Leidingwerk en wandcontactdozen mogen ook geen lekken vormen in de folie om het risico op inwendige condensatie uit te sluiten, deze moeten met tape luchtdicht uitgevoerd worden. Voor het isoleren dient het dakbeschot en de dakbedekking gecontroleerd te worden op gebreken, aantastingen, schimmels en lekkage. Voor het isoleren dienen deze gebreken hersteld te zijn.
43 EPDM dakbedekking isolatie Buitenzijde plat dak isoleren Resolschuim isolatie Het grote voordeel van isoleren aan de buitenzijde is dat deze nauwelijks onderbroken hoeft te worden door bijvoorbeeld houtconstructies, wat een beter resultaat oplevert voor de isolatiewaarde en dampdichtheid. Daarnaast blijft de constructie warm (warm dak), waardoor er geen risico is op condensatie. Hieronder kunt u meer lezen over deze maatregel en wat de aandachtspunten zijn. Onderdeel: Platte daken Bouwlaag: Algemeen Locatie: Algemeen Huidige situatie: Ongeïsoleerd bitumen plat dak Verbeteringsadvies: Aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde Soort materiaal: 100 mm PIR resol Isolatiewaarde maatregel: Rc = 3,5 m2K/W Comfortverbetering: **
44 De uitvoering Het dak is voorzien van bitumendakbedekking. Om het dak te kunnen isoleren, moet de dakbedekking vervangen worden. Wij adviseren het bitumen daarbij te vervangen door EPDM. Dat is beter voor het milieu en gaat langer mee. EPDM moet wel in het geheel verlijmd worden op de goed bevestigde ondergrond. De dakrand wordt afgewerkt met een zinken deklijst met kraal. Wat zijn de risico’s en aandachtspunten? Er dient rekening te worden gehouden met het plaatsen van een luchtdichte aansluiting boven de isolatielaag. Daarnaast moet een dampremmende laag aan de onderzijde van de isolatielaag worden geplaatst. Als gevolg van de isolatie aan de bovenzijde van het dak komt de dakbedekking iets hoger te liggen dan in de huidige situatie. Dit kan gevolgen hebben voor de waterdichte aansluitingen bij schoorstenen, dakkapellen en dakdoorvoeren. 45 Nieuwe LBK met warmteterugwinning Ten behoeve van de ventilatie dient een nieuwe luchtbehandelingskasten met WTW (+/- 8.000 m3/h) te worden geplaatst. Deze kan het beste op de tweede verdieping worden geplaatst. Er dient gecontroleerd te worden of de nieuwe LBK gewicht technisch op de tweede verdieping geplaats kan worden. Een definitief kanalentrace dient nog ontworpen te worden. De lucht wordt in de in de ruimtes gebracht door middel van roosters ingeblazen.
Op de begane grond in het voorste deel van het gebouw wordt de ventilatielucht ook gebruikt om te verwarmen. Hiervoor dienen naverwarmers in de kanalen te worden geïnstalleerd. Om deze kanalen en naverwarmers uit het zicht te plaatsen adviseren wij om deze in de originele voerderbakken te maken. Het definitieve ontwerp hiervan dient nog uitgewerkt te worden. De lucht wordt door middel van de bestaande openingen en overstorten in de verdiepingsvloeren afgezogen. Er dient speciale aandacht te worden besteed aan de doorvoeringen om de monumentale waarden van het pand zo min mogelijk aan te tasten. De nieuwe luchtbehandelingskast dienen te worden voorzien van warmteterugwinning (warmtewiel heeft de voorkeur), een change-over batterij, regeling en van de benodigde dempers. Naar inschatting zal de luchtbehandelingskast een afmeting van 4,7 x 1,7 x 1,8 m (L x B x H) hebben. Mogelijke locatie technische ruimte voor o.a. de LBK 46 Plaatsen en installeren van een lucht-water warmtepomp Om warmte op een duurzame manier op te wekken kan het beste worden gekozen voor een lucht-water warmtepomp. Deze kan gebruikt worden om de luchtbehandelingskast, de vloerverwarming, de wandverwarming op de begane grond en de lage temperatuur convectoren op de tweede verdieping van warmte te kunnen voorzien.
Een lucht-water warmtepomp haalt zijn warmte uit de buitenlucht, daarom kan deze het beste in de tuin worden geplaatst. Naar inschatting zal de warmtepomp een afmeting van 4,5 x 1,1 x 2,0 m (L x B x H) hebben. Om te voorkomen dat het geluidsniveau te hoog wordt kan een geluidsscherm om de warmtepomp worden geplaatst, hierdoor wordt de warmtepomp ook aan het zicht onttrokken. Het totaal thermisch vermogen dat nodig is om het gebouw te kunnen verwarmen zal ongeveer 125 kW, bij een buitentemperatuur van -10°C, zijn. In de vervolgfase zal een warmteverliesberekening gemaakt moeten worden, zodat het exacte vermogen bepaald kan worden. Via een geïsoleerde leiding kan de warmte van de warmtepomp naar de technische ruimte op de tweede verdieping worden gebracht. Voor een goede werking van de warmtepompen dient een geschikt buffervat geïnstalleerd te worden. Daarnaast dient een verdeler te worden geïnstalleerd in de technische ruimte op de tweede verdieping. Voor de afgifte van de warmte dient gekozen te worden voor een lage temperatuur afgiftesysteem, in de vorm van verwarmingsbatterijen in de luchtbehandelingskast, vloerverwarming op de begane grond en eerste verdieping, wandverwarming op de begane grond in het voorste deel van het gebouw en lage temperatuur convectoren op de tweede verdieping.
Per ruimte dient een thermostaat te worden aangelegd zodat op ruimteniveau kan worden geregeld voor een optimaal comfort. Naast het verwarmen, kunnen de warmtepomp, de luchtbehandelingskast, de vloerverwarming, de wandverwarming en de lage temperatuur convectoren gebruikt worden voor het koelen van het gebouw. Voor optimale efficiëntie en ter preventie van condensatie op leidingen, dient al het leidingwerk toereikend geïsoleerd te worden. Lucht-water warmtepomp Lage temperatuur convectoren 47 Installeren van een PV-installatie Op basis van inschatting is het platte/ licht hellende dak van het gebouw geschikt voor een PV-installatie bestaande uit 61 panelen. Wij adviseren om te kiezen voor PV-panelen van minimaal 435 Wp/stuk welke terug te vinden zijn in de database van het BCRG (Bureau Controle Registratie Gelijkwaardigheid). Volgens een simulatie heeft een PV-installatie, bestaande uit 61 panelen, die nagenoeg horizontaal liggen, een jaarlijkse opbrengst van 22.488 kWh.
48 Raming Dijkoraad
49
50
51
52
53
54
55
56
57 Contact Immers, een goede voorbereiding is het halve werk. Vestiging Oldenzaal Enschedesestraat 2U 7575AB 088 4112 000 info@dijkoraad.nl dijkoraad.nl